Bijlage Tweede bestuursrapportage 2025 incl bijlage rapport BMC
Tekst van het document
2e
Bestuursrapportage 2025 Stroomopwaarts SAMEN STERK DOOR WERK
1
Voorwoord Voor u ligt de tweede Bestuursrapportage over 2025 van de Gemeenschappelijke Regeling Stroomopwaarts, waarin wij verantwoording afleggen over de uitvoering in de periode januari tot en met augustus. De Bestuursrapportage rapporteert over afwijkingen ten opzichte van de eerste begrotingswijziging 2025 die in juli is vastgesteld door het Algemeen Bestuur van Stroomopwaarts. De meeste prestatie indicatoren bevestigen de positieve ontwikkelingen van de eerste rapportage: de toename van het aantal bijstandsuitkeringen is minimaal en veel lager dan begroot. Mede hierdoor zijn de verstrekkingen in deze prognose 2% lager (€ 2,5 mln.) In september is door het Dagelijks Bestuur het implementatieplan Ombuigingen vastgesteld. In de voorbereiding op het implementeren van de ombuigingen voor 2026 zijn veel afdelingen al gestart met het kritisch beoordelen van bestaande processen. Samen met enkele incidentele baten is het saldo van de uitvoeringskosten daardoor al in 2025 al veel lager. De vijf belangrijkste positieve financiële effecten zijn: 1. 2. 3. 4. 5.
Reeds geanticipeerde bezuinigingen 2026 voorzien in het implementatieplan (€ 1,6 mln.) Lagere personeelskosten door een lagere stijging ambtelijke cao dan begroot (€ 0,4 mln.) Hogere rentebaten (€ 0,4 mln) Grotendeels incidentele extra externe subsidies, zoals ESF, over 2024 en 2025 € 1,2 mln. Incidentele meevaller voorziening uitvoeringsbijdrage Schuldhulpverlening (€ 0,55 mln.)
In het totaal kunnen de gemeentelijke dekkingsmiddelen met € 5,2 mln naar beneden worden bijgesteld (-2,8%). Daarnaast is het verwachte resultaat op de definitieve BUIG middelen € 8 mln: dit is € 1 mln beter dan vorig jaar. Daarnaast is het van belang om te investeren in de organisatie. De situatie van de huisvesting van de werkleerbedrijven is nog niet op orde. In afwachting van de definitieve jaarcijfers, is het voorlopige voorstel om € 1 mln. te bestemmen voor verbetering van de huisvesting. Dit is voor de financiering van het project voor de verbetering van de inrichting van de werkleerbedrijven. Daarnaast is er de technische verschuiving bij Schuldhulpverlening van voorziening naar een nieuwe bestemmingsreserve Schuldhulpverlening van € 0,55 mln. Het positieve financiële resultaat van dit jaar is het directe gevolg van zowel incidentele meevallers als de inzet en het harde werken van onze medewerkers. Wij willen onze medewerkers dan ook complimenteren met het feit dat we, ondanks de aanhoudende druk op de formatie, erin zijn geslaagd om goede resultaten te behalen. Tegelijkertijd realiseren we ons dat de werkdruk voor onze medewerkers hoog blijft. Voor de komende jaren zullen we onze middelen hard nodig hebben om gezond en effectief te kunnen blijven werken.
Het is daarom van groot belang om alert te blijven op de balans tussen resultaten en draagkracht, zodat we ook in de toekomst onze opgave duurzaam kunnen blijven vervullen. Er is ook een 2e begrotingswijziging opgesteld die overeenkomt met de prognose van deze Bestuursrapportage. Voor begrotingswijzigingen die geen wijziging van de deelnemersbijdragen tot gevolg hebben wordt geen zienswijzenprocedure gevolgd. De bestemming van het resultaat gebeurt bij het vaststellen van de jaarrekening door het Algemeen Bestuur. Hoogachtend, Het Dagelijks Bestuur van Stroomopwaarts MVS
de secretaris
de voorzitter
A. Zwaga
A.N. Biekman
2
Management Samenvatting In het kader van de periodieke sturings- en verantwoordingscyclus treft u bijgaand een overzicht aan van: • • • •
De vijf meest significante ontwikkelingen ten aanzien van de Prestatie Indicatoren, zoals voorgesteld in de begrotingswijziging 2025; De voornaamste financiële afwijkingen ten opzichte van de begroting; De vijf belangrijkste risico’s en kansen die op dit moment impact kunnen hebben op het realiseren van de doelstellingen van Stroomopwaarts; Beleidsontwikkelingen.
Dit overzicht biedt inzicht in waar bijsturing noodzakelijk is en dient ter ondersteuning van strategische en tactische besluitvorming binnen de organisatie, door de bestuurders en door de MVS-gemeenten. Vijf voornaamste prestatie indicatoren EFFECT
INDICATOR INKOMEN
Gemiddeld aantal uitkeringen Gewijzigde begroting 2025: 5.469 2025 t/m augustus: 5.353 (-2,1%)
Resultaat
Op dit moment ligt het aantal uitkeringen 2,1% onder het gemiddeld aantal uitkeringen in de gewijzigde begroting 2025. Vorig jaar is het aantal uitkeringen met 3,5% gestegen tot 5.353 eind december 2024. In de eerste acht maanden van 2025 is het aantal uitkeringen nagenoeg stabiel; een minimale stijging van 15 uitkeringen. Onderstaand de bestandsontwikkeling per gemeente, afgezet tegen de prognose van de Begroting 2025 (na 1e begrotingswijziging): Gemiddeld aantal Eindstand Eindstand 2025 Begroting Afwijking uitkeringen dec 2024 aug 2025 Gemiddeld 2025 (1e t.o.v. t/m aug wijziging) Begroting Maassluis 791 801 797 819 -2,7% Vlaardingen 2.334 2.357 2.346 2.397 -2,1% Schiedam 2.228 2.207 2.210 2.253 -1,9% Stroomopwaarts 5.353 5.368 5.353 5.469 -2,1%
Oorzaak
Het aantal uitkeringen is afhankelijk van het aantal inwoners dat instroomt in de uitkering en het aantal inwoners dat uitstroomt uit de uitkering. • De instroom in 2025 tot en met augustus is 29% lager dan vorig jaar over dezelfde periode. Door het Poortinstrument krijgen inwoners die direct kunnen werken meteen een baan aangeboden in plaats van een uitkering. Daarnaast wordt bij de aanvraag van een uitkering goed gekeken of de bijstandsuitkering de juiste ondersteuning is voor een inwoner. Als er sprake is van een voorliggende voorziening, bijvoorbeeld een WW of ziektewetuitkering, dan wordt de inwoner hier naartoe verwezen. • De uitstroom is tot en met augustus 2025 met 14% gedaald ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Wel is de gerealiseerde uitstroom duurzaam; slechts 7,5% van de inwoners die uitstromen, doet binnen twaalf maanden opnieuw een beroep op de uitkering. Uit een benchmarkvergelijking blijkt dat organisaties van vergelijkbare omvang een herinstroompercentage van meer dan 12% kennen. Om het aantal uitkeringen onder het aantal uit de begroting te houden, wordt ingezet op de volgende activiteiten: • De focus blijft op duurzame uitstroom. Door te werken aan een goede match tussen inwoner en werkgever, vergroten we de kans op een goede plaatsing en duurzame uitkeringsonafhankelijkheid.
• We blijven inzetten op het verlagen van de instroom door het inzetten van een effectieve poortaanpak.
Acties
3
PRESATIE INDICATOR WERK Resultaat Oorzaak
Acties
PRESTATIE INDICATOR WERK Resultaat
Oorzaak
Acties
Aantal matches Werkgeversdienstverlening Gewijzigde begroting 2025: 275 2025 t/m augustus: 222 (81%) Tot en met augustus zijn er 222 matches gerealiseerd. Als het aantal matches tot en met augustus wordt geëxtrapoleerd over het gehele jaar, dan wordt de doelstelling van 275 ruimschoots behaald (333 matches). • De eerste effecten van de klantreis en de sectorale aanpak beginnen nu concreet zichtbaar te worden; het aantal matches en duurzame plaatsingen uit de uitkering stijgt. • Tegelijkertijd zijn er nog verbeterpunten die vragen om procesoptimalisatie en een betere samenwerking en afstemming. Om het aantal matches vanuit team WGDV de komende periode nog verder te laten stijgen wordt ingezet op de volgende activiteiten: • Aanpassen werkwijze van team WGDV door de functies van Accountmanager en Matchmaker te integreren. Hiermee worden de onderdelen matching en werkgeversbenadering gecombineerd in één functie. Deze aanpassing draagt bij aan het verder inrichten van de sectorale aanpak en verhoogt de kans op het realiseren van een passende match. • Werkprocessen van de teams Ontwikkeling en WGDV worden verder geoptimaliseerd en op elkaar afgestemd.
