Bijlage Kaderbrief 2026 Stroomopwaarts
Tekst van het document
18
Kaderbrief 2026, v19032025
Reservepositie In begroting en jaarstukken worden de risico’s toegelicht en worden beheersmaatregelen benoemd, waarmee de risico’s worden beperkt. De beheersmaatregelen maken deel uit van het interne sturingsproces. Stroomopwaarts streeft naar een weerstandsvermogen (Algemene Reserve), dat gebaseerd is op de gekwantificeerde risico’s in de paragraaf weerstandsvermogen. Op basis van de concept jaarstukken over 2024 zoals deze voorgelegd worden aan de accountant worden de betreffende risico’s geïnventariseerd. In de ontwerpbegroting 2026 wordt dus in principe dezelfde gegevens gehanteerd als in de jaarstukken over 2024. Bij de bepaling van het weerstandsvermogen wordt een verhoudingsgetal gehanteerd worden, zoals dat gebruikt wordt door de NVVR (Nederlandse vereniging voor Rekenkamers en Rekenkamercommissies). De NVVR geeft aan dat normaliter gestreefd zou moeten worden naar een ratio weerstandsvermogen van minimaal 1,0 en maximaal 1,4 (omvang algemene reserve gedeeld door gekwantificeerde omvang risico’s). Dit kwalificeert als “voldoende”. De omvang van de gekwantificeerde risico’s voor Stroomopwaarts in de jaarstukken 2024 bedraagt circa € 3,1 mln. Op basis hiervan dient de Algemene Reserve tussen € 3,1 mln en € 4,3 mln te bedragen.
Met het opnemen van de bestemmingsreserve ombuigingen van € 1,6 mln in de begrotingswijziging wordt het risicoprofiel verlaagd en voldoet Stroomopwaarts weer aan de financiële verordening. Maatwerk Maatwerkafspraken per gemeenten, zoals uitvoering begeleidingen gevolgen kinderopvangtoeslagaffaire worden in een begrotingswijziging toegevoegd als er meer duidelijk is voor 2026. Alleen de meerjarige afspraken met gemeenten worden opgenomen in de begroting 2026. Verdeelsleutel De verdeelsleutel voor de dekkingsbijdrage van de gemeenten voor de netto uitvoeringskosten wordt in deze kaderbrief en begroting 2026 voorlopig deels berekend op basis van geprognotiseerde aantal uitkeringen en het aantal dienstverbanden van de doelgroepen en het aantal inburgeraars in 2026. In de 1e begrotingswijziging 2026 worden de definitieve aantallen en de definitieve budgetverdeling vastgesteld. Op basis van de huidige informatie is een indicatie opgesteld voor de aangepaste gemiddelde percentages voor 2026; deze percentages zullen in de begroting 2026 worden toegepast. De verschuiving van de percentages van de verdeelsleutel tussen gemeenten is voornamelijk een resultaat in de samenstelling van de bijstandsgerechtigden en het aantal medewerkers in het Werkleerbedrijf. Verdeelsleutel
2024
2025
2025
2026
Saldo uitvoeringskosten Definitief Voorlopig Definitief Voorlopig MAASSLUIS
16,5%
16,9%
16,3%
16,4%
VLAARDINGEN
41,0%
40,2%
41,2%
41,4%
SCHIEDAM
42,5%
42,9%
42,5%
42,2%
Totaal
100,0%
100,0%
100,0%
100%
Het impulsbudget 8 voor transformatieopgave sociaal ontwikkelbedrijven dat gemeente Schiedam ontvangt van het Rijk ontvangt in de meicirculaire namens de MVS-gemeenten wordt apart 8
