CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Ontwerpbegroting 2025 ROGPlus

Raadscommissie 28 mei 2024, gemeente SchiedamBij agendapunt: Brieven over en van gemeenschappelijke regelingen33.915 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

rogplus

Ontwerpbegroting

Ontwerpbegroting 2025 en Meerjarenperspectief 2026-2029 Versie 1.1

Maassluis, 2 april 2024

Status: Definitief

Opgesteld door:

Vertrouwelijkheid:

Frank Rost, Manager Bedrijfsvoering

Voor intern gebruik

Bezoekadres Westlandseweg 1 Maassluis

Postadres Postbus 234 3140 AE Maassluis

www.rogplus.nl info@rogplus.nl 010 870 1111

rogplus

Ontwerpbegroting

Voorwoord Voor u ligt de begroting 2025 van de gemeenschappelijke regeling openbaar lichaam Rogplus (hierna: Rogplus). Deze begroting is gebaseerd op het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (hierna: BBV). De belangrijkste uitgangspunten bij het opstellen van de begroting 2025 staan aangegeven in de inleiding en zijn verderop in deze begroting financieel vertaald. Rogplus zal voor zowel de Wmo als de Jeugdhulp werken aan een zo efficiënt en effectief mogelijke uitvoering van de door de drie gemeenten toevertrouwde taken. Het stimuleren van preventie door middel van initiatieven als Fief en Powerful Ageing, het betrekken van wijknetwerken en het voorliggend veld bij de uitvoering van Jeugdhulp en ZorgSamen MVS, het geven van duidelijke informatie en het actief samenwerken met en binnen de drie MVS-gemeenten op langer zelfstandig wonen maken hier nadrukkelijk deel van uit. Jacky Silos-Knaap Voorzitter bestuur Rogplus

Anton van Genabeek Directeur Rogplus

2

rogplus

Ontwerpbegroting

ínhoud Voorwoord....................................................................................................... 2 1.

Inleiding...................................................................................................5

2.

Begrotingskaders...................................................................................6

2.1

Missie en visie.............................................................................................................. 6

2.2

Kernwaarden............................................................................................................... 6

2.3

Doelstellingen.............................................................................................................. 7

2.4

Algemene kaders....................................................................................................... 8

2.5

Verdeling lasten enbaten per gemeente............................................................ 9

2.5.1

Uitgangspunten.................................................................................................. 9

2.5.2

Verdeelsleutels.................................................................................................... 9

2.6

3.

Externe ontwikkelingen.......................................................................................... 10

Programmaplan................................................................................... 12

3.1

Totalen.......................................................................................................................... 12 3.1.1

Baten en lasten per programma................................................................. 12

3.1.2

Baten en lasten per begrotingsonderdeel................................................ 13

3.1.3

Baten en lasten per taakveld (BBV)............................................................ 15

3.1.4

Bijdrage gemeenten.........................................................................................17

3.2

Programma Wmo.................................................................................................... 18

3.2.1

Vervoerskosten..................................................................................................18

3.2.2

Scootmobielen en rolvoorzieningen.......................................................... 20

3.2.3

Woonvoorzieningen.........................................................................................23

3.2.4

Schoon Huis........................................................................................................25

3.2.5

Meedoen in de Stad.........................................................................................29

3.2.6

Ondersteuning bij bijzondere woonvormen............................................ 32

3.2.7

Regeling tegemoetkoming meerkosten................................................... 33

3.2.8

Projecten en innovatie....................................................................................35

3.2.9

Preventie.............................................................................................................36

3.2.10 Inkomsten Eigen Bijdrage Wmo.................................................................. 38

3

rogplus

Ontwerpbegroting

3.3

Programma Beschermd Wonen......................................................................... 39

3.4

Programma Jeugdhulp......................................................................................... 42

3.4.1

Jeugdhulpopdracht........................................................................................ 42

3.4.2

Jeugdhulp- en leerlingenvervoer............................................................... 45

3.4.3

Inkomsten Jeugdhulp.................................................................................... 46

3.5

Programma Overhead............................................................................................47

3.6

Overzicht algemene dekkingsmiddelen.......................................................... 52

3.7

Investerings- en financieringsstaat.................................................................. 52

3.8

Stand en verloop van de reserves en voorzieningen.................................... 52

3.9

Geprognosticeerde balans.................................................................................. 53

4.

Paragrafen........................................................................................... 54

4.1

Weerstandsvermogen........................................................................................... 54

4.2

Onderhoud kapitaalgoederen............................................................................ 55

4.3

Financiering.............................................................................................................. 55

5.

Bijlagen.................................................................................................. 57

5.1

Begroting 2025 - Totaal.........................................................................................57

5.2

Meerjarenperspectief 2026-2029 Totaal - Lopende prijzen....................... 59

5.3

Meerjarenperspectief 2026-2029 Totaal - Constante prijzen.................... 61

5.4

Begroting 2025 - Maassluis..................................................................................63

5.5

Meerjarenperspectief 2026-2029 Maassluis - Lopende prijzen................65

5.6

Meerjarenperspectief 2026-2029 Maassluis - Constante prijzen............ 67

5.7

Begroting 2025 - Vlaardingen............................................................................ 69

5.8

Meerjarenperspectief 2026-2029 Vlaardingen - Lopende prijzen............. 71

5.9

Meerjarenperspectief 2026-2029 Vlaardingen - Constante prijzen....... 73

5.10 Begroting 2025 - Schiedam..................................................................................75 5.11

Meerjarenperspectief 2026-2029 Schiedam - Lopende prijzen................ 77

5.12 Meerjarenperspectief 2026-2029 Schiedam - Constante prijzen............ 79

4

rogplus

Ontwerpbegroting

1. Inleiding In deze ontwerpbegroting presenteert Rogplus per programma en per begrotingsonderdeel de begrote lasten en baten voor 2025 en het meerjarenperspectief voor de periode van 2026 tot en met 2029. Om tot deze ontwerpbegroting te komen heeft Rogplus een analyse gemaakt van de te verwachten ontwikkelingen van enerzijds de kosten en baten en anderzijds de aantallen cliënten per soort Wmo-voorziening. Als startpunt is daarbij de 'Kadernota Ontwerpbegroting 2025 Rogplus’ gehanteerd. Deze kadernota is in februari 2024 vastgesteld door het Dagelijks Bestuur van Rogplus en aan de gemeenten verzonden. De ontwerpbegroting gaat verder uit van de geldende Verordening, van continuering van het bestaande beleid en van de actuele contracten. Rogplus baseert de ontwerpbegroting zoveel mogelijk op actuele inzichten in de ontwikkeling van de aantallen cliënten en beschikkingen en op beschikbare rapportages over demografische ontwikkelingen en de ontwikkeling van het beroep op Wmovoorzieningen in de MVS-gemeenten. De prijsontwikkeling is waar mogelijk gebaseerd op door onafhankelijke instanties afgegeven indicatoren. Ook is in de ontwerpbegroting de actuele stand van zaken voor het effect van de opgelopen inflatie op de Wmo verwerkt. Rogplus probeert zo de best mogelijke inschatting te maken om te komen tot een zo realistisch mogelijke begroting.

Met ingang van 2023 verzorgt Rogplus het contract- en informatiemanagement voor de jeugdhulpopdracht van de MVS-gemeenten aan Mevis. De budgetten voor deze opdracht en de met de opdracht gemoeide uitvoeringskosten zijn met ingang van 2023 opgenomen in de begroting van Rogplus. De ontwerpbegroting 2025 en het meerjarenperspectief 2026-2029 zijn opgesteld volgens de meest recente richtlijnen van het BBV. Rogplus heeft geen reserves en voorzieningen. In de ontwerpbegroting 2025 zijn daarom geen onttrekkingen of dotaties aan reserves en voorzieningen opgenomen.

t

t

5

rogplus

Ontwerpbegroting

2. Begrotingskaders 2.1

Missie en visie

Rogplus zet zich in voor een betekenisvol leven voor de inwoners van de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam. We stimuleren de veerkracht van inwoners met een hulpvraag en de saamhorigheid in de samenleving. We houden het sociaal domein vitaal, beschikbaar en betaalbaar. Rogplus is de verbindende schakel tussen inwoners, gemeenten en samenwerkingspartners. We gaan open en transparant het gesprek aan met inwoners met een hulpvraag en denken in mogelijkheden en oplossingen. Minder veerkrachtige inwoners helpen we op weg met hulp en ondersteuning. We gaan langdurige samenwerkingsrelaties aan met betrouwbare partners en geven de professional op de werkvloer de ruimte te doen wat nodig is. Onze kennis, ervaring en informatie delen we met gemeenten en samenwerkingspartners. Daarmee helpen we niet alleen onze cliënten, maar ook de ontwikkeling van het sociaal domein vooruit. 2.2

Kernwaarden

Rogplus gaat uit van de volgende kernwaarden: »

»

»

»

»

De inwoner centraal. Door onze inzet voelen inwoners zich gehoord en geholpen. Inwoners weten waar zij terecht kunnen met hun vragen. Zij krijgen direct een goed en passend advies om zelfstandig te blijven of weer te worden. Minder veerkrachtige inwoners helpen we op weg met hulp en ondersteuning. Om inwoners vlot te woord te staan, zijn we snel en goed bereikbaar. Waardecreërend. Wij zijn de verbindende schakel tussen inwoners, gemeenten en onze partners. Wij zijn van mening dat we problemen alleen samen oplossen en hebben daarom oog voor ieders belang. Vanuit dit meervoudig perspectief gaan we op zoek naar de win-win-win situatie. Deskundig. Datgene wat we doen, doen we goed! Onze medewerkers zijn geselecteerd op hun talenten en kwaliteiten en krijgen de ruimte om die in te zetten in hun werk. Ze beschikken over de juiste vaardigheden, hebben ruime kennis en ervaring met de achtergrond van onze doelgroepen en vakkennis op het gebied van de Wmo, Jeugdhulp en andere wet- en regelgeving binnen het sociaal domein. We durven vernieuwend te zijn, hebben lef en nemen overwogen en verantwoorde risico’s wanneer de situatie daarom vraagt. Ontwikkelingsgericht. We zijn nieuwsgierig en blijven leren. We stellen onszelf open voor nieuwe ontwikkelingen en delen onze kennis en ervaring met elkaar.

