07 bijlage Zienswijzenota - Bestemmingsplan Verbrede reikwijdte Schiermonnikoog Dorp.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Verbrede reikwijdte – Schiermonnikoog Dorp Zienswijzenota
1 februari 2022
1
Inleiding In totaal zijn er 86 zienswijzen ingediend met betrekking tot het ontwerp Bestemmingsplan “Verbrede reikwijdte – Schiermonnikoog Dorp”. In deze nota wordt ingegaan op de ingebrachte zienswijzen. Over de gebiedsaanduiding "overige zone – voorwaardelijk recreatief gebruik", die in het voorontwerp aan 80 woningen in het dorp is toegekend, hebben diverse eigenaren een zienswijze ingediend. Een groot deel van de zienswijzen komen met elkaar overeen. Hieronder geven wij eerst een algemene reactie op deze zienswijzen. Vervolgens wordt afzonderlijk ingegaan op alle individueel ingediende zienswijzen. Afgesloten wordt met een aantal ambtshalve wijzigingen.
2
A.
-
Algemeen antwoord inzake de zienswijzen met betrekking tot de gebiedsaanduiding "overige zone – voorwaardelijk recreatief gebruik" Beleid
In diverse zienswijzen wordt aangegeven dat er sprake zou zijn van een beleidswijziging. In tegenstelling tot wat in de zienswijzen wordt verondersteld, is er geen sprake van een beleidswijziging: het beleid was en is erop gericht om in het kader van de leefbaarheid bestaande woningen die bedoeld zijn voor permanente bewoning ook op die manier te (blijven) gebruiken. De gemeenteraad kiest er al minstens 40 jaren voor om de woningen in het dorp te bestemmen voor woondoeleinden en niet voor recreatieve doeleinden. Immers in 1974 werd al geconstateerd dat steeds meer woningen in het dorp die bedoeld waren voor permanente bewoning in gebruik werden genomen als recreatiewoning: als tweede woning of voor andere recreatieve doeleinden. Ook bij de vaststelling van het bestemmingsplan "Kom" in 1979 is onderkend dat het gebruiken van woningen als tweede woning een aantal problemen met zich brengt, zoals leegstand in bepaalde perioden van het jaar en te hoge prijzen voor de vrijkomende woningen waardoor de eilandbewoners vaak niet meer als koper in aanmerking komen. Daarom én uitgaande van de gedachte dat een beschermd dorpsgezicht en zijn bebouwing hun schoonheid niet alleen ontlenen aan zichzelf maar ook aan de manier waarop ze worden gebruikt, koos de raad er destijds expliciet voor om de woonfunctie in het dorp te versterken.
Dit heeft de raad destijds gedaan door het gebruik van woningen als tweede woning of voor andere recreatieve doeleinden via een woningverordening te verbieden . De raad heeft daarmee de afgelopen decennia het signaal afgegeven dat het behoud van woningen voor permanente bewoning van groot belang is voor de leefbaarheid van Schiermonnikoog. Dit belang geldt nog steeds en is alleen maar groter geworden. Ook nu staat de leefbaarheid van Schiermonnikoog onder grote druk door een gebrek aan woningen waar permanent gewoond mag worden. Dit is de afgelopen jaren versterkt door de verder verslechterende omstandigheden op onze zeer krappe woningmarkt en het tekort aan (betaalbare) woningen als gevolg daarvan. Vanwege de beperkte capaciteit om op Schiermonnikoog te bouwen, zijn de woningen in het dorp hard nodig voor het huisvesten van (seizoen)medewerkers en voor mensen die zich permanent willen vestigen op Schiermonnikoog. Inwoners en toekomstige inwoners die sociaal, cultureel en economisch gebonden zijn aan het leven op Schiermonnikoog zijn noodzakelijk voor een leefbare toekomst. Zij houden het voorzieningenniveau op peil van bijvoorbeeld de school, de KNRM, de brandweer, de sportclubs, het verenigings- en culturele leven, gezondheidszorg etc. Daarom behouden we de bestemming “Wonen” ook in het nieuwe bestemmingsplan.
De gemeente Schiermonnikoog is een kleine gemeente, waarvan ook nog een zeer groot gedeelte natuurgebied is. De ruimtes voor de verschillende functies / bestemmingen op het eiland zijn daardoor ook beperkt. De verschillende aspecten van leefbaarheid zijn direct met elkaar verbonden en kunnen elkaar versterken dan wel verzwakken. Het is echter duidelijk dat de aanwezigheid van woonruimte een belangrijke voorwaarde is om de leefbaarheid van het dorp in stand te houden.
3
1.
Toegestaan gebruik van woningen De bestemming in het huidige bestemmingsplan Dorp
In het bestemmingsplan Dorp zijn de woningen waarop de zienswijzen betrekking hebben - net zoals in de voorgaande bestemmingsplannen - bestemd voor woondoeleinden. Daarmee is wederom vastgelegd in het bestemmingsplan dat de woningen bedoeld zijn voor permanente bewoning. De regels van het bestemmingsplan bepalen dat het recreatief gebruik strijdig is met de woonbestemming. In het bestemmingsplan is dan ook géén dubbelbestemming (wonen én recreatie) voor deze woningen opgenomen. 2.
Overgangsrecht huidige bestemmingsplan Dorp
Het huidige bestemmingsplan Dorp bevat algemeen overgangsrecht. Bij de voorbereiding van het nieuwe bestemmingsplan Dorp is onderzocht en is geconstateerd dat het gebruik van bepaalde woningen als tweede woning of voor andere recreatieve doeleinden onder dit algemeen overgangsrecht valt. De desbetreffende woningeigenaren zijn hierover afzonderlijk geïnformeerd. Het algemeen overgangsrecht houdt in dat het recreatief gebruik van de woning, dat afwijkt van de woonbestemming, voortgezet mag worden. Volgens de regels van het overgangsrecht vervalt dat recht echter indien de woning voor een periode langer dan een jaar niet (meer) recreatief wordt gebruikt. Een regeling die aansluit bij het beleid dat erop is gericht dat ook deze woningen weer permanent zullen worden bewoond. Algemeen overgangsrecht is bedoeld voor situaties waarvan aannemelijk is dat het bestaande gebruik dat afwijkt van de eigenlijke bestemming (i.c. “wonen”) binnen een afzienbare termijn zal eindigen.. Het is niet de bedoeling dat het bestaande gebruik dat afwijkt van de eigenlijke bestemming in een volgend bestemmingsplan opnieuw onder het algemeen overgangsrecht van dat bestemmingsplan valt. Het is dus echt bedoeld voor "overgangssituaties".
Dit betekent dat in het nieuwe bestemmingsplan duidelijkheid moet worden gegeven over het gebruik van de woningen dat valt onder het algemeen overgangsrecht van het huidige bestemmingsplan. 3.
De bestemming in het ontwerp bestemmingsplan
In het ontwerp bestemmingsplan "Verbrede reikwijdte – Schiermonnikoog Dorp" is ervoor gekozen om de bestemming (i.c. “wonen”) van de woningen niet te wijzigen. Bij de woningen waarvan het gebruik onder het algemeen overgangsrecht valt, wordt het afwijkende gebruik (i.c. “recreatie”) toegestaan middels de aanduiding “overige zone – voorwaardelijk recreatief gebruik”. Maar als het afwijkende gebruik (i.c. recreatief) voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, komt het recreatieve gebruik te vervallen. Op dat moment mag de woning uitsluitend nog voor permanente bewoning worden gebruikt conform de woonbestemming in het bestemmingsplan. Hiermee wordt recht gedaan aan het gemeentelijk beleid, maar ook aan de gebruiksrechten die sommige woningeigenaren hebben op basis van het algemeen overgangsrecht.
4
1.
Huisvestingsverordening Onttrekking
In de toelichting van het huidige bestemmingsplan Dorp is vermeld dat de Huisvestingsverordening zou worden gewijzigd waardoor de woningen die in plaats van permanent recreatief werden gebruikt desgewenst ook weer permanent konden worden bewoond.. De gemeenteraad heeft op 27 oktober 2009 besloten de Huisvestingsverordening te wijzigen. De wijziging hield in dat geen onttrekkingsvergunning meer nodig was wanneer een woning die op de bij de Huisvestingsverordening behorende lijst stond, in gebruik was genomen voor permanente bewoning en daarna weer in gebruik werd genomen als "tweede woning". Dit betekent dat de desbetreffende woningen niet meer onder het regime van de Huisvestingsverordening vallen voor wat betreft onttrekking aan de woonbestemming. 2.
