12 bijlage Was-wordt APV 2022 - compleet.docx
Tekst van het document
WAS-WORDT-TABEL ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING SCHIERMONNIKOOG 2022 Compleet WAS
WORDT
HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN
HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen
Artikel 1:1 Begripsbepaling In deze verordening wordt verstaan onder:
Artikel 1:1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder:
a) bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;
a) bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;
b) bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning;
b) bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
c) bouwwerk: hetgeen in artikel 1 van de Bouwverordening van de gemeente Schiermonnikoog daaronder wordt verstaan;
c) bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Bouwverordening van de gemeente Schiermonnikoog; d) bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994;
d) college: het college van burgemeester en wethouders;
e) college: het college van burgemeester en wethouders;
e) gebouw: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet daaronder wordt verstaan;
f) gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet;
f) handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;
g) handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; h) motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
g) openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;
i) openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;
h) openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan;
j) openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; k) parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; Pagina 1 van 87
i) rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;
l) rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; m) voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen;
j) weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet daaronder wordt verstaan
n) weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.
Toelichting: -
Definities: tekstuele wijziging. Onder a, b, d, e, f, h, i, k en m: tekstuele wijzingen en wijzigingen van de letteraanduiding in verband met de toevoeging van enkele begrippen. Onder c, g, j en l: In de nieuwe APV zijn afdelingen 1 t/m 5 samengevoegd, waardoor alle daarbij horende definities in de nieuwe APV bij elkaar te staan onder de definities, bovenin de verordening. Dit is lijn met de Model-APV 2022 van de VNG.
Artikel 1:2 Beslistermijn 1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.
Artikel 1:2 Beslistermijn 1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.
2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verlengen.
2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen.
3. In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2.5, vierde lid, of artikel 2.6, tweede lid, aanhef en onder a.
3. In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2.10, vierde lid, of artikel 2.11, tweede lid.
Toelichting: Artikel 1:3 Indienen aanvraag (Vervallen) Toelichting:
Artikel 1:3 Indienen aanvraag (Vervallen)
Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen 1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.
Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen Gelijk
Pagina 2 van 87
2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen. Toelichting: Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.
Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing Gelijk
Toelichting: Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:
Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als:
a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;
a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;
b. indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;
b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;
c. indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
c. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
d. indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of
d. van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of
e. indien de houder dit verzoekt.
e. de houder dit verzoekt.
Toelichting: -
Tekstuele wijziging.
Artikel 1:7 Termijnen De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.
Artikel 1:7 Termijnen 1. De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet. 2. De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd Pagina 3 van 87
als het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft. Toelichting: -
Toevoeging van tweede lid, in lijn met de modelverordening. Naar aanleiding van jurisprudentie over schaarse vergunningen kunnen niet alle soorten vergunningen of ontheffingen voor onbepaalde tijd verstrekt worden.
Artikel 1:8 Weigeringsgronden 1.Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van:
Artikel 1:8 Weigeringsgronden Gelijk
a. de openbare orde; b. de openbare veiligheid; c. de volksgezondheid; d. de bescherming van het milieu; e. het karakter van het dorp en het eiland. 2. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan 3 weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is. Toelichting: - Als iemand ondanks een late aanvraag toch de mogelijkheid zou hebben om het goed te behandelen, dan moet je dat zeker doen. Er zijn wel artikelen waar een specifieke termijn wordt genoemd, omdat dat in algemene zin nodig is voor goede voorbereiding. HOOFDSTUK 2. OPENBARE ORDE EN BEHOUD VAN HET KARAKTER VAN HET EILAND AFDELING 1. BESTRIJDING VAN ONGEREGELDHEDEN Artikel 2.1 Verstoring openbare orde 1. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 424 en 426bis van het Wetboek van Strafrecht is het verboden, op een openbare plaats op enigerlei wijze de orde te verstoren, zich hinderlijk te gedragen, personen lastig te vallen of te vechten.
Hoofdstuk 2. Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu en het behoud van het karakter van het eiland Afdeling 1. Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden Artikel 2:1 Verstoring openbare orde Gelijk
2. Het is verboden een voorwerp of stof, kennelijk meegebracht om de orde te verstoren, bij zich te hebben. Toelichting: -
Pagina 4 van 87
Artikel 2.2 Samenscholing en ongeregeldheden 1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.
Artikel 2.2 Samenscholing en ongeregeldheden 1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.
