CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Zomernota 2022 Verantwoord op weg naar herstel

Gemeenteraad 8 juli 2021, gemeente SchiedamBij agendapunt: Raadsbesluit Zomernota 2022 Verantwoord op weg naar herstel12.215 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Verantwoord op weg naar herstel – Zomernota 2022

Verantwoord op weg naar herstel Zomernota 2022

4 juni 2021

1

Verantwoord op weg naar herstel – Zomernota 2022

Versiebeheer 4 juni 2021

2

Verantwoord op weg naar herstel – Zomernota 2022

Voorwoord Een lentewandeling in coronatijd. Dat is een ommetje rondom het huis, door Schiedamse straten, tussen de digitale afspraken door. We zagen een stille stad. Nu leeft de stad weer op. Ondernemers, bewoners, iedereen snakte weer naar evenementen, terrassen en gezelligheid. Door strenge maatregelen konden we grip houden op de besmettingen. De vaccinaties en de versoepelingen bieden weer perspectief op de herstart van de Schiedamse samenleving.

Grip houden Grip houden en verantwoordelijkheid nemen, dat is wat we voorstellen met deze zomernota. Deze zomernota is geen eindklap op onze financiële situatie. Het is een stand van zaken op een moment dat veel in beweging is. Duidelijk is dat er op weg naar de begroting nog veel moet gebeuren. Om straks weer te kunnen investeren in het herstel van de stad. We geven met deze zomernota richting aan de te maken keuzes. Om u als raad in staat te stellen dilemma’s te wegen en principiële uitspraken te doen. Zo willen we komen tot gedragen keuzes in de begroting die, hoe dan ook, pijnlijk zijn.

Onvoldoende vergoeding van het Rijk Al voor de coronacrisis zagen we dat de vergoeding van het Rijk voor verschillende taken in het sociaal domein niet toereikend is. Keer op keer maakten gemeenten dit duidelijk aan het Rijk. Onvoldoende vergoeding is de grootste oorzaak van een groeiend tekort op onze begroting. Inmiddels is duidelijk dat het Rijk, voor wat betreft een vergoeding voor de jeugdzorg, gemeenten wel degelijk tegemoet moet komen. Dat is de uitkomst van een arbitragezaak waarvan we de resultaten in de begroting zullen zien. We kunnen daar niet op vooruit lopen, maar houden wel rekening met een vergoeding. Daarom stellen we een ‘reserve compensatie Rijk’ voor.

Twee scenario’s We introduceren met deze zomernota twee scenario’s. In het eerste scenario gaan we terug naar de basis en kijken we naar wat de gemeente wettelijk verplicht is om te doen. Op alle andere taken kan in theorie worden bezuinigd. Dit scenario is iets waar we mee te maken krijgen als de vergoeding van het Rijk niet toereikend zal zijn en we onze tekorten niet oplossen, het ‘artikel 12-scenario’. Dit levert ons een spiegel op, een zo objectief mogelijk beeld op wat er, als het echt nodig is, minder kan. Het tweede scenario is minder drastisch, maar bevat toch pijnlijke maatregelen op een aantal punten. Op weg naar de begroting zullen wij u de twee uitgewerkte scenario’s voorleggen.

Keuzes maken Omdat er nog veel onduidelijk is over de vergoeding van het Rijk, denken en rekenen we beide scenario’s door, maar maken we keuzes in de begroting. Scenario 2 is ons voorkeursscenario. Daarom werkten we dit ook uit in deze zomernota. Maar bij scenario 2 is de begroting meerjarig nog niet sluitend. We hebben dus maatregelen uit scenario 1 nodig om het wel sluitend te krijgen. Dat is onze opgave richting de begroting. Met het drastische scenario 1 in ons hoofd brengen we richting de begroting in beeld wat niet-wettelijke taken zijn. Zo brengen we u als raad de komende periode in de positie om keuzes te maken. Ook de politieke discussie over principiële dilemma’s rondom de zomernota zullen we gebruiken om richting de begroting scenario 2 verder aan te vullen met maatregelen uit scenario 1 die op steun kunnen rekenen. In de verdere verfijning van de scenario’s nemen we u, richting de begroting, mee.

3

Verantwoord op weg naar herstel – Zomernota 2022

Verder bouwen aan Schiedam, op weg naar herstel Terugkijkend op de afgelopen jaren zijn we blij dat we veel konden realiseren. Van visievorming tot zichtbare veranderingen in de stad. We werkten aan het verbeteren van de leefbaarheid door meer groen te realiseren en buurten op te knappen. We konden verschillende buurt- en wijkinitiatieven stimuleren. We pakten woonoverlast aan. We toonden lef door ons eigen inkoopmodel voor te stellen in de GRJR om zo grip te krijgen op de stijgende kosten en het vooral beter te doen voor de jeugd die dat nodig heeft. Natuurlijk wilden we op een aantal andere dossiers liever nog doorpakken met nieuw beleid of nieuwe plannen. Balans houden is dan nodig. We nemen verantwoordelijkheid om straks verder te kunnen investeren in het herstel van de stad.

4

Verantwoord op weg naar herstel – Zomernota 2022

Inhoudsopgave 1 Bestuurlijk kader 1.1 1.2

6

Inleiding Traject richting begroting

6 9

2 Staat van de stad 2.1 2.2 2.3

10

Effecten van een veranderende woningvoorraad Sociale samenstelling Conclusie

3 Financiën 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11

15

Algemeen financieel beeld Wendbaarheid van de begroting Financieel vertrekpunt Wettelijke en onvermijdelijke ontwikkelingen Incidentele dekking Opvolging opdrachten uit begroting 2021 Aanpak richting begroting 2022 Begin van uitwerking scenario 2 Inzet Eneco-middelen Financiële samenvatting Zomernota 2022 Tot slot

Bijlage 1 Bepaling financiële ruimte 1 2 3 4 5 6 7 8 9

10 12 14

Bepaling van de beginstand De loon- en prijsontwikkelingen Meicirculaire 2021 Ontwikkelingen Sociaal Domein Interne en externe autonome ontwikkelingen Dekking Vrijval reserves Bezuinigingsvoorstellen Financiële ruimte ongewijzigd beleid

15 15 16 17 18 18 19 21 21 22 22

24 24 25 26 27 28 30 31 32 34

Bijlage 2 Beoordeling reserves

36

Bijlage 3 Wettelijke en niet-wettelijke taken

38

5

Verantwoord op weg naar herstel – Zomernota 2022

1

Bestuurlijk kader De bestuurlijke inzet van deze zomernota richt zich in belangrijke mate op het weer oppakken van de draad na corona, het borgen van de financiële positie op langere termijn en de verantwoorde overdracht voor de nieuwe bestuursperiode. Daartoe is het noodzakelijk balans te houden en te overzien waar we nu staan.

1.1 Inleiding Veel is de afgelopen periode in gang gezet. Het collegeprogramma is nagenoeg uitgevoerd, de stedelijke ontwikkeling is op gang gebracht, in het sociaal domein is de samenwerking tussen de instellingen vergroot en is een nieuw model voor de jeugdhulp opgepakt. De stad is op weg naar herstel van corona. Belangrijke leidraad voor de aanpak in de afgelopen periode is de Staat van de stad geweest. Het beeld van de Staat van de stad 2021 laat de eerste positieve veranderingen zien. Een grote uitdaging voor de komende jaren vormt de stedelijke vernieuwing in Nieuwland en Oost. Schiedam is kansrijk voor rijksfinanciering. Ook in de nieuwe bestuursperiode zal er aandacht moeten blijven voor de leefbaarheid en sociale ontwikkeling in de stad. Het bovenstaande vormt kort samengevat het bestuurlijk kader van deze zomernota die hieronder nader wordt toegelicht. 1.

Draad weer oppakken na corona Nederland ontworstelt zich geleidelijk aan het op slot zijn door het coronavirus. Mede door het oplopend aantal vaccinaties en de hiermee samenhangende daling van het aantal besmettingen gaat de samenleving steeds verder open. We hebben ons het afgelopen jaar heel erg ingezet om de negatieve effecten van het coronavirus op het welzijn van de Schiedammers, het functioneren van de maatschappelijke en culturele instellingen en ondernemers te beperken. Daar zullen we ook in 2022 mee doorgaan. Ter bevordering van dit herstel stellen we een herstelplan op. In het derde kwartaal van 2021 bespreken we een concreet herstelplan met de gemeenteraad.

