CConstaterende datSchiermonnikoog
Koppel je AI →
Document · PDF

2.2. Schiermonnikoog - Busremise_ontwerp_3_Toelichting

Raadsvergadering 19 maart 2024, gemeente SchiermonnikoogBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Schiermonnikoog - Busremise16.471 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

bestemmingsplan Schiermonnikoog - Busremise ontwerp

bestemmingsplan Toelichting

Schiermonnikoog - Busremise ontwerp

bestemmingsplan Schiermonnikoog - Busremise

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Leeswijzer

7 7 7

Hoofdstuk 2 Planvoornemen 2.1 Ligging en begrenzing plangebied 2.2 Huidige situatie 2.3 locatiekeuze 2.4 Toekomstige situatie 2.5 Landschappelijke inpassing

9 9 9 11 13 16

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid 3.4 Conclusie

17 17 20 23 24

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Bodem 4.2 Bedrijfshinder en milieuzonering 4.3 Geluidhinder 4.4 Erfgoed 4.5 Externe veiligheid 4.6 Ecologie 4.7 Water 4.8 Luchtkwaliteit 4.9 Verkeer en parkeren 4.10 M.e.r.-verantwoording

25 25 26 29 30 32 33 35 37 37 40

Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Plansystematiek 5.2 Toelichting op de regels 5.3 Toelichting op de bestemming 5.4 Bestemmingsplanprocedure 5.5 Coördinatieregeling

41 41 41 42 42 43

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

45 45 45

3

bestemmingsplan Schiermonnikoog - Busremise

4

bestemmingsplan Schiermonnikoog - Busremise

Toelichting

5

bestemmingsplan Schiermonnikoog - Busremise

6

bestemmingsplan Schiermonnikoog - Busremise

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Het openbaar vervoer op Schiermonnikoog wordt momenteel in opdracht van de provincie Fryslân door een busmaatschappij uitgevoerd. Geheel in lijn met het gemeentelijke en provinciale beleid wordt dit zo duurzaam mogelijk ingevuld met elektrische bussen. Voor het stallen en laden van de bussen wordt in de huidige situatie gebruik gemaakt van de bestaande busremise aan de Oosterreeweg. De huidige remise - in eigendom van Arriva - is sterk verouderd en omringd door woningen. Om bij toekomstige aanbestedingen van busvervoer 'level playing field' voor alle busmaatschappijen te hebben, is het de wens van de provincie om een eigen busremise op Schiermonnikoog te realiseren. Ook in de toekomst zullen op Schiermonnikoog elektrische bussen worden ingezet voor het openbaar vervoer. De nieuwe busremise bestaat uit opstelplaatsen voor bussen met oplaadpunten en een voorzieningengebouw met werkplaats, kantoor, kantine en andere bijbehorende voorzieningen. Voor de nieuwe busremise is gezocht naar een alternatieve locatie. Hiertoe is een locatiestudie verricht die ingaat op diverse potentiële locaties voor een busremise voor elektrische bussen in Schiermonnikoog. Hierbij is een uitgebreide raadpleging geweest van de wensen van bewoners, eigenaren van een vakantiehuis op Schiermonnikoog en bezoekers van het eiland.

Naar aanleiding van het voorgaande is gekozen voor een nieuwe busremise aan de Knuppeldam. Op grond van het geldende bestemmingsplan is deze ontwikkeling niet mogelijk. Een nieuw bestemmingsplan is nodig om de nieuwe busremise op de locatie te kunnen realiseren. Voorliggend plan voorziet daarin.

1.2

Leeswijzer

De toelichting van dit bestemmingsplan is opgedeeld in zes hoofdstukken. Na deze inleiding volgt een planbeschrijving. Hoofdstuk drie geeft een beschrijving van het huidige beleid dat op het plangebied van toepassing is. In hoofdstuk vier wordt verslag gedaan van het onderzoek naar de randvoorwaarden en belemmeringen die vanuit verschillende planologische en milieukundige toetsingskaders gelden. Hoofdstuk vijf bestaat uit een juridische toelichting op het bestemmingsplan en hoofdstuk zes gaat in op zowel de maatschappelijke als de economische uitvoerbaarheid van het plan.

7

bestemmingsplan Schiermonnikoog - Busremise

8

bestemmingsplan Schiermonnikoog - Busremise

Hoofdstuk 2 2.1

Planvoornemen

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied is gelegen aan de oostkant van het dorp van Schiermonnikoog. De dorpskern bevindt zich aan de westkant van het eiland. Op onderstaande fragment is de ligging en begrenzing van het plangebied weergegeven. De exacte begrenzing blijkt uit de verbeelding van dit bestemmingsplan.

Figuur 1: Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied is gelegen aan de Knuppeldam en heeft betrekking op een perceel met een agrarische bestemming (op dit moment is er geen agrarische activiteit) ten zuiden van het terrein voor de brandweerkazerne en de ambulancepost. Het plangebied wordt aan de westelijke zijde begrensd door een kinderboerderij en aan de zuidzijde door een gegraven sloot met daarachter de locatie Schiermonnikoog Oost waar woningen gebouwd worden. De agrarische gronden ten oosten van het plangebied hebben een open en weids karakter.

2.2

Huidige situatie

In de bestaande situatie is het plangebied braakliggend.

9

bestemmingsplan Schiermonnikoog - Busremise

Figuur 2 plangebied met zicht op nieuwbouw ten zuiden van het plangebied

Figuur 3: plangebied met zicht op de bebouwing van de kazerne

10

bestemmingsplan Schiermonnikoog - Busremise

Figuur 4: gegraven watergang ten zuiden van het plangebied

In verband met compensatie van de woningbouw in Schiermonnikoog-Oost is extra oppervlaktewater gerealiseerd in de vorm van een waterpartij. Deze waterpartij loopt langs het zuidelijke deel van het plangebied en vormt daardoor een natuurlijke grens van de locatie.

2.3

locatiekeuze

Om een geschikte locatie aan te kunnen wijzen voor de toekomstige busremise voor elektrische bussen op Schiermonnikoog, zijn diverse locaties tegen elkaar afgewogen. Deze afweging komt mede voort uit een locatiestudie die in 2017 is uitgevoerd. De locatiestudie is als Bijlage 1 bij de toelichting opgenomen. In het onderstaande wordt ingegaan op de locatiestudie en de daaruit voortvloeiende overwegingen. Melle Grietjespad Deze locatie werd eerder al aangewezen voor toekomstige bedrijvigheid in het Structuurplan Schiermonnikoog uit 2005. In het structuurplan werd de vestiging van een busremise niet uitgesloten. Er zou wel een beperkte uitbreiding van het bedrijventerrein nodig zijn die landschappelijk zorgvuldig zou moeten worden ingepast. Bovendien zou de ontsluiting van deze locatie ingrijpend moeten worden aangepast. De realisatie van een dergelijke ontsluiting zou niet haalbaar zijn op korte termijn en binnen de looptijd van het planproces. Bovendien was er vanuit omwonenden en andere belanghebbenden geen draagvlak voor de benodigde nieuwe ontsluitingsweg. Huidige locatie De locatie van de huidige busremise is te klein. Uitbreiding is niet mogelijk. Bij handhaving van de huidige locatie zou de nieuwe busremise moeten worden aangepast om te kunnen voldoen aan de eisen die een dergelijke remise stelt.

Bovendien ligt de locatie tegen aan woonwijk aan, wat tot extra hinder zou kunnen leiden, gelet op de potentiële hinderbronnen van de nieuwe remise.

