Bijlage: Rapportage Monitor leefbaarheid en veiligheid 2019 Schiedam
Tekst van het document
Monitor leefbaarheid en veiligheid 2019
11 februari 2020
Monitor leefbaarheid en veiligheid 2019 – Gemeente Schiedam
Versiebeheer Datum: 11 februari 2020 Versie: 1.1 Auteur: Kenniscentrum MVS
mvs.incijfers.nl kenniscentrum@mvs-gemeenten.nl
2
Monitor leefbaarheid en veiligheid 2019 – Gemeente Schiedam
Inhoudsopgave 1 Samenvatting en conclusies
4
2 Inleiding
9
2.1 2.2 2.3
Aanleiding Responsoverzicht Inhoud van het rapport
9 9 10
3 Woonomgeving en openbare ruimte 3.1 3.2 3.3
Voorzieningen Woning en woonomgeving Sociale kwaliteit
11 12 13
4 Stadsbestuur en uw inbreng 4.1 4.2 4.3
15
Samenwerken in Schiedam Onvervreemdbare taken: veiligheid en leefbaarheid De beleving van Schiedam als stad
5 Veiligheid en buurtproblemen 5.1 5.2 5.3
11
15 20 22
25
(On)veiligheidsgevoelens Onveilige plekken Buurtproblematiek
25 28 30
6 Welzijn en samen leven
39
6.1 6.2 6.3 6.4
Algemene gezondheid Belemmeringen in het dagelijks leven Sociale contacten en eenzaamheid Participatiesamenleving
39 40 43 45
Bijlage: wijk- en buurtindeling Schiedam
47
Bijlage: Rapportcijfers op buurtniveau
49
3
Monitor leefbaarheid en veiligheid 2019 – Gemeente Schiedam
1
Samenvatting en conclusies De vorige Monitor Leefbaarheid en Veiligheid in 2017 liet over het algemeen een verslechtering zien vergeleken met de Monitor dáárvoor in 2015. De huidige Monitor toont op veel punten het begin van herstel, maar er zijn belangrijke uitzonderingen. Verbetering is er vooral wat betreft de leefbaarheid: de waardering van de woning en woonomgeving, verloedering en (woon)overlast, ervaren gezondheid en de frequentie van sociale contacten en culturele activiteiten, al is de mate van eenzaamheid onveranderd. Het meest opvallende negatieve punt is de sterke toename van onveiligheidsgevoelens, die behoren tot de hoogste in Nederland. Verder zijn Schiedammers minder tevreden over de mate waarin de gemeente samenwerkt en ruimte biedt aan initiatieven vanuit de stad. Het imago van het stadsbestuur en de ambtenaren vertoont dan ook op sommige punten vooruitgang en op andere punten achteruitgang, net als het imago van Schiedam als stad.
Leefbaarheid licht hersteld Vooral wat betreft leefbaarheid zijn de scores in 2019 iets beter dan bij de vorige meting. Zo is de waardering voor de eigen woning weer een beetje gestegen, al is deze nog niet terug op het niveau van 2015. Het rapportcijfer daalde bij de vorige meting van 7,7 naar 7,5 en stijgt nu weer naar 7,6. Een dergelijke ontwikkeling is te zien bij de waardering van de woonomgeving: deze daalde van 6,9 naar 6,7 en is nu 6,8. Zoals altijd zijn er flinke verschillen per wijk en per buurt. Het aandeel Schiedammers dat de eigen buurt (zeer) prettig vindt om in te wonen is stabiel (81%). Toch zet de daling van de sociale cohesie zich voort: steeds minder buurtbewoners kennen elkaar of gaan met elkaar om. Stadsbreed is de mate waarin buurtproblemen voorkomen ongewijzigd, al zijn er wel grote verschillen per buurt en per probleem. Wat betreft de belangrijkste groepen van buurtproblemen is echter vooruitgang geboekt. Zo steeg het rapportcijfer voor verloedering (bekladding, rommel op straat, hondenpoep, vernieling) van 5,9 naar 6,1. Daarmee is de score terug op het niveau van 2015. In absolute zin is dit geen geweldige score, maar het is wel de hoogste score sinds 2002. Ook wat betreft overlast (van jongeren en omwonenden) is verbetering te zien: het rapportcijfer steeg van 6,7 naar 6,8. Zodoende is de al sinds 2009 dalende trend voor dit onderwerp gekeerd.
Ook wat betreft woonoverlast (geluidsoverlast, rondhangende jongeren, zwervers/daklozen) zijn de scores verbeterd na een aanvankelijke daling: het rapportcijfer steeg van 6,6 naar 6,7. Het rapportcijfer voor verkeersoverlast (agressief verkeersgedrag, geluidsoverlast door verkeer, te hard rijden, parkeeroverlast) bleef echter onveranderd op een 5,7.
Veiligheidsgevoel fors verslechterd Hoewel de politiecijfers een afname van de criminaliteit laten zien, voelt een toenemend deel van de Schiedammers zich soms of vaak onveilig. Voor de stad in het algemeen steeg dit aandeel van 47% naar 51%. De toename van onveiligheidsgevoelens in de eigen woonbuurt is nog sterker: dit aandeel steeg van 34% naar 44%, het hoogste aandeel ooit gemeten in Schiedam. Schiedam behoort daarmee tot de als meest onveilig ervaren steden in Nederland. Bovendien voelen inwoners van de wijken Oost, Nieuwland en Groenoord zich in hun eigen buurt gemiddeld minder veilig dan in de stad in het algemeen, terwijl normaal gesproken de eigen buurt als relatief veilig wordt ervaren.
4
Monitor leefbaarheid en veiligheid 2019 – Gemeente Schiedam
Er zijn twee hoofdverklaringen voor het feit dat het veiligheidsgevoel verslechtert, terwijl de politiecijfers een afname van de criminaliteit laten zien. Enerzijds lijkt het erop dat inwoners zich onveiliger voelen doordat zij vaker worden geconfronteerd met berichten over misdaad in Schiedam en omgeving. Zo was er afgelopen jaar veel media-aandacht voor ondermijnende criminaliteit op het bedrijventerrein Spaanse Polder en voor de lokale cocaïnehandel. Dat journalistieke en sociale media bovendien elkaars berichten vaak citeren en verder verspreiden, doet de impact van de berichtgeving op het publiek nog verder toenemen. Verder is de inzet van de politie in de wijken afgenomen in de laatste anderhalf jaar, maar de inzet van handhavers van de gemeente is onveranderd. Anderzijds wijzen de ontwikkelingen erop dat er meer aan de hand is.
Zo heeft Marnix Eysink Smeets, lector aan de Hogeschool InHolland, – passend binnen de theorieën over de complexe samenhang tussen leefbaarheid, sociale cohesie en veiligheidsbeleving – geconstateerd dat Schiedam een aantal ‘risico-indicatoren’ vertoont: de hoge onveiligheidsgevoelens in vergelijking met andere gemeenten, de plotselinge verslechtering van het veiligheidsgevoel, het hoge aandeel inwoners dat zich vaak onveilig voelt, het feit dat een aanzienlijk deel van de inwoners zich in de eigen buurt onveiliger voelt dan in het algemeen en de tegenstrijdige ontwikkeling van de subjectieve en objectieve veiligheid (de politiecijfers tonen een afname van de criminaliteit, terwijl het veiligheidsgevoel verslechtert). Het is niet uitgesloten dat in de slechtst scorende wijken veel inwoners in hun woonomgeving wel (aanwijzingen voor) criminaliteit zien, maar uit angst voor de daders geen aangifte doen of melding maken. In dit verband wordt wel gesproken over ‘zwijgwijken’.
Imago van stad en stadsbestuur wisselen Het imago van Schiedam als stad vertoont op sommige punten vooruitgang en op andere achteruitgang, net als het imago van het stadsbestuur en de ambtenaren. Steeds meer inwoners vinden dat Schiedam een gezellige stad is: 42% is het hiermee (zeer) eens; in 2017 was dit 39% en in 2015 32%. Tegelijkertijd vinden minder inwoners dat Schiedam een prettige stad is om te wonen (van 69% naar 62%). Ook zijn iets minder Schiedammers trots op hun stad (van 44% naar 41%) en is het vertrouwen in de toekomst van de eigen wijk voor het eerst in jaren weer een beetje afgenomen (van 35% naar 31%). Weliswaar vinden meer Schiedammers dan bij de vorige meting dat het stadsbestuur moeite doet om problemen in de stad aan te pakken (van 22% naar 24%), maar tegelijkertijd vinden iets minder Schiedammers dat de gemeente hierin ook slaagt (van 18% naar 17%). Het aandeel dat vindt dat de gemeente voldoende toezicht houdt op het naleven van regels is sterk gedaald (van 31% naar 20%). Zoals hiervoor vermeld, is de feitelijke inspanning van de gemeente op het terrein van handhaving onveranderd. De behoefte aan handhaving kan echter wel toegenomen zijn, omdat het veiligheidsgevoel is verslechterd.