2. Borgen van de financiële positie op langere termijn De financiële positie van de gemeente staat onder grote druk. Dit komt voor een belangrijk deel door de te kort schietende rijksbudgetten in het sociaal domein. Vanuit de VNG en de G40 wordt druk uitgeoefend op het Rijk om een substantiële verhoging hiervoor in het gemeentefonds te realiseren. Dit gaat breder dan compensatie voor de kosten van het sociaal domein. Er is ook nog geen duidelijkheid over de rijksmiddelen voor de energietransitie, terwijl wij binnen bestaande budgetten het mogelijke hiervoor doen. Op gemeentelijk niveau hebben we te maken met beheersing van kosten en teruglopende inkomsten uit erfpacht. Onderzoeksopdrachten zijn in 2020 gestart om op langere termijn tot besparing van uitgaven te komen. Dit heeft helaas geen extra begrotingsruimte opgeleverd voor 2022 en verder. Het vertrekpunt is een meerjarig sluitende begroting. Om hiertoe te komen introduceren we in deze zomernota twee scenario’s. Scenario 1 houdt ons een spiegel voor. Dit scenario bevat de objectieve criteria van een artikel 12-analyse. Met deze analyse krijgen gemeenten te maken wanneer zij geen sluitende begroting aanleveren bij de provincie. Het geeft inzicht in wat we

6

Verantwoord op weg naar herstel – Zomernota 2022

meer doen dan de basis (wat wettelijk is voorgeschreven). Het geeft in één oogopslag aan wat de wettelijke en bovenwettelijke taken zijn en wat deze de gemeente kosten. Het geeft door de benchmarks ook goed aan waar we afwijken van andere vergelijkbare gemeenten. Het moet worden gezien als een objectief scenario voor scenario 2, waarin structurele en incidentele besparingsvoorstellen zijn opgenomen. Het zal duidelijk zijn dat scenario 1 grote gevolgen heeft voor de Schiedamse samenleving. We kiezen nadrukkelijk niet voor scenario 1, maar gebruiken dit scenario als een referentiebron. In hoofdstuk 3 worden de twee scenario’s nader toegelicht en wordt de uitwerking richting de begroting aangegeven. 3. Balans houden tussen ambities en uitvoering Gelet op de financiële positie van de gemeente, het feit dat er veel in gang gezet is en het collegeprogramma op koers ligt, kiest het college er in deze zomernota voor om te temporiseren op de beleidsinzet en uitvoering. De financiën worden uitvoerig doorgelicht, het grote aantal projecten in het kader van de stedelijke ontwikkeling wordt opnieuw beoordeeld en waar nodig en mogelijk getemporiseerd. Schiedam is de afgelopen jaren zeer voortvarend te werk gegaan, mede door de gunstige omstandigheden op de woningmarkt. Van belang is dat het vermogen (financieel en organisatorisch) blijft om deze projecten goed uit te voeren.

We hebben veel ambities, maar beperkte middelen. We moeten doseren om in balans te blijven. Daarom is het goed om in dit laatste collegejaar de uitvoering te prioriteren (in tijd en in geld). Zeker ook gezien de urgentie van tekortschietende financiële middelen. Hierdoor heeft een volgend college de ruimte om de juiste keuzes te maken. Wat in de huidige collegeperiode tot stand is gekomen willen we graag van een goed vervolg voorzien voor de komende jaren. Het hoort bij goed rentmeesterschap en verantwoordelijk bestuur. 4. Verantwoorde overdracht naar de volgende bestuursperiode Continuïteit van beleid is een belangrijke randvoorwaarde voor een succesvolle ontwikkeling van de stad. Een sterke financiële positie en een meerjarig sluitende begroting is hiervoor een randvoorwaarde. Schiedammers die zorg nodig hebben moeten die ook krijgen. Dit centrale uitgangspunt moet ook in de toekomst geborgd kunnen worden. Schiedam is daarbij afhankelijk van toereikende rijksmiddelen. 5. Staat van de stad 2021 basis voor de bestuurlijke inzet Begroting 2022 De uitkomsten van de Staat van de stad 2021 vormen een belangrijke basis voor de bestuurlijke inzet. Dit instrument is inmiddels uitgegroeid tot een belangrijke leidraad voor de te maken beleidskeuzes.

In de Staat van de stad is een relatie gelegd met de doelstellingen van het collegeprogramma en de prestatiedoelstellingen in de begroting (zie hoofdstuk 2). 6. Schiedam ligt op de goede koers In 2022 zijn er gemeenteraadsverkiezingen. De zomernota 2022 is de laatste zomernota van dit college. Veel is de afgelopen jaren in gang gezet op het gebied van de duurzame, stedelijke en sociale ontwikkeling van Schiedam. De nieuwe aanpak in de jeugdhulp is met lef opgepakt. Daarnaast is het Schiedam gelukt om de wijken Nieuwland en Oost op de agenda van het Rijk te krijgen. Het bijzondere van de aanpak is de koppeling van de sociale aan de fysieke aanpak. De tussenevaluatie van het collegeprogramma van juni 2020 liet zien dat 90% van de uitvoering op koers lag. De uitvoering van het collegeprogramma en de ambitieuze inzet op de stedelijke

7

Verantwoord op weg naar herstel – Zomernota 2022

ontwikkeling laten de eerste positieve veranderingen in de Staat van de stad 2021 zien (zie hoofdstuk 2). Schiedam zet stapjes vooruit voor wat betreft het inkomens- en opleidingsniveau van de Schiedammers. De ontwikkeling van de WOZ-waarden is gunstiger dan in de regiogemeenten. Schiedam lijkt de woningmarktontwikkelingen van Rotterdam te volgen. De inzet op een evenwichtiger woningvoorraad (Harga, Wetenschapsbuurt, Oranjeburgh etc.) lijkt te werken. 7.

Aandacht houden voor de leefbaarheid en sociale opgaven in de wijken De leefbaarheid en veiligheid in de wijken hebben een hoge prioriteit in de zomernota 2022. Ze vormen een belangrijk fundament voor het functioneren van de stad en het welbevinden van de Schiedammers. Gemeentelijke budgetten op het gebied van leefbaarheid en veiligheid worden zoveel mogelijk ontzien bij benodigde besparingen. Ook de komende jaren zal er aandacht moeten blijven voor de sociale opgaven in de wijk. Het bieden van goede zorg aan Schiedammers die dit nodig hebben en het perspectief bieden op sociale stijging zijn belangrijke pijlers in het gemeentelijk beleid. We zijn aan de slag om een lokaal Schuldenlab in te voeren. De eerste besluitvorming heeft in de raad plaatsgevonden. Het onderzoek naar armoede en schulden naar aanleiding van de visie van januari 2019 is nog niet afgerond. De resultaten worden voor de zomer met de raad gedeeld. Eventuele maatregelen landen dan in de begroting 2022.

8. In gang zetten stedelijke ontwikkelingen langere termijn Het college heeft zich de afgelopen jaren actief ingezet om de stedelijke ontwikkeling een ‘boost’ te geven. Op basis van de analyses van de Staat van de stad is er extra inzet gekomen om tot een evenwichtiger woningvoorraad te komen. De taakstelling is om de komende jaren (tot 2030) tot een toevoeging van 6.000 woningen te komen. Randvoorwaarde is de afspraak in het coalitieakkoord dat het absolute aantal sociale huurwoningen gelijk blijft. Een groot aantal nieuwbouwprojecten is in gang gezet en in uitvoering. De ontwikkeling van Schiedistrict is in uitvoering. Voor de ontwikkeling van Nieuw-Mathenesse zijn belangrijke stappen gezet. Schiedam Nieuwland en Oost vormen een van de door het Ministerie van BZK aangewezen 16 kwetsbare gebieden in Nederland, waar een stedelijke vernieuwingsaanpak nodig is. De problematiek overstijgt de schaal van Schiedam. Extra financiële middelen zijn nodig om tot een goed, leefbaar gebied te komen. We hopen dan ook dat het Rijk langjarig extra financiële middelen ter beschikking zal stellen. We bereiden ons voor op de stedelijke vernieuwingsaanpak, waarbij we ons laten inspireren door het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ). Het NPRZ is gefocust op de directe leefwereld van mensen: huis, werk en school. En dat werpt zijn vruchten af.

Samen met de ontwikkeling van Schiedistrict vormt de stedelijke vernieuwing van Nieuwland en Oost een van de belangrijke stedelijke opgaven in de komende jaren.

