CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Leefbaarheid en veiligheid 2022

Raadscommissie 27 september 2023, gemeente SchiedamBij agendapunt: Brieven van het college van burgemeester en wethouders, dan wel de burgemeester, dan wel collegeleden:21.032 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

geluidsoverlast door omwonenden

2021 57%

andere vormen van geluidsoverlast

39%

Centrum (46%), Oost (45%) en Groenoord (45%)

32%

Nieuwland (43%), Groenoord (39%), Oost en Zuid (38%)

overlast door vervuiling of stank in een woning/tuin overlast door overbewoning of kamerverhuur overige overlast door omwonenden overlast door verwarde personen

22% 27% 16%

opvallende wijkscores Oost (65%) en Zuid (61%)

Oost, West en Zuid (35%) Oost en Zuid (36%) Centrum (29%), Oost en Nieuwland (22%)

Opvallend is dat wijk Oost bij alle deelaspecten ongunstiger scoort dan gemiddeld in Schiedam. Het verschil met het gemiddelde is vooral groot als het gaat om overlast door overbewoning of kamerverhuur. 35% van de inwoners uit Oost, West en Zuid geeft aan soms tot vaak overlast hiervan te ervaren. Centrum komt eveneens bij enkele deelaspecten negatief naar voren. Dat zal ook deels te maken hebben met de functie en bijbehorende voorzieningen die het centrum van een stad nu eenmaal heeft. In Nieuwland en Groenoord komt overlast door vervuiling of stank in een woning/tuin vaker voor dan gemiddeld.

11

In de Jaarrekening is de doelstelling voor woonoverlast gebaseerd op het in 2019 geïntroduceerde rapportcijfer. De doelstelling voor woonoverlast zal op basis van de in deze rapportage gepresenteerde informatie aangepast worden. Er is dus sprake van een nieuwe nulmeting.

29

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

Verkeersoverlast Het rapportcijfer voor verkeersoverlast is op basis van een aantal vragen samengesteld en geeft aan in welke mate inwoners hinder van verkeer ervaren. Hoe lager het rapportcijfer, hoe meer overlast men ervaart. Het rapportcijfer voor verkeersoverlast is gebaseerd op de vragen naar:  agressief verkeersgedrag;  geluidsoverlast door autoverkeer;  te hard rijden;  parkeeroverlast.

Rapportcijfer verkeersoverlast: 5,8 (2019: 5,7) Het rapportcijfer voor verkeersoverlast komt in de gemeente Schiedam uit op een 5,8. Dat is net iets beter dan tijdens de meting in 2017 en 2019. Maar liefst drie van de vier deelaspecten van verkeersoverlast laten gunstigere scores zien in vergelijking met de vorige meting (zie figuur 3.14). Dit wordt echter teniet gedaan door een veel lagere score voor parkeeroverlast. Deels zal dit het gevolg zijn van de afgelopen coronaperiode, waarbij meer mensen vaker thuis waren en minder uithuizig. Dit heeft waarschijnlijk een positieve invloed gehad op de mate van verkeersoverlast door agressief verkeersgedrag, te hard rijden en geluidsoverlast door autoverkeer en een negatieve invloed op de parkeeroverlast die inwoners ervaren. Figuur 3.13 Ontwikkeling rapportcijfer verkeersoverlast 6.6 6.4 6.2 6.0 5.8 5.6 5.4 5.2 5.0

2021

2020

2019

2018

2017

2016

2015

2014

2013

2012

2011

2010

2009

2008

2007

2006

4.8

Naar deelaspecten is de situatie als volgt: Figuur 3.14 Rapportcijfer verkeersoverlast naar deelaspecten

Wijk agressief verkeersgedrag geluidsoverlast door autoverkeer te hard rijden parkeeroverlast

2019 6,0 6,7 4,6 5,5

30

2021 6,6 6,8 5,0 4,8

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

Op wijkniveau is de situatie voor verkeersoverlast en het deelaspect parkeeroverlast als volgt: Figuur 3.15 Rapportcijfer verkeersoverlast en het deelaspect parkeeroverlast naar wijk

Wijk Centrum Oost West Zuid Nieuwland Groenoord Kethel Woudhoek Spaland/Sveaparken Schiedam

verkeersoverlast 5,2 5,6 5,5 4,9 5,9 6,0 6,5 6,3 6,5 5,8

parkeeroverlast 4,7 4,6 3,7 3,0 5,5 5,9 6,1 4,8 5,1 4,8

In de wijken van Schiedam-Noord zijn de rapportcijfers voor verkeersoverlast over het algemeen wat gunstiger. Echter ook hier scoren te hard rijden en parkeeroverlast matig. Kethel en de in het verleden ruim opgezette wijken Nieuwland en Groenoord scoren wat betreft parkeren net een krappe voldoende. Vooral in West en Zuid ervaren inwoners veel parkeeroverlast (rapportcijfer respectievelijk 3,7 en 3,0). Om die reden vinden er in 2022 en 2023 in deze wijken een bewonerspeiling plaats naar betaald parkeren. Als laatste onderwerp in dit hoofdstuk is de respondenten gevraagd een rapportcijfer te geven voor de leefbaarheid in de eigen buurt. Deze vraag was in 2017 voor het laatst opgenomen in dit onderzoek. Een vergelijking met die meting is in figuur 3.16 opgenomen. Figuur 3.16 Gemiddeld rapportcijfer leefbaarheid in de eigen woonbuurt, naar wijk

Wijk Centrum Oost West Zuid Nieuwland Groenoord Kethel Woudhoek Spaland/Sveaparken Schiedam

2021 6,5 6,0 6,6 6,7 6,3 6,3 7,5 7,4 7,6 6,6

2017 6,4 6,1 6,7 6,9 6,4 6,8 7,5 7,3 7,7 6,7

De rapportcijfers zijn over het algemeen redelijk stabiel te noemen. De wijken Kethel, Woudhoek en Spaland/Sveaparken in Schiedam-Noord scoren allemaal rond een 7,5. In Oost wordt de leefbaarheid in de eigen woonbuurt het laagst beoordeeld. Opvallend is de forse daling van het rapportcijfer in Groenoord. In deze wijk lijken de buurtproblemen rommel op straat en vuilnis naast de container/verkeerd aanbieden van huisvuil samen te hangen met de daling van het rapportcijfer voor leefbaarheid.

31

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

4

Welzijn en samen leven Het algehele welzijn van de mensen wordt in grote mate bepaald door hun fysieke en mentale gezondheid. Vele factoren hebben hier invloed op, zowel interne als externe. Voorbeelden van interne factoren zijn voeding en leefstijl. Bij externe factoren kan worden gedacht aan de leefomgeving, voorzieningen in de buurt en natuurlijk de coronacrisis. Ook de mate waarin Schiedammers deelnemen aan de maatschappij is relevant. Daarover gaat dit hoofdstuk.

4.1 Corona / COVID-19 De gevolgen van de coronacrisis en de maatregelen ter bestrijding van de ziekte zijn groot geweest. De officiële cijfers van het RIVM zeggen dat er in Schiedam 33.944 besmettingen zijn geregistreerd, 699 Schiedammers zijn opgenomen in het ziekenhuis en 133 mensen zijn overleden. Maar de gevolgen voor de Schiedammers zijn nog groter dan deze cijfers. Sinds februari 2020 heeft de samenleving in het teken gestaan van de bestrijding van de pandemie. De ziekte en de maatregelen ter bestrijding ervan hebben een groot stempel gedrukt op de levens van de Schiedammers. Om een beter beeld te krijgen van hoe en in welke mate de pandemie invloed heeft gehad op de levens van onze inwoners en welke Schiedammers in de grootste mate getroffen zijn, zijn voor deze editie vragen toegevoegd over de effecten van corona op leefbaarheid en welzijn.

4.1.1 Gevolgen voor de levensomstandigheden In figuur 4.1 is te zien dat de pandemie en bijbehorende maatregelen inderdaad grote gevolgen hebben gehad: meer dan 40% van de Schiedammers vindt dat zijn/haar leven als geheel slechter is geworden. Ook heeft nagenoeg 40% van de mensen gemerkt dat de mentale gezondheid achteruit is gegaan en dat de relatie met vrienden en kennissen is verslechterd. Ook heeft bijna één op de vijf Schiedammers negatieve effecten op hun financiële situatie gezien. Duidelijk te zien is dat de gevolgen van de pandemie voor de mensen in Schiedam slechts voor enkelen positief zijn geweest. Wel relatief positief om te zien is het gegeven dat de gevolgen voor de beleefde veiligheid en leefbaarheid en de onderlinge relaties met buren een stuk minder zijn veranderd. Uitzondering hierop is de groep Schiedammers in de leeftijd van 50 tot 65 die in (veel) grotere mate van mening is dat de leefbaarheid en veiligheid zijn verslechterd tijdens de coronacrisis.

