CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid Nieuwland en Oost

Raadscommissie 13 september 2022, gemeente SchiedamBij agendapunt: Brieven van het college van burgemeester en wethouders, dan wel de burgemeester, dan wel collegeleden:12.045 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Openbaar vervoerbereikbaarheid van Nieuwland en Oost

Detailhandel Zowel Nieuwland als Oost kennen een versnipperde detailhandelsstructuur met veel kleinschalige winkels, speciaalzaken/minisupers en het aanbod ligt verspreid. In Nieuwland functioneert het winkelcentrum op de Nolenslaan goed. Nieuwlandplein is een klein wijkwinkelcentrum dat goed bereikbaar is en voldoende parkeervoorzieningen heeft. De ruimtelijke kwaliteit

 De goede bereikbaarheid biedt in Nieuwland de kans om te verdichten en daarmee de doelstellingen halen. Daarbij streven we een mix van voorzieningen, bedrijvigheid en wonen na, om de potenties van het openbaar vervoer zo optimaal mogelijk te benutten.

36

van het winkelgebied is matig. Hetzelfde geldt voor de toekomstbestendigheid en de ontwikkelkansen voor het winkelgebied. Het toekomstperspectief van de Turkse supermarkt is wel goed, omdat deze een specifieke doelgroep bedient. Verbetering van de aansluiting met het winkelcentrum op de Nolenslaan is gewenst. In Oost ontbreekt een wijkwinkelcentrum. Schiedam kent een ruim aanbod aan verspreid gelegen (etnische) minisupermarkten, met name in Oost.

droogte. Ook gaan hittegolven vaker voorkomen. De stad moet beter dan nu om kunnen gaan met de extreme weersomstandigheden, met name met ‘te veel’ en ‘te weinig’ water. Als we willen dat de stad in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is, moeten we vanaf nu meer ruimte bieden aan water en groen. Groen kan water vasthouden en de stad ‘koelen’ in tijden van extreme hitte. Het verbeteren van de Schiedamse groenstructuren en parken past uitstekend bij de behoefte aan meer ruimte voor recreatieve uitloop, sport en bewegen. Recreatieve en speelvoorzieningen zijn uitstekend te combineren met meer ruimte voor groen en water; voor alle leeftijdscategorieën en bevolkingsgroepen. Wat de lange termijn-impact van corona op de woon- en leefomgeving zal hebben, is nu nog niet goed te voorspellen. De verwachting is dat meer thuiswerken, het combineren van werken met zorgtaken en meer ‘leven’ in de woonomgeving een blijvende vraag naar een aantrekkelijke en groene omgeving oplevert.

 Verspreid gelegen supermarkten worden zoveel mogelijk verplaatst naar leegstaande panden in de perspectiefrijke winkelgebieden. Ecologische- en groenstructuur Door de geplande verdichting komt de kwaliteit en gebruiksvriendelijkheid van de openbare ruimte onder een vergrootglas te liggen. Behoud en versterking van de stedelijke ecologische- en groenstructuur blijft uitgangspunt. We willen de Schiedamse groenstructuren en parkenzones verbeteren en de onderlinge relaties versterken. De groene structuren zijn van groot belang als recreatief uitloopgebied voor de Schiedammers. Via de groenstructuren zijn er ecologische en recreatieve verbindingen met het open landschap van Midden-Delfland. De waterstructuur in de stad vraagt meer dan voorheen de aandacht. De waterstructuur is onderdeel van de groene ecologische hoofdstructuur, maar is daarnaast van wezenlijk belang voor het houden van ‘droge voeten’ in de stad. Met de klimaatverandering worden de weersomstandigheden in de toekomst extremer: korte, zeer hevige buien zullen wisselen zich af met langere periodes van extreme

 We willen de Schiedamse groenstructuren en parkenzones verbeteren en de onderlinge relaties versterken  De openbare ruimte moet aantrekkelijk zijn om elkaar te ontmoeten, te bewegen en te sporten. Verduurzaming woningvoorraad in Nieuwland en Oost In Schiedam staan nu circa 37.000 woningen. Dit aantal zal naar verwachting groeien naar 43.000 woningen in 2030. Het Schiedam van de toekomst staat er dus voor een aanzienlijk deel (ca. 85%) al. En minstens zo belangrijk is daarom de ambitie voor de bestaande

37

woningvoorraad, die we waar mogelijk willen verbeteren en vooral verduurzamen. Het gaat dan om bouwkundige verbeteringen en funderingsherstel. Maar ook om duurzaamheidsmaatregelen in de vorm van bijvoorbeeld betere isolatie en ventilatie of alternatieve energiebronnen. Bij plannen voor de aanschaf van een nieuwe woning of keuken is het verstandig na te denken over het aardgasvrij maken. De transitie naar duurzame warmte kan meerwaarde creëren voor de huidige aanpak van de problematiek in de wijk Nieuwland en Oost. Een eerste analyse over de wijze en de volgorde waarop Schiedamse wijken aardgasvrij worden, is te vinden in de Transitievisie Warmte van de gemeente Schiedam. Tot slot zijn ook klimaat-adaptieve maatregelen van belang. Denk hierbij bijvoorbeeld aan tuininrichting en een groen dak.

verbindingen met het Centrum van Schiedam en verbindingen tussen bijvoorbeeld de Staatsliedenbuurt en de omliggende buurten

 Onderzoek moet uitwijzen op welke wijze voor alle nieuwe en bestaande bewoners, betaalbaar, de energietransitie kan worden gerealiseerd. Afwegen ruimtebehoeften Het afwegen van al deze ruimtevragen en het creëren en versterken van een aantrekkelijke woon- en leefomgeving, passend bij Schiedam en de Schiedammers, vindt plaats in het kader van de nieuwe toekomstvisie/ omgevingsvisie. Voor Nieuwland en Oost blijft de inzet verbeteren, vernieuwen en versterken van deze wijken. Er ligt een ruimtelijk-fysieke opgave om de wijken beter te verbinden met de omgeving. De verbinding tussen Oost en Schieveste is er daar één van. Maar ook Nieuwland vraagt om extra

38

Tussenwijken met Toekomst De verkenning ‘Tussenwijken met toekomst’5 laat zien dat het op den duur mogelijk is deze tussenwijken te laten aansluiten bij het centrum-stedelijke gebied, waar zij vlakbij liggen. Zij kunnen bijdragen aan en deel gaan uitmaken van de centrumdynamiek, zonder dat het rustig-stedelijke karakter wordt aangetast. Het blijven primair woonbuurten, maar met meer diversiteit en een groter aanbod aan voorzieningen voor het dagelijks leven en meer bedrijvigheid. Met meer verrassing.

De wijken gaan stapje voor stapje klimmen in de hiërarchie van stadswijken, zonder dat de huidige bewoners, waarvan velen er met plezier wonen, de aandrang gaan voelen de wijk te verlaten. Deze wijken zijn nu nog niet klaar voor de toekomst, maar ze kunnen dat wel worden. Dit optimisme is gegrond omdat uit de verkenningen blijkt dat - als je goed kijkt en luistert - er heus sociale en economische initiatieven in de wijken zijn. Maar niet in het minst omdat marktpartijen en woningcorporaties er hernieuwde belangstelling voor hebben. Dat komt door een combinatie van factoren. Mensen willen graag in stedelijke centra wonen, dat vinden ze een aantrekkelijke omgeving. Als de tussenwijken ook aantrekkelijk worden voor die doelgroep, dan verlicht dat de druk op de centra. En de wijken zijn hiervoor ook geschikt door hun interessante, vaak aangename ligging aan het water, aan een groot stadspark en/of aan een ov-knooppunt.

Door verdichting kunnen meer inwoners in de nabijheid van het centrum wonen, iets wat nog steeds geliefd is en wat nieuwe woonwijken aan de rand van steden kan voorkomen. Het beleid is om steden binnen de grenzen te verdichten. De verdichting moet architectonisch en functioneel aan hoge eisen voldoen. Zij mag niet afschrikken door eenvormige massa en ontoegankelijkheid en dient juist speels en gevarieerd en op een menselijke maat ontworpen te zijn en hierdoor trots op de wijk uit te stralen en uit te lokken.

Marktpartijen zien daarom volop mogelijkheden voor verdichting en opwaardering, ondanks de problemen die er soms zijn van bijvoorbeeld wateroverlast of een eenzijdige bevolkingssamenstelling.

Onder de woningen moeten de levendige plinten van alles te bieden hebben, ook om sociale interactie tussen bewoners uit te lokken: terrassen, koffiehoeken, beschutte bankjes, een eenvoudige eetgelegenheid voor alleenstaanden en werkplekken die per bureau zijn te huren. Privé en openbaar lopen in elkaar over: dat is waar ontmoeting ontstaat.

5

Uit: Tussenwijken met toekomst, Watertorenberaad, november 2018

39

Stedenbouwkundige opgaven Oost  Doorbreken eenzijdige woningvoorraad  Verbeteren kwaliteit woningvoorraad  Verbinden van Oost met ontwikkeling Schiedistrict en het stationsgebied  Verbeteren veiligheid van het langzame verkeer  Benutten potentie OV locatie

   

Stedenbouwkundige opgaven Nieuwland  Doorbreken eenzijdige woningvoorraad  Doorbreken van de ruimtelijk fragmentatie door barrières  Verbeteren van de veiligheid  Woningen zijn niet toekomstbestendig en voldoen niet aan de klimaatdoelen  Verbeteren verbinding met Centrum  Verbeteren verbindingen tussen buurten onderling  Benutten potentie OV locatie

betaalbare woningen met voldoende kwaliteit), en een stijging van de gemiddelde WOZ-waarde Bijdragen aan de economische concurrentiepositie van de stad Een evenwichtiger bevolkingsopbouw Betere verdeling sociale voorraad over de hele stad Kleine effecten op de bestaande groep kansarmen (niet direct maar wel indirect via goede voorbeelden in de omgeving door een meer gedifferentieerde bevolkingssamenstelling) We worden als stad aantrekkelijker

De komende twintig jaar willen we in Oost en Nieuwland bereiken: Resultaat Sloop woningen van Woonplus Realisatie nieuwe woonmilieus

Te behalen resultaten en effecten Door een woningvoorraad die meer in balans is, verwachten we op de langere termijn de volgende effecten in Schiedam:

Aanpak particuliere woningvoorraad in Oost Verbetering openbare ruimte en verbindingen Verduurzaming woningvoorraad Nieuwland en Oost

 Afname van het beroep op sociale voorzieningen (daling van het percentage lage inkomens)  Toename aan sociale cohesie (mensen blijven er langer wonen)  Toename in koopkracht (stijging % midden en hoge inkomens)  Een gevarieerde woningvoorraad (meer koopwoningen en vrije sector huurwoningen, meer woningen voor gezinnen, meer

40

Aantal woningen 2.000

Uitleg

1.600 in Nieuwland 400 in Oost 4.750 3.700 woningen in Nieuwland 1.050 woningen in Oost 400 Combinatie van opkopen voor nieuw, samenvoegen, klushuizen Kwaliteitsingrepen in buitenruimte en voorzieningenstructuur Onderzoek naar, invoering van verduurzaming

Studie KAW

41

Studie KAW

42

benoemen, globale aanpak van functiewijziging/transformatie, samenvoegen, kluswoningen, particulier opdrachtgeverschap, sloop op cruciale plekken. Deze aanpak kent dus diverse smaken. We willen particuliere woningeigenaren via bijvoorbeeld een toekomstige (gemeentelijke of rijks-) subsidieregeling stimuleren om hun woning samen te voegen met een woning erboven, eronder of ernaast. Tevens richt de aanpak zich op vastgoedbeleggers en ontwikkelaars. Indien aantoonbaar noodzakelijk, heeft Woonplus de intentie om met additionele middelen een (tijdelijke) actieve rol te spelen in verwerving en beheer van particuliere panden.

Samenwerking Woonplus en de gemeente Woonplus en de gemeente maken prestatieafspraken over onder andere het huisvesten van uitstroom van de maatschappelijke opvang, het huisvesten van statushouders en over de verdeling van de sociale corporatievoorraad over de stad. Concreet betekent dit dat we in Nieuwland het aandeel corporatiewoningen van 55% naar 40% terugbrengen, zonder op stedelijk niveau terug te gaan in absolute zin. In andere wijken in Schiedam zal het aandeel corporatiewoningen toenemen om de totale sociale corporatievoorraad gelijk te houden.

Verbetering openbare ruimte en voorzieningen Door de geplande verdichting komt de kwaliteit en gebruiksvriendelijkheid van de openbare ruimte onder een vergrootglas te liggen. De openbare ruimte moet aantrekkelijk zijn om elkaar te ontmoeten, te bewegen en te sporten.

Aanpak particuliere woningvoorraad in Oost We zoeken een slimme mix van maatregelen: sloop-nieuwbouw, samenvoegen, particuliere woningverbetering, verduurzamen, opkopen rotte kiezen en strategisch verwerven van particulier bezit (in de zin van fysiek (constructief slecht) of sociaal (overbewoning)). Dit heeft raakvlakken met ‘veiligheid’ en ‘overbewoning’.

Staatsliedenbuurt Nieuwland, bijdrage Volkshuisvestingsfonds Het activeren van (kleine) VvE’s blijft een punt van aandacht: VvE’s sparen soms onvoldoende voor achterstallig en toekomstig onderhoud. Essentieel daarbij is de kwaliteit van de VvE. Het Servicepunt Woningverbetering heeft daar een actieve rol in en gaat zich meer richten op het ondersteunen van kleine VvE’s.

De aanpak Staatsliedenbuurt bestaat uit 1) Renovatie van drie VVE’s, met totaal 89 particuliere woningen. De woningen worden verduurzaamd, vocht- en schimmelproblematiek wordt aangepakt. 2) Sloop van 228 sociale woningen en nieuwbouw in een eigentijdse stedenbouwkundig patroon van 431 particuliere woningen en 228 sociale woningen 3) Een herinrichting van de openbare ruimte, aangepast aan de nieuwe verkaveling. Het verbeteren van de verbindingen met de naastgelegen buurten en binnenstad: kwalitatieve opwaardering van het openbaar groen en de overige openbare ruimte.

Naast het activeren van VvE’s en aanschrijven van particuliere eigenaren onderzoekt de gemeente ook een meer structurele aanpak van een deel van de kwetsbare particuliere woningvoorraad: strategische verwerving, strategisch belangrijke straten en hoeken

43

Financiën en organisatie Vanuit het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid zet het Rijk in op een langjarige, brede en gestroomlijnde financiële steun om de gestapelde problematiek in het gebied aan te pakken. De lobby van de burgemeesters van 15 gemeenten rond de formatie van het nieuwe kabinet om een langjarig commitment van het Rijk te krijgen, ook in financiële zin, heeft weliswaar geleid tot veel extra middelen voor de thema’s die met name in kwetsbare gebieden samen komen, maar heeft niet geleid tot een ontschot budget voor het programma Leefbaarheid en Veiligheid. Er is een coördinerend minister aangewezen voor het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid die inzet van betrokken departementen koppelt aan de opgaven van de kwetsbare gebieden. Voor de zomer 2022 komt de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening naar buiten met het interdepartementale Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. Dat biest ook meer duidelijkheid over dein zet van het Rijk richting de stedelijke focusgebieden en op welke wijze dat zal gebeuren.

Daarnaast zijn in het fysieke domein vanuit de Nationale Woon- en Bouwagenda middelen beschikbaar, zoals woningbouwimpuls, het nationale isolatieprogramma en in het bijzonder het Volkshuisvestingsfonds en via prestatieafspraken die met corporaties worden gemaakt naar aanleiding van de afschaffing van de verhuurdersheffing. Voor de organisatie van het programma en het leren van bestaande en ontwikkelde aanpakken in de stedelijke focusgebieden heeft het Rijk op dit moment een bijdrage geleverd voor de jaren 2021 en 2022. Voor een vervolg hierop worden in het kader van het nog te verschijnen nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid afspraken gemaakt. Organisatie Programma en gemeente Een stuurgroep van de Stadpartners zal toezien op de voortgang van de uitvoering. De stuurgroep heeft een langjarig commitment naar elkaar uitgesproken. In de Stuurgroep worden verbindingen gelegd, kansen gezien en doorbraken mogelijk gemaakt. Voorzitter van de Stuurgroep is de burgemeester. De burgemeester is onafhankelijk voorzitter en verantwoordelijk voor een juiste procesgang. Vanuit de gemeente zal (minstens) één wethouder het college van burgemeesters en wethouders in de stuurgroep op alle portefeuilles

Met de eerste departementen wordt vanuit BZK en de stedelijke focusgebieden overleg gevoerd. Met het ministerie van Justitie over het voorkomen van criminele aanwas (Preventie met Gezag) en met OCW over het uitbreiden van de leertijden (Rijke Schooldag) op het primair en voortgezet onderwijs. Waarbij bij de uitbreiding van de leertijden ook ruimte is voor het ontzorgen van leerkrachten in brede zin.

44

inhoudelijk vertegenwoordigen. De burgemeester vertegenwoordigt dus niet de gemeente, maar alle partijen in de stuurgroep.

werkt voor álle partijen die actief zijn binnen het stedelijke vernieuwingsprogramma Nieuwland en Oost.

Eén van de vaste deelnemers aan de stuurgroep is een vertegenwoordiger van het Rijk. Op dit moment, juni 2022 is dat de Secretaris-Generaal van VWS. De samenstelling van de stuurgroep kan gedurende de looptijd wijzigen.

De rol van de gemeenteraad van Schiedam wijkt met betrekking tot het programma Stedelijke Vernieuwing af van de traditionele rol. Dit zit met name in het gelijkwaardig deelnemen als partner ten opzichte van de andere Stadspartners. De gemeentelijke inzet, waar de gemeenteraad de kaders voor vaststelt en de uitvoering controleert, is onderdeel van dit bredere programma. De gemeente voert niet de regie. Samen met de partners wordt bepaald wat er gedaan moet worden in de wijken Nieuwland en Oost. En elk pakt op wat kan

De leden van de stuurgroep vertegenwoordigen elk hun eigen achterban, die zij middels werkgroepen op thema betrekken en verbinden aan het programma. Met mandaat neemt ieder lid deel aan de stuurgroep. Secretaris van de stuurgroep is de programmamanager Stedelijke Vernieuwing. De secretaris ondersteunt het overleg van de stuurgroep en draagt, indien nodig, zorg voor ondersteuning bij de inbreng van de stuurgroep-leden. Dit laatste door bijvoorbeeld bijeenkomsten te faciliteren voor de achterban.

De gemeenteraad gaat wel over de eigen gemeentelijke inzet en over het eigen budget. Daarmee kan de gemeenteraad sturen. De rol van de raad naar de andere Stadspartners is er een van samenwerken. Dat betekent dat Stadspartners graag in gesprek gaan met de gemeenteraad over hun bijdrage, maar geen verantwoording afleggen. Tenzij er sprake is van een subsidie of anderszins een publieke bijdrage (al dan niet van het Rijk).

Analoog aan de organisatie van het NPRZ is een kleine organisatie opgebouwd. Een succesfactor in Rotterdam-Zuid is de aanjagende en agenderende functie van het programma-bureau. Zonder een formele functie in de financiële governance (alles loopt via de staande organisaties) heeft het bureau voldoende invloed om te agenderen, en doorbraken te forceren. De intentie is om het programmabureau in de wijken te vestigen en niet in het stadskantoor. Voor bijeenkomsten met professionals heeft dit een toegevoegde waarde, maar ook in het contact met de bewoners. Daarnaast wordt hiermee benadrukt dat het programmabureau

45

46

Monitoring, evaluatie en sturing Om de ingewikkelde en taaie doelstellingen te realiseren moet de grip op de uitvoering van het programma groot zijn. Bijvoorbeeld met meer inhoudelijke expertise en doorzettingskracht op operationeel niveau. Geen beleidsmakers, maar dealmakers. Flexibiliteit is nodig om in te spelen op actuele ontwikkelingen, maar we zien ook waarde in het borgen van continuïteit. Het programma kent een looptijd van 20 jaar. De integrale aanpak van dit programmaplan heeft een verdere concretisering nodig voor de eerste jaren. Per 4 jaar wordt een uitvoeringsplan opgesteld waarin we vastleggen wat de doelen en beoogde resultaten op korte en middellange termijn zijn. Voor het monitoren van de uitvoering wordt aangesloten bij de bestaande overlegstructuren. Sturing, op basis van monitoring en evaluatie, vindt plaats in de Stuurgroep Stadspartners.

Van andere aanpakken in het land hebben we geleerd dat bij kwetsbare wijken sociaal en fysiek hand in hand gaan als we het juiste effect willen bereiken. We blijven daarom monitoren vanuit zowel fysiek als sociaal in de programma-organisatie, waar we ook flexibel moeten kunnen handelen, als de situatie daar om vraagt.

Het programmabureau verzorgt de monitoring en evaluatie. Omdat er geen ontschot budget ter beschikking komt, zal per bijdrage en financiering de monitoring en evaluatie beschreven worden in het uitvoeringsplan en nader uitgewerkt aan de hand van de voorwaarden die bij (delen van) het budget behoren. Samenwerking met de andere focusgebieden en het coördinerend ministerie wordt daarbij gezocht.

47

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11618378/1