Gemiddeld aantal banen met Loonkostensubsidie (LKS), zoals banenafspraak Gewijzigde begroting 2025: 500 2025 t/m augustus: 445 (-11%) We zien een stijging in het aantal banen met LKS. Eind 2024 was dit aantal 425. Augustus 2025 zijn er 445 banen met LKS gerealiseerd. Met gerichte acties in de laatste maanden van 2025 verwachten we de doelstelling van 500 LKS banen te halen. Omdat het aantal van 500 naar verwachting pas aan het eind van het jaar wordt gerealiseerd, zal het gemiddeld aantal LKS banen lager uitkomen. Naar verwachting tussen de 450 en 475. Hiermee zal de doelstelling voor ca. 95% worden gerealiseerd. • Veelal zijn er meerdere plaatsingen nodig om een medewerker duurzaam aan de slag te krijgen (en houden). Dit maakt dat er meer plaatsingen zijn gerealiseerd dan het aantal actuele LKS banen. • Team WGDV is momenteel onder bezet, waardoor er een achterstand op de planning is ontstaan. Om het aantal LKS banen de komende periode verder te laten stijgen wordt ingezet op de volgende activiteiten: • Blijvende focus op forfaitaire LKS als kans voor opdrachtgevers. Hiervoor is recent promotiemateriaal ontwikkeld. • Screenen van de wachtlijst voor nieuw beschut werk, met als doel te beoordelen of kandidaten in aanmerking komen voor een dienstverband met loonkostensubsidie. Per 1 oktober is er financiële ruimte beschikbaar voor 15 extra beschutte werkplekken.
PRESTATIE INDICATOR WLB
WSW en Beschut gemiddelde dekking loonkosten door opbrengsten Gewijzigde begroting 2025: 33% 2025 t/m augustus: 28% (-5%)
Resultaat
De eerste maanden van het jaar waren, net als in andere jaren, minder gevuld met opdrachten. Hierdoor bleef productie iets achter. Inmiddels is de orderportefeuille goed gevuld. Desondanks is de verwachting dat 33% dekking dit jaar niet zal worden gerealiseerd. • Het aantal Wsw-medewerkers daalt steeds verder. Hiervoor komen nieuwe medewerkers beschut in de plaats. De doelgroep beschut heeft gemiddeld een lagere productiviteit. Deze ontwikkeling zal naar de toekomst toe verder toenemen. • Een aantal grote opdrachtgevers heeft gedurende langere tijd de overeengekomen productieafspraken niet volledig nageleefd. Hierdoor blijft gereserveerde productiecapaciteit deels onbenut. De vrijgekomen productieruimte moet op korte termijn worden ingevuld met minder optimale opdrachten en/of bestaande opdrachten moeten worden herverdeeld om te voorkomen dat medewerkers zonder werk komen te zitten. Om de dekking van de loonkosten te laten stijgen wordt ingezet op de volgende activiteiten: • We voeren gesprekken met huidige opdrachtgevers om ervoor te zorgen dat samenwerkingsafspraken worden nagekomen of herzien. Het is belangrijk dat er reële werkafspraken worden gemaakt waarop wij kunnen vertrouwen en onze productiecapaciteit op in kunnen plannen.
Oorzaak
Acties
4
•
•
PRESTATIE INDICATOR INBURGERING
Resultaat
Acties
Door de veranderende samenstelling van de doelgroep wordt het steeds lastiger het afgesproken percentage voor dekking van de loonkosten te realiseren. In de Strategische Nota Werk en Inkomen 2026 is een gesprek over herziening van de KPI opgenomen. Stroomopwaarts zal in de komende periode met de MVS-gemeenten in overleg treden om te komen tot een passende en robuuste KPI op dit onderwerp. Voor de zoektocht naar strategische partners en geschikte opdrachten wordt een tijdelijke senior Accountmanager aangesteld. Deze accountmanager heeft als taak om rendabel werk te genereren voor het Werkontwikkelbedrijf. De opdracht bestaat uit het verwerven van omvangrijke en langdurige opdrachten die aansluiten bij de capaciteiten van de medewerkers.
Het percentage dat voldoet aan de inburgeringsverplichting binnen de vastgestelde termijn Gewijzigde begroting 2025: 80% 2025 t/m augustus: : 91,5% In 2022 zijn in totaal 212 migranten gestart met een inburgeringstraject. Na start heeft een inburgeraar 3 jaar de tijd om aan de inburgeringsverplichting te voldoen. De trajecten gestart in 2022 worden in de loop van 2025 afgerond. Op dit moment zijn 70 inwoners (55 statushouders en 15 gezinsmigranten) aan het einde van hun inburgeringstermijn gekomen. 64 van deze 70 inburgeraars hebben hun inburgeringsexamen behaald. De overige 6 inwoners (5 statushouders en 1 gezinsmigrant) loopt uit de inburgeringstermijn. Hiermee is een slagingspercentage bereikt van 91,5%. Een groot deel van de inburgeraars zijn pas tegen het einde van 2022 zijn gestart met hun traject, inzicht in de resultaten van deze groep zullen pas eind 2025 bekend zijn. In de basis is de inburgeringstermijn vastgesteld op 3 jaar, binnen deze termijn moet de inburgeraar aan de inburgeringsverplichting voldoen. Bij aantoonbare redenen waarom het niet is gelukt om binnen deze termijn aan de verplichtingen te voldoen, biedt de wet mogelijkheden voor een verlenging. Denk aan medische redenen of analfabetisme. De eerste aanvragen voor verlenging zijn ingediend bij DUO.
5
Prognose 2025 Onderstaande tabel is een samenvatting van de prognose per programma. In de tabel worden de mutaties ten opzichte van de 1e begrotingswijziging 2025 inzichtelijk. In bijlage 2 zijn de gedetailleerde prognoses voor 2025 per programmaonderdeel opgenomen. Overzicht programma's (in Euro x 1 mln) Inkomen Werk Werkleerbedrijf Inburgering Bedrijfsvoering/Overhead Vennootschapsbelasting Onvoorzien Impl. Ombuigingen Dekkingsmiddelen Totaal Baten & Lasten Reservemutaties Resultaat
1e begrotingswijziging 2025 Baten Lasten Saldo
Mutatie Berap2
Prognose Berap 2
8,5 2,2 7,1 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 188,7
-135,9 -14,2 -31,8 -5,3 -19,8 0,0 -0,2 -0,4 0,0
-127,4 -12,0 -24,6 -5,3 -19,8 0,0 -0,2 -0,4 188,7
2,3 1,2 0,4 1,7 1,1 0,0 0,3 0,0 -5,2
-125,2 -10,8 -24,2 -3,6 -18,6 0,0 0,1 -0,4 183,5
206,5 3,1 209,6
-207,6 -1,9 -209,6
-1,2 1,2 0,0
1,8 -0,3 1,55
0,7 0,9 1,5
Op hoofdlijnen zijn er enkele belangrijke ontwikkelingen. Mede door enkele incidentele baten is het totale saldo van baten en lasten in de prognose beter dan begroot. De zes belangrijkste positieve financiële effecten zijn: 1. Verstrekkingen zijn in deze prognose 2% lager (€ 2,5 mln.) 2. Reeds geanticipeerde bezuinigingen 2026 voorzien in het implementatieplan (€ 1,6 mln.) 3. Lagere personeelskosten door een lagere stijging ambtelijke cao dan begroot (€ 0,4 mln.) 4. Hogere rentebaten: € 0,4 mln., waarvan € 0,25 mln. structureel (Overhead) 5. Grotendeels incidentele extra externe subsidies, zoals ESF, over 2024 en 2025 € 1,2 mln. 6. Incidentele meevaller voorziening uitvoeringsbijdrage Schuldhulpverlening (0,55 mln.) Door deze positieve effecten zijn de algemene dekkingsmiddelen van gemeenten in de prognose met 5,2 mln. naar beneden bijgesteld (-2,8%). Daarnaast is het van belang om te investeren in de organisatie. Het verwachte resultaat in de prognose is € 1,55 mln. Dit resultaat kan door het bestuur bij het vaststellen van de jaarrekening worden bestemd. De situatie van de huisvesting van de werkleerbedrijven is nog niet op orde.
In afwachting van de definitieve jaarcijfers, is het voorlopige voorstel om € 1 miljoen van de incidentele baten in de jaarrekening bij vaststelling (in mei) te bestemmen voor verbetering van de inrichting van de huisvesting van de werkleerbedrijven. Tevens zijn er nog aanpassingen nodig in de structuur en installaties van deze gebouwen. Het resultaat van € 0,55 mln. betreft een technische overboeking van het voorziene bedrag van de bemiddelingsbijdrage vanaf de balans naar een bestemmingsreserve, bedoeld voor extra ondersteuning van cliënten in de schuldhulpverlening. De keuze voor een nieuwe bestemmingsreserve Schuldhulpverlening is echter aan het bestuur. Deze bestemmingsreserves worden opgenomen in de 1e begrotingswijziging 2026 met zienswijze.
Impact Dekkingsmiddelen In bijlage 3 staat het overzicht met de impact van de prognose op de dekkingsbijdrage per gemeente.
