07- bijlage 1Bestemmingsplan verbrede reikwijdte Schiermonnikoog - Dorp -concept.pdf
Tekst van het document
Dit advies wordt gegeven als op basis van eerder onderzoek is gebleken dat er zich geen archeologische resten in de bodem bevinden, of wanneer de archeologische verwachting voor het aantreffen van archeologische resten uit de periode ijzertijd - middeleeuwen op gefundeerde gronden zodanig laag is dat de kans op aantasting bij de meeste ingrepen zeer klein is. Onderstaande figuur geeft de uitsnede van de FAMKE weer.
Figuur 8. Uitsnede FAMKE advies ijzertijd - middeleeuwen met gebied 'streven naar behoud' (bron: provincie Fryslân)
STEENTIJD - BRONSTIJD De provincie Fryslân geeft voor de periode steentijd - bronstijd aan dat voor het totale gebied geen archeologisch onderzoek binnen het plangebied noodzakelijk is. Dit advies wordt gegeven als op basis van eerder onderzoek is gebleken dat er zich geen archeologische resten in de bodem bevinden, of wanneer de archeologische verwachting op gefundeerde gronden zeer laag is.
35
bestemmingsplan Bestemmingsplan verbrede reikwijdte Schiermonnikoog - Dorp
5.5.2
Cultuurhistorie
Ten aanzien van de cultuurhistorische waarden in het plangebied is de Cultuurhistorische Kaart Fryslân (CHK2) geraadpleegd. Onderstaande figuur geeft de uitsnede van deze kaart weer. Het plangebied is gelegen in een aardkundig waardevol gebied, namelijk de Waddeneilanden. De eilanden bestaan uit zeer veel gave en karakteristieke duinvormen waarin sedimentatie en erosieprocessen nog steeds plaatsvinden, grote strandvlakten en kwelders met de kenmerkende kreken. De huidige landschappelijke opbouw wordt bepaald door het strand, het duingebied, de binnenduinrand, de ingedijkte en als gras- of maïsland in gebruik zijnde voormalige kwelders en de bestaande buitendijkse kwelders.
Figuur 9. Uitsnede Cultuurhistorische kaart Fryslân (CHK2) met daarop aangeveven diverse cultuurhistorische thema's provincie Fryslân).
Binnen het plangebied zijn diverse cultuurhistorische thema's aanwezig (zie Hoofdstuk 2 Beschermde waarden en figuur 9). Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. In het geldende bestemmingsplan is geen regeling opgenomen om karakteristieke bebouwing te beschermen anders dan door in de dubbelbestemming Waarde - Beschermd Dorpsgezicht het streven naar behoud te formuleren onder verwijzing naar de bijlagen waarin de kwaliteiten worden beschreven. In het nu voorliggende bestemmingsplan wordt waardevolle bebouwing beschermd door ten behoeve van het behoud van eilanderhuizen de aanduiding ''karakteristiek" op te nemen. Die aanduiding is gekoppeld aan regels gericht op het behoud van de huidige bouwvorm (goothoogte, bouwhoogte en dakvorm). Een aanzienlijk deel van het dorp Schiermonnikoog is aangewezen als beschermd dorpsgezicht. Net als in het geldende bestemmingsplan wordt dat gebied ook in het nu voorliggende bestemmingsplan voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Beschermd Dorpsgezicht' met de daarbij behorende regels (zie paragraaf 2.1).
36
bestemmingsplan Bestemmingsplan verbrede reikwijdte Schiermonnikoog - Dorp
5.6
Externe veiligheid
Bij ieder plan moet vanuit een goede ruimtelijke ordening gekeken worden naar veiligheidsaspecten. Hierbij gaat het om de eventuele aanwezigheid van risicovolle inrichtingen, opslag van vuurwerk of transport van risicovolle stoffen. In het externe veiligheidsbeleid van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid buisleiding (Bevb), Wet basisnet, Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het activiteitenbesluit milieubeheer (Activiteitenbesluit) staat de bescherming van individuen tegen kans op overlijden als gevolg van een ongeluk met gevaarlijke stoffen centraal. Om na te gaan of er sprake is van mogelijke risicosituaties in en nabij het plangebied is de risicokaart geraadpleegd. Uit deze risicokaart blijkt dat in en nabij het plangebied geen risicobronnen aanwezig zijn.
5.7
Ecologie
Met de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming In bestemmingsplannen (met ontwikkelingsmogelijkheden) moet, in verband met de uitvoerbaarheid, een redelijk zicht bestaan op de verleenbaarheid van een eventueel benodigde vergunning op grond van de Wet natuurbescherming. De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten Natura2000-gebieden en NatuurNetwerk Nederland (NNN). Natura 2000-gebieden; Direct ten noorden en westen van het bestemmingsplan liggen de Duinen Schiermonnikoog dat behoort tot de Natura 2000-gebieden. Ten oosten en zuiden van het plangebied ligt het Natura 2000 gebied Waddenzee. Ten noorden van Schiermonnikoog ligt het Natura 2000 gebied Noordzeekustzone. Zie onderstaande figuren voor de ligging en begrenzing van de drie Natura 2000 gebieden in groen weergegeven. Het plangebied is niet gelegen in de Natura 2000 gebieden Noordzeekustzone en Waddenzee. Aan de noordzijde van het plangebied zijn kleine delen van het bestemmingsplan gelegen in het Natura 2000 gebied Duinen-Schiermonnikoog. Binnen deze gebieden vinden geen nieuwe ontwikkelingen plaats.
Dit plan betreft een hoofdzakelijk conserverend bestemmingsplan. Er worden in hoofdzaak slechts mogelijkheden geboden voor kleinschalige perceelsgebonden ontwikkelingen. Door deze kleinschalige ontwikkelingen ontstaan geen activiteiten die niet verenigbaar zijn met het behoud van het gebied.
37
bestemmingsplan Bestemmingsplan verbrede reikwijdte Schiermonnikoog - Dorp
Figuur 11. Natura 2000 gebied Duinen-Schiermonnikoog
Figuur 12. Natura 2000 gebied Waddenzee
38
bestemmingsplan Bestemmingsplan verbrede reikwijdte Schiermonnikoog - Dorp
Figuur 13. Natura 2000 gebied Noordzeekustzone
NatuurNetwerk Nederland (NNN). Het plangebied maakt deel uit van het NNN-netwerk en is NNN-beheersgebied. Zoals uit paragraaf 4.3.2 Verordening Romte blijkt ontstaan er geen activiteiten die niet verenigbaar zijn met het behoud van het gebied. Omdat er enkel sprake is van kleinschalige ontwikkelingen op bestaande percelen is geen sprake van een significate aantasting van het wezenlijke karakter van het landschap. Ook met betrekking tot het Weidevogelkansgebied is geconcludeerd dat er geen sprake is van een toename van de oppervlakte verstoord gebied en het bestemmingsplan niet leidt niet tot een verdere verslechtering van de broedgelegenheid van weidevogels in de polder. Als gevolg van het bestemmingsplan neemt de oppervlakte Weidevogelkansgebied dan ook niet af. Conclusie is dat geen significant negatief effect ten aanzien van Natura 2000, NNN en weidevogels optreedt. Ten aanzien van het aspect gebiedsbescherming zijn er geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; overige soorten.
Aangezien er sprake is van een hoofdzakelijk conserverend bestemmingsplan waarbij in hoofdzaak slechts mogelijkheden geboden voor kleinschalige perceelsgebonden ontwikkelingen ontstaan er geen activiteiten die in strijd zijn met de soortenbescherming. Nader onderzoek in het kader van de soortenbescherming is dan ook niet noodzakelijk.
39
bestemmingsplan Bestemmingsplan verbrede reikwijdte Schiermonnikoog - Dorp
5.8
Luchtkwaliteit
Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wet milieubeheer in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. De ministerraad heeft op voorstel van de minister van VROM ingestemd met het NSL. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. De eerste verlenging liep tot en met 31 december 2016. De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu heeft het NSL voor een tweede maal verlengd, tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Het Besluit tweede verlenging NSL is per 1 januari 2017 in werking getreden. Ook projecten 'die niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit.