Communicatie
De informatie over de wijziging van de Huisvestingsverordening in 2009 heeft voor verwarring gezorgd. De woningeigenaren hebben een brief van de gemeente ontvangen waarin ze op de hoogte zijn gesteld van het besluit van de gemeenteraad van 27 oktober 2009 tot wijziging van de Huisvestingsverordening. De wijziging hield in dat voor de woningen die op de lijst stonden geen onttrekkingsvergunning nodig was. Feitelijk klopt deze informatie: de verplichting uit de Huisvestingsverordening om een onttrekkingsvergunning voor de woningen, genoemd op de lijst, aan te vragen is komen te vervallen. Echter, het feit dat de onttrekkingsvergunning niet meer was vereist, liet onverlet dat het overgangsrecht van het bestemmingsplan Dorp onverkort gold (zie hiervoor).
1. 2. 3. 4.
Conclusie De gemeenteraad heeft ervoor gekozen om het recreatief gebruik van de woningen niet op de nemen in het huidige bestemmingsplan Dorp. Recreatief gebruik van de woningen is strijdig met de bestemming “Wonen”. Het afwijkende gebruik van de woningen valt veelal onder het overgangsrecht van het huidige bestemmingsplan Dorp. In het ontwerpplan is een aparte regeling voor de woningen opgenomen, zodat het bestaande recreatief gebruik onder dezelfde voorwaarde mag worden voortgezet als de woningeigenaren dat wensen.
5
-
Compensatie
Door verschillende indieners wordt gewezen op vermogensschade en planschade. Door de gemeente is zorgvuldig gekeken naar de daadwerkelijk opgebouwde rechten van de woningeigenaren. Deze rechten worden nu expliciet vastgelegd in het bestemmingsplan. Dat betekent dat er niets wordt ontnomen van de woningeigenaren. Er is geen grond voor een vergoeding van vermogens- c.q. planschade. -
Rechtsopvolging
Door verschillende indieners wordt gevraagd wat er gebeurt bij verkoop en bij vererving. De regeling die in het bestemmingsplan wordt opgenomen, is gekoppeld aan de woning en niet aan de persoon. Dit betekent dat bij verkoop of vererving recreatief gebruik alleen vervalt als het recreatief gebruik voor langer dan een jaar wordt beëindigd. Voor alle rechtsopvolgers geldt dezelfde regeling. -
Aankoop
Door verschillende indieners wordt aangegeven dat zij een woning hebben gekocht met zowel een permanente als recreatieve bestemming, mede op basis van informatie van makelaars. In het bestemmingsplan is geregeld hoe een woning mag worden gebruikt. Daar kan bepaalde informatie van een makelaar niets aan veranderen. -
Belasting
Door verschillende indieners wordt gewezen op de aanslag van forensenbelasting, waarin sprake is van een recreatiewoning. Het feit dat er forensenbelasting dan wel toeristenbelasting is/wordt betaald, is niet gekoppeld aan de bestemming van een woning maar aan het feitelijke gebruik van de woning. Een aanslag van forensenbelasting zegt dus niets over hoe de woning mag worden gebruikt. -
Kwaliteit woningen
Door verschillende indieners wordt aangegeven dat de verschillende woningen niet geschikt zijn voor permanente bewoning. De kwaliteit van de woningen is primair de verantwoordelijkheid van de eigenaar van een pand. De kwaliteit van de woningen wordt met name bepaald door het bouwjaar van de woning en de toen geldende regels. Op dat moment toetste de gemeente in het kader van de vergunningverlening aan de bouwtechnische eisen. Daarna is het aan de eigenaar om te bepalen of hij de kwaliteit van de woning wil verbeteren. Bij eventuele verbouwingen wordt overigens rekening gehouden met het bouwjaar van de woning. Bij nieuwbouw gelden strengere regels dan bij verbouw van een woning.
6
-
Voorbeeldfunctie gemeente
Door verschillende indieners wordt gewezen op de onttrekking van een aantal woningen aan de woonbestemming door de gemeente. Concreet worden het Koningshuis en de woningen aan Reeweg 9 en Reeweg 11 genoemd. Met betrekking tot deze panden wordt het volgende opgemerkt: • Koningshuis: de bestemming is van “wonen” gewijzigd in “Maatschappelijk”. De gemeenteraad heeft op voorstel van het college deze keuze gemaakt op basis van het maatschappelijk en cultuurhistorisch belang (o.a. centrale plek in het dorp voor dagbesteding en oudheidkunde) en de leefomgeving (o.a. verkeersdrukte en woonklimaat). Over de invulling van het koningshuis is in de gemeenteraad uitgebreid gediscussieerd. Alles afwegende is uiteindelijk gekozen voor de maatschappelijke invulling van het gebouw. • Reeweg 9: het informatiecentrum ’t Baken is bewust gelokaliseerd in het centrum van het dorp. Dit betekende wel het verlies van een woning. Door het realiseren van het informatiecentrum aan de Reeweg is de weg nu wel vrijgemaakt voor een herontwikkeling van de locatie van het oude Bezoekerscentrum aan de Torenstreek. Door de gemeenteraad is reeds aangegeven dat op deze locatie vooral gekeken moet worden naar woningbouw (meerdere woningen). • Reeweg 11: het gebouw betreft een woning met pension conform wat vermeld staat in het bestemmingsplan Dorp. In het gebouw is de woning nog steeds aanwezig.
Het aantal woningen is door deze ontwikkeling dus niet verminderd. Voor wat betreft de genoemde panden geldt dat er twee woningen zijn onttrokken, waarbij de onttrekking van een woning ruimte vrij maakt om op een andere plek meerdere woningen terug te bouwen. -
Splitsing
Door verschillende indieners wordt aangegeven dat mede door splitsing van woningen de donkere plekken (i.c. niet bewoond) in het dorp ontstaan. Door splitsing verandert de bestemming en het gebruik van een pand op zichzelf niet. Op grond van het bestemmingsplan Dorp is overigens geen vergunning nodig om een woning te mogen splitsen. In het nieuwe plan wordt wel een vergunningsplicht opgenomen voor het splitsen van woningen. Deze plicht heeft met name te maken met een minimale oppervlakte van de nieuw te vormen woningen. -
Handhaving
Een aantal indieners heeft twijfels over de handhaafbaarheid van de regeling. Die twijfels hebben wij niet. De exclusieve regeling voor recreatief gebruik van desbetreffende woningen is gelijk aan de standaard overgangsregeling waarvan wettelijk verplicht is die in ieder bestemmingsplan op te nemen. Er zijn methodes om zo'n gebruiksregeling te handhaven. Voor zover insprekers naar voren brengen dat beter of in ieder geval ook moet worden gehandhaafd op illegaal recreatief gebruik van woningen, zijn wij
7
reeds begonnen met de handhaving. Dit is namelijk een handhavingsproject dat wij in 2021 zijn gestart en de komende jaren zullen voortzetten. De door het college ingezette lijn voor wat betreft de handhaving is onderschreven door de gemeenteraad.
8
B.
Beantwoording van alle ingediende zienswijzen
Alle ingediende zienswijzen zijn verwerkt in onderstaand overzicht.
-
Toelichting overzicht
Het overzicht is als volgt opgebouwd: 1e kolom:
nr = volgnummer van de ingekomen zienswijzen incl. een aantal ambtshalve aanpassingen
2e kolom:
nr = nummer in het postregistratiesysteem. Het nummer correspondeert met het nummer in het bericht van ontvangst aan de indieners
3e kolom
onderwerp = het onderwerp waarop de zienswijze betrekking heeft
4e kolom:
inhoud inspraakreactie = samenvatting van de ingediende zienswijze
5e kolom:
reactie gemeente = het antwoord van de gemeente op de ingediende zienswijze
6e kolom:
aanpassing plan = hier wordt vermeld of naar aanleiding van de reactie (5 e kolom) het bestemmingsplan wordt gewijzigd
9
Nr. 1
Nr. 18646
Onderwerp Badweg 37
Inhoud inspraakreactie Indiener geeft aan dat er op de verbeelding een woning mist die in het bestemmingsplan van 2009 wel op de verbeelding stond.
Reactie gemeente Bij nader onderzoek is gebleken dat de betreffende woning abusievelijk niet is meegenomen. Dit betekent dat de woning alsnog wordt meegenomen.
2
188596
Langestreek 58
Zie hiervoor de algemene beantwoording
3
188590
Voorstreek 18 en Middenstreek 23
Indiener maakt tegen de uitsterfregeling en wil de dubbelbestemming behouden. De volgende aspecten worden hierbij aangegeven: In strijd met beginselen van behoorlijk bestuur; Maatschappelijk belang wordt niet gediend; Informatie bij aankoop; Waardevermindering (planschade); Er is een dubbel bestemming Geen rechtszekerheid Splitsing zorgt voor zwarte gaten Hoe woningen geschikt maken? Indiener geeft aan dat de bestemming van het pand Voorstreek 18 gewijzigd moet worden van detailhandel naar Wonen. De bestemming van Middenstreek 23 is detailhandel met de mogelijkheid om de bovenverdieping te gebruiken als bedrijfswoning.