Citaat uit de eerdergenoemde Kamerbrief van het ministerie van SZW van 15 oktober 2024: “Vanaf 2025 ontvangen gemeenten jaarlijks een impulsbudget om de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven te versterken. Dit begint met € 35 miljoen in 2025 en loopt af naar € 19,8 miljoen in 2034. Dit impulsbudget wordt als decentralisatie uitkering verstrekt aan gemeenten en wordt verdeeld op basis van de maatstaf ‘doelgroepenregister gemeentelijke doelgroep’. De 19
Kaderbrief 2026, v19032025
afgerekend en buiten de verdeelsleutel Werkleerbedrijf gehouden. Deze impuls bedraagt naar verwachting 356k in 2025 en 339k in 2026 op basis van het relatieve aandeel van het aantal mensen in het doelgroepregister in de MVS-gemeenten. Monitoring van de uitvoering Per programma worden de benodigde budgetten aangegeven in combinatie met de daarmee te bereiken prestaties, de KPI’s. Deze worden regelmatig kritisch bekeken wat betreft relevantie en inzicht. In overleg met de gemeenten wordt gekeken hoe de KPI’s in de begroting 2026 verder ontwikkeld kunnen worden. In 2025 wordt er een managementinformatiesysteem geïmplementeerd: Power BI. Deze implementatie wordt gebruikt om stapsgewijs de nieuwe KPI's te verwerken en implementeren. In 2026 zijn de meetbare KPI’s ingericht, zodat de MVS-gemeenten meer inzicht krijgen in de prestaties en effecten. De uitbereiding van de KPI’s gebeurt in ambtelijke afstemming met de gemeenten. Hierdoor ontstaat er meer inzicht in de wensen enerzijds en de mogelijkheden van rapporteren anderzijds. In de afgelopen maand zijn de KPI’s voor Werk en het Werkleerbedrijf besproken. (Zie bijlage 1 Voorstel Indicatoren Programma’s Werk en Werkleerbedrijf) Daarin wordt ook gekeken naar het verbeteren van het financieel inzicht per programma.
In de P&C cyclus met bestuursrapportage worden de indicatoren toegevoegd zodra deze beschikbaar en betrouwbaar gerapporteerd kunnen worden.
middelen worden opgeteld voor alle samenwerkende gemeenten rond een bedrijf; de grootste gemeente binnen een samenwerkingsverband ontvangt de middelen.” 20
Kaderbrief 2026, v19032025
5. Prijs- en volumeontwikkeling De prijs- en volumeontwikkeling zijn beleidsarme effecten, tenzij anders aangegeven. De mutaties in de rijksmiddelen die voor de uitvoering van de taken voor Werk en Inkomen beschikbaar zijn, geeft voor een deel richting aan de begroting. Deze rijksmiddelen worden niet een op een overgedragen aan Stroomopwaarts. Zij dienen wel als dekking voor de gemeenten voor de lasten van Stroomopwaarts. Het voordeel op de BUIG van 7 miljoen euro dat gemeenten Vlaardingen en Schiedam realiseren is hier een goed voorbeeld van. Als er extra rijksmiddelen beschikbaar komen door extra taken, of door stijgende aantallen voor specifieke doelgroepen, is er wel een logisch verband om de extra kosten voor deze dienstverlening te dekken vanuit deze middelen. Door de verschuiving in aantallen Wsw, Beschut Werk, banenafspraakbanen en uitkeringsgrechtigden is inzicht in de bekostiging van deze dienstverlening erg complex geworden. Hiervoor heeft Berenschot een rekentool ontwikkeld 9. 5.1 Prijseffecten 2026 De lonen en prijzen worden geïndexeerd op basis van de gegevens uit de Macro-economische verkenningen van het Centraal Planbureau (september 2024). Deze komen overeen met de aankondiging van de percentages voor indexering voor MVS GR’en vanuit de MVS-gemeenten.
