CConstaterende datSchiermonnikoog
Koppel je AI →
Document · PDF

2.2. Schiermonnikoog - Busremise_ontwerp_3_Toelichting

Raadsvergadering 19 maart 2024, gemeente SchiermonnikoogBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Schiermonnikoog - Busremise16.471 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Cultuurhistorie

Voor het aspect cultuurhistorie is de Cultuurhistorische Kaart Fryslân (CHK2) geraadpleegd om de aanwezigheid van belangwekkende cultuurhistorische elementen en objecten aan te kunnen tonen. Onderstaand fragment geeft een uitsnede uit de CHK2 weer.

30

bestemmingsplan Schiermonnikoog - Busremise

Figuur 10: uitsnede CHK2 (bron: CHK2 Provincie Fryslân)

Het plangebied is gelegen grenzend aan de bebouwde kom van het dorp Schiermonnikoog. Naast dat het plangebied gelegen is in een aardkundig waardevol gebied zijn geen cultuurhistorische waarden in of in de directe nabijheid van het plangebied aanwezig. Aardkundig waardevol gebied Op figuur 10 is te zien dat het plangebied onder aardkundig waardevol gebied valt. Dit zijn de gebieden waar de bodem een bijzondere waarde vertegenwoordigt. Het betreft cultuurhistorisch interessante bodembeschermingsgebieden uit het Streekplan Fryslân 2007. De gebieden die zijn abiotisch waardevol of antropogeen waardevol voor zover door de bodem bepaald. De abiotisch categorie omvat waardevolle, geologische, geomorfologische of bodemkundige landschapselementen. De antropogene categorie omvat artefacten van de vroegere mens, die bestaan uit archeologische en cultuurhistorische objecten en structuren. Destijds zijn in het Streekplan Fryslân verschillende gebieden aangewezen als aardkundig waardevol gebied. In voorliggend geval betreft het een algemene benoeming van de Waddeneilanden. De Waddeneilanden bestaan uit zeer veel gave en karakteristieke duinvormen waarin sedimentatie en erosieprocessen nog steeds plaatsvinden, grote strandvlakten en kwelders met de kenmerkende kreken.

31

bestemmingsplan Schiermonnikoog - Busremise

In dit geval gaat het om een locatie aan de rand van de dorpskern die bestemd is als Agrarisch Cultuurgrond. In de huidige situatie ligt het plangebied braak en is het begroeid met verschillende beplanting doordat het niet in gebruik is. Gesteld kan worden dat er in het plangebied zelf geen sprake is van karakteristieke duinvormen, strandvlakten of kwelders die karakteristiek zijn voor de Waddeneilanden. Het planvoornemen heeft dan ook geen aantasting van deze karakteristieke landschapskenmerken als gevolg. Het aspect cultuurhistorie zit de uitvoerbaarheid van het planvoornemen niet in de weg. Overige cultuurhistorische waarden Het gebied ten noorden van het plangebied is op rijksniveau aangewezen als te beschermen dorpsgezicht. Ten westen van het plangebied zijn wederopbouwwijken gelegen. Het planvoornemen conflicteert niet met deze waarden. Conclusie De uitvoerbaarheid van het planvoornemen wordt niet door het aspect erfgoed belemmerd.

4.5

Externe veiligheid

De overheid heeft in voorgaande jaren veiligheidsnormen vastgesteld die in acht moeten worden genomen en waarmee op het gebied van milieu en ruimtelijke ordening rekening moet worden gehouden. Onderdeel van het veiligheidsbeleid is dat afwegingen ten aanzien van risico's op ongevallen die doden en gewonden tot gevolg kunnen hebben, duidelijk zichtbaar moet worden gemaakt en niet impliciet blijven plaatsvinden. In het kader van het Interprovinciaal Overleg (IPO) is een zogeheten risicokaart ontwikkeld. Daarop zijn alle objecten met een veiligheidsrisico op het gebied van externe veiligheid opgenomen, zoals gastransportleidingen en wegen waarover gevaarlijk stoffen worden getransporteerd, maar ook bedrijven en instellingen met productie of opslag van gevaarlijke stoffen. Het extern risico bestaat uit twee componenten: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico: Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans op een bepaalde plaats om te overlijden ten gevolge van een ongeval als gevolg van een 'risicovolle activiteit'. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 -jaarcontour (die als harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten (zoals woningen) gerealiseerd worden.

Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 /jaarcontour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1%-letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het GR kan niet ‘op de kaart’ worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de fN-curve. Toetsing Om na te gaan of er bij het plan sprake is van risico's ten behoeve van externe veiligheid, is de risicokaart geraadpleegd. Uit de risicokaart blijkt dat in de nabijheid van het plangebied geen risicovolle inrichtingen aanwezig zijn. Daarnaast zorgt de realisatie van de busremise voor elektrische bussen niet voor de totstandkoming van een nieuwe risicobron. Conclusie Het planvoornemen kan wat het aspect externe veiligheid betreft uitvoerbaar worden geacht.

32

bestemmingsplan Schiermonnikoog - Busremise

4.6

Ecologie

In het kader van de uitvoerbaarheid van ruimtelijke plannen is het van belang om aandacht te besteden aan beschermde natuurwaarden. De effecten op natuurwaarden dienen te worden beoordeeld in relatie tot bestaande wet- en regelgeving op het gebied van soortenbescherming en gebiedsbescherming. In de Wet natuurbescherming (Wnb) is zowel de bescherming van de flora- en faunasoorten vastgelegd, alsook de bescherming van specifieke natuurgebieden (Natura 2000-gebieden). Naast de Wnb zijn ook de provinciale omgevingsvisie en verordening relevant voor de gebiedsbescherming. Hierin is onder meer het behoud en de ontwikkeling van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) geregeld. Om de uitvoerbaarheid van het planvoornemen te toetsen, is een inventarisatie van natuurwaarden nodig. SOORTENBESCHERMING Om de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan te toetsen is een natuurtoets uitgevoerd. De rapportage hiervan is als Bijlage 5 bij de toelichting te raadplegen. In het hiernavolgende wordt ingegaan op de belangrijkste onderzoeksresultaten. Als gevolg van de plannen kunnen mogelijk exemplaren van de beschermde vaatplantensoort glad biggenkruid worden vernield. Nader onderzoek is nodig om de aan of afwezigheid van deze soort aan te tonen. Negatieve effecten op vogels met jaarrond beschermde nesten of verblijfplaatsen van vleermuizen treden niet op.

