CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Leefbaarheid en veiligheid 2022

Raadscommissie 27 september 2023, gemeente SchiedamBij agendapunt: Brieven van het college van burgemeester en wethouders, dan wel de burgemeester, dan wel collegeleden:21.032 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

Versiebeheer Versie: 1.4 Auteur: Kenniscentrum

mes.incijfers.nl kenniscentrum@mvs-gemeenten.nl

2

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

Bestuurssamenvatting De resultaten van de monitor Leefbaarheid en Veiligheid van 2022 schetsen een zorgelijk beeld. Het veiligheidsgevoel van Schiedammers is ten opzichte van 2019 verder afgenomen, net als de sociale cohesie. Ook de fysieke en mentale gezondheid van Schiedammers zijn verslechterd, terwijl de eenzaamheid is toegenomen. Deze ontwikkelingen overschaduwen de paar punten waarop een verbetering zichtbaar is, zoals het aandeel Schiedammers dat de eigen buurt (zeer) prettig vindt om in te wonen. In dit hoofdstuk vatten we de belangrijkste resultaten kort samen.

Het jaar 2021 stond, net als het jaar daarvoor, grotendeels in het teken van de coronapandemie. De daadwerkelijke impact van die pandemie laat zich moeilijk meten, maar lijkt aanzienlijk; een groot deel van de Schiedammers geeft aan dat zijn of haar leven als geheel slechter is geworden. De impact van corona was het grootst op de fysieke en mentale gezondheid van inwoners, maar ook op hun relaties met vrienden of kennissen en de balans tussen in- en ontspanning. De lasten van de pandemie zijn bovendien niet evenredig verdeeld. Vooral jongeren tot 35 jaar, Schiedammers met een laag inkomen en inwoners met een laag opleidingsniveau hebben meer én frequenter nadelige gevolgen ondervonden van de pandemie. Al met al is het niet verwonderlijk dat de resultaten van deze monitor sterk gekleurd zijn door zaken die direct of indirect uit de coronapandemie voortvloeien; van het feit dat veel Schiedammers besmet raakten met het coronavirus, tot het feit dat sociale contacten tijdens de lockdowns beperkt mogelijk waren en sommige dienstverlening niet of alleen in aangepaste vorm kon plaatsvinden. In hoeverre het hier gaat om tijdelijke effecten, is (nog) niet duidelijk. Wel is het onwaarschijnlijk dat álle resultaten van deze monitor aan de coronapandemie kunnen worden toegeschreven. Veel ontwikkelingen passen namelijk in een bredere historische trend.

De resultaten van dit onderzoek moeten in dat licht worden bezien.

Ervaren prettigheid van de eigen buurt groeit, voorzieningen staan onder druk Ten opzichte van 2019 zijn Schiedammers positiever over hun directe woonomgeving; het aandeel inwoners dat de eigen buurt (zeer) prettig vindt om in te wonen, is licht toegenomen. De tevredenheid met vrijwel alle voorzieningen is juist sterk gedaald. Met name de parkeergelegenheid en straatverlichting worden beduidend slechter beoordeeld dan twee jaar geleden. Dit is vervelend, omdat de parkeerdruk in grote delen van Schiedam al hoog was. Hoe tevreden Schiedammers over de voorzieningen in hun directe woonomgeving zijn, verschilt wel sterk per wijk. Inwoners van de wijken Centrum en Oost zijn over het algemeen minder tevreden, inwoners van de wijken Kethel, Woudhoek en Spaland/Sveaparken juist meer.

Sociale cohesie blijft afnemen, maar de betrokkenheid onder inwoners is groot Uit de reacties op stellingen over de buurtbewoners blijkt dat de sociale cohesie licht is gedaald ten opzichte van 2019. Die daling past in een historische trend waarbij de sociale cohesie van Schiedam geleidelijk afneemt. Desondanks voelt een ruime meerderheid van alle Schiedammers zich wel (mede)verantwoordelijk voor de leefbaarheid in hun buurt. Dit verantwoordelijkheidsgevoel is het sterkst onder woningeigenaren en hoger opgeleiden en het minst sterk onder huurders, jongeren tot 35 jaar oud en inwoners met een laag inkomen.

3

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

Veiligheidsgevoel is verder verslechterd en de overlast door afval neemt toe Een meerderheid van alle Schiedammers voelt zich soms tot vaak onveilig, vaker dan in andere gemeenten. Bovendien voelen ze zich steeds onveiliger; het percentage dat zich onveilig voelt, is ten opzichte van eerdere metingen opnieuw gestegen. Onderzoek wijst uit dat er sprake is van een neerwaartse spiraal, die ervoor zorgt dat inwoners zich steeds onveiliger gaan voelen. Hierin is een centrale rol weggelegd voor zogenaamde ‘signal places’; plekken die als onveilig worden ervaren en waar een signaalwerking van uitgaat. Deze plekken concentreren zich vooral in de wijken Nieuwland en Oost. Overlast kan gevoelens van onveiligheid versterken, waardoor het zorgelijk is dat de ervaren mate van overlast is toegenomen. Dat geldt in het bijzonder voor overlast door het verkeerd aanbieden van huisvuil, of rommel op straat.

Fysieke en mentale gezondheid neemt af, meer mensen ervaren belemmeringen Het deel van de Schiedammers dat zijn gezondheid als (zeer) goed omschrijft, is de afgelopen twee jaar sterk gedaald. Dit terwijl de ervaren gezondheid van Schiedammers toch al iets slechter was dan die van de gemiddelde Nederlander. Ook ervaren veel meer Schiedammers beperkingen in hun dagelijkse leven door een slechte lichamelijke conditie, mentale problemen of geldproblemen. De mate waarin dit het geval is, verschilt sterk per bevolkingsgroep. Zo geven Schiedammers met een laag inkomen hun gezondheid over het algemeen een (veel) lager cijfer en voelen met name jongeren tot 35 jaar zich het vaakst belemmerd door mentale problemen. Ook Schiedammers die zelf, of wiens ouders in het buitenland zijn geboren, ervaren meer belemmeringen.

Inwoners hebben iets minder sociaal contact en zijn vaker eenzaam De mate waarin Schiedammers contact hebben met vrienden of familie, is ten opzichte van 2019 licht gedaald. Het is dan ook niet verrassend dat inwoners zich vaker eenzaam voelen; het afgelopen jaar voelde bijna één op de zeven Schiedammers zich eenzaam. Dat geldt in het bijzonder voor jongeren tot 35 jaar die zelf, of wiens ouders in het buitenland zijn geboren. Schiedammers zijn ook (iets) minder vaak actief als vrijwilliger, maar het aandeel mantelzorgers is nagenoeg gelijk. Iets minder dan een kwart van alle inwoners voelde zich de afgelopen twee jaar wel eens gediscrimineerd en dan in het bijzonder vanwege hun ras of huidskleur. Dit is evenveel als in 2017.

De samenwerking tussen gemeente en inwoners vraagt om aandacht Een behoorlijk deel van de Schiedammers is kritisch over de wijze waarop de gemeente naar hen luistert, met hen samenwerkt en hen betrekt bij de aanpak van leefbaarheid en veiligheid in wijken en buurten. Dat een nog groter deel aangeeft dat ze meer betrokken willen worden bij wat er in Schiedam gebeurt, suggereert dat er ruimte is om inwoners meer en vaker te laten participeren. Schiedammers tot 35 jaar en inwoners die zelf, of wiens ouders in het buitenland zijn geboren, verdienen daarbij bijzondere aandacht; zij geven vaker dan andere Schiedammers aan dat ze betrokken willen worden.

4

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

Inhoudsopgave Bestuurssamenvatting

3

1 Inleiding

6

1.1 1.2 1.3

Aanleiding Responsoverzicht Inhoud van het rapport

6 6 7

2 Woonomgeving en openbare ruimte 2.1 2.2 2.3

Woning en woonomgeving Voorzieningen Sociale kwaliteit

9 13 16

3 Veiligheid en buurtproblemen 3.1 3.2 3.3

9

19

(On)veiligheidsgevoelens Onveilige plekken Buurtproblematiek

19 22 24

4 Welzijn en samen leven

32

4.1 4.1.1 4.1.2 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6

Corona / COVID-19 Gevolgen voor de levensomstandigheden Gevolgen voor vrijetijdsbesteding Gezondheid Belemmeringen in het dagelijks leven Sociale contacten en eenzaamheid Participatiesamenleving Discriminatie

5 Over de gemeente Schiedam 5.1 5.2 5.3 5.3.1 5.3.2

44

Samenwerken in Schiedam Trends Duiding: vertrouwen in de Nederlandse overheid Sociale (in)cohesie in coronatijd Schiedam

6 Conclusies en Aanbevelingen 6.1 6.2

32 32 34 36 37 40 42 43

44 46 48 49 49

50

Conclusies Aanbevelingen

50 53

Bijlage: wijk- en buurtindeling Schiedam

56

Bijlage 2: rapportcijfers op buurtniveau

58

5

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

1

Inleiding Leefbaarheid en veiligheid staan al lange tijd hoog op de lijst van bestuurlijke prioriteiten. Ook het bevorderen van maatschappelijke participatie, het stimuleren van een gezonde leefstijl en tegengaan van eenzaamheid zijn voorbeelden van zaken die daar bij horen. De Schiedamse monitor leefbaarheid en veiligheid biedt aanknopingspunten om de effecten van het gevoerde beleid in beeld te brengen.

