CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage SOW Kaderbrief 2027

Overige evenementen 6 mei 2026, gemeente SchiedamBij agendapunt: Kaderbrieven Stroomopwaarts GRJR ROGPlus11.589 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Kaderbrief 2027 voor Ontwerpbegroting 2027 en Meerjarenbegroting 2028-2030

Kaderbrief 2027 voor Ontwerpbegroting 2027 en Meerjarenbegroting 2028-2030

1

Inhoudsopgave Inleiding ................................................................................................... 3 Leeswijzer ............................................................................................... 7 2. Beleidsmatige en landelijke ontwikkelingen en trends ........................................ 8 Landelijke ontwikkelingen en trends ................................................................ 8 Regionale ontwikkelingen vanuit de MVS-gemeenten ............................................. 9 Uitvoeringsagenda voor 2026 en 2027 ............................................................... 9 Overige ontwikkelingen en trends Stroomopwaarts .............................................. 11 3. Update Beheersmaatregelen 2026 ............................................................... 12 4. Algemene financiële kaders voor begroting 2027 ............................................. 13 5. Ontwikkeling beschikbare rijksmiddelen ....................................................... 17 6. Volumeontwikkelingen ............................................................................. 18 7. Prijsontwikkeling .................................................................................... 22 8. Voorlopig financieel overzicht 2026-2027 (brugstaat) .......................................

23 Bijlage 1 Overzicht Ambities Strategische Nota ................................................... 25 Bijlage 2 Uitvoeringsagenda ........................................................................... 26 Bijlage3 Ontwikkeling Rijksmiddelen en lasten Participatie SOW per gemeente ........... 38

Kaderbrief 2027 voor Ontwerpbegroting 2027 en Meerjarenbegroting 2028-2030

2

Inleiding Voor u ligt de kaderbrief 2027 waarin Stroomopwaarts een vooruitzicht geeft voor de begroting 2027 en de meerjarenbegroting 2028–2030. Deze kaderbrief benoemt de belangrijkste ontwikkelingen, de uitgangspunten voor de begroting en de uitvoeringsagenda. Deze kaderbrief is in de vergadering van 26 maart 2026 vastgesteld door het Dagelijks Bestuur. We kijken terug op mooie resultaten in 2025! Onderstaande lijst geeft inzicht in een aantal van de behaalde successen. •

Succesvolle bemiddeling voor instroom in de uitkering – Door de inzet van de Reintegratie Werkovereenkomsten (RWO) slagen we erin de instroom in de uitkering structureel laag te houden. Inwoners die kunnen werken, krijgen direct een baan en hoeven hierdoor geen beroep te doen op een bijstandsuitkering.

•

Kortste weg naar werk – In de gehele Klantreis is nadrukkelijk aandacht voor kansen op uitstroom naar werk. We sluiten aan bij de mogelijkheden van de inwoner en benutten iedere stap richting participatie.

•

Uitkeringen lager dan begroot – Het aantal uitkeringen ontwikkelt zich gunstiger dan voorzien en blijft bovendien onder het benchmark-gemiddelde. Dit bevestigt de effectiviteit van onze inzet op instroombeperking en uitstroombevordering.

•

Samenwerking rendeert – Investeren in samenwerking tussen teams zorgt voor betere afstemming en een integrale benadering, wat direct ten goede komt aan de begeleiding van inwoners. Stabiele resultaten Werkontwikkelbedrijf – Het Werkontwikkelbedrijf realiseert stabiele omzet op grote contracten in renderende werksoorten, ondanks de verschuiving in de doelgroepen met meer Beschut medewerkers. Daarmee wordt tevens een belangrijke bijdrage geleverd aan de duurzame werkontwikkeling voor de doelgroep.

•

•

Uitstekende financiële resultaten – De afgelopen jaren sluiten we af met een positief resultaat op de BUIG-middelen, wat aantoont dat we efficiënt en doelmatig uitvoering geven aan onze opdracht.

• Ombuigingen goed op koers – De implementatie van de afgesproken ombuigingen verloopt volgens planning. De financiële effecten worden gehaald, terwijl de impact op onze dienstverlening voor inwoners zo beperkt mogelijk blijft. •

Positieve ontwikkeling ziekteverzuim Wsw en Beschut – Het ziekteverzuim ligt aanzienlijk lager dan het benchmarkgemiddelde, wat duidt op een gezonde werkomgeving en effectieve inzet op duurzame inzetbaarheid.

Kaderbrief 2027 voor Ontwerpbegroting 2027 en Meerjarenbegroting 2028-2030

3

Naast deze successen zien we ook een aantal structurele aandachtspunten die de komende periode extra inzet en scherpte vragen: •

Inzet Loonkostensubsidie (LKS) – De inzet van LKS neemt toe, maar blijft nog achter bij het gewenste niveau. In vergelijking met landelijke benchmarks is nog ruimte om dit instrument effectiever in te zetten voor duurzame plaatsingen.

•

Bereik Schuldhulpverlening (SHV) – Ondanks de successen die we boeken op het bereiken van inwoners met financiële problemen, blijft de groep groeiende. Het blijft het een uitdaging om hen (tijdig) te bereiken en te motiveren om hulp te accepteren.

•

Wachtlijst Nieuw Beschut – Hoewel we meer beschut werkplekken realiseren dan waarvoor de MVS-gemeenten vanuit het Rijk worden gefinancierd, ontstaat toch een wachtlijst. Doordat we steeds meer mensen beter in beeld hebben, is ook het aantal inwoners met een indicatie voor beschut werk structureel hoger dan het aantal beschikbare werkplekken: wachtlijst van 47 mensen op 1 januari 2026.

•

Inburgering: resultaten na drie jaar – Niet alle inburgeraars behalen binnen drie jaar hun examen. Daarnaast blijft de verbinding tussen inburgering en ontwikkeling naar werk een belangrijk aandachtspunt.

•

Huisvesting – De wens om ambtelijk de huisvesting te optimaliseren voor de activiteiten zonder direct contact met inwoners. Centrale huisvesting draagt substantieel bij aan efficiëntie, interne samenwerking en eenduidige dienstverlening.

•

Ziekteverzuim ambtelijk personeel – Het verzuim onder ambtelijke medewerkers blijft te hoog. Oorzaken zijn lang verzuim, de verhoogde werkdruk en minder teamgevoel doordat er niet op een vaste locatie wordt samengewerkt. Het gevolg is een relatief grote inzet van inhuur.

•

Steeds complexere doelgroep – De huidige instroom en bestaande uitkeringspopulatie kennen een zwaardere ondersteuningsbehoefte. In de huidige arbeidsmarkt hebben inwoners die direct beschikbaar zijn voor werk al een baan. De doelgroep waarvoor dit niet geldt heeft een intensievere begeleidingsvraag.

•

Langere ontwikkeltrajecten – Door de hogere ondersteuningsbehoefte van de doelgroep neemt de duur en intensiteit van de trajecten naar werk toe. Dit vraagt om voldoende capaciteit, continuïteit en specialistische inzet.

•

Nieuwe opzet Werkgeversdienstverlening – De herinrichting van het team voor werkgeversdienstverlening vraagt tijd om optimaal te landen. De nieuwe werkwijze moet leiden tot betere afstemming met werkgevers en een effectievere bemiddeling van inwoners.

Uitvoeringsagenda Om de behaalde successen verder uit te bouwen en tegelijkertijd actief aan de slag te gaan met de uitdagingen die zich voordoen, is een uitvoeringsagenda opgesteld. Deze agenda beschrijft welke activiteiten in de komende jaren worden opgepakt om de vastgestelde

Kaderbrief 2027 voor Ontwerpbegroting 2027 en Meerjarenbegroting 2028-2030

4

ambities en koers te realiseren. In de uitvoeringsagenda zijn de belangrijkste activiteiten en prioriteiten opgenomen die volgen uit het bestaande beleidskader. De keuze voor deze activiteiten is niet op zichzelf staand; die is opgebouwd vanuit een breed fundament van inzichten, analyses en strategische kaders. Voor het ontwikkelen van deze voorstellen is aangesloten bij, of informatie opgehaald uit, de volgende bronnen: •

Strategische Nota Werk & Inkomen 2026 – De beleidsinitiatieven zijn direct gekoppeld aan de drie inhoudelijke ambities zoals beschreven in de strategische nota (zie bijlage 1) en zijn daarom geclusterd per ambitie. Hiermee sluiten de voorstellen aan op de gekozen strategische koers voor Werk & Inkomen.

•

Regionale Nota Armoede en Schulden 2025–2028 – Waar relevant dragen de initiatieven bij aan het realiseren van de regionale doelstellingen op het gebied van armoede- en schuldenbestrijding.

