Notulen raadsvergadering 2 februari 2021
Tekst van het document
De heer Reuderink herinnert eraan dat een partijgenoot van de heer Van Sliedregt uitvoerig is geprezen vanwege diens compassie met de vuurwerkbranche. Die partijgenoot deed een voorstel waarmee iedereen het eens was maar dat om allerlei redenen die buiten D66 lagen uiteindelijk niet werd uitgevoerd. Spreker zou het waarderen indien de heer Van Sliedregt nu dezelfde compassie opbracht. De heer Van Sliedregt heeft die compassie ook maar wijst erop dat bij de vuurwerkdiscussie speelde dat de branche al voorraden had ingeslagen, iets waarvan nu geen sprake is. Bovendien is thans ook sprake van een ruime voorbereidingstijd. De heer Ooijevaar stelt vast dat er voornamelijk stemverklaringen zijn afgelegd die aansluiten bij wat vorig jaar in de commissie is gezegd toen werd gesproken over het opt-in systeem. Het voorstel was in de raadsvergadering ook een hamerstuk, waarbij de fracties van de VVD, de OPS en de SP aangaven tegen te stemmen. Spreker herinnert mevrouw Rotteveel eraan dat zij een aantal maanden geleden heeft ingestemd met het voorstel. De technische wijziging die thans aan de orde is, is al naar voren gekomen in het raadsvoorstel van juni 2020. Toen werd namelijk opgemerkt dat als het mogelijk zou zijn het systeem eerder in te voeren van die mogelijkheid gebruik zou worden gemaakt en aan de raad een nieuw voorstel zou worden voorgelegd.
De Hoge Raad heeft daartoe de mogelijkheid geboden en daarvan wordt in het onderhavige voorstel gebruik gemaakt. Spreker wijst de heer Janssen er nogmaals op dat er geen sprake is van een verbod. Mensen die er behoefte aan hebben reclamefolders te lezen kunnen de ja-jasticker gebruiken en krijgen de aanbiedingen. Het voorstel resulteert er evenwel in dat tonnen minder afval worden verspreid. Zoals uit onderzoek van Milieudefensie is gebleken, worden heel erg veel folders ongelezen, zelfs nog in folie verpakt, weggegooid, vaak niet bij het oud papier – dan zou er nog enigermate sprake zijn van circulariteit – maar bij het restafval, in de openbare ruimte en in de natuur, wat de gemeente, afgezien van het materiaal, heel erg veel geld kost. Volgens de heer T. Janssen is wel degelijk sprake van een verbod. Iets wat nu nog is toegestaan, namelijk het in de bus stoppen van folders, wordt verboden, tenzij men heeft aangegeven er prijs op te stellen. Als de wethouder voor een verbod is, moet deze ook voor dat verbod gaan staan.
17
De heer Ooijevaar zegt dat het niet verboden is folders te bezorgen bij mensen die aangeven dat zij er prijs op stellen. Tevens wijst hij erop dat steeds meer mensen gebruik maken van apps en kiesjefolder.nl om aanbiedingen op te zoeken en daarom geen behoefte meer hebben aan pakken van tientallen folders. Op die manier kunnen zij alleen de folders raadplegen van winkels waarin zijn geïnteresseerd zijn, zoals Blokker, Kruidvat of AH. Ondernemers, over wie naar sprekers mening betuttelend wordt gesproken, zijn volgens hem creatief genoeg om hun marketing gerichter in te zetten. De heer T. Janssen bestrijdt dat de VVD betuttelend zou spreker over de ondernemers en vindt dat de wethouder juist een sneer uitdeelt naar de ondernemers, die bij het ingaan van de harde lockdown in december, vaak met hulp van klanten, folders zijn gaan verspreiden. Hij vindt het heel creatief en innovatief van de ondernemers om het beste uit de situatie te halen. De Voorzitter had niet het idee dat de heer Ooijevaar met diens opmerking over betutteling het oog op de VVD had. Wat mevrouw Mantingh betreft wordt het opt-in systeem zo snel mogelijk ingevoerd. Zij hecht eraan dat er geen ongevraagd reclamedrukwerk in haar privésfeer komt.
Volgens de heer Reuderink is sprake van Omwertung aller Werte als de heer Ooijevaar de VVD betuttelend vindt, terwijl deze beslist wie wel of geen foldertjes krijgt, en het voorts betuttelend vindt als de VVD om begrip voor de ondernemers vraagt. Hij vindt het een heel betuttelend voorstel maar nu net niet van de VVD. Mevrouw Zwang verbaast zich over de opmerking van mevrouw Mantingh dat zij zo blij is dat zij geen ongewenste folders meer binnenkrijgt. Zij gaat er namelijk van uit dat zij al jaren een nee-nee-sticker op de brievenbus heeft. Mevrouw Mantingh heeft natuurlijk een sticker op de brievenbus maar op het moment dat zij verhuist en niet onmiddellijk over een sticker beschikt, zit haar brievenbus vol. De Voorzitter deelt mede dat de heer Berns de vergadering wegens ziekte heeft moeten verlaten. Spreker brengt het voorstel in stemming en constateert dat de leden van de fracties van het AOV, het CDA, D66, DENK, -Post, -Van Dijk, GroenLinks, PS en het SLV voor het voorstel hebben gestemd en de leden van de fracties van de VVD, LOS, de OPS en de PvdA ertegen, zodat het met 21 tegen 12 stemmen is aangenomen. 15
Initiatiefvoorstel Geweld achter de voordeur, samen stappen zetten
De Voorzitter geeft mevrouw Van Dijk de gelegenheid namens de initiatiefnemers een korte toelichting op het voorstel te geven. Daarna is er gelegenheid voor discussie vanuit de raad. Namens de initiatiefnemers zal mevrouw Zwang de vragen beantwoorden. De daarvoor benodigde tijd zal niet in mindering worden gebracht op de spreektijd van haar fractie. Namens het college zullen mevrouw Van Aaken en spreker reageren. Het is echter vooral een debat van en voor de raad. Mevrouw Van Dijk dankt mede namens de leden Beenhakker, Zwang, Biekman, Polat en Bruggeman het college en alle raadsleden voor hun reacties in de commissievergadering van vorige week en in de afgelopen dagen. Zij spreekt haar dank uit voor de vragen van mevrouw Wilton en hoopt dat deze naar tevredenheid zijn beantwoord. Op die manier wordt het voorstel in gezamenlijkheid nog beter gemaakt. Als het voorstel wordt aangenomen wordt in Schiedam het komende jaar flink aan de bak gegaan om de uitvoering tot een succes te maken. Het spreekt vanzelf dat de initiatiefnemers dat niet alleen (kunnen) doen. Daarom nodigt spreekster alle raadsleden uit om hen hierin te ondersteunen, in het bijzonder de leden Post, Rotteveel en Wilton, die hebben aangegeven hierbij betrokken te willen zijn. De bewustwordingscampagne is
18
de kern van het initiatiefvoorstel, de verbinding tussen zorg en veiligheid. Geweld achter de voordeur kan niet alleen worden opgelost vanuit veiligheid en evenmin vanuit zorg. Juist de verbinding, de integrale aanpak, zal bijdragen aan adequate hulp voor slachtoffers en daders van geweld achter de voordeur. Spreekster neemt aan dat de raad heeft gezien dat het conceptbesluit is aangescherpt naar aanleiding van het overleg dat de initiatiefnemers met wethouder Van Aaken en de voorzitter in de rol van portefeuillehouder hebben gevoerd. Zoals de initiatiefnemers eerder al hebben benadrukt, is het voorstel niet alleen een coproductie binnen de raad maar ook met het college. Samen onderkent men het probleem en wil men de schouders eronder zetten. Het besluit is zodanig gewijzigd dat het college de komende periode verder gaat met de stappen die het al zet en die het voornemens is uit te werken. De opbrengsten van de gesprekken van komend jaar zullen waar nodig en mogelijk zorgen voor aanvulling en/of aanpassing. Deze worden aan het einde van het jaar, na afsluiting van het traject, opgenomen in een uitvoeringsplan, dat elk jaar door middel van voortgangsrapportage op de agenda komt en wordt besproken in de raad.
