CConstaterende datSchiermonnikoog
Koppel je AI →
Document · PDF

16-02 - Voorlopige Jaarstukken 2024 FUMO

Raadsvergadering 20 mei 2025, gemeente SchiermonnikoogBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken21.383 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Pagina 25 van 62

De vorige dienstverleningsovereenkomst (DVO) met de provincie Fryslân kende een looptijd van zes jaar, tot eind 2024. Afgelopen jaar werkten we aan een nieuwe DVO die in concept klaar is. De financiële- en inhoudelijke afspraken zijn voor 90% afgerond. De DVO Financiën en de DVO ICT zijn voortaan separate documenten en met ieder een eigen looptijd die korter is dan voorheen. Als voorbeeld: in tegenstelling tot de huidige DVO, heeft de nieuwe DVO ICT een looptijd van één jaar. Omdat onze manier van werken regelmatig verandert door nieuwe technieken en systemen, hebben we belang bij dynamische afspraken. De laatste fase van de datamigratie van het inrichtingenbestand is gaande. Alle te migreren data is in LEEF geïmporteerd. We zijn tegelijkertijd bezig met de beoordeling en controle van die gegevens. Per 2025 begint een programma voor de structurele verbetering van datakwaliteit, vooral met het oog op datagedreven werken. Stand van zaken I-visie Op 11 april 2024 stelde het algemeen bestuur de Informatievisie 2024-2028 vast. Op 11 juli 2024 stemde het algemeen bestuur in met de bestemming van het voordelige rekeningresultaat voor de kosten van een projectleider voor de implementatie van de I-visie. De vijf ontwikkelsporen van de informatievisie vloeien enerzijds voort uit de doelstellingen van de Omgevingswet en het IBP-VTH.

Anderzijds zijn er ontwikkelsporen die voortvloeien uit ontwikkelingen binnen de GR van de FUMO zelf. Zoals beschreven in de informatievisie, kennen deze ontwikkelsporen vaak onderlinge verbindingen en raken zij aan lopende projecten. Zoals het Project Datamigratie, de daaraan gekoppelde acties voor verbetering van datakwaliteit en het organiseren van trainingen voor gebruik van het zaaksysteem. De projecten uit de I-visie zijn randvoorwaardelijk voor een robuuste organisatie - zoals beoogd met IBP-VTH pijler 1, 3 en 4. In 2024 hebben we veel stappen gezet om invulling te geven aan de Toekomstgerichte I&Aorganisatie (ontwikkelspoor 5). Denk aan nieuwe afspraken voor de outsourcing van de kantoorautomatisering, het uitfaseren van de servers die we met de provincie Fryslân delen, de herinrichting van het team ICT en het professionaliseren van de werkwijzen binnen ICT, waaronder het uitgebreider gebruik van TOPdesk als systeem voor de afhandeling van support verzoeken.

Pagina 26 van 62

5.2

Baten en lasten programma Bedrijfsvoering Begroting voor wijziging 2024

Begroting na wijziging 2024

Rekening 2024

5.875.983 84.500 171.204 695.160 55.943 438.242 75.000 507.642 7.903.674

6.137.145 84.500 195.173 695.160 55.943 499.596 75.000 507.642 8.250.159

5.937.930 174.420 223.233 722.113 66.321 775.357 55.010 513.889 8.468.273

11.193.638 5.264.669 1.996.056 75.000 - 5.587.385 - 5.493.229 554.925

14.068.284 4.411.172 2.177.487 75.000 6.201.383 6.735.327 554.925

12.912.896 4.343.939 46.797 2.635.917 74.999 58.706 6.874.892 5.259.321 514.761 36.199

8.003.674 100.000

8.350.158 99.999

8.490.001 21.727

Programma Bedrijfsvoering

Lasten Personeelslasten Kapitaallasten Vaar- en voertuigen Huisvesting Administratie ICT Implementatiekosten Project Omgevingsweg overheveling taken Implementatie Omgevingswet Overige kosten Incidenteel

Baten Deelnemersbijdragen Basistaken Deelnemersbijdragen Plustaken Deelnemersbijdragen Transitiebegroting Deelnemersbijdragen Collectieve taken Deelnemersbijdragen Implementatie Omgevingswet Deelnemersbijdrage project Omgevingsweg overheveling taken Saldo Implementatiekosten Overige baten Toegerekende deelnemersbijdrage aan Progr. T&H Toegerekende deelnemersbijdrage aan Progr. VSPA Specifieke uitkering THE Vrijval voorziening Premie reparatie3e jaar WW

Resultaat progr. Bedrijfsvoering voor vermogensmutaties - Onttrekkingen aan reserves - Toevoegingen aan reserves

Resultaat progr. Bedrijfsvoering na vermogensmutaties

-

-

77.471 77.471

100.000

99.999

99.198

Begroting voor wijziging 2024

Begroting na wijziging 2024

Rekening 2024

Zie hoofdstuk 7 voor een toelichting op het resultaat.

5.3

Overzicht algemene dekkingsmiddelen

Overzicht Algemene dekkingsmiddelen

Onvoorzien Financiële baten Financiële lasten -

Zie hoofdstuk 7 voor een toelichting op het resultaat. Pagina 27 van 62

100.000 100.000 -

100.000 100.000 -

249.746 232.258 43.401 60.890

6

Paragrafen

6.1

Bedrijfsvoering

Zie paragraaf 5.1 voor een toelichting op het programma bedrijfsvoering. In deze paragraaf gaan we nader in op de rechtmatigheidsverantwoording. De rechtmatigheidsverantwoording heeft betrekking op drie criteria: 1. Begrotingscriterium 2. Voorwaardencriterium 3. Het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium 1. Begrotingscriterium Volgens de kadernota rechtmatigheid is de definitie van begrotingsrechtmatigheid: Van begrotingsonrechtmatigheid is sprake als het dagelijks bestuur bij de realisatie van doelen en het realiseren van activiteiten de door het algemeen bestuur vastgestelde budgetten voor lasten of investeringsbudgetten overschrijdt (1), toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves die niet door het algemeen bestuur zijn vastgesteld (2) en als bij onderschrijdingen van lasten of investeringsbudgetten en/of lagere of hogere baten dan begroot de begroting niet tijdig met begrotingswijzigingen is aangepast (3). In beginsel zijn alle afwijkingen van de begroting onrechtmatig. Er zijn hierover in de financiële verordening afspraken gemaakt voor welke afwijkingen het algemeen bestuur vindt dat deze acceptabel zijn. In de financiële verordening is hierover in artikel 10 lid 4 en 5 het volgende bepaald: Artikel 10 lid 4: Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd.

Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: a. Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren. b. Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling. c. De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage. Artikel 10 lid 5: Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering. In onderstaand overzicht zijn de verschillen tussen de begroting en realisatie voor zowel de lasten als de baten weergegeven: Begroting Lasten

Programma VSPA Programma T&H Programma bedrijfsvoering Programma algemene dekkingsmiddelen

Realisatie Lasten

7.151.090 6.617.147 8.250.159 100.000 22.118.396 Begroot

Investeringen

0

6.463.839 7.351.181 8.468.273 293.147 22.576.440

Verschil

Realisatie Baten

Verschil

687.251 7.151.090 5.900.659 -1.250.431 -734.034 6.617.147 7.514.258 897.111 -218.114 8.350.158 8.567.472 217.314 -193.147 232.258 232.258 -458.044 22.118.395 22.214.647 96.252

