Bijlage Onderzoek impactmeting werkbegeleidingstrajecten Stroomopwaarts
Tekst van het document
Om te vergroten: klik op een hoek en sleep. Om te verschuiven: klik op Bijsnijden in het rechtertabblad Opmaak.
Impactmeting werkbegeleidingstrajecten Stroomopwaarts
Colofon Projectnummer: 411 Auteurs: Yorick van den Berg Gerard Nieuwe Weme Artem Vardanyan Sari van Aart B&A B.V. Bezuidenhoutseweg 161 Postbus 829 2501 CV Den Haag t 070 - 3029500 f 070 - 3029501 e-mail: info@bagroep.nl http: www.bagroep.nl Den Haag, 21 juni 2024
© Copyright B&A B.V. 2024. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Op alle opdrachten en werkzaamheden zijn de Algemene voorwaarden van B&A B.V. van toepassing, gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel Haaglanden onder dossiernummer: KvK Haaglanden 27177844. De Algemene voorwaarden treft u als bijlage aan en kunt u tevens inzien op onze website, www.bagroep.nl. B&A is gevestigd in Den Haag, Amsterdam en Rotterdam. 9-7-2024 16:45:00
Inhoudsopgave 1
1. Managementsamenvatting
5
1.1
Aanleiding en onderzoeksvraag
5
1.2
Meten van impact op leefgebieden
5
1.3
Onderzoeksaanpak: impact bepalen per groep
5
1.4
Impact en verklaringen daarvoor per groep deelnemers
7
1.5
Samenvattende conclusies en aanbeveling
9
2. Inleiding
13
2.1
Aanleiding
13
2.2
Onderzoeksmodel
13
2.3
Onderzoeksvragen
15
2.4
Onderzoeksverantwoording
15
3. Bevindingen impact werkbegeleidingstrajecten
19
3.1
Inleiding
19
3.2
Bevindingen impact werkbegeleidingstrajecten op leefgebieden
19
3.3
Bevindingen sturing op doelen en effecten
22
3.4
Bevindingen invloed doelen op bereikte effecten
24
4. Bevindingen verklaringen impact
27
4.1
Bevindingen verklaringen impact
27
Bijlage 1: Analyseschema casusonderzoek
33
Inhoudsopgave
3
Om te vergroten: klik op een hoek en sleep. Om te verschuiven: klik op Bijsnijden in het rechtertabblad Opmaak.
1
MANAGEMENTSAMENVATTING
Managementsamenvatting
4
1. Managementsamenvatting 1.1
Aanleiding en onderzoeksvraag
De raad heeft gevraagd om een onderzoek uit te voeren naar de impact van de begeleidingstrajecten van Stroomopwaarts op de deelnemers. De centrale vraagstelling daarbij luidt: Wat is de impact van het begeleidingstraject van Stroomopwaarts op de deelnemers? Daarbij is nagegaan op welke leefgebieden de begeleiding door Stroomopwaarts impact heeft gehad en welke impact dat is. Verder is nagegaan welke verklaringen daarvoor zijn. Ook is onderzocht op welke doelen of effecten volgens de deelnemers is gestuurd en of dat ook van invloed is op de bereikte impact.
1.2
Meten van impact op leefgebieden
Begeleiding naar werk is meer dan alleen een traject waarin deelnemers vaardigheden en ervaring opdoen richting werk. Vaak spelen bij deelnemers op meer dan één leefgebied belemmeringen die bijvoorbeeld stress veroorzaken. Stress die het lastiger of soms op dat moment niet mogelijk maakt om een stap naar werk te zetten. Kort samengevat: voor een succesvolle begeleiding naar werk is vaak ook een interventie of aanpak op een ander leefgebied dan werk nodig. Succes op het vlak van werk, leidt meer dan eens ook tot een verbetering op andere leefgebieden. Het hebben van werk of succesvolle stappen op weg daar naartoe leiden tot meer ‘mentale ruimte’ om ook op andere leefgebieden verbeteringen te realiseren. Dat haakt aan bij de vraagstelling van de raad: wat is de ervaren impact in het leven en/of leefgebieden van de deelnemers aan de trajecten? De Zelfredzaamheidsmatrix is een instrument dat professionals hanteren voor het bepalen hoe het gaat met bewoners op twaalf verschillende leefgebieden. Deze zijn in dit onderzoek verdeeld over vier hulpbronnen of kapitalen die door het Sociaal Cultureel Planbureau en Movisie gebruikt worden in het vaststellen van de bestaanszekerheid van bewoners.
In dit onderzoek zijn de 12 leefgebieden uit de Zelfredzaamheidsmatrix als volgt verdeeld over de ‘kapitalen’: ▪ Economisch kapitaal: werk, financiën, tijdsbesteding, huisvesting ▪ Sociaal kapitaal: huiselijke relaties, sociaal netwerk en maatschappelijke participatie ▪ Cultureel kapitaal: opleiding, vaardigheden, justitie ▪ Persoonskapitaal: geestelijke gezondheid, lichamelijke gezondheid, middelengebruik, ADL De verwachting is dat de begeleiding door Stroomopwaarts direct of indirect van positieve invloed is op deze ‘kapitalen’ of hulpbronnen. Direct bijvoorbeeld omdat het leidt tot het vinden van een (vrijwilligers)werk en dus op het economisch kapitaal. Of indirect omdat vrijwilligerswerk leidt tot een groter sociaal netwerk (sociaal kapitaal).
1.3
Onderzoeksaanpak: impact bepalen per groep
De impact van de begeleiding verschilt per groep deelnemers. Stroomopwaarts hanteert verschillende groepen deelnemers: ▪ Maatschappelijke activering. In deze groep zitten deelnemers waar sprake is van belemmeringen waardoor de klant niet kan participeren. Daarbinnen is een onderscheid van deelnemers waarvan de verwachting is dat belemmeringen binnen 12 maanden zijn weg te nemen of te stabiliseren
Managementsamenvatting
5
▪
▪
▪
(kortdurende zorg). Deze groep betreft ongeveer 27 procent 1 van het totale bestand van 2176 bewoners met een uitkering bij Stroomopwaarts. Sprake is van een ongeveer gelijke verdeling over de zes leeftijdsgroepen die Stroomopwaarts hanteert, waarbij alleen de jongste leeftijdsgroep (onder 21) heel klein is. Een tweede groep bestaat uit deelnemers waar de belemmeringen langer duren dan 12 maanden en sprake is van een ontheffing of vrijstelling. Hieronder vallen ook mensen die duurzaam arbeidsongeschikt zijn. Deze groep bestaat uit 19 procent van het totaal aantal bewoners met een uitkering. In deze groep is sprake van een oververtegenwoordiging (ongeveer 45%) van bewoners van 55 jaar of ouder. Nog eens 32 procent is tussen de 45 en 54 jaar oud. Daarmee is de gemiddelde leeftijd bij deze groep het hoogst. Bij beide groepen is sprake van periodieke individuele gesprekken (uit interviews blijkt meestal een keer per jaar) en waar nodig schuldhulpverlening, samenwerking met (zorg)partners en sociaal medische advisering. In het onderzoek heeft uiteindelijk 1 deelnemer uit deze groep (deelgroep Langdurige zorg) aan het onderzoek deelgenomen. Het doel was om 5 deelnemers te spreken. Dat is niet gelukt. De belangrijkste verklaring hiervoor is dat deze groep vaak eens per jaar een contact heeft met een medewerker van Stroomopwaarts.
Daarmee is sprake van een weinig intensief persoonlijk contact en relatie tussen deelnemer en Stroomopwaarts. Sociale activering. In deze groep zitten deelnemers waarvan Stroomopwaarts vast heeft gesteld dat zij maatschappelijk kunnen participeren. De bewoner is in staat om te participeren en kan mogelijk op termijn de stap maken naar (parttime) werk. De ondersteuning van Stroomopwaarts bestaat uit periodieke gesprekken, vrijwilligerswerk, taal- en sporttrajecten, trainingen, schuldhulpverlening, participatieplaatsen en sociale activering in het werkleerbedrijf. Dit betreft ongeveer 31 procent van alle bewoners met een uitkering. De oudere leeftijdsgroepen zijn oververtegenwoordigd: 35 procent is ouder dan 55 en 31 procent is tussen de 45 en 54 jaar oud. In het onderzoek hebben 7 deelnemers uit deze groep aan het onderzoek deelgenomen. Aan de slag met begeleiding. Bij de start van het onderzoek hanteerde Stroomopwaarts dit als een aparte groep, inmiddels is met de nieuwe indeling deze groep gevallen onder de groep Werk. In de groep Werk zitten deelnemers die bemiddelbaar zijn naar werk al dan niet met een indicatie banenafspraak en loonwaarde.