Op grond van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen zijn onder andere de volgende projecten vrijgesteld van toetsing: woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen; projecten die minder dan 3% van de (toekomstige) grenswaarde voor NO2 of PM10 bijdragen, wat overeenkomt met 1,2 µg/m3 (de grenswaarde voor 2017 is 1.241 auto's dan wel 109 vrachtwagens per weekdagetmaal). Samenvattend wordt geconcludeerd dat de luchtkwaliteit niet zal verslechteren ten gevolge van de vaststelling van het bestemmingsplan. Op grond van het bepaalde in de Wet milieubeheer is in dat geval geen onderzoek naar de luchtkwaliteit vereist. Er wordt immers voldaan aan het gestelde in artikel 5.16 lid b van de Wet milieubeheer: de luchtkwaliteit blijft ten minste gelijk ten gevolge van de vaststelling van het bestemmingsplan.
5.9
Verkeer en parkeren
Voor een ruimtelijk plan geldt dat de verkeerseffecten die optreden als gevolg van een planvoornemen in het kader van een goede ruimtelijke ordening afgewogen moeten worden. De nadruk ligt daarbij op de effecten van de ontwikkeling op de verkeersafwikkeling en parkeren (bereikbaarheid), de verkeersveiligheid en de verkeershinder (leefbaarheid). De gemeente Schiermonnikoog kent een autoluw karakter. De gemeente Schiermonnikoog werkt daarom ook niet met de parkeernormen volgens de CROW publicatie 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie'. Op Schiermonnikoog is een geslotenverklaring voor motorvoertuigen van kracht. Deze geslotenverklaring geldt voor auto's, motoren, vrachtwagens, brommers en snorfietsers. Dit betekent dat een ontheffing noodzakelijk is om met de auto naar het eiland te komen. De gemeente kent een permanente ontheffing voor eilanders en bedrijven. Inwoners van Schiermonnikoog zijn bevoegd om per adres één auto op het eiland te hebben. Daarnaast bestaat er een tijdelijke ontheffing voor veertien dagen. In totaal kunnen er op Schiermonnikoog maximaal 500 ontheffingen afgegeven worden. Er zijn momenteel circa 250 ontheffingen afgegeven (50%). Van deze ontheffinghouders beschikt de helft (25 % van de maximaal uitgeefbare ontheffingen) over eigen parkeergelegenheid op het eiland: op eigen terrein of in een autobox.
De overige ontheffinghouders maken slechts incidenteel gebruik van de ontheffing: de auto blijft voornamelijk op de vaste wal (garageboxen en parkeergarage). Incidenteel nemen deze ontheffinghouders de auto mee naar het eiland voor het meenemen van volumineuze en zware goederen en producten naar de woning. In het dorp zijn op een vijftal plekken openbare parkeerterreinen met in totaal 100 parkeerplekken. Deze
40
bestemmingsplan Bestemmingsplan verbrede reikwijdte Schiermonnikoog - Dorp parkeerplekken kennen een gemiddelde bezettingsgraad van 50 %. De tarieven van de overtochten met een auto zijn zodanig dat het vaak lonender is om de auto te parkeren op het vaste land en voor vervoer van diverse goederen gebruik te maken van eilander vervoersdiensten. Gelet op het bovenstaande is een nader onderzoek naar verkeer en parkeren niet noodzakelijk.
5.10 M.e.r.-verantwoording De bij elk ruimtelijk plan uit te voeren m.e.r.-beoordeling houdt in dat nagegaan moet worden of er activiteiten plaatsvinden die negatieve effecten op het milieu kunnen hebben. De grondslag hiervoor is enerzijds het Besluit m.e.r. (Besluit milieueffectrapportage) en anderzijds de hiervoor beschreven onderzoeken. Voor activiteiten genoemd in de C-lijst van het Besluit m.e.r. geldt een directe m.e.r-plicht. Voor activiteiten genoemd in de D-lijst van het Besluit m.e.r., maar die onder de drempelwaarden blijven, is een vormvrije m.e.r.-beoordeling van toepassing. Het onderhavige bestemmingsplan is grotendeels conserverend van aard. De vastgestelde wijzigingsplannen en omgevingsvergunningen zijn in het kader van de doorlopen procedures al beoordeeld. De opgenomen nieuwe initiatieven leiden niet tot een overschrijding van de diverse drempelwaarden zoals genoemd in de bijlage onderdeel C en D van het Besluit m.e.r.. De nieuwe initiatieven zijn van een dusdanige kleine omvang dat niet gesproken kan worden van een stedelijk ontwikkelingsproject. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling is dan ook niet nodig.
41
bestemmingsplan Bestemmingsplan verbrede reikwijdte Schiermonnikoog - Dorp
42
bestemmingsplan Bestemmingsplan verbrede reikwijdte Schiermonnikoog - Dorp
Hoofdstuk 6 6.1
Juridische toelichting
Plansystematiek
Dit bestemmingsplan is zodanig vormgegeven dat het voldoet aan de vereisten voortkomend uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Bij de vormgeving van de regels en de verbeelding is aangesloten op de meest recente regeling Ruimtelijke Standaarden ruimtelijke ordening en is de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012) toegepast. Het bestemmingsplan voldoet daarmee aan de digitale verplichtingen zoals die per 1 januari 2010 van kracht zijn. De regels zijn zo opgesteld dat deze gebruikt kunnen worden in een analoog alsook in een digitaal bestemmingsplan. Op basis van de Wro is het digitaal vastgestelde bestemmingsplan leidend. Als er een verschil bestaat tussen het analoge en digitale bestemmingsplan, is het digitale bestemmingsplan bepalend qua vormgeving en inhoud. De regels regelen het toegelaten gebruik van grond en opstallen, voor zover dit voor een goede ruimtelijke ordening nodig is. Een bestemmingsplan kent regels voor: - het bouwen; - het gebruik; - het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden. Van belang is dat planregels alleen verbieden of toestaan (eventueel onder voorwaarden). Verplichten tot bijvoorbeeld bouwen of een bepaald gebruik kan een bestemmingsplan niet. De indeling van de planregels ziet er als volgt uit: - Inleidende regels. - Bestemmingsregels. - Algemene regels.
- Overgangs- en slotregels. De SVBP2012 bevat een aantal juridische regels die moeten worden opgevolgd. Voor de planregels betekent dit dat er sprake is van een aantal dwingend voorgeschreven begripsbepalingen. Deze zijn opgenomen in artikel 1, Begrippen. In dat artikel zijn ook andere begrippen gedefinieerd die nodig zijn om begrippen in de overige bestemmingsregels waar nodig te omschrijven. Samen met de Wijze van meten (artikel 2) die ook grotendeels is voorgeschreven in de SVBP2012 vormt dit de inleidende bepalingen. Daarna volgende bestemmingsregels waarin per bestemming wordt voorgeschreven welk functies/gebruik is toegestaan en welke bouwregels en regels voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden gelden. Waar nodig worden in paragraaf 6.2 de afzonderlijke bestemmingen nader toegelicht. Voor zover een bestemming voor zich spreekt wordt die niet nader toegelicht. Vanwege het Bro geldt verder een formulering die ten aanzien van de anti-dubbeltelregel en het overgangsrecht eveneens in de planregels moet worden overgenomen. Samen met een aantal algemene regels die in het hele plangebied gelden voor bouwen en gebruik vormen deze bepalingen de algemene regels en de overgangs- en slotregels.