32

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

Figuur 4.1 Welke gevolgen heeft corona/COVID-19 gehad op de volgende aspecten van uw leven?12

Uw leven als geheel

54%

42%

Mentale gezondheid (stress, angst, piekeren)

61%

36%

Relatie met vrienden/kennissen

65%

Lichamelijke gezondheid

31%

71%

23%

Financiële situatie

79%

14%

Relatie met familie

76%

17%

Leefbaarheid in uw buurt

82%

16%

Veiligheid in uw buurt

83%

15%

Relatie met buren

84% 0%

Beter

20%

40%

Niet veranderd

Slechter

9% 60%

80%

100%

Nadere analyse van de gegevens wijst uit dat de volgende groepen Schiedammers meer dan gemiddeld hebben geleden onder de coronacrisis en beperkende maatregelen: Schiedammers de leeftijdscategorie tot 35, mensen die lastig rond kunnen van hun geld en mensen met een meer praktisch opleidingsniveau. Dit zijn – niet toevalligerwijze – ook de mensen die de meeste negatieve mentale en fysieke gevolgen van de coronacrisis hebben ondervonden. Uit de analyse blijkt tevens dat Schiedammers die zichzelf tot groep lage inkomens rekenen en moeite hebben rond te komen, ook de groep is voor wie de financiële situatie tijdens de coronapandemie is verslechterd. De factoren waarop in bovenstaande alinea is onderscheiden, zijn klassieke indicatoren voor de zogenaamde sociaaleconomische positie13 van mensen. Omdat reeds bekend is dat in Schiedam sprake is van sociaaleconomische segregatie op wijkniveau (ontstaan door grote spronggewijze stadsuitbreidingen in het verleden met grote hoeveelheden woningen van ongeveer hetzelfde type en in dezelfde prijsklasse) zijn de gevolgen van corona goed terug te zien op wijkniveau. Dit is met name evident als het gaat om de gevolgen van corona op de financiële situatie (figuur 4.2).

12 13

De antwoordcategorie “niet van toepassing” is buiten beschouwing gelaten De sociaaleconomische status staat voor de positie van mensen op de maatschappelijke ladder. Die positie ontstaat uit een combinatie van (1) materiële omstandigheden; (2) vaardigheden, capaciteiten en kennis; en (3) het sociale netwerk en de status en macht van mensen in dat netwerk (sociaal kapitaal).

33

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

Figuur 4.2 Het aandeel mensen dat per wijk aangeeft dat de coronacrisis een negatief effect heeft gehad op hun financiële situatie 35% 30% 25% 20% 15% 10%

32% 22%

22%

22%

21%

5%

21%

18% 9%

7%

6%

0%

4.1.2 Gevolgen voor vrijetijdsbesteding Naast de vragen over de gevolgen van COVID-19 op het leven en het samen leven, is ook gevraagd naar de gevolgen voor activiteiten van Schiedammers. Gevraagd naar de effecten van de bestrijding van de pandemie op de activiteiten die Schiedammers ontplooien, wijzen de gegeven antwoorden (figuur 4.3) uit dat de coronapandemie ingrijpende gevolgen heeft gehad op zogenaamde ‘leisure’-activiteiten. De hoeveelheid leuke vrijetijdsbestedingen is enorm afgenomen. Zo heeft maar liefst 74% van de Schiedammers minder uitjes gemaakt met vrienden of familie. Dit is wellicht niet verrassend gezien het feit dat in de lockdowns veel van deze potentiële bestemmingen waren gesloten, maar klaarblijkelijk hebben veel Schiedammers zichzelf ook buiten de officiële lockdowns beperkt om de pandemie in te dammen. Uit de gegeven antwoorden wordt eveneens duidelijk dat met name mantelzorg en vrijwilligerswerk veel minder terugval heeft gekend dan de zogenaamde de ‘leuke’ leisure, zoals uitjes en etentjes. De balans tussen inspanning en ontspanning is gedurende de afgelopen 2 jaar voor verreweg de meeste Schiedammers verslechterd.

34

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

Figuur 4.3 Bent u de volgende activiteiten meer of minder gaan doen door corona/COVID-19?

Uitjes/uitgaan met familie, vrienden, kennissen (pretpark, film, museum, dierentuin, winkelen, 4% etc.) Bewegen/sporten

16%

18%

36%

Meedoen aan activiteiten (verenigingen, clubs, 4% sport, kerk, etc.)

25%

Vrijwilligerswerk doen4%

30%

Mantelzorg geven 10%

7%

74%

38%

38%

34%

30%

9%

11%

55%

9%

52%

0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90%100% Meer

Niet veranderd

Minder

Niet van toepassing

Wanneer nader ingezoomd wordt op vrijwilligerswerk en mantelzorg onder groepen Schiedammers, springt in het oog dat vooral Schiedammers in de leeftijdscategorie 50 tot en met 64 meer mantelzorg hebben gegeven en meer vrijwilligerswerk gaan doen. De verhoging van het aandeel mensen uit deze leeftijdsgroep die (meer) mantelzorg is gaan geven is waarschijnlijk het gevolg van een aantal factoren: zo behoren de ouders van deze inwoners meestal tot de groep 75+, wat niet alleen betekent dat deze ouders doorgaans meer behoefte hebben aan ondersteuning, maar ook dat zij kwetsbaarder waren voor de gevolgen van COVID-19. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat een groep WMO-gerechtigden hulp(aanvragen) heeft vermeden of uitgesteld tijdens de pandemie, hetgeen een groter beslag heeft gelegd om de directe omgeving van betrokkenen. Het relatief grotere aandeel Schiedammers in de leeftijd van 50 tot en met 64 jaar dat meer vrijwilligerswerk is gaan doen in tegenstelling tot minder kan vermoedelijk worden verklaard door het feit dat zij vaker kinderen hebben die niet meer thuis wonen. Anderzijds heeft deze groep relatief meer financiële zekerheid dan de Schiedammers met een jongere leeftijd.

35

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

4.2 Gezondheid Een kleine 60% van de Schiedammers beoordeelt de eigen gezondheid als goed tot heel goed. Ruim een derde (37%) zegt ‘niet goed, maar ook niet slecht’ en 4% geeft aan over een slechte gezondheid te beschikken. Deze score wijkt aanzienlijk af van voorgaande metingen (2019 en 2017) toen zo’n driekwart aangaf de eigen gezondheid als (heel) goed te ervaren. De huidige – ongunstige – score wordt dan ook ongetwijfeld sterk beïnvloed door de coronacrisis (zie ook figuur 4.1).

Figuur 4.4 Ervaren gezondheid

4%

3% 19%

(heel) goed 37% Hoe is over het algemeen uw 77% gezondheid?

59%

gaat wel / soms goed en soms slecht slecht

2019

2021

Naast COVID-19 speelt bij de beoordeling van de eigen gezondheid ook de sociaaleconomische positie van mensen een rol. Slechts 37% van de personen die heeft aangeven een laag inkomen te hebben, beoordeelt de eigen gezondheid positief, tegenover 73% van degenen met een hoog inkomen. Bij respondenten met een gemiddeld inkomen is dit 63%.

Figuur 4.5 Percentage dat een (heel) goede gezondheid ervaart, naar inkomen

73% 63%

laag inkomen gemiddeld inkomen

37%

hoog inkomen

Schiedammers met een migratieachtergrond hebben relatief vaak een laag inkomen. Dit heeft tot gevolg dat hun gezondheid gemiddeld veel minder goed uit de bus komt dan bij Schiedammers met een Nederlandse achtergrond. Bij alle voorgaande metingen beoordeelden jongeren hun gezondheid een stuk gunstiger dan senioren (65+). In het huidige onderzoek is dat verschil nog maar nauwelijks aanwezig. Dat komt omdat met name jongeren hun gezondheid aanzienlijk minder goed zijn gaan beoordelen. Lag dit aandeel bij de groep tot 35 jaar in 2019 nog op 81%, in 2021 is dat afgenomen tot 58%, een daling van maar liefst 23 procentpunt. Onder ouderen bleef de daling beperkt tot 7 procentpunt (van 64% in 2019 tot 57% in 2021). Zoals in paragraaf 5.1 is aangegeven, zijn het vooral de jongeren die het meest hebben geleden onder de coronacrisis. Dat is ook duidelijk terug te vinden in het oordeel over de eigen gezondheid.