De Voorbereidingsgroep dankt de collega’s in de raad en het college voor de constructieve houding en inbreng, waardoor het een prachtig voorstel is geworden van raad en college samen. Spreekster vindt de manier waarop deze politiek overstijgende samenwerking is verlopen zeer inspirerend. Er was geen sprake van partijbelangen: men had oog voor het doel, met elkaar, voor de Schiedammers. Huiselijk geweld is geen vervan-je-bedshow. Als je erover praat, kom je tot de ontdekking dat vele mensen direct of indirect met huiselijk geweld te maken hebben of hebben gehad. Ook leden van de gemeenteraad zijn er zelf of van dichtbij getuige van geweest. Spreekster dankt een ieder die hier open over is geweest. Zij vindt dat ongelooflijk dapper. Met elkaar verkleint men het taboe dat hierop rust en gaat men naast of achter elk slachtoffer van geweld achter de voordeur staan. De heer Hamerslag dankt mevrouw Polat, mevrouw Beenhakker, mevrouw Van Dijk, mevrouw Bruggeman, mevrouw Zwang en mevrouw Biekman voor hun initiatief. Hij weet hoe belangrijk dit is, evenals de politieke aandacht. Het is goed dat de politiek in Schiedam laat zien dat zij dit een belangrijk onderwerp acht. Ook in sprekers jeugd hebben achter de voordeur dingen plaatsgevonden die niet hadden moeten plaatsvinden. Uiteindelijk kwam het pas goed op het moment dat het in de openbaarheid kwam en erover kon worden gesproken.
Toen kon aan oplossingen worden gewerkt. Spreker gunt dat iedereen die met huiselijk geweld te maken heeft. Dan past alleen de integrale aanpak die mevrouw Van Dijk noemde. Spreker is trots op dit initiatief. Hij realiseert zich dat veel moet gebeuren in de uitwerking. Niet alles kan in dit document worden samengevat en de professionals moeten aan de slag. Ook in het kader van zijn werk heeft hij te maken gehad met geweld achter de voordeur. PS steunt het voorstel dat mevrouw Polat, mevrouw Beenhakker en mevrouw Van Dijk de kerngroep gaan vormen maar de fractie roept hen op de hele raad erbij te betrekken. Spreker biedt aan er ook een rol in te spelen. Mevrouw Wilton begint haar betoog met het volgende citaat: “Wat is het moedigste dat je ooit hebt gezegd, vroeg de jongen. Help, antwoordde het paard.” Het citaat komt uit het kinderboek De jongen, de mol, de vos en het paard van Charlie Mackesy, vertaald door Arthur Japin. Dit is wat de VVD betreft waar het om draait. Spreekster heeft met belangstelling kennis genomen van de antwoorden van de initiatiefnemers en het college bij dit raadsvoorstel. Opnieuw complimenteert de VVD de initiatiefnemers met dit initiatief. De opzet van deze campagne is gestoeld op de twee uitgangspunten: bewustwording en initiatief bij inwoners en professionals en meer slachtoffers eerder in beeld en beter opgevangen en begeleid.
De VVD ziet natuurlijk het belang in van het voorgestelde verbetertraject tot verschillende aspecten, waarbij ook bij de beschermpartners wordt gezocht naar verbetermogelijkheden in samenwerking met en verbinding tussen zorg en veiligheid. Spreekster vraagt echter nadrukkelijk aandacht voor de medewerkers van de WOT’s. Alle meldingen aan veilig thuis worden doorgezet naar het lokale niveau. In Schiedam zijn dat de WOT’s. Ook voor alle voorbeelden van de initiatiefnemers, al die eerste meldingen, automatisch beoordeeld als niet acuut, is het dan de bedoeling dat bij de WOT’s de veiligheidsplannen worden gemaakt met de gezinnen en hun sociale context, de systemische benadering. In de
19
praktijk wordt echter op dat niveau handelingsverlegenheid geconstateerd. Professionals weten niet hoe zij het thema van huiselijk geweld en kindermishandeling kunnen en moeten bespreken om concrete afspraken rond veiligheid te kunnen maken. Training en ondersteuning van de professionals bij de WOT’s om deze problematiek te kunnen en durven bespreken is absoluut noodzakelijk om ervoor te zorgen dat de veiligheid van alle betrokkenen kan worden geborgd. Afname van geweld en mishandeling is onvoldoende. Het systemisch benoemen van de geweldsproblematiek in de gezinnen is een eerste stap om ervoor te zorgen dat het geweld ook daadwerkelijk stopt. De VVD vraagt de initiatiefnemers om in de plannen op te nemen, dat professionals op lokaal niveau worden getraind op de specifieke methodiek zoals die in alle Verwey-Jonker-rapportages naar voren komt, te weten de systemische cliëntbenadering. Deze methodiek heeft immers bewezen succesvol en algemeen aanvaard te zijn. Spreekster merkt op dat bij als topbeleidsprioriteit gesteld onderwerpen het van belang is dat de raad op de hoogte is van de werkwijze van alle organisaties die betrokken zijn bij alle vormen van huiselijk geweld en kindermishandeling. Alleen dan kan worden gewerkt aan een integrale aanpak waarin organisaties met elkaar en niet na elkaar werken.
Zij vraagt de initiatiefnemers om het komende jaar inzichtelijk te maken welke organisaties betrokken zijn, wat hun werkwijze is en hoe regie wordt gevoerd, opdat deze kennis kan worden geborgd in de raad en kan worden overgedragen aan nieuwe raadsleden. Het gaat hier immers niet om politiek maar om kennis van en begrip voor iedereen. Dergelijke rapportage zal dan ook de basis kunnen zijn voor een kadernota huiselijk geweld en kindermishandeling. Het verdient spreeksters voorkeur huiselijk geweld en kindermishandeling in een bredere context te plaatsen en niet te beperken tot de kadernota veiligheid. Het gaat immers niet alleen om veiligheid: het OM, Reclassering, VeiligThuis, Raad voor de kinderbescherming, Centrum Huiselijk Geweld en alle dwarsverbanden rondom veiligheid. Juist de WOT’s die altijd de regie en de verantwoordelijkheid hebben, zouden in hun eigen kadernota huiselijk geweld en kindermishandeling de focus kunnen krijgen die zij ook verdienen. Daarmee krijgen in de ogen van de VVD huiselijk geweld en kindermishandeling pas dan de topprioriteit die zo hartelijk wordt ondersteund door raad en college. De Voorzitter wijst mevrouw Wilton erop dat zij inmiddels door de spreektijd van haar fractie heen is en verzoekt haar af te ronden.
Mevrouw Wilton merkt op dat de stukken en de antwoorden erg laat waren en dat haar betoog in deze vergadering de enige mogelijkheid is om erop terug te komen. De Voorzitter zegt dat er zeven minuten spreektijd voor de VVD-fractie is, dat haar fractiegenoten daar ook al een deel van hebben gebruikt en verzoekt haar nogmaals haar betoog af te ronden. Mevrouw Wilton zegt dat het bij een politiek overstijgend onderwerp als huiselijk geweld en kindermishandeling van het grootste belang is dat het resultaat telt. Vertrouwen wekken bij de slachtoffers en hun omgeving om huiselijk geweld en kindermishandeling uit de taboesfeer te halen, is nu van wezenlijk belang, zodat zij de moeilijke en moedige stap durven te maken om om hulp te vragen teneinde de spiraal van huiselijk geweld te doorbreken. De medewerkers van de WOT’s hebben hierin in alle opzichten een sleutelrol. Zij hebben de regie, zijn laagdrempelig en daarmee ook het eerste aanspreekpunt en zouden juist daarom ook mede het gezicht in de bestrijding van huiselijk geweld kunnen worden. Slachtoffers en hun omgeving moeten het gevoel en het vertrouwen hebben dat zij gehoord, gezien en geholpen worden door dezelfde medewerkers van de WOT’s. De Voorzitter verzoekt mevrouw Wilton nogmaals af te ronden. Mevrouw Wilton heeft nog maar één zin.