De ondersteuning van Stroomopwaarts kan bestaan uit een assessment, een competentie ontwikkeltraject, directe bemiddeling naar werk, matching, inzet werkgeversinstrumenten, jobcoaching, loonwaardemetingen, banenmarkten en netwerkbijeenkomsten met werkgevers. In het onderzoek hebben 6 deelnemers uit deze groep aan het onderzoek deelgenomen. Klaar voor werk. Bij de start van het onderzoek hanteerde Stroomopwaarts dit als een aparte groep, inmiddels is met de nieuwe indeling deze groep gevallen onder de groep Werk. In de groep Werk zitten deelnemers die bemiddelbaar zijn naar werk al dan niet met een indicatie banenafspraak en loonwaarde. De ondersteuning van Stroomopwaarts kan bestaan uit een assessment, een competentie ontwikkeltraject, directe bemiddeling naar werk, matching, inzet werkgeversinstrumenten, jobcoaching, loonwaardemetingen, banenmarkten en netwerkbijeenkomsten met werkgevers. In Schiedam bestaat de groep Werk uit 23 procent van het totaal aantal bewoners. De grootste leeftijdsgroep (33 procent) is 35-44 jaar gevolgd door de leeftijdsgroep 45-54 (24 procent) en de leeftijdsgroep 27-34 jaar (20 procent). Daarmee is de gemiddelde leeftijd van deze groep het laagst. In het onderzoek hebben 6 deelnemers uit deze groep aan het onderzoek deelgenomen
In totaal is met 20 deelnemers gesproken en de bevindingen zijn getoetst en verrijkt in een gesprek met begeleiders van Stroomopwaarts.
1
Stroomopwaarts is recent tot een nieuwe indeling gekomen in klantgroepen. Ten tijde van het onderzoek moest nog een kwart worden ingedeeld. Het betreft dus voorlopige verdeling.
Managementsamenvatting
6
1.4
Impact en verklaringen daarvoor per groep deelnemers
Impact en verklaringen voor groep Maatschappelijke activering Alleen inkomenszekerheid (economisch kapitaal), verdere activering niet succesvol door opeenstapeling van belemmeringen en mismatch tussen wat Stroomopwaarts geboden heeft en wat bewoner nodig vond. De impact voor de groep Maatschappelijke activering (deelgroep Langdurige zorg) zit vooral op het realiseren van inkomenszekerheid (economisch kapitaal). Dat is ook in lijn met het doel dat de bewoners hebben bij de deelgroep Langdurige zorg (inkomenszekerheid). Maar het effect komt niet overeen met wat bewoners ervaren hebben met het doel van Stroomopwaarts (re-integratie naar werk). Het wegnemen van andere belemmeringen zoals Stroomopwaarts wel beoogd, blijkt in de praktijk lastig. In een langer verleden ontbrak het aan een match tussen de ondersteuning van Stroomopwaarts en wat de deelnemer aan ondersteuning kan en vraagt. Bijvoorbeeld botst het gebrek aan (verwijzing naar) mentale ondersteuning en een proces van arbeidsongeschiktheid met gelijktijdige pogingen tot re-integratie naar werk. Begeleiders van Stroomopwaarts herkennen dit beeld van de groep maatschappelijke activering en geven aan dat ze niet in de lead zijn voor deze groep, maar dat een zorgpartij vaak in de lead is om de grootste belemmeringen op leefgebieden weg te nemen.
Een verklaring die van invloed is op de impact op alle leefgebieden en kapitalen is de aanwezigheid van chronische lichamelijke en/of mentale beperkingen. Ook de hoge gemiddelde leeftijd, het lage opleidingsniveau en geen recente werkervaring (ten opzichte van de andere groepen deelnemers) maken dat stappen op meerdere leefgebieden en kapitalen beperkter mogelijk zijn. Meestal worden deze bewoners maar één maal per jaar gesproken en consulenten zorgen vooral dat de cliënten binnen deze doelgroep gewoon hun bijstand en inkomensregelingen ontvangen, omdat ze verder niet weten wat ze voor deze doelgroep kunnen doen. In bepaalde gevallen kan iemand wel ‘doorgroeien’ van Maatschappelijke activering naar bijvoorbeeld vrijwilligerswerk. Impact en verklaringen voor groep Sociale activering Ongeveer de helft van de gesproken deelnemers is parttime aan het werk of hebben vrijwilligerswerk (economisch kapitaal). Sprake is van een status quo: de situatie van deze deelnemers is al jaren hetzelfde. Het hebben van (vrijwilligers)werk leidt tot een groter sociaal netwerk (sociaal kapitaal), het volgen van trainingen (cultureel kapitaal) en het gevoel ‘er weer toe te doen’ (persoonskapitaal). Een deel heeft dit op eigen kracht gerealiseerd en een deel met hulp van Stroomopwaarts. Een stap naar volledig werken wordt beperkt door mentale en fysieke beperkingen.
De impact voor deze groep is gedeeltelijk als gevolg van de begeleiding door Stroomopwaarts. In meerdere gevallen is sprake van een ‘langdurige status quo’: vaak zijn deelnemers al jarenlang parttime aan het werk of doen vrijwilligerswerk. Deelnemers geven aan dat zij het (vrijwilligers)werk zelf of met hulp van Stroomopwaarts hebben verworven. De gedeeltelijke uitkering levert voldoende middelen en inkomenszekerheid op, er is geen verwachting bij deelnemers dat zij volledig economisch zelfstandig kunnen worden of hun inkomen kunnen verbeteren. Sprake is van ‘berusting’ op de leefgebieden van het economisch kapitaal, die situatie is wel goed zo. Het (vrijwilligers)werk zorgt ervoor dat deelnemers onder de mensen blijven en er een groter sociaal netwerk aan over houden. Deelnemers hebben vrijwel allemaal trainingen of cursussen gevolgd, vaak als onderdeel van de begeleiding door Stroomopwaarts in een verder verleden. De overall impact ligt vooral op een mentale verbetering. Deelnemers hebben het gevoel ‘er weer toe te doen’. Een stap naar volledig werken en economische zelfstandigheid wordt bij deze groep beperkt door mentale en fysieke beperkingen. De mindset om iets te doen, er bij te horen en iets bij te dragen is aanwezig. De begeleiding vanuit Stroomopwaarts is beperkt tot één of twee contacten per jaar.
Begeleiders van Stroomopwaarts geven aan dat zij een caseload hebben van enkele honderden cliënten en meer contact en dus begeleiding ook niet mogelijk is.
Managementsamenvatting
7
Impact en verklaringen voor groep Aan de slag met begeleiding Ongeveer de helft van de gesproken deelnemers is (part)time aan het werk. Het hebben van werk en het traject er naartoe leidt tot een groter sociaal netwerk (sociaal kapitaal), het volgen van trainingen (cultureel kapitaal) en het gevoel ‘er weer toe te doen’ (persoonskapitaal). De overall impact is dat deelnemers uitzicht hebben en positieve verwachtingen hebben over een plek op de arbeidsmarkt. Wel is een grote zorg bij deelnemers of zij passend werk kunnen vinden waar ze de ruimte krijgen om te groeien, fouten te maken en te leren. De begeleiding door Stroomopwaarts van deze groep is intensiever dan bij de groepen Maatschappelijke activering en Sociale activering. De impact lijkt daarmee ook groter en breder te zijn als gevolg van de begeleiding door Stroomopwaarts. Deelnemers willen werk en inkomensverbetering (economisch kapitaal) en hebben daar positieve verwachtingen over. In tegenstelling tot de groep Sociale activering is geen sprake van berusting, maar juist ambitie en zelfvertrouwen om het economisch kapitaal te verbeteren. Het traject naar werk zorgt ervoor dat deelnemers onder de mensen blijven en er een groter sociaal netwerk aan over houden (sociaal kapitaal).