2. Degene die op een openbare plaats:
2. Degene die op een openbare plaats:
a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;
a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;
b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of
b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of
c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing;
c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing;
is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.
is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.
3. Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.
3. Het is verboden zich te begeven naar of zich te bevinden op openbare plaatsen die door het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.
4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid gestelde verbod.
4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid gestelde verbod.
5. Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.
5. Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.
6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Toelichting: -
Lid 5: tekstuele wijziging De reden om dit in sommige gevallen niet te doen, is dat de aard van de vergunning/ontheffing zich hiertegen verzet. In die gevallen moet er een besluit zijn. Wel kan de aanvrager ons in die gevallen in gebreke stellen bij het uitblijven van een reactie, maar dan is er dus niet automatisch een positief besluit.
Artikel 2.3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen 1. Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan
Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen 1. Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan Pagina 5 van 87
vóór de openbare aankondiging en ten minste 24 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester.
voor de openbare aankondiging en ten minste 24 uren voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester.
2. De kennisgeving bevat: a. naam en adres van degene die de betoging houdt; b. het doel van de betoging; c. de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging; d. de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de plaats van beëindiging; e. voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; en f. maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen.
2. De kennisgeving bevat: a. naam en adres van degene die de betoging houdt;
3. Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld. 4. Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur. 5. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn.
b. het doel van de betoging; c. de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging; d. de plaats en, voor zover van toepassing de route; e. voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; en f. maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen. 3. Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld. 4. Als het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur. 5. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn.
Toelichting: -
Afdeling 2 is conform de Model-APV verwijderd. Artikel 2:3 is ondergebracht onder afdeling 1. Tweede lid, onder d: ‘en de plaats van beëindiging is weggelaten conform de Model-APV. Doordat de locatie/ gehele route bekend gemaakt moet worden is het bekendmaken van de plaats van beëindiging overbodig.
-
Artikel 2:4 (Vervallen)
Toelichting: -
Gewijzigd conform Model-APV
-
Artikel 2:5 (Vervallen)
Toelichting: -
Gewijzigd conform Model-APV
Artikel 2:4 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen
Artikel 2:6 Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen Pagina 6 van 87
1. Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen.
1. Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen.
2. Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren.
2. Het college kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren.
3. Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen.
3. Het verbod is niet van toepassing op het huis-aanhuis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen.
4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid.
4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Toelichting: -
Afdeling 3 is conform Model-APV verwijderd. Het artikel is ondergebracht onder afdeling 1. Wijziging van artikelnummer vanwege de toevoeging van artikelen 2:4 en 2:5. Derde lid: tekstuele wijziging. Vierde lid: tekstuele wijziging. Vijfde lid: tekstuele wijziging. Artikel 2:7 (Vervallen)
Toelichting: -
Gewijzigd conform Model-APV. Artikel 2:8 (Vervallen)
Toelichting: -
Gewijzigd conform Model-APV. Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsen 1. Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu aangewezen openbare plaatsen. 2. De burgemeester kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.
Pagina 7 van 87
4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Toelichting: -
Gewijzigd conform Model-APV. Het toevoegen van dit artikel sluit aan op de Model-APV en geeft de burgemeester de bevoegdheid om, indien nodig, locaties aan te wijzen waarop dit verbod van toepassing is. Zolang er geen locaties zijn aangewezen, biedt het toevoegen van dit artikel de mogelijkheid om dit op een later moment alsnog te doen. bijvoorbeeld indien dergelijke situaties in de toekomst voor overlast zorgen.
Afdeling 2. Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen Artikel 2:5 Voorwerpen op of aan de weg Artikel 2:10 Gebruik openbare plaats 1. Het is verboden de weg of een weggedeelte anders 1.Het is verboden een openbare plaats anders te te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als: daarvan door het plaatsen van voorwerpen op, aan, boven en/of onder de openbare ruimte, als dat a. het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen gebruik: aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt a. schade toebrengt aan de openbare ruimte of de of kan vormen voor het beheer Of onderhoud van de bruikbaarheid van de openbare ruimte nadelig beïnvloedt; weg; of b. het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. 2. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen, uitstallingen en reclameborden. 3. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid. 4. In afwijking van het derde lid kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 5.