Daarbij wordt er een onderscheid gemaakt tussen de uitvoeringskosten Stroomopwaarts, kosten van de uitkeringen (netto minimumuitkering) en kosten van doelgroep medewerkers op basis van het wettelijk minimumloon. CPB MEV (september 2024) Prijsstijging (%)
2023
2024
2025
2026
2027
Realisatie
Prognose
Prognose
Prognose
Prijsniveau26
5,8
7,2
4,5
2,2
Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers (%)
Gemiddelde prijsinflatie uitvoeringskosten 80%
5,8
7,9
4,8
2,0
-
Overige lasten consumenten prijsindex (CPI)
20%
3,8
3,6
3,2
3,0
-
Bruto Wettelijk minumumloon (WML)
12,9
7,0
5,4
3,8
-
Netto minimumuitkering
10,3
7,8
4,0
4,1
-
In de herijking van de begroting 2025 worden de kosten van de verstrekkingen op deze wijze geactualiseerd. Dit betekent met name voor de uitkeringen en de stijging van het WML een toename van 0,4% ten opzichte van de vorige prognose van het CPB voor 2025. De impact voor de ambtelijke uitvoeringslasten is met een extra toename van 0,1% minder relevant. Daarnaast is er vanaf 2025 een toename van de werkgeverslasten Wsw en Beschut door het wegvallen van de LIV. De MVS-gemeenten worden hiervoor gecompenseerd in de individuele uitkering Participatie (230.000). 5.2 Volumeontwikkeling De volumeontwikkeling wordt meegenomen in de ramingen van het gemeentefonds en hebben daarin direct impact op de beschikbare rijksmiddelen bij gemeenten. Dezelfde volume effecten hebben impact op de kosten van verstrekkingen zoals uitkeringen en loonkostensubsidie. Ook de uitvoeringkosten stijgen door het begeleiden van een grotere groep mensen in het doelgroepregister of in de uitkering. 5.2.1 Ontwikkeling beschikbare rijksmiddelen Rijksfinanciering Werk en Inkomen en inburgering aan gemeenten De MVS-gemeenten krijgen de financiering van de uitvoering van de Participatiewet en de Wet inburgering uit verschillende bronnen. Dit is complex. Soms hebben de gemeenten wel en soms geen bewegingsvrijheid om keuzes te maken. Bijvoorbeeld: de hoogte van de uitkering is rijksbeleid.
De gemeenten moeten via Stroomopwaarts uitkeringen verstrekken aan inwoners die daar recht op hebben. Ook kunnen noch gemeenten noch SOW ervoor kiezen om de relevante cao’s (SGO, WSW, Aan de Slag) niet te volgen. 9
Rekentool voor de Participatiewet (basis septembercirculaire 2024), Berenschot 21
Kaderbrief 2026, v19032025
Op basis van de septembercirculaire zijn de volgende meerjarige inzichten in de verwachte rijksmiddelen beschikbaar voor BUIG (incl. LKS), voor de uitvoeringskosten Werk & Inkomen (algemene middelen gemeentefonds) en voor de uitvoering van de Wsw en Nieuw beschut (Individuele uitkering) voor de MVS-gemeenten.
Hieruit komt naar voren dat de verwachting is dat de omvang van de doelgroepen uitkeringsgerechtigden, doelgroepenregister en banenafspraak zal toenemen de komende jaren. Dat heeft direct invloed op de gevraagde capaciteit aan begeleiding van deze mensen. De verwachte stijging van het uitkeringsbestand, is ook de reden om geen ombuigingen voor te stellen op het terrein van de BUIG. Niet alleen achten we dat niet realistisch gezien de voorspellingen, maar we achten ze ook niet meetbaar. Uiteraard blijft het uitgangspunt dat SOW de komende jaren maximaal inzet op uitstroom uit de uitkering. De rijksfinanciering middels de individuele uitkering voor de Werkleerbedrijven voor Wsw en Nieuw beschut staat onder druk door uitstroom van Wsw-medewerkers. Hiervoor worden stapsgewijs extra middelen voor beschikbaar gesteld voor het instant houden van de infrastructuur (+10.000 LKS banen). Het is een grote opgave om de kosten van het WLB waar mogelijk aan te passen op deze ontwikkeling. De kosten voor de uitkeringen (BUIG) en voor loonkostensubsidies zijn voor de MVS-gemeenten de afgelopen jaren kostendekkend geweest. De groei in loonkostensubsidies wordt gecompenseerd op basis van gerealiseerde kosten. De trajectkosten inburgering worden kostendekkend gefinancierd middels een specifieke uitkering (SPUK). De uitvoeringskosten lopen via de algemene uitkering van het gemeentefonds.
