CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen raadsvergadering 16 december 2025

Gemeenteraad 3 februari 2026, gemeente SchiedamBij agendapunt: Vaststelling notulen18.294 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Spreker begrijpt de zorgen van de bewoners over de schaal, het verkeer en de inpassing en neemt die signalen serieus. Maar de fractie vindt het ook belangrijk om te stipuleren dat er sprake is van een betrokken en verantwoordelijk schoolbestuurder. Hij heeft nadrukkelijk oog voor de omgeving, en de wethouder heeft dit dossier voortvarend en zorgvuldig opgepakt. De fractie heeft er vertrouwen dat er in het vervolgtraject aandacht blijft voor de leefomgeving en voor

17

het behoud van de kernkwaliteit van Kethel. Er is in die zin ook geen sprake van een tegenstelling tussen onderwijs en leefbaarheid. Wel is het de opgave om deze twee zorgvuldig met elkaar te verbinden. Op basis van de discussie en de duidelijke richting van de raad staat DENK achter het vervolg van dit traject. De heer Van Baekel zegt dat onderwijs de belangrijkste aanjager van kansengelijkheid en persoonlijke ontwikkeling is. Goed onderwijs is echter niet mogelijk in verouderde en krakkemikkige schoolgebouwen, die bovendien niet duurzaam en fris zijn. Daarmee doelt spreker op het belang van een goed binnenklimaat en laag energieverbruik en het belang van goede faciliteiten. Hij vindt het jammer dat de realisatie van een nieuw huisvestingsprogramma voor Schiedamse scholen vertraging heeft opgelopen, hoewel er in veel gevallen vaak unaniem over is besloten. Met het haalbaarheidsonderzoek naar nieuwbouw van het IKC Kethel en het voorgestelde raadsbesluit wordt ten minste een goede volgende stap gezet naar een school waar kinderen, wijk en Schiedam veel bij hebben te winnen. D66 is daarom voorstander van het raadsvoorstel. De heer Siljee feliciteert de heer Van Wijk met zijn derde maidenspeech. Hij merkt op dat het huidige gebouw van IKC Kethel versleten en verouderd is en niet meer voldoet aan de eisen van deze tijd.

Dat is ook de reden waarom GroenLinks de bouw van een nieuwe school steunt. Naar sprekers mening liggen er mooie uitgangspunten voor een school die klaar is voor de toekomst. Het duurt echter te lang. Te vaak blijven ambities steken in papieren plannen. Het college wijst op het IHP en het uitvoeringsplan maar de raad wacht nog steeds op duidelijkheid. Die duidelijkheid zal er echter wel sneller komen. Spreker vraagt om tempo maar wel met oog voor alle belanghebbenden, dus ook de omwonenden. Het college zegt dat dat het bouwplan past binnen de kaders dat gevels gevarieerd moeten worden. Dat klinkt goed maar of het genoeg is moet blijken. GroenLinks wil dat het ontwerp daadwerkelijk aansluit bij het historisch karakter van de wijk. De fractie wil geen monotone gevels en geen anonieme doos. Ook de beweegbox moet voldoen aan die voorwaarde. Kleinschaligheid en herkenbaarheid zijn essentieel. Het moet een gebouw zijn dat niet alleen leslokalen biedt maar ook identiteit. De school moet passen in Kethel, Kethel versterken maar niet verzwakken. In de stukken leest spreker dat bewoners pas na het haalbaarheidsonderzoek worden betrokken. Formeel gezien klopt dat maar als mensen iets hebben in te brengen moet je daarnaar luisteren. Hij is blij dat het schoolbestuur dat heeft aangegeven op de politieke avond. Omwonenden zijn namelijk geen obstakel maar moeten partners zijn.

Hun betrokkenheid kan leiden tot een beter ontwerp dat meer draagvlak heeft en een ontmoetingsplek met de wijk. Spreker vraagt daarom om structureel en vroegtijdig overleg met de buurt, ook in het vervolg bij andere bouwplannen, zoals het Ilex College. Gelukkig heeft het bestuur van de school dat erkend en gaat het dit ook doen. Het is beter ten halve te keren dan ten hele te dwalen. Een nieuwe school betekent meer leerlingen, want nieuwbouw heeft in het verleden al bewezen meer leerlingen te trekken. Dat betekent echter ook meer verkeer. Het haalbaarheidsonderzoek spreekt over afkoop van parkeerplaatsen en beperkte toename van verkeer. De motie verkeersveiligheid verplicht echter ook tot een gedegen verkeersstudie. Die ontbreekt maar het college heeft in de reactie op input van Echo aangegeven dat de aanvraag van de omgevingsvergunning er komt. Wat GroenLinks betreft moet er voor de avonduren kritisch naar het parkeren worden gekeken. Gezorgd moet worden dat de beweegbox ook door anderen dan de school op een goede manier wordt gebruikt. Spreker vindt het verstandig dat het college wijst op indexatie van stelposten. Investeringen in de kinderopvang zijn echter alleen zinvol als er duidelijke afspraken zijn over het gebruik en de huurovereenkomsten. Die liggen er nog niet maar moeten er wel komen om leegstand en verspilling van middelen te voorkomen.

Zorgvuldigheid is geen luxe maar noodzaak. GroenLinks is voor de bouw van de nieuwe school in Kethel maar stelt drie voorwaarden: het ontwerp moet passen in het beschermde dorpsgezicht, echte participatie van omwonenden en een verkeersplan dat de veiligheid van kinderen, bewoners en omwonenden garandeert. Spreker roept de raad op vandaag niet alleen te besluiten tot nieuwbouw maar

18

ook tot zorgvuldigheid, opdat IKC Kethel niet een dossier wordt maar een bron van trots voor kinderen, ouders en heel Kethel, inclusief alle kethellappers. De heer Hekman stelt vast dat vandaag wederom wordt gesproken over de nieuwbouw van IKC Kethel. Naar hij betoogt is de positie van het CDA glashelder: nieuwbouw is prima maar wel onder de randvoorwaarde van geen uitbreiding van massa en behoud van de huidige uitstraling die past in het dorp Kethel. Hij memoreert dat de wethouder afgelopen week in zijn richting opmerkte dat hij als oud-wethouder zou moeten weten dat… Uit zijn periode als wethouder heeft hij in ieder geval meegenomen dat je niet naïef moet zijn en dat niet alles wat een bestuurder zegt waar is. Naar spreker betoogt kan de gemeente dit haalbaarheidsonderzoek niet vaststellen, omdat het feitelijk niet conform de door de gemeenteraad vastgestelde verordening en het IHP is. In het IHP staat expliciet bij punt 7 op blz. 7: er wordt niet gebouwd voor leegstand; de schoolgebouwen moeten goed gevuld zijn en blijven. Verderop staat nog dat het plan van een schoolbestuur gebaseerd is op de meest actuele data en prognoses. Volgens spreker is dat ook logisch. In de verordening staat zelfs expliciet dat de prognose niet meer dan twee jaar oud mag zijn. Het aan de orde zijnde plan is echter gebaseerd op leerlingprognoses uit 2021.