Realisatie Verschil 137.430 -137.430

Pagina 28 van 62

Begroting Baten

Bij de programma’s VSPA en T&H blijkt uit de tabel dat bij VSPA de lasten niet zijn overschreden, maar bij T&H wel. Bij de baten is het precies omgekeerd, bij VSPA is sprake van (aanzienlijk) lagere baten terwijl er bij T&H juist sprake is van meer baten dan was begroot. Onze conclusie is dat bij de programma’s VSPA en T&H sprake is van een verkeerde inschatting van de formatie en de daarbij behorende declarabele uren. Dit wordt nog eens versterkt doordat bij VSPA de productiviteit behoorlijk lager was dan de norm en er bovendien iets meer werd ingehuurd (flexibele schil 20,8% t.o.v. de norm van 20%). De productiviteit bij T&H was ook lager dan de norm maar het verschil is kleiner dan bij VSPA. Bovendien was de flexibele schil bij T&H aanzienlijk lager dan de norm van 20%. Bij het programma bedrijfsvoering is ook sprake van overschrijding van de begrote lasten met een bedrag van € 218.114. Hierdoor is er formeel sprake van een begrotingsonrechtmatigheid. Deze overschrijding wordt vooral veroorzaakt doordat de kosten voor ICT aanzienlijk hoger uitvielen. De overschrijding van de lasten wordt wel nagenoeg volledig gecompenseerd met hogere baten zodat per saldo er sprake is van een geringe overschrijding (< € 1.000). Een deel van hogere ICT-kosten worden veroorzaakt door kosten voor de implementatie van de I-visie (ruim € 77.000).

Hiervoor heeft het algemeen bestuur in april een besluit genomen om deze kosten te dekken uit de algemene reserve. Aan de batenkant ontstaat daardoor voor hetzelfde bedrag een verschil met de begroting. Onder het programma algemene dekkingsmiddelen was alleen de post onvoorzien van € 100.000 begroot. Deze post is in 2024 overschreden met € 149.746. Daarnaast waren er rentelasten (€ 43.401) van de opgenomen lening bij de Nederlandse Waterschaps bank en rentebaten (€ 232.258) over het saldo bij het ministerie van financiën (Schatkistbankieren). Per saldo was bij programma algemene dekkingsmiddelen sprake van een positief saldo van € 39.111. Deze rentelasten en -baten waren niet begroot omdat tijdens het opstellen van de begroting er nog sprake was van negatieve rente. In de bestuursrapportage is het bestuur geïnformeerd over de overschrijding van de post onvoorzien.

Pagina 29 van 62

In 2024 zijn investeringen gedaan voor in totaal een bedrag van € 137.430. Deze investeringen hebben betrekking op de investering in laptops en telefoons voor een bedrag van € 72.495 en was niet begroot in 2024 zodat hierdoor formeel sprake is van een begrotingsonrechtmatigheid. De kapitaallasten van de investering in de laptops en telefoons waren wel begroot in de post dienstverleningsovereenkomst provincie Fryslân. Deze post viel o.a. daardoor lager uit dan was begroot. Daarnaast is er een bedrag van € 64.934 geïnvesteerd in vergaderapparatuur in de vergaderruimtes in het kantoor van de FUMO. Deze investering was begroot voor 2025 maar is vanwege de urgentie naar voren gehaald. Het algemeen bestuur heeft hierover in de vergadering van 11 april 2024 een afzonderlijk besluit genomen. Resumerend is er sprake van een begrotingsonrechtmatigheid in verband met overschrijding van de lasten van in totaal € 1.217.790. Dit betreft de volgende volgende programma’s: Programma

Bedrijfsvoering Toezicht en handhaving Algemene dekkingsmiddelen Investeringen Totaal

Begrotingsonrechtmatigheid

218.114 734.034 193.147 72.495 1.217.790

Voorwaarden criterium Bij het voorwaardencriterium wordt vooral gekeken of de financiële beheershandelingen binnen de gemeenschappelijke regeling voldoen aan de voorwaarden zoals die gesteld zijn in de wet- en regelgeving; ook wel bekend als het normenkader. In dit normenkader staat de interne en externe regelgeving waaraan getoetst wordt. In het interne controleplan is de interne controle hierop beschreven. Dit gaat vooral om de controle op inkopen en salarissen (incl. declaraties) en de controle op aanbestedingen. Bij de controle op aanbestedingen is onderscheid gemaakt in controle van inhuur van personeel en de overige inkopen, inclusief langlopende contracten Er is bij de controle alleen gekeken in hoeverre is voldaan aan de verplichting om EU-aanbestedingen te doen, anders dan is vastgelegd in het ‘Inkoop- en aanbestedingsbeleid’ in het normenkader. Er is dus niet gecontroleerd of er volgens het inkoop- en aanbestedingsbeleid een meervoudige aanbesteding had moeten plaatsvinden terwijl er een enkelvoudige aanbesteding heeft plaatsgevonden. De overeenkomst met Stadsbeheer voor het gebruik van het zaaksysteem LEEF is verlopen op 31 december 2021. Daarna is de overeenkomst stilzwijgend steeds met een jaar verlengd. We hebben een externe jurist gevraagd om na te gaan in hoeverre de jaarlijkse verlenging rechtmatig is.

Volgens het advies hangt het ervan af of er bij de oorspronkelijke aanbesteding al rekening is gehouden met een verlengingsmogelijkheid bij het inschatten van de kosten. Dit is niet helemaal duidelijk. Uit het prijzenblad in het aanbestedingsdocument blijkt dat de kosten voor 4 jaar moesten worden aangegeven. In het aanbestedingsdocument staat een modelovereenkomst (Arbit overeenkomst) waarin een optie tot jaarlijkse verlenging is opgenomen. Alle aanbieders hadden daar dus rekening mee kunnen houden. Wij kwalificeerden dit in 2023 daarom als een onduidelijkheid. Omdat deze onduidelijk in 2024 niet is opgelost, telt deze onduidelijkheid in 2024 als fout van het voorwaardencriterium. De jaarlijkse verlenging heeft een contractwaarde van € 240.000. Over 48 maanden gaat het dan om een bedrag van € 960.000. Er zijn een aantal redenen waarom dit nog niet is gebeurd. Vooral de invoering van de Omgevingswet en de implementatie van deze wet zorgde voor veel voorbereidingstijd. Door overdracht van taken komen er veel nieuwe bedrijven bij (ruim 6.000) die

Pagina 30 van 62

ook in ons zaaksysteem geregistreerd moeten worden. Midden in de transitie een aanbesteding doen is daarom niet verstandig. 2. Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium Dit criterium betekent dat de organisatie maatregelen treft om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen. De FUMO heeft geen specifiek beleid voor misbruik en oneigenlijk gebruik. De reden hiervoor is dat de FUMO geen regelingen kent waar derden aanspraak op kunnen maken. De FUMO is een uitvoeringsorganisatie die taken uitvoert voor de deelnemers en kent geen externe klanten. Het risico op misbruik en oneigenlijk gebruik is daarom als laag te classificeren. Wel heeft de FUMO een integriteitsbeleid voor de medewerkers. Iedere medewerker heeft de eed en belofte afgelegd waarin wordt gevraagd om zich als een goed ambtenaar integer en professioneel op te stellen. Hieronder valt ook het verantwoord omgaan met voorzieningen en regelingen van de FUMO, het goed scheiden van privé-activiteiten en werk als FUMO-medewerker, en het vermijden van vriendjespolitiek tegenover familieleden, vrienden en ex-collega’s. Er zijn geen speciale maatregelen getroffen om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen vanwege een laag risicoprofiel. Toch hebben we gedurende het jaar geen gevallen van misbruik en oneigenlijk gebruik of fraudegevallen geconstateerd.