Bij nader onderzoek is gebleken dat deze wijzigingen in de gemeenteraad van Schiermonnikoog zijn besproken en akkoord bevonden. Dit betekent dat de wijzigingen worden meegenomen.
10
Aanpassing plan De betreffende woning aan de Badweg 37 wordt op de verbeelding ingetekend en krijgt de bestemming ‘Recreatie – Recreatiewoningen 3’. n.v.t.
De verbeelding wordt aangepast in die zin dat het pand aan de Middenstreek 23 aan de Middenstreekzijde de bestemming Detailhandel houdt met de mogelijkheid voor een bedrijfswoning op de verdieping en dat het
Nr.
Nr.
Onderwerp
Inhoud inspraakreactie
Reactie gemeente
4
188611
Voorstreek 36
Deze opmerking had indiener ook al ingediend in het kader van de inspraak. Het beleid van de gemeente is om geen nieuwe recreatiewoningen toe te staan in de overtuinen. In de Nota van Uitgangspunten die is vastgesteld door de gemeenteraad is onderbouwd waarom de gemeente voor dit beleid kiest (zie bijlage 1 van de toelichting van het bestemmingsplan).
5
188593
Middenstreek 27 en Voorstreek 20
Indiener geeft aan dat het tuinhuisje bij Voorstreek 36 al sinds 1930 aanwezig is en vanaf het begin was voorzien van water, gas en elektriciteit. Het is meer dan 25 jaar verhuurd geweest. Het is niet zichtbaar vanaf de openbare ruimte en er is geen sprake van verstening volgens indiener. Indiener verzoekt de gemeente om het huisje te legaliseren als recreatiewoning. Indiener maakt tegen de uitsterfregeling en wil de dubbelbestemming behouden. De volgende aspecten worden hierbij aangegeven: In strijd met beginselen van behoorlijk bestuur; Maatschappelijk belang wordt niet gediend; Informatie bij aankoop; Waardevermindering (planschade); Er is een dubbel bestemming Geïnvesteerd in woning;
Zie hiervoor de algemene beantwoording
11
Aanpassing plan deel van het pand aan de Voorstreek 18 de bestemming Wonen krijgt overeenkomstig het bestemmingsplan uit 2009. n.v.t.
n.v.t.
Nr.
Nr.
Onderwerp
6
189917
Martjeland 5
Inhoud inspraakreactie Niet geschikt voor bewoning; Handhaving; Geen rechtszekerheid Splitsing zorgt voor zwarte gaten Voorbeeldfunctie gemeente; Hoe woningen geschikt maken? Indiener geeft aan dat zijn bouwvlak beperkter is dan in het voorgaande bestemmingsplan en verzoekt de gemeente dit recht te zetten.
Reactie gemeente
Aanpassing plan
De systematiek t.o.v. het voorgaande bestemmingsplan is gewijzigd, in die zin dat het hoofdgebouw in het bouwvlak moet worden gebouwd en dat aan- en uitbouwen ook buiten het bouwvlak mogen worden gebouwd. In het vigerende plan is aangegeven dat aanen uitbouwen binnen het bouwvlak moeten worden gebouwd. De markering van het onderscheid tussen hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken (aan- en uitbouwen, vrijstaande bijgebouwen en overkappingen) past beter binnen de huidige systematiek, o.a. vanwege het vergunningvrij bouwen. Het begrip hoofdgebouw/bouwvlak is in het nieuwe bestemmingsplan met name van belang voor de splitsingsregeling en voor de regeling permanent/recreatief. Voor een aantal percelen kan een verkleining van het bouwvlak wellicht leiden tot een beperking van de oorspronkelijke bouwmogelijkheden, welke aanwezig waren zonder dat daar gebruik van is gemaakt. De gemeente wil hierin tegemoet komen door een afwijkingsregeling op te nemen, waarbij alle belanghebbenden gedurende 1 jaar na vaststelling van het bestemmingsplan de tijd krijgen om alsnog een bouwplan in te dienen dat zover is uitgewerkt dat het in
In de bestemming Wonen wordt een afwijkingsbevoegdheid voor het bouwen opgenomen.
12
Nr.
Nr.
Onderwerp
Inhoud inspraakreactie
7
189503
Van Starkenborghstr. 20
8
190171
W. Dijkstraat 2
Indiener maakt tegen de uitsterfregeling en wil de dubbelbestemming behouden. De volgende aspecten worden hierbij aangegeven: In strijd met beginselen van behoorlijk bestuur; Maatschappelijk belang wordt niet gediend; Waardevermindering (planschade); Er is een dubbel bestemming Geïnvesteerd in woning; Niet geschikt voor bewoning; Handhaving; Geen rechtszekerheid Splitsing zorgt voor zwarte gaten Voorbeeldfunctie gemeente; Hoe woningen geschikt maken? Indiener maakt bezwaar tegen de uitsterfregeling en geeft aan dat er een dubbelbestemming is. Dit is ook aangegeven door de gemeente. Woning hoort niet thuis op lijst tweede woning
Reactie gemeente beginsel past binnen de bestaande mogelijkheden van het bestemmingsplan. Daarbij moet wel worden voldaan aan de algemene toetsingscriteria zoals die in de woonbestemming zijn genoemd. Zie hiervoor de algemene beantwoording
Aanpassing plan
Zie hiervoor de algemene beantwoording
n.v.t.
13
n.v.t.
Nr. 9
9a
Nr. 190636
Onderwerp Voorstreek 8, Middenstreek 11/11A
Gebruik van overtuin achter Middenstraat 11/11a en Voorstreek 8
Inhoud inspraakreactie Indiener vraagt wat nut en noodzaak van de uitsterfregeling. Verder wordt het volgende opgemerkt: Gecommuniceerd dat status niet in gedrang kwam; Strijd met rechtszekerheid en vertrouwensbeginsel; Persoonlijk belang weegt zwaarder dan algemeen belang; Onderbouwing woningtekort; Geen geschikt middel; schadeclaim Bijlage 5 – Kaart overtuinen bevat volgens cliënten een fout. De percelen kadastraal bekend als 1228 en 1229 zijn als een overtuin aangegeven bij Middenstreek 11/11a. Echter sinds jaar en dag wordt perceel 1228 gebruikt als overtuin bij Voorstreek 8 en 1229 bij Middenstreek 11/11a. Verzocht wordt om twee separate aanduidingen. Mocht dit niet gehonoreerd worden dan wordt verzocht 60 m2 aan bijbehorende bouwwerken achter Voorstreek 8 mogelijk te maken. Eerder is daar vergunning voor verleend onder voorwaarde dat 10 m2 aan
Reactie gemeente Zie hiervoor de algemene beantwoording
Aanpassing plan n.v.t.
Voor de samenhang tussen hoofdgebouwen aan de Streken en bijbehorende overtuinen hanteert de gemeente één systematiek. De situatie die indiener hier aanvoert geeft geen aanleiding om van deze systematiek af te wijken. De overtuinen zijn historisch gezien gekoppeld aan een woning aan de streek. Dat is in deze situatie ook zo. Het feit dat er delen van tuinen voor gebruik aan derden worden verhuurd, gebruikt of verkocht is daarbij niet van belang. Zoals in de Nota van Uitgangspunten is aangegeven wil de gemeente verdere verdichting van de overtuinen met gebouwen voorkomen. Daarom is er een maximum maat gesteld van 50 m2 per overtuin. Het is overigens zo dat in deze situatie zowel de twee adressen als de kadastrale percelen in eigendom zijn bij één eigenaar.
n.v.t.
14
Nr.
Onderwerp
Inhoud inspraakreactie andere bijbehorende bouwwerken zou moeten worden gesloopt.
Reactie gemeente In artikel 35.1 van de regels is opgenomen dat een bestaand gebouw dat tot stand is gekomen op basis van een verleende bouw/omgevingsvergunning de bestaande oppervlakte mag hebben.
Aanpassing plan
9b
Terras Middenstreek 3
Cliënten maken bezwaar tegen het terras bij Middenstreek 3. Dit mag nergens anders in de overtuinen. Het schept een precedent. Ook is geen aandacht besteed aan onderzoek naar lawaai en drukte.
De regels worden aangepast.
