Bijlage ontwerp-wijzigingsplan Polderweg 260
Tekst van het document
1.65 landschappelijke waarde: de aan een gebied toegekende waarden in verband met de waarneembare verschijningsvorm van dat gebied. 1.66 lu ifel: een aan de gevel van een gebouw aangebracht, niet op de grond rustend of anderszins ondersteund (uitschuifbaar) afdak. 1.67 maatschappelijke voorziening: educatieve, (sociaal-)medische, (sociaal-)culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, als ook ondergeschikte detailhandel en ondersteunende horeca ten dienste van deze voorzieningen. 1.68 mantelzorg: het bieden van zorg aan een ieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband in de vorm van inwoning in het hoofdgebouw of een aan- of bijgebouw. 1.69 milieu desku ndige: de door het college als zodanig aangewezen deskundige.
58
wijzigingsplan Polderweg 260 (ontwerp)
wijzigingsplan Polderweg 260
1.70 natu u rlijke waarden: de aan een gebied toegekende waarden in verband met de geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang, voorkomend in een gebied. 1.71 nu tsvoorziening: voorziening ten behoeve van het openbaar nut, zoals voorzieningen ten behoeve van de levering van elektriciteit, gas, drinkwater en telecommunicatienetwerken, alsmede ten behoeve van riolering en afvalinzameling. 1.72 onderbou w: een gedeelte van een gebouw dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,2 meter boven het peil is gelegen. 1.73 overbou wing: een met de gevel van een gebouw verbonden, boven de ondergrond uitstekende, open (balkon)constructie welke hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij indirect steun vindt in of op de grond. 1.74 overig bou wwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.75 overkapping: een overdekte constructie met maximaal drie wanden waarvan er maximaal twee tot de constructie behoren. 1.76 pand de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is.
1.77 parkeervoorziening een plek die geschikt is en ook gebruikt kan worden om te parkeren en waar het tevens mogelijk is om bepaalde maatregelen te treffen om dat parkeren ook daadwerkelijk mogelijk te maken 1.78 peil: a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een weg of pad grenst: de (ontwerp- of streef-)hoogte van die weg of dat pad ter plaatse van de hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het afgewerkte terrein of dak van een parkeervoorziening ter plaatse van de hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; c. indien in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil. 1.79 permanente bewoning: het gebruik van een voor recreatieve bewoning bedoeld (deel van) een gebouw als hoofdverblijf, vaste woon- of verblijfsplaats of woonadres. 1.80 plaatsgebonden risico: de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op een bepaalde locatie buiten een inrichting of een transportroute voor het vervoer van gevaarlijke stoffen verblijft overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting of op de transportroute waarbij een gevaarlijke (afval)stof betrokken is.
wijzigingsplan Polderweg 260 (ontwerp)
59
wijzigingsplan Polderweg 260
1.81 praktijkru imte: een beroeps- of bedrijfsmatige werkruimte voor de uitoefening van een aan huis gebonden beroep of bedrijf, alsmede daarmee (qua ruimtelijke uitstraling) gelijk te stellen beroepen en bedrijven. 1.82 produ ctiegebonden detailhandel: detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie. 1.83 prostitu tie: het zich ten behoeve van een ander tegen vergoeding beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele diensten. 1.84 raamprostitu tie: het etaleren van prostituees achter vensters. 1.85 recreatief medegebru ik een recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegelaten, niet zijnde verblijfsrecreatie. 1.86 risicovolle inrichting: a. een inrichting waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde, een richtwaarde voor het risico dan wel een risicoafstand moet worden aangehouden tot op grond van het bestemmingsplan toegelaten kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen; b. een inrichting waarvoor regels gelden krachtens artikel 8.40 van de Wet milieubeheer.
1.87 seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden; onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.88 speelvoorziening: ontmoetingsplek waarbij wordt voorzien in de behoefte tot vermaak en ontspanning. 1.89 straatmeu bilair: de op of bij de weg behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals: verkeerstekens, wegbebakeningen, bewegwijzeringen, verlichting, halte-aanduidingen, parkeerregulerende constructies, roadbarriers, afvalinzamelsystemen, brandkranen, informatie- en reclameobjecten, rijwielstandaards, papier- en plantenbakken, zitbanken, communicatievoorzieningen, beeldende kunst, gedenktekens, speelvoorzieningen, abri's, oplaadpalen e.d.. 1.90 straatprostitu tie: het zich op de openbare weg, in de openbare ruimte of in een zich op de openbare weg respectievelijk openbare ruimte bevindend voertuig door middel van handeling, houding, woord, gebaar of op een andere wijze beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.
1.91 verblijfsgebied: het tot de openbare ruimte behorende gebied hoofdzakelijk bestemd en ingericht voor (ontsluitings)wegen, fiets- en voetpaden, water, parkeer-, speel- en groenvoorzieningen.
60
wijzigingsplan Polderweg 260 (ontwerp)
wijzigingsplan Polderweg 260
1.92 voorgevel: de naar de weg of naar het openbaar gebied gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg of het openbaar gebied gekeerde gevel, de gevel die door zijn aard, functie, constructie dan wel gelet op de uitstraling ervan als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. 1.93 voorgevelrooilijn: a. langs een wegzijde met een regelmatige of nagenoeg regelmatige ligging van de bestaande bebouwing: de evenwijdig aan de as van de weg gelegen lijn welke aansluit aan de ligging van de voorgevels van de bestaande hoofdgebouwen en een zo gelijkmatig beloop overeenkomstig de weg heeft; b. langs een wegzijde waarlangs geen bebouwing als bedoeld onder a aanwezig is: 1. bij een wegbreedte van ten minste 10,0 meter, de lijn gelegen op 15,0 meter uit de as van de weg; 2. bij een wegbreedte minder dan 10,0 meter de lijn gelegen op 10 meter uit de as van de weg. 1.94 vrijstaande woning: een woning welke, met inbegrip van aanbouwen en aangebouwde overkappingen, los staat van de zijdelingse perceelsgrenzen. 1.95 woning: een (gedeelte van een) gebouw, dat dient voor de huisvesting van één of meerdere huishouden(s) of een niet als huishouden samenwonende groep van personen. 1.96 woonadres: a.
het adres waar betrokkene woont, of indien betrokkene op meer dan één adres woont, het adres waar hij naar verwachting gedurende een half jaar de meeste malen zal overnachten; b. het adres waar, bij het ontbreken van een adres als bedoeld onder a, betrokkene naar redelijke verwachtingen gedurende drie maanden minimaal tweederde van de tijd zal overnachten. 1.97 woongebou w: een gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als één eenheid beschouwd kan worden. 1.98 woonwagen een voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een woonwagenstandplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst. 1.99 woonwagenstandplaats een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten.