Het vernietigen of verstoren van in gebruik zijnde nesten van overige te verwachten (algemene) vogelsoorten, zoals wilde eend of meerkoet, is bij wet verboden. Dit kan voorkomen worden door bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen. Een standaardperiode voor het broedseizoen is er niet; van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. De meeste vogels broeden tussen half maart en half juli. Het plangebied zal naar verwachting door de bouw van de busremise niet ongeschikt worden voor de te verwachten vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten en vleermuissoorten die rondom bebouwd gebied foerageren. Bovendien vormt het plangebied door de openheid en inrichting geen hoogwaardig foerageergebied voor de te verwachten soorten en is in de directe omgeving van het plangebied in ruime mate alternatief foerageergebied aanwezig. Negatieve effecten op vogels met jaarrond beschermde nesten en vleermuizen door verlies van foerageergebied treden niet op. Als gevolg van de ontwikkelingen kunnen mogelijk verblijfplaatsen van rugstreeppad worden verstoord en vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. Nader onderzoek is nodig om de aan of afwezigheid van rugstreeppadden in het plangebied vast te stellen.

Als gevolg van de ontwikkelingen kunnen tot slot enkele verblijfplaatsen van algemene amfibieën- en zoogdiersoorten worden verstoord en vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te verwachten algemene soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Fryslân. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wnb. Conclusie beknopte natuurtoets De beknopte natuurtoets wijst uit dat als gevolg van realisatie van de busremise mogelijk leefgebied van de beschermde amfibieënsoort rugstreeppad en exemplaren van de beschermde plantensoort glad biggenkruid verloren gaan. Nader onderzoek is nodig om de aan- of afwezigheid van deze soorten vast te stellen. Dit onderzoek is uitgevoerd en als Bijlage 6 bij de toelichting bijgevoegd. In het onderstaande wordt ingegaan op de onderzoeksresultaten en conclusies.

33

bestemmingsplan Schiermonnikoog - Busremise

Nader ecologisch onderzoek Op basis van het nader onderzoek kan worden geconcludeerd dat er in het plangebied geen voortplantingsbiotoop of leefgebied van rugstreeppad en groeiplaatsen van glad biggenkruid aanwezig zijn. Er is geen sprake van een verbodsovertreding ten aanzien van glad biggenkruid en rugstreeppad als gevolg van de werkzaamheden. Een ontheffing van de Wet natuurbescherming is niet nodig. Nota bene De mobiele pionierssoort rugstreeppad staat erom bekend dat braakliggende bouwterreinen met kuilen of laagtes waar water in blijft staan snel kunnen worden gekoloniseerd. Indien de soort zich vestigt, moeten de werkzaamheden stilgelegd worden. Als de werkzaamheden niet binnen afzienbare tijd (voor het begin van het voortplantingsseizoen in 2024) zullen gaan plaatsvinden wordt geadviseerd om een amfibieënscherm om het werkterrein te plaatsen. Dit om te voorkomen dat deze soort zich volgend jaar in het plangebied zal vestigen. GEBIEDSBESCHERMING Voor onderhavig plangebied is de volgende wet- en regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming relevant: de Wnb en de provinciale structuurvisie en verordening. In de Wnb is de bescherming van Natura 2000-gebieden geregeld. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent.

Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. Het plangebied ligt niet in het Natura 2000-gebied 'Duinen Schiermonnikoog'. Hierdoor zijn in potentie alleen effecten door externe werking mogelijk. Het plangebied is gescheiden van het Natura 2000-gebied door bebouwing, wegen en agrarisch gebied. Gezien de afstand tot het Natura 2000-gebied (circa 270 meter), de inrichting van het tussenliggende gebied en de aard van het plan, kan een toename van verstoring door geluid, verlichting of optische verstoring worden uitgesloten. Voor EHS-beheergebieden is het volgende opgenomen in de Verordening Romte: 1. a.

b.

Voor de gebieden als bedoeld in het eerste lid geldt dat in een ruimtelijk plan: wordt voorzien in een bestemming met gebruiksregels gericht op behoud, herstel of ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden, met inbegrip van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden, met dien verstande dat normaal agrarisch gebruik en daarbij behorende bebouwing, waaronder begrepen nevenactiviteiten zoals bedoeld in artikel 6.2.1, mogelijk zijn; een eventuele onvermijdelijke ruimtelijke ingreep wordt afgewogen ten opzichte van de wezenlijke kenmerken en waarden, waarbij de mogelijkheden voor mitigatie en vervolgens compensatie van natuurwaarden en herbegrenzing van beheergebieden worden betrokken.

Zoals eerder aangegeven heeft de provincie aangegeven dat met het aanpassen van de functie slechts een zeer beperkte oppervlakte van het aangewezen zoekgebied komt te vervallen. Daarnaast vindt er met deze aanpassing geen versnippering van het resterende beheergebied plaats. In een later stadium zal de provincie hier de NNN-kaart op aanpassen. Een deel van het plan ligt ook in aangemerkt weidevogelkansgebied. Het plangebied ligt echter al binnen de bestaande verstoringszone van bebouwing (200 - 300 m) en is ingeklemd tussen bebouwing. Het plan zorgt niet voor een vergroting van de bestaande verstoringszone en maakt daardoor geen extra verstoring van de openheid en rust mogelijk. Het plan is dan ook niet in strijd met de regels ten aanzien van weidevogelkansgebieden. Stikstofdepostie De stikstofdepositie die het planvoornemen in de aanleg- en gebruiksfase genereert, is door middel van

34

bestemmingsplan Schiermonnikoog - Busremise

een AERIUS-berekening inzichtelijk gemaakt. De AERIUS-berekening is als Bijlage 7 bij de toelichting raadpleegbaar. De AERIUS-berekening wijst uit dat de totale emissie van het plan in de aanlegfase 1,3 NOx/jr bedraagt. In de gebruiksfase bedraagt de totale emissie 0,1 kg NOx/jr. Er zijn geen Natura 2000-gebieden met een overschrijding van een planbijdrage van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar. Er treedt door de stikstofdepositie geen negatief effect op in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde Natura 2000-gebieden. Het aspect stikstof staat nadere besluitvorming niet in de weg. Aanvullend is het gebruik van elektrische werktuigen (betonmixer, betonpomp en verreiker) geborgd in de regels van het bestemmingsplan. Conclusie De uitvoerbaarheid van het planvoornemen wordt niet belemmerd door ecologie.

