CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Brief Kinderombudsman 16 februari 2023 Geef kinderen invloed

Raadscommissie 21 maart 2023, gemeente SchiedamBij agendapunt: Collegebrief 3 maart 2023 Stand van zaken MVS-Jeugdmodel26.997 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

46

Wel heeft Pluryn in de fase vooraf aan het voorgenomen besluit tot sluiting aangegeven dat kiezen voor openhouden van DHG zou betekenen, dat de zorg voor alle kinderen van Pluryn in gevaar zou komen. Daarmee heeft Pluryn het aspect continueren van zorg, bescherming en veiligheid voor de kinderen van DHG gewogen tegen de belangen van de overige kinderen die gebruik maken van de zorg van Pluryn. Dit wordt door het Kinderrechtencomité genoemd als een belangrijk te onderzoeken en mee te wegen element. Toch is dit niet conform hoe besluitvorming volgens het Kinderrechtenverdrag en het Kinderrechtencomité moet plaatsvinden. De zeven elementen om het ontwikkelingsbelang vast te stellen zijn vooraf aan het voorgenomen besluit tot sluiting niet allemaal onderzocht. Er lagen vooraf aan het voorgenomen besluit tot sluiting op 3 december 2019 geen scenario's over wat de invloed van het voorgenomen besluit zou kunnen zijn op de kwaliteit van de zorg in de tijd tot definitieve sluiting. Onduidelijk was wat het besluit zou betekenen voor de ontwikkeling en het perspectief op korte en op lange termijn voor met name de groep kinderen met zeer complexe zorgvragen en specifieke problematiek (zoals ASS, hechtingsproblematiek).

Er lagen op het moment van het voorgenomen besluit individuele behandelplannen, maar hierin was niet uitgewerkt hoe de kinderen toegeleid zouden worden naar zorg, nadat het voorgenomen besluit tot sluiting een feit zou zijn. Niet duidelijk was of ieder individueel kind passende zorg in de regio's van herkomst zou krijgen dan wel een aanbod op zeer korte termijn gecreëerd kon worden. Ook na 3 december 2019 is het ontwikkelingsbelang van kinderen niet systematisch en volledig onderzocht en meegewogen ‐ conform het IVRK en de visie van het Kinderrechtencomité ‐ in de besluitvorming rond de voorgenomen sluiting. Wel zijn vanaf dat moment de belangen van kinderen onderdeel geweest van de individuele plannen met betrekking tot toeleiding naar nieuwe zorg en het creëren van behandelplekken voor specifieke groepen kinderen, zoals kinderen met ASS of met een hechtingsstoornis. De voorgenomen sluiting van de instelling op 3 december 2019 betekende voor de kinderen van DHG dat als het besluit definitief zou worden, dit gepaard ging met een verplaatsing van hun hele leven (wonen, onderwijs, zorg en vrije tijd) naar elders. Ze moesten hun behandelaren missen, hun groepsgenoten, clubjes, docenten, mentoren en paarden. Perspectief werd op het moment van het voorgenomen besluit hierbij niet gegeven.

Juist voor de kinderen met ASS die op DHG verbleven, is het essentieel om perspectief te hebben. En juist voor deze kinderen is dit niet gerealiseerd, terwijl voor deze kinderen iedere verandering een enorme impact heeft. Dit geldt overigens ook voor de kinderen met een hechtingsstoornis. Dat de belangen van kinderen bij dit besluitvormingsproces niet conform het IVRK en de richtlijnen van het Kinderrechtencomité zijn onderzocht, heeft veel invloed gehad op het vervolg van de besluitvormingsprocessen. De ontwikkelingsbelangen van kinderen waren hierdoor namelijk niet bekend, met als gevolg dat deze niet konden worden meegewogen in de besluitvorming. De afweging tussen deze (onbekende) belangen en de overige (zoals financiële, organisatiebelangen, beleidsbelangen) kon daardoor niet

47

worden gemaakt. Was dit wel gebeurd dan had het besluitvormingsproces mogelijk tot een andere uitkomst kunnen leiden. Conclusie naar aanleiding van deelvraag 2 In hoeverre zijn de belangen van kinderen die op DHG verblijven onderzocht en meegewogen bij de besluitvorming rond de vormgeving van de huidige zorg? Uit ons onderzoek blijkt dat Pluryn bij het besluitvormingsproces over de vormgeving van de huidige zorg de belangen van kinderen die daar verbleven op verschillende punten heeft onderzocht en meegewogen conform het Kinderrechtenverdrag en de richtlijnen van het Kinderrechtencomité. Dit heeft echter niet geleid tot het gewenste niveau van kwaliteit van zorg, onderwijs en activiteiten voor alle kinderen die op DHG verblijven. Pluryn is van mening dat dit op alle punten wel is gebeurd. De ouders en kinderen met wie is gesproken als ook de meeste professionals en de stakeholders zijn overwegend een andere visie toegedaan. Kinderen en hun ouders zijn in een situatie van grote onzekerheid terechtgekomen. Dit als gevolg van 1) het feit dat voorafgaand aan het voorgenomen besluit tot sluiting op 3 december 2019 niet voldoende is onderzocht wat de zorgbehoefte van ieder kind was. En 2) onvoldoende is onderzocht of passende kwalitatief hoogstaande alternatieve zorg voor ieder kind in de regio's of bij Pluryn beschikbaar was.

Daarnaast is niet goed gecommuniceerd met de professionals over hoe de zorg tot aan sluiting eruit zou zien, Ook is onvoldoende gecommuniceerd over het toekomstige zorgaanbod. Hierdoor konden professionals de kinderen geen duidelijkheid bieden. Dit leidde tot stress en onrust onder de kinderen en ouders. Dat dit proces niet goed is gemanaged of niet goed te managen was, heeft eraan bijgedragen dat kinderen mogelijk meer dan nodig in gedrag zijn teruggevallen en zich meer dan wanneer hierop wel was geanticipeerd, onzeker en ongelukkig hebben gevoeld. Ook heeft dit bijgedragen aan een verdere afname van de kwaliteit van zorg na 3 december 2019. Mede doordat het tevens leidde tot extra stress en werkdruk voor het personeel. Verder is door de onduidelijkheid een deel van het personeel vertrokken. Dit geldt voor personeel van DHG alsook voor personeel van de aan DHG verbonden school. Het is hierdoor voor kinderen die op DHG verblijven sinds het voorgenomen besluit tot sluiting, onveiliger geworden. Dit proces van leegloop van personeel gaat nog steeds door en is een voortdurende bedreiging van de kwaliteit van zorg en onderwijs en de veiligheid van kinderen en personeel.