6
Programma Dekkingsmiddelen Gemeenten Verstrekkingen Uitvoeringskosten Overige bijdragen Totaal Baten & Lasten Reservemutaties Resultaat
1e begrotingswijziging 2025 Baten Lasten Saldo 118,7 70,1 -0,1 188,7 2,1 190,7
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
118,7 70,1 -0,1 188,7 2,1 190,7
Mutatie Berap2 -2,5 -2,7 0,0 -5,2 0,0 -5,2
Prognose Berap2 116,2 67,3 -0,1 183,5 2,1 185,5
De dekking van de dienstverlening is ingedeeld in onderstaande onderdelen: 1. Verstrekkingen zijn in deze prognose 2% lager (€ 2,5 mln.) door lagere inzet voor de openeinde regelingen loonkostensubsidie (€ 0,7 mln.), bijdrage inkomensvoorziening (€ 0,6 mln.), armoedevoorziening (€ 0,2 mln.) en inburgeringstrajecten (€ 1,7 mln.). Voor gemeenten is het financieel voordeel beperkt tot € 1,4 mln. doordat het voordeel voor inburgering wordt verrekend met lagere inkomsten in de specifieke uitkering (SPUK). 2. De dekking voor de uitvoeringskosten zijn 5% lager (€ 2,7 mln.) dan de 1e begrotingswijziging 2025, dit heeft in deze prognose gevolgen op de gemeentelijke bijdrage. 3. Bij de overige bijdragen 2025 zijn geen wijzigingen. Eind september zijn de definitieve BUIG cijfers voor 2025 bekendgemaakt. Vorig jaar was het resultaat voor de MVS-gemeenten 7 miljoen positief (door een andere verdeelsystematiek is dit neutraal voor Maassluis). Op basis van de prognose van de netto lasten van de uitkeringen en de LKS wordt deze lijn voortgezet. Het verwachte resultaat van € 8 mln is hiermee zelfs € 1 mln beter dan vorig jaar. Met andere woorden: er zijn ongeveer 400 uitkeringen minder dan verwacht volgens het objectieve BUIG verdeelmodel. Dit is een goed meetinstrument voor de effecten van de dienstverlening van Stroomopwaarts.
Kansen en Risico’s De belangrijkste kansen en risico’s ten aanzien van het realiseren van de prognose zijn: 1. Risico: 1% hogere lasten voor uitkeringen (€ 1.000k). De lasten per uitkering zijn voorlopig lager dan voorzien in de begroting. De stijging van het WML, als basis het vaststellen van de normbedragen voor uitkeringen, bedraagt 2,4% in juli. Deze stijging is meegenomen in de berekening van de omvang van het risico. 2. Kans: € 300k lagere uitvoeringskosten doordat enkele vacatures in aanloop op de bezuinigingen al in 2025 niet meer worden ingevuld. Veel managers zijn in de loop van 2025 al voorzichtig met het invullen van vacatures. Hierdoor staat de uitvoering op bepaalde plekken wel onder druk. Daarom is de verwachting dat meer tijdelijke inzet nodig is. 3. Kans: 0,5% lagere lasten voor uitkeringen (€ 500k) door het handhaven van huidige niveau van uitkeringen en het enigszins terugbrengen van het gemiddelde bedrag per uitkering. Vanwege de omvang van deze post op de begroting van Stroomopwaarts leiden percentueel kleine verschuivingen tot relatief grote absolute bedragen.
7
In de gehele organisatie enkele vacatures niet ingevuld. Na aanpassing van werkprocessen worden deze gericht geworven. Andere functies blijven lastig te vervullen door de krappe arbeidsmarkt. Er wordt actief gezocht via samenwerking met gemeenten en interne & externe werving. De aanhoudende onderbezetting zet de formatie onder druk en verhoogt de werkdruk, wat zorgelijk is met het oog op continuïteit en duurzame inzetbaarheid Hiermee lijkt de prognose redelijk in evenwicht waar mogelijke kansen en risico’s in omvang tegenover elkaar weg lijken te vallen. De impact van open-einde regelingen waar voor gemeenten specifieke uitkeringen tegenover staan, zijn niet meegenomen in deze risicoanalyse. Beleidsontwikkelingen Vanaf 1 januari 2026 wordt de Participatiewet in Balans (PwiB) van kracht. Deze wijziging van de Participatiewet is bedoeld om de wet mensgerichter en eenvoudiger te maken. Daarnaast richt de wetswijziging zich op een betere aansluiting bij de leefwereld en mogelijkheden van uitkeringsgerechtigden, evenals meer ruimte voor professionals voor maatwerk. De wetswijziging bestaat uit ruim twintig maatregelen die stapsgewijs worden ingevoerd. Stroomopwaarts is bezig met de implementatie van de PwiB. Dit omvat zowel het doorvoeren van de maatregelen als het opleiden en trainen van medewerkers, zodat zij volgens de bedoeling van de wet kunnen werken.
In september is de Strategische Nota Werk en Inkomen 2026 Stroomopwaarts MVS besproken in het Dagelijks Bestuur. Deze nota is een vervolg op de Strategische Visie Werk en Inkomen 2022 – 2025 en geeft Stroomopwaarts de komende jaren richting in haar opdracht met betrekking tot de uitvoering van de werkzaamheden rondom werk en inkomen. De nota presenteert de ambities van Stroomopwaarts voor de komende jaren. Onze missie is om inwoners optimaal te ondersteunen in het bereiken van zelfredzaamheid op het gebied van werk en inkomen. In de nota wordt langs drie inhoudelijke lijnen beschreven hoe hier invulling aan gegeven gaat worden: 1. De weg naar werk: a. Maximaal benutten van (arbeids)potentieel; b. Ontwikkeling via het werkontwikkelbedrijf; c. Versterken samenwerking met ondernemers, onderwijs en gemeenten; d. Maximaal inzetten op loonkostensubsidie; e. Meer integrale dienstverlening vanuit de menselijke maat. 2. Toekomst bestendig werkontwikkelbedrijf: a. Zo veel mogelijk werkplekken buiten de beschermde omgeving; b. Bieden van een springplank en vangnet voor wie dat nodig heeft; c. Versterken van de ontwikkelinfrastructuur; d. Meer banen voor inwoners met een arbeidsbeperking; e. Herijking financiële KPI werkontwikkelbedrijf. 3. Bijdragen aan bestaanszekerheid: a. Snelle en brede intake; b. Voorkomen van geldproblemen; c.
Meer handelen vanuit vertrouwen en handhaven met tact; d. Verminderen onzekerheid in de overgang van uitkering naar werk; e. Versterken inzet van technologie om dienstverlening te optimaliseren. Op 16 september 2025 heeft het Rijk de Miljoenennota (Rijksbegroting) 2026 gepresenteerd. In dit document worden diverse ontwikkelingen geschetst die relevant zijn voor de uitvoering van onze dienstverlening. Per 1 januari van dit jaar is het netto besteedbaar inkomen van medewerkers van het Werkontwikkelbedrijf afgenomen als gevolg van belastingmaatregelen die voor deze doelgroep ongunstig zijn uitgepakt. Ter compensatie stelt het kabinet een bedrag van 40 mln. euro beschikbaar voor alle medewerkers vallend onder de cao’s SW en Aan de Slag.
8
Daarnaast investeert het kabinet extra middelen in beschut werk. Naast de al in 2025 toegekende 35 mln. euro, wordt in 2026 een aanvullend bedrag van 36,7 mln. euro uitgetrokken voor dit doel. Op langere termijn zal deze investering oplopen tot 90 mln. euro. De aanvullende financiering is noodzakelijk gebleken vanwege tekorten binnen de huidige bekostigingssystematiek. Met deze extra middelen wordt een verdere ontwikkeling van een inclusieve arbeidsmarkt ondersteund. Tot slot is bekendgemaakt dat de verkorting van de WW-duur is uitgesteld tot 2028. Dit uitstel kan mogelijk resulteren in een iets lagere instroom in de bijstandsuitkering. De spanning op de arbeidsmarkt blijft, er is nog steeds sprake van een krapte. Het beeld van het tweede kwartaal 2025 is nagenoeg gelijk aan dat van het eerst; voor elke 100 werkelozen waren er 101 openstaande vacatures. Ook het landelijke werkloosheidscijfer is stabiel gebleven op 3,8%. De meeste vacatures zijn in de zakelijke dienstverlening, de zorg en de handel. Deze bedrijfstakken zijn goed voor ruim de helft van alle openstaande vacatures. De nieuwe wet van School naar Duurzaam is op 1 juli door de Tweede Kamer aangenomen en op 8 juli als hamerstuk afgedaan in de Eerste Kamer. Hiermee is zeker dat de wetgeving doorgang zal vinden. Beoogde inwerkintreding is 1 januari 2026.
De wet heeft als doel om jongeren met een (risico op) afstand tot de arbeidsmarkt beter te begeleiden bij de overgang van school naar werk. Dit wordt onder andere vormgegeven door een versterking van de samenwerking tussen onderwijsinstellingen, gemeenten en werkgevers. Hiermee wordt een betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt beoogd. Stroomopwaarts is voor de implementatie van de wetgeving in gesprek met MVS-gemeenten en de regio.
