Bijlage: Voorlopige jaarstukken 2020 ROGPlus
Tekst van het document
Om zelf een beeld te krijgen van de rechtmatigheid van het beheer en het gebruik van pgb’s in de MVS-gemeenten heeft Rogplus steekproefsgewijs controles uitgevoerd, waarbij nagegaan is of de pgb-houders de zorg geleverd hebben gekregen, zoals geïndiceerd. De controles laten een overwegend positief beeld zien.
Voorlopige Jaarstukken 2020 Rogplus
24
JAARREKENING 4. Balans BALANS
Stichting ROGplus Nieuwe Waterweg Noord Boekjaar 2020 Activa
31-12-2020
31-12-2020
31-12-2019
0
0
0
0
695.225
2.703.551
Overlopende passiva Vooruit ontvangen bijdragen van overige overheden 1.616.969
2.218.623
0
Orerige overlopende passiva
4.447.466
5.007.838
31-12-2019 Passiva
Vaste passiva
Vaste activa
Eiaen \srmoqen
Materiële vaste activa Overige materiële vaste activa
346.980
367.615
T otaal vaste activa
346.980
367.615 Totaal vaste passiva Vlottende passiva
Vlottende activa
Uitzettinaen 860.734
Vorderingen op openbare Overige vorderingen Liauide middelen Kas en banksaldi
Bestemmingsreserves
28.655
4.648.814
Vlottende schulden 4.425.461 Overige vlottende schulden 62.195
Overlopende activa Owrige overlopende activa
1.476.132
1.239.150
T otaal vlottende activa
7.014.334
7.343.775 Totaal vlottende passiva
7.361.314
7.711.390
TOTAAL
7.361.314
7.711.390 Totaal
7.361.314
7.711.390
Voorlopige Jaarstukken 2020 Rogplus
25
5. Overzicht van baten en lasten 5.1 Uitgangspunten Rogplus verzorgt de uitvoering van de Wmo individuele verstrekkingen, Beschermd Wonen en contractmanagement voor de Jeugdwet voor de deelnemers aan de Gemeenschappelijke Regeling Nieuwe Waterweg Noord. Voor Schiedam en Maassluis voert Rogplus ook backofficetaken voor het leerlingenvervoer en jeugdhulpvervoer uit. De uitgaven en de kosten van Rogplus worden ten laste gebracht van BBV-taakvelden 0.4 Overhead, 6.6 Maatwerkvoorzieningen (WMO), 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+, 6.72 Maatwerkdienstverlening 18-en 6.81 Geëscaleerde zorg18J-. De inkomsten bestaan uit bijdragen in de kosten (hierna: eigen bijdragen) voor verschillende Wmovoorzieningen, bijdragen van cliënten voor vervoer met de Regiotaxi, bijdragen van cliënten aan de Aanvullende Algemene Voorziening Schoon Huis en bijdragen van de drie MVS-gemeenten. De gemeentelijke bijdrage is het verschil tussen de uitgaven en de overige inkomsten van Rogplus. Rogplus heeft hierom per definitie een sluitende begroting. Deze inkomsten worden verantwoord onder BBV-taakvelden 0.8 Overige baten en lasten, 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ en 6.81 Geëscaleerde zorg^. De programmaverantwoording is opgesteld volgens het stelsel van baten en lasten. Voor zover mogelijk zijn alle directe verplichtingen uit de in 2020 ingediende aanvragen verwerkt in het resultaat.
Hiertoe zijn alle bekende verplichtingen meegenomen en verwerkt in de jaarcijfers. In deze jaarstukken zijn de uitgaven van Rogplus als positieve bedragen opgenomen en de inkomsten als negatieve. Deze worden voorafgegaan door het teken Medio 2019 is de primaire begroting 2020 van Rogplus vastgesteld. Op basis van voortschrijdende inzichten is begin 2020 voorgesteld deze primaire begroting te wijzigen. De wijziging is medio 2020 vastgesteld. De begrotingswijziging is voorgesteld voordat de COVID-19-pandemie uitbrak en houdt daarom geen rekening met de financiële effecten van de coronamaatregelen op de Wmo in de MVSgemeenten.
5.2 Totaaloverzicht Primaire
Gewijzigde
Baten/
Werkelijk
Begroting
Begroting
Werkelijk
Lasten
2019
2020
2020
2020
Lasten Baten
68.765.166 ___________ -68.765.166
70.744.553 -70.744.553
75.336.100 70.257.845 -75.336.100 -70.257.845
Eindtotaal
-
Primaire
Gewijzigde
Programma
Werkelijk
Begroting
Begroting
2019
2020
2020
2020
Wmo Beschermd Wonen Overhead
47.291.083 17.655.029 3.819.054
48.305.050 18.177.000 4.262.503
52.287.200 18.473.900 4.575.000
47.761.063 18.583.662 3.913.120
Eindtotaal
68.765.166
70.744.553
75.336.100
70.257.845
Voorlopige Jaarstukken 2020 Rogplus
-
-
-
Werkelijk
26
Baten: Onderdeel
Primaire
Gewijzigde
Werkelijk
Begroting
Begroting
Werkelijk
2019
2020
2020
2020
Bijdrage gemeenten Eigen bijdragen Inkomsten Regiotaxi Bijdrage aanvullende alg. vz. Schoon huis Onttrekking reserve HHT
-64.235.289 -67.150.553 -3.050.000 -2.697.091 -544.000 -577.167 -1.255.620
Eindtotaal
-68.765.166
-70.744.553
-71.910.200 -67.450.715 -2.268.604 -2.689.500 -344.049 -623.000 -194.478 -113.400 -75.336.100
-70.277.388
De totale lasten van Rogplus over 2020 zijn per saldo C 7.314.706 lager dan begroot. De inkomsten uit eigen bijdragen van cliënten (inclusief bijdragen voor de Regiotaxi) zijn C 618.770 lager uitgevallen dan begroot. Het totaal van de gemeentelijke bijdragen valtê 6.695.936 lager uit dan begroot. Inherent aan de financieringswijze van Rogplus is het resultaat C 0. De volgende tabel geeft de baten en lasten weer per BBV-taakveld: Primaire
Gewijzigde
Werkelijk
Begroting
Begroting
Lasten
2019
2020
2020
2020
Lasten
1.987.270 6.112.933 41.178.150 1.831.784 17.655.029
3.802.503 4.543.027 43.762.023 460.000 18.177.000
4.029.800 5.132.200 47.155.000 545.200 18.473.900
3.367.920 4.747.791 43.013.272 545.200 18.583.662
68.765.166
70.744.553
75.336.100
70.257.845
Taakveld BBV
Baten/
0.4 Overhead 6.6 Maatwerkvoorziening (WMO) 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ 6.72 Maatwerkdienstverlening 186.81 Geëscaleerde zorg 18+
Totaal Lasten
0.10 Mutatie reserves 0.8 Overige baten en lasten 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ 6.81 Geëscaleerde zorg 18+
Baten
-1.255.620 -64.235.289 -67.150.553 -71.910.200 -67.450.715 -1.925.727 -2.394.000 -2.225.900 -1.667.941 -1.348.530 -1.200.000 -1.200.000 -1.139.189
-68.765.166
Totaal Baten
Werkelijk
-70.744.553
-
Eindtotaal
-75.336.100
-70.257.845
-
-
-
De tabel hieronder geeft per programma de baten en lasten per BBV-taakveld weer Programma
Baten/
Taakveld BBV
Lasten Wmo
Lasten
Begroting
2019
2020
2020
2020 4.747.791
4.543.027
5.132.200
6.71 Maatwerkdienstverlening 18+
41.178.150
43.762.023
47.155.000
43.013.272
47.291.083
48.305.050
52.287.200
47.761.063
0.10 Mutatie reserves
-1.243.307
0.8 Overige baten en lasten
-44.122.049
6.71 Maatwerkdienstverlening 18+
Lasten
Wonen
Totaal Lasten Baten
-46.093.121
-1.925.727
-2.394.000
-2.225.900
-1.667.941
-48.305.050
-52.287.200
-47.761.063
-
-
18.583.662
17.655.029
18.177.000
18.473.900
18.583.662
0.8 Overige baten en lasten
-16.306.499
-16.977.000
-17.273.900
-17.444.473
Totaal BW
-1.348.530
-1.200.000
-1.200.000
-1.139.189
-17.655.029
-18.177.000
-18.473.900
-18.583.662
0.4 Overhead 6.72 Maatwerkdienstverlening 18-
Totaal Lasten 0.10 Mutatie reserves 0.8 Overige baten en lasten
Totaal Baten
18.177.000
18.473.900
17.655.029
6.81 Geëscaleerde zorg 18+
Baten
-50.061.300
6.81 Geëscaleerde zorg 18+
Totaal Baten Lasten
-45.911.050
-47.291.083 -
Totaal Wmo Beschermd
Werkelijk
6.112.933
Totaal Baten
Overhead
Gewijzigde
Begroting
6.6 Maatwerkvoorziening (WMO)
Totaal Lasten Baten
Primaire Werkelijk
1.987.270
3.802.503
4.029.800
3.367.920
1.831.784
460.000
545.200
545.200
3.819.054
4.262.503
4.575.000
3.913.120
-12.313
-
-
-
-3.806.741
-4.262.503
-4.575.000
-3.913.120
-3.819.054
-4.262.503
-4.575.000
-3.913.120
Totaal Overhead
-
-
-
-
Eindtotaal
-
-
-
-
Voorlopige Jaarstukken 2020 Rogplus
27
5.3 Doorberekening gemeenten De totale kosten van Rogplus worden verdeeld over de drie gemeenten (Maassluis, Schiedam en Vlaardingen) en afgerekend. Ter financiering van de lopende uitgaven, wordt maandelijks een voorschot verkregen op deze eindafrekening. Bij de toerekening van de kosten gaat per programma als volgt: «
Wmo. De kosten worden per gemeente geregistreerd en op basis van werkelijkheid ten laste van de woonplaats van de cliënt toegerekend. Voor Regiotaxi zijn de kosten verdeeld op basis van het aantal verreden ritten en kilometers per gemeente. De directe opbrengsten en eigen bijdragen zijn in mindering gebracht op de kosten.
