CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Voortgangsrapportage MVS Jeugdmodel 1e halfjaar 2025

Gemeenteraad 16 december 2025, gemeente SchiedamBij agendapunt: Brieven van het college van burgemeester en wethouders, dan wel de burgemeester, dan wel collegeleden:9.417 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Voortgangsrapportage - MVS Jeugdmodel 1e halfjaar 2025 Gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam 4 november 2025

1

Inhoud Inleiding ............................................................................................................................................... 3 Hoofdstuk 1: Context: landelijke ontwikkelingen ................................................................................ 5 1.1

Hervormingsagenda Jeugd ..................................................................................................... 5

1.2

Toekomstscenario Jeugd- en Gezinsbescherming.................................................................. 5

1.3

Wet verbetering toegang jeugdzorg en Algemene Maatregel van Bestuur ........................... 6

Hoofdstuk 2: MVS Jeugdmodel: wat hebben we gedaan in de netwerken? ....................................... 7 2.1

Netwerk Opgroeien in Veiligheid ........................................................................................... 7

2.2

Netwerk Opgroeien door spelen en leren ........................................................................... 11

2.3

Netwerk Opgroeien in de Buurt ........................................................................................... 14

2.4

Netwerk Opgroeien in gezondheid ...................................................................................... 17

2.5

Netwerk Opgroeien naar Volwassenheid ............................................................................ 19

Hoofdstuk 3: MVS Jeugdmodel: ontwikkelingen MVS Jeugdteam .................................................... 21 3.1

Doorontwikkeling transformatieopgave MVS Jeugd ............................................................ 21

Hoofdstuk 4: Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond ................................................... 23 4.1

Landelijk Transitie Arrangement .......................................................................................... 23

4.2

Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond ......................................................................................... 23

4.3

P&C-cyclus............................................................................................................................ 25

4.4

Risico’s financieel ................................................................................................................. 25

Hoofdstuk 5: Juridisch ....................................................................................................................... 26 5.1

Verordening jeugdhulp MVS 2025 ....................................................................................... 26

Hoofdstuk 6: Financieel ..................................................................................................................... 27

2

Inleiding Voor u ligt de eerste halfjaarrapportage 2025 MVS Jeugdmodel. Met het MVS Jeugdmodel werken de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam samen met kind, ouders en jeugdhulpprofessionals, huisartsen, instellingen, verenigingen en onderwijs aan een transformatieproces van de jeugdhulp. Doelstelling en bouwstenen MVS Jeugdmodel Doelstelling van het MVS Jeugdmodel is de hulp dichter bij de jeugdige en het gezin aan te bieden, waarbij de zorg zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig wordt ingezet. Het MVS Jeugdmodel bestaat uit 6 bouwstenen: 1) Netwerk rondom het kind, de ouder/opvoeder in het gewone leven 2) Versterk de positie van het onderwijs 3) Wijkteam 4) Een praktijkondersteuner in elke huisartsenpraktijk 5) Flexibel netwerk van specialisten op MVS-niveau 6) Specialistische jeugdhulp op MVS-niveau Taakgerichte inkoop Om te kunnen sturen op de jeugdhulp hebben de MVS-gemeenten gekozen voor een andere wijze van inkopen van de jeugdhulp, namelijk een taakgerichte en integrale opdracht uitgevoerd door Mevis. Mevis is een consortium van zorgaanbieders en wordt gevormd door vier (jeugd)zorg organisaties: Timon, MEE Rotterdam Rijnmond, Yulius en ASVZ. Uitvoeringsorganisatie Rogplus voert het informatie- en contractmanagement uit voor de MVS-gemeenten.

In hun voortgangsrapportage (welke als bijlage aan dit rapport is toegevoegd) leest u welke stappen Mevis in het kader van de transformatie zet en hoe het met de zorg voor cliënten staat. Een aantal onderdelen van de Jeugdhulp is ingekocht via de GRJR, het gaat om: Jeugdbescherming en - reclassering, Veilig Thuis en de Landelijke Transitie-arrangementen (LTA, de zeer schaarse landelijk ingekochte hulp). Netwerkgerichte Transformatie Voor de transformatie van de jeugdhulp maken de MVS-gemeenten, Mevis, Rogplus en cruciale partners gebruik van netwerken waarin we organisatie- en domein overstijgend kennisdelen en samenwerken aan betere werkwijzen en initiatieven die er voor het kind en gezin toe doen. Van opgroeien door spelen en leren in de buurt, in gezondheid, in veiligheid en naar volwassenheid. De netwerken worden gefaciliteerd met netwerkregisseurs vanuit het MVS Jeugdteam. Bij deze transformatie werken we op alle 3 niveaus van verandering. Waarbij op het eerste niveau het gaat om het verbeteren van wat er is. Op het tweede niveau gaat om het daadwerkelijk anders organiseren en op het derde niveau gaat om op een ander manier kijken, denken en doen. Indeling rapportage In deze rapportage schetsen we eerst de landelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op het MVS Jeugdmodel: de Hervormingsagenda Jeugd, het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming.

Hoofdstuk 2 betreft de rapportage van de netwerken van het MVS Jeugdmodel. Vervolgens gaan we in hoofdstuk 3 in op de ontwikkelingen van het (gemeentelijk) MVS Jeugdteam. Hoofdstuk 4 behandelt het GRJR-deel van de jeugdhulp in Maassluis, Vlaardingen en Schiedam. In hoofdstuk 5 worden juridische ontwikkelingen toegelicht. Tenslotte geven we in hoofdstuk 6 een toelichting op 3

het financiële proces. De rapportage van Rogplus over de integrale opdracht van Mevis treft u in de bijlage.

4

Hoofdstuk 1: Context: landelijke ontwikkelingen 1.1

Hervormingsagenda Jeugd

In het rapport van de commissie van Ark wordt de uitspraak gedaan dat de door de gemeenten betaalde overschrijdingen door het Rijk zouden moeten worden gecompenseerd en het financieel kader voor de jaren 2025-2028 aan te passen en de ingeboekte bezuinigingen ingaande per 2026 te laten vervallen. De regering is in eerste instantie via de voorjaarsnota tot en met 2027 3 miljard extra ter beschikking gesteld. In de miljardennota is uiteindelijk ook de 50% compensatie van de tekorten over 2023 en 2024 toegekend. 1.2

Toekomstscenario Jeugd- en Gezinsbescherming

Het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming is een programma van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de ministeries van Justitie en Veiligheid (JenV) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Het Toekomstscenario vindt plaats in nauwe samenhang met de Hervormingsagenda Jeugd, in het bijzonder het versterken van de toegang met expertise rondom veiligheid en bescherming. Dit landelijke programma betreft de hervorming van de huidige beschermingsketen voor kinderen/gezinnen en volwassenen zonder kinderen in een onveilige thuissituatie (0 – 100 jaar), en kent een looptijd tot en met 2030. Jeugdbeschermingsorganisaties en Veilig Thuis spelen hierin een belangrijke rol. Aanleiding om toe te werken naar een andere manier van werken is dat de hulp en bescherming voor kinderen in kwetsbare situaties in het huidige stelsel tekortschieten: het stelsel is te complex georganiseerd, de problemen in gezinnen en huishoudens worden niet in samenhang opgepakt, en ouders en kinderen voelen zich onvoldoende gehoord en gezien. Het huidige systeem van hulp en bescherming voor kinderen en gezinnen werkt nu niet goed genoeg. Dit betekent dat er een andere manier van werken met goede ondersteuning van gezinnen en huishoudens noodzakelijk is. Lokale teams krijgen een belangrijkere rol, gaan gezinsgericht werken, en er komt een nieuw systeem met regionale veiligheidsteams.

