Bijlage Ontwerpbegroting 2025 ROGPlus
Tekst van het document
Dit budget is gebaseerd op de werkelijke bestedingen voor de was- en strijkservice in 2023, geïndexeerd met de OVA (4,940Zo). Ook is in de ontwerpbegroting een bedrag opgenomen voor huishoudelijke hulp in hospice 'De Margriet’ in Vlaardingen. Met ingang van de (ontwerp)begrating 2025 worden deze budgetten begroot in een apart begrotingsonderdeel. Voor deze contracten worden de aantallen gebaseerd op het werkelijke gebruik in 2023. Begroting 2025 Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
Primair 2024
1e wijziging 2024
2025
Onderdeel
2023
Algemene voorziening Schoon Huis
20.195.575
21.812.600
21.164.800
23.518.500
Maatwerkvoorzieningen
1.642.502
1.781.800
1.752.100
1.716.700
Aanvullende algemene voorziening
62.537
55.300
78.100
69.800
pgb
125.000
151.500
133.000
140.000
1.712.010
2.038.200
2.129.200
2.281.800
25.839.400
25.257.200
27.726.800
Overhead
23.737.624
5https:ZZwww.nza.nlZonderwerpenZpriisindexciifers
28
rogplus
Ontwerpbegroting
Meerjarenperspectief 2026-2029 Begroot 2025
Onderdeel
2026 L
2027 L
2028 L
2029 L
Algemene voorziening Schoon Huis
23.518.500
25.202.500
26.917.800
28.554.800
30.203.300
M aatvverkvoorzieningen
1.716.700
1.809.900
1.923.000
2.028.400
2.149.800
69.800
73.200
76.800
80.600
84.500
Aanvullende algemene voorziening pgb Overhead
140.000
147.600
155.500
164.000
173.600
2.281.800
2.382.300
2.487.000
2.596.500
2.710.700
27.726.800
29.615.500
31.560.100
33.424.300
35.321.900
Risico's
» » » » »
Er worden meer indicaties voor de Algemene Voorziening Schoon Huis afgegeven dan voorzien Er worden (gemiddeld) zwaardere indicaties voor Maatwerkvoorzieningen Schoon Huis afgegeven dan voorzien Er worden meer indicaties voor Schoon Huis verzilverd dan voorzien De wachtlijsten en -tijden nemen toe of af Loonontwikkelingen Cao WT die rechtstreeks invloed hebben op de AMvB ‘reële prijs Wmo 2015’ en dat resulteert in een hogere prijsindex dan voorzien.
3.2.5
Meedoen in de Stad
Omschrijving
Binnen het begrotingsonderdeel Meedoen in de Stad zijn de kosten begroot voor de ondersteuning bij het sociaal en persoonlijk functioneren van cliënten met matige of zware beperkingen op het terrein van: » sociale redzaamheid; » maatschappelijke participatie; « psychosociaal functioneren; » psychosociaal welbevinden en/of; » mentaal functioneren. * visuele en auditieve beperkingen Onder meer de volgende vormen van begeleiding worden aangeboden: » Individuele begeleiding. Individuele begeleiding wordt verstrekt voor het behouden dan wel bevorderen van de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt opdat hij in zijn eigen leefomgeving kan blijven en verwaarlozing wordt voorkomen. * Dagbesteding. Dagbesteding wordt verstrekt voor het behouden dan wel bevorderen van de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt opdat hij in zijn eigen leefomgeving kan blijven en verwaarlozing wordt voorkomen. Dagbesteding kan ook als respijtzorg (ontlasting van mantelzorgers) worden ingezet. » Logeren (kortdurend verblijf). Het zwaartepunt van deze maatwerkvoorziening ligt op logeren met als doel het overnemen van het permanente toezicht op de cliënt ter ontlasting van de gebruikelijke verzorger of mantelzorger.
29
rogplus
Ontwerpbegroting
Voor begeleiding bij sociaal en persoonlijk functioneren zijn in 2020 contracten ingegaan. Hierin is onderscheid gemaakt tussen begeleiding van cliënten met ouderdomsgerelateerde klachten (Meedoen in de Stad - ouderen) en cliënten met nietouderdomsgerelateerde klachten (Meedoen in de Stad - niet-ouderen). Voor Meedoen in de Stad - ouderen zijn contracten aangegaan met meerdere partijen. Meedoen in de Stad - niet-ouderen wordt verzorgd door een consortium van partijen dat opereert onder de naam ZorgSamen MVS. Beide contracten lopen in eerste instantie eind 2024 af, maar worden in beginsel met twee jaar verlengd. Met ZorgSamen MVS wordt nog besproken of het jaarbudget 2025 voor de in het contract opgenomen dienstverlening nog reëel is. Daarnaast hebben cliënten de mogelijkheid om met een pgb zelf begeleiding in te kopen. Tenslotte bevat dit begrotingsonderdeel ook de (begrote) uitgaven voor de ondersteuning aan zintuiglijk gehandicapten (doven en slechthorenden en blinden en slechtzienden) op basis van de hiervoor door de VNG afgesloten landelijke contracten. In aanvulling op de contracten voor Meedoen in de Stad streeft Rogplus, samen met de gemeenten, naar een betere samenwerking met het voorliggend veld. Uitgangspunten
Aantallen Bij begeleiding bij sociaal en persoonlijk functioneren wordt onderscheid gemaakt tussen begeleiding van cliënten met ouderdomsgerelateerde klachten (Meedoen in de Stad ouderen) en cliënten met niet-ouderdomsgerelateerde klachten (Meedoen in de Stad niet-ouderen). Daarnaast hebben cliënten de mogelijkheid om met een pgb zelf begeleiding in te kopen. Rogplus heeft met één samenwerkingsverband van zorgaanbieders een contract gesloten voor het leveren van dienstverlening met betrekking tot Meedoen in de Stad - niet ouderen. Het contract is gesloten op basis van populatiebekostiging: het samenwerkingsverband van zorgaanbieders ontvangt een vast bedrag per jaar om maatwerkoplossingen te leveren aan de doelgroep. De ontwerpbegroting 2025 wordt op dit onderdeel gebaseerd op de contractafspraken met het samenwerkingsverband. In 2020 zijn alle arrangementen voor begeleiding bij ouderdomsgerelateerde klachten omgezet naar de nieuwe contracten. Rogplus heeft begin 2024 voorgesteld de contracten met de aanbieders van Meedoen in de Stad voor ouderen te verlengen. Als Rogplus en de aanbieders tot een akkoord komen over dit voorstel zijn de contracten in ieder geval in 2025 en 2026 (nog) van toepassing. In de ontwerpbegroting wordt uitgegaan van verlenging van de contracten. Als onderdeel van de verlenging worden middelen vrijgemaakt voor logeren.
Van deze mogelijkheid wordt bijvoorbeeld gebruik gemaakt als vaste mantelzorgers vakantie hebben. In de ontwerpbegroting wordt het budget voor logeren opgenomen.
30
rogplus
Ontwerpbegroting
Het gebruik over 2023 wordt als basis gebruikt voor de berekening van de uitgaven over 2024 en verder, waarbij is aangenomen dat de groei van het beroep op Meedoen in de Stad - ouderen de door de gemeenten verwachte groei van het aantal inwoners van 65 jaar en ouder per gemeente volgt. Gemeenten, Rogplus, DSW en (andere) zorgpartijen werken binnen het kader van de Regionale Aanpak Ouderenzorg aan initiatieven voor kwalitatief goede zorg en ondersteuning aan (kwetsbare) ouderen, zodat zij zo lang als mogelijk, met behoud van kwaliteit van leven en veilig in hun vertrouwde thuissituatie kunnen blijven wonen. Het is nog te vroeg om in de ontwerpbegroting rekening te houden met het (financieel) effect van deze initiatieven. De budgetten voor de landelijke contracten voor ondersteuning van zintuiglijk gehandicapten maken deel uit van de begroting van Rogplus. Ook komt het voor dat cliënten ondersteuning ontvangen, waarvoor een apart contract met een gespecialiseerde aanbieder is afgesloten. De landelijke contracten en de ‘uitzonderingscontracten’ maken geen deel uit van Meedoen in de Stad. Met ingang van de (ontwerp)begroting 2025 worden deze budgetten daarom begroot in een apart begrotingsonderdeel. Voor deze contracten worden de aantallen gebaseerd op het werkelijke gebruik in 2023.
De ontwikkeling van het aantal cliënten wordt gebaseerd op de verwachte ontwikkeling van het aantal inwoners van 40 jaar en ouder. Voor de ontwerpbegroting 2025 worden de aantallen voor begeleiding en dagbesteding op basis van pgb gebaseerd op het werkelijke beroep hierop begin 2024. Omdat begeleiding op basis van pgb zowel betrekking heeft op ouderdomsgerelateerde klachten als op nietouderdomsgerelateerde klachten is hier de groei gebaseerd op de verwachte groei van het aantal inwoners van 40 jaar en ouder. Prijs Meedoen in de stad - niet-ouderen wordt gefinancierd op basis van populatiebekostiging. De contractafspraken hierover worden overgenomen in de ontwerpbegroting 2025. Bij de verlenging van de contracten voor Meedoen in de Stad - ouderen worden nieuwe tariefafspraken gemaakt. De nieuwe tarieven liggen hoger dan de oude en zijn van toepassing vanaf 2025. In de ontwerpbegroting 2025 en het meerjarenperspectief 20262029 worden deze tariefafspraken verwerkt. Voor Meedoen in de stad - ouderen, de landelijke contracten en begeleiding op basis van pgb geldt dat in de ontwerpbegroting 2025 de tarieven jaarlijks worden geïndexeerd met het (laatste bekende) prijsindexcijfer personele kosten dat bepaald wordt door de Nza (Nederlandse Zorgautoriteit). De actuele stand (2024) van dit percentage is 4,9407o.