4.7

Water

Op grond van de Bro (artikel 3.1.6) moet aandacht worden besteed aan de waterhuishouding en een waterparagraaf worden opgenomen in de toelichting van ruimtelijke plannen. Hierin wordt beschreven op welke manier rekening is gehouden met de gevolgen van het plan op zowel het grondwater als het oppervlaktewater. Het is een schriftelijke weergave van de zogenoemde watertoets. De watertoets heeft als doel om waterhuishoudkundige doelstellingen te betrekken bij relevante besluiten en ruimtelijke plannen. Voorliggend plangebied valt binnen het beheersgebied van Wetterskip Fryslân. Onderzoek Op 12 oktober 2022 is advies opgevraagd bij Wetterskip Fryslân. Het automatisch vervaardigde wateradvies is te raadplegen in Bijlage 8. Uit het advies blijkt dat de normale procedure op het planvoornemen van toepassing is. Dit betekent dat naast het digitaal geproduceerde advies, het Wetterskip mogelijk nog aanvullend advies geeft. Dit aanvullend advies is nog niet ontvangen. Het advies geeft gaat in op de volgende aspecten: Toename verharding Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden.

Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is. Het is niet toegestaan zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in stedelijk gebied en 1.500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater hanteren wij de volgende compensatienorm: Boezem 5%, dit heeft alleen betrekking op de Friese boezem; Polder 10%, Vrij afstromend, alternatieve maatregelen. Uiteraard is het toepassen van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan hier vermeld. Situatie plangebied Met het planvoornemen neemt het verhard oppervlak in het landelijk gebied toe met maximaal 1.385 m2 . Dit is de oppervlakte van het gebied dat in het voorliggende bestemmingsplan de bestemming 'Bedrijf'

35

bestemmingsplan Schiermonnikoog - Busremise

heeft. Hiermee wordt de compensatienorm uit het landelijk gebied van 1.500 m2 overschreden. In de meeste gevallen wordt er in dergelijke situaties gecompenseerd door het graven van exra oppervlaktewater. Echter wordt bij de realisatie van de busremise voor elektrische bussen gekozen voor het toepassen van alternatieve maatregelen. Hieronder wordt daar nader op ingegaan. Gebruik van water Het traditionele gebruik van drinkwater om de toiletten te spoelen en de bussen te wassen is niet alleen kostbaar, maar ook niet duurzaam. Drinkwater is een schaars en waardevol goed, dat niet verspild mag worden aan niet-essentiële doeleinden. Bovendien draagt het gebruik van drinkwater bij aan de verdroging van het eiland, die negatieve gevolgen heeft voor de natuur en de landbouw. Bij de ontwikkeling van de busremise voor elektrische bussen wordt voorzien in een regenwatersysteem regenwatersysteem waarbij zowel infiltratiekratten als een wadi wordt gebruikt om regenwater op te vangen. Het regenwatersysteem kan tevens gebruikt worden voor de toiletten en de wasplaats van de busremise. Het voorgaande is nader uitgewerkt in een notitie hergebruik regenwater. Deze is als Bijlage 9 bij de toelichting gevoegd. Aanvullend zijn de maatregelen ten aanzien van het aspect water weergegeven op een kaart die als Bijlage 10 is bijgevoegd.

Op basis van de beschreven maatregelen kan geconcludeerd worden dat er bij de ontwikkeling van het plan op een conventionele en klimaatadaptieve manier rekening wordt gehouden met de toename aan verharding. Klimaat Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periode van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Het planvoornemen staat in lijn met de hiervoor genoemde aspecten, aangezien er een regenwatersysteem wordt gerealiseerd in het plangebied. In Bijlage 9 is de aard van dit systeem beschreven. Bovendien zal de verharding voor een deel in de vorm van waterdoorlatende grastegels worden gerealiseerd. Ook wordt een wadi in het oostelijke gedeelte van het plangebied gerealiseerd die gekoppeld is aan het regenwatersysteem (overstort van de infiltratiekratten wordt afgevoerd naar de wadi). Dit zorgt voor een goede regenwateropvang en infiltratiecapaciteit. Zodoende is het plangebied beter bestendig tegen hevige regenbuien. Al met al is in het kader van het planvoornemen rekening gehouden met klimaatadaptieve maatregelen. Wateroverlast Uit beoordeling van de Friese klimaatatlas blijkt dat er kans is op wateroverlast voor de planlocatie.

Om deze mogelijke wateroverlast tegen te gaan, wordt een regenwatersysteem gerealiseerd en wordt een groot deel van de verharding op het terrein waterdoorlatend gemaakt met behulp van graskeien. Daarnaast wordt er, zoals eerder genoemd, aan de oostelijke zijde van het plangebied een wadi gerealiseerd die zal zorgen voor waterberging en infiltratiecapaciteit. Dit zal mogelijke wateroverlast in het plangebied tegengaan. Conclusie Het planvoornemen mag wat het aspect water betreft uitvoerbaar worden geacht.

36

bestemmingsplan Schiermonnikoog - Busremise

4.8

Luchtkwaliteit

Projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven op grond van de Wet milieubeheer (Wm) niet te worden getoetst aan de geldende grenswaarden. Een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit wordt als nibm beschouwd. Van een dergelijke verslechtering van de luchtkwaliteit is sprake wanneer een ruimtelijk plan tot een toename van meer dan 1.610 auto's (bij 100% autoverkeer), dan wel 130 vrachtwagens (bij 100% vrachtverkeer) per dag leidt (grenswaarden 2018). Kenniscentrum InfoMil vermeldt op hun website dat als de luchtkwaliteit aan de PM10 -normen voldoet, dit ook geldt voor de PM2,5 -normen. Op grond hiervan is toetsing aan de grenswaarden voor PM2,5 niet nodig, als aan de PM10 normen wordt voldaan. Toetsing Om een inschatting te kunnen doen van de huidige luchtkwaliteit in het plangebied, zijn de kaarten van de Atlas voor de leefomgeving geraadpleegd. Op grond van de kaart over de actuele fijnstof concentratie in Nederland is de concentratie aan fijnstof ter plaatse van het plangebied 10-15 µg per m3 . In 2020 was de concentratie gemiddeld per jaar hetzelfde. Op grond van artikel 5.16 van de Wet milieubeheer geldt voor zwevende deeltjes (PM10 ) een grenswaarde van 40 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie.

