CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Rapport Veiligheidsbeleving in Schiedam

Raadscommissie 14 april 2021, gemeente SchiedamBij agendapunt: Brieven van het college van burgemeester en wethouders, dan wel de burgemeester, dan wel collegeleden:23.491 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Veiligheidsbeleving in Schiedam een studie in vijf buurten

Onderzoeksgroep Recht & Veiligheid - Lectoraat Publiek Vertrouwen in Veiligheid, Krista Schram, Marnix Eysink Smeets & Tineke Hendrikse Februari 2021

Veiligheidsbeleving in Schiedam – een studie in vijf buurten

1

Met medewerking van: Ahmed Benkhattab Dylan Schreurs Frank Burghardt Houda Bakkech Marcia Schooneveld Shafiq Hasnoe Susanne Sukel-Van der Meulen

Veiligheidsbeleving in Schiedam – een studie in vijf buurten

2

1 Inhoud Samenvatting ........................................................................................................................................ 4 Inleiding ................................................................................................................................................. 5 2

Veiligheidsbeleving in kort bestek ........................................................................................... 6 2.1 Veiligheidsgevoel en veiligheidsbeleving: waar hebben we het over en waar komt het vandaan?..................................................................................................................................... 6 2.2

Relevantie in de stedelijke samenleving ......................................................................... 9

2.3 Risico-indicatoren .................................................................................................................... 10 3

4

5

Het onderzoek ............................................................................................................................ 11 3.1

Aanleiding, doelstelling en onderzoeksvragen ........................................................... 11

3.2

Onderzoeksopzet .............................................................................................................. 11

3.3

Werkwijze ............................................................................................................................ 12

De veiligheidsbeleving in vijf Schiedamse buurten ............................................................ 15 4.1

De benchmark: veiligheid en veiligheidsbeleving in Schiedam als geheel ........... 15

4.2

Veiligheidsbeleving in de Nolensbuurt ......................................................................... 17

4.3

Veiligheidsbeleving in de Wibautbuurt ......................................................................... 26

4.4

Veiligheidsbeleving in Groenoord-Zuid ........................................................................ 32

4.5

Veiligheidsbeleving in de Stationsbuurt ....................................................................... 39

4.6

Veiligheidsbeleving in de Vogelbuurt ........................................................................... 46

Conclusies en aanbevelingen.................................................................................................. 52 5.1

Conclusies ........................................................................................................................... 52

5.2

Aanbevelingen ................................................................................................................... 57

Literatuur ............................................................................................................................................... 59 Bronnen ............................................................................................................................................... 60 Bijlage 1 Cijfers per buurt ............................................................................................................ 63 Bijlage 2 Topiclijst straatinterviews............................................................................................. 64 Bijlage 3 Topiclijst interviews met professionals ..................................................................... 65

Veiligheidsbeleving in Schiedam – een studie in vijf buurten

3

Samenvatting Inwoners van Schiedam voelen zich relatief vaak onveilig in de eigen woonbuurt. De lokale Veiligheidsindex 2019 liet zien dat dit gevoel van onveiligheid van 2017 op 2019 nog weer verder was toegenomen. Het gemeentebestuur van Schiedam vroeg het lectoraat Publiek Vertrouwen in Veiligheid daarom te onderzoeken wat dit gevoel van onveiligheid veroorzaakt en waar aanknopingspunten liggen voor verbetering. Daarom verrichtten wij een onderzoek in vijf Schiedamse buurten: vier buurten met een hoog gevoel van onveiligheid en één buurt waar bewoners zich juist relatief veilig voelen. Gesprekken met bewoners en wijkprofessionals vormden de kern van het onderzoek, aangevuld met secundaire analyse van buurtcijfers en een kleine mediascan. De geregistreerde criminaliteit in Schiedam laat een dalende tendens zien, het gevoel van onveiligheid een stijgende. (Tekenen van) criminaliteit en overlast vormen dan ook slechts één factor die de veiligheidsbeleving in de buurten met een hoog gevoel van onveiligheid in de hand werken. De heterogene, sociaal zwakke en vooral ook veranderende bevolkingssamenstelling is een volgende factor: het maakt buurtbewoners extra kwetsbaar voor gevoelens van onveiligheid.

De sociale cohesie en sociale controle is laag en een instroom van Midden- en Oost-Europese arbeidsmigranten en/of van kwetsbare personen wordt in diverse buurten als bedreigend ervaren. Bewoners zien verder vervuiling en verloedering en gebrekkig onderhoud van de buurt. Het vertrouwen in (en contact met) instanties is laag. De gemeente wordt meestal niet als relevante partij in de veiligheid gezien, terwijl de politie in de buurten wel wordt gezien, maar niet als effectief wordt ervaren. Een laatste factor is dat (buurten van) de gemeente Schiedam met enige regelmaat met criminele incidenten in het nieuws zijn. Er groeit een reputatie van onveiligheid die ook de beleving beïnvloedt van inwoners die hun eigen buurt niét als onveilig ervaren. Deze factoren versterken elkaar en leiden ertoe dat in meerdere buurten sprake is van een problematische veiligheidsbeleving. Een beleving van (on)veiligheid die op verschillende manieren schadelijk doorwerkt op het welbevinden en functioneren van individuen, buurten en de stad als geheel. In de buurten met een hoog gevoel van onveiligheid zien wij daarbij tekenen van een spiral of decay, waarin de beleving van onveiligheid een neerwaartse ontwikkeling van de buurt aanjaagt en criminaliteit en onveiligheid juist kan doen toenemen.

Verder zien wij dat bepaalde locaties op het publiek het effect hebben van een signal place: een teken dat het met de veiligheid in Schiedam ‘niet goed zit.’ Het onderzoek geeft aanleiding om te veronderstellen dat het zinvol én mogelijk is werk te maken van de verbetering van de veiligheidsbeleving in Schiedam. Het laat echter ook zien dat quick fixes niet voorhanden zijn: verbetering is slechts haalbaar met een intensieve, fundamentele aanpak, gericht op het brede palet aan factoren dat van invloed is. Zo’n aanpak vereist een lange adem. Een zichtbare, doortastende aanpak van de belangrijkste signal places is echter wél op kortere termijn te realiseren. Dit zal de Schiedammers ook duidelijk maken dat het het gemeentebestuur ernst is om de veiligheidsbeleving te verbeteren.

Veiligheidsbeleving in Schiedam – een studie in vijf buurten

4

Inleiding Eind 2019 liet de Schiedamse Veiligheidsindex een opvallend patroon zien. In de gemeente was de geregistreerde criminaliteit ten opzichte van eerdere jaren redelijk stabiel gebleven, de veiligheidsbeleving onder de bevolking was echter opvallend verslechterd. De Veiligheidsindex werd in december 2019 aan de gemeenteraad gepresenteerd. Daarbij verzorgde ook Marnix Eysink Smeets, lector Publiek Vertrouwen in Veiligheid van hogeschool Inholland Rotterdam, een presentatie. Hij constateerde dat de beschikbare cijfers wezen op een problematische veiligheidsbeleving onder de Schiedamse bevolking. Niet alleen kende de bevolking van Schiedam een opvallend hoog gevoel van onveiligheid in vergelijking met die in andere G-32 gemeenten, ook verder ‘inzoomend’ waren in de cijfers diverse alarmsignalen zichtbaar. Het leek daarom verstandig niet alleen te constateren dat op het gebied van de veiligheidsbeleving waakzaamheid geboden was, maar ook om na te gaan wat dit veroorzaakte en wat daaraan te doen zou zijn. Naar aanleiding hiervan heeft het gemeentebestuur ons lectoraat verzocht nader onderzoek te doen naar de veiligheidsbeleving in Schiedam. In zomer en najaar van 2020 hebben wij daartoe een verdiepend onderzoek uitgevoerd in vijf Schiedamse buurten. Dit rapport vormt daarvan het verslag.

Het laat zien dat in (delen van) de gemeente het gevoel van onveiligheid onder de inwoners op een niveau ligt dat als problematisch kan worden beschouwd. Het laat echter ook zien, dat er concrete aanknopingspunten voor verbetering zijn. Leeswijzer Hoofdstuk 2 bevat een kort overzicht van wat uit de wetenschap bekend is over veiligheidsbeleving: wat het is, hoe het tot stand komt en – vooral – waarom het relevant is voor de kwaliteit van de stedelijke samenleving. In hoofdstuk 3 geven wij een verantwoording van het uitgevoerde onderzoek. Hoofdstuk 4 geeft een overzicht van de onderzoeksbevindingen, gepresenteerd per onderzochte buurt: Nolensbuurt, Wibautbuurt, Groenoord-Zuid, Stationsbuurt en Vogelbuurt. Hoofdstuk 5 bevat tenslotte onze conclusies en aanbevelingen.