Het oude ‘estafettemodel’, waarbij de hulpverlenings- of regietaak van de ene naar de andere organisatie wordt doorgegeven, laten we daarmee los. In het tweede kwartaal was onduidelijk hoe de financiering van deze omvangrijke verandering geregeld gaat worden en bleken landelijke organisaties, zoals Jeugdzorg Nederland en het Landelijk Netwerk Veilig Thuis, het op onderdelen oneens te zijn met de ontwikkelrichting en uitgebreider de gezamenlijke inhoudelijke dialoog hierover willen voeren. De gemeenten en partners in de regio Rotterdam Rijnmond verenigd in de Stuurgroep Toekomstscenario, inclusief de GI’s en VT, verbinden zich onverkort aan de doelen van het Toekomstscenario en de regionale visie die in 2024 is opgesteld. Participatie in de proeftuinen wordt als positief ervaren. Binnen de proeftuinen wordt vanuit de praktijk toegewerkt aan cultuurverandering en betere samenwerking. Vanwege de ontstane situatie heeft de Stuurgroep aan de projectgroep opdracht gegeven om kritisch te kijken naar de eigen werkzaamheden en met een nieuwe opdrachtformulering te komen. Gezien de boodschap van de bewindspersonen dat zij vasthouden aan de eerder gekozen ontwikkelrichting, inclusief de centrale rol van de lokale teams en de stelselwijziging met regionale veiligheidsteams, is het des te belangrijker dat gemeenten zich actief voorbereiden op de komst van het Toekomstscenario.

Vanuit het Netwerk Opgroeien in Veiligheid wordt actief deelgenomen aan de projectgroep. 5

In 2025 zijn twee ontwikkellijnen ingezet, te weten; 1) verdieping van de proeftuinen om de werkwijze in de lokale teams in samenwerking met het regionaal veiligheidsteam nader te specificeren, 2) verbreding, om de nieuwe werkwijze te verbreden naar de regiogemeenten die niet aangesloten zijn bij de proeftuinen. Met betrekking tot de verdieping van de proeftuinen ligt de focus op de ontwikkeling van een uniforme methodische werkwijze met het regionaal veiligheidsteam, dat reeds heeft geresulteerd in een concrete handreiking. Om de nieuwe werkwijze te verbreden naar de regiogemeenten die niet aangesloten zijn bij de proeftuinen, is een verbredingsdocument opgesteld. In dit document wordt aan de hand van bouwstenen duidelijke richting gegeven aan de uitrol van het Toekomscenario in deze gemeenten. Daarnaast is een start gemaakt met de ontwikkeling van een maatschappelijke business case om de baten van het Toekomstscenario in kaart te brengen. Naast de tijdsbesteding (kostenkant) wordt ook zoveel mogelijk de bredere maatschappelijke effecten (batenkant) meegenomen. Ten slotte worden voorbereiding getroffen voor de vorming van een gezamenlijk verantwoordingsbeeld.

Daarin worden onder andere de vragen uitgewerkt: wat zien we en wat doen we (bedrijfsvoering), en waarom doen we wat we doen? De MVS-gemeenten zijn aangesloten bij het Toekomstscenario door deelname aan de (deel)projectgroepen. De doelstellingen van het MVS Jeugdmodel sluiten, voor wat betreft jeugd, aan bij de doelstellingen van het Toekomstscenario. Samen met Mevis volgen wij aandachtig de uitkomsten van de proeftuinen en de ontwikkelingen binnen de (deel)projectgroepen. In het netwerk Opgroeien in Veiligheid wordt verder invulling en uitvoering gegeven aan deze aansluiting. 1.3

Wet verbetering toegang jeugdzorg en Algemene Maatregel van Bestuur

De MVS-gemeenten hebben door de gezamenlijke taakgerichte inkoop van Mevis, voor vrijwel alle vormen van jeugdhulp, een aparte plek binnen de Gemeenschappelijke Regeling Jeugd Rotterdam (GRJR). In het eerste kwartaal heeft ambtelijk overleg plaatsgevonden tussen het MVS-team jeugd en ambtenaren van het ministerie van VWS. Er werd vanuit het ministerie begrip getoond voor het feit dat we binnen de MVS gemeenten hard aan het werk zijn om de jeugdhulp zo dichtbij mogelijk bij gezinnen te organiseren. Veel vormen van specialistische hulp zullen echter straks regionaal moeten worden ingekocht. De basis van ons MVS Jeugdmodel is dat we sterke wijkteams bouwen die laagdrempelig hulp kunnen bieden dichtbij de leefomgeving van het kind. Hier blijven wij aan bouwen. Hoe de inkoop van specialistische hulp in de toekomst vorm krijgt zal het komende jaar veel aandacht krijgen. De wet is intussen door de Tweede Kamer aangenomen. In de aanloop naar de behandeling van de wet is vanuit de MVS-gemeenten politieke invloed aangewend dat geleid heeft tot een amendement waarin meer vrijheid voor subregio’s mogelijk zou worden, dit amendement is verworpen. In de komende periode bezinnen wij ons op de consequenties voor de lokale situatie en haken aan bij regionale ontwikkelingen, zoals de update van de regiovisie “Nabij en Passend”.

6

Hoofdstuk 2: MVS Jeugdmodel: wat hebben we gedaan in de netwerken? De MVS-gemeenten hebben gekozen voor een netwerkgerichte aanpak waarin alle betrokken partners samenwerken aan oplossingen, verbeteringen en nieuwe werkwijzen. Binnen de vijf netwerken – ingericht op basis van de bouwstenen uit het koersdocument MVS Jeugdmodel – staat het realiseren van de Transformatieagenda MVS Jeugd 2029 centraal. Dit proces is in ontwikkeling. Samen met de verschillende netwerkpartners zijn er al mooie stappen gezet. Hieronder wordt per netwerk de stand van zaken beschreven over het eerste half jaar van 2025. 2.1

Netwerk Opgroeien in Veiligheid

Het netwerk opgroeien in veiligheid gaat over het onderwerp veiligheid in de brede zin, zoals in veilig en gezond opgroeien (preventie), maar ook in relatie tot het strafrecht (politie, justitie en Veiligheidshuis) en civielrecht (leerplicht en jeugdbescherming). Het netwerk opgroeien in veiligheid behelst grofweg twee zorg en veiligheidsthema’s, te weten: 1) Huiselijk geweld en kindermishandeling en 2) criminele risicojongeren. In samenwerking met partners uit het sociale-, veiligheids-, welzijn-, en jeugdhulp domein geven wij richting aan het leidende principe ‘veiligheid is de ondergrens’ in het MVS Jeugdmodel. Binnen het Toekomstscenario wordt een landelijke en regionale invulling gegeven aan het concept veiligheid. Deze transformatie wordt regionaal uitgewerkt en richt zich op een eenvoudigere, gezinsgerichte aanpak voor gezinnen en huishoudens (0 – 100 jaar) waar sprake is van onveiligheid. Omdat de doelstelling van het Toekomstscenario grotendeels overeenkomt met de veiligheidsopgave in het MVS Jeugdmodel, is deze regionale opgave ondergebracht bij het netwerk veiligheid. Binnen het netwerk zijn daarnaast diverse initiatieven ontplooid naar aanleiding van de verontrustende bevindingen van de inspecties, voortkomend uit het ernstige incident dat heeft plaatsgevonden in Vlaardingen.

2.1.1 Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming Door actieve deelname aan (deel)projectgroepen binnen het Toekomstscenario treedt de netwerkregisseur veiligheid op als kennishouder. Via betrokkenheid bij zowel de regionale projectroep als deelprojectgroepen is de netwerkregisseur nauw aangesloten bij de inhoudelijke ontwikkelingen en voortgang binnen het Toekomstscenario. Ten behoeve van de lokale implementatie van het Toekomstscenario, zou een MVS-kernteam samengesteld worden. Vanwege capaciteitsproblemen bij Vlaardingen en Maassluis, is er nu voor gekozen om via de reguliere ambtelijke lijn het Toekomstscenario te borgen in deze twee gemeenten. Dit betekent dat de kennishouder (oftewel netwerkregisseur) verantwoordelijk is voor de inhoudelijke kennisoverdracht en het delen van geleerde lessen met betrekking tot de uitrol van het Toekomstscenario, zonder zelf de coördinatie van deze uitrol op zich te nemen. Op dit moment worden verschillende kernaspecten binnen het Toekomstscenario doorontwikkeld en uitgerold in de gemeente Schiedam, namelijk:

7

Top 3 methodiek – gefaseerd samenwerken aan veiligheid Zowel de Wijkondersteuningsteam-medewerkers (WOT-medewerkers) als de jeugdprofessionals zijn gezamenlijk getraind in de Top-3 methodiek. Bij het gefaseerd samenwerken wordt gewerkt in drie fases: eerst wordt gewerkt aan veiligheid, daarna gestuurd op de risico’s en vervolgens vindt herstelgerichte zorg plaats. Hierbij blijft gedurende het hele traject aandacht voor het bereiken van stabiele veiligheid. De focus ligt op de directe veiligheid. Pas als deze op orde is wordt er gewerkt aan de onderliggende factoren. De TOP-3 methode is gericht op samenwerking met alle betrokkenen (ook de netwerkpartners) vanaf de start van de begeleiding. Het TOP-3 plan is het instrument dat hiervoor gebruikt wordt. Zowel de training als de implementatie zijn gericht op het versterken van de samenwerking tussen 18- en 18+ medewerkers, met als doel het ontwikkelen van een gezamenlijke visie en aanpak rondom huiselijk geweld en kindermishandeling. Nu alle medewerkers zijn getraind, wordt een plan van aanpak opgesteld om de implementatie van de bijbehorende werkprocessen duurzaam te verankeren in de dagelijkse praktijk. Hiermee wordt geborgd dat zowel de methodiek als de verbinding tussen 18en 18+ medewerkers structureel onderdeel uitmaken van de samenwerkingsstructuur tussen WOTmedewerkers en jeugdprofessionals binnen het wijkteam.

Inzet ervaringsdeskundigen Een andere succesfactor uit het Toekomstscenario, de inzet van ervaringsdeskundigen, is onder de aandacht gebracht bij de wijkteams van MVS. Middels een interactieve voorlichtingssessie zijn medewerkers van de wijkteams geïnformeerd over de toegevoegde waarde van ervaringsdeskundigen binnen de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Hierbij is niet alleen stilgestaan bij hun rol als brugfunctionaris tussen professionals en cliënten (zogenaamde ‘brugfunctie'), maar is tevens aandacht besteed aan de mogelijke inzet van supportgroepen voor slachtoffers, als aanvullende vorm van ondersteuning. Deze sessie is door de wijkteams met veel enthousiasme ontvangen, wat wijst op een brede bereidheid om ervaringsdeskundigheid verder te verkennen en te benutten binnen de wijkteams. Deelprojectgroep Professionals Samen met een afvaardiging van VTRR, JBRR en gemeente Rotterdam, geeft de netwerkregisseur veiligheid invulling aan de deelwerkgroep Professionals binnen het Toekomstscenario. De centrale doelstelling is de ontwikkeling van een gezamenlijk denkkader om te komen tot een gezamenlijke taal en gedeelde kernconcepten. Dit omdat in de samenwerking met partners wel vaak vergelijkbare begrippen gebruikt worden, maar deze verschillend geïnterpreteerd en toegepast worden. Dit belemmert een goede samenwerking.

Het doel is om meer eenduidigheid te creëren in ons vakjargon ten behoeve van een efficiënte en effectieve netwerksamenwerking. Samen met de partners uit het zorg- en veiligheidsdomein hebben wij een shortlist opgesteld van relevante begrippen. Allereerst zijn wij aan de slag gegaan met het begrip regie en daaraan gerelateerde deelconcepten (o.a. procesregie, casusregie, eigen regie). Wij hebben bij partners uit het zorg- en veiligheidsdomein een uitvraag gedaan over het gebruik van dit concept in de praktijk. Op basis van deze uitvraag zijn wij op basis van een deskanalyse tot een concept beschrijving gekomen. Deze conceptbeschrijving is in een vervolgbijeenkomst bediscussieerd en heeft geresulteerd in het advies om een regiekaart te ontwikkelen voor de professionals. Dit omdat duidelijk werd dat het met name belangrijk is om afspraken te maken over regie als er meerdere hulpverleners in het gezin werkzaam zijn. Met name vragen als: wie is het aanspreekpunt voor het gezin, wie doet wat op welk moment en hoe stemmen we af, zijn belangrijk. Daarom hebben we besloten om een ‘regiekaart’ te ontwikkelen die behulpzaam kan zijn bij het maken van deze afspraken. De regiekaart is een hulpmiddel om bij 8

complexe situaties, als meerdere instanties betrokken zijn bij een gezin, op een gestructureerde manier afspraken te maken over regie. Het beschrijft de afspraken over wie op inhoud en wie op proces welke activiteiten voor zijn rekening neemt en hoe afstemming tussen de betrokken partijen plaatsvindt Preventie met Gezag; KansRIJK In het programma Preventie met Gezag is verkend of en zo ja hoe, de interventie KansRIJK!, die beproefd wordt in het Toekomstscenario, ingezet kan worden. Het doel van KansRIJK! is dat risicovol en/of strafbaar gedrag en schoolverzuim zo mogelijk voorkomen kan worden en waar nodig vroegtijdig te stoppen. Het is een systeemgerichte aanpak op basis van forensische expertise in de aanpak van dreigende criminele ontwikkeling van jeugdigen. KansRIJK! komt niet na een incident, maar is een generieke module die ingezet wordt omdat er signalen zijn. KansRIJK! biedt maatwerk en kan langdurig ingezet worden. De verbinding met de gecertificeerde instellingen die deze module aanbieden is inmiddels tot stand gebracht, en er hebben reeds meerdere gesprekken met jongeren plaatsgevonden. De verkenning naar de inzet van deze module wordt voortgezet, met als doel verdere afstemming en mogelijke implementatie binnen Preventie met Gezag.

Integrale crisisdienst De netwerkregisseur is aangesloten bij de ontwikkeling van één regionale integrale crisisdienst in Rotterdam Rijnmond. Binnen de regio Rotterdam Rijnmond zijn momenteel meerdere crisisdiensten actief met eigen doelgroepen, werkwijzen en werkprocessen. Om de efficiëntie van deze diensten te vergroten, wordt in fases toegewerkt naar één integrale crisisdienst voor 0 – 100 jaar voor alle huishoudens. Middels deze nieuwe werkwijze wordt beoogd om bij de uitvoering van crisisinterventies efficiënter te werken (dubbelingen voorkomen), kosten te besparen, en het arbeidspotentieel en expertise beter te benutten. Ten behoeve van deze ontwikkeling is een deelprojectgroep geformeerd met vertegenwoordiging van Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR), Crisis Interventieteam (CIT), de gemeente Rotterdam en MVS-gemeenten, en de regionale projectleider Toekomstscenario. De opdracht betreft een gefaseerd ontwikkelproces met de volgende fasering: Fase 1: implementatie geïntegreerde crisisdienst 0-18 per 1-1-2025; Fase 2: implementatie integrale crisisdienst 0-100 per 1-1-2026; Fase 3: implementatie brede integrale crisisdienst 0-100, streefdatum 2027. Voor fase 1 hebben VTRR en CIT een plan opgesteld dat is vastgesteld door desbetreffende bestuurders.

Dit plan is vervolgens vastgesteld door de stuurgroep en is voorgelegd aan het dagelijks bestuur en algemeen bestuur van de GRJR. VTRR en CIT hebben zich gecommitteerd aan een versnelde doorstap van Fase 1 naar Fase 2 middels het inrichten van een proeftuin. In de proeftuin komen alle spoedmeldingen van VTRR en CIT (0-100), waarna gezamenlijk getriageerd wordt. Deze proeftuin start in september 2025. 2.1.2 Casus meisje in pleegzorg Eind mei 2024 werd Nederland opgeschrikt door het afschuwelijke bericht dat een 10-jarig meisje uit Vlaardingen met ernstige verwondingen in het ziekenhuis was opgenomen. Naar aanleiding van de verontrustende conclusies uit de inspectierapporten zijn binnen het netwerk diverse initiatieven gestart om de samenwerking en uitvoeringspraktijk te versterken, met als doel de bescherming van kinderrechten structureel te verbeteren.