Geconcludeerd kan worden dat ter plaatse van het plangebied in de bestaande situatie aan de PM10 normen wordt voldaan. Toetsing aan de PM2,5 waarden is derhalve dan ook niet nodig. Bovendien heeft het planvoornemen betrekking op de realisatie van een busremise voor uitsluitend elektrische bussen. Als gevolg van het planvoornemen vindt slechts in geringe mate emissie van uitlaatgassen plaats. Dit als gevolg van de CO2 -emissie dat het beperkte autoverkeer dat van en naar het terrein toe rijdt veroorzaakt. Een verslechtering van de luchtkwaliteit als gevolg van het planvoornemen ligt dan ook niet in de lijn der verwachtingen. Het planvoornemen kan als nibm worden beschouwd. Conclusie Het planvoornemen kan wat het aspect luchtkwaliteit betreft uitvoerbaar worden geacht.

4.9

Verkeer en parkeren

In deze paragraaf wordt getoetst of er geen onevenredige belasting plaatsvindt op de omliggende infrastructuur van het plangebied. Daarnaast wordt getoetst of er voldoende parkeerruimte aanwezig is in verband met de nieuw te realiseren functies. Verkeer Het realiseren van de busremise voor elektrische bussen heeft invloed op de verkeerssituatie, zowel rondom de huidige locatie van de busremise als de beoogde nieuwe locatie. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is onderzoek uitgevoerd naar de effecten van het verplaatsen van de busremise op de verkeerssituatie op Schiermonnikoog. Het voornoemde onderzoek is uitgewerkt in een rapportage die als Bijlage 11 bij de toelichting te raadplegen is. In het onderstaande wordt ingegaan op de resultaten en conclusies van het onderzoek. Toekomstige verkeerssituatie Door de verplaatsing van de busremise neemt de verkeersintensiteit op de Knuppeldam toe met 50 à 60 busbewegingen. Dit is een direct gevolg van het verplaatsen van de busremise. Door die verplaatsing moet elke bus op het eiland over de Knuppeldam rijden om de busremise te bereiken, ongeacht of de Knuppeldam onderdeel is van de lijnvoering of niet. De 50 à 60 extra verkeersbewegingen leiden echter niet tot knelpunten in relatie tot de capaciteit van de weg. Gezien de huidige intensiteit (100 à 200 verkeersbewegingen per etmaal) neemt de intensiteit relatief

37

bestemmingsplan Schiermonnikoog - Busremise

gezien sterk toe, maar absoluut gezien blijft de intensiteit ruim onder de theoretisch gewenste intensiteit van 4.000 motorvoertuigen per etmaal. De afwikkeling van het fietsverkeer op de Knuppeldam zal nagenoeg gelijk blijven ten opzichte van de huidige situatie. Het percentage toeristen per jaar zal met ongeveer 1.0% toenemen, maar dit zal niet leiden tot een significante toename van het fietsverkeer op het eiland. Op de Oosterreeweg neemt de verkeersintensiteit daarentegen af. Dit omdat een deel van het busverkeer geen gebruik meer hoeft te maken van de Oosterreeweg om de busremise te bereiken. Niet al het busverkeer verdwijnt van de Oosterreeweg. Dit omdat de Oosterreeweg wel onderdeel blijft van de rijroute van de lijnen 1, 2, 3 en 4. Verkeersafwikkeling Gezien de verwachte verkeersintensiteit op de Knuppeldam na de verplaatsing van de busremise worden geen knelpunten met de verkeersafwikkeling verwacht. Ondanks de relatief gezien significante toename van de verkeersintensiteit door de verplaatsing, blijft de toekomstige verkeersintensiteit ruim onder de theoretisch gewenste intensiteit van 4.000 motorvoertuigen per etmaal. Dit maakt dat geen knelpunten met de verkeersafwikkeling worden verwacht op de Knuppeldam of de aansluitende wegen. Op de Oosterreewel verbetert de verkeersafwikkeling licht door de afname van het aantal busbewegingen op die weg.

Verkeersveiligheid De aansluiting van de toegangsweg op de Knuppeldam is vanuit alle richtingen voldoende zichtbaar. Er zijn geen obstakels die leiden tot een belemmering van het zicht voor de buschauffeurs. Dit zorgt ervoor dat het busverkeer veilig in en uit kan rijden en hierbij voldoende zicht heeft op het overige (fiets)verkeer. Omdat de toegangsweg zelf en de aansluiting op de Knuppeldam voldoende ruim zijn opgezet, ontstaan ook geen (of slechts beperkt) conflicten tussen busverkeer dat van/naar de toegangsweg rijdt en het overige (fietsverkeer). Van belang is dat de voorrangssituatie duidelijk is vormgegeven zodat verkeer op de Knuppeldam en in- en uitrijdend busverkeer de juiste verkeersregels in acht kan nemen. Uitgangspunt hierbij is dat de toegangsweg wordt beschouwd als een erfaansluiting en dus voorrang dient te verlenen op het verkeer op de Knuppeldam. Knuppeldam en Langestreek Door het verplaatsen van de busremise intensiveert het busverkeer op het laatste deel van de Langestreek en de Knuppeldam. Dit leidt tot meer conflicten tussen busverkeer en fietsers/voetgangers. Dit kan leiden tot potentieel meer verkeersonveilige situaties, met name op de Langestreek. De Langestreek heeft een relatief smal wegprofiel, de breedte bedraagt ongeveer 4,30-4,50 meter. Dit is, volgens het CROW, te smal voor een 30 km/u-weg met tweerichtingen gemotoriseerd en fietsverkeer.

Uit de richtlijnen van het CROW (hoofdstuk 11.2 van het ASVV) volgt het advies voor een minimale breedte van 4,80 meter voor dit soort wegen. Op basis van de landelijke richtlijnen zou een verbreding van het wegprofiel van de Langestreek wenselijk zijn. Echter, dat geldt niet alleen voor het deel van de Langestreek dat onderdeel is van het projectgebied, maar voor de volledige Langestreek (en ook veel andere wegen op het eiland). Het smalle wegprofiel, samen met de bomenrij, levert echter ook een bijdrage aan een lagere snelheid van het gemotoriseerd verkeer (een breder wegprofiel nodigt uit om harder te rijden). Daarnaast bemoeilijken de aanwezige bomen ook een mogelijke verbreding van de Langestreek en wordt de verkeerssituatie op het laatste deel van de Langestreek niet wezenlijk anders dan het overige deel van de Langestreek qua combinatie van gemotoriseerd (bus) en fietsverkeer. Het behouden van een (te) smal wegprofiel kan daarbij juist helpen om de snelheid laag te houden omdat er niet veel ruimte is voor