Er zijn echter recentere leerlingprognoses van dit jaar en zij moeten er ook zijn uit 2023, aangezien dit soort prognoses tweejaarlijks is. De leerlingprognose uit 2021 geeft een maximum van 347 leerlingen aan en de prognose uit 2025 een maximum van 317 leerlingen, dat wil zeggen bijna 10% minder. Spreker werkt een deel van zijn tijd bij een andere gemeente aan onderwijshuisvesting en vond het daarom wel interessant wat dieper in de materie te duiken. De Schiedamse verordening zegt als de noodzaak van vervangende nieuwbouw aanwezig is in bijlage 1 punt a2: Als het een voor blijvend gebruik bestemde voorziening betreft en de prognose aantoont dat dit aantal leerlingen gedurende ten minste 15 jaar aanwezig zal zijn of kan worden verwacht. Er is echter binnen de prognose gekeken naar het hoogste aantal leerlingen in één jaar, volgens de prognose uit 2023 347. Volgens de prognose die eigenlijk had moeten worden gehanteerd zijn het echter maar 317 leerlingen. Volgt Schiedam zijn eigen verordening, dan zou de nieuwbouw moeten worden gebaseerd op 299 leerlingen. De criteria uit de Schiedamse verordening zijn gemaakt om ervoor te zorgen dat niet wordt gebouwd voor leegstand. Wordt het plan uitgevoerd zoals het in de haalbaarheidsstudie wordt gepresenteerd, dan wordt voor leegstand gebouwd.

De wethouder kan dan wel zeggen dat de school wel wordt gevuld met wat anders maar zo mag het niet werken. Deze aanpak kan precedentwerking hebben. De heer Siljee vraagt of de prognoses in de praktijk bij nieuwbouw gelijk blijven of dat het dan voor ouders aantrekkelijk blijkt de kinderen naar een nieuwe school te sturen. De huidige prognoses zijn niet gebaseerd op nieuwbouw omdat die er nog niet is. De heer Hekman merkt op dat er geen extra nieuwe kinderen in Schiedam geboren zullen worden omdat er nieuwbouw plaatsvindt in Kethel. Het totale aantal kinderen blijft gelijk. Hij waarschuwt de raad voor het omgaan met prognoses en de verordening. Redeneert de raad anders dan de verordening aangeeft, dan moet deze de verordening aanpassen. Had in de verordening gestaan dat bij de prognose 10% moet worden opgeteld omdat nieuwbouw aantrekkelijk is, dan had spreker zich neergelegd bij de gehanteerde prognose. Dat staat echter niet in de verordening. Daar wordt heel nadrukkelijk omschreven hoe met prognoses moet worden omgegaan. Natuurlijk kun je er een andere invulling aan geven, maar dan is de verordening niets waard en moet de raad die afschaffen. De heer Reuderink wijst erop dat de heer Siljee terecht zegt dat een nieuw gebouw nieuwe leerlingen trekt. Dat betekent dat bij nieuwbouw in Kethel andere scholen worden leeggetrokken.

Rotterdam is een krimpgebied waar de ene school de andere leegtrekt. Als in Kethel niet voor leegstand wordt gebouwd, wordt wel ergens anders leegstand gecreëerd. De heer Siljee vraagt of hij van de heer Reuderink moet begrijpen dat geen nieuwe scholen meer moeten worden gebouwd omdat zij leerlingen bij andere scholen wegtrekken en

19

dat de kinderen maar in oude gebouwen moeten blijven zitten die in elkaar storten. Bij nieuwbouw van scholen, bijvoorbeeld in Nieuwland, blijkt dat zij nieuwe leerlingen aantrekken. Die komen inderdaad van elders. Volg je de redenering van de heer Reuderink dan kun je altijd tegen nieuwbouw zijn en kun je het IHP afschaffen. Hij begrijpt die redenering niet. De heer Reuderink begrijpt dat de heer Siljee het niet begrijpt. Aangezien een nieuw gebouw nieuwe leerlingen aantrekt, kun je niet zeggen dat de prognoses juist zijn. Je moet er leerlingen bij optellen vanwege de aantrekkelijkheid van het nieuwe gebouw. Wat de heer Siljee verder opmerkte laat hij bij hem liggen. De heer Van Wijk sluit zich bij de woorden van de heer Siljee aan. Hij kan de verzekering geven dat het voor ouders bijzonder aantrekkelijk is om hun kinderen naar een nieuwe school te sturen. Wordt het argument gebruikt dat nieuwbouw leegstand in andere scholen veroorzaakt, dan kun je wel stoppen met de discussie. Natuurlijk kan het maar dat zijn allemaal aannames. In het IKC komen kinderen van 0 tot 13 jaar en dat betekent dat je meer ruimte nodig hebt voor alle faciliteiten. Prognoses en feiten zijn belangrijk maar je moet ook praktisch denken. De heer Reuderink stelt vast dat de heer Van Wijk niet meer kan worden aangesproken op zijn maidenspeech-act en kan worden geïnterrumpeerd.

De heer Van Wijk maakt bezwaar tegen het woord act. De heer Reuderink vindt dat ook een act. Hij stelt vast dat de heer Van Wijk altijd op gedragen toon heel krachtige dingen vertelt maar dat dit nog niet wil zeggen dat het waar is. De kwestie is heel simpel. De ene keer wordt gezegd dat je de cijfers niet serieus moet nemen omdat er leerlingen bijkomen en de andere keer dat je je aan de cijfers moet houden. Hij vindt daar wat van maar dat zal hij voor zich houden. De Voorzitter constateert dat nu diverse malen hetzelfde verhaal is verteld en geeft het woord aan de heer Van Baekel. De heer Van Baekel sluit zich aan bij de woorden van de heer Siljee. Hij denkt dat ouders bereid zijn voor een goede school een blokje om te gaan. Het grote plaatje is echter dat er in Schiedam driftig wordt bijgebouwd. Gelet op de monitor en de Staat van de stad mag ervan worden uitgegaan dat de bevolking van Schiedam de komende jaren blijft toenemen, ook als kinderen van A naar B gaan of een stukje verder fietsen om naar school te gaan. Elders komt geen plek leeg want daar komen ook kinderen wegens de bevolkingsgroei. De heer Hekman stelt vast dat nu wordt gezegd, met de heer Van Baekel voorop, dat de prognoses niet kloppen. In de prognoses worden echter alle ontwikkelingen in de komende jaren, tot aan 2040 toe, meegenomen.