Daarbij hebben we de moed om kritisch te kijken naar onszelf en de ander en hoe we met elkaar omgaan. Landelijke en regionale ontwikkelingen volgen we met aandacht. Met training, scholing en coaching verbeteren we onze vaardigheden en breiden we onze vakkennis uit. Samenwerkend. Samen staan we sterker. We maken daarom verbinding met anderen, stemmen daarop af en durven vragen te stellen. We zijn nieuwsgierig naar de mening en werkwijze van anderen. We delen onze kennis niet alleen met elkaar, maar ook met onze samenwerkingspartners in wonen, zorg en welzijn, werk en inkomen en de gemeenten.

6

rogplus

Ontwerpbegroting

2.3 Doelstellingen

Uit de Wmo 2015, de gemeenschappelijke regeling Rogplus, de verordening maatschappelijke ondersteuning MVS 2024 en de beleidsregels en nadere regels maatschappelijke ondersteuning 2024 volgt dat Rogplus de volgende doelstellingen heeft: »

»

»

Het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijke verkeer en het zelfstandig functioneren van mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem en mensen met een psychosociaal probleem; Het verstrekken van voorzieningen aan mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem en aan mensen met een psychosociaal probleem ten behoeve van het behouden en het bevorderen van hun zelfstandig functioneren of hun deelname aan het maatschappelijke verkeer; Het verstrekken van voorzieningen ter compensatie van beperkingen en de inwoners in staat stellen een huishouden te voeren, zich in en om de woning te verplaatsen, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel of medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale contacten aan te gaan.

Met het MVS Jeugdmodel beogen de MVS-gemeenten een (verdere) transformatie van de jeugdhulp in de regio. Ook willen de gemeenten meer grip en sturing op de kosten van de jeugdhulp. Als onderdeel van het MVS Jeugdmodel verzorgt Rogplus sinds 2023 het contract- en informatiemanagement voor de jeugdhulpopdracht. Rogplus is opdrachtgever van Mevis. Uit de aanbestedingsleidraad voor deze opdracht volgen de volgende doelstellingen, waaraan Rogplus in haar rol aan bijdraagt: »

*

De Cliënt en/of diens opvoeders krijgen tijdig de passende hulp en ondersteuning die zij nodig hebben en dit leidt tot een duurzaam resultaat, passend bij de specifieke situatie van iedere jeugdige. De gewenste beweging in de transformatie van de jeugdhulp wordt gerealiseerd; de transformatiedoelen van de Jeugdwet worden gerealiseerd. De transformatiedoelstellingen zijn: 1. Preventie en uitgaan van eigen verantwoordelijkheid en eigen mogelijkheden van jeugdigen en hun ouders, met inzet van hun sociale netwerk. 2. De-medicaliseren, ontzorgen en normaliseren. 3. Eerder de juiste hulp op maat te bieden om jeugdigen en gezinnen zo snel mogelijk, zo dichtbij mogelijk en zo effectief mogelijk hulp te bieden met aandacht voor (kosten)effectiviteit van de geboden hulp. 4. Integrale hulp aan gezinnen volgens het uitgangspunt één gezin, één plan, één aanspreekpunt. 5. Meer ruimte voor professionals om de juiste hulp te bieden door vermindering van regeldruk.

Naast bovengenoemde doelstellingen heeft Rogplus ook de volgende algemene kaders geformuleerd: «

Er wordt gestreefd om maatwerkoplossingen te bieden, waarbij eigen oplossingen, oplossingen via het eigen netwerk en oplossingen via algemene voorzieningen voorrang hebben;

7

rogplus

Ontwerpbegroting

» »

«

Er wordt gestreefd naar een zo efficiënt mogelijke organisatie, waarbij de uitvoeringskosten zo laag mogelijk worden gehouden; Er wordt gestreefd om de administratieve druk voor cliënten, zorgaanbieders en medewerkers zoveel mogelijk te beperken. In dit kader worden werkprocessen regelmatig geëvalueerd en aangepast; Er wordt gestreefd naar een beperking van de doorlooptijd van aanmelding tot en met beschikking. Er geldt een wettelijke termijn van zes weken voor het afhandelen van een aanmelding. 2.4 Algemene kaders

De ontwerpbegroting 2025 en het meerjarenperspectief 2026-2029 zijn opgesteld volgens de meest recente richtlijnen van het BBV. De inkomsten bestaan uit bijdragen in de kosten (hierna: eigen bijdragen) voor verschillende Wmo-voorzieningen, de terugkoop van Wmo-voorzieningen door leveranciers, bijdragen van cliënten voor vervoer Wmo-vervoer, een bijdrage van Mevis voor werkzaamheden die Rogplus ten behoeve van Mevis verricht, rente-inkomsten en bijdragen van de drie MVS-gemeenten. De gemeentelijke bijdrage is het verschil tussen de uitgaven en de overige inkomsten van Rogplus. Rogplus heeft hierom per definitie een sluitende begroting. In dit begrotingsdocument zijn de uitgaven van Rogplus als positieve bedragen opgenomen en de inkomsten als negatieve. Deze worden voorafgegaan door het teken De begroting is opgesteld in lopende prijzen. Dit wil zeggen dat meerjarig rekening is gehouden met de ontwikkeling van prijzen en lonen. In de bijlagen is ook de begroting opgenomen in constante prijzen. Wanneer in een tabel achter een jaartal de letter L staat duidt dit op lopende prijzen. De letter C duidt op constante prijzen. Rogplus heeft geen reserves of voorzieningen. In de begroting is dan ook geen rekening gehouden met onttrekkingen en dotaties aan reserves en voorzieningen.

In dit document wordt de ontwerpbegroting 2025 vergeleken met de werkelijke lasten en baten in 2023, zoals opgenomen in de voorlopige jaarcijfers, en met primaire begroting 2024 en met de eerste gewijzigde begroting 2024. De ontwerpbegroting 2025 en het meerjarenperspectief 2026-2029 zijn op 2 april 2024 besproken in het voorbereidend overleg van Rogplus met de accounthouders en financieel adviseurs van de drie gemeenten. Op 11 april zijn de ontwerpbegroting 2025 en het meerjarenperspectief 2026-2029, na behandeling in de vergadering van het Dagelijks Bestuur van Rogplus, vastgesteld en voor zienswijze vrijgegeven. Op basis van de ontwerpbegroting stelt Rogplus de (definitieve) begroting 2025 en meerjarenperspectief 2026-2029 op. Hierin wordt input uit de ontvangen zienswijzen verwerkt. Rogplus is voornemens de begroting 2025 en het meerjarenperspectief 20262029 vast te stellen in de vergadering van het Algemeen Bestuur van 12 juli 2024 en vervolgens aan te bieden aan de gemeenten.

