CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Zomernota 2026 versie na verwerking amendement

Gemeenteraad 8 juli 2025, gemeente SchiedamBij agendapunt: Raadsbesluit Zomernota 202610.896 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Zomernota 2026

Zomernota 2026

3 juni 2025

1

Zomernota 2026

Versiebeheer 0.2 Na verwerking amendement 10 juli 2025 C&B, F&C

2

Zomernota 2026

1

Voorwoord

Voor u ligt de laatste zomernota van dit college. Naast een financieel ravijnjaar is 2026 het jaar van de gemeenteraadsverkiezingen. Wij kijken met trots terug op wat we de afgelopen jaren in gang hebben gezet voor Schiedam. We hadden en hebben onze focus op het tegengaan van armoede, het werken aan een schone stad, het bouwen van (betaalbare) woningen en het isoleren daarvan, het tegengaan van discriminatie en racisme en het vieren van Schiedam 750. Voortgang is eveneens geboekt in de grote stedelijke ontwikkelingen zoals de ontwikkeling van SchieDistrict, NieuwMathenesse, de Staatsliedenbuurt en het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid Nieuwland en Oost. We zien Schiedam langzaam ten goede veranderen, maar we zien ook dat gerichte aandacht op deze thema’s nodig blijft. Een grote toekomstige opgave gezien de verslechterende financiële positie van gemeenten. Zoals in de vorige zomernota’s en begrotingen al is geschetst, hebben gemeenten vanaf 2026 te maken met een aanzienlijke afname van de rijksbijdragen aan het Gemeentefonds. De afgelopen periode is hiervoor op verschillende manieren aandacht gevraagd. Rijk en gemeenten kwamen daarin tegenover elkaar te staan, waarbij rechtszaken dreigden. Gemeentebesturen voelen zich steeds meer een ‘uitvoeringsloket’ van het Rijk en zich genoodzaakt om ingrijpende beslissingen te nemen om het hoofd boven water te houden.

Denk hierbij aan het sluiten van lokale voorzieningen, het korten van subsidies, het fors verhogen van lokale belastingen en tarieven en het vertragen van noodzakelijke investeringen in onderwijshuisvesting of de woonopgave. Het kabinet heeft inmiddels via de Voorjaarsnota incidentele middelen toegevoegd aan het Gemeentefonds. Helaas lijken die middelen onvoldoende te zijn om de structurele financiële tekorten structureel te dichten en ontkomen wij op dit moment niet aan aanvullende bezuinigingen. We staan nog steeds voor een grote meerjarige financiële opgave. Het meerjarig perspectief is niet beter geworden, omdat vanaf 2028 ook weer wordt gekort op de middelen van de jeugdzorg, met daarbij een stevige transformatie-agenda. Hoe dit daadwerkelijk uitpakt, volgt uit de analyse van de meicirculaire die wij op het moment van verschijnen van deze zomernota net hebben ontvangen. Onze stad verdient een veel bredere inzet dan we financieel nu kunnen dragen. Wij ontkomen er niet aan om in de toekomst op onderdelen onomkeerbare besluiten te nemen, omdat het voorzieningenniveau van Schiedam zoals we het kennen, niet meer is op te brengen met de middelen die we krijgen. En daarmee komen de thema’s die extra aandacht behoeven onder druk te staan. Dit zal de komende jaren, met ongewijzigd rijksbeleid, een dilemma voor bijna alle gemeenten blijven.

Uitgangspunt voor deze zomernota is dat de gemeenteraad van Schiedam te allen tijde over haar eigen financiën gaat. Dit betekent dat wij moeten voldoen aan de eis van het opleveren van een structureel sluitende begroting. In deze Zomernota 2026 brengen we de financiële opgave in beeld en presenteren we, naast voortzetting van de ingezette strategische beleidslijn, (aanvullende) bezuinigingen. Mocht de komende periode blijken dat op basis van de actualiteit hierop bijsturing nodig is, dan vindt dit in het proces richting de begroting plaats. Wij houden daarbij oog voor de toekomst van de stad, ondanks de moeilijke en onzekere financiële situatie. De investeringen in de grote stedelijke en maatschappelijke opgaven worden vooralsnog gecontinueerd, juist om aan die toekomst te blijven werken.

Burgemeester en wethouders van Schiedam

3

Zomernota 2026

Inhoudsopgave 1 Voorwoord

3

2 Staat van de Stad

5

3 Meerjarig financieel perspectief

7

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

Terugblik begrotingsproces 2025-2028 Meerjarig financieel perspectief Bezuinigingsaanpak Inzet van reserves Prognose financiële ruimte Winstwaarschuwingen

Bijlage 1 Financiële ruimte 1 2 3 4 5 6 7 8

7 8 10 12 13 14

15

Algemeen Bepaling van de beginstand De loon- en prijsontwikkelingen Meicirculaire 2025 Ontwikkelingen Sociaal Domein Interne en externe autonome ontwikkelingen Renteontwikkeling Recapitulatie Financiële ruimte

15 16 17 18 18 19 20 21

Bijlage 2 Bezuinigingen 2026-2029

22

Bijlage 3 Analyse begroting

30

4

Zomernota 2026

2

Staat van de Stad Jaarlijks wordt onder de noemer de Staat van de stad een beeld geschetst van hoe Schiedam zich ontwikkelt op thema’s als bevolking, woningvoorraad, sociaal domein, economie en veiligheid. In deze paragraaf wordt ingegaan op de meest in het oog springende trends van de afgelopen tijd.

Bevolking Al langere tijd vertoont het inwonertal van Schiedam een sterk opgaande lijn. Per 1 januari 2025 telde de stad 82.317 inwoners. Dit jaar zal de toename beperkt zijn, omdat de woningbouwproductie op een lager peil ligt dan in voorgaande jaren. Toch komt het recordaantal inwoners dat Schiedam ooit heeft gehad - 83.319 in 1971 – wel in zicht. Er zitten de komende jaren nog diverse woningbouwplannen in de pijplijn (onder meer Schieveste), zodat de verwachting is dat het inwonertal blijft toenemen. Het tempo van deze groei is echter medeafhankelijk van ontwikkelingen op de woningmarkt en de tijdigheid waarmee woningbouwprojecten van de grond komen. Onder de meest gunstige omstandigheden telt Schiedam over twintig jaar ruim 92 duizend inwoners. Rekening houdend met een wat lager bouwtempo komt het inwonertal in 2043 uit op ongeveer 86,5 duizend. Tegelijk met de groei van het aantal inwoners wordt de stad steeds multicultureler van samenstelling. Zo heeft inmiddels vrijwel de helft van de Schiedammers een migratieachtergrond (49,1%). Naar verwachting zal in de loop van volgend jaar dat voor de meerderheid van de inwoners gelden.

Woningmarkt Lange tijd steeg jaarlijks het aandeel particuliere huurwoningen in Schiedam, met name in de wijken Oost en West. Niet als gevolg van nieuwbouw maar voornamelijk doordat koopwoningen werden omgezet in huurwoningen. Soms door eigenaar-bewoners, maar toch vooral door grotere vastgoedeigenaren (onder meer uitzendbureaus) die woningen opkochten en deze vervolgens in de verhuur deden. Vaak waren de nieuwe huurders arbeidsmigranten. Soms leidde dit tot sociaalmaatschappelijk onwenselijke situaties, zowel voor de arbeidsmigranten zelf als voor de omgeving. Afgelopen jaar lijkt er sprake te zijn van een trendbreuk. Het aantal particuliere huurwoningen is voor het eerst in lange tijd afgenomen. Ook de instroom van arbeidsmigranten was vorig jaar de helft lager dan wat in de afgelopen 15 jaar gebruikelijk was. De bouw van nieuwe woningen - en daarmee het veranderen c.q. verbeteren van de woningvoorraad blijft belangrijk om de wooncarrièremogelijkheden van Schiedammers binnen de stad te vergroten. Zodra het nieuwbouwaanbod stilvalt of teveel terugloopt, neemt het vertrek van Schiedammers naar andere gemeenten toe. Dat is dan ook zichtbaar in de cijfers: doordat er het laatste halfjaar weinig nieuwbouw is opgeleverd, is er sinds begin 2025 sprake van een lichte terugloop van het inwonertal.

Dat betreft met name oudere Schiedammers (vaak afkomstig uit Schiedam-Noord) omdat het type woning dat zij zoeken (in veel gevallen een appartement) in onvoldoende mate in Schiedam wordt aangeboden. En dat is nog sterker het geval in het duurste woningsegment waar evenals voorheen nog altijd sprake is van een uitstroom van huishoudens.

