CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Voorlopige Jaarstukken 2025 ROGPlus

Overige evenementen 6 mei 2026, gemeente SchiedamBij agendapunt: Kaderbrieven Stroomopwaarts GRJR ROGPlus27.834 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

30

De aanvragen met betrekking op 2025 kunnen in worden gediend tot 1 mei 2025. De voorlopige jaarstukken worden in maart opgesteld. De tabel hieronder geeft de stand van het aantal toegekende aanvragen voor de regeling tegemoetkoming meerkosten per medio maart en vergelijkt deze met alle toegekende aanvragen met betrekking op 2024. De aantallen met betrekking op 2025 zullen verder oplopen, maar liggen in lijn met de aantallen aanvragen met betrekking op 2024. In de definitieve jaarstukken rapporteert Rogplus de totale aantallen voor 2025.

Maassluis Vlaardingen Schiedam Totaal

Langdurige Indicatie 2024 Stand 2025 259 199 352 302 319 249 930 750

Eigen Risico 2024 Stand 2025 629 500 707 641 651 546 1987 1687

2024

Totaal Stand 2025 888 699 1059 943 970 795 2917 2437

Aantal beschikkingen De volgende tabellen geven inzicht in de aantallen toegekende en afgewezen aanvragen voor Wmo-voorzieningen. Aantal toekenningen 2025 per begrotingsonderdeel

31

Aantal negatieve beschikkingen

Doorlooptijd beschikkingen Het uitgangspunt van Rogplus is zo snel mogelijk de melding of aanvraag af te handelen. Als uit een gespreksverslag blijkt dat een maatwerkvoorziening een oplossing kan bieden voor de hulpvraag, dient binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag de beschikking afgegeven te worden. De tabel hieronder geeft de gemiddelde doorlooptijd per voorziening of regeling in dagen. Het gewogen gemiddelde (er wordt rekening gehouden met het totaal aantal beschikkingen) van de doorlooptijd is 7,3 werkdagen. Over 2024 was dit nog 17,9 werkdagen. Deze belangrijke verbetering is met name gerealiseerd door het optimaliseren van de afhandeling van aanvragen voor de regeling tegemoetkoming meerkosten. De langere doorlooptijd bij woonvoorzieningen wordt veroorzaakt door het opvragen van offertes voor woningaanpassingen. In het geval van een huurwoning moet een eventuele verhuurder bovendien van tevoren geïnformeerd worden en de gelegenheid krijgen om te reageren.

32

Gemiddelde doorlooptijd per begrotingsonderdeel

3.3.2

Kengetallen Jeugdhulp

De volgende tabellen geeft een overzicht van respectievelijk de aantallen unieke cliënten die in 2025 via een beschikking voor specialistische jeugdhulp (verwijszorg) hebben gehad en de aantallen unieke cliënten die specialistische jeugdhulp hebben ontvangen. De totaaltellingen in deze tabel zijn meestal niet de som van de onderdelen. Dit komt, omdat een cliënt meerdere vormen van jeugdhulp kan ontvangen, omdat een cliënt die in 2025 binnen de MVS-gemeenten is verhuisd in meerdere gemeenten is geregistreerd en omdat in crisissituaties ook hulp kan worden ingezet als een cliënt nog geen beschikking heeft. Productcode 41-Dagbehandeling 43-Jeugdhulp verblijf (incl. behandeling) 44-Jeugdhulp verblijf (excl. behandeling) 45-Jeugdhulp ambulant 46-Jeugdhulp crisis 51-Generalistische basis-ggz 53-Kindergeneeskunde 54-Jeugd-ggz Nog niet gespecificeerd Unieke cliënten

Jeugdhulp beschikt Vlaardingen Schiedam Totaal 84 168 170 25 75 78 42 151 120 359 815 683 0 17 16 97 209 138 115 322 233 300 989 930 73 150 141 723 1870 1688

Maassluis

422 178 313 1857 33 444 670 2219 364 4281

33

Productcode 41-Dagbehandeling 43-Jeugdhulp verblijf (incl. behandeling) 44-Jeugdhulp verblijf (excl. behandeling) 45-Jeugdhulp ambulant 46-Jeugdhulp crisis 51-Generalistische basis-ggz 53-Kindergeneeskunde 54-Jeugd-ggz Nog niet gespecificeerd Unieke cliënten

Jeugdhulp betaald en geleverd Vlaardingen Schiedam Totaal 82 163 164 23 76 76 41 148 112 326 762 642 0 15 16 65 156 93 99 263 186 289 915 857 0 0 0 669 1756 1584

Maassluis

408 174 299 1722 31 314 547 2057 0 3994

Naast de in de tabellen gepresenteerde aantallen cliënten hebben in 2025 102 cliënten jeugdhulp ontvangen op basis van een PGB. Dit waren er 19 in Maassluis, 39 in Vlaardingen en 44 in Schiedam. Ook hebben 234 kinderen en jeugdigen in de MVSgemeenten jeugdhulp ontvangen op basis van landelijk ingekochte trajecten (LTA). Dit gaat om 41 cliënten in Maassluis, 106 in Vlaardingen en 87 in Schiedam. De verantwoording van jeugdhulp via LTA wordt door de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) gedaan en niet door Rogplus.

3.3.3

Klachten en bemiddelingen

Klachten Klachten worden onderverdeeld in interne en externe klachten. Interne klachten betreffen de eigen organisatie en de externe klachten gaan over producten en dienstverlening van gecontracteerde aanbieders. Interne klachten worden door kwaliteitsmedewerkers afgehandeld volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Externe klachten worden door de aanbieders zelf behandeld volgens hun eigen protocol. Rogplus volgt en registreert de klacht en bemiddelt indien nodig. Zowel formele als informele klachten worden conform de Awb afgehandeld. Is de cliënt niet tevreden, dan kan deze zich wenden tot de Ombudsman. Van de in totaal 141 klachten zijn er 18 intern (betrekking op Rogplus) en 123 extern (betrekking op de zorgaanbieders waarmee Rogplus contracten heeft). Van deze klachten zijn er 60 als terecht beoordeeld, 24 als niet terecht, 28 gedeeltelijk terecht. De overige klachten zijn niet te beoordelen op terecht of onterecht. In 2025 zijn er 18 klachten over Rogplus ontvangen, dit zijn er 10 minder dan in 2024. De interne klachten hebben onder meer betrekking op het volgen van verkeerde (afhandeling)procedures, bejegening, de voorzieningen, indicatiestelling en de afwikkeling hiervan. De meeste klachten gaan over de aanbieders van Schoon Huis, het Wmo-vervoer (ievo) en de rolstoelleveranciers.

34

Schoon Huis De meeste klachten hadden betrekking op thuiszorgaanbieders. De klachten gaan met name over de invulling van de planning en slechte service (onervaren hulpen, geen regelmaat in het rooster). Het aantal klachten over de continuïteit van de hulp is afgenomen in dit jaar. In 2025 hadden de aanbieders van Schoon Huis opnieuw problemen met de continuïteit van de roosters. Dit leidde tot klachten over het ontbreken van een vaste hulp en wachtlijsten. Dit bemoeilijkte ook het overstappen naar een andere aanbieder.

Ievo De geregistreerde klachten van ievo / Munckhof hebben betrekking op te laat en/of geen vervoer. Er is een afname waargenomen in het aantal klachten gedurende het jaar. In Q2 en Q3 daalden de klachten over het Wmo-vervoer. De pieken waren in zowel Q1 als Q4, mogelijk met als oorzaak door seizoendrukte in december en capaciteitsproblemen. Ten opzichte van vorig jaar is het aantal klachten over ievo afgenomen (44 klachten in 2024).

Leveranciers van hulpmiddelen Het contract met Welzorg was in mei 2025 afgelopen. Er ontstond een piek aan klachten omdat lopende zaken niet meer netjes werden afgehandeld door Welzorg. Kersten is de nieuwe leverancier voor hulpmiddelen sinds juni 2025. Opvallend is dat zij relatief weinig klachten hadden in de laatste twee kwartalen van 2025. Bij Medipoint gingen de klachten over te lang wachten op reparaties of over de service.