Behoefte aan meer participatie Hoewel iets meer Schiedammers dan voorheen vinden dat de gemeente luistert naar de mening van haar inwoners (van 16% naar 18%), vinden die inwoners veel minder vaak dat de gemeente voldoende samenwerkt met inwoners en organisaties bij de ontwikkeling en uitvoering van beleid (van 32% naar 17%). Ook vinden veel minder Schiedammers dat de gemeente voldoende ruimte biedt aan eigen initiatieven vanuit de stad (van 31% naar 19%). Verder is het oordeel over de mate waarin de gemeente de buurt betrekt bij de aanpak van leefbaarheid en veiligheid gedaald (van 24% naar 21%), net als het oordeel over de mate waarin de gemeente doet wat zij zegt (van 19% naar 17%). Hierbij antwoorden meer respondenten dan voorheen met ‘weet niet / geen mening’. Enerzijds betekent dit dat het participatiebeleid van de gemeente (nog) onvoldoende bekend of zichtbaar is. Anderzijds geven inwoners hiermee aan dat het niet volstaat dat de gemeente luistert; zij willen ook
5
Monitor leefbaarheid en veiligheid 2019 – Gemeente Schiedam
invloed op het beleid en de uitkomsten daarvan. Het is om die reden een goede zaak dat het huidige college extra wil inzetten op samenwerking met Schiedammers. Waardoor de tevredenheid over de gemeente is gedaald, is niet helemaal duidelijk; de daling is te zien in alle lagen van de bevolking. Mogelijk is er een samenhang met de talrijke projecten in de buitenruimte. Enerzijds leiden investeringen in de fysieke omgeving vaak tot een verbetering van de buurt, die meestal wordt weerspiegeld in een toegenomen tevredenheid over het stadsbestuur. Anderzijds veroorzaken de projecten vaak overlast en ook het proces rond de werkzaamheden kan leiden tot ontevredenheid, vooral als inwoners het gevoel krijgen onvoldoende te worden geïnformeerd en/of weinig invloed te hebben op het resultaat. Over het algemeen lijken de positieve effecten sterker dan de negatieve, want de tevredenheid over de gemeente is vaak het laagst in de buurten waar geen projecten hebben plaatsgevonden.
Betere gezondheid, meer sociale contacten, eenzaamheid onveranderd Meer Schiedammers dan voorheen ervaren hun gezondheid als (zeer) goed. Dit aandeel steeg van 75% in 2017 naar 77% in 2019. De score ligt nog altijd iets onder het landelijk gemiddelde van 79%. Wat betreft de ervaren gezondheid zijn er grote verschillen tussen verschillende inkomensgroepen: van de Schiedammers met een laag inkomen ervaart slechts iets meer dan de helft de eigen gezondheid als (zeer) goed, van de Schiedammers met een middeninkomen is dit ruim 80% en van de Schiedammers met een hoog inkomen ruim 90%. Wat betreft gezondheid zijn de verschillen tussen inkomensgroepen aanmerkelijk groter dan die tussen leeftijdsgroepen, al hebben vooral 65-plussers wel bovengemiddeld veel gezondheidsproblemen. Een kwart van de Schiedammers (25%) ervaart in het dagelijks leven lichte tot ernstige belemmeringen vanwege een slechte lichamelijke conditie, 15% vanwege psychische problemen, 11% vanwege een beperkte kennis van de Nederlandse taal en cultuur, 19% vanwege geldproblemen en 19% vanwege het gevoel er niet bij te horen. Ook hier zijn er grote verschillen tussen deelgroepen. Zo ervaart van de 65-plussers maar liefst 40% belemmeringen vanwege een slechte lichamelijke conditie. Van de inwoners jonger dan 35 jaar ervaart 29% belemmeringen vanwege het gevoel er niet bij te horen.
Schiedammers hebben wat vaker contact met familie en vrienden dan in 2017. Ook nemen zij iets vaker deel aan culturele of creatieve activiteiten (museum, concert, theater) dan bij de vorige meting. Het aandeel inwoners dat vrijwilligerswerk doet is stabiel (27%), net als het aandeel dat mantelzorg verleent (25%). Ondanks de toegenomen sociale contacten en culturele activiteiten is de mate van eenzaamheid onveranderd: net als in 2017 is bijna 11% van de Schiedammers eenzaam. Weer zijn er duidelijke verschillen tussen deelgroepen. De eenzaamheid is het hoogst onder inwoners jonger dan 35 jaar (15%) en onder Schiedammers met een laag inkomen (18%).
Externe onderzoeken bevestigen beeld Uit de Leefbaarometer, de leefbaarheids- en veiligheidsmeting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, blijkt dat een aantal van de gemeenten in de G40, zoals Schiedam, gemiddeld genomen een niveau van leefbaarheid heeft dat maar weinig boven dat van Rotterdam ligt (score is net ‘voldoende’). De vijf gemeenten met de laagste score op de Leefbaarometer zijn Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen, Tiel en Maassluis. De uitkomsten van het Schiedamse L&V-onderzoek komen overeen met die van de Leefbaarometer voor wat betreft de leefbaarheid en veiligheid van buurten en wijken.
6
Monitor leefbaarheid en veiligheid 2019 – Gemeente Schiedam
Figuur 1.1 Schiedam volgens Leefbaarometer 2018
Onderzoeksbureaus RIGO en Atlas voor Gemeenten concluderen uit de Leefbaarometer dat in Schiedam de negatieve ontwikkeling in de ‘onvoldoende’ gebieden beperkt is ten opzichte van 2016 en dat juist de gebieden met een score ‘ruim voldoende’ of ‘goed’ zich ongunstiger ontwikkelden. In figuur 1.1 is te zien hoe de verschillende delen van Schiedam scoren in de Leefbaarometer. Schiedam kent volgens Atlas voor Gemeenten en RIGO twee ‘aandachtsbuurten’: buurten waar de leefbaarheid langdurig (minimaal drie metingen) op z’n best ‘zwak’ is, waar veiligheid een probleem is (twintig procent laagste scores in het land) en waar minimaal 1.000 mensen wonen. Dit geldt voor Groenoord-Midden en Groenoord-Noord, maar als het criterium van 1.000 mensen wordt losgelaten, zou ook Groenoord-Zuid een aandachtsbuurt zijn. Verder benoemen desbetreffende onderzoeksbureaus ‘kwetsbare wijken’. Dit zijn grotere gebieden waar de leefbaarheid al lang onder druk staat (minimaal drie metingen) en gezien de ontwikkelingen ook negatief zal blijven, waar veiligheid en overlast een groot probleem vormen en de scores ‘onvoldoende’ een substantieel deel van de wijk/buurt uitmaken (minimaal 5.000 inwoners). Slechts in acht Nederlandse steden zijn er wijken die aan deze criteria voldoen. Naast de G4 gaat het dan om Schiedam, Vlaardingen, Zaanstad en Tilburg.
In Schiedam is sprake van twee kwetsbare wijken volgens deze definitie, namelijk Nieuwland en Oost. Het is dan ook niet voor niets dat het Ministerie van BZK in samenwerking met de gemeente Schiedam opnieuw aandacht besteedt aan deze wijken met het programma Stadsvernieuwing 3.0.
7
Monitor leefbaarheid en veiligheid 2019 – Gemeente Schiedam
8
Monitor leefbaarheid en veiligheid 2019 – Gemeente Schiedam
2
Inleiding Leefbaarheid en veiligheid staan al lange tijd hoog op de lijst van bestuurlijke prioriteiten. Ook het bevorderen van maatschappelijke participatie, het stimuleren van een gezonde leefstijl en tegengaan van eenzaamheid zijn voorbeelden van zaken die daar bij horen. De Schiedamse monitor leefbaarheid en veiligheid biedt aanknopingspunten om de effecten van het gevoerde beleid in beeld te brengen.
2.1 Aanleiding Reeds in de jaren ’90 was de invoering van het Grotestedenbeleid de aanleiding om binnen de overheid afspraken te maken over periodiek onderzoek op het gebied van leefbaarheid en veiligheid. Inmiddels is het Grotestedenbeleid beëindigd, maar de behoefte aan beleidsinformatie over leefbaarheid en veiligheid is onverminderd. Daarom heeft in juli/augustus 2019 opnieuw een Schiedams onderzoek in het kader van de monitor leefbaarheid en veiligheid plaatsgevonden. Deze rapportage geeft de uitkomsten van dit onderzoek. Het levert een beeld op van hoe zaken als woonplezier, veiligheid en sociale cohesie zich in Schiedam ontwikkelen. Dit kan dienen als belangrijke onderbouwing van het gemeentelijk beleid.
2.2 Responsoverzicht Het veldwerk van het onderzoek bestaat uit twee onderdelen: uit het bevolkingsregister is aselect een steekproef van in totaal 8.000 personen in de leeftijd van 18 tot en met 80 jaar getrokken. Hierbij is rekening gehouden met de diverse wijken in Schiedam. Deze personen kregen een vragenlijst thuisgestuurd met het verzoek deze in te vullen en terug te sturen. Een andere mogelijkheid betrof de vragenlijst digitaal in te vullen. Door middel van een code in de begeleidende brief konden de aangeschreven personen inloggen op de gemeentelijke website en daar de vragenlijst invullen. Om uiteenlopende redenen (verhuizing, volle brievenbus, etc,) bleken 84 vragenformulieren onbestelbaar. Van de resterende 7.916 namen uiteindelijk in totaal 1.806 personen deel aan het onderzoek. De respons op dit deel van het onderzoek bedraagt derhalve 23%. Figuur 2.1 Overzicht aantal respondenten
Methode
Aantal uitgenodigd (netto)
Steekproef
7.916
Internetpanel Totaal
2.822 10.738
Respons (abs.)