11

bestemmingsplan Schiermonnikoog - Busremise

Bedrijventerrein Veerdam Deze locatie gaat ten koste van agrarische grond. Deze grond is nog volledig in gebruik. Er zal tevens een ontsluitingsweg aangelegd moeten worden. De locatie zal ook meer verkeersbewegingen opleveren en van invloed zijn op de bedrijfsvoering van de busmaatschappij. Ook zou mogelijk aanpassing van afvaarttijden van de veerdienst nodig zijn indien voor deze locatie gekozen zou worden. Ruimtelijk zal veel aandacht aan een goede inpassing besteed moeten worden. Keuze voor deze locatie zou leiden tot aanzienlijke investeringen die alvorens realisatie nodig zouden zijn. Oude brandweerkazerne Het gebruik van het terrein van de oude brandweerkazerne zou op het vlak van ontsluiting problemen opleveren. De ontsluiting is in principe mogelijk via de Torenstreek/Noorderstreek. Deze wegen zijn echter (te) smal voor busverkeer en met name indien de wegen een grotere intensiteit krijgen. Bovendien is de constructie van de wegen ongeschikt voor intensief busverkeer. Ook levert de aanwezigheid van het dorpshuis met onder andere de functie van een bibliotheek aanzienlijk langzame verkeersstromen op, die moeten doorkruisen met busstromen. Gelet op het voorgaande is een toename van busverkeer op deze plek ongewenst. Zoeklocaties Langs de Heereweg zijn nog een aantal zoeklocaties aangewezen. Deze zoeklocaties bevinden zich allemaal buitenstedelijk, op agrarische grond.

Door voor deze locatie te kiezen zou er agrarische grond verloren gaan. Grond die thans nog volledig in gebruik is. Daarnaast is een goede ruimtelijke inpassing, mede met oog op de buitenstedelijke ligging los van de bebouwde kom, hier lastig (financieel) uitvoerbaar. Overige locaties De nieuwe busremise is, gezien de aard, omvang en geluidsbelasting die zij meebrengt geen functie die elders in de dorpskern van Schiermonnikoog passend is. Dit doordat milieugevoelige objecten in het dorp op korte afstand van elkaar gesitueerd zijn en er binnen de dorpskern nergens kavelruimte beschikbaar is die van dusdanige omvang is dat de busremise voor elektrische bussen daarin kan worden voorzien. Gekozen locatie aan de Knuppeldam De locatie aan de Knuppeldam is gunstig gelegen nabij hoofdinfrastructuur en de bestaande lijnvoering van de bussen. Ook is deze locatie op het vlak van verkeersveiligheid en bereikbaarheid goed inpasbaar. Bovendien sluit de te realiseren bedrijfsbestemming van de busremise aan op de bestaande bedrijfsbestemming van de ambulancepost en brandweerkazerne. De locatie sluit dan ook goed aan op bestaande bedrijvigheid aan de rand van de dorpskern. Uit de verkregen informatie uit de enquête en de klankbordgroep kan daarnaast worden geconcludeerd dat de andere oplossingsrichtingen niet uitvoerbaar zijn zonder andere (vergaande) maatregelen.

Naast het voorgaande wordt recent ten zuiden van het plangebied ook al een woningbouwplan gerealiseerd (woningbouwlocatie oost). Het plangebied is daardoor op dit moment gelegen tussen stedelijke functies en is daarmee feitelijk al gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied. Door te kiezen voor deze locatie wordt verdere uitbreiding van de bebouwde kom van Schiermonnikoog dan ook voorkomen. Voorts dient te worden opgemerkt dat, in het kader van de locatiekeuze, een raadpleging heeft plaatsgevonden van de wensen van bewoners, eigenaren van een vakantiehuis op Schiermonnikoog en bezoekers van het eiland. Er is onder meer een enquête geweest. Ook heeft een klankbordgroep meegedacht over de locatie. De gemeenteraad heeft op 6 juli 2021 besloten dat de busremise verplaatst wordt naar de Knuppeldam. Gelet op het voorgaande wordt de locatie aan de Knuppeldam als meest realistische locatie voor de vestiging van de busremise voor elektrische bussen bevonden.

12

bestemmingsplan Schiermonnikoog - Busremise

2.4

Toekomstige situatie

In de toekomstige situatie is de busremise met bijbehorende voorzieningen in het plangebied gerealiseerd. Het planvoornemen voorziet in: parkeer/stalmogelijkheid voor zes bussen; oplaadvoorzieningen voor elektrische bussen; een werkplaats waar een bus in kan worden gereden voor klein onderhoud; een kantoor/kantine/kleedruimte; parkeerruimte voor maximaal twee personenauto's; stallingsmogelijkheden voor fietsen; landschappelijke inpassing van de mogelijk te maken functies. Farsk Architecten heeft in opdracht van de provincie Fryslân een stedenbouwkundig ontwerp gemaakt. Dit ontwerp is in Bijlage 2 te raadplegen. In het onderstaande is een uitsnede van het ontwerp weergegeven.

Figuur 5: stedenbouwkundige inrichtingstekening (bron: Farsk architecten)

13

bestemmingsplan Schiermonnikoog - Busremise

Op figuur 5 is te zien dat er parkeermogelijkheden voor zes bussen aanwezig zijn in het zuidelijke deel van het plangebied. De meest oostelijke parkeerplek wordt tevens gebruikt als wasplek voor de bussen. Ten oosten van de parkeerplaatsen is een kleine werkplaats aanwezig waar de bussen voor kleinschalig onderhoud terecht kunnen. In ditzelfde gebouw zit het kantoor, de kantine en de kleedruimte. Voor het gebouw is voorzien in parkeerruimte voor twee personenauto's. Het dak van het gebouw wordt mede gebruikt voor het opwekken van zonne-energie door toepassing van zonnepanelen. In dit bestemmingsplan is een maximale goothoogte van 4 meter opgenomen. De maximale bouwhoogte bedraagt 6,5 meter. In het beoogde bouwplan heeft enkel de westgevel een goothoogte van 4 meter. Ten westen van de meest westelijke parkeerplaats voor de elektrische bussen is een trafogebouwtje ingepast. De hoogte (boven maaiveld) hiervan bedraagt circa 2 meter. Ten zuiden van de busremise voor elektrische bussen wordt een Kokowall geluidsscherm gerealiseerd. Dit zorgt naast een afschermende werking voor de planologisch toegestane woningen in het bestemmingsplangebied 'Schiermonnikoog - Woningbouwlocatie Oost', tevens voor een afschermende werking in relatie tot lichthinder van de koplampen van de bussen. In het onderstaande is een aantal sfeerimpressies van de toekomstige busremise weergegeven.

Figuur 6: referentiebeeld toekomstige busremise (bron: Farsk architecten)

14

bestemmingsplan Schiermonnikoog - Busremise

Figuur 7: referentiebeeld busparkeren (bron: Farsk architecten)

Figuur 8: vogelvluchtperspectief busremise (bron: Farsk architecten)

Oplaadsystemen Bij de busremise komen laadvoorzieningen voor de elektrische bussen. Deze voorzieningen zijn geen onderdeel van het gebouw, maar bevinden zich nabij de parkeerplaatsen van de bussen. De keuze voor elektrische bussen is een logische keuze op het eiland dat als doelstelling heeft om zelfvoorzienend te zijn op het gebied van energieopwekking. Andere vormen van duurzame aandrijving van vervoermiddelen zijn op het eiland niet voor de hand liggend. De vervoersbewegingen op het eiland zijn beperkt. Het zal niet rendabel of uitvoerbaar zijn om waterstof op het eiland te introduceren. Ontsluiting De ontsluiting van de busremise voor elektrische bussen is planologisch binnen de bestemming 'Bedrijf' in het geldende bestemmingsplan. Echter moet ook geregeld worden dat de busremise voor elektrische

15

bestemmingsplan Schiermonnikoog - Busremise

bussen gebruik mag maken van de gronden van Staatsbosbeheer. Hiervoor wordt een erfdienstbaarheid in de vorm van een recht van overpad gevestigd op de percelen ten behoeve van de busremise. Op deze wijze is het een en ander privaatrechterlijk geregeld.