De Voorzitter zegt dat mevrouw Wilton de indruk wekt dat zij nog geruime tijd door zal gaan en dringt erop aan dat zij zich conformeert aan de regels.
20
Mevrouw Wilton zegt dat de VVD van mening is dat raadsleden en sleutelfiguren uit Schiedam de bewustwordingscampagne niet alleen moeten voeren maar samen met alle lokale professionals, zoals huisartsen, docenten en de medewerkers van de WOT’s. Spreekster laat het hierbij. Ook de heer Ergin begint zijn betoog met het danken van mevrouw Polat, mevrouw Van Dijk, mevrouw Beenhakker, mevrouw Zwang, mevrouw Bruggeman en mevrouw Biekman voor het maken van dit initiatiefvoorstel. Hij acht het van groot belang dat raadsleden partij overstijgend met dit belangrijke onderwerp aan de slag gaan om ervoor te zorgen dat dit maatschappelijke probleem wordt aangepakt. Spreker is enigszins getriggerd door de discussie die in de commissie plaatsvond mede door de bijdrage van mevrouw Wilton. Hij erkent dat ieder raadsvoorstel kritisch moet worden bevraagd en dat goed moet worden gekeken naar de haalbaarheid en de effectiviteit. Hij vindt het echter heel frappant dat bij zo’n belangrijk onderwerp een reeks vragen wordt afgevuurd op de initiatiefnemers en dat bij iedere punt en komma talloze problemen en allerlei haken en ogen worden gezien. Voor DENK is dit voorstel al geslaagd als ook maar één geval van geweld achter de voordeur kan worden voorkomen en één kind, man of vrouw kan worden ondersteund en beschermd door de overheid en alle betrokkenen in de stad.
Hij vindt het prima dat raadsleden kritische vragen stellen en kanttekeningen plaatsen maar hij roept hen, in het bijzonder mevrouw Wilton, op dit voorstel te steunen dat zo belangrijk is voor veel mensen in de stad. De heer Lepidis zegt dat geweld achter de voordeur een groot probleem is in Schiedam. Juist omdat het zich achter de voordeur afspeelt in een omgeving waar je je veilig behoort te voelen, is het voor veel slachtoffers een eenzame lijdensweg. Het creëren van bewustwording is naar hij betoogt cruciaal voor het uit de taboesfeer halen van dit onderwerp en een belangrijke stap hierin is het vertellen van de verhalen van slachtoffers, verhalen zoals die waarmee de indieners van het initiatiefvoorstel de raadsleden hebben geconfronteerd en die een realiteit zijn voor de mensen die er centraal in staan. Juist door het vertellen van zulke verhalen creëer je bewustwording en maak je het probleem bespreekbaar. Sprekers fractie onderkent de ernst van geweld achter de voordeur en het belang van de inzet die het initiatiefvoorstel beoogt. Hij maakt de indieners zijn complimenten voor hun inzet op dit dossier. De heer Reuderink stelt vast dat onderhavige materie wel een politieke maar geen partijpolitieke zaak is. Nadrukkelijk complimenteert hij de indieners, niet het minst vanwege de speciale manier waarop zij deze de vorige keer hebben gepresenteerd.
Hij is wellicht milder in zijn oordeel dan de heer Ergin maar hij is bang dat een aantal mensen zozeer hun best doen om het voorstel nog beter te maken dat de indruk ontstaat dat het voorstel niet breed wordt gedragen. De goedbedoelde suggesties kunnen beter later worden gedaan. Hij kan zich niet voorstellen dat iemand in de raad tegen het initiatiefvoorstel zal stemmen, hoe fijn hij tegenstemmen als regel ook vindt. Naar hij vertrouwt zal niemand het zijn fractie kwalijk nemen dat zij er van harte voor zal stemmen. De Voorzitter zal dat zeker niet doen. De heer Karens wil niet verhelen dat het hem een beetje deugd doet dat hij zich op dit onderwerp volmondig kan aansluiten bij de heer Reuderink. Ook hij dankt de indieners voor het voorstel, alsmede de raadsleden die in reactie daarop hun eigen ervaringen hebben gedeeld. Hij weet eveneens uit ervaring hoe moeilijk het is om over dit soort onderwerpen te praten, bewustwording te creëren en deze onderwerpen uit de taboesfeer te halen, essentieel voor het oplossen van het probleem. Spreker uit zijn verbazing over de ongetwijfeld goed bedoelde inbreng van mevrouw Wilton, die op sommige punten zo gedetailleerd en beleidsmatig is dat hij voorbijgaat aan het doel en de opzet van het raadsvoorstel. Hij doet de oproep raadsbreed het voorstel aan te nemen. Bij de uitvoering is er genoeg ruimte om praktische verbeteringen mee te geven.
21
De heer Van Sliedregt is heel erg blij met dit voorstel en onderschrijft de complimenten voor de initiatiefnemers, niet alleen wegens het onderwerp maar ook gezien het feit dat voor de tweede keer in deze raadsperiode een initiatief vanuit de raad komt. De raad moet niet alleen wachten op voorstellen van het college maar ook zelf zaken aanpakken. Wat betreft de bijdrage van de VVD sluit spreker zich aan bij vorige sprekers. Mevrouw Post steunt dit voorstel natuurlijk en zij complimenteert de indiensters. Zij biedt haar verontschuldigingen aan voor het feit dat zij wegens hoofdpijn de commissievergadering moest verlaten. Zij spreekt de hoop uit dat heel de Schiedamse samenleving zich achter dit initiatief schaart en dat er niet zodanig over wordt gesproken dat slachtoffers daders worden. Mevrouw Van Aaken complimenteert de initiatiefnemers ook met hun voorstel en de indrukwekkende manier waarop zij zich in de commissie hebben gepresenteerd. Wat dit thema betreft staat men in de commissie schouder aan schouder en nagegaan moet worden hoe men samen kan optrekken op dit belangrijke thema. Spreekster zegt dat de commissie op dit stuk al langer achter het college staat.
Zij herinnert eraan dat raadsbreed een motie is aangenomen die ertoe strekte de integrale verbinding tussen veiligheid en het sociaal domein te verstevigen en het college ziet het voorstel dan ook als ondersteuning en aanzet voor een coproductie van raad en college. Spreekster acht de integrale verbinding die wordt gezocht erg belangrijk en herinnert eraan dat Schiedam op dit vlak al mooie stappen heeft gezet, zoals ook blijkt uit het initiatiefvoorstel. Belangrijk in dat verband zijn de stappen die nu in de uitvoering worden gezet, waarbij de laatste ontwikkeling de persoonsgerichte aanpak is, waarbij in teams wordt gewerkt aan het verbinden van de partners. De Voorzitter zal zo dadelijk aangeven wat belangrijke momenten voor de raad zijn om een bijdrage te leveren. Ook is het college voortdurend bezig met het geven van invulling aan de MVS Jeugdhulpregio. Veiligheid zal daarin zeker een belangrijk thema worden. De VVD merkt volkomen terecht op dat de wijkteams daarin een heel belangrijke rol zullen moeten spelen. In de komende periode zal over de vormgeving daarvan het gesprek moeten worden gevoerd. Spreekster herinnert eraan dat MVS heeft bijgedragen aan de regiovisie Geweld hoort nergens thuis. Daar komt ook nog een uitvoering op, waarvan Vlaardingen voor MVS de trekker is.
Daaraan zal in de loop van dit jaar invulling worden gegeven zodat duidelijk wordt wat het in de praktijk betekent. Het lijkt spreekster verstandig Vlaardingen bij de uitwerking van het initiatief te betrekken. De Voorzitter heeft de initiatiefnemers aangeboden om als beslispunt op te nemen dat huiselijk geweld een topbeleidsprioriteit wordt. Eigenlijk is het dat al voor het college maar in het nieuwe veiligheidsplan wordt het dat zeker ook. Het is niet alleen veiligheidsbeleid maar de veiligheidsnota komt dit voorjaar op tafel. De sociale visiedocumenten zien waarschijnlijk daarop aansluitend het licht. Spreker heeft daarover een goed gesprek gehad met de initiatiefnemers, wier wens het is de opbrengsten van het bewustwordingstraject dat nog dit jaar van start gaat in de uitvoering van het beleid mee te nemen. Er zal goed worden ingezet op het stellen van criteria, uitgangspunten en kaders in het kader van het integrale veiligheidsbeleid. Afgesproken is dat het uitvoeringsplan dat zich over sociale veiligheid zal uitstrekken wordt aangehouden tot het najaar als de opbrengsten van de bewustwording beschikbaar zijn. Spreker zegt dat er geen kadernota huiselijk geweld en kindermishandeling zal worden gemaakt. Schiedam heeft namelijk al een aantal jaren geleden besloten geen facetbeleid in nota’s op te nemen maar het in integrale nota’s te verwerken.
