Bijlage Kadernota financieel beleid 2024 16-8-2023
Tekst van het document
7.2 Visie op de schuldenpositie en financiering Het gaat bij de schuldenpositie eigenlijk om de vraag of voor investeringen leningen aangetrokken mogen worden en hoe hoog dan die leningen in totaal mogen zijn. Verwezen wordt naar de paragraaf Risico’s en weerstandsvermogen. Voor wat betreft het feitelijk uitoefenen van de financieringsfunctie (treasury) gelden diverse regels. Daarbij ondermeer de regels van het verplichte ‘schatkistbankieren’ als de gemeente (tijdelijk) overtollige kasmiddelen heeft. Voor decentrale overheden is het daardoor vanaf 2013 nauwelijks meer interessant om zo hoog mogelijk rendement te zoeken voor overtollige kasmiddelen. Deze
24
Kadernota financieel beleid 2024
dienen behoudens een beperkte drempel voor dagelijkse kasbeheer (voor Schiedam ca. € 2 mln.) bij het Rijk aangehouden te worden middels een rekening-courant met de schatkist. Deelname van de decentrale overheden aan het schatkistbankieren draagt bij aan een lagere nationale EMU-schuld van de gehele collectieve sector (Rijk en decentrale overheden gezamenlijk). Iedere euro die decentrale overheden aanhouden in de schatkist, vermindert de externe financieringsbehoefte van het Rijk. Dat het Rijk minder hoeft te financieren op de markt vertaalt zich direct in een lagere staatsschuld. Een ander belangrijk gevolg van deelname aan schatkistbankieren is een verdere vermindering van de beleggingsrisico’s waaraan decentrale overheden worden blootgesteld. Verder is bij financiering van belang om niet in een situatie van ‘overfinanciering’ te geraken. Te vroeg of te hoge leningen aantrekken kan leiden tot overtollige kasmiddelen die via schatkistbankieren bij het Rijk gestald moeten worden tegen zeer laag of geen rendement. Overigens kunnen decentrale overheden nog steeds vanuit hun publieke taak leningen verstrekken aan derden of eigen vermogen verstrekken aan verbonden partijen. Ook is het voor decentrale overheden mogelijk om onderling leningen te verstrekken mits er geen toezichtrelatie bestaat.
Zorgvuldig uitzetten van overtollige kasmiddelen is door het schatkistbankieren geen issue meer. Voor het aantrekken van financiering worden door de gemeente overeenkomstig het Treasurystatuut 2022 met enkele banken en intermediairs relaties onderhouden. Leningen brengen rentekosten met zich mee. Deze externe kosten worden samen met de kosten van ‘bespaarde rente’ over eigen financieringsmiddelen in de ‘omslagrente’ toegerekend aan investeringen en producten. De omslagrente beweegt langzaam mee met de marktrente omdat leningen gespreid in de tijd worden aangetrokken en lange looptijden kennen. Gestreefd wordt naar spreiding i.v.m. schommelingen van de marktrente. In de Paragraaf Financiering van de begroting wordt de werking daarvan toegelicht. Bij de Zomernota wordt jaarlijks de hoogte van de omslagrente bepaald. Hoe is het nu geregeld?