Sociale samenstelling De veranderingen in de woningvoorraad beginnen geleidelijk aan zichtbaar te worden in de sociale samenstelling van de bevolking. Zo staat Schiedam er sociaaleconomisch gezien tegenwoordig een stuk beter voor dan 10 tot 15 jaar geleden. Onder meer op het gebied van inkomen en opleiding is de achterstand ten opzichte van veel andere gemeenten niet meer zo groot als voorheen. Dat neemt niet weg dat de stad bovengemiddeld gevoelig blijft voor economische tegenwind. Dit wordt dan meteen

5

Zomernota 2026

zichtbaar in de werkloosheids- en bijstandscijfers. Wat dat betreft speelt het verbeteren van de kwaliteit van de woningvoorraad - zoals onder meer door het toevoegen van nieuwbouw - ook een belangrijke rol bij het versterken van het sociaaleconomisch draagvlak van de stad. Bestaanszekerheid is een onderwerp dat blijvende aandacht vraagt, want het aantal Schiedammers dat zich in een kwetsbare positie bevindt is nog altijd groot. Ook op het gebied van sociaal welbevinden (gezondheid, eenzaamheid, overgewicht, voldoende bewegen) is de situatie niet gunstig. Een gerichte aanpak helpt om de achterstand - waar vergeleken met veel andere gemeenten sprake van is - te verminderen en daarmee de situatie van de Schiedammer te verbeteren.

6

Zomernota 2026

3

Meerjarig financieel perspectief Deze zomernota bevat zoals gebruikelijk de verkennende bepaling van de financiële ruimte (begrotingssaldo) als start van het begrotingsproces. Bijlage 1 bevat de gedetailleerde technische uitwerking van de verschillende stappen om dit te bepalen. Ons belangrijkste algemene uitgangspunt blijft het voeren van een solide en verantwoord meerjarig financieel beleid. Dit uitgangspunt is niet meer vanzelfsprekend. Via het begrotingsproces 2025-2028 zijn al bezuinigingen doorgevoerd. Helaas moeten er aanvullende bezuinigingen plaatsvinden om preventief toezicht door de provincie te voorkomen. Het ravijnjaar 2026 staat voor de deur, wat het meerjarig financieel perspectief onder druk zet. Daarnaast zien we dat met de Voorjaarsnota van het kabinet ook tekorten naar de latere begrotingsjaren worden doorgeschoven.

3.1 Terugblik begrotingsproces 2025-2028 Het afgelopen begrotingsproces is intensief geweest. Ingrijpende bezuinigingsmaatregelen zorgden ervoor dat de begroting meerjarig sluitend was. Ondanks een financieel ‘wankel’ beeld, lukte het om zelf de regie over de financiën van Schiedam te houden. De meerjarenbegroting 2025 – 2028 sloot met de volgende stand: Stand financieel meerjarenperspectief (bedragen x € 1.000) Begrotingssaldo Structureel begrotingssaldo

2025

2026

2027

2028

6.149

-4.607

-2.157

2.314

1.278

-6.458

-3.869

151

In deze stand tekenden de ravijnjaren 2026 en 2027 zich duidelijk af. Omdat het eerste jaar een sluitend beeld liet zien en ook het laatste jaar, viel Schiedam onder repressief begrotingstoezicht van de provincie. In de begroting werd al aangekondigd dat toekomstige bezuinigingen niet konden worden uitgesloten. In de verkennende bepaling van de financiële ruimte in de volgende paragraaf zien we dat dit ook het geval is. Bovenop de al verwerkte bezuinigingen van het afgelopen begrotingsproces, brengt deze zomernota nieuwe, aanvullende bezuinigingsmaatregelen in beeld. Doelstelling is om een structureel sluitende meerjarenbegroting op te leveren. Bij gelijkblijvende rijksfinanciering blijft dit het sombere beeld voor de komende jaren. Bezuinigen is daarmee ondertussen een structurele gemeentelijke taak geworden. In de begroting en bovenstaande standen zijn onderstaande bezuinigingen verwerkt: Bezuinigingen begroting 2025 (bedragen x € 1.000) Nullijn Schiedamse organisatie

2025

2026

2027

2028

1.644

2.047

2.373

2.800

Ingrepen op uitvoering van gemeentelijke wettelijke taken en voorzieningen (stoppen en afschalen) en verhogen inkomsten

5.414

5.987

6.241

6.966

Totaal bezuinigd in Begroting 2025

7.058

8.034

8.614

9.764

7

Zomernota 2026

Naast bovenstaande bezuiniging is gericht ingezet om te bezuinigen op de uitvoering van wettelijke taken die bij gemeenschappelijke regelingen liggen. De gemeenschappelijke regelingen in de regio is op initiatief van Schiedam, in regionale afstemming, gevraagd om met bezuinigingsscenario’s te komen voor de Begroting 2026.

3.2 Meerjarig financieel perspectief Algemeen beeld De verkennende bepaling van de financiële ruimte geeft het volgende financiële beeld van de meerjarige ontwikkeling: Stand financiële ruimte (x € 1.000)

2026

2027

2028

2029

A. Totaal beginstand

-684

1.419

6.641

2.038

-6.657

-6.609

-6.613

-6.628

B. Totaal loon- en prijsontwikkelingen C. Prognose effect algemene uitkering op basis van VJN

9.876

9.675

3.702

4.020

-10.633

-8.739

-7.113

-7.111

E. Claims wettelijk & onvermijdelijk

-310

-310

-730

-490

F. Renteontwikkeling

1.611

1.776

2.093

2.694

Totaal verkenning financiële ruimte bij ongewijzigd beleid

-6.797

-2.788

-2.020

-5.476

D. Totaal ontwikkelingen sociaal domein (prognose)

In Bijlage 1 is de opbouw van deze financiële ruimte in detail te volgen. Conclusie is dat zonder ingrijpen sprake is van een niet-sluitende begroting. Aanvullende bezuinigingen zijn noodzakelijk om aan preventief begrotingstoezicht te ontkomen. Hierbij is het vooral van belang om het laatste jaar, 2029, sluitend te hebben zonder inzet van incidentele dekkingsmiddelen (reserves). We zien dat op de langere termijn het voorzieningenniveau van Schiedam verder onder druk staat. Wij ontvangen onvoldoende compensatie via het Gemeentefonds voor de uitvoering voor wettelijke taken, waardoor er een tekort ontstaat. Daar waar mogelijk dient de uitvoering van wettelijke taken te worden versoberd. Tegelijkertijd zal in het aanbod van niet-wettelijke taken moeten worden gesnoeid om de lastenontwikkeling voor de Schiedammers passend te houden. Niet-wettelijke taken worden namelijk grotendeels gefinancierd met eigen middelen (geen compensatie via de algemeen uitkering). In deze stand is rekening gehouden met een prognose van de ontwikkeling van de algemene uitkering. Op het moment van verschijnen van de zomernota is de meicirculaire net bekend en dient deze nog te worden doorgerekend. Wij stellen de gemeenteraad op de hoogte van de uitkomsten hiervan via een raadsinformatiebrief.

De prognose in bovenstaande stand is berekend op basis van de Voorjaarsnota van het kabinet, gebruikmakend van een landelijk gevalideerd model. De daadwerkelijke meicirculaire gaat hiervan afwijken. Daarnaast is rekening gehouden met de actuele prijsontwikkelingen. Gerekend is met een prijsindex voor goederen, diensten en subsidies met het prijsindexcijfer van de laatst bekende raming en ontwikkeling van het Centraal Plan Bureau (CPB). Voor 2026 bedraagt deze index 3,7 %. Voor de ontwikkeling van de loonvoet is uitgegaan van 5,1% voor 2026 op basis van het huidige concept caovoorstel. Dit gaat mogelijk nog afwijken op het moment dat een definitief akkoord is bereikt. We zien dat gemeenschappelijke regelingen bezuinigingen in beeld hebben gebracht en waar mogelijk hebben verwerkt in hun begrotingen. Tegelijkertijd zien we dat deze bezuinigingen niet in

8

Zomernota 2026

alle gevallen opwegen tegen de lastenontwikkeling bij die GR’en, waardoor dus sprake is van een extra beslag op de gemeentelijke middelen. In vergelijking met voorgaande jaren zien we dat dit extra beslag minder is geworden (buiten de GR’en in het sociaal domein).

Wettelijke en onvermijdelijke ontwikkelingen Wettelijke en onvermijdelijke ontwikkelingen moeten op basis van het gegeven ‘reëel’ begroten worden meegenomen. Op dit moment zijn dat de volgende ontwikkelingen: 2026

2027

2028

2029

Wettelijk onvermijdelijk -310

Daling dividendopbrengsten

-310

-310

-310

-420

-180

-730

-490

Beleidsmatig onvermijdelijk Aanpak Stadserfcomplex -310

Totaal wettelijke en onvermijdelijke claims

-310

Daling dividendopbrengsten Evides en Irado zien dat door noodzakelijke investeringen de komende jaren minder of geen ruimte tot het uitkeren van dividend. De dividendraming van Evides dient structureel te worden verlaagd van € 400.000 naar € 200.000 en de dividendraming van Irado dient te worden verlaagd van € 110.000 naar € 0. Indien de verbonden partijen komende jaren inzichtelijk maken dat er financieel weer ruimte is voor het uitkeren van dividend, wordt de raming in de gemeentelijke begroting weer naar boven bijgesteld.