Veiligheidsbeleving in Schiedam – een studie in vijf buurten

5

2 Veiligheidsbeleving in kort bestek In dit hoofdstuk schetsen we kort – en op een populairwetenschappelijke manier – wat kernpunten van het fenomeen ‘veiligheidsgevoel’ zijn. Het zijn punten om mee rekening te houden bij het duiden, onderzoeken én beïnvloeden van dat fenomeen. We gaan kort in op wat het is, waardoor het ontstaat en welke gevolgen het kán hebben in de stedelijke samenleving. Het vormt ook het theoretisch kader dat wij gebruikt hebben bij het uitvoeren van het onderzoek.

2.1 Veiligheidsgevoel en veiligheidsbeleving: waar hebben we het over en waar komt het vandaan? Het veiligheidsgevoel van mensen vormt een onderdeel van hun veiligheidsbeleving. Dat is de totale set van gedachten, oordelen, gevoelens rond hun veiligheid, mét de daarmee samenhangende gedragingen. Bij de gedachten gaat het dan bijvoorbeeld om de inschattingen van mensen van de aard en omvang van criminaliteit en wanordelijk gedrag in de buurt en van het risico daarvan slachtoffer te worden. Bij de gevoelens gaat het om angst, onzekerheid, of verontwaardiging, maar vaak ook om boosheid. Mensen passen op basis van die gedachten en gevoelens tenslotte ook vaak hun gedrag aan. Door een blokje om te lopen, door niet alleen de straat op te gaan, door te praten met anderen over wat men ervaart of door samen wat beter op te letten op wat er in de buurt gebeurt. Die gedachten, gevoelens en gedragingen hangen sterk met elkaar samen. Het veiligheidsgevoel kan daarom het beste begrepen worden door de blik te richten op die bredere veiligheidsbeleving. Een gevoel van onveiligheid komt niet alleen maar door criminaliteit In de beleidspraktijk wordt vaak aangenomen dat een gevoel van onveiligheid rechtstreeks voortkomt uit het niveau van criminaliteit in een specifieke situatie.

Dat betekent dat er meteen een vergelijking wordt gemaakt tussen de (gemeten) veiligheidsbeleving en de (gemeten) criminaliteit. En dan wekt het nogal eens verbazing dat de veiligheidsbeleving zich redelijk los kan ontwikkelen van de geregistreerde criminaliteit. Daar zijn meerdere verklaringen voor. Ten eerste komt het gevoel van onveiligheid voort uit een inschatting van wat er kan gebeuren. Criminaliteit kan daarvoor een aanwijzing zijn, maar ook zonder dat er al sprake is van werkelijke criminaliteit kan een omgeving veel signalen bevatten die wijzen op een risico. Op die signalen komen wij nog terug. Een (hoog) gevoel van onveiligheid kan er ook toe leiden dat delicten niet worden aangegeven. Of dat mensen zich zó beperken in hun gedrag dat zij inderdaad minder slachtoffer worden, maar op een manier die hen overmatig beperkt. In beide gevallen lijkt op basis van de politiestatistieken dat er weinig aan de hand is, terwijl dat juist voortkomt uit een hoog gevoel van onveiligheid.

Veiligheidsbeleving in Schiedam – een studie in vijf buurten

6

Het resultaat van twee inschattingen In de kern is veiligheidsbeleving het resultaat van een optelsom van twee inschattingen die mensen continu maken, deels bewust en deels onbewust. De eerste inschatting is wat zijn de risico’s en bedreigingen? De tweede inschatting is: (hoe) kan ik die hanteren? Het beeld van de risico’s en bedreigingen kan in de eigen buurt bijvoorbeeld ontstaan door het concreet zien van overlast en criminaliteit of van gedragingen die daarop kunnen wijzen. Of door het daarover horen van vrienden en bekenden. Maar het kan ook komen door tekenen van verloedering in de fysieke omgeving of door de aanwezigheid van ‘andere’ mensen die lastig in te schatten zijn. Of door het optreden van instanties en door het zien van mediaberichten over onveiligheid bijvoorbeeld. Bij de inschatting van de manier waarop en mate waarin die risico’s te hanteren gaat het allereerst om de mate waarin men zelf denkt in staat te zijn de dreiging af te wenden of de gevolgen ervan te dragen. Maar het gaat ook om wat men denkt dat anderen zullen doen, zoals buurtgenoten of mensen uit het eigen netwerk. Of wat instanties doen of zullen doen, zoals politie, de gemeente, de woningbouwvereniging.

De inschattingen ontstaan in een complex samenspel van signalen en factoren De inschattingen die we hierboven hebben beschreven ontstaan door een complex samenspel van uiteenlopende factoren uit de omgeving én van factoren die voortkomen uit eigenschappen van de personen zelf. Die factoren hebben we grafisch samengevat in onderstaand schema, wat we hierna nog zullen toelichten. We kunnen het helaas niet eenvoudiger maken: elke keer weer blijkt de veiligheidsbeleving in een specifieke situatie te berusten op een complex samenspel van meerdere factoren uit het schema. Die factoren en dat samenspel kunnen in een andere situatie weer heel anders zijn. Dat heeft – ook voor de situatie in Schiedam, ook voor dit onderzoek – een belangrijke consequentie: veiligheidsgevoel kan alleen goed begrepen worden door die heel systematisch op een zo concreet mogelijk niveau te bekijken, zoals op het niveau van een buurt. Dat is dan ook de insteek die in dit onderzoek zal worden genomen.

Figuur 1 factoren die van invloed zijn op de veiligheidsbeleving. Uit: Eysink Smeets (2013)

In het navolgende lichten we de verschillende velden uit het schema nog even verder toe.

Veiligheidsbeleving in Schiedam – een studie in vijf buurten

7

Situationele factoren Allereerst zijn de kenmerken van belang van de situatie waarin het veiligheidsgevoel zich vormt. Zoals de kenmerken van een buurt. Die situationele factoren liggen in vier omgevingen: 1. De sociale omgeving. Het gaat hier om de bevolkingssamenstelling, de mate waarin deze divers1 is, stabiel is of verandert en kenmerken zoals sociale cohesie en de sociale controle. Is er sprake van onderlinge bekendheid en betrokkenheid? Voelen mensen zich thuis? In hoeverre ervaren mensen collectieve redzaamheid? 2. Dan de fysieke omgeving. Is de omgeving overzichtelijk, beheersbaar, voorspelbaar en aantrekkelijk? Straalt deze uit dat ervoor wordt gezorgd? En is het voor de juiste personen toegankelijk of juist ontoegankelijk? 3. Met de criminele omgeving bedoelen we overlast gevend gedrag of criminaliteiten en de tekenen die daarop kunnen wijzen, zoals de aanwezigheid van mensen of symbolen die met criminaliteit of a-sociaal gedrag geassocieerd worden. Wat vooral doorwerkt in de veiligheidsbeleving zijn specifieke delicten of vormen van overlast die mensen de indruk geven dat de sociale, morele of fysieke orde in hun omgeving in gevaar is: zogenaamde signal crimes. Plaatsen waar mensen vaak met signalen daarvan geconfronteerd worden noemen we ook wel signal places. 4.

Met de institutionele omgeving bedoelen we de organisaties en professionals die – direct of indirect – iets aan de veiligheid kunnen doen. Lijken zij de door burgers ervaren onveiligheid te zien, te begrijpen en er iets aan te doen? Een – in de ogen van de burgers – adequate manier van handelen kan het veiligheidsgevoel versterken, als dit niet het geval is kan het ook het veiligheidsgevoel verslechteren. Persoonlijke factoren Hoe de inschattingen van mensen uitpakken heeft niet alleen te maken met de signalen uit hun omgeving, maar ook in hoge mate met henzelf. Zien zij zichzelf (of hun naasten) als aantrekkelijk slachtoffer? Hebben zij een grote behoefte aan voorspelbaarheid en orde, of kunnen zij relatief gemakkelijk omgaan met onzekerheid? Denken zij een dreiging of de gevolgen daarvan het hoofd te kunnen bieden? Dat soort aspecten verklaart een aanmerkelijk deel van verschillen in veiligheidsbeleving tussen mannen en vrouwen of ouderen en jongeren, maar ook tussen mensen (of buurten) met een sterkere of minder sterke sociaaleconomische positie. Daarbij wordt de beleving van sociale (on)veiligheid mede aangeblazen door een beleving van meer existentiële (on)veiligheid. Heb je toch al het gevoel dat je ‘in de hoek zit waar de klappen vallen’, dan kan dit ook naar boven komen in een grotere gevoeligheid voor sociale (on)veiligheid.