In het gemeentefonds zijn er vanaf 2026 extra middelen beschikbaar gesteld voor Werk & Inkomen op basis van de verwachte hogere aantal mensen in de verschillende groepen. Conform het rekenmodel van Berenschot gaat het in totaal om 1 miljoen: A. 390k voor de uitvoering en begeleiding uitkeringsgerechtigden B. 320k voor de begeleiding van mensen met loonkostensubsidie C. 290k voor re-integratie en ontwikkeling In de individuele uitkering Participatie (Wsw en Beschut werk) zijn de volgende extra middelen beschikbaar (naast de volume-effecten): 1. 265k in 2025 en 282k in 2026 Hogere begeleidingsvergoeding Beschut werk 2. 232k vanaf 2025 compensatie afschaffing Lage Inkomens Voordeel (LIV) 3. 202k in 2025 en 218k in 2026 extra interne banen voor doelgroepregister (10.000+initiatief) 4. 356k Impulsbudget sociale infrastructuur (gedurende 10 jaar via gemeente Schiedam) Ad 1 en 2: deze bedragen voor 2025 en verder zijn reeds opgenomen in de septembercirculaire. Ad 3 en 4: deze bedragen zijn bevestigd door de minister van SZW in de Kamerbrief 10 infrastructuur Werkleerbedrijven van oktober 2024 en reeds opgenomen in de rijksbegroting.
10
Kamerbrief SZW, Voortgang infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijven en beschut werk, 15 oktober 2024. 22
Kaderbrief 2026, v19032025
De beschikbare rijksmiddelen voor Participatie MVS-gemeenten stijgen in 2025 en 2026. In 2024 werden niet alle middelen ingezet voor Stroomopwaarts (positief saldo bij gemeenten € 7,9 miljoen t.o.v. structurele lasten Stroomopwaarts). Voor 2025 en 2026 wordt dit verschil groter door het effect van de ombuigingen (€ 10,3 miljoen in 2026). De SPUK Inburgering zorgt voor de dekking van inburgeringstrajecten. Deze kosten zijn niet opgenomen in de grafiek. 2024>2026 Ontwikkeling SOW begroting ten opzichte van Rijksmiddelen Participatie MVS-gemeenten in EUR x 1 miljoen 250,0 +11,9 BUIG & LKS 9,0
200,0 Rijksmiddelen 2024 182,8
150,0
7,9 175
AU/GF P-wet IU Wsw & Beschut 0,6 2,3
Begroting SOW
100,0
Rijksmiddelen 2025 194,7
8,2 186,5 BW1 176,7 primaire begroting 2025
BUIG & LKS 9,2
8,2 186,5
+11,5 Rijksmiddelen 2026 AU/GF P-wet IU Wsw & Beschut 206,2 0,1 2,1
10,3 195,9 Begroting SOW
50,0
-
5.2.2 Volume effecten verstrekkingen Verstrekkingen uitkeringen In de ontwerpbegroting van 2026 wordt uitgegaan van de prognose van de BUIG uitkeringen voor 2025 en verder, zoals in september 2024 gepubliceerd door het ministerie van SZW. Als basis wordt gebruikt de voorlopige cijfers 2024. Deze doorrekening is weergegeven in onderstaande tabel. Voor 2025 is er een specifieke inschatting per gemeente waarop het nader voorlopige verdeelmodel bijstandsuitkeringen 2025 is gebaseerd. Voor 2026 wordt er in het macrobudget een landelijke trend aangehouden. Maassluis, Vlaardingen en Schiedam zijn in 2025 voorlopig voordeelgemeenten. Tabel Raming op basis van prognose SZW en realisatie 2024 Gemiddeld aantal bijstands uitkeringen (inclusief IOAW, IOAZ, BBZ) Maassluis Vlaardingen Schiedam Totaal * Conform BUIG model september 2024
2024 2025 Realisatie Kaderbrief26 819 790 2.397 2.318 2.253 2.192 5.300 5.469
2026 Kaderbrief26 839 2.455 2.308 5.602
Verschil* Verschil* 2025-2024 2026-2025 3,70% 2,42% 3,41% 2,42% 2,80% 2,42% 3,20% 2,42%
De totale cijfers voor 2025 zijn 182 uitkeringen hoger(3,4%) dan eerder voorzien in de Kaderbrief 2025. In deze prognose is nog geen rekening gehouden met Oekraïners die in april 2026 mogelijk uitkeringsgerechtigd zouden worden. Omdat er, ook omtrent de startdatum op dit moment nog te veel onzekerheid is, wordt er in de begroting 2026 nog geen rekening mee gehouden. Zodra er meer duidelijkheid is worden de gemeenten tijdig geïnformeerd over ontwikkelingen en de mogelijke impact op de begroting. Verstrekkingen Armoederegelingen Op basis van de huidige ramingen voor de algemene uitkering van het gemeentefonds is er bij gelijkblijvende bedragen een prognose voor het aantal huishoudens met laag inkomen. Deze prognose blijft in de komende jaren min of meer op gelijk niveau.