38

bestemmingsplan Schiermonnikoog - Busremise

uitwijken en passeren. De combinatie van het smalle wegprofiel van de Langestreek (maar in mindere mate ook de Knuppeldam) kunnen leiden tot het ontstaan van potentieel verkeersonveilige situaties. Het al dan niet ontstaan van verkeersonveilige situaties hangt daardoor in sterke mate samen met het rijgedrag van het gemotoriseerd verkeer (waaronder busverkeer). Het risico op het ontstaan van verkeersonveilige situaties op de Knuppeldam is daarbij mogelijk groter dan op de Langestreek omdat de Knuppeldam meer overzicht en ruimte biedt. Wel zullen gemotoriseerd en fietsverkeer een tegemoetkomende bus met gepaste snelheid moeten passeren vanwege de breedte van de Knuppeldam (5,00 meter). Op deze breedte is het vrijwel niet mogelijk voor een personenauto en een bus om elkaar zonder snelheidsverlies te passeren. Dit betekent dat een bus of personenauto mogelijk even moet wachten of dat met een verlaagde snelheid gepasseerd wordt. Hoewel dit ten koste gaat van de doorstroming, komt dit juist ten goede aan de verkeersveiligheid op de Knuppeldam. Op basis van de verwachte verkeersintensiteiten is het ontstaan van verkeersonveilige situaties echter geen zekerheid. Dit gezien de sterke afhankelijkheid van het ontstaan van deze situaties met het rijgedrag van gemotoriseerd verkeer.

Dit betekent dat het op voorhand niet nodig is om maatregelen te treffen om de verkeersveiligheid te treffen. Wel is het wenselijk om de verkeerssituatie te monitoren en op basis daarvan te bepalen of het al dan niet nodig is om maatregelen te treffen. Oosterreeweg Het verplaatsen van de busremise naar de Knuppeldam leidt tot een verbetering van de verkeersveiligheid op de Oosterreeweg. Na de verplaatsing van de busremise rijden lijn 1, 2, 3 en 4, net als in de huidige situatie, nog over deze weg. Ten opzichte van de oude situatie hoeft het busverkeer niet meer te manoeuvreren en te parkeren langs de Oosterreeweg. Dit zal gedaan worden op het nieuwe terrein van de remise en dus niet meer op de openbare weg. Dit leidt tot een verbetering van de verkeersveiligheid op de Oosterreeweg omdat de overige weggebruikers geen rekening meer hoeven te gehouden met parkerende en manoeuvrerende bussen. Resumerend Met de verplaatsing van de busremise naar de locatie aan de Knuppeldam is sprake van een toename van de verkeersintensiteit op de Langestreek (tussen de Oosterreeweg en de Knuppeldam) en de Knuppeldam van 50 à 60 bus bewegingen per dag. Dit kan in combinatie met de beperkte breedte van beide wegen leiden tot een toename van potentiële conflicten tussen het fietsverkeer en het busverkeer- en daarmee het ontstaan van potentieel verkeersonveilige situaties.

Na realisatie van de busremise dient de verkeerssituatie op zowel de Knuppeldam als op de Langestreek te worden gemonitord. Hierbij kan er goed inzichtelijk gemaakt worden of er (ongewenste en onveilige) conflicten plaatsvinden tussen de bussen en het overige verkeer. Op basis van de uitkomsten hiervan kan bepaald worden of maatregelen nodig zijn om de verkeersveiligheid te verbeteren. Dit kunnen infrastructurele maatregelen zijn (bijvoorbeeld om meer ruimte voor het verkeer te creëren of om de snelheid van het gemotoriseerd verkeer te remmen), maar ook gedragsmaatregelen om de bewustwording over de snelheid en het rijgedrag en de impact daarvan op het aanwezige fietsverkeer te vergroten. Het voorgaande wordt in de nadere planuitwerking meegenomen. In samenhang met de verplaatsing van de busremise dienen tevens afspraken te worden gemaakt over de aanrijdroutes en het rijgedrag. Als hier duidelijke afspraken over worden gemaakt (bijvoorbeeld door de Oosterreeweg als aanrijdroute te gebruiken), kunnen de overige wegen in het dorp (gedeeltelijk) worden ontlast en kunnen onnodige conflicten worden voorkomen. Dergelijke afspraken worden in de nadere planuitwerking gemaakt met de desbetreffende partijen. Ook dient de voorrangssituatie duidelijk zicht- en herkenbaar te worden gemaakt in de weginrichting. Dit zodat voor alle weggebruikers helder is wie voorrang heeft.

Tijdens de nadere technische uitwerking van

39

bestemmingsplan Schiermonnikoog - Busremise

het planvoornemen zal hier aandacht aan worden besteed. Parkeren Aangezien het hier gaat om het realiseren van een busremise die onder andere het bieden van parkeergelegenheid voor de bussen op Schiermonnikoog beoogt, is een toetsing aan de parkeernormen uit het CROW niet relevant. Het gaat om een situatie op een eiland met een andere, afwijkende parkeersituatie dan op de vaste wal. De CROW-normen zijn dan ook op geen manier toepasbaar op Schiermonnikoog. De busremise biedt parkeerruimte voor zes bussen en twee personenauto's. Daarnaast is een fietsenstalling aanwezig. De parkeerplaatsen voor personenauto's zijn enkel bedoeld voor enkel bedoeld voor bezoekers/gebruikers ten behoeve van de busremise. Het aantal van twee parkeerplaatsen blijkt uit ervaringscijfers. Conclusie Het planvoornemen kan wat de aspecten verkeer en parkeren betreft uitvoerbaar worden geacht.

4.10 M.e.r.-verantwoording In het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, moet er alsnog een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsvinden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de mogelijke (milieu)effecten. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor de ontwerp-bestemmingsplanfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.

Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.-beoordelingsbesluit af te geven. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden. Toetsing In bijlage D van het Besluit m.e.r. (D11.2) is de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject opgenomen. Ten aanzien van bedrijven ligt de drempelwaarde op een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De beoogde ontwikkeling blijft met maximaal 1.835 m2 aan extra bedrijfsvloeroppervlakte ruim onder de drempelwaarde van 200.000 m2 . Met oog op het voorgaande is een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' noodzakelijk voor het planvoornemen. Deze is opgesteld (zie Bijlage 12) en hieruit blijkt dat, gelet op de kenmerken van het project (zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, geen belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden. Op grond hiervan kan het bevoegd gezag de beslissing nemen dat er geen aanleiding is voor het doorlopen van de uitgebreide m.e.r.-procedure.

Conclusie Een planMER of m.e.r.-beoordelingsplicht is niet aan de orde.