36

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

4.3 Belemmeringen in het dagelijks leven Onderstaande figuur geeft weer in welke mate specifieke problemen de inwoners van de stad belemmeren in hun dagelijkse leven. Ook hier is duidelijk de invloed van COVID-19 af te lezen. Zo ervaren veel meer Schiedammers dan in 2019 licht tot ernstig te worden belemmerd door een slechte lichamelijke conditie (42%), geldproblemen (29%) en met psychische problemen (28%). Daarnaast geeft een kwart van de inwoners aan te worden belemmerd door een gevoel ‘er niet bij te horen’. In 2019 was dit nog 19%. Het aandeel Schiedammers dat licht tot ernstig wordt belemmerd door een beperkte kennis van de Nederlandse taal en cultuur is met 12% vrijwel gelijk gebleven. Daar heeft COVID-19 logischerwijs geen invloed op gehad. Figuur 4.6 Ervaren belemmeringen in het dagelijks leven, % licht tot ernstig belemmerd

slechte lichamelijke conditie geldproblemen psychische problemen gevoel 'er niet bij te horen'/ niet thuis te voelen

2019 25% 19% 15% 19%

2021 42% 29% 28% 25%

beperkte kennis van de Nederlandse taal/cultuur

11%

12%

Onder verschillende leeftijdscategorieën en het al dan niet hebben van een migratieachtergrond worden opvallende verschillen zichtbaar.

37

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

Figuur 4.7 Ervaren belemmeringen in het dagelijks leven, naar leeftijdscategorie en herkomst

<35 jr. 35-49 jr. Slechte lichamelijke 50-64 jr. 65+ jr. conditie Nederlands Migratieachtergrond <35 jr. 35-49 jr. 50-64 jr. Psychische problemen 65+ jr. Nederlands Migratieachtergrond <35 jr. 35-49 jr. Beperkte kennis van de 50-64 jr. Nederlandse taal/cultuur 65+ jr. Nederlands Migratieachtergrond

Geldproblemen

<35 jr. 35-49 jr. 50-64 jr. 65+ jr. Nederlands Migratieachtergrond

<35 jr. 35-49 jr. Gevoel ‘er niet bij te 50-64 jr. horen’ / ‘niet thuis te 65+ jr. voelen’ Nederlands Migratieachtergrond 0%

licht belemmerd

20%

40%

60%

ernstig belemmerd

De mate waarin men wordt belemmerd door een slechte lichamelijke conditie neemt met de jaren toe. Van de 65-plussers geeft bijna de helft (47%) aan licht belemmerd te worden en 6% ervaart ernstige belemmeringen. Met name jongeren tot 35 jaar geven aan licht tot ernstig te worden belemmerd door psychische problemen, in totaal ruim een derde deel (36%). Naarmate de leeftijd stijgt, neemt het aandeel inwoners met psychische problemen af. Schiedammers met een migratieachtergrond geven vaker aan belemmerd te worden door psychische problemen dan Schiedammers met een Nederlandse achtergrond.

38

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

Ook de mate waarin Schiedammers worden belemmerd door een beperkte kennis van de Nederlandse taal en cultuur hangt samen met leeftijd. De twee jongste leeftijdscategorieën zijn oververtegenwoordigd en de oudste twee groepen ondervertegenwoordigd. Een nog veel sterkere samenhang is te zien met het al dan niet hebben van een migratieachtergrond. Met name jongeren met een migratieachtergrond voelen zich het meest belemmerd in het dagelijks leven door een beperkte kennis van de Nederlandse taal en cultuur (27%). Het zijn ook vooral jongeren tot 35 jaar en Schiedammers met een migratieachtergrond die aangeven te worden belemmerd door het gevoel ‘er niet bij te horen’: in totaal 32%, respectievelijk 35%. Jongeren met een migratieachtergrond ervaren dit het vaakst; van hen geeft 39% aan zich door dit gevoel belemmerd te voelen. Tot slot is gevraagd in hoeverre men in het dagelijks leven wordt belemmerd door geldproblemen. Hoe jonger de leeftijdscategorie, hoe hoger het aandeel dat aangeeft in meer of mindere mate te worden belemmerd door geldproblemen. Dit is geen verassende uitkomst, aangezien de meeste mensen met de jaren kapitaalkrachtiger worden. Toch geven jongeren niet vaker dan de oudere leeftijdsgroepen aan een laag inkomen te hebben. Bovendien zijn jongeren gemiddeld hoger opgeleid, al hoeft zich dit aan het begin van de carrière niet direct te vertalen in een hoger inkomen.

Mogelijk hebben zij een andere leefstijl die meer geld kost en ervaren zij daarom meer financiële belemmeringen. Ook voor inwoners met een migratieachtergrond geldt dat ze relatief veel worden belemmerd door geldproblemen, zelfs nog meer dan jongeren tot 35 jaar. Doordat Schiedammers met een migratieachtergrond relatief jong zijn, zijn ze gemiddeld ook hoger opgeleid. Toch geeft 31% van de jongeren met een migratieachtergrond aan een laag inkomen te hebben, tegenover 16% van hen met een Nederlandse achtergrond. Daarnaast is gevraagd in hoeverre men goed kan rondkomen van zijn of haar geld. Zoals te verwachten was, is het verschil tussen personen met een laag inkomen en personen met een hoog inkomen erg groot. Van de personen met een laag inkomen geeft slechts 24% aan (zeer) goed te kunnen rondkomen. Voor het uitbreken van de coronapandemie lag dit nog op 30%. Onder personen met midden- en hoog inkomens ligt dit percentage respectievelijk op 63% (2019: 70%) en 95% (2019: eveneens 95%).

Figuur 4.8 In welke mate lukt het om rond te komen van uw geld? Kan (zeer) goed rondkomen van

7%

(zeer) goed

zijn of haar geld:

95% 28% niet goed, niet slecht 65%

63% 24%

(zeer) slecht

39

hoog midden laag inkomen inkomen inkomen

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

4.4 Sociale contacten en eenzaamheid Sociale contacten Schiedammers hebben nu iets vaker sociale contacten dan bij het vorige onderzoek. In vergelijking met 2019 zeggen minder inwoners minimaal één keer per maand contact te hebben met familie of vrienden. Ook hier zal COVID-19 zeer waarschijnlijk een rol in gespeeld hebben. Voor contacten met familieleden daalde dit percentage van 93,6% naar 91,9%, voor contacten met vrienden en kennissen van 92,2% naar 89,0%.

91,9% heeft minimaal één keer per maand contact met familieleden (2019: 93,6%)

89,0% heeft minimaal één keer per maand contact met vrienden/kennissen (2019: 92,2%)

Regelmatig sociaal contact komt het minst voor in Nieuwland (vooral in de Nolensbuurt), Groenoord (vooral in Groenoord-Zuid) en Oost (vooral in de Newtonbuurt en Singelkwartier). Anderzijds hebben de bewoners van West (vooral in het Oranjekwartier en het Haverschmidtkwartier), Woudhoek (Toneelspelersbuurt en de Botenbuurt) en Kethel (alle buurten) het vaakst sociale contacten. Wel zijn er verschillen tussen groepen Schiedammers. Zo hebben vrouwen vaker contact met familieleden dan mannen. Ook hebben zij iets vaker contact met vrienden en goede kennissen, maar op dit punt zijn de verschillen met mannen kleiner. Hoe hoger het inkomen en/of het opleidingsniveau (dat immers grote invloed heeft op het inkomen), hoe vaker men contact heeft met vrienden of familie. Bezoek ontvangen of samen iets ondernemen kost bijna altijd geld en dat maakt het voor mensen met lage inkomens lastiger om veel sociale contacten te onderhouden. Tot slot hebben Schiedammers met een migratieachtergrond minder vaak contact met familie en vrienden dan Schiedammers met een Nederlandse achtergrond.

Eenzaamheid Bijna één op de zeven Schiedammers (13,6%) is eenzaam. Dat is hoger dan bij de metingen in 2017 en 2019, toen dit aandeel op 10,6% lag. Dit percentage is het gemiddelde van de scores op de vijf stellingen uit figuur 4.9. Alle stellingen komen in deze meting ongunstiger uit de bus dan in 2019. Zo wordt met name de stelling ‘er zijn maar weinig mensen waarmee ik kan praten’ door bijna een kwart van de Schiedammers onderschreven. De eenzaamheid is het grootst in Oost (Newtonbuurt, Wetenschappersbuurt, Rotterdamsedijk) en Nieuwland (Nolensbuurt, Wibautbuurt). In Kethel (met name de Vogelbuurt), Spaland/Sveaparken, Woudhoek (vooral in de Kastelenbuurt) en de binnenstad komt eenzaamheid het minst voor.