8

Verantwoord op weg naar herstel – Zomernota 2022

1.2 Traject richting begroting Uitgangspunt voor het college is een meerjarig sluitende begroting. Momenteel speelt een groot aantal onzekerheden van interne en externe ontwikkelingen die op lange en korte termijn op ons pad gaan komen. Hier komen we op terug in hoofdstuk 3. Daarnaast is er de uitspraak in de door de VNG aangespannen arbitrage inzake de rijksvergoeding van de jeugdzorg. Deze uitspraak geeft enige hoop op structurele compensatie van Rijk. De Zomernota eindigt weliswaar met financiële tekorten, het college blijft het van belang vinden geen onomkeerbare beslissingen te nemen in onzekere tijden. Scenario 2 is daarbij ons voorkeursscenario en zien we als opgave richting de begroting. De politieke discussie over principiële dilemma’s rondom de zomernota gebruiken we om richting de begroting scenario 2 verder aan te vullen met maatregelen uit scenario 1 die op steun kunnen rekenen. In de verdere verfijning van de scenario’s nemen we u richting de begroting mee.

9

Verantwoord op weg naar herstel – Zomernota 2022

2

Staat van de stad Jaarlijks wordt onder de noemer de Staat van de stad een beeld geschetst van hoe Schiedam zich ontwikkelt op thema’s als bevolking, woningvoorraad, sociaal, economie en veiligheid. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de meest in het oog springende trends van de afgelopen tijd.

2.1 Effecten van een veranderende woningvoorraad Door het toevoegen van nieuwe woningen vertoont het inwonertal van Schiedam al langere tijd een opgaande lijn. Zo telde de stad begin 2021 ruim 79.300 inwoners. Vermoedelijk zal in de loop van 2022 de 80 duizend grens worden doorbroken. De nieuwbouw zorgt niet alleen voor meer inwoners, maar lijkt in toenemende mate ook effect te hebben (in positieve zin) op de sociaaleconomische situatie waarin de stad verkeert.

Trend afgelopen jaren Langere tijd bleek uit de jaarlijkse analyse van de verhuisstromen dat Schiedammers met belangstelling voor een grondgebonden woning of een woning in het hogere segment de stad vaak verlieten, omdat dergelijke woningen of woonmilieus niet in voldoende mate in Schiedam voorhanden waren. De ruimte die daardoor in het lagere woningmarktsegment in de stad vrijkwam werd relatief vaak ingevuld door huishoudens van buiten de stad, met name uit Rotterdam en (in de particuliere voorraad) uit het buitenland (onder wie veel arbeidsmigranten).

Veranderingen op de woningmarkt en in de woningvoorraad Deze trend was in 2020 nog steeds zichtbaar, maar toch minder sterk dan in voorgaande jaren. Dat komt enerzijds doordat er in de stad inmiddels een behoorlijk aantal (grondgebonden) woningen in het midden en hogere segment zijn bijgebouwd (onder meer Park Harga, Over het Water, Wetenschappersbuurt) maar anderzijds doordat de prijzen van woningen de laatste tijd fors zijn gestegen. Zo is de gemiddelde WOZ-waarde van huur- en koopwoningen toegenomen van 171 duizend euro (2019) tot 196 duizend euro (2020). Een dergelijke stijging (van 25 duizend euro) is in Schiedam niet eerder voorgekomen. In de regio zijn alleen in Rotterdam de huizenprijzen nog sterker gestegen. Het effect daarvan is wel dat in toenemende mate Rotterdamse huishoudens in Schiedam op zoek gaan naar een woning in het midden en hogere segment, omdat hier de prijs-kwaliteitverhouding gunstiger is. Waar in het verleden Rotterdamse huishoudens voornamelijk in het goedkopere deel van de Schiedamse woningvoorraad terechtkwamen (in dezelfde prijsklasse als personen die zich vanuit het buitenland in Schiedam vestigen), is dat in korte tijd opgeschoven naar een gemiddeld aanzienlijk duurder segment. Inmiddels zitten de vestigers komend vanuit Rotterdam qua prijsklasse op vrijwel hetzelfde niveau als die uit Vlaardingen (zie tabel 1).

10

Verantwoord op weg naar herstel – Zomernota 2022

Herkomstgebied

Gemiddelde WOZ-waarde betrokken woning

Vlaardingen Rotterdam

€ 199.000 € 196.000

Overige gemeenten Nederland Buitenland

€ 164.000 € 153.000

totaal

€ 177.000

Tabel 1 In Schiedam gevestigde huishoudens naar herkomstgebied en gemiddelde Woz-waarde van de betrokken woning (jaar 2020)

Rotterdammers richten zich steeds meer op de koopsector in wijken als Schiedam-West en -Oost. Dat heeft er onder meer toe geleid dat het bieden (ver) boven de vraagprijs ook in Schiedam steeds gebruikelijker is geworden. Tegelijkertijd zijn er de afgelopen tijd ook behoorlijk wat flatwoningen gesloopt. Naast het feit dat er met de sloop minder aanbod is van goedkope huurwoningen, heeft het er ook voor gezorgd dat er minder ruimte was voor huishoudens van buiten de stad om zich in de sociale huursector in Schiedam te vestigen. Want de voormalige bewoners van de Parkweg en de Van Heuven Goedhartstraat hadden uiteraard recht op voorrang bij het verkrijgen van een andere woning.

Verhuisstromen veranderen Op basis van één jaar is het nog te vroeg om te spreken van een trendbreuk, maar de ontwikkeling van de afgelopen tijd maakt wel duidelijk dat veranderingen in de woningvoorraad invloed hebben op de verhuisstromen en het type huishoudens dat de stad aantrekt. Dat neemt overigens niet weg dat sociale stijging ook nu nog steeds leidt tot het vertrek van (oudere) Schiedammers en een instroom van nieuwe, doorgaans jonge huishoudens aan de onderkant van de woningmarkt (zie figuur 1).

Verhuisde huishoudens in 2020 instroom 867

saldo per prijssegment

uitstroom

-117

984

hoog

wooncarrière

117 1.154

+ 112

1.042

midden

336 1.490

+ 121

1.369

laag

Figuur 1 Vestiging, vertrek en verhuizingen binnen Schiedam naar WOZ-prijsklasse van de woning (jaar 2020)

11

Verantwoord op weg naar herstel – Zomernota 2022

De meeste huishoudens die vorig jaar binnen Schiedam zijn verhuisd, deden dat binnen hetzelfde prijssegment (gebaseerd op de WOZ-waarde van de betreffende koop- of huurwoning). Daarnaast hebben 453 (= 336 + 117) huishoudens de overstap gemaakt naar een hoger prijssegment (de blauwe pijlen in figuur 1). Daardoor zijn er in het laagste prijssegment 336 woningen vrijgekomen. Bovendien hebben in het lage prijssegment 1.369 Schiedammers de stad verlaten om elders te gaan wonen. De meeste goedkope woningen die op deze manier zijn vrijgekomen, zijn vervolgens ingenomen door 1.490 huishoudens van buiten de stad. Per saldo gaat het om een instroom van 121 huishoudens in het laagste prijssegment. Verder zijn er woningen in het laagste prijssegment als gevolg van sloop uit de markt genomen. Het resterende (kleine) deel van het laagste prijssegment is ingenomen door Schiedamse huishoudens die goedkoper zijn gaan wonen (onder meer in verband met echtscheiding). Voor het middensegment is vrijwel hetzelfde mechanisme van toepassing, zij het dat de aantallen verhuisde huishoudens kleiner zijn. In het hoge prijssegment is het beeld anders. Daar is per saldo sprake van een uitstroom: er zijn meer Schiedammers vanuit het hoge prijssegment naar een andere gemeente verhuisd dan andersom. Dat resulteert in een negatief saldo van 117 huishoudens/ woningen.

Deze zijn vervolgens bezet door Schiedamse huishoudens die qua prijsklasse wooncarrière hebben gemaakt. Het verhuisschema zoals weergegeven in figuur 1 wijkt enigszins af van dat van voorgaande jaren. Met name de instroom aan de onderkant van de woningmarkt is aanzienlijk kleiner. Dat heeft zoals hierboven genoemd grotendeels te maken met de herstructurering: er was minder ruimte voor huishoudens van buiten Schiedam om hier een goedkope woning te vinden. In het duurdere segment is er niet veel veranderd en is er evenals voorheen nog altijd sprake van een uitstroom van huishoudens.

2.2 Sociale samenstelling De veranderingen in de woningvoorraad zijn ook enigszins zichtbaar in de sociale samenstelling van de bevolking. Een duurdere woningvoorraad trekt huishoudens aan die doorgaans meer te besteden hebben en/of vaker theoretisch zijn opgeleid.