6.2

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

In deze paragraaf beschrijven we in hoeverre onze weerstandscapaciteit voldoende is om eventuele risico’s op te vangen. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden waarmee we onverwachte en belangrijke kosten opvangen. Hiervoor kunnen we de algemene reserve en de post ‘onvoorzien’ gebruiken. Als blijkt dat deze capaciteit niet genoeg is om de geschatte risico’s te dekken, dan zijn we aangewezen op een extra bijdrage van de deelnemers. Bepalingen in de Gemeenschappelijke regeling FUMO In artikel 29 van de GR FUMO staan regels over het opbouwen van ons weerstandsvermogen. Een batig saldo van een bepaald jaar voegen we toe aan het weerstandsvermogen dat maximaal 10% van de jaaromzet bedraagt. Als het batig saldo van een bepaald jaar leidt tot een weerstandsvermogen van meer dan 10% van de jaaromzet, dan keren we het overschot uit aan de deelnemers in verhouding tot hun bijdragen. Een nadelig saldo in een bepaald jaar brengen we de deelnemers naar rato van hun bijdragen ten laste, als we het niet volledig of slechts gedeeltelijk ten laste van het weerstandsvermogen kunnen brengen. Nota weerstandsvermogen Begin 2018 steden we een nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement op met daarin een geactualiseerde risico-inventarisatie en de uitgangspunten voor het bepalen van de noodzakelijke omvang van het weerstandsvermogen.

In het AB FUMO van 29 maart 2018 is de nota vastgesteld. Begin 2025 voerde we een risico-inventarisatie uit. In onderstaande tabel is deze per hoofdonderwerp opgenomen. In bijlage I vindt u een uitgebreide risicoanalyse. Hieruit blijkt dat de FUMO een weerstandsvermogen nodig heeft van € 802.500. Eind 2024 wordt hieraan voldaan.

Pagina 31 van 62

Nr.

Onderwerp

Kans (Hoog, Middel, Impact Laag) € 300.000 M € 150.000 € 75.000 M € 37.500 € 450.000 M € 225.000 € 300.000 H € 240.000 € 300.000 M € 150.000

Bedrag

1 Hogere inflatie dan begroot 2 Lagere renteopbrengst door daling rente 3 Lagere productivitet dan begroot 4 Kosten aanpassingen ICT-landschap 5 Omgevingswet - manier van werken

€ 1.425.000

Totaal

€ 802.500

Kengetallen In het BBV staat dat er in de jaarstukken enkele kengetallen moeten worden opgenomen. De kengetallen staan in onderstaande tabel. 2024 Netto schuld quote Netto schuld quote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte

0% 0% 15% 0%

Deze kengetallen geven enig inzicht in de financiële positie en de financiële weerbaar- en wendbaarheid van de organisatie. De netto schuldquote geeft een beeld van het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Bij de ‘netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen’ worden ook de verstrekte leningen meegenomen. Een schuldquote van 0% geeft in feite aan dat er per saldo geen sprake is van een schuld. Over 2024 is dit bij de FUMO het geval. De solvabiliteitsratio wordt berekend als het percentage van het totale eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen van de GR. Dit geeft inzicht in de mate waarin de GR in staat is om aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteit van de FUMO is nog steeds goed op orde. Met het kengetal ‘structurele exploitatieruimte’ laten we zien of onze structurele baten groter zijn dan de structurele lasten. Dit drukken we in het kengetal uit als percentage van de totale baten. Dit kengetal zegt in feite iets over het structurele jaarrekeningsaldo, dat wil zeggen zonder alle incidentele baten en lasten. De wijze waarop de FUMO wordt gefinancierd (GR), maakt dat de structurele baten en lasten per definitie met elkaar in evenwicht zijn. We merken de structurele exploitatieruimte daarom aan als 0%.

6.3

Financiering

De FUMO is als gemeenschappelijke regeling op basis van de Wet financiering decentrale overheden (FIDO) verplicht om in de begroting en de jaarrekening een paragraaf financiering op te nemen. Daarin worden ontwikkelingen opgenomen over de kasgeldlimiet, de rente-risiconorm, de verwachte af- of toename van geldleningen of uitzettingen en het beleid ten aanzien van treasury. De FUMO wordt gefinancierd door deelnemersbijdragen. Zij betalen hun bijdrage per kwartaal vooruit. Voor eventuele investeringen kunnen we daarnaast leningen aantrekken. Eind 2023 is de bestaande lening van de FUMO voortgezet, waarbij de hoofdsom is verlaagd van € 3.000.000 naar € 1.000.000.

Pagina 32 van 62

De lening is een zogenaamde roll-over lening met een looptijd van 3 jaar. Van het bedrag van € 1,0 miljoen is gedurende deze looptijd een bedrag van € 200.000 niet aflosbaar. De kasgeldlimiet is het bedrag dat de FUMO kortlopend mag financieren voor het doen van investeringen. Volgens de Uitvoeringsregeling van de Wet FIDO is dit een percentage van 8,2% van de begroting. Dit komt overeen met ongeveer € 1,6 miljoen. Deze ruimte is tot nog toe niet gebruikt. In de financiële verordening is aangegeven op welke manier wordt omgegaan met het aantrekken en uitzetten van geldmiddelen. Zo gaan we alleen geldleningen aan voor de taken van de FUMO en voor zover er geen andere financieringsbronnen (zoals reserves) aanwezig zijn. Het drempelbedrag voor het schatkistbankieren is het totaal aan middelen dat een decentrale overheid maximaal buiten de schatkist mag aanhouden. Dit bedraagt 2% van het begrotingstotaal, met een minimum van € 1.000.000. Dit drempelbedrag is vastgelegd in artikel 7 lid 2 van de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden. In 2024 is voor € 43.401,36 aan rentelast verantwoord over de hiervoor genoemde lening. Daarnaast is voor € 232.257,87 aan renteopbrengst verantwoord, die voortkomt uit het saldo op het schatkistbankieren. De FUMO rekent geen rente toe aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden.

Pagina 33 van 62

7

Jaarrekening 2024

7.1

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

Inleiding De jaarrekening 2024 is opgesteld op basis van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de financiële verordening en hieraan gerelateerde nota’s over de financiële spelregels. Algemene grondslagen Wij waarderen onze activa (bezittingen) en passiva (schulden) tegen de oorspronkelijke kosten waarvoor we ze hebben verkregen en niet tegen de actuele marktwaarde. Dit zijn de nominale waarden. We hebben de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden, tenzij dit op de balans anders staat aangegeven. De baten en lasten wijzen we toe aan het jaar waarin ze plaatsvinden. Baten en winsten nemen we alleen op als ze op de balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die vóór het einde van het begrotingsjaar zijn ontstaan, nemen we mee als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn. Personeelslasten wijzen we meestal toe aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben en in sommige gevallen aan de periode waarin ze worden uitbetaald. Dit doen we vanwege het verbod op het opnemen van voorzieningen of schulden voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten en gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Om de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening toe te passen, moet de leiding 2 van onze organisatie eerst een oordeel vellen over belangrijke financieel gerelateerde zaken.

Op basis hiervan schatten we bedragen die we gebruiken in de jaarrekening. Omdat het om schattingen gaat, kan de werkelijke uitkomst afwijken. Bij het opstellen van de jaarrekening gaan we ervan uit dat wij onze activiteiten als FUMO voortzetten (continuïteitsveronderstelling). We richten de jaarrekening volgens het BBV in. Dit is inclusief de wijzigingen die sinds 2018 voor gemeenschappelijke regelingen gelden (bijvoorbeeld de presentatie overhead). Er zijn in de grondslagen verder geen wijzigingen ten opzichte van voorgaande jaren. De rechtmatigheidsverantwoording die in de jaarrekening is opgenomen, is opgesteld op basis van de kaders zoals die zijn besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid. Dit betekent dat: • De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art.

17 Financiële-verhoudingswet; • De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: o Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 19 december 2024 door het algemeen bestuur van de FUMO is vastgesteld; o Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderscheidingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan het algemeen bestuur zijn gemeld.