Wel zal– daarmee komt hij indirect tegemoet aan de wens van mevrouw Wilton en de initiatiefnemers –in de kadernota veiligheid en waarschijnlijk ook in de sociale visie een deelnota sociale veiligheid worden opgenomen. Daarin komen centraal te staan de persoonsgebonden aanpak, waarmee Schiedam al behoorlijk voortvarend aan de gang is, en de problematiek van de verwarde personen maar vooral ook huiselijk geweld. Tevens komt aan de orde de Schiedamse positie in de richting van het veiligheidshuis. Zoals in
22
de beslispunten 5 en 6 is opgenomen zullen voor de sociale veiligheid een uitvoeringsplan en een voortgangsrapportage worden aangeboden. Mevrouw Zwang dankt alle partijen die zoveel waardering voor de initiatiefnemers hebben uitgesproken. Het initiatief was partij overstijgend en de initiatiefnemers hebben ook afgesproken dat zij rond dit thema geen politiek wilden bedrijven. Het onderwerp is daarvoor te groot en te belangrijk en vergt dat men schouder aan schouder staat. Spreekster vindt de persoonlijke verhalen heel mooi en stoer en vindt het dapper wat collega’s hier durven te zeggen. Naar spreekster opmerkt is de kern van het plan de combinatie van zorg en veiligheid. Je kunt het probleem niet oplossen met zorg noch vanuit veiligheid. Je kunt het alleen doen vanuit samenwerking. Geweld achter de voordeur heeft vele gezichten, zoals ook naar voren kwam in de introductie. Waren er tien initiatiefnemers geweest, dan hadden zij tien verschillende typen kunnen noemen. In die zin was de introductie niet volledig, wat haar complex maakt. Daardoor is bewustwording belangrijk. Iedereen die bij Albert Heijn iemand met een blauw oog tegenkomt die zegt dat het komt doordat zij tegen een keukenkastje is gelopen vraagt zich af of dat de echte reden is maar er zijn veel meer en veel subtielere vormen van geweld.
Bij bewustwording voor de professionals gaat het om het herkennen van de signalen. Ook voor sleutelfiguren in de straat, moeders die elkaar ontmoeten in de speeltuin, ouderen die samen koffiedrinken op de soos zijn bewustwording van het feit dat het gebeurt en het vermogen geweld te signaleren alsmede inzicht in wat men kan doen echter belangrijk. Hoe eerder het gebeurt, hoe minder professionele hulp nodig is en hoe minder professionele trajecten moeten worden ingezet. Spreekster realiseert zich dat dit idealistisch klinkt maar zij wil ook idealistisch blijven, in de overtuiging dat men met elkaar Schiedam een beetje mooier kan maken, ook als het gaat om geweld achter de voordeur. Aan het adres van mevrouw Wilton merkt spreekster op dat zij niet per se met een filmpje de stad door wil gaan om het onderwerp bespreekbaar te maken. Zij wil dat Schiedammers bij wie het geweld plaatsvindt iemand zien die hun, gelet op diens ervaringen en de vrijmoedigheid waarmee deze erover spreekt, de moed schenken om ook naar buiten te treden. Het moeten daarom vooral Schiedammers zijn die vertrouwen weten te wekken bij de Schiedammer. Het kunnen de huisarts, sleutelfiguren of professionals zijn maar ook buurtbewoners. Als het gaat om de partijen, hun werkwijze en de vraag wie de regie heeft wordt mevrouw Wilton op haar wenken bediend. Aan het einde van het jaar verschijnt een plan.
Wat betreft de scholing van de WOT’s is spreekster het niet helemaal met mevrouw Wilton eens. Natuurlijk moeten de WOT’s geschoold worden maar naar haar mening moeten alle Schiedammers die een rol spelen bij de ondersteuning van het bestrijden van geweld achter de voordeur op enig moment scholing krijgen. Het lijkt haar beter hier thans niet te bedenken welke scholing dat zou moeten zijn maar daarover van gedachten te wisselen in de gesprekken die met alle partners in de stad zullen worden gevoerd. Dan kan ook naar voren komen waaraan men behoefte heeft, aangezien maatwerk het sleutelwoord is. Spreekster zal de laatste zijn om te ontkennen dat er professionals zijn bij het WOT maar zij noemt ook de leerkrachten, verpleegkundigen, huisartsen en opbouwwerkers, die deze gesprekken al jaren voeren. Bij de voorbereiding herinnerde zij zich hoe een jongetje met een bloedend oor de klas binnenkwam waar zij toen als 20-jarige invaljuf voor stond. Zij wist niet dat je een oorlelletje los kon trekken als je er hard aan trok, evenmin dat ouders zoiets bij kinderen deden en ook niet wat je tegen zo’n jongetje moest zeggen. Toen zij 12 jaar later in het onderwijs stopte, wist zij wel hoe zij daarover het gesprek met ouders moest voeren. Zoals de heer Hamerslag aangaf is de oplossing er als het bespreekbaar is.
Er moet worden gewaakt voor namen en shamen maar je moet in alle situaties in gezinnen het gesprek blijven voeren en daarvoor is training nodig. Ondanks de kritische vragen van mevrouw Wilton bespeurt spreekster bij haar betrokkenheid bij de zorg om de Schiedammers die zich in zo’n situatie bevinden en om hulp fluisteren of schreeuwen. De vergadering wordt enige ogenblikken geschorst.
23
Volgens de heer Hamerslag sprak uit de woorden van mevrouw Wilton een ongelooflijke passie voor deze kwestie. Dat waardeert hij zeer. Ook zij is volgens hem voorstander van een integrale aanpak, een kadernota en goede scholing voor alle professionals en wat dat betreft is haar oproep een heel goede, in de richting van de WOT’s, maar ook breder. Mevrouw Wilton dankt de heer Hamerslag voor diens woorden. De Voorzitter brengt het initiatiefvoorstel in stemming en constateert dat het met algemene stemmen is aangenomen. Spreker complimenteert de initiatiefnemers en de raad met dit mooie resultaat maar wijst erop dat dit slechts het begin is en dat er nog veel moet gebeuren. 16. Terugkoppeling uit besturen van gemeenschappelijke regelingen Dit agendapunt heeft geen inhoud. 17. Verzoek van de heer M.R. Reuderink tot het houden van een interpellatie inzake de opgave huisvesting vergunninghouders De Voorzitter meldt dat de inleiding van de heer Reuderink niet meetelt voor zijn spreektijd. Eerst krijgt de initiatiefnemer het woord. Daarna reageert het college, waarna de leden in één termijn de gelegenheid krijgen om hun mening te geven. Vervolgens reageren de initiatiefnemer en het college, waarna het debat wordt gesloten. De heer Reuderink heeft gekozen voor een interpellatiedebat, omdat hij een discussie met de burgemeester en wethouder Minhas wil over hun reactie op deze kwestie.