1.1 Aanleiding Reeds in de jaren ’90 was de invoering van het Grotestedenbeleid de aanleiding om binnen de overheid afspraken te maken over periodiek onderzoek op het gebied van leefbaarheid en veiligheid. Inmiddels is het Grotestedenbeleid beëindigd, maar de behoefte aan beleidsinformatie over leefbaarheid en veiligheid is onverminderd. Daarom heeft in de periode november 2021-januari 2022 opnieuw een onderzoek in het kader van de monitor leefbaarheid en veiligheid plaatsgevonden. Deze rapportage geeft de uitkomsten van dit onderzoek. Het levert een beeld op van hoe zaken als woonplezier, veiligheid en sociale cohesie zich in Schiedam ontwikkelen. Bovendien zijn vragen aan het onderzoek toegevoegd om de invloed van corona/COVID-19 op het dagelijkse leven van Schiedammers te achterhalen. De uitkomsten op deze uiteenlopende onderwerpen kunnen dienen als belangrijke onderbouwing van het gemeentelijk beleid.

1.2 Responsoverzicht Het veldwerk van het onderzoek bestaat uit twee onderdelen: uit het bevolkingsregister is aselect een steekproef van in totaal 9.000 personen in de leeftijd van 18 tot en met 80 jaar getrokken. Hierbij is rekening gehouden met de diverse wijken in Schiedam. Deze personen kregen een vragenlijst thuisgestuurd met het verzoek deze in te vullen en terug te sturen. Een andere mogelijkheid betrof de vragenlijst digitaal in te vullen. Door middel van een code in de begeleidende brief konden de aangeschreven personen inloggen op de gemeentelijke website en daar de vragenlijst invullen. Nieuw bij dit onderzoek was de mogelijkheid om een Engelstalige vragenlijst aan te vragen. Hier is enkele keren gebruik van gemaakt. Om uiteenlopende redenen (verhuizing, volle brievenbus, etc,) bleken 26 vragenformulieren onbestelbaar. Van de resterende 8.974 namen uiteindelijk in totaal 2.019 personen deel aan het onderzoek. De respons op dit deel van het onderzoek bedraagt derhalve 22%. Het is overigens voor het eerst dat er een duidelijke verschuiving zichtbaar is van schriftelijk naar digitaal.

6

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

Figuur 1.1 Overzicht aantal respondenten

Methode

Aantal uitgenodigd (netto)

Steekproef

8.974

Internetpanel Totaal

3.053 12.027

Respons (abs.)

Respons (%)

Schriftelijk: 1.031 Digitaal: 988 Totaal: 2.019 1.428 3.447

Schriftelijk: 11% Digitaal: 11% Totaal: 22% 47% 29%

Voor het tweede onderdeel van het veldwerk is in dezelfde periode een digitale vragenlijst verspreid onder de leden van het gemeentelijk internetpanel. Deze vragenlijst is ingevuld door 1.428 van de 3.053 panelleden. Dit komt overeen met een respons van 47%. In totaal hebben maar liefst 3.447 inwoners uit Schiedam deelgenomen aan het onderzoek1, waarmee de totale respons uitkomt op 29%.

Figuur 1.2 Overzicht aantal respondenten per wijk

Wijk Centrum Oost West Zuid Nieuwland Groenoord Kethel Woudhoek Spaland/Sveaparken Totaal Schiedam

Respons (abs.) 330 381 552 376 515 305 328 321 336 3.447*

Respons (%) 32% 24% 32% 27% 25% 24% 36% 30% 34% 29%

* Van 3 personen is niet bekend in welke wijk zij woonachtig zijn

De respons verschilt per wijk: de wijken Kethel, Spaland/Sveaparken, Centrum en West laten een relatief hoog responspercentage zien en de animo voor dit onderzoek is in Oost, Groenoord en Nieuwland het laagst. Hiermee was van tevoren rekening gehouden door de omvang van de steekproef in sommige wijken te verhogen. Daarnaast zijn de onderzoeksdata voor zover nodig gecorrigeerd met weegfactoren, zodat een representatieve afspiegeling ontstaat van de totale Schiedamse bevolking in de leeftijd van 18 tot en met 80 jaar. De uitkomsten van het onderzoek leveren daarmee een betrouwbaar beeld op van de mening van de Schiedammer in de genoemde leeftijdscategorie.

1.3 Inhoud van het rapport In voorliggend rapport zijn de uitkomsten steeds op stedelijk en wijkniveau gepresenteerd 2. Waar mogelijk zijn vergelijkingen met eerdere metingen gemaakt. Soms zijn de uitkomsten op buurtniveau gepresenteerd. Op dit lage schaalniveau is het aantal respondenten niet voor alle buurten voldoende om betrouwbare uitspraken te kunnen doen. De uitkomsten op buurtniveau moeten om die reden dan 1

2

Op basis van de totale populatie en het aantal respondenten bedraagt de foutenmarge 1,6% bij een betrouwbaarheidsinterval van 95%. Hoewel het veldwerk voor dit onderzoek heeft plaatsgevonden in de periode van november 2021 tot en met januari 2022, wordt in dit rapport gesproken over de resultaten van 2021. De vragen betroffen immers de ervaringen van de Schiedammers in de laatste 12 maanden.

7

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

ook als indicatief worden beschouwd. Op wijk- en stedelijk niveau zijn de uitkomsten uiteraard wel representatief. In het eerstvolgende hoofdstuk komt de woonomgeving en de openbare ruimte aan bod. De tevredenheid over het voorzieningenniveau en de sociale samenhang binnen een woonbuurt komen eveneens in dit hoofdstuk aan de orde. Hoofdstuk 4 heeft de thema’s veiligheid en buurtproblemen als onderwerp: waar voelt men zich onveilig en hoe vaak ondervinden inwoners overlast of is er bijvoorbeeld sprake van verloedering? De onderwerpen welzijn en samen leven worden behandeld in hoofdstuk 5. Het gaat dan bijvoorbeeld om gezondheid en eenzaamheid. De gevolgen van corona/COVID-19 op de levensomstandigheden van Schiedammers is eveneens in dit hoofdstuk opgenomen. Hoofdstuk 6 geeft inzicht in de mening van Schiedammers over het functioneren van de gemeente op het gebied van samenwerking en participatie. Vragen als ‘hoe vinden inwoners dat de gemeente hen betrekt bij allerlei onderwerpen die in de stad spelen’ of ‘hoe vindt men dat de gemeente luistert naar de mening van de inwoners’ worden in dit hoofdstuk behandeld. Deze rapportage biedt eveneens inzicht in de uitkomsten op enkele indicatoren waarmee bepaalde doelstellingen uit de begroting worden gemeten. De uitkomsten hiervan zijn opgenomen in het thematische hoofdstuk waar de desbetreffende doelstelling onder valt.

8

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

2

Woonomgeving en openbare ruimte Hoe prettig een buurt is om in te wonen, wordt grotendeels bepaald door drie factoren: (1) de kwaliteit van de woning en de directe omgeving daarvan, (2) de beleving van de openbare ruimte met alle voorzieningen daarin en (3) de sociale cohesie in de buurt, dus de mate waarin buurtbewoners elkaar kennen en goed met elkaar omgaan. Aan de hand van deze combinatie van fysieke en sociale aspecten hebben Schiedammers de leefbaarheid in hun buurt beoordeeld.

2.1 Woning en woonomgeving De waardering van Schiedammers voor hun woning is iets gedaald ten opzichte van de vorige meting, van een 7,6 naar een 7,5. In de afgelopen jaren schommelde dit rapportcijfer slechts licht. Figuur 2.1 toont de cijfers per wijk, de cijfers per buurt zijn te lezen in bijlage 2.

Rapportcijfer woning: 7,5 (2019: 7,6 - 2017: 7,5 - 2015: 7,7) Figuur 2.1 Ontwikkeling gemiddeld rapportcijfer voor de woning

Wijk Centrum Oost West Zuid Nieuwland Groenoord Kethel Woudhoek Spaland/Sveaparken Schiedam

2015 8,1 7,3 7,7 7,8 7,3 7,7 8,2 8,1 8,3 7,7

2017 7,2 7,3 7,4 7,8 6,9 7,5 8,1 8,2 8,2 7,5

2019 7,7 7,5 7,8 7,8 6,8 7,4 7,9 8,1 8,3 7,6

2021 7,4 7,1 7,5 7,6 6,9 7,1 8,2 8,0 8,4 7,5

De inwoners van Spaland/Sveaparken, Kethel en Woudhoek zijn het meest tevreden over hun woning. De woningen in deze wijken scoren gemiddeld minimaal een 8,0. De inwoners van Nieuwland zijn het minst tevreden: zij beoordelen hun woning met gemiddeld een 6,9. In de overige wijken varieert het gemiddelde van een 7,1 tot een 7,6. In de wijk West is een zekere tweedeling te zien als het gaat om de waardering van de woning: in de buurten ten noorden van de Burgemeester Knappertlaan is het gemiddelde rapportcijfer een 7,3, in de buurten ten zuiden daarvan een 8,1. Het opvallendst is het verschil tussen de bewoners van een huurwoning en de bewoners van een koopwoning: huurders geven hun woning gemiddeld een 6,7 en woningbezitters gemiddeld een 8,1.