40

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

Figuur 4.9 Stellingen over eenzaamheid Er zijn maar weinig mensen waarmee ik kan praten Ik heb behoefte aan meer contact met mensen Er is niemand die speciaal belangstelling voor me heeft

9.2% 7.3%

Ik voel me vaak in de steek gelaten

9.0% 7.0%

23.8%

15.8% 19.7% 16.8%

Ik voel mij niet gesteund door familie en/of vrienden

2021 2019

6.3% 6.0% 0%

5%

10%

15%

20%

25%

Ook wat betreft eenzaamheid zijn er verschillen tussen groepen Schiedammers. Zo zijn mannen vaker eenzaam dan vrouwen: 12,5% van de mannen tegenover 9,1% van de vrouwen. Jongeren zijn bijna twee keer zo vaak eenzaam als ouderen, zoals blijkt uit figuur 4.10. Enerzijds hebben jongeren relatief vaak geen levenspartner. Anderzijds zou het kunnen dat de sociale druk juist onder deze groep, die het meest gebruik maakt van sociale media, het grootst is. Schiedammers met een laag inkomen voelen zich aanzienlijk vaker eenzaam dan Schiedammers met een midden- of hoog inkomen (zie figuur 4.11). Tot slot zijn Schiedammers met een migratieachtergrond bijna twee keer zo vaak eenzaam als Schiedammers met een Nederlandse achtergrond.

Figuur 4.10 Eenzaamheid naar leeftijd 2019

Figuur 4.11 Eenzaamheid naar inkomen

2021

14.6%

2019

23.4% 21.2%

17.1%

2021

15.3% 10.6%

11.2% 8.3%

11.6%

9.1% 7.9%

10.2%

9.1% 5.4%

< 35 jaar

35-49 jaar

50-64 jaar

65+

laag inkomen

gemiddeld inkomen

hoog inkomen

Als we deze achtergrondkenmerken combineren, zien we onder sommige groepen een zeer hoge eenzaamheid. Zo is van de jongeren tot 35 jaar met een migratieachtergrond 21% eenzaam, tegenover 8% van de jongeren met een Nederlandse achtergrond. Van de 65-plussers met een migratieachtergrond is 15% eenzaam, tegenover 8% van de 65-plussers met een Nederlandse achtergrond. Onder Schiedammers met een migratieachtergrond is de minst eenzame leeftijdscategorie die van 50 tot en met 64 jaar (13%); onder de Schiedammers met een Nederlandse achtergrond zijn dat de 65-plussers (8%). In vergelijking met het onderzoek uit 2019 is het beeld van de groepen met veel/weinig eenzaamheid nog precies hetzelfde, met dit verschil dat de gevonden percentages in het huidige onderzoek bij alle groepen hoger zijn.

41

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

4.5 Participatiesamenleving Van een verzorgingsstaat verandert Nederland steeds meer in een samenleving waarin participatie centraal staat. Het voorzien in elkaars welzijn is hierin een belangrijke factor. Met het oog op deze verschuiving is Schiedammers gevraagd of zij actief zijn als vrijwilliger of mantelzorger en in hoeverre zij culturele activiteiten ondernemen in hun dagelijks leven.

Figuur 4.12 Aandeel vrijwilligers en mantelzorgers

24% is Mantelzorger

22% is Vrijwilliger

Het aandeel vrijwilligers was door de jaren heen redelijk stabiel. Doorgaans lag dit aandeel om en nabij de 27%. In de huidige meting is er duidelijk sprake van een terugval. Een aandeel van 22% vrijwilligers is het laagste dat in de loop der jaren is gemeten. Vermoedelijk speelt ook hier corona weer parten: veel culturele instellingen, wijk- en buurtcentra, (sport)verenigingen zijn gedurende lange tijd gesloten geweest, hetgeen de mogelijkheden om vrijwilligerswerk te kunnen doen heeft beperkt. Er is een duidelijk verband zichtbaar tussen leeftijd en het doen van vrijwilligerswerk. Naarmate de leeftijd vordert, neemt het aandeel dat vrijwilligerswerk doet namelijk toe.

Figuur 4.13 Aandeel vrijwilligers per leeftijdsgroep < 35 jr.

17%

35-49 jr.

21%

50-64 jr.

24%

65+

29%

Zo is 29% van de 65-plussers actief als vrijwilliger, tegenover 17% van de groep jonger dan 35 jaar. Het aandeel mantelzorgers is vrijwel stabiel gebleven. Ongeveer een kwart van de Schiedammers geeft aan mantelzorg te verlenen aan een familielid, vriend of kennis die langdurig ziek is. Met name personen van 50 tot en met 64 jaar geven betrekkelijk vaak aan mantelzorger te zijn (32%). Deze leeftijdsgroep heeft vaak te maken met ouders van een hoge leeftijd, die zorgbehoevend kunnen zijn. Op de vraag in hoeverre men deelneemt aan culturele en/of creatieve activiteiten, zoals bezoek aan het theater of de bioscoop, geeft bijna driekwart van de Schiedammers (74%) aan dit minimaal een aantal keer per jaar te doen. Dit is iets meer dan in 2017; toen was dit 69%. Ruim een kwart (27%) zegt zelden tot nooit dergelijke activiteiten te ondernemen (dit was 31%). Met name de hoogte van het inkomen is

42

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

van invloed op deelname aan culturele activiteiten. Onder personen met een hoog inkomen zegt 14% (bijna) nooit culturele activiteiten te ondernemen terwijl dit aandeel bij mensen met een laag inkomen op 40% ligt.

4.6 Discriminatie 23% heeft het afgelopen jaar discriminatie ervaren

Zo’n 23% van de Schiedammers heeft zich in 2021 wel eens gediscrimineerd gevoeld. Wat dat betreft is de situatie gelijk aan die van 2017 toen precies hetzelfde percentage werd gemeten. De mate waarin men zich gediscrimineerd voelt hangt vooral samen met afkomst en leeftijd. Figuur 4.14 Ervaren discriminatie naar leeftijd en migratieachtergrond

leeftijd < 35 jr. 35-49 jr. 50-64 jr. 65+

Nederlands 20% 22% 17% 9%

migratieachtergrond 42% 31% 20% 19%

totaal

16%

32%

Van de Schiedammers met een migratieachtergrond heeft 32% discriminatie ervaren, tegen 16% van de Schiedammers met een Nederlandse achtergrond. Het meest gediscrimineerd voelen zich jongeren tot 35 jaar met een migratieachtergrond (42%). Naarmate de leeftijd omhoog gaat, daalt het percentage, vooral 65-plussers ervaren minder discriminatie. Wel blijft het verschil in discriminatie tussen Nederlands en migratieachtergrond behoorlijk groot. Aan de ondervraagden die zich gediscrimineerd voelden, is gevraagd wat volgens hen de reden van de discriminatie was: Figuur 4.15 Reden van discriminatie Ras/afkomst/huidskleur leeftijd/geslacht Godsdienst/levensovertuiging Weet niet/wil ik niet zeggen Handicap/chronische ziekte Geaardheid Overig

54% 21% 21% 9% 8% 6% 21%

De meeste genoemde reden betreft huidskleur, afkomst. Bij de overige redenen werd opvallend vaak de reden ‘omdat ik niet gevaccineerd ben’ genoemd. Ook de mondkapjesplicht, toegangstesten en andere coronamaatregelen kwamen in dit kader voorbij. Daarnaast zegt een aantal ondervraagden zich als Nederlander gediscrimineerd te voelen in de omgeving waar men woont.

43

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

5

Over de gemeente Schiedam Door middel van een aantal stellingen is de mening van de Schiedammers gevraagd over het functioneren van de gemeente op het gebied van samenwerking, participatie en leefbaarheid. Ook is gevraagd naar hun gevoelens over het wonen en leven in Schiedam.