»
Beschermd Wonen. De uitvoering van Beschermd Wonen voor Maassluis, Vlaardingen en Schiedam valt vanaf 1 januari 2015 onder de verantwoordelijkheid van centrumgemeente Vlaardingen. De gemaakte kosten worden per gemeente geregistreerd, maar verantwoord bij de centrumgemeente Vlaardingen. Vanaf 2022 wordt de centrumregeling geleidelijk afgebouwd.
*
Overhead. Conform de Gemeenschappelijke Regeling worden deze kosten over de gemeenten verdeeld aan de hand van de in de volgende paragraaf genoemde verdeelsleutel.
Verdeelsleutel De verdeelsleutel van de kosten van de uitvoering 2019 over de drie gemeenten is afgestemd met de financiële commissie. Uitgangspunt is hierbij een evenwichtige verdeling op basis van een aantal kengetallen. De vastgestelde kengetallen zijn; »
AOV-vervoer (aantal pashouders);
»
het aantal unieke cliënten;
»
het aantal aanvragen;
»
het aantal aanmeldingen.
De verdeelsleutel kan per jaar fluctueren op basis van bovengenoemde aantallen. De eventuele formatieve consequenties en kosten van deelname van Rogplus in de wijkteams zullen worden meegenomen aan de hand van de evaluatie samenwerking Rogplus en de wijkteams. De verdeling van de kosten is in 2020 gebaseerd op de volgende verdeelsleutel: »
Maassluis
18,0o7o
»
Vlaardingen 42,007o
»
Schiedam
40,00Zo
De doorberekening aan de gemeenten geeft het volgende beeld: Primaire
Gewijzigde
Werkelijk
Begroting
Begroting
2019
2020
2020
2020
-7.326.821
-7.633.785
-8.859.900
-7.913.080
-660.096
-776.451
-842.800
-723.610
-7.986.917
-8.410.236
-9.702.700
-8.636.689
Wmo
-18.410.922
-18.848.265
-20.312.300
-18.734.980
Beschermd Wonen
-16.306.499
-16.977.000
-17.273.900
-17.444.473
Overhead
-1.577.602
-1.781.051
-1.881.400
-1.603.434
-36.295.023
-37.606.316
-39.467.600
■37.782.887
Wmo
-18.384.307
-19.429.000
-20.889.100
-19.445.062
-1.569.043
-1.705.001
-1.850.800
-1.586.076
Totaal Schiedam
-19.953.349
-21.134.001
-22.739.900
•21.031.138
Eindtotaal
-64.235.289
-67.150.553
-71.910.200
-67.450.715
Gemeente Maassluis
Programma
Wmo Beschermd Wonen Overhead
Totaal Maassluis Vlaardingen
Totaal Vlaardingen Schiedam
Beschermd Wonen Overhead
Voorlopige Jaarstukken 2020 Rogplus
-
Werkelijk
-
.
-
28
Ten opzichte van de begroting vallen de bijdragen van de drie gemeenten in totaal C 4.459.485 lager uit. De bijdrage van Maassluis is C 1.066.011 lager dan begroot, Vlaardingen C 1.684.713 en Schiedam C 1.708.762.
5.4 Onvoorzien Rogplus heeft in 2020 geen posten als onvoorzien aangemerkt en geboekt. Uitgaven voortkomend uit de coronamaatregelen (compensatie en meerkosten) zijn verantwoord binnen de voor de verschillende soorten Wmo-voorzieningen bedoelde begrotingsonderdelen.
5.5 Incidentele baten en lasten COVID-19 Rogplus heeft kosten gemaakt om haar bedrijfsvoering aan te passen op de coronamaatregelen. Hetzelfde geldt voor veel Wmo-leveranciers. Zowel de kosten van Rogplus, als die van de zorgleveranciers zijn verantwoord in deze jaarstukken. Voor de coronakosten van de leveranciers geldt dat deze kosten specifiek betrekking hebben op de dienstverlening aan cliënten in de MVSgemeenten. Het bestuur van Rogplus heeft in haar vergadering van 4 juni 2020 de voorwaarden vastgesteld waaronder leveranciers coronagerelateerde kosten vergoed kunnen krijgen. Alle aanvragen zijn getoetst aan deze voorwaarden en alleen de akkoord bevonden aanvragen zijn uitgekeerd. In de jaarcijfers zijn de volgende vormen van ‘coronakosten’ verwerkt: «
Rogplus heeft in de eerste helft van het jaar de richtlijn van de VNG gevolgd om zorgaanbieders (deels) te compenseren voor gederfde omzet en meerkosten als gevolg van coronamaatregelen te vergoeden. Met Noot, de vervoerder die in de MVS-gemeenten de Regiotaxi verzorgd, zijn aanvullende afspraken gemaakt om de continuïteit van de Regiotaxi te waarborgen.
«
Het besluit van het Rijk om (met uitzondering van Beschermd Wonen) geen eigen bijdragen te innen in april en mei leidt tot minder inkomsten voor Rogplus. Het Rijk compenseert de gemeenten voor de gemiste inkomsten.
«
Zowel aanbieders als Rogplus hebben extra uitvoeringskosten gemaakt. Bijvoorbeeld voor de aanschaf van laptops (thuis werken), spatschermen, bewegwijzeringsstickers, handgel en mondkapjes.
De volgende tabel geeft per begrotingsonderdeel en per gemeente een overzicht van de in deze jaarstukken verantwoorde uitgaven die specifiek toe te schrijven zijn aan de coronamaatregelen. Veruit het grootste deel van de in deze jaarcijfers opgenomen coronagerelateerde kosten is de compensatie voor de omzetderving van Noot (Regiotaxi). Onderdeel
Maassluis
Vlaardingen Schiedam
Rogplus
Eindtotaal
Corona omzetderving
342.620
674.557
574.731
0
1.591.908
Regiotaxi Meedoen in de Stad Beschermd Wonen
334.043 8.576
618.903 20.330 35.324
544.781 29.951
0 0 0
1.497.727 58.857 35.324
Corona meerkosten
15.506
217.743
53.108
59.583
345.940
9.063 5.716 727 0
165.639 31.196 14.127 6.780 0
23.755 18.552 10.801 0
0 0 0 0 59.583
165.639 64.013 38.396 18.309 59.583
358.126
892.300
627.839
59.583
1.937.848
Beschermd Wonen Regiotaxi Meedoen in de Stad Scootmobielen Overhead Eindtotaal
Voorlopige Jaarstukken 2020 Rogplus
29
Desinvesteringen locatie Uiverlaan In het eerste kwartaal van 2020 is definitief besloten dat Rogplus verhuist van de locatie aan de Uiverlaan 20b in Maassluis naar de nieuwe locatie aan de Westlandseweg 1 in Maassluis. Als gevolg hiervan heeft Rogplus verschillende aan de oude locatie gekoppelde activa af moeten waarderen. De totale omvang van deze desinvesteringen bedraagt C 135.316. De activastaat in paragraaf 6.2 geeft aan welke activa voor welk bedrag zijn afgewaardeerd.
Voorlopige Jaarstukken 2020 Rogplus
30
6. Toelichtingen 6.1 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) daarvoor geeft. Ook is de jaarrekening in overeenstemming met de WNT opgesteld. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. De activa en passiva zijn opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke.
Voor arbeidskostengerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden.
Vaste activa Materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- c.q. vervaardigingsprijs. Slijtende investeringen worden vanaf het moment van ingebruikneming lineair afgeschreven in de verwachte gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met de eventuele restwaarde. Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. De volgende tabel geeft aan welke verwachte toekomstige levensduur wordt gehanteerd bij de aangeschafte vaste activa. Inventaris
10
Hardware Inrichting Uiverlaan Inventaris Uiverlaan Software
20 10 5
3
Vorderingen Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar. De vorderingen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. De opgenomen vorderingen vallen volgens artikel 39 van het BBV in de categorie 'vorderingen op openbare lichamen’.