6.2
Toelichting op de bestemmingsregels
ALGEMEEN In de artikelen 3 t/m 34 zijn regels voor de bestemmingen opgenomen, waaronder een drietal dubbelbestemmingen. Voor de afzonderlijke bestemmingen is de volgende standaardindeling
43
bestemmingsplan Bestemmingsplan verbrede reikwijdte Schiermonnikoog - Dorp aangehouden: a. bestemmingsomschrijving; b. bouwregels; c. nadere eisen; d. afwijken van de bouwregels; e. specifieke gebruiksregels; f. afwijken van de gebruiksregels; g. omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden (voorheen aanlegvergunning); Niet elk onderdeel komt bij elke bestemming voor. In onderstaande zal, waar nodig, uitvoeriger op aard en strekking van diverse onderdelen van de planregels worden ingegaan. In lid 1 van ieder artikel is de omschrijving opgenomen van het doel of doeleinden die aan de betreffende bestemming zijn toegekend. Naast de hoofdbestemming worden in de bestemmingsomschrijving ook eventuele ondergeschikte nevenfuncties, die bij recht zijn toegestaan, benoemd. In bouwregels wordt vervolgens geregeld, in welke mate binnen een bestemming bebouwing is toegestaan, door regels op te nemen over situering en maatvoering van de toegestane bebouwing. Deze regels vormen een belangrijk toetsingskader voor het beoordelen van bouwaanvragen. Bij de meeste bestemmingen is de bevoegdheid van Burgemeester en Wethouders opgenomen om nadere eisen te stellen aan de situering van bebouwing. Artikel 3.6 lid 1 sub d Wro biedt deze mogelijkheid.
Het opleggen van nadere eisen is onder andere gekoppeld aan het streven naar behoud en versterking van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden in het gebied. Op grond van artikel 3.6 lid 1 sub c Wro kan bij een bestemmingsplan worden bepaald, dat Burgemeester en Wethouders met inachtneming van bepaalde regels bevoegd zijn af te wijken van de bij recht gegeven bouwregels door een omgevingsvergunning te verlenen. Dit maakt het mogelijk op ondergeschikte punten eenvoudig van de planregels af te wijken binnen vooraf door de gemeenteraad vastgestelde regels en kaders. Die kaders zijn de in de regels geformuleerde toetsingscriteria. In de regels voor het gebruik staat aangegeven welke vormen van gebruik van gronden en gebouwen binnen een bestemming specifiek niet toelaatbaar worden geacht. Van gebruiksregels wordt alleen gebruik gemaakt, wanneer hierover onduidelijkheid kan bestaan. In het algemeen geldt dat de Wabo in artikel 2.1. voorschrijft dat gronden in overeenstemming met de bestemming moeten worden gebruikt. Het is daarom niet nodig is om allerlei vormen van afwijkend gebruik expliciet uit te sluiten. Dit is op basis van de wetgeving al het geval. In een aantal gevallen kan ook van de gebruiksregels bij omgevingsvergunning worden afgeweken als het bestemmingsplan daarvoor een regeling bevat.
Dit is in dit plan voor een aantal functies en ontwikkelingsmogelijkheden binnen de kaders van de bestemming geregeld. Een ander instrument is de omgevingsvergunning om werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren (voorheen de aanlegvergunning). Deze omgevingsvergunningen zijn over het algemeen gericht op het beschermen van (mogelijk) aanwezige waarden. In dit bestemmingsplan gaat het vooral om omgevingsvergunningen gericht op het behoud van cultuurhistorisch waardevolle elementen en natuurlijke en landschappelijke waarden. Verder zijn omgevingsvergunningen voorgeschreven die zien op bescherming van de waterkerende functie van de primaire waterkering. BESTEMMINGEN Artikel 3 Bedrijf
44
bestemmingsplan Bestemmingsplan verbrede reikwijdte Schiermonnikoog - Dorp
Deze bestemming is toegekend aan verspreid in het plangebied voorkomende, individuele, over het algemeen kleinschalige bedrijven. In enkele gevallen is de bestemming nader gespecificeerd waar sprake is van een gebruik dat niet valt onder de lichte categorieën 1 en 2 van de als bijlage opgenomen Bedrijvenljst. Alleen bestaande bedrijfswoningen zijn toegestaan. Artikel 6 Bedrijventerrein Deze bestemming is specifiek toegespitst op het bedrijventerrein aan het Melle Grietjespad aan de zuidzijde van het dorp. Hier zijn ook zwaardere vormen van bedrijvigheid toegestaan. Bedrijfswoningen zijn hier expliciet niet toegestaan, aangezien dit niet passend wordt geacht op een bedrijventerrein waar een hogere milieubelasting toegestaan is dan waar een goed woon- en leefklimaat om vraagt. Artikel 8 Detailhandel De bestemming spreekt in eerste instantie voor zich. Een bijzonderheid is dat in een aantal gevallen voor panden met deze bestemming de uitwisselbaarheid met Horeca mogelijk wordt gemaakt. Daarvoor is gekozen vanwege de specifieke dynamiek van deze locaties die maakt dat de mogelijkheid om deze functies uit te wisselen wenselijk is. Artikel 9 Groen Naast het gewoonlijk binnen deze bestemming voorkomende gebruik als openbare gebied/groenvoorziening is binnen deze bestemming een aantal locaties door middel van een aanduiding aangewezen voor evementen.
Dit betreft een locatie bij de Willemshof en het gebied tussen de Langestreek 11 en 13. Artikel 10 Horeca Op Schiermonnikoog bevinden zich relatief veel horecavoorzieningen. In de bestemming Horeca worden deze ingedeeld in een aantal verschillende categorieën. Deze indeling is gebaseerd op de vorm van de horeca en de effecten die dat kan hebben op de omgeving. Artikel 11 - 13 Maatschappelijke functies Het bestemmingsplan kent drie bestemmingen die zijn ingedeeld onder de hoofdbestemming Maatschappelijk. Onder de bestemming Maatschappelijk zijn voorzieningen als scholen, kerken, maatschappelijke en gezondheidszorginstellingen opgenomen. Een bijzondere functie binnen deze bestemming is het recent op Schiermonnikoog gevestigde klooster dat van een specifieke aanduiding voorzien is. Ook de begraafplaats is binnen deze bestemming specifiek aangeduid. Het bezoekerscentrum en de vuurtoren zijn vanwege hun specifieke aard en karakter voorzien van een eigen specifieke bestemming. Respectievelijke Maatschappelijk - Bezoekerscentrum en Maatschappelijk Vuurtoren. Artikel 15 - 23 Recreatie Het bestemmingsplan Schiermonnikoog - Dorp kent een negental varianten op de bestemming Recreatie, allen gericht op verblijfsrecreatie. Voor drie specifieke situatie zijn de bestemmingen Recreatie Kampeerboerderij en Recreatie - Kampeerterrein opgenomen.
Deze bestemmingen komen allen slechts op één locatie in het plangebied voor. Een specifiek kenmerk van de bestemming Recreatie - Kampeerterrein is dat Caravans en Campers uitgesloten zijn als kampeermiddelen. Naast een aantal blokhutten met beperkte basisvoorzieningen (geen eigen sanitair of keuken) zijn binnen deze bestemming alleen tenten of tentwagens toegestaan. Dit bestemmingsplan onderscheidt zes verschillende bestemmingen voor recreatiewoningen. Recreatie Recreatiewoningen 1 t/m 6. De verschillen tussen deze bestemming hebben deels betrekking op de vorm
45
bestemmingsplan Bestemmingsplan verbrede reikwijdte Schiermonnikoog - Dorp van beheer en maatvoering. Recreatiewoningen 1 is toegespitst op parken die bedrijfsmatig worden beheerd. Recreatiewoningen 3 is een afwijkende categorie. Voor recreatiewoningen binnen deze categorie geldt dat ook permanente bewoning toegestaan is. Dit betreft onder meer een aanzienlijk aantal voornamelijk recreatief gebruikte woningen in de historische dorpskern waarvan in de Nota van Uitgangspunten vastgesteld is dat het wenselijk is voor die categorie schoon schip te maken en voor deze woningen een dubbel gebruik (recreatief en permanent bewonen) toe te staan. Artikel 25 Tuin De bestemming Tuin is op een aantal locaties toegekend aan erven behorend bij woningen waarvan het onwenselijk wordt geacht dat voor het totale perceel een woonbestemming wordt toegekend met alle bijbehorende bouwmogelijkheden van dien. Artikel 26 Tuin - Overtuin Deze bestemming is toegekend aan cultuurhistorisch waardevolle overtuinen. Per overtuin is aangegeven aan welk woonperceel dit gerelateerd is door de aanduiding 'relatie'. Deze bestemming richt zich met name op behoud van de cultuurhistorische waarde van deze tuinen. Artikel 29 Wonen De bestemming Wonen in dit bestemmingsplan is helder waar het gaat om de bouwmogelijkheden en vooral gericht op behoud en versterking van de schaal en omvang van bestaande bebouwing.