•

Divosa Benchmark Werk & Inkomen – Deze benchmark geeft inzicht in onze prestaties ten opzichte van vergelijkbare organisaties en laat zien hoe onze populatie en dienstverlening zich verhouden tot landelijke en regionale gemiddelden.

•

Cedris Benchmark (Werkontwikkelbedrijven) – De benchmark biedt vergelijkende informatie over de prestaties van het Werkontwikkelbedrijf en vormt daarmee een belangrijke basis voor prioriteiten voor de uitvoeringsagenda.

•

MKBA-analyse Stroomopwaarts – De kostprijsanalyse van de dienstverlening en het inzicht in het te verwachten (maatschappelijk) rendement maken het mogelijk gerichte beleidskeuzes te maken voor een doelmatige inzet van middelen en personele capaciteit. Op basis van deze inzichten komen drie centrale conclusies naar voren: 1. De inzet van extra bemiddeling voor instroom in de uitkering rendeert – De instroom daalt en inwoners die kunnen werken, worden sneller bemiddeld. 2. De huidige inzet op participatie is mager – Met beperkte middelen voor een grote doelgroep ontstaan langere wachttijden en minimale dienstverlening. 3. De inzet op vroegsignalering blijft achter ten opzichte van benchmarkgegevens – In verhouding is er minder signaleringscapaciteit beschikbaar voor een vergelijkbare populatie.

Deze conclusies vormen de basis voor de prioriteiten van de uitvoeringsagenda. Ze zorgen ervoor dat de inzet logisch voortbouwt op wat werkt, gericht inspeelt op waar de grootste verbetermogelijkheden liggen en aansluit bij de strategische richting van Stroomopwaarts: meer inwoners duurzaam laten meedoen, met versterkte dienstverlening waar dat het meeste effect heeft. (zie hoofdstuk 2)

Kaderbrief 2027 voor Ontwerpbegroting 2027 en Meerjarenbegroting 2028-2030

5

Financiën De Kaderbrief is opgesteld met de nieuwe afspraak met MVS-gemeenten m.b.t. indexatie van de uitvoeringskosten voor GR Stroomopwaarts. Het implementatieplan voor de bezuinigen in 2026 is halverwege vorig jaar gestart en loopt voor op de planning. Voor 2027 is er een duidelijke stijging voor de MVS-gemeenten in de beschikbare middelen in het gemeentefonds (onderdeel Werk & Inkomen), in de individuele uitkering Participatie (Wsw en Beschut Werk) en ook in de voorlopige BUIG middelen is een stijging opgenomen. De prijsen volumeontwikkelingen die van invloed zijn op de begroting 2027 worden in hoofdstuk 5 en 6 toegelicht. Er is nog weinig inzicht in de werkwijze en financiering voor Oekraïners die vanaf maart 2027 mogelijk recht hebben op een bijstandsuitkering. Dit is in de begroting voorlopig buiten beschouwing gelaten. De totale lasten van Stroomopwaarts voor het uitvoeren van de Participatiewet blijven aanzienlijk lager dan de beschikbare Rijksmiddelen bij MVS-gemeenten in het cluster Participatie. Hieronder vallen de BUIG-middelen1, de individuele uitkering Wsw en Nieuw Beschut en de Algemene middelen in het gemeentefonds voor het cluster Participatie 2.

Het saldo tussen de beschikbare rijksmiddelen en de kosten van Stroomopwaarts is in 2025 door incidentele voordelen hoger geëindigd dan verwacht in de eerste begrotingswijziging van maart 2025. Ook voor 2026 en 2027 is een verbetering van het saldo van ongeveer € 11 miljoen. 1

BUIG: Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen aan Gemeenten (= Beschikbare Rijksmiddelen) 2 Bron: Rekentool Participatiewet Berenschot, Oktober 2025

Kaderbrief 2027 voor Ontwerpbegroting 2027 en Meerjarenbegroting 2028-2030

6

Stroomopwaarts heeft van gemeente Vlaardingen een brief ontvangen met specifieke aandachtspunten voor 2027. In deze Kaderbrief komen deze punten onder meer terug bij de regionale ontwikkelingen.

Afsluitend De kaderbrief wordt verder uitgewerkt naar een ontwerpbegroting 2027 en meerjarenbegroting 2028-2030. Na goedkeuring door het dagelijks bestuur op 16 april 2026 wordt de ontwerpbegroting ten behoeve van het formuleren van zienswijzen aangeboden aan de gemeenten. Op 25 juni 2026 staat de tweede behandeling van de conceptbegroting door het dagelijks bestuur (inclusief een reactie op de door gemeenten ingebrachte zienswijzen) gepland. Aan het algemeen bestuur wordt in de vergadering van 9 juli 2026 voorgesteld de begroting 2027 vast te stellen.

Hoogachtend, Het dagelijks bestuur van Stroomopwaarts MVS De secretaris

de voorzitter

Y.A. van Delft

J.R.A. Lourens

Leeswijzer De baten en lasten hebben betrekking op individuele verstrekkingen, uitvoeringskosten en op maatwerk dienstverlening per gemeente. De verstrekkingen zijn open-einde regelingen die op basis van realisatie worden afgerekend per gemeente. De baten voor maatwerk wordt direct in de programma’s opgenomen. De gemeentelijke bijdragen voor verstrekkingen en uitvoeringskosten zijn opgenomen in het programma dekkingsmiddelen. Bedragen zijn weergegeven in € 1.000 tenzij anders aangegeven. Wanneer bij bedragen in een tabel een–teken wordt gebruikt is sprake van een nadeel, namelijk een hogere last of een lagere baat. Door afrondingen kunnen kleine verschillen ontstaan.

Kaderbrief 2027 voor Ontwerpbegroting 2027 en Meerjarenbegroting 2028-2030

7

2. Beleidsmatige en landelijke ontwikkelingen en trends In 2026 vinden veel ontwikkelingen plaats die van invloed zijn op 2027. Deze ontwikkelingen zijn zowel landelijk, regionaal vanuit de MVS-gemeenten als binnen Stroomopwaarts.

Landelijke ontwikkelingen en trends Participatiewet in Balans Belangrijkste ontwikkeling is de start van de Participatiewet in Balans. Naast de aangepaste regelgeving is dit ook een belangrijk cultuurtraject om de houding van de dienstverlening op basis van de Menselijke Maat in te vullen. De financiële impact is de mogelijkheid om de bijstandsaanvraag met maximaal drie maanden terugwerkende kracht te verlenen. (Verwachting is dat bij aanmelding gemiddeld 1 maand extra wordt verstrekt). Dit heeft direct een positief effect op ondersteuning bij armoede. Oekraïners in de bijstand? In maart 2027 wordt de RooO (Regeling opvang ontheemde Oekraïners) beëindigd. In april 2026 wordt besproken of deze regeling met een jaar wordt verlengd tot maart 2027. Dit betekent dat vanaf maart 2027 mogelijk het aantal uitkeringen omhoog zal gaan, met name voor Vlaardingen zal dit een stijging zijn in verband met de opvang van Oekraïners in Mrija. Dit is nog niet opgenomen in de landelijke prognoses, de financiering is nog onduidelijk en daarom nog buiten de Kaderbrief gehouden. Afhankelijk van de uitkomsten wordt dit verwerkt in de 1e begrotingswijziging 2027. Stroomopwaarts heeft bij de MVS-gemeenten onderzoek gedaan naar het huidige aantal ontheemden3 in de gemeentelijke en particuliere opvang.

Op basis van de aangeleverde cijfers doet Stroomopwaarts de volgende schatting over het extra aantal ontheemden dat per 4 maart 2027 mogelijk recht heeft op een bijstandsuitkering: Bovenstaande cijfers zijn een schatting op basis van de door de gemeenten aangeleverde cijfers. In het bijzonder voor gemeente Vlaardingen blijft het een substantiële eenmalige toename van het aantal bijstandsgerechtigden, zeker in verhouding tot de huidige bijstandspopulatie.

Minimale instroom

Maximale instroom

Maassluis

4

17

Vlaardingen

200

350

Schiedam

25

40

Totaal MVS

229

407

3

Toelichting: Het betreft hier het aantal ontheemden, niet aantal uitkeringen. Het aantal uitkeringen ligt lager als er sprake is van gezamenlijke huishouding. Er is momenteel geen zicht op hoe vaak er sprake is van een gezamenlijke huishouding.