Spreker wil concreet van de wethouder weten of wordt voldaan aan de verordening en van alle raadsleden of zij van mening zijn dat de raad moet voldoen aan de verordening. Spreker merkt op dat de hoogte van de school is gemaximeerd op 9 meter en een goothoogte van 6 meter. Bij de vaststelling van het historisch karakter van Kethel dacht de raad dat dit voor de school wel voldoende geborgd zou zijn. Waarde 2 geeft ruimere mogelijkheden om af te wijken van de huidige situatie en dat ziet het CDA nog steeds niet zitten. Nieuwbouw is prima maar de fractie wil geen massa-uitbreiding en een gebouw met gelijke uitstraling als het huidige pand. Participatie is er volgens spreker eigenlijk nog niet geweest. Er wordt nu een besluit genomen over het raadsvoorstel en daarna wordt gesproken met de omgeving. De ontwikkelende partij zegt dan vaak dat de raad heeft besloten. Het CDA wil vroegtijdige participatie, geen inspraak maar beginspraak. Het college dat ooit heeft bedacht die aanpak niet meer te hanteren is los van de inwoners geraakt. Het CDA staat vierkant achter de

20

inwoners van Kethel. Doordat het aantal leerlingen bij dit haalbaarheidsonderzoek veel hoger wordt gesteld dan eigenlijk via de eigen verordening zou moeten, wordt ook veel meer uitgegeven dan feitelijk nodig is. Aan de ene kant halen het college en de coalitiepartijen het geld weg bij de woningbezitters en aan de andere kant worden euro’s uitgegeven alsof het pepernoten zijn. Spreker vindt dit onverantwoord financieel beleid en zijn fractie zal dit niet uitleggen aan Schiedammers. Het CDA is oppositiepartij en het college mag van haar dus kritiek verwachten. Zij heeft echter altijd aangegeven constructief te willen zijn. Daarom noemt spreker twee constructieve punten. Hij dringt er bij het college op aan echt werk te maken van de ontwikkeling van het Bachplein. Het is een schande dat deze locatie al zeker 16 jaar klaar ligt. Er gebeurt echter helemaal niets. Zowel voor IKC Kethel als het Ilex College zou het een goede plek kunnen zijn maar het college zou in ieder geval moeten kijken of de beweegbox ergens op het Bachplein kan worden gevestigd. Spreker roept de raad op niet naïef te zijn. Het voorstel rammelt aan te veel kanten en is niet conform IHP en verordening. Hij doet de oproep het niet in stemming te brengen en de wethouder de komende maanden de gelegenheid te geven het als een voldragen voorstel aan de raad voor te leggen.

Hij kan zich trouwens ook voorstellen dat de wethouder na ampel beraad deze vraag aan de raad stelt. De heer Kahramanoğlu constateert met voldoening dat de raadsleden, net als vorige week, het belang van goed onderwijs voor kinderen en gelijke kansen van links tot rechts onderstrepen. Geen enkele fractie stelt dat ter discussie. Maar er is vanavond wel sprake van een andere discussie. Vorige week ging het vooral over de inhoud van het raadsvoorstel en werd er meer op de details ingezoomd. Vanavond wordt vooral gesproken over de leerlingenprognose. De heer Feelders gaf aan hoe de leerlingenprognoses volgens hem moeten worden gelezen. Hij was het niet eens met de cijfers van DUO, maar het college neemt die wel als uitgangspunt bij het bepalen van de leerlingenaantallen. Dat is altijd op die manier gebeurd. Spreker blijft van mening, ook gehoord de bijdragen van vanavond, dat het raadsvoorstel het meest recht doet aan de situatie in Kethel en aan het belang van kinderen en docenten. Tevens biedt dit een kans om de buurt goed bij de school te betrekken en er gezamenlijk een mooi project van te maken. De heer Siljee sprak over een bron van trots en dat vat deze kwestie mooi samen wat spreker betreft. Daar heeft het college ook altijd naar gestreefd.

Mevrouw Bruggeman sprak over een schooltje in Kethel, maar dat schooltje is wel degelijk van invloed op de levens van kinderen, vooral tijdens de eerste jaren van hun leven. De uitgangspunten van de nieuwe school en haar ambities zijn gebaseerd op het IHP, door deze raad vastgesteld. De school wordt een IKC met een doorgaande ontwikkellijn voor kinderen van nul tot dertien jaar. Er komt een duurzaam en toekomstbestendig schoolgebouw, met aandacht voor het binnenklimaat. Belangrijk, want iedereen herinnert zich de Coronatijd nog. Al die zaken zouden kwalitatief van minder niveau zijn geweest als was vastgehouden aan een renovatie van de locatie. Het was dan niet gelukt om het gebouw te laten voldoen aan de huidige eisen en ambities, met voldoende plek voor de leerlingen. De heer Van Wijk sprak elf jaar geleden voor het laatst in deze raad, maar hij heeft nu een heel mooie maidenspeech gehouden over hoe belangrijk het is dat er een mooi schoolgebouw wordt gerealiseerd. Spreker is het daar van harte mee eens. En inderdaad is de participatie van de bewoners ook van groot belang, evenals de verkeerskwestie. Het schoolbestuur is van zins om het participatieproces serieus in te richten. Er is al gekeken naar de toename van de verkeersbewegingen door de nieuwe school, maar die toename lijkt gering te zijn.

Maar bij de definitieve vergunningsaanvraag zal opnieuw een toetsing plaatsvinden aan de hand van de gemeentelijke kaders. Blijkt dan dat er verkeersveranderingen nodig zijn, dan wordt daarnaar gekeken. Maar er vindt ook nog een onderzoek plaats naar hoe er in het algemeen moet worden omgegaan met het verkeer rond scholen. Daar is de heer Hamerslag druk mee bezig. Daar wordt op een later moment op teruggekomen. Bij de vergunningsaanvraag wordt ook gekeken of het plan voldoet aan het belang van het beschermd dorpsgezicht, zoals de raad dat eerder heeft vastgesteld. In dat kader speelt ook de nog af te sluiten overeenkomst met de kinderdagverblijf-organisaties, maar daarover wordt al een tijdje gesproken. Ook met hun

21

behoefte wordt rekening gehouden en uiteraard blijven zij betrokken bij het participatieproces. De heer Siljee vindt wel dat het allemaal te lang duurt. Dat klopt, maar het college doet heel erg zijn best om het schoolgebouw zo snel mogelijk neer te zetten. Het is echter enorm lastig om op tijd te voldoen aan alle randvoorwaarden en regels. Dat kost meer tijd, maar in het kader van het tweede uitvoeringsprogramma wordt wel gekeken naar zaken die voor vertraging zorgen. Daar kan hopelijk lering uit worden getrokken voor dat tweede uitvoeringsprogramma. Ook de heer Hekman stelt dat er met te hoge leerlingaantallen wordt gewerkt, maar spreker heeft vorige week al aangegeven hoe dat er in de praktijk uitziet. Het is onmogelijk om constant met de meest actuele leerlingenprognoses te werken, want het is een lang proces. Op een gegeven moment moet je de cijfers bevriezen, want anders blijf je wijzigen. De heer Hekman herhaalt zijn vraag of er aan de verordening wordt voldaan, want daarin staat expliciet dat er met de meest recente prognoses moet worden gewerkt. Maar er wordt nu gewerkt met prognoses uit 2021. Volgens de heer Kahramanoğlu bepalen de cijfers uiteindelijk hoe groot het gebouw wordt. Blijkbaar heeft de heer Hekman daar moeite mee, maar als de meest recente cijfers zouden zijn gebruikt, was er sprake geweest van een verschil van slechts 21 leerlingen.