Voor Meedoen in de Stad — ouderen is dit ook zo vastgelegd in de contracten met de zorgaanbieders.
31
rogplus
Ontwerpbegroting
Begroting 2025 Onderdeel
Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
2023
Primair 2024
1e wijziging 2024
2025
Meedoen in de Stad - niet ouderen
9.529.360
9.565.300
9.589.500
9.774.400
Meedoen in de Stad - ouderen
1.793.779
1.876.200
1.840.400
2.540.800
1.742.374
2.136.800
1.808.100
1.924.200
942.170
1.125.500
1.175.800
1.241.000
14.007.683
14.703.800
14.413.800
15.704.800
Landelijke contracten zintuiglijk gehandicapten pgb Overhead
224.400
Meerjarenperspectief 2026-2029 Begroot Onderdeel
2025
2026 L
2027 L
2028 L
2029 L
Meedoen in de Stad - niet ouderen
9.774.400
10.116.400
10.470.500
10.837.000
11.216.200
Meedoen in de Stad - ouderen
2.540.800
2.666.200
2.797.800
2.936.100
3.081.300
224.400
236.500
249.100
262.400
277.600
pgb
1.924.200
2.028.300
2.139.200
2.255.900
2.380.200
Overhead
1.241.000
1.295.600
1.352.600
1.412.100
1.474.200
15.704.800
16.343.000
17.009.200
17.703.500
18.429.500
Landelijke contracten zintuiglijk gehandicapten
Risico's
» » * « « »
Er worden meer indicaties voor Meedoen in de Stad - Ouderen afgegeven dan voorzien Er worden (gemiddeld) zwaardere en duurdere indicaties voor Meedoen in de Stad - Ouderen afgegeven dan voorzien Het jaarbudget voor het contract Meedoen in de Stad - Niet-ouderen wordt bij verlenging hoger vastgesteld dan onder het oude contract Er worden meer indicaties voor Meedoen in de Stad - Ouderen verzilverd dan voorzien Meer cliënten dan voorzien doen een beroep op begeleiding op basis van pgb De consumentenprijsindex valt hoger uit dan voorzien.
3.2.6
Ondersteuning bij bijzondere woonvormen
Omschrijving
Ondersteuning bij Bijzondere Woonvormen is de naam van het begrotingsonderdeel dat voorheen Geclusterd Wonen werd genoemd. Verschillende zorgaanbieders hebben in de MVS-gemeenten woonvormen gecreëerd waarbinnen cliënten op basis van de Wmo hulp bij het huishouden en/of begeleiding bij het sociaal en persoonlijk functioneren krijgen. Doorgaans is Wmo-ondersteuning in de vorm van Ondersteuning bij Bijzondere Woonvormen kostenefficiënter dan dat cliënten apart hulp bij het huishouden en begeleiding ontvangen.
32
rogplus
Ontwerpbegroting
Onder Geclusterd Wonen vallen de volgende initiatieven: » » »
Maassluis: Vertrouwd S Zeker (Argos) Vlaardingen: PlusWonen (Frankeland) Schiedam: PlusWonen (Frankeland), Westvest (Pameijer), Wonen en Begeleiden (Enver)
Uitgangspunten
Aantallen De berekening van de ontwikkeling van de aantallen cliënten wordt gebaseerd op de stand van de aantallen cliënten aan het begin van 2024. Per initiatief is de verwachte (en mogelijke) groei van het aantal cliënten bepaald. Hierbij is rekening gehouden met de maximale capaciteit van de voorzieningen en de contractueel vastgelegde aantallen te verzorgen cliënten. Prijs In de ontwerpbegroting 2025 worden de actuele prijsafspraken met de leveranciers toegepast. Voor alle vormen van Ondersteuning bij Bijzondere Woonvormen wordt aangenomen dat de tarieven jaarlijks worden geïndexeerd met het (laatste bekende) prijsindexcijfer personele kosten dat bepaald wordt door de Nza (Nederlandse Zorgautoriteit). De actuele stand (2024) van dit percentage is 4,9407o. Begroting 2025 Onderdeel Ondersteuning bij bijzondere woonvormen
Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
2023
Primair 2024
1e wijziging 2024
2025
2.287.518
2.375.800
2.212.900
2.422.900
2.287.518
2.375.800
2.212.900
2.422.900
Meerjarenperspectief 2026--2029 Begroot Onderdeel
2025
2026 L
2027L
2028 L
Ondersteuning bij bijzondere woonvormen
2.422.900
2.542.700
2.668.200
2.800.000
2.938.400
2.422.900
2.542.700
2.668.200
2.800.000
2.938.400
2029 L
Risico's
» »
De consumentenprijsindex valt hoger uit dan voorzien Argos stopt met Vertrouwd å Zeker en kan dit initiatief niet overdragen aan een andere partij
3.2.7
Regeling tegemoetkoming meerkosten
Omschrijving
Rogplus voert voor de MVS-gemeenten de regeling tegemoetkoming meerkosten uit. De regeling kan worden gezien als een compensatie van de afschaffing van de rijksregelingen
33
rogplus
Ontwerpbegroting
Wet tegemoetkoming chronische zieken en gehandicapten (Wtcg) en Compensatie Eigen Risico (CER). In de Verordening maatschappelijke ondersteuning MVS en in het Besluit en de Beleidsregels zijn de regels vastgelegd waarmee inwoners in aanmerking kunnen komen voor een tegemoetkoming. De regeling voor inwoners met een laag inkomen bestaat uit de volgende twee componenten: 1. Tegemoetkoming in verband met aannemelijke meerkosten ten gevolge van beperkingen, chronische psychische of psychosociale problemen. 2. Tegemoetkoming bij aannemelijke meerkosten ten gevolge van beperkingen, chronische, psychische of psychosociale problemen wanneer de cliënt het volledige eigen risico op grond van de zorgverzekeringswet heeft betaald in het kalenderjaar. Uitgangspunten
Aantallen De MVS-gemeenten kennen de Regeling Tegemoetkoming Meerkosten. Inwoners met hoge zorgkosten en een laag inkomen kunnen een tegemoetkoming aanvragen. Er bestaan twee varianten van de regeling: LI (Langdurige Indicatie) en ER (Eigen Risico). Maassluis hanteert in ieder geval in 2024 een inkomensgrens van 150o7o van de bijstandsnorm en een tegemoetkoming van C 200 per variant van de regeling. In de ontwerpbegroting wordt aangenomen dat dit ook in 2025 en verder geldt. In Vlaardingen en Schiedam is de inkomensgrens 1200Zo van de bijstandsnorm. De hoogte van de tegemoetkoming is C 200 in Vlaardingen en C100 in Schiedam. In het meerjarenperspectief zijn geen wijzigingen in de gehanteerde inkomensgrens voorzien. In de ontwerpbegroting 2025 worden de aantallen (toegekende) aanvragen in Vlaardingen en Schiedam gebaseerd op het (verwachte) aantal aanvragen over 2023. In Maassluis wordt het aantal gebaseerd op de opgave van de gemeente bij de verruiming van de regeling in 2023. Meerjarig wordt de groei van het aantal aanvragen gebaseerd op de verwachte groei van het aantal inwoners van 40 jaar en ouder, zoals afgegeven door de gemeenten. Prijs In Maassluis en Vlaardingen geldt dat de tegemoetkoming voor beide varianten van de regeling C 200 is. In Schiedam is dit ê 100 per variant. In de ontwerpbegroting zijn geen wijzigingen in dit tarief voorzien.
Begroting 2025 Onderdeel Tegemoetkoming meerkosten
Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
2023
Primair 2024
1e wijziging 2024
2025
306.400
565.000
717.000
422.900
306.400
565.000
717.000
422.900
34
rogplus
Ontwerpbegroting
Meerjarenperspectief 2026-2029 Begroot Onderdeel Tegemoetkoming meerkosten
2025
2026 L
2027 L
2028 L
2029 L
422.900
426.100
430.300
433.500
437.900
422.900
426.100
430.300
433.500
437.900
Risico's
»
Meer mensen doen een beroep op de regeling tegemoetkoming meerkosten dan voorzien.