2

Het dagelijks bestuur van de FUMO

Pagina 34 van 62

o

•

De FUMO kent geen specifiek beleid ten aanzien van het M&O criterium. Omdat de FUMO een uitvoeringsorganisatie is, is er een beperkt risico op misbruik en oneigenlijk gebruik. Wel kent de FUMO een integriteitsbeleid waarmee een preventieve werking ontstaat om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen. Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid, zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording.

De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2024 van de Commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat: o Een verantwoordingsgrens van 3% (zijnde € 677.293) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen; o Een rapporteringstolerantie van € 100.000 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen

Balans Op de balans zijn alleen de posten opgenomen die bij de FUMO aanwezig zijn. Bij het opstellen van de jaarrekening 2024 gingen we uit van het vastgestelde financiële beleid zoals opgenomen in de Financiële verordening. Activa Vaste Activa Artikel 59 BBV beschrijft het onderscheid tussen investeringen met uitsluitend maatschappelijk nut in de openbare ruimte en investeringen met een (beperkt) economisch nut. Investeringen met nut zijn investeringen die op enige wijze kunnen leiden tot - of bijdragen aan - het verwerven van inkomsten. De vraag of we de investering geheel kunnen terugverdienen, is niet relevant voor de classificatie. De afschrijvingen worden volgens de door het AB FUMO vastgestelde afschrijvingstermijnen berekend en een afschrijving begint te lopen vanaf 1 januari van het jaar na oplevering van de investering. Er worden geen rentelasten toegerekend. Materiële vaste activa met economisch nut Materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijging- of vervaardigingprijs.

De afschrijvingstermijnen die we hanteren, zijn: • Technische installaties in bedrijfsgebouwen: 15 jaar • Veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen; kantoormeubilair: 10 jaar • Software; automatiseringsapparatuur; telefooninstallaties: 3 tot 5 jaar • Verbouwingen, termijn afhankelijk van looptijd huurcontract, Inclusief optietermijn verlenging: 1 tot 10 jaar • Voertuigen: 8 jaar • Meetapparatuur: 5 jaar Investeringen met een verkrijgingsprijs van minder dan € 10.000 activeren we niet. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa nemen we onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking.

Pagina 35 van 62

Investeringen in de openbare ruimte met uitsluitend maatschappelijk nut De FUMO kent geen investeringen in de openbare ruimte met uitsluitend maatschappelijk nut. Financiële vaste activa Financiële vaste activa bestaan uit vorderingen op medewerkers en zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa nemen we onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking. Zo nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid op de boekwaarde in mindering gebracht. Vlottende activa Vlottende activa bestaan uit de voorraden, de uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar (voor zover aanwezig), de liquide middelen en de overlopende activa. Voorraden zijn (voor zover aanwezig) gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs. Vorderingen, overlopende activa en liquide middelen waarderen we tegen nominale waarde. Voor eventuele oninbaarheid vormen we een voorziening. Passiva Passiva worden ingedeeld in vaste en vlottende passiva. Vaste passiva Onder vaste passiva verstaan we het eigen vermogen, de voorzieningen en de vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer (voor zover aanwezig). Het eigen vermogen bestaat uit reserves (voor zover aanwezig) en het resultaat na bestemming volgend uit de programmarekening. Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves verantwoorden we volgens de besluiten van het AB FUMO.

Toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves (voor zover aanwezig) verantwoorden we in de programmarekening. Voorzieningen waarderen we op het nominale bedrag van de betrokken verplichting, of in voorkomende gevallen het voorzienbare verlies. Voorzieningen worden gevormd vanwege: a. verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, maar die wel redelijk in te schatten zijn; b. op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijk in te schatten is; c. kosten die we gedeeltelijk in het begrotingsjaar en een volgend begrotingsjaar maken, of kosten die we in een voorafgaand begrotingsjaar maakten waarbij de voorziening zorgt voor een gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren; d. van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden. Vlottende passiva Onder vlottende passiva vallen voorschotbedragen van overheden en netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar. De kortlopende schulden en de overlopende passiva waarderen we tegen de nominale waarde. Waarborgen en garantstellingen De FUMO kent geen waarborgen en garantstellingen.

Pagina 36 van 62

7.2

Balans per 31 december 2024

ACTIVA

31-12-2024

31-12-2023

Vaste activa Materiële vaste activa

851.822

- investeringen met een economisch nut

851.822

Financiële vaste activa - openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden - Overige langlopende leningen

888.812 888.812

17.920 17.920

Totaal vaste activa

15.139 15.139

869.742

903.951

Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

4.608.975

- Vorderingen op openbare lichamen

1.107.944

- Overige vorderingen - Rekening courant verhouding met het Rijk

5.051.131 698.255

4.923

3.239

3.496.108

4.349.636

Liquide middelen

30.099

- Kassaldi

-

- Banksaldi

30.099

Overlopende activa. - overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

6.798 6 6.791

114.414 114.414

643.515 643.515

Totaal vlottende activa

4.753.488

5.701.444

Totaal Activa

5.623.230

6.605.395

PASSIVA

31-12-2024

31-12-2023

Eigen vermogen

839.506

- Algemene reserve

1.129.304

- Bestemmingsreserves - Gerealiseerde resultaat

-

71.996

-

361.794

71.996

Voorzieningen - Van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer - openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden

1.278.771 1.206.775

56.184 56.184

36.199 36.199

200.000 200.000

Totaal vaste passiva

200.000 200.000

1.095.690

1.514.970

4.070.542

4.606.451

Vlottende passiva Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar - Kasgeldleningen aangegaan bij openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden - Overige schulden

800.000

800.000

3.270.542

3.806.451

Overlopende passiva - Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume - De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren; - Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen.

456.998

483.975

10.517

-

446.481

483.975

-

-

Totaal vlottende passiva

4.527.540

5.090.425

Totaal Passiva

5.623.230

6.605.395

Pagina 37 van 62

7.3

Toelichting op de balans

7.3.1

Activa

Vaste activa Tot onze vaste activa behoren de materiële, immateriële en de financiële vaste activa. Immateriële vaste activa (bijvoorbeeld geactiveerde kosten van geldleningen) horen ook bij vaste activa, maar komen bij de FUMO niet voor. Daarom presenteren we alleen de financiële vaste activa en materiële vaste activa. Materiële vaste activa De FUMO investeerde in 2024 in hardware (laptops en telefoons) en in vergaderapparatuur. Er was in 2024 geen sprake van bijdragen van derden of duurzame waardeverminderingen. De specificaties per balansdatum en het verloop van de boekwaarden van de materiële vaste activa staan in het volgende overzicht. Boekwaarde Bedrijfsgebouwen Vervoermiddelen Machines, apparaten en installaties Totaal

31-12-2023 450.880 12.397 425.536 888.812

Investeringen

Desinvesteringen

Afschrijvingen

0 0 137.430 137.430

0 0 0 0

58.027 2.479 113.914 174.420

Boekwaarde 31-12-2024 392.853 9.917 449.051 851.822

Financiële vaste activa In 2019 zijn we gestart met een fietsplan voor onze werknemers. Zij kunnen op rekening van de FUMO een fiets kopen en deze gedurende drie jaar afbetalen via een inhouding op het salaris. Boekwaarde

Investeringen

Desinvesteringen

31-12-2023 Overige langlopende leningen Totaal

15.139 15.139

7.239 7.239

Afschrijvingen/aflossingen

Boekwaarde

4.458 4.458

17.920 17.920

0 0

31-12-2024

Vlottende activa Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan één jaar De post ‘vorderingen op openbare lichamen’ bestaat voornamelijk uit vorderingen op deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling. De post ‘ministerie van Financiën’ verwijst naar het saldo van de rekening van het schatkistbankieren bij het ministerie van Financiën. De in de balans opgenomen uitzettingen met een looptijd van één jaar of minder, specificeren we als volgt: Boekwaarde 31-12-2024 Vorderingen op openbare lichamen Overige vorderingen FUMO Bank: Ministerie van Financien 21444 Totaal