Afwijkend ten opzichte van traditionele woonbestemmingen kent dit bestemmingsplan een aantal specifieke regelingen die voortvloeien uit het recreatieve karakter van het dorp. Voor een aantal bestaande situaties wordt naast het wonen ook recreatief gebruik van delen van een perceel of delen van een woning toegestaan. Het recreatief gebruik van een deel van de oppervlakte van een woning (maximaal 35%) kan onder voorwaarden bij afwijking worden toegestaan.
6.3
Overige aspecten
Additionele voorzieningen In het bestemmingsplan zijn de al dan niet in directe relatie met een bestemming staande voorzieningen, zoals ondergrondse leidingen, verhardingen, bermen, geluidswerende voorzieningen, centrale installaties ten behoeve van de energievoorziening, voorzieningen ten behoeve van de waterbeheersing in de vorm van watergangen, duikers, waterkeringen en dergelijke bij de bestemming inbegrepen zonder dat dit uitdrukkelijk wordt vermeld. Handhaving Het bestemmingsplan geeft de gewenste planologische situatie voor het plangebied aan. Bestemmingsplannen zijn bindend voor de overheid en de burger. Enerzijds kan de overheid naleving van bestemmingsplannen afdwingen, anderzijds vormt het bestemmingsplan een juridisch kader voor burgers waaruit deze kunnen afleiden wat de bouw- en gebruiksmogelijkheden zijn, op de in eigendom zijnde dan wel de naastgelegen buurpercelen, in de directe woon- en leefomgeving.
6.4
Bestemmingsplanprocedure
In de Wro en het Bro zijn wettelijke regels voor de bestemmingsplanprocedure vastgelegd. Hierin zijn de volgende fasen onderscheiden: Voorbereidingsfase De gemeente voert ten behoeve van de voorbereiding van een bestemmingsplan onderzoek uit naar de
46
bestemmingsplan Bestemmingsplan verbrede reikwijdte Schiermonnikoog - Dorp bestaande situatie en de mogelijke (ruimtelijke) ontwikkelingen in de gemeente. De gemeente stelt voor het overleg op grond van artikel 3.1.1 van het Bro haar voornemen beschikbaar aan de besturen en diensten van hogere overheden. De gemeente geeft een reactie op mogelijke reacties die voor zover noodzakelijk worden verwerkt in de regels en verbeelding. Conform de gemeentelijke inspraakverordening wordt het bestemmingsplan als voorontwerp ter inzage geleged via www.ruimtelijkeplannen.nl Hoewel de Wro dit niet voorschrijft kan deze fase worden gebruikt om eventuele fouten die worden gemaakt bij het opstellen van het voorontwerp te voorkomen in het ontwerpstadium. Terinzageleggingsfase Na de aankondiging in de Staatscourant en op de website www.officielebekendmakingen.nl wordt het ontwerpbestemmingsplan voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd. In deze periode kan door iedereen een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan worden ingediend. Vaststellingsfase Na de periode van terinzagelegging stelt de gemeenteraad het ontwerpbestemmingsplan, mogelijk met wijzigingen, binnen een periode van ten hoogste 12 weken vast. Beroepsfase Na de vaststelling van het bestemmingsplan maakt de gemeenteraad het vaststellingsbesluit bekend en legt het vastgestelde bestemmingsplan ter inzage.
Dit gebeurt als volgt: Indien Gedeputeerde Staten (GS) of de Inspectie voor Leefomgeving en Transport (ILT) een zienswijze hebben ingediend die door de gemeenteraad niet volledig is overgenomen of indien de gemeenteraad het bestemmingsplan gewijzigd heeft vastgesteld, geschiedt bekendmaking en terinzagelegging 6 weken na vaststelling. Indien het bestemmingsplan ongewijzigd is vastgesteld en er gehoor is gegeven aan eventuele zienswijzen van GS en/of de ILT wordt het vaststellingsbesluit door de gemeenteraad uiterlijk 2 weken na vaststelling bekend gemaakt. Tevens wordt uiterlijk 2 weken na vaststelling het bestemmingsplan ter inzage gelegd. Uiterlijk 6 weken na bekendmaking van het vaststellingsbesluit kan er door belanghebbenden beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS). Volgens de Wro zijn belanghebbenden diegenen die tegen het ontwerpbestemmingsplan een zienswijze hebben ingediend en diegenen die hebben aangetoond in redelijkheid niet in de mogelijkheid zijn geweest om een zienswijze tegen het ontwerpbestemmingsplan in te dienen. Door recente rechtspraak is het belanghebbenebegrip (in ieder geval tijdelijk) uitgebreid. Naar aanleiding van een uitspraak van het Europese Hof van Justitie inzake het Verdrag van Aarhus is vastgesteld dat de Nederlandse toegang tot het bestuursrecht niet voldoet aan de eisen die daarvoor gelden.
Met name de "fuik" die er voor zorgt dat iemand die geen zienswijze heeft ingediend niet als belanghebbende wordt aangemerkt wordt onaanvaardbaar geacht. In april 2021 heeft de afdeling daarom uitgesproken dat ook degene die geen zienswijze heeft ingediend in beroep moet worden ontvangen en dat degene die wel een zienswijze heeft ingediend zonder meer wordt aangemerkt als belanghebbende, ook als daar feitelijk geen sprake van is. Dit is in ieder geval de geldende lijn zo lang de wet op dit punt niet gewijzigd wordt om te voldoen aan de eisen van het Verdrag van Arhus. Indien geen beroep tegen het vastgestelde bestemmingsplan wordt ingediend, is het bestemmingsplan na afloop van de beroepstermijn onherroepelijk.
47
bestemmingsplan Bestemmingsplan verbrede reikwijdte Schiermonnikoog - Dorp
48
bestemmingsplan Bestemmingsplan verbrede reikwijdte Schiermonnikoog - Dorp
Hoofdstuk 7
Uitvoerbaarheid
In het kader van een bestemmingsplan is het van belang om de uitvoerbaarheid na te gaan. In dat verband wordt een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.
7.1
Economische uitvoerbaarheid
Het voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op een bestaande situatie en omvat dan ook een regeling die hoofdzakelijk conserverend van karakter is. Het weergeven van de economische uitvoerbaarheid ten behoeve van de inzet van gemeentelijke middelen door middel van een cijfermatige opzet, is daarom voor dit deelgebied niet relevant. Het onderhavige bestemmingsplan is in feite een herziening en actualisering van bestaande regelgeving. De toegestane functies en de bouwregels zijn op zowel de vigerende regelingen als op de bestaande situatie afgestemd.
7.2
Grondexploitatie
Door middel van de grondexploitatieregeling in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) beschikken gemeenten over mogelijkheden voor het verhalen van kosten voor bijvoorbeeld bouw- en woonrijp maken en hebben zij sturingsmogelijkheden, omdat in het geval van grondexploitatie van derden diverse eisen en regels gesteld kunnen worden. Indien er sprake is van bepaalde bouwplannen, dient de gemeente hiervoor een exploitatieplan op te stellen, tenzij voornoemde kosten “anderszins verzekerd” zijn, bijvoorbeeld door overeenkomsten, en het stellen van eisen met betrekking tot kwaliteit en fasering niet noodzakelijk wordt geacht. Het bestemmingsplan voorziet niet in de realisatie van bouwplannen zoals opgenomen in het Bro. Daarom kan van het opstellen van een exploitatieplan worden afgezien.
7.3
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Dit hoofdstuk wordt ingevuld na het doorlopen van de respectievelijke stappen in de procedure. Nadat het voorontwerp voor overleg aan overlegpartners is toegezonden en in inspraak is gebracht worden de uitkomsten daarvan in dit hoofdstuk verwoord. Nadat vervolgens het bestemmingsplan als ontwerp ter inzage heeft gelegen worden de eventuele zienswijzen in dit hoofdstuk verantwoord.