wijzigingsplan Polderweg 260 (ontwerp)
61
wijzigingsplan Polderweg 260
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 (bou w)hoogte van een bou wwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een bouwwerk of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen zoals schoorstenen, zonnepanelen, antennes en andere naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.2 afstand de afstand, loodrecht gemeten, tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. 2.3 bebou wd oppervlak van een bou wperceel: de oppervlakte van alle op een bouwperceel gelegen bouwwerken tezamen. 2.4 bebou wingspercentage: percentage van de oppervlakte van een bouwperceel of ander vlak, dat mag worden bebouwd. 2.5 breedte, lengte en diepte van een bou wwerk tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels of het hart van de scheidsmuren. 2.6 dakh elling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.7 gebru iksoppervlakte de gebruiksoppervlakte volgens NEN2580. 2.8 gooth oogte van een bou wwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
2.9 h oogte van een bou wlaag: tussen de bovenzijde van de vloeren van geheel of gedeeltelijk onder elkaar gelegen bouwlagen; indien sprake is van één bouwlaag is de hoogte daarvan gelijk aan de goothoogte. 2.10 h oogte van een windtu rbine: vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de turbine. 2.11 inh ou d van een bou wwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.12 ondergeschikte bou wdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden: a. ondergeschikte bouwdelen, zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken, dan wel daarmee naar aard en omvang gelijk te stellen bouwonderdelen, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van de bouw- en bestemmingsgrenzen niet meer bedraagt dan 1,0 meter; b. een liftschacht, liftkoker en (ondergeschikte dakopbouwen ten behoeve van) een technische installatie buiten beschouwing gelaten mits de overschrijding van de maximaal toegelaten hoogte niet meer bedraagt dan 3,0 meter.
62
wijzigingsplan Polderweg 260 (ontwerp)
wijzigingsplan Polderweg 260
2.13 oppervlakte van een bou wwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.14 oppervlakte van een overkapping: tussen de (neerwaarts geprojecteerde) buitenzijde van de afdekking van de overkapping. 2.15 verticale diepte van een gebou w: de diepte van een gebouw, gemeten vanaf de onderzijde van de begane grondvloer.
wijzigingsplan Polderweg 260 (ontwerp)
63
wijzigingsplan Polderweg 260
64
wijzigingsplan Polderweg 260 (ontwerp)
wijzigingsplan Polderweg 260
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels
Groen - 2
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. behoud en versterking van natuur- en landschapswaarden; b. bos- en groenvoorzieningen; c. extensieve recreatie; met daarbij behorende: d. bruggen en duikers; e. cultuur- en milieueducatieve voorzieningen; f. ontsluitingswegen, paden en verhardingen; g. straatmeubilair en speelvoorzieningen; h. waterlopen, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen. 3.2 Bouwregels Ter plaatse van de in deze bestemming bedoelde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de bestemming, en voorts met inachtneming van de volgende regels: a. uitsluitend toegelaten zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b. bouwwerken geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten tot een hoogte van: 1. maximaal 1,0 meter voor terreinafscheidingen; 2. maximaal 7,0 meter voor palen en masten; 3. maximaal 3,0 meter voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3.3
Afwijken van de bouwregels
3.3.1 Omgevingsvergunning afwijken terreinafscheiding Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in lid 3.2, onder b voor terreinafscheidingen tot een hoogte van 3,0 meter. 3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.4.1 Algemeen Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. de aanleg van bestratingen of andere oppervlakteverhardingen; b. grondwerkzaamheden, waartoe ook wordt gerekend het ontginnen, verlagen, afgraven, diepploegen, woelen en mengen van gronden; c. het aanleggen, verdiepen, verbreden of dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen; d. het ontginnen van grasgronden; e. het scheuren van grasgronden, anders dan ten behoeve van het herinzaaien van de gronden; f. het aanbrengen of planten van bomen of andere houtopstanden; g. het verwijderen, kappen of beschadigen van bomen of andere houtopstanden hoger dan 1,50 meter; h. het verwijderen van oevervegetaties; i. de aanleg van oeverbeschoeiingen, kaden of aanlegplaatsen;
wijzigingsplan Polderweg 260 (ontwerp)
65
wijzigingsplan Polderweg 260
j.
het aanbrengen van boven- of ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur dan wel het indrijven van enig ander voorwerp.
3.4.2 Uitzondering Het in lid 3.4.1 bedoelde verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; b. het verwijderen van bomen betreft, waarbij sprake is van zieke bomen of bomen die bijvoorbeeld door blikseminslag gevaar kunnen opleveren; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het bestemmingsplan dan wel mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning. 3.4.3 Toetsingscriteria en voorwaarden De in lid 3.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien: a. de aanwezige natuur- en landschapswaarden niet worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind; b. vooraf advies wordt ingewonnen bij de stadsecoloog.
66
wijzigingsplan Polderweg 260 (ontwerp)
wijzigingsplan Polderweg 260
Artikel 4
Wonen
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. mantelzorg; c. de uitoefening van een aan huis gebonden beroep of aan huis verbonden (bedrijfs)activiteit, mits de gezamenlijke oppervlakte welke ten behoeve van een beroep of bedrijf aan huis wordt gebruikt niet meer bedraagt dan 30% van de totale oppervlakte van de woning; met daarbij behorende: d. ontsluitingswegen, paden en verhardingen; e. parkeervoorzieningen; f. tuinen en erven; g. waterlopen, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen. 4.2 Bouwregels Ter plaatse van de in deze bestemming bedoelde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de bestemming, en voorts met inachtneming van de volgende regels: 4.2.1 algemene bouwregels a. het totaal aantal woningen bedraagt maximaal 7; b. woningen worden vrijstaand of halfvrijstaand gebouwd; c. het bouwvlak mag voor maximaal 20% worden bebouwd; d. de breedte van een bouwperceel bedraagt bij een vrijstaande woning maximaal 12 m; e. de breedte van een bouwperceel bedraagt bij halfvrijstaande woningen maximaal 15 m; 4.2.2 regels ten aanzien van hoofdgebouwen: a. hoofdgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; b. hoofdgebouwen bestaan uit maximaal twee bouwlagen en zijn afgedekt met een kap; c. de inhoud van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 750 m³; d.