3.2.8 Projecten en innovatie Omschrijving
Binnen het begrotingsonderdeel Projecten en Innovatie zijn de kosten begroot van budgetten die Rogplus organisatiebreed in kan zetten voor initiatieven die bijdragen aan de transformatie in het sociaal domein en het verbinden van de Wmo met andere beleidsvelden in het sociaal domein én daarbuiten. Daarnaast gaat het om budgetten voor projecten (waaronder scootmobielstallingen en collectieve woningaanpassingen), het herindiceren van cliënten en het verbeteren en optimaliseren van de uitvoering van de Wmo. Ook de bijdragen van de gemeenten aan het Programma Regionale Aanpak Ouderenzorg worden gedekt uit dit budget. Rogplus en de gemeenten zijn actief bezig de transformatie handen en voeten te geven en blijven dit ook de komende járen doen. Hierbij is het belangrijk om te kunnen investeren in vernieuwing, pilots en samenwerkingsverbanden die op de langere termijn een terugverdieneffect bewerkstelligen. Recente voorbeelden, zoals Fief en PlusWonen, hebben aangetoond dat innovatieve projecten de transformatie succesvol ondersteunen. In 2024 worden onder meer de kosten van de pilot Powerful Ageing en de pilot met deelscootmobielen en een project voor de begeleiding van kinderen die niet naar schoool gaan gedekt uit de middelen voor innovatie.
Als een innovatieve aanpak succesvol blijkt, kan besloten worden deze in te zetten als reguliere vorm van ondersteuning en kunnen de benodigde budgetten en (indien van toepassing) het inverdieneffect worden verwerkt in de begroting. Dit is in de begroting 2025 naar aanleiding van Powerful Ageing gebeurd met de introductie van het onderdeel Preventiegerichte Aanpak als onderdeel van het begrotingsonderdeel Preventie. Sinds de begroting 2021 is het begrotingsonderdeel ‘Projecten en innovatie’ onderverdeeld in de begrotingsposten ‘Projecten’, ‘Herindicaties’ en ‘Innovaties’. Omdat de meeste projecten gericht zijn op innovatie, laat Rogplus dit onderscheid vervallen en wordt met ingang van de ontwerpbegroting 2025 gewerkt met één budget voor projecten en innovatie.
35
rogplus
Ontwerpbegroting
Uitgangspunten
Aantallen De budgetten binnen dit begrotingsonderdeel zijn niet geïndexeerd voor aantallen. Prijs De budgetten zijn geïndexeerd met het prijsindexcijfer personele kosten van de NZa: 4,9407o. Begroting 2025 Onderdeel
Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
2023
Primair 2024
1e wijziging 2024
2025
Projecten en innovatie
0
0
0
Projecten
290.657
180.900
237.100
0
Herindicaties
40.985
180.900
180.900
0
Innovaties
735.200
82.450
282.600
282.600
0
414.091
644.400
700.600
735.200
Meerjarenperspectief 2026--2029 Begroot Onderdeel
2025
2026 L
2027 L
2029 L
2028 L
735.200
771.500
809.600
849.600
891.500
Projecten
0
0
0
0
0
Herindicaties
0
0
0
0
0
Projecten en innovatie
Innovaties
3.2.9
0
0
0
0
0
735.200
771.500
809.600
849.600
891.500
Preventie
Omschrijving
Sinds een aantal járen is de rol van de consulenten van Rogplus veranderd. In het kader van de transformatie hebben de consulenten ‘de kanteling’ in hun werk toegepast en zijn breder gaan kijken naar de individuele situatie van de hulpvrager. Rogplus zet meer in op preventie en daarmee op het uitstellen of voorkomen van een ondersteunings- en of zorgvraag. Om de inzet van Rogplus op het gebied van preventie ook in de begroting inzichtelijk te maken heeft Rogplus in de begroting 2023 het begrotingsonderdeel ‘Preventie’ geïntroduceerd. De budgetten in dit begrotingsonderdeel maakten voorheen deel uit van de directe overhead in de overige begrotingsonderdelen in het programma Wmo. De kosten van de volgende werkzaamheden worden begroot in het begrotingsonderdeel Preventie: * Cliëntparticipatie ! Fief. Via het platform Fief kunnen inwoners die (nog) voldoende zelfredzaam zijn informatie vinden over zelfredzaamheid, tips over gezondheid, gezond en fit ouder worden en activiteiten in de buurt.
36
rogplus
Ontwerpbegroting
»
»
»
«
Cliëntparticipatie t Meedoen. In de Meedoen-groep zitten cliënten die actief meedenken over het aanbod en de kwaliteit van Wmo-voorzieningen in de MVSgemeenten en de dienstverlening van Rogplus. Adviesoesorekken. Rogplus hanteert zo veel mogelijk de principes van positieve gezondheid. In de adviesgesprekken met inwoners met een hulpvraag verkennen de consulenten van Rogplus wat er nodig is om betekenisvol te leven en wat bijdraagt in het leven van de hulpvrager aan een groter gevoel van eigenwaarde. Ook gaat de consulent in op leefstijl, gezondheid en zingeving. Wijkteams. De consulenten draaien ook mee in de wijkteams waar zij in samenwerking met verschillende partners complexe casussen multidisciplinair aanpakken, maar ook vraagstukken van inwoners verbinden en met afstemmen met het informele - en voorliggend veld. Daarnaast zijn de consulenten van Rogplus hier in het kader van de Wmo, de vraagbaak en sparringpartner voor de collega’s in de wijkteams. Preventieaerichte aanpak. Via Rogplus worden cliënten activiteiten aangeboden die hen helpen fit en gezond te blijven. Een voorbeeld hiervan is Powerful Ageing.
Uitgangspunten
De inzet van de consulenten van Rogplus in de Wijkteams en voor adviesgesprekken, alle personeelslasten ten behoeve van Fief en een werkbudget voor Fief zijn toegerekend aan het begrotingsonderdeel Preventie. Begroting 2025 Onderdeel
Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
2023
Primair 2024
1e wijziging 2024
2025
Wijkteams
265.865
347.600
508.300
486.700
Cliënlparlicipatie
133.369
139.700
192.500
193.200
Preveníegerichte inzet
0
0
0
212.200
399.234
487.300
700.800
892.100
Meerjarenperspectief 2026- 2029 Begroot Onderdeel
2025
Wijkteams
486.700
508.100
530.500
553.800
578.200
Cliëntparticipatie
193.200
201.700
210.600
219.800
229.400
Prevenïegerichte inzet
2026 L
2027 L
2028 L
2029 L
212.200
224.700
237.000
250.100
265.100
892.100
934.500
978.100
1.023.700
1.072.700
37
rogplus
Ontwerpbegroting
3.2.10 Inkomsten Eigen Bijdrage Wmo Omschrijving
De kosten van het Programma Wmo worden op de volgende manieren gefinancierd: »
Collectief Wmo-vervoer (ievol Cliënten betalen per rit een eigen bijdrage. De ontwikkeling van de inkomsten uit eigen bijdragen voor de Regiotaxi volgt de ontwikkeling van de kosten de Regiotaxi. De inkomsten uit reizigersbijdragen voor het gebruik van de Regiotaxi zijn conform het contract gebaseerd op de OV-tarieven, zoals in het voorgaande jaar afgegeven door de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). Voor 2025 gelden de in 2024 afgegeven tarieven. Deze gelijk gebleven ten opzichte van 2023. Voor 2024 is het opstaptarief C 1,08 per persoon en het kilometertarief C 0,166 per kilometer voor ritten binnen de MVS-regio en C 0,33 per kilometer voor ritten daar buiten6. In 2025 zijn de tarieven gelijk aan 2024. Voor 2026 en verder is aangenomen dat deze tarieven jaarlijks toenemen met de gemiddelde stijging over de afgelopen drie jaar.
«
Overname scootmobielen en rolvoorzieninaen. Als een cliënt verhuist buiten het MVSgebied (of naar een Wlz-instelling met verblijf) kan de gemeente (of zorgkantoor) waar de cliënt naartoe verhuist de scootmobiel of rolvoorziening van Rogplus overnemen. Soms neemt een particulier de voorziening over. De inkomsten hieruit worden als aparte inkomstenpost in de begroting opgenomen.
»
Eigen bijdragen: Cliënten betalen een eigen bijdrage (abonnementstarief) wanneer ze vanuit de Wmo gebruik maken van huishoudelijke hulp, dagbesteding, logeren in een zorginstelling, elektrische deuropeners (bij de eigen voordeur), vlonders (bij de eigen voordeur), scootmobielen of begeleiding. De eigen bijdrage is altijd C 20,60 per maand, ongeacht het aantal voorzieningen dat een cliënt heeft. In een beperkt aantal gevallen is vrijstelling mogelijk voor de eigen bijdrage. Het kabinet heeft voorgesteld om de eigen bijdrage voor Wmo-voorzieningen vanaf 2026 voor hogere inkomens weer inkomensafhankelijk te maken. Vanwege de (eerder genoemde) onzekerheden over de besluitvorming over de afschaffing van het abonnementstarief, is in de begroting (nog) geen rekening hiermee gehouden. De inkomsten uit eigen bijdragen voor Wmo-voorzieningen zijn gebaseerd op de werkelijke inkomsten over 2023. De inkomsten volgen de verwachte ontwikkeling van het aantal cliënten, waarbij aangenomen is dat het aantal cliënten voor Schoon Huis stijgt zoals beschreven en voor de overige voorzieningen de verwachte groei volgt van het aantal inwoners van 40 jaar en ouder.