Aanpak Stadserfcomplex Via het Meerjarenperspectief Vastgoed 2025-2027 is de raad op de hoogte gesteld van het feit dat het Stadserfcomplex (kantoortoren) in technische, functionele en economische zin zich aan het einde van de levensduur bevindt. Budgetten zijn beschikbaar gesteld voor een plan van aanpak voor renovatie en het eerste deel van het noodzakelijk en onvermijdelijke onderhoud. Om te voorkomen dat het complex in één keer wordt gerenoveerd, is bepaald op welke wijze de noodzakelijke vervanging van installaties, aanpassingen aan de gebouwschil en nieuwe inrichting optimaal gefaseerd kan worden uitgevoerd in tijd, financiën en impact op de organisatie. Een optimaal gefaseerde uitvoering geeft het minste overlast voor de medewerkers en is financieel het best verspreid over de begrotingsjaarschijven, gelet op de financiële situatie van de gemeente. In de wettelijke en onvermijdelijke ontwikkelingen is het meerjarig onderhoud van het Stadserfcomplex opgenomen tot en met 2029. Het onderhoud tot en met 2027 is geraamd in de begroting via het Meerjarenperspectief Vastgoed. Over de staat van onderhoud en de noodzakelijke vervangingsinvesteringen wordt u separaat geïnformeerd via een raadsinformatiebrief. In deze zomernota is het onderhoud verwerkt dat vanaf 2028 plaatsvindt.

Voor de kapitaallasten van de onvermijdbare vervangingsinvesteringen wordt voorgesteld om de reserve kapitaallasten vanuit de resultaatbestemming 2024 op te hogen. Hierdoor heeft de investering een neutraal effect voor de toekomstige financiële ruimte. Een kredietaanvraag voor de investering wordt na het zomerreces aan de gemeenteraad voorgelegd.

9

Zomernota 2026

3.3 Bezuinigingsaanpak Algemeen Uitgangspunt voor de bezuinigingsaanpak is de analyse van de begroting op basis van inzicht in wettelijke en niet-wettelijke taken en de autonomiescore vanuit het Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB)-rapport ‘Beleidsvrijheid geduid’. Deze indeling van de begroting is ter informatie als Bijlage 3 bij deze zomernota opgenomen. Op hoofdlijnen komt hieruit het volgende beeld: Schiedam besteedt ruim € 262 miljoen aan de uitvoering van wettelijke taken (72% van de begroting), € 74,1 miljoen aan niet-wettelijke taken (21%) en € 26,6 miljoen zijn ‘hybride’ lasten (8%), waarbij het onderscheid niet zwart-wit te maken is. Het aandeel aan niet wettelijke taken is het grootst in het begrotingsprogramma ‘Economie in Ontwikkeling’: 92% van de lasten wordt besteed aan niet-wettelijke taken. Het onderscheid tussen wettelijke en niet wettelijke taken geeft in financieel opzicht inzicht in welke lasten door rijksbijdragen (zoals Gemeentefonds, BUIG etc.) dienen te worden gedekt. Anderzijds geeft het inzicht in waar Schiedam onderscheidend is ten opzichte van andere gemeenten. Het geeft de ‘couleur locale’ weer van Schiedam en ook wat Schiedam tot Schiedam maakt. Eenzijdig alleen bezuinigen op niet-wettelijke taken leidt ertoe dat Schiedam vooral een uitvoeringsloket van rijksbeleid wordt.

De autonomiescore per programma geeft een indicatie van hoe wendbaar de begroting is. Een score van 1 geeft aan dat het de gemeente ontbreekt aan het voeren van eigen beleid (gemeente als uitvoeringsloket) en een score van 10 geeft aan dat het een volledig autonome taak is. Gemiddeld scoort de primaire begroting een 5,6 qua autonomie. Dit geeft aan dat de begroting enigszins wendbaar is. Per begrotingsprogramma ontstaat het volgende beeld:

Programma Programma 1: Mens en stad in beweging Programma 2: Ruimtelijke inrichting en samenhang Programma 3: Economie in ontwikkeling Programma 4: Overheid in balans Totaal begroting beleidsprogramma’s

Gemiddelde autonomiescore 3,7 7,3 8,7 2,5 5,6

De hoogste gemiddelde autonomiescore zit in het programma Economie in Ontwikkeling. Dat is verklaarbaar vanuit het feit dat daar weinig wettelijke taken zitten. Het programma ‘Algemene dekkingsmiddelen’ is een verplicht programma volgens het Besluit begroting en verantwoording (BBV). Iedere gemeente heeft een programma ‘algemene dekkingsmiddelen’ in de begroting. Alleen de taakvelden ‘treasury’ en ‘OZB’ zijn daarbij door de ROB vertaald naar een autonomiescore. Bij het taakveld ‘treasury’ is sprake van beperkte beleidsvrijheid en bij OZB van ‘grote mate’ van beleidsvrijheid.

Geactualiseerde bezuinigingsaanpak In de vorige zomernota is een bezuinigingsaanpak neergelegd via een top 3. Dit betrof: 1. 2. 3.

Nullijn Schiedamse organisatie; Nullijn gemeenschappelijke regelingen; Ingrepen op uitvoering van gemeentelijke (wettelijke) taken, voorzieningen (stoppen en afschalen) en inkomsten.

10

Zomernota 2026

In het verwerken van de bezuinigingen ontstond onduidelijkheid waar welke bezuiniging thuis hoorde. Een gemeenschappelijke regeling voert ook gemeentelijke (wettelijke) taken uit en de nullijn voor de Schiedamse organisatie raakte ook weer de uitvoering van taken. Daarnaast ontstonden meerdere dimensies, omdat de begroting ook is opgebouwd uit beleidsprogramma’s. Dit vroeg om een actualisatie van de bezuinigingsaanpak, vanuit de bestaande begrotingsprogramma’s opgebouwd. De focus op ‘verlagen van de uitgaven’ en ‘verhogen van de inkomsten’ is gebleven. De analyse van de begroting op wettelijke taken en autonomiescore geeft richting aan de inventarisatie van bezuinigingsmaatregelen. Het versoberen en stoppen van beleid zal vooral in die begrotingsprogramma’s plaatsvinden die een hoge autonomiescore hebben, gecombineerd met uitvoering van niet-wettelijke taken. Daar waar sprake is van wettelijke taken en lage autonomiescore zijn financiële of efficiency-maatregelen voorgesteld.

Verlagen uitgaven De bezuinigingsmaatregelen die onder de noemer ‘verlagen uitgaven’ vallen zijn ingedeeld naar de volgende bezuinigingscategorieën: o Financiële maatregel – Dit betreft een maatregel op basis van een meerjarige financiële analyse en heeft geen gevolgen voor de uitvoering. o Efficiencymaatregel – Bezuiniging kan worden behaald door efficiënter te werker en/of om te gaan met begrotingsmiddelen. o Onderzoeken – Er wordt nog aanvullend onderzoek gedaan, maar financieel-technisch geen belemmeringen om het voorstel als bezuiniging in te boeken. o Versoberen beleid – Bezuinigingsvoorstel heeft consequenties voor de stad, omdat het beleid wordt versoberd. o Stoppen beleid – Grootste gevolgen voor de stad, omdat het beleid wordt stopgezet. Per programma levert dit het volgende beeld op van de aanvullende bezuinigingen: (bedragen x € 1.000)

2026

Mens en Stad in Beweging

1.181

1.181

Ruimtelijke Inrichting in Samenhang

401

401

401

386

Economie in Ontwikkeling

874

974

1.224

1.224

Overheid in Balans

123

158

158

158

Algemene dekkingsmiddelen

352

352

552

552

2.932

3.066

3.516

3.501

Totaal aanvullende bezuinigingen

In Bijlage 2 zijn de aanvullende bezuinigingen verder uitgewerkt.