Leerlingenvervoer en Jeugdhulpvervoer In eerste instantie is vervoerder Noot verantwoordelijk voor het oppakken van klachten met ouders van de jeugdige. Wanneer Noot hier niet uitkomt, worden de klachten of verzoeken tot bemiddeling doorgezet naar Rogplus. Sinds 1 januari 2025 is Rogplus verantwoordelijk voor het afhandelen van klachten en bemiddelingen met betrekking tot het Leerlingenvervoer (LLV) en het Jeugdhulpververvoer (JHV). Alle ritten binnen het LLV en het JHV worden uitgevoerd door Noot. Rogplus heeft contact met Noot om signalen uit de praktijk te bespreken, knelpunten tijdig te signaleren en gezamenlijk te werken aan oplossingen. Het doel is om de kwaliteit, betrouwbaarheid en continuïteit van het vervoer te waarborgen. In 2025 heeft Rogplus in totaal 42 klachten geregistreerd met betrekking tot het LLV en het JHV. De klachten zijn verspreid over het jaar en vertonen duidelijke verschillen per kwartaal. Van de totaal aantal klachten hebben er 16 betrekking op het JHV en 26 klachten op het LLV. In het vierde kwartaal neemt het aantal LLV‑klachten duidelijk toe. In alle kwartalen ligt het aantal klachten binnen het LLV hoger dan bij het JHV, wat grotendeels wordt verklaard door het grotere aantal ritten en leerlingen in het LLV. Beide vervoersvormen kennen de

35

meeste klachten in het eerste kwartaal, passend bij de jaarlijkse opstartfase. Hierdoor ligt de focus in de klachtenafhandeling vooral op het LLV, terwijl het JHV een kleiner maar structureel aandachtspunt blijft vanwege de complexere aard van de klachten. Uit de verdeling naar klachtsoort blijkt dat meer dan de helft van de klachten betrekking heeft op de planning. De pieken in Q1 en Q4 hangen samen met overgangsmomenten, zoals wijzigingen in routes, roosters en inzet.

Bemiddelingen Bemiddeling wordt ingezet wanneer er geen klacht is, maar een cliënt en de aanbieder gezamenlijk geen oplossing voor een probleem of verschil van inzicht vinden. Dan volgt een gesprek om de gebeurtenissen, verwachtingen en mogelijkheden te bespreken. Dit geeft beide partijen inzicht, wat meestal positieve effecten heeft.

Bemiddeling WMO In het jaar 2025 hebben er 46 bemiddelingen plaatsgevonden, tegenover 59 in 2024. Sinds 2020 steeg het aantal bemiddelingen fors. Sinds 2024 is er een daling in het aantal bemiddelingen. Deze daling zet in 2025 door. De meeste bemiddelingen vonden plaats tussen cliënten en de aanbieders van Schoon huis, gevolgd door Zorg Samen. De opvallendste reden voor bemiddeling is ongewenst gedrag van cliënten, zoals seksueel grensoverschrijdend gedrag, manipulatie, schelden en bedreigen. Ook werden er meldingen gedaan van een onveilige en/of onhygiënische werkomgeving. Rogplus ziet een toename van complexe situaties waarin cliënten zorg weigeren of onrealistische eisen stellen. Als het gaat om de beoordeling van de bemiddeling is de zorgaanbieder vaker tevreden met de uitkomst dan de client.

Bemiddeling LLV-JHV De bemiddelingen hebben betrekking op signalen van Noot over het gedrag van de jeugdige in de taxi. Als Noot er zelf niet uitkomt, doen zij een beroep op Rogplus. Mocht er sprake zijn van verwijtbaar grensoverschrijdend gedrag, dan kunnen er waarschuwingen worden gegeven en/of de jeugdige kan (tijdelijk) worden geschorst. In 2025 zijn door Rogplus in totaal 30 bemiddelingen uitgevoerd voor LLV en JHV. Bemiddelingen komen het gehele jaar voor, waarbij pieken samenhangen met drukke periodes in het vervoer. In het tweede en vierde kwartaal is het aantal bemiddelingen binnen het LLV het hoogst. Bemiddelingen voor JHV komen in mindere mate voor, maar blijven gedurende het jaar aanwezig en vragen vaak om maatwerk. De meeste bemiddelingen gaan over het gedrag van de cliënt. De inzet van de bemiddeling draagt bij aan het voorkomen van escalatie en het vinden van oplossingen voor ouders, scholen en vervoerder. In 2025 zijn de meeste bemiddelingen (deels) gegrond beoordeeld.

36

3.3.4

Kwaliteitszorg

Kwaliteitsonderzoeken Rogplus voerde in 2025 de volgende kwaliteitsonderzoeken uit: Casusaudit Leerlingenvervoer, start ondersteuningsplannen Jeugd (vergewisplicht), interview jeugdprofessionals Scala, Westvest/ WEB Enver (bijzonder woonvormen) en Powerful Ageing. De kwaliteitsonderzoeken worden afgesloten met aanbevelingen. Daarnaast zijn de cliënt ervaringsonderzoeken (CEO's) uitgevoerd voor Wmo (extern belegd) en Jeugdhulp (intern, in samenwerking met Mevis).

Rechtmatigheidscontroles Rogplus voert elk kwartaal dossiercontroles (audits) uit, waarbij wordt gecontroleerd of de indicatie juist is afgegeven en of de cliënt de afgesproken ondersteuning ontvangt. Ook wordt gekeken of het proces goed is doorlopen en of er verbeteringen mogelijk zijn. Deze mogelijke verbeteringen worden gemonitord aan de hand van de PDCA-cyclus. In 2025 zijn op basis van een steekproef 126 casusaudits uitgevoerd. Daarnaast controleert Rogplus of cliënten terecht uitstromen uit de voorziening Meedoen in de Stad niet-ouderen. In 2025 zijn op basis van een steekproef 97 dossiers op het gebied van uitstroom gecontroleerd.

Beroep en bezwaar In 2025 zijn er in totaal 64 bezwaarschriften ingediend. Hiervan waren 55 bezwaren gericht tegen een besluit in het kader van de Wmo, 7 bezwaren in het kader van de Jeugdwet. Daarnaast is er in 2025 2 maal over een ingebrekestelling beslist. Van de in 2025 ingediende bezwaarschriften is de uitkomst als volgt: + 17 ongegrond; + 1 gegrond; + 26 ingetrokken; + 20 nog in behandeling. In 2025 zijn er 3 beroepsschriften ingediend en 4 voorlopige voorzieningen (vovo), waarvan 1 is ingetrokken en de rest is afgewezen. De 5 beroepsschriften waren op 31 december 2024 nog in behandeling bij de rechtbank Rotterdam. In 2024 is 1 beroepsprocedure uit 2023 afgehandeld, die ongegrond is verklaard. 2 beroepszaken uit 2023 waren op 31 december 2024 nog in behandeling bij de rechtbank Rotterdam. In 2025 zijn er 6 hoger beroepsschriften ingediend, waarvan er nog 5 lopen en 1 niet ontvankelijk is verklaard. De bezwaarmakers in 2025 zijn als volgt verdeeld: Vlaardingen (23), Schiedam (29) en Maassluis (12).

37

Wet Open Overheid Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden. Deze wet is in de plaats getreden van de Wet openbaarheid bestuur (Wob). De wet is bedoeld om overheden transparanter te maken en moet ervoor zorgen dat overheidsinformatie beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. In 2025 zijn er 2 Woo-verzoeken ingediend.

3.3.5

Personeel en organisatie

Onderstaand overzicht toont de bezetting op 31-12-2024 en 31-12-2025

Bezetting

Aantal 2024 Aantal 2025

FTE 2024

FTE 2025

Directie/Staf

15

15

13,6

13,8

Uitvoering

56

57

49,0

49,9

Bedrijfsvoering

45

47

40,4

42,3

Totaal

116

119

103,1

106,1

Naast de vaste formatie is in 2025 gemiddeld 8,8 fte ingezet door externe bureaus. Dit is een afname van 5 fte t.o.v. 2024. Deze inhuur was nodig voor de ontlasting van de teams met een hoge werkdruk, de vervanging van langdurig zieken en voor moeilijk in te vullen vacatures (Communicatie, ICT, consulenten WMO).

Strategisch meerjarenplan P&O In het tweede kwartaal is het strategisch meerjarenplan P&O vastgesteld in het MT. Dit plan vormt de basis voor de P&O-strategie van Rogplus in de komende jaren en helpt ons bouwen aan een toekomstbestendige organisatie waarin medewerkers zich thuis voelen, zich kunnen ontwikkelen en professionele ruimte ervaren. Het plan richt zich op vijf thema’s: het versterken van leiderschap, het vergroten van medewerkerstevredenheid en -betrokkenheid (met aandacht voor leiderschap, interne communicatie, arbeidsvoorwaarden en samenwerking), het bevorderen van duurzame inzetbaarheid, het optimaliseren en digitaliseren van P&O-processen en personeelsplanning en het versterken van diversiteit en inclusie.