Hoewel Pluryn hiervoor in de organisatie verantwoordelijkheden heeft belegd en er toezicht is georganiseerd en betrokkenheid van verschillende stakeholders, lijkt DHG er niet in te slagen op alle groepen de kwaliteit van zorg en de veiligheid terug te brengen op het peil van voor het bekend worden van de plannen tot sluiting. Dit blijkt uit de gesprekken met jongeren, professionals en stakeholders. Pluryn erkent dat er toename is van onveiligheid en afname van kwaliteit en wijt dit deels aan het gebrek aan kwaliteit. Professionals zijn onvoldoende bekwaam om op de toename van gedragsproblemen van kinderen te anticiperen. En juist het gebrek aan

48

kwaliteit is een van de redenen waarom DHG moest sluiten. Afname van kwaliteit is tevens een gevolg van de afname van bezetting door de voorgenomen sluiting. Conclusie naar aanleiding van onderzoeksvraag 3 In hoeverre zijn de belangen van kinderen die op DHG verblijven onderzocht en meegewogen bij de besluitvorming rond de toeleiding naar nieuwe zorg? Uit ons onderzoek blijkt dat Pluryn bij het besluitvormingsproces over toeleiding tot nieuwe zorg de belangen van kinderen die daar verbleven op veel punten conform het Kinderrechtenverdrag en de richtlijnen van het Kinderrechtencomité heeft onderzocht en meegewogen. Dit heeft er echter niet toe geleid dat voor alle kinderen passende vervolgzorg beschikbaar is en het proces van toeleiding naar nieuwe zorg bij alle kinderen naar wens verloopt. Pluryn is van mening dat op alle punten conform de richtlijnen van het Kinderrechtenverdrag en de richtlijnen van het Kinderrechtencomité is gewerkt en dat het proces van toeleiding naar nieuwe zorg goed verloopt. De ouders en kinderen met wie is gesproken zijn een andere visie toegedaan. Dit geldt ook voor de meeste professionals. Stakeholders zijn overwegend positief over toeleiding naar nieuwe zorg, maar noemen dat ouders en kinderen beter betrokken moeten worden en geven aan dat voor niet alle kinderen een zorgaanbod beschikbaar is.

Kinderen, ouders en professionals zijn in de eerste maanden onvoldoende geïnformeerd en betrokken bij het realiseren van een passend vervolgtraject voor kinderen. Na onder meer kritiek van een aantal ouders, een aanbeveling van de IGJ en bijdrage van OZJ, heeft zich een positieve ontwikkeling voorgedaan, waarbij Pluryn heeft hersteld wat er in de eerdere fasen niet goed verliep. Zo zijn er gesprekken gevoerd met kinderen over wat zij zelf belangrijk vinden en zijn ze beter betrokken bij de toeleiding naar een alternatief zorgaanbod. Nog steeds krijgt de Kinderombudsman echter signalen van ouders dat er voor hun kind nog geen vervolgzorg beschikbaar is en dat ze zich hierover ernstig zorgen maken. Eindconclusie In hoeverre zijn en worden de belangen van de kinderen onderzocht en meegewogen bij de besluitvorming om DHG te sluiten, bij de besluitvorming over de zorg die zij nu krijgen en bij de toewijzing van nieuwe zorg? Uit het onderzoek blijkt dat niet in alle fasen van onderzochte besluitvormingsprocessen voldaan is aan de eisen van het Kinderrechtenverdrag en de richtlijnen van het Kinderrechtencomité . Dit ondanks de intenties van Pluryn om belangen van kinderen in iedere fase zwaar te wegen.

Debet hieraan is vooral dat vooraf aan het voorgenomen besluit tot sluiting niet conform het Kinderrechtenverdrag en de richtlijnen van het Kinderrechtencomité onderzocht en meegewogen is, wat sluiting van DHG voor de ontwikkeling en het perspectief voor individuele kinderen en voor kinderen met een specifieke diagnose (zoals ASS of een hechtingsstoornis) zou betekenen. Hun ontwikkelingsbelang is noch op

49

groepsniveau noch op individueel niveau onderzocht op een wijze die het Kinderrechtencomité nodig acht. De stakeholders, waaronder het ministerie van VWS als stelselverantwoordelijke, zijn vooraf aan het voorgenomen besluit tot sluiting onvoldoende bij het proces dat tot de uiteindelijke sluiting leidde betrokken. Ook het personeel van DHG en de school waren niet voldoende bij dit proces betrokken. Hierdoor is onvoldoende gezamenlijk met alle verantwoordelijken geïnventariseerd, welke mogelijke alternatieve scenario's er lagen voor individuele kinderen en groepen kinderen met eenzelfde problematiek of diagnose en wat het beste zou zijn voor de kinderen van DHG. Het was als gevolg hiervan onmogelijk een belangenafweging te maken, waarbij de belangen van de kinderen die op DHG verbleven, konden worden afgewogen tegen de andere belangen die bij dit besluit speelden. Zoals de belangen van Pluryn als organisatie, de belangen van de overige cliënten van Pluryn of de landelijke transformatiedoelen rond regionalisering van zorg voor ieder kind. De onzekerheid en stress die hierdoor bij kinderen, ouders en professionals ontstond, omdat niemand op dat moment goed wist waar hij of zij aan toe was, heeft vervolgens doorgewerkt in de kwaliteit van de geboden zorg en het onderwijs, dagbesteding en activiteiten.

Ook in de besluitvorming in dit proces zijn niet altijd de juiste afwegingen gemaakt, zoals het Kinderrechtenverdrag en de richtlijnen van het Kinderrechtencomité vereisen. Zo worden nog steeds groepen samengevoegd vanwege personele kwesties en niet omdat dit het beste is voor de kinderen en is er sprake van het ervaren van onveiligheid op verschillende groepen. Dat de media veelvuldig werd gezocht, heeft tot extra onrust geleid. Ook het besluitvormingsproces van toeleiding naar nieuwe zorg verliep in eerste instantie niet conform het Kinderrechtenverdrag en de richtlijnen van het Kinderrechtencomité. Ouders en kinderen zijn, zeker aanvankelijk, onvoldoende bij de besluitvorming betrokken. Dit geldt ook voor de professionals van DHG en voor het personeel van de school. Ook stakeholders waren aanvankelijk te weinig betrokken bij dit proces. Dit is later verbeterd, zo is af te leiden uit de berichten en rapportages van de stakeholders, hoewel de meeste ouders met wie de Kinderombudsman gesproken heeft dit niet zo ervaren. Ondanks alle tekortkomingen in het proces van besluitvorming dat geleid heeft tot sluiting van Pluryn, geven de stakeholders in meerderheid aan, dat een grondige reorganisatie dan wel sluiting van DHG nodig was om voldoende kwaliteit van zorg en onderwijs op alle groepen en voor alle kinderen van DHG te realiseren.