1.107.944 4.923 3.496.108 4.608.975

Pagina 38 van 62

Balanswaarde Voorziening oninbaarheid 0 0 0 0

Balanswaarde

31-12-2024

31-12-2023

1.107.944 4.923 3.496.108 4.608.975

698.255 3.239 4.349.636 5.051.131

Vorderingen op openbare lichamen Balanswaarde

Vorderingen op overige openbare lichamen Voorziening oninbaarheid Totaal

31-12-2024 1.107.944 0 1.107.944

De vorderingen op openbare lichamen zijn gestegen ten opzichte van het voorgaande jaar. De vorderingen op openbare lichamen bestaan uit afrekeningen die aan de deelnemers zijn verstuurd over de nacalculatie van de werkelijke bestede uren ten opzichte van de begrote uren en uit facturen voor incidentele opdrachten. Schatkistbankieren Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaalcijfer op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist aangehouden Ruimte onder het drempel bedrag

Kwartaal 3

Kwartaal 4

81.883

73.665

11.635

9.399

918.117

926.335

988.365

990.601

In principe moeten alle overtollige middelen in de schatkist worden aangehouden, tenzij deze middelen onder het drempelbedrag gerekend kunnen worden. Voor de FUMO geldt een drempelbedrag van € 1.000.000. Uit bovenstaande tabel blijkt de drempelbedragen niet worden overschreden. De balanspost Liquide middelen kent drie componenten: 1. Kassaldi: Dit is het saldo contant geld voor het doen van kleine uitgaven. 2. Rabobanknummer 1: Dit is de gewone lopende rekening van de FUMO. 3. Rabobanknummer 2: Dit is de bankrekening voor het opnemen en storten van contant geld en voor het doen van internetaankopen. Deze rekening wordt gevoed door kantine-opbrengsten en, indien nodig, aanvullingen vanaf de gewone lopende rekening. 4. Rabobanknummer 3: Dit is de bankrekening van de activiteitencommissie. Het saldo van de liquide middelen is als volgt opgebouwd:

Kassaldi Rabobank 1 Rabobank 2 Rabobank 3 Totaal

Boekwaarde

Boekwaarde

31-12-2024 0 11.030 657 18.411 30.099

31-12-2023 6 6.053 739 0 6.798

Overlopende activa Onder de overlopende activa nemen we de nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen op. Van beide posten volgt hieronder een korte toelichting voor de belangrijkste bestanddelen. Nog te ontvangen bedragen: • In januari 2025 is rente ontvangen over het 4e kwartaal 2024 mbt Schatkistbankieren: € 45.798 Pagina 39 van 62

Vooruitbetaalde bedragen: Deze post bestaat uit een aantal facturen die in eerste instantie in 2024 betaald zijn, maar die betrekking hebben op 2025. De grootste hiervan zijn: • Factuur MY-LEX B.V.: € 6.250 • Factuur Digitale checklisten: € 14.400 • Factuur ValidSign: € 6.853 • Factuur TOPdesk: € 18.800 • Factuur Embrace the Human Cloud B.V.: € 9.079 Dit geeft voor de overlopende activa het volgende totaalbeeld:

Overige nog te ontvangen bedragen Vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Totaal

7.3.2

Boekwaarde

Boekwaarde

31-12-2024 45.798

31-12-2023 569.480

68.616

74.036

114.414

643.515

Passiva

Vaste passiva Eigen vermogen Voor het positieve resultaat van boekjaar 2023, dat € 71.996 bedroeg, is in 2024 na goedkeuring door het AB FUMO een bestemmingsreserve gevormd voor de kosten van de inhuur van een projectleider voor de implementatie van de I-visie. Deze bestemmingsreserve is in 2024 nog niet aangesproken. We hebben ervoor gekozen om eerst de het team I&A robuust in te richten met onder meer een teamleider en pas daarna een vervolg te geven aan de uitvoering van de I-visie. Over 2024 is een negatief resultaat gerealiseerd van -/- € 361.794 . Dit is opgevoerd als alsnog te bestemmen resultaat. Boekwaarde Boekwaarde

Algemene reserve Bestemmingsreserves Nog te bestemmen resultaat Totaal

31-12-2024 1.129.304 71.996 -361.794 839.506

31-12-2023 1.206.775 0 71.996 1.278.771

Het verloop in 2024 geven we in onderstaand overzicht per reserve weer: Boekwaarde

FUMO Algemene reserve FUMO Bestemmingsreserve i-visie Totaal

31-12-2023 1.206.775 1.206.775

Toevoeging Onttrekking

71.996 71.996

Pagina 40 van 62

77.471 77.471

Bestemming Vermindering Boekwaarde resultaat vorig ter dekking boekjaar van afschrijvingen 31-12-2024 1.129.304 71.996 1.201.300

Conform het besluit van het algemeen bestuur in de vergadering van 11 april 2024 dekken we de kosten die betrekking hebben op de I-visie in 2024 en 2025 uit de algemene reserve. In 2024 betrof dit € 77.471. Voorzieningen In 2018 is een voorziening gevormd voor een eventuele verplichting als een medewerker na twee jaar ook een derde jaar recht heeft op WW. In de toenmalige CAO was afgesproken dat werknemers deze premie betalen. In 2024 is een nieuwe cao van kracht geworden. Hierin is niet meer opgenomen dat deze premie bij de medewerkers in rekening wordt gebracht. Vanaf 2024 is deze dan ook komen te vervallen. Op dit moment maakt geen enkele ex-medewerker van de FUMO gebruik van ww. Daarom is besloten om de voorziening te laten vrijvallen. Tegelijkertijd is de voorziening verlofsparen gevormd. Medewerkers van de FUMO kunnen hun bovenwettelijke verlofuren omzetten in uren voor verlofsparen. Verlofspaaruren verjaren niet en daarom is hiervoor een voorziening gevormd op basis van het saldo verlofspaaruren per 31 december 2024. Boekwaarde

Toevoeging

Vrijval

36.199

-

36.199

-

-

36.199

56.184 56.184

36.199

-

56.184 56.184

31-12-2023 Voorziening Premie reparatie 3e jaar WW Voorziening verlofsparen

Totaal

Aan- Boekwaarde wending 31-12-2024

Vaste schulden met een rente typische looptijd langer dan één jaar De onderverdeling van de in de balans opgenomen vaste schulden met een looptijd langer dan één jaar is als volgt: Boekwaarde Boekwaarde

Onderhandse leningen - openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden Totaal

31-12-2024

31-12-2023

200.000

200.000

200.000

200.000

In onderstaand overzicht geven we het verloop weer van de vaste schulden met een looptijd langer dan één jaar over het jaar 2024:

Roll over lening NWB Totaal

Saldo 31-12-2023 200.000 200.000

Vermeer- Verminder deringen ingen -

Aflossingen -

Saldo 31-12-2024 200.000 200.000

In 2023 is de roll-over lening verlengd, waarbij de hoofdsom is verlaagd van € 3.000.000 naar € 1.000.000. Hiervan is 20% (€ 200.000) niet aflosbaar.

Pagina 41 van 62

Vlottende passiva Onder de vlottende passiva zijn opgenomen: Boekwaarde Boekwaarde 31-12-2024

31-12-2023

Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

4.052.131

4.606.451

Overlopende passiva Totaal

456.998 4.509.129

483.975 5.090.425

Netto-vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar Deze post bestaat uit 3 onderdelen: 1. De post ‘Handelscrediteuren’: Deze bestaat uit diverse facturen die per balansdatum open stonden. Hieronder zijn ook openstaande debiteuren met een negatief saldo opgenomen. 2. Een schuld aan de Belastingdienst ivm te verrekenen/af te dragen BTW 3. De rekening-courant verhouding met de activiteitencommissie. 4. De post ‘Kasgeldleningen van openbare lichamen’. In 2023 is de roll-over lening verlengd, waarbij de hoofdsom is verlaagd van € 3.000.000 naar € 1.000.000. Hiervan is 20% niet aflosbaar. Het aflosbare deel van € 800.000 is gepresenteerd onder de netto-vlottende schulden. Over 2024 is voor € 43.401,36 aan rente betaald over deze lening.