Diversiteit en Inclusie In het eerste kwartaal is een oproep gedaan aan medewerkers om zich aan te melden voor de werkgroep Diversiteit en Inclusie. Het doel van deze werkgroep is om bij te dragen aan een organisatiecultuur waarin gelijkwaardigheid, betrokkenheid, respect, toegankelijkheid en positiviteit centraal staan.

38

In het tweede kwartaal is de werkgroep samengesteld. Om de thema’s zorgvuldig en objectief te onderzoeken, is een extern bureau ingeschakeld om een anoniem organisatiebreed onderzoek uit te voeren. In het derde kwartaal vond dit onderzoek plaats in samenwerking met Inclusioncy, een in diversiteit en inclusie gespecialiseerd adviesbureau. Met behulp van de InclusioncyScan is inzicht verkregen in hoe medewerkers de organisatie ervaren. Daarbij is onder meer gekeken naar de mate waarin medewerkers zich thuis voelen, hoe het inclusiviteitsklimaat en gelijke kansen worden ervaren en in hoeverre sprake is van sociale en psychologische veiligheid. Naar aanleiding van de scan is in het derde kwartaal het rapport opgeleverd. De resultaten zijn gedeeld tijdens meerdere bijeenkomsten, waarin toelichting werd gegeven en gezamenlijk is ingezoomd op belangrijke aandachtspunten. De werkgroep blijft actief en richt zich op de thema’s die volgens de scan de meeste aandacht vragen. Dit kan onder andere leiden tot gerichte interventies, zoals trainingen of andere organisatie brede initiatieven. Ook in 2026 blijft diversiteit en inclusie een belangrijk speerpunt.

Vitaliteit In 2025 is het hele jaar actief gewerkt aan vitaliteit. Er zijn verschillende bijeenkomsten en workshops georganiseerd. Deze activiteiten droegen bij aan zowel de mentale als fysieke vitaliteit van medewerkers en versterkten de aandacht voor gezondheid binnen de organisatie.

HR21 In 2025 heeft Rogplus intensief gewerkt aan de voorbereiding van de overstap naar het functiewaarderingssysteem HR21. Een belangrijk onderdeel hiervan was het actualiseren van alle functiebeschrijvingen en het zorgvuldig indelen van deze geactualiseerde functies binnen het nieuwe systeem. Aansluitend heeft de besluitvorming en verdere afronding van dit traject plaatsgevonden. Dit proces is uitgevoerd in samenwerking met adviesbureau Leeuwendaal. Daarnaast zijn er bijeenkomsten georganiseerd voor leidinggevenden om hen goed mee te nemen in de veranderingen. Voor medewerkers zijn eveneens bijeenkomsten gepland om hen te informeren over de overgang naar HR21. Met deze voorbereidingen is een belangrijke stap gezet richting een toekomstbestendig en transparant functiewaarderingssysteem.

39

Ziekteverzuim Een overzicht van het ziekteverzuim over 2025 geeft het volgende beeld.

Afdeling

2025-Q1

2025-Q2

2025-Q3

2025-Q4

Directie/Staf

4,40%

4,30%

13,10%

11,50%

Uitvoering

6,30%

4,00%

6,30%

7,50%

Bedrijfsvoering

13,70%

12,60%

11,40%

11,10%

Totaal

5,20%

6,80%

9,10%

10,30%

Er is een stijging door het jaar heen. Dit sluit aan bij het bekende seizoen patroon: meer verzuim in de tweede helft van het jaar. De stijging tussen Q2 en Q3 is het grootst en markeert het kantelpunt naar hoger verzuim. Het hoge Q4-cijfer wordt vooral veroorzaakt door langdurige lopende dossiers, die grotendeels een oorzaak hebben buiten de werkomgeving.

3.3.6

Informatisering en automatisering

Team ICT Eind 2025 werd de functie systeem- en netwerkbeheerder ingevuld. Deze functie stond sinds oktober 2023 open en is tussentijds ingevuld door inhuur. Door het invullen van de functie kan de inhuur voor deze functie per 1 maart 2026 stopgezet worden. Op het onderdeel applicatiebeheer heeft ICT te maken met een hoge werkdruk. Door het toegenomen aantal gebruikers van het cliëntvolgsysteem ZorgNed is er sprake van een langdurig hoge werkdruk. Er wordt momenteel extra capaciteit ingehuurd om projecten zoals het clientportaal en de doorontwikkeling van ZorgNed niet te laten stagneren.

ZorgNed In 2025 is ZorgNed opnieuw verbeterd. Er zijn 7 updates gedaan. Dit zorgt voor meer en betere functionaliteiten. De beschikbaarheid van ZorgNed, waar ook Mevis gebruik van maakt, lag in 2025 op 99,9 %. Vanuit de Informatiebeveiligingsdienst (IBD), onderdeel van de VNG, zijn wij op de hoogte gebracht van een ernstige beveiligingskwetsbaarheid in Microsoft-software. Op basis van onderzoek door ZorgNed werden geen aanwijzingen gevonden dat ZorgNed-omgevingen zijn benaderd door kwaadwillende. Het issue is inmiddels opgelost.

Cliëntportaal www.mijn.rogplus.nl en DigiD Na de audit in april/mei 2024 van een onafhankelijk ICT-specialist werd het cliëntportaal ontkoppeld van DigiD. In 2025 kwam Rogplus wel door de audit en kon het leerlingenvervoer met het clientportaal worden aangevraagd. Inmiddels is de werkgroep Wmebv hard bezig om het cliëntportaal verder uit te breiden.

40

Topdesk In 2025 is Topdesk verder doorontwikkeld. In de zomer van 2025 werd changemanagement in gebruik genomen. Hierdoor worden alle wijzigingen beter verwerkt en vastgelegd. Topdesk beschikt ook over een selfservice portaal. Hier kunnen medewerkers een melding doen of hulpvraag registreren. Door dit portaal verder in te richten en uit te rollen binnen de organisatie kunnen we nog efficiënter werken.

3.3.7

Informatiebeveiliging en privacy

Loggingbeleid In 2025 zijn meerdere dossiers gecontroleerd naar aanleiding van (mogelijke) incidenten. Uit deze controles zijn geen onregelmatigheden naar voren gekomen. Daarnaast zijn periodiek steekproeven uitgevoerd zonder specifieke aanleiding, in het kader van het reguliere toezicht op het loggingbeleid. Ook hierbij zijn in 2025 geen onrechtmatigheden geconstateerd. De uitgevoerde controles bevestigen dat het loggingbeleid zorgvuldig wordt nageleefd.

Registratie datalekken In 2025 zijn in totaal 15 datalekken gemeld bij de functionaris gegevensbescherming van Rogplus. Het betrof voornamelijk incidenten als gevolg van menselijke fouten, zoals verkeerd geadresseerde e-mails of brieven. Alle datalekken zijn geregistreerd in het datalekkenregister en volgens de geldende procedures beoordeeld en afgehandeld. Waar nodig zijn corrigerende en preventieve maatregelen genomen. Daarnaast zijn werkprocessen aangepast om de kans op herhaling te verkleinen.

Rechten van betrokkenen, Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) In het verslagjaar zijn vier verzoeken tot inzage op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) ontvangen. Daarnaast is één verzoek ingediend op basis van het recht op vergetelheid. Alle verzoeken zijn binnen de wettelijke termijnen en volgens de geldende procedures behandeld.

AI Adviesraad Rogplus heeft een AI Adviesraad opgericht. Kunstmatige intelligentie (AI) ontwikkelt zich razendsnel en beïnvloedt inmiddels vrijwel iedere sector. Ook onze organisatie krijgt, direct of indirect, te maken met AI in processen, besluitvorming, dienstverlening en communicatie. De vraag is niet óf we ermee te maken krijgen, maar hoe goed we erop

41

voorbereid zijn. Rogplus acht de AI Adviesraad noodzakelijk om richting, controle en verantwoordelijkheid te waarborgen. Het stelt ons in staat om kansen te benutten zonder onze waarden, reputatie en maatschappelijke verantwoordelijkheid uit het oog te verliezen.

3.3.8

Financieel beheer

Financieel beleid De voornaamste taak van de financiële functie is het adviseren en ondersteunen van het bestuur, het management en de MVS-gemeenten op het gebied van financiën. Het doel daarbij is de ambities en verantwoordelijkheden waar te maken onder de voorwaarde van een evenwichtige financiële huishouding nu en in de toekomst. De voornaamste onderdelen hiervan zijn de samenstelling en tijdige aanlevering van de planning en control producten (P&C): kadernota, begroting, tussenrapportages en jaarstukken.