Tevens geven zij aan dat de financiële situatie van DHG sluiting onafwendbaar maakte. En dat een voorziening zoals DHG niet past bij wat de Jeugdwet vraagt. Namelijk dat kinderen gebruik kunnen maken van een zorgaanbod dat zo thuis mogelijk is en zo dicht mogelijk bij huis beschikbaar is. Echter doordat de stakeholders pas betrokken zijn bij het besluitvormingsproces op het moment dat het besluit tot sluiting in feite al een onafwendbaar besluit was, hebben stakeholders niet mee kunnen denken over alternatieven in het belang van de kinderen van DHG. Hoewel niet alle besluitvormingsprocessen en fasen van besluitvorming conform het IVRK en de richtlijnen van het Kinderrechtencomité zijn ingericht, beoogde Pluryn wel

50

degelijk vanuit het belang van de kinderen te handelen. Dit door op grond van de visie van onvoldoende kwaliteit van zorg en op grond van transformatiedoelen de instelling te willen sluiten. Pluryn heeft in de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in het verbeteren van de kwaliteit van DHG, maar slaagde er niet in om deze op niveau te krijgen. Verder was er een grote discrepantie tussen hoe het beleid geformuleerd en bedoeld was en wat de ouders met wie de Kinderombudsman heeft gesproken, hebben ervaren. Ook een deel van de professionals en een deel van de stakeholders is over verschillende fasen van de besluitvormingsprocessen een andere visie toegedaan dan Pluryn. Het gehele besluitvormingsproces lijkt op een kettingreactie. Doordat het voorgenomen besluit tot sluiting een verrassing was voor betrokkenen, zoals kinderen, ouders en personeel, alsook voor de stakeholders, had dit grote gevolgen voor de rest van het proces. In de situatie van stress en hectiek die er daarna ontstond, zijn kinderen en hun ouders aanvankelijk onvoldoende meegenomen in wat voor de kinderen het beste was in de toekomst. Dit heeft bijgedragen aan onrust en stress. Kinderen en de ouders met wie de Kinderombudsman heeft gesproken, zijn aanvankelijk ook niet goed betrokken bij het proces van toeleiding naar nieuwe passende zorg.

De informatie was niet toegespitst op hun behoeften en hun niveau en ook is er niet voldoende met kinderen zelf gesproken over wat zij belangrijk vonden. Mede hierdoor is er voor de kinderen een onduidelijk perspectief en voor hun ouders een extra moeilijke periode ontstaan. Kinderen en de ouders met wie de Kinderombudsman heeft gesproken, wisten niet of en waar ze vervolgbehandeling zouden krijgen en of deze zou aansluiten bij dat wat voor hen werkelijk het beste was. Niet duidelijk was of er regionaal een alternatief zorgaanbod voor de kinderen was. Hierdoor ontstond grote onrust, wat bijdroeg aan nieuwe en verergering van gedragsproblemen van de kinderen. Dit droeg ook bij aan gevoelens van angst, onzekerheid en onmacht bij hun ouders. Het vertrouwen in een goede toeleiding naar nieuwe zorg nam hierdoor af. Dit leidde tot verder wantrouwen en argwaan bij vooral ouders, met wie we spraken, van kinderen met zeer complexe problematiek. Was het proces vanaf het eerste voorgenomen besluit transparanter verlopen met betrokkenheid van deze ouders en kinderen, alsook van de professionals en stakeholders, dan waren de consequenties mogelijk minder groot geweest.

Was bij het voorgenomen besluit tot sluiting onderzocht en daarmee bekend geweest dat voor alle kinderen goede regionale vervolghulp beschikbaar was, en waar deze gerealiseerd moest worden; en was voor dit proces de tijd genomen met betrokkenheid van alle stakeholders, dan had dit bij kunnen dragen aan grotere acceptatie van sluiting van DHG en vertrouwen. Pluryn heeft na de fase van het voorgenomen besluit tot sluiting veel verbeteringen doorgevoerd in de besluitvormingsprocessen. Verschillende stakeholders als de IGJ, de OZJ en VWS hebben hier een belangrijke rol in gespeeld. Kinderen en ouders worden sindsdien beter geïnformeerd en betrokken bij besluiten die er genomen worden. Dit onder het toezicht en in samenspraak met verschillende stakeholders. Het heeft ertoe geleid dat de belangen van kinderen bij de toeleiding naar nieuwe zorg nu wel meer systematisch worden onderzocht en meegewogen. Kinderen en hun ouders worden in hiervoor georganiseerde overleggen in staat gesteld hun visie te geven. Echter nog

51

steeds is er een discrepantie tussen het beleid en dat wat de kinderen en ouders met wie we hebben gesproken ervaren.

52

7. AANBEVELINGEN Inleiding Dit hoofdstuk bevat zeven aanbevelingen van de Kinderombudsman aan Pluryn en aan de verschillende partijen die bij de sluiting van DHG betrokken zijn. Daarnaast is een apart advies opgenomen dat geformuleerd is door het bestuur van het Jeugdwelzijnsberaad (JWB). Het JWB vertegenwoordigt kinderen die gebruik maken van jeugdhulp. Het bestuur van het JWB heeft zich gebogen over de vraag hoe kinderen zelf vinden dat ze betrokken moeten worden bij belangrijke besluiten in hun leven, die door jeugdhulporganisaties genomen worden. De aanbevelingen in dit hoofdstuk gelden aldus niet alleen voor Pluryn. Het zijn deels aanbevelingen voor alle andere organisaties die voor vergelijkbare ingrijpende organisatorische beslissingen staan, die gevolgen hebben voor de levens van de kinderen in zorg. Er zijn ook aanbevelingen die gelden voor de partijen die een (mede‐) verantwoordelijkheid dragen bij sluiting van een organisatie, fusie of een reorganisatie. Een deel van de aanbevelingen is daarom tevens gericht aan gemeentes en ministeries. De achtste aanbeveling is gericht aan iedereen die op enigerlei wijze bij DHG betrokken is. De aanbevelingen zien op de wijze waarop de besluitvormingsprocessen die object van onderzoek waren, dienen te verlopen, om te voldoen aan de eisen die het Kinderrechtenverdrag en het Kinderrechtencomité daaraan stellen.

De aanbevelingen zijn geformuleerd in de vorm van uitgangspunten. De aanbevelingen Aanbeveling 1 en 2 zijn gericht aan Pluryn en alle andere jeugdzorgaanbieders die vergelijkbare besluiten nemen. De aanbeveling ziet ook toe op organisaties die hierbij een (mede)verantwoordelijkheid dragen, zoals gemeentes en het ministerie van VWS. Aanbeveling 1: Laat bij alle besluiten die u rond kinderen neemt hun belangen een eerste overweging zijn, zoals het Kinderrechtenverdrag vereist en richt het besluitvormingsproces hierop in. Besluiten zoals het sluiten van een instelling of een reorganisatie met verstrekkende gevolgen voor kinderen, hebben een enorme impact op hun leven. Onderzoek wat dit voor de belangen van de kinderen in kwestie betekent, zoals het Kinderrechtencomité dit aanbeveelt27. Het gaat om besluiten zoals bijvoorbeeld een doorstart van de zorg in de huidige vorm, innovatie of gedeeltelijke doorstart dan wel sluiting, maar ook besluiten omtrent samenvoeging van groepen, verandering van behandelingstrajecten of van dagprogramma's. Richt het besluitvormingsproces in volgens de systematiek die het Kinderrechtencomité voorstaat. Onderzoek hierbij eerst en vooraf aan het besluit wat de belangen van de kinderen bij het besluit zijn, vervolgens onderzoekt u welke overige belangen er zijn. Op basis van de afweging van deze belangen wordt het besluit genomen.