Verandering in type opleiding De verandering van het type opleiding heeft enerzijds betrekking op de Schiedammers die al langere tijd in de stad wonen, maar wordt anderzijds ook beïnvloed door de instroom van huishoudens van buiten de stad. De grootste verschuiving is zichtbaar in de Wetenschappersbuurt. De sloop/nieuwbouw heeft een geheel andere samenstelling van de bevolking tot gevolg gehad. Mede als gevolg van instroom van nieuwe inwoners is ook in delen van Schiedam-West (Schildersbuurt, Nassaukwartier) het aandeel theoretisch opgeleide mensen fors toegenomen.

Stijging in inkomensniveau In iets mindere mate is zo’n zelfde effect waarneembaar voor wat betreft het inkomen. Vergeleken met veel andere (middel)grote gemeenten is het inkomen in Schiedam weliswaar aan de lage kant, maar ook op dit punt lijkt er sprake van een kentering: op basis van gegevens over het belastingjaar 2019 is de achterstand op andere gemeenten voor het eerst in lange tijd iets kleiner geworden. Zo is ook het aandeel huishoudens met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum hoger dan landelijk, maar verloopt de ontwikkeling in Schiedam eveneens gunstiger. Gezien de veranderingen

12

Verantwoord op weg naar herstel – Zomernota 2022

in de woningvoorraad vorig jaar is het voorstelbaar dat het belastingjaar 2020 wat dat betreft een nog wat gunstiger beeld te zien zal geven.

Sociale problematiek blijft groot Ondanks de betere cijfers blijft de sociale problematiek van de stad groot. Bovendien zijn de verschillen per buurt enorm. Voor wat betreft het inkomen loopt dit uiteen van 27 duizend euro tot 100 duizend euro per jaar. En het aandeel inwoners dat theoretisch is opgeleid varieert per buurt van 9 tot 57%. Maar ook als het gaat om de veiligheidsbeleving zijn de verschillen bijzonder groot. Waarbij in sommige buurten 85% van de bewoners zich veilig voelt op straat, voelt in andere buurten twee derde deel zich juist onveilig. Uiteraard zijn ook in andere gemeenten verschillen tussen buurten waarneembaar, maar de tegenstellingen in Schiedam zijn bovengemiddeld groot. In figuur 2 is per buurt de sociaaleconomische situatie weergegeven. Met name in delen van Nieuwland, Oost en Groenoord is dit problematisch. In de meeste gevallen gaat dit ook gepaard met een laag veiligheidsgevoel.

sterk

zwak

Figuur 2 Sociaaleconomische situatie per buurt

13

Verantwoord op weg naar herstel – Zomernota 2022

2.3 Conclusie De eerste tekenen lijken zichtbaar dat het toevoegen van nieuwe woningen in het midden en hogere segment helpt om enerzijds meer Schiedammers een wooncarrière binnen de stad te laten maken en anderzijds om nieuwe doelgroepen naar de stad te trekken. Dat dit zo werkt blijkt uit de nieuwbouwlocatie Park Harga, waar relatief veel Schiedammers de overstap naar een grondgebonden woning in het midden- en hogere segment hebben kunnen maken. Maar ook de bewoners van deze gebieden die van buiten de stad zijn gekomen, staan er in maatschappelijk opzicht gunstig voor. Mede als gevolg van de stijgende prijzen van woningen komt er in toenemende mate een andere doelgroep op Schiedam af, namelijk huishoudens die wat meer te besteden hebben en vaker theoretisch zijn opgeleid. Op basis van één jaar kan nog niet gesproken worden van een nieuwe trend. Daar is veel meer voor nodig. Effecten van het aanpassen/veranderen van de woningvoorraad op de samenleving worden pas goed zichtbaar als het grote aantallen (duizenden) betreft. Dat valt onder meer af te leiden uit de positieve ontwikkeling die Schiedam doormaakte tijdens de bouw van Spaland en Sveaparken in de jaren 90 en begin jaren 0. De stad maakte toen op veel terreinen een behoorlijke inhaalslag. Het in stand houden van de nu ingezette trend vraagt net als toen om een lange adem.

Gecombineerde aanpak van woningbouw en sociale aanpak Het inzetten op een meer evenwichtige woningvoorraad alleen is niet genoeg. Een sociale aanpak, zoals het investeren in onderwijs, het toeleiden naar werk en het aantrekken en behouden van bedrijven die werkgelegenheid bieden is minstens zo belangrijk voor de sociaaleconomische stijging van de stad als geheel.

14

Verantwoord op weg naar herstel – Zomernota 2022

3

Financiën In bijlage 1 is de verkennende bepaling opgenomen van de financiële positie als start van het begrotingsproces via deze zomernota. Het belangrijkste algemene uitgangspunt is het voeren van een solide en verantwoord meerjarig financieel beleid. Hierbij is het belangrijk dat de (meerjaren)begroting materieel in evenwicht is. Dat betekent dat het totaal van alle jaren geen begrotingstekort mag vertonen.

3.1 Algemeen financieel beeld Schiedam hanteert de volgende (meerjarige) speerpunten van het financieel beleid:  beheersing van de lastenontwikkeling voor inwoners en bedrijven;  faciliteren van een investeringsruimte, die past bij de ontwikkeling van de stad;  genereren van voldoende financiële dekkingsmiddelen om de programma’s binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te voeren;  grip houden op de financiële positie met behulp van balanssturing. De afgelopen jaren zijn deze speerpunten van beleid onder druk komen te staan, waarbij de financiële situatie steeds meer een bron van zorg is geworden. In deze zomernota is de situatie dermate urgent dat rekening wordt gehouden met een artikel 12-scenario. Naast specifieke lokale tendensen zoals het teruglopen van de erfpachtinkomsten en de demografische samenstelling van Schiedam, zijn de landelijke ontwikkelingen hier een belangrijke oorzaak van. De verder opgelopen tekorten in het sociaal domein en het niet of onvoldoende compenseren wanneer sprake is van nieuwe taken, brengen de gezonde financiële positie van alle gemeenten in gevaar. Voor Schiedam betekent dit dat financiële inzet op (nieuwe) beleidstaken grotendeels incidenteel zijn gedekt via stimuleringsgelden of reservemiddelen, terwijl voor een structurelere aanpak de structurele financiële middelen ontbreken.

Recent is er een uitspraak gedaan in de door de VNG aangespannen arbitrage over de rijksvergoeding van de jeugdzorg. Deze uitspraak levert op dat gemeenten in 2022 voor € 1,9 miljard moeten worden gecompenseerd voor de uitgevoerde taken. Op dit moment is nog onzeker of en in welke mate het Rijk zich bindt aan de uitspraak van de arbitragecommissie. Wij verwachten daar meer over te weten in de periode na de zomernota in het opstellen van de begroting. Zodra meer zeker is over de te verwachten compensatie, wordt dit meegenomen in het begrotingsproces.

3.2 Wendbaarheid van de begroting Sinds een aantal jaar bieden wij inzicht in de wendbaarheid van de begroting, waarbij een onderverdeling wordt gemaakt in direct beïnvloedbare en niet direct beïnvloedbare budgetten. Een groot deel van de begroting (ongeveer 70%) is niet direct beïnvloedbaar. Dit bemoeilijkt dan ook snel ingrijpen. Onze begroting is door het neerleggen van taken bij onder andere gemeenschappelijke regelingen minder wendbaar.

15

Verantwoord op weg naar herstel – Zomernota 2022

Ook de mate waarin budgetten worden besteed aan wettelijke, dan wel niet-wettelijke taken geeft inzicht in de wendbaarheid. Wettelijke taken heb je nu eenmaal uit te voeren, de wijze waarop is nog enigszins te bepalen. Meer dan de helft van de budgetten worden op dit moment besteed aan wettelijke taken. De niet-wettelijke taken zijn taken die de gemeente uitvoert op basis van lokaal beleid, omdat de Staat van de stad deze inzet vraagt. Soms gedekt uit specifieke doeluitkeringen, subsidiemiddelen of andere incidentele dekkingsmiddelen (reserves). Hierin zit ook een deel van de Schiedamse couleur locale. Het beeld dat vanuit benchmarks ontstaat is dat Schiedam vooral op een aantal taakvelden afwijkt van het gemiddelde. In een benchmark van de begrote budgetten van 2020 blijkt dat de taakvelden burgerzaken, cultuur en media, verkeer en vervoer, veiligheid, onderwijshuisvesting en volksgezondheid en milieubeheer een hoger uitgavenniveau hebben dan die van vergelijkbare referentiegemeenten. Dit is veelal een gevolg van directe beleidskeuzes uit het verleden, dan wel ingegeven door de Staat van de stad.