Planning & control In 2025 heeft Rogplus elk kwartaal een financiële voortgangsrapportage opgesteld en besproken in de financiële overleggen met de gemeenten. De tussenrapportages dienen als input voor de aanlevering van financiële gegevens aan het CBS. De begroting voor 2025 is tweemaal gewijzigd om beter aan te sluiten op voortschrijdende inzichten in het beroep op de Wmo in de MVS-gemeenten en om de budgetten voor Jeugdhulp goed in de begroting op te nemen. De tweede begrotingswijziging 2025 is mede tot stand gekomen op basis van aanwijzingen van de Provincie Zuid-Holland in haar rol van toezichthouder. Zowel de jaarstukken van 2024 als de begroting voor 2026 zijn gepubliceerd op de website.

Accountantsverklaring jaarstukken 2024 Rogplus heeft een goedkeurende verklaring gekregen voor haar jaarstukken over 2024.

3.3.9

Toelichting rechtmatigheidsverklaring

In hoofdstuk 7 van de jaarrekening staat de rechtmatigheidsverklaring. Hierin licht het dagelijks bestuur van Rogplus toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik-criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, de balansmutaties in overeenstemming zijn met door de het dagelijks bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en gemeentelijke verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving.

42

Begrotingscriterium Het begrotingscriterium heeft betrekking op het financiële handelen binnen het kader van de geautoriseerde begroting. Volgens het BBV worden afwijkingen in de jaarrekening herkenbaar opgenomen en toegelicht. De in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten laten een onderschrijding van € 5.287.966 op de begrote lasten zien. Inherent aan de financieringssystematiek van Rogplus worden overschrijdingen aan de uitgavenkant gecompenseerd door aanvullende inkomsten ter hoogte van hetzelfde bedrag. Deze begrotingsonrechtmatigheid is hoger dan de daarvoor gestelde grens van € 3.223.093 (2% van de totale uitgaven). De geconstateerde afwijking betreft in zijn geheel een afwijking ten opzichte van de (tweede gewijzigde) begroting. De onderschrijding is het gevolg van een hoger beroep op voorzieningen en daarmee acceptabel. Van de niet rechtmatig tot stand gekomen verantwoorde baten en lasten past het volledige bedrag van € 5.287.966 binnen het vastgestelde beleid. De onrechtmatigheid is daarmee volledig acceptabel op basis van door het algemeen bestuur vastgestelde afspraken.

Voorwaardencriterium Het voorwaardencriterium heeft betrekking op eisen aan financiële beheer handelingen. Deze zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving, zowel intern als extern. Er zijn in 2025 geen bevindingen gedaan met betrekking op het voorwaardencriterium. Voor de uitvoering van de taken, die bij Rogplus zijn belegd, worden naast inzet van eigen personeel ook externe partijen ingeschakeld zoals externe inhuur, (medisch) advies en de accountantscontrole. Rogplus is strikt in de naleving van de aanbestedingsregels. Voor controle op aanbestedingsrechtmatigheid voert Rogplus een uitgaveanalyse (spendanalyse) uit, waarmee wordt nagegaan of de werkelijke bestedingen in lijn zijn met aangegane overeenkomsten. Uit deze analyse komen geen onrechtmatigheden naar voren. Wel wordt voor HRC (project Powerful Ageing) en ZorgNed (bedrijfsautomatisering) een beroep gedaan op uitzonderingsregels. In 2025 zijn meer processen in de applicatie Comm’ant vastgelegd en interne controles uitgevoerd. Sommige controles hebben geleid tot verbeteringen van processen en procedures. Zo is een begin gemaakt met risicogerichte controles. Eind 2024 is de financiële verordening voor 2025 door het algemeen bestuur vastgesteld 2025. Deze vervangt het document ‘Regeling financieel beleid’.

43

Verder heeft Rogplus de volgende kaderstellende stukken vastgesteld: + Jaarlijkse actualisatie normenkader rechtmatigheid; + Jaarlijkse actualisatie controleprotocol; + Risicomanagement; + Risicoanalyse; + Verdere ontwikkeling in sturingsinformatie.

Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium Hierbij gaat het met name om fraude. Het belangrijkste risico zit in het betalingsverkeer. De interne beheersingsmaatregelen zijn sterk gericht op het uitsluiten van frauduleuze betalingen en ook de werking van deze maatregelen wordt gecontroleerd. Er was daarnaast geen sprake van signalen van misbruik, oneigenlijk gebruik of fraude. Er zijn in 2025 geen onrechtmatigheden of onduidelijkheden vastgesteld met betrekking op het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium.

3.3.10

Nadere toelichting rechtmatigheid jeugdhulpopdracht

Sinds 2023 is de toeleiding tot de Jeugdwet in de MVS-gemeenten belegd bij Mevis. De bekostiging van Mevis verloopt via Rogplus. De (begrote en werkelijke) uitgaven van Rogplus bestaan sindsdien voor een belangrijk deel uit de voorschotten aan Mevis en de afrekening daarvan. De rechtmatigheidsverantwoording van Rogplus heeft daarom (ook) betrekking op de bekostiging van Mevis. Als onderdeel van de rechtmatigheidsverantwoording moet Rogplus uitspraak doen over de financiële rechtmatigheid van de besteding van deze middelen. Zoals aangegeven in de Kadernota Rechtmatigheid van de Commissie BBV houdt dit in dat verstrekte voorzieningen moeten worden getoetst op recht, hoogte en duur. Onder meer vanwege de AVG heeft Rogplus beperkt toegang tot informatie over cliënten van Mevis en de ondersteuning die zij krijgen. Met name voor de toets op de duur van de verstrekte voorzieningen (prestatielevering) is Rogplus afhankelijk van door Mevis uit te voeren controlewerkzaamheden. Rogplus heeft opdracht verstrekt aan Mevis om de voor de rechtmatigheidsverantwoording van Rogplus noodzakelijke controlewerkzaamheden uit te voeren.

Recht De toets op recht op zorg voor de cliënten, die in de MVS-gemeenten ondersteuning krijgen op basis van de Jeugdwet, bestaat uit twee onderdelen: 1. Toeleiding. In het kader van het jaarrekeningwerk moet worden getoetst of de toegang tot ondersteuning vanuit de Jeugdwet zorgvuldig is verlopen. Voor een steekproef van een in overleg met de accountant bepaald aantal cliënten moet op grond van de

44

ondersteuningsplannen wordt gecontroleerd of is voldaan aan de tien stappen van de Centrale Raad van Beroep voor zorgvuldig onderzoek voor toegang tot de Jeugdwet. 2. Mevis voert deze controle uit. De controle kan niet door Rogplus worden gedaan omdat Mevis ondersteuningsplannen alleen geanonimiseerd mag delen met Rogplus. Bij anoniem gedeelde plannen zijn de gecontroleerde dossiers niet te herleiden naar de items in de steekproef. Mevis mag voor de controle dezelfde steekproefitems gebruiken als die zij voor haar eigen jaarrekeningwerk moet controleren. Voor de overige groepen (zorgcontinuïteit, PGB en jeugdhulpvervoer) heeft Rogplus de controle op zorgvuldigheid wel zelf uitgevoerd. 3. Woonplaatsbeginsel. Cliënten van Mevis moeten volgens het actuele woonplaatsbeginsel onder de verantwoordelijkheid vallen van één van de MVSgemeenten. Als onderdeel van de registratie van de cliënt in RondOm wordt automatisch de inschrijving van de cliënt in de basisregistratie personen (BRP) gecontroleerd. Jaarlijks voert de accountant van Rogplus in het kader van de interimcontrole een IT-audit uit. Als onderdeel hiervan is vastgesteld dat de BRPcontrole bij de inschrijving van cliënten goed functioneert. Aanvullend op de IT-audit controleert Rogplus met een steekproef of de cliënt onder de verantwoordelijkheid van één van de MVS-gemeenten valt.

Op deze steekproef is dezelfde onderverdeling van toepassing als hiervoor genoemd bij ‘Toeleiding’. Mevis heeft begin 2026 de rapportage gedeeld met de bevindingen van de verbijzonderde interne controles. Deze rapportage geeft aan dat Mevis de toets op recht met goed gevolg heeft doorlopen. De uitgevoerde controles leiden voor de toets op recht niet tot bevindingen die aanleiding geven tot correcties of nadere actie.