»
Bijdrage gemeenten. Het verschil tussen de uitgaven en de inkomsten uit bijdragen van cliënten wordt gedekt door bijdragen van de MVS-gemeenten..
6httos:ZZmrdh.nl7nieuwsZov-tarieven-2023#:~:text^arieven07o20Der07o20reaio.was07o201707o2C407o20eurocent).
38
Ontwerpbegroting
De bijdrage van cliënten voor de Aanvullende Algemene Voorziening Schoon Huis wordt met ingang van de begroting 2025 niet meer opgenomen in de begroting van Rogplus. Cliënten die extra uren huishoudelijke hulp inkopen binnen de Aanvullende Algemene Voorziening Schoon Huis betalen een bijdrage van C 7,50 per uur voor de Aanvullende Algemene Voorziening, maar deze bijdrage wordt betaald aan de leverancier en niet aan Rogplus. Deze bijdrage moet daarom buiten de begroting van Rogplus gehouden worden Begroting 2025 Onderdeel
Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
2023
Primair 2024
1e wijziging 2024
2025
Inkomsten Wmo-vervoer
-440.784
-631.400
-510.000
-561.600
Verkoop Voorzieningen
0
0
0
-104.400
-1.534.117
-1.485.800
-1.604.200
-1.627.200
-11.088
-11.100
-15.600
0
Eigen bijdragen Bijdrage AAV Schoon huis Bijdrage gemeenten
-50.985.790
-53.710.700
-55.003.200
-59.699.900
-52.971.779
-55.839.000
-57.133.000
-61.993.100
Meerjarenperspectief 2026-2029 Begroot Onderdeel
2025
2026 L
2027 L
2028 L
2029 L
Inkomsten Wmo-vervoer
-561.600
-592.300
-618.600
-639.700
-661.400
Verkoop Voorzieningen
-104.400
-104.900
-105.300
-105.800
-106.700
-1.627.200
-1.648.800
-1.815.800
-1.825.600
-1.842.800
Eigen bijdragen Bijdrage MV Schoon huis Bijdrage gemeenten
3.3
0
0
0
0
0
-59.699.900
-63.104.300
-66.358.900
-69.752.700
-73.233.900
-61.993.100
-65.450.300
-68.898.600
-72.323.800
-75.844.800
Programma Beschermd Wonen
Omschrijving
In de Wmo 2015 is Beschermd Wonen als maatwerkvoorziening opgenomen naast de voorzieningen voor maatschappelijke opvang. In de Beleidsregels Maatschappelijke ondersteuning Maassluis, Vlaardingen en Schiedam 2023 is onder artikel 2.5.1 het volgende opgenomen: Beschermd Wonen wordt slechts geboden indien er voor een meerderjaríge cliënt met psychische of psychosociale problematiek een noodzaak is voor verblijf in een instelling met daarbij behorend toezicht en begeleiding en de cliënt niet in staat is zich op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te handhaven in de samenleving. Beschermd Wonen kan als Zorg in Natura worden aangeboden of door de cliënten via een pgb worden ingekocht. De centrumgemeente Vlaardingen is materieel verantwoordelijk voor deze vorm van ondersteuning.
39
rogplus
Ontwerpbegroting
Beschermd Wonen is bedoeld voor cliënten met de volgende kenmerken: « een gediagnosticeerde psychiatrische stoornis; » niet in staat om zelfstandig te wonen, onder meer door het ontbreken van daarvoor vereiste vaardigheden of remmingen; » noodzaak tot permanent toezicht, onder meer door het ontbreken van vermogen om te beoordelen of er zorg nodig is; * geen noodzaak tot opname in een behandelingsinstelling (zorgverzekeringswet) vanwege hun stoornis. Uitgangspunten
Aantallen De centrumgemeente Vlaardingen is voor de MVS-gemeenten verantwoordelijk voor Beschermd Wonen. Het Rijk heeft besloten dat de centrumregeling voor Beschermd Wonen af moet worden gebouwd. Het is nog niet bekend hoe en wanneer dit gebeurt. In afwachting van nadere informatie hierover houdt Rogplus in de ontwerpbegroting vooralsnog aan dat de budgetten voor Beschermd Wonen worden begroot bij centrumgemeente Vlaardingen. De gemeenten en Rogplus houden via de circulaires de ontwikkelingen in de gaten. Rogplus past indien nodig de begroting voor Beschermd Wonen hierop aan. Sinds 2022 zijn de nieuwe contracten met negen aanbieders van Beschermd Wonen van toepassing. Deze contracten lopen tot en met 2025 met een optie op verlenging. Met deze aanbesteding is het aanbod van Beschermd Wonen als Zorg in Natura dusdanig verbreed dat een verplaatsing plaats heeft gevonden van Beschermd Wonen op basis van pgb naar Beschermd Wonen als Zorg in Natura. Begin 2024 was er in de MVS-gemeenten maar één cliënt met Beschermd Wonen op basis van pgb. Het bijbehorende budget in de ontwerpbegroting is daarom beperkt. In 2023 zijn in de regio verschillende nieuwe plaatsen voor Beschermd Wonen gecreëerd. Ook in 2024 is zicht op groei van het aantal plaatsen. Bij een licht dalend aantal cliënten heeft dit tot een afname van de wachtlijsten voor instroom in Beschermd Wonen geleid.
Het woningentekort verhindert de uitstroom van cliënten Beschermd Wonen sterk. Hierdoor bestaan wachtlijsten uitstroom voor Beschermd Wonen. Rogplus en de MVSgemeenten verkennen mogelijkheden om de wachtlijsten weg te werken en balans te houden tussen het beroep op Bescherm Wonen en de daarvoor beschikbare plaatsen. Prijs Sinds 2021 is de methode voor tariefstelling voor Beschermd Wonen gewijzigd en wordt per cliënt bepaald welke ‘bouwstenen’ hij binnen zijn indicatie ontvangt. De bouwstenen die kunnen worden afgegeven zijn: a. Wonen b. 24-uurs toezicht in nabijheid c. 24 uurs toezicht op locatie d. Individuele begeleiding: afhankelijk van de noodzaak in uren per week e. Dagbesteding: afhankelijk van de noodzaak tot 1-9 dagdelen per week
40
rogplus
Ontwerpbegroting
f. Vervoer van en naar de dagbesteding g. Persoonlijke verzorging: afhankelijk van de noodzaak in uren per week h. Verpleging: afhankelijk van de noodzaak in uren per week i. Waakvlam: alleen voor plaatsing op een wachtlijst beschermd wonen j. Gebruik gemeenschappelijke ruimte Afhankelijk van de soort ondersteuning die een cliënt ontvangt, hanteert Rogplus verschillende profielen voor cliënten Beschermd Wonen: het instroomprofiel, het ondersteuningsprofiel en het uitstroomprofiel. Daarbij is er aandacht voor meer differentiatie en krijgt de transformatie naar beschermd thuis aandacht wat kan leiden tot meer plekken en cliënten met een andere zorgbehoefte dan nu (intramuraal met 24 uur toezicht). In de ontwerpbegroting 2025 wordt uitgegaan van de gemiddelde kosten per cliënt per profiel begin 2024. De kosten voor Beschermd Wonen worden jaarlijks geïndexeerd met een indexpercentage dat is samengesteld uit de Nza-index voor personele kosten. Voor 2024 is dit percentage 4,940Zo. Dit percentage wordt zowel toegepast op Beschermd Wonen op basis van Zorg in Natura als op Beschermd Wonen op basis van een pgb. Voor Maatschappelijke opvang en Beschermd Wonen in natura geldt geen abonnementstarief, maar is de eigen bijdrage inkomensafhankelijk. De ontwikkeling van de opbrengsten uit eigen bijdragen voor Beschermd Wonen volgt daarom de ontwikkeling van de kosten.