de onderlinge zijdelingse afstand tussen hoofdgebouwen bedraagt minimaal 5 m. 4.2.3 regels ten aanzien van aanbouwen, bijgebouwen en overkappingen a. aanbouwen, bijgebouwen en overkappingen dienen op een afstand van minimaal 1,0 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan te worden gebouwd; b. aanbouwen, bijgebouwen en overkappingen dienen op een afstand van minimaal 1,0 meter uit de zijdelingse perceelsgrens te worden gebouwd; c. de gezamenlijke oppervlakte van aanbouwen, bijgebouwen en overkappingen mag maximaal 75 m² bedragen, mits niet meer dan 40% van het zij- en achtererf van het hoofdgebouw wordt bebouwd; d. de horizontale diepte van aanbouwen aan de achtergevel van een hoofdgebouw mag niet meer dan 3,0 meter bedragen; e. de bouwhoogte van aanbouwen en aangebouwde overkappingen mag maximaal de bouwhoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw bedragen, vermeerderd met 0,3 meter; f. de bouwhoogte van bijgebouwen en vrijstaande overkappingen mag niet meer dan 3,0 meter bedragen. 4.2.4 regels ten aanzien van bouwwerken, geen gebouwen zijnde: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag maximaal 2,0 meter bedragen, tenzij deze zijn gelegen vóór de voorgevel of het verlengde daarvan, in welk geval de hoogte niet meer mag bedragen dan 1,0 meter;
wijzigingsplan Polderweg 260 (ontwerp)
67
wijzigingsplan Polderweg 260
b. de hoogte van palen en masten mag maximaal 7,0 meter bedragen; c. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 3,0 meter bedragen. 4.3
Afwijken van de bouwregels
4.3.1 Omgevingsvergunning afwijken erf- en terreinafscheiding Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in lid 4.2.4, onder a voor erf- en terreinafscheidingen welke voor de voorgevel of het verlengde daarvan zijn gelegen tot een hoogte van 2,0 meter. 4.3.2 Omgevingsvergunning afwijken oppervlakte aanbouwen, bijgebouwen en overkappingen Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in lid 4.2.3, onder c voor aanbouwen, bijgebouwen en overkappingen tot te laten, met dien verstande dat: a. de gezamenlijke oppervlakte van aanbouwen, bijgebouwen en overkappingen maximaal 75 m² mag bedragen en niet meer dan 50% van het bij het hoofdgebouw behorende zij- en achtererf wordt bebouwd; b. de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast. 4.4 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan de situering, de goot- en bouwhoogte van aanbouwen, bijgebouwen en overkappingen, ter waarborging van: a. de verkeersveiligheid; b. een evenwichtig ruimtelijk beeld; c. landschappelijke- en cultuurhistorische waarden; d. de bezonning, privacy en/of gebruiksmogelijkheden van aangrenzende percelen. 4.5 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. het totaal aantal woningen mag niet meer bedragen dan 7; 4.6
Voorwaardelijke verplichtingen
4.6.1 Inrichtingsplan a. Het gebruik van de gronden met de bestemming Wonen conform de bestemming is alleen toegestaan wanneer een inrichtingsplan voor het gehele plangebied is ingediend en Burgemeester en Wethouders deze hebben goedgekeurd. b. Uit het inrichtingsplan zoals bedoeld onder a. blijkt de inrichting, het beheer en het onderhoud van de beoogde groenzone binnen de bestemming Groen-2 binnen het plangebied en de beoogde verkavelingsopzet en stedenbouwkundige inrichting binnen de bestemming Wonen binnen het plangebied. Het inrichtingsplan houdt rekening met de relevante regels binnen de bestemmingeb Groen-2 en Wonen. Het inrichtingsplan gaat daarnaast in op waterhuishoudkundige, ecologische en klimaatadaptieve aspecten voor zover deze in de relatie tot de voorgenomen ontwikkeling relevant zijn. 4.6.2 Ontsluitingsweg a. De bestaande ontsluitingsweg binnen het plangebied mag niet verwijderd of veranderd worden ten opzichte van de staat waarin deze zich bevindt ten tijde van het ter inzage leggen van het ontwerp van het bestemmingsplan. b. Afwijking van het onder a. bepaalde is alleen mogelijk indien: 1. het gaat om regulier beheer en onderhoud van de bestaande weg en geen werkzaamheden plaatsvinden onder het maaiveld; 2. danwel uit nader onderzoek blijkt dat de bodemkwaliteit ter plaatse van de ontsluitingsweg
68
wijzigingsplan Polderweg 260 (ontwerp)
wijzigingsplan Polderweg 260
c.
na sanering of het treffen van maatregelen voldoet aan het bepaalde in de Wet bodembescherming. Burgemeester en wethouders kunnen nadere voorwaarden verbinden aan het onder b. bepaalde.
4.6.3 Brandveiligheidsvoorzieningen a. Het gebruik van de gronden met de bestemming Wonen is alleen toegestaan wanneer de hoofdgebouwen qua zelfredzaamheid en andere veiligheidsaspecten voldoen aan de relevante eisen en voorwaarden zoals opgenomen in het als bijlage 2 bij deze regels gevoegde Advies Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. b. Burgemeester en wethouders kunnen nadere voorwaarden verbinden aan het onder a. bepaalde. In de beoordeling in hoeverre wordt voldaan aan het onder a. bepaalde kan advies worden ingewonnen bij de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond.
wijzigingsplan Polderweg 260 (ontwerp)
69
wijzigingsplan Polderweg 260
Artikel 5
Leiding - Hoogspanningsverbinding
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg, instandhouding en het beheer en onderhoud van een bovengrondse hoogspanningsverbinding van maximaal 150 kV met bijbehorende masten en veiligheidsvoorzieningen, met een belemmeringszone ter breedte van 25 meter aan weerszijden van de hartlijn van de de hoogspanningsverbinding. 5.2 Bouwregels In het belang van de bescherming van de ter plekke aanwezige leiding mogen, in afwijking van het bepaalde bij de andere met de dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' samenvallende bestemming, op deze gronden uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd ten behoeve van de dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanningsverbinding', tot een hoogte van maximaal 40,0 meter. 5.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in lid 5.2 voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor zover deze zijn toegelaten op grond van de regels van de andere bestemmingen waarmee de dubbelbestemming 'Leiding Hoogspanningsverbinding' samenvalt, mits vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder, waaruit blijkt dat de belangen van de leidingbeheerder niet worden geschaad.
5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1 Algemeen Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen van hoogopgaande beplanting of bomen; b. het aanbrengen van bovengrondse constructies, installaties of apparatuur hoger dan 5,0 meter. 5.4.2 Uitzondering Het in lid 5.4.1 bedoelde verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; b. reeds in uitvoering zijn of waarvoor vergunning is verleend voor het tijdstip van het van kracht worden van het bestemmingsplan; c. noodzakelijk zijn voor de uitvoering of realisatie van een bouwplan welke is toegelaten op grond van het bepaalde in artikel 5.2 of waarvoor op grond van artikel 5.3 wordt afgeweken van het bestemmingsplan. 5.4.3 Toetsingscriteria en voorwaarden De in lid 5.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien: a. door de uitvoering van de bedoelde werken en/of werkzaamheden, dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen het normaal functioneren van de leiding niet wordt of kan worden aangetast; b.
de werken en/of werkzaamheden zijn toegelaten op grond van de regels van deze bestemming, dan wel van de andere bestemmingen waarmee de dubbelbestemming samenvalt; c. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder.
70
wijzigingsplan Polderweg 260 (ontwerp)
wijzigingsplan Polderweg 260
5.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen, blijkens een schriftelijk advies van de leidingbeheerder, de bestemming 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' wijzigen door de bestemmingsaanduiding geheel of gedeeltelijk te verwijderen, indien ter plaatse de hoogspanningsverbinding is komen te vervallen, blijkens een schriftelijk advies van de leidingbeheerder.
wijzigingsplan Polderweg 260 (ontwerp)
71
wijzigingsplan Polderweg 260
Artikel 6
Waarde - Archeologie
6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden. 6.2 Bouwregels In het belang van de archeologische monumentenzorg mogen, in afwijking van het bepaalde bij de andere met de bestemming 'Waarde - Archeologie' samenvallende bestemming(en), geen bouwwerken (waaronder begrepen het heien van heipalen en het slaan van damwanden) worden gebouwd: a. ter plaatse van de aanduiding 'Waarde - Archeologie 1', waarvan de gezamenlijke oppervlakte groter is dan 100 m² en die dieper reiken dan 0,3 meter beneden het maaiveld. 6.3 Afwijken van de bouwregels a. Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van de bouwregels, als bedoeld in lid 6.2, voor bouwwerken voor zover deze zijn toegelaten op grond van de regels van de andere bestemmingen waarmee de bestemming 'Waarde - Archeologie' samenvalt. b. Er kan slechts afgeweken worden van de bouwregels indien op basis van een archeologisch onderzoek kan worden aangetoond dat ter plaatse waar gebouwd gaat worden geen archeologische waarden als zodanig aanwezig zijn, dan wel dat er passende maatregelen zijn genomen om de aanwezige archeologische waarden veilig te stellen. c.