De persoonlijke factoren hebben een aanmerkelijk effect op de veiligheidsbeleving, maar zijn vanuit het beleid maar beperkt te beïnvloeden. Desondanks is het wel van belang om deze factoren per buurt in kaart te brengen, omdat de bevolkingssamenstelling verschillen in veiligheidsbeleving tussen buurten (mede) deze verschillen kan verklaren.

Omgeven zijn door mensen die we niet kennen, maar die erg op onszelf lijken, maakt het vanzelfsprekender om ons ergens thuis en vertrouwd te voelen. Dat komt doordat mensen in zo’n omgeving elkaar gemakkelijker kunnen ‘lezen’. (zie bv. Blokland, 2009). Diversiteit in de bevolkingssamenstelling kan daarmee van invloed zijn op de veiligheidsbeleving. Let wel: wij doelen hier op diversiteit in de zin van superdiversiteit (Vertovec, 2007; Staring & Van Stokkom, 2017), een begrip dat veel meer aspecten omvat dan etnische diversiteit. 1

Veiligheidsbeleving in Schiedam – een studie in vijf buurten

8

Media Tenslotte worden de inschattingen van mensen (van zowel dreiging en risico als van de mogelijkheid daar wat aan te doen) gevoed door berichten uit de media. Daarbij moeten we tegenwoordig natuurlijk ook rekening houden met social media. Die hebben de manier waarop mensen zich een beeld vormen van de veiligheid waarschijnlijk sterk veranderd, óók doordat het de mogelijkheid voor mensen om hun ervaringen en angsten te delen sterk hebben vergroot. Tegelijk bieden sociale media nieuwe manieren om onveiligheid het hoofd te bieden, bijvoorbeeld door vormen van collectieve participatie. Macro-trends en ’Zeitgeist’ Algemene trends in de samenleving, waaronder ook ongenoegen en zorg over de richting waarin de samenleving zich ontwikkelt (‘Zeitgeist’) kunnen tenslotte ook de beleving van veiligheid beïnvloeden. Dat speelt vermoedelijk wat minder mee in de veiligheidsbeleving in een specifieke situatie (zoals de eigen buurt), maar wel in de beleving van veiligheid ‘in het algemeen’. Op dat verschil gaan we in het navolgende nog even in. Veiligheid in de buurt, de stad, het land Mensen maken meerdere inschattingen van de veiligheid. Van de veiligheid in hun eigen, directe nabijheid, zoals in hun eigen buurt. Van de veiligheid ‘verderop’, zoals die in de hele stad. Men maakt ook, nog algemener, een inschatting van de veiligheid ‘in het land’.

Daarbij is vrijwel altijd te zien dat men de veiligheid als steeds ‘slechter’ inschat naarmate het verder weg is. Meerdere factoren dragen daaraan bij, maar een belangrijke is dat men bij het beeld ‘verder weg’ steeds minder kan putten uit eigen ervaring, maar af moet gaan op wat men van anderen – zoals via de media – hoort.

2.2 Relevantie in de stedelijke samenleving Als mensen de dreiging (met de mogelijke gevolgen daarvan) als kleiner inschatten dan de mogelijkheden om die (zelf of met anderen) het hoofd te bieden zien mensen wellicht wel een risico, maar zonder veel verdere consequenties. Men ziet het als een hanteerbaar risico en stelt hooguit op een heel functionele manier z’n gedrag wat bij, zonder dat dat verder schadelijke consequenties oplevert. Voor de meeste mensen en de meeste buurten in Nederland is dat de meest voorkomende situatie. Het wordt alleen anders als mensen relatief veel onveiligheid ervaren: dan kunnen aanpassingen van zowel houding als gedrag volgen die zowel het eigen welzijn áls het functioneren van de buurt aantasten. Een hoog gevoel van onveiligheid kan allereerst de manier waarop mensen hun omgeving bekijken beïnvloeden. Sommigen worden alerter en gevoeliger voor tekenen van onveiligheid, waardoor zij alleen maar nóg meer tekenen van onveiligheid oppikken. Anderen wenden juist de blik af, trekken zich terug op zichzelf of ontkennen liever de signalen om hen heen. Interpersoonlijk vertrouwen neemt af, wantrouwen neemt toe. Mensen vermijden risicovolle plaatsen of tijden en/of nemen preventieve of beschermende maatregelen. Dergelijke reacties tasten bij sommigen het welzijn en de gezondheid aan.

Maar bovenal werken de individuele reacties bij elkaar ook vervolgreacties op het collectieve niveau in de hand. Veiligheidsbeleving in Schiedam – een studie in vijf buurten

9

Sociale cohesie en sociale controle nemen af. Mensen die de buurt kúnnen verlaten doen dat. De fysieke omgeving krijgt een ander aanzien. Het kan zelfs zijn dat de buurteconomie eronder lijdt, omdat zakendoen in de buurt minder gemakkelijk wordt. Tenslotte kan het ook zijn dat de houding ten opzichte van instituties (politie, gemeente, politiek) verandert en de samenwerking daarmee onder druk komt te staan. Bij elkaar leiden die ontwikkelingen er helaas ook toe dat criminaliteit juist meer in plaats van minder vrij spel krijgt, waardoor de veiligheid én de veiligheidsbeleving nog weer verder afneemt. In de criminologie is dat proces wel de spiral of decay genoemd: de spiraal van achteruitgang (Skogan, 1986). Gelukkig is dat geen onomkeerbaar proces. Met name in de afgelopen twintig jaar hebben we in Nederland geleerd dat het ook mogelijk is om weer een spiraal omhoog in gang te zetten (zie bv. Eysink Smeets, 2016) Een hoog gevoel van onveiligheid zou je dus kunnen zien als een steen in de vijver van de buurtsamenleving, die eerste individuen raakt, maar daarna op verschillende manieren doorwerkt in het weefsel van de gehele buurt (zie figuur 2).

2.3 Risico-indicatoren In ons werk hebben wij door de jaren heen de ervaring opgedaan dat een aantal patronen in Veiligheids- en leefbaarheidsmonitoren kunnen wijzen op een problematisch niveau van (on)veiligheidsbeleving in een buurt of stad. Deze ervaringsregels zijn achtereenvolgens: 1.

2. 3. 4. 5.

een hoge mate van onveiligheidsgevoelens in vergelijking Figuur 2 aandachtsgebieden waarop veiligheidsbeleving met andere gemeenten of buurten; doorwerkt als 'steen in de vijver' van de samenleving. Uit: een plotselinge verslechtering van het Eysink Smeets, 2021 veiligheidsgevoel; het aandeel bewoners dat zich vaak onveilig voelt is hoger dan enkele procenten; inwoners voelen zich ‘in de eigen buurt’ onveiliger dan ‘in het algemeen’ een ogenschijnlijk tegenstrijdige ontwikkeling van de subjectieve en objectieve veiligheid: politiecijfers en overlastregistraties tonen verbetering, terwijl het veiligheidsgevoel verslechtert.

Verantwoording De inhoud van dit hoofdstuk is een populairwetenschappelijke weergave van de wetenschappelijke inzichten die gebruikt zijn als theoretisch kader voor dit onderzoek. De tekst is in belangrijke mate ontleend aan Eysink Smeets & Meier (2013) CCV Dossier Veiligheidsbeleving, Eysink Smeets (2016) Veiligheidsbeleving in Rotterdam en Eysink Smeets (2018) Waarom het onderzoek naar veiligheidsbeleving een nieuwe impuls nodig heeft en Eysink Smeets (nog te verschijnen) The fears and anxieties of the 21st century and their impact in society.