9
Bijlage 1 Prestatie Indicatoren Programma Inkomen Prestatie of Effect
Realisatie 2024
Begroting 2025
Realisatie 1 t/m 8
Participatiewet Bijstandsuitkeringen Gemiddeld aantal uitkeringen Participatiewet
E
5.300
5.469
5.359
Aandeel cliënten langer dan twee jaar in uitkering (zonder onderbreking)
E
71%
<69%
71%
Doorlooptijd aanvraag uitkering binnen 4 weken, excl. hersteltermijn Resultaat iedere cliënt in beeld gericht op werk Resultaat iedere cliënt in beeld gericht op zorg, taal, vrijwilligerswerk Schuldhulpverlening Vroeg signalering schulden: vervolgtraject na eerste contact Schuldhulpverlening geslaagd = schone lei en/of uitbetaalde saneringskredieten (150 langlopend, 150 kortlopend) Aantal intakegesprekken schuldhulpverlening Aantal gestarte trajecten schuldhulpverlening Inclusief Wsnp (wet schuldsanering natuurlijke personen), wanneer minnelijke schuldregeling niet mogelijk is Overig: adviesgesprek, budgetcoaching, cursus omgaan met geld (OMG)
P P P
83% 2.027
80% 500 500
79% 1.757 1.212
E
27%
>6%
23%
P
215
300
144
P P
500 350
454 244
P
85
285
P
120
128
Indicator
Eind augustus 2025 heeft Stroomopwaarts 5.359 uitkeringen verstrekt. Er is sprake van een lichte stijging van het aantal bijstandsuitkeringen ten opzichte van de eerste Bestuursrapportage. Deze stijging blijft echter nog ruim onder het geprognosticeerde aantal uitkeringen (5.469) uit de begroting 2025. Landelijk is er een stijging van het aantal jongeren in de bijstandsuitkering waar te nemen, ook bij ons is die stijging zichtbaar. Het aantal aanmeldingen schuldhulpverlening is gestegen ten opzichte van 2024, van gemiddeld 97 naar 113 per maand. Dit is een gevolg van het verkorten van het aantal maanden dat een schuld moet worden terugbetaald; van 36 naar 18 maanden. Het percentage succesvol afgeronde schuldregelingen is in deze periode hoger dan de ambitie (72% ten opzichte van 60%). De scores voor het goed in beeld hebben van klanten op het gebied van werk en de klanten op het gebied van zorg, taal en vrijwilligerswerk, liggen aanzienlijk hoger dan de KPI (500). Voor werk zijn er 1.757 cliënten in beeld. Voor zorg, taal en vrijwilligerswerk gaat het om 1.212 cliënten. Deze scores liggen echter wel in lijn met de prestaties van 2024 op dit gebied.
10
Programma Werk Indicator Relatief aandeel uitkeringsgerechtigden met inkomsten uit deeltijdarbeid Nieuwe instroom bijstand is binnen 1 jaar aan het werk Nieuwe plaatsingen Aantal matching banen vanuit werkgevers servicepunt (WSP) Totaal aantal nieuwe banen met loonkostensubsidie (intern & extern) Aandeel duurzame uitstroom (> 6mnd aaneengesloten) in geval van uitstroom naar werk of zelfstandig ondernemerschap Werkleertrajecten en Taaltrajecten Aantal afgeronde werkleertrajecten Aantal succesvol afgeronde werkleertrajecten Aandeel cliënten dat "job ready", direct bemiddelbaar is na werkleertraject Aantal personen in taaltrajecten met taalniveau A1 en A2 Nederlands % met aantoonbare stijging van het taalniveau (afgeronde trajecten) Uitstroom (gedeeltelijk) naar werk Gemiddeld aantal banen met loonkostensubsidie (LKS) zoals banenafspraak Banen voor doelgroepen bij werkgevers Gemiddeld aantal LKS extern Gemiddeld aantal WSW (extern begeleid werken) Gemiddeld aantal banen gedetacheerd bij werkgever (in dienst bij SOW) Gemiddeld aantal banen detachering WSW (in dienst bij SOW) Gemiddeld aantal banen detachering Nieuw beschut (in dienst bij SOW) Gemiddeld aantal banen detachering doelgroepregister bij werkgevers
Prestatie of Effect E E
Realisatie 2024 7% 20%
Begroting 2025 12% 25%
Realisatie 1 t/m 8 7%
P P
496 125
275
222 119
E
86%
85%
volgt
P P P P P E P P P P P P P P
290 149 51%
600 420 70% 100 70% >20% 500 342 190 23 129 119 5 5
274 148 54%
392 300 146 25 132 132
445 341 197 27 117 105 7 5
Het aantal LKS-banen groeit gestaag. We zetten actief in op verdere groei van het aantal LKSbanen. Recent is er promotiemateriaal ontwikkeld, waarin forfaitaire LKS als kans voor werkgevers wordt gepresenteerd. Dit is een tijdelijke subsidie die een werkgever gedurende de eerste zes maanden van een dienstverband ontvangt voor een werknemer met een arbeidsbeperking. Er zal meer gebruik worden gemaakt van de inzet van forfaitaire LKS, een vorm waar we tot op heden nog weinig ervaring mee hebben. Dit vraagt een andere manier van denken en werken van team Werkgeversdienstverlening. Het kost tijd om de medewerkers deze denkwijze en vaardigheden aan te leren. In 2025 is het team Werkgeversdienstverlening gestart met sectoraal werken. Deze aanpak stelt ons in staat om beter aan te sluiten bij de specifieke behoeften en mogelijkheden (baankansen) die binnen de verschillende sectoren aanwezig zijn. Om deze ontwikkeling verder te versterken, worden de functies van Accountmanager en Matchmaker samengevoegd. Hiermee verbinden we de begeleiding en matching van de klant aan de contacten met werkgevers binnen de sector. Door sectorale kennis, klantbegeleiding en werkgeverscontacten te bundelen, kunnen we sneller en beter inspelen op de vraag vanuit de arbeidsmarkt en de mogelijkheden van onze klanten.
11
Programma Werkleerbedrijf Indicator Ziekteverzuim WSW en Beschut WSW en Beschut gemiddelde dekking loonkosten door opbrengsten Banen voor doelgroepen bij Werkleerbedrijf (intern WLB) Gemiddeld aantal doelgroepen intern Gemiddeld aantal banen WSW intern Gemiddeld aantal banen nieuw beschut met LKS (niet banenafspraak) Gemiddeld aantal banen met LKS (banenafspraak) Gemiddeld aantal re-integratie banen
Prestatie of Effect E P
Realisatie 2024 13% 32%
Begroting 2025 <16% 33%
Realisatie 1 t/m 8 12,6% 28%
P P P P P
786 558 202 47 18
794 494 235 65 0
779 523 227 29 0
Wachtlijst Nieuw Beschut Gemiddeld aantal mensen met indicatie Nieuw Beschut op de wachtlijst Gemiddelde duur in maanden op de wachtlijst Nieuw Beschut
E E
45 2
Ten opzichte van de taakstelling vanuit het Rijk, is er sprake van over realisatie op het aantal beschutte werkplekken. Hiervoor was in de begroting 2025 al ruimte gereserveerd. Ondanks de extra middelen die beschikbaar zijn gesteld voor het inrichten van beschutte werkplekken, is er sprake van wachtlijstvorming. Op dit moment is staan 45 personen op de wachtlijst. Recent zijn alle personen op de wachtlijst gesproken. Uit deze inventarisatie is naar voren gekomen dat ca. de helft van deze groep direct zou kunnen werken. In september is het Dagelijks Bestuur akkoord gegaan voor de inzet van 15 extra plekken beschut werk. Met ingang van 1 oktober kunnen 15 personen vanuit de wachtlijst, die op dit moment een uitkering ontvangen, starten op een beschutte werkplek. Binnen de Unit Werk is hiervoor budgettaire ruimte gevonden voor 2025. Met ingang van 2026 is hiervoor ruimte binnen de reguliere begroting. De gemiddelde dekking van de loonkosten Wsw en Beschut staan onder druk. De oorzaak is tweeledig. Aan de ene kant zien we de productiviteit per FTE afnemen als gevolg van de veranderende samenstelling van de doelgroep; Wsw neemt af, beschut neemt toe. Waarbij gemiddeld genomen de productiviteit van een medewerker beschut aanzienlijk lager is.
Aan de andere kant bevindt Stroomopwaarts zich, net als andere Werkontwikkelbedrijven, regelmatig in een lastige positie waarbij we moeten kiezen tussen het accepteren van geen werk of werkzaamheden met een lagere productiviteit. Opdrachtgevers zijn zich bewust van deze uitdaging en maken daar vaak gebruik van. Stroomopwaarts werkt samen met collega Werkontwikkelbedrijven om deze prijsdruk gezamenlijk te weerstaan. Stroomopwaarts voert gesprekken met huidige opdrachtgevers om tariefstelling te bespreken en waar nodig aan te passen naar marktconforme standaarden.