11

2027

2028 1.181

2029 1.181

Zomernota 2026

Verhogen inkomsten Naast het verlagen van de uitgaven is het noodzakelijk om de inkomsten te verhogen. Allereerst zal de onroerendezaakbelasting (OZB) in Schiedam de komende jaren meer dan inflatoir verhoogd moeten worden. Daarnaast wordt gestreefd naar optimale kostendekkendheid van de leges (bijna 100%) en heffingen, waarbij voor de afvalstoffenheffing wordt uitgegaan van minimaal 90% kostendekkendheid. Via een groeimodel wordt hier de komende jaren naartoe gebouwd. Het financiële effect hiervan komt terug in het begrotingsproces. Verhogen inkomsten

2026

OZB 8% (3,7% indexatie + 4,3% ‘extra’)

1.461

Optimale kostendekkendheid leges en heffingen

2027 1.577

2028 1.704

PM

Inzet algemene reserve voor dekking tekort 2026 Na verwerking van de bezuinigingen en de inkomstenverhoging is nog steeds sprake van een negatief saldo in 2026. Sinds 2024 is het toegestaan om een deel van de tekorten van de ravijnjaren te dekken met de inzet van de algemene reserve. Voorwaarde is wel dat dit niet structureel plaatsvindt (dus in alle begrotingsjaren) en dat gemeenten blijven voldoen aan de advieswaarden voor solvabiliteit en netto-schuldquote. Met toepassing van deze regels kan Schiedam maximaal € 4 miljoen via de algemene reserve opvangen. Het verwachte tekort in 2026 bedraagt op dit moment € 2,954 miljoen. Voorgesteld wordt om € 3 miljoen van het tekort op te vangen uit de inzet van de algemene reserve.

3.4 Inzet van reserves Jaarlijks worden alle bestemmingsreserves doorgelicht om na te gaan of de stand van de reserve nog overeenkomt met het vastgestelde bestedingsdoel. De beoordeling vindt plaats op de stand van de reserves per 1 januari 2025. Schiedam heeft op die datum 50 verschillende bestemmingsreserves. In totaal vertegenwoordigen die een waarde van (afgerond) € 70 miljoen. Deze bestemmingsreserves zijn geanalyseerd en beoordeeld aan de hand van het volgende afwegingskader:  Zijn er bestedingen geraamd in de meerjarenbegroting?  Ligt aan de besteding een vastgesteld bestedingsplan ten grondslag of volgt dat op korte termijn (toetsbaar) s?  Is de reserve de afgelopen jaren aangewend of is sprake van ‘slapende’ tegoeden? Op basis dit afwegingskader komen de volgende reserves in aanmerking voor (gedeeltelijke) vrijval: Reserve

Vrijval

Reserve DU bodemsanering

289.000

Reserve frictiekosten heroverwegingen

279.799

Reserve Nationaal Programma

1.084.807

Reserve noodfonds energie

383.594

Reserve wijk

213.384

12

2029 1.840

Zomernota 2026

Reserve binnenstad

112.000

Reserve Kansen in de stad

142.000

Reserve achterstallig onderhoud MPV 1.000.000 2.000.000

Reserve sociaal domein Reserve economisch ontwikkelfonds

200.000 5.704.584

Totaal vrijval ten gunste van algemene reserve

Het tekort in 2026 wordt gedekt uit de algemene reserve. Om te zorgen dat de financiële indicatoren rondom solvabiliteit en netto-schuldquote op niveau blijven, wordt voorgesteld de algemeen reserve met deze vrijval aan te vullen.

3.5 Prognose financiële ruimte De prognose van de financiële ruimte ziet er na bovenstaande interventies als volgt uit: Stand financiële ruimte (bedragen x € 1.000)

2026 -684

2027 1.419

2028 6.641

2029 2.038

B. Totaal loon- en prijsontwikkelingen

-6.657

-6.609

-6.613

-6.628

C. Totaal algemene uitkering

9.876 -10.633

9.675

3.702

4.020

-8.739

-7.113

-7.111

E. Totaal wettelijk, onvermijdelijk

-310

-310

-730

-490

F. Renteontwikkeling

1.611

1.776

2.093

2.695

Totaal financiële ruimte ongewijzigd beleid

-6.797

-2.788

-2.020

-5.476

Bezuinigingen – verlagen uitgaven

2.932

3.066

3.516

3.501

Bezuinigingen – verhogen inkomsten

1.461

1.577

1.704

1.840

Inzet algemene reserve

2.500 95

1.855

3.200

-135

A. Totaal beginstand

D. Totaal ontwikkelingen sociaal domein

Totaal prognose financiële ruimte

Na het verwerken van de maatregelen in deze zomernota is sprake van een meerjarig sluitende begroting. Naar de begroting toe gaan de meicirculaire, de Bestuursrapportage en de besluitvorming in de raad van juli en oktober dit beeld nog beïnvloeden. Voor de komende periode blijft het belangrijk om vooral het laatste jaar, 2029, sluitend te maken zonder inzet van incidentele dekkingsmiddelen. Op dit moment is de begroting voor dit laatste jaar nog niet sluitend. Wij wachten nu eerst de hiervoor genoemde ontwikkelingen af, voordat wij aanvullende maatregelen overwegen. In onderstaande tabel is de financiële omvang van de bezuinigingen weergegeven die Schiedam heeft moeten doorvoeren om de ravijnjaren te doorstaan c.q. te overbruggen. Los van het feit dat het voeren van een structureel financieel beleid wordt bemoeilijkt door de interventies van het Rijk in het Gemeentefonds, zien we dat dit in de breedte ten koste gaat van het voorzieningenniveau in Schiedam.

13

Zomernota 2026

Bezuinigingen (bedragen x € 1.000) Totaal bezuinigd in Begroting 2025

2026 8.034

8.614

9.764

9.764

Aanvullende voorstellen Zomernota 2026

2.932 10.966

3.066

3.516

3.501

11.680

13.280

13.265

Totaal bezuinigd na verwerking Zomernota 2026

2027

2028

3.6 Winstwaarschuwingen Deze paragraaf geeft inzicht in ontwikkelingen die het financieel beeld de komende periode positief, dan wel negatief zullen beïnvloeden. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de ontwikkelingen die de komende tijd de financiële ruimte zullen beïnvloeden. Externe ontwikkelingen bestaan uit ontwikkelingen die buiten Schiedam ontstaan en waarop wij vrijwel geen invloed hebben. Interne ontwikkelingen bestaan uit ontwikkelingen binnen Schiedam waarop beïnvloeding via beleidskeuzes mogelijk is.

Externe ontwikkelingen

Interne ontwikkelingen

 Ontwikkelingen algemene uitkering  Ontwikkelingen rondom SPUKS  Prijs- en marktinvloeden (cao, ontwikkeling inflatie, situatie arbeidsmarkt)  Renteontwikkeling  Omgevingswet  Financiële situatie verbonden partijen en partners in de stad (subsidierelaties)  Opvang vluchtelingen (Oekraïners)  Spreidingswet  Duurzaamheidsregelgeving  Belasting energienet

 Uitvoering Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid Nieuwland en Oost  Huisvesting Stroomopwaarts  Huisvesting ambtelijke organisatie  Gebiedsontwikkeling Nieuw-Mathenesse  Jeugdzorg/MVS Jeugdmodel  Vervolg MIRT-verkenning  Meerjarenperspectief Vastgoed: routekaart verduurzaming Vastgoed  Cofinanciering gebiedsontwikkelingen  Binnensportaccommodaties  IHP

14

2029

Zomernota 2026

Bijlage 1 Financiële ruimte 1

Algemeen

Voor het bepalen van de financiële ruimte is het van belang om de algemene uitgangspunten voor het opstellen van de begroting vast te stellen. Het belangrijkste algemene uitgangspunt is het voeren van een solide en verantwoord meerjarig financieel beleid, waarbij de reële (meerjaren)begroting structureel en reëel in evenwicht is. Structureel evenwicht betekent dat structurele lasten worden gedekt door structurele baten. Met reëel evenwicht wordt bedoeld dat de geraamde baten en lasten in de begroting en meerjarenraming volledig en realistisch zijn. Structureel evenwicht is het belangrijkste element in het financieel toezichtkader van de Provincie Zuid-Holland. Onderdelen van dit uitgangspunt zijn de volgende (meerjarige) speerpunten van beleid:    

beheersing van de lastenontwikkeling voor burgers en bedrijven; faciliteren van een investeringsruimte, die past bij de ontwikkeling van de stad; genereren van voldoende financiële dekkingsmiddelen om de programma’s binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te voeren; grip houden op de financiële positie met behulp van balanssturing.

Daarnaast gelden voor het opstellen van de begroting onderstaande uitgangspunten:    

  

 

De Begroting 2026 wordt opgesteld volgens de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Voor het opstellen van de Begroting 2026 en de meerjarenramingen geldt als uitgangspunt het beleid dat tot en met de het opstellen van de financiële ruimteberekening is vastgesteld. Bezuinigingen en ombuigingen moeten concreet en tenminste op programmaniveau zijn ingevuld; het proces dat bij het concretiseren gevolgd gaat worden moet ook vastliggen. De ramingen van de algemene uitkering voor 2026 en verder worden in de begroting gebaseerd op de meicirculaire 2025 en via de Berap 2025 in de meerjarenbegroting verwerkt. Het weerstandsvermogen dient een voldoende niveau te hebben volgens de normen uit de Kadernota Financieel Beleid. De ramingen voor 2026 – 2029 worden meerjarig berekend met constante prijzen. De berekening van de afschrijvingslasten wordt gebaseerd op de in oktober 2023 vastgestelde beleidsnota Investeren, waarderen en afschrijven; de afschrijving begint in het jaar volgend op de realisatie van de investering. Het te hanteren renteomslagpercentage wordt 2,5%.