9

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

De directe omgeving van hun woning beoordelen Schiedammers met gemiddeld een 6,8. Dit is gelijk aan het rapportcijfer in 2019 en tevens het gemiddelde in de jaren 2015-2019. Net als bij de vorige metingen is de waardering voor de woonomgeving lager dan die voor de woning. De cijfers per wijk staan in figuur 2.2, de cijfers per buurt in bijlage 2.

Rapportcijfer woonomgeving: 6,8 (2019: 6,8 - 2017: 6,7 - 2015: 6,9)

Figuur 2.2 Ontwikkeling gemiddeld rapportcijfer voor de woonomgeving

Wijk Centrum Oost West Zuid Nieuwland Groenoord Kethel Woudhoek Spaland/Sveaparken Schiedam

2015 7,0 6,1 6,8 6,9 6,2 6,9 7,9 7,6 7,8 6,9

2017 6,5 6,1 6,7 7,1 5,8 7,0 7,5 7,8 7,8 6,7

2019 7,1 6,1 6,9 6,8 6,0 6,8 7,6 7,7 7,8 6,8

2021 6,9 6,1 6,8 6,9 6,3 6,4 7,5 7,5 7,8 6,8

In Oost zijn de inwoners het minst tevreden over de woonomgeving, al scoort deze wijk met gemiddeld een 6,1 nog wel een voldoende. De inwoners van Spaland/Sveaparken, Woudhoek en Kethel zijn het meest te spreken over hun woonomgeving. Deze wijken scoren gemiddeld minimaal een 7,5.

Algemeen oordeel over de buurt: een paradoxale uitkomst Het algemene oordeel over de woonbuurt, waarin ook alle andere aspecten meewegen naast de woning en de woonomgeving, is verbeterd. Waar in de afgelopen jaren zo’n 81% de eigen buurt beoordeelde als (zeer) prettig om in te wonen, is dat nu 84%.

84% vindt de eigen buurt (zeer) prettig om in te wonen (2019: 81% - 2017: 82% - 2015: 81%) 16% vindt de eigen buurt (zeer) onprettig om in te wonen (2019: 19% - 2017: 18% - 2015: 19%)

Spaland/Sveaparken, Kethel en Woudhoek spannen hierbij de kroon: van deze wijken vindt minimaal 95% van de inwoners de eigen buurt (zeer) prettig om in te wonen. Het minst tevreden zijn de inwoners van Oost (74%) en Nieuwland (76%). Toch scoren deze wijken in 2021 beduidend beter dan bij de vorige meting (2019: 61%, respectievelijk 64%). In Groenoord is de waardering voor de buurt na een jarenlange stijging in 202 juist weer gezakt, van 88% naar 82%. Er is echter iets opmerkelijks te zien in de uitkomsten. Zoals blijkt uit figuur 2.3, vindt slechts 14% van alle Schiedammers dat hun buurt in het afgelopen jaar vooruit is gegaan, terwijl 43% zegt dat deze

10

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

achteruit is gegaan en 44% dat deze gelijk is gebleven. Achteruitgang wordt dus wel drie keer zo vaak gemeld als vooruitgang! Dit lijkt volkomen in strijd met het toegenomen aandeel inwoners dat de eigen buurt beoordeelt als (zeer) prettig om in te wonen. Wat zit er achter deze paradoxale uitkomst?

Figuur 2.3 Vindt u dat de buurt waarin u woont het afgelopen jaar vooruit of achteruit is gegaan?

14%

44%

43%

vooruit gegaan

achteruit gegaan

gelijk gebleven

Hoe vreemd het ook klinkt, de beleving van achteruitgang komt niet noodzakelijk overeen met de feitelijke ontwikkeling in de buurt. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt namelijk dat negatieve ervaringen (zoals nare gebeurtenissen of vervelende sociale contacten, maar ook onplezierige gedachten of emoties) een groter psychologisch effect hebben dan positieve ervaringen. Dit effect kan tot wel vier keer zo sterk zijn, zelfs als de positieve ervaringen even intens zijn als de negatieve. Hierdoor weegt het negatieve relatief zwaar door in het oordeel van buurtbewoners. Dus zelfs als de buurt feitelijk hetzelfde is gebleven, zullen meer mensen achteruitgang ervaren dan voortuitgang. 3 Het is daarom vooral interessant hoe de wijken en buurten van Schiedam op dit punt van elkaar verschillen. Dat zegt meer dan de absolute scores. De cijfers per wijk zijn te zien in figuur 2.5, op de volgende pagina. Dat hun buurt vooruit is gegaan, vinden vooral de inwoners van Oost (24%) en Nieuwland (22%). Dat hun buurt achteruit is gegaan, vinden vooral de inwoners van Groenoord (53%), Zuid (51%) en West (49%). Spaland/Sveaparken scoort het hoogst in de categorie ‘gelijk gebleven’ (67%) en ook Kethel en Woudhoek scoren bovengemiddeld op deze antwoordcategorie (55%, respectievelijk 53%).

In Woudhoek gaat dit samen met een lage score voor ‘vooruit gegaan’, terwijl in Kethel juist weinig inwoners zeggen dat de buurt achteruit is gegaan. Figuur 2.4 toont de top-5 van buurten die volgens de bewoners vooruit of achteruit zijn gegaan.

3

Dit verschijnsel is bekend als de negativiteitsbias. De Amerikaanse sociaal psycholoog Roy F. Baumeister schreef hierover onder meer het artikel “Bad is stronger than good” (Review of General Psychology, 2001). Hij ziet de negativiteitsbias als één van de meest basale en verstrekkende psychologische principes. Overigens is dit niet noodzakelijk slecht: de relatief sterke aandacht voor het negatieve maakt ook dat mensen zich beter aanpassen aan veranderende omstandigheden. Bovendien zal in veel gevallen het aantal positieve ervaringen groter zijn dan het aantal negatieve.

11

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

Figuur 2.4 Top-5 van buurten die vooruit of achteruit zijn gegaan4

1. 2. 3. 4. 5.

Meest vooruit gegaan Wetenschappersbuurt (Oost) 58% Oranjekwartier (West) 43% Schiehart (Nieuwland) 40% Maasboulevard (Zuid) 38% Natuurkundigenbuurt (Oost) 34%

Meest achteruit gegaan 1. Haverschmidtkwartier (West) 2. Schildersbuurt (West) 3. Schrijversbuurt (West) 4. Groenoord-Noord (Groenoord) 5. Distillateursbuurt (West)

66% 62% 59% 57% 56%

Figuur 2.5 Vindt u dat de buurt waarin u woont het afgelopen jaar vooruit of achteruit is gegaan?

Oost

24%

36%

40%

Nieuwland

22%

39%

39%

Centrum

16%

Zuid

14%

Schiedam

14%

Kethel

13%

West

12%

Groenoord

44% 35%

51%

43%

44%

55%

32%

39%

9%

49%

38%

Woudhoek 3%

53%

53%

Spal./Sveap. 2% 0%

39%

44% 67%

10%

20%

30%

vooruit gegaan

31%

40%

50%

gelijk gebleven

60%

70%

80%

90%

100%

achteruit gegaan

Het ligt voor de hand dat verbetering van de buurt door sloop en nieuwbouw kan leiden tot een gunstig oordeel over de ontwikkeling van de buurt. Het is hoogstwaarschijnlijk ook geen toeval dat de Wetenschappersbuurt (Oost) van alle buurten het meest vooruit is gegaan volgens de bewoners; daar is in de afgelopen jaren een omvangrijk nieuwbouwproject gerealiseerd. Schiehart (Nieuwland) staat op de derde positie in de top-5 van buurten die vooruit zijn gegaan. Daar zijn veel verouderde woningen aan de Parkweg en omgeving gesloopt.

4

Buurten met onvoldoende respondenten zijn buiten beschouwing gelaten.

12

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

Toch is stadsvernieuwing niet altijd bepalend voor de ervaren voor- of achteruitgang. Ook in de Staatsliedenbuurt en Nolensbuurt (beide in Nieuwland) en in de Fabribuurt (West) vond in de afgelopen jaren sloop en/of nieuwbouw plaats, maar met een minder groot effect. Terwijl de Staatsliedenbuurt met 34% ‘vooruit gegaan’ net buiten de top-5 valt, scoren de Nolensbuurt en Fabribuurt, ondanks de stadsvernieuwing, slechts gemiddeld wat betreft ervaren vooruitgang van de buurt (13%, respectievelijk 14%).