De begrote inkomsten voor de eigen bijdrage Beschermd Wonen zijn gebaseerd op de in 2023 geïnde eigen bijdragen. Het verschil tussen de uitgaven en de inkomsten wordt gedekt uit bijdragen van de MVS-gemeenten. Begroting 2025 Baten/ Lasten
Onderdeel
Lasten
Zorg in naiura pgb Overhead
Totaal Lasten Baten
Eigen bijdragen Bijdrage gemeenten
Totaal Baten
Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
2023
Primair 2024
1e wijziging 2024
2025
5.232.261
5.441.300
5.591.800
5.673.300
43.626
109.700
66.200
48.000
414.412
470.600
484.000
453.700
5.690.299
6.021.600
6.142.000
6.175.000
5.690.299
6.021.600
6.142.000
6.175.000
-238.927
-241.900
-288.600
-305.400
-5.451.372
-5.779.700
-5.853.400
-5.869.600
■5.690.299
-6.021.600
■6.142.000
■6.175.000
-5.690.299
-6.021.600
•6.142.000
-6.175.000
0
0
0
0
41
rogplus
Ontwerpbegroting
Meerjarenperspectief 2026- 2029 Baten/
Begroot
Lasten
Onderdeel
2025
2026 L
2027 L
2028 L
2029 L
Lasten
Zorg in natura
5.673.300
6.004.000
6.353.500
6.667.400
6.996.800
pgb
48.000
50.400
52.900
55.500
58.200
Overhead
453.700
473.600
494.500
516.200
539.000
6.175.000
6.528.000
6.900.900
7.239.100
7.594.000
6.175.000
6.528.000
6.900.900
7.239.100
7.594.000
-305.400
-323.200
-339.200
-356.000
-291.000
Totaal Lasten Baten
Eigen bijdragen Bijdrage gemeenten
Totaal Baten
-5.869.600
-6.204.800
-6.561.700
-6.883.100
-7.303.000
-6.175.000
-6.528.000
-6.900.900
-7.239.100
-7.594.000
-6.175.000
-6.528.000
•6.900.900
-7.239.100
-7.594.000
0
0
0
0
0
Risico's
» «
Het aantal cliënten Beschermd wonen stijgt meer dan voorzien; De consumentenprijsindex valt hoger uit dan voorzien
3.4
Programma Jeugdhulp
3.4.1
Jeugdhulpopdracht
Omschrijving
De MVS-gemeenten zijn verantwoordelijk voor een integraal en dekkend aanbod van jeugdhulp waarbij wordt voldaan aan de doelen van de Jeugdwet. Zij laten de uitvoering hiervan integraal als één Opdracht door één Opdrachtnemer verrichten. Het MVS Jeugdmodel is hiervoor het kader. Deze opdracht is ingegaan per 1 januari 2023. De opdracht omvat alle vormen van jeugdhulp met uitzondering van de jeugdhulp die is gecontracteerd middels het LTA, de maatregelen in het kader van de jeugdbescherming en jeugdreclassering (waaronder jeugdhulp door de Gecertificeerde Instellingen) en Veilig Thuis. Ook jeugdhulpvervoer, het jeugd- en gezinsdeel van het Wijkteam en het flexibel team maken deel uit van de opdracht, net als jeugdhulp die wordt geboden in en in samenwerking met het Onderwijs en jeugdhulp die wordt geboden in huisartsenpraktijken in de vorm van praktijkondersteuners. De opdracht omvat zowel zorg in natura (ZIN) als pgb. Rogplus voert het contractmanagement uit voor de door de MVS-gemeenten aan Mevis gegunde jeugdhulpopdracht. De zorgkosten voor deze opdracht en de met de opdracht gemoeide uitvoeringskosten worden met ingang van 2023 opgenomen in de begroting van Rogplus. Rogplus neemt de budgetten hiervoor op in het begrotingsprogramma Jeugdhulp.
42
rogplus
Ontwerpbegroting
Uitgangspunten
Opdrachtwaarde De bekostiging van de Jeugdopdracht vindt plaats op basis van populatiebekostiging. Voor de uit de opdracht voortkomende zorgkosten heeft Rogplus in de begroting 2024 de (geïndexeerde) opdrachtwaarde opgenomen, zoals deze bepaald is op basis van het werkelijke zorggebruik en het prijspeil in 2022. Hierbij is het effect van de toepassing van het woonplaatsbeginsel voor de Jeugdwet verwerkt en zijn de inzichten in de omvang van de uitgaven en de prijsontwikkeling voor de jeugdzorg in de MVS-gemeenten in 2022 meegenomen. De herziene opdrachtwaarde voor 2024 is hierbij vastgesteld op C 64.516.400. Deze waarde dient als basis voor het in de begroting opgenomen budget voor de bijdrage aan Mevis voor 2025 en verder. Jeugdhulporganisatie Mevis heeft aangegeven te verwachten dat haar uitgaven in 2024 en verder hoger uitvallen dan de bijdrage aan Mevis, zoals deze nu is opgenomen in de gewijzigde begroting 2024, de ontwerpbegroting 2025 en het meerjarenperspectief 20262029. Rogplus werkt samen met Mevis aan het kwantificeren en specificeren van de verwachte uitgaven en het uitwerken van de mogelijkheden om het voorziene tekort te beheersen en/of financieel te verwerken. In de ontwerpbegroting 2025 is nog geen rekening gehouden met een mogelijk hogere bijdrage aan Mevis. Wel is dit als risico benoemd in de paragraaf weerstandsvermogen.
Als daarop basis van de besluitvorming over de meerjarige financiering van Mevis aanleiding toe is, verwerkt Rogplus een (mogelijke) aanpassing van de bijdrage aan Mevis met een begrotingswijziging in haar begroting. Op de betaling aan het consortium worden de bestedingen aan Jeugdhulp via pgb in mindering worden gebracht. In de (ontwerp)begroting neemt Rogplus daarom de budgetten voor Jeugdhulp via pgb apart op. De omvang van Jeugdhulp op basis van pgb is berekend als op basis van de werkelijke uitgaven voor jeugdhulp op basis van pgb’s. In de ontwerpbegroting wordt aangenomen dat het aantal pgb-cliënten in 2025 en verder gelijk blijft op de stand van 2024. Er wordt daarom geen index toegepast op de aantallen pgb-cliënten. Het verschil tussen de opdrachtwaarde en het budget voor Jeugdhulp via pgb wordt begroot voor het door Mevis als zorg in natura uitgevoerde deel van de jeugdhulpopdracht.
Prijs Het budget voor de zorgkosten wordt gedurende de uitvoering van de opdracht jaarlijks geïndexeerd conform de volgende verdeling en prijsindexcijfers7: » 70Vo personele kosten, conform het jaarlijkse prijsindexcijfer personele kosten van de Nederlandse Zorgautoriteit » 2007o materiële kosten, conform het jaarlijkse prijsindexcijfer materiele kosten van de Nederlandse Zorgautoriteit » 100Zo kapitaallasten, conform het jaarlijkse prijsindexcijfer kapitaallasten van de Nederlandse Zorgautoriteit
7 https://www.nza. nl/onderwerpen/oriisindexciifers
43
rogplus
Ontwerpbegroting
De samengestelde index heeft een voorlopig karakter en wordt later definitief vastgesteld. Op basis van de actuele waarden is de toe te passen index 4,21 “/o. In de ontwerpbegroting en het meerjarenperspectief rekent Rogplus met dit percentage. Vanaf het derde opdrachtjaar (2025) wordt rekening gehouden met het contractueel vastgelegde inverdieneffect. Dit is 1,007o van de geïndexeerde opdrachtwaarde in 2025, 2,0oZo in 2026, 3,507o in 2027 en 5,0o7o in 2028 en verder. Meerjarig wordt hetzelfde prijsindexpercentage op de pgb-budgetten toegepast als dat op de Jeugdopdracht van toepassing is. De uitvoeringskosten voor de jeugdhulpopdracht worden in de ontwerpbegroting gebaseerd op de organisatie, zoals Rogplus die in 2023 heeft opgebouwd. De ontwikkeling en verdeling van overheadkosten is nader beschreven in het hoofdstuk over het programma Overhead Begroting 2025 Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
Onderdeel
2023
Primair 2024
1e wijziging 2024
2025
Jeugdhulpopdracht
44.452.478
54.196.400
63.504.300
Zorg continuïteit
15.103.896
0
0
0
971.000
1.417.600
1.011.800
1.019.800
pgb Uitvoeringsorganisatie Jeugd
65.540.400
1.740.499
1.489.000
1.644.600
1.559.400
62.267.872
57.103.000
66.160.700
68.119.600
Meerjarenperspectief 2026- 2029 Begroot 2026 L
2025
Onderdeel
2027 L
2028 L
2029 L
71.128.100
74.122.400
65.540.400
67.599.000
69.350.000
0
0
0
0
0
pgb
1.019.800
1.062.800
1.107.400
1.154.200
1.202.600
Uitvoeringsorganisatie Jeugd
1.559.400
1.628.300
1.700.100
1.774.700
1.852.700
68.119.600
70.290.100
72.157.500
74.057.000
77.177.700
Jeugdhulpopdracht Zorg continuïteit
Risico's
*
«
De opdrachtwaarde voor de Jeugdhulpopdracht van de MVS-gemeenten valt hoger uit als gevolg van significante afwijkingen ten opzichte van de uitgangspunten in het contract; De samengestelde index voor de opdracht aan Mevis valt hoger uit dan voorzien.