Conform de in 2016 vastgestelde Kadernota Financieel Beleid wordt een prijscompensatie toegepast op de budgetten voor goederen en diensten en de subsidies met het prijsindexcijfer van de laatst bekende raming van het CPB (Centraal Economisch Plan 2025, prijs bruto nationaal product); voor 2026 is dat 3,7 %. De loonvoet bedraagt voor 2026 5,1% op basis van huidig cao-voorstel.

15

Zomernota 2026

2

Bepaling van de beginstand

Beginstand (x € 1.000) 1. Saldi begrotingen 2026-2029

2026 -4.607

2027 -2.157

2028 2.314

2029 -1.827

-440 170

-440 146

-440 122

-440 139

2. Herziening grex woonontwikkeling Schieveste 3. Vaststellen herziening grondexploitatie bedrijventerreinen Schiedistrict 4. Verwerking resultaat TA2 2024 e.v.

4.105

4.232

3.922

3.184

5. Verwerking resultaat TA1 2025

533

845

976

1.255

6. Vaststellen herziening grondexploitatie Stationsomgeving 7. Meerjaren perspectief vastgoed 2025-2027

-145

-145

-145

-145

-301

-954 -109

-109

-109

1.419

6.640

2.038

8. Raadsvoorstel Ilex college Totaal beginstand

-684

1. Saldi begrotingen 2024-2027 Het uitgangspunt is de laatst door de gemeenteraad vastgestelde begroting inclusief de saldi van de jaren erna. Dit is de Begroting 2025 met daarin de jaarschijven 2026 tot en met 2028. De stand van het boekjaar 2029 is het nieuwe jaar dat met deze meerjarenbegroting wordt geopend.

2. Herziening grex woonontwikkeling Schieveste Verwerken van Raadsvoorstel 24VR081 op 12 november 2024 besloten.

3. Vaststellen herziening grondexploitatie bedrijventerreinen SchieDistrict Verwerking van Raadsvoorstel 24VR041 op 8 oktober 2024 besloten.

4. Verwerking resultaat TA2 2024 e.v. Structurele effecten uit de tussentijdse besluitvorming (vooral in de Technische Aanpassingen van de begroting) zijn ook van invloed op het begrotingssaldo. De laatste TA van het begrotingsjaar 2024 bevatte door het verwerken van de septembercirculaire 2024 meerjarige financiële effecten, die zijn verwerkt in de beginstand.

5. Verwerken resultaat TA1 2025 Structurele effecten uit de tussentijdse besluitvorming (vooral in de Technische Aanpassingen van de begroting) zijn ook van invloed op het begrotingssaldo. De eerste TA van het begrotingsjaar 2025 bevatte door het verwerken van de decembercirculaire 2025 meerjarige financiële effecten, die zijn verwerkt in de beginstand.

6. Vasstellen herziening grondexploitatie Stationsomgeving Verwerking van Raadsvoorstel 24VR085 op 10 december 2024 besloten.

7. Vaststellen meerjarenperspectief Vastgoed. Verwerking van Raadsbesluit 25VR004 besloten op 4 maart 2025.

8. Krediet Ilex college + gymzaal Conform raadsvoorstel 25VR001 zijn de kapitaallasten opgenomen voor de nieuwe gymzaal op de nieuwe locatie van het Ilex college.

16

Zomernota 2026

3

De loon- en prijsontwikkelingen

De kosten van het bestaande beleid wijzigen ten opzichte van het vorige begrotingsjaar: met name loon- en prijsstijgingen maken dat het bestaande beleid niet meer kan worden uitgevoerd voor hetzelfde bedrag als het jaar daarvoor. Loon- en prijsontwikkelingen (x € 1.000) Loon- en prijsontwikkelingen

2026 2026

2027 2027

2028 2028

2029 2029

1. Salarissen, incl. sociale lasten 6,7%

-1.700

-1.700

-1.700

-1.700

-3.890

-3.814

-3.807

-3.819

-893

-893

-893

-893

4. Belastingen, heffingen en leges

26

26

26

26

5. Prijscompensatie Gemeenschappelijke regelingen 5,2% - DCMR Milieudienst Rijnmond

7

7

7

7

2. Prijscompensatie 3,7 %: - goederen en diensten (m.u.v. budgetten Irado) - subsidies en nadelige exploitatiesaldi bedrijven - bijdragen decentrale overheden/schoolbesturen 3. Prijscompensatie contract Irado 3,31%

- GGD Rotterdam-Rijnmond

-7

-7

-7

-7

-256

-256

-256

-256

- Overig

-65

-65

-65

-65

6. Consequenties begroting RBG

122

93

82

80

Totaal loon- en prijsontwikkelingen

-6.657

-6.609

-6.613

-6.628

- Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

1. Salarissen, incl. sociale lasten. Recent is een nieuwe cao voorstel van de VNG ter overweging genomen, met een beperkte duur tot 31 maart 2027. Dit voorstel bedroeg 5,1% verhoging voor 2026. In de huidige begroting is er al deels rekening gehouden met de nieuwe cao door middel van een stelpost. De aanvullende begroting is nodig om de stelpost volledig op de cao-verhoging te brengen en aanvullende dekking voor de werkkostenregeling. Hier vallen onder andere de mogelijkheid voor personeel om IKB-budget in te zetten voor studieschuld en bijdrage vakbonden.

2. Prijscompensatie Het prijsindexcijfer van 3,7% wordt toegepast op de uitgaven voor goederen en diensten, subsidies, nadelige exploitatiesaldi bedrijven en bijdragen schoolbesturen en decentrale overheden.

3. Prijscompensatie contract Irado Ook voor 2026 wijkt het indexeringspercentage voor het budget van Irado af van dat van de gemeente Schiedam. Hiervoor gelden contractuele voorwaarden, op basis waarvan de indexatie 3.31% bedraagt.

4. Belastingopbrengsten/leges De belastingopbrengsten worden eveneens verhoogd met het prijsindexcijfer. Dit geldt voor de onroerendezaakbelastingen, precariobelasting, leges, jachthavengeld, woonschepenrechten en marktgelden. De tarieven worden later in het jaar zodanig vastgesteld, dat de geraamde opbrengst met 3,7% wordt verhoogd. Dit is op basis van het huidige beleid. Voor sommige leges geldt, dat de hoogte ervan wordt bepaald door het Rijk (bijvoorbeeld paspoorten en rijbewijzen). Inflatiecorrectie leidt dan niet tot extra opbrengsten. Voor de volgende leges is aanpassing aan de inflatie wel mogelijk: BRP en Burgerzaken.

17

Zomernota 2026

5. Bijdragen aan samenwerkingsverbanden Voor de gemeenschappelijke regelingen is uitgegaan van een indexeringspercentage van 5,2 %. Dit percentage is in onderling overleg met de omliggende gemeenten besloten. Dit geldt voor de gemeenschappelijke regelingen Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond, DCMR, GGD en Jeugdhulp Rijnmond. Het financieel effect is berekend op basis van concept-begrotingen van de GRen, voor zover beschikbaar.

6. Consequenties begroting RBG De RBG heeft zich uitgebreid met diensten voor de gemeente Zuidplas. Gevolg hiervan is dat de bijdrage in de bedrijfsvoeringkosten voor de overige deelnemers daalt.

4

Meicirculaire 2025

De eerstvolgende circulaire is de meicirculaire 2025, die eind mei is verschenen. Dit is te laat voor verwerking in deze ruimteberekening. Zodra de meicirculaire is verschenen worden de financiële gevolgen ervan geanalyseerd en zo spoedig mogelijk gecommuniceerd via een raadsinformatiebrief. De meerjarige verwerking vindt plaats conform de bestendige gedragslijn in Schiedam in de Bestuursrapportage 2025. Een eerste analyse van de Voorjaarsnota 2025 van het kabinet geeft de volgende voorlopige indicatie voor de uitkomsten van de meicirculaire: 2026

2027

2028

2029

Meicirculaire compensatie prijsontwikkeling

3.972

4.338

4.221

4.406

Ontwikkeling jeugd

5.904

5.337

-519

-38

Totaal

9.876

9.675

3.702

4.020

Deze indicatie is gebaseerd op het gebruik van een landelijk gevalideerd model. In de Voorjaarsnota 2025 zijn structurele middelen opgenomen om de terugval van het gemeentefonds in 2026 te dempen. Deze middelen zijn niet voldoende om het volledige tekort te dekken. Verder is een gedeeltelijke compensatie voor Jeugd aangekondigd op advies van de deskundigencommissie Van Ark.