2.5

Landschappelijke inpassing

De busremise wordt landschappelijk ingepast. De landschappelijke inpassing is weergegeven op figuur 5. Volledigheidshalve is de landschappelijke inpassing ook als bijlage bij de regels ingevoegd. Aan de westzijde word inheems struweel met enkele bomen aangeplant. Zodoende wordt de busremise afgeschermd van de ten westen van het plangebied gelegen kinderboerderij en woningen. Tevens zorgt deze beplanting voor een groene doorkijk vanaf de Oosterreeweg. Ten westen van het inheems struweel bevindt zich een bloemenweide. Het overige terrein om de busremise voor elektrische bussen bestaat uit gras dat regelmatig gemaaid zal worden. Tevens zal het eerdergenoemde geluidsscherm ten zuiden van de busremise voor elektrische bussen worden ingepast met behulp van klimplanten. Aan de oostzijde van het plangebied wordt een haag van 1,20 m hoog ingepast. Deze beplanting zorgt ervoor dat de lichtuitstraling van de busverlichting op het nabijgelegen weidevogelgebied wordt beperkt. In het verlengde van deze haag wordt in de zuidelijke richting een nieuwe bomenrij gerealiseerd, zodat ook uitstraling van licht vanuit gebruik gebouw en terreinverlichting wordt beperkt. Het voorgaande is uitgewerkt in een beplantingsplan. Dit beplantingsadvies zal als bijlage bij het indienen van de uiteindelijke omgevingsvergunning worden gevoegd.

Voorts wordt ten oosten van het gebouw van de busremise een wadi gerealiseerd. Deze wadi zal zorgen voor regenwateropvang en infiltratie. Dit draagt bij aan een klimaatbestendige inrichting van het plangebied. Regenwater van het gebouw wordt opgevangen en opgeslagen voor gebruik van voorzieningen van het gebouw. De wadi is een overloop van regenwater op het terrein en als overloop voor de ondergrondse wateropslag. Er worden tevens infiltratiekratten toegepast nabij de wadi.

16

bestemmingsplan Schiermonnikoog - Busremise

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan ingespeeld worden op de grote uitdagingen die voorliggen. Allerlei trends en ontwikkelingen van Nederland hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want de ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI wordt een proces in gang gezet waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt. De NOVI komt voort uit de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking treedt.

De NOVI vervangt, samen met het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL) de SVIR, het Barro en het Bro. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie duurzaam economisch groeipotentieel sterke en gezonde steden en regio's toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win-situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoekt de rijksoverheid naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. In de NOVI zijn transformatiegebieden aangewezen in de bestaande gebouwde omgeving waar grootschalige woningbouwgebieden moeten worden gerealiseerd. Schiermonnikoog is niet aangewezen als NOVI gebied.

De beoogde ontwikkeling zoals benoemd in Hoofdstuk 2 heeft geen raakvlakken met het beleid zoals benoemd in de NOVI

17

bestemmingsplan Schiermonnikoog - Busremise

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

De Wet ruimtelijke ordening (Wro) biedt de basis voor het stellen van algemene regels, op te nemen in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). Die regels richten zich primair op gemeenten, die het eerstverantwoordelijke overheidsniveau zijn voor het bepalen van de inhoud van ruimtelijke plannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel bekend onder de naam AMvB Ruimte, zijn de nationale belangen uit de SVIR voorzien van juridische kaders, waarmee de doorwerking van de nationale belangen op ruimtelijk gebied is geborgd. Relatie met het planvoornemen Het plangebied is gelegen in een radarverstoringsgebied. Gelet op de maximale bouwhoogte van de busremise en de al reeds aanwezige bebouwing blijkt dat het niet in strijd is met de regels uit het Barro. 3.1.3

Ladder duurzame verstedelijking

De Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimte-gebruik, met een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. De tekst uit het Bro luidt als volgt: ''De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied'. De Ladder is onder andere van toepassing op ontwikkelingen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij het bepalen óf en hoe de Ladder moet worden toegepast zijn de volgende aspecten van belang: 1. Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? 2. Is de stedelijke ontwikkeling nieuw? 3. Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? 4. Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? 5. Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? De Ladder is kaderstellend voor juridisch verbindende ruimtelijke plannen van de centrale overheden, zoals bestemmingsplannen en projectbesluiten.

In het kader van dit bestemmingsplan moeten de treden van de Ladder worden doorlopen. Het doel van de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hiermee wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Afweging 1. Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? De handreiking begint met de vraag om wat voor een plan het gaat. In dit geval betreft het de realisatie van een busremise met bijbehorende kantoor/werkplaats. Het gaat om de bestemming 'bedrijf' waarbij in de regels expliciet is bepaald dat het een busremise voor elektrische bussen betreft. Indien het plan voorziet in de toevoeging van een gebouw, dan ligt de ondergrens 'in beginsel' bij een bruto-vloeroppervlakte van minder dan 500 m2 . De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de toevoeging van een gebouw (de werkplaats/kantoor). Dit gebouw heeft een kleinere oppervlakte dan 500 m2 . Voor gebouwen blijft het planvoornemen dus ruimschoots onder de ondergrens. Het planvoornemen voorziet echter ook in de vorm van een terrein. Voor dergelijke ontwikkelingen is in beginsel geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als het ruimtebeslag minder dan 500 m2 bedraagt.

De voorgenomen ontwikkeling maakt nieuw gebruik mogelijk op een terrein dat een grotere oppervlakte dan 500 m2 beslaat. Er is derhalve sprake van een stedelijke ontwikkeling.

18

bestemmingsplan Schiermonnikoog - Busremise

2. Is de stedelijke ontwikkeling nieuw? De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. In dit geval is sprake van een braakliggend agrarisch perceel zonder bouwvlak. Met voorliggend bestemmingsplan wordt een specifieke bedrijfsbestemming aan het plangebied toegekend. Dit voorziet onder andere in een nieuwe werkplaats ten behoeve van de busremise. Met deze ontwikkeling neemt het planologisch ruimtebeslag toe. Er is derhalve sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. 3. Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Het ruimtelijk verzorgingsgebied van de stedelijke ontwikkeling bepaalt tot welk gebied de beschrijving van de behoefte zich moet uitstrekken. De begrenzing van de regio is dus afhankelijk van de aard en omvang van het programmaonderdeel dat als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. In dit geval gaat om het eiland Schiermonnikoog, zonder de daarbij horende wateren. 4. Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? De provincie Fryslân heeft aangegeven een nieuwe busremise te willen realiseren voor de elektrische bussen die op het eiland rijden.