Kaderbrief 2027 voor Ontwerpbegroting 2027 en Meerjarenbegroting 2028-2030

8

Wet handhaving Sociale Zekerheid De Wet handhaving sociale zekerheid heeft als doel om handhaving menselijker en evenwichtiger te maken, met meer ruimte voor maatwerk en het recht op vergissen. De beoogde ingangsdatum van de wet is 1 januari 2027. De wet is sociaal domein breed en zorgt ervoor dat uitvoeringsorganisaties zoals gemeenten, UWV en SVB niet langer automatisch hoeven te straffen bij fouten zonder opzet en kunnen onder omstandigheden afzien van boetes of terugvordering. De belangrijkste gevolgen zijn lagere en gemaximeerde boetes, een nieuwe waarschuwing als lichte sanctie, aangescherpt terugvorderingsbeleid met een kortere terugkijktermijn, en een verplichting om burgers beter te informeren over hun verplichtingen. Deze veranderingen moeten leiden tot meer vertrouwen, voorkomen van fouten en een evenredige reactie op overtredingen. De implementatie van deze wet heeft gevolgen voor Stroomopwaarts, voorbereidingen hiervoor worden getroffen in 2026. Impact Nieuw Regeerakkoord voor SOW nog onduidelijk 1. Op termijn verhogen van de AOW-leeftijd. Deze impact is nog niet duidelijk maar leidt waarschijnlijk tot langer verblijf in de uitkering. 2. Op termijn verkorten van max periode in WW en toegang tot WW beperken (seizoenarbeiders). Deze impact is nog niet duidelijk maar leidt waarschijnlijk tot extra instroom in de bijstand en een grotere rol voor gemeenten. 3.

Financiële effecten waarschijnlijk pas na Prinsjesdag bekend.

Regionale ontwikkelingen vanuit de MVS-gemeenten Op verzoek van de gemeenten (zoals toegelicht in de brieven voor de begroting van 2026) is er in 2025 gestart met het uitbreiden van de KPI’s, zodat er beter inzicht komt in de resultaten van Stroomopwaarts. In 2026 worden de meetbare KPI’s verder ingericht, zodat de MVS-gemeenten meer inzicht krijgen in de resultaten. (zie hoofdstuk 4) Huisvesting De gemeenten zijn nu verantwoordelijk voor de huisvesting van Stroomopwaarts. In de stuurgroep huisvesting is besloten dat Stroomopwaarts de huisvestingsbehoefte voor de komende jaren inzichtelijk maakt op basis van de dienstverleningskaders van de strategische Nota Werk & Inkomen. Daarna worden mogelijke vervolgscenario’s besproken. Bereik minimaregelingen Het verhogen van het bereik van minimaregelingen blijft een aandachtspunt. Er wordt bekeken of er mogelijkheden zijn om de voorzieningen nog laagdrempeliger te maken voor de inwoners van de MVS-regio. Samenwerking met werkgevers Het aantal actief samenwerkende ondernemers in de MVS-regio is goed in beeld en wordt actief gedeeld met gemeenten. Deze samenwerking is belangrijk voor het succes van uitstroom naar werk.

Uitvoeringsagenda voor 2026 en 2027 De komende periode wil Stroomopwaarts meerdere activiteiten starten of intensiveren. De kaders van de vastgestelde Strategische Nota Werk en Inkomen geven richting aan deze uitvoeringsagenda. Een deel van deze initiatieven komen voort naar aanleiding van middelen vanuit het Rijk die hier specifiek voor beschikbaar zijn gesteld. Om deze middelen doelgericht en transparant in te zetten, is behoefte aan een helder overzicht van de

Kaderbrief 2027 voor Ontwerpbegroting 2027 en Meerjarenbegroting 2028-2030

9

uitvoeringsagenda die Stroomopwaarts de komende periode wil realiseren. Dit overzicht vormt de inhoudelijke basis voor de Kaderbrief 2027. De volgende activiteiten zijn een concrete invulling van de ambities van de vastgestelde strategische nota Werk & Inkomen (Zie bijlage 1):

AMBITIE

1.

AMBITIE

2.

AMBITIE

3.

Weg naar werk door-ontwikkelen met als doel de uitstroom uit de uitkering naar werk te verhogen. A. Extra inzet op de doelgroep Participatie: met een lagere caseload Werkconsulenten meer mensen activeren die vervolgens kunnen doorstromen naar een werkontwikkeltraject. (Structureel € 475.000, op basis van uitkomsten Divosa Benchmark en MKBA 4 Kostprijzen SOW). B. Inrichting van een jongerenteam met specifieke aandacht voor de begeleiding van jongeren van School naar Duurzaam Werk (nieuwe Wet, structureel € 260.000) C. Directe bemiddeling voor instroom in de uitkering intensiveren (Structureel € 100.000, op basis van een positieve MKBA) Toekomstbestendig Werkontwikkelbedrijf met stabiele banen voor specifieke doelgroepen. D. Inzet van de impulsgelden voor het versterken van infrastructuur Werkontwikkelbedrijf door inzet op intensievere begeleiding, accountmanagement en investering in inclusieve technologie (Structureel € 420.000). E. 60 Extra banen Beschut Werk om de wachtlijst terug te brengen onder de 25 eind 2027 (Structureel € 950.000, op basis van een positieve MKBA) Bijdrage aan bestaanszekerheid om mensen financieel gezond te houden. F. Implementatie Participatiewet in Balans met nieuwe regelgeving en cultuuromslag op basis van vertrouwen en maatwerk. (Incidenteel € 671.000) G. Intensivering vroegsignalering om schulden te voorkomen. (Structureel € 246.000) H.

Begeleiden mensen uit schulden op basis van focusgroepen die gebruik maken van CAK voor ziektekostenverzekering. (Incidenteel € 250.000 voor 2026 en 2027) I. Individuele Verstrekkingen als compensatie voor Alleenverdienersproblematiek fase 2 (Incidenteel € 790.000)

In bijlage 2 worden per activiteit de volgende begrotingsvragen beantwoord: • Wat gaan we doen? • Wat willen we bereiken? • Wat gaat het kosten?

4

MKBA = Maatschappelijke Kosten Baten Analyse

Kaderbrief 2027 voor Ontwerpbegroting 2027 en Meerjarenbegroting 2028-2030

10

Overige ontwikkelingen en trends Stroomopwaarts Informatietechnologie ICT zet zich onder meer in op het slimmer en effectiever werken, zoals bijvoorbeeld de inzet van AI. In 2026 lopen er twee pilots om werkzaamheden met behulp van AI te vereenvoudigen. Maar ook het verder standaardiseren en automatiseren van (repeterende) administratieve handelingen blijft onder de aandacht. Tijdelijke Inhuur Inhuur wordt duurder door nieuwe Cao-voorwaarden voor detacheringsconstructies. Hierdoor werken de ingehuurde medewerkers verplicht onder dezelfde arbeidsvoorwaarden als vaste medewerkers van Stroomopwaarts. Daarnaast is er nog de vergoeding voor het detacheringsbedrijf. Evaluatie Stroomopwaarts In 2026 wordt er een periodieke evaluatie uitgevoerd naar Stroomopwaarts. Voldoet Stroomopwaarts nog steeds aan de doelstellingen die in 2015 zijn geformuleerd en hoe verloopt de samenwerking met de deelnemende gemeenten op gebied van uitvoering en beleidsvorming? Zijn daar verbeteringen te realiseren? Er zijn geen specifieke problemen of tegenvallende resultaten die direct ingrijpen vereisen. Het periodiek evalueren van de regeling wordt als verstandig beschouwd, niet alleen bij problemen of tegenvallende resultaten.

Kaderbrief 2027 voor Ontwerpbegroting 2027 en Meerjarenbegroting 2028-2030

11

3. Update Beheersmaatregelen 2026 In de zienswijzen naar aanleiding van de begroting 2025 hebben de MVS-gemeenten Stroomopwaarts verzocht om na te denken over mogelijkheden om de kosten te beperken in het kader van het Ravijnjaar. De besparing van 5% op de uitvoeringskosten (totaal € 2,7 miljoen) is opgenomen in de begroting 2026. Het implementatieplan met 36 specifieke acties om de beheersmaatregelen te concretiseren loopt volgens planning. Het positieve resultaat in 2025 is deels te danken aan maatregelen die vroeg zijn gestart (Impact in 2025: € 1,35 miljoen). Zo is bijvoorbeeld een deel van de formatieplekken die al in de loop van 2025 beschikbaar zijn gekomen, al niet meer opgevuld. De belangrijkste maatregelen zijn begin 2026 al van kracht (€ 2,0 miljoen), een deel van de projecten zal gedurende 2026 worden afgerond.

Het implementatiebudget van € 1,6 miljoen is beperkt ingezet. (€ 260.000 in 2025) Het resterende deel wordt in 2027 na het afronden van het bezuinigingstraject verrekend met de MVS-gemeenten.