5

Ontwikkelingen Sociaal Domein

De concept-begrotingen in het sociaal domein geven het volgende beeld: Ontwikkelingen Sociaal Domein

2026

Jeugdzorg regionaal (GR Jeugd)

2027

2028

2029

-233

-233

-233

-233

Rogplus (Mevis)

-9.174

-8.989

-8.051

-8.191

Rogplus (Wmo)

-569

411

708

849

Stroomopwaarts (conceptbegroting)

-8.159

-5.830

-5.439

-5.439

BUIG (o.g.v. macrobudget)

4.528

4.528

4.528

4.528

18

Zomernota 2026

SPUK Inburgering

1.374

SPUK Kinderopvangtoeslagaffaire

1.600 -10.633

Totaal

1.374

1.374

1.374

-8.739

-7.113

-7.111

Op basis van de voorlopige BUIG-beschikking 2025 ontvangt Schiedam een hogere bijdrage. Dit is deels omdat het totale macro-budget is gestegen. Jaarlijks ontvangt Schiedam een beschikking over de SPUK inburgering. SPUK Kinderopvangtoeslagaffaire kan voor 2026 worden aangevraagd over de gemaakte kosten conform begroting SOW. In de begroting van Stroomopwaarts is de lastenkant van deze SPUK’s begroot. Op basis daarvan is een prognose gemaakt van de omvang van de SPUK zoals de regeling nú is. Op het moment dat meer duidelijk is over de toekomstige ontwikkeling van de SPUKS leidt dit mogelijk tot een aanpassing van de begroting van Stroomopwaarts en de raming van de baten uit de SPUK.

6

Interne en externe autonome ontwikkelingen

Interne en externe autonome ontwikkelingen leiden tot claims met een onvermijdelijk of wettelijk verplicht karakter. In beide gevallen gaat het in principe om ongewijzigd beleid, maar deze ontwikkelingen hebben wel invloed op de omvang van de financiële ruimte. Nieuwe wet- en regelgeving leiden (mogelijk) tot kosten voor voorbereiding en invoering. Onvermijdelijke ontwikkelingen zijn wat lastiger te onderscheiden. De voorstellen, die zijn getoetst op de onvermijdelijkheid, staan in onderstaande tabel. 2026

2027

2028

2029

Wettelijk onvermijdelijk -310

Daling dividend opbrengsten

-310

-310

-310

-420

-180

-730

-490

Beleidsmatig onvermijdelijk Aanpak Stadserfcomplex

-310

Totaal wettelijke en onvermijdelijke claims

-310

Daling dividend opbrengsten Met name door noodzakelijke vervangingsinvesteringen ziet zowel verbonden partij Evides als Irado de komende jaren minder of geen ruimte tot het uitkeren van dividend. De dividendraming van Evides dient structureel te worden verlaagd van € 400.000 naar € 200.000 en de dividendraming van Irado dient te worden verlaagd van € 110.000 naar € 0. Indien de verbonden partijen komende jaren inzichtelijk maken dat er financieel weer ruimte is voor het uitkeren van dividend zal de raming in de gemeentelijke begroting weer naar boven worden bijgesteld.

Aanpak Stadserfcomplex Via het Meerjarenperspectief Vastgoed 2025-2027 is de raad op de hoogte gesteld van het feit dat het Stadserfcomplex (kantoortoren) in technische, functionele en economische zin zich aan het einde van de levensduur bevindt. Budgetten zijn beschikbaar gesteld voor een plan van aanpak voor renovatie en het eerste deel van het noodzakelijk en onvermijdelijke onderhoud. Om te voorkomen dat het

19

Zomernota 2026

complex in één keer wordt gerenoveerd is bepaald op welke wijze de noodzakelijke vervanging van installaties, aanpassingen aan de gebouwschil en nieuwe inrichting optimaal gefaseerd kan worden uitgevoerd in tijd, financiën en impact op de organisatie. Een optimaal gefaseerde uitvoering geeft het minste overlast voor de medewerkers en is financieel het best verspreid over de begrotingsjaarschijven, gelet op de financiële situatie van de gemeente. In de wettelijke en onvermijdelijke claims is het meerjarig onderhoud van het Stadserfcomplex opgenomen tot en met 2029. Het onderhoud tot en met 2027 is geraamd in de begroting via het Meerjarenperspectief Vastgoed. Over de staat van onderhoud en de noodzakelijke vervangingsinvesteringen wordt u separaat geïnformeerd via raadsinformatiebrief. In deze zomernota is het onderhoud verwerkt dat vanaf 2028 plaatsvindt. Voor de kapitaallasten van de vervangingsinvesteringen wordt voorgesteld om de reserve kapitaallasten vanuit de resultaatbestemming 2024 op te hogen, hierdoor heeft de investering een neutraal effect voor de toekomstige financiële ruimte. Een kredietaanvraag voor de investering wordt na het zomerreces aan de gemeenteraad voorgelegd.

7

Renteontwikkeling

Renteontwikkeling

2026

2027

2028

2029

1.611

1.776

2.093

2.694

Voor het bepalen van de renteontwikkeling zijn twee componenten van belang. Enerzijds een berekening van de omvang van het te lenen bedrag, anderzijds een aanname voor het rentetarief dat we de komende jaren verwachten te betalen over nieuwe leningen. De volgende bouwstenen zijn gebruikt voor het bepalen van het jaarlijks te financieren bedrag:  De (geüpdatete) meerjarenliquiditeitenplanning voor exploitatie-uitgaven;  Het meerjaren rente- en aflossingsschema van de bestaande leningportefeuille;  De in de financiële administratie openstaande investeringskredieten en de geplande investeringen over 2026 (incl. IUPB-investeringen) en verder;  Het MPG 2025;  De financieringsactiviteiten tot en met april 2025. In het kader van de zomernota is de financieringsbehoefte (dit is de verwachte omvang van de nieuw aan te trekken leningen) op basis van bovenstaande bouwstenen als volgt bepaald: Begroting

2026

2027

2028

2029

Exploitatie

0,4

3,6

10,7

8,2

Financiering (aflossing)

-32,8

-28,9

-23,6

-25,8

Investeringen en grexen

-61,8

-18,9

-20,6

-21,8

Financieringsbehoefte (in mln. euro)

-94,2

-44,2

-33,5

-39,4

Dit is de verwachte omvang van de nieuw aan te trekken leningen. Opvallend is de hoge financieringslast in 2026. Deze is ten opzichte van de eerdere prognoses gestegen. Dit heeft te maken met de hoge lasten van de grondexploitatie Woonlocatie Schieveste en het investeringsvolume van de overige projecten. Dit gaat uit van het realiseren van de opgaven conform de planning. Op het

20

Zomernota 2026

moment dat de planning van de uitvoering afwijkt, heeft dit een direct effect op de renteontwikkeling. Via onder andere de bestuursrapportage blijven we dit monitoren. Het rentepercentage waarmee wordt gerekend voor het aantrekken van deze leningen wordt gesteld op 3,5 %. Dit is gebaseerd op de meest recente rentestanden. Het is op dit moment moeilijk te voorspellen hoe de rente zich zal gaan ontwikkelen in verband met de oorlog in Oekraïne, de economische vooruitzichten en de inflatie. Dat zijn op dit moment onzekere factoren. Om rentestijgingen op te kunnen vangen in de komende periode is een marge aangehouden van 0,15%. Dit leidt tot een begroot rentepercentage voor nieuw aan te trekken leningen van 3,5 %. Deze marge houden we aan in verband met de verwachting in de geldmarkt dat de rente op de langere termijn zal oplopen. Vertaald naar de meerjarenbegroting levert dit het volgende financieel effect op: Renteontwikkeling (x € 1.000)

2026

2027

2028

2029

Begrote rentelast

9.371

10.949

12.171

13.810

Rentelast op basis van verwachte ontwikkelingen

7.761

9.173

10.079

11.116

Renteontwikkeling

1.611

1.776

2.093

2.694

In de begroting 2025-2028 was rekening gehouden met een hogere rentelast. Op basis van het realisatietempo in 2024 en de realisatie over de eerste 4 maanden van 2025 constateren we dat de realisatie door verschillende factoren langzamer gaat dan verwacht. Dat betekent dat we op dit moment minder hoeven te lenen, wat een voordelige renteontwikkeling betekent.