Gemeentewet: geen specifieke voorschriften. Wet (en uitvoeringsregeling) Financiering Decentrale Overheden (Fido) (o.a. schatkistbankieren, kasgeldlimiet en renterisiconorm). Besluit Leningvoorwaarden Decentrale Overheden. Regeling Uitzettingen en Derivaten Decentrale Overheden (Ruddo; nadere regels voor de uitvoering van alle activiteiten op het gebied van de Treasuryfunctie). BBV: paragraaf financiering is voor de (meerjaren)begroting en jaarrekening voorgeschreven en gaat in op de beleidsvoornemens van de treasuryfunctie en de verantwoording daarover. Verder is er een Notitie meerjarig financieel inzicht voor de raad. Financiële verordening 2023: Diverse voorschriften voor het uitoefenen van de financieringsfunctie (o.a. een Treasurystatuut) en de in de paragraaf financiering op te nemen gegevens. In de zomernota en de begroting moet inzicht gegeven worden in de financiële positie en dit betreft in ieder geval de schuldpositie (netto schuldquote) en de solvabiliteitsratio op basis van een meerjarige balansprognose. Bij de vaststelling van de zomernota worden de omvang van de voorgenomen investeringen en de financieringsbehoefte bepaald. Verder wordt bepaald dat in raadsvoorstellen voor investeringen groter dan € 3 miljoen het effect op de solvabiliteitsratio en de nettoschuldquote aangegeven moet worden.
Ook dat in de Financiering de liquiditeitenplanning, de financieringsbehoefte en de rentevisie voor het komende jaar opgenomen moet worden. Paragraaf Financiering in de begroting. Deze paragraaf bevat de inrichting van de financieringsfunctie (het stelsel van leningen, beleggingen en garanties) van de gemeente. Tevens worden in deze paragraaf de risico’s rond het liquiditeitsbeheer (beheer van het geld op de bankrekeningen) genoemd. Risico’s op het gebied van budgetbeheersing zijn opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Tenslotte wordt
25
Kadernota financieel beleid 2024
inzichtelijk gemaakt wat de verwachte rentelasten zijn en hoe deze aan de taakvelden worden toegerekend zoals in het BBV is aangegeven. Hoe wordt nu omgegaan met schuldenpositie en financiering? Er wordt binnen de hiervoor genoemde bepalingen gewerkt. Voorstel kaders: geen aanvullende kaders.
7.3 Anticipatie op toekomstige inkomsten Het kan dan gaan om toekomstige baten uit bijvoorbeeld boekwinst bij verkoop van ‘tafelzilver’ (stille reserves), eenmalige (grote) bouwleges, winsten uit grondexploitaties. Hoe is het nu geregeld?
Gemeentewet: geen specifieke voorschriften. BBV: de begroting en jaarstukken moeten een toelichting bevatten op o.a. incidentele baten. Met betrekking tot grondexploitaties geldt dat tussentijdse winstneming verplicht is (Notitie Grondbeleid in begroting en jaarstukken 2019). Dit betreft dan winstneming over gerealiseerde inkomsten, naar rato van de totale toekomstige te behalen winst en onder aftrek van risico’s. In Schiedam wordt tussentijdse winstneming jaarlijks gestort in de egalisatiereserve grondbedrijf ter dekking van verliezen op andere grondexploitaties of dotatie aan de voorziening dekking tekorten/verliezen bouwgrondexploitaties. Financiële verordening: in de begroting en de jaarstukken in het overzicht van incidentele baten en lasten worden per programma als belangrijke afzonderlijk te specificeren posten in ieder geval toegelicht de incidentele baten en lasten van € 250.000 of groter. Overige posten worden als een totaalbedrag opgenomen of incidenteel toegelicht wanneer daarvoor een bijzonder openbaar belang is.
Hoe wordt er nu omgegaan met toekomstige baten/inkomsten (anders dan tussentijdse winstnemingen bij grondexploitaties)? De huidige (zekere) inkomsten vallen binnen de begroting (of meerjarenraming) en/of worden bij de jaarrekening verantwoord. Toekomstige (onzekere) inkomsten die verder reiken dan drie jaar na het begrotingsjaar kunnen en worden niet begroot. Omdat er bij plannen veelal sprake is van een periode van 5 jaar, kan voor anticipatie deze termijn worden aangehouden. Voor andere vormen of termijnen van anticipatie zal altijd expliciete raadsbehandeling plaats vinden.
Voorstel kaders: Niet anticiperen op onzekere toekomstige inkomsten maar ook niet op zekere inkomsten die verder reiken dan 4 jaar na het begrotingsjaar.
26