12
Programma Inburgering Prestatie Realisatie Begroting Realisatie of Effect 2024 2025 01 t/m 08
Indicator Statushouders Gezinsmigranten Gemiddeld aantal trajecten Statushouders per gemeente Maassluis Vlaardingen Schiedam Totaal Statushouders Gezinsmigranten per gemeente Maassluis Vlaardingen Schiedam Totaal gezinsmigranten Totaal inburgering Aantal inburgeraars op B1-route Maassluis Vlaardingen Schiedam Totaal aantal inburgeraars op B1 route Aantal inburgeraars op Z-route Maassluis Vlaardingen Schiedam Totaal aantal inburgeraars op Z route Aantal inburgeraars op onderwijsroute Maassluis Vlaardingen Schiedam Totaal aantal inburgeraars op onderwijsroute
P
585 374 959
758 512 1.270
569 487 1.056
P
113 231 241 585
143 308 307 758
127 238 204 569
P P
48 141 185 374 959
57 193 262 512 1.270
66 206 215 487 1.056
0
124 296 288 708
0
40 56 50 146
0
6 17 12 35
P
0
P
0
P
% inburgeraars op B1-route, Z-route of onderwijsroute % PIP (Plan Inburgering en Participatie) dat binnen 10 weken na huisvesting gereed is Statushouders Gezinsmigranten Het B1 taalniveau bij het einde van de inburgeringsplicht statushouders (B1 route) Het % statushouders dat werk heeft 3 jaar na start uitkering Het % statushouders dat een opleiding volgt 3 jaar na start uitkering % Statushouders met uitkering aan het einde van de vastgestelde termijn inburgeringsverplichting
0
P
74%
80%
84%
P
25%
95%
37%
95%
58% 24%
60%
56%
35%
6% 10%
E
B1 route succesvol heeft afgerond (incl gezinsmigranten en A2 taalniv)
E
66
Z route succesvol heeft afgerond (incl gezinsmigranten) Onderwijsroute succesvol heeft afgerond (incl gezinsmigranten)
E E
9 6
Percentage verzuim bij opleiding of taalschool (aantal inburgeraars dat verzuimt tov het aantal aangemelde inburgeraars)
E
volgt
De Wet Inburgering 2021 is per 1 januari 2022 ingegaan. Stroomopwaarts voert de Wet Inburgering uit voor de MVS-gemeenten. De inburgeringstermijn is, in de basis, 3 jaar. Dit betekent dat een inburgeraar in een periode van 3 jaar het inburgeringstraject afgerond moet hebben. De eerste groep inburgeraars is inmiddels aan het einde van de inburgeringstermijn. Hiermee komt de uitstroom uit het inburgeringstraject steeds meer op gang. Gaande dit jaar krijgen we meer zicht op de resultaten van onze inburgeraars, zoals uitstroomgegevens en behaald taalniveau. De Wet Inburgering 2021 is gericht op het behalen van taalvaardigheid op B1-niveau. Dit is gebaseerd op het idee dat inburgeraars daarmee meer kans hebben om succesvol te integreren, zoals een grotere mate van zelfredzaamheid, betere kansen op de arbeidsmarkt en meer participatie. In de praktijk blijkt echter dat dit niveau voor veel deelnemers lastig haalbaar is; bij ongeveer 42% van de inburgeringstrajecten wordt daarom het doel naar A2-niveau bijgesteld.
13
Niet alle inburgeraars behalen het inburgeringsexamen binnen de vastgestelde periode van drie jaar. De wet biedt de mogelijkheid om deze termijn te verlengen als daarvoor gegronde redenen zijn. Voor sommige inburgeraars die in 2022 zijn begonnen, is verlenging aangevraagd. DUO behandelt en beslist over deze aanvragen. Wanneer een inburgeraar het examen niet binnen de inburgeringstermijn behaalt en dit als verwijtbaar wordt beschouwd, bepaalt de wet dat er een boete kan worden opgelegd. Het handhavingsdeel van de Wet Inburgering 2021 is echter onderwerp van discussie, omdat de wetgeving niet volledig aansluit op Europese regelgeving. Naar aanleiding van uitspraken van het Europese Hof en de Raad van State heeft het ministerie van SZW in februari 2025 besloten het opleggen van boetes tijdelijk stop te zetten. Op dit moment worden daarom geen handhavingsmaatregelen getroffen. Als een inburgeraar niet slaagt binnen de gestelde termijn, is het vervolgtraject niet helder: er wordt geen boete opgelegd en DUO verleent geen verlenging van de inburgeringstermijn. Omdat er geen verlenging volgt, stopt ook de dienstverlening door taalscholen. Beleidsmatig moet hierover een keuze worden gemaakt, waarbij het aan de gemeenten is om het beleid rondom deze situatie vorm te geven, aangezien zij verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het inburgeringsbeleid binnen de MVS-gemeenten.
Uit het TVS-systeem van het COA blijkt dat de MVS-gemeenten op dit moment nog in totaal 200 statushouders moeten huisvesten. De verdeling is als volgt: Maassluis 10, Schiedam 125 en Vlaardingen 67. Deze statushouders verblijven momenteel nog op AZC-locaties verspreid over Nederland, maar zijn al formeel toegewezen aan een van de MVS-gemeenten. Door een aanhoudend tekort aan geschikte woonruimte ontstaat er een achterstand in de plaatsing. Dit heeft directe gevolgen voor de uitvoering van team Inburgering. De financiering van inburgering is namelijk gekoppeld aan de taakstelling, maar de daadwerkelijke uitvoering kan pas starten nadat een statushouder zich fysiek heeft gevestigd in de betreffende gemeente. De genoemde groep van 200 statushouders vormt daarmee het minimale instroomvolume voor de komende periode. Daarbovenop komt nog de instroom van nieuwe statushouders die in de loop van het jaar een verblijfsvergunning krijgen en toegewezen zullen worden. De exacte instroom is moeilijk te voorspellen, omdat de beschikbaarheid van huisvesting een structureel knelpunt blijft.
14
Bijlage 2 De financiële stand van zaken Programma Inkomen Programma 1
1e begrotingswijziging 2025
Mutatie
Prognose
Inkomen
Baten
Berap2
Berap2
Aanvraag
Schuldhulpverlening
Lasten
Saldo
0
-4.509
-4.509
98
-4.411
0
-4.509
-4.509
98
-4.411
255
-3.878
-3.623
1.132
-2.491
Preventie & vroegsignalering
0
-643
-643
254
-389
Schuldhulpverlening trajecten
71
-3.051
-2.980
878
-2.102
Jongerenperspectieffonds
184
-184
0
0
0
Armoedevoorziening
5.504
-14.302
-8.799
-181
-8.980
Armoedevoorziening verstrekkingen *
777
-4.689
-3.912
-14
-3.926
Maatschappelijke participatie kinderen *
0
-1.838
-1.838
0
-1.838
Bewindvoering *
0
-2.407
-2.407
29
-2.378
Armoedevoorziening uitvoeringskosten
113
-624
-512
-324
-836
4.270
-4.400
-130
130
0
Toeslag alleenverdieners
345
-345
0
0
0
Inkomensvoorziening
2.714
-106.205
-103.491
678
-102.813
Inkomensvoorziening *
2.199
-103.636
-101.437
564
-100.873 -1.792
Meldpunt Kinderopvangtoeslag
Inkomensvoorziening uitvoeringskosten
153
-1.900
-1.747
-45
TOZO
0
0
0
0
0
TOZO uitvoeringskosten
0
-307
-307
159
-148
Opvang Oekraïne leefgeld
362
-322
40
50
90
Opvang Oekraïne uitvoeringskosten
0
-40
-40
-50
-90
Participatie
0
-5.997
-5.997
581
-5.416
Participatie A
0
-2.511
-2.511
138
-2.373
Participatie B
0
-3.486
-3.486
443
-3.043
Dienstverlening
0
-1.020
-1.020
-34
-1.054
8.474
-135.912
-127.438
2.273
-125.164
592
0
592
-289
303
9.066
-135.912
-126.846
1.984
-124.861
Totaal Baten & Lasten Reservemutaties Resultaat
*Verstrekkingen hebben betrekking op open-einde regelingen en worden op basis van realisatie met gemeenten verrekend in het programma dekkingsmiddelen.
Het recente prognoseresultaat toont een positief verschil van € 1,9 mln. ten opzichte van de oorspronkelijke begroting. Onderdeel van dit positieve resultaat is een structurele besparing van € 0,7 mln. Deze besparing komt voort uit de eerder ingezette maatregelen in het kader van de bezuinigingsopdracht voor 2026. Daarnaast wordt voor 2025 een extra opbrengst uit terugvorderingen verwacht van ruim € 0,8 mln. ten opzichte van de oorspronkelijke begroting.