9c
Melle Grietjespad
Indiener is verbaasd dat het bedrijventerrein aan het Melle Grietjespad volledig is herbestemd. Indiener vindt het wenselijk om slechts te bestemmen wat thans aan bedrijfsmatig gebruik en aan bedrijfsmatige bebouwing aanwezig is. Zij verzoeken u het bestemmingsplan bij de vaststelling hieraan aan te passen. Alleen zo kan een verdere ongewenste aantasting van de cultuurhistorisch waardevolle overtuinen en het beschermde dorpsgezicht worden voorkomen. Indiener maakt bezwaar tegen de uitsterfregeling. Indiener geeft aan dat de woning in gebruik is voor opslag en personeelshuisvesting. De regeling betekent
Het ontwerp bestemmingsplan wordt aangepast in die zin dat in het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting in de gebruiksregels van de bestemming wordt opgenomen waarin is bepaald dat het gebruik als horecaterras ter plaatse van de aanduiding ‘terras’ pas is toegestaan indien doormiddel van een onderzoek naar de publiek aantrekkende werking en een onderzoek geluidhinder is aangetoond dat het terras geen onevenredige hinder veroorzaakt voor de omgeving. Wij nemen kennis van de opvatting van de indiener. De aanwezigheid van het bedrijventerrein is een bestaande situatie die al geruime tijd aanwezig is. Het bedrijventerrein is volledig benut. Gelet op de ligging van het gebied en het feit dat er geen sprake is van langdurig braakliggende terreinen is er geen aanleiding om de omvang van het bedrijventerrein aan te passen. We nemen de suggestie om een deel daarvan ‘terug te geven’ dan ook niet over.
Zie hiervoor de algemene beantwoording
n.v.t.
10
Nr.
191338
Ds. H. Wits Hundlingiuspad 4
15
n.v.t.
Nr.
Nr.
Onderwerp
11
191332
Langestreek 112
12
191331
“Specifieke vorm van wonen - ondergeschikte recreatie”
Inhoud inspraakreactie een beperking in de gebruiksmogelijkheden. Indiener maakt bezwaar tegen de uitsterfregeling. Betrokkene geeft het volgende aan: strijd met zorgvuldigheidsbeginsel; strijd met rechtszekerheidsbeginsel en vertrouwensbeginsel; strijd met het evenredigheidsbeginsel. late informatie verstrekking; wijziging van beleid; grondig onderzoek ontbreekt; doelgroep past niet bij de “80 woningen”; individuele status van de woningen zijn verschillend; brief uit 2009: recreatie komt niet in gedrang; toezegging in 2009; er is geen zwaarwegend belang. Dit is niet onderzocht; regeling is geen geschikt middel; schadeclaim. Indiener vindt de betrokken aanduiding die de eigenaar het recht geeft tot recreatief gebruik van 45% van het bruto
Reactie gemeente
Aanpassing plan
Zie hiervoor de algemene beantwoording
n.v.t.
Er zijn geen voorwaarden, zoals aangegeven door indiener, verbonden aan de verleende vergunningen. Het zijn vergunningen met een onbeperkte looptijd. Er is
n.v.t.
16
Nr.
Nr.
Onderwerp
13
191329
Art.29.6.1
Inhoud inspraakreactie vloeroppervlak van de woning, een ongeschikt middel als actualisering van de bestaande planologische situatie. Indiener geeft aan dat deze verleende vergunningen veelal onder voorwaarden zijn verleend. De vergunning zou bijvoorbeeld vervallen bij verkoop of als de woning wordt verbouwd. Middels een afwijking kan toestemming worden verleend om woningen voor een deel te gebruiken voor recreatie. Daarbij is aangegeven dat het recreatief gebruik van de begane grond aan de voorzijde van een woning langs de straten: Langestreek en Middenstreek (noordzijde) voor zover het de ruimte betreft die aan de “gevellijn” grenst (bestaande voorgevel) niet is toegestaan. Het recreatief gebruik kan uitsluitend gerealiseerd worden aan de achterzijde dan wel op de verdieping van de woning. Indiener geeft aan dat er bestaande situaties zijn die hiervan afwijken op basis van eerder verleende vergunningen op grond van de Huisvestingswet. Indiener vraagt zich af of de gemeente hierop gaat handhaven.
Reactie gemeente geen aanleiding om het bestemmingsplan hierop aan te passen.
Aanpassing plan
Het gaat bij deze afwijkingsbevoegdheid om toekomstige gevallen. Voor zover er sprake is van een bestaande (legale) situatie dat de begane grond aan de voorzijde van een woning langs de Langestreek en Middenstreek (noordzijde) wordt gebruikt voor recreatie, dan zullen de bestaande rechten uit de vergunning worden gerespecteerd.
n.v.t.
(NB zie voor de onderwerpen ‘gevellijn’ ook de ambtshalve aanpassingen onder A3).
17
Nr. 14
15
Nr. 191325
191324
Onderwerp Bouwvlakken
Regels, verbeelding, toelichting
15a
Begripsbepalingen
15b
idem
15c
idem
Inhoud inspraakreactie Indiener wijst er op dat bij veel panden het bouwvlak kleiner is dan in het nu geldende bestemmingsplan. Indiener vind dat eigenaren daarvan op de hoogte moeten worden gesteld uit het oogpunt van behoorlijk bestuur.
Reactie gemeente Zie zienswijze nummer 6. We maken een afwijkingsbevoegdheid voor het vergroten van het hoofdgebouw met in de toelichting een uitleg.
Aanpassing plan Afwijkingsbevoegheid opnemen en uitleg opnemen in de toelichting.
Voorts vraagt indiener zich af waarom in de begripsbepaling van bouwvlak wordt gesproken van bepaalde gebouwen.
De begripsbepaling van ‘bouwvlak’ is een standaard bepaling (SVBP) die in de meeste bestemmingsplannen wordt zo wordt opgenomen. Er wordt mee bedoeld dat alleen die gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden toegelaten die in de bestemmingsomschrijving en bouwregels zijn aangegeven. Dit onderdeel wordt niet aangepast. Wij nemen kennis van de opvatting van de indiener. Begrippen worden in het bestemmingsplan vaak genummerd zodat er, indien nodig, naar verwezen kan worden in de regels. In dit bestemmingsplan is hier geen sprake van. Het wel of niet nummeren van de begrippen tast de rechtszekerheid niet aan. Het bestemmingsplan maakt zowel een aan huisverbonden-beroep als kleinschalige bedrijfsmatige activiteit mogelijk, zoals bijvoorbeeld juwelen maken. De definitie van kleinschalige bedrijfsmatige activiteit is abusievelijk niet in de begripsbepalingen opgenomen en zal worden toegevoegd. Het begrip bedrijfsgebouw komt inderdaad niet voor in de regels. De definitie kan daarom vervallen.
n.v.t.
Artikel 1 bevat definities die op alfabet staan. Er is ook een nummering maar deze is overbodig omdat nergens naar deze nummering wordt gerefereerd. Waarom is in de begripsbepaling van aan huis verbonden beroep alleen het verlenen van diensten opgenomen. Op die manier kan iemand die juwelen maakt hier niet onder vallen. Het begrip bedrijfsgebouw wordt gedefinieerd, maar komt nergens voor. Indiener pleit ervoor de begripsbepaling van bedrijfswoning aan te passen. “…slechts bedoeld voor (het
Het voorstel van indiener wordt overgenomen omdat dit eenvoudiger te lezen is.
18
n.v.t.
De definitie van ‘kleinschalige bedrijfsactiviteiten’ wordt toegevoegd in de begripsbepalingen. De definitie van ‘bedrijfsgebouw’ schrappen. De definitie van ‘bedrijfswoning’ aanpassen.
Nr.
Nr.
Onderwerp
15d
idem
15e
idem
15f
idem
15g
idem
15h
idem
15i
idem
Inhoud inspraakreactie huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is” kan vervangen worden door “…slechts bedoeld voor een huishouden, dat daar, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is”. Bestemmingsgrens wordt gedefinieerd maar nergens gebruikt. In de begripsbepaling van bijbehorend bouwwerk staan de komma’s verkeerd. Indiener acht het beter om de definitie voor bouwwerk te vervangen door de definitie die wordt gehanteerd door de Raad van State. Indiener pleit ervoor om een begripsbepaling op te nemen voor Bruto vloeroppervlak in plaats van voor Bruto vloeroppervlak van het hoofgebouw. Indiener pleit ervoor om een begripsbepaling op te nemen over gebruiksmogelijkheden in plaats van gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. Indiener vindt in het zinsdeel “voor een groep of groep van
Reactie gemeente
Aanpassing plan
Dit begrip wordt inderdaad niet gebruikt in de regels, maar op de verbeelding zijn wel bestemmingsvlakken en – grenzen aanwezig. Niet aanpassen. Dit begrip is, inclusief komma’s, overgenomen uit de algemene bepalingen van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht. Niet aanpassen. Dit is een standaard bepaling (SVBP) die in de meeste bestemmingsplannen wordt gebruikt. Niet aanpassen.
n.v.t.