Liquide middelen en overlopende posten Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. Met betrekking tot de eigen bijdragen die het CAK int en aan Rogplus afdraagt geldt op basis van de Kadernota rechtmatigheid 2017 van de commissie BBV het volgende. Rogplus kan op basis van de overzichten van het CAK wel de aantallen personen, soort en omvang van de zorgverlening beoordelen per gemeente met de eigen WMOadministratie. Rogplus mist echter inzicht in de inbaarheid van vordering. Ook kan het CAK
Voorlopige Jaarstukken 2020 Rogplus
31
eigenstandig vrijstelling verlenen voor het afdragen van een eigen bijdrage. Hierdoor zijn de overzichten van het CAK voor Rogplus ontoereikend om de juistheid op persoonsniveau en volledigheid van de eigen bijdragen als geheel te kunnen vaststellen. Door de systematiek te kiezen van het vaststellen van de eigen bijdragen door het CAK, heeft de wetgever in feite bepaald, dat de verantwoordelijkheid voor de juistheid en volledigheid van de eigen bijdragen geen Rogplus verantwoordelijkheid is. Dat betekent dat door Rogplus namens de gemeente geen zekerheden over omvang en hoogte van de eigen bijdragen kunnen worden verkregen.
Passiva Onder “Bestemming resultaat’’ staan de toevoegingen of onttrekkingen vermeld uit hoofde van de bestemming van het resultaat van het voorgaande boekjaar. Onder bijdragen van derden zijn de bijdragen van derden opgenomen die direct gerelateerd zijn aan de investering in het vastgestelde project.
Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. De Wmo-verplichtingen hebben betrekking op aanvragen tot en met het boekjaar waarvan de afhandeling nog niet helemaal heeft plaatsgevonden. Zodra een aanvraag is ontvangen, ontstaat voor Rogplus een verplichting. Aanvragen bevinden zich in diverse stadia van het afhandelingsproces, zoals onderzoeksfase, besluitvormingsfase, in afwachting van offerte van de leverancier en in afwachting van de factuur. Voor zaken waarvan nog geen offerte of factuur is ontvangen, wordt gebruik gemaakt van ramingen. Rogplus heeft door haar lange ervaring met het afhandelen van de aanvragen normen ontwikkeld voor de gemiddelde kosten van een voorziening. Hierdoor is Rogplus in staat de verwachte lasten van de aanvragen betrouwbaar te ramen. Bruikleen-verstrekkingen worden niet in de balans opgenomen, maar als kosten beschouwd in het jaar van aanschaf. Redenen hiervoor zijn: »
Elke verstrekking heeft cliënt-specifieke kenmerken, waardoor de waardering wordt bemoeilijkt (hoe specifieker veelal de aanpassingen, hoe duurder de stoel); ook belemmert dit de verhandelbaarheid van de verstrekkingen;
»
Hoe individueler de aanpassing hoe moeilijker de voorziening kan worden herverstrekt;
»
De verwachting bestaat dat er sprake is van een continue-instroom, waardoor een zogenaamd ideaal-complex ontstaat.
Voorlopige Jaarstukken 2020 Rogplus
32
6.2 Toelichting balans 6.2.1 Vaste activa
Materiële vaste activa Materiële Vaste Activa
Jaar
Termijn (járen) Investering
Des-investering
Additionele kosten
Afschrijvingen
Jaarlijkse
Boekwaarde
ťm2020
afschrijvingen
31-12-2020
Inventaris
2010
10
52.495,00
52.495,00
5.249,50
Inventaris
2012
10
16.077,00
.
.
14.269,00
1.607,70
Inventaris
2015
10
38.010,02
.
-
20.529,00
3.801,00
17.481,02
Inventaris
2016
10
28.727,40
-
.
14.135,00
2.872,74
14.592,40
Inventaris
2019
10
2.079,60
-
-
365,00
Inventaris
2020
10
130.896,96
-
.
-
Inventaris
2021
10
64.991,52
-
-
Inventaris Uiverlaan 10jr
2012
10
119.131,76
-
-
.
99.695,44
-
1.808,00
207,96
1.714,60
13.089,70
130.896,96
6.499,15 11.913,18
-
19.436,32
Inventaris Uiverlaan 10jr
2016
10
5.900,00
-
2.999,17
2.900,83
590,00
-
Inventans Uiverlaan 20jr
2012
20
226.829,00
-
132.316,91
94.512,09
11.341,45
-
685.138,26
-
135.316,08
298.901,36
57.172,38
Hardware
2016
3
7.990,44
-
-
7.990,44
2.663,48
Hardware
2017
3
96.218,37
-
.
96.218,37
32.072,79
Hardware
2018
3
46.172,50
-
-
37.981,00
15.390,83
8.191,50 5.953,00
Subtotaal Inventaris
185.929,30 -
Hardware
2019
3
12.153,00
-
-
6.200,00
4.051,00
Hardware
2020
3
7.726,96
150,00
-
2.482,00
2.575,65
5.394,96
Hardware
2021
3
24.599,40
-
-
8.199,80
24.599,40
194.860,67
150,00
-
150.871,81
64.953,56
44.138,86
Software
2017
5
27.198,00
.
-
18.883,00
5.439,60
8.315,00
Software
2018
5
91.979,07
-
-
46.834,00
18.395,81
45.145,07
Software
2019
5
4.212,00
-
-
1.544,00
842,40
2.668,00
Softy are
2020
5
6.750,00
-
-
1.350,00
1.350,00
5.400,00
Software
2020
5
10.800,00
-
-
2.160,00
10.800,00
Software
2021
5
46.800,00
-
-
187.739,07
-
-
Subtotaal Hardware
Subtotaal Softvare
Totaal
1.067.738,00
135.316,08
-
.
9.360,00
46.800,00
68.611,00
37.547,81
119.128,07
518.384,17
159.673,75
349.196,23
-
Alle activa zijn verhandelbaar en derhalve van economisch nut. Vanwege de verhuizing van Rogplus is de boekwaarde van de inventaris van de oude locatie afgewaard voor zover deze niet mee is verhuisd naar de nieuwe locatie. Omdat de nieuwe locatie in 2021 in gebruik wordt genomen, zijn nog geen activa opgevoerd voor deze nieuwe locatie.
6.2.2 Vlottende activa
Uitzettingen Vorderingen op openbare lichamen Overige vorderingen
2019
2020
4.425.461
860.734
62.195
28.655
4.487.656
889.388
Liquide middelen ABN/AMRO BNG
Voorlopige Jaarstukken 2020 Rogplus
2019
2020
1.408.142
2.635.130
208.827
2.013.684
1.616.969
4.648.814
33
Overlopende activa 2020
2019 *
Nog te ontvangen pgb van SVB Te vorderen eigen bijdrage (CAK)
1.158.349
236.851 1.171.925 -
-
Terug te vorderen pgb Sociale lasten
28.677
-
Overige
52.124
67.356
1.239.150
1.476.132
Toelichting: »
Nog te ontvangen pqb van SVB. Dit betreft het verschil tussen de vooruitbetaalde voorschotten aan de SVB, die sinds 1 januari 2015 de trekkingsrechten pgb verzorgt. In mindering gebracht zijn de kosten pgb zoals opgenomen in de bijlagen van de gemeenten.
»
Te vorderen eigen bijdrage (CAK). Deze vordering heeft betrekking op nog te ontvangen afdrachten eigen bijdrage van het CAK.
»
Terug te vorderen pqb. Cliënten aan wie een pgb is verstrekt, hebben de verplichting verantwoording af te leggen en eventueel te veel betaalde pgb terug te betalen. Voorzichtigheidshalve is op deze vordering een voorziening getroffen voor oninbaarheid.
»
Overige vorderingen. Dit betreft voornamelijk betaalde voorschotten aan zorgleveranciers, welke worden teruggevorderd, dan wel verrekend met ingediende facturen.
6.2.3 Vlottende passiva
Vlottende schulden Crediteuren
2019
2020
2.703.551
695.225
2.703.551
695.225
2019
2020
Overlopende passiva Vooruit ontvangen bijdragen van overige overheden Nog te betalen kosten Zorgleveranciers
5.043.453
2.218.623 4.417.394
Nog te betalen kosten pgb aan SVB
15.385
-
Nog te betalen kosten Algemeen
-
30.071
5.058.838
6.666.089
De nog te betalen kosten vallen volgens de definitie in artikel 48 van het BBV in de categorie ‘overige schulden'. In 2020 zijn geen verplichtingen opgenomen op de balans. De post overige nog te betalen kosten bestaat voornamelijk uit te verrekenen facturen van de zorgaanbieders. De betalingen aan de zorgaanbieders zullen in de eerste maanden van 2021 plaatsvinden.
6.2.4 Niet uit de balans blijkende verplichtingen
Huurverplichtingen Rogplus heeft vanaf 2021 een huurcontract voor het pand aan de Westlandseweg 1 in Maassluis. De huurovereenkomst loopt in eerste instantie tien. De huurverplichting voor de nieuwe locatie bedraagt ongeveerd 16.000 per maand.
Voorlopige Jaarstukken 2020 Rogplus
34
ICT-diensten Rogplus heeft een contracten met externe partijen voor IT- en telecommunicatiediensten. In 2020 is een Europese aanbesteding hiervoor gedaan. Vanaf mei 2021 gaan de aanbestede contracten in. De maandelijkse kosten van deze contracten zijn om en nabij C 17.000 per maand. In 2020 bedroegen de kosten voor systeembeheer C 220.000 en voor telefonie C 45.000. Naar verwachting zullen deze kosten met het ingaan van de nieuwe contracten dalen.
6.2.5 EMU-saldo Het EMU-saldo geeft het saldo van de inkomende en uitgaande geldstromen die daadwerkelijk in het kalenderjaar hebben plaatsgevonden. Hoewel het BBV voorschrijft dat gemeenschappelijke regelingen een berekening van het EMU-saldo opnemen in het jaarverslag, doet Rogplus dit niet. De reden hiervoor is dat Rogplus een stichting is.