15
In het positieve saldo voor schuldhulpverlening zit de vrijval van een voorziening van € 0,55 mln. Dit betreft de overboeking van het bedrag dat was voorzien voor de bemiddelingsbijdrage vanaf 2023 naar een bestemmingsreserve. Deze bestemmingsreserve is bedoeld voor aanvullende ondersteuning van cliënten in de schuldhulpverlening. Dit blijft een keuze voor het bestuur. Deze positieve prognose benadrukt de solide financiële positie van het programma. Het gerealiseerde resultaat is mede het gevolg van doelgerichte kostenreducties binnen de kaders van de bezuinigingsopdracht 2026 en een strategische inzet van vacatureruimte. Deze ontwikkelingen laten zien dat het programma adequaat anticipeert op financiële uitdagingen. Het blijft echter belangrijk om aandacht te houden voor onderliggende factoren. Voor een duurzame en effectieve aansturing is het van belang niet alleen financieel inzicht te behouden, maar ook structureel zicht te hebben op de personele capaciteit en de invloed daarvan op het behalen van operationele doelstellingen. Programma Werk Programma 2
1e begrotingswijziging 2025
Mutatie
Prognose
Werk
Baten
Berap2
Berap2
Lasten
Saldo
Ontwikkeling
300
-3.625
-3.325
538
Ontwikkeling
300
-1.547
-1.247
327
-920
Orientatie
0
-2.079
-2.079
212
-1.867
1.869
-10.571
-8.702
683
-8.019
0
-1.053
-1.053
90
-963
Werkgeversdienstverlening Accountmanagement & Matchmakers Externe arbeidsparticipatie uitvoering
-2.787
0
-1.876
-1.876
233
-1.643
Lasten Doelgroepen
1.869
-5.161
-3.292
-110
-3.402
Loonkostensubsidie (LKS)* Totaal Baten & Lasten
0 2.169
-2.481 -14.197
-2.481 -12.028
470 1.222
-2.011 -10.806
Reservemutaties Resultaat
0
0
0
0
0
2.169
-14.197
-12.028
1.222
-10.806
Binnen het programma Werk zijn lagere kosten en hogere opbrengsten zichtbaar dan oorspronkelijk geraamd. Deze ontwikkeling resulteert in een positief begrotingsresultaat van € 1,2 mln. Door het gefaseerd invullen van de vacatureruimte binnen Team Ontwikkeling is er financiële ruimte ontstaan (€ 0,3 mln.), die samen met de doelgerichte inzet van middelen voor het verduurzamingstraject vanuit de MDIEU-subsidie (-/- € 0,2 mln.) wordt ingezet voor duurzame inzetbaarheid binnen de organisatie. Daarnaast zijn aanvullende opbrengsten gegenereerd uit de subsidies van het ESF en MDIEU (€ 0,5 mln.), waarvan € 60K structureel kan worden ingezet als blijvende besparing. Bij het team Werkgeverdienstverlening heeft de gerichte invulling van vacatures (€ 0,2 mln.) geleid tot een verlaging van uitvoeringskosten, passend binnen de afgesproken bezuinigingsdoelstellingen. De uitvoering van extra banen met loonkostensubsidie komt op dit moment nog niet volledig overeen met de ambitie zoals omschreven in de prestatie-indicatoren. Dit biedt mogelijkheden voor verdere optimalisatie en afstemming met werkgevers. De financiële impact hiervan bedraagt € 0,5 mln.
16
Programma Werkleerbedrijf Programma 3
1e begrotingswijziging 2025
Mutatie
Prognose
Werkleerbedrijf
Baten
Berap2
Berap2
Lasten
Saldo
Productie
3.760
-3.570
190
-73
117
Diensten
3.385
-1.757
1.629
26
1.655
Lasten doelgroepen
0
-26.456
-26.456
496
-25.960
Loonkosten doelgroepen
0
-22.808
-22.808
255
-22.554
Loonkostensubsidie (LKS)
0
-3.648
-3.648
241
-3.407
7.145
-31.783
-24.638
449
-24.188
Totaal Baten & Lasten Reservemutaties Resultaat
0
-356
-356
0
-356
7.145
-32.139
-24.994
449
-24.544
Het Werkleerbedrijf verwacht een positief resultaat van € 0,4 mln. te realiseren. Hoewel de omzet binnen Productie & Diensten € 0,3 mln. achterblijft ten opzichte van de begroting, is het positief dat er in vergelijking met 2024 sprake is van een omzetgroei van € 0,6 mln... Deze gestage toename onderstreept de voortdurende positieve ontwikkeling van het Werkleerbedrijf. Daarnaast zorgen de momenteel openstaande vacatures binnen het ambtelijk apparaat voor lagere personeelslasten, wat resulteert in een financieel voordeel van € 0,3 mln... Omdat de inzet van medewerkers binnen de banenafspraak achterblijft, zijn de loonkosten voor deze doelgroepen, ondanks de cao-verhogingen, € 0,5 mln. lager uitgevallen. Daardoor zijn ook de kosten voor de loonkostensubsidie met € 0,2 mln. afgenomen. Programma Inburgering Programma 4 Inburgering
1e begrotingswijziging 2025 Baten
Lasten
Saldo
Mutatie
Prognose
Berap2
Berap2
Trajecten wet inburgering
0
-3.000
-3.000
1.051
-1.949
Inburgering uitvoeringskosten
0
-2.326
-2.326
650
-1.676
Totaal Baten & Lasten
0
-5.326
-5.326
1.701
-3.625
Reservemutaties
0
0
0
0
0
Resultaat
0
-5.326
-5.326
1.701
-3.625
De verwachte kosten voor trajecten liggen 9% lager dan vorig jaar. De uitvoeringskosten stijgen naar verwachting met 22% ten opzichte van 2024. In de begroting is rekening gehouden met meer trajecten en hogere uitvoeringskosten door de verwachte toename van het aantal inburgeraars. De taakstelling Inburgering is neerwaarts bijgesteld. Door achterblijvende asielinstroom en een lagere caseload wordt een onderschrijding van € 1,7 mln. verwacht. Verlenging van trajecten is meegenomen, aangezien niet alle deelnemers binnen drie jaar afronden. Eind 2025 ontstaat meer inzicht in de doorlooptijd na eerste uitstroom.
17
Programma Bedrijfsvoering Programma Overhead
1e begrotingswijziging 2025 Baten Lasten Saldo
Overhead Vennootschapsbelasting Onvoorzien Impl. Ombuigingen Totaal Baten & Lasten Reservemutaties Resultaat
0 0 0 0 0 483 483
-19.788 0 -200 -443 -20.431 -1.593 -22.024
-19.788 0 -200 -443 -20.431 -1.111 -21.541
Mutatie Berap2
Prognose Berap2
1.144 0 271 -1 1.414 0 1.414
-18.645 0 71 -443 -19.017 -1.111 -20.127
De overheadkosten vallen lager uit dan oorspronkelijk was geraamd. Deze gunstige ontwikkeling resulteert in een positief begrotingsresultaat van € 1,4 mln. De rente-inkomsten zijn gestegen ten opzichte van eerdere prognoses, wat resulteert in een verwachte positieve afwijking van € 0,4 mln. Binnen Overhead is een besparing van € 0,7 mln. gerealiseerd op personeelskosten, doordat openstaande vacatures nog niet zijn ingevuld. Deze besparing is ondermeer het gevolg van functies die moeilijk te vervullen zijn door de huidige arbeidsmarktsituatie. Hoewel dit leidt tot een beter financieel resultaat, neemt de werkdruk binnen Overhead hierdoor toe en vraagt deze ontwikkeling aandacht. Voor de borging van duurzame inzetbaarheid is het belangrijk om hier gericht op te blijven sturen en waar nodig aanvullende maatregelen te treffen. Het is positief dat zowel Schiedam als Maassluis hebben besloten de locaties van de werkleerbedrijven voor ten minste 15 jaar te continueren. Deze bestuurlijke duidelijkheid biedt perspectief en maakt het mogelijk om gericht te investeren in de verbetering van onze werkleerbedrijven. Er ontstaat nu ruimte om het achterstallig onderhoud aan panden waar Stroomopwaarts is gehuisvest — zowel productieomgevingen als kantoorruimten — stapsgewijs aan te pakken en toekomstbestendig te maken. De investeringen, van Stroomopwaarts als gebruiker, starten vanaf 2026.
Lasten uit voorgaande jaren bedragen € 0,3 mln., de extra baten vanuit ESF-middelen m.b.t. 2024 bedragen € 0,5 mln. en van meldpunt kinderopvang toeslag € 0,1 mln. Voor totaal Stroomopwaarts geldt dat van de € 2,7 mln. aan geplande ombuigingen voor 2026 in 2025 al €1,6 mln. wordt gerealiseerd.