49
bestemmingsplan Bestemmingsplan verbrede reikwijdte Schiermonnikoog - Dorp
50
bestemmingsplan Bestemmingsplan verbrede reikwijdte Schiermonnikoog - Dorp
Bijlagen toelichting
51
bestemmingsplan Bestemmingsplan verbrede reikwijdte Schiermonnikoog - Dorp
52
bestemmingsplan Bestemmingsplan verbrede reikwijdte Schiermonnikoog - Dorp
Bijlage 1 Nota van uitgangspunten
53
N ota van Ui tga ngspun ten be s tem min gspl an S ch ierm onn ik oog Dorp
N ota van Ui tga ngspun ten be s tem min gspl an S ch ierm onn ik oog Dorp
Inhoud
Rapport + bijlage
31 januari 2020 Projectnummer 555.00.02.01.00.10
Inhoudsopgave 1
Inleiding
3
1.1
Aanleiding en proces
3
1.2
Doel van de Nota van Uitgangspunten en leeswijzer
3
2
Wat voor eiland willen we zijn? (gebaseerd op de inbreng in het interactieve proces)
4
3
Uitgangspunten aan de hand van de thema’s
7
3.1
Thema permanent wonen en permanent versus recreatieve bewoning
7
3.2
Thema (over)tuinen
14
3.3
Thema groene zone Langestreek
16
3.4
Thema maat en schaal en detaillering van bebouwing in het beschermde dorpsgezicht
4
18
Overige uitgangspunten voor het bestemmingsplan
20
4.1
20
4.2
Gebruik 4.1.1
Potentiële invul- en transformatieplekken
20
4.1.2
Vereenvoudiging/ flexibilisering/actualisering
21
4.1.3
Aanpassingen aan de thans geldende standaarden
21
Regels voor het bouwen
Bijlage
Nota van uitgangspunten bestemmingsplan Schiermonnikoog Dorp - 31 januari 2020
23
1
Inleiding 1.1
Aanleiding en proces
De gemeente wil het bestemmingsplan Schiermonnikoog Dorp1 herzien. Het bestemmingsplan is inmiddels bijna 10 jaar oud en is niet meer actueel. Om het bestemmingsplan goed te laten aansluiten bij de ideeën van de inwoners vindt de gemeente het belangrijk om bewoners aan het begin van het project te betrekken bij het opstellen van het bestemmingsplan. Om die reden heeft de gemeente in oktober 2017 via de nieuwsbrief gevraagd om ideeën en onderwerpen aan te dragen die bij de herziening van het bestemmingsplan van belang zijn. Door een kleine 30 personen is hierop gereageerd. Tevens zijn op 8 februari 2018 een tweetal interactieve bijeenkomsten georganiseerd waarop thema’s zijn besproken die de bouwstenen vormen voor het nieuwe bestemmingsplan. Deze thema’s zijn mede gebaseerd op per email en schriftelijk binnengekomen reacties. Circa 60 mensen hebben de bijeenkomsten op 8 februari bezocht. Het verslag van deze bijeenkomst is opgenomen in de bijlage van deze Nota van Uitgangspunten.
1.2
Doel van de Nota van Uitgangspunten en leeswijzer
De inbreng vanuit de samenleving vormt de basis voor de voorliggende Nota van Uitgangspunten. Daarnaast heeft de gemeente vanzelfsprekend een taak om die inbreng af te zetten tegen de zorgplicht die de gemeente heeft onder meer voor leefbaarheid, gezondheid en veiligheid. De Nota van Uitgangspunten is het kader waarbinnen het bestemmingsplan wordt opgesteld. In het daarna op te stellen bestemmingsplan worden de uitgangspunten uitgewerkt in de vorm van een toelichting, regels en een verbeelding. Dit bestemmingsplan zal de normale procedure volgen waarbij het plan ter visie wordt gelegd en een ieder ook op het ontwerpbestemmingsplan kan reageren. Naast uitgangspunten voor het bestemmingsplan hebben de oproep in de nieuwsbrief en de gesprekken op 8 februari ook input geleverd voor een toekomstige Omgevingsvisie2 voor Schiermonnikoog. Onder de kop “Wat voor eiland willen we zijn?” wordt deze input samengevat. De volgorde waarin onderwerpen aan bod komen in deze Nota van Uitgangspunten is als volgt: -
Wat voor eiland willen we zijn? Uitgangspunten voor een toekomstige Omgevingsvisie en achtergrond voor de keuzes in het bestemmingsplan;
-
Uitgangspunten (voor het bestemmingsplan en daarmee samenhangend beleid) in de volgorde van de besproken thema’s op 8 februari;
-
Overige uitgangspunten (voor het bestemmingsplan).
1
Vastgesteld op 24 maart 2009.
2
In 2021 komt er naar verwachting een nieuwe wet, de Omgevingswet, die gemeenten verplicht om een Omgevingsvisie op te stellen waarin de gemeente koers bepaalt en de hoofdlijnen vastlegt van haar beleid.
Nota van uitgangspunten bestemmingsplan Schiermonnikoog Dorp - 31 januari 2020
3
2
Wat voor eiland willen we zijn? (gebaseerd op de inbreng in het interactieve proces) Bij de vraag “wat voor eiland willen we zijn” komen vijf belangrijke doelen aan de orde: 1.
Een eiland met een leefbare samenleving met aanwezigheid en betrokkenheid als belangrijke waarden;
2.
Een eiland dat wordt gekenmerkt door rust en natuur;
3.
Een eiland met een duurzame economie waarin toerisme en recreatie een belangrijke spil is;
4.
Een eiland met een volstrekt eigen ruimtelijke karakteristiek;
5.
Een eiland dat van de eilanders is onder het motto; “wat we zelf kunnen, doen we zelf”.
1. Leefbare samenleving, aanwezigheid en betrokkenheid Ook op Schiermonnikoog wordt zichtbaar dat er veranderingen zijn in hoe mensen wonen; het wonen in verschillende samenstellingen gedurende de week of op verschillende plekken doet zich ook voor op het eiland. Dat geldt zeker voor de mensen die een tweede woning hebben. Zij zijn minder vaak aanwezig, maar hoeven daardoor niet minder betrokken te zijn. Betrokkenheid wordt in die gevallen belangrijker gevonden dan aanwezigheid. Mensen die een woning huren voor een langere periode, maar geen vaste inwoner zijn, kunnen ook een bijdrage leveren aan het eiland, ook al maken zij geen vast onderdeel uit van de samenleving. Zorg zit bij het feit dat er een verschuiving plaatsvindt van vaste inwoners naar tijdelijke en naar mensen die er soms zijn. Daarmee komen voorzieningen en leefbaarheid onder druk. Er is een grote wens om mensen die op het eiland willen wonen, ook de mogelijkheid te bieden. In de vorm van goede en betaalbare huisvesting. 2. Rust en natuur De inwoners waarderen de rust en natuur op het eiland en verwachten dat toeristen dat ook doen. Zolang die waarden gerespecteerd worden is iedereen welkom. Schiermonnikoog is geen eiland voor grote groepen vakantievierende jongeren bijvoorbeeld en wil dat ook niet worden. Ook wat betreft het aanbod voor toeristen wordt niet ingezet op de zogenaamde vermaakindustrie.
Het eiland biedt voldoende voor de toerist die dat weet te waarderen. De rust op het eiland wordt verstoord door een toename van het verkeer op het eiland. De bezorgeconomie speelt hier een belangrijke rol in, maar ook de eigen ondernemers op het eiland. Collectief is het besef dat zowel bezoekers als de inwoners bewust moeten worden gemaakt van de noodzaak om verkeersbewegingen te beperken. De natuur en de gezonde woonomgeving verdienen actieve bescherming. Door zo snel mogelijk zelfvoorzienend te worden willen de inwoners niet meer afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen. Discussie bestaat er over de feitelijke aanwezigheid van bijvoorbeeld windmolens en zonnepanelen.