Deelnemers hebben vrijwel allemaal trainingen of cursussen gevolgd, als onderdeel van de begeleiding door Stroomopwaarts of extern (cultureel kapitaal). De ervaren impact op het persoonskapitaal is een vergroot zelfvertrouwen en uitzicht op verbetering van de eigen situatie. Deelnemers hebben het gevoel ‘er weer toe te doen’. Voor deelnemers is het vaak een zoektocht om uit te vinden wat passend werk is. Ruimte om rustig te landen en het werk te ervaren is belangrijk in deze zoektocht naar wat passend is en waarvoor deelnemers gemotiveerd blijven. Daarnaast is het belangrijk dat deelnemers hun tijd kunnen nemen in de weg naar economische zelfstandigheid, en dat zij blijvend ondersteund worden om te kunnen anticiperen op terugval die waarschijnlijk bij een deel van deze groep ook zal plaatsvinden. De verklaring voor de impact is deels gelegen in het profiel van de deelnemers. Deze zijn gemiddeld iets jonger dan de deelnemers in de groepen Maatschappelijke en Sociale activering en beschikken over recentere werkervaring en opleiding. Daarnaast ligt een belangrijke verklaring in de aandacht en het regelmatig contact vanuit Stroomopwaarts naar de deelnemers, dat werkt positief volgens deelnemers en begeleiders. De aanwezigheid van een chronische aandoening bij een groot deel van de deelnemers lijkt een belangrijk obstakel te zijn voor passend werk.
Impact en verklaringen voor groep Klaar voor werk Ongeveer de helft van de gesproken deelnemers is (part)time aan het werk mede als gevolg van de begeleiding van Stroomopwaarts. De impact van de begeleiding door Stroomopwaarts op het sociaal netwerk (sociaal kapitaal) en opleiding en vaardigheden (cultureel kapitaal) is beperkt. Dit komt vooral doordat de deelnemers vaak beschikken over recente werkervaring, gemiddeld jonger zijn, een gemiddeld hoger opleidingsniveau (vanaf MBO-3/4) en een sterker en uitgebreider sociaal netwerk. Met andere woorden: de deelnemers beschikken op die kapitalen al over redelijk tot goede hulpbronnen. De overall impact is dat deelnemers positieve uitkomsten of verwachtingen hebben over een plek op de arbeidsmarkt en inkomensverbetering (economisch kapitaal). Dit heeft ook een positief effect op het zelfvertrouwen en het gevoel van economische zelfstandigheid(persoonskapitaal). De begeleiding door Stroomopwaarts van deze groep is intensiever dan bij de groepen Maatschappelijke activering en Sociale activering. De begeleiding bestaat uit het voorbereiden van competentie ontwikkeltrajecten, directe bemiddeling naar werk en ondersteuning bij sollicitaties (CV, brieven, voorbereiden van gesprekken). De impact zit vooral op het economisch kapitaal en het persoonskapitaal (zelfvertrouwen).
Deelnemers willen werk en inkomensverbetering en bovenal economische zelfstandigheid (economisch kapitaal) en hebben daar positieve verwachtingen over. In tegenstelling tot de groep Aan de slag met begeleiding lijken er iets minder belemmeringen te zijn om passend werk te vinden. Deelnemers hebben het gevoel ‘er weer bij te horen’. Deelnemers hebben wel maatwerk nodig
Managementsamenvatting
8
voor passend werk. Vooral voor hoger opgeleide deelnemers dreigt anders een bore-out omdat werk niet passend is bij hun vaardigheden. Voor deze groep deelnemers is het aanbod van passend werk lastiger te realiseren door Stroomopwaarts. Verklaringen voor de impact liggen in de aard van de motivatie van de deelnemers: het merendeel van deze groep deelnemers heeft chronische geldstress en is mede daardoor gemotiveerd om aan de slag te gaan. Een andere verklaring is gelegen in de kenmerken van deze groep: gemiddeld jonger dan de andere groepen, vaker hoger en recenter opgeleid en beschikkend over een sociaal netwerk. Daarnaast hebben deelnemers over het algemeen het gevoel van begrepen te worden door Stroomopwaarts en zij hebben regelmatig contact met de begeleider van Stroomopwaarts.
1.5
Samenvattende conclusies en aanbeveling
Conclusie 1: Deelnemers waar de kans op werk het grootst is ervaren vooral economische impact van de begeleiding door Stroomopwaarts en krijgen ook de meeste begeleiding van Stroomopwaarts. Uit de gesprekken met de deelnemers en de begeleiders van Stroomopwaarts blijkt dat aandacht en vertrouwen geven effectief is. Voor de groepen Aan de slag met begeleiding en Klaar voor werk is het begeleidingsinstrumentarium veel groter (meer instrumenten en aanpakken) en wordt ook veel meer begeleidingstijd ingezet. Deelnemers zijn in grote meerderheid ook te spreken over de aandacht die en het vertrouwen dat zij krijgen. Ze geven ook aan dat dit een positieve uitwerking heeft op hun zelfvertrouwen. Het is ook de groep deelnemers die over de grootste hulpbronnen (jonger, hoger opgeleid, sterker sociaal netwerk) beschikt en waar vooral een zetje of ondersteuning nodig is om weer aan het werk te komen. Conclusie 2: Aan deelnemers die minder kans op werk of activering hebben wordt de minste aandacht door Stroomopwaarts besteed en de impact is beperkt en gericht op het handhaven van de status quo. Voor de groepen Maatschappelijke en Sociale activering is de inzet van Stroomopwaarts beperkt. Bij de groep Maatschappelijke activering (met name de deelgroep Langdurige zorg) geeft Stroomopwaarts aan zelfs niet ‘in the lead’ te zijn in de activering. Dat ligt bij zorginstellingen.
Bij de groep Sociale activering is de caseload van de begeleiders dermate hoog (enkele honderden) dat er ook weinig ruimte is voor activering. Het gevolg is dat de impact vooral bestaat uit inkomensondersteuning en voor de bewoner leidt het tot handhaving van de status quo. Sprake is van berusting of acceptatie dat de situatie nu eenmaal zo is. Bij de groep Sociale activering is wel sprake van enige impact als gevolg van (vrijwilligers)werk. Maar die zijn vaak niet het gevolg van de begeleiding door Stroomopwaarts, dat hebben deelnemers in ongeveer de helft van de gevallen zelf elders geregeld. Aanbeveling 1: Koppel de Maatschappelijke en Sociale activering los van de uitkeringverstrekking De impact van de begeleiding door Stroomopwaarts voor bewoners is vooral te zien bij de groepen Aan de slag met begeleiding en Klaar voor werk. Voor die groepen zet Stroomopwaarts de meeste tijd, aandacht en instrumenten in. Deze groep deelnemers ervaren de uitkering die zij ontvangen van Stroomopwaarts als een van tijdelijke aard. Dat is acceptabel en niet belemmerend omdat sprake is van een positieve toekomstverwachting over economische zelfstandigheid. Bij de groepen Maatschappelijke en Sociale activering is de uitkering een vorm van structurele ondersteuning tegen de achtergrond van weinig positieve verwachtingen over de mogelijkheden van economische zelfstandigheid.
Het contact met Stroomopwaarts verloopt vooral via de inkomensconsulent in de jaarlijkse controle. Begeleiding gericht op maatschappelijke of sociale activering speelt zich daarom af tegen een hele andere achtergrond. Het inkomen uit de uitkering biedt veiligheid en zekerheid. Het valt daarom te overwegen om de activering
Managementsamenvatting
9
los te koppelen van de uitkering. Bijvoorbeeld door activering en begeleiding vooral te zoeken in de wijk en via deelname aan activiteiten in de wijk. Dat is minder bedreigend. Voor veel bewoners geldt dat zij niet al te positieve ervaringen hebben in het verleden met uitkerings- en hulpinstanties. Bewoners kunnen dan beter ervaringen op doen in een omgeving die los staat van de inkomensafhankelijkheid van Stroomopwaarts. Aanbeveling 2: Kom tot een andere invulling van de activering van de deelnemers uit de groepen Maatschappelijke en Sociale activering In andere gemeenten (o.a. Den Haag, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Amsterdam) is gekozen voor verschillende en specifieke begeleidingstrajecten voor maatschappelijke en sociale activering. Voor de deelgroep Langdurige zorg (onderdeel Maatschappelijke activering) kan worden gekozen voor activering in de wijk via deelname aan welzijnsgerelateerde activiteiten die aangeboden worden door welzijnsorganisaties, bewonersinitiatieven en verenigingen. In Amsterdam is dit in de opdracht van welzijnsorganisaties verweven, bijvoorbeeld in de vorm van participatiecentra. Voor de deelgroep Kortdurende zorg (onderdeel van Maatschappelijke activering) passen andere gemeenten zogenaamde Maatschappelijk Fit-trajecten toe.