18
Bijlage 3 De inzet van dekkingsmiddelen Dit overzicht bevat alle gemeentelijke dekkingsmiddelen exclusief maatwerk. De baten van deze maatwerk middelen worden in de uitvoeringsprogramma’s opgenomen. In het programma gemeentelijke dekkingsmiddelen voor verstrekkingen, uitvoeringskosten en overige algemene kosten opgenomen. Programma Dekkingsmiddelen Gemeenten
1e begrotingswijziging 2025 Baten Lasten Saldo
Verstrekkingen Bijdrage armoedevoorziening * Bijdrage inkomensvoorziening * Bijdrage loonkostensubsidie * Bijdrage inburgering *
118.723 8.157 101.437 6.129 3.000
0 0 0 0 0
118.723 8.157 101.437 6.129 3.000
-2.497 -170 -564 -711 -1.051
116.226 7.987 100.873 5.418 1.949
Uitvoeringskosten Bijdrage algemene dienstverlening Bijdrage werkleerbedrijf Bijdrage overhead
70.062 29.125 20.990 19.948
0 0 0 0
70.062 29.125 20.990 19.948
-2.723 -2.102 -208 -413
67.339 27.023 20.782 19.534
Overige bijdragen Afrekening Dekkingsmiddelen 2024 Impulsgelden Werkleerbedrijf Implementatie ombuigingen Totaal Baten & Lasten Reservemutaties Resultaat
-102 -2.051 356 1.593 188.683 2.051 190.733
0 0 0 0 0 0 0
-102 -2.051 356 1.593 188.683 2.051 190.733
0 0 0 0 -5.220 0 -5.220
-102 -2.051 356 1.593 183.463 2.051 185.513
Mutatie Berap2
Prognose Berap2
De prognose voor de dekkingsmiddelen is lager door lager verwachte bedragen voor externe loonkostensubsidie (€ 400k) en minder lasten voor inburgeringstrajecten (€ 500k). Impact Dekkingsmiddelen De dekking van de dienstverlening is ingedeeld in onderstaande onderdelen: 1. Verstrekkingen zijn in deze prognose 2% lager (€ 2,5 mln.) door lagere inzet voor de openeinde regelingen loonkostensubsidie (€ 0,7 mln.), bijdrage inkomensvoorziening (€ 0,6 mln.), armoedevoorziening (€ 0,2 mln.) en inburgeringstrajecten (€ 1,7 mln.). Voor gemeenten is het financieel voordeel beperkt tot € 1,4 mln. doordat het voordeel voor inburgering wordt verrekend met lagere inkomsten in de specifieke uitkering (SPUK). 2. Uitvoeringskosten zijn 5% lager (€ 3,7 mln.) dan de 1e begrotingswijziging 2025, dit heeft in deze prognose gevolgen op de gemeentelijke bijdrage. 3. Bij de overige bijdragen 2025 zijn geen wijzigingen. De definitieve Buig-middelen volgen in oktober. De vergelijking tussen de rijksmiddelen en de lasten voor uitkeringen en loonkostensubsidie zal worden toegevoegd aan de definitieve versie.
19
Dekkingsmiddelen gemeente Maassluis Impact voor gemeenten: verstrekkingen leiden tot lagere inkomsten en zijn voor gemeenten min of meer budgetneutraal, lagere uitvoeringskosten leiden tot een voordeel. Extra lasten voor Meldpunt Kinderopvang Toeslag leidt tot extra dekking vanuit het Rijk. Dekkingsmiddelen per gemeente (Bedragen x 1.000) Maassluis Versterkkingen Armoedevoorziening Inkomensvoorziening Loonkostensubsidie Inburgering
1e begrotingswijziging 2025
Mutatie Berap2
Prognose Berap2
18.062 1.346 15.063 1.159 494
-322 -28 91 -212 -173
17.740 1.318 15.154 947 321
11.420 4.747 3.421 3.251
-444 -343 -34 -67
10.976 4.405 3.387 3.184
Overige bijdragen Afrekening Dekkingsmiddelen 2024 Implementatie ombuigingen Impulsgelden Werkleerbedrijf
-78 -338 260 0
0 0 0 0
-78 -338 260 0
Maatwerk Meldpunt Kinderopvang Toeslag Overige bijdragen
1.002 854 148
-150 -154 4
852 700 152
Totaal bijdragen Maaslsuis
30.405
-916
29.490
Uitvoeringskosten Algemene dienstverlening Werkleerbedrijf Overhead
Dekkingsmiddelen gemeente Vlaardingen Dekkingsmiddelen per gemeente (Bedragen x 1.000) Vlaardingen Verstrekkingen Armoedevoorziening Inkomensvoorziening Loonkostensubsidie Inburgering
1e begrotingswijziging 2025
Mutatie Berap2
Prognose Berap2
51.516 3.475 44.767 2.083 1.192
-1.134 -73 -527 -117 -418
50.382 3.402 44.240 1.966 774
28.866 12.000 8.648 8.218
-1.122 -866 -86 -170
27.744 11.133 8.562 8.048
Overige bijdragen Afrekening Dekkingsmiddelen 2024 Implementatie ombuigingen Impulsgelden Werkleerbedrijf
-185 -841 656
0 0 0
-185 -841 656
Maatwerk Meldpunt Kinderopvang Toeslag Overige bijdragen
2.510 1.793 717
889 879 10
3.399 2.672 727
Totaal bijdragen Vlaardingen
82.707
-1.367
81.340
Uitvoeringskosten Dienstverlening Werkleerbedrijf Overhead
De maatwerkkosten voor de verstrekkingen door het Meldpunt Kinderopvang Toeslag zijn voor gemeente Vlaardingen significant hoger dan eerder opgenomen in de begroting. Gemeenten worden hiervoor op basis van realisatie gecompenseerd door het Rijk.
20
Dekkingsmiddelen gemeente Schiedam Dekkingsmiddelen per gemeente (Bedragen x 1.000) Schiedam Verstrekkingen Armoedevoorziening Inkomensvoorziening Loonkostensubsidie Inburgering
1e begrotingswijziging 2025
Mutatie Berap2
Prognose Berap2
49.144 3.336 41.607 2.887 1.314
-1.039 -70 -128 -381 -460
48.105 3.266 41.479 2.505 854
29.776 12.378 8.921 8.478
-1.157 -894 -88 -176
28.619 11.485 8.832 8.302
Overige bijdragen Afrekening Dekkingsmiddelen 2024 Implementatie ombuigingen Impulsgelden Werkleerbedrijf
161 -872 677 356
0 0 0 0
161 -872 677 356
Maatwerk Meldpunt Kinderopvang Toeslag Overige bijdragen
2.103 1.623 480
1.080 1.078 2
3.183 2.701 482
Totaal bijdragen Schiedam
81.185
-1.117
80.067
Uitvoeringskosten Dienstverlening Werkleerbedrijf Overhead
De maatwerkkosten voor de verstrekkingen door het Meldpunt Kinderopvang Toeslag zijn voor gemeente Schiedam significant hoger dan eerder opgenomen in de begroting. Gemeenten worden hiervoor op basis van realisatie gecompenseerd door het Rijk. Maatwerk (Bedragen x 1.000) Maassluis Garantievoorwaarden Sociale kredieten Meldpunt toeslagen Leefgeld Oekrainers TOZO Energietoeslag Toeslag alleenverdieners Vlaardingen Garantievoorwaarden Sociale kredieten Meldpunt toeslagen Leefgeld Oekrainers TOZO Energietoeslag Toeslag alleenverdieners Jongerenperspectieffonds Vertrouwensexperiment Pilot Westwijk Armoedebeleid vrij reizen Schiedam Garantievoorwaarden Sociale kredieten Meldpunt toeslagen Leefgeld Oekrainers TOZO Energietoeslag Toeslag alleenverdieners Externe arbeidsparticipatie Extra inzet armoedebeleid
Totaal Maatwerk
BW1 2025
BW2 2025
1.002 22 4 854 89 -44
852 22 8 700 89 -44
77 2.510 279 10 1.793 119 -95
77 3.399 279 20 2.672 119 -95
116 184
116 184
41 63 2.103 30 16 1.623 153 -216
41 63 3.183 30 26 2.701 153 -216
151 299 48
151 290 48
5615,18 7433,6935
21
Bijlage 4 Rechtmatigheid In het kader van de rechtmatigheidsverantwoording rapporteert team AO/IC Stroomopwaarts over de stand van zaken van de gegevensgerichte controles. De eerste vier maanden van 2025 hebben in het teken gestaan van de laatste controles over 2024 en ondersteuning bij de jaarrekening. Vanaf april/mei 2025 zijn de reguliere controles voor 2025 opgepakt. Vanaf boekjaar 2025 hanteert de Wet Bado (Besluit accountantscontrole decentrale overheden) een materialiteit voor de jaarrekeningcontrole van 2% van de totale lasten, hetgeen voor Stroomopwaarts leidt tot een materialiteitsgrens van ongeveer € 4,0 miljoen. De verordeningen van Stroomopwaarts met het normenkader zullen hierop aangepast worden. Aanbesteding (crediteurenscan) Na overleg met Inkoop heeft team AO/IC vastgesteld dat maatregelen zijn ingezet om onrechtmatigheden aan te pakken. De crediteurenscan 2025 is nog in uitvoering, er zijn enkele onrechtmatigheden met beperkte financiële omvang en de voorlopige risico’s zijn goed in beeld. De enige noemenswaardige onrechtmatigheid is betreft externe inhuur. Ondanks de nieuwe contracten per 10 december 2024 zijn er enkele onrechtmatige verlengingen en contracten gesloten, waardoor het in 2025 bestede bedrag van € 0,34 miljoen financieel onrechtmatig is.