9

Samenwerking – informatie delen en samenwerkingsafspraken De casus van het meisje in pleegzorg in Vlaardingen heeft pijnlijk duidelijk gemaakt dat cruciale informatie over het meisje versnipperd bleef tussen organisaties. Een totaalbeeld ontbrak. Essentiële schakels zoals scholen en wijkteams spelen een sleutelrol in het vroegtijdig signaleren van problemen. Door samenwerking te versterken, kunnen signalen sneller worden herkend en besproken, en kan escalatie worden voorkomen. In dit kader zijn de volgende initiatieven in gang gezet: 1) bijeenkomst tussen Veilig Thuis, JBRR en het primair onderwijs, 2) werksessies met Jeugdprofessionals, WOT-medewerkers en Veilig Thuis. Kinderrechten De casus van het pleegmeisje maakt op indringende wijze duidelijk dat fundamentele kinderrechten zijn geschonden, waaronder het recht op bescherming tegen geweld, het recht om gehoord te worden en het recht op passende zorg. Deze schendingen onderstrepen de urgentie van een jeugdzorgsysteem waarin kinderrechten leidend zijn. Om gezamenlijk te reflecteren op deze opdracht en te werken aan structurele verbeteringen, organiseren de MVS-gemeenten samen met de Stichting Recht kinderen van de staat in november 2025 een conferentie over kinderrechten in de jeugdhulp. De conferentie is bedoeld voor portefeuillehouders, raadsleden, bestuurders, managers, professionals en ervaringsdeskundigen.

Tijdens het programma is er expliciete aandacht voor kinderrechten en voor de beweging van 0: het streven naar nul kinderen die schade ondervinden in de jeugdzorg. Ook wordt het Boomerangbeleid (Sharon Stellaard) besproken, dat oproept tot een fundamentele herziening van terugkerende knelpunten in het systeem. De conferentie biedt handvatten om vanuit kinderrechtenperspectief het lokale jeugdhulpbeleid te versterken, met als doel een veiliger, rechtvaardiger en meer kindgericht zorglandschap. Systemische integrale analyse De inspectierapporten tonen structurele tekortkomingen in de jeugdhulp, met name op het gebied van veiligheid, samenwerking, kindgerichtheid en lerend vermogen. Deze constateringen vragen om een fundamentele versterking van de professionele praktijk. In lijn met de verbeterthema’s wordt van de jeugdhulp aanbieders verwacht dat besluitvorming in iedere casus zorgvuldig wordt onderbouwd met een professionele analyse, gebaseerd op wet- en regelgeving, beroepsstandaarden en -codes. Daarbij is het essentieel dat beslissingen tot stand komen in samenspraak met jeugdigen, ouders, gezaghebbenden en relevante netwerkpartners. Bij signalen van onveiligheid, ontwikkelingsbedreiging of opvoedproblematiek wordt een systemische integrale analyse toegepast, zoals de verklarende analyse.

Deze benadering maakt onderliggende oorzaken zichtbaar, bevordert samenwerking, versterkt de stem van het kind en stimuleert reflectie. Daarmee vormt zij een krachtig instrument voor duurzame verbetering van de jeugdhulp. Ter ondersteuning van deze aanpak zijn werkgroepen ingericht met vertegenwoordiging van de MVS-gemeenten en Rogplus.

10

2.2

Netwerk Opgroeien door spelen en leren

Het netwerk Opgroeien door spelen en leren bestaat uit drie (sub)netwerken, te weten het jonge kind (0 - 6 jaar), het basisschoolkind (4 - 12 jaar) en de jeugdige op het voortgezet onderwijs (12 18 jaar). Deze verdeling volgt de normale (voor)schoolloopbaanroute van kinderen en kent verschillende uitdagingen, betrokken partners en focus. Het jonge kind 0-6 jaar Het netwerk voor het jonge kind, van 0-6 jaar, heeft gemiddeld 4 bijeenkomsten per jaar en bestaat uit verschillende partners in kinderopvang binnen de MVS-regio. Naast dat Mevis en de beleidsadviseurs van iedere MVS-gemeente zijn aangesloten, nemen ook partners als bijvoorbeeld het CJG, Stichting Aanzet (tot 1-7-'25 i.v.m. faillissement), Stichting Push, Humanitas en Wijzer Onderwijs deel. Dit netwerk heeft gezamenlijk de knelpunten en kansen in beeld gebracht rondom het jonge kind en heeft twee werkgroepen geformeerd om verbetervoorstellen te ontwikkelen. Het onderwijs, het basisschoolkind en de jeugdige op het voortgezet onderwijs Voor het netwerk Onderwijs, is gekozen om voornamelijk de staande overlegstructuur binnen het onderwijs te volgen en extra bijeenkomsten en/of werkgroepen thema- of doelgroep gericht te organiseren.

De focus van dit netwerk ligt vooral op kinderen die opvallen en/of extra ondersteuning nodig hebben, denk aan (dreigende) thuiszitters, kwetsbare leerlingen op speciaalof nieuwkomersonderwijs en/of leerlingen waar de betrokkenheid van ouders extra gestimuleerd wordt. 2.2.1. Het jonge kind 0-6 jaar Het algehele beeld is dat deze partners de complexiteit van ontwikkelproblematiek zien toenemen alsook de wachttijden op geschikte zorg en/of advies. Dit netwerk heeft gezamenlijk de belangrijkste mijlpalen geformuleerd waar zij de komende periode op in willen zetten. •

•

De focus komt in eerste instantie te liggen op een gezamenlijke (zorg)routekaart. Deze zorgroute zet in op samenwerking tussen de 0-, 1 en 2de lijn. De contouren zijn verder uitgewerkt met de werkgroep en het netwerk. In Q2 2025 zal deze vastgesteld worden en beschikbaar zijn binnen de MVS-gemeenten. Dit resultaat is niet behaald wegens andere prioriteiten en onvoorziene ontwikkelingen in het werkveld. De werkgroep KOV+ heeft de mogelijkheden onderzocht om opvang te organiseren voor kinderen die extra ondersteuning nodig hebben en waar reguliere opvang niet haalbaar meer is (en jeugdhulp nog niet wenselijk). In afstemming met de MVS-gemeenten is de verwachting dat dit aanbod in 2025 gerealiseerd wordt. Gemeente Vlaardingen heeft besloten deze pilot te realiseren in 2025 en deelt de geleerde lessen met de andere twee gemeenten binnen de netwerksamenwerking.

2.2.2 Het onderwijs, het basisschoolkind en de jeugdige op het voortgezet onderwijs De Samenwerkingsverbanden, Onderwijs Dat Past (ODP) en Nieuwe Waterweg Noord (NWN), zijn namens het onderwijs aangesloten bij het regionale overleg en inhoudelijk betrokken bij de totstandkoming en uitvoering van de Transformatieagenda MVS Jeugd. Hierdoor ontstaat er meer zicht op de regionale opgaves en pakken partners geprioriteerd en in onderlinge afstemming thema’s 11

op. Nadere Definitie (dreigende) Thuiszitters Een van de opgaves die de Samenwerkingsverbanden mede namens de schoolbesturen oppakken is het aanscherpen en steeds beter in beeld krijgen van kwetsbare leerlingen. Denk aan leerlingen die (dreigen) thuis (te komen) zitten en/of leerlingen die (tijdelijk) geen, al dan niet geoorloofd, onderwijs volgen. Om hier scherp naar te kijken, hanteren we de landelijke en wettelijke definitie op thuiszitten en kijken de betrokken partners ook naar de leerlingen met risico's. Wettelijke Thuiszitters zijn leerlingen die wel leerplichtig zijn maar langer dan 4 weken, 100 % en zonder geldige reden van vrijstelling, en dus ongeoorloofd niet naar school gaan. Een significant kleinere en andere groep dan de zogenoemde dreigende thuiszitter, leerlingen die, indien geen gepaste acties, het risico lopen een wettelijke thuiszitter te worden. Deze groep neemt zowel landelijk als in de MVS-regio toe. Thuiszitters wordt dus vaak als overkoepelende en verzamelterm gebruikt maar kent dus een duidelijke gelaagdheid, in oorzaak, aard en daarmee ook de benodigde aanpak. Dit vereist een integrale aanpak en is om die reden te zien als een uitwerking zoals het MVS-jeugdmodel beoogt.