Aan de afwijking van de bouwregels kunnen in ieder geval de volgende voorwaarden worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige. 6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1 Algemeen Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. grondwerkzaamheden, waartoe ook wordt gerekend het ontginnen, verlagen, afgraven, diepploegen, woelen en mengen van gronden; b. het aanleggen, verdiepen, verbreden van sloten, watergangen en overige waterpartijen; c. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; d. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur dan wel het indrijven van enig ander voorwerp. 6.4.2 Toepassingsbereik Het in lid 6.4.1 bedoelde verbod geldt voor werken en werkzaamheden: a.
ter plaatse van de aanduiding 'Waarde - Archeologie 1', waarvan de gezamenlijke oppervlakte groter is dan 100 m² en die dieper reiken dan 0,3 meter beneden het maaiveld. 6.4.3 Uitzondering Het in lid 6.4.1 bedoelde verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden welke:
72
wijzigingsplan Polderweg 260 (ontwerp)
wijzigingsplan Polderweg 260
a. het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het bestemmingsplan; c. noodzakelijk zijn voor de uitvoering of realisatie van een bouwplan welke is toegelaten op grond van het bepaalde in artikel 6.2 of waarvoor op grond van artikel 6.3 wordt afgeweken van het bestemmingsplan. 6.4.4 Toetsingscriteria en voorwaarden a. De in lid 6.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien: 1. op basis van een archeologisch onderzoek kan worden aangetoond dat ter plaatse waar de werken en/of werkzaamheden plaatsvinden geen archeologische waarden als zodanig aanwezig zijn, dan wel dat er passende maatregelen zijn genomen om de aanwezige archeologische waarden veilig te stellen; 2. de werken en/of werkzaamheden zijn toegelaten op grond van de regels van de andere bestemmingen waarmee de bestemming 'Waarde - Archeologie' samenvalt. b. Aan de in lid 6.4.1 genoemde vergunning kunnen in ieder geval de volgende voorwaarden worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; of 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.
6.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Waarde - Archeologie' wijzigen door de betreffende bestemmingsaanduiding geheel of gedeeltelijk te verwijderen, indien ter plaatse, op basis van archeologisch onderzoek kan worden aangetoond dat geen archeologische waarden aanwezig zijn.
wijzigingsplan Polderweg 260 (ontwerp)
73
wijzigingsplan Polderweg 260
Artikel 7
Waterstaat - Waterkering
7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. het beheer van waterstaatsdoeleinden; b. waterstaatkundige voorzieningen, zoals een waterkering. 7.2 Bouwregels Ter plaatse van de in deze bestemming bedoelde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de bestemming, en voorts met inachtneming van de volgende regels: a. uitsluitend toegelaten zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de waterstaatsdoeleinden; b. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 5,0 meter bedragen. 7.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in artikel 7.2 Bouwregels voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor zover deze zijn toegelaten op grond van de regels van de andere bestemmingen waarmee de dubbelbestemming 'Waterstaat Waterkering' samenvalt, mits vooraf advies wordt ingewonnen bij het waterschap, hoogheemraadschap of derde, welke verantwoordelijk is voor (het beheer van) de waterkering, waaruit blijkt dat de belangen van de beheerder niet worden geschaad.
7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.4.1 Algemeen Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het ontginnen, verlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van gronden; b. het aanleggen of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; c. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; d. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; e. het aanleggen of aanbrengen van oeverbeschoeiingen, aanlegplaatsen of verhardingen ten behoeve van de watersport. 7.4.2 Uitzondering Het in lid 7.4.1 bedoelde verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het bestemmingsplan; c. noodzakelijk zijn voor de uitvoering of realisatie van een bouwplan welke is toegelaten op grond van het bepaalde in artikel 7.2 of waarvoor op grond van artikel 7.3 wordt afgeweken van het bestemmingsplan.
7.4.3 Toetsingscriteria en voorwaarden De in lid 7.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien: a. door de uitvoering van de bedoelde werken en/of werkzaamheden, dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen het normaal functioneren van de waterkering niet wordt of kan worden aangetast; b. de werken en/of werkzaamheden zijn toegelaten op grond van de regels van de andere
74
wijzigingsplan Polderweg 260 (ontwerp)
wijzigingsplan Polderweg 260
c.
bestemmingen waarmee de dubbelbestemming samenvalt; vooraf advies wordt ingewonnen bij de betreffende waterstaatbeheerder.
7.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Waterstaat - Waterkering' wijzigen door de bestemmingsaanduiding geheel of gedeeltelijk te verwijderen, indien ter plaatse de waterkerende functie is komen te vervallen, blijkens een schriftelijke verklaring van de beheerder van de waterkering.
wijzigingsplan Polderweg 260 (ontwerp)
75
wijzigingsplan Polderweg 260
76
wijzigingsplan Polderweg 260 (ontwerp)
wijzigingsplan Polderweg 260
Hoofdstuk 3 Artikel 8
ALGEMENE REGELS
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
wijzigingsplan Polderweg 260 (ontwerp)
77
wijzigingsplan Polderweg 260
Artikel 9
Algemene aanduidingsregels
9.1 Geluidzone a. Binnen de aanduiding 'Geluidzone' is nieuwbouw ten behoeve van de uitbreiding van het aantal woningen en de nieuwvestiging van geluidgevoelige objecten niet toegelaten, tenzij de geluidsbelasting op de gevel ten gevolge van industrielawaai, railverkeerlawaai en wegverkeerlawaai niet meer bedraagt dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder of een verleende hogere waarde (geluid). b. Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde onder a indien de geldende voorkeurswaarde voor industrielawaai, railverkeerlawaai of wegverkeerlawaai uit de Wet geluidhinder wordt overschreden en ter plaatse van de gevel(s) waar de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden sprake is van een dove gevel. c. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen door het geheel of gedeeltelijk verwijderen van de aanduiding 'Geluidzone', voor zover een wijziging van een gezoneerd industrieterrein, spoorweg of gezoneerde weg daartoe aanleiding geeft.