Respons (%)
Schriftelijk: 1.182 Digitaal: 624 Totaal: 1.806 1.124 2.930
Schriftelijk: 15% Digitaal: 8% Totaal: 23% 40% 27%
Voor het tweede onderdeel van het veldwerk is in dezelfde periode een digitale vragenlijst verspreid onder de leden van het gemeentelijk internetpanel. Deze vragenlijst is ingevuld door 1.124 van de
9
Monitor leefbaarheid en veiligheid 2019 – Gemeente Schiedam
2.822 panelleden. Dit komt overeen met een respons van 40%. In totaal hebben maar liefst 2.930 inwoners uit Schiedam deelgenomen aan het onderzoek, waarmee de totale respons uitkomt op 27%. Figuur 2.2 Overzicht aantal respondenten per wijk*
Wijk Centrum Oost West Zuid Nieuwland Groenoord Kethel Woudhoek Spaland/Sveaparken
Respons (abs.) 275 261 451 288 390 282 286 310 334
Respons (%) 29% 21% 28% 24% 23% 26% 32% 30% 34%
* Van 53 personen is niet bekend in welke wijk zij woonachtig zijn
De respons verschilt per wijk: de wijken in het noordelijk stadsdeel laten een relatief hoog responspercentage zien en de animo voor dit onderzoek is in Oost, Nieuwland en Zuid het laagst. Hiermee was van tevoren rekening gehouden door de omvang van de steekproef in sommige wijken te verhogen. Daarnaast zijn de onderzoeksdata voor zover nodig gecorrigeerd met weegfactoren, zodat een representatieve afspiegeling ontstaat van de totale Schiedamse bevolking in de leeftijd van 18 tot en met 80 jaar. De uitkomsten van het onderzoek leveren daarmee een betrouwbaar beeld op van de mening van de Schiedammer.
2.3 Inhoud van het rapport In voorliggend rapport zijn de uitkomsten steeds op stedelijk en wijkniveau gepresenteerd. Waar mogelijk zijn vergelijkingen met eerdere metingen gemaakt. Soms zijn de uitkomsten op buurtniveau gepresenteerd. Op dit lage schaalniveau is het aantal respondenten niet voor alle buurten voldoende om betrouwbare uitspraken te kunnen doen. De uitkomsten op buurtniveau moeten om die reden dan ook als indicatief worden beschouwd. Op wijk- en stedelijk niveau zijn de uitkomsten uiteraard wel representatief. In het eerstvolgende hoofdstuk komt de woonomgeving en de openbare ruimte aan bod. De tevredenheid over het voorzieningenniveau en de sociale samenhang binnen een woonbuurt komen eveneens in dit hoofdstuk aan de orde. Hoofdstuk 4 behandelt het stadsbestuur en de inbreng van inwoners: hoe vinden inwoners dat de gemeente functioneert en hen betrekt bij allerlei onderwerpen die in de stad spelen? Hoofdstuk 5 heeft de thema’s veiligheid en buurtproblemen als onderwerp: waar voelt men zich onveilig en hoe vaak ondervinden inwoners overlast of is er bijvoorbeeld sprake van verloedering? De onderwerpen welzijn en samen leven worden behandeld in hoofdstuk 6. Het gaat dan bijvoorbeeld om gezondheid, eenzaamheid en participatie.
Aan de vragenlijst van het onderzoek zijn ook vragen toegevoegd waarmee enkele indicatoren bij de doelstellingen uit de begroting kunnen worden gemeten. De uitkomsten hiervan zijn opgenomen in het thematische hoofdstuk waar de desbetreffende doelstelling onder valt.
10
Monitor leefbaarheid en veiligheid 2019 – Gemeente Schiedam
3
Woonomgeving en openbare ruimte De leefbaarheid van buurten en wijken wordt mede bepaald door de kwaliteit van de woonomgeving, de beleving van de openbare ruimte en de sociale samenhang in een buurt. In het onderzoek hebben de inwoners de huidige situatie in hun woonbuurt dan ook beoordeeld aan de hand van zowel fysieke als sociale aspecten van leefbaarheid.
3.1 Voorzieningen Allereerst is gevraagd naar de mate van tevredenheid over het voorzieningenniveau in de eigen woonbuurt. Het gemiddeld rapportcijfer komt uit op een 7,0. Dat is iets hoger dan in 2015 en 2017 toen dit cijfer op een 6,9 uitkwam. In de meeste wijken is de ontwikkeling van het rapportcijfer vrij stabiel. Uitzondering is het Centrum, daar is de waardering voor de voorzieningen 0,5 punt hoger dan in 2017. Evenals bij vorige metingen ligt ook deze keer de tevredenheid over de voorzieningen bij de inwoners van de binnenstad en de wijken in Schiedam-Noord ruim boven het gemiddelde. Figuur 3.1 Rapportcijfer voorzieningen per wijk
Wijk Centrum Oost West Zuid Nieuwland Groenoord Kethel Woudhoek Spaland/Sveaparken Schiedam
2015 7,3 6,5 6,6 6,8 6,6 7,2 7,6 7,4 7,4 6,9
2017 7,1 6,6 6,3 6,8 6,6 7,4 7,5 7,3 7,4 6,9
2019 7,6 6,7 6,6 6,7 6,6 7,5 7,4 7,4 7,5 7,0
Indien wordt gekeken naar de tevredenheid over specifieke voorzieningen, dan blijkt dat Schiedammers het meest tevreden zijn over de winkels in de buurt voor dagelijkse boodschappen, het openbaar vervoer en de straatverlichting. Het minst tevreden zijn Schiedammers over de voorzieningen voor jongeren (zie figuur 3.2). De meningen zijn duidelijk het meest verdeeld als het gaat om parkeren. De stedenbouwkundige opzet van de wijk speelt hierbij een belangrijke rol. In wijken waar de woningdichtheid zeer hoog is en het openbaar gebied krap is bemeten – zoals in Zuid, West en het Centrum – is de tevredenheid over de parkeervoorzieningen laag. Anderzijds zijn er in een ruim opgezette wijk als Groenoord naar verhouding weinig klachten over parkeren.
11
Monitor leefbaarheid en veiligheid 2019 – Gemeente Schiedam
53 57
55 76 38
58 69 36
16
24
parkeergelegenheid
31
wegen, paden en pleinen
67
42 47
groen (plantsoenen en parken)
60 73
40 65
61 72
44 14
47 23
50 20
straatverlichting speelvoorz. voor jonge kinderen voorzieningen voor jongeren
73 24 57
Schiedam
26 47
78 85
Spal./Sveap.
Groenoord
95
90 89
winkels dagelijkse boodschapp.
94 66
84 78
50 66 70
54 69
45 59
71
68 37
79 67
72
60 72
11
17
68 17
51 20
80 72
92 79 56
66 71
58 71
76 69 27
Woudhoek
Nieuwland
82 82
(haltes) openbaar vervoer
Voorziening
Kethel
Zuid
79 60
Oost
65
Centrum
west
Figuur 3.2 Aandeel (zeer) tevreden per wijk, in procent
96 82
Groen: cijfer wijkt 10% of meer in positieve zin af van het gemiddelde Rood: cijfer wijkt 10% of meer in negatieve zin af van het gemiddelde
Op de voorzieningen voor jongeren na zijn de uitkomsten op stadsniveau, zoals weergegeven in bovenstaande tabel, een fractie beter dan bij de vorige meting.
3.2 Woning en woonomgeving In het onderzoek is gevraagd een rapportcijfer te geven voor de woning. Het gemiddelde van Schiedam komt uit op een 7,6. Dat ligt op hetzelfde niveau als bij de metingen van 2015 en 2017. Figuur 3.3 Ontwikkeling gemiddeld rapportcijfer voor de woning
Wijk Centrum Oost West Zuid Nieuwland Groenoord Kethel Woudhoek Spaland/Sveaparken Schiedam
2015 8,1 7,3 7,7 7,8 7,3 7,7 8,2 8,1 8,3 7,7
2017 7,2 7,3 7,4 7,8 6,9 7,5 8,1 8,2 8,2 7,5
2019 7,7 7,5 7,8 7,8 6,8 7,4 7,9 8,1 8,3 7,6
Evenals in andere jaren worden de woningen in Woudhoek en Spaland/Sveaparken het best beoordeeld: met een ruime 8. Inwoners van Nieuwland waarderen hun woning gemiddeld het minst. In West is er een redelijk groot verschil zichtbaar tussen het noordelijk en zuidelijk deel van de wijk. Zo ligt het cijfer voor de woning ten noorden van de Burg. Knappertlaan op een 7,6 terwijl dit in het zuidelijk deel met een 8,4 wordt gewaardeerd. Het rapportcijfer voor koopwoningen is met een 8,2 een stuk hoger dan het rapportcijfer voor huurwoningen met een 6,8.