Kaderbrief 2027 voor Ontwerpbegroting 2027 en Meerjarenbegroting 2028-2030

12

4. Algemene financiële kaders voor begroting 2027 Voor de berekening van de financiële opgave is het van belang om de algemene uitgangspunten voor het opstellen van de begroting te bepalen. Doelstelling is het voeren van een solide en verantwoord meerjarig financieel beleid, waarbij de meerjarenbegroting in evenwicht is en de lasten worden gedekt door voldoende inkomsten. Vanaf begroting 2027 volgt Stroomopwaarts de nieuwe indexatiemethodiek voor de dekkingsmiddelen van de uitvoeringskosten zoals die is aangegeven door de MVS-gemeenten. (zie Kader)

Nieuwe methodiek indexatie vanaf 2027 Indices Er wordt aangesloten bij de BBPsystematiek in die zin dat met 100% van het prijs bbp (pbbp) wordt gerekend en 50% van het historisch 8-jaarsgemiddelde bbp in verband met de reële loongroei. In het jaar t wordt de indexatie bepaald voor het jaar t+2 op basis van de Macro Economische Verkenning van het CPB (de septemberraming). Nacalculatie en bronnen In het jaar t wordt niet alleen de eerste raming van de indexatie voor het jaar t+2 bepaald, maar ook vindt er nacalculatie plaats over de jaren t+1 en t. In elke indexeringsbrief komen daarom drie bijstellingen voor. Voor de jaren t+1 en t+2 wordt gekeken naar de cijfers uit de septembercirculaire (o.b.v. de Macro Economische Verkenning van het CPB). Voor het jaar t worden de cijfers aangehouden uit de meicirculaire (o.b.v. het Centraal Economisch Plan van het CPB). Deze werkwijze sluit aan bij de systematiek in het gemeentefonds, waarbij de indexering voor jaar t wordt vastgezet op basis van de februariraming en de voorlopige ramingen van het jaar t+1 en t+2 worden bijgesteld.

Schematisch ziet dit er als volgt uit: Jaar

Bron

Status

Indexering 2025 (t)

Meicirculaire (CEP) 2025

Definitief

Indexering 2026 (t+1)

Septembercirculaire (MEV) (publicatie 2025)

Actualisatie

Indexering 2027 (t+2)

Septembercirculaire (MEV) (publicatie 2025)

Eerste raming

De bovenstaande systematiek resulteert voor de indexering 2027 in het volgende percentage: Bron

Jaar

BBP

PBBP

Gewogen gemiddel de

Correct ie

CEP 2025

2025

2,16%

3,63%

4,71%

0,00%

MEV 2026

2026

1,91%

2,49%

3,45%

0,00%

MEV 2026

2027

1,76%

2,53%

3,41%

0,00%

Index begroting 2027

3,41%

Vanwege de overstap naar de nieuwe systematiek wordt geen correctie toegekend over 2025 en 2026 en wordt enkel een indexeringspercentage afgegeven over 2027.

Kaderbrief 2027 voor Ontwerpbegroting 2027 en Meerjarenbegroting 2028-2030

13

Meerjarige speerpunten van het financieel beleid • Tijdige rapportage en bijsturing • Overschrijdingen binnen een programma worden binnen het programma opgelost, tenzij er sprake is van autonome, niet door ons te beïnvloeden ontwikkelingen (zoals loonstijgingen) • Flexibele begroting gerelateerd aan de omvang van het uitkeringenbestand, participatie- en inburgeringstrajecten, de aantallen schuldhulpverlening en de uitvoering van tijdelijke taken • Risicomanagement, handhaven van een toereikend weerstandsvermogen om de geïnventariseerde risico’s af te dekken (norm 1 – 1,4) • Inzet externe inkomsten ter dekking van vaste organisatielasten (met name ESF, het Europees Sociaal Fonds) • Beheersing en transparantie van de organisatielasten • Realistische en uitvoerbare ramingen, ook ten aanzien van salarisramingen • Beheersing omvang inhuur

Uitgangspunten voor het opstellen van de begroting • Het beleid dat in de huidige begroting 2026 is geformuleerd, geldt als uitgangspunt voor de ontwerpbegroting 2027 en de meerjarenramingen 2028-2030 • Bestaand beleid wordt gehandhaafd. • Over afschrijvingen wordt geen rente berekend, omdat hiervoor niet specifiek voor wordt geleend (notitie Rente 2017, commissie BBV) • De afschrijving van vaste activa (bezittingen die langere tijd in gebruik zijn) begint in het jaar volgend op de realisatie van de investering. • Realistische raming opbrengsten Werkleerbedrijf op basis van de huidige omzet per fte, prijseffecten en de verwachte ontwikkelingen van het aantal fte.

Rekenmethodiek begroting 2027 De begroting 2027 wordt opgesteld op basis van de begroting 2026. De optelsom van de prijsen volume effecten leiden dan tot de nieuwe begroting voor 2027. De herijkte begroting 2026 (via begrotingswijziging) worden de volume effecten voor de vestrekkingen meegenomen op basis van de realisatie 2025 en de geactualiseerde landelijke ramingen. Zoals gebruikelijk is er ook een beperkte budgettair neutrale verschuiving tussen programma’s. Er worden geen prijs- of volume-effecten meegenomen zonder dekking, of logischerwijs te verwachten prijscompensatie vanuit extra rijksmiddelen voor de MVSgemeenten. Investeringen Het investeringsbudget wordt in de begroting 2027 opgenomen. Dit betreft grotendeels vervangingsinvesteringen voor ongeveer € 2,0 miljoen. Reservepositie In begroting en jaarstukken worden de risico’s toegelicht en worden beheers-maatregelen benoemd, waarmee de risico’s worden beperkt. De beheersmaatregelen maken deel uit van het interne sturingsproces. Stroomopwaarts streeft naar een weerstandsvermogen (Algemene Reserve), dat gebaseerd is op de gekwantificeerde risico’s in de paragraaf weerstandsvermogen. Op basis van de concept jaarstukken over 2025 zoals deze voorgelegd worden aan de accountant worden de

Kaderbrief 2027 voor Ontwerpbegroting 2027 en Meerjarenbegroting 2028-2030

14

betreffende risico’s geïnventariseerd. In de ontwerpbegroting 2027 wordt dus in principe dezelfde gegevens gehanteerd als in de jaarstukken over 2025. Bij de bepaling van het weerstandsvermogen wordt een verhoudingsgetal gehanteerd, zoals dat gebruikt wordt door de NVVR (Nederlandse vereniging voor Rekenkamers en Rekenkamercommissies). De NVVR geeft aan dat normaliter gestreefd zou moeten worden naar een ratio weerstandsvermogen van minimaal 1,0 en maximaal 1,4 (omvang algemene reserve gedeeld door gekwantificeerde omvang risico’s). Dit kwalificeert als “voldoende”. De omvang van de gekwantificeerde risico’s voor Stroomopwaarts in de jaarstukken 2025 bedraagt circa € 2,8 miljoen. Op basis hiervan dient de Algemene Reserve tussen € 2,8 miljoen en € 3,9 miljoen te bedragen. In de jaarrekening 2025 is de eigen reserve (voor resultaatbestemming € 2,1 miljoen. Verdeelsleutel De verdeelsleutel voor de dekkingsbijdrage van de gemeenten voor de netto uitvoeringskosten wordt in deze kaderbrief en begroting 2027 voorlopig deels berekend op basis van geprognotiseerde aantal uitkeringen en het aantal dienstverbanden van de doelgroepen en het aantal inburgeraars in 2027. In de 1e begrotingswijziging 2027 worden de definitieve aantallen en de definitieve budgetverdeling vastgesteld.

Op basis van de huidige informatie is een indicatie opgesteld voor de aangepaste gemiddelde percentages voor 2027; deze percentages zullen in de begroting 2027 worden toegepast. De verschuiving van de percentages van de verdeelsleutel tussen gemeenten is voornamelijk een resultaat in de samenstelling van de bijstandsgerechtigden per gemeente en het aantal medewerkers per woongemeente in het Werkleerbedrijf.