78
wijzigingsplan Polderweg 260 (ontwerp)
wijzigingsplan Polderweg 260
Artikel 10
Algemene afw ijkingsregels
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van de regels van het plan, voor: a. het oprichten van bouwwerken van algemeen nut, mits de oppervlakte van een gebouw niet meer bedraagt dan 20 m² en de bouwhoogte van de bouwwerken niet meer zal bedragen dan 3,5 meter; b. het overschrijden van in deze regels genoemde maten en percentages, zoals goothoogte, bouwhoogte en oppervlakte van gebouwen en bouwwerken en bebouwingspercentages, met niet meer dan 10%; c. het overschrijden van de regels inzake de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met niet meer dan 20%; d. beneden peil gelegen kelders alsmede erkers, balkons, galerijen, luifels, buitentrappen en soortgelijke onderdelen, waarbij de grenzen van het bouwvlak met niet meer dan 1,0 meter mogen worden overschreden; e. het in geringe mate, doch met niet meer dan 3,0 meter, afwijken van een bestemmingsgrens of het profiel van de weg, voor zover dit noodzakelijk is om het plan aan de bij uimeting blijkende werkelijke toestand van het terrein aan te passen. f. geluidwerende voorzieningen; mits de bouw- en gebruiksmogelijkheden van nabijgelegen percelen niet in onevenredige mate worden beperkt en de ter plaatse aanwezige waarden niet op onevenredige wijze worden of kunnen worden aangetast.
wijzigingsplan Polderweg 260 (ontwerp)
79
wijzigingsplan Polderweg 260
Artikel 11
Algemene bouw regels
11.1 Bestaande afwijkingen Een bestaand bouwwerk, waarvan op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan de feitelijk aanwezige hoogte, oppervlakte of afstand tot een ander gebouw of grenslijn in strijd is met een in dit plan voorgeschreven maximum dan wel minimum hoogte, oppervlakte of afstand, mag worden gehandhaafd, veranderd en/of vernieuwd, maar niet worden vergroot of anders gesitueerd. 11.2 Aangrenzende terreinen Het is verboden enig terrein of bouwperceel zodanig te bebouwen, dat daardoor op een aangrenzend terrein, bouwvlak of bouwperceel een toestand zou ontstaan, die aldaar niet meer met de regels van dit plan zou overeenstemmen, of voor zover er reeds aldaar een afwijking van de regels bestaat, zodanig te bebouwen, dat deze afwijking zou worden vergroot.
80
wijzigingsplan Polderweg 260 (ontwerp)
wijzigingsplan Polderweg 260
Artikel 12
Algemene gebruiksregels
12.1 Parkeren, laden, lossen en stallen 1. Het gebruik op grond van de regels in Hoofdstuk 2 (oprichting van een gebouw, verandering van een functie en uitbreiding of wijziging van bestaand gebruik) is slechts toegestaan indien op eigen terrein wordt voorzien in: a. voldoende parkeergelegenheid, met in achtneming van de als Bijlage 1 bij deze regels opgenomen Parkeernormen; b. voldoende ruimte voor het laden en lossen en/of het stallen van fietsen. 2. Het bepaalde in lid 1, onder b geldt niet ten behoeve van het wonen. 3. Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in lid 1, onder a indien op een andere wijze in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien, door: a. de aanleg van nieuwe parkeergelegenheden in het openbaar gebied; b. het gebruik van bestaande parkeerplaatsen in het openbaar gebied, voor zover deze zijn gelegen binnen een straal van 300 meter en de kosten samenhangend met de aanleg van deze parkeerplaatsen worden vergoed; c. duurzaam gebruik van parkeerplaatsen in naburige parkeervoorziening binnen een straat van 300 meter. 4. Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in lid 1, onder a indien sprake is van uitwisselbaarheid van parkeervoorziening, bij: a. de aanwezigheid van gemeenschappelijke parkeervoorziening, welke voorzien in de parkeerbehoefte van een afgebakend gebied; b.
buurtvoorzieningen, waarbij aannemelijk is dat bezoekers geen gebruik zullen maken van de auto; c. de toepassing van andere mobiliteitsmiddelen dan de auto; d. woningen waarbij blijkens de koopakte bij verkoop wordt afgezien van een parkeerplaats. 5. Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in lid 1, onder a indien het bepaalde in lid 3 en 4 niet van toepassing is en met de verwezenlijking van het plan een bijzonder gemeentelijk belang gemoeid is. 6. Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in lid 1, onder b en c indien aantoonbaar op een andere wijze aan de vereiste te voorzien in ruimte voor laden en/of lossen en stallingsvoorziening voor fietsen wordt voldaan, of het gebruik geen aanleiding geeft tot het aanwezig zijn van dergelijke voorzieningen. 7. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen ten aanzien van de aard, plaats en inrichting van de lid 1 genoemde voorzieningen. 8. Burgemeester en wethouders kunnen de bij de regels met betrekking tot het parkeren behorende bijlage Parkeernormen wijzigen indien deze parkeernormen of de bijbehorende gebiedsindeling worden herzien. 12.2 Vormen van verboden gebruik (onbebouwd) Het is verboden de gronden te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze, of tot een doel, strijdig met het bestemmingsplan. Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruik: a.
als opslag-, stort-, lozings- of bergplaats van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen of producten, behoudens voor zover dat noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. als terrein voor het al dan niet voor de verkoop opslaan of opstellen van ongebruikte en/of gebruikte, dan wel geheel of gedeeltelijk uit gebruikte onderdelen samengestelde machines, voer-, vaar- of vliegtuigen c.q. onderdelen daarvan, die bruikbaar en niet aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken zijn, behoudens voor zover het betreft parkeren en voor zover dat noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; c. als opslagplaats van hout en/of aannemersmaterialen, behoudens voor zover dat noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond, of ten behoeve van
wijzigingsplan Polderweg 260 (ontwerp)
81
wijzigingsplan Polderweg 260
bouw of andere tijdelijke werkzaamheden; d. voor opslag van zaken anders dan bedoeld onder b en c; e. voor het (doen) uitoefenen van straatprostitutie; f. als woonwagenstandplaats. 12.3 Vormen van verboden gebruik (gebouwen) Het is verboden de gebouwen te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze, of tot een doel, strijdig met het bestemmingsplan. Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruik: a. van gebouwen voor het verkopen of ten verkoop aanbieden van goederen als detailhandel, met uitzondering van het verkopen of ten verkoop aanbieden van: 1. goederen, waarvan de verkoop deel uitmaakt van de normale dienstverlening behorende bij het op hetzelfde perceel uitgeoefende bedrijf; b. van niet voor bewoning bestemde gebouwen of ruimten, daaronder begrepen kampeermiddelen en bijgebouwen, voor permanente bewoning; c. van gebouwen ten behoeve van het (doen) exploiteren van een seksinrichting of (het laten uitoefenen van) raamprostitutie. 12.4 Gebruik aanbouwen Het gebruik welke blijkens een aanduiding is toegelaten op de begane grondlaag van een hoofdgebouw is tevens toegelaten op de begane grondlaag van een bij het hoofdgebouw behorende aanbouw.
12.5 Gebruik kelder, onderbouw, tussenverdieping en onbebouwd erf Een kelder, onderbouw, op de begane grondlaag aansluitende tussenverdieping alsmede het bijbehorende onbebouwde erf mogen worden gebruikt ten dienste van alle vormen van gebruik welke blijkens de van toepassing zijnde regels toegelaten zijn op het perceel, mits dit geen zelfstandige functie betreft.