Veiligheidsbeleving in Schiedam – een studie in vijf buurten

10

3 Het onderzoek 3.1 Aanleiding, doelstelling en onderzoeksvragen Verschillende bronnen wijzen op een relatieve lage veiligheidsbeleving van de Schiedammers. Deze zou in 2019 nog weer verder zijn verslechterd. Het gemeentebestuur van Schiedam heeft daarom behoefte aan een nadere analyse van de veiligheidsbeleving. Deze analyse dient inzichten op te leveren die kunnen worden gebruikt bij het opstellen van de nieuwe Kadernota Veiligheid, waarin het verbeteren van de veiligheidsbeleving een (prominente) plaats krijgt. Kernvraag van het onderzoek is wat de veiligheidsbeleving van de Schiedammers kan verklaren en waar aanknopingspunten zitten voor verbetering. Daarbij staan de volgende deelvragen centraal; • • • •

Waar en/of bij wie zit vooral het gevoel van onveiligheid? Welke factoren of ontwikkelingen werken het onveiligheidsgevoel in de hand of versterken dat? Welke factoren of ontwikkelingen bieden in positieve zin tegenwicht aan dat onveiligheidsgevoel? Waar liggen aangrijpingspunten voor actie?

3.2 Onderzoeksopzet In overleg met de gemeente is besloten het onderzoek uit te voeren aan de hand van casestudies in vijf buurten. Vier buurten met een opvallend hoge beleving van onveiligheid en – als ‘contrastvloeistof’ – één buurt met een lage beleving van onveiligheid. Voor de selectie van buurten met een hoge beleving van onveiligheid zijn eerst de drie wijken genomen met het hoogste aandeel mensen dat zich daar onveilig voelt. Dat zijn Oost, Nieuwland, Groenoord (zie figuur 3). Omdat deze wijken behoorlijk omvangrijk zijn, is vervolgens ervoor gekozen in te zoomen op vier buurten die binnen deze wijken nog eens extra slecht scoren op de ervaren onveiligheid in de eigen woonbuurt. Dat resulteerde in de selectie van Wibautbuurt, Nolensbuurt (Nieuwland), Stationsbuurt (Oost), Groenoord-Zuid (Groenoord) (zie figuur 4). Als buurt met een relatief lage beleving van onveiligheid is – in overleg met de gemeente en op basis van dezelfde gegevens – de Vogelbuurt geselecteerd.

Veiligheidsbeleving in Schiedam – een studie in vijf buurten

11

3.3

Werkwijze

Vervolgens is in elke buurt een (voornamelijk2) kwalitatief onderzoek uitgevoerd, met als belangrijkste componenten: a. b. c. d. e.

Deskresearch, waaronder secundaire analyse van cijfermatige gegevens Korte (straat)interviews met bewoners en gebruikers Interviews met professionals Interactieve sessies met professionals Media-analyse

In het onderstaande lichten wij elk van deze onderdelen kort toe. Deskresearch Op basis van gegevens uit het Kadaster (Basisregistraties Adressen en Gebouwen) en de Monitor Leefbaarheid en Veiligheid 2019 is per buurt een beeld gevormd van de bevolkingssamenstelling. Daarbij is gekeken naar de opbouw in geslacht, leeftijd, gemiddeld inkomen en etnische achtergrond van bewoners. Met behulp van gegevens uit de Monitor Leefbaarheid en Veiligheid 2017 en 2019 en de Veiligheidsindex (z.d.a) is per buurt bezien hoe de objectieve en subjectieve veiligheid zich heeft ontwikkeld, zodat we niet alleen op het niveau van Schiedam als geheel maar ook per buurt inzicht hebben in hoe de ontwikkeling van de objectieve en subjectieve veiligheid zich tot elkaar verhouden.

2 Strikt genomen is sprake van een zogenaamde een ‘mixed methods’-aanpak, omdat naast het belangrijke kwalitatieve deel ook gebruik is gemaakt

van bijvoorbeeld kwantitatieve data.

Veiligheidsbeleving in Schiedam – een studie in vijf buurten

12

Straatinterviews In iedere buurt zijn tenminste 40 straatinterviews afgenomen met bewoners om in beeld te brengen hoe bewoners de buurt in het algemeen en de veiligheid ervaren én om inzicht te krijgen in de factoren die daarbij een rol spelen. De interviews zijn gehouden aan de hand van een topiclijst (zie bijlage 2). In totaal zijn 264 bewoners bevraagd. Als startpunt voor de straatinterviews is in overleg met de gemeente voor elke buurt een aantal kernlocaties gedefinieerd waarvan bekend is daar relatief veel bewoners te vinden zijn en/of waar relatief veel (veiligheids)problemen worden ervaren. Deze locaties betroffen: 1. Nieuwland, Wibautbuurt: Monseigneur Nolenslaan, Metrostation Troelstralaan 2. Nieuwland, Nolensbuurt: Dr. Willem Dreesplein, Metrostation Parkweg, Winkelstraat Parkweg, Winkelstraat Monseigneur Nolenslaan 3. Oost: Stationsplein, Boerhaavelaan/Boerhaaveplein, Van ’t Hoffplein (Kluphuis Oost) 4. Groenoord – Zuid: Winkelcentrum Laan van Bol’es 5. Voor de Vogelbuurt zijn vooraf geen specifieke locaties bepaald. Er waren in deze buurt geen plekken bekend waar veel (veiligheids)problemen worden ervaren. Interviews met bewoners zijn telefonisch en op straat verspreid over de buurt afgenomen. Bij het afnemen van de straatinterviews is geprobeerd zoveel mogelijk recht te doen aan de etnische diversiteit van bewoners.

Er is daarom gewerkt met een multicultureel team van interviewers. Ervaring leert dat het met een multicultureel onderzoeksteam gemakkelijker is toegang te krijgen tot bepaalde gemeenschappen en bewoners in multiculturele buurten. Daarnaast kunnen taal- en culturele barrières gemakkelijker beslecht worden en kunnen onderzoeksresultaten vanuit een multiculturele invalshoek preciezer worden geduid. Met de Buurt Bewoners Professional inzet van het diverse team konden wij s in meerdere buurten tot een redelijk Nolensbuurt 78 6 bevredigende spreiding komen over Wibautbuurt 49 4 de inwoners van de buurt (bezien Groenoord-Zuid 47 5 naar leeftijd, geslacht, etnische herkomst), in één buurt zijn nog Stationsbuurt 47 3 aanvullende gespreken gehouden Vogelbuurt 43 2 om dit te verbeteren (zie hierna). Om Totalen 264 20 meerdere redenen bleek het met name lastig om tot een bevredigend gesprek te komen met Oost-Europese arbeidsmigranten. Interviews met professionals Parallel aan de straatinterviews zijn semigestructureerde interviews afgenomen met tenminste drie professionals per buurt. Ook hier werd gebruik gemaakt van een topiclijst (zie bijlage 3). Met de professionals werd onder meer besproken hoe zij denken dat bewoners de buurt in het algemeen en de veiligheid ervaren en welke factoren daarbij in hun ogen een rol spelen). In totaal is met 20 professionals gesproken.

Veiligheidsbeleving in Schiedam – een studie in vijf buurten

13

Interactieve sessies met professionals Na afloop van het veldwerk zijn per buurt interactieve online sessies met (wijk)professionals van verschillende disciplines georganiseerd om de bevindingen uit de straatinterviews te toetsen en waar nodig veldwerk uit te breiden naar groepen bewoners die mogelijk onderbelicht waren. Dit leidde er onder meer toe dat op aanraden van professionals aanvullende interviews zijn afgenomen met jongeren op straat en winkeliers in de Nolensbuurt. Verder hebben de sessies geen aanleiding gegeven tot fundamentele veranderingen in de bevindingen. Na afronding van het onderzoek zijn opnieuw sessies met professionals georganiseerd waarin de (voorlopige) conclusies en aanbevelingen zijn gedeeld en besproken. Compacte media-analyse Op basis van tussentijdse onderzoeksbevindingen over de mogelijke invloed van mediaberichten in diverse buurten heeft een student Integrale Veiligheidskunde op ons verzoek nog een aanvullende scan gedaan van recente (social) mediaberichtgeving over de vier geselecteerde buurten met een lage veiligheidsbeleving. De scan (Schooneveld, 2020) is beperkt tot Facebook en Twitter en heeft betrekking op berichten die in september en oktober 2020 zijn geplaatst op Facebook (112Schiedam (3.667 volgers); Schiedam24, 8.094 volgers, Politie Schiedam, 14.366 volgers) en Twitter (De Schiedammer, 1.580 volgers).