8

Ontwerpbegroting

2.5 Verdeling lasten en baten per gemeente 2.5.1

Uitgangspunten

De totale kosten van Rogplus worden verdeeld over de drie gemeenten (Maassluis, Schiedam en Vlaardingen) en afgerekend. Ter financiering van de lopende uitgaven, wordt maandelijks een voorschot verkregen op deze eindafrekening. Bij de toerekening van de kosten gaat per programma als volgt: » Wmo. De kosten worden per gemeente geregistreerd en op basis van werkelijkheid ten laste van de woonplaats van de cliënt toegerekend. Voor het Wmo-vervoer zijn de kosten verdeeld op basis van het aantal verreden ritten en kilometers per gemeente. De directe opbrengsten en eigen bijdragen zijn in mindering gebracht op de kosten. De uitgaven voor het contract Meedoen in de Stad - niet-ouderen met ZorgSamen MVS worden verdeeld op basis van de afgesproken verdeelsleutel. » Beschermd Wonen. De uitvoering van Beschermd Wonen voor Maassluis, Vlaardingen en Schiedam valt vanaf 1 januari 2015 onder de verantwoordelijkheid van centrumgemeente Vlaardingen. De gemaakte kosten worden per gemeente geregistreerd, maar verantwoord bij de centrumgemeente Vlaardingen. » Jeuadhulp. De kosten worden volgens een door de gemeenten onderling bepaalde verdeelsleutel over de gemeenten verdeeld. * Overhead. Conform de Gemeenschappelijke Regeling worden deze kosten over de gemeenten verdeeld aan de hand van de in de volgende paragraaf genoemde verdeelsleutel. 2.5.2

Verdeelsleutels

Wmo

De verdeelsleutel van de kosten van de uitvoering van de Wmo over de drie gemeenten wordt bepaald op basis van de vastgestelde kengetallen. Dit zijn: » Het aantal pashouders voor de Wmo-vervoer per einde laatst afgesloten jaar; » Het aantal unieke cliënten per einde laatst afgesloten jaar; » Het aantal beschikkingen verstrekt in het laatst afgesloten jaar; Per gemeente is per kengetal het aantal bepaald voor het laatst afgesloten jaar. Voor de begroting 2025 is dit 2023. Per kengetal wordt de verhouding tussen de drie gemeenten berekend. Vervolgens wordt het gewogen gemiddelde berekend voor het aandeel van de gemeenten. Het aantal pashouders voor het Wmo-vervoer en het aantal unieke cliënten tellen hierin mee met een factor 1, het aantal beschikkingen telt mee met een factor 2. Het gewogen gemiddelde wordt afgerond op halve procenten. De verdeling van de kosten is in deze begroting van de volgende verdeelsleutel: » Maassluis 20,50Zo (20,0o7o in begroting 2024) » Vlaardingen 40,007o (40,007o in begroting 2024) » Schiedam 39,507o (40,007o in begroting 2024)

9

rogplus

Ontwerpbegroting

Begrotingsonderdeel

Totaal

Maassluis

Vlaardingen

Schiedam

Pashouders Regiotaxi

8.903

1.691

3.912

3.300

Unieke cliënten

15.177

2.832

5.875

6.470

Beschikkingen

18.190

3.948

7.089

7.153

Begrotingsonderdeel

Totaal

Maassluis

Vlaardingen

Schiedam

Pashouders Regiotaxi

100,00/»

19,0o7o

43,97»

37,17.

Unieke cliënten

100,00/»

18,707o

38,77.

42,67.

Beschikkingen

100,07.

21,707o

39,07.

39,37.

Gewogen gemiddelde

100,0o7.

20,3oZo

40,17. __________ 39,67t

Verdeelsleutel

100,00/.

20,57»

40,07.

39,57.

Vervoerskosten

Binnen het begrotingsonderdeel Vervoerskosten worden de budgetten voor het vervoerloket en het doelgroepenvervoer verdeeld op basis van de aantallen gemaakte ritten over heel 2023. Dit leidt tot de volgende verdeelsleutel: * Maassluis: 16,90Zo « Vlaardingen: 45,707o » Schiedam: 37,407o Jeugdhulp

Voor de uitgaven voor het contract met Mevis geldt de kostenverdeling, zoals deze is afgesproken door de MVS-gemeenten. De herijking van de opdrachtwaarde op basis van de realisatie 2022 leidt tot de volgende verdeelsleutel: » Maassluis: 15,0307o * Vlaardingen: 44,0407o » Schiedam: 40,93o7o Leerlingenvervoer en jeugdhulpvervoer

De verdeelsleutel voor het budget voor de backofficetaken leerlingenvervoer en jeugdhulpvervoer is gebaseerd op de aantallen vervoerde kinderen in het laatst afgesloten jaar. Dit leidt tot de volgende verdeelsleutel: « Maassluis: 21,50Zo « Vlaardingen: 39,507o » Schiedam: 39,0o7o 2.6 Externe ontwikkelingen

Het kabinet heeft voorgesteld dat met ingang van 2026 het abonnementstarief voor de eigen bijdrage voor Wmo-voorzieningen verdwijnt en dat de eigen bijdragen (weer) inkomensafhankelijk worden1. Omdat nog niet bekend of dit voorstel over wordt genomen en, als dat gebeurt, hoe de inkomensafhankelijke eigen bijdrage er in de praktijk uit komt te zien, is voor de

1 https:ZZopen.overheid-nlZdocumentenZronl-a46db680cc67398e673053092b9b68b317128abcZpdf

10

rogplus

Ontwerpbegroting

jaarschijven 2026 en verder vooralsnog geen rekening gehouden met de invloed van het afschaffen van het abonnementstarief op de inkomsten uit eigen bijdragen en op het beroep op de Wmo-voorzieningen waar nu nog het abonnementstarief voor geldt. Zodra hier meer over bekend is en de inzichten in het effect van deze wijziging op de uitgaven en inkomsten voldoende concreet zijn, zal Rogplus de begroting hierop aanpassen. Naast de terugkeer van de inkomensafhankelijke eigen bijdragen spelen er momenteel verschillende externe ontwikkelingen die op termijn invloed kunnen hebben op het beroep op en het aanbod van de Wmo en de Jeugdwet in de MVS-gemeenten en daarmee op de begroting van Rogplus. Voorbeelden van deze externe ontwikkelingen zijn de hervormingsagenda jeugd en de nieuwe financieringssystematiek voor gemeenten die het Rijk vanaf 2026 wil introduceren. Op dit moment is nog onvoldoende duidelijk hoe deze ontwikkelingen vorm gegeven zullen worden en wat de financiële impact zal zijn. Rogplus houdt deze externe ontwikkelingen nauwlettend in de gaten. Wanneer de besluitvorming voldoende concreet is en vertaald kan worden naar de begroting én de financiële gevolgen voor Rogplus significant zijn, zal Rogplus in samenspraak met de gemeenten een begrotingswijziging voorbereiden.