82
wijzigingsplan Polderweg 260 (ontwerp)
wijzigingsplan Polderweg 260
Artikel 13
Algemene w ijzigingsregels
13.1 Wijzigingsbevoegdheid voor geringe afwijkingen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen voor het in geringe mate, doch met niet meer dan 10,0 meter, afwijken van een bestemmingsgrens of van het profiel van een weg, voor zover dit noodzakelijk is om het plan aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein aan te passen. 13.2 Wijzigingsbevoegdheid ter bescherming van waterkeringen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen door het toevoegen van de dubbelbestemming 'Waterstaat - waterkering', met een bijbehorende verbodsbepaling, ten gevolge van het aanleggen, verleggen en/of verplaatsen van een waterkering, mits: a. het gronden betreft welke ten gevolge van het aanleggen, verleggen en/of verplaatsen van een waterkering behoren tot een zone waarvoor een keur- of watervergunning vereist is, én; b. op schriftelijk verzoek van de betreffende waterstaatbeheerder.
wijzigingsplan Polderweg 260 (ontwerp)
83
wijzigingsplan Polderweg 260
Artikel 14 14.1
Overige regels
Voorrangsregel
14.1.1 Verhouding enkelbestemmingen en dubbelbestemmingen Indien bij het gebruik van de gronden voor bebouwing en anders dan voor bebouwing als bedoeld in de artikelen 3 en 4 op deze gronden tevens een dubbelbestemming van toepassing is, geldt primair het bepaalde met betrekking tot de dubbelbestemming. 14.1.2 Verhouding dubbelbestemmingen onderling In het geval van strijdigheid van belangen tussen een enkelbestemming en een dubbelbestemming gaat het belang van de dubbelbestemming voor conform het navolgende schema. Du bbelbestemming Waterstaat - Waterkering Waarde - Archeologie Leiding Hoogspanningsverbinding
Artikel 7 6 - 5
Volgorde van toepassing 1 2 3
14.2 Bevoegd gezag Indien op grond van het bepaalde in het Besluit omgevingsrecht Gedeputeerde Staten of de Minister is aangewezen als het bevoegd gezag bij het verlenen van een omgevingsvergunning, wordt waar op grond van dit bestemmingsplan burgemeester en wethouders bevoegd zijn om: 1. af te wijken van het bestemmingsplan; 2. een omgevingsvergunning te verlenen voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden; 3. een omgevingsvergunning te verlenen voor het slopen van een bouwwerk; in plaats van 'burgemeester en wethouders' gelezen 'Gedeputeerde Staten' dan wel 'de Minister'. 14.3 Verwijzing naar andere regelgeving Indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar een wet, een algemene maatregel van bestuur, een verordening, een richtlijn of een andere (wettelijke) regeling, dan geldt deze wet, algemene maatregel van bestuur, verordening, richtlijn of andere (wettelijke) regeling zoals die luidt dan wel van kracht is op het moment van de tervisielegging van het ontwerp van dit plan.
84
wijzigingsplan Polderweg 260 (ontwerp)
wijzigingsplan Polderweg 260
Hoofdstuk 4 OVERGANGSSLOTREGELS Artikel 15
EN
Overgangsrecht
15.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een bouwvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de bouwvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van lid 15.1, onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Lid 15.1, onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 15.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 15.2, onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verklein. c. Indien het gebruik, bedoeld in lid 15.2, onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Lid 15.2, onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
wijzigingsplan Polderweg 260 (ontwerp)
85
wijzigingsplan Polderweg 260
Artikel 16
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: "Regels van het bestemmingsplan Polderweg 260 van de gemeente Schiedam"
86
wijzigingsplan Polderweg 260 (ontwerp)
wijzigingsplan Polderweg 260
BIJLAGEN
wijzigingsplan Polderweg 260 (ontwerp)
87
wijzigingsplan Polderweg 260
Bijlage 1 Parkeernormen
88
wijzigingsplan Polderweg 260 (ontwerp)
Parkeernormen Functie
Parkeernormen Binnenstad
Per Schiedam ‘overig’
Schil gereguleerd parkeren
niet gereguleerd
Wonen Koop, vrijstaand
0,00
1,00
1,00
2,10
woning
Koop, twee-onder-één-kap
0,00
0,70
1,00
2,00
woning
Koop, tussen- of hoekwoning
0,00
0,70
1,00
1,80
woning
Koop, etage, duur (WOZ-waarde ≥ € 247.500)
0,00
0,70
1,00
1,90
woning
Koop, etage, midden (WOZ-waarde < € 247.500)
0,00
0,70
1,00
1,70
woning
Koop, etage, goedkoop (WOZ-waarde < € 142.000)
0,00
0,60
0,90
1,40
woning
Huurhuis, vrije sector
0,00
0,70
1,00
1,80
woning
Huurhuis, sociale huur
0,00
0,60
0,90
1,40
woning
Huur, etage, midden/duur (huur ≥ € 710,68 per maand)
0,00
0,70
1,00
1,70
woning
Huur, etage, goedkoop (huur < € 710,68 per maand)
0,00
0,40
0,70
1,20
woning
Kamerverhuur, zelfstandig, nietstudenten
0,00
0,30
0,50
0,65
kamer
Kamerverhuur, niet-zelfstandig, studenten
0,00
0,00
0,20
0,25
kamer
Aanleunwoning en serviceflat
0,00
0,00
0,20
1,05
woning
Kantoren zonder baliefunctie
0,00
0,90
0,90
1,35
100 m² bvo
Commerciële dienstverlening (kantoren met baliefunctie)
0,00
0,90
1,10
1,65
100 m² bvo
Arbeidsintensieve / bezoekersextensieve bedrijven
0,00
1,30
1,30
1,85
100 m² bvo
Arbeidsextensieve / bezoekersextensieve bedrijven
0,00
0,50
0,50
1,05
100 m² bvo
Bedrijfsverzamelgebouw
0,00
0,90
0,90
1,35
100 m² bvo
Buurtsupermarkt (kleiner dan 600 m² wvo)
0,00
0,20
1,00
2,60
100 m² bvo
Discountsupermarkt
1,60
2,90
2,90
5,20
100 m² bvo
Werkgelegenheid
Winkels
Nadere eis
Parkeernormen
Functie Binnenstad
Per Schiedam ‘overig’