Het verbod in het eerste lid geldt niet voor: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:14; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:12. c. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend. 6. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de
b. nadelig invloed heeft op het veilig gebruik van de openbare ruimte, dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats; c. hinder, overlast of gevaarzetting veroorzaakt voor derden. 2.Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de openbare plaats is in ieder geval sprake wanneer niet ten minste een vrije doorgang van 1,50 strekkende meter wordt gelaten op voetpaden en een doorrijdbreedte van 4.20 meter en een hoogte van 3.50 meter op de rijbaan overblijft voor ambulances en voertuigen van politie en brandweer en ander verkeer. 3.Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod. 4.De ontheffing wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 5.Het verbod is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17;
Pagina 8 van 87
Wegenverkeerswet 1994, of de Wegenverordening provincie Fryslân. 7. Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
c. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de openbare plaats is verleend; d. categorieën van voorwerpen die door het bevoegd gezag zijn aangewezen. 6.Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor terrassen, uitstallingen, en reclame-uitingen. 7.Het verbod is voorts niet van toepassing als wordt voldaan aan de nadere regels die het college heeft vastgesteld. 8.Het verbod is tevens niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet, of de Wegenverordening provincie Fryslân.
Toelichting: - In dit artikel is gekozen voor het gebruik van de term ‘openbare plaats’ in plaats van de term ‘op of aan de weg’. Op deze manier valt de weg er nog altijd onder, maar geldt dit ook voor delen naast de weg, niet behoren tot de weg zelf (berm). - Dit artikel kan door deze formulering een uitkomst publiekrechtelijke uitkomst bieden in gevallen waar een openbare plaats niet overeenkomst de publieke functie gebruikt wordt. Artikel 2:6 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.
Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.
2. De vergunning wordt verleend:
2. De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, als de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.
a. als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, exploitatieplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit; of b. door het college in de overige gevallen. 3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke taken worden verricht.
3. Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht.
4. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Wegenverordening provincie Fryslân, de waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.
4. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Wegenverordening provincie Fryslân, de waterschapskeur, de Telecommunicatiewet.
Pagina 9 van 87
5. Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
5. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Toelichting: - Eerste lid: tekstuele wijziging. - Tweede lid: tekstuele wijziging. Sub B is verwijderd omdat het vanzelfsprekend is dat de overige gevallen door het college vergunning verleend kan worden. Dit blijkt ook uit het 1e lid van de nieuwe versie, waarin staat dat het bevoegde bestuursorgaan vergunning kan verlenen. Sub b van het tweede lid (oud) is daardoor overbodig. Weggelaten conform model-APV. - Vijfde lid: tekstuele wijziging. Artikel 2:7 Maken, veranderen van een uitweg 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het college een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.
Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.
2. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning slechts geweigerd:
2. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning slechts geweigerd:
a. ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg;
a. ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg;
b. indien de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats;
b. als de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats;
c. indien door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast, of
c. als door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of
d. indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen.
d. als er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen.
3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of de Wegenverordening provincie Fryslân.
3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de waterschapskeur of de Wegenverordening provincie Fryslân.
Toelichting: -
Eerste lid: tekstuele wijziging. Tweede lid, sub d: tekstuele wijziging. Derde lid: tekstuele wijziging.
Artikel 2:8 Veroorzaken van gladheid 1. Het is verboden bij vorst of dreigende vorst water op de weg te werpen, uit te storten of te laten lopen.
Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid Vervallen
2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover artikel 427, aanhef en onder 4e, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 van toepassing is. Pagina 10 van 87
Toelichting: - Conform model APV Artikel 2:9 Winkelwagentjes 1. Een winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt is verplicht deze
Artikel 2:14 Winkelwagentjes Gelijk
a. te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken, en b. terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit de omgeving van dat bedrijf. 2. Het is verboden een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op een openbare plaats achter te laten. 3. Het in het eerste lid onder b bepaalde is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer. Toelichting: Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat. Toelichting: - Deze bepaling gaat over hinderlijke voorwerpen voor wegverkeer. Dit is geen veelvoorkomende situatie, maar kan nuttig zijn indien dit zich wel voordoet. Artikel 2:10 Open straatkolken e.d. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken. Toelichting:
Artikel 2:16 Open straatkolken e.d. Gelijk
Artikel 2:17 (Vervallen) Toelichting: - Wijziging conform model-APV. Artikel 2:11 Rookverbod in bossen en natuurterreinen 1. Het is verboden te roken in bossen en in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter daarvan gedurende een door het college aangewezen periode. 2. Het is verboden in bossen en in duingebieden of binnen een afstand van honderd meter daarvan, voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen.
Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen 1. Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter daarvan: a. te roken gedurende de periode van 1 april tot 1 oktober; b. voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen.
Pagina 11 van 87
3. Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van Strafrecht. 4. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven.
2. Het college kan een afwijkende periode aanwijzen waarin het verbod van het eerste lid onder a van kracht is. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3˚, van het Wetboek van Strafrecht. 4. Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a, is voorts niet van toepassing voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven.
Toelichting: - Op verzoek van het college is de periode semipermanent vastgelegd. Voorheen werd dit ieder jaar opnieuw aangewezen, maar door deze wijziging is dit niet meer nodig. Deze keuze is gemaakt omdat het rook- en stookverbod eigenlijk ieder jaar terugkwam, op deze manier scheelt het dus een handeling. - De motivatie om dit verbod op deze manier op te nemen komt voort uit het veranderende klimaat, de kwetsbaarheid van de natuur op Schiermonnikoog, de beperkte brandweerfaciliteiten op het eiland en de daarmee samenhangende afwezigheid van directe back-up vanaf de wal. Artikel 2:19 (Vervallen) Toelichting: - Wijziging conform model-APV. Artikel 2:20 (Vervallen) Toelichting: - Wijziging conform model-APV. Artikel 2:12 Voorzieningen voor verkeer en verlichting 1. De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.
Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting Gelijk
2. Het bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht. Toelichting: n.v.t. Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn Vervallen Toelichting: - Niet relevant voor Schiermonnikoog. Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs 1. Het is verboden: a. voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen; Pagina 12 van 87
b. bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de provinciale vaarwegenverordening. Toelichting: - Toevoeging conform model APV Afdeling 3. Evenementen Artikel 2:13 Begripsbepaling 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:
Artikel 2:24 Definities 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:
a. bioscoopvoorstellingen;
a. bioscoop- en theatervoorstellingen;
b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet;
b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet en artikel 5:22;
c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;
c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;
d. het in een inrichting in de zin van de Drank en Horecawet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in artikel 2:24 van deze verordening.
2. Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening, op de weg;
d. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:9 en 2:39; g. sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder f. 2. Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3;
d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg;
d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg;
e. een straatfeest of buurtbarbecue op één dag (klein evenement).
e. een straatfeest of buurtbarbecue; f. een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s. Pagina 13 van 87
3. In deze afdeling wordt onder klein evenement een eendaags evenement verstaan waarbij: a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100 personen; b. de activiteiten plaatsvinden tussen 08:00 en 23:00 uur; c. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na 23.00 uur, dan wel in dit tijdsbestek het maximaal toelaatbare geluidsniveau van 85 dB(A) op de gevels van omringende woningen niet wordt overschreden; d. de activiteiten niet plaatsvinden op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormen voor het verkeer en de hulpdiensten; en e. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 10 vierkante meter per object, waarbij de totale oppervlakte van alle objecten niet meer dan 30 vierkante meter bedraagt. Toelichting: - Tekstuele wijziging in de naam van het artikel. - Eerste lid, sub f: noodzakelijke toevoegingen vanwege de uitzondering op het begrip ‘evenement’. De uitzonderingen hebben betrekking op snuffelmarkten en speelgelegenheden. Voor die activiteiten geldt een andere grondslag en procedure. - Eerste lid, sub g & tweede lid, sub f: deze toevoeging heeft als gevolg dat voor het organiseren van vechtsportwedstrijden en -gala’s een evenementenvergunning vereist is, ondanks het feit dat het sportwedstrijden betreffen.