11

rogplus

Ontwerpbegroting

3. Programmaplan 3.1

Totalen

3.1.1

Baten en lasten per programma

Begroting 2025 Baten/Lasten Lasten

Werkelijk

Begroot

Begroot

Begroot

Programma

2023

Primair 2024

1e wijziging 2024

2025

Wmo

52.971.779

55.839.000

57.133.000

Beschermd Wonen

5.690.299

6.021.600

6.142.000

6.175.000

Jeugdhulp

63.445.743

58.170.500

67.499.500

69.551.100

Overhead

4.310.103

4.814.300

5.322.800

5.592.300

126.417.923

124.845.400

136.097.300

143.311.500

18.324.155

19.585.700

21.049.700

22.279.300

Totaal Lasten Baten

61.993.100

Bijdrage Maassluis Bijdrage Vlaardingen

56.622.709

54.351.800

60.046.200

63.137.900

Bijdrage Schiedam

48.780.959

48.420.700

52.086.000

54.793.800

Bijdragen cliënten

2.224.916

2.370.200

2.418.400

2.598.600

Overige inkomsten

465.183

117.000

497.000

501.900

126.417.923

124.845.400

136.097.300

143.311.500

0

0

0

0

Totaal Baten Eindtotaal

Meerjarenperspectief 2026-2029 Begroot Baten/Lasten Programma Lasten

2028 L

2029 L

61.993.100

65.450.300

68.898.600

72.323.800

75.844.800

6.175.000

6.528.000

6.900.900

7.239.100

7.594.000

Jeugdhulp

69.551.100

71.785.100

73.719.900

75.692.800

78.887.300

5.592.300

5.801.800

6.020.500

6.248.300

6.486.100

143.311.500

149.565.200

155.539.900

161.504.000

168.812.200

25.435.800

26.661.300

71.160.000

74.480.600

Bijdrage Maassluis

22.279.300

23.362.100

24.388.600

Bijdrage Vlaardingen

63.137.900

65.933.700

68.528.700

Bijdrage Schiedam

54.793.800

57.093.100

59.231.200

61.463.000

64.244.400

Bijdragen cliënten

2.598.600

2.669.200

2.878.900

2.927.100

2.901.900

Overige inkomsten

Eindtotaal

2027 L

Beschermd Wonen

Totaal Lasten

Totaal Baten

2026 L

Wmo

Overhead

Baten

2025

501.900

507.100

512.500

518.100

524.000

143.311.500

149.565.200

155.539.900

161.504.000

168.812.200

0

0

0

0

0

12

rogplus

Ontwerpbegroting

3.1.2

Baten en lasten per begrotingsonderdeel

Begroting 2025 Werkelijk

Begroot

Begroot

Begroot

2023

Primair 2024

1e wijziging 2024

2025

Programma

Baten/Lasten

Begrotingsonderdeel

Wmo

Lasten

Taxi- en vervoerskosten

4.952.232

5.023.900

6.136.900

Scootmobielen en rolvoorzieningen

4.646.385

4 192.700

4.755.200

5.118.200

Woonvoorzieningen

2.220.611

2.006.700

2.238.600

2.297.100

Schoon Huis

23.737.624

25.839.400

25.257.200

27.726.800

Meedoen in de Stad

14.007.683

14.703.800

14.413 800

15.704.800

Ondersteuning bij bijzondere woonvormen

2.287.518

2.375.800

2.212.900

2.422.900

Tegemoetkoming meerkosten

306.400

565.000

717.000

422.900

Projecten en innovate

414.091

644.400

700.600

735.200

Preventie Totaal Lasten Baten

Inkomsten Wmo

Totaal Baten

6.673 100

399.234

487.300

700.800

892.100

52.971.779

55.839.000

57.133.000

61.993.100

-52.971.779

-55 839.000

-57.133.000

-61.993.100

•52.971.779

-55.839.000

-57.133.000

•61.993.100

0

0

0

0

Beschermd Wonen

5.690.299

6.021.600

6.142.000

6.175.000

5.690.299

6.021.600

6.142.000

6.175.000

Inkomsten Beschermd Wonen

-5.690.299

-6.021.600

-6.142.000

-6.175.000

Totaal Baten

•5.690.299

-6.021.600

•6.142.000

-6.175.000

Totaal Beschermd Wonen

0

0

0

0

62.267.872

57.103.000

66.160.700

68.119.600

Totaal Wmo Beschermd

Lasten

Wonen

Totaal Lasten Baten

Jeugdhulp

Lasten

Jeugdhulpopdracht Jeugdhulp- en leerlingenvervoer

Totaal Lasten Baten

Totaal Baten

1.431.500 69.551.100

-58.170.500

-67.499.500

-69.551.100

-58.170.500

-67.499.500

-69.551.100

0

0

0

0

Overhead

4.310.103

4.814.300

5.322.800

5.592.300

4.310.103

4.814.300

5.322.800

5.592.300

Inkomsten Overhead

-4.310.103

-4.814.300

-5.322.800

-5.592.300 -5.592.300

Totaal Lasten Baten

1.338.800 67.499.500

-63.445.743

Totaal Jeugdhulp Lasten

1.067.500 58.170.500

-63.445.743

Inkomsten Jeugdhulp

Totaal Baten

Overhead

1.177.670 63.445.743

-4.310.103

•4.814.300

•5.322.800

Totaal Overhead

0

0

0

0

Eindtotaal

0

0

0

0

13

rogplus

Ontwerpbegroting

Meerjarenperspectief 2026-2029 Begroot Programma

Baten/Lasten

Begrotingsonderdeel

2025

2026 L

2027 L

2028 L

2029 L

Wmo

Lasten

Taxi- en vervoerskosten

6.673.100

7.033.100

7.345.400

7.601.800

7.867.400

Scoolmobìelen en rolvoorzieningen

5.118.200

5.321.600

5.499.900

5.705.400

5.912.800

Woonvoorzieningen

2.297.100

2.462.300

2.597.800

2.782.000

2.972.700

Schoon Huis

27.726.800

29.615.500

31.560.100

33.424.300

35.321.900

Meedoen in de Stad

15.704.800

16.343.000

17.009.200

17.703.500

18.429.500

Ondersteuning bij bijzondere wonvormen

2.422.900

2.542.700

2.668.200

2.800.000

2.938.400

Tegemoetkoming meerkosten

422.900

426.100

430.300

433.500

437.900

Projecten en innovatie

735.200

771.500

809.600

849.600

891.500

Preventie

892.100

934.500

978.100

1.023.700

1.072.700

61.993.100

65.450.300

68.898.600

72.323.800

75.844.800

-61.993.100

-65.450.300

-68.898.600

-72.323.800

-75 844.800

•61.993.100

•65.450.300

-68.898.600

•72.323.800

-75.844.800

0

0

0

0

0

Beschermd Wonen

6.175.000

6.528.000

6.900.900

7.239.100

7.594.000

6.175.000

6.528.000

6.900.900

7.239.100

7.594.000

Inkomsten Beschermd Wonen

-6.175.000

-6.528.000

-6.900.900

-7.239.100

-7.594.000

Totaal Baten

■6.175.000

-6.528.000

-6.900.900

•7.239.100

■7.594.000

Totaal Beschermd Wonen

0

0

0

0

0

68.119.600

70.290.100

72.157.500

74.057.000

77.177.700

Totaal Lasten Baten

Inkomsten Wmo

Totaal Baten Totaal Wmo Beschermd

Lasten

Wonen

Totaal Lasten Baten

Jeugdhulp

Lasten

Jeugdhulpopdracht Jeugdhulp- en leerlingenvervoer

Totaal Lasten Baten

1.635.800

1.709.600

75.692.800

78.887.300

-71.785.100

-73.719.900

-75.692.800

-78.887.300

■71.785.100

•73.719.900

•75.692.800

-78.887.300

0

0

0

0

0

Overhead

5.592.300

5.801.800

6.020.500

6.248.300

6.486.100

5.592.300

5.801.800

6.020.500

6.248.300

6.486.100

Inkomsten Overhead

-5.592.300

-5.801.800

-6.020.500

-6.248.300

-6.486.100

Totaal Lasten Baten

1.562.400 73.719.900

-69.551.100

Totaal Jeugdhulp Lasten

1.495.000 71.785.100

-69.551.100

Inkomsten Jeugdhulp

Totaal Baten

Overhead

1.431.500 69.551.100

•5.592.300

•5.801.800

■6.020.500

-6.248.300

•6.486.100

Totaal Overhead

0

0

0

0

0

Eindtotaal

0

0

0

0

0

Totaal Baten

14

rogplus

Ontwerpbegroting

3.1.3

Baten en lasten per taakveld (BBV)

Begroting 2025 Baten/ Lasten

BBV-taakveld

Lasten

0.4 Overhead

Begroot

1e wijziging 2024

2025

5.322.800

5.592.300

4.3 Onderwijsbeleid en leerlingenzaken

113.475

119.800

129.100

158.300

6.1 Samenkrachten burgerparücipalie

133.369

139.700

192.500

193.200

12.144.381

11.776.500

12.624.200

13.112.700

398.460

414.600

308.800

295.900

6,6 Maatwerkvoorziening (WMO)

11.819.229

11.223.300

13.130.700

14.088.400 27.726.800

6.71a Huishoudelijke hulp (WMO)

23.737.624

25.839.400

25.257.200

6.71d Overige maatwerkarrangementen (WMO)

17.015.692

18.289.000

18.044.300

19.498.000

6.72a Jeugdhulp begeleiding

11.315.831

10.391.600

12.169.300

12.503.900

6.72b Jeugdhulp behandeling

8.810.035

8.147.600

9.464.100

9.721.200

6,72c Jeugdhulp dagbesteding

3.490.035

3.120.500

3.765.100

3.872.400

550.656

491.500

593.600

610.400

6.73a Pleegzorg

3.500.039

3.131.400

3.768.400

3.872.600

6.73b Gezinsgericht

9.141.347

8.172.000

9.838.400

10.109.900

6.73c Jeugdhulp met verblijf overig

1.744.706

1.561.000

1.878.300

1.930.400

6.74a Jeugd behandeling GGZ zonder verblijf

6.028.062

5.396.900

6.496.400

6.684.800

6.74b Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf

3.212.023

2.875.400

3.459.400

3.555.500

6.74c Gesloten plaatsing

2.832.835

2.534.600

3.050.000

3.134.300

6.81a Beschermd Wonen

5.690.299

6.021.600

6.142.000

6.175.000

6,72d Jeugdhulp zonder verblijf overig

6.82b Jeugdreclassering Totaal Lasten

Eindtotaal

Begroot

Primair 2024 4.814.300

6.2 Wijkteams

Totaal Baten

Begroot

2023 4.310.103

6.2 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen

Baten

Werkelijk

0.8 Overige baten en lasten

429.722

384.700

462.700

475.500

126.417.923

124.845.400

136.097.300

143.311.500

-124.193.006

-122.475.200

-133.678.900

-140.712.900

6.6 Maatwerkvoorziening (WMO)

-601.093

-786.700

-679.100

-835.900

6.71a Huishoudelijke hulp (WMO)

-889.475

-861.800

-928.300

-932.400

6.71d Overige maatwerkarrangementen (WMO)

-495.421

479.800

-522.400

-524.900

6.81a Beschermd Wonen

-238.927

-241.900

-288.600

-305.400

-126.417.923

-124.845.400

-136.097.300

-143.311.500

0

0

0

0

rogplus

Ontwerpbegroting

Meerjarenperspectief 2026-2029 Baten/

Begroot

Lasten

BBV-taakveld

2025

2026 L

2027 L

2028 L

2029 L

Lasten

0.4 Overhead

5.592.300

5.801.800

6.020.500

6.248.300

6.486.100

4.3 Onderwijsbeleid en leerlingenzaken

158.300

165.300

172.600

180.200

188.100

6.1 Samenkrachten burgerparticipatie

193.200

201.700

210.600

219.800

229.400

13.112.700

13.530.800

13.890.400

14.256.300

14.857.600

295.900

309.000

322.500

336.700

351.400

6.6 Maatwerkvoorziening (WMO)

14.088.400

14.817.000

15.443.100

16.089.200

16.752.900

6.2 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen 6.2 Wijkteams

6.71a Huishoudelijke hulp (WMO)

27.726.800

29.615.500

31.560.100

33.424.300

35.321.900

6.71d Overige maatverkarrangementen (WMO)