3.3 Financieel vertrekpunt Het financiële vertrekpunt voor deze zomernota is uitgewerkt in bijlage 1. Dit vertrekpunt wordt ieder jaar op dezelfde, consistente wijze bepaald. Hierbij wordt vanuit de beginstand van de begroting (oftewel de eindstand van de begroting 2021-2024), rekening houdend met loon- en prijsontwikkelingen, ontwikkelingen in het sociaal domein en interne en autonome ontwikkelingen (wettelijk verplichte en onvermijdelijke ontwikkelingen) het tekort, dan wel overschot bepaald. Dit geeft samenvattend het volgende beeld1. 2022

2023

2024

2025

A. Totaal beginstand

-4.708

1.008

2.581

1.366

B. Totaal loon- en prijsontwikkelingen

-2.328

-2.282

-2.242

-2.213

pm

pm

pm

pm

D. Totaal ontwikkelingen sociaal domein

-3.480

-2.902

-2.974

-2.584

E. Totaal wettelijk, onvermijdelijk en dilemma's

-870 -11.336

-394 -4.570

-450 -3.085

-514 -3.945

C. Totaal algemene uitkering

Totaal

Bij deze financiële stand is een aantal risico’s en onzekerheden te onderkennen van interne en externe ontwikkelingen, die op de korte en langere termijn op ons pad gaan komen. Ook de eventuele effecten van de meicirculaire ontbreken en zullen via een brief aan de raad worden verstuurd. Hiervan is het financiële effect op dit moment onbekend. Onderstaande tabel geeft een niet limitatief overzicht van de ontwikkelingen die de komende tijd de financiële ruimte (positief dan wel negatief ) gaan beïnvloeden. Extern

Intern

Herziening Gemeentefonds Structurele financiële compensatie voor overgedragen taken uit hoofde van Omgevingswet, Klimaatakkoord, Wet Inburgering, Wet Kwaliteitsborging Bouw

1

Uitvoeringsprogramma Mobiliteit Economische visie, Uitvoeringsprogramma Economie

Alle bedragen in hoofdstuk 3 en bijlagen 1 en 2: x € 1.000

16

Verantwoord op weg naar herstel – Zomernota 2022

Uitspraak op aanvraag Volkshuisvestingsfonds

Uitvoeringsprogramma Wonen

3e tranche Woningbouwimpuls Subsidieregeling Stedelijke vernieuwing

Nieuwe Energie voor Groenoord Herzieningen Schiedistrict Stedelijke vernieuwing 2.0 Gebiedsontwikkeling Nieuw-Mathenesse Implementatie Omgevingswet Herziening woonwagenbeleid Daling erfpachtinkomsten Integraal huisvestingsplan onderwijs MVS - jeugdhulp Kadernota Sportaccommodaties Extra opvang statushouders Ontwikkeling organisatie Bestuursrapportage 2021

3.4 Wettelijke en onvermijdelijke ontwikkelingen Gezien de financiële situatie kiest het college er bewust voor om de beleidsinzet slechts te beperken tot wettelijke en onvermijdelijke ontwikkelingen. Daarbij is ook zoveel als mogelijk gezocht naar dekking voor deze ontwikkelingen binnen de bestaande middelen. Er wordt bewust geen nieuw beleid voorgesteld, omdat de structurele middelen hiervoor ontbreken. Daarnaast willen we balans houden tussen de ambities en de uitvoering. Samengevat wordt de volgende inzet voorgesteld. 2022

2023

2024

2025

Wettelijk onvermijdbaar 1. Krediet aanschaf iPads raadsleden 2022-2026

0

-20

-11

-11

2. Areaaluitbreiding openbare ruimte

-38

-38

-38

-38

3. Inrichtingsplan inkoopfunctie

-197

-197

-197

-197

4. Inzet huurteam

-70

0

0

0

5. Ontvlechten hosting SOW

-11

-11

-11

-11

6. Uitvoering motie afbouw hondenbelasting

-64

-128

-193

-257

7. Uitbreiding formatie KCC

-90

0

0

0

8. Jeugd- en leerlingenvervoer

-350

0

0

0

Totaal onvermijdelijke claims

-820

-394

-450

-514

Beleidsmatig onvermijdbaar

Een nadere toelichting op deze beleidsinzet is te vinden in bijlage 1.

17

Verantwoord op weg naar herstel – Zomernota 2022

3.5 Incidentele dekking Jaarlijks worden alle bestemmingsreserves doorgelicht om na te gaan of de stand van de reserve nog overeenkomt met het vastgestelde bestedingsdoel. Daar waar het saldo dat toelaat, is de omvang van de vrijval bepaald. Deze vrijval levert dan een incidenteel dekkingsmiddel op. In bijlage 2 van deze zomernota vindt u de beoordeling van de reserves die voor eventuele vrijval in aanmerking komen. Dit levert financieel het volgende op aan incidentele dekking: 2022 Reserve milieubeheer erfpachtgronden

35

Reserve particuliere woningverbetering

38

Reserve DU bodemsanering (gedeeltelijk)

958

Reserve grondfonds

2.141

Vrijval reserve Beheer Openbare Ruimte IUPB

816

Vrijval Corona-reserve

2.000

Totale vrijval reserves in 2022

5.988

Het meerjarig beeld bij ongewijzigd beleid laat een niet-sluitende begroting zien, ook na het meenemen van de incidentele vrijval van middelen. Financieel moet een pas op de plaats worden gemaakt om preventief toezicht te voorkomen.

3.6 Opvolging opdrachten uit begroting 2021 In het begrotingsproces van vorig jaar zijn drie grote onderzoeksopdrachten geïntroduceerd met daaraan gekoppelde doelstellingen, omdat de begroting niet sluitend was. Onderstaande tabel geeft hier een weergave van. Onderzoeksopdracht

Doelstelling

Sociaal Fysiek

De kostenstijging beperken en stabiliseren Temporiseren projectenportefeuille, focus op het brengen van externe middelen (subsidies) naar de stad voor het realiseren van projecten

Concern (bedrijfsvoering)

Efficiëntere inzet van middelen (personeel, faciliteiten, etc.)

De opbrengsten daarvan zijn in de Meerjarenbegroting 2021–2024 verwerkt (zie pagina 15 van de begroting 2021). 2021

2022

2023

2024

1. IUPB (fysiek)

900

842

842

842

2. Sport (sociaal)

45

45

45

45

3. Overhead (concern/bedrijfsvoering) 4. Sociaal domein OAB middelen en logopedie (sociaal) Totaal onderzoeksopdrachten juli (baten)

832

832

832

832

271 2.048

271 1.990

271 1.990

271 1.990

18

Verantwoord op weg naar herstel – Zomernota 2022

Naast deze onderzoeksopdrachten zijn bezuinigingen aangebracht via financiële arrangementen voor afgerond € 2 miljoen per jaar in de jaren 2021 tot en met 2024. Zoals aangekondigd in de begroting 2021 zijn we verder gegaan met de onderzoeksopdrachten, omdat de begroting nog niet in alle jaren sluitend was. Dit heeft helaas geen extra begrotingsruimte opgeleverd voor 2022 en verder. Ook zijn we nog bezig om de grip op de uitgaven van het sociaal domein te versterken en zijn ook daarop geen concrete financiële resultaten te melden. Wél is een beter inzicht ontstaan in de onderlinge samenhang van de begrotingsonderdelen. Wij zullen in de begroting 2022 de onderzoeksopdrachten verder afronden. De financiële opbrengst van de onderzoeksopdrachten verhoudt zich op dit moment niet tot de financieel urgente situatie. Voor het oplossen van deze situatie is een aanvullend kader nodig om budgetten te beoordelen en in te grijpen daar waar mogelijk. Dit aanvullende kader wordt in paragraaf 3.7 toegelicht. Daarnaast is in het begrotingsproces 2021 aangegeven dat een Zero Based Budgetting (ZBB) onderzoek zou plaatsvinden naar het KCC. De eerste fase hiervan is inmiddels afgerond. Een belangrijk uitgangspunt van het uitvoeringsprogramma Dienstverlening was de business case waarbij investeren, reduceren van activiteiten en verdere digitalisering van diensten en werkprocessen centraal stond.