Onderzoeksperiode Het onderzoek is gestart in april 2020. Het veldwerk zou aanvankelijk gespreid plaatsvinden over de periode april tot en met september 2020. Als gevolg van de coronapandemie is de planning aangepast. De straatinterviews en de interviews met professionals zijn uiteindelijk afgenomen in juni en september 2020. De bespreking van bevindingen met professionals vond plaats in oktober 2020. De afsluitende sessie met professionals was in december 2020, waarna de finale analyse en rapportage is opgesteld.

Veiligheidsbeleving in Schiedam – een studie in vijf buurten

14

4 De veiligheidsbeleving in vijf Schiedamse buurten 4.1 De benchmark: veiligheid en veiligheidsbeleving in Schiedam als geheel In het onderzoek vergelijken we onder meer de veiligheid en veiligheidsbeleving in de onderzochte buurten met de veiligheid en veiligheidsbeleving in geheel Schiedam. In deze paragraaf geven we van dat laatste daarom eerst even een kort overzicht. Daarbij maken we vooral gebruik van de gegevens uit de Schiedamse Veiligheidsindex 2019, maar vullen we dat aan met enkele andere bronnen, zoals de landelijke Veiligheidsmonitor 2019. Daarmee kan Schiedam immers ook worden vergeleken met andere gemeenten in Nederland.

Figuur 6 geregistreerde criminaliteit in Schiedam, (MVS, 2020)

Dalende criminaliteit De geregistreerde criminaliteit in Schiedam, uitgedrukt in het aantal delicten per 1.000 inwoners in de drie meest voorkomende delictsgroepen, daalde over de periode 20162018 in Schiedam, zoals weergegeven in figuur 6 (MVS, 2020) Stijgend onveiligheidsgevoel? Het veiligheidsgevoel van de Schiedammer vertoont een andere tendens. Volgens de Schiedamse Veiligheidsindex laat de Monitor Veiligheid & Leefbaarheid zien dat over de periode 2007-2019 het gevoel van onveiligheid ‘in het algemeen’ redelijk stabiel blijft. Het gevoel van onveiligheid ‘in de eigen buurt’ toont echter een geleidelijk stijgende tendens, waarbij vooral de sterke verslechtering van 2017 op 2019 opvalt. In 2019 begint het niveau van onveiligheidsgevoel ‘in eigen buurt ‘dat van het gevoel van onveiligheid ‘in het algemeen’ zelfs te naderen. Zie figuur 7.

Figuur 7 aandeel van de Schiedamse bevolking dat zich 'soms of vaak' onveilig voelt, in het algemeen of in eigen buurt, over de periode 2007-2019. Afbeelding afkomstig uit presentatie Schiedamse Veiligheidsindex 2019.

Veiligheidsbeleving in Schiedam – een studie in vijf buurten

15

Bijna 10% voelt zich ‘vaak’ onveilig De Veiligheidsindex laat ook zien, dat zo’n 10% van de Schiedammers zich ‘vaak’ onveilig zegt te voelen: 9% ‘in het algemeen’, 10% ‘in eigen buurt’. Landelijke Veiligheidsmonitor: Schiedam hoogste onveiligheids- en overlastbeleving van G-32 Figuur 8 aandeel bewoners dat in 2019 zegt zich zelden of nooit, soms of vaak

De landelijke Veiligheidsmonitor geeft een wat onveilig te voelen. Bron: Veiligheidsindex Schiedam 2019 ander signaal. Die Veiligheidsmonitor (VM) geeft al jaren (ook) een overzicht van de bevindingen op enkele kernindicatoren voor de G-32 gemeenten. De VM wijst op een wat lager percentage inwoners dat zich in Schiedam in de eigen buurt onveilig voelt (25,9%)3, dat percentage is van 2017 op 2019 ook relatief stabiel gebleven. Wat vooral opvalt, is dat het aandeel inwoners dat zich in 2017 in eigen buurt onveilig zegt te voelen het hoogste is van alle G-32 gemeenten. In 2019 deelt Schiedam die ‘laatste plaats’ met haar buurgemeente Rotterdam. Schiedam scoort ook het hoogst scoort op ervaren overlast in buurt; 64% van de bewoners geeft aan veel overlast in eigen buurt te ervaren (CBS, 2019). Leeswijzer voor dit hoofdstuk In de komende paragrafen beschrijven wij de bevindingen van de vijf onderzochte buurten van Schiedam, waarbij wij deze bevindingen ook steeds vergelijken met de hierboven beschreven gemiddelden voor Schiedam als geheel.

Achtereenvolgens komen hierna aan de orde: • Nolensbuurt (paragraaf 4.2) • Wibautbuurt (paragraaf 4.3) • Groenoord-Zuid (paragraaf 4.4) • Stationsbuurt (paragraaf 4.5) • Vogelbuurt (paragraaf 4.6) Van elke buurt beschrijven wij in een vaste volgorde: • het karakter van de buurt en de bevolkingssamenstelling • wat ‘de cijfers’4 zeggen over de veiligheid en veiligheidsbeleving • wat bewoners daar zelf over zeggen • en wat de ervaring daarover is van professionals • bij enkele buurten geven wij tevens bevindingen uit de mediascan Wij sluiten steeds af met een tussenconclusie per buurt.

3 Dat percentages tussen verschillende typen onderzoeken kunnen verschillen is een bekend verschijnsel. Verschillen in onderzoeksmethode,

vraagstelling, plaats in de vragenlijst en dergelijke spelen hier een rol. Vergelijking is dus wel mogelijk in de trend over meerdere jaren die uit elk onderzoek naar voren komt, maar niet tussen de absolute percentages uit de verschillende onderzoeken. 4 Hiervoor zijn verschillende bronnen geraadpleegd, namelijk de Veiligheidsmonitor 2019, data afkomstig van het CBS en MVS, de (presentatie van de) veiligheidsindex 2019 en de cijfers die vanuit de gemeente zijn aangeleverd over de ontwikkeling van de veiligheid in Schiedam.

Veiligheidsbeleving in Schiedam – een studie in vijf buurten

16

4.2

Veiligheidsbeleving in de Nolensbuurt

4.2.1 De buurt in het kort De Nolensbuurt ligt in de wijk Nieuwland, een wijk die de website Nieuwlandschiedam.nl schetst als ‘de meest veelzijdige wijk van Schiedam. Waar culturen samenkomen.’ Het is een typische naoorlogse wijk met (veel) uniforme woonblokken. De Nolensbuurt bestaat voor 93% uit meergezinswoningen (flats) die gebouwd zijn tussen 1950-1970. Het betreft voor het overgrote deel (89%) huurwoningen, met name sociale huur (allecijfers.nl, 2020a). In de Nolensbuurt woonden op 1 januari 2020 4195 mensen in 1835 huishoudens. De bevolking bestaat voor een kleine 80% uit mensen met een migratieachtergrond waarvan veel mensen met een Turkse (34%), niet-westerse5 (15%) en Marokkaanse (10%) achtergrond. In de afgelopen jaren is het aandeel van mensen met een Nederlandse en Turkse afkomst licht gedaald, terwijl juist de groep ‘overig niet-westers’ is gegroeid (MVS, 2020a). Het grootste deel van de inwoners is jonger dan 50 jaar, waarbij met name de groep tussen de 20-29 jaar oud sterk vertegenwoordigd is (MVS, 2020b). In de Nolensbuurt wonen substantieel meer vrouwen dan mannen, met name in de leeftijdscategorie 40-49 jaar (MVS, 2020c). Het gemiddeld inkomen in de Nolensbuurt is een stuk lager dan het gemiddelde in Schiedam: het gemiddeld inkomen bedraagt €15.200,- bruto per jaar tegen €23.500,- in Schiedam als geheel.

In de Nolensbuurt heeft 22,8% van de mensen een inkomen op of rond het sociaal minimum (allecijfers.nl, 2020a).

5 Deze cijfers zijn gebaseerd op Basisregistratie Personen

die niet-westers als volg definieert: een persoon met een migratieachtergrond uit Turkije, Afrika, Latijns-Amerika en Azië (exclusief Indonesië en Japan) (zie CBS, 2021). Op de website MVS worden mensen met Turkse afkomst wel apart genoemd (zij vallen dus niet in de groep overige niet-westerse afkomst).