2.2 Voorzieningen In afwijking van eerdere edities is in deze leefbaarheids- en veiligheidsmonitor niet gevraagd naar een rapportcijfer voor het voorzieningenniveau in het algemeen. Wel is, zoals gebruikelijk, geïnformeerd naar de mate waarin de inwoners tevreden zijn over de specifieke voorzieningen in hun buurt. De uitkomsten hiervan staan in figuur 2.6.

Figuur 2.6: Waardering voorzieningen, 2019-2021 (% ‘(zeer) tevreden’)5 84% 81%

winkels voor de dagelijkse boodschappen

78% 77%

(haltes) openbaar vervoer

72% 67%

straatverlichting basisscholen*

67%

wegen, paden en pleinen

59% 57%

groen (perken, plantsoenen en parken)

60% 57% 51% 48%

speelvoorzieningen voor jonge kinderen beweeg- en sportvoorzieningen*

43% 45%

parkeergelegenheid

36% 20% 21%

voorzieningen voor jongeren 0%

20%

2019

2021

40%

60%

80%

100%

Het meest tevreden zijn Schiedammers over de winkels voor dagelijkse boodschappen en over (de haltes voor) het openbaar vervoer. Het minst tevreden is men over de voorzieningen voor jongeren, op enige afstand gevolgd door de parkeergelegenheid.

5

Naar de waardering van de voorzieningen met een asterisk (*) is in 2019 niet gevraagd.

13

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

Ten opzichte van de meting in 2019 is de tevredenheid over vrijwel alle voorzieningen gedaald. Alleen de tevredenheid over voorzieningen voor jongeren is gestegen, met slechts 1%-punt. De sterkste dalingen doen zich voor bij parkeergelegenheid (9%-punten) en straatverlichting (5%-punten). De tevredenheid over de winkels voor dagelijkse boodschappen, groen en speelvoorzieningen voor jonge kinderen zijn elk met 3%-punten gedaald. Naar de tevredenheid over basisscholen en beweeg- en sportvoorzieningen is in de vorige monitor niet gevraagd.

Invloed van corona Het is aannemelijk dat de teruggelopen tevredenheid over de voorzieningen voor tenminste een deel te wijten is aan de beperkende maatregelen vanwege COVID-19. In de afgelopen twee jaar werkten veel mensen vaak thuis. Hierdoor waren de snelwegen weliswaar iets minder vol, maar de parkeerdruk in woonwijken nam juist toe. Dit wordt weerspiegeld in de afgenomen tevredenheid over de parkeergelegenheid. Sportvoorzieningen, bioscopen, theaters, horeca en speel- en pretparken waren gesloten tijdens de verschillende lockdowns. Hierdoor waren Schiedammers voor sport en ontspanning meer dan ooit aangewezen op de openbare ruimte. Vermoedelijk werd de openbare ruimte hierdoor kritischer beoordeeld dan voorheen; de tevredenheid over straatverlichting, speelvoorzieningen voor jonge kinderen en groen daalde in ieder geval. Tot slot bracht ook boodschappen doen in coronatijd soms extra ongemakken met zich mee, bijvoorbeeld vanwege hamstergedrag, prijsstijgingen of omdat slechts een beperkt aantal klanten de winkel in mocht. Dit zou kunnen verklaren waarom de waardering voor winkels voor dagelijkse boodschappen iets is gedaald. Figuur 2.7 geeft de scores per wijk weer. De in groen weergegeven scores zijn minimaal 10%-punten beter en de in rood weergegeven scores minimaal 10%-punten slechter dan de stadsbrede score.

Schiedam 36 57

61 71

55 67

69

72 70 44 56

84 64

69 86 60

57

59

20

20

13

54

80 54

parkeergelegenheid wegen, paden en pleinen

27 46

groen (plantsoenen, parken) straatverlichting

40

27 53 38

69 20

65 30 26

61

61 67

52 68

55 63

59 38

73 50

58 41

60 37

62 68

32

29 21

50 19

30

16

38 17

57 39

18

Woudhoek

59

78 88

Kethel

53

Zuid

57

West

77 53

Oost

18

82 78 56

Centrum

Groenoord

40 66 73

Nieuwland

81 77

91

89 86

beweeg- en sportvoorz. voorzieningen voor jongeren

92 62

83 85 46

Voorziening winkels dag. boodschappen (haltes) openbaar vervoer

basisscholen speelvoorz. jonge kinderen

Spal./Sveap.

Figuur 2.7 Tevredenheid over voorzieningen per wijk (% ‘(zeer) tevreden’)

95 83 43 64 64 78

57 67 67 48 43 21

Groen: cijfer wijkt 10%-punten of meer in positieve zin af van het gemiddelde Rood: cijfer wijkt 10%-punten of meer in negatieve zin af van het gemiddelde

Over het algemeen is de tevredenheid over de voorzieningen in de wijken ten noorden van de snelweg A20 hoger dan in het zuidelijke deel van de stad. De meningen zijn het meest verdeeld wat betreft basisscholen en speelvoorzieningen voor jonge kinderen. Ook wat betreft parkeergelegenheid zijn er grote verschillen tussen de wijken, al is de tevredenheid daarover in geen enkele wijk hoog te noemen. In Zuid en West zijn de inwoners het minst tevreden over de parkeergelegenheid, maar ook in Centrum

14

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

en Oost is de tevredenheid hierover zeer laag. Deze wijken tellen dan ook veel krap opgezette, meestal oudere buurten met een hoge woningdichtheid en relatief weinig openbare ruimte.

Beweeg- en sportvoorzieningen De openbare weg is met voorsprong de plek waar Schiedammers het meest bewegen of sporten, bijvoorbeeld door te hardlopen of te fietsen: meer dan de helft van de inwoners zegt dit wekelijks te doen. Dan volgt binnensport in een sporthal (bijna een kwart) en daarna buitensport op een sportpark (één op de acht). Figuur 2.8 laat de cijfers zien.

Figuur 2.8 Hoe vaak maakt u gebruik van de volgende beweeg- en sportvoorzieningen?

openbare weg (bijv. hardlopen of fietsen)

15%

53%

binnensport in een sporthal/sportzaal/gymzaal

24%

buitensport op een sportpark

5% 8%

13% 7% 10%

wekelijks

maandelijks

63%

73%

fitnesstoestellen in de openbare ruimte (bijv. 4% 5% 12% Maasboulevard of Beatrixpark)

79%

2% 9%

0%

20%

70%

zwembad Groenoord 5% 4% 18%

zwembad Zuid4%

12%

85%

20%

40%

paar keer per jaar

60%

80%

100%

(bijna) nooit

Voor een deel hangt de mate waarin deze beweeg- en sportvoorzieningen worden gebruikt samen met de nabijheid. Zo wordt zwembad Groenoord het meest gebruikt door de inwoners van Kethel, Groenoord en Woudhoek en zwembad Zuid vooral door de inwoners van Zuid en West. De fitnesstoestellen aan de Maasboulevard worden het meest gebruikt door de inwoners van Zuid en de fitnesstoestellen in het Beatrixpark het meest door de inwoners van Nieuwland en Groenoord. Wat betreft het gebruik van sporthallen en de openbare weg is er weinig verschil tussen de wijken. Verder zijn er verschillen tussen leeftijdscategorieën. Jongeren tot 35 jaar maken het meest gebruik van sporthallen. Het gebruik van dit soort faciliteiten neemt af naar mate de leeftijd toeneemt. Schiedammers van 35 tot en met 49 jaar daarentegen beoefenen relatief vaak buitensport op een sportpark en zwemmen veel. Van de openbare weg maken alle leeftijdscategorieën veel gebruik om te bewegen, al neemt dit wel iets af naar mate men ouder wordt. Op een enkel punt zijn er ook verschillen tussen mannen en vrouwen: mannen maken vaker gebruik van fitnesstoestellen in de openbare ruimte en vrouwen zwemmen relatief vaak. Bij de overige voorzieningen zijn er nauwelijks verschillen wat betreft geslacht. Tot slot zijn er duidelijke verschillen tussen inkomensgroepen.

Hoe hoger het inkomen, des te vaker maakt men gebruik van sporthallen of buitensportvoorzieningen op een sportpark. Fitnesstoestellen in de openbare ruimte worden juist meer gebruikt naar mate het inkomen lager is. Van de openbare

15

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

weg maken alle inkomensgroepen veel gebruik om te bewegen, zij het net iets meer naar mate het inkomen hoger is.

2.3 Sociale kwaliteit De waardering voor de buurt wordt mede bepaald door de mate waarin buurtbewoners elkaar kennen en goed met elkaar omgaan, ofwel de sociale cohesie. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat een sterke sociale cohesie bevorderlijk is voor de leefbaarheid en veiligheid in de buurt, voor de gezondheid en zelfredzaamheid van de buurtbewoners en voor preventie van overlast en opvoedingsproblemen. 6 Als de sociale cohesie hoog is, zijn buurtbewoners meer geneigd elkaar te helpen en problemen in de buurt aan te pakken. In deze monitor wordt de sociale kwaliteit van een buurt uitgedrukt in een rapportcijfer dat is gebaseerd op de oordelen over de volgende stellingen:  De mensen kennen elkaar in deze buurt nauwelijks.  De mensen gaan in deze buurt op een prettige manier met elkaar om.  Ik woon in een gezellige buurt, waar veel saamhorigheid is.  Ik voel mij thuis bij de mensen die in deze buurt wonen.