12
Monitor leefbaarheid en veiligheid 2019 – Gemeente Schiedam
De woonomgeving wordt met een rapportcijfer van 6,8 enigszins lager beoordeeld dan de woning. Dat was overigens in voorgaande jaren precies zo. Verder valt op dat de waardering van de woonomgeving op hetzelfde niveau ligt als bij voorgaande metingen. Figuur 3.4 Ontwikkeling gemiddeld rapportcijfer voor de woonomgeving
Wijk Centrum Oost West Zuid Nieuwland Groenoord Kethel Woudhoek Spaland/Sveaparken Schiedam
2015 7,0 6,1 6,8 6,9 6,2 6,9 7,9 7,6 7,8 6,9
2017 6,5 6,1 6,7 7,1 5,8 7,0 7,5 7,8 7,8 6,7
2019 7,1 6,1 6,9 6,8 6,0 6,8 7,6 7,7 7,8 6,8
In Nieuwland en Oost is de waardering voor de woonomgeving weliswaar het laagst maar nog wel voldoende. Wat dat betreft is het beeld in Kethel, Woudhoek en Spaland/Sveaparken een stuk positiever. Naast vragen over de woning en de woonomgeving is ook een algeheel oordeel gevraagd over hoe prettig men de buurt vindt waar men zelf woont.
81% vindt de eigen buurt (zeer) prettig om in te wonen (2017: 82% - 2015: 81%) 19% vindt de eigen buurt (zeer) onprettig om in te wonen (2017: 18% - 2015: 19%)
Van alle ondervraagden zegt 81% de eigen buurt prettig om in te wonen, 19% vindt dat niet. Daarmee is de mening over de eigen woonbuurt de laatste jaren vrijwel onveranderd gebleven. Zo werden er in 2015 en 2017 vergelijkbare uitkomsten gevonden. Kethel, Woudhoek en Spaland/Sveaparken spannen de kroon: 97% tot 98% van de inwoners van deze wijken vindt het er prettig wonen. Wat dat betreft is de situatie in de wijken Oost en Nieuwland anders: hier geeft minder dan tweederde deel (61% respectievelijk 64%) van de ondervraagden aan in een prettige buurt te wonen. De positieve ontwikkeling van Groenoord heeft zich ook in 2019 doorgezet. 88% van de inwoners geeft aan het prettig te vinden hier te wonen (2017: 86%, 2015: 84%, 2012: 79%).
3.3 Sociale kwaliteit Het sociale klimaat van de omgeving is van invloed op de waardering voor het wonen. Daarnaast wordt verondersteld dat sociale cohesie de dominante factor is bij het versterken van leefbaarheid en veiligheid: betrokkenheid bij de buurt leidt er toe dat burgers zich actiever opstellen ten aanzien van omgang met de openbare ruimte en mede-inwoners. Om dit te kunnen meten is een rapportcijfer
13
Monitor leefbaarheid en veiligheid 2019 – Gemeente Schiedam
voor ‘waardering sociale kwaliteit’ opgesteld. Dit rapportcijfer is opgebouwd uit de oordelen op de volgende stellingen: De mensen kennen elkaar in deze buurt nauwelijks. De mensen gaan in deze buurt op een prettige manier met elkaar om. Ik woon in een gezellige buurt, waar veel saamhorigheid is. Ik voel mij thuis bij de mensen die in deze buurt wonen. Daarbij geldt: hoe hoger het rapportcijfer, hoe beter het met de sociale cohesie is gesteld.
Rapportcijfer sociale cohesie: 5,9 (2017: 5,9 - 2015: 6,0) Figuur 3.5 Ontwikkeling rapportcijfer sociale cohesie per wijk
Wijk Centrum Oost West Zuid Nieuwland Groenoord Kethel Woudhoek Spaland/Sveaparken Schiedam
2015 5,8 5,3 6,1 6,6 5,5 5,6 7,5 6,3 6,8 6,0
2017 5,7 5,2 5,8 6,9 5,4 5,5 7,0 6,6 7,0 5,9
2019 5,8 5,1 6,1 6,5 5,4 5,5 6,9 6,4 6,6 5,9
Al geruime tijd vertoont het rapoortcijfer voor sociale cohesie een langzaam dalende trend. Zo lag deze score zo’n 20 jaar geleden nog op 6,6 terwijl dit in 2019 op 5,9 uitkomt. Verder valt op dat de verschillen tussen de wijken steeds kleiner worden. Zo waren Kethel en in een verder verleden ook Zuid wijken die wat sociale cohesie betreft er in positieve zin ruim boven uitstaken. Dat is de laatste jaren veel minder het geval. Op buurtniveau zijn de verschillen nog wel groot. Figuur 3.6 Sociale cohesie: hoogst en laagst scorende buurten (*)
Buurt Vijf hoogst scorende buurten 1. Vogelbuurt (Kethel) 2. Oranjekwartier (West) 3. De Plantage (Centrum) 4. Sveaborg en -Dal (Spal./Sveap.) 5. De Gaarden/Sveafors (Spal./Sveap.) Vijf laagst scorende buurten 46. Fabribuurt (West) 47. Newtonbuurt (Oost) 48. Wibautbuurt (Nieuwland) 49. Rotterdamsedijk (Oost) 50. Stationsbuurt (Oost)
Rapportcijfer 7,5 7,4 7,2 7,0 7,0 4,9 4,8 4,8 4,6 4,4
(*) Buurten met onvoldoende respondenten zijn buiten beschouwing gelaten
14
Monitor leefbaarheid en veiligheid 2019 – Gemeente Schiedam
4
Stadsbestuur en uw inbreng Door middel van een aantal stellingen is de mening van de Schiedammers gevraagd over het functioneren van de gemeente op het gebied van samenwerking, participatie en leefbaarheid. Ook is gevraagd naar hun gevoelens over het wonen en leven in Schiedam.
4.1 Samenwerken in Schiedam De gemeente Schiedam wil transparant werken aan het vertrouwen van de inwoners in de gemeente. Daarom worden in de vragenlijst Leefbaarheid en Veiligheid enige stellingen voorgelegd aan de hand waarvan de gemeente kan peilen of dit wordt bewerkstelligd. Figuur 4.1 Stellingen m.b.t. Samenwerking en participatie
de gemeente biedt voldoende ruimte aan eigen initiatieven vanuit de stad
19%
37%
16%
28%
de gemeente werkt voldoende samen met bewoners en organisaties bij ontwikkeling en uitvoering van beleid
17%
36%
21%
26%
de gemeente luistert naar de mening van haar bewoners
18%
35%
26%
22%
de gemeente betrekt de buurt voldoende bij de aanpak van leefbaarheid en veiligheid
21%
32%
29%
17%
de gemeente doet wat ze zegt
17%
41%
19%
23%
0%
50%
(helemaal) mee eens
Neutraal
(helemaal) niet mee eens
weet niet / geen mening
100%
Net als bij voorgaande metingen blijken heel wat Schiedammer kritisch tegenover (het samenwerken vanuit) de gemeente te staan. Relatief veel mensen geven aan het niet goed genoeg te weten om een inschatting te maken of een mening te kunnen vormen. Dit kan afgeleid worden uit de hoge percentages voor de antwoordcategorieën ‘neutraal’ en ‘weet niet / geen mening’. Deze aantallen zijn dan ook hoger dan in voorgaande jaren. Hieruit kan blijken dat het gevoerde beleid ten aanzien van participatie, samenwerking en de participerende overheid nog niet goed (genoeg) wordt herkend of onvoldoende zichtbaar is.
Trends Om de beleving van de samenwerking tussen de gemeente en de inwoners van Schiedam door te tijd te kunnen volgen, worden bovenstaande stellingen elke twee jaar voorgelegd aan de Schiedammers.