23
Kaderbrief 2026, v19032025
5.2.3 Volume effecten voor uitvoeringskosten Inkomen De verwachte stijging van het aantal uitkeringen en de ambitie om met de dienstverlening in stand te houden, na het realiseren van efficiencyverbeteringen zoals aangegeven in de acties met ombuigingen, leidt tot een beperkte aanpassing van de formatie bij Inkomen 390k(2,2%). Mochten de aantallen van de uitkering niet stijgen zoals aangegeven dan komt deze toename te vervallen. Werk Een belangrijke opdracht voor Stroomopwaarts is het realiseren van banen voor de verschillende doelgroepen: Wsw, Nieuw Beschut en Doelgroepregister (Banenafspraak). De doelstelling voor 2025 is 1.135 banen voor doelgroepen, waarvan 500 met loonkostensubsidie (LKS). Al enkele jaren is deze doelstelling te optimistisch begroot, daarom is de prestatieafspraak en het bijbehorende budget voor LKS in 2025 naar gecorrigeerd van 716 naar 500 banen, met een realistische stijging van extra 108 banen in 2025 en 150 extra banen in 2026. Hiervoor wordt de extra middelen re-integratie (290k) en begeleiding na plaatsing versterkt (50% van 320k). Gemiddeld aantal banen voor doelgroepen Totaal gem. aantal banen voor doelgroepen Waarvan banen met loonkostensubsidie (LKS)
2024 Realisatie 1086 392
2025 Kaderbrief26 1136 500
2026 Kaderbrief26 1242 650
Deze banen worden deels gerealiseerd bij reguliere werkgevers en deel bij het Werkleerbedrijf. Banen bij werkgevers Gemiddeld aantal banen voor doelgroepen
2024 Realisatie Banen voor doelgroepen bij werkgevers 300 Waarvan dienstverbanden bij werkgevers 171 Banen met LKS extern (Banenafspraak) 146 Banen Wsw (Begeleid Werken) 25 Detacheringen bij werkgevers (in dienst bij SOW) 129 Banen detachering WSW 129 Banen detachering Nieuw Beschut Banen detachering LKS-BIJ
2025 Kaderbrief26 342 213 190 23 129 119 5 5
2026 Kaderbrief26 437 306 285 21 131 111 10 10
Werkleerbedrijf Om de groei in extra banen met extra LKS in 2026 te realiseren wordt er in 2025 extra ingezet op interne LKS banen voor mensen uit het doelgroepregister. Zo wordt de infrastructuur van de werkleerbedrijven ingezet om mensen in tijdelijke dienstverbanden beter voor te bereiden op uitstroom naar reguliere werkgevers. Hiervoor is 202k extra beschikbaar vanaf 2025. Gemiddeld aantal banen voor doelgroepen Banen bij het Werkleerbedrijf voor doelgroepen Banen Wsw (intern) Banen nieuw beschut met LKS Banen met LKS (Banenafspraak) Banen voor reintegratietrajecten
2024 Realisatie 786 537 202 47 18
2025 Kaderbrief26 794 494 235 65 0
2026 Kaderbrief26 805 460 265 80 0