Hoogte De jeugdhulpopdracht aan Mevis is door de MVS-gemeenten verstrekt op basis van populatiebekostiging. Een controle op de kosten van de jeugdhulp op cliëntniveau is daarom niet relevant voor de rechtmatigheidsverantwoording van Rogplus. Wel draagt Rogplus zorg voor de aansluiting van het in de jaarrekening verantwoorde totaalbedrag op de afspraken daarover met Mevis.

Duur De toets van de duur van de verstrekte voorziening wordt uitgevoerd door te controleren of de prestatielevering in overeenstemming is met de voor de jeugdhulp geldende wet- en regelgeving en de afgegeven beschikking. Vanwege de taakverdeling tussen Mevis en Rogplus en de AVG kan Rogplus deze controle niet zelfstandig uitvoeren en moet Rogplus kunnen steunen op een toets op de prestatielevering door Mevis.

45

Mevis moet daarom voor een steekproef op basis van controles aantonen dat aan deze cliënten jeugdhulp is geleverd binnen de kaders van de Jeugdwet en (wanneer aanwezig) de verstrekte beschikking. In de steekproef moet rekening worden gehouden met het onderscheid tussen jeugdhulp in de wijkteams, verwijszorg en crisishulpverlening. Mevis mag hiervoor dezelfde steekproefitems gebruiken als die zij voor haar eigen jaarrekeningwerk moet controleren. Mevis heeft begin 2026 de rapportage gedeeld met de bevindingen van de verbijzonderde interne controles. Deze rapportage geeft aan dat Mevis de toets op duur met goed gevolg heeft doorlopen. De uitgevoerde controles leiden voor de toets op duur niet tot bevindingen die aanleiding geven tot correcties of nadere actie.

Rol accountant Mevis De accountant van Mevis rapporteert in het accountantsverslag over de jaarstukken van Mevis richting Mevis over de verrichte werkzaamheden. Elementen vanuit de memo aan Rogplus over de controlebevindingen van Mevis kunnen daarin terugkomen, zoals de aanpak van de controle, de aantallen gecontroleerde dossiers en de uitkomsten en conclusies van de controles. De accountant van Mevis kan Mevis machtigen om de specifieke passages uit het accountantsverslag te delen met Rogplus. De accountant van Mevis voert geen specifieke controle uit op de memo van Mevis aan Rogplus met de controlebevindingen. Zodoende heeft Rogplus inzicht in de wijze waarop de jaarrekeningcontrole bij Mevis, specifiek de controle van de geleverde zorg door onderaannemers, zich verhoudt tot de rapportage die Mevis aanlevert bij Rogplus op basis van de verstrekte opdracht van Rogplus aan Mevis.

46

JAARREKENING 4

Balans

Rogplus neemt in de voorlopige jaarstukken nog geen balans en toelichtingen op de balans op. De reden hiervoor is dat de voorlopige jaarstukken halverwege maart op moeten worden geleverd aan de gemeenten, terwijl dan nog niet alle te verwerken uitgaven zijn ontvangen. Zo ontvangt Rogplus pas op 1 april de productieverantwoordingen van de Wmo-zorgaanbieders, levert de SVB in mei de cijfers en zijn de jaarstukken van Mevis nog niet definitief. Rogplus heeft onder meer deze stukken nodig om de jaarcijfers te completeren en de balans op te stellen. In de definitieve jaarstukken worden de balans en de toelichtingen op de balans wel opgenomen. Ook zorgt Rogplus ervoor dat deze informatie beschikbaar is voor de jaarrekeningcontrole van de accountant.

47

5

Overzicht van baten en lasten

5.1

Uitgangspunten

Rogplus verzorgde in 2025 voor de deelnemers aan de Gemeenschappelijke Regeling Rogplus de uitvoering van de Wmo individuele verstrekkingen, Beschermd Wonen en het contract- en informatiemanagement voor de Jeugdwet. In opdracht van de MVSgemeenten heeft Rogplus in 2025 ook backofficetaken voor jeugdhulp en leerlingenvervoer en jeugdhulpvervoer uitgevoerd. De uitgaven en de kosten van Rogplus worden ten laste gebracht van de volgende BBV-taakvelden: 0.4 Overhead 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie 6.21 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Wmo 6.22 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Jeugd 6.60 Hulpmiddelen en diensten (Wmo) 6.711 Huishoudelijke hulp (Wmo) 6.714 Overige maatwerkarrangementen (Wmo) 6.752 Jeugdhulp ambulant regionaal 6.762 Jeugdhulp met verblijf regionaal 6.791 PGB Wmo 6.792 PGB Jeugd 6.811 Beschermd wonen (Wmo) 6.822 Jeugdreclassering 6.91 Coördinatie en beleid Wmo 6.92 Coördinatie en beleid Jeugd De inkomsten bestaan uit bijdragen in de kosten (hierna: eigen bijdragen) voor verschillende Wmo-voorzieningen, bijdragen van cliënten voor vervoer met het Wmovervoer (ievo), bijdragen van cliënten aan de Aanvullende Algemene Voorziening Schoon Huis, een bijdrage van Mevis voor door Rogplus geleverde diensten, rente-inkomsten en bijdragen van de drie MVS-gemeenten.

De gemeentelijke bijdrage is het verschil tussen de uitgaven en de overige inkomsten van Rogplus. Rogplus heeft op grond hiervan per definitie een sluitende begroting. Deze inkomsten worden verantwoord onder de volgende BBV-taakvelden: 0.8 Overige baten en lasten 6.60 Hulpmiddelen en diensten (Wmo) 6.711 Huishoudelijke hulp (Wmo) 6.714 Overige maatwerkarrangementen (Wmo) 6.811 Beschermd wonen (Wmo)

48

De programmaverantwoording is opgesteld volgens het stelsel van baten en lasten. Voor zover mogelijk zijn alle directe verplichtingen uit de in 2025 ingediende aanvragen verwerkt in het resultaat. Hiertoe zijn alle bekende verplichtingen meegenomen en verwerkt in de jaarcijfers. In deze jaarstukken zijn de uitgaven van Rogplus als positieve bedragen opgenomen en de inkomsten als negatieve. Deze worden voorafgegaan door het teken ‘-‘. Medio 2024 is de primaire begroting 2025 van Rogplus vastgesteld. Op basis van voortschrijdende inzichten is de begroting 2025 van Rogplus twee keer gewijzigd. De begrotingswijzigingen zijn gespecificeerd in de bijlagen

5.2

Totaaloverzicht Werkelijk

Begroot

Begroot

Werkelijk

Primair 2025

2e wijziging 2025

2025

Baten/Lasten

Programma

2024

Lasten

Wmo

57.326.372

61.828.400

62.507.100

61.146.940

Beschermd Wonen

6.079.273

6.134.100

6.177.400

6.160.219

Jeugdhulp

89.860.816

69.079.000

92.165.800

88.536.314

Overhead

5.294.116

5.592.300

5.592.300

5.311.162

158.560.576

142.633.800

166.442.600

161.154.634

Bijdrage Maassluis

24.300.651

22.197.200

25.944.800

25.382.443

Bijdrage Vlaardingen

69.542.895

62.828.100

72.933.300

70.726.468

Bijdrage Schiedam

61.728.054

54.529.900

64.212.700

61.842.327

Bijdragen cliënten

2.445.576

2.473.200

2.641.600

2.539.345

Overige inkomsten

543.401

605.400

710.200

664.051

158.560.576

142.633.800

166.442.600

161.154.634

0

0

0

0

Totaal Lasten Baten

Totaal Baten Eindtotaal

De totale lasten van Rogplus over 2025 zijn per saldo € 5.287.966 lager dan begroot. De inkomsten uit eigen bijdragen van cliënten (inclusief bijdragen voor het Wmo-vervoer) en de overige inkomsten zijn € 148.404 hoger uitgevallen dan begroot. Het totaal van de gemeentelijke bijdragen valt € 5.139.561 lager uit dan begroot. Inherent aan de financieringswijze van Rogplus is het resultaat € 0.