Handelscrediteuren Belastingdienst Rekening courant Activiteitencommissie Kasgeldlening NWB

Boekwaarde

Boekwaarde

31-12-2024 3.016.461 235.670 18.411 800.000 4.070.542

31-12-2023 3.806.451 0 0 800.000 4.606.451

Overlopende passiva De overlopende passiva bestaan uit: • Nog te betalen facturen, die betrekking hebben op 2024, maar die in 2025 worden betaald: € 10.517 • Het niet-bestede deel van de ontvangen voorschotten inzake specifieke uitkeringen: Specifieke Uitkering Toezicht en Handhaving Energiebesparingsplicht (€ 446.481). Op pagina 21 is deze SPUK-regeling inhoudelijk toegelicht. Boekwaarde 31-12-2024

Boekwaarde 31-12-2023

10.517

0

De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren

446.481

483.975

Totaal

456.998

483.975

Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume

Pagina 42 van 62

Hieronder hebben we een verloopoverzicht opgenomen van de Specifieke Uitkering Toezicht en Handhaving Energiebesparingsplicht. Saldo 31-12-2023 Specifieke Uitkering Toezicht en Handhaving Energiebesparingsplicht

Ontvangen Gemaakte voorschotten kosten

483.975

477.268

514.761

Saldo 31-12-2024 446.481

Niet in de balans opgenomen verplichtingen De FUMO is een aantal langlopende verplichtingen aangegaan: •

• •

•

Een dienstverleningsovereenkomst met de provincie Fryslân met een duur van zes jaar, tot 1 januari 2025. Het contract van 2025 is in concept opgesteld. We maken een splitsing tussen ICT en Financiën. Voor Financiën sluiten we naar verwachting een driejarige overeenkomst. De kosten hiervan zijn circa € 135.000 per jaar. Voor het ICT-gedeelte sluiten we naar verwachting een overeenkomst voor één jaar. De kosten hiervan zijn circa € 425.000. Dienstverleningsovereenkomst met de gemeente Leeuwarden over huisvesting: Duur 11 jaar tot 1 januari 2026, bedrag per jaar ongeveer € 550.000; Contract Century Autolease: Duur 6 jaar t/m 2021, bedrag per jaar ca. € 170.000. Eind 2021 zijn onder deze overeenkomst leasecontracten voor 6 jaar afgesloten; Er zal een nieuwe aanbesteding worden gedaan voor 2027. Contract SBA (zaaksysteem): Duur 4 jaar t/m 2021, bedrag per jaar ca. € 240.000. Dit contract wordt jaarlijks met een jaar verlengd.

Pagina 43 van 62

7.4

Het overzicht van baten en lasten over het begrotingsjaar 2024

Conform het BBV dient ontstaand overzicht van baten en lasten onderdeel uit te maken van de jaarrekening. Voor de sturing en de inhoudelijke verantwoording van de FUMO wordt het overzicht op de volgende pagina gebruikt. De volgende onderwerpen zijn niet van toepassing bij de FUMO en zijn daarom niet opgenomen in de tabel: • Lokale heffingen, waarvan de besteding niet gebonden is • Algemene uitkeringen • Dividend Bedragen (x€ 1.000)

Begroting 2024 voor wijziging

Begroting 2024 na wijziging

Realisatie 2024

Programma:

Baten

Lasten Saldo Baten

Lasten Saldo Baten

Lasten Saldo

Programma Milieu

€ 6.019

€ 6.019

€0

€ 7.151

€ 7.151

€0

€ 5.901

€ 6.464 -€ 563

Programma Toezicht en Handhaving

€ 6.113

€ 6.113

€0

€ 6.617

€ 6.617

€0

€ 7.514

€ 7.351 € 163

Totaal programma's

€ 12.131 € 12.131

€ 0 € 13.768 € 13.768

€ 0 € 13.415 € 13.815 -€ 400

€0

€0

€0

€ 232

€ 43 € 189 € 250 -€ 250

Algemene dekkingsmiddelen: Saldo van de financieringsfunctie

€0

Overige algemene dekkingsmiddelen

€0

€ 100 -€ 100

€0

€ 100 -€ 100

€0

Totaal algemene dekkingsmiddelen

€0

€ 100 -€ 100

€0

€ 100 -€ 100

€ 232

€ 293

-€ 61

Kosten van de overhead

€ 8.004

€ 7.904 € 100

€ 8.350

€ 8.250 € 100

€ 8.490

€ 8.468

€ 22

Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten

€ 20.135 € 20.135

Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Gerealiseerde resultaat

€0

€0

€0

€ 20.135 € 20.135

Pagina 44 van 62

€0

€ 0 € 22.118 € 22.118

€ 0 € 22.137 € 22.576 -€ 439

€0

€0

€0

€0

€ 0 € 22.118 € 22.118

€ 77

€0

€ 77

€ 0 € 22.215 € 22.576 € 362

Begroting voor wijziging 2024

Begroting na wijziging 2024

Rekening 2024

Lasten 1 Personeelslasten 2 Overige personeelslasten 3 Kapitaallasten 4 Vaar- en voertuigen 5 Huisvesting 6 Administratie 7 ICT 8 Overige kosten 9 Implementatie Omgevingswet 10 Onvoorzien Totale lasten

16.996.983 1.010.356 84.500 171.204 695.160 55.943 438.242 507.642 75.000 100.000 20.135.030

18.818.130 1.087.252 84.500 195.173 695.160 55.943 499.596 507.642 75.000 100.000 22.118.396

18.732.721 970.770 217.822 223.233 722.113 66.321 775.357 563.347 55.010 249.746 22.576.441

Baten 13 Deelnemersbijdragen basistaken 14 Brikstaken 15 Deelnemersbijdragen plustaken 16 Deelnemersbijdragen collectieve taken 17 Deelnemersbijdragen Impl. Omgevingswet 18 Inkomsten specifieke uitkeringen 19 Extra taken projecten 20 Vrijval voorziening Premie reparatie3e jaar WW 21 Overige baten 22 Rentebaten Totale baten

11.193.638 318.620 5.264.669 1.996.056 75.000 554.925 732.122 20.135.030

14.068.284 148.604 4.411.172 2.177.487 75.000 554.925 682.924 22.118.396

12.912.896 186.196 4.390.736 2.635.917 74.999 514.761 1.054.508 36.199 98.706 232.258 22.137.176

Overzicht van baten en lasten

Resultaat gewone bedrijfsvoering

-

Vermogenssituaties Onttrekking aan reserves Toevoeging aan reserves Resulaat vermogenssituaties

-

-

0

Resultaat na vermogenssituaties

7.5

-

77.471 77.471

0

-

-

-

-

439.265

-

361.794

Toelichting op het overzicht van baten en lasten

7.5.1 Toelichting op de lasten Personeelskosten (1) De personeelskosten zijn met € 85.000 onderschreden. In onderstaande tabel hebben we deze nader gespecificeerd. (Bedragen x € 1000)

Begroting

Personeelskosten Personeelskosten primair proces Personeelskosten management en bedrijfsvoering DVO provincie DVO gem Leeuwarden Detachering wetterskip Totaal personeelskosten