Qua grootte van het gebouw had dat één klaslokaal gescheeld. De heer Hekman wijst op de piek in de prognoses. Die wordt richting 2030, 2033 bereikt, maar er wordt voor de piek gebouwd, want er wordt qua leerlingenaantal van dat piekgetal uitgegaan. In de verordening staat echter heel duidelijk dat je daarvoor een periode van vijftien jaar moet nemen. Dan kom je tot een zoveel mogelijk gelijk aantal leerlingen, maar daar wordt nu niet aan voldaan. En uitgaande van de meest recente cijfers kom je aan een andere piek. Neem je dan ook nog die vijftien jaar, dan kom je wellicht zelfs aan twee klaslokalen minder. Maar de financiën en de financiële lasten spelen hier altijd een belangrijke rol, dus het is financieel onverantwoord om uit te gaan van de cijfers die het college nu hanteert. Overigens heeft dit ook nog precedentwerking, want elke school wil graag meer bouwen dan ze feitelijk nodig heeft. Volgens de heer Kondu is deze discussie vorige week ook al gevoerd. Er wordt nu gesproken over een of twee lokalen leegstand, maar een nieuw gebouw trekt meer leerlingen aan, dus het kan ook nog meevallen. Het wordt een groot gebouw met flink wat klaslokalen en allerlei gebruikers, dus waarom is die beperkte leegstand dan zo belangrijk voor de heer Hekman? De heer Hekman vindt dat als je een verordening hebt je daaraan moet voldoen.

Nieuwbouw is prima, maar die moet passen in de structuur van Kethel en in de vormgeving. Massa-uitbreiding past daar niet in. En in 2044 zullen er minder kinderen zijn in Schiedam, maar in Kethel blijft het aantal leerlingen ongeveer gelijk. Er is dus helemaal geen uitbreiding nodig. Het is zinloos om dat kolos in Kethel te bouwen, want trekt die te zijner tijd veel leerlingen, maar dan lopen andere scholen in Schiedam leeg. De heer Kondu wijst erop dat ook in de verordening staat dat de grootte van het gebouw qua vierkante meters leidend is, gelet op het geprognotiseerde leerlingenaantal en de behoefte van de wijk. De heer Hekman stelt dat de berekening gerelateerd is aan het aantal geprognotiseerde leerlingen, conform de verordening. Dat leidt tot een bepaald aantal vierkante meters maal een bepaald normbedrag. Dan kom je aan de totale investeringssom voor de school; en niet andersom. Wensdenken heeft geen zin. Het CDA wil echter geen school met een massauitbreiding in Kethel.

22

Volgens de heer Kahramanoğlu is een heel grote school op die locatie niet aan de orde. Er wordt wel degelijk gekeken naar wat Schiedam en Kethel nodig hebben en daarbij worden de door de raad gestelde kaders gehanteerd. Spreker vindt dat hiermee recht wordt gedaan aan de opgave waarvoor de gemeente staat. De heer Hekman stelt dat er geen meningsverschil mag zijn over wat er in de verordening staat. Hij herhaalt zijn vraag of er nu wordt voldaan aan de verordening. Het is de heer Kahramanoğlu bekend dat er in de verordening wordt gesproken over het bepalen van het aantal leerlingen in een periode van vijftien jaar, maar die methode is niet gevolgd. Er is in dit geval gekeken naar een piekmoment en niet naar een stabiel aantal leerlingen over vijftien jaar. Daar moet de heer Hekman het mee doen. De heer Hekman wijst erop dat de raad de verordening zelf heeft vastgesteld. Als je iets wilt doen wat niet in de verordening staat, dan moet je die aanpassen. Daarna kun je naar de piek kijken. Nu wordt er een hypotheek op de toekomst genomen en dat gaat heel veel geld kosten. Andere scholen gaan ook naar de piek kijken. Dan zijn de scholen tot 2033 prima gevuld, maar in 2034 begint de leegstand. Volgens de heer Siljee heeft de raad de afgelopen jaren diverse malen gesproken over het IHP, dat in 2020 door een CDA-wethouder is gepresenteerd.

Ook toen werd er al gesproken over een uitbreiding van de school in Kethel, onder meer vanwege de staat van het gebouw. Is de heer Hekman tegen nieuwbouw van deze protestants-christelijke school? De heer Hekman is nog maar kort raadslid, dus hij was er in 2020 niet bij, maar het maakt hem helemaal niet uit welke signatuur een bepaalde school heeft. Elke school is van even groot belang. Toen er werd gesproken over El Furkan maakte het CDA ook geen onderscheid. Het CDA had en heeft voor die school even sterke gevoelens als voor welke andere school dan ook. De heer Kahramanoğlu voelt niets voor een verdere vertraging van het proces om bepaalde, vooral financiële zaken nog verder uit te zoeken, want dat leidt tot extra vertraging en dus extra bouwkosten. Er ligt gewoon een goed bouwplan voor. De Voorzitter constateert dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. Hij geeft wel gelegenheid voor het afleggen van een stemverklaring. De heer M. Janssen gunt het IKC Kethel en de bewoners van de wijk een toekomstsbestendig schoolgebouw, maar door de gebrekkige participatie en afstemming met de bewoners, omdat de noodzaak tot uitbreiding niet overtuigend is en omdat er onvoldoende zicht is op de impact op het verkeer en het parkeren in de wijk stemt AvS tegen het raadsvoorstel.

Ook de heer Hekman zal tegen het voorstel stemmen, niet omdat de fractie tegen nieuwbouw is, maar omdat ze het niet eens is met het proces. Dat kan niet, dat is volstrekt onverantwoord. De heer De Leeuw is blij dat nieuwbouw mogelijk is, dus de fractie zal het voorstel van harte steunen. De Voorzitter stelt de besluitvorming over het raadsvoorstel aan de orde en constateert dat de leden van de fracties van D66, Denk Schiedam, GroenLinks, Progressief Schiedam, de PvdA, en de VVD voor het raadsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het met 22 tegen 13 stemmen is aangenomen.

23

17

Raadsvoorstel Rekenkamerrapport inwonersparticipatie in Schiedam

De heer Haan constateert dat de gemeente Schiedam, met de gemeenteraad voorop, goede communicatie met en goede participatie van de inwoners van de stad erg belangrijk vindt. Daarom hebben de raad, het college en het ambtelijk apparaat in de vorige raadsperiode samen werk gemaakt van het opstellen van het participatiebeleid. Begin deze raadsperiode heeft de raad een participatieverordening vastgesteld, ruim vier jaar voor de wettelijke plicht daartoe. Op 1 januari 2027 moeten alle gemeenten de lokale inspraakverordening vervangen hebben door een participatieverordening. Schiedam is een pilotgemeente, wat betekent dat zich kinderziektes voordoen. Een participatieverordening is een andere manier van werken en processen inrichten. Een andere manier van contact hebben met de inwoners. Je moet ervoor zorgen dat die andere werkwijze is ingebed in de organisatie. Ervaringen die je opdoet, moeten worden geëvalueerd en worden gebruikt om de werkwijze en de verordening bij te stellen. Er zijn voorbeelden van participatietrajecten die goed zijn verlopen, maar er zijn minstens zoveel trajecten die beter hadden gekund. Daarom werd in het beleid een evaluatiemoment in 2024 aangekondigd. Daarom werd in de verordening van alles opgenomen om de vinger voortdurend aan de pols te kunnen houden.