5.1 Samenwerken in Schiedam De gemeente Schiedam wil transparant werken aan het vertrouwen van de inwoners in de gemeente. Een van de middelen die de gemeente daartoe inzet is het vergroten van de stem van de inwoners bij het maken van beleid en de uitvoering van projecten in de openbare ruimte. Deze vorm van samenwerking tussen de gemeentelijke overheid en de inwoners van de stad wordt ook wel participatie genoemd. In de vragenlijst Leefbaarheid en Veiligheid zijn enige stellingen voorgelegd aan de hand waarvan de gemeente kan peilen of de doelstellingen van deze samenwerking worden bewerkstelligd. Figuur 5.1 Stellingen m.b.t. Samenwerking en participatie

Ik wil meer betrokken worden bij wat er in Schiedam gebeurt

13% 12%

38%

38%

De gemeente biedt voldoende ruimte aan eigen initiatieven vanuit de stad

19%

34%

15%

33%

De gemeente werkt voldoende samen met bewoners en organisaties bij ontwikkeling en uitvoering van beleid

17%

33%

22%

28%

De gemeente luistert naar de mening van de bewoners

16%

33%

26%

24%

De gemeente betrekt de buurt voldoende bij de aanpak van leefbaarheid en veiligheid

21% 0%

(helemaal) mee eens

neutraal

32% 20%

40%

(helemaal) niet mee eens

28% 60%

19% 80%

100%

weet niet/geen mening

Net als bij voorgaande metingen blijken heel wat Schiedammers kritisch tegenover (het samenwerken vanuit) de gemeente te staan. Daarnaast geven relatief veel mensen aan het niet goed genoeg te weten om een inschatting te maken of een mening te kunnen vormen. Dit kan afgeleid worden uit de hoge percentages voor de antwoordcategorieën ‘neutraal’ en ‘weet niet / geen mening’. Deze aandelen zijn hoger dan in voorgaande jaren. Deze hoge percentages zijn een indicatie dat het gevoerde beleid ten aanzien van participatie, samenwerking en de participerende overheid steeds minder goed wordt herkend of onvoldoende zichtbaar is. Deze conclusie wordt versterkt door het feit dat maar liefst 38% van de Schiedammers aangeeft meer betrokken te willen worden bij wat er in Schiedam gebeurt.

44

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

Wanneer naar de achtergrondkenmerken gekeken wordt van de Schiedammers die het antwoord “Weet niet / geen mening” hebben gekozen is opvallend is dat onder elke groep Schiedammers desbetreffende aandelen ongeveer gelijk liggen. Of er nu gekeken wordt naar opleiding, geslacht, inkomen, migratieachtergrond, opleiding of het wonen in een koop- of huurwoning, de meeste mensen geven in meerderheid aan het niet te weten of neutraal tegenover de inspanningen van de gemeente te staan.

De groepen Schiedammers die met name aangeven meer te willen worden betrokken, zijn Schiedammers in de leeftijdscategorie tot 35 jaar en Schiedammers met een migratieachtergrond. Er ligt een opdracht voor de gemeente om deze groepen in het bijzonder te benaderen en te betrekken op een manier die aansluit en uitnodigt. Gevraagd naar de mate waarin naar de wijkbewoners geluisterd wordt, blijkt dat met name de bewoners van de wijken Oost (20%) en West (19%) het vaakst positief wordt geantwoord. Een mogelijke verklaring hiervoor is de brede aandacht voor deze wijken in 2021 met de parkeerenquête in West en het Pact van oost. In de wijken Woudhoek, Zuid, Nieuwland en Centrum wordt het minst vaak (13% tot 15%) gezegd dat de gemeente naar de wijk luistert. Met name in de wijken Zuid (34%) en West vinden veel wijkbewoners dat de gemeente (helemaal) niet naar hen luistert.

Figuur 5.2 De gemeente luistert naar de mening van de bewoners naar wijk

Oost

20%

31%

West

19%

32%

29%

Spaland/Svea

18%

37%

20%

25%

Kethel

16%

34%

28%

22%

Groenoord

16%

36%

25%

23%

Centrum

15%

34%

28%

23%

Nieuwland

13%

33%

26%

Zuid

13%

30%

34%

Woudhoek

13%

34%

24%

0%

10%

(helemaal) mee eens

20%

30%

neutraal

25%

40%

50%

60%

(helemaal) niet mee eens

45

24% 19%

27% 23% 29% 70%

80%

90%

100%

weet niet / geen mening

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

Ook de vraag over de verwachtingen van de toekomst van de eigen wijk is interessant om op wijkniveau uit te splitsen (figuur 5.3):

Figuur 5.3 Ik heb veel vertrouwen in de toekomst van mijn wijk? - naar wijk

Kethel

49%

29%

Spaland/Svea

47%

36%

22% 17%

Centrum

40%

Woudhoek

38%

West

36%

28%

36%

Schiedam

35%

33%

32%

Nieuwland

33%

35%

32%

Oost

32%

30%

29%

40%

22%

31%

37%

Zuid

26%

33%

41%

Groenoord

23%

36%

42%

0%

10%

20%

30%

(helemaal) mee eens

40% neutraal

50%

60%

70%

80%

90%

100%

(helemaal) niet mee eens

Bewoners van de wijken Kethel (49%) en Spaland / Sveaparken (47%) antwoorden het vaakst dat zij vertrouwen hebben in de toekomst van hun wijk. Inwoners van Zuid (26%) en Groenoord (23%) hebben het minst vaak vertrouwen in de toekomst van hun wijk. In deze twee wijken geven ook de meeste mensen aan (helemaal) géén vertrouwen te hebben in de toekomst van hun wijk. Opvallend is de wijk West, waarin evenveel mensen aangeven (veel) vertrouwen in de toekomst van hun wijk te hebben als (heel) weinig vertrouwen in de toekomst (beide 36% van de bewoners). Bij nadere analyse is een duidelijke samenhang te zien tussen de sociaaleconomische omstandigheden en trend van de wijk en de toekomstverwachtingen. Als reeds eerder gesteld is in Schiedam van een grote sprake van sociaaleconomische verschillen op wijkniveau. Deze segregatie is terug te zien in vele aspecten van Schiedam.

5.2 Trends Om de beleving van de samenwerking tussen de gemeente en de inwoners van Schiedam door te tijd te kunnen volgen, worden bovenstaande stellingen elke twee jaar voorgelegd aan de Schiedammers. Voor de volledigheid moet hierbij worden opgemerkt dat twee van de stellingen opgenomen in figuur 5.1 in de jaren 2015 en 2017 waren opgenomen in het Imago-onderzoek. Dit betreft “De gemeente biedt voldoende ruimte aan eigen initiatieven vanuit de stad” en “De gemeente werkt voldoende samen met …”. De opname in een andere vragenlijst vanaf 2019 heeft de resultaten kunnen beïnvloeden.

46

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

Figuur 5.4 Aandeel antwoord “(helemaal) mee eens” op de stellingen over samenwerken en participatie (zie legenda voor de stellingen) 40%

30%

20%

10%

0% 2015

2017

2019

2021

De gemeente werkt voldoende samen met bewoners en organisaties bij ontwikkeling en uitvoering van beleid De gemeente luistert naar de mening van de bewoners De gemeente doet wat zij zegt De gemeente biedt voldoende ruimte aan eigen initiatieven vanuit de stad De gemeente betrekt de buurt voldoende bij de aanpak van leefbaarheid en veiligheid

Het percentage positieve antwoorden op de vragen over samenwerking en participatie kende in de Monitor Leefbaarheid & Veiligheid 2019 een behoorlijke achteruitgang op de aspecten ruimte voor initiatieven uit de stad en voldoende samenwerking. Helaas moet geconstateerd worden dat het de gemeente tijdens de coronacrisis niet gelukt is om de verlaging van de waardering te keren. De antwoorden voor de overige aspecten op het gebied van samenwerken, participatie en vertonen al jaren een stabiel, niet overwegend positief, beeld. De aandelen bewoners die aangeven het niet te weten bij de vragen over samenwerken en het functioneren van de gemeente, zijn gedurende de laatste 4 onderzoeken niet gedaald, maar zelfs licht toegenomen (zie figuur 5.5). Als gesteld, kan dit een indicatie zijn dat de gemeente in al haar facetten onvoldoende zichtbaar is voor een groot aantal bewoners. Anderzijds kan het eveneens een indicatie zijn van een zekere desinteresse bij een deel van de bewoners. Hoe en in welke mate deze mogelijke verklaringen samenhangen wordt al decennia onderzocht, zonder eenduidig resultaat. Desondanks is de stijging van dit aandeel een opvallend gegeven in het licht van de vele inspanningen op het gebied van participatie.