13.740 4.144 798 108 28 18.818

Pagina 45 van 62

Realisatie 13.768 4.242 589 104 29 18.733

Verschil 28 98 -209 -4 1 -85

Uit deze tabel blijkt dat de personeelskosten in het primaire proces nagenoeg gelijk zijn aan de begroting. Er zijn verschillende factoren die de personeelskosten in het primaire proces beïnvloeden. a) De bezetting was zo’n 7 fte hoger dan begroot, dit zorgt voor hogere personeelskosten. b) De flexibele schil was in werkelijkheid lager dan de norm van 20% waarmee in de begroting wordt gerekend. Dit zorgt voor een dempend effect op de personeelskosten. c) Het personeelsbestand van de FUMO is behoorlijk verjongd, voornamelijk als gevolg van traineeships maar ook door uitstroom van oudere medewerkers die de pensioengerechtigde leeftijd bereikten. De gemiddelde leeftijd van medewerkers in het primaire proces is de afgelopen anderhalf jaar met ruim drie jaar gedaald naar gemiddeld 48 jaar. Een jonger personeelsbestand heeft een positief effect op ontwikkeling van de personeelskosten De personeelskosten voor management en bedrijfsvoering waren ca. € 100.000 hoger dan begroot. Met name in het programma bedrijfsvoering was sprake van hogere inhuur als gevolg van vervanging wegens ziekte. De kosten voor de DVO met de provincie Fryslân zijn lager dan begroot. Dit komt onder meer door een verschuiving van de kapitaallasten, die eerst in de DVO waren opgenomen maar die we sinds 2024 zelf dragen. Overige personeelskosten (2) De overige personeelskosten waren € 118.000 lager dan begroot.

De belangrijkste reden is het nauwelijks hoeven aanwenden van het outplacement budget. Dit leidde tot een voordeel van € 179.000. De scholingskosten zijn met € 54.000 overschreden doordat er extra opleidingen zijn gegeven in het kader van de Omgevingswet. Deze overschrijding valt weg tegen een lagere besteding voor secundaire arbeidsvoorwaarden. Kapitaallasten (3) De kapitaallasten bestaan uit afschrijvingen op • inventaris in het kantoorgebouw van de FUMO • investeringen in een dienstauto (nagenoeg het gehele wagenpark van de FUMO wordt geleased) • Meetapparatuur (gascamera en geluidsmeters) • Investeringen in hardware (laptops en telefoons)

€ 58.027 € 2.479 € 24.091 € 89.823

Daarnaast wordt de betaalde rente op de lening hier verantwoord. Onze totale kapitaallasten zijn hoger dan begroot. Dit komt vooral doordat de afschrijvingen op hardware voorheen waren opgenomen in de DVO die met de provincie Fryslân is afgesloten. Sinds boekjaar 2023 betalen we deze investeringen zelf en verantwoorden we de afschrijvingslasten onder onze kapitaallasten. De kosten van de DVO (zie personeelskosten) zijn lager dan begroot. Hier is dus sprake van een verschuiving van kosten. Vaar- en voertuigen (4) Wij maken gebruik van leaseauto’s. In 2022 ging de FUMO (gedeeltelijk) over op elektrische auto’s. Daarnaast declareren medewerkers dienstreizen met hun eigen auto. De totale kosten zijn hoger dan begroot vanwege hogere leasebedragen. Dit komt door de uitbreiding van het wagenpark door aanpassingen die aan de dienstauto’s zijn gedaan. Hierdoor zijn ook de leasetermijnen gestegen.

Pagina 46 van 62

Huisvesting (5) De totale huisvestingskosten zijn hoger dan begroot. Onder onze huisvestingskosten vallen onze huurlasten en overige huisvestingskosten. Onder de overige huisvestingskosten zijn de kosten van de facilitaire ondersteuning ingeschat die de gemeente Leeuwarden voor ons verzorgt. Dit zijn de kosten van de huismeesters, de schoonmaak van het gebouw en inventaris (de gemeente Leeuwarden heeft hiervoor een contract met Breedweer), de koffie- en theevoorziening en de beveiliging. Administratie (6) De kosten voor administratie bestaat uit accountantskosten, de kosten voor de Verbijzonderde Interne Controle (VIC) en bureaukosten. De kosten over 2024 waren hoger dan begroot. ICT (7) De kosten voor ICT hebben betrekking op het volgende:

Licenties zaaksysteem Overige licenties Overige ICT-kosten

Begroting voor wijziging 2024

Begroting na wijziging 2024

Rekening 2024

143.720 217.146 77.376

163.841 247.546 88.209

277.197 384.106 114.053

438.242

499.596

775.357

Licenties zaaksysteem De licentiekosten voor het zaaksysteem zijn hoger dan begroot. Dit komt vooral door stijgende licentiekosten: enerzijds door meer gebruikers en anderzijds door inflatie. In de begroting van 2026 houden we rekening met een correctie voor de autonome groei van deze kosten. Overige licenties De kosten voor de post ‘overige licenties’ zijn hoger dan begroot. We namen een aantal nieuwe applicaties in gebruik die aanvullende licentiekosten met zich meebrachten. De specificatie van deze post is als volgt:

Pagina 47 van 62

Omschrijving Bedrag Digitale checklisten € 62.673 Portal € 37.109 Afas € 36.375 Corsa (DMS) € 28.105 Topdesk € 26.336 Inspectieview € 25.000 My-LEX € 18.750 Geomilieu € 14.170 Bris € 13.907 Softbots € 12.458 Datamask € 12.349 Embrace € 11.857 VOIP-installatie € 11.712 Partijregistratie € 10.805 Azure omgeving € 10.703 Validsign € 8.707 BRS € 6.533 Globescope/ Via € 6.180 ZZS-tool € 6.000 A-3 jaarplannen € 5.956 Ibabs € 5.562 Dronesoftware € 4.295 HR21 € 3.708 Kiwa € 1.320 Sharepoint € 1.008 Overig € 2.528 Totaal € 384.106

Overige ICT kosten Onder de overige ICT-kosten zijn onder andere kosten opgenomen voor opstellen van de I-visie, maar ook de ontwikkelkosten voor de koppeling tussen de Register Externe Veiligheid (REV) en het zaaksysteem LEEF. Hiervoor is ook extra dekking van € 50.000 in de vorm van een bijdrage vanuit OD-NL. Deze is onder ‘overige baten’ opgenomen. Overige kosten (8) Onder de overige kosten vallen onder andere de kosten voor abonnementen, verzekeringen en communicatiekosten, maar ook ontwikkelkosten. Per saldo zijn de overige kosten met € 69.000 overschreden. Dit komt voornamelijk door kosten waarvoor we aanvullende dekking realiseerden in de vorm van een subsidie voor groene boa’s. Deze aanvullende dekking is verantwoord onder de overige baten. Implementatie Omgevingswet (9) In 2024 is voor een bedrag van € 55.010 aan kosten gemaakt over het project Implementatie Omgevingswet. Deze kosten hadden betrekking op de inhuur van een externe projectleider. Onvoorzien (10) De post Onvoorzien kan als volgt worden gespecificeerd. Omschrijving Controles brandveiligheid Overig Bedrijfsarts Advocaatkosten Lustrum bijeenkomst Leiderschapstraject Coaching medewerkers VTH-netwerkdag Monstername afvalwater Optelsom posten < € 10.000 Totaal

Bedrag € 62.701 € 30.143 € 28.045 € 27.819 € 20.179 € 17.087 € 16.090 € 13.198 € 11.052 € 23.432 € 249.746

Pagina 48 van 62

7.5.2 Toelichting op de baten In totaal zijn de baten € 17.419 hoger dan begroot (na wijziging). Dit is een afwijking van 0,1 %. Hieronder lichten we de afzonderlijke posten toe. Deelnemersbijdragen basistaken (13) We hebben de bijdragen voor basistaken in 2024 - volgens de bepalingen in artikel 29 van de GR FUMO - bij de deelnemers in rekening gebracht. Dit deden we op basis van de bedragen die in de begroting zijn vastgesteld. Facturering vond in vier gelijke kwartaaltermijnen plaats. Enkele deelnemers voldeden hun bijdrage in twee halfjaarlijkse termijnen. Sinds 2022 is de nieuwe sturings- en financieringssystematiek van kracht. Een belangrijk onderdeel is dat wij de taken die wij voor deelnemers uitvoeren, afrekenen op basis van een nacalculatie van de werkelijk bestede uren. De urenbesteding voor de reguliere basistaken was lager dan begroot. Met name op het gebied van gemeentelijke bodemtaken zijn niet alle uren besteed. Dit is nader toegelicht in paragraaf 4.2. Per saldo ontvingen de deelnemers bijna € 1,2 miljoen terug van de FUMO door de lagere urenbesteding voor de basistaken. Brikstaken (14) De urenbesteding voor de Briks-taken was hoger dan begroot. Hierdoor zijn ook de verantwoorde opbrengsten hoger. Deelnemersbijdragen plustaken (15) De afrekening voor plustaken lag in lijn met de begroting. De afwijking was 0.5%.