De prognose voor de aantal Wsw dienstverbanden uit de Septembercirculaire (Individuele uitkering Wsw) is een gemiddelde daling van 8% in 2025 en 6,8% in 2026. Het aantal gerealiseerde banen nieuw beschut ligt sinds een aantal jaar hoger dan de taakstelling. Vanaf 2025 wordt de jaarlijkse 24
Kaderbrief 2026, v19032025
stijging van de taakstelling toegevoegd aan het aantal banen. Hierdoor zal er naar verwachting een wachtlijst ontstaan. De ontwikkeling van de omvang deze wachtlijst wordt op verzoek van Schiedam opgenomen in de bestuursrapportage. In de begroting voor Werk en het Werkleerbedrijf worden de personeelskosten voor deze doelgroepen en de loonkostensubsidie opgenomen. De verwachting is dat deze ontwikkeling in lijn is met de beschikbare rijksmiddelen voor gemeenten. De extra middelen aan impulsbudget voor de infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijven (356k) worden ingezet om de organisatie te versterken en het opstellen van toekomstplan voor het werkleerbedrijf als onderdeel van de nota Werk en Inkomen 2026-2029. Voor 2025 wordt er een begrotingswijziging opgesteld met een verschuiving van lasten van Werk naar het Werkleerbedrijf door een wijziging in de verdeling van de doelgroepen in de programma’s. Dit is in lijn met de begrotingswijziging in 2024. Inburgering Op basis van gegevens vanuit het Rijk wordt er jaarlijks een meerjarige raming gemaakt van de verwachte instroom van statushouders die starten met een inburgeringstraject. Voor 2025 en 2026 gaat het om 191 mensen per jaar na een piek van 325 in 2024. De prognose voor de gezinsmigranten is gebaseerd op de realisatie van 2024 (232). Het gemiddeld aantal trajecten is van belang voor het bepalen van de caseload in de begroting.
De verwachting is dat van de groep die gedurende het jaar 2022 is gestart, de helft uitstroomt in 2025. De andere helft in 2026. Hierdoor stijgt voorlopig het aantal trajecten nog, maar is de verwachting dat het eind 2026 zal stabiliseren. Externe ontwikkelingen kunnen uiteraard een belangrijke rol spelen in het verloop. Inburgering Gemidddeld aantal trajecten Statushouders Maassluis Vlaardingen Schiedam Totaal Statushouders Gezinsmigranten Maassluis Vlaardingen Schiedam Totaal Gezinsmigranten Totaal Inburgering
2024 Realisatie
2025 Kaderbrief26
2026 Kaderbrief26
113 231 241 585
143 308 307 758 30% 57 193 262 511 1.269
140 311 311 762 1% 56 227 316 599 1.361
48 141 185 374 959
5.3 Formatie ambtelijk personeel De ambtelijke formatie per 1 januari 2025 bedraagt 369 fte en daarnaast is er externe inhuur voor tijdelijke projecten en langdurig verzuim. In de ontwerpbegroting 2026 worden de effecten van de ombuigingsmaatregelen meegenomen. Daarnaast is er door eerder genoemde volume effecten een extra aanpassing van ongeveer 12 fte voor inburgering, inkomen en werk.