Hieronder volgt een weergave hoe dit het afgelopen kwartaal is opgepakt binnen het primair en voortgezet onderwijs: Primair Onderwijs Op initiatief van de schoolbesturen primair onderwijs en Mevis, is er een MVS-werkgroep geformeerd, met de naam ‘samenwerking Onderwijs en Jeugdhulp in MVS’. Deze werkgroep buigt zich over (dreigende) thuiszitters alsook de jeugdigen die langdurig in de daghulpketen verblijven. Leerrecht, ODP en gemeenten via MVS-Jeugd, zijn ook aangesloten. Het doel van de gezamenlijke inzet is helder: ieder kind volwaardig mee te laten doen in de samenleving waarbij school een vanzelfsprekend onderdeel van het gewone leven vormt voor een jeugdige. Ieder kind mag zo veel mogelijk meedoen; thuis, op school en in de wijk (normaliseren). Onderwijs en jeugdhulp zijn hiervoor complementair aan elkaar. De gezamenlijke inzet is erop gericht om jeugdigen, waar mogelijk, in het gewone leven te laten opgroeien en onderwijs te laten volgen, met waar nodig passende ondersteuning. Deze samenwerking versterken is dan ook geen doel op zich, maar een middel om dit maatschappelijke doel gezamenlijk te bereiken. De leidende en centrale uitgangspunten van deze werkgroep zijn: 1. Gelijkwaardig partnerschap tussen onderwijs, jeugdhulp en ouders. 2. Heldere afspraken en verwachtingen over rollen, doelen en contactmomenten. 3.

Structurele samenwerking, gericht op normaliseren en tijdige doorstroom. Naast dat deze werkgroep de knelpunten uit de uitvoeringspraktijk alsook de verschillende domeinen mooi verbindt, is de verwachting dat deze groep, mits voldoende bestuurlijk draagvlak, tot waardevolle voorstellen gaat komen, in lijn met de transformatie en het MVS-jeugdmodel. In de eerstvolgende rapportage volgt een inhoudelijk terugkoppeling Voortgezet Onderwijs Het Samenwerkingsverband Nieuwe Waterweg Noord zet sinds het voorjaar 2024 in op het versterken van de samenwerking met en tussen de scholen voor deze kwetsbare doelgroep, de (dreigende) thuiszitters. Dit heeft geresulteerd in een gedragen plan van aanpak. Van het bevorderen van eenduidiger en consequent registreren, tot een praktische beslisboom voor professionals, heldere regie & werkafspraken, tot de inhoudelijke totstandkoming van ondersteuningsplannen voor 12

betrokken leerlingen. Dit mede ook met inzet van inhoudelijke en/of inspirerende experts waaronder Bert Wienen. Op interventie niveau, zoals leerlingcoaching, InZicht en de Step-Up klas, wordt er nauw samengewerkt met o.a. Mevis en Yets. Over de Step-Up klas en de opbrengsten (de geleerde lessen), wordt de gemeenteraad op korte termijn, geïnformeerd. Op basis van een evaluatie eind 2025 worden eventuele vervolgstappen bepaald. De inschatting is dat het Voortgezet Onderwijs zich steeds meer zal gaan richten op een aanwezigheidsaanpak i.p.v. afwezigheidsaanpak. Dit is een mooie ontwikkeling. Zowel passend bij het MVS Jeugdmodel en meer richting inclusief onderwijs. Pilot Step-Up klas Deze pilot is een samenwerking tussen het Samenwerkingsverband (SWV-NWN), Mevis, Yets en Inzicht, een regionale voorziening waar leerlingen (tijdelijk) onderwijs krijgen als het reguliere onderwijs (even) niet lukt. De kracht van dit aanbod is de integrale en intensieve samenwerking tussen de verschillende partners die rondom de leerling en het gezin betrokken zijn. Geen dure en intensieve trajecten of behandelingen, maar normaliserend en dichtbij. Juist door gerichte inzet van jongerenwerkers, leerkrachten, jeugdhulpverleners en ouders in het ‘normale’ dagdagelijkse, dat zij samen iedere dag opnieuw, de betrokken jeugdige, passend, tijdig en samen kunnen ondersteunen weer mee te doen.

De meerderheid van de jongeren laat een hoge mate van perspectiefontwikkeling zien. Er is een tweede groep gestart die na de zomervakantie zal starten met de laatste fase, gericht op terugkeer naar onderwijs of werk. Er wordt gewerkt aan een methodisch handboek om de werkwijze te borgen. Evaluatie volgt in het najaar van 2025. Ook toont de pilot dat deze aanpak op preventieve jeugdhulp, ook kostentechnisch interessant is.

13

2.3

Netwerk Opgroeien in de Buurt

Netwerk Voorveld en Proeftuinen MVS Jeugdmodel Het netwerk betreft alle partners die op het gebied van welzijn en zorg bijdragen aan de sociale infrastructuur van gemeenten en wijken: het zogenoemde voorveld, het preventieve aanbod. Dit voorveld vormt een belangrijk onderdeel van het pedagogisch klimaat rondom jeugdigen. In lijn met het MVS Jeugdmodel ondersteunt het netwerk ouders en jeugdigen laagdrempelig en preventief, zoveel mogelijk in hun eigen leefwereld en context. Omdat in principe talloze maatschappelijke organisaties, stichtingen en verenigingen onderdeel zouden kunnen uitmaken van dit netwerk, is gekozen voor een gemeentelijke en wijkgerichte scope. Zo krijgt het netwerk een duidelijke focus en kan ervaring worden opgedaan met werkwijzen die later MVS-breed toepasbaar zijn. Om dit te realiseren zijn in 2025 drie proeftuinen gestart/doorontwikkeld, waarin verschillende werkelementen van het MVS Jeugdmodel worden beproefd. Doel is om MVS-breed te leren welke elementen de meeste impact hebben en daadwerkelijk verschil maken voor jeugdigen en gezinnen. Kernpartners in het voorveld die een belangrijke rol spelen bij de proeftuinen zijn: Minters, ViB Vlaardingen, Sportbedrijf Schiedam, E’25 Maassluis, Yets Schiedam, Stichting Aanzet (tot 1-7-2025 i.v.m. faillissement), Stichting Push (Maassluis). Daarnaast zijn ook het CJG, het wijkteam 18+ en Mevis aangesloten.

De proeftuinen dragen zo bij aan een integrale, domein- en organisatie overstijgende samenwerking tussen jeugdpartners, met en voor gezinnen. Ze verbinden bestaand aanbod en programmering, maken dit vindbaar en dekkend op wijkniveau, en leggen de nadruk op preventief werken in aansluiting op de behoeften van gezinnen en professionals – niet op complexe casuïstiek. Hoewel de rol van de netwerkregisseur in 2025 niet extra of structureel is ingezet ten opzichte van 2024, zijn de proeftuinen wel verder ontwikkeld, wederom in nauwe afstemming met de netwerkregisseur Opgroeien door Spelen en Leren. Daarbij ontstaat een duidelijke meerwaarde doordat het wijkgericht werken tevens aansluit bij het wijkgerichte werken waar Onderwijs dat Past, het Samenwerkingsverband Primair Onderwijs, ook op inzet, waardoor deze initiatieven elkaar op termijn mogelijk kunnen gaan versterken.

2.3.1 Proeftuinen als leeromgeving De proeftuinen in Maassluis, Vlaardingen en Schiedam vormen leeromgevingen waarin het MVS Jeugdmodel in de praktijk wordt beproefd. Zij laten zien dat transformeren geen lineair proces is, maar stap voor stap tot stand komt in nauwe samenwerking met gezinnen, professionals en gemeenten. De inzet is gericht op: •

Sterke lokale teams dichtbij gezinnen, met herkenbare gezichten in de wijk. 14

• • •

Een veerkrachtige omgeving: investeren in scholen, ouders, verenigingen en partners om samen een stevig pedagogisch klimaat te creëren. Normaliseren en preventie: lichte steun waar het kan, intensieve zorg waar het moet. Samenhang en samenwerking zonder schotten: partners uit zorg, welzijn, onderwijs en gemeenten werken als één systeem rondom gezinnen.

Daarbij zijn belangrijke randvoorwaarden in beeld gekomen: • • •

•

Continuïteit en financiering: stabiele inzet en ontschotte middelen. Ruimte voor leren en verbeteren: kennisdeling, monitoring en borging van geleerde lessen moeten structureel beter worden ingericht/ingebed. Draagvlak en eigenaarschap: gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeenten, partners én inwoners is cruciaal. Dit is een intensief proces en dus is iedere stap als een resultaat te zien, indien bereikt. Professionele ruimte en vertrouwen versterken: teams zouden moeten kunnen handelen met minder bureaucratie en meer eigenaarschap op wat nodig is. Uiteraard binnen de kaders van professioneel handelen. Inspiratie, vertrouwen en professionele ruimte zijn belangrijke bouwstenen binnen transformeren. Vooral de professionals kunnen het verschil en dus impact maken.