Dit type evenementen zijn de laatste jaren veelvuldig in het nieuws gekomen vanwege de vele openbare-orde-verstoringen en vormen van criminaliteit die hier in de praktijk bij betrokken kunnen zijn. Uitzonderingen uiteraard daar gelaten. Door het toevoegen van sub g en f van respectievelijk lid 1 en 2, ontstaat er een vergunningsplicht voor dergelijke evenementen. De burgemeester kan in dat geval in bepaalde situaties dergelijke evenementen niet toestaan. Daarnaast geeft het de politie de mogelijkheid om op grond van de APV handhavend op te treden. - Derde lid: in de oude APV stond deze definitie van een ‘klein evenement’ niet onder de begripsbepaling, maar onder artikel 2:14 (Evenementenvergunning). Omdat dit een definitie betreft is dit in de nieuwe APV, conform de model-APV, ondergebracht onder definities van afdeling 3. - Derde lid, onder a is gewijzigd van 200 naar 100 personen. Dit is meer in lijn met naburige gemeenten en past beter bij de praktijk van Schiermonnikoog, waar een evenement met 200 personen al tot een van de grotere evenementen zou zijn. - Derde lid, onder c voegt een maximaal toelaatbaar geluidsniveau toe. - Derde lid, onder e bestond al, maar er is een maximum aantal toegevoegd. Hierdoor wordt voorkomen dat er een onbeperkt aantal objecten geplaatst kan worden. - Belangrijkste wijziging is het verwijderen van sub f van het huidige artikel 2:14.
Deze bepaling is van rechtswege komen te vervallen door het in werking treden van de Wet natuurbescherming en kan niet langer opgenomen worden in de APV. Artikel 2:14 Evenementenvergunning 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.
Artikel 2:25 Evenementenvergunning 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. Pagina 14 van 87
2. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, indien: a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 200 personen; b. het evenement tussen 08.00 en 23.00 uur plaats vindt; c. geen versterkte muziek ten gehore wordt gebracht; d. het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten; e. slechts kleine objecten worden geplaatst met een opp. van minder dan 10 m2 per object; f. het evenement niet plaatsvindt in een natuurgebied; g. er een organisator is; h. de organisator binnen 10 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester. 3. De burgemeester kan binnen 5 werkdagen na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, indien er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 4. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994. 5. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Toelichting: -
-
2. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. 3. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, als de organisator ten minste 10 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester. 4. De burgemeester kan binnen 5 dagen na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, als er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 5. Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994. 6. Het derde lid is niet van toepassing op een krachtens artikel 2:24, tweede lid, onder f, aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of gala’s. 7. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 8.
Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Lid 2: sinds 2018 is het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (BGBOP) in werking getreden. Dit besluit ziet onder andere toe op het brandveilig gebruik van evenementterreinen, kampeerterreinen t.b.v. evenementen, etc. Op grond van dit besluit kan er om nadere informatie worden gevraagd. Dit dient dan wel in de APV te zijn vastgelegd, vandaar deze toevoeging. Conform model-APV. Lid 3: alle informatie die het begrip ‘klein evenement’ aanduidden zijn ondergebracht onder artikel 2:24 (definities). Lid 6: vechtsportevenementen zijn de afgelopen jaren steeds populairder geworden en zijn tevens vanwege strafbare feiten die met deze evenementen gemoeid kunnen zijn steeds meer onder de aandacht van de politie gekomen. Veel gemeenten hebben bepalingen als deze daarom inmiddels in de APV opgenomen. Het is mogelijk dat sommige evenementen zich daarom willen verplaatsen naar andere gemeenten. Vandaar deze toevoeging, conform model-APV. Pagina 15 van 87
-
Lid 7: zie toelichting lid 6. Door het toevoegen van deze bepaling, conform model-APV, heeft de gemeente waarin een dergelijk evenement zou moeten plaatsvinden de mogelijkheden om onderzoek te doen naar de vraag of de organisator/aanvrager in enig opzicht van slecht levensgedrag is. Feitelijk komt het er op neer dat vanwege deze bepaling politiegegevens opgevraagd kunnen worden. Artikel 2:25a Indienen aanvraag 1. De aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 2:25, eerste lid, dient te geschieden door middel van een door of namens de burgemeester vastgesteld formulier minimaal 8 weken voor het evenement. 2. In de aanvraag om een vergunning en in de vergunning wordt in ieder geval vermeld: a. de gegevens van de organisator; b. de geplande datum, tijdstip en locatie van het evenement; c. een omschrijving van de aard en karakter van het evenement; d. het te verwachten aantal bezoekers. e. een omschrijving van de activiteiten en handelingen die in het kader van het evenement plaatsvinden. 3. De burgemeester kan bepalen dat de aanvraag vergezeld dient te gaan van een door de organisator opgesteld veiligheidsplan. 4. De burgemeester kan wegens bijzondere omstandigheden besluiten af te wijken van de in het eerste lid genoemde termijn.