Daarbij was taakstellend rekening gehouden met een besparing van 4,3 fte als gevolg van minder producten en meer digitalisering. Uit de eerste fase van het onderzoek blijkt dat er geen sprake is van minder producten. In sommige gevallen is het aantal producten zelfs toegenomen. We zien bijvoorbeeld een stijging in het aantal reisdocumenten, aangifte geboortes, VOG-verklaringen, rijbewijzen, parkeervergunningen, mailberichten, terugbelnotities, meldingen buitenruimte en communicatie via social media. Daarnaast is de doorontwikkeling als gevolg van minder digitalisering door interne en externe factoren minder snel gegaan dan was verondersteld. Ook is er geen direct causaal verband te onderkennen in het digitaliseren van het proces en het beperken van de benodigde capaciteit. In de tweede fase is het van belang de uitgangspunten voor de business case te herzien en opnieuw te bepalen. Wij komen hier richting de begrotingsbehandeling op terug.

3.7 Aanpak richting begroting 2022 Om de urgente financiële situatie het hoofd te bieden introduceren we met deze zomernota twee scenario’s. Deze scenario’s werken verder uit in de begroting 2022. In de verdere verfijning van de scenario’s nemen we u, richting de begroting, mee. In het eerste scenario gaan we terug naar de basis en kijken we naar wat de gemeente wettelijk verplicht is om te doen. Op alle andere taken kan in theorie worden bezuinigd. Dit scenario is iets waar we mee te maken krijgen als we onze tekorten niet oplossen, het ‘artikel 12-scenario’. Het bevat de objectieve criteria van een artikel 12-analyse, wat doen we meer dan de basis (wat wettelijk is voorgeschreven). Het geeft in één oogopslag aan wat wettelijke en bovenwettelijke taken zijn. Het tweede scenario is minder drastisch, maar bevat toch pijnlijke maatregelen op een aantal punten. Scenario 2 is natuurlijk ons voorkeursscenario en daarom werkten we dit ook uit in deze zomernota. Maar bij scenario 2 is de begroting meerjarig nog niet sluitend. We hebben dus maatregelen uit scenario 1 nodig om het wel sluitend te krijgen. Dat is onze opgave richting de begroting. Het drastische scenario 1 brengt in beeld wat niet-wettelijke taken zijn, zodat we u als raad ook in de

19

Verantwoord op weg naar herstel – Zomernota 2022

positie brengen om keuzes te maken. Op basis van de politieke discussie over principiële dilemma’s rondom de zomernota zullen we scenario 2 verder aanvullen met maatregelen uit scenario 1 die op steun kunnen rekenen. Dit betekent dat we in de periode naar de begroting toe uitwerken welke budgetten buiten de begroting vallen als de gemeente Schiedam zou vallen onder het preventief toezichtsregime van de provincie. We gebruiken dus dit scenario als spiegel, als objectief kader om te komen tot gerichtere bezuinigingsmaatregelen. Het is erop gericht om in beeld te brengen wat we meer doen dan de basis (wat wettelijk is voorgeschreven). In bijlage 3 is een eerste grove analyse opgenomen van welke taken wettelijk en welke taken niet-wettelijk zijn. Dit geeft een eerste indruk. De inkomsten en uitgaven van de gemeente worden langs het kader wettelijke – niet wettelijke taken gelegd, waarop vervolgens een nadrukkelijke toets van de budgetten op nut en noodzaak plaatsvindt. Dit laatste houdt in dat zaken met financieel effect die uitstelbaar zijn ook worden uitgesteld, tenzij de veiligheid in het geding is of de Staat van de stad verder in het gedrang komt. Daarbij wordt aan de inkomstenkant ingezet op de maximale belastingcapaciteit.

Het volledig uitvoeren van dit scenario heeft een grote impact op de Schiedamse samenleving, vandaar dat dit scenario uitdrukkelijk als spiegel wordt gebruikt om te komen tot realistische en bewuste keuzes in de aanloop naar de begroting. Wij nemen de raad nadrukkelijk mee in dit proces van spiegeling en bewuste keuzes maken. Wij stellen voor dit op een gelijke wijze te doen als wij in het voorgaand begrotingsproces hebben gedaan met de onderzoeksopdrachten. Hierbij blijven we de landelijke ontwikkelingen rond de gemeentefinanciën op de voet volgen. Mocht het Rijk over de brug komen met aanvullende structurele bijdragen aan gemeenten, dan heeft dit invloed op de keuzes die we de komende tijd gaan maken. We willen geen onomkeerbare beslissingen nemen in onzekere tijden. Het college heeft daarom voorgesteld om vanuit de resultaatbestemming over het boekjaar 2020 een bestemmingsreserve ‘compensatie rijk’ te vormen. Deze bestemmingsreserve heeft ten doel om de mogelijk uitblijvende compensatie voor te financieren. Wij gaan ervan uit dat het Rijk zijn verantwoordelijkheid pakt. Mocht dat zo zijn, dan valt de bestemmingsreserve vrij in de algemene reserve.

20

Verantwoord op weg naar herstel – Zomernota 2022

3.8 Begin van uitwerking scenario 2 Het college heeft een eerste aanzet gemaakt voor een aantal bewuste keuzes. Dit zijn de volgende keuzes. 2022

2023

2024

2025

1.000

400

200

0

200

200

200

200

01. Verlagen subsidiebudget evenementen

0

0

50

50

02. Beperking budget leegstandsaanpak

0

0

20

20

03. Efficiëntere aanpak economie binnenstad

0

0

30

30

04. Bezuiniging ondernemersverenigingen

0

0

15

15

05. Stoppen met app Ongehinderd

7

7

7

7

06. Afschaffen Rotterdampas

220

220

220

220

07. Natuur- en milieu-educatie

0

0

50

50

08. Heroverwegen afschaffen hondenbelasting

64

128

193

257

1.491

955

986

850

01. Realistische begroting Stroomopwaarts 02. Bezuiniging reserve/budget cultuur

Totaal bezuinigingsvoorstellen

In bijlage 1 zijn de bezuinigingsvoorstellen nader toegelicht. Hierbij wordt opgemerkt dat in de Begroting 2021 eenmalig een compensatie is gegeven voor de cao-stijging bij welzijnsorganisaties (financieel effect € 675.000). Omdat deze compensatie incidenteel is verleend en in de begroting is verwerkt, betekent dit dat dit gevolgen heeft uitvoering voor 2022 en verder. Wij gaan met de instellingen in overleg om dit op te vangen.

3.9 Inzet Eneco-middelen Via deze zomernota worden geen aanvullende voorstellen gedaan voor de besteding van de Enecomiddelen. Het college houdt vast aan de uitgangspunten zoals die via het Financieel Koersdocument zijn gecommuniceerd. Dit waren de volgende uitgangspunten: 

 

De geest van de motie van de raad wordt zoveel als mogelijk gevolgd, waarbij de financiële middelen voor de verschillende aandachtsgebieden identificeerbaar zijn via verschillende daarvoor gevormde bestemmingsreserves. Een deel van de Enecogelden is gestort in een identificeerbaar deel van de algemene reserve ter versterking van de financiële positie. De Enecogelden worden apart geadministreerd en zichtbaar gemaakt. Om dit te kunnen borgen voor meerdere jaren wordt de opbrengst, voor zover deze nog niet is toebedeeld aan specifieke inzet, gestort in een bestemmingsreserve ‘Eneco-gelden’. Voor de besteding van de Enecogelden uit de bestemmingsreserve(s) worden aanvullende voorwaarden gesteld. Besteding uit de reserve Enecogelden is mogelijk wanneer via een business case wordt aangetoond op welke wijze de opbrengsten terugvloeien naar de stad. Deze opbrengsten kunnen zowel maatschappelijk als financieel (besparingen) zijn.

21

Verantwoord op weg naar herstel – Zomernota 2022

Tot nu toe zijn de Eneco-middelen bescheiden aangewend. Een groot deel van de middelen is nog beschikbaar conform de hiervoor genoemde uitgangspunten.

3.10 Financiële samenvatting Zomernota 2022 Samenvattend geeft dit het volgende financiële beeld. Stand financiële ruimte

2022

2023

2024

A. Totaal beginstand

-4.708

1.008

2.581

1.366

B. Totaal loon- en prijsontwikkelingen

-2.328

-2.282

-2.242

-2.213

pm

pm

pm

pm

D. Totaal ontwikkelingen sociaal domein

-3.480

-2.902

-2.974

-2.584

E. Totaal wettelijk, onvermijdelijk en dilemma's

-820 -11.336

-394 -4.570

-450 -3.085

-514 -3.945

C. Totaal algemene uitkering

Totaal

2025

Dekking Dividend, renteontwikkeling en vertragingsfactor

875

875

875

875

Vrijval reserves

5.988

0

0

0

Tussentotaal

-4.473

-3.695

-2.210

-3.070

Bezuinigingsvoorstellen

1.491

955

986

850

Stand financiële ruimte Zomernota

-2.982

-2.740

-1.224

-2.220

601

532

518

721

- 2.381

-2.208

-706

-1.499

Effect MPG Financiële ruimte na MPG

Bij het bepalen van deze financiële stand speelt mee, dat een aantal grote besluiten met financieel effect op de financiële ruimte nog niet is genomen. Wij hebben die eerder in deze zomernota in beeld gebracht. Op het moment van schrijven van deze zomernota is het financieel effect hiervan nog niet bekend. Binnenkort wordt ook het Meerjarenperspectief Grondexploitaties (MPG) vastgesteld. Hiervan is het financieel effect wel bekend. Dit is ter informatie in bovenstaande tabel opgenomen.