19.498.000

20.308.000

21.154.300

22.036.700

22.962.400

6.72a Jeugdhulp begeleiding

12.503.900

12.911.600

13.269.100

13.634.900

14.211.000

6.72b Jeugdhulp behandeling

9.721.200

10.039.400

10.319.100

10.605.700

11.053.900

6.72c Jeugdhulp dagbesteding

3.872.400

3.996.800

4.105.000

4.215.300

4.393.600

610.400

629.900

646.900

664.200

692.300

6.73a Pleegzorg

3.872.600

3.995.500

4100.800

4.207.600

4.385.000

6.73b Gezinsgericht

10.109.900

10.430.400

10.704.900

10.984.000

11.446.900

6.73c Jeugdhulp met verblijf overig

1.930.400

1.991.600

2.044.100

2.097.300

2.185.800

6.74a Jeugd behandeling GGZ zonder verblijf

6.684.800

6.900.400

7.087.800

7.279.300

7.587.100

6.74b Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ- verblijf

3.555.500

3.668.200

3.764.800

3.863.000

4.025.600

6.74c Gesloten plaatsing

3.134.300

3.233.700

3.318.900

3.405.500

3.548.900

6.81a Beschermd Wonen

6.175.000

6.528.000

6.900.900

7.239.100

7,594.000

6.82b Jeugdreclassering

475.500

490.600

503.500

516.600

538.300

6.72d Jeugdhulp zonder verblijf overig

143.311.500

149.565.200

155.539.900

161.504.000

168.812.200

-140.712.900

-146.896.000

-152.661.000

-158.576.900

-165.910.300

6.6 Maatwerkvoorziening (WMO)

-835.900

-868.100

-895.700

-918.300

-942.500

6.71a Huishoudelijke hulp (WMO)

-932.400

-950.100

-1.060.600

-1.066.200

-1.076.300

6.71d Overige maatwerkarrangementen (WMO)

-524.900

-527.800

-583.400

-586.600

-592.100

6.81a Beschermd Wonen

-305.400

-323.200

-339.200

-356.000

-291.000

-143.311.500

•149.565.200

-155.539.900

■161.504.000

•168.812.200

0

0

0

0

0

Totaal Lasten Baten

Totaal Baten Eindtotaal

0.8 Overige baten en lasten

16

rogplus

Ontwerpbegroting

3.1.4

Bijdrage gemeenten

Begroting 2025 Begroot

Begroot

Primair 2024

1e wijziging 2024

Gemeente

Programma

2023

Maassluis

Wmo

-9.016.821

Beschermd Wonen

-9.900.300

-9.530.500

-

2025 -10.750.600 -

-

-

-10.160.800

-10.458.300

Jeugdhulp

-8.575.208

-9.092.300

Overhead

-732.125

-962.900

-988.600

-1.070.400

•18.324.155

-19.585.700

-21.049.700

-22.279.300

-21.236.082

-22.100.600

-22.656.100

-24.775.400

Totaal Maassluis Vlaardingen

Begroot

Werkelijk

Wmo Beschermd Wonen

-5.451.372

-5.779.700

-5.853.400

-5.869.600

Jeugdhulp

-28.233.691

-24.545.800

-29.559.600

-30.408.000

-1.701.564

-1.925.700

-1.977.100

-2.084.900

Totaal Vlaardingen

-56.622.709

-54.351.800

-60.046.200

-63.137.900

Schiedam

-20.732.886

-22.079.600

-22.446.800

-24.173.900

Overhead

Wmo Beschermd Wonen Jeugdhulp

-26.524.543

-

-

-27.662.100

-24.415.400

-28.562.900

-1.523.530

-1.925.700

-1.977.100

-2.057.000

Totaal Schiedam

-48.780.959

-48.420.700

-52.086.000

-54.793.800

Eindtotaal

■123.727.823

-122.358.200

-133.181.900

-140.211.000

Overhead

Meerjarenperspectief 2026 -2029 Begroot Gemeente

Programma

Maassluis

Wmo Beschermd Wonen Jeugdhulp Overhead

2027 L

2028 L

2029 L

-12.135.300

-12.834.200

-13.527.800

-11.396.700

-11.879.800

-10.458.300

-10.798.300

-11.095.100

-

-1.070.400

-1.113.400

-1.158.200

-1.204.900

-1.253.700

-23.362.100

-24.388.600

-25.435.800

-26.661.300

Wmo

-24.775.400

-26.177.700

-27.488.600

-28.849.700

-30.257.900

Beschermd Wonen

-5.869.600

-6.204.800

-6.561.700

-6.883.100

-7.303.000

Jeugdhulp

-30.408.000

-31.382.500

-32.222.200

-33.079.900

-34.477.300

Overhead

-2.084.900

-2.168.700

-2.256.200

-2.347.300

-2.442.400

-63.137.900

-65.933.700

-68.528.700

-71.160.000

-74.480.600

-24.173.900

-25.476.200

-26.735.000

-28.068.800

-29.448.200

Totaal Vlaardingen Schiedam

2026 L -11.450.400

-22.279.300

Totaal Maassluis Vlaardingen

2025 -10.750.600

Wmo Beschermd Wonen

-

-

-

-

Jeugdhulp

-28.562.900

-29.477.200

-30.270.100

-31.078.100

-32.386.200

Overhead

-2.057.000

-2.139.700

-2.226.100

-2.316.100

-2.410.000

Totaal Schiedam

-54.793.800

-57.093.100

-59.231.200

-61.463.000

-64.244.400

Eindtotaal

-140.211.000

- 146.388.900

-'152.148.500

-158.058.800

-165.386.300

17

rogplus

Ontwerpbegroting

3.2

Programma Wmo

3.2.1

Vervoerskosten

Nieuwe contracten

Begin 2023 heeft Rogplus de Europese aanbesteding gepubliceerd voor de opdracht voor het vervoerloket en de opdracht voor het doelgroepenvervoer Wmo in de MVSgemeenten. Dit zijn gescheiden percelen die elk door een andere aanbieder uit worden gevoerd. De opdrachten zijn in het tweede kwartaal van 2023 gegund en de nieuwe contracten zijn ingegaan per augustus 2023. Vervoerloket

De vergoeding voor het vervoerloket bestaat vanaf 2024 uit twee onderdelen: 1. een vaste maandvergoeding 2. een variabele maandvergoeding. Elke maand factureert het Vervoerloket een vaste maandvergoeding aan Rogplus. Deze is niet afhankelijk van de prestatie-index of de prestatie-indicatoren. De variabele vergoeding is afhankelijk van de prestatie index per maand in relatie tot het aantal uitgevoerde ritten per maand. De variabele maandvergoeding is afhankelijk van de prestaties van de vervoerder. Hierbij nemen de prestaties toe als er zoveel mogelijk reizigerskilometers verreden worden met zo weinig mogelijk inzeturen. Omdat er een relatie is tussen de prestaties en het aantal ritten, wordt deze invloed ook meegenomen in de berekening. De in de ontwerpbegroting opgenomen budgetten worden gebaseerd op een doorrekening, waarin uit wordt gegaan van de feítelijk gemaakte kosten sinds het ingaan van de nieuwe contracten en het historisch gebruik van het Wmo-vervoer. De verdeling van de kosten voor het vervoerloket wordt gebaseerd op de aantallen gemaakte ritten over heel 2023. Conform het nieuwe contract wordt jaarlijks een prijsindex toegepast die gelijk is aan de met jaarmutatie van de consumentenprijsindex per september van het laatst afgesloten jaar volgens het CBS. Actueel is de stand van deze index 0,20Zo2.

Dit percentage is laag en deels een tegenreactie op de hoge inflatie, waar Nederland in de tweede helft van 2022 mee te maken had. Het percentage van 0,207o is van toepassing op de contracten voor 2024. Rogplus beschouwt deze lage inflatie als een eenmalige gebeurtenis en neemt aan dat de inflatie zich geleidelijk normaliseert en terugkeert tot het niveau van eerdere járen. Hierom hanteert Rogplus in de ontwerpbegroting 2025 het gemiddelde van de jaarmutaties in september van de consumentenprijsindex (CPI) in de laatste zeven afgesloten járen (2017 tot en met 2023). Dit is 3,5007o.