Deze begripsbepaling heeft betrekking op de in lid 29.4.1. onder b opgenomen afwijkingsmogelijkheid om een woning te splitsen. Daarbij is van belang dat het oorspronkelijke hoofdgebouw een bepaalde bruto oppervlakte heeft. Ook moeten de woningen na splitsing een bepaalde bruto oppervlakte hebben. Niet aanpassen. De toevoeging van ‘aangrenzende gronden’ voegt hier inderdaad niets toe.
n.v.t.
In de begripsbepaling van ‘groepsaccommodatie’ is de bestemming voor een groep of groepen van personen niet onjuist.
n.v.t.
19
n.v.t.
n.v.t.
In de titel van de definitie de woorden ‘van de aangrenzende gronden’ schrappen.
Nr.
Nr.
Onderwerp
15j
idem
15k
idem
15l
idem
15m
idem
15n
idem
Inhoud inspraakreactie personen” de toevoeging “of een groep van personen” overbodig. Binnen de bestemming Wonen wordt een gebouw slechts aangemerkt als hoofgebouw als het in het bouwvlak ligt. Dit lijkt indiener gevaarlijk omdat naar zijn oordeel bouwvlakken onnauwkeurig zijn getekend. Bij de begripsbepaling milieusituatie staat een ; teveel. Ook wordt in het document soms snackkiosk en soms ook snackkiosk geschreven. Bij de begripsbepaling van pension vraagt indiener zich af of het van belang is dat er ook een woonfunctie aanwezig is. Indiener vindt daarnaast dat een horecabedrijf niet kan worden uitgesloten omdat het een bedrijf is en geen functie. Indiener is van mening dat de definities van recreatieve bewoning en permanente bewoning elkaar niet uitsluiten. Indiener pleit er voor om een algemeen aanvaard begrip “Wonen” niet te verengen in het bestemmingsplan maar om een scheiding te maken tussen het gebruik (wonen) en het toegestane gebruik (permanent wonen).
Reactie gemeente
Aanpassing plan
Deze bepaling is bewust zo opgenomen om onderscheid in hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken met de daarbij behorende maatvoering te kunnen maken. Dit is algemeen gebruikelijk in bestemmingsplannen. Zie voor een nadere toelichting ook de zienswijze onder 6.
n.v.t.
Dit passen we aan.
De ; wordt verwijderd. Het woord snackkiosk wordt consequent gebruikt.
Een pension komt in dit bestemmingsplan alleen in de bestemming ‘Wonen’ voor. Ten aanzien van de bestemming en het feitelijke gebruik houden wij vast aan de bestemming volgens welke Wonen in combinatie met een pension toegestaan is. De aanwezigheid van het wonen bij het recreatief gebruik is positief voor beheer en toezicht. Met horecabedrijf wordt ook de functie horeca bedoeld. De definitie wordt niet aangepast. Dat sluit elkaar inderdaad niet uit. Niet aanpassen
n.v.t.
In de bestemming ‘Wonen’ wordt wonen toegestaan Daarnaast bestaat er in de situatie van Schiermonnikoog nog wonen met ondergeschikte recreatieve bewoning in een deel van de woning, pension in een deel van de woning, recreatieve bewoning in als zodanig aangeduide ‘recreatiewoning’ (bijgebouw) die zich in overtuinen bevindt en voorwaardelijk recreatief gebruik ter plaatse van de aanduiding ‘overig zone – voorwaardelijk
n.v.t.
20
n.v.t.
Nr.
Nr.
Onderwerp
Inhoud inspraakreactie
15o
Wijze van meten vloeroppervlakte
Waarom wordt niet vastgelegd wat de netto vloeroppervlakte is. Dit is immers wat er toe doet bij het onttrekken van woonruimte.
15p
Artikel 3
Volgens indiener is de toevoeging “met uitzondering van bestaande gebouwen” in de zin “Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van bestaande gebouwen” onzin.
15q
Artikel 4
15r
Artikel 6
Volgens indiener moet de regel “per bouwperceel mag ten hoogste één bedrijfswoning worden gebouwd” komen te vervallen omdat alleen bestaande bedrijfswoningen zijn toegestaan. Er hoort op een bedrijventerrein geen perceel te zijn met de aanduiding ‘sport’.
Reactie gemeente recreatief gebruik’. Het onderscheid wordt gemaakt in de aanduidingen en de daarbij behorende omschrijvingen en sluit het beste aan bij de situatie van Schiermonnikoog. Wordt niet aangepast. In dit bestemmingsplan wordt met het begrip oppervlakte de bebouwde oppervlakte bedoeld. Voor het onttrekken van woonruimte bijv. voor recreatief gebruik wordt uitgegaan van de bruto vloeroppervlakte, daarbij wordt ook de vloeroppervlakte van de bouwlagen meegeteld. De gemeente kan de bruto oppervlakte goed vanaf de buitenkant van de woning. Ook worden deze gegevens bijgehouden op landelijk gehanteerd kaartmateriaal. Dit wordt niet aangepast. Hiermee wordt bedoeld dat de regel is dat er geen gebouwen mogen worden gebouwd. Door aan te geven dat bestaande gebouwen wel zijn toegestaan, houdt dit in dat deze bij recht zijn bestemd. Als deze toevoeging weggelaten zou worden, zou dat betekenen dat de gebouwen die er wel staan wegbestemd zouden worden en alleen op grond van het overgangsrecht nog zouden kunnen blijven staan. Dit wordt niet aangepast. De bouwregel dat er ten hoogste één bedrijfswoning kan worden gebouwd, moet worden gelezen in combinatie met sub b in de bestemmingsomschrijving, dat uitsluitend bestaand bedrijfswonen is toegestaan. Niet aanpassen.
Aanpassing plan
In de ambtshalve wijzigingen in de nota inspraak is onder K aangegeven dat de aanduiding ‘sport’ zou worden gehandhaafd, omdat de eigenaar van het pand had aangegeven dat hij een vergunning had gekregen voor het starten van een fitnessruimte o.i.d.
n.v.t.
21
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Nr.
Nr.
Onderwerp
Inhoud inspraakreactie
15s
Artikel 11, kweken en verkopen van planten
15t
Artikel 29.1
15u
Artikel 29.1
15v
Artikel 29.1
De functieaanduiding ‘bedrijf’ komt voor bij de percelen 2797 en 3258. Er staat in de regels van artikel 11 Maatschappelijk; het kweken en verkopen van planten, uitsluitend op gronden ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijf’. Indiener denkt dat dit niet de bedoeling was. Het kweken en verkopen van planten is een merkwaardige invulling van wonen. De activiteit is eerder te duiden met detailhandel. Onder a2 wordt aangegeven dat ondergeschikte detailhandel alleen is toegestaan als deze bestaand is bij inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Is dat ook bedoeld en waarom? In de redactie onder d staat een spelfout; een e teveel bij het woord voorwaardelijk De formulering onder b de voor Wonen aangewezen gronden zijn bestemd voor bijbehorende bouwwerken is onjuist. In samenhang met het punt i staat er: de voor Wonen aangewezen gronden zijn bestemd voor bijbehorende bouwwerken met de daarbij behorende overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Waarom is punt i niet ondergebracht bij punt b. Het is
Reactie gemeente Niet aanpassen. Zie zienswijze 15 ii.
Aanpassing plan
Ondergeschikte detailhandel bij een aan-huis-verbonden beroep of kleinschalige bedrijfsactiviteit is bij recht onder voorwaarden toegestaan (zie art. 29.5 sub d), de toevoeging bestaand is dan ook niet op zijn plaats en kan worden geschrapt.
Artikel 29. Sub a1 wordt aangepast
Dat is waar.
De spelfout wordt gecorrigeerd.
Redactioneel is het beter om de onder b genoemde bijbehorende bouwwerken te plaatsen onder het kopje: ‘met de daarbij behorende’. Dit wordt aangepast.
De redactie onder b in de regels wordt aangepast
Voor zover een van de andere genoemde functies betrekking heeft op alleen hoofdgebouw (onderschikte recreatie) of alleen een bijgebouw (recreatiewoning) staat dit op de verbeelding als zodanig aangegeven en kan hier dus geen misverstand over ontstaan. Niet aanpassen.
22
Nr.
Nr.