15
Monitor leefbaarheid en veiligheid 2019 – Gemeente Schiedam
Voor de volledigheid moet hierbij worden opgemerkt dat een aantal van de stellingen opgenomen in figuur 4.1 in de jaren 2015 en 2017 was opgenomen in het Imago-onderzoek. Figuur 4.2 Percentage positieve antwoorden op de stellingen 2017 en 2019 de gemeente luistert naar de mening van haar bewoners
18% 16%
de gemeente doet wat ze zegt
17% 19%
de gemeente betrekt de buurt voldoende bij de aanpak van leefbaarheid en veiligheid
21% 24%
de gemeente biedt voldoende ruimte aan eigen initiatieven vanuit de stad
19%
de gemeente werkt voldoende samen met bewoners en organisaties bij ontwikkeling en uitvoering van beleid
17%
2019
2017
31% 32%
0%
10%
20%
30%
40%
Het percentage positieve antwoorden op de vragen over samenwerking en participatie geeft al jaren een stabiel beeld. Dit jaar echter is over de breedte een verslechtering te zien, met uitzondering van de stelling ‘de gemeente luistert naar de mening van de inwoners’. Bij de stellingen ‘de gemeente biedt voldoende ruimte aan eigen initiatieven uit de stad’ en ‘de gemeente werkt voldoende samen met inwoners en organisaties bij ontwikkeling en uitvoering van beleid’ is zelfs een grote achteruitgang te zien, met respectievelijk een daling 12 procentpunten en 15 procentpunten ten opzichte van 2017. Deze daling heeft geleid tot een nagenoeg evenredige stijging van het aandeel Schiedammers dat voor de overige antwoordcategorieën heeft gekozen (zie figuur 4.3 en 4.4). Figuur 4.3 Verdeling aandelen per antwoordcategorie 2015 tot heden “de gemeente biedt voldoende ruimte aan eigen initiatieven vanuit de stad”.
de gemeente biedt voldoende ruimte aan eigen initiatieven vanuit de stad (helemaal) mee eens neutraal (helemaal) niet mee eens weet niet / geen mening
2015
2017
2019
32% 31% 14% 23%
31% 33% 14% 22%
19% 37% 16% 28%
Figuur 4.4 Verdeling aandelen per antwoordcategorie 2015 tot heden ‘de gemeente werkt voldoende samen met inwoners en organisaties bij ontwikkeling en uitvoering van beleid’
De gemeente werkt voldoende samen met inwoners en organisaties bij ontwikkeling en uitvoering van beleid (helemaal) mee eens neutraal (helemaal) niet mee eens weet niet / geen mening
16
2015
2017
2019
30% 32% 18% 21%
32% 32% 17% 19%
17% 36% 21% 26%
Monitor leefbaarheid en veiligheid 2019 – Gemeente Schiedam
Duiding In de open antwoorden geven sommige respondenten aan dat ze goede ervaringen hebben, maar anderen stellen dat de gemeente niet duidelijk communiceert, lang niet altijd beloften nakomt en/of te veel haar eigenbelang nastreeft, dat het veel uitmaakt met welke individuele vertegenwoordiger van de gemeente je te maken hebt en dat er veel onopgeloste problemen zijn. Wanneer gezocht wordt naar een nadere duiding van verslechtering van deze cijfers blijkt er weinig verschil te zijn tussen verschillende categorieën inwoners. Wanneer de scores worden onderverdeeld naar geslacht, inkomen, huur- of koopwoning of etniciteit is – hoewel er natuurlijk onderlinge verschillen zijn – te zien dat de verslechtering van het oordeel overal zichtbaar is. Geconcludeerd moet dus worden dat de relatief forse daling van het aantal Schiedammers dat tevreden is over de ruimte voor initiatieven en over de gelegenheid tot het geven van input op beleid over de gehele demografische en sociaal-economische breedte terug te vinden is. Op buurtniveau zijn wel (grote) onderlinge verschillen waarneembaar. Deze uitkomsten zijn echter indicatief, omdat op buurtniveau het aantal respondenten niet altijd voldoende is om een valide uitspraak te doen. De onderlinge verschillen zijn echter zó groot dat er wel globale conclusies te trekken zijn.
Figuur 4.5 Indicatieve uitschieters rangorde (helemaal) mee eens ‘de gemeente werkt voldoende samen met inwoners en organisaties bij ontwikkeling en uitvoering van beleid’ #
Buurt
Aantal respondenten
(helemaal) mee eens
neutraal
(helemaal) niet mee eens
weet niet / geen mening
50
Rotterdamsedijk
49
Vlinderhoven/Sveaholm
84
6%
38%
17%
39%
63
7%
30%
25%
38%
48
Binnenstad
47
Fabribuurt
113
8%
36%
30%
25%
27
10%
46%
23%
21%
46
Groenoord-Midden
152
10%
38%
27%
24%
5
Maasboulevard
51
28%
38%
25%
9%
4
Sveaborg en -Dal
63
28%
33%
16%
23%
3
Staatsliedenbuurt
36
30%
53%
7%
10%
2
Spieringshoek
28
31%
19%
34%
16%
1
Haverschmidtkwartier
35
35%
23%
10%
32%
Opvallend is dat alléén de meest tevreden buurt (Haverschmidtkwartier in West) over de samenwerking van de gemeente met inwoners en organisaties in de beleidsontwikkeling en -uitvoering beter scoort dan in 2017. De inwoners in alle andere buurten zijn dus minder tevreden dan voorheen. Gesorteerd naar de tevredenheid toont figuur 4.5 de rangorde van de vijf minst tevreden en de vijf meest tevreden buurten. Buurten met minder dan 25 respondenten zijn weggelaten. Het is opmerkelijk dat zelfs in de meest positieve buurten er toch ook veel mensen aangeven dat zij (helemaal) niet tevreden zijn over de samenwerking van de gemeente met inwoners. Dit is met name het geval in de buurten Maasboulevard en Spieringshoek. Hier hebben kort geleden (en in geval van Maasboulevard nu nog) projecten in de buitenruimte plaatsgevonden.
17
Monitor leefbaarheid en veiligheid 2019 – Gemeente Schiedam
In de beantwoording van de stelling over het ruimte bieden door de gemeente aan initiatieven vanuit de stad zijn eveneens grote verschillen op buurtniveau zichtbaar (zie figuur 4.6). Figuur 4.6 Uitschieters rangorde (helemaal) mee eens ‘de gemeente biedt voldoende ruimte aan initiatieven vanuit de stad’ #
Buurt
Aantal respondenten
(helemaal) mee eens
neutraal
(helemaal) niet mee eens
weet niet/ geen mening
50
Kethel-dorp
49
Vakbondsliedenbuurt
46
4%
50%
19%
27%
28
6%
35%
26%
32%
48 47
Tuindorp
62
12%
35%
14%
40%
Brandersbuurt
59
12%
37%
12%
39%
46
Binnenstad
113
12%
46%
17%
25%
5
Parkenbuurt/Bijdorp
28
31%
38%
0%
31%
4
Staatsliedenbuurt
36
32%
57%
2%
10%
3
Haverschmidtkwartier
35
32%
23%
10%
35%
2
Spieringshoek
28
38%
16%
34%
13%
1
De Plantage
55
39%
23%
19%
19%
Zowel in de top 5 van de minst tevreden buurten, als in de top 5 van meest tevreden buurten staan buurten waarin sinds begin 2018 projecten zijn uitgevoerd. De aard en duur van de werkzaamheden, en de door de gemeente gekozen aanpak kunnen van invloed zijn geweest op de hoeveelheid ruimte voor initiatieven die inwoners ervoeren. Wanneer de antwoorden op de stelling ‘de gemeente luistert naar de mening van haar inwoners’ (de enige stelling waarop een verbetering ten opzichte van 2017 zichtbaar is) op buurtniveau worden bekeken, blijkt dat ook hier grote verschillen in de beoordeling bestaan. De uitschieters in de rangorde zijn weergegeven in figuur 4.7. Ook hier zijn de buurten met minder dan 25 respondenten weggelaten. Figuur 4.7 Uitschieters rangorde (helemaal) mee eens ‘de gemeente luistert naar de mening van haar inwoners’ #
Buurt
Aantal respondenten
(helemaal) mee eens
neutraal
(helemaal) niet mee eens
weet niet/ geen mening
50
Hollandiabuurt
40
4%
48%
33%
22%
49 48
Distillateursbuurt
39
7%
29%
50%
31%
Schiehart
76
8%
54%
23%
16%
47
Groenoord-Midden
152
9%
39%
36%
26%
46
Binnenstad
113
11%
37%
39%
27%
5
Spieringshoek
28
28%
19%
47%
47%
4
Nassaukwartier
67
29%
25%
29%
19%
3
Haverschmidtkwartier
35
35%
29%
29%
29%
2
Liduinabuurt
33
42%
33%
8%
8%
1
Vakbondsliedenbuurt
28
44%
26%
21%
0%
18
Monitor leefbaarheid en veiligheid 2019 – Gemeente Schiedam
Wanneer de rangordes worden vergeleken met de projecten die de gemeente Schiedam in 2018 en 2019 heeft uitgevoerd, blijkt dat in de meest negatieve buurten géén projecten in de openbare ruimte hebben plaatsgevonden. Ongezien maakt dus onbemind. Andersom zijn de buurten waar de gemeente de laatste anderhalf jaar wel projecten heeft uitgevoerd het meest tevreden. Uitzondering hierop is de buurt Spieringshoek, waar mensen ofwel heel positief zijn, ofwel heel negatief. Neutraliteit over de gemeente komt hier weinig voor. Het verdient aanbeveling om in het licht van de onderlinge samenwerking in Schiedam, nader te bekijken wat de projectleider hier anders heeft gedaan dan anders en elders.