40

bestemmingsplan Schiermonnikoog - Busremise

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische toelichting

Plansystematiek

Dit bestemmingsplan is zodanig vormgegeven dat het voldoet aan de vereisten voortkomend uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Bij de vormgeving van de regels en de verbeelding is aangesloten op de meest recente regeling Ruimtelijke Standaarden ruimtelijke ordening en is de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP2012) toegepast. Het bestemmingsplan voldoet daarmee aan de digitale verplichtingen zoals die per 01-01-2010 van kracht zijn. SVBP2012 De SVBP2012 bevat een aantal juridische regels die moeten worden opgevolgd. Voor de planregels betekent dit dat er sprake is van een aantal dwingend voorgeschreven begripsbepalingen, die worden neergelegd in artikel 1 aangaande de begrippen. Ook schrijft de SVBP2012 voor op welke wijze er invulling moet worden gegeven aan artikel 2 betreffende de wijze van meten. Vanwege het Bro geldt verder een formulering die ten aanzien van de anti-dubbeltelregel en het overgangsrecht eveneens in de planregels moet worden overgenomen.

5.2

Toelichting op de regels

De regels zijn vervat in artikelen die onderverdeeld zijn in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1 - Inleidende regels In de 'Inleidende regels' zijn algemene artikelen opgenomen die voor het gehele plan van belang zijn. In artikel 1 zijn omschrijvingen opgenomen van de in het plan voorkomende relevante begrippen. In artikel 2 is vastgelegd op welke wijze dient te worden gemeten. Door deze vaste omschrijving van de begrippen en van de wijze van meten wordt eenduidigheid in de bedoelingen van het plan gegeven en wordt de rechtszekerheid vergroot. Hoofdstuk 2 - Bestemmingsregels In de 'Bestemmingsregels' zijn de bestemmingen en de gebruiks- en/of bebouwingsmogelijkheden van de betreffende gronden aangegeven. De bestemmingen zijn op alfabetische volgorde benoemd. De regels kunnen onder meer bestaan uit de volgende onderdelen: Bestemmingsomschrijving In de bestemmingsomschrijving is uitgegaan van een volledige opsomming van wat binnen een bestemming functioneel ten aanzien van het gebruik van de gronden is toegestaan. Soms kan het voorkomen dat verschillende functies of bestemmingen naast elkaar zijn toegelaten, soms als primaire bestemming en soms als ondergeschikte bestemming. Bouwregels De bouwregels bieden voor iedere bestemming het kader in hoeverre er ergens gebouwd mag worden. Er zijn regels gesteld met betrekking tot het oprichten van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Bouwregels kunnen eisen wat betreft maatvoering, oppervlakte- en inhoudsbepalingen en aantallen te plaatsen bouwwerken omvatten. Afwijken van de bouwregels Met het afwijken van de bouwregels wordt geregeld dat door het bevoegd gezag in voorkomende gevallen onder voorwaarden bij verschillende bestemmingen kan worden afgeweken van de eerder opgenomen bouwregels per bestemming. Specifieke gebruiksregels Met specifieke gebruiksregels is vastgelegd welk gebruik in ieder geval tot strijdig met het in de bestemmingsomschrijving toegestane gebruik wordt gerekend. Hoofdstuk 3 - Algemene regels

41

bestemmingsplan Schiermonnikoog - Busremise

In de 'Algemene regels' staan artikelen benoemd die voor alle of meerdere bestemmingen gelden. Het betreffen onder andere de voor alle bestemmingen geldende algemene gebruiksregels. De algemene afwijkingsregels zorgen verder voor enige flexibiliteit in het plan. De algemene afwijkingen zijn niet specifiek op één bestemming gericht; zij kunnen gebruikt worden ten aanzien van alle bestemmingen. Tot slot is in de overige regels de regeling met betrekking tot parkeren en laden en lossen opgenomen. Hoofdstuk 4 - Overgangs- en slotregels Ten slotte bevat het bestemmingsplan nog 'Overgangs- en slotregels'. Dit betreft overeenkomstig de in het Bro voorgeschreven artikelen over het overgangsrecht met betrekking tot bouwwerken en gebruik en afsluitend de slotregel.

5.3

Toelichting op de bestemming

Bedrijf Dit bestemmingsplan ziet op het mogelijk maken van de realisatie van een nieuwe busremise voor elektrische bussen . Aan de nieuwe busremise voor elektrische bussen is de bestemming Bedrijf toegekend. Deze bestemming komt overeen met het geldende bestemmingsplan 'Verbrede reikwijdte Schiermonnikoog - Dorp'. Echter is op deze locatie alleen een busremise voor elektrische bussen toegestaan. Ook wegen zijn binnen de bestemming toegestaan en in ieder geval ter plaatse van de aanduiding 'weg'. Naast de weg zullen bermen worden aangelegd. In de specifieke gebruiksregels zijn drie voorwaardelijke verplichtingen opgenomen. Ten eerste dienen elektrische werktuigen te worden gebruikt bij de aanleg- en bouwfase. Dit heeft te maken met de eisen die volgen uit de AERIUS-berekening. Zie hiervoor paragraaf 4.6. Ten tweede is geborgd dat de landschappelijke inpassing wordt gerealiseerd en instandgehouden. Tot slot is geborgd dat er een geluidsscherm komt. Groen De busremise voor elektrische bussen wordt rondom voorzien van groenvoorzieningen, zoals extensief beheerd gras, hagen en inheemse beplanting. Deze groenvoorzieningen zijn geregeld binnen de bestemming Groen.

5.4

Bestemmingsplanprocedure

In de Wro en het Bro zijn wettelijke regels voor de bestemmingsplanprocedure vastgelegd. Hierin zijn de volgende fasen onderscheiden: Voorbereidingsfase De gemeente voert ten behoeve van de voorbereiding van een bestemmingsplan onderzoek uit naar de bestaande situatie en de mogelijke (ruimtelijke) ontwikkelingen in de gemeente. De gemeente stelt voor het overleg op grond van artikel 3.1.1 van het Bro haar voornemen beschikbaar aan de besturen en diensten van hogere overheden. De gemeente geeft een reactie op mogelijke reacties die voor zover noodzakelijk worden verwerkt in de regels en verbeelding. Terinzageleggingsfase Na de aankondiging op de website www.officielebekendmakingen.nl wordt het ontwerpbestemmingsplan voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd. In deze periode kan door iedereen een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan worden ingediend. Vaststellingsfase Na de periode van terinzagelegging stelt de gemeenteraad het ontwerpbestemmingsplan, mogelijk met wijzigingen, binnen een periode van ten hoogste 12 weken vast. Beroepsfase