De OPS heeft in januari 2020 een motie ingediend, waarin het college werd verzocht de prioriteit van statushouders voorlopig op te heffen. De heer Karens noemde de redengeving daarvoor schandalig. De heer Ergin vond het een flutmotie en spreker maar een miezerig mannetje. Dat zei hij overigens buiten de vergadering. Spreker begrijpt dat vanuit het politieke perspectief van die partijen. Als je in de politiek zit, moet je kunnen incasseren. De fractie heeft evenwel problemen met de brief d.d. 9 december 2020 van het Samenwerkingsverband Wonen Regio Rotterdam aan de minister, die via de gemeente Vlaardingen binnenkwam, met als onderwerp: opgave huisvesting vergunninghouders. De strekking van de brief is dat de gemeenten die in dit Samenwerkingsverband participeren, ook Schiedam, een enorme druk ervaren op de sociale woningmarkt en dat die ontwikkeling een negatieve uitwerking heeft op het maatschappelijk draagvlak voor de huisvesting van vergunninghouders. In de voorgestelde maatregelen in de brief aan de minister staat dat er bij de verdeling van de taakstelling vergunninghouders over de gemeenten en regio’s rekening moet worden gehouden met de druk op de woningmarkt, vooral met de onmogelijkheden van de corporatiesector, en dat de minister naar andere mogelijkheden moet kijken.
Hiermee heeft het college het gestelde in de motie van de OPS min of meer omarmd maar hoe verhoudt dit zich met de opmerking van wethouder Minhas over de motie dat het college zich er niet voor moet lenen om discriminatie op de woningmarkt toe te passen? En wat te denken van het gestelde door de voorzitter over de motie dat hij zich graag aansluit bij de constatering dat er discriminerende elementen in de motie zitten? Uiteraard hecht ook de OPS heel erg aan vrije meningsuiting, maar spreker vindt het vreemd dat er naderhand, via de gemeente Vlaardingen, een brief binnenkomt waarin Schiedam, als participant in het Samenwerkingsverband Wonen Regio Rijnmond, min of meer terugkomt op de eerdere opmerkingen over de motie. Het is van tweeën één: of het college heeft zich vergist, in die zin dat het nu vindt dat de motie van de OPS achteraf toch niet zo discriminerend was en dat de OPS misschien toch een punt had, of de brief van het Samenwerkingsverband is niet namens Schiedam geschreven. Dan moet het college door middel van een vlammend schriftelijk protest tegen discriminatie aangeven in de richting van de minister dat het de brief van het Samenwerkingsverband
24
niet onderschrijft. Hoe verhouden de uitspraken van de burgemeester en wethouder Minhas tijdens de raadsvergadering van 28 januari 2020 zich tot de brief van het Samenwerkingsverband? De heer Minhas heeft slecht nieuws voor de heer Reuderink, want het standpunt van het college van januari 2020, ook zijn eigen standpunt, is niet gewijzigd. Wat betreft de brief van het Samenwerkingsorgaan gaat het om begrijpend lezen, maar dat is blijkbaar niet weggelegd voor de heer Reuderink. De motie van de OPS, ingediend op 28 januari 2020, bevat volgens het college nog steeds discriminerende elementen. In de overwegingen van de motie staat onder andere dat de toebedeling van corporatiewoningen aan statushouders (asielverleenden) de al bestaande woningnood verder versterkt. De groep statushouders is echter slechts één groep uit de groep urgenten, die veel groter is. Vervolgens wordt het college verzocht om de aanpak van de woningnood onder Schiedammers met een binding met de stad zo snel mogelijk prioriteit te geven -- maar dan wordt een bepaalde groep voorgetrokken -- en te zoeken naar kortetermijnoplossingen, zoals het tijdelijk stoppen met de toebedeling van sociale huurwoningen aan statushouders. Het college vindt dat een discriminerend element.
Als je de brief van het Samenwerkingsverband goed leest, waarvoor je dus begrijpend moet kunnen lezen, is die veel breder dan de heer Reuderink suggereert. In de brief staat onder andere: “De huisvesting van de genoemde aandachtsgroepen” -- het gaat dus om veel meer dan alleen de statushouders – “in combinatie met de druk op de (sociale) woningmarkt zorgt ervoor dat steeds minder woningzoekenden een betaalbare woning kunnen vinden. Deze ontwikkeling heeft een negatieve uitwerking op het maatschappelijk draagvlak voor de huisvesting van vergunninghouders, vluchtelingen, arbeidsmigranten en andere specifieke doelgroepen.” Die andere specifieke doelgroepen hebben betrekking op bijvoorbeeld mensen die uit een instelling doorstromen, mensen die uit de gevangenis komen, mensen die behoren tot de groep urgenten, en mensen van zorginstellingen. Het gaat dus om veel meer groepen dan alleen de groep waarover de OPS het in de motie heeft, namelijk statushouders. De bedoeling van de brief van het Samenwerkingsverband is om de groep als het ware groter te maken, waardoor de opdracht van de minister aan de gemeenten en de urgentie ervan worden benadrukt. In die zin is er geen sprake van een discriminerend element in de brief.
Daarom wordt aan de minister van BZK voorgesteld: “… in de verdeling van de taakstelling van vergunninghouders over de gemeenten en regio’s rekening te houden met de druk op de woningmarkt en vooral met de (on)mogelijkheden van de corporatiesector.” De gemeente Vlaardingen heeft de brief actief met de raad gedeeld, omdat zij een verdubbeling zag aankomen, waardoor de opgave voor die gemeente nog zwaarder zou worden. De Voorzitter constateert dat de heer Reuderink hem aanspreekt in zijn rol als raadsvoorzitter. In het debat van januari 2020 heeft spreker de conclusie van het college als raadsvoorzitter samengevat en aangegeven dat hij herkende wat de woordvoerder namens het college over de motie had gezegd. Het lijkt hem dus dat de heer Reuderink het debat met het college moet voeren en niet met de raadsvoorzitter. Overigens hebben de voorzitters van de diverse samenwerkingsverbanden de brief aan de ministers gestuurd. De heer Karens sluit zich aan bij het gestelde door wethouder Minhas. Dit is inderdaad een gevalletje van niet begrijpend lezen van de kant van de heer Reuderink. De motie die in januari 2020 door de OPS is ingediend, was een racistische motie, omdat één specifieke groep daardoor de urgentie zou verliezen. De brief van de regio gaat over meer groepen.
De brief is dus veel breder en gaat over de zorg dat de gemeenten niet voldoende huisvesting voor de verschillende groepen kunnen regelen. Als de heer Reuderink dat verschil niet wil zien, toont dat aan dat de kwalificatie van de heer Ergin destijds terecht was. De heer Ergin blijft van mening dat de motie van de OPS een flutmotie was. Hij gaat verder niet in op de kwalificaties die hij destijds in de richting van de heer Reuderink heeft gebruikt, al dan niet buiten de orde van de vergadering. De heer
25
Reuderink legt vaker verbanden die er niet zijn en maakt vaker gebruik van bepaalde aannames. Spreker heeft nog wel een vraag over de brief van het Samenwerkingsverband. Een van de voorgestelde maatregelen op korte termijn is om bij de verdeling van de taakstelling van vergunninghouders over de gemeenten en regio’s rekening te houden met de druk op de woningmarkt en vooral met de (on)mogelijkheden van de corporatiesector. Wil dat zeggen dat de toename van de taakstelling richting vergunninghouders moet worden verminderd? Als dat het geval is, heeft de heer Reuderink helaas gelijk, want dan leidt de brief er wellicht toe dat de taakstelling richting vergunninghouders wordt verminderd. De heer Maris onderschrijft de beantwoording van het college volledig. Hij vindt het bijzonder jammer dat Facebookgebruiker Reuderink en raadslid Reuderink steeds meer verweven raken. Spreker hoopt dat de heer Reuderink zich in de raad vooral gedraagt als raadslid en niet als Facebookgebruiker. Mevrouw Rotteveel herinnert eraan dat LOS het college al vanaf 2018 om alternatieve woonvormen heeft verzocht, om op die manier een eind te maken aan de urgentie voor statushouders, maar tot op heden zijn die woonvormen er nog niet. Schiedam heeft voor de eerste helft van 2021 een taakstelling statushouders gekregen van 62 personen.