44
rogplus
Ontwerpbegroting
3.4.2 Jeugdhulp- en leerlingenvervoer Omschrijving
Jeugdhulpvervoer brengt kinderen en jongeren van en naar de locatie waar jeugdhulp wordt geboden. Jeugdvervoer valt onder de Jeugdwet. Er is, in tegenstelling tot bij leerlingenvervoer, geen sprake van onderwijs. Vanaf 2023 is de uitvoering van jeugdhulpvervoer gedelegeerd aan Rogplus. Dit betekent onder meer dat Rogplus het contractmanagement uitvoert voor jeugdhulpvervoer en dat Rogplus de uitgaven voor jeugdhulpvervoer opneemt in de begroting. De MVS-gemeenten en Rogplus oriënteren zich op het gelijktrekken van de uitvoering en het contractbeheer voor jeugdhulpvervoer en leerlingenvervoer. Nu zijn de gemeenten verantwoordelijk voor leerlingenvervoer en Rogplus voor jeugdhulpvervoer. Dit kan in de praktijk tot onoverzichtelijke en soms ongewenste situaties leiden. Een eerste resultaat van de genoemde heroriëntatie is dat Rogplus vanaf het schooljaar 2024/2025 voor de MVS-gemeenten de indicatiestelling voor leerlingenvervoer verzorgt. Deze aanpassing is verwerkt in de begroting. Overige aanpassingen worden nog verkend en zijn nog niet opgenomen in de begroting. Uitgangspunten
Aantallen Op basis van de feítelijke kosten voor jeugdhulpvervoer in 2023 is de omvang van het budget voor jeugdhulpvervoer in 2025 en verder berekend. De meerjarige ontwikkeling van de budgetten volgt de ontwikkeling van de minderjarigen kinderen in de MVSgemeenten. Prijs In het contract voor jeugdhulpvervoer is opgenomen dat de tarieven jaarlijks worden geïndexeerd met de Nza. In de ontwerpbegroting en het meerjarenperspectief worden hiervoor dezelfde aannames gehanteerd, zoals beschreven bij het begrotingsonderdeel Vervoerskosten in het programma Wmo. Begroting 2025 Onderdeel Jeugdhulpvervoer
Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
2023
Primair 2024
1e wijziging 2024
2025
1.026.570
896.500
1.166.700
1.208.900
Backoffice Jeugdhulpvervoer
37.825
51.200
43.000
64.300
Backoffice Leerlingenvervoer
113.475
119.800
129.100
158.300
1.177.870
1.067.500
1.338.800
1.431.500
45
rogplus
Ontwerpbegroting
Meerjarenperspectief 2026-2029 Begroot Onderdeel
2025
2026 L
2027 L
2028 L
2029 L
Jeugdhulpvervoer
1 208.900
1.262.500
1.319.700
1.382.500
1.445.300
Backoffice Jeugdhulpvervoer
64.300
67.200
70.100
73.100
76.200
Backoffice Leerlingenvervoer
158.300
165.300
172.600
180.200
188.100
1.431.500
1.495.000
1.562.400
1.635.800
1.709.600
Risico's
» »
Het aantal en de duur van de reizen met jeugdhulpvervoer valt hoger uit dan voorzien; De NEA-index valt hoger uit dan voorzien.
3.4.3 Inkomsten Jeugdhulp Omschrijving
Rogplus ondersteunt verschillende bedrijfsprocessen van Mevis. Ook maakt Mevis gebruik van het abonnement van Rogplus op de juridische database Schulinck. Met Mevis is afgesproken dat Mevis Rogplus voor deze diensten betaalt. De omvang van de bijdrage van Mevis aan Rogplus is in 2024 vastgesteld op C 117.000. Voor de ontwerpbegroting 2025 en het meerjarenperspectief wordt dit bedrag jaarlijks geïndexeerd met het OVApercentage. De Jeugdwet kent geen eigen bijdragen. Het verschil tussen de begrote uitgaven en de bijdrage van Mevis moet daarom worden gedekt uit bijdragen van de gemeenten. Begroting 2025 Onderdeel
Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
2023
Primair 2024
1e wijziging 2024
2025
Bijdrage gemeenten
-117.000
-117.000
-112.300
Bijdrage Mevis
-121.900
-63.333.443
-58.053.500
-67.382.500
-69.429.200
-63.445.743
-58.170.500
-67.499.500
-69.551.100
Meerjarenperspectief 2026-2029 Begroot Onderdeel
2025
Bijdrage Mevis
-121.900
Bijdrage gemeenten
2026 L -127.100
2027 L -132.500
2028 L
2029 L
-138.100
-144.000
-69.429.200
-71.658.000
-73.587.400
-75.554.700
-78.743.300
-69.551.100
-71.785.100
-73.719.900
-75.692.800
-78.887.300
46
rogplus
Ontwerpbegroting
3.5 Programma Overhead Uitgangspunten
Personeel De personeelsformatie en personeelskosten van de uitvoeringsorganisatie worden in de ontwerpbegroting 2025 berekend op basis van alle opgedragen taken op het gebied van de Wmo, Beschermd Wonen, Jeugdwet, leerlingen- en jeugdhulpvervoer en applicatiebeheer van het cliëntvolgsysteem Rondom voor de wijkteams. Ook is rekening gehouden met de doelen volgend uit het strategisch plan van Rogplus. Begroting 2024 Afdeling Uitvoering
FTE
Aantal 55
Begroting 2025 FTE
Aantal
49,1
56
49,2 43,3
Bedrijfsvoering
45
39,7
49
Staf en directie
15
12,9
20
16,6
Totaal
115
101,6
125
109,0
In de ontwerpbegroting 2025 is de formatie gebaseerd op de formatie van Rogplus aan het begin van 2024 (inclusief vacatureruimte). Met name, maar niet alleen door de komst van de jeugdwettaken is het werk van Rogplus de laatste járen intensiever, diverser en complexer geworden. Met deze ontwikkeling wordt rekening gehouden bij het bepalen van de formatie voor de ontwerpbegroting. In de ontwerpbegroting 2025 worden de personeelslasten bepaald door eerst de personeelslasten over 2024 te berekenen, waarbij de actuele cao-afspraken toe worden gepast. In 2024 en verder worden de loonkosten geïndexeerd met het in de indexatiebrief van de MVS-gemeenten opgenomen percentage. Het budget voor inhuur van personeel van derden wordt gebaseerd op de werkelijke uitgaven in 2023 en inzichten uit de strategische personeelsplanning van Rogplus. In 2024 en verder worden de loonkosten geïndexeerd met het in de indexatiebrief van de MVS-gemeenten opgenomen percentage van 4,40Zo. Algemene kosten Rogplus is gevestigd op de Westlandseweg 1 in Maassluis. De huisvestingskosten worden in de ontwerpbegroting 2025 en het meerjarenperspectief 2026-2029 gebaseerd op het huurcontract. De huurkosten worden vanaf 2022 conform het huurcontract jaarlijks verhoogd met de jaarmutatie per november van de consumentenprijsindex alle huishoudens. Actueel is deze index 1,607o.
In de ontwerpbegroting 2025 worden de kosten voor telefonie en ICT gebaseerd op de contracten met de leveranciers voor telefonie- en ICT-diensten. Deze kosten worden conform contract niet geïndexeerd. Wel wordt in de begroting rekening gehouden met de investeringen in hard- en software die nodig zijn om te (blijven) voldoen aan de steeds scherpere eisen op het gebied van gegevensbescherming. De overige kosten (waaronder de energielasten) worden begroot op basis van het kostenniveau 2023, waarbij de budgetten worden geïndexeerd met het in de indexatiebrief van de MVS-gemeenten opgenomen percentage.
47
rogplus
Ontwerpbegroting
Inkomsten Overhead Rogplus ontvangt inkomsten uit rente over bij banken uitstaande tegoeden. In de ontwerpbegroting 2025 worden deze inkomsten gebaseerd op de werkelijke inkomsten in 2023. Buiten deze rente-inkomsten worden de uitgaven voor het Programma Overhead gedekt door bijdragen van de gemeenten. Directe en indirecte overhead
De personeelskosten van Wmo-consulenten, medewerkers frontoffice en pgb-consulenten worden toegerekend aan begrotingsprogramma’s Wmo en Beschermd Wonen; de personeelskosten van medewerkers die taken uitvoeren in het kader van de Jeugdwet en het contract met Mevis aan het begrotingsprogramma Jeugdhulp. De kosten voor externe advisering, het budget voor personeel van derden en de overige personeelskosten worden naar rato van de verdeling van de personeelskosten over de programma’s verdeeld. Binnen het programma Wmo worden een deel van de lasten van de medewerkers van Rogplus in de Wijkteams en de personeelslasten ten behoeve van Fief en Meedoen toegerekend aan het begrotingsonderdeel Preventie. Voor de overige begrotingsonderdelen binnen dit programma zijn de budgetten voor directe overhead bepaald op basis van een gewogen gemiddelde van de werkelijk gemaakte kosten 2023. Begrotingsonderdeel
Aandeel
Taxi- en vervoerskosten
11
Scootmobielen en rolvoorzieningen
7,5Vo
Woonvoorzieningen
4,1 “/o
Schoon Huis
49,60/»
Meedoen in de Stad
27,
Totaal
100,0»/.
De kosten voor externe advisering, het budget voor personeel van derden en de overige personeelskosten worden naar rato van de verdeling van de personeelskosten over de programma’s verdeeld. De algemene kosten vallen onder het programma Overhead.