Onderwerp
15w
Artikel 29.2.1 t/m 5
15x
Artikel 29.2.1
15y
Artikel 29.2.4
15z
Artikel 29.2.5
Inhoud inspraakreactie daarbij onduidelijk of de toevoeging met de daarbij behorende tuinen erven en terreinen… geldt voor de toegevoegde functies of voor alle functies. De artikelen schrijven wat mag worden gebouwd en niet wat er gebouwd mag zijn. De gemeente kan deze regels niet handhaven bij een voltooid bouwwerk. De voorgevel van een hoofdgebouw dient in de naar de weg gekeerde bouwgrens te worden gebouwd. Wordt dat echt bedoeld? Of wordt er bedoeld op dan wel achter. Waarom bestaat er een functieaanduiding ‘recreatiewoning’ op een perceel met de bestemming wonen als de gemeente het recreatieve wonen wil uit faseren. In de redactie van dit artikel staat een stijlfout. Het moet zijn de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag ten hoogste 1 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw dan wel het verlengde daarvan ten hoogste 2 m mag bedragen.
Reactie gemeente
Aanpassing plan
De definitie van bestaand (1.14) en het bepaalde in de algemene bouwregels (35.1) geeft aan wat er voor een voltooid bouwwerk geldt. Niet aanpassen.
n.v.t.
Dat wordt inderdaad bedoeld. De bouwvlakken zijn zo ingetekend dat de voorste bouwgrens samenvalt met de voorgevel. Het bouwen in de voorgevelrooilijn is met name van belang in het beschermd dorpsgezicht. Niet aanpassen
n.v.t.
Dit is overgenomen uit het geldende plan en bestaande rechten zijn zoveel mogelijk overgenomen in het nieuwe plan. Niet aanpassen.
n.v.t.
Dat is inderdaad een goede verbetering.
Wordt aangepast.
23
Nr. 15aa
Nr.
Onderwerp Artikel 29.3
15bb
Artikel 29.6.1 25% voor recreatieve bewoning
15cc
Onzelfstandige woonruimte
15dd
Bruto vloeroppervlakte
Inhoud inspraakreactie De indiener stelt de vraag of het bevoegd gezag moet worden toegestaan om nadere eisen te stellen aan plaats en afmetingen van bestaande bebouwing. Beter om dit onder te brengen bij art 29.2 Bouwregels. Dit artikel omvat de afwijkingsregels in de bestemming Wonen voor het gedeeltelijk gebruiken van hoofdgebouwen voor recreatieve bewoning. Indiener vraagt zich af of er altijd een vergunning nodig is, ook als het gebruik minder is dan 25%. Indiener geeft aan dat in een uitspraak van de rechtbank is gebleken dat alleen sprake kan zijn van onttrekking als het gaat om een onzelfstandige woonruimte met een gemeenschappelijke toegang. Indiener meent dat dit moet worden toegevoegd aan de bevoegdheid tot afwijken voor gedeeltelijk gebruik van het hoofdgebouw voor recreatieve bewoning. Waarom wordt gerekend met bruto vloeroppervlakte.
Reactie gemeente Het gaat hier om niet voorziene situaties/locaties waarvan het op voorhand lastig is die precies aan te geven. De gemeente heeft dan de nadere eisen ‘achter de hand’. Niet aanpassen.
Aanpassing plan n.v.t.
Maximaal 35 % kan onttrokken worden aan de woning. Hiervoor is een vergunning nodig. Dit geldt ook voor onttrekkingen die minder dan 25 % zijn.
n.v.t.
Voor de situatie van Schiermonnikoog zijn er talrijke huizen die aan meerdere kanten voordeuren hebben. Dit heeft alles te maken met de historische structuur waarin panden aan een weg en een achterpad liggen. Het is dan ook logisch om bij een gedeeltelijk recreatief gebruik de verschillende toegangen te gebruiken voor het recreatieve en het permanente wonen. Het aspect gemeenschappelijke toegang willen we daarom niet in algemene zin in gebruiken voor situaties waarin al dan niet sprake is van onttrekking. Niet aanpassen
n.v.t.
Omdat de gemeente dit goed kan meten, dit vanaf de buitenkant van de woning kan bepalen en dat deze gegevens ook bijgehouden worden op landelijk gehanteerd kaartmateriaal. Niet aanpassen. Zie ook de beantwoording van deze zienswijze onder 15o.
n.v.t.
24
Nr. 15ee
Nr.
Onderwerp Artikel 30 Woonwoongebouw
15ff
Artikel 36.1
15gg
Artikel 37.1
15hh
Artikel 39.1
Inhoud inspraakreactie Waarom wijken de bouwregels voor de bestemming WoonWoongebouw af van de regels voor de bestemming Wonen? Dit voor wat betreft bouwen in de gevellijn, maatvoeringen, kap/dakhelling en het verbod op aangebouwde en overige bouwwerken. In dit artikel (strijdig gebruik) wordt aangegeven dat het gebruik van gronden en bouwwerken voor personeelsverblijven strijdig gebruik is m.u.v. als zodanig bij de bestemmingen aangeduide personeelsverblijven. Indiener vraagt waar de bestaande personeelsverblijven worden vastgelegd? In de afwijkingsbevoegdheid wordt aangegeven dat tot ten hoogste 10% mag worden afgeweken van de bij recht bepaalde maten afmetingen en percentages. Indiener vraagt zich af of panden die zijn aangeduid met ondergeschikte recreatie dan in plaats van 45%, 50% recreatief mogen worden gebruikt. Bij parkeernormen en laad- en losvoorzieningen bouwen, gebruik en afwijking zou het netjes zijn als ook een verplichting wordt opgenomen
Reactie gemeente Het is een gebouw waarin 10 woningen zijn toegestaan. Bij een dergelijk aantal woningen wordt meestal van een woongebouw gesproken. In het algemeen wijkt ook het recht om bijbehorende bouwwerken te realiseren af. Zie ook zienswijze 75a. Niet aanpassen.
Aanpassing plan n.v.t.
Deze zijn niet vastgelegd in een aanduiding, maar dat wordt in de bepaling wel gesuggereerd. De zinsnede ‘dan wel als zodanig aangeduide’ schrappen we.
Art. 36.2 sub f aanpassen
Dit is niet de bedoeling. Bedoeld worden bebouwingspercentages. Dit zal worden verduidelijkt in de regeling.
Art. 37.1 sub a aanpassen
Tijdelijke overlast bij bouwwerkzaamheden en tijdelijke opslag van bouwmaterialen in openbaar gebied wordt niet gereguleerd in het bestemmingsplan. Wel bevat artikel 36.1 een verbod op de opslag van o.a.
n.v.t.
25
Nr.
Nr.
Onderwerp
15ii
Verbeelding, perceel 2797, Kweken en verkopen van planten
15jj
Verbeelding bolletjesmarkering
Inhoud inspraakreactie dat bij bouw overlast voor aangrenzende percelen wordt voorkomen en dat opslag van bouwmateriaal op de openbare ruimte bijvoorbeeld max 6 maanden mag duren. Perceel 2797 heeft de bestemming ‘Detailhandel’. Een deel van het perceel heeft de functieaanduiding “bedrijf”, hetgeen niet is gedefinieerd voor die bestemming. ’’Bedrijf” is wel gedefinieerd voor de bestemmingen ‘Maatschappelijk’ en ‘Wonen’ en luidt daar “het kweken en verkopen van planten”. Maar kweken en verkopen van planten valt onder het begrip ‘detailhandel’ en derhalve is het onterecht dat deze functieaanduiding voor perceel 2797 wordt gebruikt, dan wel dat het niet geldt voor het hele perceel. De kweek van planten is bij uitstek een gebruik dat hoort bij ‘tuin’. De bolletjesmarkering is de begrenzing van het plangebied. Waarom worden sommige gebieden buiten het plan gehouden, terwijl de plekinfo de indruk geeft dat ze wel tot het plan behoren?
Reactie gemeente bouwmaterialen e.d. Hiermee wordt bedoeld permanente opslag. Niet aanpassen.
Aanpassing plan
Abusievelijk is de bestemming van het perceel B 2797 van “maatschappelijk” verandert in “detailhandel”. De bestemming wordt overeenkomstig de huidige bestemming teruggebracht.
De verbeelding wordt aangepast.
Wij menen uit dit deel van de zienswijze af te leiden dat indiener doelt op de weergegeven coördinaten. Als dat het geval is dan betreft het locaties waar tussen het vorige bestemmingsplan uit 2009 en heden planologische procedures voor zijn gevoerd. Dit zijn locaties waar in de tussenliggende periode procedures in het kader van een (postzegel)bestemmingsplan of omgevingsvergunningen middels de uitgebreide procedure zijn gevoerd. De bolletjesmarkering geeft de
n.v.t.
26
Nr.
Nr.
Onderwerp
Inhoud inspraakreactie
15kk
Verbeelding rode markeringen
15ll
Hoek Noorderstreek Molendijk
Indiener vraagt zich af waarom sommige bouwvlakken (deels) gemarkeerd zijn in rood? Het plan zou een actualisering zijn van de bestaande situatie. Dat klopt niet met de bestemming (Recreatie-recreatiewoningen 5) van perceel 2770 (hoek Noorderstreek en Molendijk).