6.3 Toelichting overzicht baten en lasten 6.3.1 Programma Wmo
Taxi- en vervoerskosten Begrotingsonderdeel Taxi- en vervoerskosten
Onderdeel Regiotaxi
Primaire
Gewijzigde
Werkelijk
Begroting
Begroting
2019
2020
2020
2020
4.446.494
4.471.000
4.719.900
4.286.337
Werkelijk
Individuele vervoerskosten
42.543
50.000
50.000
30.641
Overhead
186.310
349.615
318.500
347.227
4.675.347
4.870.615
5.088.400
4.664.205
Totaal Taxi- en vervoerskosten
De lasten voor de regiotaxi laten een onderschrijding op de begroting zien van ongeveer 100zó. Zoals eerder beschreven in het jaarverslag werden er tot medio maart 2020 ongeveer 4.500 ritten per week gemaakt door de Regiotaxi. Tijdens de eerste lockdown in 2020 werden er nog enkele honderden ritten per week gemaakt en eind 2020 lijkt het aantal ritten zich ongeveer te stabiliseren rond de 2.000 à 2.500 ritten per week. Het aantal declarabele kilometers was in 2020 fors lager dan de prognose bij het opstellen van de begroting. De onderschrijding valt lager uit dan het procentuele verlies van het aantal declarabele kilometers. Rogplus heeft, in lijn met de afspraken tussen VNG en het kabinet, met haar vervoerder een regeling getroffen die de continuïteit van de Regiotaxi borgt tot eind 2020.
Scootmobielen en rolvoorzieningen Begrotingsonderdeel Scootmobielen en rolvoorzieningen
Primaire
Gewijzigde
Werkelijk
Begroting
Begroting
Werkelijk
2019
2020
2020
2020
Scootmobielen
637.166
495.100
579.100
482.693
Autoaanpassingen ì -verstrekkingen
88.208
70.000
70.000
99.341
Handbewogen rolstoelen
369.951
175.000
254.900
311.817
Electrische rolstoelen
210.167
210.800
165.700
139.298
Sportvoorzieningen
7.550
15.000
15.000
30.757
Aandrijfunits en fietsen
245.922
190.000
415.200
268.566
Onderdeel
Kindvoorzieningen Onderhoud 1 depotkosten Overhead Totaal Scootmobielen en rolvoorzieningen
1.768.846
1.570.100
1.488.400
1.222.847
372.279
185.363
247.800
269.691
3.700.090
2.911.363
3.236.100
2.825.010
De lasten voor de scootmobielen en rolvoorzieningen laten op totaal niveau een onderschrijding zien. De verstrekkingen van rolvoorzieningen en de verdeling van de kosten over de verschillende begrotingsonderdelen fluctueren van jaartotjaar. De verschillende soorten voorzieningen laten plussen en minnen zien ten opzichte van de begroting. Per saldo zijn deze kosten in balans met de begroting. Op het onderhoud van rolvoorzieningen is wel significant minder uitgegeven dan begroot en dan in 2019. Dit is toe te schrijven aan de nieuwe contracten, waarin Rogplus niet meer betaalt voor Voorlopige Jaarstukken 2020 Rogplus
35
het in depot houden van niet in gebruik zijnde voorzieningen. Ook heeft Rogplus een (niet begrote) teruggave gekregen van leverancier Medipoint op een betaling voor een vervangingstraject uit 2017 en 2018.
Wonen Begrotingsonderdeel
Woonvoorzieningen
Onderdeel
Primaire
Gewijzigde
Werkelijk
Begroting
Begroting
Werkelijk
2019
2020
2020
2020
Verhuis- en inrichtingskosten
39.930
14.900
14.900
62.240
Roerende woonvoorzieningen
138.640
194.700
149.200
140.251
Woningaanpassingen
1.764.598
1.026.000
1.469.600
1.294.670
Onderhoud 1 reparatie
305.601
281.000
140.800
294.145
Overhead
164.075
115.064
121.600
131.474
2.412.843
1.631.664
1.896.100
1.922.780
Totaal Woonvoorzieningen
Op het gebied van Wonen komt het werkelijk uitgegeven bedrag dicht in de buurt van wat er begroot is. In 2020 vallen de kosten iets hoger uit dan begroot. De uitgaven zijn wel lager uit dan in 2019. De uitgaven voor woningaanpassingen blijven een onzekere factor. We zien de trend zich voortzetten dat steeds meer mensen gedwongen worden om langer zelfstandig thuis te blijven wonen omdat het aantal geschikte woningen schaars is. De kosten kunnen ineens stijgen als een grote woningaanpassing wordt opgeleverd. De kosten voor onderhoud en reparatie van woningaanpassingen vallen hoger uit dan begroot, omdat abusievelijk de kosten van het onderhoud aan niet-roerende woonvoorzieningen niet zijn opgenomen in de begroting. Dit is in 2021 gecorrigeerd.
Schoon Huis Begrotingsonderdeel
Schoon Huis
Onderdeel
Primaire
Gewijzigde
Werkelijk
Begroting
Begroting
2019
2020
2020
2020
Werkelijk
Algemene voorziening Schoon huis
-
-
16.645.600
10.545.276 522.089
Maatwerkvoorzieningen
-
-
3.040.500
Aanvullende algemene voorziening
-
-
440.400
754.573
Arrangementen 1 Overgangsrechten
-
-
-
7.310.866
Zorg in natura
16.166.224
HHT
813.734
pgb
748.996
Overhead Totaal Schoon Huis
18.449.000
-
-
-
-
880.000
543.500
-
442.000
1.219.201
1.103.785
1.172.700
1.274.288
18.948.155
20.432.785
21.842.700
20.849.092
Sinds 1 januari wordt hulp bij het huishouden als algemene voorziening aangeboden aan de inwoners van de MVS-gemeenten. Nieuwe en vervangende beschikkingen voor hulp bij het huishouden worden op basis van deze algemene voorziening verstrekt met aanvullend de mogelijkheid van een maatwerkvoorziening of de aanvullende algemene voorziening. De aanvullende algemene voorziening is bedoeld als opvolger van de in 2019 afgelopen regeling HHT (Huishoudelijke Hulp Toelage). In 2020 zijn alle arrangementen omgezet naar de nieuwe systematiek van de algemene voorziening met aanvullende mogelijkheden. Daarom heeft ROGplus in 2020 nog te maken met lasten voor overgangsrechten voor hulp bij het huishouden. Deze zijn niet als dusdanig begroot, maar zijn in de jaarcijfers wel zo inzichtelijk gemaakt. De lasten voor schoon huis laten een onderschrijding op de begroting zien van ongeveer 50Zo. Vanaf 2019 zijn de lasten voor schoon huis fors gestegen door de invoering van het abonnementstarief in combinatie met een stijging van de uurlonen als gevolg van de Algemene Maatregel van Bestuur reële prijs Wmo-2015. In 2019 steeg het aantal cliënten met gemiddeld 50 per maand en in 2020 is dat gemiddeld 25. Bij het opstellen van de begroting 2020 was rekening gehouden met een mindere afvlakking van de nieuwe instroom. Daarnaast maken minder cliënten gebruik van de maatwerkvoorziening schoon huis.
De COVID-19-pandemie heeft impact gehad op de lasten voor schoon huis. De meeste cliënten zijn voorzichtig en willen het aantal mensen in hun huis zo klein Voorlopige Jaarstukken 2020 Rogplus
36
mogelijk houden, dus ook de huishoudelijke hulp was bij een aantal cliënten (tijdelijk) niet meer welkom. Ook hier heeft Rogplus, in lijn met de afspraken tussen VNG en het kabinet, met haar zorgaanbieders een regeling getroffen over omzetgarantie tot 1 juli 2020.
Meedoen in de Stad Begrotingsonderdeel
Meedoen in de Stad
Onderdeel
Primaire
Gewijzigde
Werkelijk
Begroting
Begroting
2019
2020
2020
2020
4.848.345
Meedoen in de Stad - niet ouderen
-
-
10.227.800
Meedoen in de Stad - ouderen
-
-
2.514.800
Meedoen in de Stad 1 Begeleiding
-
-
Zorg in natura
12.953.620
12.878.700
pgb
2.272.813
2.590.000
Overhead Totaal Meedoen in de Stad
Werkelijk
276.068 5.779.339
-
2.227.090
2.227.400
1.088.074
1.179.423
1.240.500
1.348.453
16.314.507
16.648.123
16.210.500
14.479.295
Ook voor begeleiding bij sociaal en persoonlijk functioneren zijn nieuwe contracten afgesloten. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen begeleiding van cliënten met ouderdomsgerelateerde klachten (Meedoen in de Stad - ouderen) en cliënten met niet-ouderdomsgerelateerde klachten (Meedoen in de Stad - Niet-ouderen). Het contract Meedoen in de Stad - ouderen is op in de loop van het tweede kwartaal ingegaan. Het contract Meedoen in de Stad - niet-ouderen is ingegaan op 1 januari 2020. De eerste negen maanden van 2020 zijn een periode van zorgcontinuïteit en warme overdracht in het belang van de cliënt geweest. In deze periode hebben niet gegunde aanbieders hun cliënten overgedragen aan het consortium van aanbieders dat het contract gegund heeft gekregen. Tot 1 oktober 2020 bestonden de lasten uit zorgcontinuïteit van de oude contracten en zijn de lasten in de jaarcijfers als één post gepresenteerd. De lasten voor Meedoen in de Stad laten een onderschrijding op de begroting zien van ongeveer
^0%. In 2020 heeft Rogplus twee contracten afgesloten voor Meedoen in de Stad. Voor de doelgroep niet-ouderen is een contract op basis van populatiebekostiging afgesloten met ZorgSamen MVS. Voor de doelgroep niet-ouderen zijn contracten afgesloten op basis van cliëntgebonden budget met vier aanbieders van ouderenzorg. In 2020 zijn alle cliënten omgezet van de oude contractvoorwaarden naar de nieuwe contractvoorwaarden, waardoor het financiële effect per contract nog onvoldoende duidelijk is. Daarnaast heeft de COVID-19-pandemie een forse impact gehad op de contracten Meedoen in de Stad voor de doelgroep ouderen. De dagbestedingen zijn in 2020 een aantal maanden gesloten geweest. De onderschrijding is deels het gevolg van de nieuwe contracten en deels het gevolg van de COVID-19-pandemie.