Hoewel er voorbeelden zijn van goede participatie zie je echter te vaak dat de participatie rond allerlei projecten niet goed verloopt. Dat leidt tot vertraging, ergernissen en verlies van vertrouwen. Als participatietrajecten niet worden geëvalueerd, kun je moeilijk vaststellen waar het is misgegaan en wat er beter moet. Het is dan ook niet vreemd dat verschillende fracties bij de Rekenkamer vroegen om onderzoek naar de toepassing van het participatiebeleid. De conclusies van de Rekenkamer zouden ontluisterend zijn geweest als je die niet had zien aankomen. Het is belangrijk dat duidelijk wordt wat er misgaat en hoe het beter kan. Het college onderschrijft de uitkomsten van het onderzoek en heeft de eerste verbeterstappen al gezet. En de raad heeft vorige week in de commissievergadering breed uitgesproken dat de conclusies en aanbevelingen worden onderschreven. Wel vindt spreker dat het raadsvoorstel wat scherper moet worden geformuleerd. Zoals het voorstel nu luidt, laat dat ruimte voor interpretatie. De stevige conclusies en uitgebreide aanbevelingen van de Rekenkamer verdienen een betere vertaling. Daarom dient GroenLinks een amendement in, gesteund door de PvdA, PS, D66 en LOS. Het amendement zorgt ervoor dat in het besluit duidelijker wordt beschreven wat er van het college wordt verwacht en wanneer.

Het zorgt er ook voor dat het college geen onmogelijke opdrachten krijgt, zoals het oplossen van de aanhoudende ondervertegenwoordiging van specifieke doelgroepen. Een verbeterplan voor die ondervertegenwoordiging lijkt een betere opdracht. Ook ontbreekt in het voorstel een besluit over de betrokkenheid van de raad. Het lijkt spreker goed om opnieuw een raadswerkgroep in te stellen. Die werkgroep kan er onder andere voor zorgen dat duidelijk wordt welke informatiebehoefte de raad heeft als het gaat om de participatieprocessen en de evaluatie daarvan. Spreker heeft het amendement uiteraard aan de Rekenkamer voorgelegd. Haar reactie: “Goed om te zien dat de indieners de strekking van ons rapport in het raadsvoorstel onderschrijven en deze op gerichte wijze verder aanscherpen en invulling geven”. De raad is intensief betrokken geweest bij het opstellen van het beleid. Het ligt dus ook voor de hand om de raad te betrekken bij het evalueren en verbeteren van het beleid. Gebruik de voorsprong van drie jaar geleden om een vliegende start te maken met de wettelijke plicht voor een lokale participatieverordening. Maak samen werk van nog betere participatie.

De Voorzitter zegt dat door de leden Haan, Silva, Maris, Van Sliedregt, en Rotteveel het amendement Aan de slag met verbeteren inwonersparticipatie wordt voorgesteld: “De raad van de gemeente Schiedam in vergadering bijeen op 16 december 2025, wijzigt het besluit behorend bij het raadsvoorstel Rekenkamerrapport Inwonersparticipatie in Schiedam (25VR080) als volgt: Besluit:

24

1. de aanbevelingen uit het rekenkamerrapport over te nemen; 2. de uitvoering van de aanbevelingen in handen te stellen van het college en het college te verzoeken om: a. zorg te dragen voor jaarlijkse rapportage van participatietrajecten, inclusief resultaten en structurele evaluatieverslagen bij raadsvoorstellen waar participatie een rol speelt; b. te zorgen voor de formulering van concrete doelen, meting, monitoring en evaluatie van participatietrajecten; c. alsnog belangrijke onderdelen van het participatiebeleid in te voeren, te weten: het participatie-adviesteam, de participatiekalender, het participatiedashboard en het participatiejaarverslag; d. een plan te formuleren om de betrokkenheid van specifieke, structureel ondervertegenwoordigde, doelgroepen te verbeteren; e. een voorstel voor te bereiden om het uitdaagrecht in de participatieverordening op te nemen, met een heldere uitwerking van processtappen, voorwaarden en toetsingscriteria en dat voorstel uiterlijk in december 2026 ter besluitvorming aan de raad te zenden; f. regelmatig te rapporteren aan de raad over de implementatie van de aanbevelingen en de uitvoering van de verzoeken onder a. t/m d. en tegelijkertijd met de aanbieding van het raadsvoorstel als genoemd onder e. een eindverslag aan de raad aan te bieden; 3.

een raadswerkgroep Inwonersparticipatie in te stellen en de personele invulling op te dragen aan het presidium; 4. het college te verzoeken de raadswerkgroep te betrekken bij implementatie en uitvoering; Toelichting De oorspronkelijke formulering van het besluit laat ruimte voor interpretatie. Met dit geamendeerde besluit wordt duidelijker wat er van het college verwacht wordt en wanneer dat verwacht wordt. Ook worden er geen onmogelijke opdrachten meer aan het college gegeven (ondervertegenwoordiging oplossen). Verder voegen we besluiten toe over de betrokkenheid van de raad in het proces.” Dit amendement krijgt het nummer A1. Mevrouw Bresjer is uiteraard voorstander van heldere taal, van duidelijk geformuleerde verwachtingen en het vermijden van onmogelijke opdrachten. Daarentegen is zij bepaald niet blij met het voorstel een raadswerkgroep inwonerparticipatie in te stellen. Zij vraagt of hierover overleg is geweest met de griffie gezien haar toch al beperkte capaciteit. Is er ook voldoende geld beschikbaar? Last but not least wil zij de indieners van het amendement het initiatief Haal de burger naar de raad in herinnering roepen dat de raad op 15 april 2025 op voorstel van GroenLinks en de VVD met algemene stemmen heeft aangenomen. Zij doet de oproep de uitvoering van dat initiatief en de evaluatie ervan af te wachten alvorens weer een extra werkgroep op te tuigen.

De heer Haan denkt dat de raadswerkgroep niet zal resulteren in een oneigenlijke belasting van de griffie, hoewel de vraag uiteraard wel bij de griffie kan worden neergelegd. Het initiatiefvoorstel gaat om iets geheel anders dan datgene waarover de raadswerkgroep moet gaan. Het initiatiefvoorstel dat hij met het toenmalige raadslid Volkman indiende betrof de vraag hoe de burger kon worden betrokken bij de raad. Het onderhavige raadsvoorstel gaat over de participatie van Schiedammers bij beleidsvorming, alle processen en trajecten die worden doorlopen om dingen te bouwen, beleid te vormen etc. Het gaat om totaal verschillende dingen die niet kunnen worden vergeleken. Hij vraagt hoe mevrouw Bresjer ertoe komt dat toch te doen.

25

Mevrouw Bresjer merkt op dat blijkens de notulen van de vergadering van 15 april 2025 diverse partijen nogal voorzichtig waren met het betrekken van burgers bij de raad omdat je hen er moeilijk met de haren bij kon slepen. Daarom lijkt het haar beter dat initiatief eerst uit te werken en de resultaten af te wachten en te evalueren. Als er dan een werkgroep nodig blijkt voor participatie kan dat altijd nog worden gedaan. Het lijkt haar vooralsnog wat te voorbarig. De heer Haan constateert dat het geen antwoord is op zijn vraag maar hij laat het erbij. De heer Meesters dankt de rekenkamer voor het heldere en kritische rapport. Dit onderzoek bevestigt zijns inziens wat LOS al langer in de raad signaleerde. Schiedam heeft op papier goede participatieambities maar de uitvoering blijft structureel achter. Juist dat ondermijnt het vertrouwen van inwoners in de lokale overheid. Het rapport laat zien dat de raad zijn kaderstellende rol serieus heeft ingevuld maar dat hij zijn controlerende rol onvoldoende kan waarmaken door gebrek aan structurele informatie, monitoring en evaluatie. Spreker vindt dat zorgelijk. Participatie is geen bijzaak maar een wezenlijk onderdeel van goed lokaal bestuur. Voor LOS is inwonersparticipatie geen afvinklijstje of communicatie-instrument achteraf maar moet deze vroegtijdig, transparant en eerlijk plaatsvinden.