Onder plustaken vallen bijvoorbeeld het uitvoeren van geluidsmetingen en werkzaamheden in het kader van externe veiligheid. Deelnemersbijdragen collectieve taken (16) De deelnemersbijdrage aan collectieve taken is fors hoger dan begroot. Dit komt vooral door de inwerkuren die volgens het besluit van het AB FUMO van 27 oktober 2022 zijn opgenomen in de afrekening van de collectieve taken. In hoofdstuk 3 gaan we inhoudelijk in op de collectieve uren. We brachten in totaal € 458.000 aanvullend bij de deelnemers in rekening over de collectieve taken. Deelnemersbijdragen implementatie Omgevingswet (17) Deze post is conform begroting in rekening gebracht bij de deelnemers. Inkomsten specifieke uitkeringen (18) De Specifieke Uitkering Toezicht en Handhaving Energiebesparingsplicht (SPUK-THE) loopt over de periode 2022-2026. In totaal ontvangt de FUMO hiervoor een bedrag van bijna € 2.1 mln. In 2024 zijn 4.625 uren besteed. De totale besteding bedroeg € 505.381,40. We hebben dit bedrag meegenomen aan zowel de batenkant als de kostenkant. In bijlage IV is de sisa-verantwoording voor deze SPUK-regeling opgenomen. Extra taken projecten (19) Onder deze post vallen opdrachten die deelnemers aan de FUMO verstrekken bovenop de begrote taken. Denk aan extra opdrachten in het kader van de stikstofproblematiek en aan extra ureninzet bij politiek gevoelige dossiers.

In de begroting is een doelstelling van een kleine € 700.000 opgenomen. De werkelijke inkomsten vielen hoger uit. Pagina 49 van 62

Overige baten (20) Onder de overige baten vallen enkele doorbelastingen van bedrijfsvoeringskosten, maar ook een ontvangen subsidie voor de Groene BOA’s van de FUMO. Rentebaten (21) Vanaf juli 2022 ontvangen we rente over het saldo bij schatkistbankieren. Over 2024 is een renteopbrengst gerealiseerd van € 232.258. Dit was niet begroot, waardoor hier een voordeel ontstaat.

7.6

Vermogensmutaties Begroting voor wijziging 2024

Begroting na wijziging 2024

Resultaat voor vermogensmutaties

-

-

- Onttrekkingen aan reserves - Toevoegingen aan reserves

-

-

Resultaat na vermogensmutaties

-

-

Rekening 2024 -

439.265 77.471 77.471

-

361.794

Toelichting: In 2024 is een onttrekking aan de reserve geweest. Deze is toegelicht in paragraaf 7.3.2.

7.7

Rechtmatigheidsverantwoording

De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruiken oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het dagelijks bestuur toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het algemeen bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het algemeen bestuur op 19 december 2024 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het algemeen bestuur bepaald en bedraagt 3% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 677.294.

De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2024 van de Commissie BBV van oktober 2024. Bevindingen Het dagelijks bestuur stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen € 2.177.790 bedraagt. Dit is hoger dan de daarvoor gestelde grens van € 677.294.

Pagina 50 van 62

De geconstateerde afwijkingen betreffen: • •

Begrotingsonrechtmatigheid € 1.217.790. Dit betreft overschrijdingen van de begrote lasten van een aantal programma’s Fout ten aanzien van het voorwaardencriterium € 960.000. Dit betreft het verlengen van het contract voor het gebruik van het zaaksysteem. De jaarlijkse contractwaarde bedraagt € 240.000. De rechtmatigheidsfout betreft de contractwaarde gedurende 48 maanden.

In de paragraaf bedrijfsvoering (6.1) heeft het dagelijks bestuur per criterium beschreven welke controles zijn uitgevoerd en welke bevindingen er waren.

7.8

Overige gegevens

7.8.1

Incidentele baten en lasten 2024

Het BBV schrijft voor dat de incidentele baten en lasten in de jaarstukken staan. Dit is vastgelegd in artikel 28, lid c van het BBV: Hieronder staan incidentele baten en lasten van de FUMO over het verslagjaar 2024. Er is voor bijna € 28.000 aan advocaatkosten gemaakt. Daarnaast is een lustrumbijeenkomst georganiseerd voor ruim € 20.000 ten behoeve van ons 10-jarig bestaan. Ook is er een leiderschapstraject geweest en zijn er monsternames voor afvalwater genomen. Omschrijving Advocaatkosten Lustrum bijeenkomst Leiderschapstraject Monstername afvalwater Totaal

7.8.2

Bedrag € 27.819 € 20.179 € 17.087 € 11.052 € 76.137

Structurele mutaties 2024 in reserves

Bepaalde regels in het BBV schrijven voor dat de structurele mutaties in reserves in de jaarstukken staan. Dit wordt geregeld in artikel 28, lid d van het BBV: Voorstel tot bestemming van het resultaat 2024 Het AB FUMO is bevoegd tot het bestemmen van het resultaat. Hierover ontvangt het AB FUMO binnenkort een apart voorstel. Algemene reserve (weerstandsvermogen) Volgens artikel 29 lid 8 van de GR FUMO mag het weerstandsvermogen van de FUMO niet meer bedragen dan 10% van de jaaromzet. Voor zover het batig saldo van enig jaar leidt tot een weerstandsvermogen van meer dan 10% van de jaaromzet, wordt het meerdere naar rato uitgekeerd van de bijdrage voor basis- en plustaken in het verslagjaar. Algemene reserve per 1-1-2024 Mutaties algemene reserve 2024 Saldo algemene reserve voor resultaatbestemming 2024

1.206.775 -/- 77.471 1.129.304

De jaaromzet 2024 bedraagt Maximale toegestaan weerstandsvermogen volgens artikel 29 lid 8 GR (10%)

22.137.176 2.213.718

Pagina 51 van 62

7.8.3

Wet normering topinkomens

Per 1 januari 2013 is de Wet Normering Topinkomens (WNT) ingegaan. Dat betekent dat de FUMO zich moet houden aan het algemeen WNT-maximum. In 2024 is het algemene maximum € 233.000, -, inclusief belaste kostenvergoedingen en pensioenbijdrage werkgever. Het weergegeven toepasselijke WNT-maximum per persoon of functie is berekend naar rato van de omvang (en voor topfunctionarissen ook de duur) van het dienstverband, waarbij de omvang van het dienstverband nooit groter kan zijn dan 1,0 fte. Voor topfunctionarissen met en zonder vaste dienstbetrekking gelden verschillende berekeningen die in onderstaande tabel zijn opgenomen. Bezoldiging topfunctionarissen Onderstaand tabel is van toepassing op leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking. En gaat in vanaf de dertiende maand van de functievervulling. Gegevens 2024 bedragen x € 1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Schiermonnikoog&id=f518f312-d25c-415e-b111-4dd6f02966c9