22
Bijlage 5 Vroegsignalering 2025 januari t/m augustus
Vroegsignalering Maassluis
Resultaat Betalingsregeling Geen contact kunnen krijgen Klant geeft aan geen behoefte aan hulp Klant geeft aan zelf op te lossen Ongeldige melding Quick fix Verwijzing Bekend SHV Aanmelding SHV Totaal Uitgevoerde (eind-)activiteiten Afspraak locatie Huisbezoek Contact klant n.a.v. brief Contact klant n.a.v. flyer Contact klant n.a.v. telefoon Telefoon Brieven gestuurd E-mail gestuurd SMS gestuurd Totaal
Vlaardingen
Schiedam TOTAAL
8 41
65 96
10 81
83 218
23
42
30
95
259 3 0 23 18 29 404
458 7 1 66 84 66 885
302 8 0 40 38 101 610
1.019 18 1 129 140 196 1.899
8 85 31 12 78 183 70 814 8 1.289
10 253 45 0 67 655 222 1.700 19 2.971
11 111 47 7 184 283 457 1.593 5 2.698
29 449 123 19 329 1.121 749 4.107 32 6.958
876 426 93 279 1.674
1.618 1.454 385 799 4.256
364 2.017 486 1.092 3.959
2.858 3.897 964 2.170 9.889
Signalen per type signaalpartner Woningcorporaties Energieleverancier Waterleverancier Zorgverzekeraar Totaal
Het verschil tussen uitgevoerde activiteiten en signalen per type signaalpartner wordt veroorzaakt doordat er meerdere signalen met één activiteit worden uitgevoerd (meer achterstandssignalen per adres). In 2024 zijn 8.242 signalen van betalingsachterstanden bij Stroomopwaarts gemeld. In de eerste 8 maanden van 2025 zijn dit 9.889 signalen. Ten opzichte van de eerste vier maanden van 2025 is in deze verantwoordingsperiode opnieuw het aantal betalingsachterstanden gestegen. Wanneer deze trend zich voortzet, is de verwachting dat we 14.833 signalen gaan ontvangen. Dat is een stijging van 79,9 % (De eerdere prognose was 61%) ten opzichte van 2024. Een mogelijke oorzaak is de inflatie waardoor meer huishoudens het budget niet meer rond krijgen. Ook hebben meer signaalpartners zich gemeld. De inzet van een preventiemedewerker in de Westwijk van Vlaardingen (Programma Wij de Westwijk) verklaart het verschil in het aantal uitgevoerde (eind-) activiteiten tussen Vlaardingen en Schiedam. De preventiemedewerker in de wijken Oost en Nieuwland van Schiedam is inmiddels gestart. Het resultaat van deze inzet wordt later dit jaar voor een deel zichtbaar. Eind augustus zijn wij gestart met een callcenter dat gespecialiseerd is in het voeren van gesprekken Vroegsignalering. De verwachting is dat het bereik van vroegsignalering hierdoor wordt vergroot.
23
Aan het AB Stroomopwaarts i.a.a. de Gemeenteraad en het college van B&W van Maassluis, Vlaardingen en Schiedam
Onderwerp
Rapport Evaluatie Bedrijfsvoeringsfuncties Stroomopwaarts
ons kenmerk
datum
16 oktober 2025
bijlage(n)
Rapport BMC
portefeuillehouder
Geachte dames en heren, Met deze brief bieden wij u het rapport van BMC gericht op de Evaluatie Bedrijfsvoeringsfuncties Stroomopwaarts aan. In 2022 is de bedrijfsvoering van Stroomopwaarts vanuit een hosting situatie bij de gemeenten overgebracht naar eigen beheer SOW. Daarbij is afgesproken om de kwaliteit van de bedrijfsvoering en de hoogte van het door de gemeenten meegegeven budget1 na 3 jaar te evalueren. Bij het oude hostingsmodel bleven de meeste bedrijfsvoeringsfuncties achter bij de gemeenten, die elk voor specifieke onderdelen naast de eigen ook Stroomopwaarts faciliteerden. Zo was bijvoorbeeld de juridische functie ondergebracht bij Vlaardingen, Facilitaire Zaken bij Maassluis en de financiële administratie bij Schiedam. Eind 2024 is BMC gecontracteerd om dit onderzoek uit te voeren. De opdracht is verstrekt door de directie van SOW, met instemming van het DB. Het onderzoek richtte zich op het evalueren van de inrichting en het huidige functioneren van de bedrijfsvoeringsfunctie. Het geeft ook een doorkijk naar de toekomstige ontwikkeling, met bijzondere aandacht voor het budget. BMC heeft het onderzoek uitgevoerd volgens de aanpak en planning zoals beschreven in de offerte. Dit heeft geresulteerd in een rapportage van bevindingen en een conclusie, hetgeen onderstaand kort worden toegelicht.
Conclusie en bevindingen BMC start met de eindconclusie dat de keuze om het hostingsmodel te verlaten en de bedrijfsvoering naar SOW over te brengen, de juiste is geweest. In het rapport wordt dit omschreven als “niemand wil
1
terug naar de oude situatie”. Als DB ervaren wij dit als groot compliment. Het sluit aan bij onze eigen perceptie over de kwaliteit die is neergezet. BMC trekt deze conclusie op basis van de bevinding dat het huidige niveau van bedrijfsvoering gekwalificeerd kan worden als sober en doelmatig. En dat dit overeenkomt met de in 2022 geformuleerde uitgangspunten. Dit standpunt wordt tot uitdrukking gebracht aan de hand van de tabel op pagina 15. Hierin wordt van de onderzochte ondersteunende functies het volwassenheidsniveau getoond. De meeste functies bevinden zich in volwassenheidsniveau fase 2 (beheerst) en een 2-tal functies in fase 3 (gestandaardiseerd). Het basisniveau was in alle gevallen fase 1. Ten aanzien van de toekomstige kwaliteit verwijst BMC naar pagina 22 van de begroting 2025 waar in hoofdstuk 3 de ambitie voor de bedrijfsvoeringsfuncties wordt geduid als: ‘een optimale dienstverlening en efficiënte ondersteuning van de werkprocessen, die nodig is om de primaire (uitvoerende) afdelingen hun ambities te laten waarmaken. De unit Bedrijfsvoering is hiermee een volwaardige businesspartner van de lijnorganisatie.’ Dit houdt in dat SOW nog niet voldoet aan het gewenste volwassenheidsniveau en dat op dit vlak nog ruimte voor groei bestaat. Wij onderschrijven de ruimte voor groei en zien die als een randvoorwaardelijke ambitie.
Kijkend naar de gewenste toekomstige kwaliteit signaleert BMC een aantal financiële risico’s (zie pag. 25): a. Met de huidige middelen kan SOW geen grote stappen voorwaarts zetten op het gebied van bedrijfsvoering. De huidige middelen uit de begroting voor de voormalige hosting zijn niet voldoende voor de financiering van de bedrijfsvoering op het huidige volwassenheidsniveau fase 2 (lasten zijn €60K (1%) hoger dan begroot). Met de begrote aankomende besparing van 5% (€450K) komt dit niveau zelfs verder onder druk te staan doordat de korte termijn efficiency van de bedrijfsvoering daarmee voorop komt te staan. Verdere besparing op de bedrijfsvoering zet de kwaliteit dus onder druk en is niet realistisch. b. Doorrekening van kosten onderhoud en vervanging (gebouwen & inventaris). De afschrijvingslasten in de huidige budgetten zijn relatief beperkt en zijn voor een deel al opgenomen in de begroting. In de investeringsbudgetten is hier deels al rekening mee gehouden (eventuele beperkte aanvullingen op de begrote bedragen worden expliciet toegelicht in de volgende begrotingswijzigingen 2025 en 2026). c. Autonome groei van de kosten van ICT-licenties zonder volwaardige regiefunctie.
De ICT-licentiekosten zijn een belangrijke post aan externe uitgaven die meer specialistische aandacht verdient, met een strategische regiebenadering met specifieke acties per onderdeel van het licentieportfolio. Toekomstige investeringen in versterking van deze functie achten wij zeker noodzakelijk. De conclusie en aanbevelingen zijn binnen het DB besproken. Er is tevredenheid over het feit, dat de transitie van taken positief is geweest en binnen budget heeft plaatsgevonden. Het DB is van mening dat er oog moet zijn voor de ontwikkelruimte die SOW nodig heeft. Het DB heeft in september jongstleden het implementatieplan beheersmaatregelen vastgesteld met specifieke maatregelen rondom de bezuinigingen. Hierin is een implementatiebudget opgenomen met investeringen in de organisatie en ICT opgenomen die zowel leiden tot besparingen als tot verbeteringen in de geleverde kwaliteit. Wij vertrouwen erop u hiermee toereikend te hebben geïnformeerd.