3.11 Tot slot Het financiële totaalbeeld geeft op dit moment nog niet het gewenste resultaat van een structureel sluitende begroting. De komende periode wordt intensief gezocht naar financiële middelen om te komen tot een sluitende begroting. Hierbij worden moeilijke keuzes niet uit de weg gegaan. De landelijke ontwikkelingen worden op de voet gevolgd. De recente uitspraak van de arbitrage op het jeugdzorgdossier geeft enige hoop op structurele compensatie van het Rijk. Uiteraard is deze compensatie nog niet meegenomen in de financiële ruimteberekening. In het resultaatbestemmingsvoorstel bij de jaarstukken 2020 is voorgesteld om een bestemmingsreserve compensatie Rijk in te stellen. Dit om de nog op handen zijnde compensatie van het Rijk de eerste twee jaar te kunnen voorfinancieren en de periode te overbruggen. Wij gaan ervan

22

Verantwoord op weg naar herstel – Zomernota 2022

uit dat het Rijk zijn verantwoordelijkheid pakt. Mocht dat zo zijn, dan valt de bestemmingsreserve vrij in de algemene reserve. De zomernota eindigt weliswaar met financiële tekorten, het college blijft het van belang vinden geen onomkeerbare beslissingen te nemen in onzekere tijden. Scenario 2 is daarbij ons voorkeursscenario en zien we als opgave richting de begroting. De politieke discussie over principiële dilemma’s rondom de zomernota gebruiken we om richting de begroting scenario 2 verder aan te vullen met maatregelen uit scenario 1 die op steun kunnen rekenen. In de verdere verfijning van de scenario’s nemen we u richting de begroting mee.

23

Verantwoord op weg naar herstel – Zomernota 2022

Bijlage 1 Bepaling financiële ruimte De bepaling van de financiële ruimte bestaat uit de volgende onderdelen:  de bepaling van de beginstand;  de loon- en prijsontwikkelingen;  de meicirculaire;  de ontwikkelingen in het sociaal domein;  externe en interne autonome ontwikkelingen;  financiële ruimte ongewijzigd beleid - tussenstand;

1

Bepaling van de beginstand

Beginstand

2022

2023

2024

2025

1. Saldi begrotingen 2022-2025

-3.314

1.409

3.223

2.553

-13

-13

-13

-13

-364

-364

-364

-364

2. Verwerking resultaat TA 2020-4 (bp22 - conversie erfpacht) 3. Contract Irado correctie prijscompensatie TA2021-1 4. Correctie algemene uitkering extra jaar

-570

5. Besluitvorming op raadsvoorstellen: - Meerjarenperspectief Vastgoed investeringen (20VR068)

-82

-82

-81

-56

- Meerjarenperspectief Vastgoed exploitatie (20VR068)

-935

58

-184

-184

-4.708

1.008

2.581

1.366

Totaal beginstand

1. Saldi begrotingen 2022-2025 (verrekening met algemene reserve) Het uitgangspunt is de laatst door de gemeenteraad vastgestelde begroting inclusief de saldi van de jaren erna. Dit is de begroting 2021 met daarin de jaarschijven 2022 tot en met 2024. De saldi zijn verrekend met de algemene reserve en vormen nu weer het uitgangspunt voor de opbouw van de meerjarenbegroting 2022–2025. 2. en 3. Effecten Technische Aanpassingen (TA’s) voor de begroting 2022 e.v. Structurele effecten uit de tussentijdse besluitvorming in de vierde TA 2020 en de eerste TA 2021 zijn ook van invloed op het begrotingssaldo. Deze zijn voor 2021 reeds verwerkt en – zoals gebruikelijk in de TA - verrekend met de algemene reserve, maar structureel worden de wijzigingen ten laste van de ruimte gebracht. 4. Correctie algemene uitkering extra jaar. De raming van de algemene uitkering dient voor het nieuwe, laatste jaar (2025) te worden gecorrigeerd.

24

Verantwoord op weg naar herstel – Zomernota 2022

5. Besluitvorming op raadsvoorstellen. De besluitvorming op het Meerjarenperspectief Vastgoed heeft een meerjarig effect op de financiële ruimte.

2

De loon- en prijsontwikkelingen

De kosten van het bestaande beleid wijzigen ten opzichte van het vorige begrotingsjaar: met name loon- en prijsstijgingen maken dat het bestaande beleid niet meer kan worden uitgevoerd voor hetzelfde bedrag als het jaar daarvoor. Loon- en prijsontwikkelingen

2022

2023

2024

2025

1a. Salarissen, incl. sociale lasten overloop van 2021

-229

-204

-176

-148

1b. Salarissen, incl. sociale lasten 1,5%

-637

-637

-637

-637

- goederen en diensten (m.u.v. budgetten Irado)

-467

-446

-437

-436

- subsidies en nadelige exploitatiesaldi bedrijven

-393

-393

-395

-395

- bijdragen decentrale overheden/schoolbesturen

-39

-39

-39

-39

3. Prijscompensatie contract Irado 1,97%

-525

-525

-523

-523

4. Belastingopbrengsten/leges

262

262

262

262

5. Consequenties begroting RBG

-52

-52

-52

-52

6. Consequenties begroting MRDH

-44

-44

-44

-44

7. Gemeenschappelijke regelingen

-204

-204

-201

-201

Totaal loon- en prijsontwikkelingen

-2.328

-2.282

-2.242

-2.213

2. Prijscompensatie 1,6 %:

1a. Salarissen, incl. sociale lasten. Overloop van 2021 Toepassing van de nieuwe salarisschaal voor 2022 maakt dat op de staat van de personele lasten te kort wordt gekomen. De berekende stelpost voor cao-verhoging in 2021 is niet toereikend om de werkelijke verhoging van de salariskosten te dekken. Deze stelpost was gebaseerd op een lagere loonvoet overheid voor 2021 (1%) dan uiteindelijk noodzakelijk. 1b. Salarissen, incl. sociale lasten. Toepassing loonvoet Over een nieuwe cao wordt nog onderhandeld. Dat betekent, dat de cao-loonstijging nog niet bekend is. Gebruikelijk is dan om voor de loonkosten de loonvoet sector overheid te nemen, zoals opgenomen in de meest recente publicatie van het CPB. Uit de macro-economische verkenning (MEV) 2022 van het CPB is het indexpercentage loonvoet sector overheid voor het jaar 2022 bepaald op 1,5%. Voor de personele kosten kan deze index worden toegepast. De loonvoet overheid is de gemiddelde loonvoetontwikkeling in de sector overheid (per fte). De loonvoet is inclusief de incidentele loonontwikkeling. Op basis van dit cijfer wordt de loonstijging in 2022 geraamd op € 637.000. In het kader van het realistisch ramen verwacht de provincie dat integraal rekening wordt gehouden met de budgettaire effecten van de in de meicirculaire van BZK genoemde loonstijgingen.

25

Verantwoord op weg naar herstel – Zomernota 2022

2. Prijscompensatie Het prijsindexcijfer van 1,6% wordt toegepast op de uitgaven voor goederen en diensten (inflatiecorrectie 2022: € 467.000), subsidies en nadelige exploitatiesaldi bedrijven (inflatiecorrectie: € 393.000) en bijdragen schoolbesturen en decentrale overheden (inflatiecorrectie: € 39.000). 3. Prijscompensatie contract Irado (1,97%) Ook voor 2022 wijkt het indexeringspercentage voor het budget van Irado af van dat van de gemeente Schiedam. In de meeste jaren is dit percentage pas bekend na het verschijnen van de zomernota. Omdat het voor 2022 nu reeds bekend is, wordt dit apart in beeld gebracht in de tabel. 4. Belastingopbrengsten/leges De belastingopbrengsten worden, conform de uitgangspunten van het financieel beleid, eveneens verhoogd met het prijsindexcijfer (inflatiecorrectie € 262.000). Dit geldt voor de onroerendezaakbelastingen, hondenbelasting, precariobelasting, leges, jachthavengeld, woonschepenrechten en marktgelden. De tarieven worden later in het jaar zodanig vastgesteld, dat de geraamde opbrengst met 1,6% wordt verhoogd. Dit is op basis van het huidige beleid. Voor sommige leges geldt, dat de hoogte ervan wordt bepaald door het Rijk (bijvoorbeeld paspoorten en rijbewijzen). Inflatiecorrectie leidt dan niet tot extra opbrengsten. Voor de volgende leges is aanpassing aan de inflatie wel mogelijk: BRP en Burgerzaken. 5.