8

Recapitulatie Financiële ruimte

Stand financiële ruimte

2026 -684

2027 1.419

2028 6.641

2029 2.038

B. Totaal loon- en prijsontwikkelingen

-6.657

-6.609

-6.613

-6.628

C. Totaal algemene uitkering

9.876 -10.633

9.675

3.702

4.020

-8.739

-7.113

-7.111

-310

-310

-730

-490

F. Renteontwikkeling

1.611

1.776

2.093

2.695

Totaal financiële ruimte ongewijzigd beleid

-6.797

-2.788

-2.020

-5.476

Bezuinigingen – verlagen uitgaven (bijlage 2) Totaal na verwerking amendement

2.932 2.921

3.178 3.167

3.739 3.728

3.724 3.713

Bezuinigingen – verhogen inkomsten (paragraaf 3.3)

1.461

1.577

1.704

1.840

Inzet algemene reserve

2.500 95 84

1.855 1.844

3.200 3.189

-135 -146

A. Totaal beginstand

D. Totaal ontwikkelingen sociaal domein E. Totaal wettelijk, onvermijdelijk

Totaal prognose financiële ruimte Zomernota Totaal prognose financiële ruimte na verwerking amendement

21

Zomernota 2026

Bijlage 2 Bezuinigingen 2026-2029 In totaliteit worden de volgende aanvullende bezuinigingen per programma doorgevoerd om de begroting sluitend te houden. In dit overzicht zijn alle maatregelen zichtbaar die vallen onder de noemer ‘verlagen van uitgaven’. Bezuinigingsmaatregelen per programma

2026

2027

2028

2029

Bezuinigingen MSIB

1.181

1.181

1.181

1.181

Bezuinigingen RIIS

401

401

401

386

Bezuinigingen EIO

874

974

1.224

1.224

Bezuinigingen OIB

123

158

158

158

Bezuinigingen AD Totaal

352

352

552

552

2.932

3.066

3.516

3.501

De bezuinigingen zijn te verdelen in een aantal categorieën:     

Financiële maatregel – Dit betreft een maatregel op basis van een meerjarige financiële analyse en heeft geen gevolgen voor de uitvoering. Efficiencymaatregel – Bezuiniging kan worden behaald door efficiënter te werker en/of om te gaan met begrotingsmiddelen. Onderzoeken – Er wordt nog aanvullend onderzoek gedaan, maar financieel technisch geen belemmeringen om het voorstel als bezuiniging in te boeken. Versoberen beleid – Bezuinigingsvoorstel heeft consequenties voor de stad omdat het beleid wordt versoberd. Stoppen beleid – Grootste gevolgen voor de stad omdat het beleid wordt stop gezet.

Hieronder zijn per programma de bezuinigingen uitgewerkt.

Mens en Stad in beweging Bezuiniging

Soort maatregel

Vanaf

Bedrag (*€1.000)

Regievoerder armoede Gezinsspecialisten in primair onderwijs

Financiële maatregel Financiële maatregel

2026 2026

100 80

Participatiebudget Gereserveerde frictiekosten

Financiële maatregel Financiële maatregel

2026 2026

554 169

Pilot babygroentetas Bewonersondersteuning

Onderzoeken Stoppen beleid

2026 2026

58 11

Subsidieregeling wijkbudgetten Communicatie burgerparticipatie

Versoberen beleid Versoberen beleid

2026 2026

39 20

Bredeschoolactiviteiten

Versoberen beleid

2026

150 1.181

Regievoerder armoede De kosten van de regievoerder armoede worden, voor het gedeelte dat gaat over de bestrijding van kinderarmoede, toegerekend aan de specifieke uitkering ‘Onderwijs Achterstanden Beleid’. Tevens worden ook de personeelskosten die samenhangen met de beleidsinzet en coördinatie van het

22

Zomernota 2026

onderwijsachterstanden beleid ten laste gebracht van deze specifieke uitkering. Schiedam heeft hierdoor geen eigen middelen meer nodig en hierop kan daarom financieel-technisch worden bezuinigd. Gezinsspecialisten in primair onderwijs De kosten van de gezinsspecialisten primair onderwijs worden toegerekend aan de specifieke uitkering ‘Onderwijs Achterstanden Beleid’. Schiedam heeft hierdoor minder eigen middelen nodig en hierop kan daarom financieel-technisch worden bezuinigd. Participatiebudget Het beleid en de uitvoering van de participatiewet heeft Schiedam ondergebracht bij Stroomopwaarts. De Schiedamse bijdrage aan de begroting van Stroomopwaarts wordt verdeeld over verschillende budgetten. Na begrotingscirculaires van het Rijk worden deze budgetten aangepast. Begrotingswijzigingen van Stroomopwaarts kunnen op die manier zoveel mogelijk binnen de begroting worden verwerkt. Binnen Schiedam stond er nog budget beschikbaar vanuit een begrotingscirculaire van het Rijk dat niet wordt ingezet voor de meerjarige uitvoering van het huidige beleid. Gereserveerde frictiekosten Dit betrof een structureel budget voor mogelijke frictiekosten na eventuele beëindiging van subsidiebijdragen. In het vervolg worden mogelijke frictiekosten incidenteel en naar bevind van zaken begroot.

Pilot babygroentetas Mogelijk kunnen de kosten voor de Pilot ‘Babygroentetas’ worden gefinancierd uit de specifieke uitkering ‘GALA/IZA’. Hierdoor heeft Schiedam geen eigen middelen meer nodig. Bewonersondersteuning Wijkontwikkeling In de praktijk wordt nauwelijks gebruik gemaakt van bewonersondersteuning. Daardoor komt dit budget te vervallen. Wijkbudgetten Wijkontwikkeling Wijkbudgetten geven inwoners rechtstreeks invloed om zelf bij te kunnen dragen aan sociale cohesie in de eigen wijk. Het budget voor Wijkbudgetten Wijkontwikkeling bestaat uit de Subsidieregeling Wijkbudgetten (met subsidieplafond) en uitvoeringskosten. Denk daarbij aan ruimtes reserveren voor wijkbijeenkomsten, spreekuren van Wijkregisseurs in de wijk en kosten rondom bijvoorbeeld de mobiele tuktuk om de wijken in te gaan. Door het uitvoeringsbudget efficiënter in te zetten (door bijvoorbeeld meer gebruik te maken van digitale mogelijkheden), kan deels worden bezuinigd. Communicatiebudget Wijkontwikkeling Communicatie op wijkniveau is een essentieel onderdeel van burgerparticipatie in Schiedam. Door maatwerk per wijk te leveren, komt er een betere verbinding tot stand binnen de wijk en tussen de wijk en de gemeentelijke organisatie.

Door efficiënter te werken met bijvoorbeeld meer digitale middelen, themagerichte communicatie en gerichte betrokkenheid, kan er deels worden bezuinigd op het communicatiebudget Wijkontwikkeling. Door de aangescherpte werkwijze komt de gemeente ook tegemoet aan de wensen van de stad, zoals blijkt uit het onderzoek ‘Vernieuwend de wijken in’ van het Kenniscentrum.

23

Zomernota 2026

Bredeschoolactiviteiten Deze middelen zijn bestemd voor de uitvoering van de Strategische educatieve agenda. De Strategische educatieve agenda is de samenwerkingsagenda van de gemeente met partners zoals kinderopvangorganisaties, het primair en voorgezet onderwijs en andere relevante partners in de ontwikkeling van het kind. In deze agenda wordt uitvoering gegeven aan activiteiten ter bevordering van:  gelijke ontwikkelingskansen voor ieder kind;  een fijne veilige school en thuisomgeving;  mentaal en fysiek gezond naar school. Versobering houdt in dat een deel van de activiteiten die betrekking hebben op onder andere burgerschapsvorming, geestelijk en lichamelijk welzijn en andere maatschappijspecifieke thema's in het primair onderwijs (PO) niet meer worden gefinancierd uit dit budget. In de nieuwe Lokale Educatieve Agenda (LEA) zijn deze onder gebracht onder de speerpunten: fijne veilige school en thuisomgeving en mentaal en fysiek gezond. Een deel van deze activiteiten kunnen we na omvorming financieren vanuit middelen uit het onderwijsachterstandenbeleid, een ander deel kan worden gedekt uit de begroting van maatschappijspecifieke thema’s zelf.

