Notulen raadsvergadering 20 april 2021
Tekst van het document
De raad is in de loop van die jaren niet om meer informatie gaan vragen, want er wordt al twee jaar om dezelfde informatie gevraagd. De Voorzitter beaamt dat geen verslagen worden gemaakt van commissievergaderingen maar wijst erop dat zij wel worden opgenomen en praktisch tot in lengte van dagen zijn terug te vinden. In die zin worden commissievergaderingen wel “verslagen”, Hij beaamt ook dat de vraag vanuit de raad al twee jaar consequent dezelfde is maar wijst erop, dat zich ook de vraag aandient wat de rol van de raad en van het college, uitvoering versus controle, is. Het college heeft er behoefte aan om dat gesprek open en zonder bijbedoelingen met de raad aan te gaan. Mevrouw Van Dijk denkt dat het zowel voor de raad als voor het college goed is dat gesprek te voeren maar zij vindt het ongepast om het uitgerekend bij dit onderwerp naar voren te brengen, aangezien het er los van staat. Daarbij gaat het om een proces dat al ruim twee jaar loopt en dat niets heeft te maken met verschuivende rollen. Spreekster vond het jammer dat de wethouder in deze vergadering, die niet wordt genotuleerd, niet dieper is ingegaan op het proces van de afgelopen twee jaar en op de manier waarop zij dat zelf heeft ervaren. Zij herinnert eraan de wethouder te hebben gevraagd welke consequentie zij er voor zichzelf verbindt als zij haar woord niet houdt en krijgt daarop nog graag een antwoord.
Mevrouw Biekman dankt de wethouder voor haar beantwoording maar het is voor haar nog niet duidelijk hoe de wethouder zichzelf scherp gaat houden en de urgentie op dit dossier vasthoudt. Zij vraagt zich af of zij mag begrijpen dat de wethouder aangeeft dat het
32
niet leveren van de kwartaalrapportage was gelegen aan het feit dat daarop in de GRJR geen grip kon worden gekregen noch sturing aan kon worden gegeven. De heer Hamerslag zegt dat het altijd goed is als raad met het college om de tafel te gaan zitten, een open gesprek te voeren en tot afspraken te komen, zij het dat dit minder relevant is voor het aan de orde zijnde onderwerp, in casu het niet nakomen van afspraken. Spreker vraagt of hij mag begrijpen dat de wethouder in gesprek wil gaan met de klankbordgroep over het maken, vastleggen en/of herdefiniëren van afspraken. De heer Ergin is niet gerustgesteld door de beantwoording van de wethouder. Ondanks haar vele woorden hoort hij weinig concrete zaken. Zij zegt alleen dat er een gesprek moet worden gevoerd in de klankbordgroep sociaal domein. Dat lijkt hem altijd verstandig maar hij mist wel bij de wethouder gevoel voor de urgentie die verschillende raadsfracties vanuit een verschillende betrokkenheid aangeven. Hij ziet bij de wethouder graag iets meer empathie en iets meer visie op de manier waarop zij omgaat met de situatie die in de loop van twee jaar is ontstaan. Als raadslid met als opdracht het controleren van het college heeft hij niet zozeer behoefte aan mooie woorden als wel aan concrete uitspraken over de uitwerking.
De heer Berns memoreert dat de wethouder zich de vraag heeft gesteld waarvoor zij het allemaal doet en voor zichzelf de balans heeft opgemaakt dat zij voor het doel en voor de inhoud gaat. Hij herkent de frustratie die zij regelmatig in de GRJR heeft ervaren. Als hij de stukken leest wordt duidelijk dat de GRJR, de uitvoeringsorganisatie, het afgelopen jaar slagen heeft gemaakt. Men is er echter nog lang niet en dat is uitermate frustrerend, ook voor de raad. Ook al heeft de wethouder steken laten vallen, zij is volgens hem afhankelijk van de GRJR en de manier waarop deze haar bediende. Hij vindt het jammer dat de ergernis van de raad wat eenzijdig wordt gericht. Waarschijnlijk heeft zij zich onvoldoende verdedigd met het argument dat zij eigenlijk ook aan handen is gebonden. Als zijn beeld niet helemaal correct is, kan de wethouder dat wellicht nuanceren. Overigens wil ook spreker gewoon vooruitkijken en heeft hij er vertrouwen in dat de pijnpunten het komende jaar kunnen worden doorworsteld. Volgens mevrouw Van Dijk is er nooit getwijfeld aan de betrokkenheid van mevrouw Van Aaken op dit dossier en was men zich ervan bewust dat het voor haar lastig was binnen de GRJR te functioneren. Naar zij betoogt gaat het er puur om dat toezeggingen werden gedaan die niet werden nagekomen en dat daaromtrent ook niet werd teruggekoppeld.
Zij is zich terdege bewust van de stroperigheid waarmee bij de GRJR en Veilig Thuis informatie moet worden verkregen. Helaas heeft de wethouder verzuimd de raad daarin mee te nemen, wat zij had kunnen doen door eigener beweging de raad te informeren. Nu moest de raad er ieder kwartaal zelf op terugkomen. De heer Berns erkent dat mevrouw Van Aaken veel zaken dicht aan haar boezem houdt en dat zij die beter meer zou kunnen delen met de raad, wat zij dus niet doet. Zij worstelt er zelf te veel mee. Mevrouw Van Aaken beaamt dat haar passie en inzet uitgaan naar de inhoud. Die is voor haar een drijfveer. In de commissievergadering heeft zij verantwoordelijkheid genomen voor het proces en datgene wat daarin mis is gegaan. De raad heeft daarvan terecht een punt gemaakt en dat trekt zij zich zeer aan. Vanuit het besef dat zij haar verantwoordelijkheid moet oppakken, heeft zij aangegeven dat zij zelf de regie moet nemen en daaraan consequenties moet verbinden. Als eerste stap zal zij bovenop de informatievoorziening aan de raad gaan zitten. Zij neemt de raad uiterst serieus, neemt datgene wat deze nu naar voren heeft gebracht nadrukkelijk ter harte en realiseert zich dat zij zich de komende tijd moet bewijzen.
Aan het adres van mevrouw Biekman merkt zij op dat de grip van de GRJR een gevolg is van het feit dat je met vijftien gemeenten in een gemeenschappelijke regeling zit, waardoor bij het bespreken van rapportages de grip minimaal is. Het is een uitdaging om in het kader van het MVS-jeugdhulpmodel te proberen die grip te verbeteren, wat mogelijk wordt doordat
33
je daarin slechts met twee andere gemeenten met Veilig Thuis om de tafel zit. Schiedam blijft wel in de GRJR maar kan via het jeugdhulpmodel aanvullende afspraken maken als gevolg van het andere inkoopmodel en spreekster verwacht dan ook dat op de inhoud mooie stappen zullen worden gezet, waarvoor natuurlijk de informatievoorziening op orde moet zijn. De Voorzitter stelt vast dat een aantal fracties aan het debat in de commissie hun oordeel hebben toegevoegd. Hij is van oordeel dat de wethouder in de tweede termijn datgene heeft gezegd waar men naar zocht, de bevestiging van de spijt die zij in de commissie heeft uitgesproken. De brief wordt zonder stemming voor kennisgeving aangenomen. De Voorzitter meent dat sprake is geweest van een goede en inhoudsvolle vergadering waarin veel punten zijn besloten en sluit te 23.54 uur de vergadering.
Vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeenteraad van 8 juni 2021.
de griffier,
de voorzitter,
J.W. Scherpenzeel
C.H.J. Lamers
34