15 mm
Bijlage 3
Deze bijlage bevat niet het aanwijzingsbesluit maar de toelichting op de aanwijzing
15 nn
Toelichting
Indiener geeft aan dat de toelichting een uitgangspunt bevat ten aanzien van de 80 woningen dat het college inmiddels naast zich neer heeft gelegd. Het zou netjes zijn dit te melden.
Reactie gemeente grens aan van deze reeds doorlopen procedures. Wij kunnen ons voorstellen dat dit tot verwarring kan leiden, maar die vloeit voort uit de opzet van de website Ruimtelijke Plannen. Op ruimtelijke plannen kunt u overigens onder de knop ‘open kaartinstellingen’ aangeven of u deze plannen (overige plangrenzen) wel of niet wilt zien. Wanneer een locatie als bedoeld door indiener wordt aangeklikt en onder bestemmingsplannen, links op het scherm wordt het betreffende plan aangeklikt verschijnen alleen de gebieden die in dat plan vallen. In het nieuwe bestemmingsplan Verbrede reikwijdte Schiermonnikoog – Dorp hebben deze grenzen geen betekenis. Dit betreft de figuur ‘gevellijn’. Ter plaatse van deze aanduiding dient de gevel van een hoofdgebouw in deze lijn te worden gebouwd. Het bestemmingsplan is een actualisering van het huidige bestemmingsplan. Onderdeel van een actualisatie is het verwerken van alle omgevingsvergunningen die zijn verleend tussen de vaststelling van het oude en nieuwe plan in het bestemmingsplan. Dit is een van die locaties waar in het verleden een omgevingsvergunning is verleend. Bijlage 3 bij de toelichting bevat zowel het besluit (de aanwijzing) als de toelichting op deze aanwijzing en de kaart waarop de begrenzing van het beschermde dorpsgezicht is weergegeven.
Indiener haalt hier een tekst aan uit de Nota van Uitgangspunten zoals opgenomen in bijlage 1 van de toelichting. In Hoofdstuk 3 van de toelichting is uitgelegd en gemotiveerd waarom er van dit punt is afgeweken.
27
Aanpassing plan
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Nr. 16
Nr. 191323
Onderwerp Martjeland 3
Inhoud inspraakreactie Indiener verzoekt rekening te houden met de uitspraak van de rechtbank met betrekking tot de omgevingsvergunning en onttrekkingsvergunning.
17
191320
Martjeland 8
18
191319
Martjeland 1
19
191318
Martjeland 7
20
190750
Middenstreek 41
Het bouwvlak is kleiner dan in het geldende bestemmingsplan. Indiener verzoekt dit te herstellen en meldt dat er al vijftig jaar sprake is van twee woningen. Het bouwvlak is kleiner dan in het geldende bestemmingsplan. Indiener verzoekt dit te herstellen. Het bouwvlak is kleiner dan in het geldende bestemmingsplan. Het is ook kleiner dan de bestaande woning waar in 2006 vergunning voor is verleend. Indiener maakt bezwaar tegen de uitsterfregeling en wil de dubbelbestemming behouden. De volgende aspecten worden hierbij aangegeven: In strijd met beginselen van behoorlijk bestuur; Maatschappelijk belang wordt niet gediend; Communicatie; Waardevermindering (planschade); Regeling werkt averechts;
Reactie gemeente Uitspraak rechtbank is binnen. Omgevingsvergunning is overeind gebleven, moet verwerkt in bestemmingsplan. Dat houdt in dat het perceel de bestemming Wonen behoudt en dat een deel van de bebouwing wordt aangeduid als ‘recreatiewoning’. De aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – ondergeschikte recreatie’ wordt geschrapt. Het is ons niet bekend dat er sprake is van twee woningen. Met betrekking tot de reactie dat er sprake is van een kleiner bouwvlak wordt verwezen naar de reactie bij zienswijze 6. Met betrekking tot de reactie dat er sprake is van een kleiner bouwvlak wordt verwezen naar de reactie bij zienswijze 6.
Aanpassing plan Aanpassen verbeelding
Met betrekking tot de reactie dat er sprake is van een kleiner bouwvlak wordt verwezen naar de reactie bij zienswijze 6.
Zie 6
Zie hiervoor de algemene beantwoording
n.v.t.
28
Zie 6
Zie 6
Nr.
Nr.
Onderwerp
21
191315
W. Dijkstraat 2
22
191311
V. Starkenborghstr. 1
Inhoud inspraakreactie Geen rechtszekerheid Splitsing zorgt voor zwarte gaten Hoe woningen geschikt maken? Zie zienswijze 8 (tweemaal ingeboekt) Indiener maakt bezwaar tegen de uitsterfregeling. De volgende aspecten worden hierbij aangegeven: Klopt niet met de gemeentelijke communicatie in voorgaande jaren; Zijn geen betaalbare woningen; Verhuur is belangrijk voor de lokale economie; Regeling heeft geen effect; Beëindigen recreatief gebruik is juridisch en financieel niet mogelijk voor de gemeente; Juridische onderbouwing? Toezegging Nu andere uitleg van recreatief en permanent gebruik Vraagtekens bij de communicatie; Geen verbetering van de lokale woonsituatie;
Reactie gemeente
Aanpassing plan
Zie hiervoor de algemene beantwoording
29
n.v.t.
Nr.
Nr.
Onderwerp
23
192196
Middenstreek 49
24
192198
Langestreek om de Noord 5
Inhoud inspraakreactie Niet betrouwbaar Geen rechtszekerheid; Hoe woningen geschikt maken voor wonen? Indiener maakt bezwaar tegen de uitsterfregeling en wil de dubbelbestemming behouden. De volgende aspecten worden hierbij aangegeven: In strijd met beginselen van behoorlijk bestuur; Maatschappelijk belang wordt niet gediend; Communicatie; Waardevermindering (planschade); Verhuur belangrijk voor lokale economie; Regeling werkt averechts; Geen rechtszekerheid Splitsing zorgt voor zwarte gaten Hoe woningen geschikt maken? Indiener maakt bezwaar tegen de uitsterfregeling en wil de dubbelbestemming behouden. De volgende aspecten worden hierbij aangegeven: Voorbeeldgedrag gemeente; Splitsing Handhaving.
Reactie gemeente
Aanpassing plan
Zie hiervoor de algemene beantwoording
n.v.t.
Zie hiervoor de algemene beantwoording
n.v.t.
30
Nr. 25
Nr. 192201
Onderwerp Langestreek 8
25a
Begripsomschrijving
25b
Recreatiewoning
26
193069
Voorstreek 6A
Inhoud inspraakreactie Indiener maakt bezwaar tegen de uitsterfregeling en wil de dubbelbestemming behouden. De volgende aspecten worden hierbij aangegeven: Huisvestingsverordening moet doorwerken in bestemmingsplan m.b.t. de “80 woningen” (i.c. ontheffing); Woonvisie ontbreekt; De regeling werkt niet; Waardevermindering. Inspreker vraagt om aanpassing van de begripsomschrijving voor recreatieve bewoning Inspreker wil in aanmerking komen voor een recreatiewoning in de overtuin Indiener maakt bezwaar tegen de uitsterfregeling en wil de dubbelbestemming behouden. De volgende aspecten worden hierbij aangegeven: In strijd met beginselen van behoorlijk bestuur; Maatschappelijk belang wordt niet gediend; Communicatie; Geen rechtszekerheid; Waardevermindering (planschade); Criteria om te constateren dat er geen recreatief gebruik is?
Reactie gemeente Zie hiervoor de algemene beantwoording
Aanpassing plan n.v.t.
Binnen de huidige begripsomschrijving passen ook door inspreker genoemde vormen van recreatief gebruik.
n.v.t.
Op grond van het huidige bestemmingsplan Dorp is de bouw van een recreatiewoning in uw overtuin niet mogelijk. Dit is overgenomen in het nieuwe plan. Zie hiervoor de algemene beantwoording
n.v.t.
31
n.v.t.
Nr.
Nr.
Onderwerp
27
193049
Westerburenweg 6
28
193013
Uitsterfregeling
Inhoud inspraakreactie Woning niet echt geschikt; Splitsing wel toegestaan; Geen woningen voor de doelgroep. Indiener maakt bezwaar tegen de uitsterfregeling en wil de dubbelbestemming behouden. De volgende aspecten worden hierbij aangegeven: In strijd met beginselen van behoorlijk bestuur; Maatschappelijk belang wordt niet gediend; Communicatie; Geen rechtszekerheid; Waardevermindering (planschade); Woning niet echt geschikt; Splitsing wel toegestaan; Geen woningen voor de doelgroep; Hoe woningen geschikt maken?