Vaak zijn dit trajecten met een individuele en groepsbenadering gericht op het opdoen van vertrouwen, inzicht krijgen in eigen kunnen, in de groep ervaringen delen en oefenen met activiteiten. Gemeenten als Den Haag, Rijswijk en Pijnacker-Nootdorp zetten deze trajecten in en laten deze uitvoeren door daarin gespecialiseerde partijen. Voor de groep Sociale Activering zetten andere gemeenten Werkfit-trajecten in. Dit zijn soortgelijke trajecten met individuele en groepscomponenten die tot doel hebben deelnemers na afloop de stap te kunnen laten zetten naar werk. Gemeenten als Den Haag, Rijswijk en Pijnacker-Nootdorp zetten deze trajecten in en laten deze uitvoeren door daarin gespecialiseerde partijen.
Managementsamenvatting
10
Om te vergroten: klik op een hoek en sleep. Om te verschuiven: klik op Bijsnijden in het rechtertabblad Opmaak.
2 INLEIDING
Managementsamenvatting
12
2. Inleiding 2.1
Aanleiding
Tijdens de beeldvormende avond op 16 mei 2023 is een presentatie gegeven door Stroomopwaarts (SOW) aan de gemeenteraad ter voorbereiding op onder andere het raadsvoorstel verlenging regionale visie Armoede en Schulden. Daarbij heeft de raad gevraagd of Stroomopwaarts naast onderzoek naar cliënttevredenheid in relatie tot het functioneren van de eigen organisatie, ook kijkt naar de ervaren impact op het leven of leefgebieden van cliënten door het volgen van begeleidingstrajecten naar (vrijwilligers)werk. En of het bekend is waar eventuele baten nog meer landen, behalve een beoogde vermindering van het aantal (kosten voor) uitkeringen. Dat bleek niet het geval. In de motie van 30 mei 2023 verzoekt de raad aan het college om een onafhankelijk onderzoek uit te laten voeren naar de door cliënten ervaren impact op hun leven door de begeleidingstrajecten van Stroomopwaarts. Stroomopwaarts is de regionale organisatie van de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam voor de uitvoering van de Participatiewet. Het tweede verzoek van de raad is om de inzichten te vertalen naar een Maatschappelijke Kosten-Baten Analyse (MKBA) op relevante beleidsdomeinen binnen de gemeente Schiedam. Dit verzoek is opgepakt in een apart onderzoek als vervolg op het onderzoek naar de impact van de begeleidingstrajecten.
2.2
Onderzoeksmodel
Begeleiding naar werk is meer dan alleen een traject waarin deelnemers vaardigheden en ervaring opdoen richting werk. Vaak spelen bij deelnemers op meer dan één leefgebied belemmeringen die stress veroorzaken. Stress die het lastiger of soms op dat moment niet mogelijk maakt om een stap naar werk te zetten. Succesvolle trajecten naar werk richten zich op het aansluiten waar de deelnemer dan staat, het werken aan stressreductie op leefgebieden waar zich stress voordoet en het opdoen van succeservaringen. Kort samengevat: voor een succesvolle begeleiding naar werk is vaak ook een interventie of aanpak op een ander leefgebied dan werk nodig. Bijvoorbeeld het regelen van kinderopvang, de aanpak van schulden, leren omgaan met belemmeringen op fysiek, mentaal of gezinsniveau. Successen die op die leefgebieden behaald worden, vergroten de kans dat een traject naar werk ook succesvol is. Andersom is ook het geval. Succes op het vlak van werk, leidt meer dan eens ook tot een verbetering op andere leefgebieden. Het hebben van werk of succesvolle stappen op weg daar naartoe leiden tot meer ‘mentale ruimte’ om ook op andere leefgebieden verbeteringen te realiseren.
Dat haakt aan bij de vraagstelling van de raad: wat is de ervaren impact in het leven en/of leefgebieden van de deelnemers aan de trajecten? In het onderzoek is gewerkt met de volgende hypothesen die gebruikt worden om de impact van de begeleidingstrajecten te bepalen: ▪ De begeleidingstrajecten richten zich op het wegnemen van stressfactoren op meerdere leefgebieden om de stap naar (vrijwilligers)werk succesvol te laten zijn. Om deze reden is de verwachting dat het begeleidingstraject ook op andere leefgebieden dan werk en tijdsbesteding een positieve invloed heeft. ▪ Begeleidingstrajecten die tot succeservaringen hebben geleid op het vlak van werk en tijdsbesteding, hebben een positieve invloed op andere leefgebieden omdat er meer ‘mentale ruimte’ is om ook op die leefgebieden verbeteringen te realiseren.
Inleiding
13
De leefgebieden die de Zelfredzaamheidsmatrix hanteert zijn in dit onderzoek gestructureerd naar kapitalen of hulpbronnen. Deze vormen van ‘kapitaal’ of hulpbronnen komen voort uit de indeling die het Sociaal Cultureel Planbureau en Movisie hanteren in het vaststellen van de bestaanszekerheid van bewoners. De veronderstelling is dat het beschikken over deze vormen van kapitaal of hulpbronnen verklarend is voor de mate van bestaanszekerheid van bewoners. De impact van de begeleiding door Stroomopwaarts is bepaald door na te gaan of de kapitalen zijn versterkt. De kern s de redenering dat de kapitalen ‘hulpbronnen’ zijn die de maatschappelijke positie van deelnemers versterken. Interventies die zich richten op versterken van de ‘kapitalen’ of ‘hulpbronnen’ zorgen voor een positieve impact.
In dit onderzoek zijn de 12 leefgebieden uit de Zelfredzaamheidsmatrix als volgt verdeeld over de ‘kapitalen’: ▪ Economisch kapitaal: werk, financiën, tijdsbesteding, huisvesting ▪ Sociaal kapitaal: huiselijke relaties, sociaal netwerk en maatschappelijke participatie ▪ Cultureel kapitaal: opleiding, vaardigheden, justitie ▪ Persoonskapitaal: geestelijke gezondheid, lichamelijke gezondheid, middelengebruik, ADL De twee hypothesen, het werkbegeleidingstraject heeft impact of effect op leefgebieden (directe invloed) en de leefgebieden hebben invloed op elkaar (indirecte invloed) zijn schematisch ondergebracht in onderstaand onderzoeksmodel. De gele pijlen geven de directe invloed van het werkbegeleidingstraject weer en de groene pijlen geven de indirecte invloed weer. Voor de maatschappelijke kosten-batenanalyse, kan het model in een andere invulling ook gebruikt worden. De kosten kunnen per onderdeel van het onderzoeksmodel worden bepaald, net als de baten. De baten kunnen waar mogelijk in termen van geld worden uitgedrukt, maar ook in ervaren impact. Zo kan de verbinding worden gelegd tussen de impactmeting en de maatschappelijke kosten-batenanalyse.
Inleiding
14
2.3
Onderzoeksvragen
De centrale vraagstelling voor dit onderzoek is: Wat is de impact van het begeleidingstraject van Stroomopwaarts op de deelnemers Deelvragen: 1. 2. 3. 4. 5.
Welke impact heeft het begeleidingstraject gehad op de verschillende leefgebieden van de deelnemers? Welke verklaringen geven deelnemers en begeleiders voor de effecten? Op welke doelen of effecten wordt gestuurd bij de begeleidingstrajecten? In welke mate zijn deze doelen van invloed op de feitelijke en ervaren effecten? Wat zijn de verschillen tussen de groepen deelnemers die het begeleidingstraject wel en niet afronden?
2.4
Onderzoeksverantwoording
Interviews met 20 deelnemers aan begeleidingstrajecten van Stroomopwaarts Het onderzoek heeft bestaan uit interviews met 20 deelnemers aan begeleidingstrajecten van Stroomopwaarts. De deelnemers zijn geworven via Stroomopwaarts. Daarbij is een zoekprofiel door de onderzoekers meegegeven, zoals gezinssamenstelling, leeftijd, wel of niet succesvol in de begeleiding. Stroomopwaarts heeft via de consulenten deelnemers benaderd voor deelname aan het onderzoek. Als een deelnemer wilde deelnemen, zijn ze door de onderzoekers benaderd voor een interview. De deelnemers zijn zo gelijk mogelijk verdeeld over vier groepen deelnemers die Stroomopwaarts hanteerde in de begeleiding van deelnemers: ▪ Maatschappelijke activering. In deze groep zitten deelnemers waar sprake is van belemmeringen waardoor de klant niet kan participeren. Daarbinnen is een onderscheid van deelnemers waarvan de verwachting is dat belemmeringen binnen 12 maanden zijn weg te nemen of te stabiliseren (kortdurende zorg). Deze groep betreft ongeveer 27 procent2 van het totale bestand van 2176 bewoners met een uitkering bij Stroomopwaarts. De sprake is van een ongeveer gelijke verdeling over de zes leeftijdsgroepen die Stroomopwaarts hanteert, waarbij alleen de jongste leeftijdsgroep (onder 21) heel klein is.