47

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

Figuur 5.5 Aandeel antwoord “ Weet niet / geen mening)” op de stellingen 40%

30%

20%

10% 2015

2017

2019

2021

De gemeente werkt voldoende samen met bewoners en organisaties bij ontwikkeling en uitvoering van beleid De gemeente luistert naar de mening van de bewoners De gemeente doet wat zij zegt De gemeente biedt voldoende ruimte aan eigen initiatieven vanuit de stad De gemeente betrekt de buurt voldoende bij de aanpak van leefbaarheid en veiligheid

5.3 Duiding: vertrouwen in de Nederlandse overheid Het ligt misschien voor de hand om de daling van het vertrouwen in het stadsbestuur toe te schrijven aan de coronacrisis. Daarvoor bestaan ook wel aanwijzingen: uit de begin 2021 uitgevoerde Schiedamse Ondernemingspeiling blijkt dat de tevredenheid over zeven van de negen aspecten van het ondernemersklimaat is gestegen ten opzichte van de vorige meting uit 2018. Belangrijke uitzonderingen zijn de tevredenheid over de handhaving en vooral de tevredenheid over de gemeentelijke dienstverlening; die zijn juist gedaald. Uit de toelichtingen van de respondenten blijkt onder meer dat zij tijdens de coronacrisis de gemeente onvoldoende zichtbaar vonden en dat zij ontevreden waren over de communicatie vanuit de gemeente. Toch speelt er meer. In een onderzoek over de coronapandemie en het vertrouwen in instituties stelt een groep wetenschappers14 van verschillende Nederlandse universiteiten en hogescholen onder de vleugels van het RISBO (het onafhankelijk onderzoeksinstituut van de faculteit van sociale wetenschappen van de Erasmus), dat Nederland het karakter heeft gekregen van een laagvertrouwensamenleving. Ten eerste nam het vertrouwen in de overheid sterk af, van bijna 70% in april 2020 naar minder dan 30% in september 2021. Vooral lager opgeleiden en ouderen hebben weinig vertrouwen in de overheid.

Daarnaast is het onderling vertrouwen tussen mensen licht afgenomen. Corona is echter niet de enige oorzaak en misschien zelfs niet de hoofdoorzaak van de daling in het vertrouwen: 14 Godfried Engbersen e.a., De laag-vertrouwensamenleving, de maatschappelijke impact van COVID-19 in Amsterdam, Den Haag, Rotterdam & Nederland, vijfde meting, Rotterdam, november 2021

48

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

“De scherpe afname van het vertrouwen in de landelijke overheid gaat in de periode maart-september 2021 niet direct gepaard met een toenemende kritiek op het coronabeleid. Een aanzienlijk deel is nog wel kritisch op het coronabeleid, maar in vergelijking met de meting in maart 2021 is deze groep kleiner geworden. Mogelijk heeft de afname van het vertrouwen te maken met politieke ontwikkelingen die losstaan van het gevoerde coronabeleid, waaronder de lange kabinetsformatie en de gebrekkige en trage afhandeling van de toeslagenaffaire.” Ook het vertrouwen in de lokale overheid is blijkens dit onderzoek afgenomen, maar minder dan de afname van het vertrouwen in de landelijke politiek. Het algemeen vertrouwen in mensen is een beetje afgenomen. Het vertrouwen in familie en vrienden blijft groot en is tamelijk stabiel van karakter. Ook het vertrouwen in buren en vooral de huisarts is erg groot, maar ook hier is een voorzichtige daling in het vertrouwen te zien. Herstel van het vertrouwen vraagt volgens deze onderzoekers “...om daadkrachtig en consistent overheidsbeleid en om een adequate en menselijke uitvoering daarvan.”

5.3.1 Sociale (in)cohesie in coronatijd In de hierboven aangehaalde onderzoeken door het RISBO wordt sociale cohesie beschouwd als tegenhanger van de sociale onvrede die tot uiting wordt gebracht in de maatschappij. Deze onvrede presenteerde zich gedurende de coronacrisis vaak online op social media, maar soms ook in de vorm van (gewelddadige) demonstraties. De sociale onvrede wordt gedefinieerd door gebrek aan vertrouwen in de overheid en het optreden van de overheid inzake de coronacrisis. Uit meerdere onderzoeken van het RISBO blijkt dat grofweg geconcludeerd mag worden dat mensen met een kwetsbare maatschappelijke en sociaaleconomische positie significant meer onvrede hebben met het overheidsbeleid. Klassieke factoren als een laag inkomen, moeilijk kunnen rondkomen, een lager opleidingsniveau, lage werkzekerheid en beperkt sociaal kapitaal (een kring van mensen waarop gesteund kan worden) hebben een remmende werking op het vertrouwen in de overheid.

5.3.2 Schiedam Wanneer bovenstaande samenhangende factoren worden afgezet tegen de sociaaleconomische status van een deel van de inwoners van Schiedam, zoals bijvoorbeeld terug te vinden is in de jaarlijks door het Kenniscentrum uitgebrachte Staat van de Stad, kan geconcludeerd worden dat er in Schiedam relatief veel potentie is voor wantrouwen, onvrede en polarisatie. Deze onvrede heeft zich gedurende de coronacrisis echter niet naar het straatbeeld vertaald. Verondersteld mag worden dat de voornaamste reden hiervoor is dat buurstad Rotterdam een veel aantrekkelijkere plaats is om te demonstreren of om aansluiting te vinden bij een grote(re) demonstratie. Wellicht speelt ook een lagere lokale organisatiegraad een rol, maar hiervoor is momenteel geen sluitend bewijs.

49

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

6

Conclusies en Aanbevelingen De resultaten van de monitor Leefbaarheid en Veiligheid van 2021 schetsen een zorgelijk beeld. Het veiligheidsgevoel van Schiedammers is ten opzichte van 2019 verder afgenomen, net als de sociale cohesie. Ook de fysieke en mentale gezondheid van Schiedammers zijn verslechterd, terwijl de eenzaamheid is toegenomen. Deze ontwikkelingen overschaduwen de paar punten waarop een verbetering zichtbaar is, zoals het aandeel Schiedammers dat de eigen buurt (zeer) prettig vindt om in te wonen. In dit hoofdstuk trekken we op basis van deze resultaten een beperkt aantal conclusies en doen we enkele aanbevelingen. Zo plaatsen we de resultaten in context en bieden we handelingsperspectief.

6.1 Conclusies Het jaar 2021 stond, net als het jaar daarvoor, grotendeels in het teken van de coronapandemie. Het jaar begon met een harde lockdown, waarin een groot deel van de samenleving op slot ging. Afnemende besmettingen zorgden ervoor dat de maatregelen stapsgewijs werden afgebouwd, totdat een deel hiervan door de toenemende besmettingsgraad opnieuw moest worden ingevoerd. Om die reden is het niet verwonderlijk dat de resultaten van deze monitor sterk gekleurd zijn door zaken die direct of indirect uit de coronapandemie voortvloeien; van het feit dat veel Schiedammers besmet raakten met het coronavirus, tot het feit dat sociale contacten tijdens de lockdowns beperkt mogelijk waren en sommige dienstverlening niet of alleen in aangepaste vorm kon plaatsvinden. De daadwerkelijke impact van de coronapandemie laat zich moeilijk meten, maar lijkt aanzienlijk; meer dan 40% van de Schiedammers geeft aan dat zijn/haar leven als geheel slechter is geworden. De grootste impact had corona op de mentale gezondheid van inwoners, gevolgd door hun relatie met vrienden of kennissen en hun lichamelijke gezondheid. Ook geven veel inwoners aan dat de balans tussen inspanning en ontspanning is verslechterd.

Benadrukt moet worden dat de lasten van de coronacrisis niet evenredig zijn verdeeld: jongeren, Schiedammers die moeilijk rond kunnen komen en mensen met een meer praktisch gerichte opleiding hebben meer én frequenter nadelige gevolgen ondervonden van de pandemie. In hoeverre het hier gaat om tijdelijke effecten, is (nog) niet duidelijk. Wel is het onwaarschijnlijk dat álle resultaten van deze monitor aan de coronapandemie kunnen worden toegeschreven. Hoewel het aannemelijk is dat een slechtere fysieke of mentale gezondheid bijvoorbeeld een direct gevolg is van besmetting met het coronavirus of de maatregelen om het virus te bestrijden, is dit voor andere ontwikkelingen minder waarschijnlijk. Veel van deze, zoals de afnemende veiligheidsbeleving, passen namelijk in een bredere historische trend. De onderstaande conclusies moeten in dit licht worden bezien.