Elke proeftuin heeft een eigen focus, passend bij de lokale context: • • •

Maassluis: versterken van eigen kracht en regie van inwoners. Vlaardingen: systeem- en gezinsgerichte preventie voor en met bewoners, 0-100 jaar. Schiedam: koppeling MVS-Jeugdmodel aan Preventie met Gezag en VIOS, gericht op domein overstijgend samenwerken rond veiligheidsvraagstukken.

Gezamenlijk dragen de proeftuinen bij aan een lerend netwerk dat MVS-breed richting geeft aan de transformatie: integraal, preventief en dichtbij gezinnen, met focus op normaliseren en versterken van de veerkracht van de gemeenschap en het gezamenlijk gedragen pedagogisch klimaat. Maassluis - Proeftuin Gemeenschapsontwikkeling met inwoners In gemeente Maassluis is met verschillende partnerorganisaties en gemeentelijke domeinen gewerkt aan het vormgeven van een proeftuin MVS Jeugdmodel binnen de wijk Sluispolder-Oost. De partners betreffen de gemeente Maassluis (verschillende domeinen), Mevis, VraagRaak, Stichting Push, E'25 (wijk- en buurtwerk), Stichting Aanzet (tot 1-7-2025 i.v.m. faillissement), MVS Jeugd en in de tweede ring ook woningbouwcoöperatie, wijkregie handhaving, onderwijs, opvang en veiligheid. Het doel van de proeftuin in Maassluis is om vragen en signalen van ouders en jeugdigen vroegtijdig in de wijk zelf op te pakken, met structuren die door inwoners en het voorveld worden opgezet. Inwoners bepalen daarbij zelf de prioriteiten, waardoor eigen regie, autonomie en sociale cohesie worden versterkt en zwaardere problematiek zoveel mogelijk wordt voorkomen. In 2025 is draagvlak bereikt onder de partners om te gaan werken volgens een community-up aanpak, met behulp van participatief actieonderzoek (PAO).

De gemeente en partners vervullen hierbij vooral een faciliterende rol, terwijl inwoners de oplossingsrichtingen gaan bepalen. De doelgroep is afgebakend tot ouders met kinderen van 0–10 jaar. Professionals van betrokken organisaties worden opgeleid tot PAO-facilitators. Bij voldoende middelen en capaciteit start de 15

proeftuin in Q1 2026; de projectleiding is belegd bij gemeente Maassluis. Vlaardingen - Proeftuin Samen gezinsgericht en preventief werken In gemeente Vlaardingen is er voor de proeftuin in Westwijk een projectplan opgesteld, genaamd “Samen gezinsgericht en preventief werken in de Westwijk”. Door betrokken partijen, te weten Stichting Aanzet (tot 1-7-2025 i.v.m. faillissement), CJG, Mevis, Yets, VIB en Minters, is verantwoordelijkheid en eigenaarschap genomen om de leidende principes vanuit het MVSJeugdmodel door te vertalen naar een gezamenlijke doelstelling, namelijk de toegankelijkheid en effectiviteit van preventieve programma’s voor ouders en kinderen te vergroten en versterken. Verwacht effect is dat inwoners en gezinnen beter en meer kunnen profiteren van het preventieve aanbod waardoor jeugdhulp korter, voorkomen en/of niet meer nodig is. Partners beproeven dit door lichtere hulpvragen met gezinnen op te pakken. Dit gebeurt onder leiding van en met expertise van Mevis (jeugdhulp). De partners kiezen bewust voor deze wijk zodat zij parallel aan en samen met het Nationaal Programma, en programma Wij de Westwijk, kansen en knelpunten duurzamer kunnen aanpakken en verbeteren.

Afbeelding 1. Integrale wijkaanpak

Door meer geïntegreerd, efficiënt en effectief samen te werken wordt inhoudelijke kennis en capaciteit verbonden. Hierdoor komt alle beschikbare kennis en kunde over opvoeden en opgroeien, het jonge kind, inkomen/schulden, bewegen/gezond leven, participatie/dagbesteding, volwassenproblematiek, wonen en jeugdhulp in een vroegtijdiger stadium bij elkaar en werken we toe naar een meer systeemgerichte en preventieve inzet. Dit vraagt van de betrokken partners inzet op regelmatig en netwerkgerichte ontmoeting en afstemming gericht op de doelen van de transformatie, zowel tussen organisaties als de betrokken professionals. Alsook het oefenen en leren van gezamenlijk regie (kunnen) nemen in het preventieve veld. Omdat bovenstaande ontwikkelbeweging het nodige vraagt van de betrokken organisaties en de professionals, start in het laatste kwartaal 2025 een onafhankelijke projectleider om dit proces verder vorm en focus te geven. Ook is het verstevigen van de samenwerking met het Nationaal Programma 16

en gemeente Vlaardingen een wens. In de volgende rapportage volgt hier een terugkoppeling op. Schiedam - Proeftuin Veilig in en om School (VIOS) In gemeente Schiedam is gekozen om de leidende principes van het MVS Jeugdmodel te integreren en daarmee te beproeven binnen de VIOS-aanpak. De VIOS-aanpak wordt ingezet vanuit het programma Preventie met Gezag en dus versterkt met de leidende principes en de netwerkgerichte aanpak zoals beoogd in de transformatie MVS Jeugd. Specifiekere verantwoording over deze VIOSaanpak en de resultaten wordt dus ook op andere manieren gedaan. Om die reden beperken wij ons in deze rapportage tot de elementen die relevant zijn voor de leidende en transformatieve principes uit MVS Jeugdmodel. In Schiedam draagt de proeftuin dus gericht bij aan de verbinding tussen Sociaal Domein en Veiligheid en daarmee tot het versterken van de integrale domein- en organisatie overstijgende samenwerking. Partners werken hierin samen vanuit een brede coalitie van gemeente, scholen, politie en wijkagenten, wijkregisseurs veiligheid, jongerenwerk (fysiek en online), WOT’s, Leerrecht, Samenwerkingsverband Nieuwe Waterweg Noord, Onderwijs dat Past en Mevis Jeugdhulp. De samenwerking wordt zowel op schoolniveau als op tactisch/strategisch niveau versterkt.

Dit gebeurt door elkaar in het dagelijkse werk sneller te vinden en op te zoeken, expertise beter te benutten en samen knelpunten praktisch op te lossen. Een projectleider ondersteunt dit proces en werkt aan de drie actielijnen. Inmiddels zijn vijf tot zes scholen aangehaakt en is er veel commitment binnen de kernteams en de aangehaakte scholen. Ook de inrichting van een tactisch/strategische overlegtafel met alle betrokken partners krijgt steeds meer vorm. Daarnaast zijn of worden er thematische- en/of leerbijeenkomsten georganiseerd voor de betrokken professionals, zoals over online criminaliteit & onveiligheid, samenwerking met ouders en beter signaleren.

2.4

VIOS-aanpak De VIOS-aanpak beoogt de schoolveiligheid te verhogen door de pedagogische driehoek te verstevigen en te verbinden, te weten ouders, straat en school. Het resultaat van deze aanpak is een verruimd handelingsperspectief waardoor ondermijnende jeugdcriminaliteit beter en eerder gesignaleerd wordt en voorkomen kan worden. De werkwijze richt zich op: 1.

2. 3.

Een stevige in- en externe (lokale)ketensamenwerking op operationeel, tactisch en strategisch niveau, Iedere VIOS-school heeft een veiligheidsplan op maat, Inzet op verstevigen van kennis en vaardigheden op het gebied van signaleren en preventief handelen op het gebied van Veiligheid.