Een tweede groep bestaat uit deelnemers waar de belemmeringen langer duren dan 12 maanden en sprake is van een ontheffing of vrijstelling. Hieronder vallen ook mensen die duurzaam arbeidsongeschikt zijn. Deze groep bestaat uit 19 procent van het totaal aantal bewoners met een uitkering. In deze groep is sprake van een oververtegenwoordiging (ongeveer 45%) van bewoners van 55 jaar of ouder. Nog eens 32 procent is tussen de 45 en 54 jaar oud. Daarmee is de gemiddelde leeftijd bij deze groep het hoogst. Bij beide groepen is sprake van periodieke individuele gesprekken (uit interviews blijkt meestal een keer per jaar) en waar nodig schuldhulpverlening, samenwerking met (zorg)partners en sociaal medische advisering. In het onderzoek heeft uiteindelijk 1 deelnemer uit deze groep (deelgroep Langdurige zorg) aan het onderzoek deelgenomen. Het doel was om 5 deelnemers te spreken. Dat is niet gelukt. De belangrijkste verklaring hiervoor is dat deze groep vaak eens per jaar een contact heeft met een medewerker van Stroomopwaarts. Daarmee is sprake van een weinig intensief persoonlijk contact en relatie tussen deelnemer en Stroomopwaarts. ▪ Sociale activering. In deze groep zitten deelnemers waarvan Stroomopwaarts vast heeft gesteld dat zij maatschappelijk kunnen participeren. De bewoner is in staat om te participeren en kan mogelijk op termijn de stap maken naar (parttime) werk.
De ondersteuning van Stroomopwaarts bestaat uit periodieke gesprekken, vrijwilligerswerk, taal- en sporttrajecten, trainingen, schuldhulpverlening, participatieplaatsen en sociale activering in het werkleerbedrijf. Dit betreft ongeveer 31 procent van
2
Stroomopwaarts is recent tot een nieuwe indeling gekomen in klantgroepen. Ten tijde van het onderzoek moest nog een kwart worden ingedeeld. Het betreft dus voorlopige verdeling.
Inleiding
15
▪
▪
alle bewoners met een uitkering. De oudere leeftijdsgroepen zijn oververtegenwoordigd: 35 procent is ouder dan 55 en 31 procent is tussen de 45 en 54 jaar oud. In het onderzoek hebben 7 deelnemers uit deze groep aan het onderzoek deelgenomen. Aan de slag met begeleiding. Bij de start van het onderzoek hanteerde Stroomopwaarts dit als een aparte groep, inmiddels is met de nieuwe indeling deze groep gevallen onder de groep Werk. In de groep Werk zitten deelnemers die bemiddelbaar zijn naar werk al dan niet met een indicatie banenafspraak en loonwaarde. De ondersteuning van Stroomopwaarts kan bestaan uit een assessment, een competentie ontwikkeltraject, directe bemiddeling naar werk, matching, inzet werkgeversinstrumenten, jobcoaching, loonwaardemetingen, banenmarkten en netwerkbijeenkomsten met werkgevers. In het onderzoek hebben 6 deelnemers uit deze groep aan het onderzoek deelgenomen. Klaar voor werk. Bij de start van het onderzoek hanteerde Stroomopwaarts dit als een aparte groep, inmiddels is met de nieuwe indeling deze groep gevallen onder de groep Werk. In de groep Werk zitten deelnemers die bemiddelbaar zijn naar werk al dan niet met een indicatie banenafspraak en loonwaarde.
De ondersteuning van Stroomopwaarts kan bestaan uit een assessment, een competentie ontwikkeltraject, directe bemiddeling naar werk, matching, inzet werkgeversinstrumenten, jobcoaching, loonwaardemetingen, banenmarkten en netwerkbijeenkomsten met werkgevers. In Schiedam bestaat de groep Werk uit 23 procent van het totaal aantal bewoners. De grootste leeftijdsgroep (33 procent) is 35-44 jaar gevolgd door de leeftijdsgroep 45-54 (24 procent) en de leeftijdsgroep 27-34 jaar (20 procent). Daarmee is de gemiddelde leeftijd van deze groep het laagst. In het onderzoek hebben 6 deelnemers uit deze groep aan het onderzoek deelgenomen
Met 20 interviews is het mogelijk om een grotere spreiding van verschillende waarnemingen te krijgen. Dat betekent dat de meest voorkomende situaties en impact gevat worden in de het onderzoek. De precieze verdeling tussen hoe vaak welke situatie voorkomt kan op basis van deze aantallen niet statistisch onderbouwd worden bepaald. De steekproef is daarmee niet statistisch representatief. Om de validiteit van de bevindingen te toetsen zijn de bevindingen uit de interviews toegelicht aan 6 begeleiders, een strategisch beleidsadviseurs en twee teamleiders/managers van Stroomopwaarts. In een groepsgesprek zijn de bevindingen gedeeld en is gevraagd of de bevindingen over de profielen van de gesproken deelnemers, de doelen van de begeleidingstrajecten en de impact overeenkomen met wat zij in de praktijk ervaren. Op basis hiervan zijn bevindingen aangescherpt en aangepast. De bevindingen zijn per groep gepresenteerd omdat deze te zeer verschillen ten opzichte van elkaar om uitsluitend algemene bevindingen en conclusies te benoemen. De meer gedetailleerde bevindingen op casusniveau (geanonimiseerd) zijn opgenomen in de bijlage.
Inleiding
16
Om te vergroten: klik op een hoek en sleep. Om te verschuiven: klik op Bijsnijden in het rechtertabblad Opmaak.
3
BEVINDINGEN IMPACT WERKBEGELEIDINGSTRAJECTEN
Inleiding 18
3. Bevindingen impact werkbegeleidingstrajecten 3.1
Inleiding
In dit hoofdstuk zijn de volgende deelvragen voorzien van bevindingen: 1. Welke feitelijke en ervaren impact heeft het begeleidingstraject gehad op de verschillende leefgebieden van de deelnemers? 3. Op welke doelen of effecten wordt gestuurd bij de begeleidingstrajecten? 4. In welke mate zijn deze doelen van invloed op de feitelijke en ervaren effecten? 5. Wat zijn de verschillen tussen de groepen deelnemers die het begeleidingstraject wel en niet afronden? De bevindingen zijn steeds per groep deelnemers (langdurige zorg, sociale activering, aan de slag met begeleiding en klaar voor werk) weergegeven.
3.2 1.
Bevindingen impact werkbegeleidingstrajecten op leefgebieden Welke impact heeft het begeleidingstraject gehad op de verschillende leefgebieden van de deelnemers?
Bevindingen op hoofdlijnen: ▪
De bevindingen verschillen per groep deelnemers.
▪
Voor de groep Maatschappelijke activering geldt dat de ervaren impact vooral zit op
▪
Voor de groep Sociale activering zit de impact op weer aan de slag ((parttime)werk of
inkomenszekerheid (economisch kapitaal) vrijwilligerswerk) zijn en het gevoel hebben er weer toe te doen (alle kapitalen) ▪
Voor de groep Aan de slag met begeleiding bestaat de impact uit een toenemend zelfvertrouwen en positieve verwachtingen voor de toekomst waar het gaat om inkomensverbetering en een plek op de arbeidsmarkt (alle kapitalen)
▪
Voor de groep Klaar voor werk bestaat de impact uit inkomensverbetering als gevolg van werk, een positieve verwachting over de toekomst en een toegenomen zelfvertrouwen (economisch en persoonskapitaal)
Onderbouwing De impact is bepaald door na te gaan hoe de situatie van de deelnemer was voordat gestart werd met de begeleiding vanuit Stroomopwaarts en hoe de situatie op dit moment is. Daarbij is steeds nagegaan of de verandering in de situatie ook het gevolg van de begeleiding van Stroomopwaarts is. Dit alles vanuit de beleving en ervaring van de deelnemer. De veranderingen in de situatie zijn daarmee de impact. Dit is per kapitaal (set van leefgebieden) bepaald. Onderstaand is steeds per vorm van kapitaal (set van leefgebieden) aangegeven wat de impact van de begeleiding door Stroomopwaarts is geweest vanuit het perspectief van de deelnemers.