1. Ervaren prettigheid van de eigen buurt groeit, voorzieningen staan onder druk Eén van de weinige punten waarop deze monitor een verbetering laat zien ten opzichte van eerdere edities, is het aandeel Schiedammers dat de eigen buurt (zeer) prettig vindt om in te wonen; dit is gestegen van zo’n 81% in de jaren 2015-2019 naar 84% in 2021. Achter deze positieve ontwikkeling gaan echter wel grote verschillen tussen wijken en buurten schuil. Zo geven inwoners van Spaland/Sveaparken hun buurt gemiddeld een 7,8, terwijl inwoners van Oost hun buurt maar een 6,1

50

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

geven. Dat meer inwoners hun eigen buurt als prettig beoordelen, betekent bovendien nog niet dat ze ook verbetering ervaren. Het aandeel inwoners dat vindt dat hun buurt het afgelopen jaar vooruit is gegaan (14%), is veel kleiner dan het deel dat vindt dat hun buurt achteruit is gegaan (43%). Dit kan deels worden verklaard door het psychologische gegeven dat negatieve ervaringen zwaarder wegen dan positieve, zelfs als die positieve ervaringen even intens zijn als de negatieve. De tevredenheid met voorzieningen is flink afgenomen. Ten opzichte van 2019 is het aandeel Schiedammers dat (zeer) tevreden is met de parkeergelegenheid bijvoorbeeld gedaald van 45% naar 36%, terwijl de ervaren parkeerdruk in grote delen van Schiedam ook daarvoor al hoog was.15 Ook is het aandeel dat (zeer) tevreden is met de straatverlichting gedaald van 72% naar 67%. De enige uitzondering zijn voorzieningen voor jongeren; hier is een lichte verbetering zichtbaar. De gemiddelde tevredenheid met voorzieningen verschilt wel sterk per wijk. Het aandeel inwoners dat (zeer) tevreden is, is in de wijken Centrum en Oost voor verschillende voorzieningen beduidend lager dan het Schiedamse gemiddelde. In de noordelijk gelegen wijken van Schiedam is dit aandeel juist vaker beduidend hoger.

2. Sociale cohesie blijft afnemen, maar de betrokkenheid onder inwoners is groot Het gemiddelde rapportcijfer voor de mate waarin buurtbewoners elkaar kennen en prettig met elkaar omgaan, is ten opzichte van 2019 licht gedaald; van een 5,9 naar een 5,8. Hoewel het om een relatief kleine daling gaat, past dit in een trend waarbij de sociale cohesie in Schiedam geleidelijk afneemt. Overigens is Schiedam hierin niet uniek: de sociale cohesie neemt in heel Nederland af. Desondanks voelt een ruime meerderheid van alle Schiedammers (69%) zich medeverantwoordelijk voor de leefbaarheid in hun buurt. Dit gevoel van medeverantwoordelijkheid is het sterkst onder woningbezitters en hoger opgeleiden en het minst sterk onder huurders, jongeren tot 35 jaar en inwoners met een laag inkomen.

3. Veiligheidsgevoel is verder verslechterd en de overlast door afval neemt toe Schiedammers voelen zich relatief vaak onveilig, zowel in het algemeen als in de eigen woonbuurt; maar liefst 54% van de respondenten voelt zich in algemene zin soms tot vaak onveilig, het hoogst gemeten percentage ooit. Ook ten opzichte van andere gemeenten voelen veel Schiedammers zich onveilig. Onderzoek suggereert dat slechte veiligheidsgevoel het resultaat is van een complex samenspel van factoren, die elkaar versterken en zorgen voor een neerwaartse spiraal. Op basis van de voorliggende rapportage laten niet alleen de wijken Oost, Nieuwland en Groenoord uitkomsten zien die wijzen op een problematische veiligheidsbeleving, maar geldt dit in de huidige meting ook voor Centrum en West. De spreiding van plekken die door inwoners als onveilig worden ervaren, concentreert zich voor een deel in dezelfde wijken. In 2021 gaf 30% van alle ondervraagde inwoners aan dat zij één of meer plekken als onveilig ervaren. Van de 1.323 meldingen over dergelijke plekken heeft maar liefst 62% betrekking op de wijken Nieuwland en Oost. De diverse metrostations, station Schiedam Centrum, het Beatrixpark en de Parkweg zijn specifieke locaties waarvan Schiedammers al langere tijd aangeven dat zij zich er niet altijd veilig voelen. Naast de ervaren onveiligheid, is ook de ervaren overlast toegenomen.

De vijf meestgenoemde vormen van overlast zijn rommel op straat, vuilnisproblematiek, parkeeroverlast, hondenpoep op straat en te hard rijden. Een deel van deze problemen is volgens ondervraagde inwoners bovendien vaker voorgekomen dan in 2019. In de wijken Zuid en Groenoord komen rommel op straat, vuilnis naast de 15

Zie bijvoorbeeld: Kenniscentrum, Rapportage onderzoek mobiliteit 2019, 11 maart 2020: 64% van de Schiedammers heeft soms of vaak moeite om een parkeerplaats te vinden, vooral in de avonduren.

51

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

container en verkeerd aanbieden van huisvuil het meest voor, stadsbreed moet de prioriteit volgens inwoners worden gegeven aan parkeeroverlast, huisvuilproblematiek en rommel op straat.

4. Fysieke en mentale gezondheid neemt af, meer mensen ervaren belemmeringen Het deel van de inwoners dat hun eigen gezondheid als (zeer) goed omschrijft, is de afgelopen twee jaar sterk gedaald; van 77% in 2019 naar 59% in 2021. De mate waarin dit het geval is, verschilt echter sterk per inkomensgroep. Van de Schiedammers met een laag inkomen ervaart bijvoorbeeld slechts 37% de eigen gezondheid als (zeer) goed, tegenover 63% van de Schiedammers met een middeninkomen en 73% van de Schiedammers met een hoog inkomen. Als het gaat om de leeftijd, is het met name de groep tot 35 jaar die zijn gezondheid aanzienlijk minder goed beoordeelt dan in 2019; bij de groep 65-plussers is deze afname veel kleiner. Overigens was de ervaren gezondheid van Schiedammers al slechter dan die van de gemiddelde Nederlander. Daarnaast valt op dat veel meer inwoners belemmeringen ervaren in hun dagelijkse leven. Zo zegt 42% van de ondervraagde Schiedammers dat ze in hun dagelijkse leven licht tot ernstig belemmerd worden door een slechte lichamelijke conditie, ten opzichte van 25% in 2019. Ook het aantal Schiedammers met mentale problemen is aanzienlijk toegenomen; van 15% naar 25%. Dit effect is het sterkst onder jongeren; maar liefst 36% van de groep tot 35 jaar voelt zich in het dagelijks leven belemmerd door psychische problemen.

Tot slot is ook het aandeel Schiedammers met geldproblemen gegroeid, van 19% naar 29%. Inwoners die in het buitenland zijn geboren, of wiens ouders in het buitenland zijn geboren, ervaren meer belemmeringen dan andere Schiedammers.

5. Inwoners hebben iets minder sociaal contact en zijn vaker eenzaam Vergeleken met 2019 hebben Schiedammers in 2021 iets minder vaak contact met familie en vrienden. In 2021 had ongeveer 92% van alle respondenten minimaal één keer per maand contact met familieleden en 89% met vrienden of kennissen, vergeleken met 94% en 92% in 2019. Het is dan ook niet verrassend dat inwoners zich vaker eenzaam voelen. Op dit moment voelt bijna één op de zeven Schiedammers (13,6%) zich eenzaam. Dat is hoger dan bij de metingen in 2017 en 2019, toen dit aandeel op 10,6% lag. Ook deze keer zijn er duidelijke verschillen tussen deelgroepen;. zo is de eenzaamheid het hoogst onder jongeren die zelf, of wiens ouders in het buitenland zijn geboren (21%). Daarnaast waren Schiedammers minder vaak actief als vrijwilliger; de afgelopen jaren gold dit voor ongeveer 27% van alle inwoners, in 2021 voor 22%. Het aandeel mantelzorgers is tegelijkertijd vrijwel stabiel gebleven; net als in eerdere edities van deze monitor, geeft ongeveer een kwart van alle Schiedammers aan dat zij mantelzorg verlenen. Ook de mate van ervaren discriminatie is nagenoeg hetzelfde. In 2021 voelde 23% van alle inwoners zich wel eens gediscrimineerd, evenveel als in 2017. Schiedammers die zelf, of wiens ouders in het buitenland zijn geboren, voelden zich wel beduidend vaker gediscrimineerd (32%) dan andere Schiedammers (16%).

6. De samenwerking tussen gemeente en inwoners vraagt om aandacht Net als bij voorgaande metingen, staat een behoorlijk deel van de Schiedammers kritisch tegenover de wijze waarop de gemeente met hen samenwerkt. Zo vindt 22% dat de gemeente onvoldoende met hen samenwerkt, 26% dat de gemeente te weinig naar hen luistert en 28% dat de gemeenten buurten onvoldoende bij de aanpak van leefbaarheid en veiligheid betrekt. Ook vinden steeds minder inwoners dat de gemeente ‘doet wat zij zegt’. Samen met het feit dat bijna 40% van de Schiedammers aangeeft meer betrokken willen worden bij wat er in Schiedam gebeurt, is dit een duidelijke indicatie dat er kansen liggen om de samenwerking met inwoners de komende jaren te versterken. Jonge Schiedammers en Schiedammers die zelf, of wiens ouders in het buitenland zijn geboren, verdienen

52

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

daarbij bijzondere aandacht; zij geven vaker dan andere Schiedammers aan dat ze betrokken willen worden.