2 https://opendata.cbs. nlZstatlineZ#ZCBSZnlZdatasetZ70936NEDZtable?fromstatweb

18

rogplus

Ontwerpbegroting

Doelgroepenvervoer Wmo

De vergoeding voor de vervoerder is een vast tarief van per inzetuur van C 31,00 per voertuigtype, waarbij voor een rolstoeltaxibus een toeslag op het basistarief wordt gerekend van 200Zo. In de ontwerpbegroting wordt gerekend met het tarief van de vervoerder aan wie de opdracht is gegund. Bovenop het beschikbaarheidstarief wordt een tarief per inzetkilometer vergoed. Deze vergoeding bedraagt (onafhankelijk van het voertuigtype) 6 23,00 per 100 inzetkilometers. De inzeturen en de gereden kilometers worden gebaseerd op het historisch gebruik van het collectief vervoer vanuit de Wmo per gemeente. In het contract met de vervoerder is opgenomen dat de tarieven jaarlijks op worden gehoogd met de NEA-Index. Het laatst afgegeven percentage voor de NEA-index is 3,4 o/o. Dit percentage is van toepassing op 2024 en wordt ook toegepast op de ontwerpbegroting 2025 en het meerjarenperspectief 2026-2029. Ook geldt dit percentage voor de begrote individuele vervoerskosten (buiten het contract voor Wmo-vervoer).. Plan van aanpak doelgroepenvervoer

In 2022 is besloten dat in de begroting van Rogplus rekening wordt gehouden met de uitgaven voor drie acties uit het plan van aanpak doelgroepenvervoer. Het gaat om de volgende drie acties: » Actie 3. Extra capaciteit voor het koppelen van reizigersprofielen aan pashouders » Actie 4. Traject zelfstandig reizen Wmo- en leerlingenvervoer » Actie 9. Instellen van een vervoersloket (regiemodel, private variant) De geraamde uitgaven voor deze acties zijn C 107.000 in 2025, C 108.000 in 2026 en C 80.000 in 2027 en 2028. Het plan van aanpak doelgroepenvervoer beoogt (onder meer) een efficiëntere benutting van de verschillende (mede) door de overheid gefinancierde vervoersmiddelen, het openbaar vervoer en gesubsidieerd vervoer, zoals Argos Mobiel. In de ontwerpbegroting 2025 en het meerjarenperspectief wordt voorzichtigheidshalve vooralsnog geen rekening gehouden met een inverdieneffect op de uitgaven voor collectief Wmo-vervoer. Wel houdt Rogplus de ontwikkeling van het gebruik van collectief Wmo-vervoer nauwlettend in de gaten. Individuele vervoerskosten

In de ontwerpbegroting is een beperkt budget opgenomen voor individuele vervoerskosten. Dit betreft taxivergoedingen buiten de contracten met de vervoerders om. De omvang van dit budget is gebaseerd op historisch gebruik van deze voorziening. Dit budget heeft betrekking op een zeer beperkt aantal cliënten. De indicaties zijn na onderzoek (dossierstudie) opnieuw vastgesteld voor een jaar. Rogplus volgt deze cliënten om te beoordelen of individuele vervoerskostenvergoeding nog aan de orde blijven of het nieuwe model doelgroepenvervoer mogelijk een oplossing biedt.

19

rogplus

Ontwerpbegroting

Begroting 2025 Onderdeel Wmo-vervoer

Werkelijk

Begroot

Begroot

Begroot

2023

Primair 2024

1e wijziging 2024

2025

4.578.022

4.605.100

5.700.400

6.089.300

37.311

26.300

26.300

41.900

Individuele vervoerskosten Overhead

336.898

392.500

410.200

541.900

4.952.232

5.023.900

6.136.900

6.673.100

Meerjarenperspectief 2026 -2029 Begroot Onderdeel

2025

2026 L

2027 L

2028 L

2029 L

Wmo-vervoer

7.174.300

6.089.300

6.423.100

6.708.600

6.937.500

Individuele vervoerskosten

41.900

44.200

46.200

47.700

49.300

Overhead

541.900

565.800

590.600

616.600

643.800

6.673.100

7.033.100

7.345.400

7.601.600

7.867.400

Risico's

» »

Het aantal en de duur van de reizen met Wmo-vervoer valt hoger uit dan voorzien; Hogere NEA-index dan voorzien.

3.2.2

Scootmobielen en rolvoorzieningen

Omschrijving

Rogplus heeft sinds juni 2020 een contract met twee leveranciers voor de verstrekking van scootmobielen, rolstoelen (handbewogen en elektrisch), fietsen en roerende woonvoorzieningen. Onderdeel van dit contract is dat zoveel mogelijk voorzieningen worden herverstrekt en dat bij nieuw te verstrekken voorzieningen zoveel mogelijk een beroep wordt gedaan op het basispakket van de leveranciers De ontwerpbegroting voor het begrotingsonderdeel scootmobielen en rolvoorzieningen is opgebouwd naar analogie van het nieuwe contract. De kosten zijn weergegeven per soort voorziening en bevatten de kosten voor nieuwverstrekkingen, herverstrekkingen en onderhoud van de voorziening. In het nieuwe contract zijn de kindvoorzieningen (aangepaste kinderfietsen, kinderwagens en autostoeltjes) als een aparte categorie voorziening benoemd. Dit is zo overgenomen in de begroting. Voor rolvoorzieningen en roerende woonvoorzieningen hoeft geen eigen bijdrage te worden betaald, voor scootmobielen wel. Met ingang van de begroting van 2025 worden aandrijfunits en fietsen als aparte begrotingsonderdelen gepresenteerd. Voorheen werden deze gecombineerd gepresenteerd.

20

rogplus

Ontwerpbegroting

Uitgangspunten

Aantallen Sinds juni 2020 zijn de huidige contracten voor scootmobielen, rolvoorzieningen en roerende woonvoorzieningen van toepassing. De budgetten in de ontwerpbegroting 2025 voor scootmobielen, handbewogen rolstoelen, elektrische rolstoelen, aandrijfunits en fietsen en kindvoorzieningen zijn gebaseerd op de werkelijke kosten voor deze voorzieningen over heel 2023. Vervolgens is per soort voorziening op basis van de door de gemeenten afgegeven bevolkingsprognoses per leeftijdsgroep bepaald welk deel van de leeftijdsgroep in 2023 actief gebruik heeft gemaakt van de voorziening. Vervolgens zijn voor 2025 en verder de aantallen berekend op basis van de bevolkingsprognose per bevolkingsgroep, tenzij historische ontwikkelingen van de trend een significante afwijking laten zien ten opzichte van de bevolkingsprognoses. Dit is het geval bij scootmobielen en kindvoorzieningen. Sinds 2022 ziet Rogplus een toename van de aanvragen voor Wmo-ondersteuning voor inwoners met de spierziekte ALS. Het aantal bij Rogplus bekende ALS-patiënten is hierdoor sinds 2022 hoger dan gemiddeld. ALS-patiënten hebben meestal complexe rolen woonvoorzieningen nodig. Ook moet vaak hun woning worden aangepast. Rogplus anticipeert in de ontwerpbegroting op het financieel effect van deze ‘piek’.

Sportvoorzieningen en autoaanpassingen vallen buiten de contracten voor scootmobielen, rolvoorzieningen en roerende woonvoorzieningen. Electrische sportvoorzieningen worden in bruikleen verstrekt. In de ontwerpbegroting is op de budgetten van deze voorzieningen hetzelfde groeipercentage toegepast als voor de meest gebruikte voorziening binnen het contract: de scootmobiel. Momenteel vindt op initiatief van Rogplus een pilot met deelscootmobielen plaats. De verwachting is dat door het gebruik van deelscootmobielen de totale vraag naar scootmobielen af kan nemen. Hoewel de eerste resultaten van de pilot positief zijn, is er nog onvoldoende inzicht is in de effecten van het gebruik van deelscootmobielen. Ook is nog geen besluit genomen of deelscootmobielen onderdeel worden van het ‘reguliere aanbod’ aan Wmo-voorzieningen in de MVS-gemeenten. In de ontwerpbegroting 2025 is nog geen rekening gehouden met de invloed van het gebruik van deelscootmobielen op de (begrote) uitgaven voor scootmobielen. Cliënten gebruiken in voorkomende gevallen een pgb voor scootmobielen en rolvoorzieningen. Met ingang van de ontwerpbegroting 2025 worden de uitgaven hiervoor apart begroot. Prijs Conform de nieuwe contracten wordt jaarlijks een prijsindex toegepast die gelijk is aan de jaarmutatie van de consumentenprijsindex per september van het laatst afgesloten jaar volgens het CBS.

Actueel is de stand van deze index 0,2ozó3. Dit percentage is laag en deels een tegenreactie op de hoge inflatie, waar Nederland in de tweede helft van 2022

3 https://oDendata.cbs. nlZstatlineZ#ZCBSZrWdatasetZ70936NEDZtable?fromstatweb

21

rogplus

Ontwerpbegroting

mee te maken had. Het percentage van 0,2“/o is van toepassing op de contracten voor 2024. Rogplus beschouwt deze lage inflatie als een eenmalige gebeurtenis en neemt aan dat de inflatie zich geleidelijk normaliseert en terugkeert tot het niveau van eerdere járen. Hierom hanteert Rogplus in de ontwerpbegroting 2025 het gemiddelde van de jaarmutaties in september van de consumentenprijsindex (CPI) in de laatste zeven afgesloten járen (2017 tot en met 2023). Dit is 3,5007o. Begroting 2025 Onderdeel Scootmobielen