Schil gereguleerd parkeren
niet gereguleerd
Nadere eis
Fullservice supermarkt (middel)laag prijsniveau
1,50
2,70
2,70
4,40
100 m² bvo
Fullservice supermarkt (middel)hoog prijsniveau
1,80
2,20
2,20
3,90
100 m² bvo
Grote supermarkt (groter dan 2.500 m² wvo)
4,10
4,80
4,80
6,60
100 m² bvo
-
4,40
4,40
5,50
100 m² bvo
0,00
-
-
-
100 m² bvo
Stadsdeelwinkelcentra
-
3,70
3,70
5,70
100 m² bvo
A
Wijkwinkelcentrum
-
2,90
2,90
4,60
100 m² bvo
B
Buurtwinkelcentrum
-
1,80
1,80
3,40
100 m² bvo
C
Kringloopwinkel
0,00
0,60
0,60
1,35
100 m² bvo
Woonwarenhuis / Woonwinkel
0,60
1,00
1,00
1,35
100 m² bvo
-
6,60
6,60
8,30
100 m² bvo
Bouwmarkt, tuincentra (incl. buitenruimte)
1,50
1,50
1,50
2,10
100 m² bvo
Bruin- en witgoedzaken (grootschalig)
0,00
3,80
3,80
6,20
100 m² bvo
Crèche / peuterspeelzaal / kinderdag verblijf
0,00
0,90
0,90
1,10
100 m² bvo
Basisonderwijs
0,00
0,50
0,50
0,75
leslokaal
Middelbare school
0,00
2,30
2,60
3,90
100 leerlingen
ROC
3,00
3,30
3,30
4,70
100 leerlingen
Hogeschool
3,80
6,10
6,10
8,60
100 leerlingen
Avondonderwijs
2,60
3,50
3,50
5,40
10 studenten
Praktijk huisarts / verloskundigen (altijd min. 3 parkeerplaatsen)
0,00
0,75
1,70
2,35
behandelkamer
Praktijk fysiotherapie
0,00
0,40
0,90
1,35
behandelkamer
Praktijk tandarts
0,00
0,75
1,40
1,95
behandelkamer
Apotheek
0,00
1,30
2,30
2,95
apotheek
Groothandel in levensmiddelen Binnenstad
Outletcentrum
Onderwijsvoorzieningen
Zorgvoorzieningen D
Functie
Parkeernormen Binnenstad
Per Schiedam ‘overig’
Schil gereguleerd parkeren
niet gereguleerd
Nadere eis
Consultatiebureau
0,00
0,50
1,00
1,45
behandelkamer
Consultatiebureau voor ouderen
0,00
0,90
1,40
1,90
behandelkamer
Gezondheidscentrum
1,00
1,20
1,20
1,75
behandelkamer
E
Ziekenhuis
1,10
1,20
1,20
1,50
100 m² bvo
E
Verpleeg- / verzorgingstehuis
0,50
0,50
0,50
0,60
wooneenheid
E
Begraafplaats / crematorium
0,00
26,60
26,60
30,60
plechtigheid (gelijktijdig)
Religiegebouw
0,00
0,10
0,10
0,15
zitplaats
Hotel 1-3*
0,00
0,60
2,60
4,70
10 kamers
Hotel 4-5*
0,00
2,40
6,80
10,10
10 kamers
Café / bar / cafetaria
0,00
0,40
4,00
5,00
100 m² bvo
Restaurant
0,00
1,60
8,00
12,00
100 m² bvo
Discotheek
0,00
5,20
5,20
10,70
100 m² bvo
Evenementenhal / beursgebouw / congresgebouw
3,00
4,00
4,00
7,50
100 m² bvo
Museum
0,00
0,05
0,50
0,95
100 m² bvo
Bibliotheek
0,00
0,05
0,40
0,85
100 m² bvo
Bioscoop
0,00
7,70
7,70
9,10
100 m² bvo
Filmtheater / filmhuis
0,00
3,00
3,00
6,00
100 m² bvo
Theater / schouwburg
0,00
5,70
5,70
8,90
100 m² bvo
Casino
0,00
5,20
5,20
6,10
100 m² bvo
Sociaal-cultureel centrum / wijkverenigingsgebouw
0,00
0,20
2,00
2,00
100 m² bvo
Gymlokaal / sportzaal
0,00
0,10
1,60
2,65
100 m² bvo
Sporthal (bij wedstrijdfunctie +0,15 per bezoekersplaats)
0,00
1,80
1,80
2,65
100 m² bvo
Sportveld buiten (excl. clubgebouw, trapveld e.d.)
0,00
13,00
13,00
20,00
ha netto terrein
Horeca
Sociaal-culturele voorziening
Sportvoorzieningen
Functie
Parkeernormen Binnenstad
Per Schiedam ‘overig’
Schil gereguleerd parkeren
niet gereguleerd
Dansstudio
0,00
0,20
2,50
4,20
100 m² bvo
Fitnessstudio / sportschool (kleiner dan 1.500 m² bvo)
0,00
0,30
2,10
3,70
100 m² bvo
Fitnesscentrum (groter dan 1.500 m² bvo)
1,30
2,90
2,90
4,80
100 m² bvo
Sauna / hammam
0,00
0,05
3,30
5,50
100 m² bvo
Wellnesscentrum
n.v.t.
8,30
8,30
8,80
100 m² bvo
Squashhal
0,00
0,35
2,20
2,60
100 m² bvo
Tennishal / Tennisbanen
0,00
0,05
0,30
0,40
100 m² bvo
Bowlingcentrum
0,00
0,15
1,20
2,20
baan
Biljart- / snookercentrum
0,00
0,10
0,60
1,05
tafel
Zwembad (overdekt)
8,80
8,80
8,80
10,60
100 m² opp. bassin
Zwembad (openlucht)
8,00
8,00
8,00
11,50
100 m² opp. bassin
Jachthaven
0,00
0,50
0,50
0,60
ligplaats
Manege
0,00
0,30
0,30
0,40
box
Indoorspeeltuin (kleiner dan 2.500 m² bvo)
0,40
1,20
1,20
4,40
100 m² bvo
Indoorspeeltuin (groter dan 2.500 m² bvo)
1,00
1,80
1,80
5,30
100 m² bvo
Volkstuin
-
0,90
0,90
1,15
Per 10 percelen
Kinderboerderij / stadsboerderij
-
18,80
18,80
22,50
boerderij
Overig
Nadere eisen: A. Norm alleen van toepassing bij uitbreiding bestaande winkeloppervlakte. Winkelcentra waarop van toepassing: Hof van Spaland. B. Norm alleen van toepassing bij uitbreiding bestaande winkeloppervlakte. Winkelcentra waarop van toepassing: Gorzen / Mgr. Nolensplein. C. Norm alleen van toepassing bij uitbreiding bestaande winkeloppervlakte. Winkelcentra waarop van toepassing: Malmö, Woudhoek, Borodinlaan, Contrabas, Parkweg, 's-Gravelandseweg, Liduinastraat, Rubensplein. D. Ongeacht de norm moet in alle gevallen voorzien worden in minimaal 2,0 parkeerplaatsen. E. Ongeacht de norm moet in alle gevallen voorzien worden in minimaal 3,0 parkeerplaatsen.
Nadere eis
Toelichting: In de tabel zijn de kencijfers parkeren gebruikt uit de CROW-publicatie ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ (2012) van oktober 2012. Voor de voorzieningen in Schiedam zijn de kencijfers overgenomen uit de categorie ‘zeer sterk stedelijk’. Voor de binnenstad is uitgegaan van een parkeernorm van 0,0 tenzij sprake is van een functie met een grote verkeersaantrekkende werking. Voor de schil is uitgegaan van de lage parkeernorm, waarbij in gebieden met gereguleerd parkeren het gedeelte van de norm bestemd voor bezoekersparkeren buiten beschouwing is gelaten. Dit laatste geldt niet voor functies met een grote verkeersaantrekkende werking. Voor het overig gebied geldt de gemiddelde parkeernorm uit de CROW-publicatie. Indien de tabel niet voorzien in een parkeernorm voor een ruimtelijke ontwikkeling dan wordt teruggevallen op de gemiddelde norm uit de CROW-publicatie voor een ‘zeer sterk stedelijk’ gebied.