Verdeelsleutel Saldo uitvoeringskosten

2025

2026

2027

Definitief Definitief Voorlopig

Maassluis

16,3%

16,35%

16,6%

Vlaardingen

41,2%

41,52%

42,0%

Schiedam

42,5%

42,13%

41,4%

100,0% 100,00%

100,0%

Totaal

Monitoring van de uitvoering Per programma worden de benodigde budgetten aangegeven in combinatie met de daarmee te bereiken prestaties, de KPI’s. Deze worden regelmatig kritisch bekeken wat betreft relevantie en inzicht. In overleg met de gemeenten wordt gekeken hoe de KPI’s in de begroting 2027 verder ontwikkeld kunnen worden. Belangrijke aandachtspunten hierbij zijn meer inzicht in de uitstroom uit de bijstand naar Werk en Opleiding, aantal plaatsingen voor instroom in de uitkering (RWO) en plaatsingen naar werk gedurende de hele klantreis (nu focus voornamelijk op werkgeversdienstverlening). Hiermee kunnen de extra effecten van de uitvoeringsagenda ook beter worden gevolgd en er meer duiding kan worden gegeven bij de resulaten. De ontwikkeling van het aantal plaatsingen met loonkostensubsidie is reeds uitgesplitst naar externe en interne banen. Sommige minder relevante indicatoren of indicatoren met een onduidelijke definitie zullen in overleg worden aangepast. Zoals eerder aangegeven is de huidige prestatieindicator dekkingsbijdrage voor het werkontwikkelbedrijf met de verschuiving van de doelgroepen niet

Kaderbrief 2027 voor Ontwerpbegroting 2027 en Meerjarenbegroting 2028-2030

15

meer haalbaar. Het voorstel is om de doelstelling voor deze indicator te verlagen van 33% naar 30%. De monitoring van de besparingen door de beheersmaatregelen wordt in bestuursrapportages van 2026 en 2027 doorgezet, zodat de structurele effecten inzichtelijk blijven. In 2026 wordt er een nieuw managementinformatiesysteem geïmplementeerd: Power BI. Deze implementatie wordt gebruikt om stapsgewijs aangepaste KPI's te verwerken en te implementeren. In 2026 worden de meetbare KPI’s ingericht, zodat de MVS-gemeenten meer inzicht krijgen in de prestaties en effecten, waar mogelijk ook voor de afzonderlijke gemeenten. De aanpassing van de KPI’s gebeurt in ambtelijke afstemming met de gemeenten. Hierdoor ontstaat er meer inzicht in de wensen enerzijds en de mogelijkheden van rapporteren anderzijds. In de P&C cyclus met bestuursrapportage worden de indicatoren toegevoegd zodra deze beschikbaar en betrouwbaar gerapporteerd kunnen worden.

Kaderbrief 2027 voor Ontwerpbegroting 2027 en Meerjarenbegroting 2028-2030

16

5. Ontwikkeling beschikbare rijksmiddelen De mutaties in de rijksmiddelen die voor de uitvoering van de taken voor Werk en Inkomen beschikbaar zijn, geeft voor een deel richting aan de begroting. Deze rijksmiddelen worden niet een op een overgedragen aan Stroomopwaarts. Zij dienen wel als dekking voor de gemeenten voor de lasten van Stroomopwaarts. Het voordeel op de BUIG van € 8 miljoen dat gemeenten Vlaardingen en Schiedam realiseren is hier een goed voorbeeld van. Door de verschuiving in aantallen Wsw, Beschut Werk, banenafspraak-banen en uitkeringsgerechtigden is inzicht in de bekostiging van deze dienstverlening erg complex geworden. Hiervoor heeft Berenschot een rekentool ontwikkeld 5. De rijksmiddelen voor de verschillende onderdelen worden naar verwachting als volgt bijgesteld (basis prijspeil 2025, dus zonder prijsindexatie):

Rijksmiddelen MVS per functioneel onderdeel ( in EUR x 1 miljoen, prijspeil 2025)

2025

2026

2027

2028

A1. Budget uitkeringen A2. Budget LKS A. Totaal BUIG-budget

109,0 5,6 114,6

1,9 0,4 2,3

0,6 0,5 1,1

1,8 0,4 2,2

B1. Uitvoering B2. Begeleiding B3. Re-integratie B4. Programma en apparaat minimabeleid B. Middelen in het cluster Participatie AU/GF

23,8 2,1 9,5 18,5 53,9

0,1 -0,1 0,2 -0,3 -0,0

0,2 0,3 0,3 0,3 1,2

0,1 0,1 0,2 0,0 0,4

C1. Rijksbijdrage Wsw C2. Rijksbijdrage beschut werk C3. Rijksbijdrage sociale infrastructuur C. Totaal IU Participatie

24,0 1,8 0,2 26,0

-1,0 0,1 0,0 -0,8

-0,8 0,1 0,0 -0,7

-0,9 -0,3 0,0 -1,2

D. Totaal Participatie Deel uitvoeringskosten (B+C)

194,5 79,9

1,4 -0,9

1,6 0,5

1,5 -0,7

2,1

-0,4

-

-

196,6

1,0

1,6

1,5

E. Relevante Decentralisatie-uitkeringen Totaal

De prognose voor de toename van de middelen in het Gemeentefonds in het cluster Participatie bedraagt € 1,2 miljoen. De dienstverlening verschuift dus van de individuele uitkering Participatie met de Rijksbijdrage Wsw naar het gemeentefonds. De totale Rijksbijdrage voor de uitvoeringskosten stijgt met € 0,5 miljoen in 2027. Dit is in lijn met de beoogde intensivering van de doelgroep Participatie, zoals is opgenomen in de tabel van hoofdstuk 8. Daarnaast is er de verwachte stijging voor de uitkeringen en Loonkostensubsidie (LKS) van € 1,1 miljoen. 5

Rekentool voor de Participatiewet (basis septembercirculaire 2025), Berenschot

Kaderbrief 2027 voor Ontwerpbegroting 2027 en Meerjarenbegroting 2028-2030

17

6. Volumeontwikkelingen De verwachte volumeontwikkelingen voor de verstrekkingen en voor de doelgroepen die impact hebben op de uitvoeringskosten en de ambtelijke formatie wordt in dit hoofdstuk toegelicht. Volume effecten verstrekkingen Verstrekkingen uitkeringen In de ontwerpbegroting van 2027 wordt uitgegaan van de prognose van de BUIG uitkeringen voor 2026 en verder, zoals in september 2025 gepubliceerd door het ministerie van SZW. De voorlopige cijfers 2025 worden als basis gebruikt. Het resultaat van deze doorrekening komt terug in onderstaande tabellen. Voor 2026 is er een specifieke inschatting per gemeente waarop het nader voorlopige verdeelmodel bijstandsuitkeringen 2026 is gebaseerd. Voor 2027 wordt er in het macrobudget een landelijke trend aangehouden. Maassluis, Vlaardingen en Schiedam zijn in 2025 duidelijke voordeelgemeenten. Tabel Raming op basis van prognose SZW en realisatie 2024 Aantal bijstands uitkeringen eindstand (inclusief IOAW, IOAZ, BBZ) Maassluis Vlaardingen Schiedam Totaal * Conform BUIG model september 2025

dec-24 Realisatie 791 2.334 2.228 5.353

dec-25 Realisatie 798 2.357 2.160 5.315

2026 Begroting 840 2.472 2.346 5.658

2026 BGW 1 814 2.388 2.154 5.356

2027 Begroting 818 2.400 2.165 5.383

Verschil* Verschil* 2026-2025 2027-2026 2,00% 0,50% 1,33% 0,50% -0,29% 0,50% 0,77% 0,50%

Het eindcijfer voor 2025 is 38 lager dan in 2024 en beter dan begroot. De stijging van 182 uitkeringen in 2024 is echter nog niet gecompenseerd. De verwachte eindcijfers voor 2026 zijn 302 uitkeringen lager (5,7%) dan eerder voorzien in de Kaderbrief 2026. De toename van 1,3 miljoen van de BUIG middelen voor uitkeringen in Maassluis geeft een stijging van 8,8%. Deze extra compensatie lijkt niet in lijn met de te verwachten ontwikkelingen. De verwachte toename in 2026 voor Maasluis is aangepast naar 2%. In deze prognose is nog geen rekening gehouden met Oekraïners die in april 2027 mogelijk uitkeringsgerechtigd zouden kunnen worden. Omdat er, ook omtrent de startdatum op dit moment nog te veel onzekerheid is, wordt er in de begroting 2027 nog geen rekening mee gehouden. Zodra er meer duidelijkheid is worden de gemeenten tijdig geïnformeerd over ontwikkelingen en de mogelijke impact op de begroting. Voor de volledigheid het gemiddeld aantal uitkeringen dat de basis vormt voor de financiële ramingen:

Kaderbrief 2027 voor Ontwerpbegroting 2027 en Meerjarenbegroting 2028-2030

18

Gemiddeld aantal bijstands uitkeringen (inclusief IOAW, IOAZ, BBZ) Maassluis Vlaardingen Schiedam Totaal * Conform BUIG model september 2025

2024 Realisatie 790 2.318 2.192 5.300

2025 Realisatie 797 2.347 2.198 5.343

2026 Begroting 839 2.455 2.308 5.602

2026 BGW 1 813 2.379 2.192 5.383

2027 Begroting 817 2.391 2.203 5.410

Verschil* Verschil* 2026-2025 2027-2026 2,00% 0,50% 1,33% 0,50% -0,29% 0,50% 0,77% 0,50%

Het gemiddeld aantal uitkering was in 2025 nog wel 0,8% hoger dan in 2024. Verstrekkingen Armoederegelingen Op basis van de ramingen voor de algemene uitkering van het gemeentefonds is er in het aantal huishoudens met laag inkomen zeer beperkte ontwikkeling te verwachten. Deze prognose blijft in de begroting de komende jaren op gelijk niveau. Aantal huishoudens met laag inkomen (Bron: cijfers Algemene uitkering sept.2025) Maassluis Vlaardingen Schiedam Totaal