Bij dit besluit zijn zoals artikel 3

27

De Kinderombudsman, Toolkit Het Beste Besluit voor het Kind, 19 november 2019 https://www.dekinderombudsman.nl/toolkit‐beste‐besluit

53

van het Kinderrechtenverdrag vereist de belangen van de kinderen een eerste overweging. Het besluit wordt goed toegelicht aan de kinderen en hun rechtsvertegenwoordigers en ze worden gewezen op eventuele mogelijkheden om hierover in bezwaar te gaan. Als een kind dan wel een kind en diens rechtsvertegenwoordiger vanwege kwetsbaarheden niet goed voor de belangen van het kind kunnen opkomen, voeg dan een buddy toe die dit wel kan. Hieronder worden deze vier stappen toegelicht. Stap 1 Onderzoek eerst de belangen van de kinderen in kwestie systematisch vooraf aan het te nemen besluit bij de verschillende scenario's die voorliggen. Stel hierbij vast welke elementen in ieder geval onderzocht moeten worden om de belangen van kinderen in kaart te brengen en betrek deze in het onderzoek. Neem altijd de zeven elementen mee die het Kinderrechtencomité hiervoor noemt en onderzoek wat de betekenis hiervan is bij de verschillende scenario's voor het te nemen besluit. Het gaat om 1) de identiteit van het kind, 2) diens mening, 3) het contact kunnen houden met belangrijke personen, 4) diens veiligheid, zorg en bescherming, 5) diens kwetsbaarheid, 6) diens gezondheid en 7) het volgen van goed en passend onderwijs. Onderzoek ook wat het besluit op lange termijn voor de ontwikkeling van kinderen betekent.

Inventariseer vooraf aan het te nemen besluit of elders een passend vervangend zorgaanbod beschikbaar is dan wel gerealiseerd kan worden en of kinderen daar ook werkelijk geplaatst kunnen worden, zodat continuïteit van zorg gewaarborgd is. Onderzoek dit in een multidisciplinair team (bestaande uit professionals op het gebied van onderwijs, behandeling en zorg). De behandelaar(s) van het kind of de kinderen in kwestie maken deel uit van dit team. Er dient een gezamenlijk en compleet beeld te zijn van het ontwikkelingsbelang van de kinderen bij verschillende scenario's voor het te nemen besluit. Hierdoor wordt duidelijk welk scenario het belang van de kinderen het beste dient. Weeg de visie van het kind ‐ eventueel via de ouders ‐ altijd mee in deze inventarisatie, zodat bekend is wat het kind het beste besluit vindt. Stap 2 Breng (vervolgens) de belangen van overige partijen en betrokkenen in kaart Onderzoek en inventariseer welke overige belangen er spelen naast die van de kinderen in kwestie. Onderzoek dit voor de verschillende scenario's die voorliggen. Het gaat om de belangen van de instelling, de stakeholders, overige instellingen, gemeentes, ministeries en andere bij de besluitvorming betrokken organisaties. Het kunnen ook belangen van ouders zijn als hun belangen tegengesteld zijn aan die van hun kinderen. Maak van al deze belangen een overzicht.

Doe ook dit gezamenlijk met de bij het besluit betrokken professionals en organisaties. Het kan hierbij gaan om financiële belangen, belangen personeel, belangen rond gezondheid/veiligheid van andere personen. Het kan ook gaan om de belangen van andere kinderen in dezelfde instellingen van wie de behandeling op het spel kan komen te staan, als er voor een specifieke groep kinderen wordt gekozen. Zo kan sluiting voor het ene kind goed zijn, maar voor het andere kind niet goed, waardoor de belangen van groepen kinderen

54

tegenover elkaar komen te staan. Stap 3 Maak met alle partijen en betrokkenen die verantwoordelijk zijn voor het besluit gezamenlijk een belangenafweging, waarbij de belangen van het kind/de kinderen in kwestie voorop staan. Degene die verantwoordelijk is voor het te nemen besluit, maakt op basis van de verzamelde informatie de afweging. Dit op basis van de verschillende scenario's die voorliggen. Doe dit opnieuw met de verschillende professionals. Betrek indien mogelijk en nodig stakeholders bij het te nemen besluit. Voer dit proces zorgvuldig en tijdig. Streef naar een zo breed mogelijk draagvlak door ieder die hierin een verantwoordelijkheid heeft of zou moeten hebben hierbij te betrekken. Kies voor het besluit dat de belangen van de kinderen in kwestie het best dient, nu en in de toekomst, met in achtneming van de niet‐kind belangen die geïnventariseerd zijn. Als niet gekozen kan worden voor het besluit dat de belangen van de kinderen in kwestie het beste dient, dan moet u dit besluit extra motiveren. Hierbij dient u naar voren te brengen waarom de belangen van de kinderen in kwestie ondergeschikt zijn aan de overige belangen die u bij het besluit heeft meegewogen. Stap 4 Communiceer het besluit tijdig en zorgvuldig met kinderen en ouders Licht het besluit toe aan de kinderen wiens belangen door het besluit geraakt worden.

Als het besluit niet het beste besluit is vanuit het perspectief van de kinderen in kwestie, geeft u de kinderen en hun rechtsvertegenwoordigers aan of ze nog iets tegen het besluit kunnen doen en wat dat dan is. Geef kinderen en hun rechtsvertegenwoordigers aan tot wie zij zich kunnen wenden als ze het er niet mee eens zijn. Geef het ook aan wanneer het besluit onafwendbaar en onomkeerbaar is. Aanbeveling 2: Blijf gedurende het hele besluitvormingsproces goed communiceren met de kinderen en hun ouders. Betrek ze bij alle belangrijke besluiten (zie ook aanbeveling 1) en voorzie ze van duidelijke informatie. Goede communicatie is essentieel. Neem bij ingrijpende besluiten de tijd voor een goede communicatie. Hiermee kan veel stress en onzekerheid worden voorkomen. Wees duidelijk en helder over het proces en vraag aan kinderen en ouders hoe ze bij de besluitvorming betrokken willen worden. Sluit aan bij het niveau van communiceren van de kinderen en hun ouders en bij het niveau van ontwikkeling van het kind. Houd rekening met de emoties en gevoelens die het denken en praten over een eventuele verandering van zorgaanbod met zich mee kan brengen. Wees hierin eerlijk en duidelijk. Organiseer het zo dat kinderen met aanvullende vragen altijd bij voor hen vertrouwde professionals terecht kunnen.

Aanbevelingen 3, 4, 5 en 6 zijn gericht aan Pluryn, de stelselverantwoordelijke ministeries van VWS en OCW en de gezamenlijke gemeentes. Aanbeveling 3: Waarborg dat kwalitatief goede zorg beschikbaar blijft, ook na een (voorgenomen) besluit tot sluiting.

55

Zorg ervoor dat tijdens het proces van sluiting zorg en behandeling alsook het onderwijs en de activiteiten van goede kwaliteit zijn en blijven. Voorkom leegloop van personeel. Voorkom uitholling van het aanbod op de drie milieus door het waarborgen van continuïteit van zorg en behandeling, onderwijs en activiteiten. Aanbeveling 4: Ontwikkel samen een kwalitatief hoogwaardig zorgaanbod voor kinderen met complexe zorgvragen, zodat ook zij zo dicht mogelijk bij huis behandeld kunnen worden. Voor de kinderen van de DHG voor wie geen passende alternatieve zorg beschikbaar is, zal bij voorkeur in hun eigen regio een nieuw passend zorgaanbod gecreëerd moeten worden, waarbij ook passend onderwijs beschikbaar is. Het creëren van een dergelijk aanbod is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de samenwerkende gemeentes alsook van het ministerie van VWS als stelselverantwoordelijke, het ministerie van OCW in verband met het onderwijs en van jeugdhulpaanbieders. Aanbeveling 5: Ga pas over tot daadwerkelijke sluiting als voor alle kinderen een passende (duurzame) vervolgplek beschikbaar is. Deze aanbeveling hoeft weinig toelichting. Sluit niet voordat er een passend en duurzaam alternatief is voor alle kinderen die van de zorg gebruik maken. Aanbeveling 6: Zorg ervoor dat er landelijk een aanbod van residentiële drie milieu zorg beschikbaar blijft.