De bestaande busremise is verouderd en heeft deels laadvoorzieningen aan de doorgaande weg. Onder andere vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid is dit niet doelmatig. Voorts is op Schiermonnikoog een geslotenverklaring voor motorvoertuigen van kracht. Deze geslotenverklaring geldt voor auto's, motoren, vrachtwagens, brommers en snorfietsers. Dit betekent dat een ontheffing noodzakelijk is om met de auto naar het eiland te komen. De gemeente kent een permanente ontheffing voor eilanders en bedrijven. Inwoners van Schiermonnikoog mogen per adres één auto op het eiland hebben. Daarnaast bestaat er een tijdelijke ontheffing voor veertien dagen. De gemeente Schiermonnikoog kent dan ook een autoluw karakter. Gelet hierop kan het toeristisch recreatief aantrekkelijke Schiermonnikoog niet zonder busvervoer. Naar aanleiding daarvan moest worden gezocht naar een andere locatie waar een nieuwe busremise voor elektrische bussen kan worden gerealiseerd. Uit de voorgaande alinea's blijkt dat er op Schiermonnikoog behoefte is aan realisatie van een nieuwe, toekomstbestendige busremise op de voorgenomen locatie. 5. Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? Om te kunnen bepalen of de ontwikkeling plaatsvindt in bestaand stedelijk gebied, moet eerst worden bepaald wat het 'bestaand stedelijk gebied' precies is.

Hiervoor kunnen de algemene bepalingen uit het Besluit ruimtelijke ordening worden geraadpleegd. In het Besluit ruimtelijke ordening wordt de volgende definitie van bestaand stedelijk gebied gegeven (artikel 1.1.1 lid 1 aanhef en onder h): "een stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel en horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur." Het plangebied is gelegen aan de rand van de kern van Schiermonnikoog dorp. De locatie is gelegen tussen twee gebieden waar al stedelijke functies zijn gesitueerd: het terrein van de Brandweerkazerne/ambulancepost en de nieuwe woningbouwlocatie 'Oost'. Bovendien vindt ontsluiting plaats via het bestaand stedelijk gebied. Er wordt derhalve gesteld dat er geen sprake is van een situatie in het landelijk gebied. De provinciale kaart die het bestaand stedelijk gebied van de provincie Fryslân aanwijst is niet meer actueel, nu de nieuwe uitbreidingswijk 'Oost' wordt/is gerealiseerd. De uitbreiding heeft er dan ook voor gezorgd dat het plangebied gaat behoren tot het bestaand stedelijk stelsel. Eindconclusie Ladder duurzame verstedelijking De eindconclusie is dat dit bestemmingsplan voldoet aan de eisen van de Ladder. De geplande ontwikkeling

19

bestemmingsplan Schiermonnikoog - Busremise

is daarmee gebaseerd op een zorgvuldig gebruik van de ruimte.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Fryslân 2021

Op 21 oktober 2020 is de omgevingsvisie Fryslân vastgesteld. In deze visie wordt het beleid beschreven dat laat zien hoe de provincie dit voor ogen heeft als de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking treedt. De provincie heeft 4 doelstellingen die ze als speerpunt wil hanteren. Een vitaal, veerkrachtig, karakteristiek en gezond Fryslân. Dat zijn de ambities van de provincie voor de Friese leefomgeving. Met de leefomgeving wordt volgens de provincie bedoeld: de gedeelde ruimte waarin de mensen in de provincie samenleven. Fryslân is van alle mensen die er werken, wonen of te gast zijn. Opgave 1: leefbaar, vitaal en bereikbaar is voornamelijk van belang voor het planvoornemen. Deze opgave gaat onder andere over het verduurzamen van het OV. Verkeer en vervoer moeten volgens de provincie verduurzamen. Voor overschakeling op elektrisch vervoer of waterstof, zijn ingrijpende aanpassingen nodig in infrastructuur en bijbehorende voorzieningen (bijvoorbeeld elektrische laadpalen). Voor verduurzaming van het OV zijn grote investeringen nodig. De provincie houdt hier rekening mee bij de aanbesteding van het regionaal OV. Verduurzaming van het OV werkt de provincie op programmaniveau uit. In de hierna volgende subparagraaf is hier nader op ingegaan (3.2.2). Uitgangspunt is een integrale afweging tussen leefbaarheid, bereikbaarheid, betaalbaarheid en duurzaamheid.

Het planvoornemen is in lijn met deze uitgangspunten: de busremise voorziet onder andere in oplaadvoorzieningen en opstalmogelijkheden voor de elektrische bussen op het eiland. De voorgenomen ontwikkeling sluit aan op de Omgevingsvisie Fryslân. 3.2.2

Regionaal Mobiliteitsprogramma Fryslân 1.0

Het Regionaal Mobiliteitsprogramma (RMP) 1.0 van de provincie Fryslân is de uitwerking van de Provinciale Omgevingsvisie op het vlak van (duurzame) mobiliteit. De grondslag voor dit programma is het Klimaatakkoord. De afspraken uit het Klimaatakkoord raken de bevoegdheden van de provincie. In het Klimaatakkoord is een doelstelling gedefinieerd om te komen tot een CO2 -reductie van 49% in 2030 en 95% in 2050, ten opzichte van 1990. Onderdeel van het klimaatakkoord is de afspraak om per regio een programma voor slimme en duurzame mobiliteit op te stellen. In een dergelijk programma dient de noodzakelijke transitie naar een duurzaam mobiliteitssysteem vorm en inhoud te krijgen om te komen tot een vermindering van de door mobiliteit veroorzaakte CO2 -uitstoot in Fryslân. Het RMP voorziet hierin. Het RMP definieert een aantal programmalijnen met bijbehorende maatregelen. Voor het planvoornemen is vooral programmalijn 2: 'we verplaatsen ons duurzaam' van belang. In het onderstaande wordt hierop ingegaan. Programmalijn 2: We verplaatsen ons duurzaam Met deze programmalijn wil de provincie de CO2 -emmissie vanuit mobiliteit terugdringen. De lopende maatregelen continueren is niet voldoende om dit doel te behalen. De provincie zet daarom in op de ontwikkeling en uitvoering van nieuwe maatregelen.

De maatregel 'we verduurzamen het Openbaar Vervoer' is met name belangrijk voor dit bestemmingsplan. Maatregel 2.9: we verduurzamen het Openbaar Vervoer Momenteel is het busvervoer op de Friese Waddeneilanden zero-emissie. In de toekomst geeft de provincie aan zero-emissie bussen te willen laten rijden. Het planvoornemen zorgt voor mogelijkheid tot onderhoud, meer oplaadvoorzieningen en stalling voor de zero-emissie bussen. Het planvoornemen draagt derhalve op diverse manieren bij aan het laten rijden van zero-emissie bussen op het eiland. De voorgenomen ontwikkeling sluit derhalve goed aan op maatregel 2.9. Bovendien heeft de provincie zelf aangegeven een busremise te willen realiseren op Schiermonnikoog. Op basis hiervan mag worden aangenomen dat de voorgenomen ontwikkeling aansluit op de door hen gestelde doelen uit het RMP. Al met al staat de voorgenomen ontwikkeling in lijn met het RMP.