Bevindingen impact werkbegeleidingstrajecten
19
Maatschappelijke activering Voor de bevindingen voor deze groep geldt dat één respondent is gesproken die valt onder de deelgroep Langdurige zorg. Het is Stroomopwaarts en de onderzoekers niet gelukt om een hogere respons te bereiken. De bevindingen zijn getoetst bij medewerkers van Stroomopwaarts. Feitelijk is bij de deelgroep Langdurige zorg geen sprake van een begeleidingstraject naar werk, maar voornamelijk het bieden van inkomensondersteuning in de vorm van een uitkering en andere toeslagen. Soorten kapitaal / set van leefgebieden
Ervaren impact
Economisch kapitaal: werk, financiën, tijdsbesteding, huisvesting
Het hebben van een inkomen (uitkering) en
Sociaal kapitaal: huiselijke relaties, sociaal netwerk en maatschappelijke participatie
Geen impact. De maatschappelijke participatie is
inkomenszekerheid. beperkt, het sociaal netwerk verandert niet als gevolg van de uitkering. Geen impact. Al lange tijd geen aandacht geweest
Cultureel kapitaal: opleiding, vaardigheden
voor verbeteren van vaardigheden via opleiding en training. Geen positieve impact. Ervaringen met controles en
Persoonskapitaal: geestelijke gezondheid, lichamelijke gezondheid, middelengebruik
wantrouwen vanuit Stroomopwaarts uit het verleden hebben destijds een negatieve impact gehad. Geldt ook voor andere instanties. Vaak is sprake van een chronische aandoening die niet meer verbetert.
Uit de interviews met de deelnemer en het gesprek met Stroomopwaarts blijkt dat vanuit Stroomopwaarts weinig contact (één keer per jaar op initiatief van Stroomopwaarts) is met deze groep deelnemers. Het contact is vooral gericht op het vaststellen of de situatie wel of niet gewijzigd is en welke gevolgen dat heeft voor de uitkering. Medewerkers van Stroomopwaarts geven aan dat met een deel van deze groep deelnemers vaker contact is, bijvoorbeeld vanwege andere inkomensondersteunende voorzieningen. Sommige deelnemers benaderen Stroomopwaarts ook geregeld zelf met vragen daarover. Het kan voorkomen dat deelnemers in deze groep doorstromen naar andere groepen zoals sociale activering, maar dat komt vooral voor bij de groep Kortdurende zorg. Samenvattend: de ervaren impact voor deze groep zit vooral op inkomenszekerheid. Sociale activering Voor de bevindingen voor deze groep geldt dat 7 respondenten zijn gesproken. Soorten kapitaal / set van
Ervaren impact
leefgebieden Economisch kapitaal: werk, financiën, tijdsbesteding, huisvesting
Bij ongeveer de helft is sprake van parttime werk en bij de andere helft is sprake van vrijwilligerswerk. Deelnemers geven aan dat zij het (vrijwilligers)werk zelf of met hulp van Stroomopwaarts hebben verworven. De gedeeltelijke uitkering levert voldoende middelen en inkomenszekerheid op.
Sociaal kapitaal: huiselijke relaties, sociaal netwerk en maatschappelijke participatie
Het (vrijwilligers)werk zorgt ervoor dat deelnemers onder de mensen blijven en er een groter sociaal netwerk aan over houden.
Bevindingen impact werkbegeleidingstrajecten
20
Cultureel kapitaal: opleiding, vaardigheden
Deelnemers hebben vrijwel allemaal trainingen of cursussen gevolgd, vaak als onderdeel van de begeleiding door Stroomopwaarts.
Persoonskapitaal: geestelijke gezondheid, lichamelijke gezondheid, middelengebruik
De ervaren impact ligt vooral op een mentale verbetering. Deelnemers hebben het gevoel ‘er weer toe te doen’.
In het groepsgesprek met Stroomopwaarts is aangegeven de impact te herkennen. Daarbij wordt opgemerkt dat vrijwilligerswerk een opstap kan zijn naar werk. Enkele deelnemers hebben dit ook aangegeven. Tevens wordt potentie gezien bij deze groep om tot meer uren betaald werk te komen. Samenvattend: de ervaren impact is dat deelnemers aan de slag zijn en het gevoel hebben er weer toe te doen. Aan de slag met begeleiding Voor de bevindingen voor deze groep geldt dat 6 respondenten zijn gesproken. Soorten kapitaal / set van
Ervaren impact
leefgebieden Economisch kapitaal: werk, financiën, tijdsbesteding, huisvesting
Uitzicht op inkomensverbetering en een plek op de
Sociaal kapitaal: huiselijke relaties, sociaal netwerk en maatschappelijke participatie
Het werk en het traject ernaartoe zorgt ervoor dat
arbeidsmarkt. deelnemers onder de mensen blijven en er een groter sociaal netwerk aan over houden.
Cultureel kapitaal: opleiding, vaardigheden
Deelnemers hebben vrijwel allemaal trainingen of cursussen gevolgd, als onderdeel van de begeleiding door Stroomopwaarts of extern.
Persoonskapitaal: geestelijke gezondheid, lichamelijke gezondheid, middelengebruik
De ervaren impact is een vergroot zelfvertrouwen en uitzicht op verbetering van de eigen situatie. Deelnemers hebben het gevoel ‘er weer toe te doen’.
Deelnemers geven in de interviews aan dat zij het liefst aan het werk zijn, maar dat daar nog wel tijd voor nodig is om een passende plek te vinden. Met passend bedoelen ze een werkplek waar je kan leren en fouten kunt maken. Uit het groepsgesprek met Stroomopwaarts blijkt dat dit vraagt om werkgevers waar ruimte en begrip is voor medewerkers die iets meer begeleiding en ondersteuning nodig hebben. Bij deze deelnemers is vaker dan in de eerder beschreven groepen sprake van terugval, veelal door gezondheidsproblemen of problemen met andere personen in hun huishouden zoals kinderen. Samenvattend: de impact zit vooral op een toenemend zelfvertrouwen en positieve verwachtingen voor de toekomst waar het gaat om inkomensverbetering en een plek op de arbeidsmarkt.
Bevindingen impact werkbegeleidingstrajecten
21
Klaar voor werk Voor de bevindingen voor deze groep geldt dat 6 respondenten zijn gesproken. Soorten kapitaal / set van
Ervaren impact
leefgebieden Economisch kapitaal: werk, financiën, tijdsbesteding, huisvesting
Merendeel van de deelnemers heeft (sinds) kort een betaalde baan. Dat heeft inkomensverbetering tot gevolg. De eigen verwachtingen voor de toekomst op dit vlak zijn overwegend positief.
Sociaal kapitaal: huiselijke relaties, sociaal netwerk en maatschappelijke participatie
Geen impact. Deelnemers ervaren geen veranderingen in
Cultureel kapitaal: opleiding, vaardigheden
Beperkte impact. Voor de meeste deelnemers is geen
hun sociaal netwerk of anderszins. sprake van het volgen van opleidingen of trainingen. Daarmee is de impact van de begeleiding door Stroomopwaarts op dit leefgebied beperkt.
Persoonskapitaal: geestelijke gezondheid, lichamelijke gezondheid, middelengebruik
Positieve impact op zelfvertrouwen. De ondersteuning van Stroomopwaarts heeft geleid tot meer zelfvertrouwen en bevestiging.
Deelnemers ervaren vooral een inkomensverbetering en een toegenomen zelfvertrouwen. De ondersteuning die deelnemers ervaren van Stroomopwaarts is gericht op hulp bij het vinden van een baan, voorbereiden van sollicitaties en nazorg als een sollicitatie niet gelukt is. Deelnemers geven aan vaak (meermaals per maand) contact te hebben met Stroomopwaarts en dit contact als opbouwend te ervaren. Uit het gesprek met Stroomopwaarts blijkt dat bij deze groep vooral wordt ingezet op het versterken van het vertrouwen en het wegnemen van angst voor falen. Samenvattend: de impact bestaat uit inkomensverbetering, een positieve verwachting over de toekomst en een toegenomen zelfvertrouwen.
3.3 3.
Bevindingen sturing op doelen en effecten Op welke doelen of effecten wordt gestuurd bij de begeleidingstrajecten?