6.2 Aanbevelingen Geconstateerd kan worden dat er onder sommige – veelal jonge – groepen bewoners sprake is van een stapeling van sociaaleconomische problemen, die de afgelopen twee jaar vaak nog verergerd zijn door de coronacrisis. 16 Daarnaast zet de dalende veiligheidsbeleving de leefbaarheid in een aantal wijken onder druk. Het samenspel van veiligheid, leefbaarheid, sociale cohesie, het onderhoud van de openbare ruimte, sociaaleconomische factoren en welzijn is een complex systeem dat niet los van elkaar kan worden bezien. Om de leefbaarheid van wijken en de veiligheidsbeleving van inwoners te vergroten, is het dan ook zaak om ervaren problemen zo veel mogelijk integraal aan te pakken. Daarnaast is het van belang om in het achterhoofd te houden dat leefbaarheid en veiligheid in hoge mate subjectief zijn; zelfs als de daadwerkelijke leefbaarheid van een wijk of buurt gelijk blijft, kan de ervaren leefbaarheid toe- of afnemen. De leefbaarheid en veiligheid van wijken en buurten vergroten, vraagt dan ook om meer dan het nemen van concrete maatregelen als het tegengaan van zwerfvuil, vaker handhaven en meer mogelijkheden scheppen voor participatie. Juist de zichtbaarheid van dergelijke maatregelen is belangrijk om de leefbaarheids- en veiligheidsbeleving van inwoners te doen toenemen. Bij dit laatste speelt ook het vertrouwen in de overheid een rol.

Inwoners die erop vertrouwen dat de gemeente haar afspraken nakomt, zullen incidenten minder snel interpreteren als een teken dat de leefbaarheid en veiligheid in een wijk of buurt (verder) verslechtert. Inwoners voor wie dit niet geldt, zullen dezelfde incidenten juist interpreteren als het bewijs dat ervaren problemen niet worden aangepakt. Het mantra ‘underpromise, overdeliver’ zou dan ook de norm moeten zijn bij gemeentelijke inspanningen om de leefbaarheid en veiligheid te vergroten. Op basis van deze algemene uitgangspunten formuleren we hieronder enkele concrete aanbevelingen om de leefbaarheid en veiligheid van Schiedam te vergroten. Deze aanbevelingen zijn gebaseerd op de resultaten van dit onderzoek, voorgaande onderzoeken en de conclusies die eerder in dit hoofdstuk zijn getrokken. Bij het formuleren van de aanbevelingen zijn tevens de conclusies en aanbevelingen van het Rapport “Veiligheidsbeleving in Schiedam – een studie in 5 buurten”17 betrokken.

1. Pak onveilige plekken aan, focus op signal places Uit onderzoek blijkt dat plekken waar tekenen van criminaliteit of verloedering zich manifesteren, een onveilig gevoel in de hand werken. Dit suggereert dat de ervaren veiligheid kan worden vergroot door de als meest onveilig aangeduide plekken van Schiedam op een zichtbare en geloofwaardige manier aan te pakken. Als eerste stap wordt geadviseerd om een focus te leggen op de meest onveilige plekken; de top-15 is al een aantal jaar ongeveer hetzelfde, waardoor het aanpakken van deze plekken een duidelijk signaal afgeeft dat de gemeente het vergroten van de veiligheid serieus neemt.

16

Zie bijvoorbeeld Kenniscentrum, Inzicht in armoede 2021, Hoe ontwikkelt de armoede zich? Hoe effectief is het beleid? Wat zijn de eerste gevolgen van corona?, november 2021. In dit rapport wordt op basis van eigen en extern onderzoek beschreven dat armoede vaak samen gaat met sociale uitsluiting, eenzaamheid, stress, gezondheidsproblemen, psychische problemen, opvoedingsproblemen en hoger zorggebruik. 17 Onderzoeksgroep Recht & Veiligheid - Lectoraat Publiek Vertrouwen in Veiligheid, Krista Schram, Marnix Eysink Smeets & Tineke Hendrikse (2021)

53

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

Deze locaties zouden (nog meer) prioriteit kunnen krijgen in de surveillance door Toezicht & Handhaving, bij voorkeur in de vorm van zichtbare handhaving. Indien daar dekking voor kan worden gevonden, kan ook worden gedacht aan meer (specifieke) trainingen om intimidatie en bedreiging te herkennen, of een uitbreiding van surveillance in de avonduren. Gelet op het feit dat veruit de meeste onveilige plekken zich bevinden in Nieuwland en Oost, ligt het voor de hand om in ieder geval aan deze wijken, de omgeving van het station Schiedam Centrum, metrostations Parkweg en Troelstralaan, de Mgr. Nolenslaan en de parkeerplaats in het Beatrixpark (aan de Parkweg) prioriteit te geven.

2. Houd de openbare ruimte schoon en heel Onderzoek suggereert dat naast ‘signal places’ ook een verloederde, vervuilde of slecht onderhouden woonomgeving gevoelens van onveiligheid versterken. Gelet op de toegenomen overlast door vuil op straat, zou het snel en daadkrachtig aanpakken van zichtbare tekenen van vervuiling en vernieling, zoals hondenpoep, rommel, vuilnisproblematiek, vandalisme en graffiti, snel en daadkrachtig helpen om onveiligheidsgevoelens tegen kunnen gaan. Uiteindelijk voorkomt dit niet alleen dat reeds bestaande gevoelens van onveiligheid verder toenemen, maar draagt tevens bij aan de leefbaarheid van buurten en het vertrouwen in de gemeente.18

3. Versterk de sociale kwaliteit van wijken en buurten Schiedammers tot 35 jaar blijken zich relatief vaak eenzaam te voelen en het gevoel te hebben “er niet bij te horen”. Dit laatste geldt met name voor jonge Schiedammers wiens ouders of grootouders in het buitenland zijn geboren. Ook geven zij vaker dan gemiddeld aan in het dagelijks leven belemmerd te worden door een beperkte kennis van de Nederlandse taal en cultuur. Gezien de bevolkingssamenstelling van Schiedam, waarbij in de leeftijd tot 49 jaar meer dan de helft van de bevolking een migratie-achtergrond heeft, is dit zorgwekkend. Om te voorkomen dat de sociale kwaliteit van wijken en buurten in de toekomst verder afneemt, ligt het voor de hand om deze nu alvast te versterken. Denk bijvoorbeeld aan aandacht voor cultureel-bepaalde omgangsvormen in Nederlandse bedrijven en organisaties bij sollicitatietrainingen. Ook kunnen diversiteit en inclusie een aandachtspunt te zijn in subsidietoekenning door de gemeente, zoals bijvoorbeeld voor evenementen of instellingen Bij het versterken van de sociale kwaliteit kan ook worden gedacht aan maatregelen om de doorloopsnelheid van de bewoning in bepaalde buurten te verlagen. Wanneer mensen langer op een adres wonen, neemt immers het gevoel van eigenaarschap toe en leert men de buurt en de buren beter kennen.

Het toepassen van de strenge regels voor kamerverhuur in meer buurten en het introduceren van bijvoorbeeld zelfbewoningsplicht in bepaalde stadsdelen (en deze strikt te handhaven), zou in positieve zin bij kunnen dragen aan de leefbaarheid en sociale cohesie van een wijk of buurt. Ook het tegengaan van woonoverlast door verkamering en illegale verhuur zou in dit kader kunnen helpen.

4. Bestrijd armoede en creëer kansengelijkheid Om de stapeling van sociaaleconomische en maatschappelijke problemen bij sommige bevolkingsgroepen tegen te gaan, ligt het voor de hand om deze groepen Schiedammers te ondersteunen bij het verkrijgen van inkomenszekerheid. Het maken van (bindende) afspraken met organisaties en bedrijven over het in dienst nemen, opleiden en begeleiden van Schiedammers kan de aansluiting tussen onderwijs en de arbeidsmarkt verbeteren, meer mensen aan een passende baan helpen en inkomensstijging bewerkstelligen. Over het tegengaan van stage- en sollicitatiediscriminatie zouden expliciete afspraken met Schiedamse werkgevers gemaakt kunnen worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12844731/1