25
Kaderbrief 2026, v19032025
5.4 Voorlopig financieel overzicht 2025 - 2026(brugstaat) De samenvatting met de financiële cijfers op hoofdlijnen is in onderstaande tabel opgenomen. Herijkte begroting 2025 Brugstaat dekkingsmiddelen Begroting 2025 > Herijkte begroting 2025 (in Miljoen euro) Begroting 2025 zonder maatwerk Herijkte begroting 2025 Dekkingsmiddelen Toename
Maassluis
Vlaardingen
28,1 29,5 1,4
75,8 80,5 4,7
Schiedam Overige 75,9 79,4 3,5
0,3 0,0 -0,3
Totaal 180,2 189,5 9,3
De verhoging van de begroting 2025 met 9,3 miljoen wordt voornamelijk veroorzaakt door volume ontwikkelingen met hogere uitkeringen en andere verstrekkingen (8,1 miljoen). Daarnaast zijn de genoemde extra bedragen uit de oktoberbrief van SZW toegevoegd aan de begroting van het WLB. Deze bedragen worden in de meicirculaire bevestigd. Ter vergelijking: de gerealiseerde dekkingsmiddelen in 2024 waren 9,0 miljoen hoger dan de originele begroting 2024 (zonder impact van de incidenteel voordeel inburgering). Deze voorgestelde begrotingswijziging is dus in lijn met het resultaat van 2024. In bijlage twee wordt de doorrekening op hoofdlijnen toegelicht voor 2025 en 2026 middels een uitgebreide versie van de brugstaat. Begroting 2026 Brugstaat dekkingsmiddelen Herijkte Begroting 2025 > Begroting 2026 (in Miljoen euro) Herijkte begroting 2025 Dekkingsmiddelen Begroting 2026 (zonder extra maatwerk) Toename
Maassluis
Vlaardingen
29,5 31,0 1,5
80,5 84,6 4,1
Schiedam Overige 79,4 83,3 3,8
0,0 0,0 0,0
Totaal 189,5 199,0 9,4
Van de stijging van de benodigde dekkingsmiddelen in 2026 is 9 miljoen voor individuele verstrekkingen. Hiervoor worden gemeenten gecompenseerd via de BUIG of LKS-middelen. (volume impact is gelijk aan de voorlopige stijging van deze budgetten). De besparing van 2,6 miljoen wordt door de prijsindexatie van 2,0 miljoen voor de uitvoeringskosten minder zichtbaar. Daarnaast zijn de extra middelen die vanaf 2026 in het gemeentefonds voor Werk & Inkomen zijn opgenomen voor volume-ontwikkelingen uitkeringen en doelgroepregister (1 miljoen) toegevoegd aan de begroting van Stroomopwaarts zodat deze extra mensen ook de dienstverlening kunnen ontvangen waar zij recht op hebben. Keerzijde is dat als de volume ontwikkelingen anders uitpakken in 2025 en 2026 dat deze bedragen in een begrotingswijziging weer zullen worden bijgesteld.
26
Kaderbrief 2026, v19032025
Bijlage 1 Voorbeeld indicatoren Programma Werk en Werkleerbedrijf De indicatoren die prestaties en effecten meten zijn zoveel mogelijk per onderwerp gegroepeerd. De nieuwe indicatoren zijn met een kleur aangeven. De groene indicatoren kunnen direct worden toegevoegd aan de begroting 2026 en de bestuursrapportage over 2025. De gele indicatoren worden in de loop van 2025 toegevoegd aan de rapportages en daarna kan er in een begrotingswijziging 2026 een doelstelling worden opgenomen. De oranje indicatoren zijn lastig te meten zonder veel extra administratieve lasten of inzet van extra data-analisten. Hier wordt gestreefd om deze indicatoren vanaf begroting 2027 op te nemen. In een gemeenschappelijke regeling met een standaard werkwijze voor de drie gemeenten en met 40/40/20% een redelijke stabiele verdeling is de verwachting dat de trends voor de gehele regeling ook voor de gemeente van toepassing zijn. Aparte registratie leidt tot extra administratieve last en ingewikkelde rapportages die lastig te duiden zijn. Wellicht dat er na de implementatie van PowerBI meer mogelijkheden zijn. Prestatie/Effect
Indicatoren Programma Werk
1 2
indicator
Relatief aandeel uitkeringsgerechtigden met inkomsten uit deeltijdarbeid
E
Nieuwe instroom bijstand is binnen 12 maanden aan het werk *
E
Nieuwe Plaatsingen 3
Aantal matching banen vanuit Werkgevers Servicepunt (WSP)
P
Stroomopwaarts
4
Totaal aantal nieuwe banen met loonkostensubsidie (intern en extern)
P
5
Aantal geplaatste kandidaten vanuit SROI (nieuw)
P
6
Aandeel duurzame uitstroom naar werk
E
(langer dan 6 maanden aaneengesloten) Werkleertrajecten en Taaltrajecten
7
Aantal afgeronde werkleertrajecten
P
8
Aantal succesvol afgeronde werkleertrajecten
P
9
Aandeel cliënten dat “job ready”/direct bemiddelbaar is na werkleertraject
P
10
Aandeel succesvol afgeronde werkleertrajecten na 2 jaar
E
Aantal personen in taaltrajecten met taalniveau A1 en A2 Nederlands
P
11
Percentage met aantoonbare stijging van het taalniveau 12 13
P
(afgeronde trajecten) Uitstroom (gedeeltelijk) naar werk
E
Samenwerking met ondernemers Aantal actief samenwerkende ondernemers. Hiermee bedoelen wij 14
ondernemers die via het werkgeversservicepunt van Stroomopwaarts
P
mensen inzetten die een uitkeringsbijstand ontvangen. + WLB 15 16
Aantal keurmerkhouders werkpact.