2025 3.192 8.168 8.271 19.631

2026 3.183 8.144 8.248 19.575

Verschil% 2026 -0,3% -0,3% -0,3% -0,3%

Verschil% 2027 0,9% 0,9% 0,9% 0,9%

2027 3.213 8.219 8.324 19.756

Volume effecten voor uitvoeringskosten Inkomen De stijging van 3% in het aantal uitkeringen in 2024 en de toename van het gemiddeld aantal uitkeringen in 2025 (0,8%) heeft impact op de uitvoering. De verwachting voor 2026 en 2027 zijn beperkte stijging, daardoor is het niet de verwachting dat de werkdruk zal afnemen. Er is in de uitvoeringsagenda een specifieke activiteit om de begeleiding door werkconsulenten te intensiveren. Daarnaast is er geen specifiek volume effect meegenomen in de dienstverlening voor het programma Inkomen. Werk Een belangrijke opdracht voor Stroomopwaarts is het realiseren van banen voor de verschillende doelgroepen: Wsw, Nieuw Beschut en Doelgroepregister (Banenafspraak). De doelstelling voor 2026 blijft ambitieus met 1.163 banen voor doelgroepen, waarvan 570 met loonkostensubsidie (LKS). Gemiddeld aantal banen voor doelgroepen Totaal gem. aantal banen voor doelgroepen Waarvan banen met loonkostensubsidie (LKS)

2024 Realisatie 1086 392

2025 Realisatie 1085 449

2026 Begroting 1242 650

2026 BGW 1 1163 570

2027 Begroting 1219 666

Al enkele jaren is deze doelstelling te optimistisch begroot, daarom is de prestatieafspraak en het bijbehorende budget voor LKS in 2026 naar gecorrigeerd van 650 naar 570 banen, met een realistische stijging van extra 121 banen in 2026 en 94 extra banen in 2027. Deze banen worden deels gerealiseerd bij reguliere werkgevers en deel bij het Werkontwikkelbedrijf.

Kaderbrief 2027 voor Ontwerpbegroting 2027 en Meerjarenbegroting 2028-2030

19

Banen bij werkgevers Gemiddeld aantal banen voor doelgroepen Banen voor doelgroepen bij werkgevers Waarvan dienstverbanden bij werkgevers Banen met LKS extern (Banenafspraak) Banen Wsw (Begeleid Werken) Detacheringen bij werkgevers (in dienst bij SOW) Banen detachering WSW Banen detachering Nieuw Beschut Banen detachering LKS-BIJ

2024 Realisatie 300 171 146 25 129 129

2025 Realisatie 299 173 152 21 126 114 6 6

2026 Begroting 437 306 285 21 131 111 10 10

2026 BGW 1 311 185 167 18 126 106 10 10

2027 Begroting 345 216 200 16 129 99 20 10

Werkontwikkelbedrijf Om de groei in extra banen met extra LKS in 2026 te realiseren wordt er in 2026 extra ingezet op interne LKS banen voor mensen uit het doelgroepregister. Zo wordt de infrastructuur van de werkleerbedrijven ingezet om mensen in tijdelijke dienstverbanden beter voor te bereiden op uitstroom naar reguliere werkgevers. Gemiddeld aantal banen voor doelgroepen Banen bij het Werkleerbedrijf voor doelgroepen Banen Wsw (intern) Banen nieuw beschut met LKS Banen met LKS (Banenafspraak) Banen voor reintegratietrajecten

2024 Realisatie 786 537 202 47 18

2025 Realisatie 786 522 235 28

2026 Begroting 805 460 265 80 0

2026 BGW 1 852 487 305 60

2027 Begroting 874 454 350 70

De prognose voor de aantal Wsw dienstverbanden uit de Septembercirculaire (Individuele uitkering Wsw) is een gemiddelde daling van 6,6% in 2026 en 6,8% in 2027. Het aantal gerealiseerde banen nieuw beschut ligt sinds een aantal jaar hoger dan de taakstelling. De ontwikkeling van de omvang de wachtlijst wordt op verzoek van gemeente Schiedam opgenomen in de bestuursrapportage. Om de wachtlijst terug te brengen, kunnen er 40 extra plekken beschut worden gerealiseerd (20 in 2026 en 20 in 2027). Daarnaast worden in 2026 20 Beschut banen gefinancierd vanuit LKS banen waar de ambitie naar beneden is bijgesteld. Vanuit de kosten-baten analyse die door Stroomopwaarts is opgesteld, blijkt dat deze inzet kostenneutraal voor gemeenten. In de begroting voor Werk en het Werkleerbedrijf worden de personeelskosten voor deze doelgroepen en de loonkostensubsidie opgenomen. Inburgering Op basis van gegevens vanuit het Rijk wordt er jaarlijks een meerjarige raming gemaakt van de verwachte instroom van statushouders die starten met een inburgeringstraject (taakstelling). De prognose voor de het totaal aantal inburgeraars neemt voor het eerst af in 2027. Externe ontwikkelingen kunnen uiteraard een belangrijke rol spelen in het verloop.

Kaderbrief 2027 voor Ontwerpbegroting 2027 en Meerjarenbegroting 2028-2030

20

Inburgering Gemidddeld aantal trajecten Statushouders Maassluis Vlaardingen Schiedam Totaal Statushouders Gezinsmigranten Maassluis Vlaardingen Schiedam Totaal Gezinsmigranten Totaal Inburgering

2025 Realisatie

2026

2027

Kaderbrief26 Kaderbrief27

130 284 247 660

140 311 311 762

126 287 272 684

68 194 227 488 1.148

56 227 316 599 1.361

57 209 285 551 1.235

Formatie ambtelijk personeel Per 1 januari 2026 bedraagt de ambtelijke formatie 438 Fte. Naast deze vaste formatie wordt gericht gebruikgemaakt van externe inhuur ten behoeve van tijdelijke projecten en ter overbrugging van langdurig verzuim. In de begroting 2026 zijn de effecten van de reeds vastgestelde ombuigingsmaatregelen volledig verwerkt. Vooruitkijkend naar 2027 wordt de ambtelijke formatie aanvullend uitgebreid met 5 Fte. Deze uitbreiding is noodzakelijk voor de inzet van extra ambtelijke werkleiders in plaats van de gepensioneerde Wsw-voormannen voor de begeleiding van medewerkers met een beschutte werkplek, en de versterking van team Participatie (lagere caseload). Deze investeringen dragen bij aan het duurzaam borgen van kwaliteit, continuïteit en uitvoeringskracht binnen de organisatie.

Kaderbrief 2027 voor Ontwerpbegroting 2027 en Meerjarenbegroting 2028-2030

21

7. Prijsontwikkeling De prijsontwikkelingen zijn beleidsarme effecten. De lonen en prijzen worden geïndexeerd op basis van de gegevens uit de Macro-economische verkenningen van het Centraal Planbureau (september 2025). Daarbij wordt er een onderscheid gemaakt tussen de uitvoeringskosten Stroomopwaarts, kosten van de uitkeringen (netto minimumuitkering) en kosten van doelgroep medewerkers op basis van het wettelijk minimumloon. CPB MEV (september 2025) CPB CEP2025 Prijsstijging (%) Indexatie gemeentelijke bijdragen Gemiddelde prijsinflatie uitvoeringskosten Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers (%) Overige lasten consumenten prijsindex (CPI) Bruto Wettelijk minumumloon (WML) Netto minimumuitkering

2024

2025

2026

2027

2028

Realisatie Prognose Prognose Begroting Prijsniveau27 4,48 2,20 3,41 5,94 5,60 2,54 5,02 6,60 6,20 2,60 5,70 3,30 3,20 2,30 2,30 7,00 5,60 4,50 3,80 7,80 4,20 3,90 3,70 -

In de herijking van de begroting 2026 zijn de personeelskosten geactualiseerd op de nieuw overeengekomen Cao SGO voor ambtelijk personeel en de onderhandelingsresultaten voor de Cao Wsw en Cao Aan de slag voor de doelgroep-medewerkers. Daarbij blijft de toename van het wettelijk minimumloon de belangrijkste factor.