Dat is een ruime verdubbeling ten opzichte van 2020, en dus ook een ruime verdubbeling van het aantal benodigde sociale huurwoningen. Bij de taakstelling voor de tweede helft van dit jaar gaat het volgens de wethouder om meer dan 62 personen. De nareizigers komen daar ook nog eens bij. De gemeente Vlaardingen krijgt blijkbaar te maken met een verdubbeling, maar Schiedam dus ook. De heer Maris vraagt of die alternatieve woonvormen alleen voor statushouders zijn bedoeld, of ook voor starters en andere Schiedammers? Mevrouw Rotteveel heeft die vraag al eerder beantwoord: het gaat om alternatieve woonruimte voor statushouders. Wat de heer Maris betreft is dat ook discriminerend. De heer Reuderink wist dat dit onderwerp ingewikkeld ligt. Daarom heeft hij van tevoren nagedacht over hoe het college zich uit deze verloren stelling zou kunnen kletsen. Overigens maakt de heer Minhas het probleem groter, want het gaat blijkbaar niet alleen om statushouders, maar ook om arbeidsmigranten. Op die manier probeert de wethouder de kwestie te bagatelliseren, maar het is wat het is. Als je de brief serieus leest, moet je ook naar de samenhang kijken en dan weet iedereen waar het over gaat. Spreker constateert overigens dat de hypocrisie van met name de heer Karens nog groter is dan zijn al dan niet gespeelde verontwaardiging de vorige keer.
Als je serieus stelt, de brief gelezen hebbend, dat er niet staat wat spreker aangeeft, is dat jammer maar wel vreemd. De heer Karens vraagt of de heer Reuderink het verschil ziet tussen het vragen om de urgentie van één groep af te schaffen en het in de brief benoemen van onder andere dak- en thuislozen en andere urgente groepen. De heer Reuderink bevestigt dat. Hij heeft zelfs van de wethouder begrepen dat het ook gaat om de groep arbeidsmigranten. De kwestie wordt dus groter gemaakt en daarom wordt de suggestie gewekt dat het kleiner is. Dat is een slappe redenering. Dan kun je beter zeggen dat je je vergist hebt en dat de druk qua taakstelling inmiddels zo groot is dat er een andere keus moet worden gemaakt. Daar kan spreker zich alles bij voorstellen. Overigens maakte de raadsvoorzitter zich wat gemakkelijk van de kwestie af met de opmerking dat hij het gestelde door het college alleen maar heeft samengevat. De heer Karens vindt dit een reactie à la Hugo de Jonge, om geen antwoord te hoeven geven. De heer Reuderink ziet het onderscheid tussen één groep en meer groepen dus wel, maar dan moet hij ook begrijpen dat de oproep om één groep anders te
26
behandelen discriminerend is, terwijl dat niet het geval is als je het probleem van meer groepen aankaart. Dat is de kern van de discussie. De heer Reuderink bewijst hiermee dat zijn motie een discriminerende motie is maar is te laf om dat toe te geven. De heer Reuderink herhaalt dat de heer Karens hypocriet is. Als je de brief goed leest, is duidelijk waarover het gaat. Als je dat niet ziet, als je niet begrijpend kunt lezen, is dat prima maar het laat wel het niveau van raad en college zien. De heer Minhas verduidelijkt dat de brief van het samenwerkingsorgaan over het naar beneden bijstellen van de taakstelling niet alleen gericht is aan de staatssecretaris voor Asielzaken, maar ook aan de minister van Binnenlandse Zaken, die over de woningbouwopgave gaat. Het is uiteindelijk een vraag om hulp. Als je een bepaald aantal statushouders wilt huisvesten, moet je ook nadenken over de verdeling over de diverse gemeenten. Dan moet je niet alleen kijken naar het inwonertal van gemeenten maar ook naar de spreiding over het land en het aantal sociale corporatiewoningen dat beschikbaar is. Daarnaast gaat het om de middelen die daarvoor beschikbaar worden gesteld. Die samenhang is in de brief aangebracht. De taakstelling voor dit jaar is inderdaad verdubbeld, maar er is al rekening gehouden met het aantal nareizigers. Dat zit dus al in die 62.
Vorig jaar ging het om 120 personen, inclusief nareizigers, maar toen moest er nog een achterstand worden ingelopen. Die is inmiddels ingehaald. Nu wordt op instigatie van de raad vooral gekeken naar het realiseren van flexwoningen, tijdelijke huisvesting dus, waarin sociale doelgroepen kunnen worden gehuisvest. Dat zijn niet per se containerwoningen, tijdelijke hokken of heel sobere woningen. Het gaat vooral om aantallen, zodat de druk kan worden verlicht. Overigens zijn statushouders hier niet tijdelijk. Wat dit betreft komt er een permanente vraag op de gemeente af. Met de brief van het Samenwerkingsverband wordt al met al geprobeerd richting het Rijk aan te geven dat er meer op de gemeente afkomt dan alleen de opgave statushouders. Het gaat ook om arbeidsmigranten en andere doelgroepen, wat dus niet staat niet in de brief van de heer Reuderink. Mevrouw Rotteveel is verbaasd dat de nareizigers in het aantal van 62 zitten, omdat de wethouder tegen haar zei dat dit niet het geval was. Volgens de heer Minhas is er vooralsnog sprake van een taakstelling van 62 voor het eerste halfjaar. De taakstelling voor het tweede halfjaar is nog onbekend, maar de nareizigers tellen mee voor de huisvesting. Spreker verwacht wel dat de taakstelling voor het tweede halfjaar groter is. De Voorzitter merkt ten slotte op dat hij voorzitter van de raad is.
Als de raadsvoorzitter samenvat wat het college vindt en wat het gevoelen binnen de raad is, moet de heer Reuderink daar geen persoonlijke kwestie van maken. Het college spreekt wat deze kwestie betreft bij monde van wethouder Minhas. 18. Verzoek van de heer M.R. Reuderink om nadere inlichtingen n.a.v. de beantwoording van schriftelijke vragen door het college van 20 januari 2021 inzake de ontwikkeling van het schoolgebouw aan de Iepenlaan De Voorzitter geeft de heer Reuderink de gelegenheid om vier aanvullende vragen aan het college te stellen. De heer Reuderink stelt de vragen ook namens LOS en de PvdA. Hij gaat ervan uit dat toezeggingen van een vorig college, ook als die in 2011 zijn gedaan, ook gelden voor het huidige college. Spreker verwijst verder naar een brief van voormalig wethouder Van Oosten van 14 december 2011, waarin deze nadrukkelijk aangeeft de toezeggingen na te komen en de kwestie aan de raad voor te leggen. Er is dus heel veel reden om deze kwestie alsnog aan de raad voor te leggen en haar niet als een collegebevoegdheid te zien, ook al ligt er geen Meerjarenhuisvestingsplan. Daarom stelt de fractie van de OPS de volgende vragen aan het college:
27
1. Is het college het met de OPS eens dat het beslispunt 5 van het raadsbesluit Verbeterplan Vastgoed (met uitzondering van de 47 op korte termijn te verkopen panden en het ontwikkelvastgoed eerst het MeerJarenHuisvestingsPlan (MJHP) 2013 en verder vast te stellen voordat tot besluitvorming tot verkoop van vastgoed wordt overgegaan;) tot gevolg heeft dat er geen panden kunnen worden verkocht voordat het MJHP er ligt óf voordat de raad dit besluit ongedaan heeft gemaakt? 2. Is het college het met de OPS eens dat op basis van artikel 169, vierde lid, Gemeentewet (Zij geven de raad vooraf inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder e, f, g en h, indien de raad daarom verzoekt of indien de uitoefening ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente. In het laatste geval neemt het college geen besluit dan nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.) ook voor de Iepenlaan een wensen- en bedenkingenprocedure gevolgd had moeten worden? Hier heeft de raad in december 2011 immers om verzocht en daarnaast heeft de verkoop en herontwikkeling ingrijpende gevolgen voor de gemeente, c.q. de structuur van de wijk Tuindorp/Kethel. 3.