Nota van uitgangspunten bestemmingsplan Schiermonnikoog Dorp - 31 januari 2020
4
Waar de één vindt dat duurzaamheid best zichtbaar mag zijn vindt de ander dat door middel van innovatie gezocht moet worden naar manieren die geen invloed hebben op de ruimtelijke kwaliteiten van Schiermonnikoog. 3. Eilander economie met toerisme en recreatie als belangrijke spil De inkomsten vanuit het toerisme zijn heel belangrijk voor het eiland, ook de werkgelegenheid draait voor een aanzienlijk deel om deze sector. De inwoners realiseren zich dat en willen de bezoekers ook zeker een leuke tijd bezorgen. Een verruiming van het winkelaanbod en een slechtweervoorziening, passend binnen de waarden van rust en natuur, zijn zeker bespreekbaar. Voor de huisvesting van werknemers die werken in de horeca en recreatiebranche moeten oplossingen worden gezocht. Om aantrekkelijk te blijven voor jongeren om op het eiland te werken is betere huisvesting noodzakelijk. Bijvoorbeeld in de vorm van flexibele, tijdelijke huisvesting. 4. De eilander karakteristiek De eilander karakteristiek is een belangrijke waarde voor de inwoners van Schiermonnikoog. Dit betreft het eiland als geheel met veel groen en natuur en een overwegend kleinschalig en afwisselend bebouwingspatroon en met in het bijzonder het beschermde dorpsgezicht.
Toch zit er ook wrijving tussen de waardering enerzijds en onderwerpen als uitbreidingsmogelijkheden van de woning of duurzaamheidsmaatregelen op/ aan de woning anderzijds. Algemeen is het beeld dat gebruiksvriendelijkheid en comfort ook een plek moeten hebben bij ver- of nieuwbouwplannen. Door hulp en advies te bieden bij planvorming kan er desalniettemin gebouwd worden binnen de eilander karakteristiek. Kenmerkend voor Schiermonnikoog is niet alleen de bebouwing maar ook het groen. Belangrijk onderdeel daarvan is bijvoorbeeld de grote groene zone langs de Langestreek en het groen in de overtuinen. In de overtuinen wordt beperkte bebouwing wel geaccepteerd, mits dat goed gebeurt met oog voor historie en zichtlijnen. Het groen langs de Langestreek is dusdanig waardevol dat geen permanente invulling met andere functies wenselijk is. 5. ‘t Eiland is van ons; wat we zelf kunnen doen we zelf. De inwoners voelen zich verantwoordelijk voor het eiland en willen die verantwoordelijkheid ook nemen. Daar waar ze een bijdrage kunnen leveren om de leefbaarheid te bewaken, zijn ze daar toe bereid. Eilanders zouden samen willen werken om een inspiratieboek met goede voorbeelden en uitgangspunten te maken voor de inrichting van (over)tuinen en (ver)bouw in het beschermde dorpsgezicht. Ook zouden ze mee willen denken over het beperken van verkeersbewegingen op het eiland.
Hier past ook bij dat bewoners uitspreken dat het normaal zou moeten zijn om elkaar aan te spreken op gedrag dat strijdig is met de waarden die belangrijk zijn voor het eiland. Tegenover die wens staat ook het gevoel dat het aanspreken op gedrag spannend is in een kleine gemeenschap. Er is een breed gevoel dat landelijke wetten en regels lang niet altijd werkbaar zijn op het eiland omdat de problematiek niet te vergelijken is met een willekeurige plaats in Nederland. Bijvoorbeeld bij
Nota van uitgangspunten bestemmingsplan Schiermonnikoog Dorp - 31 januari 2020
5
de toewijzing van huurwoningen of huurbescherming bij tijdelijke verhuur gaat de voorkeur uit naar een status aparte voor het eiland. Het gevoel van zelfredzaamheid zien we ook terug in het onderwerp duurzaamheid: als de energievoorziening van ons zelf is en alle opbrengsten naar het eiland gaan, dan is een zichtbare vorm van opwekking van hernieuwbare energie gemakkelijker om te accepteren. Hoe werken de doelen door? De vijf belangrijke doelen spelen een rol als achtergrond van de regelgeving in het bestemmingsplan. Daarnaast zullen de vijf doelen in een op te stellen omgevingsvisie worden geagendeerd en uitgewerkt. De doelen zijn zowel voor de gemeente als voor bewoners, instellingen en bedrijven van belang. Wat kan de overheid doen? 1.
Informeren (wat zijn nu eigenlijk de regels en mogelijkheden).
2.
Helpen (door samen met bewoners handleidingen te maken of hulp te bieden bij planvorming, maar ook door subsidieverstrekking waar dat mogelijk is (bijv. bij duurzaamheidsmaatregelen)).
3.
Handhaven (belangrijk voor bewoners omdat het een gevoel geeft van eerlijkheid i.p.v. pech of geluk).
4.
Reguleren (door regels en mogelijkheden af te stemmen op de doelen bijvoorbeeld bij de schaarse categorie goedkope woningen).
Wat kunnen bewoners, instellingen en bedrijven doen? 1.
Denken en doen vanuit waarden.
2.
Elkaar aanspreken.
Nota van uitgangspunten bestemmingsplan Schiermonnikoog Dorp - 31 januari 2020
6
3
Uitgangspunten aan de hand van de thema’s 3.1
Thema permanent wonen en permanent versus recreatieve bewoning
De grote lijn uit de interactieve bijeenkomsten (zie ook het verslag) Wegvloeien van het permanente wonen in de dorpskern is een probleem. Permanente bewo-
-
ning moet aantrekkelijk blijven en is van belang voor de leefbaarheid. -
Aanwezigheid en betrokkenheid van mensen is het belangrijkste.
-
Recreatief wonen ondersteunt de economie en is daarom ook van wezenlijk belang.
-
Behoud van beide vormen van wonen (de kern van het dorp permanent en daaromheen recreatief) is goed.
-
In verband met de leefbaarheid is er een specifieke wens om gezinnen te kunnen huisvesten.
-
Goedkope huur- en koopwoningen zijn dringend gewenst.
-
Voorkeur voor inbreidings- en transformatieplekken boven uitbreiding.
-
De daling van de bezettingsgraad van recreatiewoningen is een negatieve trend, probeer dit tegen te gaan. Handhaving ten aanzien van oneigenlijk gebruik moet beter.
-
NB: voor de begripsbepalingen in het nieuwe bestemmingsplan wordt van het volgende uitgegaan: a.
bewoning: de huisvesting van een persoon (en diens/haar gezin of een daarmee gelijk te stellen groep personen); 1. permanente bewoning: het gebruiken van woonruimten als vaste woonplaats; 2. recreatieve bewoning: de bewoning die plaatsvindt in het kader van de weekend- en/of verblijfsrecreatie;
b.
vaste woonplaats: het gebruiken van woonruimte als hoofdverblijf zoals bedoeld in de Wet basisregistratie personen. Als criterium voor de vaststelling of iemand een woonruimte als hoofdverblijf in gebruik heeft, geldt dat hij of zij op het betreffende adres staat ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie, terwijl tevens uit het geheel van feiten en omstandigheden blijkt dat het betreffende adres als zijn of haar hoofdverblijf fungeert.
c.
weekend- en/of verblijfsrecreatie: het doorbrengen van één of meer nachten buiten de vaste woonplaats, uitgezonderd sociale bezoeken aan familie, vrienden, kennissen en zakenbezoeken;
d.
hoofdgebouw; een gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.3
3
Voor wat betreft het begrip hoofdgebouw en bijbehorend bouwwerk is aangesloten bij bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Dit leidt ertoe dat geen interpretatieverschillen tussen het bestemmingsplan en de regeling voor het omgevingsvergunningvrije bouwen kan ontstaan.
Nota van uitgangspunten bestemmingsplan Schiermonnikoog Dorp - 31 januari 2020
7
e.
bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak, niet zijnde een overkapping.4
f.
overkapping: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder wanden dan wel met ten hoogste één wand;
g.
bruto vloeroppervlak: de oppervlakte van bouwlagen in een bestaand hoofdgebouw, gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies, die de desbetreffende bouwlagen in een bestaande hoofdgebouw hebben.