Rapportcijfer sociale cohesie: 5,8 (2019: 5,9)

Figuur 2.9 Ontwikkeling rapportcijfer sociale cohesie per wijk

Wijk Centrum Oost West Zuid Nieuwland Groenoord Kethel Woudhoek Spaland/Sveaparken Schiedam

2015 5,8 5,3 6,1 6,6 5,5 5,6 7,5 6,3 6,8 6,0

2017 5,7 5,2 5,8 6,9 5,4 5,5 7,0 6,6 7,0 5,9

2019 5,8 5,1 6,1 6,5 5,4 5,5 6,9 6,4 6,6 5,9

2021 5,9 5,0 5,9 6,4 5,4 5,3 6,8 6,4 6,6 5,8

De sociale cohesie in Schiedam is licht gedaald, van een 5,9 naar een 5,8, zoals blijkt uit figuur 2.9. De cijfers per buurt staan in bijlage 2. Ruim twee decennia geleden scoorde Schiedam nog een 6,6, maar sindsdien daalde de sociale cohesie geleidelijk. Deze trend doet zich niet alleen voor in Schiedam, maar in heel Nederland en ook daarbuiten. Wel zijn er regionale verschillen: in sterk stedelijke gebieden, zoals Schiedam, is de sociale samenhang meestal lager dan in landelijke gebieden.

6

Zie bijvoorbeeld: Verweij-Jonker Instituut, De invloed en effecten van sociale samenhang, verslag van een literatuurverkenning, Utrecht, 2008.

16

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

Verder worden de verschillen tussen de wijken al jaren kleiner. Zo waren Kethel en – in een verder verleden – Zuid wijken die er in positieve zin bovenuit staken. Dat is de laatste jaren veel minder het geval. Op buurtniveau zijn de verschillen nog wel groot, zoals blijkt uit figuur 2.10. Figuur 2.10 Top-5 van buurten met hoogste en laagste sociale cohesie (rapportcijfer)*

Hoogste sociale cohesie 1. Vogelbuurt (Kethel) 2. Sveaborg en -Dal (Spal./Sveap.) 3. De Plantage (Centrum) 4. Kethel-Dorp (Kethel) 5. Nassaukwartier (West)

Laagste sociale cohesie 1. Newtonbuurt (Oost) 2. Rotterdamsedijk (Oost) 3. Stationsbuurt (Oost) 4. Wibautbuurt (Nieuwland) 5. Distillateursbuurt (West)

7,4 7,0 7,0 6,9 6,8

4,6 4,6 4,6 5,0 5,0

* Buurten met onvoldoende respondenten zijn buiten beschouwing gelaten

Hoe ouder de buurtbewoners zijn, des te vaker zeggen ze dat ze zich thuis voelen in de buurt en dat de mensen in de buurt elkaar kennen. Waarschijnlijk is de woonduur hier de verklarende factor: meestal wonen ouderen langer in de buurt dan jongeren en het kost nu eenmaal tijd om de buren beter te leren kennen. Als het gaat om het ervaren van goede omgangsvormen, gezelligheid en saamhorigheid zijn er nauwelijks verschillen tussen de leeftijdscategorieën. Hoe hoger het inkomen, des te meer sociale cohesie men ervaart. Ten eerste hebben inwoners met een midden- of hoog inkomen in het algemeen een rijker sociaal leven dan inwoners met een laag inkomen, zoals ook blijkt uit het hoofdstuk ‘Welzijn en samen leven’: ze hebben vaker contact met familie, vrienden en kennissen en zijn vaker actief in club- of verenigingsverband. Ten tweede wonen zij ook vaker in buurten met een aantrekkelijk sociaal klimaat. Schiedammers met een migratieachtergrond zeggen minder vaak dan Schiedammers van Nederlandse herkomst dat de mensen in de buurt op een prettige manier met elkaar omgaan. Ook voelen zij zich minder vaak thuis in de buurt. Verder zijn de omvang en de samenstelling van het huishouden van invloed op de contacten met buren. Over het algemeen ervaren stellen met kinderen de meeste sociale cohesie, daarna stellen zonder kinderen en alleenstaande ouders en daarna alleenwonenden.

Behalve deze persoonskenmerken speelt ook het woningaanbod een rol. De buurten in Oost met de laagste sociale cohesie kennen relatief veel particuliere verhuur (vaak aan tijdelijke arbeidsmigranten) en een hoge verhuismobiliteit. Dat zijn omstandigheden waarin sociale cohesie slecht kan groeien.

Medeverantwoordelijkheid voor de leefbaarheid Tot slot is gevraagd naar de mate waarin Schiedammers zich medeverantwoordelijk voelen voor de leefbaarheid in de buurt en naar de mate waarin de buurt er schoon en opgeruimd uit ziet. De figuren 2.11 en 2.12 op de volgende pagina laten de uitkomsten zien. Woningbezitters voelen zich vaker medeverantwoordelijk voor de leefbaarheid in de buurt dan huurders (76% tegenover 61%). Ook zeggen zij vaker dat hun buurt schoon en opgeruimd is (45% tegenover 36%). Hoe hoger het opleidingsniveau, des te vaker zegt men zich medeverantwoordelijk te voelen. Wat betreft inkomen (dat wordt beïnvloed door opleidingsniveau) is de samenhang met verantwoordelijkheidsgevoelens minder sterk, al zeggen Schiedammers met een laag inkomen wel iets minder vaak dan andere inwoners zich medeverantwoordelijk te voelen voor de leefbaarheid. Ook inwoners jonger dan 35 jaar voelen zich iets minder vaak medeverantwoordelijk dan de overige Schiedammers.

17

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

Figuur 2.11 Ik voel mij mede verantwoordelijk voor de leefbaarheid in de buurt Kethel

83%

12%

5%

Spal./Sveap.

80%

16%

4%

Centrum

79%

17%

3%

West

75%

20%

6%

Woudhoek

73%

23%

4%

Schiedam

69%

23%

8%

Zuid

68%

23%

9%

Nieuwland

63%

27%

10%

Oost

63%

25%

12%

Groenoord

56% 0%

32%

20%

40%

(helemaal) mee eens

12%

60%

neutraal

80%

100%

(helemaal) mee oneens

Figuur 2.12 De buurt ziet er in het algemeen schoon en opgeruimd uit Spal./Sveap.

17%

70%

Kethel

64%

Woudhoek

15%

Centrum

21%

21%

55% 49%

24%

13%

38%

Schiedam

41%

18%

40%

West

40%

20%

40%

Groenoord

34%

Zuid

32%

18%

50%

Nieuwland

30%

17%

53%

Oost

28%

21%

51%

0%

20% (helemaal) mee eens

19%

40% neutraal

18

14%

47%

60%

80%

(helemaal) mee oneens

100%

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

3

Veiligheid en buurtproblemen Het gevoel van veiligheid bepaalt in sterke mate de leefbaarheid van een buurt. Het verbeteren van de veiligheidssituatie is dan ook één van de speerpunten van het college. Enerzijds gaat het hierbij om veiligheid en slachtofferschap van criminaliteit. Onveiligheidsgevoelens worden echter veroorzaakt door meer factoren, waarvan daadwerkelijk slachtofferschap er slechts één is. Verhalen en gebeurtenissen in de omgeving van mensen en berichtgeving in de media blijken eveneens in belangrijke mate de veiligheidsbeleving te beïnvloeden. Daarnaast zijn allerlei buurtproblemen en overlastsituaties eveneens van invloed op de leefbaarheid van buurten en wijken. Dit hoofdstuk geeft inzicht in de mate van (on)veiligheidsgevoelens, maar ook of er volgens inwoners sprake is van problemen op het gebied van leefbaarheid en overlast in hun buurt.

3.1 (On)veiligheidsgevoelens Over de gehele periode bezien vertoont het aandeel van de bevolking dat zich in het algemeen wel eens onveilig voelt, een stijgende lijn. In 2021 lag dit aandeel op 54%. Als het gaat om de eigen woonbuurt dan zijn de percentages weliswaar lager maar ook hier is een ongunstige ontwikkeling zichtbaar, met name in vergelijking met de metingen voor 2019. Voor die tijd bedroeg het verschil tussen beide onveiligheidsgevoelens altijd zo’n 13 procentpunten en is nu 8,5. Het aandeel onveiligheidsgevoelens in de eigen buurt van 45% in 2021, is het hoogste aandeel dat tot nu toe is gemeten. Figuur 3.1 Ontwikkeling onveiligheidsgevoelens (% dat zich soms/vaak onveilig voelt) 70 60 50 40 30 20 10

In het algemeen

2021

2020

2019

2018

2017

2016

2015

2014

2013

2012

2011

2010

2009

2008

2007

2006

2005

2004

2003

2002

2001

2000

1999

1998

0

In de eigen woonbuurt

Naast de constatering dat de onveiligheidsgevoelens zich niet gunstig ontwikkelen, zijn deze ten opzichte van andere gemeenten bovendien zeer hoog; Schiedam is één van de meest als onveilig ervaren steden in Nederland. Dit blijkt overigens ook uit de landelijke Veiligheidsmonitor. Uiteraard speelt hierbij mee dat Schiedam deel uit maakt van een dichtbevolkte regio met veel onderlinge interactie van mensen en verkeer. Dat betekent dat niet alleen voorvallen en gebeurtenissen die in Schiedam plaatsvinden van invloed zijn op de veiligheidsbeleving van Schiedammers, maar ook wat er zich in de dichtbij gelegen buurgemeenten voordoet.