Het college schrijft: “Bij het vaststellen van de Woonvisie heeft de gemeenteraad dus ook ingestemd met de realisatie van seniorenwoningen op de Iepenlaan.” Moet de OPS hieruit opmaken dat er nu ook door de raad definitief is besloten over alle andere projecten genoemd in de Woonvisie? Op deze manier wordt die visie wel heel erg breed uitgelegd. Meent het college wat dat betreft zorgvuldig te hebben gehandeld? 4. Is het college nog steeds van mening zorgvuldig te hebben gehandeld, nu eenzijdig een raadsbesluit uit 2011 niet is uitgevoerd en er blijkbaar geen aandacht is geweest voor de bepalingen in de Gemeentewet? Ook volgens wethouder Ooijevaar is de raad het hoogste orgaan, dus niet alleen naar de letter maar ook naar de geest van de wet- en regelgeving moet de raad hierbij worden betrokken. De heer Minhas antwoordt op de eerste vraag of het college het met de heer Reuderink eens is dat de raad, gelet op het besluit uit 2011, voor de verkoop van het voormalige schoolgebouw aan de Iepenlaan in de wensen- en bedenkingenprocedure had moeten worden betrokken ontkennend. De wensen- en bedenkingenprocedure betrof namelijk een besluit uit 2011 over de verkoop van 47 panden, waarin Iepenlaan 45 niet was begrepen. Daardoor behoefde het besluit tot verkoop van dit pand niet aan de gemeenteraad te worden voorgelegd.
In antwoord op de vraag of het college niet van mening is dat er meer had moeten gebeuren op het stuk van de communicatie merkt spreker op, dat het college uitvoerig met de raad heeft gecommuniceerd in de beantwoording van de schriftelijke vragen die door onder andere de OPS zijn gesteld. Het verbaast hem dat een van de vragen, die mede door de PvdA zijn ingediend, letterlijk luidde: waarom moest de gemeenteraad vanuit de media over deze ontwikkeling vernemen. Het college heeft de raad vorig jaar een brief gestuurd over de ontwikkeling nadat de ruimtelijke kaders waren vastgesteld. Bij de vaststelling van de Woonvisie heeft spreker uitvoerig met de heer Badri gediscussieerd over het voornemen hier seniorenwoningen te realiseren. Bij de vaststelling van de Woonvisie was de heer Reuderink trouwens niet aanwezig. Diens partij heeft tegen de Woonvisie gestemd maar dat neemt niet weg dat hij had kunnen weten dat het college voornemens was hier seniorenwoningen te realiseren. Er is dus sprake van een besluit met een expliciet voornemen. De heer Reuderink zegt dat in de Woonvisie sprake is van één kaartje betreffende de Iepenlaan en hij kan zich niet voorstellen dat dat voldoende basis is voor besluitvorming. Zoals al eerder is geconstateerd lopen in Schiedam visies en besluitvorming wel eens door elkaar maar hij vindt deze redenering van de wethouder niet erg sterk.
De heer Minhas zegt dat het niet alleen om het kaartje gaat. De verbazing van de heer Reuderink over het feit dat hij van niets wist verbaast spreker op zijn beurt. Het stond in de Woonvisie en bij de behandeling van dat document heeft er een levendige discussie over plaatsgevonden. Als de heer Reuderink de stukken die aan de raad zijn
28
gestuurd over het project Kans in de stad had bijgehouden, had deze er veel eerder van kunnen weten. Bij het vaststellen van de Woonvisie is niet expliciet het besluit genomen. Komt er een plan naar voren, dan volgt een bestemmingsplanprocedure waarin ook de gemeenteraad zijn zegje kan doen. Wat betreft het volgen van de Gemeentewet is het college van mening dat het hierin zorgvuldig heeft gehandeld. Spreker memoreert dat mevrouw De Vries in een stemverklaring bij het MPV Vastgoed een opmerking heeft gemaakt over het betrekken van de omgeving bij het vaststellen van de ruimtelijke kaders. Hij vindt het een heel goede suggestie om bij vervolgprojecten breed aan participatie te doen. Het lijkt hem nuttiger dan het stellen van een lading aan vragen die ook nog herhaald worden. De heer Reuderink is verbaasd dat de heer Minhas verbaasd is, wat weer tot een soort van Droste-effect leidt. Het feit dat de heer Badri, die kennelijk een levendige discussie heeft gehad met de wethouder, de vragen mede heeft ingediend zegt toch ook wel iets. Er is dus zeker reden voor sprekers verbazing. Spreker concludeert dat de wethouder toch al van zijn schreden terugkeert. Inmiddels zijn drie projectontwikkelaars bezig die een deadline hebben gekregen, naar hij meent 15 januari. Naar hij begrijpt vielen die ook van hun stoel vanwege het feit dat het allemaal prematuur was.
Er is kennelijk alom verbazing. De Voorzitter wijst erop dat de heer Reuderink aan het slot van het debat nog gelegenheid krijgt een betoog te houden en dat eerst de raad aan het woord kan komen. Mevrouw Rotteveel merkt op dat het college in antwoord op de laatste vraag, zegt zich te realiseren dat een verandering in de bestaande leefomgeving impact heeft op een buurt. Juist daarom is het belangrijk om na de selectie van de marktpartijen met de omwonenden in gesprek te blijven. De bewoners zijn echter maar minimaal op de hoogte gebracht van de plannen en van inspraak van de bewoners of de bewonersvereniging is al helemaal geen sprake. Spreekster vraagt waarom niet wordt geluisterd naar de fantastische oplossingen die de bewoners aandragen. Mevrouw De Vries heeft begrepen dat de marktpartij moet gaan participeren met de bewoners en zij vraagt wat de gemeente gaat doen als zij er met de marktpartij niet uitkomen. Beschermt zij dan de bewoners, gaat zij op zoek naar een nieuwe marktpartij of kiest zij voor de marktpartij? Spreekster vindt het prettig te horen dat de wethouder haar advies bij het meerjarenperspectief vastgoed ter harte heeft genomen. Het lijkt haar goed zo te handelen bij vergelijkbare projecten in de toekomst, want er moet anders worden geparticipeerd. De heer Ergin beaamt wat betreft het correct informeren van de gemeenteraad dat er informatie is gedeeld.
DENK heeft contact gehad met de belanghebbenden die actief zijn rond de school. Naar hij heeft begrepen hebben zij van een vorig college de toezegging gekregen, dat zal worden gezocht naar een alternatieve locatie als wordt overgegaan tot sloop. Hij is benieuwd wat precies is afgesproken en vraagt op welke manier het college zich houdt aan de eerdere toezeggingen. Mevrouw Zwang geeft toe dat de heer Badri bij de bespreking van de Woonvisie over dit onderwerp uitgebreid van gedachten heeft gewisseld met de wethouder. De PvdA gaat er evenwel van uit dat er na de Woonvisie een uitvoeringsplan aan de raad wordt voorgelegd. De heer Badri heeft gesproken over een verkenning maar ging er daarbij niet van uit dat na de vaststelling van de Woonvisie projectontwikkelaars met zevenmijlslaarzen door de wijk zouden stampen en hun kammetjes (?) zouden neerzetten. Spreekster sluit zich aan bij de woorden van mevrouw De Vries en zegt dat niet is gekeken wat voor wijk het is en dat er evenmin is gesproken met de bewoners. Daar reageren de indieners van de vragen op. De heer Karens dankt de wethouder voor diens beantwoording. Hij vraagt wanneer de bewoners van deze wijk zijn geïnformeerd over het ruimtelijk kader. Aan
29
mevrouw De Vries vraagt hij of in haar visie participatie betekent dat bewoners moeten bepalen wat er komt en dat iets niet moet gebeuren als zij het er niet mee eens zijn. Dat lijkt hem een nogal ver gaande uitspraak. Mevrouw De Vries vindt het heel gemakkelijk van de gemeente om te zeggen dat de marktpartijen het maar moeten uitzoeken met de bewoners. Hoe gaat dat dan? Komen de bewoners er met de marktpartijen niet uit, dan rijst de vraag of de gemeente hen er maar mee laat zitten. Naar zij betoogt is een marktpartij altijd veel mondiger en sterker als het erom gaat haar gelijk te krijgen. De heer Karens vraagt of mevrouw De Vries bedoelt dat bewoners en marktpartijen het niet eens worden over de inhoud van het plan, of dat de bewoners niet de mogelijkheid krijgen om te participeren. In zijn visie is het de rol van de gemeente om te garanderen dat de participatie serieus plaatsvindt. Het kan echter niet zo zijn dat de bewoners in alle gevallen het laatste woord hebben. Er is immers ook zo iets als gemeentelijk beleid of politieke keuzen in de gemeenteraad. Volgens de Voorzitter is dit precies de discussie die op dit moment in een werkgroep van de raad plaatsvindt.