Geclusterd Wonen Begrotingsonderdeel
Geclusterd wonen
Onderdeel
Geclusterd wonen
Totaal Geclusterd wonen
Primaire
Gewijzigde
Werkelijk
Begroting
Begroting
2019
2020
2020
2020
Werkelijk
-
-
2.130.700
1.697.081
-
-
2.130.700
1.697.081
De lasten van Geclusterd Wonen liggen lager dan begroot. Ook dit is het gevolg van de COVID-19pandemie. De instroom van bewoners in de locaties voor geclusterd wonen is sterk geremd door de en de coronamaatregelen en omdat vanwege de coronamaatregelen de kamers relatief lang leeg hebben gestaan.
Voorlopige Jaarstukken 2020 Rogplus
37
Tegemoetkoming meerkosten Begrotingsonderdeel Tegemoetkoming meerkosten
Onderdeel Tegemoetkoming meerkosten
Totaal Tegemoetkoming meerkosten
Primaire
Gewijzigde
Werkelijk
Begroting
Begroting
2019
2020
2020
2020
1.111.390
1.220.000
1.292.200
1.016.785
1.111.390
1.220.000
1.292.200
1.016.785
Werkelijk
Net als in eerdere járen, konden in 2020 cliënten met een laag inkomen en een langdurige indicatie Wmo of VWg aanspraak maken op een tegemoetkoming van 6 200 in de zorgkosten. Ook konden cliënten met een laag inkomen die hun eigen risico voor de zorgverzekering hebben verbruikt een tegemoetkoming van ê 200 aanvragen. Vanaf 2021 is deze regeling in Vlaardingen en Schiedam versoberd. Ten opzichte van 2019 zijn de uitgaven voor de regeling tegemoetkoming meerkosten gedaald. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat veel inwoners gewoonlijk het aanvraagformulier ophalen bij de wijkteams, maar dat zij door coronamaatregelen dit minder makkelijk hebben kunnen doen. Ook zijn, omdat de wijkteams niet konden worden bezocht, de medewerkers van de wijkteams minder in de gelegenheid geweest inwoners op de regeling te wijzen.
Projecten en innovaties Begrotingsonderdeel Projecten en innovatie
Onderdeel
Primaire
Gewijzigde
Werkelijk
Begroting
Begroting
Werkelijk
2019
2020
2020
2020
Projecten
47.286
180.500
180.500
91.331
Herindicaties
81.465
160.000
160.000
152.863
-
250.000
250.000
62.620
590.500
590.500
306.813
Innovaties
128.751
Totaal Projecten en innovatie
Begin 2020 zijn een aantal nieuwe contracten ingegaan. Deze nieuwe contracten hebben geresulteerd in grootschalige herindicatieprojecten zodat alle nog lopende indicaties herzien konden worden voor eind 2021. In totaal zijn ruim 2700 herindicaties uitgevoerd. Deze zijn deels gedaan door ingehuurde consulenten. De budgetten voor projecten en innovatie zijn beperkt benut. Uit deze middelen zijn de opzet van de website Fief bekostigd, de deelname van Rogplus aan een pilot ‘indicatiestelling jeugd’ bij het wijkteam in Maassluis en verschillende projecten voor collectieve woonvoorzieningen bekostigd.
Inkomsten Wmo Begrotingsonderdeel Inkomsten Wmo
Onderdeel Inkomsten Regiotaxi Eigen bijdragen Bijdrage aanvullende alg. vz. Schoon huis
Primaire
Gewijzigde
Werkelijk
Begroting
Begroting
2019
2020
2020
2020
-577.167
-544.000
-623.000
-344.049
-1.348.560
-1.850.000
-1.489.500
-1.129.415
-113.400
-194.478
-
-
Werkelijk
Onttrekking reserve HHT
-1.243.307
Bijdrage gemeenten
-44.122.049
-45.911.050
-50.061.300
-46.093.121
-47.291.083
-48.305.050
-52.287.200
-47.761.063
Totaal Inkomsten Wmo
-
-
-
De kosten van het Programma Wmo worden op de volgende manieren gedekt: »
Reqiotaxi. Cliënten betalen per rit met de Regiotaxi een eigen bijdrage. Als gevolg van de coronamaatregelen hebben cliënten aanzienlijk minder (declarabele) kilometers gereden met de Regiotaxi en zijn deze inkomsten lager dan begroot.
»
Eigen bijdragen: Cliënten betalen een eigen bijdrage wanneer ze vanuit de Wmo gebruik maken van huishoudelijke hulp, dagbesteding, logeren in een zorginstelling, elektrische deuropeners (bij de eigen voordeur), vlonders (bij de eigen voordeur), scootmobielen of begeleiding. De eigen bijdrage was in 2020 een abonnementstarief van C 19 per maand, ongeacht het aantal voorzieningen dat een cliënt heeft. Het Rijk heeft besloten dat cliënten in april en mei geen eigen bijdrage af moeten dragen. Hierdoor vallen de inkomsten lager uit dan begroot.
Voorlopige Jaarstukken 2020 Rogplus
38
Bijdrage gemeenten. Het verschil tussen de uitgaven en de inkomsten wordt gedekt door bijdragen van de MVS-gemeenten.
6.3.2 Programma Beschermd Wonen
Baten/
Onderdeel
Lasten Lasten
Gewijzigde
Begroting
Begroting
2019
2020
2020
2020
Werkelijk
Zorg in natura
15.077.702
15.877.000
15.687.500
15.484.669
pgb Overhead
2.409.727
2.129.000
2.539.900
2.852.493
167.600
171.000
246.500
246.500
17.655.029
18.177.000
18.473.900
18.583.662
17.655.029
18.177.000
18.473.900
18.583.662
Eigen bijdragen
-1.348.530
-1.200.000
-1.200.000
-1.139.189
Bijdrage gemeenten
-16.306.499
-16.977.000
-17.273.900
-17.444.473
Totaal Lasten Baten
Primaire Werkelijk
Totaal Baten
-17.655.029
-18.177.000
-18.473.900
-18.583.662
-17.655.029
-18.177.000
-18.473.900
-18.583.662
-
-
-
-
De lasten voor Beschermd Wonen vallen ruim C 100.000 hoger uit dan de begroting. De zorgkosten voor Beschermd Wonen zijn ongeveer conform begroting uitgevallen. De jaarcijfers Beschermd Wonen laten desondanks een beperkte overschrijding zien. Dit is het gevolg van corona-meerkosten De uitgaven voor Beschermd Wonen zijn weinig beïnvloed door de coronamaatregelen. Het aantal beschikbare plekken Beschermd wonen is in 2020 niet veranderd en de plekken zijn gedurende het gehele jaar bezet geweest. Cliënten die niet in een Beschermd Wonen-voorziening van de gecontracteerde aanbieders terecht konden zijn in een aantal gevallen uitgeweken naar Beschermd Wonen op basis van een pgb. Dit verklaart de stijging van de Pgb-lasten.
6.3.3 Programma Overhead Gewijzigde Werkelijk
Begroting
Werkelijk
2019
2020
2020
Taxi- en vervoerskosten
372.619
318.500
347.227
Scootmobielen en rolvoorzieningen
185.969
247.800
269.691
Woonvoorzieningen
164.075
121.600
131.474
Schoon Huis
1.219.201
1.172.700
1.274.288
Meedoen in de Stad
1.088.074
1.240.500
1.348.453
Beschermd Wonen
167.600
246.500
246.500
3.197.538
3.347.600
3.617.633
450.800
455.200
455.200
90.000
90.000
Overhead Direct
Totaal direct Indirect
Backoffice Jeugd Backoffice Leerlingen- en Jeugdhulpvervoer Overhead
3.368.254
4.029.800
3.367.920
Totaal indirect
3.819.054
4.575.000
3.913.120
Totaal
7.016.592
7.922.600
7.530.753
De totale overheadkosten bedroegen in 2020 C 7.530.752. Dit is een onderschrijding op ten opzichte van de begroting van C 391.847. De overheadkosten worden waar mogelijk en relevant doorberekend aan de directe begrotingsonderdelen. De doorberekening en de verdeling van doorberekende overheadkosten over de taakvelden gebeurt op basis van ervaringscijfers uit voorgaande járen. De totale doorberekening van de overheadkosten bedraagt C 3.617.633.