49

Baten en lasten per BBV-taakveld: Baten/

Taakveld BBV

Lasten Lasten

Werkelijk

2e wijziging 2025

2025

5.592.300

5.592.300

5.311.162

4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken

129.225

158.300

158.300

188.391

6.1 Samenkracht en burgerparticipatie

182.007

193.200

193.200

195.252

6.21 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Wmo

480.592

486.700

486.700

517.023

6.22 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Jeugd

18.134.359

12.832.200

18.240.600

16.285.765

6.60 Hulpmiddelen en diensten (Wmo)

11.981.087

13.019.400

11.872.200

11.749.093

6.711 Huishoudelijke hulp (Wmo)

23.911.507

25.127.900

26.528.700

25.929.639

6.714 Overige maatwerkarrangementen (Wmo)

15.008.118

16.332.500

16.956.000

16.717.704

6.752 Jeugdhulp ambulant regionaal

48.180.536

42.068.400

42.161.600

41.990.445

6.762 Jeugdhulp met verblijf regionaal

22.474.461

12.462.300

22.718.700

21.027.597

6.791 PGB Wmo

1.743.000

2.119.000

1.926.600

1.667.029

6.792 PGB Jeugd

896.000

1.021.400

999.400

1.643.847

6.811 Beschermd wonen (Wmo)

5.602.487

5.632.200

5.669.500

5.739.516

3.159

472.100

0

0

4.496.848

5.051.600

5.051.600

4.791.903

6.92 Coördinatie en beleid Jeugd Totaal Lasten

Eindtotaal

Begroot

Primair 2025

5.294.116

6.91 Coördinatie en beleid Wmo

Totaal Baten

Begroot

2024 0.4 Overhead

6.822 Jeugdreclassering

Baten

Werkelijk

0.8 Overige baten en lasten

43.075

64.300

7.887.200

7.400.269

158.560.576

142.633.800

166.442.600

161.154.634 -158.425.547

-156.115.000

-140.056.200

-163.592.700

6.60 Hulpmiddelen en diensten (Wmo)

-728.356

-835.700

-966.500

-943.541

6.711 Huishoudelijke hulp (Wmo)

-961.388

-931.200

-1.011.400

-1.044.046

6.714 Overige maatwerkarrangementen (Wmo)

-542.766

-524.200

-578.900

-539.315

6.811 Beschermd wonen (Wmo)

-213.066

-286.500

-293.100

-202.185

-158.560.576

-142.633.800

-166.442.600

-161.154.634

-0

0

0

0

50

Baten en lasten per BBV-taakveld per programma: Programma

Baten/

Taakveld BBV

Lasten Wmo

Lasten

6.21 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Wmo

480.592

486.700

486.700

517.023

6.60 Hulpmiddelen en diensten (Wmo)

11.981.087

13.019.400

11.872.200

11.749.093

6.711 Huishoudelijke hulp (Wmo)

23.911.507

25.127.900

26.528.700

25.929.639

6.714 Overige maatwerkarrangementen (Wmo)

15.008.118

16.332.500

16.956.000

16.717.704

6.791 PGB Wmo

1.730.730

2.070.800

1.872.400

1.667.029

6.91 Coördinatie en beleid Wmo

4.032.332

4.597.900

4.597.900

4.371.200

57.326.372

61.828.400

62.507.100

61.146.940 -58.620.038

0.8 Overige baten en lasten

-55.093.862

-59.537.300

-59.950.300

-728.356

-835.700

-966.500

-943.541

6.711 Huishoudelijke hulp (Wmo)

-961.388

-931.200

-1.011.400

-1.044.046

6.791 PGB Wmo 6.91 Coördinatie en beleid Wmo

0 54.200

0

5.602.487

5.632.200

5.669.500

5.739.516 420.703 6.160.219

0.8 Overige baten en lasten

-5.866.207

-5.847.600

-5.884.300

-5.958.034

6.811 Beschermd wonen (Wmo)

-213.066

-286.500

-293.100

-202.185

-6.079.273

-6.134.100

-6.177.400

-6.160.219

0

0

0

0

129.225

158.300

158.300

188.391

6.22 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Jeugd

18.134.359

12.832.200

18.240.600

16.285.765

6.752 Jeugdhulp ambulant regionaal

48.180.536

42.068.400

42.161.600

41.990.445

6.762 Jeugdhulp met verblijf regionaal

22.474.461

12.462.300

22.718.700

21.027.597

896.000

1.021.400

999.400

1.643.847

6.822 Jeugdreclassering

3.159

472.100

0

0

6.92 Coördinatie en beleid Jeugd

43.075

64.300

7.887.200

7.400.269

4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken

89.860.816

69.079.000

92.165.800

88.536.314

-89.860.816

-69.079.000

-92.165.800

-88.536.314

-89.860.816

-69.079.000

-92.165.800

-88.536.314

0

0

0

0

0.4 Overhead

5.294.116

5.592.300

5.592.300

5.311.162

5.294.116

5.592.300

5.592.300

5.311.162

0.8 Overige baten en lasten

-5.294.116

-5.592.300

-5.592.300

-5.311.162

0.8 Overige baten en lasten

Totaal Baten

Totaal Lasten Totaal Baten

0 48.200

453.700

Totaal Jeugdhulp

Baten

0

-0 12.270

6.177.400

Totaal Lasten

Lasten

-539.315 -61.146.940

453.700

6.792 PGB Jeugd

Overhead

-578.900 -62.507.100

6.134.100

Totaal Beschermd Wonen

Baten

-524.200 -61.828.400

464.516

Totaal Baten Lasten

-542.766 -57.326.372

6.079.273

Totaal Lasten

Jeugdhulp

195.252

6.60 Hulpmiddelen en diensten (Wmo)

6.811 Beschermd wonen (Wmo)

Baten

2025

193.200

Totaal Wmo Wonen

Werkelijk

2e wijziging 2025

193.200

6.714 Overige maatwerkarrangementen (Wmo)

Lasten

Begroot

Primair 2025

182.007

Totaal Baten Beschermd

Begroot

2024 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie

Totaal Lasten Baten

Werkelijk

-5.294.116

-5.592.300

-5.592.300

-5.311.162

Totaal Overhead

0

0

0

0

Eindtotaal

0

0

0

0

51

5.3

Doorberekening gemeenten

De totale kosten van Rogplus worden verdeeld over de drie gemeenten (Maassluis, Schiedam en Vlaardingen) en afgerekend. Ter financiering van de lopende uitgaven wordt maandelijks een voorschot verkregen op deze eindafrekening. De toerekening van de kosten gaat per programma als volgt: + Wmo. De kosten worden per gemeente geregistreerd en op basis van werkelijkheid ten laste van de woonplaats van de cliënt berekend. Voor Wmo-vervoer zijn de kosten verdeeld op basis van het aantal ritten en kilometers per gemeente. De directe opbrengsten en eigen bijdragen zijn in mindering gebracht op de kosten. + Beschermd Wonen. De uitvoering van Beschermd Wonen voor Maassluis, Vlaardingen en Schiedam valt vanaf 1 januari 2015 onder de verantwoordelijkheid van centrumgemeente Vlaardingen. De gemaakte kosten worden per gemeente geregistreerd maar verantwoord aan de centrumgemeente Vlaardingen. + Jeugdhulp. De bijdragen aan Mevis worden over de MVS-gemeenten verdeeld volgens de daarvoor in de ‘herijking 2022’ vastgelegde verdeling. De uitgaven voor jeugdhulp op basis van zorgcontinuïteit, jeugdhulp op basis van het PGB en jeugdhulpvervoer worden, net als bij Wmo-voorzieningen, per gemeente geregistreerd en op basis van werkelijkheid ten laste van de woonplaats van de cliënt gebracht. + Overhead.

Volgens de Gemeenschappelijke Regeling worden deze kosten over de gemeenten verdeeld aan de hand van de in de volgende paragraaf genoemde verdeelsleutel.

Verdeelsleutels De verdeelsleutel van de kosten van de overhead in 2025 over de drie gemeenten is afgestemd met de financiële commissie. Uitgangspunt is hierbij een evenwichtige verdeling op basis van een aantal kengetallen. De verdeelsleutel van de kosten van de uitvoering over de drie gemeenten wordt bepaald op basis van de vastgestelde kengetallen. Dit zijn: + Het aantal pashouders voor het Wmo-vervoer; + Het aantal unieke cliënten; + Het aantal aanvragen. In de begroting 2025 is per gemeente, per kengetal het aantal bepaald voor het laatst afgesloten jaar. Voor de begroting 2025 is dit 2024. Per kengetal wordt de verhouding tussen de drie gemeenten berekend. Vervolgens wordt het gewogen gemiddelde berekend voor het aandeel van de gemeenten. Het gewogen gemiddelde wordt afgerond op halve procenten.