42

bestemmingsplan Schiermonnikoog - Busremise

Na de vaststelling van het bestemmingsplan maakt de gemeenteraad het vaststellingsbesluit bekend en legt het vastgestelde bestemmingsplan ter inzage. Dit gebeurt als volgt: Indien Gedeputeerde Staten (GS) of de Inspectie voor Leefomgeving en Transport (ILT) een zienswijze hebben ingediend die door de gemeenteraad niet volledig is overgenomen of indien de gemeenteraad het bestemmingsplan gewijzigd heeft vastgesteld, geschiedt bekendmaking en terinzagelegging 6 weken na vaststelling. Indien het bestemmingsplan ongewijzigd is vastgesteld en er gehoor is gegeven aan eventuele zienswijzen van GS en/of de ILT wordt het vaststellingsbesluit door de gemeenteraad uiterlijk 2 weken na vaststelling bekend gemaakt. Tevens wordt uiterlijk 2 weken na vaststelling het bestemmingsplan ter inzage gelegd. Uiterlijk 6 weken na bekendmaking van het vaststellingsbesluit kan er door belanghebbenden beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS). Indien geen beroep tegen het vastgestelde bestemmingsplan is ingediend, is het bestemmingsplan na afloop van de beroepstermijn onherroepelijk.

5.5

Coördinatieregeling

Op het voorliggende bestemmingsplan en op de omgevingsvergunning voor de bouw van het plan Schiermonnikoog - busremise, is door de gemeenteraad van Schiermonnikoog op 26 juni 2023 de coördinatieregeling op grond van artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing verklaard. Artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening stelt twee eisen aan de toepassing van de coördinatieregeling. Het moet gaan om de verwezenlijking van gemeentelijk beleid en het moet wenselijk zijn om de gecoördineerde besluitvorming in te zetten voor de verwezenlijking van dat beleid. Coördinatie is alleen toegestaan wanneer een bestemmingsplan en een omgevingsvergunning deel uitmaken van de te coördineren besluiten. Het bestemmingsplan is vereist om te waarborgen dat het om uitvoering van gemeentelijk beleid gaat. Als er op uitvoering gerichte elementen in het bestemmingsplan voorkomen, is het wenselijk om in één procedure zowel de planologische wijziging - het bestemmingsplan als de concrete uitwerking in de vorm van een bouwplan te regelen. Daarmee is de samenhang tussen de besluiten maximaal zichtbaar. Het voorliggende plan voldoet aan de wettelijke eisen om de coördinatieregeling te kunnen toepassen. De efficiënte procedure van de coördinatieregeling zorgt naar verwachting voor effincientere planontwikkeling, reductie in procedure en bestuurlijke kosten.

43

bestemmingsplan Schiermonnikoog - Busremise

44

bestemmingsplan Schiermonnikoog - Busremise

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld omdat de Provincie Fryslân voornemens is een nieuwe busremise voor elektrische bussen te realiseren aan de Knuppeldam in Schiermonnikoog.

6.1

Economische uitvoerbaarheid

Onderzoeks- en plankosten De kosten voor het verrichten van de noodzakelijke onderzoeken ten behoeve van de planvorming vanwege dit bestemmingsplan worden door de Provincie Fryslân gedragen. Dit geldt eveneens voor de gebruikelijke kosten voor de ambtelijke planbegeleiding. Planschade Door het opstellen van dit bestemmingsplan voor de betreffende gronden is de kans aanwezig dat door eigenaren van gronden in de directe omgeving van het plangebied bij de gemeente op grond van artikel 6.1 Wro een verzoek tot tegemoetkoming in planschade wordt ingediend. Diegenen die schade ondervinden aan de hand van de bestemmingsplanherziening, omdat hun onroerend goed in waarde vermindert, kunnen de schade verhalen (voor zover deze redelijkerwijs niet voor de aanvrager behoort te blijven) wanneer dit boven de 2% van de waarde van het onroerend goed uitkomt. Exploitatieplan Op grond van artikel 6.12 Wro stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. Wat onder een bouwplan moet worden verstaan, is in artikel 6.2.1 Bro aangegeven. Doel van een grondexploitatieregeling is het inzichtelijk maken van de financiële haalbaarheid en het bieden van meerdere mogelijkheden voor het kostenverhaal, waardoor er meer sturingsmogelijkheden zijn.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de weg waarlangs kosten anderszins zijn verzekerd (bijvoorbeeld door het sluiten van een overeenkomst). In geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden. De grond in het plangebied is volledig in eigendom van de gemeente Schiermonnikoog. Het kostenverhaal is dan ook anderszins verzekerd middels verrekening bij de gronduitgifte. De financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is aangetoond via de gemeentelijke grondexploitatie. De grondopbrengsten vanuit de gronduitgifte zijn naar verwachting voldoende om de kosten van grondexploitatie af te dekken. Conclusie Zowel de kosten als de afwenteling van planschade worden door de Provincie Fryslân gedragen. Op basis van deze overweging dient het planvoornemen van dit bestemmingsplan economisch als uitvoerbaar te worden geacht. Ook is het exploitatieplan naar aanleiding van de Grondexploitatiewet niet noodzakelijk. Het voorgaande betekent dat dit bestemmingsplan niet door onvoldoende economische uitvoerbaarheid wordt belemmerd.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Wettelijk vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Bro verplicht om bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te voeren met het Rijk, de provincie en het waterschap. Facultatief kan overleg worden gevoerd met andere maatschappelijke organisaties. Dit overleg is vormvrij en de betreffende instanties kunnen ook aangeven wanneer overleg niet nodig is. Het bestemmingsplan is aan de overlegpartners toegezonden. De binnengekomen overlegreacties zijn als "Bijlage 13 Nota vooroverlegreacties" bijgevoegd. Van de volgende overlegpartners is een reactie ontvangen:

45

bestemmingsplan Schiermonnikoog - Busremise

Provincie Fryslân Soortenbescherming In het voorontwerp wordt gesproken over een aanvullend onderzoek, voor het vervolg van de procedure adviseren wij u om dit vervolg onderzoek onderdeel te laten uitmaken van het bestemmingsplan. Gemeentelijke beantwoording Het bestemmingsplan is aangevuld met het vervolgonderzoek in de bijlagen bij de toelichting van het plan. In paragraaf 4.6 is ingegaan op de resultaten en conclusies uit het onderzoek. EHS beheergebied In de toelichting wordt weinig tot geen aandacht besteed aan de afweging EHS. Wij adviseren u om hier alsnog een motivering toe te voegen zoals die wordt gevraagd op basis van artikel 7.1.7. van de Verordening Romte Fryslan. Hierbij zou u gedeeltelijk gebruik kunnen maken van de motivering die u ook heeft gebruikt voor de Laddertoets. Gemeentelijke beantwoording In paragrafen 3.2.3 en 4.6 is in kader van het aspect ecologie aandacht besteedt aan de afweging van de EHS/het NNN. Hierbij is nader ingegaan op artikel 7.1.7 van de Verordening Romte Fryslân. Wetterskip Fryslân Wetterskip Fryslân vraagt om de waterparagraaf en/of regels van het concep-bestemmingsplan op onderstaande punten uit te breiden en aan te passen. Compensatie toename verharding De compensatiemaatregel bestaat uit het aanleggen van een tank om overtollige hemelwater op te vangen.