20

bestemmingsplan Schiermonnikoog - Busremise

3.2.3

Verordening Romte Fryslân

In de Verordening Romte zijn concrete regels gesteld die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. In de verordening is onder meer de grens tussen het bestaand stedelijk gebied en landelijk gebied vastgelegd. In stedelijk gebied bestaat een grotere mate van beleidsvrijheid wat betreft de ruimtelijke ordening dan in het landelijk gebied. Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het bestaand stedelijk gebied. Dit betekent dat het plangebied zich in het landelijk gebied bevindt. Artikel 1. Bundeling algemeen Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het bestaand stedelijk gebied en bevindt zich in het landelijk gebied. Op basis van artikel 1.1.1 mag een ruimtelijk plan voor landelijk gebied geen bouwmogelijkheden en gebruiksmogelijkheden voor nieuwe stedelijke functies bevatten. Op grond van het tweede lid van artikel 1.1.1 kan, in afwijking van het eerste lid, in een ruimtelijk plan een uitbreidingslocatie aansluitend op bestaand stedelijk gebied worden toegestaan. Bij het planvoornemen is sprake van een uitbreidingslocatie die zich al tussen stedelijke functies bevindt, te weten het terrein met de ambulancepost en de brandweerkazerne, evenals de woningen die zich ten zuiden van het plangebied bevinden.

Geconcludeerd kan worden dat het planvoornemen in overeenstemming is met aritkel 1.1.1 uit de Verordening Romte Fryslân. Formeel gezien ligt het plangebied buiten de huidige begrenzing van het bestaand stedelijk gebied, zoals de provincie dit heeft aangegeven. Dit geldt ook voor de nu al deels gerealiseerde woningbouw ten zuiden van de planlocatie (Schiermonnikoog - Woningbouwlocatie Oost). De grens is in een eerder stadium al getrokken, toen er nog geen sprake was van de uitbreiding ten zuiden van het plangebied. De huidige grens van het bestaand stedelijk gebied die in de verordening is opgenomen is dan ook niet meer actueel. In kader van formaliteit is wel getoetst aan artikel 2 uit de verordening inzake ruimtelijke kwaliteit, wat in kader van ontwikkelingen buiten het bestaand stedelijk gebied nodig is. Gelet op de huidige situatie valt de ontwikkeling echter binnen het bestaand stedelijk gebied en is toetsing aan deze (sub)artikelen niet nodig. Artikel 2. Ruimtelijke kwaliteit Op basis van artikel 2 dient het plan te voldoen aan Ruimtelijke kwaliteit zoals landschappelijke inpassing, archeologie en zorgvuldig ruimtegebruik. Hierbij is de herkenbaarheid van het landschap een belangrijke basis voor nieuwe ontwikkelingen. In paragraaf 2.5 is onderbouwd dat er sprake is van een goede landschappelijke inpassing.

In die zin sluit het planvoornemen daarom aan op artikel 2.1.1 Daarnaast is in paragraaf 4.4.1 gemotiveerd dat het planvoornemen niet wordt belemmerd door archeologie. Uit deze paragraaf blijkt dat de provincie via de FAMKE 'geen onderzoek' adviseert voor het plangebied. De Provincie Fryslân geeft dit advies als op basis van eerder onderzoek al is gebleken dat er zich geen archeologische resten in de bodem bevinden, of wanneer de archeologische verwachting op gefundeerde gronden zeer laag is, en waar eventuele resten uit de steentijd zich vermoedelijk zodanig diep onder het maaiveld bevinden dat de kans op aantasting bij de meeste ingrepen zeer klein is. Met oog op het voorgaande bestaat er geen aanleiding om archeologische waarden te beschermen en is het planvoornemen conform artikel 2.2.1. Tot slot is artikel 2.3 zorgvuldig ruimtegebruik van toepassing. De toelichting bij een ruimtelijk plan dat voorziet in een nieuwe stedelijke functie buiten bestaand stedelijk gebied dient een verantwoording te bevatten waaruit blijkt dat toepassing is gegeven van het principe van zorgvuldig ruimtegebruik, waaruit in ieder geval blijkt waarom die functie redelijkerwijs niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Een en ander is uiteengezet en gemotiveerd in paragraaf 3.1.3, waarbij is ingegaan op de Ladder voor duurzame verstedelijking.

Hieruit kan worden afgeleid dat er gestalte is gegeven aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik. Het planvoornemen is conform artikel 2.3. Artikel 4 werken Op grond van artikel 4.1.1 lid 1 van de verordening kan een ruimtelijk plan een nieuw bedrijfsterrein of

21

bestemmingsplan Schiermonnikoog - Busremise

uitbreiding van een bestaand bedrijfsterrein bevatten, indien dit wat betreft oppervlakte en invulling van bedrijfstypen in overeenstemming is met een bedrijventerreinenplan, dat de schriftelijke instemming van Gedeputeerde Staten heeft. In afwijking van lid 1 kan in een ruimtelijk plan voor een Waddeneiland een bedrijfsterrein worden opgenomen, indien het bedrijfsterrein wat betreft oppervlakte en invulling in overeenstemming is met een structuurvisie waarover met Gedeputeerde Staten schriftelijk overeenstemming is bereikt. Schiermonnikoog heeft geen structuurvisie, maar wel een structuurplan: het Structuurplan Schiermonnikoog. Onderstaande alinea gaat hier nader op in. Structuurplan Schiermonnikoog Het Structuurplan Schiermonnikoog is op 14 juni 2005 vastgesteld door de gemeenteraad. Hierin is de ruimtelijke ontwikkeling van Schiermonnikoog in hoofdlijnen vastgesteld voor de komende circa 10 jaar. In dit plan worden de ontwikkelingsmogelijkheden geschetst met hun consequenties. Het structuurplan spreekt van ruimtelijk beleid dat zich richt op een duurzame inrichting en een duurzaam gebruik van Schiermonnikoog. Instandhouding en waar mogelijk versterking van de op dit moment aanwezige ruimtelijke en functionele zonering, acht de gemeente een eerste vereiste.

Voor het dorp met zijn directe omgeving, betekent dit dat, het primaat zal blijven liggen bij de menselijke activiteiten met als grensstellende randvoorwaarden de cultuurhistorie, het landschap en de natuur. In het structuurplan is aan de hand van voor Schiermonnikoog relevante ruimtelijke thema's getracht om in de vorm van zogenaamde 'ontwikkelings- c.q. streefbeelden' een nadere uitwerking te geven van de doelstelling die in de vorige alinea is beschreven. Relatie met het planvoornemen Het structuurplan dateert uit 2005 en is daarmee verouderd. Deze is gebaseerd op de WRO die inmiddels al lange tijd geleden is vervangen door de Wro. Het structuurplan is de voorloper van de structuurvisie. Op basis van de oude Wet Ruimtelijke Ordening werden structuurplannen gemaakt. Onder de Wro ging dit structuurvisie heten. De structuurvisie is verplicht, het structuurplan was facultatief. Echter kan gesteld worden dat de gemeente in het kader van de voorgenomen ontwikkeling wel een vorm van een visie heeft opgesteld. Uit paragraaf 3.1.3 blijkt dat er een behoefte is aan een busremise voor elektrische bussen op het eiland. Schiermonnikoog kan niet zonder bussen. Wat betreft aard, schaal en functioneren past de bestaande busremise niet meer in dorp.