Betrokken worden bij wat er in Schiedam gebeurt (participatiebereidheid) Vanzelfsprekend is aan de Schiedammers gevraagd of zij meer betrokken willen worden bij wat de gemeente doet. De reacties zijn weergegeven in onderstaand figuur (4.8). Figuur 4.8 Wilt u meer betrokken worden bij wat er in Schiedam gebeurt? (n=2930)
60
40
20
49%
52%
ja
nee
0 Grofweg kunnen we het volgende over zeggen over de participatiebereidheid onder Schiedammers: Jongeren zeggen relatief vaak meer betrokken te willen worden bij de politiek. Schiedammers met een laag inkomen geven vaker aan niet méér betrokkenen te willen worden bij activiteiten van de gemeente dan Schiedammers met een gemiddeld of hoger inkomen. Schiedammers met een niet-westerse migratieachtergrond geven veel vaker aan meer betrokken te willen worden bij wat er in Schiedam gebeurt dan Schiedammers zonder migratieachtergrond en Schiedammers met een westerse migratieachtergrond, inclusief de MOE-landen. Figuur 4.9 Ja, ik wil meer betrokken worden bij wat er in Schiedam gebeurt (n=2930)
100% 80% 60%
77%
69%
65% 55%
40% 20% 0%
19
54%
46%
43%
42%
Monitor leefbaarheid en veiligheid 2019 – Gemeente Schiedam
Ook is gevraagd over welke onderwerpen zij willen samenwerken met de gemeente. Zoals altijd staan veiligheid en wonen bovenaan in de antwoorden. Figuur 4.10 Aandeel inwoners dat betrokken wil zijn per thema veiligheid
61% 58%
wonen openbare ruimte
40% 39%
milieu en duurzaamheid zorg voor Schiedammers die dat nodig hebben
31% 29% 28% 27% 27%
cultuur bereikbaarheid binnenstad sport en bewegen ondernemen in Schiedam
19%
0%
20%
40%
60%
80%
Bij de open antwoorden worden de volgende drie antwoorden relatief vaak gegeven: parkeren; afval; horeca en uitgaansgelegenheden voor jongeren.
4.2 Onvervreemdbare taken: veiligheid en leefbaarheid Het zorgdragen voor veiligheid en leefbaarheid is een onvervreemdbare taak van de gemeentelijke overheid. Dit wil zeggen dat dit de verantwoordelijkheid is van de gemeente Schiedam. Deze verantwoordelijkheid kan aan niemand anders worden overgedragen. Om te ontdekken hoe tevreden de inwoners van Schiedam zijn over de wijze waarop de gemeente Schiedam deze taken uitvoert, is in de enquête gevraagd te reageren op een aantal stellingen.
Figuur 4.11 Aandeel inwoners dat positief antwoordt op de stellingen over de taken van gemeente op het gebied van veiligheid en leefbaarheid (n=2930)
De gemeente houdt voldoende toezicht op het naleven van regels
20%
32%
De gemeente slaagt erin om belangrijke problemen in de stad aan te pakken
17%
26%
Het bestuur van Schiedam doet veel moeite om problemen in de stad aan…
24%
0%
20%
34% 40%
32% 25% 21% 60%
15% 22% 21% 80%
(helemaal) mee eens
neutraal
(helemaal) niet mee eens
weet niet / geen mening
20
100%
Monitor leefbaarheid en veiligheid 2019 – Gemeente Schiedam
Trends Zoals ook te zien is in het figuur (4.12), blijken net als in 2015 en in 2017 heel wat Schiedammers kritisch tegenover het functioneren van de gemeente te staan als het gaat om de aanpak van leefbaarheid en het aantrekkelijker maken van de stad. Zo vindt slechts 17% van de Schiedammers dat de gemeente erin slaagt om belangrijke problemen in de stad aan te pakken. Zoals te zien is in figuur 4.13 wordt de handhaving van de regels door de gemeente op wijkniveau zeer verschillend beoordeeld. Opvallend is dat het aandeel ontevreden Schiedammers in alle wijken groter is dan het aandeel tevreden inwoners. Figuur 4.12 Aandelen inwoners dat positief antwoordt op de stellingen over het functioneren van de gemeente op het gebied van leefbaarheid en veiligheid in de afgelopen onderzoeken
40% 30% 20% 10% 0% Het bestuur van Schiedam doet veel moeite om problemen in de stad aan te pakken De gemeente slaagt erin om belangrijke problemen in de stad aan te pakken De gemeente houdt voldoende toezicht op het naleven van regels
2015
2017
2019
22%
22%
24%
17%
18%
17%
26%
31%
20%
Figuur 4.13 De beoordeling van de gemeente als het gaat om toezicht op het naleven van regels (n=2930)
Kethel
18%
Zuid
20%
Nieuwland
23%
32%
West
21%
32%
32%
15%
Centrum
21%
33%
32%
13%
Spaland/Svea
19%
32%
Groenoord
18%
37%
Oost
19%
30%
Woudhoek
16%
37%
0%
28%
42%
31%
20%
13%
39%
11%
35%
10%
30%
18%
29%
16%
29%
40%
(helemaal) mee eens (helemaal) niet mee eens
21
22%
26% 60%
21% 80%
neutraal weet niet/geen mening
100%
Monitor leefbaarheid en veiligheid 2019 – Gemeente Schiedam
4.3 De beleving van Schiedam als stad Het aandeel inwoners dat Schiedam een gezellige stad vindt is gestegen van 39% in 2017 naar 42% in 2019. Aan de andere kant is het aandeel inwoners dat Schiedam een prettige stad vindt om in te wonen gezakt van 69% naar 62%. Ook zijn iets minder inwoners trots op de stad en hebben ze minder vertrouwen in de toekomst van hun wijk. Figuur 4.14 Stellingen met betrekking tot de gevoelens over wonen en leven in Schiedam (n=2930)
Ik heb veel vertrouwen in de toekomst van mijn wijk
31%
33%
28%
8%
Ik ben trots op mijn stad
41%
37%
18%
4%
Schiedam is een gezellige stad
42%
34%
24%
1%
in Schiedam is het prettig wonen
62% 0%
20%
27%
40%
60%
(helemaal) mee eens
neutraal
(helemaal) niet mee eens
Weet niet / geen mening
80%
10% 1% 100%
De inwoners van het Centrum zijn het meest tevreden over het wonen in Schiedam en de gezelligheid van de stad. De inwoners van de wijken ten noorden van de A20 zijn over het algemeen minder tevreden over de gezelligheid, maar vinden Schiedam wel vaker een prettige plek om te wonen. Figuur4.15 Schiedam is een gezellige stad naar wijk (n=2930)
Centrum
58%
West
51%
Oost
46%
Nieuwland
43%
Groenoord
41%
Zuid
40%
Woudhoek
31%
Kethel
31%
Spaland/Svea
28%
0%
20%
40%
22
60%
80%
Monitor leefbaarheid en veiligheid 2019 – Gemeente Schiedam
1
Figuur 4.16 In Schiedam is het prettig wonen naar wijk (n=2930)
Centrum
60%
Woudhoek
33%
67%
6%
29%
4%
West
60%
34%
6%
Groenoord
64%
25%
10%
Oost
58%
27%
12%
Spaland/Svea
57%
28%
14%
Kethel
67%
Nieuwland
26%
60%
Zuid
27%
74% 0%
20%
(helemaal) mee eens
8% 13%
16%
40%
60%
neutraal
10%
80%
100%
(helemaal) niet mee eens
Het aandeel van de inwoners dat aangeeft dat Schiedam (helemaal) niet prettig is om te wonen, is het hoogst in de wijken Spaland / Sveaparken, Nieuwland en Oost. Wanneer gekeken wordt naar het vertrouwen in de toekomst van de eigen wijk, blijkt dat juist het grootst is Spaland / Sveaparken. Niet verrassend is wellicht dat in de wijken met de minst goede sociaal-economische omstandigheden het vertrouwen in de toekomst van de wijk het laagst is (zie figuur 4.17). Figuur 4.17 Vertrouwen in de toekomst van de wijk naar wijk (n=2930)
Spaland/Svea
47%
Centrum
44%
16%
29%
18%
6% 9%
Kethel
38%
32%
26%
3%
Woudhoek
34%
42%
17%
6%
West
32%
Zuid
28%
30%
Nieuwland
27%
34%
35%
4%
Groenoord
24%
41%
29%
7%
Oost
21%
0%
1
31%
32%
32% 34%
31%
20%
32%
40%
60%
8%
16%
80%
(helemaal) mee eens
neutraal
(helemaal) niet mee eens
weet niet / geen mening
Omdat de antwoorden “weet niet / geen mening” niet zijn weergegeven, tellen niet alle totalen op tot 100%
23
4%
100%
Monitor leefbaarheid en veiligheid 2019 – Gemeente Schiedam
Met uitzondering van de wijk Centrum is in alle wijken het vertrouwen in de toekomst van de eigen wijk afgenomen. Wanneer aan de andere kant gekeken wordt naar de mensen die hebben gezegd (helemaal) geen vertrouwen in de toekomst van hun wijk te hebben, komt naar voren dat dit aandeel is gestegen in het merendeel van de wijken. Alleen de inwoners van het Centrum, Oost en Groenoord zijn minder negatief dan twee jaar geleden. Figuur 4.18 Aandeel (helemaal)’ mee eens ‘Ik heb vertrouwen in de toekomst van de wijk’ in 2017 en 2019
50% 40% 40
38
36
30%
32
29
20%
49 47
46
44 31
28
34
31 27
21
42
29 24
10% 0%
2017
2019
Trends Ten opzichte van voorgaande edities van de Monitor Leefbaarheid en Veiligheid kan een aantal conclusies worden getrokken. De beoordeling van de gezelligheid van Schiedam vertoont sinds 2010 een stabiel stijgende lijn. Voor de andere stellingen is wat meer variatie in de scores waarneembaar. De beoordelingscores in 2019 zijn negatiever dan in 2017 (met uitzondering van de reeds genoemde gezelligheid). Figuur 4.19 Aandeel inwoners dat positief antwoordt op de stellingen (n=2935)
80% In Schiedam is het prettig wonen.