Toelichting: - Vergunningaanvragen voor evenementen komen binnen de gemeente Schiermonnikoog vaak laat en onvolledig binnen. Om dit proces beter in te richten is dit artikel opgenomen. - Lid 1, dit lid creëert een algemene plicht voor een organisator om de vergunningaanvraag tijdig in te dienen. Niet tijdig indienen kan leiden tot het afwijzen van de vergunningaanvraag. Dit zal in de praktijk niet snel gedaan worden, maar is goed om al weigeringsgrond op te kunnen nemen. - Lid 2, dit lid beschrijft welke gegevens er in ieder geval in het door de burgemeester vastgestelde formulier vermeld moeten worden. - Het derde lid zorgt ervoor dat het ook verplicht gesteld kan worden om een veiligheidsplan in te dienen. Dit is bij grotere evenementen van belang om de veiligheid te kunnen waarborgen. - Het vierde lid schept een afwijkingsbevoegdheid voor de burgemeester. Hierdoor kan de burgemeester een aanvraag toch in behandeling nemen, ondanks dat een aanvraag te laat is ingediend. - De termijn van acht weken is bewust gekozen in verband met de voorbereidingstijd. Voor veel evenementen met het een en ander uitgewerkt worden en moet advies gevraagd worden bij hulpdiensten. Uiteraard kan er van deze termijn afgeweken worden indien er onvoorziene omstandigheden zijn en de kwaliteit van de vergunningverlening niet in gevaar komt. Artikel 2:25b Evenementenkalender 1.
De burgemeester stelt jaarlijks in december een evenementenkalender vast voor het volgende kalenderjaar. Pagina 16 van 87
2. Degene die voornemens is een vergunningplichtig evenement te organiseren, dient de burgemeester jaarlijks vóór 1 september te verzoeken het betreffende evenement te plaatsen op de Evenementenkalender van het volgende jaar. Het verzoek dient te geschieden door middel van een door of namens de burgemeester vastgesteld formulier. Een dergelijk verzoek is geen aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 2:25a. 3. Indien twee of meer evenementen als bedoeld in het tweede lid samenvallen qua tijd en locatie of anderszins met elkaar concurreren, zullen de evenementen beoordeeld worden aan de hand van de door de burgemeester vastgestelde criteria. 4. Aan de plaatsing van een evenement op de Evenementenkalender kunnen geen rechten worden ontleend met uitzondering van het bepaalde in artikel 2:25c, onder c. 5. De burgemeester kan tot het moment waarop de in het tweede lid bedoelde Evenementenkalender is vastgesteld, wegens bijzondere omstandigheden besluiten af te wijken van het bepaalde in dit artikel. Toelichting: -
-
In de driehoek (politie, gemeente en openbaar ministerie) is de wens uitgesproken om de capaciteit van de hulpdiensten beter te kunnen plannen, de evenementen spelen hierbij een aanzienlijke rol. Om de regionale vraag inzichtelijk te maken, is de wens om te werken met een regionale evenementenkalender. Hiervoor is een beleidsstuk opgesteld dat binnenkort zal worden vastgesteld. Voor dit jaar geldt de aanmeldplicht uiteraard nog niet, maar vanaf 2023 zal hier mee gewerkt gaan worden. Organisatoren zullen hiervan tijdig op de hoogte gesteld worden en zullen indien gewenst begeleiding krijgen bij dit proces. Op deze manier krijgt deze ontwikkeling een zachte landing. Het eerste lid schept duidelijkheid over het proces en creëert de bevoegdheid voor de burgemeester om de evenementenkalender vast te stellen. Het tweede lid schept duidelijkheid over de uiterlijke aanmelddatum en geeft aan dat dit dus geen vergunningaanvraag zelf is, maar ‘slechts’ het kenbaar maken van de wens om een evenement te organiseren op de betreffende datum. Het derde lid schept de bevoegdheid voor de burgemeester om het beleidsstuk vast te stellen en daarin nadere criteria op te nemen met betrekking tot de handelswijze bij concurrerende aanvragen. Het vierde lid stelt dat plaatsing op de evenementenkalender niet betekent dat de vergunning verleent zal worden.