Voorlopige Jaarstukken 2020 Rogplus
39
Rogplus heeft in 2020 minder overheadkosten gemaakt dan begroot. Met name op het onderdeel 'salariskosten, sociale lasten en personeelskosten’ is een onderbesteding te zien. Dit heeft verschillende oorzaken. Zo hebben medewerkers als gevolg van de coronamaatregelen minder opleidingen kunnen volgen dan normaal en heeft Rogplus een aanzienlijke teruggave ontvangen voor salarislasten van een arbeidsongeschikt geraakte oud-medewerker. De kapitaallasten vallen hoger uit dan begroot door de (niet begrote) desinvesteringen van activa op de oude locatie van Rogplus. Het programma Overhead bevat de kosten van niet aan de andere begrotingsdelen toerekenbare overhead en de kosten van het contractmanagement voor de lokaal ingekochte jeugdzorg (alle MVSgemeenten) en de backoffice leerlingenvervoer en jeugdhulpvervoer (Maassluis en Schiedam). De omvang van het programma overhead bedroeg in 2019 Ç 3.913.120.
Baten/
Onderdeel
Lasten Lasten
Backoffice Jeugd
Gewijzigde
Werkelijk
Begroting
Begroting
Werkelijk
2019
2020
2020
2020
450.800
460.000
455.200
455.200
-
Backoffice Leerlingen- en Jeugdhulpvervoer
1.380.984
90.000
90.000
Overhead
1.987.270
3.802.503
4.029.800
3.367.920
3.819.054
4.262.503
4.575.000
3.913.120
3.819.054
4.262.503
4.575.000
3.913.120
Totaal Lasten Baten
Primaire
Onttrekking reserve HHT Bijdrage gemeenten
Totaal Baten
-12.313
-
-
-3.806.741
-4.262.503
-4.575.000
-3.913.120
-3.819.054
-4.262.503
-4.575.000
-3.913.120
-3.819.054
-4.262.503
-4.575.000
-3.913.120
-
Voorlopige Jaarstukken 2020 Rogplus
-
-
-
-
40
7. Wet Normering Topinkomens 7.1 Bezoldiging topfunctionarissen Op 1 januari 2013 is de Wet normering topinkomens (WNT) in werking getreden. De WNT is van toepassing op Rogplus. Het voor Rogplus toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2020 ë 194.000. Dit betreft een algemeen bezoldigingsmaximum. Net als in 2019 was in 2020 de heer Van Genabeek de enige bestuurder van de stichting Rogplus.
Leidinggevende topfunctionarissen en gewezen topfunctionarissen met dienstbetrekking. Tevens leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling:
bedragen x C 1 Functiegegevens5
Aanvang6 en einde functievervulling in 2019 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)7 Dienstbetrekking?8
2019
2020
AJ.G.M. van Genabeek
AJ.G.M. van Genabeek
Directeur 01/01 - 31/12
Directeur 01/01 - 31/12
1,0
1,0
ja
ja
C 102.837,-
C 115.278,-
C 17.754,C 120.591,-
C 19.649,C 134.927,-
0 194.000,-
C 194.000,-
N.v.t.
N.v.t.
0 120.591,-
C 134.927,-
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
| Bezoldiging9
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum10 -/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag11 Bezoldiging
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan12 Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling13
7.2 Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT Naast de hierboven vermelde topfunctionaris kende Rogplus in 2020 geen overige functionarissen met dienstbetrekking die in 2020 een bezoldiging boven het individuele WNT-maximum hebben ontvangen. Er zijn in 2020 geen ontslaguitkeringen betaald aan overige functionarissen die op grond van de WNT dienen te worden vermeld, of die in eerdere járen op grond van de WOPT of de WNT vermeld zijn of hadden moeten worden.
Voorlopige Jaarstukken 2020 Rogplus
41
BIJLAGEN 8. Bijlagen bij de jaarrekening 8.1 Controleverklaring VOLGT ALS BESCHIKBAAR
Voorlopige Jaarstukken 2020 Rogplus
42
t 8.2 Begrotingswijziging Medio 2019 is de primaire begroting 2020 van Rogplus vastgesteld. Op basis van voortschrijdende inzichten is begin 2020 voorgesteld deze primaire begroting te wijzigen. De wijziging is medio 2020 vastgesteld. De begrotingswijziging is voorgesteld voordat de COVID-19-pandemie uitbrak en houdt daarom geen rekening met de financiële effecten van de coronamaatregelen op de Wmo in de MVSgemeenten. Ook later in het jaar heeft Rogplus haar begroting niet aangepast op de financiële gevolgen van de coronamaatregelen. Rogplus gebruikt de zesmaandscijfers als ijkpunt om te bepalen of en hoe de begroting moet worden gewijzigd. Ten tijde van het opstellen van deze zesmaandscijfers waren er nog te veel onzekerheden op het verloop van de COVID-19-pandemie en het effect daarvan op de Wmo om de begroting voldoende betrouwbaar te kunnen wijzigen. Aan de begrotingswijziging 2020 liggen eerder genomen besluiten, bepalingen buiten de invloedssfeer van Rogplus en autonome ontwikkelingen ten grondslag. Sinds de invoering van het abonnementstarief voor de eigen bijdrage het aantal cliënten dat een beroep doet op Wmo-diensten en -voorzieningen gegroeid. Deze groei is sinds de COVID-19-pandemie gedempt. In de begrotingswijziging is rekening gehouden met ten tijde van het opstellen van de begrotingswijziging actuele inzichten in de ontwikkeling van het aantal cliënten.
Rogplus is nieuwe contracten aangegaan voor Schoon Huis en Meedoen in de Stad (niet-ouderen). Hierbij is, waar mogelijk, gekozen voor contractvormen die innovatie stimuleren en (zo) een remmende werking op de kostengroei hebben. Het financieel effect van deze contracten is verwerkt in de begrotingswijziging. Verder noden de aanpassingen in zowel de CAO voor thuiszorg-medewerkers als de CAO voor gemeenteambtenaren tot het aanpassen van de begroting. Ten slotte heeft Rogplus voor de voornaamste begrotingsposten de stand bepaald van de uitgaven en inkomsten over 2019 en deze geëxtrapoleerd naar 2020. Waar dit significant afwijkt van de primaire begroting 2020 wordt voorgesteld de begroting te wijzigen. De primaire begroting 2020 is op elf onderdelen aangepast.
1. Schoon Huis en Meedoen in de Stad. Na het vaststellen van de primaire begroting 2020 zijn nieuwe contracten gesloten voor Schoon Huis en Meedoen in de Stad. Deze nieuwe contracten zijn op 1 januari 2020 ingegaan. In deze contacten is rekening gehouden met de nieuwe CAO voor thuiszorgmedewerkers, wat een stijging van het uurtarief voor huishoudelijke hulp betekent. Met name bij Schoon Huis blijft het aantal cliënten sterker groeien dan voorzien. De impact en effecten van deze ontwikkelingen konden ten tijde van het opstellen van de begroting 2020 (medio 2019) nog niet worden voorzien. De inzichten van nu maken dat wij een realistischer beeld kunnen schetsen van de uitgaven in 2020. Rogplus heeft per gemeente een doorrekening gemaakt van de in 2020 verwachte uitgaven voor Schoon Huis en Meedoen in de Stad. In de doorrekening is rekening gehouden met de contractafspraken met de gegunde partijen, actuele uurtarieven (in overeenstemming met de AmvB reële prijs) en actuele inzichten in de verwachte ontwikkeling van de aantallen cliënten. De doorrekening toont dat de nieuwe contracten weliswaar voor een dempend effect op de kostenstijging zorgen (als we niets zouden doen zouden die kosten verder zijn gestegen), al wordt met name voor Schoon Huis niet voorkomen dat de kosten stijgen. «
Schoon Huis. Het aantal cliënten dat gebruik maakt van huishoudelijke hulp groeit sinds de invoering van het abonnementstarief in de MVS-gemeenten maandelijks met ongeveer 50. Ook omdat, kijkend naar de bevolkingssamenstelling van de MVS-gemeenten, het plafond voor potentiële cliënten die een beroep kunnen doen op huishoudelijke hulp vanuit de Wmo
Voorlopige Jaarstukken 2020 Rogplus
43
nog niet in zicht lijkt, is de verwachting dat de groei zich in 2020 voortzet. De uurtarieven voor huishoudelijke hulp zijn als gevolg van loonafspraken gestegen met '\3aZo. Met ingang van deze begrotingswijziging worden de te begrote bedragen gebaseerd op ervaringscijfers voor de gemiddelde kosten per cliënt per maand per gemeente. »
Meedoen in de Stad. Voor Meedoen in de Stad voor Niet-Ouderen zijn contracten afgesloten op basis van populatiebekostiging. In de begroting zijn de overeengekomen contractwaarden opgenomen. Vanaf 1 juli moeten alle cliënten bediend worden door het consortium dat dit contract uit zal voeren. Voor de bekostiging van deze overgang is een incidenteel budget voor zorgcontinuïteit begroot. De aanbesteding Meedoen in de Stad voor Ouderen wordt in de loop van 2020 voltooid. De begroting wordt voor dit onderdeel gebaseerd op een inschatting van de ontwikkeling van de aantallen cliënten en de gemiddelde prijs per cliënt.