Raadsleden proeven nu elkaars nieren maar de raad doet dit al enkele maanden in een groepje onder leiding van de heer Mostert, waarvan ook mevrouw De Vries deel uitmaakt, dat in de loop van het najaar het concept van een nieuwe participatieverordening op grond van de wettelijke verplichtingen uitbrengt. Dat loopt samen met de oplevering van het traject Samenwerken in Schiedam dat het college verzorgt. Daarin wordt gezocht naar de goede weg in het geven van ruimte aan bewoners, waarbij het gaat om de vraag of het zeggenschap dan wel medezeggenschap is en wat de kaders zijn. Bewoners worden niet uitgeleverd aan projectontwikkelaars. Per geval moeten de marges worden bepaald. De heer Karens is het met de Voorzitter eens. Het is leuk dat de raad in het najaar een handleiding krijgt van het groepje maar deze discussie speelt nu en daarom is hij benieuwd naar de visie van mevrouw De Vries op het geval dat de bewoners en de marktpartijen er niet uitkomen. Mevrouw De Vries doelt op de situatie dat de bewoners aangeven dat zij niet hebben geparticipeerd en dat er niet naar hen is geluisterd. Als zij dat goed onder woorden kunnen brengen, moet de gemeente er iets mee doen. De heer Karens is het daarover eens met mevrouw De Vries. De heer Minhas zegt dat het laatste een dilemma behelst.
Het college heeft ervaring opgedaan met een aantal projecten waarbij het aan de voorkant een vrijbrief gaf aan allerlei partijen, bewonersverenigingen en omwonenden en daarmee verwachtingen wekte maar die verwachtingen niet kon waarmaken. Met het project Kans in de stad heeft het college uitgesproken aan de voorkant te verkennen wat het belangrijk vindt op basis van de visies en de uitgangspunten die de raad aan het college heeft meegegeven. Daarvoor stelt het kaders vast die worden opgehaald via de verschillende beleidsvelden binnen de gemeentelijke organisatie, zoals ruimtelijke ordening, stedelijke ontwikkeling, cultuur, economische zaken en mobiliteit. Alle vakafdelingen worden erbij betrokken. Het ruimtelijke kader dat daaruit resulteert wordt vastgesteld door het college. Op dat moment kan aan de slag worden gegaan met een wijk of met omwonenden en daarmee is het speelveld waarbinnen kan worden geparticipeerd bepaald. Dat heet verwachtingenmanagement. Zou aan de voorkant met een lege schetsrol met mensen worden gepraat dan is het niet zeker of alle verwachtingen kunnen worden waargemaakt. Voor hetzelfde geld hadden de bewoners gezegd dat het schoolgebouwtje in gebruik had kunnen blijven bij de kunstenaars. De raad heeft echter ook een vastgoedverbeterplan opgesteld en het college aangespoord gemeentelijk vastgoed te verkopen.
De raad wilde ook niet dat kunstenaars tegen een leegstandstarief in het pand bleven zitten. Het college heeft de kaders vastgesteld maar ook gezegd dat de buurt er iets van moest kunnen vinden. Wat betreft deze locatie heeft het college gezegd, dat er ruimte is voor het ontwikkelen van woningbouw. In
30
tegenstelling tot wat iemand op Facebook beweert komt er zeker geen hoogbouw, zoals ook blijkt uit het breed verspreide gemeentelijke kader. Spreker vindt het dan ook zeer kwalijk dat een raadslid contact opneemt met projectontwikkelaars en het proces verstoort. Dat is niet de rol van een gemeenteraadslid. Het college is verantwoordelijk voor uitvoering en hij dringt er met klem op aan dat proces zorgvuldig te laten verlopen. Uiteindelijk komt het college terecht bij de gemeenteraad als hoogste orgaan van de stad. Naar spreker betoogt zijn participatie en communicatie met omwonenden in het proces een heel belangrijke rol gegeven, in tegenstelling tot wat heel veel andere gemeenten doen. Wat betreft de vraag hoe wordt verzekerd dat naar de goede ideeën van de bewoners wordt geluisterd, merkt spreker op dat je op basis van het participatie- en communicatieplan de competitie kunt winnen. Er zijn inzendingen ontvangen en daar gaat het college naar kijken, op grond waarvan het het beste plan kiest. Het leunt dan niet achterover maar alle sessies waarbij de uitwerking aan de orde komt zullen worden bijgewoond door iemand van de gemeente. Het is mogelijk dat de gemeente dan naar voren brengt dat het weet dat de omwonenden de buitenruimte belangrijk vinden. Mogelijk zegt de gemeente dan dat zij vanuit het beheer van de openbare ruimte daaraan een bijdrage moet leveren.
Vanuit de kaders zal de gemeente de omwonenden helpen om datgene wat zij belangrijk vinden voor elkaar te krijgen. Mevrouw De Vries behoeft dan ook niet bang te zijn dat de marktpartijen kunnen wegkomen met een plan waarmee de omwonenden niet blij zijn. Anders winnen zij de competitie niet. Naar aanleiding van de opmerking van mevrouw Zwang dat het bij de Woonvisie om een verkenning ging, wijst spreker erop dat bij de discussie expliciet over het gebouw aan de Iepenlaan is gesproken. Hij herinnert zich een fietstocht in Tuindorp waaraan ook door haar werd deelgenomen en waarbij expliciet is gezegd dat daar woningen zouden worden ontwikkeld. Bij de discussie over de Woonvisie is gezegd dat daar seniorenwoningen zouden worden gebouwd. Mevrouw Zwang gaat zijns inziens te ver als zij zegt, dat daar projectontwikkelaars op zevenmijlslaarzen rondlopen om de boel op de schop te nemen. Het college is wel met partijen in gesprek om te kijken wat het beste is voor deze locatie. Spreker merkt aan het adres van de heer Ergin op dat met de ontwikkelaars in het verleden een vaststellingsovereenkomst is gesloten inzake een alternatieve locatie. Hij zal daarover met hen in gesprek gaan maar het houdt wel op voor deze plek.
Spreker antwoordt de heer Karens dat het college na het vaststellen van het ruimtelijk kader op 18 augustus in overleg met de wijkprocesmanager de omwonenden ruim 400 brieven heeft gestuurd om hen te informeren dat de gemeente aan de slag zou gaan met de verkoop van Iepenlaan 45 en de ontwikkelprocedure. De heer Reuderink zal uiteraard niet citeren uit een geheim meerjarenperspectief vastgoed maar Iepenlaan 45 staat op de plannen voor 2022. Het is dan ook niet raar dat mevrouw Zwang en de heer Badri bij de discussie over de Woonvisie dachten dat het nog wel even duurde. Spreker neemt kennis van hetgeen de heer Minhas zegt over zijn rol als raadslid. Gelukkig gaat hij daar zelf over. Gelet op het feit dat in het meerjarenperspectief wordt gesproken van 2022 vindt hij het volstrekt logisch dat mensen denken dat het om een voorlopig verhaal gaat. Voor hoogbouw moet het bestemmingsplan worden aangepast naar hij vernam van omwonenden die de plannen hebben gezien. De “werkgroep Iepenlaan”, bestaande uit LOS, PvdA en OPS, zullen zich beraden op de manier waarop zij hiermee verder moeten omgaan.
Tot nu toe constateren zij alleen dat er slecht is gecommuniceerd en dat projectontwikkelaars, op zevenmijlslaarzen dan wel op prinsessenmuiltjes, bezig zijn, en dat in het meerjarenperspectief 2022 staat, zodat het volstrekt logisch is dat mensen denken dat het nog komt, dat visies en beleidsuitvoering door elkaar worden gehaald. Het verbaast spreker dat het college ondanks diens prachtige woorden over inspraak en participatie zo gemakkelijk over de wensen- en bedenkingenprocedure en het feit dat er een aanmerkelijk belang is heenstapt. De heer Minhas vindt iets kwalijk en spreker ook en dat kan dan mooi tegen elkaar worden weggestreept.