Hier zal bij de formele aanvraag inhoudelijk naar gekeken worden. Er kunnen natuurlijk altijd nog weigeringsgronden van toepassing zijn. Het vijfde lid zorgt ervoor dat er nog altijd de mogelijkheid bestaat om af te wijken van de evenementenkalender. Denk aan het scenario waarbij de voetbalclub onverwachts kampioen wordt en een groot feest wil houden, zo’n evenement kan niet vooraf aangemeld worden, maar dat moet geen reden zijn om het feest te weigeren. Artikel 2:25c Weigeringsgronden Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd, indien: a. onevenredig veel beslag wordt gelegd op de ruimte of op de gemeentelijke - of hulpdiensten; Pagina 17 van 87
b. de organisator onvoldoende waarborgen biedt voor een goed verloop van het evenement; c. het een vergunningplichtig evenement betreft waarbij niet voldaan is aan de eisen van artikel 2:25a, eerste lid of 2:25b, tweede lid. Toelichting: - Sub a is een specificering van de weigeringsgrond voor artikel 1:8, onder a en b. Waardoor het niet beschikbaar van hulpdiensten kan dienen als een weigerginsgrond. - Sub b gaat in op de veiligheid bij een evenement. Binnen de huidige APV is hier nog geen specifieke bepaling voor. Uiteraard gaat de behandelend ambtenaar eerst veelvuldig het gesprek aan met de organisator en adviseert ook over mogelijke verbeterpunten. Bij het uitblijven van verbetering kan een aanvraag op grond van dit artikel geweigerd worden. - Sub c creëert een weigeringsgrond op basis van het niet tijdig indienen van een aanvraag of het niet aanmelden voor de regionale evenementenkalender. Let op: er bestaat nog altijd een afwijkingsbevoegdheid, dus deze weigeringsgrond hoeft niet per se toegepast te worden. Indien hiervoor een goede reden is kan afgeweken worden. Artikel 2:15 Ordeverstoring Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.
Artikel 2:26 Ordeverstoring Gelijk
Toelichting: -
In eerste instantie zou er een tweede en derde lid toegevoegd worden, t.a.v. het colorverbod voor Outlaw Motor Gangs. Deze is echter geschrapt vanwege recente jurisprudentie t.a.v. de onverbindendheid van dit artikel.
AFDELING 4. TOEZICHT OP OPENBARE INRICHTINGEN Artikel 2:16 Begripsbepalingen 1. In deze afdeling wordt verstaan onder: a. openbare inrichting: 1. een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis; 2. elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden verstrekt of bereid;
Artikel 2:27 Definities 1. In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt.
b. terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar staof zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt. 2. Onder openbare inrichting wordt mede verstaan een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of
2. Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een Pagina 18 van 87
spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt.
terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.
Toelichting: -
Tekstuele wijzigingen, conform model-APV. Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester, tenzij voor het horecabedrijf een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet is verleend. 2. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 3. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat: a. de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; b. de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 4. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling; c. museum; of d. bedrijfskantine of -restaurant. 5. De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet, als: a.
zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan in of bij de inrichting; of
Pagina 19 van 87
b. de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:8 of 2:28, tweede of derde lid. 6. De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid, onder a. 7. Op de aanvraag om een vergunning of vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Toelichting: -
Conform de model-APV is dit artikel opgenomen, zij het als ‘gereserveerd’. Het artikel ziet toe op de exploitatievergunningsplicht voor bepaalde inrichtingen. Dit komt doordat dit artikel in de voorgaande APV niet gebruikt werd, maar in de toekomst wel gemakkelijk toegevoegd kan worden indien gewenst.
Artikel 2:17 Sluitingstijd 1. Het is de exploitant verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in het horecabedrijf te laten verblijven tussen 24.00 uur en 06.00 uur.
Artikel 2:29 Sluitingstijd (Gereserveerd)
2. De burgemeester kan hetzij voor alle, het zij voor bepaalde inrichtingen van de in het vorige lid genoemde tijdstippen ontheffing verlenen. 3. De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift andere sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijk horecabedrijf of een daartoe behorend terras. 4. Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften. Toelichting: -
Op verzoek van het college is de sluitingstijd voor de horeca eruit gehaald. In de praktijk doen we dit al niet op grond van het horecaconvenant. We dienen goed te evalueren of het niet hanteren van een sluitingstijd inderdaad een wenselijke uitkomst heeft. Bij negatieve effecten kunnen we altijd opnieuw overwegen om hier opnieuw een sluitingstijd vast te stellen. Op grond van artikel 2:30 kan de burgemeester altijd nog een tijdelijke sluitingstijd opleggen, mocht dit nodig blijken.