Kaderbrief 2027 voor Ontwerpbegroting 2027 en Meerjarenbegroting 2028-2030

22

8. Voorlopig financieel overzicht 2026-2027 (brugstaat) De samenvatting met de financiële cijfers op mutaties op hoofdlijnen is in onderstaande tabel opgenomen. Overzicht impact begroting 2027 per gemeente Begroting 2026 Totaal Gemeentelijke bijdragen A Ontwikkeling Verstrekkingen

Maassluis

Vlaardingen

Schiedam

Totaal MVS

31.725

86.493

84.976

203.193 2.696

534

1.731

432

Armoederegelingen

46

122

117

285

Uitkeringen

393

1.248

641

2.282

Loonkostensubsidie

72

523

259

854

Trajecten Inburgering

23

-162

-585

-724

B Uitvoeringskosten

427

1.077

885

2.388

Algemene Dienstverlening

176

445

367

989

Werkontwikkelbedrijf

131

331

273

735

Overhead

119

301

244

664

Ambitie 1: Weg naar werk doorontwikkelen

131

332

328

791

Extra inzet doelgroep participatie (lagere caseload)

90

227

223

540

Jongerenteam / Wet School>Werk pro forma

25

62

61

148

Meer directe bemiddeling voor instroom

17

43

43

103

Ambitie 2: Toekomstbestendig Werkontwikkelbedrijf Impulsgelden Infrastructuur WOB 40 extra plaatsen beschut werk Ambitie 3: Bijdrage aan bestaanszekerheid

0

0

0

0

136

254

292

682

Implementatie P-wet in Balans

6

17

17

41

Intensivering vroegsignalering

37

106

103

246

Alleenverdienersproblematiek fase 2

93

130

172

395

Actualisatie op basis van realisatie 2025

-43

-109

-107

-259

Inburgering

-43

-109

-107

-259

Overige Maatwerk

-90

250

208

368

Subtotaal bovenstaande mutaties

1.094

3.536

2.036

6.666

TOTAAL Gemeentelijke bijdrage begroting 2027

32.819

90.029

87.012

209.860

Van de stijging van de benodigde dekkingsmiddelen in 2026 is € 2,7 miljoen voor individuele verstrekkingen. Hiervoor worden gemeenten gecompenseerd via de BUIG-middelen. De basis toename van de uitvoeringskosten bedraagt 3,41% (Impact € 2,4 miljoen).

Kaderbrief 2027 voor Ontwerpbegroting 2027 en Meerjarenbegroting 2028-2030

23

AMBITIE

1.

AMBITIE

In blauw weergegeven activiteiten leiden tot aanpassing van de dekkingsmiddelen voor algemene dienstverlening, naast de 3,41% prijs/volume correctie. • De extra inzet voor doelgroep Participatie leidt tot een verlaging van het aantal bijstandsuitkeringen. Dat is in deze begroting voor 2027 met extra € 400.000 verlaagd. • De uitvoering van de extra taken met de nieuwe wet Van School naar Duurzaam Werk binnen de Participatiewet lijkt tot een extra dienstverlening voor jongeren (start 2026). • De inzet van 60 extra plekken voor directe bemiddeling voor de instroom in de uitkering is een activiteit die tot lagere uitkeringskosten leidt. De verwachting is dat door dit soort activiteiten het voordeel op de BUIG van de afgelopen jaren op niveau blijft. Hiervoor is (nog) geen extra impact doorgerekend.

2.

De dekking van de extra inzet voor 40 extra plaatsen beschut werk (20 in 2026 en 20 in 2027) valt binnen de meerjaren begroting voor het werkleerbedrijf. Wel is hiervoor ook cumulatief € 400.000 aan besparing op uitkeringen meegenomen.

AMBITIE

De extra maatwerk activiteiten voor bestaanszekerheid zijn gebaseerd op de extra middelen die gemeenten hiervoor ontvangen.

3.

De financiering van de beleidsinitiatieven om de drie hoofdambities uit de Strategische Nota vorm te geven vallen ruim binnen de Rijksmiddelen die voor de uitvoering van de Participatiewet beschikbaar zijn. Na het bijzonder positieve resultaat in 2025 geholpen door incidentele voordelen, blijft het Saldo tussen de Rijksmiddelen en de lasten van SOW ongeveer € 11,0 miljoen (bedragen in lopende prijzen). In bijlage 3 is een vergelijkbaar overzicht per gemeente opgenomen.

Kaderbrief 2027 voor Ontwerpbegroting 2027 en Meerjarenbegroting 2028-2030

24

Bijlage 1 Overzicht Ambities Strategische Nota

Kaderbrief 2027 voor Ontwerpbegroting 2027 en Meerjarenbegroting 2028-2030

25

Concept Kaderbrief 2027, v08032026

Bijlage 2 Uitvoeringsagenda De indeling van de uitvoeringsagenda volgt de drie hoofdambities uit de Strategische nota Werk en Inkomen. Per ambitie worden de belangrijkste activiteiten toegelicht volgens de methodiek van de begroting. 1. Weg naar werk door-ontwikkelen met als doel de uitstroom uit de uitkering naar werk te verhogen. A. Extra inzet op de doelgroep Participatie: met een lagere caseload Werkconsulenten meer mensen activeren die vervolgens kunnen doorstromen naar een werkontwikkeltraject. (Structureel € 475.000 Op basis van uitkomsten Divosa Benchmark en MKBA6 Kostprijzen SOW). B. Inrichting van een jongerenteam met specifieke aandacht voor de begeleiding van jongeren van School naar Duurzaam Werk (nieuwe Wet, structureel € 260.000) C. Directe bemiddeling voor instroom in de uitkering intensiveren (Structureel € 100.000, op basis van een positieve MKBA)

A. Extra inzet doelgroep participatie Over de periode juni 2024 – juni 2025 heeft in Vlaardingen (in het kader van de motie Vertrouwensexperimenten) een pilot gedraaid, waarbij intensieve begeleiding is toegepast op de doelgroep participatie (doelgroep met de grootste afstand tot de arbeidsmarkt). De uitkomsten van de pilot zijn positief: de resultaten tonen aan dat deze aanpak leidt tot een hogere betrokkenheid van de inwoners en een hogere mate van participatie (en hiermee kansen op werk). Als we nu kijken naar het team en de werkwijze, dan zien we: • De klanten zijn als het ware verdeeld over een actief (60%) en een niet actief bestand (40%). • De caseload per medewerker (en per fase) kan niet evenredig worden verdeeld. Kijkende naar de afgelopen jaren zien we de volgende cijfers (2025 t/m 09/12/2025): Instroom Participatie Doorstroom Ontwikkeling

2024 424 362

2025 334 137

Intentie is om de cijfers voor 2025 in eerste instantie weer richting het niveau 2024 op te trekken. Dus instroom Participatie richting 400 gaat en de doorstroom Ontwikkeling richting 300. Daarvoor is het van belang dat de formatie wordt opgeschroefd; er zullen minimaal 5 FTE werkconsulenten bij moeten komen. Daarnaast moeten er minimaal 3 voorzieningen komen om de extra klanten te kunnen plaatsen. Wat gaan we doen? De doelgroep participatie omvat op dit moment ca. 4.000 inwoners. Uit de pilot is gebleken dat een effectieve caseload maximaal 60 cliënten per consulent bedraagt. Toegepast op de totale doelgroep betekent dit een benodigde formatie van ongeveer 67

6

MKBA = Maatschappelijke Kosten Baten Analyse

Kaderbrief 2027 voor Ontwerpbegroting 2027 en Meerjarenbegroting 2028-2030

26

consulenten, terwijl Stroomopwaarts nu 23 consulenten inzet. Een opschaling naar het benodigde aantal (inzet van 44 extra consulenten) is financieel niet haalbaar. Daarom wordt voor een gerichte, haalbare aanpak, voorgesteld: het vormen van focusgroepen binnen de participatie-doelgroep, bijvoorbeeld op basis van leeftijd of uitkeringsduur. Hierdoor kan intensievere begeleiding worden gericht op subgroepen waar de meeste ontwikkel- en uitstroomkansen liggen. Voor deze gerichte aanpak wordt voorgesteld om 5 fte extra consulenten in te zetten binnen Participatie. Hiermee kunnen 300 extra inwoners intensief worden begeleid. Wat willen we bereiken? Met deze gerichte extra inzet op de doelgroep participatie wil Stroomopwaarts: • De effectiviteit en kwaliteit van begeleiding verhogen, door de caseload binnen focusgroepen terug te brengen. • De uitstroomkansen van inwoners vergroten, door meer tijd voor maatwerk, ontwikkeltrajecten en samenwerking met partners. • Deze aanpak biedt gemeenten de mogelijkheid om, op basis van MKBA-uitkomsten, gericht te investeren in maatregelen die aantoonbaar bijdragen aan maatschappelijke waarde. Wat gaat het kosten? De inzet voor 5 FTE werkconsulenten en 1 werkvoorbereider komt daarmee uit op € 520.000 per jaar. De extra inzet op deze doelgroep levert een te verwachten financieel rendement op in de vorm van meer uitstroom uit de uitkering.