Veiligheidsbeleving in Schiedam – een studie in vijf buurten

17

4.2.2 Wat zeggen de cijfers? Geregistreerde criminaliteit Het aantal geregistreerde delicten per 1000 inwoners in de Nolensbuurt ligt substantieel hoger dan gemiddeld in Schiedam. Het totaal aantal delicten in de buurt steeg daarbij in de periode 2016-2018 licht, terwijl het in Schiedam als geheel juist daalde (zie figuur 9). In 2017 steeg vooral het aantal diefstallen uit woning, in 2018 het aantal vernielingen en delicten tegen de openbare orde.

Figuur 9, geregistreerde criminaliteit in de Nolensbuurt,

Figuur 3 Figuur 4: Geregistreerde delicten per 1000 inwoners???? in de Nolensbuurt (links) vergelijkingsgebied: gemeente Schiedam (MVS, 2020d) resp. gemeente Schiedam (rechts) (MVS, 2020d)

Subjectieve veiligheid De Nolensbuurt is onderdeel van de wijk Nieuwland. In 2017 voelde 48% van de bewoners van Nieuwland zich ‘soms tot vaak’ onveilig in het algemeen en 50% in de eigen buurt, terwijl in 2019 57% aangeeft zich ‘soms tot vaak onveilig’ te voelen in het algemeen en 56% in de eigen buurt. Ten opzichte van de rest van Schiedam voelen bewoners van de wijk Nieuwland zich dus onveiliger (Kenniscentrum MVS, 2018; 2020). In de Nolensbuurt voelt 67% van de buurtbewoners zich in 2019 ‘soms tot vaak onveilig’ in de eigen buurt (in 2017 was dit 38%, zie Kenniscentrum MVS, 2018). Hieruit blijkt dat bewoners van de Nolensbuurt zich (veel) onveiliger voelen in eigen buurt ten opzichte van de rest van de bewoners van Schiedam. De Nolensbuurt staat dan ook op nummer 2 van de buurten waar buurtbewoners zich het meest onveilig voelen (Gemeente Schiedam, z.d.a). In 2017 stond de Nolensbuurt op nummer 5 (Kenniscentrum MVS, 2018). Veiligheidsbeleving in Schiedam – een studie in vijf buurten

18

Bewoners in de Nolensbuurt geven de veiligheid in de buurt een 5,7 (t.o.v. 6,5 voor Schiedam gemiddeld)(Kenniscentrum MVS, 2020). Wij beschikken niet over het rapportcijfer uit 2017 dat de bewoners van de Nolensbuurt hebben gegeven aan de veiligheid. Er zijn echter wél gegevens beschikbaar over het rapportcijfer dat de bewoners in 2017 aan de veiligheid in de buurt per wijk hebben gegeven. Nieuwland scoorde in 2017 een 5,8 (Kenniscentrum MVS, 2018: 30). In de Nolensbuurt bevinden zich een aantal locaties die door de respondenten van de Monitor Leefbaarheid en Veiligheid 2019 (Kenniscentrum MVS, 2020) worden aangemerkt als onveilige plekken. Het gaat om de Parkweg + metrostation, wijk Nieuwland (in het algemeen) en Monseigneur Nolenslaan.6 De Parkweg werd in Monitor Leefbaarheid en Veiligheid 2017 ook als onveilige plek genoemd (Kenniscentrum MVS, 2018). Overige belevingsaspecten Uit de Monitor Leefbaarheid en Veiligheid 2019 blijkt dat buurtbewoners een 6,8 geven voor het huis waarin ze wonen en een 5,9 voor de omgeving waarin ze wonen. De sociale cohesie in de Nolensbuurt scoort een 5,4; hiermee ligt het cijfer onder het gemiddelde van Schiedam (5,9) (Kenniscentrum MVS, 2020). Ook blijkt dat bewoners een aantal problemen ervaren. Onder ‘buurtproblematiek’ valt “vervelende voorvallen in eigen buurt” (Kenniscentrum MVS, 2020: 29).

De buurtproblemen die bewoners van de wijk Nieuwland ervaren zijn: 1. 2. 3. 4. 5.

Rommel op straat Vuilnis naast de container/verkeerd aanbieden van huisvuil Te hard rijden Hondenpoep op straat Lawaai op straat

Bewoners beoordelen de gemeente waar het gaat om toezicht op het naleven van regels in Nieuwland zeer uiteenlopend. 35% van de bewoners beoordeelt het optreden van de gemeente als onvoldoende, 23% van de respondenten als voldoende. De rest van de respondenten uit Nieuwland is neutraal of heeft er geen mening hierover. (Kenniscentrum MVS, 2020)

4.2.3 Wat zeggen de bewoners? Relatief veel van de (78) geïnterviewde bewoners geven aan dat zij de Nolensbuurt een fijne buurt vinden om te wonen. Een deel van de bewoners – ook jongeren – verwijst dan vooral naar sociale aspecten: ‘Het is een fijne buurt, ik ben hier geboren en getogen, ben niks anders gewend. Je kent letterlijk iedereen hier. We kennen elkaar. Mensen letten op elkaar.’ (man, 24 jaar, Marokkaans-Nederlands)

6

Deze locaties staan achtereenvolgens op de nummers 1, 3 en 6 van de meest onveilig plekken in Schiedam.

Veiligheidsbeleving in Schiedam – een studie in vijf buurten

19

‘Het is leuk dat er zoveel jongeren wonen met wie je kan chillen op straat’ (man, 15 jaar, Antilliaans-Nederlands) Opmerkelijk is dat dergelijke positieve uitspraken vooral worden gedaan door respondenten van Turkse en Marokkaanse afkomst. Nederlanders zonder migratieachtergrond zeggen juist vaker dat het samenleven moeilijk gaat en er weinig contact is, onder andere door taalbarrières. Degenen die de buurt positief beoordelen, doen dat vooral vanwege fysieke aspecten zoals de nabijheid van winkels en het openbaar vervoer: ‘Het ligt lekker centraal. De metro is dichtbij en er zijn veel winkels.’ (man, 50 jaar, Nederlands zonder migratieachtergrond) Bewoners zijn verdeeld over hoe de buurtveiligheid zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld. Ruim de helft van de respondenten (51%) vindt dat de buurtveiligheid de afgelopen jaren gelijk is gebleven. Tegelijkertijd zijn er ongeveer evenveel mensen die zeggen dat de buurtveiligheid is verslechterd (24%) als mensen die zeggen dat deze is verbeterd (21%). Met jongeren was het lastig om over veiligheidsbeleving te praten. We kregen de indruk dat ze niet het achterste van hun tong lieten zien. Jongeren benadrukten vooral ‘niet bang’ te zijn. Tegelijkertijd werd gezegd dat er ‘erge’ dingen gebeuren, dat het na 6 uur ’s avonds onveilig wordt in de buurt. Enkele jongeren geven aan bang te zijn voor andere jongeren met messen.

In de interviews komen vijf thema’s relatief vaak naar voren. Deze beschrijven wij in het navolgende. Verloedering Bewoners zeggen zich te ergeren aan straatvuil, vuil rond de vuilcontainers en naastplaatsingen: 'Wat ik negatief vind is de vuilnis in de buurt. Dat zorgt toch voor een negatief beeld van de wijk.' (vrouw, 30 jaar, Antilliaans-Nederlands) Een aantal bewoners en winkeliers meent daarbij dat het onderhoudsniveau van de groenvoorziening in de buurt de afgelopen jaren is verslechterd: ‘Ik vind dat de gemeente meer aandacht moet besteden aan de groenvoorziening. Ik zie dat het onderhoud van het groen de laatste jaren minder is geworden en dat het verwildert. Ook in het Beatrixpark. Ik denk dat bezuinigingen daarmee te maken hebben.’ (vrouw, 80 jaar, Nederlands zonder migratieachtergrond) Eén winkelier maakt zich zorgen over verloedering van de fysieke omgeving in het licht van de aantrekkelijkheid en veiligheid van de winkelstraat Monseigneur Nolenslaan: ‘Het begint hier een ‘roverslaantje’ te worden. Er zijn drugsdeals achter de winkelstraat. Ik heb dat vaak besproken met de wijkagent, maar niemand heeft tijd. Ik voel me niet veilig als ik in het donker het pand verlaat met de dagomzet. Oorzaak zit in verpaupering van de buurt. Vuil, onkruid, dichtgetimmerde woningen zijn een magneet voor verkeerd volk.’ (winkelier Monseigneur Nolenslaan)