19

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

Extern onderzoek Op basis van voorliggende onderzoeksrapportage is het moeilijk om te verklaren waar deze ongunstige ontwikkeling door wordt veroorzaakt. De misdrijfgegevens afkomstig van de politie laten in ieder geval een tegengestelde (lees: gunstige) ontwikkeling zien. Zo is in 2021 vergeleken met het jaar daarvoor bijvoorbeeld sprake van 58% minder woninginbraken en 68% minder straatroven. Om die reden heeft de gemeente Schiedam in 2021 door Schram, Eysink Smeets en Hendrikse onderzoek laten verrichten naar de veiligheidsbeleving in 5 buurten van Schiedam7. Uit dit onderzoek ‘Veiligheidsbeleving in Schiedam’ (2021), dat op 14 april 2021 aan de gemeenteraad is aangeboden, blijkt dat het slechte veiligheidsgevoel het resultaat is van een complex samenspel van factoren (zie kader). Bovendien is een ‘quick fix’ niet mogelijk, maar kan alleen een intensieve, fundamentele aanpak resultaat bieden.

Terug naar de uitkomsten van het onderzoek in het kader van de monitor leefbaarheid en veiligheid kan gesteld worden dat meerdere wijken in Schiedam risicoindicatoren vertonen die Schram, Eysink Smeets en Hendrikse onderscheiden:  de hoge onveiligheidsgevoelens in vergelijking met andere gemeenten;  de plotselinge verslechtering van het veiligheidsgevoel;  het hoge aandeel inwoners dat zich vaak onveilig voelt;  het feit dat een aanzienlijk deel van de inwoners zich in de eigen buurt onveiliger voelt dan in het algemeen en;  de tegenstrijdige ontwikkeling van de subjectieve en objectieve veiligheid: de politiecijfers tonen verbetering, terwijl het veiligheidsgevoel verslechtert.

Oorzaken (on)veiligheidsbeleving Onveiligheidsgevoel wordt door onderstaande factoren en ontwikkelingen in de hand gewerkt of versterkt: - Criminele omgeving: o minder gunstige ontwikkeling geregistreerde criminaliteit dan in Schiedam als geheel. o hangjongeren, ‘signal people’, (tekenen van) drugscriminaliteit - Sociale omgeving: o heterogene, veranderende bevolkingssamenstelling o instroom van Oost-Europese arbeidsmigranten en ‘kwetsbare’ groepen o lage sociale cohesie - Fysieke omgeving: o verloedering: vervuiling, als slecht ervaren onderhoud buiten- en binnenruimten o ‘signal places’ zoals metrostation Parkweg, Stationsplein - Institutionele omgeving: o Afstand tot overheid groot o Inzet politie gewaardeerd, effectiviteit niet o Lage meldingsbereidheid, laag ervaren responsiviteit van instanties - (Social) media: o berichten over incidenten zetten reputatie van locaties, buurten en Schiedam als geheel onder druk

Eysink Smeets, M., & Meijer, S. (2013). CCV-webdossier Veiligheidsbeleving. https://hetccv.nl/onderwerpen/veiligheid 1 7

Onderzoeksgroep Recht & Veiligheid - Lectoraat Publiek Vertrouwen in Veiligheid, Krista Schram, Marnix Eysink Smeets & Tineke Hendrikse (2021)

20

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

Figuur 3.2 toont de onveiligheidsgevoelens op wijkniveau. De algemene onveiligheidsgevoelens liggen relatief dicht bij elkaar liggen, ongeacht in welke wijk de respondenten wonen. De verschillen zijn wel behoorlijk groot als het gaat om de onveiligheidsgevoelens die inwoners in de eigen woonbuurt ervaren. De noordelijk gelegen wijken in Schiedam (Kethel, Woudhoek en Spaland/Sveaparken) scoren aanzienlijk beter dan Groenoord, Nieuwland, Oost, Centrum en West. Figuur 3.2 Onveiligheidsgevoelens op wijkniveau (in%)

56 58 55 56 53 55 52 57

Groenoord Nieuwland Oost Centrum 47

West

52 42

Zuid

54 32

Woudhoek

52 28

Kethel

56 21

Spal./Sveap.

44 0

20 in de eigen woonbuurt

40 60 in het algemeen

80

Waren er op basis van eerdere uitkomsten drie wijken (Groenoord, Nieuwland en Oost) aan te merken met een problematische veiligheidsbeleving, de huidige meting laat zien dat dit ook voor Centrum en West geldt. Het is bovendien niet uitgesloten dat in de bewuste wijken veel inwoners in hun woonomgeving wel (aanwijzingen voor) criminaliteit zien, maar uit angst voor de daders geen aangifte doen of melding maken. In dit verband spreekt Eysink Smeets van ‘zwijgwijken’.8 Ook wanneer we de onveiligheidsgevoelens op buurtniveau bekijken, vallen deze vijf wijken in negatieve zin op (figuur 3.3). Figuur 3.3 Onveiligheidsgevoelens in de eigen woonbuurt

Rang 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

8

Buurt Stationsbuurt Rotterdamsedijk Binnenstad Nolensbuurt Spieringshoek Staatsliedenbuurt Groenoord-Noord Newtonbuurt Distillateursbuurt Haverschmidtkwartier

Wijk Oost Oost Centrum Nieuwland Nieuwland Nieuwland Groenoord Oost West West

% 68% 66% 65% 64% 62% 61% 61% 59% 56% 55%

Bron: Marnix Eysink Smeets, lector Publiek vertrouwen in veiligheid van Hogeschool Inholland, Veiligheidsbeleving in Schiedam: hoe staat het ermee, noodzaak om wat te doen, wat kán je doen?, raadsbijeenkomst over veiligheid(sbeleving), Schiedam, 19 november 2019.

21

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

De respondenten is eveneens gevraagd een algemeen rapportcijfer te geven voor de veiligheid in de eigen woonbuurt. Het gemiddelde rapportcijfer hiervoor komt uit op een 6,3. Figuur 3.4 Gemiddeld rapportcijfer veiligheid in de eigen woonbuurt, naar wijk

Wijk Centrum Oost West Zuid Nieuwland Groenoord Kethel Woudhoek Spaland/Sveaparken Schiedam

2019 6,5 5,8 6,5 6,5 5,9 6,4 7,1 7,3 7,3 6,5

2021 6,2 5,8 6,3 6,6 5,9 6,1 7,0 7,0 7,4 6,3

Het is niet opmerkelijk dat ook hier de eerder genoemde wijken de veiligheid in de eigen woonbuurt het laagst beoordelen en de inwoners van Schiedam-Noord de hoogste rapportcijfers geven. Ten opzichte van de vorige meting is te zien dat de wijken Centrum, West en Groenoord fors lagere rapportcijfers voor veiligheid in de eigen woonbuurt ontvangen. Dit bevestigt het beeld uit de eerdere figuren van dit hoofdstuk. Inwoners van Woudhoek zijn overigens in deze meting eveneens kritischer op de mate van veiligheid in de eigen woonbuurt.