Dit financiële effect kan worden doorgerekend via de MKBA-methodiek die Stroomopwaarts eind 2025 heeft gepresenteerd. De doelstelling is om voor gemeenten kostenneutraal te blijven met extra positieve maatschappelijke baten door meer participatie van inwoners en uitstroom naar werk waar mogelijk. De MKBA is gebaseerd op de gemiddelde uitvoeringskosten en prestaties van Stroomopwaarts in 2025 en de specifieke korte termijn resultaten van de pilot Vertrouwensexperiment (binnen 1 jaar). Belangrijke aannames zijn: 75% duurzame uitstroom. Voor de besparing wordt maximaal 1 jaar uitkering meegenomen. De belangrijkste conclusies van de MKBA zijn: • In de vergelijking van de begeleiding van 300 mensen in de focusgroep met A intensieve begeleiding of B basis dienstverlening Participatie is de verwachte uitstroom naar werk 20 hoger en 36 meer mensen geactiveerd (totaal 98 mensen oftewel 33% van de groep geactiveerd binnen 1 jaar). • In de vergelijking tussen de financiele lasten en baten van de dienstverlening is de er in beide type dienstverlening een positief saldo. (Basis dienstverlening is echter ook een wettelijke verplichting vanuit de Participatiewet). • De extra kosten van de dienstverlening (520.000) worden dus gecompenseerd door directe besparingen.

Wel met een tijdseffect: gedurende het eerste jaar extra begeleiding (extra kosten), pas daarna de extra besparing op de uitkeringen (320.000). • Het directe financiele saldo voor stroomopwaarts is vergelijkbaar met de huidige werkwijze. Daartegenover staat wel een totaal maatschappelike effect dat 122.000 hoger is dan de huidige werkwijze. Dat is de financiele vertaling van 56 extra mensen geactiveerd.

Kaderbrief 2027 voor Ontwerpbegroting 2027 en Meerjarenbegroting 2028-2030

27

B.

Inrichting Jongerenteam

Volgens de Wet Van school naar duurzaam werk moeten gemeenten beoordelen of jongeren voltijdsonderwijs volgen of moeten gaan werken. Stroomopwaarts voert deze taak uit en richt zich hierbij op jongeren tot 27 jaar, om hen preventief te begeleiden naar duurzame deelname aan de arbeidsmarkt. De nadruk ligt op het bieden van gestructureerde begeleiding en het intensiveren van samenwerking met onderwijsinstellingen en regionale partners. Hoewel landelijk steeds meer jongeren een beroep doen op een bijstands-uitkering en daar langer blijven, is deze trend bij Stroomopwaarts minder sterk zichtbaar. Sinds 2023 loopt het project Jeugdwerkgelegenheid, dat onder andere successen heeft geboekt met Doorstroomtafels en leefgebiedencoaches. Wat gaan we doen? Stroomopwaarts richt een kernteam Jongeren in voor de uitvoering van de Wet Van school naar duurzaam werk. Dit kernteam vervangt het huidige Gilde Jongeren en zorgt voor een integrale, gespecialiseerde aanpak voor jongeren tot 27 jaar met een uitkering. Het kernteam Jongeren wordt uitgebreid met 1 FTE jongeren consulent (met oplegprofiel coördinator). De kosten hiervoor kunnen worden gedekt vanuit de decentralisatie uitkering. Het resterende budget kan worden ingezet voor actieve communicatie benaderingen die aansluiten bij de doelgroep (o.a. via social media). Aanvullend is het wenselijk om het kernteam verder te versterken.

De succesvolle ondersteuning van het project Jeugdwerkgelegenheid rust voor een groot gedeelte op het inzetten van de leefgebiedencoach. Om het succes van de aanpak te continueren wordt geadviseerd een leefgebiedencoach toe te voegen aan het kernteam Jongeren. Daarnaast is de huidige caseload vrij hoog. Ook met de voorgenoemde uitbreiding van een jongeren consulent komt de caseload op ca. 75 jongeren per FTE. Om de intensieve begeleiding te kunnen bieden die nodig is, wordt geadviseerd 1 FTE jongeren consulent toe te voegen aan het kernteam Jongeren. Voor deze extra inzet is echter geen dekking vanuit de middelen vanuit het Rijk. Wat willen we bereiken? Met het kernteam Jongeren wil Stroomopwaarts een solide, toekomstbestendige basis neerzetten voor de begeleiding van jongeren richting duurzame participatie en werk. De belangrijkste resultaten die we nastreven zijn: • Continuïteit van de succesvolle leefgebiedencoach-aanpak, gericht op stabiliteit, schulden, gezondheid, huisvesting en motivatie. Kortom: alle randvoorwaarden voor duurzame uitstroom. • Een lagere, realistische caseload waardoor consulenten meer tijd hebben voor intensieve begeleiding, ontwikkeltrajecten en interventies die jongeren verder helpen. Wat gaat het kosten? In de meicirculaire 2026 zullen middelen worden opgenomen voor de uitvoering van de wet Van school naar duurzaam werk.

Voor de MVS-gemeenten komt dit bedrag op € 143.209. Daarnaast komt een bedrag van € 115.786 beschikbaar vanuit de

Kaderbrief 2027 voor Ontwerpbegroting 2027 en Meerjarenbegroting 2028-2030

28

Arbeidsmarktregio. Deze zgn. Ketenpartnergelden zijn bestemd voor het uitvoeren van bovenwettelijke taken. Inzet van deze middelen is aan specifieke eisen verbonden 7. De inzet van 1 FTE jongeren consulent (met oplegprofiel coördinator) en de communicatiemiddelen kunnen worden gedekt vanuit de middelen uit de meicirculaire 2026. Om de kwaliteit van de dienstverlening op het gewenste niveau te behouden is aanvullende inzet van 1 FTE leefgebiedencoach en 1 FTE jongeren consulent noodzakelijk. Hiervoor is een extra bedrag van € 176.9362 nodig. Hiervoor wordt ruimte gezocht binnen de bestaande begroting van Stroomopwaarts.

C. Meer inzet op directe bemiddeling voor instroom in de uitkering Wat gaan we doen? Directe bemiddeling voor instroom in de uitkering intensiveren met 20% extra trajecten. Bij deze activiteit worden 60 extra trajecten per jaar gerealiseerd met een lager uitstroompercentage van 25% (1 op 4), om een realistisch beeld te schetsen. Wat willlen we bereiken? Door direct een baan aan te bieden wordt voorkomen dat inwoners instromen in de bijstand. Wat gaat het kosten (Structureel € 100.000, op basis van een positieve MKBA) Een scenarioanalyse laat zien wat het effect is van meer of minder inzet op dit traject. Belangrijk is dat opschaling niet vanzelfsprekend succesvol is; de doelgroep moet voldoende kansen en mogelijkheden hebben om daadwerkelijk aan het werk te gaan. Meer Directe bemiddeling Basisscenario Scenario +20%

Aantal trajecten 300 360

Verwacht effect 0 + 15

Extra lasten

Extra baten

€ 0,5 mln € 100k

€ 3,35 mln € 320k

Financiële impact € 2,8 mln € 220k

Bovenstaande uitwerking heeft betrekking op de harde financiële effecten. Zichtbaar wordt dat het huidige scenario een financieel voordeel oplevert van 2,8 miljoen euro. Het +20% scenario levert naar verwachting een extra concrete besparing op van 220.000 euro Om dit scenario door te rekenen in een MKBA kunnen ook de zachte baten worden toegevoegd. Het scenario voor meer inzet op directe bemiddeling levert in de MKBA een totaal positief maatschappelijk resultaat op van ruim 300.000 euro. Meer Directe bemiddeling

Aantal trajecten

Verwacht effect

Extra (zachte) baten

Basisscenario Scenario +20%

300 360

0 + 15

€ 0 mln € 85k

Harde financiële impact € 2,8 mln € 220k

MKBAresultaat € 2,8 mln € 305k

7

De ketenpartnergelden worden ingezet op de extra maatregelen die voortkomen uit de samenwerkingsafspraken die gemaakt zijn met het regionaal programmateam VSV/JWG. Deze maatregelen zijn gedefinieerd als: “specifieke, concrete acties of interventies die door de betrokken ketenpartners worden uitgevoerd binnen de kaders van de programmalijnen”.

Kaderbrief 2027 voor Ontwerpbegroting 2027 en Meerjarenbegroting 2028-2030

29

2. Toekomstbestendig Werkontwikkelbedrijf met stabiele banen voor specifieke doelgroepen. D. Inzet van de impulsgelden voor het versterken van infrastructuur Werkontwikkelbedrijf door inzet op intensievere begeleiding, accountmanagement en investering in inclusieve technologie (Structureel € 420.000). E. 40 Extra banen Beschut Werk om de wachtlijst terug te brengen naar 25 eind 2026 (Structureel € 950.000, op basis van een positieve MKBA).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16847239/1