Reactie gemeente
Aanpassing plan
Zie hiervoor de algemene beantwoording
n.v.t.
Indiener maakt bezwaar tegen de uitsterfregeling. De volgende aspecten worden hierbij aangegeven: Onderbouwing met cijfers ontbreekt;
De uitsterfregeling vervalt als het weekend- en/of verblijfsrecreatie gedurende een jaar wordt gestaakt
n.v.t.
Zie verder de algemene beantwoording
32
Nr.
Nr.
Onderwerp
Inhoud inspraakreactie Geen info over doelgroep; Deze woning hebben geen invloed gehad op de woningmarkt; Geen effect; Rechtszekerheid? Woningen zijn vaak niet geschikt; Voorbeeldfunctie gemeente? Wanneer vervalt precies het recht van recreatief gebruik? Kijk ruimer naar wonen en recreëren. Het is voor toeristen fijn om tussen de bewoners te verblijven.
Reactie gemeente
Aanpassing plan
29
193898
Langestreek 136
Indiener maakt bezwaar tegen de uitsterfregeling en wil de dubbelbestemming houden. De volgende aspecten worden hierbij aangegeven: Brief 2009: “status tweede woning komt niet in het gedrang”; Nota van Uitgangspunten: zegt dubbele bestemming; i.s.m. beginselen van behoorlijk bestuur; rechtszekerheid? Waardedaling;
Zie hiervoor de algemene beantwoording
n.v.t.
33
Nr.
Nr.
Onderwerp
Inhoud inspraakreactie Geen oplossing voor lokale woningmarkt; Werkt averechts;
Reactie gemeente
Aanpassing plan
30
194341
Langestreek 92
Zie hiervoor de algemene beantwoording
n.v.t.
31
193873
’t Kanaal 5
Zie hiervoor de algemene beantwoording
n.v.t.
32
193868
Noorderstreek 21
Indiener maakt bezwaar tegen de uitsterfregeling. Betrokkene zal woning niet meer (tijdelijk) verhuren van bewoning. Alleen nog recreatief. Indiener maakt bezwaar tegen de uitsterfregeling en wil de dubbelbestemming behouden. De volgende aspecten worden hierbij aangegeven: In strijd met beginselen van behoorlijk bestuur; Maatschappelijk belang wordt niet gediend; Communicatie; Waardevermindering (planschade); Regeling werkt averechts; Geen rechtszekerheid Splitsing zorgt voor zwarte gaten Hoe woningen geschikt maken? Verhuur draagt bij aan de lokale economie Noorderstreek 21 bevat twee appartementen voor recreatieve verhuur waar vergunning voor is verleend. Indiener geeft aan dat
De bebouwing krijgt een aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – ondergeschikte recreatie’.
Aanpassen verbeelding
34
Nr.
Nr.
Onderwerp
33
193920
Melle Grietjespad
33a
Idem bouwhoogte
Inhoud inspraakreactie dit in het bestemmingsplan nog niet geregeld is. Stichting tot behoud en herstel Cultuurhistorische waarde Banckspolder verzoekt de voormalige manege op het Bedrijventerrein aan het Melle Grietjespad te wijzigen in de bestemming Natuurgebied, althans Agrarisch. De stichting verzoekt tevens de maximale bouwhoogte op het Bedrijventerrein aan het Melle Grietjespad te wijzigen van 10 meter, naar 5 meter, althans naar de maximale hoogte van de bestaande gemeenteloods ter plaatse. De bouwhoogte van 10 meter staat volgens de stichting op gespannen voet met een tekst uit het structuurplan 2005: “…een uitbreiding van dit terrein op een zodanige manier vorm en gestalte wordt gegeven dat (… ) het zicht op de zuidwestelijke dorpsrand niet wordt aangetast”. De stichting wijst daarbij ook op een zinsnede uit de beleidsnota handhavingsbeleid waarin staat dat de hoogste prioriteit ligt bij het beschermde dorpsgezicht, dat op nog geen 50 meter afstand ligt. Ook wijst de stichting op het feit dat de gemeente alle factoren
Reactie gemeente
Aanpassing plan
Wij nemen kennis van de opvatting van de indiener. De aanwezigheid van het bedrijventerrein is een bestaande situatie die al geruime tijd aanwezig is. Het bedrijventerrein is volledig benut. Gelet op de ligging van het gebied en het feit dat er geen sprake is van langdurig braakliggende terreinen is er geen aanleiding om het bedrijventerrein aan te passen. We nemen de suggestie om een deel daarvan ‘terug te geven’ dan ook niet over. De maximale bouwhoogte is ten opzichte van het geldende bestemmingsplan niet gewijzigd. De gemeente ziet geen aanleiding om de maatvoeringen aan te passen en in te grijpen op bestaande bouwrechten.
n.v.t.
35
n.v.t.
Nr.
33b
Nr.
Onderwerp
Idem detailhandel
Inhoud inspraakreactie mee moet nemen in haar afwegingen, dus ook de effecten op omliggende functies. Naast het beschermde dorpsgezicht is dit de beweiding en voedselwinning op het agrarische gebied dat op 10 meter afstand ligt. Indiener verzoekt de gemeente het bestemmingsplan voor het Bedrijventerrein aan het Melle Grietjespad niet te wijzigen voor wat betreft het verbod op detailhandel. De stichting vraagt zich af wat bestaande detailhandel betekent. Als dit betekent dat de doe-het-zelf winkel van bouwbedrijf Dijkstra hier kan komen dan laat de stichting weten dat ze dit onacceptabel vinden. Nu kan dat alleen met ontheffing. De stichting vindt het een verzwaring van de bedrijfsfunctie en het verkeer dat hier op afkomt. Ze vraagt zich ook af of er onderzoek is gedaan naar de verkeer aantrekkende werking. En of er rekening is gehouden met parkeren. Ze markeert daarbij dat in het structuurplan 2005 en in het gesprek over het doortrekken van de Heereweg door de Banckspolder is aangegeven dat bij een verzwaring van de
Reactie gemeente
Aanpassing plan
De regeling met betrekking tot detailhandel binnen de bestemming bedrijventerrein is in het ontwerp bestemmingsplan en het geldende bestemmingsplan vrijwel gelijkluidend. In beide plannen is bepaald dat het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel strijdig is met de bestemming (zie artikel 6.5). In het voorliggende plan is toegevoegd dat bestaande aan de bedrijfsfuncties bedoeld in sub a ondergeschikte detailhandel, wel in de bestemming passen (zie artikel 6.1 en 6.5).
n.v.t.
In beide bestemmingsplannen is in artikel 6.6.1 lid b onder 2 bepaald dat met een ontheffing productiegebonden detailhandel en detailhandel, voor zover ondergeschikt aan de bedrijfsfunctie is toegestaan. Van deze mogelijkheid is door diverse bedrijven gebruik gemaakt en deze bestaande rechten dienen overgenomen te worden. De zinsnede ‘met uitzondering van bestaande, aan de bedrijfsfuncties bedoeld in lid 6.1 sub b ondergeschikte detailhandel’ heeft betrekking op de reeds vergunde en daarmee toegestane detailhandel op grond van het bestemmingsplan uit 2009. Doe-het-zelf artikelen kunnen worden verkocht mits in zijn totaliteit de detailhandel voldoet aan de voorwaarden van ondergeschikte detailhandel.
36
Nr.
Nr.
Onderwerp
33c
Idem onderscheid detailhandel/horeca
33d
Idem ontmanteling
Inhoud inspraakreactie bedrijfsfunctie op het Melle Grietjespad overdruk ontstaat op de wegen door het dorp. En dat ook door de gemeente is geconstateerd dat de druk nu al te hoog is. Waarom dan een verzwaring door verplaatsing van het bouwbedrijf? Indiener verzoekt het in het huidige bestemmingsplan bestaande onderscheid tussen de bestemming detailhandel en de bestemming horeca te handhaven en het ontwerp bestemmingsplan zodanig te wijzigen dat er hoe dan ook geen enkele vorm van horeca wordt toegestaan op bedrijfsterreinen. De stichting geeft aan dat het bedrijventerrein aan het Melle Grietjespad gezien moet worden als een historische fout; bedrijvigheid had hier naar het oordeel van de stichting nooit moeten komen. Het feit dat de locatie van de manege vrijkomt had benut moeten worden om het terrein te ontmantelen. Dit zou in lijn zijn met het structuurplan uit 2005 waarin is geformuleerd: “Het streefbeeld met betrekking tot de Banckspolder gaat uit van handhaving en waar mogelijk versterking van het agrarische