Werkelijk

Begroot

Begroot

Begroot

2023

Primair 2024

1e wijziging 2024

2025

2.223.175

1.929.800

2.192.800

18.588

78.000

53.700

56.000

Handbewogen rolstoelen

469.081

467.500

410.500

441.700

Electrische rolstoelen

682.648

721.300

740.100

776.200

Sportvoorzieningen

23.686

32.400

23.900

25.000

Aandrijfünits en fietsen

772.326

502.500

799.500

0

Aandrijfünits

0

0

0

601.900

Fietsen

0

0

0

226.200

189.683

133.900

192.700

219.900

Autoaanpassingen 1 -verstrekkingen

Kindvoorzieningen

2.428.000

267.199

327.300

342.000

343.300

4.646.385

4.192.700

4.755.200

5.118.200

Overhead

Meerjarenperspectief 2026-2029 Begroot Onderdeel

2025

2026 L

2027 L

2028 L

2029 L

Scootmobielen

2.702.200

2.428.000

2.497.100

2.571.700

2.647.500

Autoaanpassingen 1 -verstrekkingen

56.000

58.300

61.200

64.200

67.100

Handbevwgen rolstoelen

441.700

463.700

487.000

509.500

535.600

Electrische rolstoelen

776.200

814.200

817.800

852.200

896.400

Sportvoorzieningen

25.000

26.100

27.300

28.700

29.900 0

0

0

0

0

Aandrijfünits

601.900

628.700

660.200

689.500

723.400

Fietsen

226.200

236.300

248.100

259.100

271.800

238.700

252.400

264.000

278.500

Aandrijfünits en fietsen

Kindvoorzieningen Overhead

219.900 343.300

358.500

374.200

390.700

407.900

5.118.200

5.321.600

5.499.900

5.705.400

5.912.800

Risico's » » » *

Er worden meer nieuwe scootmobielen verstrekt dan voorzien Er wordt meer en/of gemiddeld duurder onderhoud aan scootmobielen uitgevoerd Er worden meer nieuwe rolvoorzieningen verstrekt dan voorzien Er worden duurdere of complexere rolvoorzieningen verstrekt dan voorzien

22

rogplus

Ontwerpbegroting

» »

Er wordt meer en/of gemiddeld duurder onderhoud aan rolvoorzieningen uitgevoerd De consumentenprijsindex valt hoger uit dan voorzien

3.2.3 Woonvoorzieningen Omschrijving

Onder het begrotingsonderdeel Woonvoorzieningen zijn de kosten van verhuis- en inrichtingskosten, roerende woonvoorzieningen, woningaanpassingen en onderhoud verwerkt. De te verstrekken woonvoorziening, ter compensatie van beperkingen bij het normale gebruik van de woning, kan bestaan uit: » een woonvoorziening in natura; » een persoonsgebonden budget te besteden aan een woonvoorziening. Bij dure woningaanpassingen moet worden verantwoord waarom verhuizen ofwel het verstrekken van een verhuis- en klusvoucher geen adequate oplossing is. Het primaat ligt immers bij verhuizen. Bij de afweging tussen aanpassen of verhuizen wordt er behalve met de kosten in verband met het verstrekken van de goedkoopst adequate voorziening met de sociale context van de cliënt rekening gehouden In overeenstemming met het Rijksbeleid willen de drie MVS-gemeenten dat inwoners langer zelfstandig thuis blijven wonen. De woningvoorraad verschilt per gemeente. Bij oudere woningen zijn complexere aanpassingen nodig om inwoners zelfstandig thuis te kunnen laten wonen. Rogplus werkt met woningbouwcorporaties en zorgpartijen aan samenwerkingsovereenkomsten die mogelijk moeten maken dat cliënten nog meer dan nu naar een geschikte woning kunnen verhuizen, zodat complexe woningaanpassingen kunnen worden vermeden.

De betrokken partijen werken aan initiatieven om in het kader van het Regionaal Integraal Gezondheidsakkoord (RIGA) meer samen op te trekken bij het thema langer zelfstandig wonen. In de ontwerpbegroting 2025 wordt vooralsnog geen rekening gehouden met een inverdieneffect van deze initiatieven. Sinds dit jaar ziet Rogplus dat rechters vanwege het woningtekort vaker geneigd zijn uitspraken te doen dat gemeenten niet zonder meer het primaat verhuizen kunnen hanteren en ingrijpende woningaanpassingen moeten toekennen. Hoe en of dit zich financieel vertaalt is nog onzeker. In de ontwerpbegroting 2025 wordt daarom (nog) geen rekening gehouden met deze ontwikkeling. Wel monitort Rogplus de kostenontwikkeling, zodat als daar aanleiding toe is de begroting aan kan worden gepast. Roerende woonvoorzieningen, zoals een tillift, een postoel, vallen onder dezelfde contracten als scootmobielen en rolvoorzieningen. Voor roerende woonvoorzieningen gelden daarom dezelfde begrotingskaders als voor scootmobielen en rolvoorzieningen.

23

rogplus

Ontwerpbegroting

Uitgangspunten

Aantallen In de ontwerpbegroting 2025 volgt de kostenontwikkeling voor woningaanpassingen, het onderhoud daarvan en verhuis- en inrichtingskosten de door de gemeenten verwachte groei van het aantal inwoners van 65 jaar en ouder per gemeente. Deze wordt voor Maassluis en Schiedam afgegeven door het (voormalige) Kenniscentrum MVS en voor Vlaardingen door de afdeling Informatie. Rogplus houdt bij de budgetten voor roerende woonvoorzieningen en woningaanpassingen rekening met de in de paragraaf ‘Scootmobielen en rolvoorzieningen’ genoemde piek in het aantal bij Rogplus bekende ALS-patiënten. Prijs In 2023 heeft Rogplus aanbestedingen gedaan voor (aangepaste) keukens, vlonders, spoel/föhn- en toiletvoorzieningen en trapliften. In overeenstemming met de nieuwe contracten wordt jaarlijks een prijsindex toegepast die gelijk is aan de jaarmutatie van de consumentenprijsindex per september van het laatst afgesloten jaar volgens het CBS. Actueel is de stand van deze index 0,2o7o4.Dit percentage is ook van toepassing op de roerende woonvoorzieningen die onder dezelfde contracten als scootmobielen en rolvoorzieningen vallen. Het percentage van 0,207o is van toepassing op de contracten voor 2024. Rogplus beschouwt deze lage inflatie als een eenmalige gebeurtenis en neemt aan dat de inflatie zich geleidelijk normaliseert en terugkeert tot het niveau van eerdere járen.

Hierom hanteert Rogplus in de ontwerpbegroting 2025 het gemiddelde van de jaarmutaties in september van de consumentenprijsindex (CPI) in de laatste zeven afgesloten járen (2017 tot en met 2023). Dit is 3,5007o. Vanwege het fluctuerende karakter van de kosten voor woningaanpassingen worden de werkelijke gemiddelde kosten over 2022 en 2023 als basis genomen voor de ontwerpbegroting. Begroting 2025 Onderdeel Verhuis- en inrichtingskosten

Werkelijk

Begroot

Begroot

Begroot

2023

Primair 2024

1e wijziging 2024

2025

40.577

39.000

41.000

42.800

207.600

195.700

219.600

192.600

Woningaanpassingen

1.486.349

1.351.200

1.601.800

1.631.900

Onderhoud 1 reparatie

333.476

282.300

231.700

240.100

Roerende woonvoorzieningen

Overhead

152.609

138.500

144.500

189.700

2.220.611

2.006.700

2.238.600

2.297.100

4 https://opendata.cbs.nI/statline/#/CBS/nl/dataset/70936NED/table7fromstatweb

24

rogplus

Ontwerpbegroting

Meerjarenperspectief 2026-2029 Begroot Onderdeel Verhuis- en inrichtingskosten

2025 42.800

2026 L 44.700

2027 L 46.700

2028 L

2029 L 51.000

48.800

192.600

201.100

207.800

218.000

227.600

Woningaanpassingen

1.631.900

1.767.800

1.874.600

2.025.100

2.182.600

Onderhoud 1 reparatie

240.100

250.700

261.900

274.100

286.100

Overhead

189.700

198.000

206.800

216.000

225.400

2.297.100

2.462.300

2.597.800

2.782.000

2.972.700

Roerende woonvoorzieningen

Risico's

De woningmarkt zit op slot. Het aantal beschikbare nieuwe woningen is beperkt en daardoor stagneert de instroom en doorstroom op de woningmarkt. Als er onvoldoende geschikte woningen voor Rogplus cliënten beschikbaar zijn, dan bestaat er een reëel risico dat er meer woningaanpassingen moeten worden gedaan en woonvoorzieningen verstrekt moeten worden om mensen langer zelfstandig thuis te kunnen laten wonen » » » »

Er worden meer roerende woonvoorzieningen verstrekt dan voorzien Er wordt meer en/of duurder onderhoud aan woonvoorzieningen uitgevoerd Er worden meer of duurdere woningaanpassingen (individueel en collectief) gedaan dan voorzien De consumentenprijsindex valt hoger uit dan voorzien