Deze maatregel sluit aan bij onze visie om water zoveel mogelijk vast te houden. Wel hebben we de volgende opmerking. Het ons niet duidelijk of het aantal, m3 , van de tank toereikend is om het overtollig hemelwater op te vangen wat vrijkomt door de toename verharding, m2 ; Bij de het indienen van het plan bij digitale Watertoets is aangeven om aan de westelijke zijde van het plangebied wordt een greppel/wadi te realiseren. Dit komt niet terug in het concept-bestemmingsplan; Gemeentelijke beantwoording De paragraaf 4.7 Water is op basis van deze opmerking aangevuld. Er is onderbouwd op welke manier- en hoeveel m3 compensatie er plaatsvindt. Thema klimaat Graag vragen we aandacht voor het thema klimaat zoals beschreven in de gezamenlijke visie 'Fryslân klimaatbestendig 2050+' en de Friese klimaatatlas. Gemeentelijke beantwoording De paragraaf 4.7 Water' is op basis van deze opmerking aangevuld. Onderbouwd is op welke wijze er rekening wordt gehouden met het thema klimaat. Wat voor klimaatadaptieve maatregelen worden er genomen in dit plan; De planlocatie ligt in een gebied met kans op wateroverlast Uit de beoordeling van de Friese klimaatatlas blijkt dat er kans is op wateroverlast voor deze locatie, zie figuur 1.

Wat voor maatregelen worden er uitgevoerd om dit in de toekomst tegen te gaan, bijvoorbeeld door het aanleggen van extra waterberging of zoals eerder vermeld bij de digitale Watertoets de

46

bestemmingsplan Schiermonnikoog - Busremise

verharding op het terrein waterdoorlatend. Gemeentelijke beantwoording De paragraaf 4.7 Water' is op basis van deze opmerking aangevuld. Onderbouwd is welke klimaatadaptieve maatregelen er worden getroffen om de bovengenoemde potentiële wateroverlast tegen te gaan. Regulier onderhoud aan de nabijgelegen sloot Bij het doornemen van het inpassingsplan hebben we nog een vraag over hoe het onderhoud van de sloot wordt uitgevoerd en hoe dit is geborgd; Gemeentelijke beantwoording De waterpartij is ter compensatie voor de woningbouw aangelegd. Vanaf die zijde zal dus ook het onderhoud moeten plaatsvinden. Aan de noordzijde kan de gemeente hier deels een bijdrage aan doen. Bij deze ontwikkeling kan de gemeente het onderhoud echter niet geheel oplossen. In een eerder stadium tijdens het planproces is steeds aangegeven dat onderhoud vanaf beide zijden plaatsvindt. Qua breedte was het niet mogelijk het geheel vanaf één zijde te onderhouden. In de ontwikkeling van de woningbouw dient hier rekening mee te worden gehouden. Grondwateronttrekking Bij de bouwfase vragen wij om rekening te houden met grondwateronttrekkingen en deze zoveel mogelijk te beperkingen om de zoetwaterbel op het eiland te beschermen. Gemeentelijke beantwoording De gemeente neemt deze opmerking ter kennisname aan.

Vuilwaterlozing op RWZI Komt er bij deze inrichting extra afvalwater vrij en is dit afgestemd op de zuiveringscapaciteit van de rioolwaterinstallatie, RWZI, op het eiland. Gemeentelijke beantwoording Bij de inrichting van het plangebied zal geen extra afvalwater vrijkomen. Hemelwater wordt opgevangen en voorgezuiverd door een wadi en waterdoorlatende grastegels. Er is geen sprake van activiteiten die extra afvalwater veroorzaken. Liander Vanuit Liander zijn er geen planologische opmerkingen op het concept bestemmingsplan. Gemeentelijke beantwoording Deze reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. Natuurmonumenten De reactie van natuurmonumenten heeft betrekking op de volgende aspecten: 1. Uit de stukken komt naar voren dat op basis van de toelichting op de omgevingsaspecten er geen sprake is van negatieve effecten op de Natura 2000 gebieden. Ik zie dan ook vanuit NM geen geldende reden om bezwaar te maken tegen het plan. 2. Naast de eerder in ons overleg aangedragen aandachtspunten, is ons voornaamste aandachtspunt de aanrijroute. We moeten wel goed afspreken dat de bussen (maar ook de buschauffeurs die van en naar hun werk gaan) gebruik maken van het oostelijke pad en niet via het toegangspad van NM.

47

bestemmingsplan Schiermonnikoog - Busremise

3. Verder aandachtspunt is dat er bij de beplanting rondom de garage geen invasieve exoten worden aangeplant. Gemeentelijke beantwoording Ad 1. Deze reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. Ad 2. De ontsluiting van de busremise voor elektrische bussen is planologisch nu al voldoende geregeld binnen de bestemming 'Bedrijf' in het geldende bestemmingsplan. Echter moet ook geregeld worden dat de busremise voor elektrische bussen gebruik mag maken van de gronden van Staatsbosbeheer. Hiervoor wordt een erfdienstbaarheid in de vorm van een recht van overpad gevestigd op de percelen ten behoeve van de busremise. Ad 3. Bij de beplanting rondom de busremise voor elektrische bussen worden geen invasieve exoten aangeplant. Rijkswaterstaat Rijkswaterstaat heeft aangegeven dat In het geval de busremise alleen gesitueerd is aan de Knuppeldam, er vanuit RWS geen opmerkingen zijn omdat RWS op deze locatie niet het bevoegde gezag is. Gemeentelijke beantwoording Deze reactie wordt voor kennisgeving aangenomen. Tervisielegging ontwerpbestemingsplan Het bestemmingsplan wordt te zijner tijd als ontwerp ter inzage gelegd.

48

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Schiermonnikoog&id=c62b9921-b2bd-4a9f-9b48-d7434795f1ad