Met de verplaatsing worden bestaande problemen opgelost doordat er een nieuwe, toekomstbestendige busremise wordt gerealiseerd die in meer voorzieningen voor de elektrische bussen voorziet dan de bestaande remise. Uit een uitgebreide locatieverkenning van de gemeente, provincie, ondernemers en omwonenden, is gebleken dat het plangebied voorziet in een geschikte locatie voor een dergelijke functie. Elders op het eiland zijn er geen geschikte locaties beschikbaar voor de te realiseren busremise voor elektrische bussen. Bovendien grenst het plangebied van dit bestemmingsplan aan een bestaand bedrijvenperceel en bevindt het zich al tussen stedelijke functies in. De realisatie van de busremise voor elektrische bussen, als uitbreiding van het bestaande bedrijvenperceel is dan ook een logisch vervolg op deze locatie. Geconcludeerd kan worden dat het planvoornemen, mede gezien het verouderde karakter, afwijkt van het gemeentelijke structuurplan. Voor het overige is het planvoornemen wel in overeenstemming met provinciale afspraken in relatie tot de voorgenomen ontwikkeling. Geacht wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met artikel 4.1.1, lid 3. Artikel 7 Natuur In artikel 7 zijn regels gesteld voor onder andere gebieden die onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS). Voor dergelijke gebieden geldt dat in een ruimtelijk plan:

22

bestemmingsplan Schiermonnikoog - Busremise

a.

b.

wordt voorzien in een bestemming met gebruiksregels gericht op behoud, herstel of ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden, met inbegrip van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden, met dien verstande dat normaal agrarisch gebruik en daarbij behorende bebouwing, waaronder begrepen nevenactiviteiten zoals bedoeld in artikel 6.2.1, mogelijk zijn; een eventuele onvermijdelijke ruimtelijke ingreep wordt afgewogen ten opzichte van de wezenlijke kenmerken en waarden, waarbij de mogelijkheden voor mitigatie en vervolgens compensatie van natuurwaarden en herbegrenzing van beheergebieden worden betrokken.

De provincie heeft aangegeven dat met het aanpassen van de functie slechts een zeer beperkte oppervlakte van het aangewezen zoekgebied komt te vervallen en met deze aanpassing vindt er geen versnippering van het resterende gebied plaats. In een later stadium zal de provincie hier de NNN-kaart op aanpassen (zie tevens paragraaf 4.6). Verder ligt een deel van het plan in het weidevogelkansgebied. Het plangebied ligt echter al binnen de bestaande verstoringszone van bebouwing (200 - 300 m) en is ingeklemd tussen bebouwing. Het plan zorgt niet voor een vergroting van de bestaande verstoringszone en brengt daardoor geen extra verstoring van de openheid en rust met zich mee. Het plan is dan ook niet in strijd met de regels ten aanzien van weidevogelkansgebieden. Voor nadere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 4.6. Conclusie Het plan past binnen de Verordening Romte Fryslân.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Structuurplan Schiermonnikoog 2005

In 3.2.3 is ingegaan op het Structuurplan Schiermonnikoog. Uit deze paragraaf is duidelijk geworden dat het structuurplan inmiddels is ingehaald door de tijd. Er is goed onderbouwd waarom van dit verouderde plan is afgeweken. 3.3.2

Bestemmingsplan verbrede reikwijdte Schiermonnikoog-Dorp

Het bestemmingsplan verbrede reikwijdte Schiermonnikoog-Dorp is van toepassing op het plangebied. Ter plekke van de beoogde busremise geldt de bestemming 'Agrarisch - Cultuurgrond'. Op onderstaand fragment is een uitsnede van de bestemmingsplankaart weergegeven.

23

bestemmingsplan Schiermonnikoog - Busremise

Figuur 9: uitsnede bestemmingsplankaart (bron: ruimtelijke plannen)

De voor 'Agrarisch - Cultuurgrond' aangewezen gronden zijn bestemd voor (agrarische) cultuurgrond, groenvoorzieningen en waterberging. In de bestaande situatie is geen bouwvlak aanwezig in het plangebied. Het noordelijke deel van het plangebied is bestemd als 'Bedrijf'. Op deze gronden kunnen bedrijven van milieucategorie 1 en 2 zoals genoemd in de regels van het bestemmingsplan worden gevestigd. Ook is een bedrijfswoning toegestaan. De gronden zijn ook bestemd voor tuinen, erven en terreinen. Ter plaatse is sprake van een aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - brandweer- en ambulancepost'. Hier staat in de huidige situatie een brandweerkazerne en ambulancepost. Ondergeschikt aan deze functies zijn de gronden tevens bestemd voor straten en paden, nutsvoorzieningen, sloten, bermen en beplanting. Zoals in de inleiding is gesteld is wijziging van het bestemmingsplan nodig om het planvoornemen te realiseren. De voorliggende onderbouwing dient als motivering voor het aanpassen van het geldende bestemmingsplan voor het plangebied. Op het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning is de coördinatieregeling ex artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing verklaard. In paragraaf 5.5 wordt hier nader op ingegaan.

3.4

Conclusie

De uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan wordt niet belemmerd door het rijksbeleid, provinciaal en gemeentelijk beleid.

24

bestemmingsplan Schiermonnikoog - Busremise

Hoofdstuk 4 4.1

Omgevingsaspecten

Bodem

Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat een bestemmingsplan uitvoerbaar is. Als gevolg van bodemsanering kan de financiële uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan belemmerd worden. Daarom is het van belang om na te gaan of de bodem schoon is. In het kader van het onderzoek naar de uitvoerbaarheid wordt daarom onderzocht of de bodem voldoende schoon is. Onderzoek Om inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische bodemkwaliteit is het bodemloket geraadpleegd (www.bodemloket.nl). Voor het plangebied geldt 'onderzoek uitvoeren'. Op grond van de statusinformatie van de locatie moet onderzoek worden uitgevoerd naar de aard en ernst van de (mogelijke) verontreiniging. In oktober 2019 is door Econsultancy een milieuhygiënisch vooronderzoek gedaan in een groot deel van het plangebied van dit bestemmingsplan. De rapportage hiervan is als Bijlage 3 bij de toelichting te raadplegen. In het onderstaande wordt ingegaan op de onderzoeksresultaten en conclusies. Op basis van de informatie uit het vooronderzoek is een aantal deellocaties geïdentificeerd. Het betreft een slootdemping (A), een (voormalig) erf met puin of sloopafval (B), en een grondwal (C) met plaatselijk wat puin en tevens een stuk asbesthoudend materiaal, wat plaatselijk aanleiding geeft een asbestverontreiniging in de grondwal op de locatie te verwachten. A.

Gedempte sloot Uit het zintuiglijk bodemonderzoek blijkt dat ter plaatse van de gedempte sloot geen bodemvreemd dempingsmateriaal toegepast is. Vermoedelijk is deze sloot aangevuld met gebiedseigen grond. Op basis van het vooronderzoek en de terreininspectie wordt derhalve gesteld dat deze met gebiedseigen grond gedempte sloot op de onderzoekslocatie als onverdacht kan worden beschouwd op het voorkomen van (ernstige) bodemverontreinigingen anders dan regionaal verhoogde achtergrondgehalten. Voor dit deel van de onderzoekslocatie bestaat geen aanleiding voor nader bodemonderzoek. B. (voormalig) erf met puin of sloopafval Uit het zintuiglijk bodemonderzoek blijkt niet dat ter plaatse van het (voormalig) erf in de huidige situatie nog bodemvreemd dempingsmateriaal toegepast is. Mogelijk is het puin of sloopafval met wat grond plaatselijk in de naastgelegen grondwal (C) toegepast. Op basis van het vooronderzoek en de terreininspectie wordt gesteld dat het zintuiglijk schone voormalig erf op de onderzoekslocatie derhalve als onverdacht kan worden beschouwd op het voorkomen van (ernstige) bodemverontreinigingen, anders dan regionaal verhoogde achtergrondgehalten. Voor dit deel van de onderzoekslocatie bestaat geen aanleiding voor nader bodemonderzoek. C.