»
Geclusterd Wonen. Geclusterd Wonen wordt als een aparte begrotingspost zichtbaar gemaakt in de begroting. Voorheen werden de kosten hiervan deels verantwoord onder huishoudelijke hulp en deels onder begeleiding. Onder Geclusterd Wonen vallen Argos Vertrouwd en Zeker (Maassluis), Pluswonen (Vlaardingen en Schiedam), de Westvest (Schiedam) en Enver Wonen (Schiedam).
2. Reqiotaxi. De kosten voor de Regiotaxi worden, conform contractafspraken, jaarlijks geïndexeerd met de NEA-index. Dit is een indexcijfer voor kosten in de taxibranche. De NEA-index is voor 2020 vastgesteld op 6,70Zo. Door de afschaffing van de teruggaveregeling BPM valt dit percentage incidenteel hoog uit. In de primaire begroting 2020 was rekening gehouden met een indexpercentage van 2,00z0. Voorgesteld wordt de begrote kosten voor de Regiotaxi te berekenen met de actueel vastgestelde NEA-index. In de hele regio is in 2019, in overeenstemming met de landelijke trend, het gebruik van de Regiotaxi toegenomen. Voor de begrotingswijziging is aangenomen dat de groei van het aantal declarabele kilometers zich in 2020 voortzet. De praktijk heeft geleerd dat door de coronamaatregelen niet is gebeurd. 3. Scootmobiels, rolvoorzieninaen en roerende woonvoorzieningen. Scootmobiels. rolvoorzieningen en roerende woonvoorzieningen worden door één leverancier vanuit één contract geleverd. Rogplus heeft de totale uitgaven in 2019 voor het verstrekken en onderhouden van deze voorzieningen bepaald. Hieruit volgt dat de in de primaire begroting 2020 opgenomen bedragen niet goed aansluiten op het beeld over 2019.
In de gewijzigde begroting zijn de in 2020 begrote bedragen gebaseerd op de werkelijke kosten in 2019, waarbij rekening is gehouden met de (gemiddelde) ontwikkeling van de aantallen verstrekkingen over de laatste járen en de in het contract met de leverancier opgenomen prijsindexatie. 4. Woningaanpassingen. Rogplus heeft een voorlopige eindstand over 2019 bepaald voor de kosten van woningaanpassingen. Vooral in het laatste kwartaal van 2019 zijn hiervoor veel uitgaven gedaan. Ook voor woningaanpassingen wordt voorgesteld de in 2020 begrote bedragen te baseren op de werkelijke kosten in 2019. De ontwikkeling van het aantal woningaanpassingen volgt de bevolkingsprognose in de MVS-regio en houdt rekening met de verschillen in de woningvoorraad per gemeente. De kosten zijn ten opzichte van 2019 geïndexeerd met 2,00/), zoals opgenomen in de contracten met de voornaamste leveranciers. 5. Tegemoetkoming meerkosten. Tot 2020 is de regeling tegemoetkoming meerkosten vooral in Vlaardingen en Maassluis actief onder de aandacht gebracht van de inwoners. Dit heeft in deze gemeenten geleid tot een groei van het aantal inwoners dat een beroep doet op de regeling. Rogplus heeft een voorlopige eindstand over 2019 bepaald voor de uitgaven voor de regeling tegemoetkoming meerkosten. Deze laat ten opzichte van eerdere járen een toename van de uitgaven zien.
De gewijzigde begroting is gebaseerd op de werkelijke kosten in 2019 en de actuele inzichten in de ontwikkeling van het aantal inwoners dat een tegemoetkoming in de meerkosten aanvraagt. 6. Eigen bijdrage Wmo. Hoewel Rogplus in de primaire begroting 2020 al rekening hield met een (forse) afname van de inkomsten uit eigen bijdragen als gevolg van de invoering van het abonnementstarief blijkt de terugloop in inkomsten sterker dan voorzien. De te verwachten Voorlopige Jaarstukken 2020 Rogplus
44
inkomsten uit eigen bijdrage zijn vooraf niet exact te voorspellen omdat er in deze berekening gegevens zitten waar Rogplus gezien de privacy wet geen inzage in heeft, zoals de inkomstengegevens van cliënten en hun volwassen huisgenoten. De voorspelling is gedaan op basis van gegevens die Rogplus wel in het bezit heeft in combinatie met historische trends. 7. Beschermd Wonen. Ook voor Beschermd Wonen is een voorlopige eindstand van de lasten en baten in 2019 opgemaakt. Ten opzichte van 2018 zijn de kosten in 2019 gestegen met 6JX. Ook de aantallen cliënten stijgen. In de begrotingswijziging is aangenomen dat deze stijging doorzet in 2020 en is de begroting 2020 gebaseerd op de werkelijke kosten 2019 8. CAO, In de loop van 2019 (na het vaststellen van de primaire begroting 2020) is een nieuwe CAO voor Gemeenteambtenaren vastgesteld. De salarisafspraken in deze CAO zijn van toepassing op het personeel van Rogplus. In de begrotingswijziging zijn de begrote personeelskosten aangepast op basis van de CAO-afspraken. 9. Taken Jeuadhulp en Leerlingenvervoer. Rogplus en de gemeenten zijn tot nieuwe afspraken gekomen over de invulling van de backofficetaken voor jeugdhulp (inclusief taken ten behoeve van de GR Jeugdhulp Rijnmond), leerlingenvervoer en jeugdhulpvervoer. Rogplus stelt voor de hierbij overeengekomen afspraken over de financiering te consolideren in de begroting.
IQ.Herindicaties Beschermd Wonen. Als gevolg van een wetswijziging gaat vanaf 2021 een deel van de cliënten Beschermd Wonen over van de Wmo naar de Wlz. Om deze stelselwijziging inhoudelijk en juridisch te begeleiden heeft Rogplus incidenteel extra capaciteit ingezet. 11 .Beqrotinqsstructuur. Rogplus gebruikte voorheen de term ‘taakvelden’ om de verschillende onderdelen van het programma Wmo aan te duiden. De accountant heeft Rogplus verzocht niet langer de term ‘taakvelden’ te gebruiken, omdat dit verwarring op kan roepen met de door het BBV voorgeschreven taakvelden. Rogplus stelt een nieuwe indeling in begrotingsonderdelen voor die aansluit op het BBV en de actuele benamingen van Wmo-diensten en -voorzieningen gebruikt.
Voorlopige Jaarstukken 2020 Rogplus
45
Programma
Baten/
Begrotingsonderdeel
Onderdeel
Lasten Wmo
Lasten
Taxi- en vervoerskosten
Regiotaxi Individuele vervoerskosten Overhead
Totaal Taxi- en vervoerskosten Scootmobìelen en rolvoorzieningen
Primaire
Gewijzigde
Begroting
Begroting
2020
2020
4.471.000
4.719.900
50.000
50.000
349.615
318.500
31.115
5.088.400
-217.785 -84.000
Scootmobìelen
495.100
579.100
Autoaanpassingen l -verstrekkingen
70.000
70.000
Handbewogen rolstoelen
175.000
254.900
-79.900
Electrische rolstoelen
210.800
165.700
45.100
Sportvoorzieningen
15.000
15.000
Aandrijfunits en ketsen
190.000
415.200
-225.200
1.570.100
1.488.400
81.700
Onderhoud 1 depotkosten Overhead Totaal Scoolmobielen en rolvoorzieningen
-
185.363
247.800
-62.437
2.911.363
3.236.100
-324.737
Verhuis- en inrichingskosten
14,900
14.900
Roerende woonvoorzieningen
194.700
149.200
45.500
Woningaanpassingen
1.026.000
1.469.600
-443.600
Onderhoud 1 reparatie
281.000
140.800
140.200
Overhead
115.064
121.600
-6.536
1.631.664
1.896.100
-264.436
Algemene voorziening Schoon huis
16.645.600
-16.645.600
Maatwerkvoorzieningen
3.040.500
-3.040.500
440.400
-440.400
Totaal Woonvoorzieningen Schoon Huis
-248.900
4.870.615
Kindvoorzieningen
Woonvoorzieningen
Verschil
Aanvullende algemene voorziening Arrangementen 1 Overgangsrechten Zorg in natura HHT pgb Overhead Totaal Schoon Huis Meedoen in de Stad
-
880.000 1.103.785
1.172.700
-68.915
21.842.700
-1.409.915
-
10.227.800
-10.227.800
Meedoen in de Stad - ouderen
-
2.514.800
-2.514.800
Meedoen in de Stad 1 Begeleiding
-
Zorg in natura
12.878.700
pgb
2.590.000
2.227.400
Overhead
1.179.423
1.240.500
-61.077
16.648.123
16.210.500
437.623
2.130.700
-2.130.700
2.130.700
-2.130.700
1.220.000
1.292.200
-72.200
1.220.000
1.292.200
-72.200
Projecten
180.500
180.500
-
Herindicaties
160.000
160.000
-
Innovaties
250,000
250.000
-
590.500
590.500
48.305.050
52.287.200
Geclusterd wonen
Tegemoelkoming meerkosten
Totaal Tegemoetkoming meerkosten Projecten en innovatie
Totaal Projecten en innovatie
Totaal Lasten Baten
Inkomsten Wmo
336.500
20.432.785
-
Totaal Geclusterd wonen Tegemoetkoming meerkosten
-
543.500
Meedoen in de Stad - nietouderen
Totaal Meedoen in de Stad Geclusterd wonen
18.449.000
18.449.000
Inkomsten Regiotaxi
12.878.700 362.600
-
•3.982.150
-544.000
-623.000
79.000
-1.850.000
-1.489.500
-360.500
-113.400
113.400
-45.911.050
-50.061.300
4.150.250
-48.305.050
-52.287.200
3.982.150
■48.305.050
-52.287.200
3.982.150
Zorg in natura
15.877.000
15.687.500
189.500
pgb
2.129.000
2.539.900
-410.900
Eigen bijdragen Bijdrage aanvullende alg. vz. Schoon huis Onttrekking reserve HHT Bijdrage gemeenten Totaal Inkomsten Wmo
Totaal Baten
-
Totaal Wmo BW
Lasten
Beschermd Wonen
Overhead Totaal Beschermd Wonen
Totaal Lasten Baten
Beschermd Wonen
Eigen bijdragen Bijdrage gemeenten
Totaal Beschermd Wonen
Totaal Baten Totaal BW Overhead
Lasten
Overhead
Backoffice Jeugd Backoffice Leerlingen- en Jeugdhulpvervoer Overhead
Totaal Overhead
Totaal Lasten Baten
Overhead
Onttrekking reserve HHT Bijdrage gemeenten
Totaal Overhead
Totaal Baten
171.000
246.500
-75.500
18.177.000
18.473.900
-296.900
18.177,000
18.473.900
•296.900
-1.200.000
-1.200.000
-16.977.000
-17.273.900
296.900
-18.177.000
-18.473.900
296.900
■18.177.000
-18.473.900
296.900
.