Inwoners moeten weten wat hun invloed is en wat niet. Teleurstelling ontstaat vooral wanneer verwachtingen niet worden gemanaged of wanneer inbreng verdwijnt zonder zichtbare terugkoppeling. Spreker herkent bovendien de conclusies over het niet uitvoeren van essentiële onderdelen van het participatiebeleid, zoals het participatieadviesteam, de participatiekalender en structurele rapportages. Dat deze instrumenten jaren na vaststelling van het beleid nog ontbreken is voor hem onacceptabel. Ook de aanhoudende ondervertegenwoordiging van specifieke groepen, zoals jongeren en huurders, vraagt om meer dan goede intenties. Het vraagt om gerichte keuzes, meetbare doelen en een andere manier van werken, niet om vrijblijvende beloften. Juist daarom ondersteunt zijn fractie het amendement Aan de slag met verbeteren inwonersparticipatie en dient zij deze mede in. Het amendement maakt het raadsbesluit concreter, scherper en beter uitvoerbaar. Het versterkt de positie van de raad, borgt structurele terugkoppeling en voorkomt dat participatie opnieuw verzandt in goede bedoelingen zonder resultaat. LOS steunt het raadsvoorstel met het amendement, omdat het een noodzakelijke stap is om participatie in Schiedam geloofwaardiger, transparanter en effectiever te maken voor inwoners en voor de raad. De heer Ben Touhami zegt dat DENK Schiedam voor een kleurrijk Schiedam staat waar iedereen meedoet.

Inwonersparticipatie is voor de fractie geen moetje maar de basis van gedragen beleid. Het rapport houdt de raad een eerlijke spiegel voor. Spreker vindt het goed om te lezen dat de ambities van de raad hoog zijn. Toch blijkt in de praktijk dat niet alles soepel loopt. De vertaalslag naar de uitvoering is volgens spreker nog niet af. Naar hij opmerkt raken twee zaken uit het rapport de kern van het coalitieakkoord, in de eerste plaats de inclusiviteit. Er wordt nog onvoldoende in geslaagd om jongeren, huurders en Schiedammers met een migratieachtergrond te bereiken. Juist in een diverse stad als Schiedam is het essentieel dat niet alleen de usual suspects worden meegenomen maar dat alle Schiedammers worden gehoord. In de tweede plaats noemt hij de meetbaarheid. Om te weten of die groepen worden bereikt, zijn data nodig. Het ontbreken van concrete doelen en monitoring belemmert de raad in zijn controlerende taak. Spreker is blij te lezen dat het college de handschoen al oppakt. Er wordt nu gewerkt aan kpi’s om participatie meetbaar te maken en het formaliseren van het uitdaagrecht. DENK neemt de aanbevelingen over, niet als correctie maar als versnelling van de weg die de raad al is ingeslagen. Spreker roept op de papieren werkelijkheid om te zetten in een praktijk waarin elke Schiedammer zich herkent. De heer Hekman heeft goede gevoelens bij het amendement.

Het is voor hem wel even de vraag of er op dit moment nog een raadswerkgroep in het leven moet worden geroepen. Wat hem betreft mag de nieuwe raad daarover beslissen. Komt die werkgroep er dan hoopt hij dat er ook in het college wordt gesproken over beginspraak. Voor het CDA mag trouwens ook een burgerberaad in overweging worden genomen.

26

Zoals spreker al in de commissie heeft aangegeven, pakt het CDA jongerenparticipatie actief op door het beleggen van een avond met de jongeren die op de lijst komen te staan. Uit andere fracties kan men zich melden bij de heer Siljee jr. van het CDA. De heer Reuderink vindt het rapport prima en het amendement zo’n no brainer dat hij zich niet kon voorstellen dat er nog discussie over zou zijn. Het is duidelijk dat zijn fractie het steunt maar hij vindt het een water-is-nat-discussie dat iedereen er nog zijn zegje over moet doen. Mevrouw Zwang constateert dat op de politieke avond al heel veel is gezegd en wil zelf ook niet in herhaling vervallen. Zij herhaalt dat zij de aanbevelingen van de Rekenkamer omarmt en dat de coalitie participatie erg belangrijk vindt, zoals ook blijkt uit het coalitieakkoord. Het college wil niet praten over maar met de stad. Het kan altijd beter maar er gaan ook veel dingen goed, zoals het gelukkig vaak hoort, ook vanavond. Spreekster omarmt het amendement en zal ermee aan de slag gaan. De Voorzitter brengt het amendement A1 in stemming en constateert dat de leden van de fractie van de VVD tegen het amendement hebben gestemd en de aanwezige leden van de overige fracties ervoor, zodat het met 30 tegen 4 stemmen is aangenomen. Het lid Bruggeman heeft niet deelgenomen aan de stemming.

Spreker stelt vervolgens de stemming over het gewijzigde raadsvoorstel aan de orde en geeft gelegenheid tot het afleggen van een stemverklaring. De heer Trouborst was heel erg blij met het rapport van de Rekenkamer en complimenteert haar daarmee. AvS zal dan ook zeker voor het geamendeerde voorstel stemmen. De Voorzitter brengt het gewijzigde voorstel in stemming en constateert dat dit met algemene (35) stemmen is aangenomen. Hij zegt dat het college ermee aan de slag zal gaan. 18

Moties vreemd aan de orde van de dag

De Voorzitter stelt allereerst motie Evaluatie subsidiestelsel cultuur aan de orde, die wordt voorgesteld door de leden Siljee, Van Belle en Maris: “De raad van de gemeente Schiedam. in vergadering bijeen op 16 december 2025, gehoord de beraadslaging, constaterende dat in de Cultuurvisie ·verder voor een kleurrijke stad· gekozen is voor een nieuw systeem van subsidiëring via focusprogramma's; overwegende dat: • kleinere culturele instellingen en initiatieven van groot belang zijn voor culturele diversiteit, wijkgerichte programmering en sociale samenhang; • het huidige systeem van subsidietoekenning op onderdelen nadelig kan uitpakken en daarom op korte termijn geëvalueerd dient te worden; verzoekt het college: 1. het huidige systeem van subsidietoekenning op korte termijn te evalueren en de raad hierover deze periode te informeren, met specifieke aandacht voor de effecten op kleinere en erfgoedgerichte instellingen; 2. de financiële en organisatorische positie van instellingen die niet subsidiabel blijken, te monitoren en de raad tijdig te informeren indien de continuïteit van het culturele aanbod in het geding dreigt te komen;