3.2.4 Schoon Huis Omschrijving

Sinds 2020 wordt hulp bij het huishouden als algemene voorziening aangeboden aan de inwoners van de MVS-gemeenten. Beschikkingen voor hulp bij het huishouden worden op basis van deze algemene voorziening verstrekt met aanvullend de mogelijkheid van een maatwerkvoorziening. De maatwerkvoorziening kan als zorg in natura en via pgb worden verstrekt. De algemene voorziening wordt alleen beschikt als zorg in natura. Rogplus heeft contracten met vijf zorgaanbieders voor het leveren van dienstverlening met betrekking tot een schoon huis (hulp bij het huishouden). De contracten zijn ingegaan op 1 januari 2020 en lopen, na verlenging, door tot en met 2026. Er zijn drie onderdelen waaruit de dienstverlening kan bestaan: » Algemene Voorziening Schoon Huis « Maatwerkvoorziening Schoon Huis » Aanvullende Algemene Voorziening Schoon Huis De Algemene Voorziening Schoon Huis wordt door Rogplus beschikt op 108 uur per cliënt per jaar. De zorgaanbieder levert haar dienstverlening en factureert 108 uur op jaarbasis, ongeacht het daadwerkelijk aantal geleverde uren. Er kan nooit meer gefactureerd worden dan 108 uur op jaarbasis. De eventueel niet geleverde uren worden door de zorgaanbieder ingezet bij andere cliënten. De Maatwerkvoorziening Schoon Huis wordt

25

rogplus

Ontwerpbegroting

door Rogplus beschikt op een nader te bepalen aantal uur per jaar. De zorgaanbieder levert haar dienstverlening en factureert alleen de daadwerkelijk geleverde uren. Er kan nooit meer gefactureerd worden dan beschikt. De Aanvullende Algemene Voorziening Schoon Huis is de opvolger van de Huishoudelijke Hulp Toeslag. Mantelzorgers kunnen tegen een vergoeding extra uren huishoudelijke hulp inkopen. Voor de taak ‘de was doen’ is de was- en strijkservice een voorliggende voorziening. Uitgangspunten

Aantallen Sinds 2020 wordt hulp bij het huishouden als algemene voorziening aangeboden aan de inwoners van de MVS-gemeenten. Rogplus heeft begin 2024 voorgesteld de contracten met de aanbieders van Schoon Huis te verlengen. Als de aanbieders het voorstel overnemen zijn de contracten in ieder geval in 2025 en 2026 (nog) van toepassing. In de ontwerpbegroting wordt uitgegaan van verlenging van de contracten. De aantallen cliënten en declaraties voor huishoudelijke hulp in 2025 en verder worden gebaseerd op het gebruik van de algemene voorziening schoon huis en de maatwerkvoorziening over 2023. Bij de berekening van de aantallen cliënten Schoon Huis wordt rekening gehouden met de volgende factoren: Ontwikkelingen met een versterkend effect op de uitgaven voor huishoudelijke hulp: « Abonnementstarief. In 2019, sinds de invoering van het abonnementstarief voor de eigen bijdrage, is de vraag naar hulp bij het huishouden sterk toegenomen. Deze groei is inmiddels afgevlakt. Een verklaring hiervoor is dat de aanzuigende werking van het abonnementstarief minder wordt en er binnen de doelgroep verzadiging optreedt: na verloop van tijd zal een groter deel van de inwoners die aanspraak kunnen maken op hulp bij het huishouden op grond van de Wmo dit ook hebben gedaan. » Vergrijzing. Met name oudere inwoners van de MVS-gemeenten doen een beroep op huishoudelijke hulp op basis van de Wmo.

De bevolking van de gemeenten vergrijst geleidelijk. Ontwikkelingen met een dempend effect op de uitgaven voor huishoudelijke hulp: » Adviesoesprekken. Rogplus wijst, meer dan voorheen, inwoners actief op andere oplossingen, zoals de inzet van particuliere hulp of hulp door familie en bekenden. Ook dit heeft een dempend effect op de groei. * Krapte op de arbeidsmarkt. Sinds 2021 hebben aanbieders steeds meer moeite met het vinden van personeel. Door het tekort aan medewerkers kan niet altijd aan de vraag naar huishoudelijke hulp worden voldaan en zijn wachtlijsten ontstaan. De aantallen wachtenden en de duur van de wachttijd verschillen per gemeente en per aanbieder. De verwachting is dat de krapte op de arbeidsmarkt ook na 2024 aanhoudt. » Powerful Ageing. Cliënten die aan bepaalde voorwaarden voldoen krijgen via Rogplus de mogelijkheid om onder begeleiding van een fysiotherapeut oefeningen te doen die een positieve invloed hebben op hun spierkracht en daarmee hun zelfredzaamheid

26

rogplus

Ontwerpbegroting

»

vergroten. Hierdoor kunnen de cliënten langer zelf huishoudelijk werk doen. Omdat de oefeningen vaak in groepsverband plaatsvinden leidt deze aanpak ook tot sociale interacties die een positieve invloed hebben op de gezondheid van mensen. Aanpassing eigen bijdrage. Het kabinet heeft besloten om voor alle Wmovoorzieningen waar nu het abonnementstarief voor geldt, een inkomensafhankelijke eigen bijdrage in te voeren. Op dit moment betaalt elke cliënt die van een of meer van deze voorzieningen gebruik maakt C 20,60 per maand (het abonnementstarief), ongeacht het inkomen. Met de voorgestelde invoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage wordt de hoogte van de eigen bijdrage bij alle maatwerkvoorzieningen afhankelijk van het inkomen. Het streven is dat deze wijziging per 1 januari 2026 ingaat. Dit is afhankelijk van de besluitvorming in de Tweede Kamer. Het is nog niet bekend hoe de nieuwe, inkomensafhankelijke eigen bijdrage in de praktijk toe moet worden gepast.

Het beroep op de algemene voorziening Schoon Huis neemt per saldo toe. In 2023 is het aantal cliënten met een beschikking voor de algemene voorziening Schoon Huis gestegen met gemiddeld 2,007o. De verzilveringsgraad was eind 2023 lager dan eind 2021: 90,1 “/o om 91,50Zo Ook bij de verzilveringsgraad bestaan er verschillen tussen de gemeenten. De stijging van de vraag naar de algemene voorziening Schoon Huis vertaalt zich, zolang er wachtlijsten bestaan minder dan evenredig in een stijging van de kosten. In de ontwerpbegroting neemt Rogplus aan dat de wachtlijstproblematiek in 2025 doorzet. Rogplus houdt in de ontwerpbegroting rekening met de verschillen tussen de gemeenten in de ontwikkeling van de aantallen cliënten met een beschikking voor de algemene voorziening Schoon Huis en de verzilveringsgraad daarvan. Voor de maatwerkvoorziening Schoon Huis geldt dat zowel de aantallen cliënten met een beschikking als de aantallen cliënten aan wie de voorziening is geleverd in 2023 in alle drie de gemeenten is gedaald. Deze daling zette zich in 2022 al in. De verzilveringsgraad ligt in alle drie de gemeenten rond 76,00Zo. In de ontwerpbegroting 2025 gaat Rogplus in 2024 uit van dalende aantallen cliënten voor de maatwerkvoorziening Schoon Huis en in 2025 en verder van stabilisatie. Rogplus houdt in de ontwerpbegroting rekening met de verschillen tussen de gemeenten.

Mantelzorgers kunnen de algemene aanvullende voorziening (AAV) Schoon huis aanvragen. Daarmee kunnen ze voor maximaal 104 uur per jaar hulp bij het huishouden krijgen voor een bedrag van C 7,50 per uur. In Maassluis wordt een inkomensgrens gehanteerd van 13007o van het minimuminkomen. De budgetten voor de AAV worden gebaseerd op de aantallen mantelzorgers die in 2023 gebruik hebben gemaakt van de AAV.

Voor huishoudelijke hulp op basis van pgb wordt het gebruik gebaseerd op de stand van de pgb’s aan het begin van 2024. Deze stand wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de door de gemeenten verwachte groei van het aantal inwoners van 40 jaar en ouder per gemeente.

27

rogplus

Ontwerpbegroting

Prijs Cliënten die gebruik maken van de algemene voorziening Schoon Huis ontvangen jaarlijks gemiddeld 108 uur huishoudelijke hulp. De budgetten voor de algemene voorziening schoon huis worden in de ontwerpbegroting 2025 bepaald door per gemeente het aantal verwachte cliënten te vermenigvuldigen met 108 uur en met het in de overeenkomsten met de aanbieders opgenomen uurtarief. Dit uurtarief is ook van toepassing op de maatwerkvoorzieningen. In de contracten met de aanbieders is vastgelegd dat de uurtarieven jaarlijks opnieuw worden vastgesteld op basis van een kostprijsberekening gebaseerd op de AMvB reële prijs Wmo 2015. Voor 2024 is dit uurtarief C 37,80. Jaarlijks wordt dit uurtarief vastgesteld op basis van de afspraken in de CAO voor Verpleeg-, Verzorgingshuizen, Thuiszorg en Jeugdgezondheidszorg (VVT). In de ontwerpbegroting worden de uurtarieven jaarlijks geïndexeerd met het (laatste bekende) prijsindexcijfer personele kosten (Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling, OVA). De Nza (Nederlandse Zorgautoriteit) neemt dit percentage over als indexcijfer voor de ontwikkeling van personeelskosten. Het voorlopige percentage voor 2024 van de OVA is 4,940Zo5. Dit percentage is ook van toepassing op hulp bij het huishouden op basis van pgb. Binnen de begroting voor de algemene voorziening schoon huis is een budget gereserveerd voor de was- en strijkservice.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14097020/1