Uitgangspunten 1.
We behouden het onderscheid tussen de woonbestemming en de recreatieve bestemmingen (zie de kaarten na paragraaf 3.1 voor de huidige woonbestemming en recreatieve bestemmingen).
2.
De gemeentelijke handhaving is mede gericht op handhaving van permanente bewoning en recreatieve bewoning waar deze bestemmingen van toepassing zijn.
3.
Bij de herontwikkeling van transformatieplekken en de ontwikkeling van invulplekken in het dorp is permanente bewoning het uitgangspunt.5
4.
De transformatie/invulplekken waar de gemeente eigenaar van is zullen in het bestemmingsplan voor permanent wonen worden bestemd.5
5.
Voor transformatie/invulplekken waar de gemeente geen eigenaar van is, zal onder voorwaarden voor de stedenbouwkundige invulling en voor de woningmix worden meegewerkt aan plannen voor permanente bewoning.
6.
De woonadressen die in het verleden op basis van een schriftelijke toestemming van B&W, in afwijking van het geldende bestemmingsplan, en voor onbepaalde tijd de mogelijkheid hebben gekregen voor gebruik als tweede woning met behoud van het recht om de woning permanent te gebruiken, krijgen in het bestemmingsplan een bestemming die de twee vormen van gebruik toestaat. We passen voor deze woningen de bestemming Recreatie 3 toe uit het geldende bestemmingsplan. Deze reeds in Schiermonnikoog Dorp voorkomende bestemming staat zowel het recreatieve gebruik als het gebruik als permanente woning toe.
7.
In verband met de urgentie van sociale woningbouw/de realisering van goedkope woningen wordt ingezet op een kleinschalige uitbreiding van 10 à 15 woningen aan de oostrand van het dorp. De invul-/transformatieplekken zullen namelijk niet op korte termijn (binnen anderhalf jaar) beschikbaar zijn.
4
Overkappingen zijn uitgezonderd in de definitie van bijbehorende bouwwerken, omdat overkappingen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn.
5
Exclusief locatie oude brandweerkazerne waarvoor een onderzoek loopt naar huisvestigingsmogelijkheden voor een nautisch museum. Overige potentiële transformatie- en invulplekken zijn het bezoekerscentrum en de busremise.
Nota van uitgangspunten bestemmingsplan Schiermonnikoog Dorp - 31 januari 2020
8
8.
Bij permanente woningen aan de Streken, die over het algemeen als klein worden ervaren, kunnen bouwmogelijkheden worden geboden op basis van het onderzoek Lytjhúzen. Dit onderzoek laat zien waar rekening houdend met cultuurhistorische waarden kleinschalige uitbreidingsmogelijkheden kunnen worden geboden;
9.
De bijgebouwenregeling wordt geactualiseerd en vereenvoudigd. Er komen duidelijke regels die handhaafbaar zijn. Bijbehorende bouwwerken en overkappingen worden samengenomen omdat dit soort bouwwerken een vergelijkbare ruimtelijke impact hebben. De regeling waarbij bij recht 35 m2 bijgebouwen mocht worden gebouwd en via binnenplanse mogelijkheid voor afwijkingen dit oppervlak mocht worden verruimd, wordt vervangen door één regeling bij recht. Bijbehorende bouwwerken en overkappingen zijn bij recht mogelijk tot 50 m2 bij permanent bewoonde woningen in (over-)tuinen. De bestaande voorwaarde dat maximaal 20% van een bouwperceel/overtuin mag worden bebouwd blijft in stand.
10.
Met het oog op behoud van de permanente woonfunctie en de leefbaarheid wordt het gedeeltelijk gebruiken van permanente woningen voor recreatieve doeleinden alleen na een afweging (via een afwijkingsbevoegdheid) toegestaan. Deze mogelijkheid wordt alleen geboden als voldaan wordt aan de volgende uitgangspunten: -
de woning moet permanent bewoond worden;
-
recreatief gebruik is alleen toegestaan tot een maximum van 35 % van het bruto vloeroppervlak van het hoofdgebouw (begane grond en verdieping) dat binnen het bouwvlak is gelegen;
-
recreatief gebruik van de begane grond aan de voorzijde van een woning is niet toegestaan langs de volgende straten: Langestreek en Middenstreek (noordzijde) voor zover het de ruimte betreft dat aan de “gevellijn” grenst (bestaande voorgevel). Het gebruik van de woning langs deze wegen is voorbehouden aan gebruik voor permanente bewoning. Het recreatief gebruik kan uitsluitend gerealiseerd worden aan de achterzijde dan wel op de verdieping van de woning;
-
de toegevoegde functie doet geen onevenredige afbreuk aan de leefbaarheid in de betrokken straat/buurt;
-
de toestemming vervalt op het moment dat de woning niet meer permanent wordt bewoond (bij een huurwoning is sprake van niet permanente bewoning, indien de woning gedurende langer dan een maand niet wordt verhuurd).
Belangrijk is op welke wijze het bruto vloeroppervlak van een hoofdgebouw wordt berekend. Binnen de woonfunctie wordt de woning aangemerkt als hoofdgebouw. Door te bepalen dat hoofdgebouwen binnen een bouwvlak moeten worden gebouwd, is duidelijk wat bestemmingsplan technisch behoort tot (de oppervlakte van) het hoofdgebouw. Voorts is van belang dat het gaat om het bestaande hoofdgebouw, het hoofdgebouw dat aanwezig is op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Alle bouwlagen in een bestaand hoofdgebouw tellen mee voor het bepalen van het bruto vloeroppervlak, met uitzondering van een onderbouw/kelder en de zolder. Door het uitsluiten van de onderbouw/kelder en de zolder, wordt gestuurd op een ruimtelijk verantwoorde keuze in de verhouding tussen het permanente wonen en de recreatieve functie van de woning. Alleen die ruimten tellen mee, die ook daadwerkelijk worden bewoond en als zodanig zijn ingericht.
Nota van uitgangspunten bestemmingsplan Schiermonnikoog Dorp - 31 januari 2020
9
Toestemming voor het recreatief gebruiken van een woning voor permanent gebruik dient altijd te worden aangevraagd door de eigenaar van de woonruimte respectievelijk het gebouw. 11.
De woonadressen die op basis van een in het verleden verzonden brief van B&W, maximaal 25% van de bruto oppervlakte van de woning gebruiken voor recreatie, krijgen in het bestemmingsplan een daarbij passende juridische regeling. In 2007 hebben B&W, met instemming van de raad, naar alle woonadressen een brief gestuurd over het destijds nieuwe beleid voor recreatief medegebruik van woningen. In deze brief is aangegeven dat recreatief gebruik tot maximaal 25% van het bruto vloeroppervlak van de woning in het algemeen wordt toegestaan. Er is aangegeven dat het doen van een melding gewenst is. Woonadressen waarvoor een dergelijk gebruik is gemeld (dit zijn 20 adressen) of waarin aantoonbare inrichtingsmaatregelen zijn getroffen met het oog op recreatief medegebruik tot maximaal 25% van het bruto vloeroppervlak, krijgen om deze reden een passende juridische regeling in het nieuwe bestemmingsplan. De woonadressen die op basis van het nieuwe beleid een onttrekkingsvergunning hebben gekregen voor het recreatieve gebruik tot maximaal 45% van het bruto vloeroppervlak, krijgen eveneens een passende juridische regeling. In de brief die B&W in 2007 heeft verzonden is aangegeven dat recreatief gebruik tot maximaal 45% van het bruto vloeroppervlak van de woning alleen via een aanvraag en verlening van een onttrekkingsvergunning mogelijk is.
Hierop is aan 24 woonadressen een dergelijke onttrekkingsvergunning verleend.
12.
In het bestemmingsplan wordt de huisvestingsverordening voor de onderdelen die gericht zijn 6 op het behoud van de woningvoorraad geïntegreerd. Dit gebeurt met het oog op heldere
eenduidige regeling die begrijpelijk en goed te handhaven is. De samenhang tussen de beide instrumenten wordt verzekerd; begrippen en oppervlaktebepalingen worden op elkaar afgestemd. Ingebrachte punten die aandacht verdienen buiten het instrument bestemmingsplan 1.