Artikel 2:18 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een
Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer Pagina 20 van 87
of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet.
openbare inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet.
Toelichting: -
Tekstuele wijziging conform model-APV.
Artikel 2:19 Verboden gedragingen Het is verboden in een openbare inrichting:
Artikel 2:31 Verboden gedragingen Het is verboden in een openbare inrichting:
a. de orde te verstoren;
a. de orde te verstoren;
b. zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:18, eerste lid.
b. zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid; c. op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras.
Toelichting: -
Wijziging conform model-APV Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt.
Toelichting: -
Dit artikel betreft een verbod van heling binnen de horeca. Artikel 2:32 sluit aan op het in artikel 14 Drank en Horecawet neergelegde verbod tot het uitoefenen van de kleinhandel. Dit laatste verbod ziet echter slechts op verkoophandelingen. Omdat artikel 2:32 een verbod bevat voor de exploitant (en niet voor de handelaar), kan dit artikel niet worden gebaseerd op artikel 437ter of artikel 437 Wetboek van Strafrecht. Het artikel is vastgesteld op basis van artikel 149 Gemeentewet, terwijl de strafsanctie is gebaseerd op artikel 154 Gemeentewet. Jurisprudentie Sluiting café i.v.m. heling; burgemeester moet aan het sluitingsbevel ten grondslag liggende feiten voldoende aannemelijk maken. ABRS 15 07 1996, AB 1996, 414 m.nt. FM, JG 96.0267 . Terechte sluiting snackloket i.v.m. heling. Bekendmaking van de sluiting dient geen enkel doel. Pres. Rb Rotterdam 07 04 1995, JG 95.0202 .
-
Dit artikel zou weggelaten kunnen worden indien het niet relevant is. In dat geval zou het op (gereserveerd) gezet kunnen worden. Het is echter belangrijk om hierbij te benoemen dat dit geen
Pagina 21 van 87
beschuldiging is t.a.v. huidige situaties. Dit is echt een artikel om achter de hand te houden voor het geval dit ingezet moet worden. Artikel 2:20 Het college als bevoegd bestuursorgaan Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van artikel 2:17 tot en met 2:18 op als bevoegd bestuursorgaan.
Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan Als een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van de artikelen 2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan.
Toelichting: -
Wijziging van positie van artikelen. Artikel 2:34 Vervallen
Toelichting:
Afdeling 5. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Drank- en Horecawet Artikel 2:34a Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: a. alcoholhoudende drank; b. horecabedrijf; c. horecalokaliteit; d. inrichting; e. paracommerciële rechtspersoon; f. sterke drank; g. slijtersbedrijf; h. zwak-alcoholhoudende drank; dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet. Toelichting: - Toevoeging van definities, conform model-APV. Artikel 2:21 Schenktijden para-commerciële rechtspersonen Para-commerciële rechtspersonen verstrekken uitsluitend alcoholhoudende drank gedurende de periode beginnende met 1 uur voor aanvang en eindigende met 1 uur na beëindiging van activiteiten die passen binnen de statutaire doelomschrijving van de desbetreffende para-commerciële rechtspersoon.
Artikel 2:34b Regulering para-commerciële rechtspersonen 1. Een paracommercieel rechtspersoon kan alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken vanaf 1 uur voor aanvang en tot uiterlijk 2 uur na afloop van de activiteit die wordt uitgeoefend in verband met de statutaire doelen van de rechtspersoon. 2. Een paracommercieel rechtspersoon verstrekt geen alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten Pagina 22 van 87
van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen welke niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn. Toelichting: - Toevoeging conform model APV. - Het beperken van schenktijden voor paracommerciële rechtspersonen is verplicht in verband met oneerlijke concurrentie voor de horeca. Artikel 2:34c Verbod ‘happy hours’ Het is verboden in een horecalokaliteit of op een terras bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die daar gewoonlijk wordt gevraagd. Toelichting: - Toevoeging conform model APV. - Met de inwerkingtreding van de Alcoholwet (2021) kan er een verbod opgelegd worden om te stunten met alcohol. Dit artikel verbiedt acties zoals 1+1 gratis. AFDELING 9. TOEZICHT OP INRICHTINGEN TOT HET VERSCHAFFEN VAN NACHTVERBLIJF Artikel 2:23 Begripsbepaling In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft