Bijlage MRDH Jaarverslag 2023
Tekst van het document
We onderhouden een netwerk van accountmanagers ondernemers/bedrijven van 21 gemeenten en delen kennis over innovatieprogramma's, regelingen en best practices via twee tot drie sessies en/of via andere kanalen die uit de behoefteninventarisatie komen.
Er is cofinanciering gegeven aan: ● Gemeente Rotterdam voor het project Kenniscentrum waterstof maakindustrie (H2 Makers). Doel van het project is om de maakindustrie in Zuid-Holland te verbinden. Dit doet H2Makers door het beschikbaar stellen van informatie over o.a. samenwerkingspartners en het organiseren van inspiratiesessies. ● Gemeente Rotterdam voor het project Datawerf 2.0 (digitalisering mkb in de maak- en maritieme industrie). Doel van het project is om mkb-bedrijven in de maritieme en maakindustrie te helpen bij hun bedrijfsvraagstukken door gebruik te maken van digitale innovaties. ● Gemeente Westland voor het project DoIoT voor de Glastuinbouw. Doel van het project is om mkb-bedrijven in de glastuinbouwsector te helpen bij het verder digitaliseren van hun productieprocessen. De MRDH heeft drie bijeenkomsten georganiseerd voor het netwerk van gemeentelijke accountmanagers. In 2023: 1. Hidden Champions: Van verborgen naar geborgen kampioenen 2. Accountmanagement 2.0/ Startups en scaleups slim verbinden en faciliteren. 3. Hoe werf je mkb-ers voor je project?
Versterken innovatie-ecosysteem en innovatieprogramma’s In Region of the Future worden samen met YES!Delft oplossingen ontwikkeld voor regionale innovatievraagstukken. Startups ontwikkelen schaalbare, commercieel en technisch haalbare oplossingen. Gemeenten kunnen hier optreden als eerste klant, waardoor maatschappelijke opgaven direct worden gekoppeld aan de uitdagingen van individuele gemeenten. De nieuwe producten en diensten die dit oplevert, zorgen voor stageplaatsen, nieuwe bedrijvigheid, kostenbesparingen en productiviteitsgroei. Daarnaast stimuleren we sectorale innovatieprogramma’s en innovatieve programma’s/projecten op economische toplocaties, die ervoor zorgen dat bedrijven hun vernieuwende producten en diensten sneller ontwikkelen in testomgevingen (‘fieldlabs’). Hierbij ligt de focus op het toepassen van innovatie bij het mkb. De MRDH stimuleert innovatie door met strategische partners zoals InnovationQuarter en de provincie Zuid-Holland financiering en schaalvergroting van programma’s te organiseren, waardoor deze meer maatschappelijke- en economische effecten opleveren.
73
Wat wilden we bereiken? Resultaten begroting 2023
Hoe hebben de activiteiten bijgedragen aan de resultaten?
Toename percentage van startups en scaleups binnen de totale bedrijvigheid in de regio.
Er zijn inmiddels 11 MRDH-gemeenten actief betrokken bij het Region of the Future project. Er is een koppeling tussen het startup ecosysteem van YES!Delft en de hbo en mbo onderwijsinstellingen tot stand gebracht. Twee onderzoeken leiden mogelijk tot de oprichting van een nieuwe start-up. Verder is in 2023 de samenwerking met UP!Rotterdam en ImpactCity (Den Haag) versterkt en zijn via het PHX-programma (een programma dat startups koppelt aan investeerders) 12 startups geholpen met koppelingen aan investeerders. De verkenning startup/scaleup zal gaan bijdragen aan een beter vestigingsklimaat waardoor het aantal startups/scaleups verder kan gaan toenemen. Er zijn nog geen adopties. De eerste periode van dit programma was nodig om mogelijke oplossingen te ontwikkelen. Vanuit de AI-inzet en Urban data liggen er kansen om de prototypes in 2024 daadwerkelijk te implementeren. Het gaat dan om de gemeenten Capelle aan den IJssel en Krimpen aan den IJssel. Verder zijn er mogelijkheden bij Barendrecht m.b.t. een bedrijventerrein. Verwachting is dat in 2024 daadwerkelijk adopties gedaan gaan worden.
Adoptie van businesscases uit het innovatie-ecosysteem door minimaal 10 gemeenten.
Wat hebben we daardoor gedaan in 2023? Activiteiten in 2023 In het programma Region of the future stellen we samen met YES!Delft op de domeinen Urban Data, Robotica openbare ruimte en Energietransitie met gemeenten probleemdefinities op en worden multidisciplinaire teams samengesteld die oplossingen bedenken en maken (prototypes).
Status
Toelichting Er zijn met gemeenten o.a. diverse trajecten gestart rondom Urban Data en AI, Robotica en Energietransitie. Urban Data en AI: Dit domein richt zich op het effectief en veilig inzetten van urban data en artificial intelligence (AI) door het doen van onderzoek naar inzet van technologieën op gemeentelijke uitdagingen. Op basis daarvan worden prototypes ontwikkeld die door de gemeenten kunnen worden ingezet in haar praktijk. Projecten zijn o.a.: ● Innovatieve Vooruitgang in Dienstverlening: samenwerking met o.a. Capelle a/d IJssel en Krimpen a/d IJssel gericht op het verbeteren van de dienstverlening voor uitkeringsaanvragers. 74
●
●
●
Delft's Digitale Doolhof: De digitale dienstverlening kent ongeveer 400 formulieren op de website van de gemeente Delft. Klanten verdwalen op de website en gebruiken vaak de verkeerde formulieren. Hoe kan AI ondersteunen om de juiste formulieren te vinden voor een informatieverzoek? Toekomstgerichte Innovatie: samen met mbo en mkb wordt gefocust op het vergroten van AI kennis binnen het mkb en het benutten van groeikansen door mbo studenten op te leiden in AI toepassingen. Deze aanpak is gericht op het versterken van kwetsbare sectoren binnen het mkb en het transformeren van mbo instellingen tot centra van innovatie. Toekomstbestendige bedrijventerreinen: winstgevend vergroenen door collectieve inspanning. Inzet op het initiëren van kleine, beheersbare pilots die deel uitmaken van een groter strategisch plan. Er lopen gesprekken met diverse gemeenten zoals Vlaardingen, Pijnacker- Nootdorp, Rotterdam, Den Haag, Capelle aan den IJssel, Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk. Daarnaast wordt – in samenwerking met Rotterdam - een digitale kansenkaart ontwikkeld die bedrijven direct inzicht biedt in de mogelijke impact en financiële voordelen van deelname aan deze projecten.
Robotica: Dit domein richt zich op inspiratie gemeenten, verkennen impact (en acceptatie) van robotica in de openbare ruimte, experimenteren met partners met robotica toepassingen in de openbare ruimte en vertaling van inzichten naar handvatten voor toekomstig beleid t.a.v. robotica. Projecten zijn o.a.: ● Gastvrijheid: In samenwerking met The Student Hotel naast het stadskantoor van Delft is robotplatform Spot ingezet in de Hospitality sector. ● Smart Traffic Camera: In samenwerking met Rotterdam Central District is een sensor box getest voor het meten van verkeersstromen en smog op het Hofplein Rotterdam. Deze 75
●
sensorbox is een eerste versie. Expliciet doel van volgende versies is dat meerdere robotica systemen er op afstand mee kunnen integreren, zodat een zwerm van gelijkaardige of hybride robots samen kunnen werken aan complexe taken. Projecten met onderwijsinstellingen: o Haagse Hogeschool (30 studenten): workshop uitwerking technische toepassingen voor robothond, o Grafisch Lyceum Rotterdam (50 studenten): workshop PR poster voor toepassingen voor robothond. Als vervolgproject zal begin 2024 een nieuw project uitgevoerd worden waarbij o TU Delft faculteit Industrieel Ontwerpen (150 studenten): workshop bedenken van nieuwe toepassingen voor SPOT o Erasmus Universiteit Rotterdam Entrepreneurship (250 studenten): interactie met robothond op event rond techniek en innovatie.
Energietransitie: Dit domein richt zich op verschillende aspecten van problemen binnen de energietransitie. Projecten zijn o.a.: ● Solar air heater: goedkoop verwarmen van huizen zonder ingrijpende aanpassingen.Deze test draait op dit moment in een woning in Delft. ● Restwarmte oogsten: Het doel van dit project is om restwarmte van kleinere, nog ongebruikte bronnen om te zetten in bruikbare elektriciteit. ● Tarnoc Turbineketel: Deze ketel is een alternatief voor een reguliere warmtepomp, met als voordeel dat er geen buiten unit nodig is (dus geen geluidsoverlast voor de buren), en dat er warm water geproduceerd kan worden tot 80⁰C, waardoor de warmte via reguliere radiatoren afgestaan kan worden. Deze test wordt gedaan met Den Haag (Stadskwekerij).
76
Daarnaast is een technologisch kenniscentrum gemeenten opgericht: een plek waar gemeenten technische vragen kunnen stellen. Het Region of the Future team geeft antwoorden op technische vragen op een snelle, korte en bondige manier. Op deze wijze kunnen gemeente laagdrempelig een eerste quickscan doen. Op basis van de startup/scaleupmonitor 2022 maken gemeenten afspraken/versterken samenwerking die bijdraagt aan aantrekkelijker vestigingsklimaat voor startups/scaleups.
In onze jaarafspraken 2023 met InnovationQuarter zetten we in op: Startups, scaleups en innovatief mkb helpen om hun innovatiebehoefte scherp te krijgen, innovatieve ondernemingen op weg helpen naar financiering via o.a. het Investor readiness programma en de marktkansen van innovatieve ondernemingen verbeteren door o.a. kennis te delen.
In nauwe samenwerking met de provincie Zuid-Holland, InnovationQuarter en Delft, hebben gemeente Rotterdam, gemeente Den Haag en MRDH opdracht gegeven voor een verkenning voor een regionaal actieplan Startup/scaleup. Dit plan biedt bouwstenen voor verdere versterking van de regionale samenwerking om het vestigingsklimaat voor startups/scaleups aantrekkelijker te maken. Startups, scaleups en innovatief mkb zijn geholpen met het scherp krijgen van hun innovatiebehoefte met het verkennen van oplosroutes en ze op weg geholpen naar financiering. De business unit Innoveren heeft het innovatief mkb geholpen met 21 business cases & innovaties. Het Investor Relations Programma is volgens de jaarafspraken uitgevoerd: - 2387 buitenlandse vestigingen in Zuid-Holland zijn bezocht. - 20 projecten met bestaande investeerders zijn succesvol afgerond (9 uitbreidingen, 8 toevoegingen van nieuwe activiteiten, 2 verhuizingen en 1 keer behoud van bestaande activiteiten). Met deze projecten zijn 1424 arbeidsplaatsen gemoeid. - Evenementen zijn georganiseerd t.b.v. professionalisering op het gebied van International Relations.. - Rapportage Trends & Signalen Economisch Vestigingsklimaat 2022 is opgeleverd en in oktober 2023 met de Bestuurscommissie EV gedeeld.
Belangrijkste aanbevelingen uit de rapportage: - Talent: blijven inzetten op samenwerking tussen kennisinstellingen en bedrijven - Perspectief woningmarkt nodig - Beter inzicht in duurzame en/of energiebesparende oplossingen noodzakelijk.
77
2.3.1.2 Opdracht 4 – Vernieuwen van werklocaties Het economische en maatschappelijk belang van winkelgebieden, kantorenlocaties en bedrijventerreinen is groot. Deze plekken bieden werkgelegenheid aan een brede beroepsbevolking, bieden ondernemers en bedrijven de ruimte om te produceren, innoveren en slimme oplossingen te bedenken. Daarmee spelen ze (in potentie) een sleutelrol in grote transities, zoals de energietransitie, circulaire transitie en klimaatadaptatie (waaronder ruimte voor groenblauwe oplossingen op bedrijventerreinen) en digitalisering. Aan de hand van de Strategie werklocaties MRDH sturen de 21 gemeenten op het versterken van de ruimtelijke economische structuur van de regio door markevenwicht tussen vraag en aanbod van ruimte te stimuleren, het beter benutten van de bestaande werklocaties en het aanjagen van vergroening en verduurzaming. De MRDH organiseert de regionale afstemming tussen de individuele gemeenten om gezamenlijk te sturen op de voorraad van winkels, bedrijventerreinen en kantoren. Wat wilden we bereiken? Resultaten begroting 2023
Hoe hebben de activiteiten bijgedragen aan de resultaten?
Lager percentage leegstand bedrijventerreinen, kantoren en detailhandel (o.b.v. vloeroppervlakten).
Door regionale afstemming sturen wij als regio op een gezonde balans tussen vraag en aanbod van werklocaties. Voor kantoren en detailhandel is er kritisch gekeken naar het extra toevoegen van kantoren- en winkelmeters. Eind augustus 2023 is de geactualiseerde bedrijventerreinenstrategie door de bestuurscommissie vastgesteld en in oktober 2023 is deze formeel aanvaard door de provincie ZuidHolland. In de strategie is de potentie van het beter benutten van alle bedrijventerreinen opgenomen. In het uitvoeringsprogramma Economisch Vestigingsklimaat 2024 (vastgesteld door de bestuurscommissie in december 2023) wordt hier opvolging aan gegeven. Door het monitoren van de kantorenmarkt en het organiseren van sessie over het verduurzamen van kantoren is er inzicht over de gemeentelijke aanpak om kantoren naar minimaal label C te verduurzamen. De effecten hiervan zullen we de komende tijd blijven monitoren. Via de bijdrageregeling hebben vier projecten in 2023 een bijdrage ontvangen voor het beter benutten van bedrijventerreinen. Door deze co-financiering worden de projecten versneld uitgevoerd of wordt de continuïteit van de projecten gewaarborgd.
Beter benutten van geschikte locaties voor watergebonden bedrijven en voor HMC bedrijven op bestaande bedrijventerreinen.
Hoger percentage kantoren met minimaal energielabel C.
Revitalisering/verduurzaming verouderd of leegstaand vastgoed op bedrijventerreinen voor nieuwe bedrijvigheid.
78
Wat hebben we daardoor gedaan in 2023? Activiteiten in 2023 We stellen een uitvoeringsagenda 2023-2024 op langs de lijnen: bedrijventerreinen, kantoren, detailhandel/ vitale kernen. We organiseren regionale afstemming ten behoeve van passende ruimte voor werklocaties. Dit gebeurt op basis van een adviesvraag van gemeenten. We monitoren de regionale kantorenmarkt en de regionale winkelvoorraad.
We organiseren zes bijeenkomsten over verschillende thema’s binnen het domein werklocaties voor kennisdeling, netwerkvorming en beleidsvorming. We zorgen voor kennisontwikkeling op de (on)mogelijkheden van beter benutten van bestaande bedrijventerreinen (o.a. onderzoeken, kennisdeling van ervaringen gemeenten).
We dragen (financieel) bij aan projecten gericht op beter benutten van bedrijventerreinen door advisering of inzet van de bijdrageregeling MRDH.
Status
Toelichting Het uitvoeringsprogramma EV 2024 is op 13 december 2023 vastgesteld door de bestuurscommissie. Het uitvoeringsprogramma geeft invulling aan het thema ruimte voor werken (bedrijventerreinen, kantoren en vitale kernen) In 2023 zijn er drie adviesaanvragen in de bestuurscommissie EV behandeld en vastgesteld. Het gaat om de gemeente Barendrecht (Stationstuinen) en de gemeente Rotterdam (Charloisse poort en Schaardijk). De MRDH heeft de jaarlijkse kantorenmonitor laten opstellen. Deze monitor is bedoeld om inzicht te hebben in de regionale kantorenmarkt, zoals de voorraad, leegstand, verduurzaming en nieuwe huur/kooptransacties (opname). De MRDH monitor en de jaarlijkse trendrapportage van de provincie Zuid-Holland zijn op 31 mei 2023 besproken door de bestuurscommissie. Daarnaast zijn de leegstandcijfers van de winkelgebieden met de gemeenten gedeeld. In 2023 is de ambtelijke werkgroep werklocaties zes keer bijeengekomen om onder andere kennis te delen, actualiteiten te bespreken en de bedrijventerreinen-strategie af te stemmen. Daarnaast zijn er twee extra themasessies georganiseerd over beter benutten van bedrijventerreinen en woon-werkmilieus. In 2023 heeft de MRDH een themasessie georganiseerd in Merwevierhavens samen met de gemeente Rotterdam en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat over het beter benutten van bedrijventerreinen.
Daarnaast is in 2023 een onderzoek afgerond over de kansen om beter te benutten op bedrijventerreinen in de Haagse regio. Het onderzoek heeft de potentiële ruimtewinst laten zien bij de onderzochte bedrijventerreinen. Dit biedt de basis voor gemeenten om verder aan de slag te gaan. In 2023 hebben vier projecten een projectbijdrage ontvangen die betrekking hebben op het beter benutten van bedrijventerreinen. Het betreft de gemeenten Delft (Innovatiedistrict Delft), Den Haag/Rijswijk (Revitaliseren Middengebied Plaspoelpolder en Westvlietweg met IPP Haaglanden), Lansingerland (Opgavenstudie Klappolder 2050) en Nissewaard (Beter Benutten Halfweg-Molenwatering).
79
We verkennen of een lobbystrategie met samenwerkingspartners mogelijk is voor de agendering en bekostiging van de opgave van revitalisering/beter benutten van bedrijventerreinen. We organiseren twee kennissessies op het gebied van verduurzaming kantoren.
We voeren het programma Next Economy Bedrijventerreinen uit, inclusief projectfinanciering en kennisdeling.
Met meerdere samenwerkingsverbanden en (bestuurlijke) tafel wordt gelobbyd richting Rijk en andere partners om het onderwerp bedrijfsruimtes hoog op de (politieke) agenda te krijgen. In 2023 is één kennisbijeenkomst over het verduurzamen van kantoren door het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) georganiseerd in afstemming met de MRDH. Dit was in navolging van twee kennisbijeenkomsten over het verduurzamen van kantoren georganiseerd door de MRDH. In de eerste helft van 2024 zal een vervolgsessie worden georganiseerd. In 2023 heeft de MRDH twee pilots ondersteund voor het thema circulaire bedrijventerreinen. Vanaf 2024 is het programma Next Economy Bedrijventerreinen opgenomen in de activiteiten in het uitvoeringsprogramma Economisch Vestigingsklimaat 2024 binnen het thema ruimte voor werken.
80
2.3.2 Wat heeft het gekost?
Programma 3 Economisch vestigingsklimaat
Realisatie 2023
Verschil gewijzigde Gewijzigde begroting en begroting realisatie 2023 2023
Primaire begroting 2023
Realisatie 2022
Lasten Subtotaal programmakosten Subsidie InnovationQuarter Subsidie YES! Delft Subtotaal directe kosten personeel
3.256.337 950.898 611.746 1.046.248
-984.123 0 111.746 4.807
4.240.460 950.898 500.000 1.041.441
3.886.630 0 500.000 1.005.380
2.865.671 872.500 410.417 867.175
Totaal lasten
5.865.229
-867.571
6.732.799
5.392.010
5.015.764
Baten Inwonerbijdrage Overige inkomensoverdrachten gemeenten Overige inkomensoverdrachten provincie Overige inkomensoverdrachten overig
5.368.791 64.009 0 10.000
699 26.509 0 10.000
5.368.092 37.500 0 0
5.354.510 37.500 0 0
5.297.733 44.099 10.000 0
Totaal baten
5.442.800
37.208
5.405.592
5.392.010
5.351.832
Gerealiseerd saldo van baten en lasten
-422.428
904.779
-1.327.207
0
336.069
-1.327.207
0
-1.327.207
0
-118.750
904.779
904.779
0
0
454.819
Onttrekking aan Egalisatiereserve EV Geaccordeerd bij bestuursrapportage Gerealiseerd resultaat
81
Bij de jaarrekening 2022 besloot het algemeen bestuur dat de vrije ruimte in de Egalisatie reserve Economisch vestigingsklimaat binnen twee jaar moest worden bestemd door de bestuurscommissie. De extra inzet op projectontwikkeling leidde ertoe dat medio 2023 al een groot deel van het programmabudget dat beschikbaar was voor 2023 was verplicht. Er waren op dat moment nog veel projecten in de pijplijn op het gebied van Vernieuwen van werklocaties en Toekomstbestendige economie stimuleren conform de nieuwe Strategische Agenda. Het resterende programmabudget voor 2023 was niet voldoende om al deze projectvoorstellen en opdrachten te financieren. Het algemeen bestuur heeft daarom op voorstel van de bestuurscommissie besloten de gehele vrije ruimte in de Egalisatiereserve toe te voegen aan het programmabudget. Met het ter begroting brengen van dit budget van € 1,3 miljoen konden deze projecten en opdrachten snel verder worden uitgewerkt en hoefde er voor besluitvorming en start niet gewacht te worden tot een volgend begrotingsjaar. Er mag immers geen sprake zijn van overbesteding ten opzichte van de begroting. Van deze € 1,3 miljoen werd voor € 800.000 besloten om cofinanciering te verlenen aan projectvoorstellen. Uiteindelijk werd er toch voor ongeveer € 500.000 minder aan projectvoorstellen ingediend dan de eerdere verwachting.
Ook was er vanwege lagere werkelijke kosten sprake van vrijval van ongeveer € 300.000 op projectbijdragen. De meerjarige subsidie aan YES!Delft voor het Region of the Future programma ging in 2023 sneller dan verwacht met ongeveer € 100.000 hogere bestedingen. Per saldo kon een groot deel van de vrije ruimte al in 2023 worden besteed en kon in 2023 meer co-financiering aan projecten worden verleend dan in eerdere jaren. In het voorstel voor de bestemming van het jaarresultaat wordt voorgesteld om het resultaat weer toe te voegen aan de Egalisatiereserve economisch vestigingsklimaat voor de resterende periode van de huidige Strategische Agenda. Toelichting financiën: verschillen tussen gewijzigde begroting 2023 en realisatie 2023 Lasten Er is binnen dit programma in 2022 € 867.570 minder besteed aan lasten dan begroot: 1
2 3 4
Onderwerp Programmakosten Waarvan Bijdrageregeling op basis van projectvoortgang Waarvan bestedingen projectontwikkeling Subsidie InnovationQuarter Subsidie YES!Delft Directe kosten personeel Totaal
Begroting 2023 € 4.240.460
Realisatie lasten 2023 € 3.256.337
Verschil 2023 € 984.123
€ 2.602.790
€ 950.898 € 500.000 € 1.041.441 € 6.732.799
€ 653.547 € 950.898 € 611.746 € 1.046.248 € 5.865.229
€ 0 -/- € 111.746 -/- € 4.807 € 867.570 82
Ad 1 Programmakosten – Bijdrageregeling EV Aan het reguliere budget voor programmakosten van € 2,9 miljoen (exclusief subsidie InnovationQuarter) zijn in 2023 de reservemiddelen van € 1,3 miljoen toegevoegd voor de realisatie van projecten en opdrachten op het gebied van Vernieuwen van werklocaties en Toekomstbestendige economie stimuleren conform de Strategische Agenda. Op grond van de Bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat MRDH 2020 (Bijdrageregeling EV) is in 2023 ten laste van het programmabudget voor € 3,1 miljoen aan projectbijdragen verleend door de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat: Besluit bestuurscommissie EV
Ontvangende gemeente
Versterking campus Energy Cave
29-3-2023
Rijswijk
558.000
Digitale samenwerking Rijnmondse energietransitiecampussen en fieldlabs
29-3-2023
Rotterdam
300.000
Vraaggestuurde aanpak LLO Digitalisering Greenport Horti Campus
29-3-2023
Westland
300.000
Versterken en verbeteren Dutch Innovation Community
29-3-2023
Zoetermeer
300.000
Do IoT voor de glastuinbouw
22-2-2023
Westland
450.000
Datawerf 2.0
31-5-2023
Rotterdam
215.000
Kenniscentrum waterstof maakindustrie H2Makers
31-5-2023
Rotterdam
99.000
Onderwerp
Bedrag (€)
Opdracht 2: Toekomstbestendige economie stimuleren Campusprogramma
Versterken mkb
Totaal opdracht 2
2.222.000
Opdracht 4: Vernieuwen van werklocaties Bedrijventerreinen Innovatiedistrict Delft
13-12-2023
Delft
130.000 83
Opgavenstudie Klappolder 2050
13-12-2023
Lansingerland
71.430
Beter Benutten Halfweg-Molenwatering
13-12-2023
Nissewaard
106.500
Rijswijk (in samenwerking met Den Haag)
560.000
Totaal opdracht 4
867.930
Revitaliseren Middengebied Plaspoelpolder en Westvlietweg 13-12-2023 met IPP Haaglanden
Totaal verleende projectbijdragen 2023
3.089.930
De in 2023 verantwoorde last op dit onderdeel van € 2,6 miljoen is, conform de verslaggevingsregels, op basis van feitelijke projectvoortgang en niet op basis van verleende projectbijdragen. Ad 1 Programmakosten – Projectontwikkeling Binnen het onderdeel programmakosten is er aan projectontwikkeling € 653.547 besteed. Het ging dan bijvoorbeeld om: ● de inzet van adviesbureaus om drie consortia te ondersteunen die een aanvraag voor opschaling van hun campus bij het Nationaal Groeifonds (NGF) hebben gedaan; ● de inzet van een adviesbureau om een verkenning uit te voeren naar primair onderwijs en voortgezet onderwijs projecten die regionaal de instroom op mbo- en hbo campussen bevorderen; ● Ondersteuning planvorming De Stationstuinen Barendrecht; ● Licentie detailhandelsinformatie; Samen met de verleende projectbijdragen aan gemeenten van € 3.089.930 is er voor € 3.743.477 aan verplichtingen aangegaan in 2023. Ruim boven het reguliere budget van € 2,9 miljoen maar onder het met de reserve aangevulde budget van € 4.240.560. Per saldo is er een onderbesteding van het budget van € 497.083. Deze onderbesteding bestaat voor ongeveer € 200.000 uit een gemeentelijke projectvoorstel (Werkbegeleiderspool voor de Zorg), dat in 2023 nog niet gereed was voor besluitvorming voor een projectbijdrage. Voor ongeveer € 300.000 was er nog ruimte voor nieuwe projectvoorstellen.
Ad 2 Subsidie InnovationQuarter De begrote subsidie aan InnovationQuarter van € 950.898 is volledig besteed. InnovationQuarter (IQ) is als regionale ontwikkelingsmaatschappij in Zuid-Holland een belangrijke partner in het realiseren van de doelstellingen van de Metropoolregio met betrekking tot versterking van het Economisch Vestigingsklimaat. Voortbouwend op de samenwerking van de afgelopen jaren heeft IQ in 2023 ingezet op 3 pijlers: Innoveren, Secretariaat Economic Board Zuid-Holland (EBZ), het Investor Relations Programma (Internationaliseren) en het International Talent Programma. 84
Ad 3 Subsidie YES!Delft De voortgang op het driejarige subsidieproject Region of the Future was groter dan in de begroting rekening mee was gehouden. De begroting is op basis van voortgang in tijdsduur, de werkelijke voortgang wijkt daar iets van af. Totale uitvoering van het project vindt binnen de maximale subsidie van € 1.500.000 plaats. Zie ook de inhoudelijke toelichting op de samenwerking met YES!Delft bij Wat wilden we bereiken? en Wat is er voor gedaan? Ad 4 Directe kosten personeel De directe salariskosten zijn nagenoeg conform begroting gerealiseerd. Baten Inwonerbijdrage De inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat bedraagt in de begroting 2023 € 6.819.230 en is conform begroting gerealiseerd. Deze inwonerbijdrage wordt deels verantwoord binnen het programma Economisch Vestigingsklimaat (€ 5.368.791) en is voor het overige deel beschikbaar als dekking voor de aan Economisch Vestigingsklimaat gerelateerde overhead (€ 1.450.439, zie hoofdstuk 2.4). De hogere realisatie van € 699 binnen het programma Economisch Vestigingsklimaat is gelijk aan de lagere realisatie binnen de overhead. Overige inkomensoverdrachten gemeenten Betreft de afname van gemeenten van gegevens over detailhandel op basis van licentie overeenkomsten. Realisatie is iets hoger dan begroot vanwege de jaarlijkse indexering die in de overeenkomst is opgenomen.
Overige inkomensoverdrachten overig Betreft voor € 21.000 de bijdragen van de gemeenten Rotterdam en Den Haag aan de inzet van een kwartiermaker voor het regionaal actieplan startup/scaleup. Daarnaast is vanuit de Economic Board Zuid-Holland (Taskforce Human Capital) € 10.000 bijdragen aan een onderzoek naar een integrale beleidsaanpak en monitoring van de arbeidsmarkt, onderwijs & innovatie in Zuid-Holland. Deze bijdragen waren niet begroot. Reserves De begrote onttrekking aan de Egalisatiereserve bestond uit de vrijgave van het vrij besteedbare deel van deze reserve voor de realisatie van projecten en opdrachten op het gebied van Vernieuwen van werklocaties en Toekomstbestendige economie stimuleren conform de Strategische Agenda. Toelichting verloop en bestemming Egalisatiereserve EV Voor de financiële afwikkeling van verleende projectbijdragen is de Egalisatiereserve economisch vestigingsklimaat ingesteld. De Egalisatiereserve EV bestond per 1 januari 2023 (na resultaatbestemming jaarrekening 2022) uit de volgende onderdelen:
85
Het financiële verloop van de tot en met 2023 verleende projectbijdragen aan gemeenten is als volgt:
* vanwege het voorgeschreven baten en lasten stelsel, waarbij de lasten de daadwerkelijk projectvoortgang dienen te volgen, zijn de lasten in boekjaar 2023 per saldo verlaagd met € 1.202.825 en op de balans geboekt (saldo bestaat uit € 2.039.343 Vooruitbetaalde projectbijdragen en € 836.518 nog te betalen projectbijdragen). Voor de juiste balanspositie per jaareinde dient de Egalisatiereserve economisch vestigingsklimaat met dit bedrag te worden verhoogd.
Per jaareinde dient € 4.720.805 beschikbaar te zijn voor de financiële afwikkeling van tot en met 2023 verleende bijdragen. Na onttrekking van de in 2023 beschikbaar gestelde reserve en rekening houdend met de nog financieel af te wikkelen bijdragen, is het verloop van de reserve als volgt:
86
Voorstel Resultaatbestemming Het gerealiseerde resultaat over het boekjaar 2023 bedraagt € 904.779. Voorstel is om hiervan € 204.036 toe te voegen aan de Egalisatiereserve EV om het tekort van de reserve per 31 december 2023 aan te vullen. Dan resteert er een nog te bestemmen resultaat van € 700.743. Dit resultaat bestaat uit de volgende posten:
Voorgesteld wordt dit bedrag toe te voegen aan de Egalisatiereserve economisch vestigingsklimaat voor de resterende periode van de huidige Strategische Agenda. Voor het deel wat voor medio 2025 zou moeten worden bestemd blijft deze voorwaarde intact. De Egalisatiereserve EV bestaat na deze voorgestelde resultaatbestemming uit de volgende onderdelen:
Toelichting financiën: verschillen tussen realisatie 2023 en realisatie 2022 De grootste verschillen worden hierna toegelicht (afronding op duizendtallen). Lasten 87
De realisatie van de lasten was in 2023 € 850.000 hoger ten opzichte van 2022. Dit bestaat uit de volgende onderwerpen: 1 2 3 4 5
Onderwerp ProgrammakostenBijdrageregeling Programmakosten - overig Subsidie InnovationQuarter Subsidie YES!Delft Directe kosten personeel Totaal
Realisatie 2023 € 2.603.000
Realisatie 2022 € 1.999.000
€ 654.000 € 951.000 € 612.000 € 1.046.000 € 5.866.000
€ 867.000 € 873.000 € 410.000 € 867.000 € 5.016.000
Verschil € 604.000 € 213.000 € 78.000 € 202.000 € 179.000 € 850.000
Toelichting verschillen: Programmakosten-Bijdrageregeling EV Het betreft veelal meerjarige projecten waarvan de bestedingen de projectvoortgang volgen. De bestedingen fluctueren daardoor ook tussen de jaren. Wel is er in 2023 ruim € 500.000 meer aan projectbijdragen verleend, dit verklaart een deel van het verschil. Subsidie InnovationQuarter De hogere lasten in 2023 betreffen indexatie en een verhoging van het onderdeel Economic Board Zuid-Holland binnen de subsidie. Subsidie YES!Delft Het in juni 2022 gestarte subsidieproject Region of the Future kent een jaarlast van € 500.000. De vorige subsidie City of the Future, die van juni 2020 tot juni 2022 liep, betrof een kleiner project met een lagere jaarlast van € 285.000. Daarnaast was in het verslagjaar 2023 de werkelijke projectvoortgang nog iets hoger dan de begrote projectvoortgang (binnen de maximale verleende subsidie), per saldo daarom een hogere last in 2023. Directe kosten personeel Dit betreft voor een deel de reguliere cao stijging. Verder kon op vacatureruimte in 2023 volledige inzet van inhuurkrachten plaatsvinden, in 2022 voor een deel. Baten De realisatie van de baten was in 2023 € 91.000 hoger dan in 2022. Dit heeft voor een deel te maken met de gestegen inwonerbijdrage in de 2023 ten opzichte van 2022.
Daarnaast was er een tegengesteld effect doordat er in 2023 meer inwonerbijdrage als dekking voor de overheadkosten nodig was en er daardoor minder baten binnen het programma resteerden.
88
2.4 Overzicht overhead 2.4.1 Wat hebben we gedaan? Zie paragraaf 3.4.2 Bedrijfsvoering voor een toelichting over de werkzaamheden. 2.4.2 Wat heeft het gekost?
Binnen de kosten van overhead onderscheiden wij twee soorten kosten. Dit zijn personele kosten en materiële kosten. In de personele kosten zitten de salarislasten van leidinggevenden, secretaresses en medewerkers binnen bedrijfsvoering. Dit wordt ook wel personele overhead salarislasten genoemd. De rest van de medewerkers valt onder de directe salarislasten die bij de begrotingsprogramma’s worden verantwoord. De materiële kosten bevatten de kosten van bedrijfsvoering. De overhead laat een overschrijding zien van € 136.865 ten opzichte van de begroting. Dit is opgebouwd uit een positief saldo van € 259.990 op de materiële overhead, dat wordt veroorzaakt door activiteiten die doorschuiven in de tijd, activiteiten die lager zijn uitgevallen dan begroot en meevallers. De personele overhead salarislasten kent een negatief saldo van € 396.855 dat grotendeels wordt veroorzaakt door de kosten voor het opvangen van langdurige ziektegevallen, ontstane vacatures, de start van MRDH Support en door het management van de MRDHorganisatie gemaakte organisatorische keuzes. Op het budget van de directe salariskosten in de programma’s wordt echter tegelijkertijd een onderschrijding van € 765.637 gepresenteerd. Het saldo van de totale salarislasten is daarmee met € 368.782 positief. Zie paragraaf 3.4.2 Bedrijfsvoering voor een verdere toelichting op het resultaat. 89
De kosten voor de personele en materiële overhead worden voor zover deze betrekking hebben op verkeer en openbaar vervoer (Vervoersautoriteit/Va) gedekt vanuit de BDU. Voor zover deze kosten betrekking hebben op de versterking van het economisch vestigingsklimaat worden deze kosten gedekt vanuit de inwonersbijdrage. Door een overbesteding van € 136.865 op de overhead is er meer dekking nodig.
90
Indicatoren Taakveld
Indicator
Realisatie 2023
Begroting 2023
1
0. Bestuur en ondersteuning
Formatie
2
0. Bestuur en ondersteuning
Bezetting
3 4
0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning
Apparaatskosten Externe inhuur
5
0. Bestuur en ondersteuning
Overhead
0,038 fte per 1.000 inwoners 0,036 fte per 1.000 inwoners € 5,12 per inwoner 12,04% van de totale loonsom 1,36% van de totale lasten
0,037 fte per 1.000 inwoners 0,035 fte per 1.000 inwoners € 5,15 per inwoner 6,34% van de totale loonsom 1,20% van de totale lastenbegroting
Ad 1) De formatie bedroeg in 2023 92,6 Fte. Het aantal inwoners van de MRDH bedraagt per 1 januari 2022 2.418.167 (begroting 2023). Ad 2) De bezetting bedraagt per 31 december 2023 85,9 Fte. Het betreft in alle gevallen de medewerkers met een aanstelling bij de MRDH en betreft niet de externe inhuur. Deze inhuur wordt verantwoord binnen de indicator Externe inhuur. Het aantal inwoners van de MRDH bedraagt per 1 januari 2022 2.418.167 (begroting 2023). Ad 3) De totale apparaatskosten bedroegen in 2023 € 12,4 miljoen (zie hoofdstuk 3.4 Bedrijfsvoering, directe salariskosten en totale overhead). Het aantal inwoners van de MRDH bedraagt per 1 januari 2022 2.418.167 (begroting 2023). Ad 4) De totale loonsom bedraagt in 2023 € 9,8 miljoen (zie hoofdstuk 3.4 Bedrijfsvoering, directe salariskosten en personele overhead). De externe inhuur bedraagt in 2023 € 1.176.681. Voor 20% betreft deze inhuur medewerkers van de MRDH-gemeenten. Ad 5) De overhead bedraagt in 2023 € 7,2 miljoen (zie het overzicht Overhead in dit hoofdstuk). De totale lasten bedragen in 2023 € 531,7 miljoen (zie Hoofdstuk 4 Overzicht van baten en lasten). De lasten worden gefinancierd uit de BDU voor de Vervoersautoriteit en uit de inwonerbijdrage voor Economisch Vestigingsklimaat. -0-0-0-
91
Hoofdstuk 3 Paragrafen -0-0-03.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het begrip ‘weerstandsvermogen’ Het financieel weerstandsvermogen van de MRDH is het vermogen om niet-structurele financiële risico’s op te vangen zonder dat de uitvoering van de taken in het gedrang komt. Het weerstandsvermogen is de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de bekende risico’s waarvoor geen afdoende stuur- en beheersmaatregelen kunnen worden getroffen of waarvoor geen voorzieningen bestaan. Beleidsnota Het algemeen bestuur heeft op 12 juli 2019 de beleidsnota Risicomanagement en Weerstandsvermogen vastgesteld. Relevante onderdelen uit deze beleidsnota zijn verwerkt in deze paragraaf weerstandsvermogen. Voor de structurele inventarisatie en beheersing van (mogelijke) risico’s bij infrastructurele projecten waarbij de MRDH als opdrachtgever of risicodragend subsidieverlener fungeert, is een eerste stap gezet met de aanschaf en inrichting van RISKID.
Risico’s algemeen De mogelijke maatregelen om de risico’s te beheersen en/of financieel te dekken zijn: - risico’s onder controle houden door stuur- en beheersmaatregelen (bijvoorbeeld door het afsluiten van verzekeringen of het aanscherpen van de regelgeving); - risico’s kunnen financieel worden afgedekt door het instellen van voorzieningen voor risico’s die kunnen worden gekwantificeerd en het instellen van een weerstandsvermogen voor risico’s die niet financieel kunnen worden gekwantificeerd. Normale bedrijfsrisico’s doen zich regelmatig voor en deze zijn daarom vrij goed meetbaar. Hierdoor kunnen ze worden gedekt door ofwel beheersmaatregelen ofwel het afsluiten van verzekeringen. Risico’s programma Economisch Vestigingsklimaat De risico’s die samenhangen met de taken voor het versterken van het economisch vestigingsklimaat kunnen alleen met eigen weerstandscapaciteit van de MRDH worden afgedekt. In een uitgevoerde financiële risicoanalyse (2015) is het risico bepaald van het eventueel wegvallen van een deel van de inwonerbijdragen. Dit risico is met de vaststelling van zogenaamde uittreedregels komen te vervallen. Op 12 juli 2019 stelde het algemeen bestuur de ‘Algemene regels voor uittreding uit de Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2014’ vast.
Daarin staat opgenomen dat bij uittreding een uittreedsom wordt bepaald: het bedrag dat de uittredende deelnemer dient te betalen aan de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag (GR MRDH) en dat bestaat uit de schade die de GR MRDH lijdt als gevolg van de uittreding. Het aanhouden van een aparte reserve is daardoor niet meer nodig. 92
Risico’s programma’s Exploitatie- en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer De risico’s die samenhangen met de activiteiten voor verkeer en vervoer worden allereerst opgevangen met een risicobuffer die binnen de projecten, waarbij financiële risico’s worden geïdentificeerd, wordt aangehouden. Wanneer deze risicobuffer niet afdoende is, worden de BDUmiddelen aangesproken. Dit heeft tot gevolg dat andere bestedingen ten laste van de BDU-middelen lager worden en/of vertragen. De taken voor verkeer en vervoer worden in hoge mate (>99%) gefinancierd met rijksmiddelen. Omdat deze middelen, voor zover ze nog niet besteed zijn worden beschouwd als vreemd vermogen, kan er geen risicoreserve worden opgebouwd van deze middelen. Ontwikkelingen openbaar vervoer In 2023 zijn twee ontwikkelingen geweest die bepalend zijn voor het financiële kader voor de programma’s verkeer en openbaar vervoer: ● met instemming van de motie Bikker wordt het regionaal openbaar vervoer structureel met € 300 miljoen extra ondersteund. Met € 300 miljoen is het landelijk mogelijk om de voor 2024 voorziene tariefstijging van 11,7% in het regionaal openbaar vervoer structureel af te wenden, waarbij er in 2025 weer reguliere indexatie van de tarieven zal plaatsvinden. De decentrale overheden verwachten dat hiervoor structureel circa € 160 miljoen nodig is.
De resterende € 140 miljoen is jaarlijks beschikbaar voor een impuls aan het regionaal openbaar vervoer. De verwachting is dat van de € 300 miljoen extra middelen jaarlijks € 73 miljoen bij de MRDH terecht komt. Voor het afwenden van de tariefstijging is € 39 miljoen nodig, die één op één aan de vervoerders zal worden doorgezet. ● het algemeen bestuur heeft op 15 december 2023 ingestemd met de besluiten in het kader van Borging toekomstbestendig OV in de hele regio. Financieel is besloten om een reservering in de OV-exploitatiebegroting op te nemen van € 145 miljoen. Van de € 145 miljoen wordt € 137 miljoen gedekt uit de beschikbare financiële ruimte binnen het BDU saldo. Het besluit voor deze aanvullende middelen voor het OV zullen uiteindelijk worden verwerkt in de subsidies voor de exploitatie van het openbaar vervoer. Financiering OV-bedrijven Zoals in hoofdstuk 4.1 (Financiering) reeds gemeld, financiert de MRDH de investeringen in railvoertuigen en -infrastructuur van de regionale OV-bedrijven. Dat brengt risico’s met zich mee, die in een in 2016 uitgevoerd extern onderzoek nader zijn geduid. Daaruit is geconcludeerd dat een reserve moet worden gevormd om de risico’s die van directe invloed zijn op de economische waarde van het te financieren materieel, naar behoren af te dekken.
Daarbij was meegewogen dat de MRDH voor de periode 2016-2026 een railconcessie had gegund aan voornoemde OV-bedrijven, dat de MRDH een eerste zekerheidsrecht verwerft over de te financieren activa en dat het kredietrisico wordt beperkt, doordat de afschrijvingen over door de MRDH goedgekeurde railinvesteringen en de rente over de daarvoor verstrekte leningen in de maandelijks door de MRDH te betalen concessievergoeding zijn opgenomen. Op grond van een referentievergelijking is vastgesteld dat een waardedaling van 35% als uitgangspunt voor de risicoberekening verdedigbaar is. De risico-inschatting voor de beide OV-bedrijven is daarnaast als “laag” geclassificeerd en daaruit volgt een risicoweging van 8% als uitgangspunt voor de risicoberekening.
93
Ook financiert de MRDH op grond van de verordening Bussenleningen investeringen in bussen. De belangrijkste overweging voor het instellen van deze verordening is het faciliteren van adequate en goedkopere financieringsmogelijkheden voor concessie houdende vervoerbedrijven voor de gewenste transitie naar zero emissie busvervoer. De ondergrens voor de opbouw van de risicoreserve financieringen bedraagt vanaf 1 januari 2024 (MRDH begroting 2024) € 30 miljoen berekend op basis van de maandelijks te betalen concessievergoedingen 2024-2027 van € 33 miljoen. Uitgaande van een worst case scenario (faillissement) wordt de kans dat maximaal één maand aan concessievergoeding als verloren moet worden beschouwd, als hoog (90%) ingeschat. De ondergrens van de op te bouwen risicoreserve wordt daarmee bepaald op € 30 miljoen. De verschillen tussen de in rekening te brengen marktconformiteitsopslag en de jaarlijks benodigde toevoeging aan de risicoreserve worden aangewend als aanvullende dekking voor de lasten van het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer (hoofdstuk 2.1.2). De daarvoor benodigde BDU-bijdrage wordt daardoor lager. In de volgende tabel is de op te bouwen risicoreserve financieringen in cijfers uitgewerkt:
94
Omdat het werkelijke netto/ gewogen risico per balansdatum lager is dan de bepaalde ondergrens van € 30 miljoen hoeft er slechts € 2 miljoen te worden toegevoegd aan de reserve en is het restant beschikbaar voor de exploitatie. Samenvatting weerstandsvermogen ratio jaarrekening 2023: Weerstandsvermogen ratio =
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
Beschikbare weerstandcapaciteit Financiering OV-bedrijven: Benodigde weerstandscapaciteit Financiering OV-bedrijven:
€ 30.000.000 € 30.000.000
De MRDH streeft ernaar dat het weerstandsvermogen tenminste voldoende is. Dit betekent een minimale weerstandsvermogen ratio van 1 tot 1,4. 95
Weerstandsvermogen ratio:
1 (voldoende)
Uit het bovenstaande overzicht blijkt dat de benodigde weerstandscapaciteit voor de financieringsactiviteiten in 2023 is bereikt. Er is op dit moment geen dekkingstekort op de te bereiken reserve. Kengetallen Kengetallen zijn getallen die een verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de in de jaarrekening opgenomen balans en/of overzicht van baten en lasten. Conform het BBV dienen de volgende kengetallen in de jaarrekening te worden opgenomen:
Opmerkingen De kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn voor de MRDH niet van toepassing. De netto schuldquote moet inzicht geven in de ontwikkeling van het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen (lasten/baten begroting). Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de quote inclusief en exclusief doorgeleende gelden. Dit maakt inzichtelijk wat het aandeel is van de verstrekte leningen in de exploitatie en welke invloed de verstrekte leningen hebben op de schuldenlast. De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als een percentage van het totale vermogen. Het geeft daarmee inzicht in de mate waarin de MRDH in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. De VNG hanteert als richtlijn een minimum omvang van 20% als norm. Bij de beoordeling van de in bovengenoemde tabel opgenomen kengetallen voor netto schuldquote en solvabiliteitsratio dient het volgende in aanmerking te worden genomen. Ruim 99% van de exploitatie van de MRDH vindt plaats binnen de fondsen (met name de BDU verkeer en vervoer). Uit deze middelen mogen geen reserves worden gevormd. De per balansdatum aanwezige fondssaldi zijn daarnaast conform de bepalingen in het BBV als vlottende schulden te beschouwen.
Als gevolg daarvan zijn voornoemde kengetallen voor de in de tabel genoemde 96
jaren niet zonder meer te beschouwen als een realistische weergave van de financiële positie van de MRDH. Deze positie wordt in hoofdstuk 3.3 (financiering en treasury) nader beschouwd. Het kengetal structurele exploitatieruimte geeft inzicht in welke mate de structurele lasten gedekt zijn door structurele baten. Dit is van belang om te beoordelen welke structurele ruimte de MRDH heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten nodig is. Een positief percentage betekent dat incidentele lasten deels uit structurele middelen worden gedekt. Een negatief percentage betekent dat structurele lasten deels uit incidentele baten worden gedekt. De MRDH is geheel afhankelijk van de BDU. 3.2 Onderhoud kapitaalgoederen Investeringen Eventuele toekomstige investeringen worden gepland en begroot vanuit een investeringsplan. Investeringsplannen maken integraal deel uit van de bestuurlijk vast te stellen begroting(swijzigingen). Afschrijvingen Voor zover niet bij wettelijke bepaling geregeld, gelden de volgende uitgangspunten voor het afschrijvingsbeleid voor de materiële vaste activa, zoals vastgelegd in de Financiële verordening 2015 van de MRDH.
Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met economisch nut Activa met economisch nut en een verkrijgingsprijs van minder dan € 10.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. De volgende materiële vaste activa met economisch nut worden lineair afgeschreven in: a. maximaal 10 jaar: verbouwing, inrichting, renovatie, restauratie van kantoren en bedrijfsgebouwen; b. maximaal 10 jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen; c. 5 jaar: telefooninstallaties; d. 3 jaar: automatiseringsapparatuur; e. 10 jaar: kantoormeubilair; f. maximaal 10 jaar: straatmeubilair. De eerste afschrijving voor de activa met economisch nut start op 1 juli in het jaar van aanschaffing. Gronden De MRDH heeft diverse percelen grond in eigendom, dan wel een recht van opstal daarop gevestigd door de aanleg van tramlijnen. Volgens een actuele kadasteropgave gaat het daarbij om de volgende percelen: 97
Er zijn geen financiële verplichtingen ten aanzien van deze gronden. Bedrijfsgebouw Westersingel Eind oktober 2017 is huisvesting van de ambtelijke organisatie van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag aan de Westersingel 12 te Rotterdam in gebruik genomen. Dit pand is gehuurd voor een periode van 10 jaar. Ten behoeve van de verbouwing en herinrichting van dit pand is in 2017 een bedrag geïnvesteerd van € 1,2 miljoen. In 2019 is er geïnvesteerd in het parkeerterrein op de Westersingel. Deze investeringen wordt in 10 jaar afgeschreven. De MRDH is zelf verantwoordelijk voor het onderhoud hiervan en heeft daartoe contracten afgesloten met gespecialiseerde marktpartijen. Overige materiële vaste activa Kantoorinventaris en ICT hardware zijn bij de start van de MRDH in 2015 om niet overgenomen van het Stadsgewest Haaglanden. Als gevolg van de verhuizing naar het nieuwe pand in 2017 (zie hiervoor) moest in 2017 een nieuw datanetwerk worden aangelegd en nieuw meubilair worden aangeschaft tot een totaal bedrag van € 457.000. In 2018 zijn nieuwe investeringen in ICT gedaan. Het gaat om de noodzakelijke vervanging van de werkplek hardware in combinatie met een nieuwe provider, de doorontwikkeling van het financiële systeem (projectadministratie en verdere digitalisering werkprocessen) en de digitalisering van de voorbereidings- en autorisatieprocessen van bestuurlijke voorstellen.
De komende jaren vinden er nieuwe investeringen plaats in ICT in het kader van nieuwe werkplekken (beeldschermen en dockingstations) en verbeteringen vergaderkwaliteiten. Investeringen in kantoormeubilair worden in 10 jaar afgeschreven, ICT hardware in 3 jaar, software en ICT-investeringen in verbeterprocessen in 7 jaar. De MRDH is zelf verantwoordelijk voor het noodzakelijke onderhoud van deze activa en heeft dit uitbesteed aan meerdere gespecialiseerde marktpartijen. 98
In 2019 is er geïnvesteerd in meubilair en het terras. In 2022 is in het kader van “Het Nieuwe Werken” geïnvesteerd in kantoormeubilair en in de vergaderfaciliteiten. In 2023 zijn er investeringen gedaan in het kader van nieuwe koffiemachines. Haltevoorzieningen Conform de overeenkomst heeft de MRDH vanaf medio 2014 het economisch eigendom van alle bestaande en nieuwe haltevoorzieningen (de zgn. abri’s) in de gemeenten Den Haag, Delft, Westland en Midden-Delfland. Alle investeringen hieraan en het beheer en onderhoud hiervan zijn voor rekening van de MRDH. De investeringen worden in vijf jaar afgeschreven. De jaarlijkse kosten worden geheel gedekt door reclameopbrengsten, waartoe de MRDH zelfstandig een contract heeft aanbesteed. Beheer en onderhoud zijn uitbesteed aan HTM. De boekwaarde van de haltevoorzieningen per 31 december 2023 bedraagt € 0. 3.3 Financiering en treasury In deze paragraaf wordt ingegaan op de financiële positie en het financieringsgedrag van de MRDH. Financiële positie De financiële positie per begin en ultimo 2023 laat zich als volgt becijferen:
99
Hieruit blijkt, dat het werkkapitaal in 2023 is toegenomen met een bedrag van € 1,7 miljoen. In onderstaande staat van herkomst en besteding van middelen is aangegeven hoe dit bedrag is samengesteld.
100