52

De verdeling van de kosten is in 2025 gebaseerd op de volgende verdeelsleutel: + Maassluis + Vlaardingen + Schiedam

20,0 % 40,0 % 40,0 %

Voor de uitgaven voor het contract met Mevis geldt de kostenverdeling, zoals deze is afgesproken door de MVS-gemeenten. De herijking van de opdrachtwaarde op basis van de realisatie 2022 leidt tot de volgende verdeelsleutel: + Maassluis: + Vlaardingen: + Schiedam:

15,03 % 44,04 % 40,93 %

De verdeelsleutel voor het budget voor de backofficetaken leerlingenvervoer en jeugdhulpvervoer is gebaseerd op het aantal vervoerde kinderen in het laatst afgesloten jaar. Dit leidt tot de volgende verdeelsleutel: + Maassluis: + Vlaardingen: + Schiedam:

22,0 % 38,8 % 39,2 %

Doorberekening aan de gemeenten: Werkelijk

Begroot

Begroot

Werkelijk

Primair 2025

2e wijziging 2025

2025

10.739.300

10.970.200

Gemeente

Programma

2024

Maassluis

Wmo

9.722.764

Beschermd Wonen

-

-

-

10.927.482 -

Jeugdhulp

13.605.171

10.387.500

13.904.200

13.438.417

Overhead

972.716

1.070.400

1.070.400

1.016.544

Totaal Maassluis

24.300.651

22.197.200

25.944.800

25.382.443

Vlaardingen

Wmo

22.583.532

24.695.300

24.666.900

24.062.355

Beschermd Wonen

5.866.207

5.847.600

5.884.300

5.958.034

Jeugdhulp

39.145.118

30.200.300

40.297.200

38.722.578

Overhead

1.948.039

2.084.900

2.084.900

1.983.501

Totaal Vlaardingen

69.542.895

62.828.100

72.933.300

70.726.468

Schiedam

22.787.566

24.102.700

24.313.200

23.630.201

Wmo Beschermd Wonen

-

-

-

-

Jeugdhulp

36.993.527

28.370.200

37.842.500

36.253.419

Overhead

1.946.960

2.057.000

2.057.000

1.958.708

Totaal Schiedam

61.728.054

54.529.900

64.212.700

61.842.327

Eindtotaal

155.571.600

139.555.200

163.090.800

157.951.239

53

Ten opzichte van de tweede gewijzigde begroting vallen de bijdragen van de drie gemeenten in totaal € 5.139.561 lager uit. De bijdrage van Maassluis is € 562.357 lager dan begroot, Vlaardingen € 2.206.832 en Schiedam € 2.370.373.

5.4

Onvoorzien

Rogplus heeft in 2025 geen posten als onvoorzien aangemerkt en geboekt.

5.5

Incidentele baten en lasten

Jeugdhulp op basis van zorgcontinuïteit Mevis is in 2023 gestart met de levering en toeleiding van jeugdhulp in de MVSgemeenten. In het eerste half jaar van 2023 was sprake van een overgangsperiode. In deze periode zijn verschillende ‘oude’ contracten met jeugdhulpaanbieders verlengd, zodat de jeugdhulp geleidelijk kon worden overgedragen. Sinds juli 2023 wordt geen jeugdhulp meer geleverd op basis van deze afspraken voor zorgcontinuïteit. In 2023 was een budget voorzien in de begroting van Rogplus voor de uitgaven voor jeugdhulp op basis van zorgcontinuïteit. Sinds 2024 is dit niet meer het geval. Echter is gebleken dat verschillende jeugdhulpaanbieders in 2024 en 2025 nog op basis van de afspraken over zorgcontinuïteit kosten hebben gedeclareerd voor in de eerste helft van 2023 geleverde jeugdhulp. Dit gaat in 2025 in totaal om € 197.370. Rogplus merkt dit bedrag aan als een incidentele last.

54

6

Toelichtingen

6.1

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) daarvoor geeft. Ook is de jaarrekening in overeenstemming met de Wet normering topinkomens (WNT) opgesteld. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. De activa en passiva zijn opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden alleen genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's, die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend waren. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegelden verlofaanspraken en dergelijke.

Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op een andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden.

Vaste activa Vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- c.q. vervaardigingsprijs. Slijtende investeringen worden vanaf het moment van ingebruikneming lineair afgeschreven in de verwachte gebruiksduur Daarbij wordt rekening gehouden met de eventuele restwaarde. De investeringen worden geactiveerd op de eerste dag van de maand ná het moment van ingebruikname. Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van waarde indien deze naar verwachting duurzaam is. Volgens de uitgangspunten van de belastingdienst wordt per jaar maximaal 20% van de waarde van de investering afgeschreven. Dat betekent dat de minimale afschrijftermijn vijf jaar is. Rogplus activeert daarom alleen investeringen waarvan de verwachte gebruikstermijn minimaal vijf jaar is.

55

De meest voorkomende investeringen bij Rogplus zijn hardware, software en kantoorinventaris. Hardware en software worden in beginsel in vijf jaar afgeschreven, kantoorinventaris in tien jaar. Rogplus hanteert een ondergrens voor de waarde van de te activeren investeringen van € 10.000. Voor laptops, mobiele telefoons en kantoorinventaris geldt dat Rogplus per soort de totale waarde van alle in een kalenderjaar aangeschafte middelen (met een verwachte gebruiksduur van minstens vijf jaar) in één keer per jaar activeert, mits de totale waarde daarvan meer dan € 10.000 is. Dit gebeurt per 1 januari van het jaar na het jaar waarin de investeringen zijn gedaan. Alle overige investeringen worden per geval geactiveerd (mits de verwachte gebruiksduur minstens vijf jaar is en de waarde meer dan € 10.000). Rogplus stelt een investeringsagenda op waarin vijf jaar vooruit wordt aangegeven welke (af te schrijven) investeringen moeten worden gedaan. Rogplus activeert Wmohulpmiddelen niet omdat de waarde van de in gebruik zijnde hulpmiddelen als ideaalcomplex wordt beschouwd. Rogplus rekent geen rente toe aan de investeringen omdat Rogplus zelf extern geen middelen aantrekt en dus geen rentelasten kent. De kapitaallasten bestaan daarom alleen uit afschrijvingen.

Vorderingen Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar. De vorderingen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. De opgenomen vorderingen vallen volgens artikel 39 van het BBV in de categorie ‘vorderingen op openbare lichamen’.

Liquide middelen en overlopende posten Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. Met betrekking tot de eigen bijdragen die het Centraal Administratie Kantoor (CAK) int en aan Rogplus afdraagt geldt op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV het volgende: Rogplus kan op basis van de overzichten van het CAK wel de aantallen personen, soort en omvang van de zorgverlening beoordelen per gemeente met de eigen Wmo-administratie. Rogplus mist echter het inzicht in hoeverre vorderingen geïnd kunnen worden. Ook kan het CAK zelf vrijstelling verlenen voor het afdragen van een eigen bijdrage. Hierdoor kan Rogplus de overzichten van het CAK onvoldoende op juistheid op persoonsniveau en volledigheid van de eigen bijdragen vaststellen. Door de systematiek te kiezen van het vaststellen van de eigen bijdragen door het CAK, heeft de wetgever in feite bepaald dat de verantwoordelijkheid voor de juistheid en volledigheid van de eigen bijdragen geen verantwoordelijkheid van Rogplus is. Dat betekent dat Rogplus namens de gemeente geen zekerheden over omvang en hoogte van de eigen bijdragen krijgt.

Passiva Onder “Bestemming resultaat” staan de toevoegingen of onttrekkingen vermeld uit hoofde van de bestemming van het resultaat van het voorgaande boekjaar. Onder bijdragen van

56

derden zijn de bijdragen van derden opgenomen die direct gerelateerd zijn aan de investering in het vastgestelde project.

Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. De Wmoverplichtingen hebben betrekking op aanvragen tot en met het boekjaar waarvan de afhandeling nog niet helemaal heeft plaatsgevonden. Zodra een aanvraag is ontvangen, ontstaat voor Rogplus een verplichting. Aanvragen bevinden zich in diverse stadia van het afhandelingsproces zoals onderzoeksfase, besluitvormingsfase, in afwachting van offerte van de leverancier en in afwachting van de factuur. Voor zaken waarvan nog geen offerte of factuur is ontvangen, wordt gebruik gemaakt van ramingen. Rogplus heeft door haar lange ervaring met het afhandelen van de aanvragen normen ontwikkeld voor de gemiddelde kosten van een voorziening. Hierdoor is Rogplus in staat de verwachte lasten van de aanvragen betrouwbaar te ramen. Bruikleenverstrekkingen worden niet in de balans opgenomen, maar als kosten beschouwd in het jaar van aanschaf. Redenen hiervoor zijn: + Elke verstrekking heeft cliënt-specifieke kenmerken waardoor de waardering wordt bemoeilijkt. Hoe specifieker veelal de aanpassingen, hoe duurder de voorziening. Ook belemmert dit de verhandelbaarheid van de verstrekkingen. + Hoe individueler de aanpassing hoe moeilijker de voorziening opnieuw kan worden verstrekt. + De verwachting bestaat dat er sprake is van een continue instroom waardoor een zogenaamd ideaal complex ontstaat.