Consequenties begroting Regionale Belastinggroep (RBG) In de begroting van de bijdrage aan de RBG is rekening gehouden met de btw-restitutie (doorschuifbtw). Deze bedraagt jaarlijks een bedrag van circa € 90.000. Daarnaast wordt de begroting RBG gecorrigeerd naar contante prijzen. De bijdrage voor 2022 is ongeveer € 52.000 hoger door indexering en door lagere inkomsten uit invordering. 7. Gemeenschappelijke regelingen Voor de gemeenschappelijke regelingen wordt uitgegaan van een indexeringspercentage van 1,9 % (conform het besluit van B&W d.d. 10 november 2020). Dat leidt tot een stijging van de ramingen met in totaal € 204.000. Dit geldt dan voor de gemeenschappelijke regelingen Veiligheidsregio Rotterdam, DCMR, GGD en Jeugdhulp Rijnmond (voor deze laatste zie bijlage 1, punt 4 Ontwikkelingen Sociaal Domein).

3

Meicirculaire 2021

De eerstvolgende circulaire is de Meicirculaire 2021, die recent is verschenen. Dit is te laat voor verwerking in deze ruimteberekening. De financiële gevolgen van de meicirculaire worden geanalyseerd en zo spoedig mogelijk gecommuniceerd via een raadsinformatiebrief. De meerjarige verwerking vindt plaats in de Bestuursrapportage 2021. In deze kabinetsperiode is het gemeentefonds gekoppeld aan de brede rijksuitgaven. Maar voor de jaren 2020 en 2021 is de koppeling ‘uitgezet’ vanwege de coronacrisis. Het is echter niet bekend of en op welk niveau de accressen voor 2022 en verder dadelijk worden ‘vastgeklikt’ en of dit nadelig of voordelig uitvalt ten opzichte van de bestaande ramingen. De meicirculaire 2021 geeft nieuwe cijfers voor de accressen voor 2022 en verder. Die duidelijkheid is relatief, want een nieuw coalitieakkoord kan hier nog impact op hebben.

26

Verantwoord op weg naar herstel – Zomernota 2022

Overigens is de herijking van de verdeling van het gemeentefonds vertraagd. De invoering wordt nu uitgesteld tot 1 januari 2023. Het adviestraject over de herijking is gestart. Eerst is de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) om advies gevraagd, daarna zal de VNG om advies worden gevraagd. Het ministerie heeft inmiddels indicatieve herverdeeleffecten per gemeente gepubliceerd. Deze herverdeeleffecten zullen ongetwijfeld veranderen, maar geven wel richting of een gemeente positieve of negatieve effecten kan verwachten uit de nieuwe verdeelmodellen. Voor Schiedam was het resultaat een negatief herverdeeleffect van circa 1 miljoen euro. Uiterlijk in de meicirculaire 2022 moet duidelijk worden wat de nieuwe gemeentefondsuitkering per gemeente wordt. Bij de begroting 2022 is in principe geen rekening gehouden met herverdeeleffecten. De herverdeeleffecten kunnen namelijk nog wijzigen, maar ook de totale omvang van het gemeentefonds kan veranderen. In de risicoparagraaf wordt het herverdeelrisico wel meegenomen.

4

Ontwikkelingen Sociaal Domein

In de volgende tabel staan de op dit moment voorgestelde aanpassingen van de begroting, benodigd in het sociaal domein (vooral in de begrotingen van de gemeenschappelijke regelingen) vermeld. Ontwikkelingen Sociaal Domein

2022

2023

2024

2025

Jeugdzorg regionaal (GR Jeugd)

-1.800

-1.800

-1.800

-1.800

Lokale jeugdhulp

-1.000

-1.000

-1.000

-1.000

Rogplus (WMO)

312

293

166

237

Stroomopwaarts (conceptbegroting)

-7.268

-6.876

-7.051

-6.946

BUIG (o.g.v. macrobudget)

6.276

6.481

6.711

6.925

Totaal

-3.480

-2.902

-2.974

-2.584

Gemeenschappelijke regelingen Sociaal Domein De vijf gemeenschappelijke regelingen en regionale samenwerkingsverbanden in het sociaal domein (Stroomopwaarts/ROGplus/GRJeugd/CJG en GGD) hebben hun conceptbegrotingen ter zienswijze aangeboden. In bovenstaande tabel zijn de financiële gevolgen van de concept begrotingen van het sociaal domein verwerkt. Jeugdzorg regionaal (GRJR) Voor de GRJR geldt dat een belangrijk begrotingsuitgangspunt uit de kadernota Financieel Beleid, namelijk het reëel begroten, geen uitgangspunt is geweest bij de ontwerpbegroting. Naar verwachting komt de definitieve begroting hoger uit dan de voorliggende ontwerpbegroting. Dit heeft dan ook gevolgen voor de bijdrage. De verhoging van de bijdrage aan de GRJR moet worden meegenomen in de ruimteberekening bij de Zomernota 2022. Naar verwachting zal de bijdrage aan de GRJR verhoogd moeten worden. Op grond van de huidige begrotingscijfers voor de jaren 2022-2025 (niet zijnde de niet realistische begroting die is neergelegd door de GRJR) en de uitkomsten van de jaarrekening 2020 wordt de verhoging vooralsnog geschat op een bedrag van € 1,8 miljoen. Daarbij is rekening gehouden met de taakstelling van € 5,4 miljoen, die door de GRJR in de begroting dient te worden verwerkt.

Overigens worden de extra rijksmiddelen jeugdhulp doorgetrokken naar de jaren 2022-2025, dit in afwijking van de bestendige gedragslijn om nog niet zekere inkomsten niet te ramen. De provincie als toezichthouder staat dit toe, deze inkomsten worden als structureel aangemerkt.

27

Verantwoord op weg naar herstel – Zomernota 2022

Lokale jeugdhulp Ook voor een nieuwe meerjarige raming voor de lokale jeugdhulp is een schatting opgenomen op grond van de uitkomsten in de jaarrekening 2020. Daar was een overschrijding in 2020 te zien van een bedrag van € 1 miljoen. Rogplus (WMO) De ontwerpbegroting 2022 van Rogplus wordt ongewijzigd overgenomen in de gemeentebegroting 2022. Op dit moment is de bijdrage aan Rogplus in 2022 begroot op € 25.238.600. Dit bedrag is gebaseerd op de meerjarenbegroting van Rogplus die in 2020 is opgesteld en de doorgevoerde versoberingen op de tegemoetkoming meerkosten en de algemene aanvullende voorziening. De ontwerpbegroting 2022 komt op een bijdrage van €24.926.400. Het positieve verschil bedraagt € 312.200 voor het jaar 2022. Ook de meerjarenbegroting van Rogplus, met positieve verschillen, wordt overgenomen, waarbij de gemeente Schiedam vanaf 2023 uitgaat van constante prijzen (geen indexatie). Gebundelde uitkering (BUIG) De raming voor de BUIG-middelen is opgenomen op basis van de meest recente verwachte prognose voor het verloop van de uitkeringen. In de praktijk blijkt dit een betere methodiek dan uitgaan van de (nader) voorlopige BUIG-toekenning. De raming van de lasten in de primaire begroting 2022 van Stroomopwaarts is gebaseerd op de ontwikkelingen van het economisch herstel aan het begin van dit jaar.

Inmiddels zijn de ontwikkelingen positiever, wat zou moeten resulteren in een begrotingswijziging.

5

Interne en externe autonome ontwikkelingen

Interne en externe autonome ontwikkelingen leiden tot claims met een onvermijdelijk of wettelijk verplicht karakter. In beide gevallen gaat het in principe om ongewijzigd beleid, maar deze ontwikkelingen hebben wel invloed op de omvang van de financiële ruimte. Nieuwe wet- en regelgeving leiden (mogelijk) tot kosten voor voorbereiding en invoering. Onvermijdelijke ontwikkelingen zijn wat lastiger te onderscheiden. De voorstellen, die zijn getoetst op de onvermijdelijkheid, staan in onderstaande tabel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10228552/6