Ruimtelijke inrichting in samenhang Bezuiniging

Soort maatregel

Vanaf

Bedrag (*€1.000)

Evenementenkasten

Efficiencymaatregel

2026

16

Uitvoering klimaatadaptatieplan Landschapstafel Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland Plan-economische ontwikkeling

Financiële maatregel Financiële maatregel

2026-2028 2026

15 11

Efficiencymaatregel

2026

10

WBMG Projectmatige aanpak SWV

Financiële maatregel Stoppen beleid

2026 2026

19 204

Stalling fietsparkeren

Versoberen beleid

2026

128 401

Totaaltelling na verwerking amendement Evenementenkasten De evenementkasten worden gebruikt voor de stroomvoorziening bij evenementen in de stad en voor schepen die afgemeerd liggen langs de Buitenhaven, Voorhaven en Hoofdplein (waar een generatorverbod geldt). Er zijn in het verleden veel kasten neergezet die niet allemaal regelmatig gebruikt worden. We onderzoeken welke kasten nodig zijn (nut en noodzaak) en of (hoe) dit kostendekkend gemaakt kan worden. Er wordt daarbij uitgegaan van 100% kostendekkendheid. Mogelijk is dat er een aantal kasten wordt opgeheven. Uitvoering klimaatadaptatieplan De uitvoering van het plan gaat efficiënter plaatsvinden, zoals wordt geformuleerd in het omgevingsprogramma klimaatadaptatie. Na vaststelling van het omgevingsprogramma klimaatadaptatie wordt het budget de komende jaren gebruikt voor het opstellen van een monitoringssysteem en het doorontwikkelen van beleid op specifieke aandachtspunten. Denk hierbij aan een verdiepende studie naar waterproblematiek in Schiedam-Oost en de daarbij behorende

24

390

Zomernota 2026

innovatieve ontwikkelingen. De inzet van het resterende budget richt zich op het updaten van verouderde kaarten uit de klimaatatlas en op het formuleren van een aanpak op hittestress, wat de leefkwaliteit en toekomstbestendigheid van de stad moet waarborgen. Landschapstafel Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland We zitten als gemeente Schiedam bij de Landschapstafel Bijzonder Provinciaal Landschap MiddenDelfland. We betalen een jaarlijkse bijdrage van € 10.500. Het deelnemen aan deze tafel betreft een niet-wettelijke taak en daarom trekt Schiedam zich terug, waardoor bespaard wordt op de jaarlijkse bijdrage. Plan-economische ontwikkeling Er wordt bezuinigd op de algemene kosten van het advies en onderzoek van plan-economische ontwikkeling door efficiënter te gaan werken. Wbmg Voor de invoering en evaluatie van de Wbmg resteert, na overheveling van uitvoeringskosten naar uitvoerende afdelingen, een budget voor onderzoek en evaluatie. Deze werkzaamheden kunnen ook intern en binnen de bestaande formatie uitgevoerd worden waardoor dit budget deels vervalt. Projectmatige aanpak Servicepunt Woningverbetering Het Servicepunt Woningverbetering (SWV) is het gemeentelijke informatiepunt dat woningeigenaren begeleiding biedt bij funderingsherstel, onderhoudswerkzaamheden, subsidies, isolatie en overige energiebesparende maatregelen.

Naast deze vraaggestuurde begeleiding biedt het SWV momenteel een projectmatige aanpak voor funderingsherstel. Die zal worden gestopt. De beëindiging van deze projectmatige aanpak heeft een beperkte maatschappelijke impact, mede omdat de vraaggestuurde kant blijft bestaan en er handhavingsbeleid voor funderingsherstel in ontwikkeling is. Het SWV zal informatie m.b.t. funderingsherstel blijven aanbieden. Deze informatievoorziening en de andere diensten die SWV blijft aanbieden worden per 2026 wettelijk verplicht volgens Artikel 18 van de herziene richtlijn van de Energy Performance of Buildings Directive (EPBD) IV. Stalling fietsparkeren In Schiedam wordt het fietsparkeren aangeboden door één onbemande stalling, fietstrommels en fietsnietjes. Schiedam biedt op één locatie overdekt fietsparkeren. We kiezen ervoor om het beheer van deze fietsenstalling aan het Broersveld na september 2025 te stoppen. Dat levert een jaarlijkse besparing op van € 127.676. We besparen daarmee op het bemand beheren van de fietsenstalling. De fietsenstalling blijft, maar gaat onbemand door.

Economie in ontwikkeling Bedrag (*€1.000)

Bezuiniging

Soort maatregel

Vanaf

Pakket Oprognose Verkoop erfpachtgronden

Financiële maatregel Financiële maatregel

2026 2026

29 4

Stimulering economie Digitalisering archief

Stoppen beleid Versoberen beleid

2026 2026

233 51

Gronden en panden Gedenkdagen

Financiële maatregel Onderzoeken

2026 2026

208 108

Stadsmarketing Stadspromotie

Onderzoeken Onderzoeken

2026 2026

42 100

Taakstelling organisatie

Stoppen beleid

2026

100 (2026), 200 (2027), 450 (vanaf 2028)

25

Zomernota 2026

874 oplopend naar 1.274 Pakket Oprognose De werkelijke kosten voor gebruik van het pakket blijkt de afgelopen jaren structureel lager te zijn dan geraamd, waardoor een bezuiniging kan worden aangebracht. Verkoop erfpachtgronden Binnen de budgetten van erfpachtgronden stonden nog wat rest kostenposten uit het verleden die kunnen vervallen omdat deze niet meer gebruikt worden of ergens anders binnen de begroting van Schiedam zijn ondergebracht. Stimulering economie Deze bezuiniging bestaat onder ander uit het stoppen met bijdragen aan activiteiten voor ondernemers en samenwerkingsverbanden, het verlagen van de subsidieplafonds voor winkeliers, het stopzetten van abonnementen c.q. lidmaatschappen. Digitalisering archief Het langjarige project digitalisering bouwdossiers ten behoeve van de online beschikbaarstelling aan inwoners en bedrijven is eind 2025 gevorderd tot en met 1999. Jaarlijks wordt 50 meter bouwdossiers (kosten € 1.000 per meter) gedigitaliseerd door Stroomopwaarts. Door de bezuiniging van € 50.000 stoppen we hiermee. Gronden en panden Binnen de budgetten van de gronden en panden in beheer van Schiedam kunnen wat besparingsmaatregelingen worden doorgevoerd.  Servicekosten – Onderzoeken bij welke contracten de servicekosten zoals verbruik van water, gas en elektra niet wordt doorgelegd, maar waar het wel kan volgens contractuele afspraken.

 Erfpacht – Erfpachtbetalingen aan de rijksoverheid. De afgelopen jaren is er structureel te veel begroot op deze post waardoor er bezuinigd kan worden.  Elektra en gas – Onderzoeken of het budget kan worden verlaagd omdat de afgelopen jaren sprake was van een structurele onderbesteding. Bij min of meer gelijkblijvende tarieven kan er bezuinigd worden.  Overige budgetten – Een aantal kosten zijn al op andere plekken binnen de begroting van Schiedam opgenomen zoals communicatie en software. Hierdoor kan er een bezuiniging worden doorgevoerd op deze budgetten. Gedenkdagen / evenementen Voorstel is om acht gedenkdagen en evenementen aan te wijzen die beeldbepalend voor de stad zijn en van maatschappelijke, promotionele en economische meerwaarde. De uitgaven voor zowel subsidie als diensten aan derden zijn hiervoor samengevoegd. Hierdoor kan er worden bezuinigd op het budget van de gedenkdagen. De beeldbepalende evenementen vinden verspreid over het jaar plaats, waardoor er in elk seizoen bezoekers naar de evenementen (en de stad) getrokken worden. De beeldbepalende evenementen krijgen een eigen subsidieplafond. Met deze partijen zouden hierover meerjarige afspraken gemaakt kunnen worden.

26

Zomernota 2026

Stadsmarketing Voor stadsmarketing wordt vanuit het budget bevordering toerisme een subsidie verleend aan Schiedam Partners als uitvoeringsorganisatie voor stadsmarketing en voor exploitatie van het IPunt/VVV. Om het imago van de stad te versterken wordt voorgesteld om de stichting Schiedam Partners te ontwikkelen naar een bredere organisatie door het onder één dak brengen van het huidige Schiedam Partners, Centrummanagement en SHOP. Hierdoor ontstaat meer slagkracht en een efficiëntere aanpak gericht op een levendige (binnen)stad. Binnen bevordering toerisme is de helft van de logiesbelasting begroot die via hoteliers wordt geïnd. Dit deel van de inkomsten is bedoeld voor de versterking van het toeristisch klimaat. Afspraak met de hoteliers is dat zij inspraak hebben in het besteden van deze middelen. Binnen de nieuwe aanpak wordt beoogd om deze inkomsten als activiteitenbudget toe te bedelen aan de nieuwe organisatie. Met zitting van de hoteliers in het nieuwe bestuur neemt de zeggenschap op de besteding van de logiesbelasting toe en komen we daarmee de afspraak beter na. Taakstelling organisatie In dit begrotingsprogramma worden een aantal niet-wettelijke taken versoberd of gestopt. Minder uitvoerende taken betekent ook dat minder personeel nodig is om de taken uit te voeren. Daarom is hiervoor een taakstelling in dit programma opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15638810/3