Een zo thuis mogelijk kleinschalig zorgaanbod in de regio waar het kind vandaan komt, is voor de meeste kinderen het best passend. Echter, er is een groep kinderen met complexe problematiek, soms in combinatie met een kwetsbare en mogelijk schadelijke thuissituatie of omgeving, voor wie dit niet passend is. Deze kinderen kunnen er juist bij gebaat zijn om buiten hun eigen regio geplaatst te worden. Inventariseer hoe groot deze groep is en zorg dat er voor hen een passend landelijk zorgaanbod beschikbaar blijft. De laatste aanbeveling is gericht aan iedereen die met DHG te maken heeft alsook aan de media. Aanbeveling 7: Draag bij aan het creëren van rust rond DHG. De kinderen die op DHG verblijven dan wel hebben verbleven zijn kwetsbaar. De kinderen zijn er uitsluitend bij gebaat dat er rust ontstaat rond DHG, zodat er voor ieder van hen een passende vervolgplek gevonden kan worden en ieder die bij dit proces betrokken is zich hier ten volle op kan concentreren. Ieder die bij DHG betrokken is, moet hierin eigen verantwoordelijkheid nemen.

56

Advies JeugdWelzijnsBeraad op rapport Kinderombudsvrouw Op 8 juni 2020 heeft het JeugdWelzijnsBeraad gesproken met de Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer. De Vraag: “ Hoe willen kinderen en jongeren betrokken worden bij (grote) besluiten. Zoals over het sluiten van een instelling of groep, overplaatsing of het samengaan van een groep?” stond centraal in dit overleg. Naar aanleiding van dit gesprek heeft de Kinderombudsvrouw ons gevraagd om een stukje tekst aan te leveren, waarin wij onze adviezen en aanbevelingen delen. Dit stukje tekst wordt opgenomen in het rapport dat gepubliceerd wordt door de Kinderombudsvrouw.

Inhoudelijk advies op het sluiten van instellingen of groepen, het overplaatsen of het samengaan van groepen:      

Zorg dat jongeren weten waar ze aan toe zijn voordat een groep/instelling gesloten wordt. Ontwikkel samen met de jongeren een stappenplan/spoorboekje voor jongeren waarin alle te nemen stappen/besluiten duidelijk beschreven worden. Sluit een groep/instelling pas als er voor ALLE jongeren een passende nieuwe plek is gevonden! Betrek jongeren vanaf het begin actief bij elke fase/nieuwe ontwikkeling rondom het sluiten/samengaan van instellingen en groepen. Zorg dat er duidelijk gecommuniceerd wordt, zodat er geen verschillende verhalen/visies rondgaan. Vul niet voor de jongeren in of ze wel of niet met de informatie om kunnen gaan of mee willen praten!

Aanbevelingen voor de toekomst residentiële jeugdhulp: 

Er moet altijd een residentiële vorm van jeugdhulp beschikbaar zijn. Niet voor alle kinderen is een gezinshuis of pleeggezin de juiste plek.

Advies hoe vorm te geven aan participatie bij beleid en besluitvorming in de jeugdhulp: 

Geef jongeren op een groep/instelling ALTIJD een uitnodiging om mee te praten en advies te geven op het beleid en besluit. Zorg er daarbij voor dat: o De taal/teksten worden aangepast voor jongeren zodat zij begrijpen waar het over gaat! o Jongeren ALTIJD over alle informatie beschikken. Houd geen informatie achter! Leg beleid/besluitvorming daarnaast ALTIJD voor aan de jongerenraad.

57

Zorg ervoor dat de jongerenraad (indien aanwezig) gebruik kan maken van het adviesrecht zoals in de wet is vastgelegd. Zorg voor gelijkwaardigheid in de besluitvorming: Let er hierbij op dat de stem van de jongeren even zwaar meetelt als de volwassenen om hen heen. Geef een terugkoppeling aan ALLE jongeren voor wie het beleid/besluit gevolgen heeft op zijn/haar leven! Leg daarbij uit waarom er bepaalde keuzes worden gemaakt en welke invloed deze keuze heeft op het leven van de jongeren! o

 

www.jeugdwelzijnsberaad.nl

58

8. KORTE REFLECTIE Bij de fusie van Pluryn en DHG in 2011, schrijft Pluryn dat het de ambitie is om nooit 'nee' te zeggen wanneer kinderen worden aangemeld met een zorgvraag.28 Hiermee wordt DHG een 'last resort' voor kinderen die elders in Nederland geen passend zorgaanbod krijgen. Kinderen met de meest complexe multi‐problematiek en zorgvragen. Kinderen die juist vanwege hun problematiek en hun achtergrond aanspraak maken op de meest specialistische en dure zorg die landelijk geboden wordt. Door deze ambitie van Pluryn is de groep kinderen waaraan door DHG zorg geboden wordt zeer gemêleerd. De voornaamste overeenkomst binnen deze groep is dat passende zorg elders in het land niet geboden wordt. Het vraagt om enorm veel deskundigheid, professionaliteit, specifieke expertise en inzet om voor zo'n diffuse groep kinderen een kwalitatief hoogstaand aanbod van zorg en behandeling te bieden. Het vraagt ook om toereikende financiële middelen. Want gespecialiseerde zorg is dure zorg. Toen in 2015 de Jeugdwet in werking trad, werd het voor alle (residentiële) jeugdhulpaanbieders in Nederland die de zwaarste vormen van zorg verlenen, toenemend moeilijk om goede zorg te bieden. Deze hulp bleek zo duur dat niet alle gemeenten in staat dan wel bereid waren om aan de kosten hiervan bij te dragen. Pluryn met DHG is hiermee geconfronteerd.

Dat de kwaliteit van zorg van een gedeelte van het zorgaanbod van DHG al niet voldeed, speelde hierbij mee. Echter ook de zorg die wel op orde was, heeft geleden en kwalitatief ingeboet onder de nieuwe dynamiek van aanbestedingsprocedures die ontstond na inwerkingtreding van de Jeugdwet. Dat deze dynamiek gevolgen heeft gehad voor het aanbod en de kwaliteit van hulp voor de kinderen met de meest complexe problematiek is inmiddels onderkend. Minister De Jonge als systeemverantwoordelijke minister van VWS heeft in maart j.l. aangekondigd de Jeugdwet zo te repareren dat gemeentes gezamenlijk verantwoordelijk worden voor het aanbod van de zorg aan deze specifieke kinderen bij wie sprake is van dergelijke complexe multi‐problematiek. Naast Pluryn en DHG zijn er op dit moment andere jeugdhulpaanbieders die op een vergelijkbare wijze tegen de (financiële) grenzen aanlopen, waardoor het aanbod (en tevens de kwaliteit van zorg) gevaar loopt. Ook hier gaat het om organisaties die zorg bieden aan kinderen met complexe zorgvragen vanwege multi‐problematiek. Er zijn door verschillende stakeholders van Pluryn zorgen geuit over andere organisaties waarbij vergelijkbare issues spelen, die noodzaken tot transformatie van zorg.