27

3. de uitkomsten van deze monitoring en evaluatie te betrekken bij de verdere uitvoering en

eventuele bijstelling van de Cultuurvisie, en gaat over tot de orde van de dag.” Deze motie heeft het nummer M2. Spreker vraagt of er nog behoefte aan is hierover te spreken. Volgens de heer Reuderink is alles al gezegd en kan de motie in stemming komen. De heer T. Janssen is het grotendeels eens met de heer Reuderink. Het lijkt hem echter wel goed een appreciatie van het college te krijgen. De Voorzitter nodigt wethouder Hamerslag uit te reageren op motie M2. De heer Hamerslag constateert dat het in de motie vooral gaat om de evaluatie. Die is inderdaad onderdeel van waar nu aan wordt gewerkt. In die zin omarmt spreker de motie. Hij heeft overigens aandacht voor alle organisaties. De Voorzitter stelt de besluitvorming over motie M2 aan de orde en geeft eerst gelegenheid tot het afleggen van een stemverklaring. De heer T. Janssen gaat voor de motie stemmen, met name omdat er ook wordt gesproken over het belang van erfgoed in gerelateerde instellingen. Dat sluit mooi aan bij wat spreker tijdens het actualiteitendebat heeft gezegd, namelijk dat het hoog tijd wordt om te spreken over de wanverhouding tussen het aandeel aan subsidies voor kleine instellingen en dat aan subsidies voor de grote drie. In die zin ziet hij de motie als steun voor zijn gedachtegang. Ook de heer Hekman zal voor het voorstel stemmen. Hij ziet het Coöperatiemuseum ook als een stukje erfgoed van Schiedam.

De Voorzitter brengt motie M2 vervolgens in stemming en constateert dat zij met algemene (35) stemmen is aangenomen. Spreker zegt dat door de leden Wilton, Rotteveel, Reuderink, M. Janssen, en Bruggeman de motie Cultuurbeleid en subsidies wordt voorgesteld: “De gemeenteraad van Schiedam, in vergadering bijeen op 16 december 2025, constaterende dat: • Schiedam bekend staat om zijn unieke binnenstad met gerestaureerde panden, monumentale molens, grachten en historische gebouwen als onderdeel van ons cultureel erfgoed; • "Schiedam Jeneverstad" een breed gedragen en herkenbaar profiel is, mede actief uitgedragen door het college via onder meer het Distillers District; • de promotie van Schiedam zich niet beperkt tot het Stedelijk Museum, de Bibliotheek in De Korenbeurs en het Theater aan de Schie; • de fluisterboten inmiddels ook internationaal bekend zijn en veel toeristen naar de steiger bij Molen de Walvisch trekken; • het Jenevermuseum en het Coöperatiemuseum een unieke en onderscheidende positie innemen binnen het culturele aanbod van de stad; • juist de combinatie van deze culturele instellingen zorgt voor een aantrekkelijk en divers aanbod voor zowel inwoners als bezoekers;

28

• de gemeenteraad een kader stellende en controlerende taak heeft die zorgvuldig en volledig moet kunnen worden uitgevoerd; • bij de vaststelling van de Cultuurvisie een beleidsroute is ingezet waarvan de consequenties voor de gemeenteraad onvoldoende duidelijk waren; overwegende dat: • in recente raads- en commissievergaderingen uitvoerig is gesproken over het cultuurbeleid en de subsidieverstrekking aan culturele instellingen; • daarbij onvoldoende helderheid is verschaft over de gevolgen van het door de wethouder gevoerde beleid aan zowel de raad als de culturele instellingen; • de late besluitvorming en communicatie heeft geleid tot besluiten die ernstige gevolgen voor instellingen en hun medewerkers kunnen hebben; • zowel raadsleden als besturen van culturele instellingen uitspraken van de wethouder hebben opgevat als concrete subsidietoezeggingen; • de later door het College verzonden brieven deze gewekte verwachtingen weer teniet hebben gedaan; • inmiddels blijkt dat deze beleidsinterpretatie heeft geleid tot ontslagen bij het Jenevermuseum en dreigt te leiden tot sluiting van Molen de Walvisch en het Coöperatiemuseum; • de wethouder onvoldoende transparant is geweest over beleid en uitvoering en dienaangaande niet adequaat heeft gereageerd op verzoeken van de raad; • de wethouder bij de raad ten onrechte de indruk heeft gewekt dat de subsidies toereikend zouden zijn,

waarna de raad instemde met de begroting; • het college de raad vervolgens heeft geïnformeerd dat er mogelijk sprake was van een onjuiste interpretatie en toegelicht dat geen extra gelden beschikbaar zijn binnen de begroting; verzoekt het college: • voor minimaal één jaar een financiële overbrugging te realiseren uit bv. incidentele middelen voor de culturele instellingen die door deze gang van zaken in ernstige problemen zijn gekomen, met name het Jenevermuseum, het Coöperatiemuseum en Molen de Walvisch; • het huidige systeem van subsidietoekenning op korte termijn te evalueren en de raad hierover te informeren, en gaat over tot de orde van de dag.” Deze motie krijgt het nummer M3. Het verbaast de heer Maris dat LOS mede-indiener van deze motie is, want hij kent LOS als een pleitbezorger van flinke bezuinigingen op subsidies. Daarover heeft spreker die fractie de afgelopen tijd vaak gehoord. De cultuursubsidies zijn echter niet naar beneden gegaan en LOS pleit nu zelfs voor extra budget. Hoe ziet LOS dat zelf? De heer Hekman zal voor de motie stemmen. Hopelijk kan hiermee enige kaalslag in Schiedam worden voorkomen. De Voorzitter constateert dat de fractie van LOS geen behoefte heeft om te reageren op de vraag van de heer Maris. De heer Maris stelt de vraag dan iets scherper. Spreker heeft ook het verkiezingsprogramma van LOS gelezen.

Daar staat letterlijk in dat er per 2026 moet worden bezuinigd op de grote instellingen, waaronder het Jenevermuseum. Hoe verhoudt dat zich tot de motie?

29

De heer De Jong vermoedt dat de heer Maris het verkiezingsprogramma van LOS niet helemaal heeft gelezen. De fractie is inderdaad voor bezuinigingen, maar dit geldt voor de gehele Schiedamse gemeenschap, en dus ook voor de instellingen. Punt is wel dat het om de hoogte van de percentages gaat. Voor het Jenevermuseum is nu sprake van een korting van 20%. Het Coöperatiemuseum krijgt niets en wordt voor 100% gekort, maar de fractie is voorstandster van kortingen van 6% tot 8%. De fractie vindt het echter ook belangrijk dat het Jenevermuseum en het Coöperatiemuseum voor Schiedam behouden blijven. Daarom zal de fractie voor de motie stemmen. De heer Maris begrijpt de reactie van de heer De Jong, maar de fractie van LOS begrijpt het niet, want zij heeft het over een korting van 20%. Maak de rekensom nu eens goed. Het subsidiebedrag gaat van €630.000 naar €575.000. Als je daar 20% van afhaalt, komt je op een heel ander bedrag uit, dus het is de fractie van LOS die het niet heeft begrepen. De verlaging naar €575.000 is ongeveer 8,7% en dat ligt aardig in lijn met de bezuiniging die LOS wil en die ook in het verkiezingsprogramma van LOS staat, met de naam van het Jenevermuseum erbij. De heer Siljee snapt de steun van LOS voor deze motie ook niet.