Bevindingen op hoofdlijnen: ▪
De doelen en effecten waarop wordt gestuurd bij begeleidingstrajecten verschillen per groep
▪
Voor de groep Maatschappelijke activering geldt dat het doel inkomenszekerheid (Langdurige
deelnemers. zorg) en wegnemen of stabiliseren belemmeringen (Kortdurende zorg) is. Bij de groep Langdurige zorg ligt de focus op het bieden van een basis in het economisch kapitaal. Bij Kortdurende zorg is het doel stabiliseren of wegnemen van belemmeringen en vooral gericht op persoonskapitaal. ▪
Voor de groep Sociale activering is het doel om weer actief te worden, een netwerk op te bouwen, vrijwilligerswerk of (vaak parttime) werk te doen. Het doel is het versterken van het sociaal, cultureel en persoonskapitaal.
Bevindingen impact werkbegeleidingstrajecten
22
▪
Voor de groep Aan de slag met begeleiding is het doel actief worden, inkomensverbetering en passend werk vinden in relatie tot de belastbaarheid. De focus in de doelen en effecten ligt op actief worden en het versterken van het economisch kapitaal.
▪
Voor de groep Klaar voor werk is het doel inkomens- en werkzekerheid. De doelen richten zich vooral op het versterken van het economisch kapitaal.
Onderbouwing Aan de deelnemers is gevraagd welke doelen en effecten zij willen bereiken. Per groep zijn de doelen in onderstaand schema weergegeven. Groepen
Doelen en effecten waar deelnemers zich op richten
Maatschappelijke activering (deelgroep Langdurige zorg) (n=1) Sociale activering (n=7)
▪
Rust en weinig bemoeienis
▪
Inkomenszekerheid
▪
Weer actief worden
▪
Netwerk opbouwen via (vrijwilligers)werk
▪
Respect en voldoening
▪
Passend (vrijwilligers) werk in termen van belastbaarheid
▪
Passend werk in termen van belastbaarheid en ruimte voor leren en fouten
Aan de slag met begeleiding (n=6)
maken ▪
Inkomensverbetering om meer financiële ruimte te hebben voor vaste lasten en vrije tijdsbesteding
Klaar voor werk (n=6)
▪
Actief worden
▪
Inkomensverbetering om meer financiële ruimte te hebben voor huisvesting,
▪
Werkzekerheid in de vorm van werk en uitzicht op vast werk.
▪
Onafhankelijkheid in termen van inkomen (niet afhankelijk van uitkering zijn)
boodschappen en vrije tijdsbesteding
Uit het groepsgesprek met Stroomopwaarts blijkt dat het doel dat Stroomopwaarts heeft bij de groep Langdurige zorg vooral inkomensondersteuning is. Stroomopwaarts geeft daarbij aan dat bij een aanzienlijk deel van deze groep sprake is van complexe problematiek zoals verslaving, dakloosheid, psychische problemen of een anderszins zeer kwetsbare gezondheid. De regie voor activering ligt dan eerst bij met name zorgpartijen die zich in eerste instantie vooral richten op stabilisatie. Het komt voor dat in deze groep deelnemers doorstromen naar andere groepen zoals sociale activering of aan de slag met begeleiding. Stroomopwaarts herkent de doelen die deelnemers hebben bij de groepen Sociale activering, Aan de slag met begeleiding en Klaar voor werk. Stroomopwaarts ziet ook een volgordelijkheid in deze groepen. Via sociale activering kunnen deelnemers doorstromen naar Aan de slag met begeleiding en vervolgens naar Klaar voor werk. Uit de interviews met de deelnemers blijkt dat met name in de groep Klaar voor werk ook deelnemers zitten die zich kort geleden hebben gemeld bij Stroomopwaarts en in een periode van een aantal maanden weer aan de slag zijn in betaald werk. Samengevat: de doelen per groep verschillen en lijken gebaseerd op datgene wat voor die groep op dat moment het meest bereikbaar lijkt te zijn.
Bevindingen impact werkbegeleidingstrajecten
23
3.4 4.
Bevindingen invloed doelen op bereikte effecten In welke mate zijn deze doelen van invloed op de feitelijke en ervaren effecten?
Bevindingen op hoofdlijnen: ▪
De invloed van de doelen op de effecten is bij twee groepen (Maatschappelijke activering, deelgroep Langdurige zorg en Klaar voor werk) in positieve zin aanwezig. De beoogde effecten worden gerealiseerd. Bij twee groepen is de effectiviteit minder in lijn. Bij de groep Sociale activering is de effectiviteit volgens de deelnemers in lijn met hun doelen, waar Stroomopwaarts kansen ziet voor ‘doorgroei’ naar meer uren of betaald werk. Bij de groep Aan de slag met begeleiding is het effect of resultaat in ongeveer de helft van de gevallen in lijn met het doel (betaald werk).
Onderbouwing Uit de interviews met de deelnemers blijkt het volgende beeld over het bereiken van feitelijke en ervaren effecten. Groepen
Feitelijke en ervaren effecten
Maatschappelijke activering (deelgroep Langdurige zorg) (n=1)
▪
Sociale activering (n=7)
▪
Het doel op het gebied van inkomensondersteuning is hetzelfde als het effect bezien vanuit het perspectief van de deelnemer. De doelen van de deelnemer zijn op het gebied van inkomensondersteuning in lijn met de rol die Stroomopwaarts voor deze groep heeft. Wel dient opgemerkt dat de deelnemer ook graag effecten had ervaren door ondersteuning vanuit stroomopwaarts op de andere leefgebieden. Het doel is hetzelfde als het effect bezien vanuit het perspectief van zowel de deelnemer als Stroomopwaarts. Stroomopwaarts ziet sociale activering als een mogelijke stap naar de groep Aan de slag met begeleiding. De gesproken deelnemers zijn in grote mate tevreden met de uitkomsten en effecten die nu zijn gerealiseerd. De stap naar (volledig) werken is geen ambitie vanwege ervaren beperkte belastbaarheid. De bewoners hebben in meerderheid niet het gevoel dat het bereikte effect het gevolg is van de inzet van Stroomopwaarts.
Aan de slag met begeleiding (n=6)
▪
Bij ongeveer de helft van de gesproken deelnemers is het beoogde effect (werk) nog niet bereikt. Daar zijn meerdere verklaringen voor. Die komen aan bod in het volgende hoofdstuk. Deelnemers geven in meerderheid dat de begeleiding door Stroomopwaarts (gedeeltelijk) succesvol is in het bijdragen aan de beoogde effecten.
Klaar voor werk (n=6)
▪
Het doel (betaald werk) is bij gesproken deelnemers recent of naar verwachting in de nabije toekomst gerealiseerd. Deelnemers geven in meerderheid dat de begeleiding door Stroomopwaarts (gedeeltelijk) succesvol is in het bijdragen aan de beoogde effecten.
Samenvattend zijn er verschillende doelen per groep, die grotendeels sturend en effectief zijn geweest in de bereikte resultaten en effecten. Bij twee groepen is de effectiviteit minder in lijn. Bij de groep Sociale activering is de effectiviteit volgens de deelnemers in lijn met hun doelen, waar Stroomopwaarts kansen ziet voor ‘doorgroei’ naar meer uren of betaald werk. Bij de groep Aan de slag met begeleiding is het effect of resultaat in ongeveer de helft van de gevallen in lijn met het doel (betaald werk).
Bevindingen impact werkbegeleidingstrajecten
24
5.
Wat zijn de verschillen tussen de groepen deelnemers die het begeleidingstraject wel en niet afronden?
Bevindingen op hoofdlijnen: ▪
Alleen bij de groep Klaar voor werk is sprake van afronding als sprake is van het vinden van betaald werk. Bij de andere groepen is de begeleiding niet afgerond, deze loopt door in verschillende intensiteit en vorm. Wel is deze wisselend succesvol zoals ook bij de eerdere onderzoeksvraag is aangegeven.
Onderbouwing Uit gesprekken met Stroomopwaarts blijkt dat begeleidingstrajecten alleen afgerond zijn als de deelnemer uitstroomt naar betaald werk en geen beroep meer doet op inkomensondersteunende regelingen of begeleiding naar werk. In de andere groepen eindigt het begeleidingstraject niet. Bij de groep Langdurige zorg bestaat de begeleiding voornamelijk uit het bieden van inkomensondersteuning. Bij de groepen Sociale activering en Aan de slag met begeleiding is geen sprake van afronding. Wel kunnen begeleidingstrajecten succesvol en minder succesvol zijn. Die verschillen per groep deelnemers. Wat maakt dat de begeleiding succesvol of niet succesvol is, is beschreven in hoofdstuk 4.
Bevindingen impact werkbegeleidingstrajecten
25
Om te vergroten: klik op een hoek en sleep. Om te verschuiven: klik op Bijsnijden in het rechtertabblad Opmaak.