3.2 Onveilige plekken In het onderzoek kregen de respondenten de vraag voorgelegd of er een bepaalde plek in Schiedam is waar men liever niet komt omdat men zich er onveilig voelt. Van de ondervraagden antwoordde 30% bevestigend en noemde vervolgens één en soms meerdere locaties. In totaal leverde dat 1.323 locaties op. In figuur 3.5 zijn de plekken weergegeven, die het vaakst zijn genoemd. Figuur 3.5 Top 15 van door inwoners genoemde onveilige plekken in Schiedam

Rang

Locatie

Aantal keer genoemd

1

Wijk Nieuwland (in het algemeen)

190

2

Parkweg + metrostation

181

3

Station Schiedam Centrum + achterzijde station en stationsplein

165

4

Wijk Oost (in het algemeen)

151

5

Beatrixpark + parkeerplaats tussen Excelsior’20 en PPSC

76

6

Binnenstad

66

7

Maasboulevard

36

8

Wijk Groenoord (in het algemeen)

33

9

Mgr. Nolenslaan

32

10

Wijk Zuid (in het algemeen)

26

11

PJ Troelstralaan + metrostation

23

12

(metro)stations (in het algemeen)

16

13

Broersveld ter hoogte van Dirk van den Broek

13

14

Van ‘t Hoffplein

11

Hof van Spaland (na sluitingstijd) + parkeerplaats

11

Wijk West (in het algemeen)

11

22

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

Onveilige plekken volgens de Schiedammers De bovenste 10 van deze lijst met onveilige plekken is niet nieuw. Deze locaties werden bij de vorige meting eveneens vaak genoemd. Opvallend is wel dat ruim 800 van alle genoemde locaties zich in de wijken Nieuwland of Oost bevinden, dit komt overeen met 62% van het totaal. Specifieke locaties in deze wijken hebben niet allemaal de top 15 behaald, maar het geeft wel aan dat deze wijken in hun algemeenheid onder Schiedammers geen goed imago hebben. Metrostation Parkweg Daarnaast vallen de (metro)stations en hun directe omgeving negatief op. Zo staat het metrostation Parkweg al jarenlang hoog op de lijst van onveilige plekken. De respondenten voelen zich vooral ’s avonds onveilig rond het metrostation. Bovendien heeft het rondhangen van diverse personen op de Parkweg en Dr. Willem Dreesplein tot gevolg dat men zich onveilig voelt. Station Schiedam Centrum Het gebied rond station Schiedam Centrum wordt wederom vaak genoemd als onveilige plek. Op het station zelf, op de perrons, bij de fietsenstalling en in de stationshal voelen mensen zich voornamelijk ’s avonds onveilig. Ook bij de achterzijde van het station geven respondenten aan zich niet prettig te voelen. De weinige sociale controle in de avonduren in dit gebied is hier debet aan.

Het geldt overigens voor de meeste plekken genoemd in dit onderzoek dat deze vooral ’s avonds als het donker en verlaten is als onveilig worden ervaren. Dit geven Schiedammers ook aan voor de Binnenstad, Hoogstraat en Hof van Spaland na sluitingstijd van de daar aanwezige winkels. Deze locaties hebben overigens net niet allemaal de top 15 behaald. Prinses Beatrixpark Het Prinses Beatrixpark staat eveneens al jaren op deze lijst. De weinige bebouwing en daarmee samenhangende geringe mate van sociale controle zorgen ervoor dat vele respondenten dit ’s avonds als een onveilige plek aanmerken. Het gaat dan vooral om de fietsroutes die door dit grote gebied lopen, zoals de Parkweg die het noordelijk en zuidelijk stadsdeel met elkaar verbindt, maar ook het Hazepad dat parallel aan de rijksweg A20 loopt. Maasboulevard en Van ‘t Hoffplein Aan de Maasboulevard en Van ‘t Hoffplein klagen omwonenden vooral over drugsoverlast/-dealen en het rondhangen van allerlei personen. Een andere locatie betreft de Broersveld ter hoogte van supermarkt Dirk van den Broek. Respondenten noemen deze locatie voor het eerst en ervaren vooral het bivakkeren van drank gebruikende personen als hinderlijk. Vooruitgang Aan de andere kant zijn er locaties die nu aanzienlijk minder vaak genoemd zijn dan voorheen. Dit gaat op voor het parkeerterrein bij het wellnesscluster (o.a.

zwembad Groenoord en Thermen Holiday), het bedrijventerrein ’s-Gravelandse Polder en de tunnelonderdoorgangen nabij de bioscoop en station Schiedam-Centrum. Deze locaties worden nog steeds genoemd, maar staan nu veel lager op de lijst met onveilige plekken in Schiedam.

23

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

3.3 Buurtproblematiek Aan de respondenten zijn 23 problemen voorgelegd met de vraag of deze vaak, soms of (bijna) nooit in hun buurt voorkomen. De uitkomsten van deze vraag zijn omgezet in een indicatorscore ‘buurtproblemen’. Dit houdt in dat op een schaal van 0 tot en met 100 de frequentie wordt weergegeven. Een waarde 0 betekent dat een probleem nooit voorkomt, terwijl de waarde 100 weergeeft dat een probleem zich zeer vaak voordoet. Het gaat hier om een inschatting van de respondenten die niet gebaseerd hoeft te zijn op eigen ervaringen. Er wordt dus vooral een beeld gemeten van vervelende voorvallen in de eigen woonbuurt. Figuur 3.6 Rangorde buurtproblemen met bijbehorende scores (0=nooit, 100=vaak)

Rang 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23

Buurtprobleem rommel op straat vuilnis naast de container/verkeerd aanbieden van huisvuil parkeeroverlast hondenpoep op straat te hard rijden gaten of verzakkingen in de bestrating overlast van groepen jongeren geluidsoverlast door omwonenden agressief verkeersgedrag geluidsoverlast door autoverkeer vernieling van straatmeubilair lawaai op straat geluidsoverlast door vliegtuigverkeer dronken mensen op straat drugsoverlast andere vormen van geluidsoverlast overlast door vervuiling en/of stank in een woning/tuin 9 bekladding van muren en/of gebouwen (bijv. graffiti) overige overlast door omwonenden10 overlast door overbewoning of kamerverhuur8 industrielawaai overlast door verwarde personen8 overlast door dak- of thuislozen

2019 64 56 50 55 60 45 34 40 44 36 35 38 34 29 26 27 22 31 15 9

2021 65 64 58 56 56 43 39 39 38 35 35 35 26 25 25 25 22 21 17 16 14 10 7

De gemiddelde score voor de buurtproblemen die ook in de vorige meting zijn bevraagd, is ongeveer gelijk gebleven. Het zijn ook dezelfde buurtproblemen die in de top-5 staan, echter de volgorde is gewijzigd. Vooral vuilnisproblematiek en parkeeroverlast zijn volgens de bewoners in Schiedam fors toegenomen. Over een langere periode is ook rommel op straat toegenomen en staat nu voor de tweede meting op rij bovenaan de lijst met buurtproblemen. In figuur 3.6 is tevens te zien dat te hard rijden, agressief verkeersgedrag, geluidsoverlast door vliegtuigverkeer en dronken mensen op straat volgens de respondenten minder vaak zijn voorgekomen dan in 2019. Dit kan een gevolg zijn van de afgelopen coronaperiode, waarin de horeca voor langere periode was gesloten en er minder sprake was van auto- en vliegverkeer.

9

Overlast door vervuiling en/of stank in een woning/tuin, overlast door overbewoning of kamerverhuur en overlast door verwarde personen zijn in 2021 voor het eerst in de vragenlijst van de monitor leefbaarheid en veiligheid opgenomen. Door het toevoegen van enkele overlastsituaties aan de vragenlijst is deze overige categorie minder vaak van toepassing gebleken. Hierdoor is de score lager dan bij eerdere edities van de monitor Leefbaarheid en Veiligheid.

10

24

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

Op wijkniveau lopen de indicatorscores sterk uiteen. In de noordelijk gelegen wijken van Schiedam, zoals Kethel, Woudhoek en Spaland/Sveaparken komen buurtproblemen minder vaak voor dan in andere delen van de stad. Figuur 3.7 Indicatorscore ‘buurtproblemen’ naar wijk (0=nooit, 100=vaak)

Wijk Centrum Oost West Zuid Nieuwland Groenoord Kethel Woudhoek Spaland/Sveaparken Schiedam

2021 39 37 34 37 35 35 25 28 26 33

In de diverse wijken worden verschillende buurtproblemen als meest voorkomend beschouwd. Wel komen bepaalde buurtproblemen in veel wijken voor zoals rommel op straat, hondenpoep, vuilnis naast de container/verkeerd aanbieden van huisvuil, parkeeroverlast en te hard rijden, oftewel de eerder genoemde top-5. Figuur 3.8 Top 5 hoogste buurtprobleemscores per wijk (0=nooit, 100=vaak) Centrum

Oost

1. vuilnis naast de container/ verkeerd aanbieden huisvuil

67

1. rommel op straat

73

2. rommel op straat

66

2. vuilnis naast de container/ verkeerd aanbieden huisvuil

73

3. hondenpoep op straat

62

3. parkeeroverlast

60

4. te hard rijden

61

4. hondenpoep op straat

59

5. parkeeroverlast

59

5. te hard rijden

57

West

Zuid

1. parkeeroverlast

70

1. parkeeroverlast

78

2. rommel op straat

68

2. hondenpoep op straat

73

3. vuilnis naast de container/ verkeerd aanbieden huisvuil

64

3. vuilnis naast de container/ verkeerd aanbieden huisvuil

73

4. hondenpoep op straat

58

4. rommel op straat

72

5. te hard rijden

56

5. te hard rijden

66

Nieuwland

Groenoord

1. rommel op straat

75

1. vuilnis naast de container/ verkeerd aanbieden huisvuil

74

2. vuilnis naast de container/ verkeerd aanbieden huisvuil

71

2. rommel op straat

71

3. te hard rijden

53

3. te hard rijden

53

4. hondenpoep op straat

52

4. hondenpoep op straat

51

50

5. gaten of verzakkingen in de bestrating

47

5. parkeeroverlast

25

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

Vervolg figuur 3.8 Top 5 hoogste buurtprobleemscores per wijk (0=nooit, 100=vaak) Kethel