Grondwal met bodemvreemd materiaal (grens beide percelen) Uit het zintuiglijk bodemonderzoek blijkt dat ter plaatse van de grondwal bodemvreemd en deels asbesthoudend materiaal toegepast is, waardoor het vermoeden van bodemverontreiniging aanwezig is en waardoor wordt verwacht dat er wisselende gehalten aan verontreinigende stoffen in de grond kunnen voorkomen. De verwachte verontreinigende stoffen voor deze situatie zijn asbest, metalen en PAK. Op basis van het vooronderzoek is geconcludeerd, dat de grondwal op de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden middels een (AP04) partijkeuring grond (protocol 1001). Overige percelen/terreindelen Op de overige terreindelen worden geen verontreinigende stoffen verwacht in gehalten boven de achtergrondwaarde of boven het in het betreffende gebied geldende achtergrondgehalte. Verspreid over deze locaties is altijd sprake geweest van een gelijksoortig en extensief gebruik (eenduidig geringe

25

bestemmingsplan Schiermonnikoog - Busremise

antropogene beïnvloeding) en weinig tot geen bebouwing. Het oppervlak is voor 1 van de afzonderlijke percelen groter dan 1,0 ha. Op basis van het vooronderzoek is geconcludeerd dat er sprake is van enkele "(grootschalig) onverdachte" locaties. Consequenties voor het planvoornemen Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem geeft aanleiding om een milieukundig bodemonderzoek en onderzoek naar asbest in bodem/puin uit te voeren. Milieukundig bodemonderzoek Naar aanleiding van het voorgaande is een verkennend bodemonderzoek verricht (230459, Enviso, d.d. 26 juli 2023). De rapportage hiertoe is als Bijlage 3 bij de toelichting te raadplegen. Opgemerkt dient te worden dat het onderzoek dat beschreven is in de voorgaande alinea's als bijlage bij het verkennend bodemonderzoek is opgenomen. Beide onderzoeken zijn dus raadpleegbaar in Bijlage 3. Op basis van de onderzoeksresultaten van het verkennend bodemonderzoek kan worden geconcludeerd dat in de grond ten hoogste lichte verontreinigingen zijn vastgesteld. In het grondwater zijn geen verontreinigingen vastgesteld. Tevens blijkt uit de uitgevoerde visuele inspectie en analyseresultaten dat er geen asbest is vastgesteld. De lichte verontreinigingen geven echter geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. Uit milieuhygiënisch oogpunt bestaan er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.

Indien grond van de locatie wordt afgevoerd voor toepassing elders, volstaan de resultaten van het onderliggende bodemonderzoek mogelijk niet. Om definitief vast te stellen of de grond buiten de locatie kan worden hergebruikt, kan het bevoegd gezag (gemeente waar de grond zal worden toegepast) verzoeken om een partijkeuring conform het Besluit bodemkwaliteit. Conclusie Het planvoornemen kan wat het aspect bodem betreft als uitvoerbaar worden geacht.

4.2

Bedrijfshinder en milieuzonering

Om hinder tussen bedrijven en gevoelige functies zoals woningen te voorkomen, is het wenselijk dat tussen beide functies voldoende ruimte is. Om te bepalen welke afstand noodzakelijk is, kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden die zijn opgenomen in de publicatie Bedrijven en milieuzonering (2009) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Een richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten (betreffende geluid, geur, stof en gevaar) redelijkerwijs kan worden uitgesloten. Als aan de gestelde richtafstanden wordt voldaan, is er veelal geen sprake van bedrijfshinder. In de genoemde VNG-publicatie worden twee omgevingstypen onderscheiden. Bij het omgevingstype 'rustige woonwijk of rustig buitengebied' wordt functiescheiding nagestreefd. Hiertoe worden minimale richtafstanden gehanteerd, waarbij een bepaalde bij een bedrijf of voorziening behorende milieucategorie een zoneringsafstand ten opzichte van hindergevoelige functies inhoudt. Bij het omgevingstype 'gemengd gebied' is sprake van functiemenging. In tegenstelling tot rustige woongebieden zijn in dergelijke levendige gebieden milieubelastende activiteiten op kortere afstand van woningen mogelijk.

Hiertoe mogen de aangegeven minimale richtafstanden met één afstandsstap worden verkleind (milieucategorie 1 wordt 0, 2 wordt 1, 3.1 wordt 2, et cetera). Toetsing

26

bestemmingsplan Schiermonnikoog - Busremise

Het plangebied bevindt zich aan de zuidoostelijke kant van het dorp van Schiermonnikoog. In de directe omgeving van het plangebied zijn verschillende functies gesitueerd. Voorbeelden zijn een brandweer- en ambulancepost, klooster, kinderboerderij en woningen. Het betreft hier in alle gevallen functies die binnen een woonmilieu aanvaardbaar zijn of bedrijfsactiviteiten die door beperkingen in het kader van vergunningen of algemene regelgeving passen binnen een woongebied. Met oog op het vorenstaande wordt het plangebied aangemerkt als 'rustige woonwijk'. Externe werking Bij externe werking gaat het voornamelijk om de vraag of het plan leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar gezien, in strijd kan worden geacht met een goede ruimtelijke ordening. Hiervan is sprake indien het woon- en leefklimaat van omwonenden wordt aangetast of de realisatie van het plan leidt tot hinder of belemmeringen voor bedrijven uit de omgeving. Met het planvoornemen wordt een potentieel hinderveroorzakende functie gerealiseerd. Richtafstand busremise Een busremise voor elektrische bussen komt niet voor in de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering. Wel doet de brochure uitspraken over een reguliere busremise (SBI-2008: 493). Een reguliere busremise wordt beschouwd als een categorie 3.2 bedrijf met een grootste afstand van 100 meter tot de dichtstbijzijnde geluidsgevoelige bebouwing.

Deze afstand is gebaseerd op een viertal milieuaspecten: geur (0 meter), stof (10 meter), geluid (100 meter) en gevaar (0 meter). De 100 meter afstand is gebaseerd op het aspect geluid. Om het verschil met betrekking tot het aspect geluid tussen een reguliere busremise en een busremise voor elektrische bussen te onderbouwen, wordt in het onderstaande ingegaan op het verschil tussen de potentiële hinderbronnen van beide typen busremises. Geluidbelasting op de woonomgeving Ten aanzien van het aspect geluid is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting op de woonomgeving. De hierbij behorende rapportage is als Bijlage 4 bij de toelichting te raadplegen. In het onderzoek zijn de volgende geluidsbronnen beschouwd: de laadvoorziening van de busremise voor elektrische bussen; het geluid van de bussen zelf; het geluid van de personenauto's op het terrein; geluid afkomstig van de wasplaats Langs de zuidelijke en westelijke erfgrens wordt een natuurlijk geluidsscherm van Kokowall aangebracht met een hoogte van 2 meter. Ter hoogte van de wasplaats loopt de Kowall schuin omhoog en sluit aan op de goot van het gebouw op de remise. Deze zorgt voor een geluidsafschermende werking. Voor een aanzicht van de remise met de aansluitende Kokowall, evenals overige uitgangspunten en details van het geluidscherm wordt verwezen naar de onderzoeksrapportage.