Veiligheidsbeleving in Schiedam – een studie in vijf buurten

20

Hangjongeren Gevraagd naar de buurtveiligheid brengen vrijwel alle respondenten hangjongeren ter sprake. Er wordt op verschillende manieren over hen gesproken. Sommige bewoners zien de aanwezigheid van hangjongeren als een signaal dat het met de jongeren en de buurt de verkeerde kant opgaat. Anderen benadrukken vooral de overlast die ze veroorzaken zoals herrie en vervuiling. Weer anderen brengen hangjongeren in verband met drugscriminaliteit. Opvallend is dat ook jongeren zelf zeggen dat het soms ‘chaos’ is en dat met name het lawaai dat zijzelf veroorzaken flink uit de hand kan lopen. Jongerenwerkers spreken van een ‘kat-en-muis’-spel dat jongeren spelen met buurtbewoners. Ondanks dat jongeren toegeven soms voor overlast te zorgen, geven ze tegelijkertijd aan regelmatig onterecht aangesproken te worden door de politie. Eén jongen spreekt van ‘politieoverlast’: ‘Er is veel politie overlast, ze spreken je aan terwijl je het niet hebt gedaan. Ik zeg dat dan ook, en vervolgens reageren ze ‘dat kan iedereen zeggen’. Nou, dan loop ik gewoon weg.’ (jongen, 14 jaar) Drugscriminaliteit Veel bewoners beschrijven concrete situaties die zij hebben waargenomen waaruit zij afleiden dat er gehandeld wordt in drugs. Voor sommigen heeft dat een grote impact op het veiligheidsgevoel. ‘…Het af en aan rijden van auto’s. Je hebt dan een gevoel dat dat geen zuivere koek is.

Het heeft dan denk ik te maken met drugs en verslaafden.’ (man, 27 jaar, Marokkaans-Nederlands) ‘Criminaliteit, drugs dealen en gebruik, veel geweld, als vrouw voel je je onveilig op straat in de avond.’ (vrouw, 26 jaar, Nederlands zonder migratieachtergrond) Wat rond dit thema ook opvalt, is dat ‘wegkijken’ en ‘vooral niet mee bemoeien’ de norm is, een coping strategie om met de situatie te kunnen omgaan zonder er zelf al te veel last van te hebben. ‘Als ik ’s avonds op het balkon zit, zie ik dat er drugs worden gedeald. Auto’s rijden af en aan. Er worden pakketjes en geld uitgewisseld. Maar als je je er niet mee bemoeit, heb je er geen last van. Niet ’s avonds met een rugzak over straat gaan. Dan hoeven ze niks van je.’ (vrouw, 30 jaar, Nederlands zonder migratieachtergrond) Optreden van de overheid Gevraagd naar het optreden van de overheid in het kader van de veiligheid praten bewoners vrijwel alleen over de politie. Enerzijds zijn veel bewoners mild over hun optreden. We horen dan vooral uitspraken als ‘Ze doen hun best’, ‘Ze doen wat ze kunnen’ en ‘Ze zijn zichtbaar en dat is goed’. Tegelijkertijd zien bewoners ook dat overlast en criminaliteit niet structureel worden aangepakt en opgelost. ‘Er wordt niks concreet aangepakt het blijft maar slechter gaan, criminaliteit zie ik steeds meer en meer.’ (man, 42 jaar, Nederlands zonder migratieachtergrond)

Veiligheidsbeleving in Schiedam – een studie in vijf buurten

21

‘Er is niet veel veranderd. Ik heb het idee dat de politie andere dingen te doen heeft, maar de criminelen zijn er nog steeds.’ (man, 46 jaar, Surinaams-Nederlands) Opvallend is dat bewoners de gemeente niet ter sprake brengen als hen gevraagd wordt naar het optreden van de overheid om de buurtveiligheid te bevorderen. De gemeente lijkt in de ogen van bewoners daarin geen rol van betekenis te spelen. Als we zelf vragen naar concrete ervaringen met de gemeente noemen bewoners alleen situaties zoals een kwijtgeraakt paspoort of het overschrijven van een auto waarvoor zij in contact zijn geweest met de afdeling Burgerzaken. Ook over handhaving wordt relatief weinig gesproken door bewoners. Sommige bewoners vertellen dat ze wel eens BOA’s langs zien fietsen. Enkelen merken daarbij op dat zij te weinig gezag uitstralen of juist ‘stoer’ doen en zich voordoen als een soort politie. Winkeliers stellen dat preventieve aanwezigheid van politie en handhavers nodig is de drukke winkelstraat waar verschillende generaties en culturen samenkomen. Die aanwezigheid wordt gemist: ‘Fietsers op de stoep en opstootjes zijn aan de orde van de dag. Soms grijpen we zelf in, bijvoorbeeld die keer dat jongens een mevrouw op een scootmobiel lastigvielen. De Blauwe Brigade is er niet. Ze zeggen van wel, maar het is echt niet waar.

We staan hier de hele dag en zien ze nooit.’ (winkelier Monseigneur Nolenslaan) Cameratoezicht Cameratoezicht is een thema dat door een relatief veel bewoners op verschillende manieren ter sprake is gebracht. Sommige bewoners noemen specifieke plekken waar camera’s zijn geplaatst, zoals bij de winkels aan de Monseigneur Nolenslaan en bij het Johan Cruijff court. Zij zijn er positief over. Ze geloven dat de veiligheid erdoor verbetert en ook dat beelden gebruikt worden bij de opsporing van daders na een misdrijf. ‘Het gaat beter (met de veiligheid, red.) … Er zijn camera’s geplaatst bij het Cruijff Court.’ (vrouw, 45 jaar, Turks-Nederlands) Anderen stellen dat cameratoezicht in de Nolensbuurt een wassen neus is, omdat bij de politie onvoldoende capaciteit is om de beelden uit te kijken. ‘Er hangen wel camera’s, maar ook die worden niet uitgekeken omdat daar geen tijd voor is.’ (man, 45 jaar, Turks-Nederlands) Tot slot, wordt cameratoezicht door sommige bewoners aangebracht als excuus om niet te hoeven melden. In de trant van ‘ze hebben mij niet nodig, want ze hebben de beelden toch’. ‘Ik houd mijn ogen liever níet open; wat ik niet heb gezien, kan ik ook niet weten. Dat is beter. Er staan hier camera’s; daarmee moet het maar gebeuren.’ (vrouw, 3540 jaar, Pools-Nederlands)

Veiligheidsbeleving in Schiedam – een studie in vijf buurten

22

4.2.4 Wat zeggen de professionals? Over de Nolensbuurt zijn interviews afgenomen met 6 professionals: de wijkregisseur van Nieuwland, de coördinator van het wijkondersteuningsteam, twee wijkagenten, een jongerenwerker en een sociaal beheerder van de woningcorporatie. Sterke verschillen in veiligheidsbeleving? Op de vraag welk cijfer zij denken dat dat bewoners geven voor de veiligheid in de buurt antwoorden professionals dat die cijfers waarschijnlijk sterk verschillen. Ze schatten in dat mensen die vaak bij metrostation Parkweg komen vanwege de jeugdoverlast daar een lager cijfer geven dan mensen die daar niet vaak zijn. Ook denken ze dat jongere mensen zich minder onveilig voelen dan ouderen. Daarnaast wordt gezegd dat het cijfer waarschijnlijk ook afhangt het moment waarop bewoners worden bevraagd. In de zomer zijn er meer hangjongeren en is er meer geluidsoverlast. Gevoelens van onveiligheid zouden vooral te maken hebben met burengerucht, drugsgebruik en -handel rond de coffeeshop en overlast op straat van jeugd en luidruchtige mannen uit de Antilliaanse gemeenschap en – in toenemende mate sinds de lockdown – van Oost-Europese arbeidsmigranten.