6.2

Toelichting balans

6.2.1

Vaste activa

Materiële vaste activa Activa

Afschrijf-

Boekwaarde

Investeringen

Afschrijving

Desinvestering

Boekwaarde

termijn

01-01-2025

2025

2025

2025

31-12-2025

Inventaris

10

219.215

-

32.885

-

Software

5

10.682

28.525

10.154

-

29.053

Hardware

5

179.041

5.542

43.142

-

141.442

408.938

34.067

86.181

-

356.825

Eindtotaal

186.330

Alle activa zijn verhandelbaar en daarom economisch nuttig.

57

6.2.2

Vlottende activa

Uitzettingen Rogplus neemt in de voorlopige jaarstukken nog geen balans en toelichtingen op de balans op. Zie de toelichting in hoofdstuk 4.

Kasgeldlimiet De kasgeldnorm bepaalt hoeveel kasgeld Rogplus gemiddeld mag hebben geleend in een kwartaal, zoals vastgelegd in de wet. In het volgende schema zijn de normen opgenomen.

Sinds de verandering van de governancestructuur van stichting naar Gemeenschappelijke Regeling als Openbaar Lichaam in 2022 is Rogplus verplicht tot schatkistbankieren. Schatkistbankieren is bedoeld voor instellingen die een wettelijke of publieke taak uitvoeren en hiervoor gelden van het Rijk ontvangen. Dit houdt in dat zij de publieke gelden aanhouden bij het ministerie van Financiën.

58

Renterisiconorm Rogplus heeft geen langlopende leningen. De renterisiconorm is daarom niet van toepassing.

Liquide middelen Rogplus neemt in de voorlopige jaarstukken nog geen balans en toelichtingen op de balans op. Zie de toelichting in hoofdstuk 4.

Na de overgang van governancestructuur van stichting naar gemeenschappelijke regeling als openbaar lichaam is Rogplus gebruik gaan maken van schatkistbankieren. Dit betekent dat het banksaldo van de hoofdbankrekening van Rogplus bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) dagelijks afgeroomd wordt tot € 400.000. Naast deze rekening gebruikt Rogplus een rekening bij de ABN Amro voor kleine dagelijkse betalingen (kleine kas).

Overlopende activa Rogplus neemt in de voorlopige jaarstukken nog geen balans en toelichtingen op de balans op. Zie de toelichting in hoofdstuk 4.

6.2.3

Vlottende passiva

Rogplus neemt in de voorlopige jaarstukken nog geen balans en toelichtingen op de balans op. Zie de toelichting in hoofdstuk 4.

6.2.4

Niet uit de balans blijkende verplichtingen

Huurverplichtingen Rogplus huurt een pand aan de Westlandseweg 1 in Maassluis. De huurovereenkomst loopt in eerste instantie tien jaar. De huurverplichting voor deze locatie bedraagt ongeveer € 22.000 per maand.

ICT-diensten Rogplus heeft doorlopende contracten met externe partijen voor IT- en telecommunicatiediensten. De maandelijkse kosten van deze contracten zijn om en nabij € 17.000 per maand.

59

6.2.5

EMU-saldo

Het EMU-saldo (Economische en Monetaire Unie) is het saldo van de inkomende en uitgaande geldstromen die daadwerkelijk in het kalenderjaar hebben plaatsgevonden. Zoals weergegeven in de onderstaande tabel heeft Rogplus over 2024 een positief EMUsaldo van € 52.331. Omschrijving

+/-

1. Exploitatiesaldo voor toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)

+

-

2. Afschrijvingen ten laste van de exploitatie

+

86.181

3. Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie

+

-

4. Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd

-/-

34.067

5. Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4.

+

-

6. Baten uit desinvesteringen in (im)materiële activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord

+

-

7. Aankoop van grond en de uitgaven aan bouwwoonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan)

+

-

8. Baten bouwgrondtransacties voor zover transacties niet op exploitatie verantwoord

+

-

9. Lasten op balanspost Voorzieningen voor zover deze transacties met derden betreffen

-/-

-

10. Lasten ivm transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten

-/-

-

11. Verkoop van effecten

-/-

-

Berekend EMU-saldo

Bedrag

52.113

60

6.3

Toelichting overzicht baten en lasten

6.3.1

Programma Wmo

De toelichting in deze paragraaf is een verdieping van en een aanvulling op paragraaf 2.4 van de programmaverantwoording.

Taxi- en vervoerskosten Werkelijk

Begroot

Begroot

Werkelijk

Onderdeel

2024

Primair 2025

2e wijziging 2025

2025

Wmo-vervoer

5.252.572

6.089.300

5.152.200

5.120.025

37.903

41.900

31.300

20.104

5.290.475

6.131.200

5.183.500

5.140.129

Individuele vervoerskosten

Onder Wmo-vervoer vallen voornamelijk de uitgaven voor ievo. Hoewel de tarieven voor het vervoerloket en de vervoerders met respectievelijk 3,5% en 1,5% zijn gestegen, vallen de kosten iets lager uit dan vorig jaar. Dit komt voornamelijk doordat afgelopen jaar ongeveer 2,5% minder ritten met ievo zijn gereden.

Scootmobielen en rolvoorzieningen Werkelijk

Begroot

Begroot

Werkelijk

Onderdeel

2024

Primair 2025

2e wijziging 2025

2025

Scootmobielen

2.154.514

2.428.000

1.699.200

1.810.473

Autoaanpassingen / -verstrekkingen

43.478

56.000

56.000

61.706

Handbewogen rolstoelen

437.883

441.700

537.700

539.595

Electrische rolstoelen

838.032

776.200

1.070.000

679.446

Sportvoorzieningen

21.144

25.000

25.000

39.272

Aandrijfunits en fietsen

467.643

0

0

0

Aandrijfunits

0

601.900

184.600

334.145

Fietsen

0

226.200

277.400

386.460

Kindvoorzieningen

168.729

219.900

264.000

242.903

4.131.424

4.774.900

4.113.900

4.094.001

De contracten voor scootmobielen en rolvoorzieningen met Medipoint en Welzorg liepen op 31 mei 2025 af. Daarom is afgelopen jaar een aanbestedingsprocedure doorlopen. Dit heeft geleid tot nieuwe contracten met Medipoint en Kersten Hulpmiddelen, die op 1 juni 2025 zijn ingegaan. De nieuwe contracten zijn financieel iets gunstiger. Op voorzieningsniveau zijn weliswaar grote verschillen zichtbaar (de prijzen van scootmobielen zijn bijvoorbeeld fors gedaald, terwijl de prijzen van fietsen fors zijn gestegen), maar op totaalniveau valt dit positief uit. Hierdoor vallen de kosten – ondanks

61

de jaarlijkse prijsindexatie – iets lager uit dan vorig jaar. Dit was in de 2e begrotingswijzing 2025 al verwerkt en de uitgaven liggen daardoor in lijn met de begroting. In het aantal verstrekte scootmobielen is nog geen effect van de deelscootmobiel zichtbaar. Daarvoor is het aantal deelnemers nog te beperkt ten opzichte van de normale fluctuaties in het aantal verstrekkingen.

Wonen Onderdeel Verhuis- en inrichtingskosten

Werkelijk

Begroot

Begroot

Werkelijk

2024

Primair 2025

2e wijziging 2025

2025

87.430

42.700

91.300

78.709

Roerende woonvoorzieningen

223.417

192.600

318.300

262.101

Woningaanpassingen

2.028.846

1.638.200

1.825.400

1.926.891

Onderhoud / reparatie

219.495

239.800

339.800

247.262

2.559.188

2.113.300

2.574.800

2.514.963

De kosten voor woonvoorzieningen en woningaanpassingen zijn ongeveer gelijk aan 2024. Dit komt door iets lagere uitgaven aan woningaanpassingen. Deze uitgaven kunnen sterk worden beïnvloed door enkele grote woningaanpassingen en vertonen daardoor vaker een sterke schommeling die niet direct samenhangt met de demografische of prijsontwikkeling.

Schoon Huis Werkelijk

Begroot

Begroot

Werkelijk

Onderdeel

2024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16847242/2