In het navolgende wordt ingegaan op de resultaten en conclusies van het onderzoek. Resultaten In de onderstaande tabel zijn de rekenresultaten van het onderzoek samengevat. Tabel 1. Berekende maximale geluidsniveaus

27

bestemmingsplan Schiermonnikoog - Busremise

In alle etmaalperioden wordt ten aanzien van maximale geluidsniveaus zowel aan de richtwaarden van de VNG publicatie als aan de standaardgrenswaarden van het Activiteitenbesluit voldaan. De belangrijkste maximale geluidsniveaus zijn afkomstig van rijdende bussen, achteruitrijsignalen en het dichtslaan van autoportieren. Conclusies De berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus voldoen in alle etmaalperiodes op alle gevoelige bestemmingen aan de richtwaarden voor ruimtelijke inpassing en de grenswaarden van het Activiteitenbesluit. De berekende maximale geluidsniveaus voldoen in alle etmaalperiodes op alle gevoelige bestemmingen aan de richtwaarden voor ruimtelijke inpassing en de grenswaarden van het Activiteitenbesluit. Ten aanzien van indirecte hinder wordt ruimschoots aan de grenswaarden voldaan. De nieuwe inrichting wordt ten aanzien van geluid inpasbaar geacht en het gebruik van de inrichting zorgt niet voor geluidsoverlast. Realisering van het geluidsscherm is in de regels van dit bestemmingsplan geborgd. Geur, stof en gevaar Naast het aspect geluid geldt op grond van de VNG-brochure een richtafstand van 10 meter voor stof bij een reguliere busremise. Aan deze richtafstand wordt in ruime mate voldaan, aangezien de afstand tussen de te realiseren bedrijfsbestemming en de voorgevelrooilijn van de dichtstbijzijnde woonbestemming circa 19 meter bedraagt.

Bovendien geldt deze richtafstand voor een reguliere busremise. In voorliggende situatie is sprake van een busremise voor elektrische bussen. De werkelijke (potentiële) stofhinder is daarom naar verwachting nog lager. Onevenredige stofhinder zal redelijkerwijs dan ook niet aan de orde zijn. Voorts gelden voor geur en gevaar geen richtafstanden voor busremises. Op basis van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat de busremise voor elektrische bussen geen onevenredige hinder veroorzaakt op het vlak van de aspecten geur-, stof en/of gevaar. Lichthinder Vanwege de nabijheid van woonbestemmingen die in het kader van het bestemmingsplan Schiermonnikoog - Plandeel Oost mogelijk zijn gemaakt, moet aandacht worden besteed aan het aspect lichthinder. Dit vanwege de lichtuitstraling die de kop- en achterlampen van de bussen kunnen veroorzaken wanneer deze geparkeerd staan. Bij de landschappelijke inpassing van de busremise is rekening gehouden met deze potentiële lichthinder. De busremise is aan de zuidzijde ingepast met behulp van een terreinafscheiding en dichte klimop beplanting. Bovendien biedt de groenbestemming ten zuiden van de remise ruimte voor de toevoeging van beplanting. Dergelijke beplanting kan de al aanwezige lichtafschermende werking nog

28

bestemmingsplan Schiermonnikoog - Busremise

verder versterken. Verwacht mag worden dat er geen sprake is van onevenredige lichthinder. Hetzelfde geldt voor de beplanting die aan de westzijde van het plangebied is ingepast. Dit zorgt voor een afschermende werking van de nabijgelegen kinderboerderij en woningen. Ook is lichthinder richting het ten oosten van het plangebied gelegen gebied ongewenst, mede gezien het feit dat dit gebied is aangemerkt als weidevogelkansgebied (zie paragrafen 3.2.3 en 4.6). Om potentiële lichthinder afkomstig van de koplampen van de bussen op het weidevogelgebied te beperken, wordt een groenblijvende haag ingepast (zie ook paragraaf 2.5). Deze groenblijvende haag schermt de lichtuitstraling afkomstig van de lampen van de bussen af en zorgt ervoor dat van onevenredige lichthinder op het weidevogelkansgebied geen sprake is. De verlichting op het terrein krijgt zodanig vorm dat er geen lichtuitstraling is naar de omgeving.

Interne werking Bij interne werking gaat het om de vraag of nieuwe functies binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving. In voorliggend geval worden er geen milieugevoelige objecten gerealiseerd. Nieuwe functies binnen het plangebied ondervinden dan ook geen hinder van bestaande functies in de omgeving. Conclusie Het aspect bedrijfshinder en milieuzonering zit de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling niet in de weg.

4.3

Geluidhinder

De 'geluidbelasting' op gevels van woningen en andere geluidsgevoelige objecten mag niet hoger zijn dan een in de wet bepaalde norm. Daarom dient er een toetsing plaats te vinden aan de eisen uit de Wet geluidhinder. De Wet geluidhinder gaat in op zowel wegverkeerslawaai, spoorweglawaai als industrielawaai. Een akoestisch onderzoek is op grond van de Wgh noodzakelijk wanneer een geluidgevoelig gebouw gelegen is binnen een door deze wet aangewezen geluidzone. Bij wegverkeerslawaai geldt een uitzondering voor wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied en/of wegen waarvoor een maximum snelheid geldt van 30 km/uur. Wel dient er sprake te zijn van een 'goede ruimtelijke ordening' om een goed woon- en leefklimaat te garanderen. Toetsing Zoals eerder aangegeven worden er met het planvoornemen geen geluidgevoelige objecten gerealiseerd. Het planvoornemen heeft betrekking op de realisatie van een busremise voor elektrische bussen. Realisatie van een openbare weg, spoorweg of gezoneerd bedrijventerrein is in dit geval niet aan de orde. Geluidhinder afkomstig van één van deze functies is dan ook niet aan de orde. Er zijn vanuit de Wet geluidhinder bezien dan ook geen beperkingen voor de uitvoerbaarheid van het planvoornemen. Conclusie De uitvoerbaarheid van het planvoornemen wordt niet belemmerd door de Wet geluidhinder.

29

bestemmingsplan Schiermonnikoog - Busremise

4.4

Erfgoed

In het kader van de uitvoerbaarheid van ruimtelijke plannen is het belangrijk om aandacht te besteden aan erfgoed. In welke mate er in een plangebied sprake is van erfgoed, dient aan de hand van onderzoek te worden bepaald. Vervolgens moet worden aangegeven op welke manier met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden. In de Erfgoedwet is bepaald dat wanneer de bodem wordt verstoord, de aanwezige archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Indien dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast moet elk ruimtelijk plan een analyse bevatten van de overige cultuurhistorische waarden in relatie tot het plangebied. 4.4.1

Archeologie

Om te archeologische verwachtingswaarde van het plangebied te kunnen bepalen is de FAMKE (Friese Archeologische Monumentenkaart Extra) geraadpleegd. De FAMKE maakt onderscheid in twee onderzoeksperiodes: steentijd - bronstijd en ijzertijd - middeleeuwen. Op grond van de FAMKE geldt voor beide onderzoeksperiodes dat er geen onderzoek noodzakelijk is voor het plangebied. De Provincie Fryslân geeft dit advies als op basis van eerder onderzoek al is gebleken dat er zich geen archeologische resten in de bodem bevinden, of wanneer de archeologische verwachting op gefundeerde gronden zeer laag is, en waar eventuele resten uit de steentijd zich vermoedelijk zodanig diep onder het maaiveld bevinden dat de kans op aantasting bij de meeste ingrepen zeer klein is. Archeologisch onderzoek in kader van het planvoornemen is niet noodzakelijk. 4.4.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Schiermonnikoog&id=c62b9921-b2bd-4a9f-9b48-d7434795f1ad