Woudhoek

1. geluidsoverlast door vliegtuigverkeer

67

1. parkeeroverlast

57

2. te hard rijden

54

2. hondenpoep op straat

54

3. rommel op straat

46

3. te hard rijden

53

4. hondenpoep op straat

46

4. gaten of verzakkingen in de bestrating

53

5. parkeeroverlast

44

5. rommel op straat

51

Spaland/Sveaparken 1. geluidsoverlast door vliegtuigverkeer

57

2. gaten of verzakkingen in de bestrating

56

3. parkeeroverlast

54

4. te hard rijden

51

5. hondenpoep op straat

50

In veel wijken zijn rommel op straat, vuilnis naast de container/verkeerd aanbieden van huisvuil en parkeeroverlast volgens de bewoners vaker voorgekomen dan in 2019. De vuilnisproblematiek in Centrum, Zuid, Nieuwland en Groenoord is volgens de respondenten in twee jaar tijd flink toegenomen. In West, Zuid en Woudhoek is parkeeroverlast het buurtprobleem dat in de ogen van de bewoners het meest voorkomt. In de in Schiedam-Noord gelegen wijken Kethel en Spaland/Sveaparken valt op dat geluidsoverlast door vliegtuigverkeer op plek nummer 1 staat met de hoogste buurtprobleemscore. Door minder vluchten in de afgelopen coronaperiode is de indicatorscore wel gedaald, maar nog steeds hoger dan andere problemen in deze wijken. In deze noordelijk gelegen wijken van Schiedam komen gaten en verzakkingen in de bestrating volgens de inwoners eveneens vaker voor dan gemiddeld. In het zuidelijk stadsdeel is er meer sprake van rommel op straat en vuilnisproblematiek. Inwoners is tevens gevraagd wat volgens hen het belangrijkste probleem in de buurt is, waarvan men vindt dat het met voorrang moet worden aangepakt. Een groot deel van de respondenten (88%) heeft vervolgens een probleem aangegeven. 6% is van mening dat geen enkel genoemd probleem met voorrang moet worden aangepakt. Een zelfde percentage kan zich hierover geen mening vormen.

Het overzicht in figuur 3.9 toont de prioriteiten per wijk die op basis van deze vraag zijn opgesteld.

Net als bij de metingen in 2017 en 2019 is parkeeroverlast prioriteit nummer één in Schiedam. Bovendien is het aandeel inwoners dat deze mening is toegedaan, gestegen van 16% naar 22%. In veel wijken is de prioriteit voor parkeeroverlast gestegen. In de wijken West, Zuid en Woudhoek is deze het hoogst.

26

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

Figuur 3.9 Aan welk buurtprobleem moet de meeste prioriteit worden gegeven? Wijk

1e

2e

3e

Centrum

huisvuilproblematiek (16%)

parkeeroverlast (16%)

te hard rijden (14%)

Oost

huisvuilproblematiek (22%)

parkeeroverlast (20%)

rommel op straat (13%)

West

parkeeroverlast (35%)

huisvuilproblematiek (11%)

rommel op straat (9%)

Zuid

parkeeroverlast (38%)

huisvuilproblematiek (16%)

rommel op straat (10%)

Nieuwland

huisvuilproblematiek (22%)

rommel op straat (18%)

parkeeroverlast (16%)

Groenoord

huisvuilproblematiek (18%)

parkeeroverlast (15%)

rommel op straat (11%)

Kethel

te hard rijden (21%)

geluidsoverlast door vliegtuigverkeer (18%)

parkeeroverlast (16%)

Woudhoek

parkeeroverlast (25%)

bestrating/verzakkingen (16%)

huisvuilproblematiek (12%)

Spaland/Sveaparken

bestrating/verzakkingen (18%)

parkeeroverlast (18%)

geluidsoverlast vliegtuigverkeer (16%)

Schiedam

parkeeroverlast (22%)

huisvuilproblematiek (16%)

rommel op straat (10%)

Vuilnisproblematiek in de vorm van verkeerd aanbieden van huisvuil en vuilnis naast de container plaatsen staat wederom op nummer 2 op de prioriteitenlijst. Dit probleem wordt het meest ervaren in de wijken in het zuidelijk stadsdeel. Dit geldt overigens ook voor rommel op straat dat volgens de inwoners eveneens in veel wijken met voorrang dient te worden aangepakt. In de noordelijk gelegen wijken van Schiedam geven de inwoners ook prioriteit aan het probleem van gaten en verzakkingen in de bestrating en geluidsoverlast door vliegtuigverkeer. In Kethel staat te hard rijden opvallend hoog.

Verloedering De frequentie waarmee volgens inwoners bepaalde voorvallen of vervelende situaties in de buurt voorkomen, bepaalt mede de beleving van de fysieke kwaliteit van een buurt. Om dit te meten is een rapportcijfer berekend voor de mate van verloedering in een buurt. Het rapportcijfer voor verloedering is opgebouwd uit de frequenties waarmee de volgende voorvallen of situaties voorkomen:  bekladding van muren en/of gebouwen;  rommel op straat;  hondenpoep op straat;  vernieling van straatmeubilair.

Rapportcijfer verloedering: 6,0 (2019: 6,1)

Schiedam behaalt in de huidige meting met een 6,0 een krappe voldoende. Kijkend naar de periode vanaf het jaar 2002 kan gesteld worden dat de mate van verloedering zich gunstig heeft ontwikkeld.

27

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

Toch doet Schiedam het in dit opzicht niet heel goed. Uit landelijk onderzoek is bekend dat Schiedam onder het landelijk gemiddelde scoort. Figuur 3.10 Ontwikkeling rapportcijfer verloedering 6.6 6.4 6.2 6.0 5.8 5.6 5.4 5.2 5.0 4.8

2021

2020

2019

2018

2017

2016

2015

2014

2013

2012

2011

2010

2009

2008

2007

2006

2005

2004

2003

2002

4.6

De aspecten rommel op straat en hondenpoep zijn al jaren een doorn in het oog van menig Schiedammer. De rapportcijfers voor deze hinderlijke aspecten (respectievelijk 4,1 en 5,0) beïnvloeden de mate van verloedering zeer ongunstig. Bovendien neemt de rommel op straat naar de mening van inwoners de laatste jaren toe. Vernieling van straatmeubilair en bekladding van muren en/of gebouwen komen veel minder vaak voor (rapportcijfers respectievelijk 6,9 en 8,1). Figuur 3.11 Rapportcijfer verloedering naar wijk

Wijk Centrum Oost West Zuid Nieuwland Groenoord Kethel Woudhoek Spaland/Sveaparken Schiedam

2019 6,1 5,6 6,2 5,5 5,7 5,8 7,2 6,8 6,8 6,1

2021 5,7 5,7 6,0 5,5 5,8 5,8 7,3 6,6 6,8 6,0

Centrum valt het meest in negatieve zin op. De daling in het rapportcijfer wordt veroorzaakt door dat alle vier de onderliggende buurtproblemen volgens de inwoners van het Centrum vaker zijn voorgekomen dan in 2019. Wijk Zuid scoort het laagst (5,5). De aspecten rommel op straat en hondenpoep zorgen met rapportcijfers van respectievelijk 3,5 en 3,4 voor deze lage score. Wijk Oost doet het wederom iets beter dan bij de vorige meting. Rommel op straat, bekladding en vernieling komen in de beleving van bewoners minder vaak voor dan twee jaar geleden. In Kethel is over langere

28

Monitor leefbaarheid en veiligheid 2022 – Gemeente Schiedam

tijd een gunstige ontwikkeling te zien. Dit is volgens de inwoners vooral het gevolg van minder vernieling van straatmeubilair (rapportcijfer Kethel voor vernieling: 7,0 in 2017 en 8,3 in 2021).

Woonoverlast Om de effecten van de bestrijding van woonoverlast in Schiedam te kunnen monitoren, is bij de vorige meting een rapportcijfer berekend gebaseerd op enkele buurtproblemen. In 2021 is besloten om enkele buurtproblemen aan de vragenlijst toe te voegen om een beter beeld te verkrijgen van het onderwerp woonoverlast. Door deze wijziging is een trendbreuk met eerdere metingen ontstaan11. Woonoverlast wordt in de huidige meting gemonitord aan de hand van de volgende buurtproblemen:  geluidsoverlast door omwonenden (bijv. muziek, leefgeluiden, etc.);  andere vormen van geluidsoverlast;  overlast door vervuiling en/of stank in een woning/tuin;  overlast door overbewoning of kamerverhuur;  overige overlast door omwonenden (bijv. burenruzie, intimidatie, bedreiging, etc.);  overlast door verwarde personen. In onderstaande figuur is te zien dat Schiedammers relatief vaak geluidsoverlast door omwonenden ervaren. Maar liefst 57% van de inwoners geeft aan hiervan soms tot vaak last te hebben. Andere vormen van geluidsoverlast en overlast door vervuiling of stank in een woning/tuin wordt door ongeveer een derde van de respondenten ervaren. Figuur 3.12 Aandeel Schiedammers dat soms tot vaak last heeft van woonoverlast naar deelaspecten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12844731/1