Gebiedsindeling parkeernormen
wijzigingsplan Polderweg 260
Bijlage 2 Advies VRR
wijzigingsplan Polderweg 260 (ontwerp)
95
Bijlage 2
Advies VRR
Van: Maanen, Eric van [mailto: @vr-rr.nl] Verzonden: donderdag 6 februari 2020 16:01 Aan: Annemarie Nix CC: bluswater Onderwerp: FW: Polderweg 260 aanvullende informatie inzake brandweer advies Beste Anne-Marie, Op 8 november 2019 heb ik v.w.b. de bereikbaarheid van de hulpdiensten een negatief advies gegeven voor de te ontwikkelen woningbouw op bovengenoemde locatie, Polderweg 260. Echter, de projectontwikkelaar heeft aangegeven de te bouwen woningen extra te gaan beveiligingen d.m.v. een sprinklersysteem in de woningen. Het aanbrengen van een sprinklersysteem betekent dat: De bewoners bij het ontstaan van brand door het inwerking treden van dit blussysteem worden gealarmeerd en zichzelf in veiligheid kunnen brengen. Het alarm hiervoor zal wel gekoppeld moeten worden aan het blussysteem; Een ontstane brand zal door het sprinklersysteem beperkt van omvang blijven, waardoor uitbreiding nauwelijks mogelijk is. In voorkomende gevallen zal de brand ook geblust kunnen worden door het sprinklersysteem. Voor de woningsprinklers verwijs ik naar de NEN 2077 “Normen voor Woningsprinklerinstallaties”. Hieraan zal een woninginstallatie moeten voldoen, niet alleen bij de bouw, maar ook tijdens bewoning! Aan de route naar het genoemde perceel is en wordt, voor zover op dit moment bekend, niets gewijzigd.
Maar op basis van bovenstaande genomen maatregelen om de veiligheid van bewoners te garanderen, de in de woning aanwezige personen kunnen zichzelf op tijd in veiligheid brengen, en de omvang van een ontstane brand beperkt blijft wil ik voor dit project van 7 woningen aan de Polderweg 260 voor wat betreft de bereikbaarheid voor hulpdiensten het eerder uitgebrachte negatieve advies herzien in een positief advies. Wel wil ik er met nadruk op wijzen dat dit positieve advies uitsluitend geldt voor het huidige plan van 7 te bouwen woningen. Bij een uitbreiding van het aantal woningen zal dit opnieuw bekeken moeten worden. Ik hoop je hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, E. (Eric) van Maanen. Senior medewerker afdeling Operationele Informatie (OI) / Officier van Dienst 17-9191 | Brandweer Rotterdam-Rijnmond T: 06 –| E-mail : @vr-rr.nl | Postadres: Postbus 9154, 3007 AD Rotterdam | Bezoekadres: Breevaartstraat 1, 3044 AG Rotterdam. Op vrijdagmiddag niet aanwezig. Brandweer Rotterdam-Rijnmond is onderdeel van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. Denk aan het milieu. Is het nodig deze e-mail te printen? Consider the environment before printing this e-mail!
Van: Arjen Tilro (T&D) [mailto:@tilro-duin.nl] Verzonden: woensdag 29 januari 2020 15:47 Aan: Annemarie Nix Onderwerp: Polderweg 260 gesprek VRR en gemeente Beste Annemarie, Dank voor het constructieve overleg op 27 januari tussen de VRR, de Gemeente Schiedam en T&D projectontwikkeling. Wij zijn blij dat we tot een gezamenlijke oplossing zijn gekomen waardoor de VRR kan instemmen met de bouw van 7 woningen aan de Polderweg 260 en de Gemeente Schiedam dit advies overneemt. Conform afspraak doen wij dan ook hierbij het verzoek tot een herziening van het advies VRR van november jl. Hierna volgt een korte beschrijving van het project, het probleem van de VRR in de huidige situatie en de gezamenlijke oplossing. T&D projectontwikkeling wil graag een kleinschalige invulling van 7 woningen realiseren op de caravanstalling (140-200 plaatsen) aan de Polderweg 260. Op basis van overleg met de Gemeente en het positieve advies van B&W op de conceptaanvraag zijn de plannen aangepast en de onderzoeken uitgevoerd. Het plan Polderweg 260 voldoet na 4 jaar aan de eisen in het bestemmingsplan en de aanvullende eisen ten aanzien van verkeer, milieu en beeldkwaliteit gesteld door de Gemeente. In het verlengde van de Polderweg, de Broekkade, zijn in het vigerende bestemmingsplan meerdere woningen gerealiseerd zonder een advies van de VRR.
Voor de Polderweg 260 is echter een advies gevraagd aan de VRR. Deze heeft in november 2019 negatief geadviseerd over de bouw van de 7 woningen, mede in relatie tot de mogelijke verdere ontwikkeling van het gebied (totaal 23 woningen). Primaire doel van de VRR is het veiligstellen van mens en dier en beperken van schade bij brand. Kort samengevat komt het probleem van de VRR in de huidige situatie neer op het volgende: • Aanrijtijd/bereikbaarheid is niet optimaal • Overzichtelijkheid Polderweg • Ontbreken alternatieve (2e) ontsluiting In het overleg op 27 januari jl. heeft T&D verschillende oplossingen uitgewerkt en hebben we discussie gehad over de feiten/uitgangspunten waarop het advies is gebaseerd. Uiteindelijk zijn we gezamenlijk (VRR, T&D en de gemeente) tot de oplossing gekomen dat we door extra woningbeschermende maatregelen, zijnde een sprinkler installatie conform NEN 2077, de zelfredzaamheid van de bewoners vergroten. De VRR heeft hierop positief gereageerd omdat: 1. Bewoners veilig kunnen ontruimen; 2. Brand beheersbaar blijft en de schade beperkt; 3. Hulpdiensten dus iets meer aanrijtijd beschikbaar hebben; 4. Het conform de “Handleiding Advies Bluswater en Bereikbaarheid VRR (HABB); ” een geaccepteerde oplossing is indien de aanrijtijd of bereikbaarheid niet geheel voldoet; 5.
In uiterste nood toch het (pas) gefundeerde en verbrede fietspad kan fungeren als alternatieve ontsluiting; 6. De voorgestelde oplossing gaat gelden in het gehele (bestemmings)plangebied en wordt vastgelegd in de bouwvergunning;
7. De wijziging van functie ook tot doel heeft het terugdringen van bedrijvigheid en het beperken van verkeer op de Polderweg en het plan als zodanig hierin voorziet doordat een caravanstalling buiten gebruikt wordt gesteld. Graag zien we het herziene advies zo spoedig mogelijk tegemoet zodat we samen verder kunnen werken aan de realisatie van deze woningen. Met vriendelijke groet, Arjen Tilro T&D Projectontwikkeling en Projectmanagement BV Kerklaan 14b 2911 AD Nieuwerkerk ad IJssel