4
BEVINDINGEN VERKLARINGEN IMPACT
Bevindingen impact werkbegeleidingstrajecten
26
4. Bevindingen verklaringen impact 4.1
Bevindingen verklaringen impact
In dit hoofdstuk is de volgende deelvraag voorzien van bevindingen: 2. Welke verklaringen geven deelnemers en begeleiders voor de effecten? Bevindingen op hoofdlijnen: ▪
De mate waarin deelnemers een succesvolle (en enigszins succesvolle) ondersteuning ervaren door Stroomopwaarts neemt toe van Maatschappelijke activering naar Sociale activering naar Aan de slag met begeleiding naar Klaar voor werk.
▪
Voor sociale Activering geldt dat 29% van de geïnterviewde deelnemers aangeven een succesvolle
▪
De verklaringen voor de impact zijn voor alle doelgroepen, dat als extra aandacht en
ondersteuning elders te hebben gekregen. ondersteuning op meerdere leefgebieden meer aanwezig is, dat deelnemers beter zijn betrokken bij de activering en dat de relatie tussen Stroomopwaarts en deelnemers meer is op basis van vertrouwen. Controle op basis van wantrouwen werkt over het algemeen niet. Dit geldt ook voor de groep maatschappelijke activering waar Stroomopwaarts niet in de lead is. ▪
Bij activering en begeleiding naar werk speelt dat sturen op meedoen belangrijker is dan sturen op volledige economische zelfstandigheid. Het is een proces van ups en downs en hiermee dient rekening te worden gehouden in de voorbereiding op en gedurende het proces. Deelnemers hebben daarnaast ruimte nodig om rustig te landen.
▪
Verder is passend (vrijwilligers) werk belangrijk en als dit niet aanwezig is dan werkt dit demotiverend voor sommige deelnemers.
Onderbouwing In onderstaande tabel is weergegeven in hoeverre deelnemers ervaren of zij succesvol zijn ondersteund door Stroomopwaarts of elders. Succesvol is een waardeoordeel dat de deelnemers zelf hebben over de hulp die zij van Stroomopwaarts krijgen. Niet succesvol betekent niet dat er geen impact is. De impact kan bijvoorbeeld wel bestaan uit inkomenszekerheid, maar als de beleving van deelnemers is dat ze aan het werk wilden of daartoe werden gestimuleerd en dit is niet succesvol, dan is de beleving dat de begeleiding niet succesvol is. Wat hieruit blijkt is dat er een toename is van succesvolle (en enigszins succesvolle) ondersteuning door Stroomopwaarts is van Maatschappelijke activering, naar Sociale activering, naar Aan de slag met begeleiding en naar Klaar voor werk. Het niet als succesvol ervaren neemt in dezelfde volgorde af. Wat verder opvalt is dat voor sociale activering 29% van de geïnterviewde deelnemers een succesvolle ondersteuning elders ervaren. Tabel: Mate waarin geïnterviewde deelnemers ervaren of de ondersteuning door Stroomopwaarts of door elders succesvol is Groep
Maatschappelijke
Succesvol door
Enigszins
Niet succesvol
Succesvol door
ondersteuning
succesvol door
door
ondersteuning
Stroomopwaarts
ondersteuning
ondersteuning
elders
stroomopwaarts
stroomopwaarts
0%
100%
0%
0%
activering (alleen Langdurige Zorg)
Bevindingen verklaringen impact
27
Sociale activering
0%
14%
86%
29%
Aan de slag met
50%
33%
16%
0%
33%
67%
0%
16%
begeleiding Klaar voor Werk
Verklaringen voor de impact zijn gelegen in meerdere factoren. Allereerst verschilt het profiel van de deelnemers per groep. Daarom volgt eerst een beschrijving van het profiel van deelnemers in de verschillende groepen. Gevolgd door verklaringen voor de impact, die vaak ook samenhangen met de kenmerken van de deelnemers. Tot slot is aangegeven wat bijdraagt en wat niet bijdraagt aan het realiseren van impact. Steeds is aangegeven of wat deelnemers hebben aangegeven ook in lijn is met de beelden van Stroomopwaarts. Maatschappelijke activering Kenmerken deelnemers. Deelnemers zijn overwegend ouder (50 jaar of ouder, vaak 60+) en alleenstaand zonder inwonende kinderen. Het zijn overwegend deelnemers met fysieke en/of mentale beperkingen die maatschappelijke deelname zwaar bemoeilijken. Deelnemers krijgen vooral inkomensondersteuning. Het opleidingsniveau is laag en de werkervaring van langer (15 jaar of meer) geleden. Verklaringen. Uit het interview met de deelnemer blijkt dat er geen match is tussen de ondersteuning van Stroomopwaarts en wat de deelnemer kan en vraagt. Sprake is eerder van een opeenstapeling van mismatches. Vanuit Stroomopwaarts is onvoldoende aandacht voor mentale ondersteuning terwijl de bewoner dit wel had verwacht. De bewoner had hierbij ondersteuning verwacht in verwijzingen naar andere vormen van hulp.
Bewoners zitten vaak jarenlang in het proces van arbeidsongeschiktheid versus re-integratie naar werk. Door deze onduidelijkheid en het geringe contact heeft een bewoner soms angst voor het verlies van de uitkering. Consulenten herkennen dit beeld van de groep maatschappelijke activering en geven aan dat voor de deelnemers met langdurige zorg dat ze niet in de lead zijn voor deze groep, maar dat een zorgpartij vaak in de lead is. Meestal worden deze bewoners maar één maal per jaar gesproken en consulenten zorgen vooral dat de cliënten binnen deze doelgroep gewoon hun bijstand en inkomensregelingen ontvangen, omdat ze verder niet weten wat ze voor deze doelgroep kunnen doen. Er wordt aangegeven dat in bepaalde gevallen iemand kan doorgroeien van Maatschappelijke activering naar bijvoorbeeld Sociale activering. Wat werkt en draagt positief bij aan het realiseren van impact? Wat werkt is aandacht voor de bewoner en alleen daar waar echt potentieel is de sollicitatieplicht niet op te schorten. Meer aandacht betaalt zich terug begrip en vertrouwen bij de bewoner en minder angst voor het verliezen van de uitkering, maar zou volgens consulenten ook kunnen leiden tot het verder activeren van een (kleiner) deel van deze groep. Activering is eerder gericht op deelname aan activiteiten die niet een directe relatie met werk of Stroomopwaarts hebben.
Wat werkt niet en draagt niet bij aan het realiseren van impact? Eén keer per jaar contact is niet voldoende om überhaupt een soort van vertrouwensrelatie met de bewoner op te bouwen. Bij langdurige zorg ligt vaak een diagnose van langdurige (soms progressieve) ziekte aan de belemmeringen ten grondslag. Wat niet werkt is morrelen aan de inkomenszekerheid en controle vanuit wantrouwen. Sociale activering Kenmerken deelnemers. Deelnemers zijn overwegend ouder (50 jaar of ouder). Verder zijn ze lager opgeleid (lager dan MBO3-4 diploma). Zij hebben allemaal een chronische, vaker lichamelijke,
Bevindingen verklaringen impact
28
aandoening. Velen zijn alleenstaand zonder inwonende kinderen. De helft van de groep heeft een migratieachtergrond. De groep die niet werkt doet vaak vrijwilligerswerk, mogelijk als opstap naar werk. Deze groep wil aan de slag, wat inhoud weer sociaal actief zijn door vrijwilligerswerk. Zij zien dit als een mogelijke opstap naar werk. Voor anderen in deze groep geldt dat ze parttime werken en niet meer uren kunnen werken als gevolg van lichamelijke beperkingen. Verklaringen. Deze deelnemers zijn overwegend mensen met een arbeidsverleden, maar op dit moment lijkt fulltime betaald werk beperkt mogelijk als gevolg van mentale en fysieke beperkingen. De mindset om iets te doen, er weer bij te horen en iets bij te dragen is over het algemeen aanwezig. Wat werkt en draagt positief bij aan het realiseren van impact? Regelmatig contact en aandacht vanuit Stroomopwaarts richting de deelnemer werkt stimulerend. Daarmee wordt een vertrouwensband opgebouwd en kan zonder te pushen een vinger aan de pols worden gehouden. Verder is het belangrijk dat gezocht wordt naar passend werk of parttime werk, zodat deelnemers weer het gevoel krijgen dat zij er toe doen. Sturen op meedoen is daarmee belangrijker dan te sturen op volledige economische zelfstandigheid.