Een reputatie van een onveilige wijk Over jongeren zegt de jongerenwerker dat zij zich niet onveilig voelen, maar het wel stoer vinden om te zeggen dat Nieuwland – waar de Nolens- en de Wibautbuurt deel vanuit maken - een onveilige wijk is: ‘Dat geeft status, het zorgt ervoor dat anderen rekening met je moeten houden. Jongeren hebben er dus baat bij om die cultuur in stand te houden.’(jongerenwerker) De jongerenwerker op het Lentiz Life maakt een vergelijkbare analyse: ‘Schiedamse jongeren zijn de laatste jaren trotser geworden op hun stad. De straatcultuur heeft zich ontwikkeld en meer Schiedamse jongens hebben zich opgewerkt in het criminele circuit. Dat vinden ze stoer en daardoor staat Schiedam in hun beleving niet langer in de schaduw van Rotterdam.’ (jongerenwerker) Disbalans tussen problematiek en capaciteit De wijkagenten verwachten dat hun investeringen om meer zichtbaar te zijn op straat en contacten te onderhouden met bewoners via social media bijdragen aan het verbeteren van de veiligheidsbeleving in de buurt. Ze geven tegelijkertijd aan het lastig te vinden om met klachten van bewoners om te gaan op een manier die voor bewoners bevredigend is.

Meldingen van drugshandel bijvoorbeeld kunnen met de huidige capaciteit en gebrek aan prioriteit niet structureel worden aangepakt en hoewel de integrale aanpak van jeugd en -overlast op gang is gekomen, is ook de capaciteit in het jongerenwerk onvoldoende om op het rechte pad te krijgen en te houden. De wijkagenten zijn van mening dat de capaciteit voor de aanpak van drugshandel en overlast uitgebreid zou moeten om de klachten van bewoners serieus te kunnen onderzoeken en netwerken op te rollen. Veiligheidsbeleving in Schiedam – een studie in vijf buurten

23

Tot slot zijn vaste gezichten nodig die jongeren kennen en door wie zij gekend worden en die ook de uren hebben om jongeren intensief en langdurig te begeleiden. Vaste gezichten van wijkagenten en BOA’s zijn ook van belang. Ze dragen bij aan zichtbaarheid en bereikbaarheid van de overheid voor bewoners en dat is in deze buurt van essentieel belang. Een wijkagent stelt dat vóór de Corona-crisis vanuit politie en handhaving met vaste mensen werd gewerkt op straat, maar daarin sinds de lockdown de klad is gekomen. Niet alleen handhaving nodig De jongerenwerker en de sociaal beheerder benadrukken dat jongerenoverlast en criminaliteit in de Nolensbuurt en de onveiligheidsgevoelens die dat teweegbrengt niet alleen met handhaving opgelost kunnen worden. Er is veel armoede in de Nolensbuurt en veel jongeren die noodgedwongen op straat zijn en vatbaar zijn om in de criminaliteit te belanden. De sociaal beheerder denkt dan ook dat die jongeren veel meer begeleiding nodig hebben. Over criminele jongens zegt hij: ‘Denk na over de trajecten die je te bieden hebt. Als ze geen netwerk hebben, gaan ze zo weer de fout in.

Van de overheid hebben ze (jongeren die in de gevangenis hebben gezeten, red.) niet veel te verwachten … Ze worden aan hun lot overgelaten.’ (sociaal beheerder woningcorporatie) De jongerenwerker vindt verder dat een deel van de oplossing voor ervaren jeugdoverlast gezocht moet worden in het beïnvloeden van de perceptie van bewoners door hen met jongeren in contact te brengen en te helpen zich in jongeren te verplaatsen.

4.2.5 Wat zien we in de media? Op Facebook en Twitter zijn in de periode september – oktober 2020 zeven berichten geplaatst over de Nolensbuurt. Zes daarvan hebben betrekking op negatieve gebeurtenissen op het gebied van veiligheid waaronder een politieachtervolging, een heterdaad bij woninginbraak en een 14-jarige jongen met wapens op zak. Een positief bericht gaan over het winnende idee voor een speelplek op het Dreesplein.

Veiligheidsbeleving in Schiedam – een studie in vijf buurten

24

4.2.6 Conclusie Nolensbuurt De mate waarin bewoners van de Nolensbuurt zich onveilig voelen in hun eigen buurt ligt opvallend hoog. Volgens de Monitor Leefbaarheid & Veiligheid is dat nog eens sterker geworden tussen 2017 en 2019, over de mate waarin de veiligheid verslechterd is zijn de bewoners in de gesprekken echter verdeeld: het merendeel van de bewoners acht de veiligheid immers gelijkgelegen of zelfs verbeterd. De criminaliteitscijfers wijzen wel op een toename van criminaliteit (over de periode 2016-2018), terwijl deze in Schiedam als geheel is afgenomen. Verloedering in de breedste zin van het woord lijkt een belangrijk thema te zijn in de veiligheidsbeleving van de bewoners. In de zin van fysieke verloedering, zoals vervuiling en gebrekkig beheer van het groen in de buurt. Maar minstens zozeer ook in de zin van sociale en criminele verloedering: door ‘hangjongeren’ op straat, door drugscriminaliteit en een door bewoners nogal eens veronderstelde overlap tussen beide problemen. Deze problemen kunnen voor buurtbewoners een belangrijke ‘signal crime’ vormen: een teken dat het met de buurt in sociaal, moreel of fysiek opzicht de verkeerde kant uitgaat. Het is plausibel dat (veranderingen in) de bevolkingssamenstelling eveneens een rol spelen: deels door een wat grotere gevoeligheid voor onveiligheid, deels ook door de consequenties daarvan op de sociale cohesie.

Het is eveneens niet ondenkbaar dat berichten in (sociale) media over (incidenten, criminelen of plekken) in de buurt een versterkende rol hebben. Bewoners, winkeliers én wijkprofessionals ervaren dat de aanpak van de betreffende problemen door de diverse instituties tekortschiet: deels door beperkingen in de capaciteit, deels door tekortkomingen in de inhoud van de aanpak. De bestrijding van onder meer drugscriminaliteit krijgt daarmee niet de aandacht die het volgens bijvoorbeeld (ook) de wijkagenten zou verdienen.

Veiligheidsbeleving in Schiedam – een studie in vijf buurten

25

4.3

Veiligheidsbeleving in de Wibautbuurt

4.3.1 De buurt in het kort Net als de Nolensbuurt ligt de Wibautbuurt in de wijk Nieuwland en vormt het een cultureel diverse buurt met veel naoorlogse huizen. Vooral meergezinswoningen uit de periode 1950-1970, waarvan het merendeel wordt verhuurd via sociale huur. Een ruime 20% van de woningen in de buurt betreft koopwoningen. In de buurt woonden op 1 januari 2020 3940 mensen in 1830 huishoudens. De inwoners zijn voor zo’n 70% mensen met een migratieachtergrond. In 2019 kende de buurt een ongeveer een even grote hoeveelheid mensen met een Nederlandse (27,8%) als met een Turkse (27,9%) achtergrond. Het aantal mensen van Nederlandse afkomst nam over de afgelopen jaren af, het aantal mensen met Turkse afkomst nam toe. Ook het aantal mensen met een ‘overig niet-westerse’ en ‘Midden- en Oost-Europese’ nam toe (MVS, 2020e). Het grootste deel van de buurtbewoners is jonger dan 50 jaar. In 2015 was de categorie 30 t/m 39 jaar oud het sterkst vertegenwoordigd, maar sinds 2017 is dat de categorie 20 t/m 29 jaar (MVS, 2020f). Het gemiddeld inkomen in de buurt ligt iets hoger dan in de Nolensbuurt, maar is nog steeds aanzienlijk lager dan het stedelijk gemiddelde: €18.300,- per jaar (bruto) in de Wibautbuurt tegen €23.500,- per jaar voor geheel Schiedam (bruto) (allecijfers.nl, 2020b).

15,9% van de huishoudens in de Wibautbuurt heeft een inkomen op of rond het sociaal minimum (allecijfers.nl, 2020b).

4.3.2 Wat zeggen de cijfers? Objectieve veiligheid Het gemiddeld aantal delicten per 1000 inwoners ligt in de Wibautbuurt hoger dan het gemiddelde van Schiedam (MVS, 2020g). In de periode 2016-2018 toonde het totaal aantal geregistreerde delicten in de Wibautbuurt net als in heel Schiedam, een zeer lichte daling, met daarbij echter grote verschillen in de ontwikkeling binnen de onderscheidene categorieën. Net als in de Nolensbuurt toonde het aantal delicten in de categorie ‘vernieling, misdrijf tegen openbare orde’ in 2018 een grote stijging, terwijl het aantal diefstallen juist daalde (zie figuur 10).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9871387/1