48
rogplus
Ontwerpbegroting
Begroting 2025 Baten/ Lasten
Onderdeel
Lasten
Overhead
Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
2023
Primair 2024
1e wijziging 2024
2025
4.310.103
4.814.300
5.322.800
5.592.300
Backoffice Jeugd
0
0
0
0
Backoffice LLV en JHV
0
0
0
0
Totaal Lasten Baten
Inkomsten rente Bijdrage gemeenten
Totaal Baten
4.310.103
4.814.300
5.322.800
5.592.300
4.310.103
4.814.300
5.322.800
5.592.300
-352.883
0
-380.000
-380.000
-3.957.219
-4.814.300
-4.942.800
-5.212.300
■4.310.103
■4.814.300
-5.322.800
-5.592.300
-4.310.103
-4.814.300
-5.322.800
-5.592.300
0
0
0
0
0
0
0
0
Meerjarenperspectief 2026- 2029 Begroot
Baten/ Lasten
Onderdeel
2025
Lasten
Overhead
2029 L
5.592.300
5.801.800
6.020.500
6.248.300
6.486.100
0
0
0
0
0
Backoffice LLV en JHV
0
0
0
0
0
5.592.300
5.801.800
6.020.500
6.248.300
6.486.100
5.592.300
5.801.800
6.020.500
6.248.300
6.486.100
Inkomsten rente Bijdrage gemeenten
Totaal Baten
2028 L
Backoffice Jeugd
Totaal Lasten Baten
2027 L
2026 L
-380.000
-380.000
-380.000
-380.000
-380.000
-5.212.300
-5.421.800
-5.640.500
-5.868.300
-6.106.100
-5.592.300
-5.801.800
-6.020.500
-6.248.300
-6.486.100
-5.592.300
-5.801.800
-6.020.500
-6.248.300
-6.486.100
0
0
0
0
0
49
rogplus
Ontwerpbegroting
Overhead totaal Begroting 2025 Overhead Salariskosten, sociale lasten, personeelskosten
Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
2023
Primair 2024
1e wijziging 2024
2025
7.740.652
9.489.500
10.232.600
10.642.100
Personeel derden
991.356
240.500
384.800
440.100
Externe advisering
220.574
199.700
199.700
260.000
Algemene kosten
1.409.866
1.410.500
1.410.500
1.682.800
Kapitaallasten Totaal
Overhead
63.986
114.000
114.000
81.100
10.426.434
11.454.200
12.341.600
13.106.100
Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
2023
Primair 2024
1e wijziging 2024
2025
Proqramma Wmo Taxi- en vervoerskosten
336.898
392.500
410.100
538.000
Scootmobielen en rolvoorzieningen
267.199
327.300
341.900
340.900
Woonvoorzieningen
152.609
138.500
144.600
188.400
1.712.010
2.038.200
2.129.400
2.265.700
942.170
1.125.500
1.175.800
1.232.200
399.234
487.300
700.800
707.900
3.810.121
4.509.300
4.902.600
5.273.100
Beschermd Wonen
414.412
470.600
484.000
458.400
Totaal Beschermd Wonen
414.412
470.600
484.000
458.400
1.740.499
1.489.000
1.459.900
1.559.800
151.300
171.000
172.300
222.600
1.891.799
1.660.000
1.632.200
1.782.400
4.310.103
4.814.300
5.322.800
5.592.200 5.592.200 13.106.100
Schoon Huis Meedoen in de Stad Preventie Totaal Wmo Proqramma Beschermd Wonen
Proqramma Jeuqdhulp Backoffice Jeugd Backoffice Leerlingen- en Jeugdhulpvervoer Totaal Jeugdhulp Proqramma Overhead Overhead Totaal Overhead
4.310.103
4.814.300
5.322.800
Totaal
10.426.434
11.454.200
12.341.600
50
rogplus
Ontwerpbegroting
Overhead totaal Meerjarenperspectief 2026-2029 Begroot Overhead
2025
2026 L
2027 L
2028 L
2029 L
Salariskosten, sociale lasten, personeelskosten
10.642.100
11.110.300
11.599.300
12.109.600
12.642.400
440.100
459.500
479.700
500.800
522.800
Personeel derden Externe advisering
260.000
271.400
283.400
295.900
308.900
Algemene kosten
1.682.800
1.716.200
1.750.800
1.786.800
1.824.200
Kapitaallasten Totaal
81.100
84.700
88.400
92.300
96.400
13.106.100
13.642.100
14.201.600
14.785.400
15.394.700
2026 L
2027 L
2028 L
2029 L
Begroot Overhead
2025
Proaramma Wmo Taxi- en vervoerskosten
538.000
565.800
590.600
616.600
643.800
Scootmobielen en rolvoorzieningen
340.900
358.500
374.200
390.700
407.900
188.400
198.000
206.800
216.000
225.400
Schoon Huis
2.265.700
2.382.300
2.487.000
2.596.500
2.710.700
Meedoen in de Stad
1.232.200
1.295.600
1.352.600
1.412.100
1.474.200
707.900
709.800
741.000
773.600
807.700
5.273.100
5.510.000
5.752.200
6.005.500
6.269.700
Beschermd Wonen
458.400
473.600
494.500
516.200
539.000
Totaal Beschermd Wonen
458.400
473.600
494.500
516.200
539.000
1.559.800
1.624.300
1.691.900
1.762.100
1.835.500
Woonvoorzieningen
Preventie Totaal Wmo Proaramma Beschermd Wonen
Proaramma Jeuadhulp Backoffice Jeugd Backoffice Leerlingen- en Jeugdhulpvervoer
222.600
232.400
242.600
253.300
264.400
1.782.400
1.856.700
1.934.500
2.015.400
2.099.900
Overhead
5.592.200
5.801.800
6.020.400
6.248.300
6.486.100
Totaal Overhead
5.592.200
5.801.800
6.020.400
6.248.300
6.486.100
Totaal
13.106.100
13.642.100
14.201.600
14.785.400
15.394.700
Totaal Jeugdhulp Proaramma Overhead
51
rogplus
Ontwerpbegroting
3.6Overzicht algemene dekkingsmiddelen
Rogplus kent geen algemene dekkingsmiddelen: » Lokale heffingen waarvan de besteding niet gebonden is. Rogplus heft geen lokale heffingen; » Algemene Uitkeringen, Er zijn door Rogplus geen rechtstreekse baten ontvangen uit het Gemeentefonds; » Dividend. Rogplus bezit geen aandelen en heeft daarom geen baten in de vorm van dividend ontvangen; » Saldo van de financieringsfunctie. Er is in 2023 geen beroep gedaan op de kapitaalmarkt. In 2024 en 2025 is dit ook niet voorzien; « Saldo comoensabele btw en de uitkering uit het btw-compensatiefonds. Rogplus heeft periodiek een opgave verstrekt aan de drie deelnemende gemeenten van de omzetbelasting die zij aan derden heeft betaald. De gemeenten kunnen, in de visie van het Ministerie, alleen de omzetbelasting op de apparaatskosten verhalen op het btw-compensatiefonds (BCF). Voorzover van toepassing zijn alle vermelde bedragen in de jaarrekening inclusief btw met uitzondering van de apparaatskosten. De btw op de apparaatskosten wordt specifiek aan de MVS-gemeenten doorberekend; « Overige algemene dekkingsmiddelen. Rogplus heeft geen overige dekkingsmiddelen. 3.7
Investerings- en financieringsstaat Boekwaarde
Mutaties
Mutaties
31-12-2024
4-
-/-
Afschrijving Boekwaarde 2025
31-12-2025
Vaste activa Materiële vaste acliva
364.020
55.863
55.863
59.417
304.603
Totaal
364.020
55.863
55.863
59.417
304.603
Onderhanden werk inz.Grondexploitaties: Eigen vermogen: Opgenomen langlopende geldleningen: Voorzieningen: 3.8
n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Stand en verloop van de reserves en voorzieningen
Rogplus heeft geen reserves en voorzieningen.