Netwerk Opgroeien in gezondheid

In de tweede helft van 2024 heeft het netwerk Opgroeien in Gezondheid een belangrijke stap gezet in het versterken van de samenwerking tussen huisartsen en jeugdhulp. Een structureel knelpunt betrof het ontbreken van terugkoppeling aan huisartsen na een verwijzing naar specialistische jeugdhulp. In samenwerking met Mevis is dit proces aangepast: huisartsen ontvangen sindsdien automatisch terugkoppeling over vervolgacties. Deze verbetering zorgt voor meer inzicht in de zorgtrajecten, betere afstemming op de zorgbehoefte van gezinnen en versterkt de continuïteit van de keten. Met de komst van een nieuwe netwerkregisseur en de kennismakingen met partners is daarnaast de basis gelegd om in 2025 voort te bouwen op de behaalde resultaten.

17

2.4.1 Resultaten Q1 & Q2 2025 KOPP/KOV-doelgroep In het eerste halfjaar van 2025 heeft de netwerkregisseur bij de netwerkleden geïnventariseerd welke thema’s zij belangrijk vonden voor de agenda van het netwerk. Daarbij kwam duidelijk naar voren dat huisartsen signalen afgaven over het ontbreken van passend preventief aanbod voor kinderen van ouders met psychische of verslavingsproblematiek, de zogeheten KOPP/KOV-doelgroep. Deze signalen zijn door de netwerkregisseur opgepakt en vertaald naar een gezamenlijke uitwerking binnen het netwerk. Binnen de MVS-gemeenten gaat het naar schatting om circa 6.000 jeugdigen die opgroeien in een dergelijke thuissituatie1 (exacte aantallen zijn indicatief omdat signalering niet altijd plaatsvindt). Deze jeugdigen lopen tot 13 keer meer risico op fysieke, psychische, sociale en schoolproblemen, zowel in de kindertijd en adolescentie, als in de volwassenheid. Opgroeien met een ouder met psychische problemen of een verslaving heeft ook maatschappelijke gevolgen. Als deze jeugdigen zelf problemen ontwikkelen, kan dit leiden tot uitval op school en/of werk en tot meer zorggebruik. Vroegtijdig signaleren en zo nodig ondersteunen van deze jeugdige en of hun ouders is belangrijk om individuele problemen te voorkomen en maatschappelijke kosten te verminderen. Voor de KOPP/KOV-doelgroep is op dit moment geen preventief aanbod beschikbaar.

Wel is er vanuit Mevis al de intentie uitgesproken om in 2026 E-health aanbod te ontwikkelen dat specifiek gericht is op deze doelgroep. Tot die tijd blijft er sprake van een lacune in het preventieve ondersteuningsaanbod. Op basis hiervan is door het netwerk een memo opgesteld die momenteel nog in ontwikkeling is. In dit memo worden de omvang, impact en lacunes van het huidige aanbod beschreven en onderbouwd met cijfers en landelijke richtlijnen. Daarmee vormt de memo een instrument om de bestuurlijke en beleidsmatige aandacht te vestigen op deze kwetsbare doelgroep. Het thema is in eerste instantie onder de aandacht gebracht door meerdere huisartsen die verbonden zijn aan het netwerk. Vanuit hun praktijkervaringen gaven zij aan dat er sprake is van een lacune in het preventieve aanbod voor de KOPP/KOV-doelgroep. Om deze signalen breder te duiden en te toetsen, is het onderwerp vervolgens geagendeerd tijdens de lokale huisartsenoverleggen in de gemeenten Maassluis en Schiedam. Daarmee heeft er een verbreding en verdieping van de oorspronkelijke signalen plaatsgevonden. Het thema is nu bij alle lokale huisartsengroepen onder de aandacht gebracht, met uitzondering van Vlaardingen, waar dit overleg nog gepland staat. Tijdens de overleggen zijn huisartsen bevraagd op hun ervaringen en behoeften.

Daarbij kwamen twee vragen centraal te staan: in hoeverre worden KOPP/KOV-kinderen voldoende gesignaleerd in de huisartsenpraktijken, en welke behoefte bestaat er aan nieuw of aanvullend preventief aanbod? Ook is besproken welke rol JIP’ers en JOS’ers hierin zouden kunnen vervullen. De opbrengsten van deze gesprekken worden gebruikt om de memo verder aan te scherpen en om de vervolgstappen gezamenlijk te bepalen. Deze activiteiten hebben geleid tot een gedeeld beeld binnen het netwerk: de urgentie rond de KOPP/KOV-doelgroep wordt breed herkend en er is draagvlak om dit thema verder uit te werken. Daarbij wordt nadrukkelijk aangesloten bij de landelijke doorbraken die ook in de memo zijn benoemd, namelijk betere signalering, een toegankelijk preventief aanbod, integrale financiering en het verminderen van stigma. 1

Schatting gebaseerd op landelijke cijfers: circa 17% van alle kinderen (0-17 jaar) in Nederland groeit op met een ouder met psychische problemen of een verslaving. (Bron: Trimbos-instituut 2023, NEMESIS-2 data). In MVS wonen circa 35.100 kinderen van 0-17 jaar (CBS 2024), wat leidt tot een schatting van circa 6.000 KOPP/KOV-kinderen.

18

Jeugdprofessional in de Praktijk (JIP) Een belangrijke bouwsteen binnen het MVS Jeugdmodel is dat iedere huisartsenpraktijk in Maassluis, Vlaardingen en Schiedam beschikt over een Jeugdprofessional in de Praktijk (JIP). In het netwerk Opgroeien in Gezondheid, waarin huisartsen een centrale partner vormen, is daarom nadrukkelijk stilgestaan bij de vraag wat wij nog kunnen betekenen voor de verdere implementatie en uitbreiding van de JIP-functie. Tijdens netwerkbijeenkomsten gaven verschillende huisartsen aan dat zij benieuwd zijn naar de ervaringen van collega’s die wél met een JIP werken. Vanuit die behoefte is binnen het netwerk het idee ontstaan om de eerste ervaringen met de JIP zichtbaar te maken, zodat ook andere huisartsen een goed beeld krijgen wat de JIP kan brengen. Mevis heeft hierbij verwezen naar een eerder onderzoek van ZonMw naar de POH Jeugd & Gezin in Rotterdam. Dit bracht het netwerk op het idee om de ervaringen met de JIP in de MVS-regio te spiegelen aan dit onderzoek. In overleg met Mevis is besloten om een aantal huisartsen met een JIP te interviewen. De netwerkregisseur en de communicatieadviseur nemen deze interviews samen af, aan de hand van een set vragen die gebaseerd is op de leidende principes uit het Koersdocument en de bevindingen uit de Rotterdamse tussenrapportage.

Het doel van deze interviews is om ervaringen en opbrengsten concreet zichtbaar te maken, deze te delen met alle huisartsen in de regio en zo bij te dragen aan meer draagvlak en motivatie om de JIPfunctie verder te ontwikkelen. 2.4.2 Vooruitblik Q3 & Q4 2025 In de komende periode ligt de nadruk op het afronden en bestuurlijk aanbieden van de memo over KOPP/KOV-kinderen aan de wethouders van de drie gemeenten. Daarbij worden de beleidsaanbevelingen verder geconcretiseerd, inclusief een onderbouwing van de benodigde randvoorwaarden en kostenindicaties om het preventieve aanbod in de regio te versterken. Ook worden de netwerkpartners, waaronder huisartsen, het CJG en de JIP nadrukkelijk betrokken bij de verdere uitwerking. Met deze stappen wordt gewerkt aan een stevig fundament voor vroegsignalering en preventieve ondersteuning van kwetsbare doelgroepen, en wordt tegelijkertijd invulling gegeven aan de strategische doelstelling van het netwerk om de samenwerking tussen gemeenten, jeugdhulp, onderwijs, huisartsen en welzijnsorganisaties verder te versterken.

2.5

Netwerk Opgroeien naar Volwassenheid

In de tweede helft van 2024 lag de focus van het netwerk Opgroeien naar Volwassenheid op het versterken van de samenwerking binnen de keten rondom de overgang van jeugd- naar volwassenzorg. Daarbij is een eerste basis gelegd voor het ontwikkelen van zorg-overgangsroutes en het organiseren van warme overdrachten. De nadruk lag op het in kaart brengen van de belangrijkste knelpunten en het betrekken van partners als gemeenten, wijkteams en Rogplus bij dit proces.