Spreker heeft de indieners van de motie van tevoren nog een aantal opmerkingen meegegeven, maar daar is niets mee gedaan, want de motie is niet gewijzigd. Het is spijtig dat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen het Coöperatiemuseum en het Jenevermuseum. Als het Coöperatiemuseum €15.000 minder krijgt, heeft dat museum een probleem, ook vanwege de kwestie van het erfgoed, maar voor het Jenevermuseum ligt dat anders. In de motie worden dus twee instellingen genoemd waarvoor een andere situatie geldt en spreker betreurt dat. De heer T. Janssen is heel verbaasd door de opmerkingen van de heer De Jong. In het nieuwe verkiezingsprogramma van LOS wordt gesproken over het terugbrengen van de subsidie van grote instellingen als de bibliotheek, het theater, het Stedelijk Museum en het Jenevermuseum. In de motie die LOS vervolgens mede indient, verzet LOS zich tegen het terugbrengen van de subsidie voor het Jenevermuseum. LOS was ook mede-indienster van een motie over het noodfonds voor cultuur, waar alleen de grote drie gebruik van hebben gemaakt. Voor die instellingen heeft LOS dus Sinterklaas gespeeld en LOS komt vervolgens met een verkiezingsprogramma waar iets anders in staat. Wat is dus het echte LOS? Volgens de heer De Jong gaat het om voortschrijdend inzicht. De heer Maris slaat aan op het gestelde door de heer De Jong over voortschrijdend inzicht.

Het gaat nu over het verkiezingsprogramma voor de volgende raadsperiode en de heer De Jong heeft het nu al over voortschrijdend inzicht om voor de volgende raadsperiode extra geld voor de instellingen te voteren om er vanaf 2026 weer 8% vanaf te halen. Dat is toch wel bijzonder. Volgens de heer Reuderink zijn voortschrijdend inzicht en volgordelijkheid niet hetzelfde. De heer Hamerslag ontraadt de motie. Het is uiteraard de bedoeling om de gang van zaken snel te evalueren, maar spreker is tegen het voor minimaal een jaar realiseren van een financiële overbrugging voor de instellingen die door deze gang van zaken in de problemen zijn gekomen. Er wordt nu met de instellingen gesproken en er wordt bekeken wat ze nodig hebben, maar als sprake is van langlopende verplichtingen, bijvoorbeeld in de vorm van frictiegelden, wordt er uiteraard geholpen. De Voorzitter stelt de besluitvorming over motie M3 aan de orde en geeft eerst gelegenheid tot het afleggen van een stemverklaring.

30

De heer Siljee is het niet eens met het dictum van de motie en alleen daarom stemt hij al tegen de motie, los van de andere kwestie waarover hij al heeft gesproken. De heer Van Sliedregt vindt het doel van de motie sympathiek, maar de reactie van de wethouder was duidelijk. Het proces loopt en hij is in gesprek met de instellingen. Zou de motie overigens worden aangenomen, dan is spreker bang voor een eventuele verdere financiële spin-off, als andere instellingen ook bij de gemeente aankloppen. Daar is geen geld voor en dus steunt de fractie de motie niet. De heer Hekman vindt de motie sympathiek en gaat ervoor stemmen, want de stad moet worden behoed voor de kaalslag die anders plaatsvindt. De heer M. Janssen stemt ook voor de motie. De wethouder moet deze maand echt aan de slag. De motie geeft hem de ruimte om te kijken hoeveel geld er voor minimaal een jaar nodig is voor de culturele instellingen die het betreft. De heer Van Belle gaat tegen de motie stemmen, want de financiële overbrugging voor een jaar is te grof en te ondoordacht. De Voorzitter brengt motie M3 vervolgens in stemming en constateert dat de leden van de fracties Wilton, LOS, de OPS, AvS, het AOV, en het CDA voor deze motie hebben gestemd, en die van de overige fracties ertegen, zodat zij met 13 tegen 22 stemmen is verworpen.

Spreker zegt dat door de leden Maris, Trouborst, Haan, Spek, en Rotteveel de motie Onderzoek naar lokale maatregelen tegen overlast door fatbikes wordt voorgesteld: “De gemeenteraad van Schiedam, in vergadering bijeen op 16 december 2025, constaterende dat: • in delen van Schiedam, met name in winkelgebieden en voetgangerszones, overlast en onveilige situaties worden ervaren door snel en roekeloos fietsverkeer; • zogenoemde fatbikes daarbij regelmatig worden genoemd; • gemeenten landelijk beperkte mogelijkheden hebben om specifieke typen fietsen te verbieden; overwegende dat: • de gemeente Enschede onderzoekt en toepast of via de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) een tijd- en gebiedsgebonden verbod op fatbikes juridisch mogelijk is; • eventuele maatregelen juridisch houdbaar, handhaafbaar en proportioneel moeten zijn; verzoekt het college: 1. te onderzoeken welke juridische mogelijkheden en beperkingen er zijn om lokaal, bijvoorbeeld via de APV, maatregelen te nemen tegen overlast en onveilig gebruik van fatbikes in drukke gebieden; 2. daarbij ook te kijken naar hoe andere gemeenten, zoals Enschede, dat aanpakken 3. de raad hierover te informeren, en gaat over tot de orde van de dag.” Deze motie krijgt het nummer M4. De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. De heer Hekman zal de motie steunen.

Volgens hem moet echter eerst gebeuren wat in punt 2 van het dictum staat, namelijk onderzoeken hoe in andere gemeenten, zoals Enschede,

31

het probleem wordt aangepakt. Daarna kan worden nagegaan wat daarvan voor Schiedam kan worden overgenomen, zoals in punt 1 wordt bepleit. Het CDA zal voor de motie stemmen. De heer Van Baekel zegt dat D66 ook voor de motie zal stemmen, met dien verstande dat het de fractie meer gaat om handhaving op gedrag dan om voertuigtypen. Zij staart zich niet blind op de fatbike. De heer Hamerslag omarmt de motie. Het college zal handelen zoals de heer Hekman aangeeft. Het zal eerst kijken hoe andere gemeenten het probleem aanpakken en vervolgens nagaan wat de juridische haalbaarheid en de mogelijkheden voor Schiedam zijn. De Voorzitter stelt de stemming over motie M4 aan de orde en geeft gelegenheid tot het afleggen van een stemverklaring. De heer Van Belle zegt dat de fractie van de PvdA verdeeld zal stemmen. De Voorzitter brengt vervolgens motie M4 in stemming en constateert dat twee leden van de fractie van de PvdA tegen de motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ervoor, zodat zij met 33 tegen 2 stemmen is aangenomen. 19

Sluiting van de vergadering

De Voorzitter wenst iedereen fijne feestdagen en een heel voorspoedig nieuwjaar. Hij roept op naar elkaar om te zien. Hij vertrouwt iedereen begin januari op de nieuwjaarsreceptie in de foyer te zien en sluit te 23.02 uur de vergadering. Vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeenteraad van 3 februari 2026. de griffier,

de voorzitter,

mr. M. Pe MEC

mr. H.M. Bergmann

32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16473897/3