52
rogplus
Ontwerpbegroting
3.9
Geprognosticeerde balans Werkelijk
Prognose
Prognose
Prognose
Prognose
Prognose
Prognose
Ultimo
Ultimo
Ultimo
Ultimo
Ultimo
Ultimo
Ultimo
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Activa Vaste acfva Materiële vaste activa Overige materiële vaste activa
319.835
364.020
304.603
304.603
304.603
304.603
304.603
319.835
364.020
304.603
304.603
304.603
304.603
304.603
Vlottende activa Uitzettingen Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een
264.406
264.406
264.406
264.406
264.406
264.406
264.406
10.078.491
10.078.491
10.078.491
10.078.491
10.078.491
10.078.491
10.078.491
282.163
282.163
282.163
282.163
282.163
282.163
282.163
1.676.599
401.831
401.831
401.831
401.831
401.831
401.831
rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen Liquide middelen Kas en banksaldi Overlopende activa Overige overlopende activa
Totaal activa
471.585
471.585
471.585
471.585
471.585
471.585
471.585
12.773.245
11.498.477
11.498.477
11.498.477
11.498.477
11.498.477
11.498.477
13.093.079
11.862.497
11.803.080
11.803.080
11.803.080
11.803.080
11.803.080
0
0
0
0
0
0
0
Passiva Vaste passiva Eigen vermogen Reserves Vreemd vermogen 0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
665.368
665.368
665.368
665.368
665.368
665.368
665.368
Vooruit ontvangen van overige overheden
7.541.498
6.266.730
6.266.730
6.266.730
6.266.730
6.266.730
6.266.730
Overige overlopende passiva
4 886.213
4.930.398
4.870.981
4.870.981
4.870.981
4.870.981
4.870.981
13.093.079
11.862.497
11.803.080
11.803.080
11.803.080
11.803.080
11.803.080
13.093.079
11.862.497
11.803.080
11.803.080
11.803.080
11.803.080
11.803.080
Voorzieningen
Vlottende passiva Vlottende schulden Overige vlottende schulden Overlopende passiva
Totaal passiva
53
rogplus
Ontwerpbegroting
4. Paragrafen 4.1
Weerstandsvermogen
Omschrijving
Het weerstandsvermogen en risicobeheersing van Rogplus bestaat uit de relatie tussen: » de weerstandscapaciteit: de middelen en mogelijkheden waarover Rogplus beschikt om niet begrote kosten te dekken; » alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Inventarisatie van de weerstandscapaciteit
Omdat Rogplus niet beschikt over reserves of andere vormen van eigen vermogen, is de weerstandscapaciteit nihil. Overschrijding van werkelijke kosten ten opzichte van begroting zal leiden tot een tekort. Dit tekort wordt aangevuld door de gemeenten. Zij zijn de feítelijke risicodrager. Wanneer blijkt dat de totale kosten een overschrijding laten zien, wordt eerst bekeken of via besparingen de kostenoverschrijding beperkt kan worden. Wanneer de overschrijding ten opzichte van de begroting substantieel is, wordt in overleg met de gemeenten een begrotingswijziging in procedure gebracht. Overeenkomstig de Gemeenschappelijke Regeling Rogplus worden de werkelijke kosten na afloop van het boekjaar in rekening gebracht bij de deelnemende gemeenten. Inventarisatie van de risico's
Per programma en per begrotingsonderdeel zijn mogelijke risico’s geïnventariseerd. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen risico’s op een onvoorziene toename in de aantallen verstrekte voorzieningen en risico’s op een onvoorziene stijging van de prijs van de voorzieningen. »
»
Aantallen: Wanneer er een kans is van minimaal ICP/o en maximaal ôOVo dat de actuele begroting significant wordt overschreden als gevolg van een onvoorziene toename van de aantallen voorzieningen is het risico opgenomen in de risicotabel. Als definitie van significant is 200Zo van het begrote bedrag gehanteerd bij posten van minder dan C 1 miljoen, "ICP/o van de begroting bij posten tussen C 1 miljoen en 6 10 miljoen, 50Zo boven C 10 miljoen en 20Zo voor de jeugdhulpopdracht. Hierbij is een minimumbedrag van C 50.000 gehanteerd. De ‘kans’ is het percentage dat de mogelijkheid weergeeft dat in het begrotingsjaar het risico zich voordoet. Het risicobedrag is bepaald door het bedrag met de kans te vermenigvuldigen. Prijs: De risicosom van een onvoorziene toename van de prijs wordt bepaald door de als risico aangemerkte toename van de prijs in procentpunten te vermenigvuldigen met de som van het begrote budget waarop het indexpercentage van toepassing is. Voor de jeugdhulpopdracht geldt dat de totale omvang van de jeugdhulpopdracht nog kan wijzigen als gevolg van nieuwe inzichten in de aantallen cliënten, mede als gevolg van de toepassing van het nieuwe woonplaatsbeginsel.
54
rogplus
Ontwerpbegroting
De totale risicosom bedraagt op basis van de actuele begroting ê 9.681.000. Dit is een aanzienlijke toename ten opzichte van eerdere járen. In de risicosom is rekening gehouden met het tekort van Mevis over 2023 en de mogelijkheid dat dit tekort (deels) gedekt moet worden met een aanvullende bijdrage van Rogplus. Rogplus en de gemeenten verkennen samen met Mevis of de cliëntpopulatie significant afwijkt ten opzichte van de aannames daarover bij de aanbesteding van de jeugdhulpopdracht en of daarom de waarde van de opdracht aan Mevis bij moet worden gesteld. De risico’s worden gecumuleerd per programma per soort gepresenteerd. Omdat van de actuele begroting uit wordt gegaan, is ook een risicosom voor het programma Jeugdhulp opgenomen. Risicosom
Programma
Soort
Wmo
Meer voorzieningen verstrekt dan voorzien en/of meer cliënten
1.026.000
Hogere prijsstijging dan voorzien
1.114.000
Beschermd Wonen
Meer cliënten Beschermd Wonen dan voorzien Hogere prijsstijging dan voorzien
Jeugdhulp
Hogere opdrachtwaarde en/of meer jeugdhulpvervoer Hogere prijsstijging dan voorzien
57.000 114.000 6.668.000 702.000 9.681.000
Beheersmaatregelen
Rogplus houdt de ontwikkeling van de aantallen cliënten en de kosten van de Wmo nauwlettend in de gaten. Aan de hand van dashboards en managementrapportages wordt gedurende het gehele jaar gemonitord of de baten en lasten in de pas blijven lopen met de begroting. Rogplus voert actief contractmanagement met alle grote en middelgrote zorgaanbieders in de regio. Tijdens deze gesprekken wordt de ontwikkeling van de zorgvraag besproken. Ook werkt Rogplus samen met de gemeenten voor het versterken van de positie van voorliggende voorzieningen en het welzijnswerk en wijzen de Wmoconsulenten van Rogplus de cliënten actief op alternatieven voor Wmo-voorzieningen als die voor handen zijn. 4.2
Onderhoud kapitaalgoederen
Rogplus heeft geen gebouwen of andere kapitaalgoederen in eigendom of exploitatie die moeten worden onderhouden. Rogplus huurt het kantoor aan de Westlandseweg 1 in
Maassluis. 4.3
Financiering
De treasuryfunctie wordt als volgt gedefinieerd: “het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op: de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s”.
55
rogplus
Ontwerpbegroting
Gezien de manier waarop Rogplus gefinancierd wordt zal er in 2025 geen beroep gedaan worden op de kapitaalmarkt om geldleningen aan te trekken. De in- en uitgaande kasstromen die voortvloeien uit de normale exploitatie zijn redelijk goed te beheersen. De maandelijks voortschrijdende liquiditeitsprognose is het voornaamste instrument om het liquiditeitsrisico te beperken. Omdat Rogplus een Gemeenschappelijke Regeling in de vorm van een Openbaar Lichaam is, doet Rogplus aan schatkistbankieren. De verplichting tot schatkistbankieren is in de wet Fido opgenomen. IBerekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x C 1000) Verslagjaar "(1)
Drempelbedrag
1.480,38 Kwartaal 1
F---------------------------------------------------(2)
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 406
402
402
402
1.074
1.079
1.079
1.079
's Rijks schatkist aangehouden middelen
(3a)^D*(2) (3b)s (2)»(1)
Ruimfe onder het drempelbedrag Overschrijding van het
-
drempelbedrag (1) Berekening drempelbedrag Verslagjaar (4a) (4b) (4c)
Begrotingsbtaal verslagjaar Het deel van het begrotngsbteal dat kleiner of gelijk is aan E 500 miljoen
74.019 74.019
Hel deel van het begrotingsbtaal dat de E 500 miljoen te boven gaat
(1) = (4b)*0,02 * (4c)*0,002 meteen minimum van í1.000.000 als het begrotngsbteal kleiner of gelijk is aan E 500 miljoen. En als begrotngsbteal grobr dan E 500 miljoen is is het
Drempelbedrag
1.480,38
drempelbedrag gelijk aan C10 miljoen, vermeerderd metO.2% van het deel van het begrotngsbteal dat de E 500 milicien te boven gaat (2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
Som van de per dag buiten 's Rijks (5a)
schalost aangehouden middelen
36.567
36.567
36.968
36.968
90
91
92
92
402
402
402
(negaleve bedragen tellen als nihil) (5b)
Daqen in het kwartaal Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's
(2)-(5a)/(5b)
Rijks schatkist aangehouden middelen
56
rogplus
Ontwerpbegroting
5. Bijlagen 5.1
Begroting 2025 - Totaal
Baten/ Programma
Lasten
Bagrotingsondsrdssl
Ondardaal
Wmo
Lasten
Vervoerskosten
Wmo-vervoer
2025
Individuele vervoerskosten
37311
26 300
26 300
41.900
Overhead
336.898
392 500
410.200
541 900
4 952.232
5.023.900
6.136.900
6.673.100
2.223 175
1 929 800
2.192.800
2.428 000
Aubaanpassingen 1 -verstekkingen
18588
78 000
53 700
56 000
Handbewogen rolsbelen
469 081
467.500
410500
441.700
Electische rolsbelen
682 648
721.300
740100
776 200
Sportvoorzieningen
23 686
32 400
23 900
25 000
Aandrijfunits en felsen
772 326
502.500
799.500
0
0
0
0
601.900
Scootnobielen
0
0
0
226 200
189.683
133.900
192 700
219.900
Overhead
267 199
327.300
342.000
343 300
4.646.385
4.192.700
4.755 200
5.118.200
Verhuis- en inrichfngskosten
40577
39 000
41000
42 800
Roerende woonvoorzieningen
207 600
195.700
219.600
192.600
Woningaanpassingen
1 486 349
1.351.200
1.601 800
1.631.900
Onderhoud 1 reparatie
333 476
282 300
231 700
240 100
Overhead
152.609
138.500
144.500
189 700
2.220.611