60%
Schiedam is een gezellige stad.
40%
Ik ben trots op mijn stad. 20%
Ik heb veel vertrouwen in de toekomst van mijn wijk
0% 2007
2010
2015
2017
24
2019
Monitor leefbaarheid en veiligheid 2019 – Gemeente Schiedam
5
Veiligheid en buurtproblemen Het gevoel van veiligheid bepaalt in sterke mate de leefbaarheid van een buurt. Het verbeteren van de veiligheidssituatie is dan ook één van de speerpunten van het college. Enerzijds gaat het hierbij om veiligheid en slachtofferschap van criminaliteit. Onveiligheidsgevoelens worden echter veroorzaakt door een veelheid van factoren, waarvan daadwerkelijk slachtofferschap er slechts één is. Verhalen en gebeurtenissen in de omgeving van mensen en berichtgeving in de media blijken eveneens in belangrijke mate de veiligheidsbeleving te beïnvloeden. Daarnaast zijn allerlei buurtproblemen en overlastsituaties eveneens van invloed op de leefbaarheid van buurten en wijken. Dit hoofdstuk geeft inzicht in de mate van (on)veiligheidsgevoelens, maar ook of er volgens inwoners sprake is van problemen op het gebied van leefbaarheid en overlast in hun buurt.
5.1 (On)veiligheidsgevoelens Over langere tijd bezien vertoont het aandeel van de bevolking dat zich in het algemeen wel eens onveilig voelt, een licht stijgende lijn. In 2019 lag dit aandeel op 51%. Als het gaat om de eigen woonbuurt dan zijn de percentages weliswaar lager maar ook hier is een ongunstige ontwikkeling zichtbaar, met name in vergelijking met de meting in 2017. Het verschil tussen beide onveiligheidsgevoelens bedroeg altijd zo’n 13 procentpunten en is nu nog geen 7. Het aandeel onveiligheidsgevoelens in de eigen buurt van 44% in 2019, is het hoogste aandeel dat tot nu toe is gemeten. Figuur 5.1 Ontwikkeling onveiligheidsgevoelens (% dat zich soms/vaak onveilig voelt) 70 60 50 40 30 20 10
In het algemeen
2019
2018
2017
2016
2015
2014
2013
2012
2011
2010
2009
2008
2007
2006
2005
2004
2003
2002
2001
2000
1999
1998
0
In de eigen woonbuurt
Naast de constatering dat de onveiligheidsgevoelens zich niet gunstig ontwikkelen, zijn deze ten opzichte van andere gemeenten bovendien zeer hoog; Schiedam is één van de meest als onveilig ervaren steden in Nederland. Uiteraard speelt hierbij mee dat Schiedam deel uit maakt van een dichtbevolkte regio met veel onderlinge interactie van mensen en verkeer. Dat betekent dat niet alleen voorvallen en gebeurtenissen die in Schiedam plaatsvinden van invloed zijn op de
25
Monitor leefbaarheid en veiligheid 2019 – Gemeente Schiedam
veiligheidsbeleving van Schiedammers, maar ook wat er zich in de dichtbij gelegen buurgemeenten voordoet. Toch is het moeilijk om te verklaren waar deze ongunstige ontwikkeling door wordt veroorzaakt. De misdrijfgegevens afkomstig van de politie laten in ieder geval een tegengestelde (lees: gunstige) ontwikkeling zien. Wel is er in verschillende media steeds meer aandacht voor ondermijnende criminaliteit en drugsproblematiek. Bovendien is afgelopen zomer een boek verschenen over de Schiedamse drugsmaffia. Hieraan is in zowel de landelijke als de Schiedamse media veelvuldig aandacht besteed. Op wijkniveau zijn de verschillen behoorlijk groot als het gaat om de onveiligheidsgevoelens die inwoners in de eigen woonbuurt ervaren (zie figuur 5.2). De noordelijk gelegen wijken in Schiedam (Kethel, Woudhoek en Spaland/Sveaparken) scoren aanzienlijk beter dan Oost, Nieuwland en Groenoord. Figuur 5.2 Onveiligheidsgevoelens op wijkniveau (in%)
59
Oost
50 57 56
Nieuwland 51 49
Groenoord West
44
Centrum
43
Zuid
43
49 48 53 33
Kethel
60 24
Woudhoek
46 21
Spal./Sveap.
50 0
20 in de eigen woonbuurt
40 60 in het algemeen
80
De algemene onveiligheidsgevoelens liggen relatief dicht bij elkaar liggen, ongeacht in welke wijk de respondenten wonen. Opvallend is dat in Kethel het aandeel bewoners dat zich in het algemeen onveilig voelt sterk is toegenomen, van 45% in 2017 naar 60% in 2019. Een mogelijke verklaring is dat er in de maand voorafgaand aan dit onderzoek veel onrust was door geruchten over de mogelijke komst van een coffeeshop in Kethel. Deze onrust leidde tot het aanbieden van een petitie aan de burgemeester. Het meest in het oog springend is dat Oost, Nieuwland en Groenoord de wijken zijn waar inwoners zich in hun eigen woonbuurt onveiliger voelen dan in het algemeen. Als ingezoomd wordt op de buurten waarin inwoners zicht het meest onveilig voelen, dan zijn dit – zoals te verwachten was – de sociaal-economisch zwakkere buurten van Schiedam.
26
Monitor leefbaarheid en veiligheid 2019 – Gemeente Schiedam
Al met al vertonen deze drie wijken in Schiedam alle risico-indicatoren die Marnix Eysink Smeets onderscheidt: de hoge onveiligheidsgevoelens in vergelijking met andere gemeenten; de plotselinge verslechtering van het veiligheidsgevoel; het hoge aandeel inwoners dat zich vaak onveilig voelt; het feit dat een aanzienlijk deel van de inwoners zich in de eigen buurt onveiliger voelt dan in het algemeen en; de tegenstrijdige ontwikkeling van de subjectieve en objectieve veiligheid: de politiecijfers tonen verbetering, terwijl het veiligheidsgevoel verslechtert. Het is niet uitgesloten dat in de drie bewuste wijken veel inwoners in hun woonomgeving wel (aanwijzingen voor) criminaliteit zien, maar uit angst voor de daders geen aangifte doen of melding maken. In dit verband wordt wel gesproken van ‘zwijgwijken’. 2 Ook wanneer we de onveiligheidsgevoelens op buurtniveau bekijken, vallen deze drie wijken op in negatieve zin, zie figuur 5.3. Figuur 5.3 Onveiligheidsgevoelens in de eigen woonbuurt
Rang 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Buurt Wibautbuurt Nolensbuurt Stationsbuurt Fabribuurt Groenoord-Zuid Frankenland Newtonbuurt Rotterdamsedijk Natuurkundigenbuurt Schildersbuurt
Wijk Nieuwland Nieuwland Oost West Groenoord West Oost Oost Oost West
% 69% 67% 67% 67% 64% 64% 63% 59% 58% 56%
Nieuwland vult de lijst met twee buurten op de plekken 1 en 2. Oost is met vier buurten vertegenwoordigd. In West bestaan er zowel ruimtelijk als sociaal-economisch grote verschillen tussen buurten ten noorden van de Burgemeester Knappertlaan en ten zuiden van deze straat. Dat is tevens terug te zien in bovenstaande top 10. De buurten van West die in figuur 5.3 zijn genoemd betreffen buurten uit het noordelijk deel van West. Groenoord-Zuid completeert de top 10 van de zich onveiligst voelende buurten. De respondenten is eveneens gevraagd een algemeen rapportcijfer te geven voor de veiligheid in de eigen woonbuurt. Het gemiddelde rapportcijfer hiervoor komt uit op een 6,5.
2
Bron: Marnix Eysink Smeets, lector Publiek vertrouwen in veiligheid van Hogeschool Inholland, Veiligheidsbeleving in Schiedam: hoe staat het ermee, noodzaak om wat te doen, wat kán je doen?, raadsbijeenkomst over veiligheid(sbeleving), Schiedam, 19 november 2019.
27
Monitor leefbaarheid en veiligheid 2019 – Gemeente Schiedam
Figuur 5.4 Gemiddeld rapportcijfer veiligheid in de eigen woonbuurt, naar wijk
Wijk Centrum Oost West Zuid Nieuwland Groenoord Kethel Woudhoek Spaland/Sveaparken Schiedam
2017 5,9 5,7 6,5 6,8 5,8 6,4 7,0 7,2 7,3 6,4
2019 6,5 5,8 6,5 6,5 5,9 6,4 7,1 7,3 7,3 6,5
Het is niet opmerkelijk dat ook hier de wijken Oost en Nieuwland de veiligheid in de eigen woonbuurt het laagst beoordelen en de inwoners van Schiedam-Noord de hoogste rapportcijfers geven. Ten opzichte van de vorige meting is te zien dat de meeste wijken iets beter scoren. In Centrum is zelfs sprake van een forse verbetering van het rapportcijfer. Inwoners van Zuid zijn in deze meting wat kritischer op de mate van veiligheid in de eigen woonbuurt.