Het is daarom zaak om een landelijk dekkend en passend zorgaanbod te creëren, waarbij aansluiting is van zorg en onderwijs en activiteiten voor de meest kwetsbare groepen kinderen in de jeugdzorg. Hierbij moet ook gekeken worden naar aanbestedingsprocedures en de negatieve aspecten die hieraan verbonden zijn. Dit is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheden en zorgaanbieders, zodat belangen van kinderen werkelijk een eerste overweging zijn bij belangrijke besluiten in hun leven.

28

http://www.pluryn.nl/over‐Pluryn/Nieuws‐2011/Fusie‐PLU‐DHG.aspx, opgevraagd op 20‐4‐20, 10.37 uur.

59

9. BEPERKINGEN VAN HET ONDERZOEK Dit onderzoek kent een tweetal beperkingen. De eerste is dat er alleen is gesproken met de ouders, die zich zelf gemeld hebben en de ouders die via een oproep bij de Kinderombudsman terecht zijn gekomen. Hierdoor is met een grote groep ouders niet gesproken. Zoals de ouders die tevreden zijn over de besluitvorming en de uitwerking hiervan. Ook is niet gesproken met de ouders die weinig betrokken zijn op hun kind. Verder is niet gesproken met de ouders die moeite hebben om voor de belangen van hun kind op te komen. Als dit wel was gebeurd, was er mogelijk een aanvullend perspectief van de ouders in het onderzoek naar voren gekomen. Een tweede beperking is dat het onderzoek is uitgevoerd ten tijde van de 'intelligente lockdown'. We weten inmiddels uit andere studies dat deze lockdown voor kinderen die met zorg te maken hebben en uit huis geplaatst zijn, grote consequenties heeft gehad. Bijvoorbeeld omdat bezoek niet meer was toegestaan en omdat onderwijs vanuit de groep vormgegeven moest worden en activiteiten kwamen te vervallen. Dit kan juist bij kinderen zoals degenen die verblijven op DHG extra onrust veroorzaken en consequenties hebben voor hun gedrag en welbevinden. Mogelijk zijn de effecten van het beleid dat we in dit onderzoek hebben beschreven hierdoor versterkt.

60

BIJLAGE 1: KINDERRECHTENKADER De Kinderombudsman heeft in lijn met wat het VN Kinderrechtencomité in GC 14 weergeeft een stappenplan ontwikkeld en uitgewerkt29. In dit stappenplan wordt in vier stappen uiteengezet hoe volgens het Kinderrechten‐ comité, in lijn met het Kinderrechtenverdrag, besluiten over kinderen genomen moeten worden. Aan de hand van dit stappenplan dat hieronder wordt toegelicht zijn de interviews en de verschillende documenten geanalyseerd. Hierbij is gekeken of het proces van besluitvorming is gevolgd zoals het Kinderrechtencomité dit voorstaat. Stap 1 De eerste stap is het onderzoeken van het belang van het kind. Het Kinderrechtencomité wil dat alle professionals en instanties volgens eenzelfde methodiek onderzoeken wat het beste is voor het kind. Hierbij kijk je naar de specifieke eigenschappen van het kind, zijn familie en leefomgeving. Op basis van artikelen uit het Kinderrechtenverdrag heeft het comité de volgende zeven punten opgesteld die altijd onderzocht moeten worden: 1. De identiteit van het kind. Er moet rekening worden gehouden met wie het kind is. Wat is zijn leeftijd, geslacht, cultuur en wat maakt hem bijzonder? 2. De mening van het kind. Er moet geluisterd zijn naar wat het kind zelf wil en waarom het kind dit wil. 3. Behoud van de gezinsomgeving en onderhouden van betrekkingen.

Er moet rekening gehouden worden met continuïteit van contacten van het kind met de gezinsomgeving en anderen die voor het kind belangrijk zijn. 4. Zorg, bescherming en veiligheid. Er moet onderzocht worden welke gevolgen het besluit heeft op de bescherming, verzorging en veiligheid van het kind zowel voor nu als voor in de toekomst. 5. Kwetsbare kinderen of bijzondere situaties. Er moet onderzocht worden of er sprake is van kwetsbare kinderen of bijzondere situaties. Er moet bij de beslissing rekening worden gehouden met extra bijzonderheden van het kind, zoals een beperking, gedragsproblematiek, trauma, sociale status of een laag of hoog IQ. 6. Recht van het kind op gezondheid. Er moet onderzocht worden welke gevolgen de beslissing heeft voor de gezondheid van het kind, zowel voor nu als in de toekomst. 7. Recht van het kind op onderwijs. Er moet onderzocht worden welke gevolgen de beslissing heeft op het volgen van (passend) onderwijs zowel voor nu als in de toekomst. Daarnaast kunnen andere elementen belangrijk zijn voor de belangenafweging en moet altijd gekeken worden naar de feiten en omstandigheden van de specifieke situatie van een kind. Al deze elementen tezamen leiden tot vaststelling van welke beslissing het meest in het belang is voor de ontwikkeling van dit kind of voor deze groep kinderen.

29

Brochure 'Het Beste Besluit voor het Kind', de Kinderombudsman 19 november 2019.

61

Stap 2 Vervolgens moet in kaart gebracht worden welke andere belangen er zijn. Naast de belangen van het kind spelen er andere belangen een rol. Bijvoorbeeld wat de wensen van de ouders zijn, wat betrokken organisaties willen en of er voldoende geld is voor de beste oplossing voor het kind. Ook kunnen er wetten en regels zijn die een obstakel vormen voor de beste oplossing. Stap 3 In de derde stap wordt de afweging gemaakt tussen het bij de eerste stap vastgestelde belang van het kind en de bij de tweede stap vastgestelde andere belangen. Het belang van het kind weegt zwaar, maar gaat niet altijd voor. Er kunnen meerdere beslissingen worden uitgewerkt, waarbij steeds gemotiveerd wordt met welke factoren je rekening hebt gehouden en hoe deze tegen elkaar zijn afgewogen. Wanneer er een beslissing wordt genomen die anders is dan het vastgestelde belang van het kind, moet de keuze extra gemotiveerd worden. Stap 4 In de vierde en laatste stap moet de beslissing in begrijpelijke taal uitgelegd worden aan het kind. Het is belangrijk om niet alleen het besluit zelf uit te leggen, maar ook hoe tot deze beslissing is gekomen en op welke manier rekening is gehouden met het kind. Als een kind het niet eens is met een beslissing, dient uitgelegd te worden of er iets tegen de beslissing gedaan kan worden en zo ja, wat het kind (of zijn ouders of verzorgers) hiertegen kunnen doen.