19

2.5.1 Resultaten Q1Q2 2025 In het eerste halfjaar van 2025 zijn belangrijke vervolgstappen gezet richting het realiseren van een uniforme zorg-overgangsroute per doelgroep, waarin taken, verantwoordelijkheden en randvoorwaarden helder worden vastgelegd. Dit draagt bij aan het streefdoel van het netwerk: het garanderen van continuïteit in ondersteuning voor jongeren die 18 jaar worden. Belangrijkste opbrengsten in deze periode zijn: De tijdslijn en escalatiemomenten voor de overgang zijn uitgewerkt en afgestemd met de wijkteams en Rogplus. Meer nadruk is gelegd op het inzetten van toekomstplannen vanaf 16,5 jaar, met speciale aandacht voor jongeren in de jeugdbescherming en specialistische jeugdzorg. Knelpunten zoals onduidelijkheid over regie, verschillen in processen tussen gemeenten en wachtlijsten bij Mevis zijn actief opgepakt door middel van werkinstructies, standaardisatie van processen en afspraken over prioritering van 17-jarigen. Ook is een eerste verkennend gesprek gevoerd met de jeugdbescherming, specifiek over de overgang 18-/18+. Dit vormt de basis om hen actief te betrekken bij dit onderwerp en samen te werken aan goede werkafspraken. Deze opbrengsten laten zien dat het netwerk steeds beter in staat is om de overgang van jeugd- naar volwassenenzorg concreet te structureren en knelpunten om te zetten in werkbare oplossingen.

2.5.2 Vooruitblik Q3 & Q4 2025 De komende periode staat in het teken van verdieping en verbreding. Op basis van de uitkomsten van de uitvoeringswerkgroep in het derde kwartaal van 2025 wordt een overzicht opgesteld van de belangrijkste knelpunten in de zorg-overgang tussen jeugdhulp en volwassenen voorzieningen. Deze werkgroep bestaat uit jeugdprofessionals van Mevis en de wijkteams van Maassluis, Vlaardingen en Schiedam, en richt zich op het uitwerken van werkprocessen per doelgroep. Het knelpuntenoverzicht vormt de basis voor het adviesdocument dat in het derde en vierde kwartaal van 2025 door beleidsmakers van de drie gemeenten gezamenlijk wordt uitgewerkt. Tegelijkertijd wordt het contact met de jeugdbescherming verder uitgebouwd tot een structurele samenwerking rondom de overgang 18-/18+, met als doel heldere en werkbare afspraken te maken die in de praktijk goed toepasbaar zijn. Ook wordt verder gewerkt aan de afronding van de zorg-overgangsroutes, zodat deze eind 2025 per doelgroep concreet en toepasbaar zijn. Het traject bestaat uit drie onderdelen. De stuurgroep/projectgroep is verantwoordelijk voor de bestuurlijke en beleidsmatige sturing. De eerdergenoemde uitvoeringswerkgroep (schrijfgroep) richt zich op de praktische uitwerking van overdrachtsprocessen voor verschillende doelgroepen.

De coördinatie van het traject wordt gedeeld door Rogplus, Mevis en de netwerkregisseur MVS. Met deze stappen versterkt het netwerk zijn rol in het waarborgen van een soepele overgang naar volwassenenzorg, waarbij samenwerking centraal staat.

20

Hoofdstuk 3: MVS Jeugdmodel: ontwikkelingen MVS Jeugdteam In dit hoofdstuk laten we zien welke werkzaamheden zijn opgepakt door het MVS Jeugdteam en welke ontwikkelingen een belangrijke impact hebben op de transformatie. In het eerste half jaar van 2025 is een nieuwe manager voor het MVS Jeugdteam gestart evenals een projectleider Transformatie MVS Jeugdmodel. Het eerste half jaar van 2025 is doorgepakt op de lopende onderzoeken en besprekingen over het budget 2024 en 2025 van Mevis. Dit heeft geleid tot de oplevering van het HHM-rapport. Over de uitkomst bent u geïnformeerd middels een raadsinformatiebrief. Daarnaast is het MVS Jeugdteam doorgegaan met het stimuleren en realiseren van de transformatie zoals beoogd in het MVS Jeugdmodel. Zowel op operationeel/tactisch niveau in de netwerken (hoofdstuk 2), als op tactisch/strategisch niveau met de doorontwikkeling van de Transformatieagenda en de regiegroep Transformatieagenda Jeugd. 3.1

Doorontwikkeling transformatieopgave MVS Jeugd

Begin 2025 is de doorontwikkeling van de transformatieopgave MVS Jeugd en het MVS Jeugdteam een belangrijk onderwerp van gesprek geweest binnen het MVS Jeugdteam. Het is belangrijk dat het MVS Jeugdteam zich optimaal kan blijven verhouden tot de transformatieopgave. Dat geldt ook voor de randvoorwaarden en (samenwerkings)condities met partners en de drie gemeenten. Deze moeten in lijn zijn met de transformatieopgave. Daartoe heeft het MVS Jeugdteam in het eerste half jaar van 2025: 1. Gereflecteerd op de transformatie en de uitvoering daarvan door het MVS Jeugdteam en partners. Dit heeft geleid tot: 2. Een versteviging van de samenwerking en samenwerkingscondities tussen de drie gemeenten. De transformatie naar het MVS Jeugdmodel vindt immers vooral plaatsvindt in de lokale uitvoeringspraktijk in samenhang met de partners uit de andere domeinen. Een versteviging van de samenwerking maakt het makkelijker om de transformatie in de uitvoeringspraktijk succesvol te stimuleren binnen de lopende lokale pilots en projecten. Daarnaast is door het MVS Jeugdteam gewerkt aan: 3. Het concretiseren en verstevigen van de transformatie naar het MVS Jeugdmodel in de uitvoeringspraktijk binnen de regionale netwerken (zie hoofdstuk 2) en in de regiegroep Transformatieagenda Jeugd.

De regiegroep Transformatieagenda Jeugd fungeert als een overkoepelende paraplu die partners welzijn, preventie, onderwijs, veiligheid en jeugdhulp regionaal samenbrengt. De leden bestaan uit een brede mix van regionale partners. Sinds de start in juni 2024 is in de regiegroep gewerkt aan een basis van vertrouwen die vruchtvolle samenwerking mogelijk maakt. Dit is succesvol en zorgt ervoor dat leden elkaar ook op andere vlakken sneller en gemakkelijker weten te vinden. De focus van de regiegroep ligt op het monitoren en sturen van (deel)aspecten van de transformatie. Op wijk- en projectniveau en op overkoepelend niveau (regiobreed) starten, monitoren en (door)ontwikkelen van proeftuinen en pilots. Pilots die ontstaan zijn in de regiegroep en/of waaraan gewerkt wordt in regiegroepverband, zijn onder meer ‘Kijk mij!’ en 'Verbinding op de club’. De leden van de regiegroep zorgen ervoor dat de visie en leidende principes van het MVS Jeugdmodel duurzaam worden gevolgd binnen de (eigen) organisatie.

21

4. Het verbeteren van de informatiepositie van de MVS-gemeenten samen met Rogplus en Mevis. Door een maandelijks overleg aan de hand van een vaste rapportage, zodat de inhoudelijke en financiële ontwikkelingen door de MVS-gemeenten op de voet kunnen worden gevolgd. Dit leidt tot een beter beeld van de inhoudelijke en financiële ontwikkelingen binnen het MVS Jeugdmodel en bevorderd ook de inhoudelijke samenwerking tussen gemeenten. 5. Besproken hoe we ons moeten verhouden tot de algemene maatregel van bestuur (robuustheidsscan). Daartoe werken we samen met partners en de MVS-gemeenten aan enkele scenario’s op deze ontwikkeling. Met als belangrijkste inzet dat we behouden en verder ontwikkelen wat we tot nu toe met elkaar (gemeenten en partners) bij de transformatie naar het MVS Jeugdmodel hebben opgebouwd. De bovengenoemde ontwikkelingen, de lokale pilots en projecten uit de netwerken en die in de regiegroep zijn ontstaan inclusief enkele belangrijke regionale thema’s vormen de basis van de transformatieagenda MVS Jeugdmodel 2026-2029. Op dit moment werkt het MVS-jeugdteam met de netwerkregisseurs en belangrijke partners aan de inhoud van deze agenda, die eind 2025 klaar moet zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16193668/1