Op visieniveau (in de woonvisie of toekomstige omgevingsvisie) wordt gemarkeerd dat goedkope gezinswoningen een schaarse categorie woningen zijn. Uit het oogpunt van strategisch beheer van de woningvoorraad is het geheel of gedeeltelijk onttrekken van dit soort woningen aan het gebruik voor permanente bewoning, niet toegestaan. Alleen bij uitzondering en in omstandigheden die zwaarder wegen dan het behoud van een evenwichtige woningvoorraad kan daarvan worden afgeweken.
2.
Er is een duidelijke behoefte aan betaalbare mogelijkheden om tijdelijk seizoensarbeiders te huisvesten op daarvoor geschikte locaties. De gemeente gaat de mogelijkheden hiertoe onderzoeken in samenwerking met de werkgevers.
3.
De bezettingsgraad van recreatiewoningen kan niet of nauwelijks via wet- en regelgeving worden beïnvloed. Onderzocht wordt of het systeem van belastingen een middel kan zijn om de bezettingsgraad te beïnvloeden.
6
Er wordt een bestemmingsplan gemaakt met verbrede reikwijdte, gebruik makend van de Crisis en Herstelwet. Deze wet maakt het mogelijk om vooruit te lopen op de aankomende Omgevingswet. Onder de Omgevingswet worden in plaats van bestemmingsplannen omgevingsplannen gemaakt. In het omgevingsplan worden verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving geïntegreerd. De huisvestingsverordening is daar een van.
Nota van uitgangspunten bestemmingsplan Schiermonnikoog Dorp - 31 januari 2020
10
Afbeelding 1. Wonen volgens huidig bestemmingsplan
Nota van uitgangspunten bestemmingsplan Schiermonnikoog Dorp - 31 januari 2020
11
Afbeelding 2. Recreatiewoningen volgens huidig bestemmingsplan
Nota van uitgangspunten bestemmingsplan Schiermonnikoog Dorp - 31 januari 2020
12
Afbeelding 3. Woningen waarbij tevens toestemming is verleend voor recreatief gebruik van de gehele woning
Nota van uitgangspunten bestemmingsplan Schiermonnikoog Dorp - 31 januari 2020
13
3.2
Thema (over)tuinen
De grote lijn uit de interactieve bijeenkomsten (zie ook het verslag) -
De overtuinen zijn waardevol.
-
Te veel bebouwing of onjuist geplaatste bebouwing is schadelijk voor de waarden.
-
Bouwmogelijkheden in de overtuinen zijn echter wel van belang omdat de woonhuizen aan de Streken klein zijn.
-
Als bouwen mooi/goed gebeurt, is het eerder acceptabel.
-
Handhaving moet beter, regels moeten redelijk zijn.
Tevens opgemerkt: -
Ook buiten het beschermde dorpsgezicht verliezen veel tuinen hun groene karakter. Dit is negatief voor het dorpsbeeld, voor de biodiversiteit en de waterhuishouding.
NB: Onder een overtuin verstaan wij een overtuin in cultuurhistorische zin zoals ook in het tot nu toe geldende bestemmingsplan voor Schiermonnikoog-Dorp wordt onderscheiden. Uitgangspunten 1.
De waarden van de (over)tuinen worden samen met de samenleving in beeld gebracht. Een inspiratiegids wordt opgesteld en gecommuniceerd waarbij de waarden worden geïllustreerd en goede voorbeelden worden gegeven van inrichting en bebouwing die met respect voor de waarden zijn/kunnen worden gerealiseerd.
2.
De complexe regelgeving wordt vereenvoudigd zodat deze transparanter is, eenduidiger en daardoor ook beter uit te leggen en te handhaven is.
3.
Voor de functies permanente bewoning wordt bij recht mogelijkheid gegeven voor 50 m2 bijbehorende bouwwerken en overkappingen (nu is dit 35 m2 aan bijgebouwen met een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid om het oppervlakte te verruimen).
4.
Het recht voor bijgebouwen geldt per aaneengesloten achterliggende (al dan niet gesplitste) overtuin. De overtuin wordt middels een aanduiding of omschrijving in het bestemmingsplan gekoppeld aan het hoofdgebouw dat is gelegen aan de Streek (zie de hierbij horende principetekeningen). Gebouwen anders dan ten behoeve van het hoofdgebouw aan de Streek zijn niet toegestaan, tenzij er reeds in het geldende bestemmingsplan een specifieke aanduiding recreatiewoning is toegekend.
5.
In het geval er aan de Streken bijzondere functies aanwezig zijn al dan niet in combinatie met een bedrijfswoning, met een achtergelegen bijbehorende overtuin, gelden in beginsel dezelfde rechten als bij een overtuin bij het wonen. Een bijbehorende bouwwerk of overkapping kan in de overtuin worden gerealiseerd tot maximaal 50 m2. Het gaat dan om ondersteunende bijbehorende bouwwerken waarin geen bedrijfsmatige activiteit zoals detailhandel wordt uitgevoerd maar waarin opslag plaatsvindt ten behoeve van de bedrijfswoning of de bijzondere functie.
6.
Er wordt in het bestemmingsplan ook een algemene beschermende regeling opgenomen die het geheel verharden van voortuinen e.a. in het zicht gelegen tuinen tegen gaat.
Nota van uitgangspunten bestemmingsplan Schiermonnikoog Dorp - 31 januari 2020
14
Ingebrachte punten die aandacht verdienen buiten het instrument bestemmingsplan 1.
De op te stellen inspiratiegids is aanvullend op de welstandnota en kan aanvullend zijn op het terrassen- en reclamebeleid.
Nota van uitgangspunten bestemmingsplan Schiermonnikoog Dorp - 31 januari 2020
15
3.3
Thema groene zone Langestreek
De grote lijn voor de groene zone Langestreek -
De groene zone langs de Langestreek is waardevol.
-
Een meerderheid vindt dat terrassen schade kunnen opleveren.
-
Een meerderheid is van mening dat terrassen niet moeten worden toegestaan of onder strenge voorwaarden.
Tevens opgemerkt: -
Niet alleen het groen langs de Langestreek is van belang. Er is veel openbaar groen in de dorpskom dat waardevol is. Bijvoorbeeld de groene open ruimte aan de Burgemeester Van de Wormstraat/Langestreek.
-
Naast openbaar groen in het algemeen zijn de bomen langs de Streken waardevol. Veel bomen zijn mede door ziekte gesneuveld. Dit is een te herstellen waarde.
Uitgangspunten 1.
In de groene zone van de Langestreek wordt het gebruik ten behoeve van terrassen uitgesloten.
2.
Bestaande terrassen in het groengebied aan de Langestreek kunnen blijven voortbestaan zolang ze onderdeel uitmaken van een aangrenzend bestaand horecabedrijf. Als de aangrenzende horecafunctie komt te vervallen wordt het terras opgeruimd en de groenzone hersteld.
3.
Met exploitanten van bestaande terrassen worden afspraken gemaakt over zorgvuldig materiaalgebruik van de terrasinrichting en de omheining met hagen.
4.
De hoofdgroenstructuur wordt in het bestemmingsplan bestemd.
5.
Dat wat in het geldende bestemmingsplan als “Groen” is bestemd behoudt deze bestemming.
6.
Er wordt een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid opgenomen om binnen deze bestemming voorerven geheel of gedeeltelijk te verharden als er aangrenzend aan de openbare ruimte bijzondere functies zijn gevestigd waarbij verharding uit het oogpunt van bereikbaarheid en/of vanwege de aard van de functies noodzakelijk is.
7.
Er wordt een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid opgenomen om binnen deze bestemming bouwwerken te realiseren voor het fietsparkeren als er aangrenzend aan de openbare ruimte bijzondere functies zijn gevestigd waarbij dit voor bezoekers noodzakelijk is. Er kunnen nadere eisen worden gesteld aan de vorm waarin dit gebeurt. Eenvoudige houten hekwerken met behoud van een groene ondergrond worden in ieder geval als passend aangemerkt.