Bijlagen Economische Visie
Tekst van het document
gehanteerde analysekader van het Planbureau voor de Leefomgeving (2017): clustervorming, groeipotentie en onderscheidend vermogen. Aanvullend hebben we getoetst of de keuze voor de speerpunten de coronacrisis kunnen doorstaan. Twee van deze vier criteria hebben we deels cijfermatig kunnen onderbouwen: de clustervorming en het groeivermogen. En dit moet ook in
onderling verband omdat clustervorming voorwaardelijk is voor de groeipotentie zoals het Planbureau voor de Leefomgeving constateert. Reguliere statistieken van het CBS zijn hierbij niet direct toepasbaar. De beide speerpunten waar Schiedam voor kiest zijn namelijk geen standaard sector classificaties zoals het CBS die hanteert in haar Standaard Bedrijfsindeling (SBI). Innovatieve maakindustrie omvat mechatronica, fijn-metaal, offshore, maritiem en jachtbouw. Ook deze subsectoren komen niet allemaal terug in de SBI codering. De bruikbaarheid van SBI indelingen neemt af doordat de classificatie van ondernemingen in de moderne economie met de hoge specialisatiegraad en lange waardeketens betekenis verliest. Een software bedrijf kan bijvoorbeeld de software leveren voor de besturing van mechatronica. Deze activiteiten van het softwarebedrijf vallen dan binnen het speerpunt en het draagt bij aan de clustervorming, maar dat kan met gebruik van SBI codes niet goed inzichtelijk gemaakt worden. Hetzelfde geldt voor de sector vrijetijdseconomie. Deze omvat horeca, hotels, toerisme, sport, cultuur, evenementen en in zijn algemeenheid verblijf en verpozen zoals bijvoorbeeld een indoor betaalde kinderspeelplek. Hier zijn niet alleen de SBI codes een probleem, maar ook de overlap. Een hotel, restaurant of zalencentrum wordt immers niet alleen voor vrije tijdsbesteding toegepast.
Deze constatering betekent niet dat de speerpunten niet bruikbaar zijn voor de economische strategie van Schiedam, maar wel dat reguliere statistieken over omvang en werkgelegenheid niet direct toepasbaar zijn. Daarbij komt dat het bij clustervorming niet alleen gaat over clustering van bedrijven, maar ook om clustering van onderwijs en het bijbehorende arbeidspotentieel, mensen met de juiste kennis en vaardigheden. (…) De keuze voor de speerpunten valideren we daarom met ander [red. aanvullend] onderzoek en cijfers van sectorspecialisten waaruit blijkt dat de verwachte groei in die speerpunten hoger is dan de gemiddelde economische groei”. (bron: adviesrapport Argumentenfabriek)