.
.
460.000
455.200
4.800
90.000
-90.000
4.029.800
-227.297
4.262.503
4.575.000
-312.497
4.262.503
4.575.000
■312.497
-4.262.503
-4.575,000
312.497
-4.262.503
-4.575.000
312.497
-4.262.503
•4.575.000
312.497
3.802.503
-
Totaal Overhead Eindtotaal
Voorlopige Jaarstukken 2020 Rogplus
46
8.3 Specificatie kosten en baten 8.3.1 Totaal Programma
Baten/
Begrotingsonderdeel
Onderdeel
Lasten Wmo
Lasten
Taxi- en vervoerskosten
Regiotaxi
2020
2020
2020
4.446.494
4.471.000
4.719.900
4.286.337
42.543
50.000
50.000
30.641
349.615
318.500
347.227
4.675.347
4.870.615
5.088.400
4.664.205
Scoolmobielen
637.166
495.100
579.100
482.693
Autoaanpassingen 1 -verstrekkingen
88.208
70.000
70.000
99.341
Handbewogen rolstoelen
369.951
175.000
254.900
311.817
Electrische rolstoelen
210.167
210.800
165.700
139.298
Sportvoorzieningen
7.550
15.000
15.000
30.757
Aandrijfünits en fietsen
245.922
190.000
415.200
268.566
1.222.847
Overhead Totaal Scootmobielen en rolvoorzieningen
-
-
1.768.846
1.570.100
1 488.400
372.279
185.363
247.800
269.691
3.700.090
2.911.363
3.236.100
2.825.010
Verhuis- en inrichtingskosten
39.930
14.900
14.900
62.240
Roerende woonvoorzieningen
138.640
194.700
149.200
140.251
Woningaanpassingen
1.764.598
1.026.000
1.469.600
1.294.670
Onderhoud 1 reparatie
305.601
281.000
140.800
294.145
Overhead
164.075
115.064
121.600
131.474
2.412.843
1.631.664
1.896.100
1.922.780
16.645.600
10.545.276
Totaal Woonvoorzieningen Algemene voorziening Schoon huis
-
Maatwerkvoorzieningen
-
-
Aanvullende algemene voorziening
3.040.500
522.089
440.400
754.573 7.310.866
Arrangementen 1 Overgangsrechten Zorg in natura
16.166.224
18.449.000
-
HHT
813.734
pgb
748.996
880.000
543.500
442.000
1.219.201
1.103.785
1.172.700
1.274.288
18.948.155
20.432.785
21.842.700
20.849.092
10.227800
4.848.345
Overhead Totaal Schoon Huis Meedoen in de Stad
Meedoen in de Stad - niet ouderen
-
-
2.514.800
Meedoen in de Stad - ouderen Meedoen in de Stad 1 Begeleiding
2.590.000
2.227.400
Overhead
1.088.074
1.179.423
1.240.500
1.348.453
16.314.507
16.648.123
16.210.500
14.479.295
Geclusterd wonen
Tegemoetkoming meerkosten
-
2.130.700
1.697.081
-
-
2.130.700
1.697.081
1.111.390
1.220.000
1.292.200
1.016.785
1.111.390
1.220.000
1.292.200
1.016.785
Projecten
47.286
180.500
180.500
91.331
Herindicaties
81.465
160.000
160.000
152.863
Totaal Lasten Inkomsten Regiotaxi Eigen bijdragen Bijdrage aanvullende alg. vz. Schoon huis
250.000
250.000
62.620
128.751
590.500
590.500
306.813
47.291.083
48.305.050
52.287.200
47.761.063
-577.167
-544.000
-623.000
-344.049
-1.348.560
-1.850.000
-1.489.500
-1.129.415
-113.400
-194.478
-
-1.243.307
Bijdrage gemeenten
-44.122.049
-45.911.050
-50.061.300
-46.093.121
-47.291.083
-48.305.050
-52.287.200
-47.761.063
■47.291.083
-48.305.050
•52.287.200
-47.761.063
Totaal Baten Totaal Wmo
* Lasten
Beschermd Wonen
Wonen
Zorg in natura
15.077.702
15.877.000
15.687.500
15.484.669
pgb
2.409.727
2.129.000
2.539.900
2.852.493
167.600
171.000
246.500
246.500
17.655.029
18.177.000
18.473.900
18.583.662 18.583.662
Overhead Totaal Beschermd Wonen
17.655.029
18.177.000
18.473.900
Eigen bijdragen
-1.348.530
-1.200.000
-1.200.000
-1.139.189
Bijdrage gemeenten
-16.306.499
-16.977.000
-17.273.900
-17.444.473
-17.655.029
-18.177.000
-18.473.900
-18.583.662
•17.655.029
■18.177.000
•18.473.900
-18.583.662
455.200
Totaal Lasten Baten
Beschermd Wonen Totaal Beschermd Wonen
Totaal Baten Totaal BW Overhead
-
Onttrekking reserve HHT
Totaal Inkomsten Wmo
Beschermd
2.227.090
-
Innovaties
Inkomsten Wmo
-
12878.700
2.272.813
Toteal Projecten en innovatie
Baten
276.068 5.779.339
12.953.620
Totaal Tegemoetkoming meerkosten Projecten en innovatie
-
pgu
Totaal Geclusterd wonen Tegemoetkoming meerkosten
-
Zorg in natura
Totaal Meedoen in de Stad Geclusterd wonen
Werkelijk
186.310
Onderhoud 1 depolkosten
Schoon Huis
Begroting
2019
Individuele vervoerskosten
Kindvoorzieningen
Woonvoorzieningen
Gewijzigde
Begroting
Overhead Totaal Taxi- en vervoerskosten Scootmobielen en rolvoorzieningen
Primaire Werkelijk
Lasten
Overhead
450.800
460.000
455.200
Backoffice Leerlingen- en Jeugdhulpvervoer
1.380.984
-
90.000
90.000
Overhead
1.987.270
3.802.503
4.029.800
3.367.920
3.819.054
4.262.503
4.575.000
3.913.120
3.819.054
4.262.503
4.575.000
3.913.120
-3.806.741
-4.262.503
-4.575.000
-3.913.120
-3.819.054
-4.262.503
-4.575.000
-3.913.120
•3.819.054
•4.262.503
•4.575.000
■3.913.120
Backoffice Jeugd
Totaal Overhead Totaal Lasten Baten
Overhead
Onttrekking reserve HHT Bijdrage gemeenten
Totaal Overhead Totaal Baten Totaal Overhead
-12.313
-
Eindtotaal
Voorlopige Jaarstukken 2020 Rogplus
47
8.3.2 Maassluis
Voorlopige Jaarstukken 2020 Rogplus
48
Programma
Baten/
Begrotingsonderdeel
Primaire
Gewijzigde
Werkelijk
Begroting
Begroting
Werkelijk
2019
2020
2020
2020
869.541
816.000
992.100
851.912
Individuele vervoerskosten
7.063
10.000
10.000
3.749
Overhead
31.673
62.931
57.300
62.501
Onderdeel
Lasten Wmo
Lasten
Taxi-en vervoerskosten
Regiotaxi
908.277
888.931
1.059.400
918.161
Scoolmobielen
119,635
97.700
117.000
78.793
Autoaanpassingen 1 -verstrekkingen
13.185
8.000
8.000
20.531
Handbewogen rolstoelen
60.112
33.400
34.200
48.630
Electrische rolstoelen
25.939
40.500
25.100
7.573
Sportvoorzieningen
4.410
5.000
5.000
7.104
Aandrijfunits en fietsen
28.874
50.000
52.000
61.626
Totaal Taxi- en vervoerskosten Scootmobielen en rolvoorzieningen