5.2 Onveilige plekken In het onderzoek kregen de respondenten de vraag voorgelegd of er bepaalde plekken in Schiedam zijn waar men liever niet komt omdat men zich er onveilig voelt. Van de ondervraagden antwoordde 41% bevestigend en noemde vervolgens één of meerdere locaties. In totaal leverde dat 2.029 antwoorden op. In figuur 5.5 zijn de plekken weergegeven, die het vaakst zijn genoemd. Figuur 5.5 Top 15 van door inwoners genoemde onveilige plekken in Schiedam
Rang
Locatie
1 2
Parkweg + metrostation Station Schiedam Centrum + achterzijde station en stationsplein Wijk Nieuwland (in het algemeen) Beatrixpark + parkeerplaats tussen Excelsior’20 en PPSC Wijk Oost (in het algemeen) Mgr. Nolenslaan Binnenstad Maasboulevard + ‘t Hoofd PJ Troelstralaan + metrostation Wijk Groenoord (in het algemeen) Hof van Spaland (na sluitingstijd) + parkeerplaats Hoogstraat (na sluitingstijd winkels) Wijk Zuid (in het algemeen) Tunnelonderdoorgangen nabij Euroscoop en station Schiedam Centrum Boerhaavelaan/Boerhaaveplein
3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15
28
Aantal keer genoemd 223 200 168 146 144 119 94 57 46 39 33 32 27 27 21
Monitor leefbaarheid en veiligheid 2019 – Gemeente Schiedam
Bovenaan deze lijst met onveilige plekken is de Parkweg te vinden. De respondenten voelen zich niet alleen onveilig rond het metrostation, maar ook bij de woonblokken die in afwachting zijn van sloop. Bovendien heeft het rondhangen van diverse personen op de Parkweg en Dr. Willem Dreesplein tot gevolg dat men zich onveilig voelt. Het gebied rond station Schiedam Centrum wordt maar liefst 200 keer genoemd als onveilige plek. Op het station zelf, zowel op de perrons als in de stationshal, voelen mensen zich voornamelijk ’s avonds onveilig. De meeste opmerkingen zijn gemaakt over de omgeving van het station. Met name bij de achteruitgang en het aangrenzende gebied aan de achterzijde van het station geven respondenten aan zich niet prettig te voelen. De weinige sociale controle in de avonduren in dit gebied is hier debet aan. Dit geldt overigens voor meer plekken vermeld in dit overzicht. De meeste plekken worden vooral ’s avonds als het donker en verlaten is als onveilig ervaren. Dit geven bijvoorbeeld Schiedammers aan voor de Binnenstad, Hoogstraat en Hof van Spaland na sluitingstijd van de daar aanwezige winkels. Het Prinses Beatrixpark staat al jaren op deze lijst. De weinige bebouwing en daarmee samenhangende geringe mate van sociale controle zorgen ervoor dat vele respondenten dit ’s avonds als een onveilige plek aanmerken.
Het gaat dan vooral om de fietsroutes die door dit grote gebied lopen die het noordelijk en zuidelijk stadsdeel met elkaar verbinden. Aan de Maasboulevard en ’t Hoofd klagen omwonenden vooral over drugsoverlast/-dealen, straatraces en het rondhangen van jongeren. De tunnelonderdoorgangen in Schiedam worden eveneens bestempeld als onveilige plekken. Zowel het viaduct aan de Churchillweg als de viaducten tussen de Groenoordhal en Margriethal zijn hierbij genoemd. Echter de tunnelonderdoorgangen nabij het station Schiedam Centrum en de Euroscoop zijn de enige viaducten die in de top 15 van onveilige plekken staan. In de wijken Nieuwland en Oost gaat het om meerdere locaties die ervoor zorgen dat deze wijken op de lijst zijn vermeld. Specifieke locaties hebben niet allemaal de top 15 behaald, maar het geeft wel aan dat deze wijken in hun algemeenheid onder Schiedammers geen goed imago hebben. Aan de andere kant zijn er locaties die nu aanzienlijk minder vaak genoemd zijn dan voorheen. Dit gaat op voor het parkeerterrein bij het wellnesscluster (o.a. zwembad Groenoord en Thermen Holiday) en het bedrijventerrein ’s-Gravelandse Polder. Deze locaties stonden bij de meting in 2017 nog zeer hoog op de lijst met onveilige plekken in Schiedam.
29
Monitor leefbaarheid en veiligheid 2019 – Gemeente Schiedam
5.3 Buurtproblematiek Aan de ondervraagden is een twintigtal problemen voorgelegd met de vraag of deze vaak, soms of (bijna) nooit in hun buurt voorkomen. De uitkomsten van deze vraag zijn omgezet in een indicatorscore ‘buurtproblemen’. Dit houdt in dat op een schaal van 0 tot en met 100 de frequentie wordt weergegeven. Een waarde 0 betekent dat een probleem nooit voorkomt, terwijl de waarde 100 weergeeft dat een probleem zich zeer vaak voordoet. Het gaat hier om een inschatting van de respondenten die niet gebaseerd hoeft te zijn op eigen ervaringen. Er wordt dus vooral een beeld gemeten van vervelende voorvallen in de eigen woonbuurt. Figuur 5.6 Rangorde buurtproblemen met bijbehorende scores (0=nooit, 100=vaak)
Rang 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20
Buurtprobleem rommel op straat te hard rijden vuilnis naast de container/verkeerd aanbieden van huisvuil hondenpoep op straat parkeeroverlast gaten of verzakkingen in de bestrating agressief verkeersgedrag geluidsoverlast door omwonenden lawaai op straat geluidsoverlast door autoverkeer vernieling van straatmeubilair 3 geluidsoverlast door vliegtuigverkeer overlast van groepen jongeren overige overlast door omwonenden dronken mensen op straat andere vormen van geluidsoverlast drugsoverlast bekladding van muren en/of gebouwen (bijv. graffiti) industrielawaai overlast van zwervers / daklozen Gemiddeld
2017 62 63 54 61 53 48 40 40 39 38 36 40 31 27 31 20 25 16 6 38
2019 64 60 56 55 50 45 44 40 38 36 35 34 34 31 29 27 26 22 15 9 38
De gemiddelde score voor deze 20 buurtproblemen samen bedraagt 38. Dat is gelijk aan de voorgaande meting. In figuur 5.6 is te zien dat ongeveer de helft van de genoemde buurtproblemen volgens de respondenten minder vaak zijn voorgekomen dan in 2017. Dit wordt echter teniet gedaan door enkele overlastsituaties zoals verkeerd aanbieden van huisvuil, agressief verkeersgedrag, drugsoverlast en dronken mensen op straat die volgens de Schiedammers vaker zijn voorgekomen. Op wijkniveau lopen de indicatorscores sterk uiteen. In de noordelijk gelegen wijken van Schiedam, zoals Kethel, Woudhoek en Spaland/Sveaparken komen buurtproblemen minder vaak voor dan in andere delen van de stad. Positief is dat de de indicatorscore voor buurtproblemen in veel wijken is gedaald. Alleen in Groenoord zijn buurtproblemen volgens de inwoners iets vaker voorgekomen dan in 2017 en scoort hiermee in de huidige meting gelijk aan het stedelijk gemiddelde. 3 Geluidsoverlast door vliegtuigverkeer is in 2019 voor het eerst in de vragenlijst van de monitor leefbaarheid en veiligheid opgenomen.
30
Monitor leefbaarheid en veiligheid 2019 – Gemeente Schiedam
Figuur 5.7 Indicatorscore ‘buurtproblemen’ naar wijk (0=nooit, 100=vaak)
Wijk Centrum Oost West Zuid Nieuwland Groenoord Kethel Woudhoek Spaland/Sveaparken Schiedam
2017 42 46 39 41 40 37 32 31 30 38
2019 40 43 37 41 40 38 32 29 29 38
Op wijkniveau worden verschillende buurtproblemen als meest voorkomend beschouwd. Wel komen bepaalde buurtproblemen in veel wijken voor zoals hondenpoep, vuilnis naast de container/verkeerd aanbieden van huisvuil, rommel op straat en te hard rijden. Figuur 5.8 Top 5 hoogste buurtprobleemscores per wijk (0=nooit, 100=vaak) Centrum 1. te hard rijden
Oost 64
1. rommel op straat
77
2. rommel op straat
62
2. vuilnis naast de container/ verkeerd aanbieden huisvuil
74
3. hondenpoep op straat
59
3. te hard rijden
66
4. vuilnis naast de container/ verkeerd aanbieden huisvuil
57
4. hondenpoep op straat
56
5. parkeeroverlast
54
5. agressief verkeersgedrag
53
West
Zuid
1. parkeeroverlast
70
1. hondenpoep op straat
77
2. rommel op straat
67
2. rommel op straat
71
3. hondenpoep op straat
63
3. parkeeroverlast
71
4. vuilnis naast de container/ verkeerd aanbieden huisvuil
62
4. te hard rijden
69