Aanvullende artikelen uit het IVRK Naast de artikelen 2, 3, 6 en 12 IVRK, zijn er nog andere kinderrechten voor dit onderzoek belangrijk te benoemen. Deze kinderrechten zien op opvoedingsondersteuning, zorg en bescherming, uithuisplaatsing, vrijheidsbeneming, gezondheid, kwaliteit van zorg en onderwijs. ‐ Opvoedingsondersteuning, bescherming en zorg Volgens het Kinderrechtenverdrag zijn de ouders primair verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kind (art. 5 IVRK). Om uiteenlopende redenen kan het zijn dat het ouders niet (alleen) lukt om invulling te geven aan deze opvoedingsverantwoordelijkheid. In dat geval ligt er een taak voor de overheid om ouders hier op passende wijze in te ondersteunen (art. 18 IVRK). Op grond van het IVRK dienen daarbij alle wettelijke en bestuurlijke maatregelen genomen te worden om een kind te verzekeren van bescherming tegen kindermishandeling en verwaarlozing (art. 19 IVRK) en zorg die nodig is voor het welzijn van het kind, zodat het kind zich zo goed mogelijk kan ontwikkelen (art. 6 lid 2, 24 en 39 IVRK).

62

‐ Uithuisplaatsing Als een kind tijdelijk of blijvend uit huis geplaatst moet worden, dan heeft het recht op bijzondere bescherming en bijstand (art. 20 IVRK). Artikel 25 IVRK geeft aan dat wanneer een kind door de staat voor verzorging, bescherming of behandeling uit huis wordt geplaatst, deze plaatsing regelmatig geëvalueerd moet worden. ‐ Vrijheidsbeneming Artikel 37 van het IVRK ziet specifiek toe op de rechten van kinderen die van hun vrijheid zijn beroofd. Op basis van dit artikel mag een kind niet op onwettige of onwillekeurige wijze van zijn of haar vrijheid worden beroofd. Het opsluiten van een kind mag alleen geschieden op grond van de wet en wordt slechts gehanteerd als uiterste maatregel, voor de kortst mogelijke duur. ‐ Gezondheid Artikel 23 van het IVRK ziet toe op de rechten van een kind met 'een handicap'. Deze kinderen hebben recht op aangepaste zorg, onderwijs en training waardoor zij in staat zijn een bevredigend, volwaardig en behoorlijk leven te kunnen leiden. De zelfstandigheid van het kind wordt bevorderd en het kind kan actief deelnemen aan de samenleving. Artikel 24 IVRK ziet toe op gezondheid en gezondheidszorg die Staten moeten waarborgen. ‐ Kwaliteit zorg Artikel 3 lid 3 IVRK ziet op de kwaliteit van diensten voor kinderzorg.

De Staten moeten waarborgen dat de instellingen, diensten en voorzieningen die verantwoordelijk zijn voor de zorg voor of de bescherming van kinderen voldoen aan de door de bevoegde autoriteiten vastgestelde normen, met name ten aanzien van de veiligheid, de gezondheid, het aantal personeelsleden en hun geschiktheid, alsmede bevoegd toezicht. ‐ Onderwijs De artikelen 28 en 29 IVRK zien toe op het recht van ieder kind op passend onderwijs. Het recht op onderwijs geldt voor alle kinderen, dus ook voor kinderen die niet thuis kunnen of mogen wonen. 3. General Comment nr. 12 General Comment nr. 1230 ziet op artikel 12 IVRK en daarmee op het recht van het kind om gehoord te worden en de voorwaarden die hieraan gesteld zijn. Verzekerd moet worden dat ieder kind dat in staat is zijn of haar mening te vormen, het recht heeft die mening vrijelijk te uiten in alle aangelegenheden die het kind betreffen, waarbij aan de mening van het kind passend belang wordt gehecht in overeenstemming met zijn of haar leeftijd en rijpheid.

30

General Comment no.12 (2009), The right of the child to be heard, CRC/C/GC/12, 20 July 2009.

63

Het Kinderrechtencomité maakt bij het recht gehoord te worden onderscheid tussen individuele kinderen en groepen kinderen (par. 9). Een kind hoeft geen gebruik te maken van het recht om gehoord te worden, het is een keuze. Gezorgd moet worden dat het kind alle nodige informatie en advies krijgt om hierover een beslissing te kunnen nemen die het best aansluit bij zijn of haar eigen belangen. Er mag niet zomaar vanuit worden gegaan dat een kind niet in staat is zijn of haar mening te uiten. De Staten die partij zijn, moeten er juist van uitgaan dat een kind wél in staat is zijn of haar eigen mening te vormen, en moeten erkennen dat het kind het recht heeft deze mening te uiten (par. 20). Alleen luisteren naar het kind is niet voldoende. De mening van het kind moet serieus worden genomen als het kind in staat is zijn of haar eigen mening te vormen (par. 28). 4. General Comment nr. 15 General Comment 15 31 geeft de visie van het Kinderrechtencomité weer op het realiseren van de grootst mogelijke mate van gezondheid (artikel 24 IVRK). Het Kinderrechtencomité dringt er bij Staten op aan om de belangen van kinderen centraal te stellen bij alle besluiten die van invloed zijn op hun gezondheid en ontwikkeling, waaronder de verdeling van middelen.

Het Kinderrechtencomité benadrukt het belang van het kind als basis voor alle besluitvorming over het geven, onthouden of beëindigen van behandelingen voor alle kinderen. Verder wordt ook in dit General Comment benadrukt hoe belangrijk medezeggenschap van kinderen is, waarbij kinderen hun visie kunnen geven en de visie serieus genomen wordt. Het Kinderrechtencomité waarschuwt verder voor overmedicalisering en institutionalisering (par. 38). Staten hebben de verplichting om adequate behandel‐ en resocialisatievoorzieningen voor kinderen met psychische en psychosociale stoornissen te bieden, zodat onnodig gebruik van medicatie achterwege kan blijven. (par. 39). Gezondheidsgerelateerde faciliteiten, goederen en diensten dienen wetenschappelijk en medisch geschikt en van goede kwaliteit te zijn. 5. Guidelines for the alternative care of children. De Guidelines for the Alternative Care of Children32 van de Verenigde Naties, die zijn omarmd door het Kinderrechtencomité, zijn internationale afspraken over de zorg voor kinderen die niet thuis kunnen wonen. Dichtbij huis, stabiel en passend Uit deze richtlijn volgt dat bij alle beslissingen die gaan over alternatieve zorg, de wens kinderen zo dicht als mogelijk bij de woonplaats van zijn of haar familie te plaatsen, volledig moet worden meegewogen.

Verder moet onder meer rekening worden gehouden met het belang van kinderen een stabiele woonplek te hebben en hun

31

General comment No. 15 (2013). The right of the child to the enjoyment of the highest attainable standard of health, CRC/C/GC/15, 17 April 2013. 32 General Assembly, Guidelines for the Alternative Care of Children, A/RES/64/142, 24 February 2010.

64

behoefte zich veilig en continue te kunnen hechten aan hun verzorgers, waarbij permanentheid een hoofddoel is (par. 12). Het gebruik van residentiële zorg moet gelimiteerd zijn tot die gevallen waarbij een dergelijke setting, specifiek passend, noodzakelijk en constructief is voor het betreffende kind en in zijn of haar belang (par. 21). Verder wordt erkend dat residentiële zorginstellingen en gezinszorg elkaar aanvullen bij het voorzien in de behoeften van kinderen. Waar grote residentiële zorginstellingen (instellingen) blijven bestaan, moeten alternatieven worden ontwikkeld in de context van een algemene deïnstitutionaliserings strategie. Voorzieningen voor residentiële zorg moeten klein zijn en georganiseerd rond de rechten en behoeften van het kind, in een omgeving die zo dicht mogelijk bij een gezin of een kleine groepssituatie ligt (par. 123). Besluiten over overplaatsingen en thuisplaatsingen Er moet bijzondere aandacht worden besteed aan de leeftijd, volwassenheid en mate van kwetsbaarheid van elk kind bij het bepalen van zijn / haar woonsituatie. Frequente veranderingen in de zorgsetting zijn schadelijk voor de ontwikkeling en het vermogen van het kind om gehechtheid te vormen en moeten worden vermeden. Plaatsingen op korte termijn moeten gericht zijn op het mogelijk maken van een passende permanente oplossing.

De duurzaamheid van een plaatsing van het kind moet zonder onnodige vertraging worden gewaarborgd door re‐integratie in zijn / haar kerngezin of uitgebreide familie of, indien dit niet mogelijk is, in een alternatieve stabiele gezinssetting of, indien dit passend, noodzakelijk en constructief is en in zijn of haar belang, in stabiele en passende residentiële zorg. (par. 60). Beslissingen over verwijdering of re‐integratie moeten op een assessment zijn gebaseerd en moeten worden genomen door voldoende gekwalificeerde en opgeleide professionals. , … , in volledig overleg met alle betrokkenen en rekening houdend met de toekomst van het kind en de plannen die hiervoor gemaakt moeten worden (par. 40). Het moet in alle stadia volledig overleg met het kind omvatten, afhankelijk van zijn / haar evoluerende capaciteiten, en met zijn / haar ouders of wettelijke voogden. Daartoe moeten alle betrokkenen de nodige informatie krijgen, waarop zij hun mening kunnen baseren. Kwaliteit zorg Staten moeten alles in het werk stellen om te voorzien in voldoende middelen en kanalen voor de opleiding en erkenning van de beroepsbeoefenaars die verantwoordelijk zijn voor het bepalen van de beste vorm van zorg (par. 57).

Er moet bijzondere aandacht worden besteed aan de kwaliteit van alternatieve zorgverlening, zowel in de residentiële als in de gezinszorg, met name met betrekking tot de professionele vaardigheden, selectie, opleiding en begeleiding van verzorgers. Hun rol en functies moeten duidelijk worden gedefinieerd en verduidelijkt met betrekking tot die van de ouders of wettelijke voogden van het kind. (par. 71)

65

Verzorgers moeten de gezondheid van de kinderen voor wie zij zorgen bevorderen en ervoor zorgen dat medische zorg, begeleiding en ondersteuning indien nodig beschikbaar worden gesteld (par. 84). De verzorgers zouden moeten begrijpen hoe belangrijk hun rol is in het totstandbrengen van een positieve, veilige en verzorgende relatie met de kinderen en zij moeten dit ook kunnen doen (par. 90). Een instelling voor alternatieve zorg moet voldoen aan de eisen van gezondheid en veiligheid. Hierbij moet aandacht zijn voor het effectief beschermen tegen misbruik. Alle zorgpersoneel dat in dienst is bij instellingen en faciliteiten moet worden getraind in het adequaat omgaan met uitdagend gedrag, met inbegrip van technieken voor conflictoplossing en middelen om schade of zelfbeschadiging te voorkomen (par. 116). Staten moeten ervoor zorgen dat er voldoende verzorgers zijn in residentiële zorgomgevingen om geïndividualiseerde aandacht mogelijk te maken en om het kind, indien nodig, de kans te geven een band met een specifieke verzorger aan te gaan (par. 126) Nazorg Bij het overgangsproces van zorg naar nazorg moet rekening worden gehouden met het geslacht, de leeftijd, de volwassenheid en bijzondere omstandigheden van kinderen, en moet er begeleiding en ondersteuning zijn, met name om uitbuiting te voorkomen.

Kinderen die de zorg verlaten, moeten worden aangemoedigd om deel te nemen aan de planning van het nazorgleven. Kinderen met speciale behoeften, zoals handicaps, zouden moeten kunnen profiteren van een passend ondersteuningssysteem, dat onder meer moet voorkomen dat onnodige institutionalisering plaatsvindt. Zowel de openbare als de particuliere sector moeten worden aangemoedigd, onder meer door middel van prikkels, om kinderen van verschillende zorgdiensten in dienst te nemen, met name kinderen met speciale behoeften (par. 132) Onderwijs Kinderen moeten toegang hebben tot onderwijs, in overeenstemming met hun rechten, voor zover mogelijk in een onderwijsvoorziening en in de lokale gemeenschap (par. 85).

66

BIJLAGE 2: BRONNEN De volgende bronnen en documenten zijn in het onderzoek geraadpleegd. Ouders met wie tijdens het onderzoek gesproken is De Kinderombudsman heeft van hen documenten en correspondentie ontvangen, die Pluryn hen heeft toegestuurd ter informatie van de sluiting en over het traject naar vervolgzorg voor hun kind. Deze documenten zijn privacygevoelig en worden in dit rapport niet als bron openbaar gemaakt. De Hoenderloo Groep  Beslisdocument ten behoeve van voorgenomen afbouw DHG locaties Hoenderloo en Deelen, 23 december 2019.  Geüpdatete beslisdocument DHG, 19 maart 2020.  Jaarverslag 2019 Cliëntenraad De Hoenderloo Groep.  Voortgangsrapportage afbouw DHG, 10 februari 2020.  Voortgangsrapportage afbouw DHG, 9 maart 2020.  Voortgangsrapportage afbouw DHG, 6 april 2020.  PowerPoint Casus voor Casus aanpak vervolgplek jongeren DHG, 24 maart 2020.  Auditrapport De Hoenderloo Groep, DHG in beweging, juni 2019.  Leefklimaat & Veiligheidsbeleving De Hoenderloo Groep 2019, september 2019.  Advies van de cliëntenraad locatie: DHG, 10 december 2019.  Verslag bezoek aan groepen, Cliëntenraad/Jongerenraad DHG, maart 2020.  Folder cliëntenraad De Hoenderloo Groep, geen datum.  Verslag van de bijeenkomst met ouders, 13 februari 2020.

Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd  Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, rapport Toezicht naar aanleiding van signalen: De Hoenderloo Groep, Pluryn Deelen, maart 2019.  Uitkomsten inspectie‐onderzoek bij Pluryn, locatie Hoenderloo en Deelen, 28 februari 2020.  Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Eerste voortgangsbericht opvolging afbouw Pluryn, locatie Hoenderloo en Deelen, 17 maart 2020.  Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Tweede voortgangsbericht opvolging afbouw Pluryn, locatie Hoenderloo en Deelen, 6 mei 2020. Openbare bronnen Er is gebruik gemaakt van documenten uit openbare bronnen, zoals de website van Pluryn en artikelen van Follow The Money.

67

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12488134/1