E
Percentage SROI-realisatie MVS en SOW (aantal vervulde realisaties tov de totale SROI verplichting)
E
Banen voor doelgroepen bij werkgevers 17
Gemiddeld aantal banen met loonkostensubsidie (LKS) zoals banenafspraak Waarvan gemiddeld aantal externe banen
P P
(interne LKS bij programma Werkleerbedrijf) 18
Gemiddeld aantal LKS extern
P
19
Gemiddeld aantal WSW (extern Begeleid Werken)
P
Gemiddeld aantal banen gedetacheerd bij werkgever (in dienst bij SOW)
P
20
Gemiddeld aantal banen detachering WSW (in dienst bij SOW)
P
21
Gemiddeld aantal banen detachering Nieuw beschut (in dienst bij SOW)
P
Gemiddeld aantal banen doelgroepen bij werkgevers (vaak met jobcoaching)
P
Gemiddeld aantal geplaatste kandidaten vanuit SROI (totaal)
E
22
* Inlcusief resultaten poortinstrumenten (directe plaatsing)
27
Kaderbrief 2026, v19032025
Indicatoren Programma Werkleerbedrijf
1 2
Ziekteverzuim Wsw en Beschut
E
WSW en Beschut gemiddelde dekking loonkosten door opbrengsten
P
Banen voor doelgroepen bij Werkleerbedrijf (intern WLB) Gemiddeld aantal banen doelgroepen intern
P
3
Gemiddeld aantal banen Wsw (intern)
P
4
Gemiddeld aantal banen nieuw beschut met LKS (niet banenafspraak)
P
5
Gemiddeld aantal banen met LKS (Banenafspraak)
P
6
Gemiddeld aantal reintegratiebanen
P
Wachtlijst Nieuw Beschut 7
Gemiddeld aantal mensen met Indicatie Nieuw Beschut op de wachtlijst
E
8
Gemiddelde duur in maanden op de wachtlijst Nieuw Beschut
E
9 10
Percentage uitstroom naar werk bij reguliere werkgever (aantal cliënten dat uitstroomt tov totale aantal cliënten binnen WLB) Percentage duurzame uitstroom naar werk (langer dan 6 maanden)
P E
Meer inzicht in lasten Programma’s Werk en WLB IST
IST
Programma Werk
Programma Werkleerbedrijf
(in EUR x 1.000)
(in EUR x 1.000)
Ontwikkeling
Bedrijfsbureau Productie/Diensten M aassluis
Werkgeversdienstverlening
Productie/Diensten Vlaardingen
Accountmanagement
Productie/Diensten Schiedam
M obiliteitsnetwerken
Groen en Grijs
Externe arbeidsparticipatie
Schoonmaak en catering
Externe arbeidsparticipatie LKS*
Totaal baten en lasten
Totaal baten en lasten SOLL
SOLL
Programma Werkleerbedrijf
Programma Werk
(in EUR x 1.000)
(in EUR x 1.000)
Werkbedrijf
Ontwikkeling
Productie Diensten
Werkgeversdienstverlening Accountmanagement & M atchmakers
Doelgroepen
Externe arbeidsparticipatie uitvoeringskosten
Lasten Doelgroepen
Loonkosten Doelgroepen*
Loonkostensubsidie (LKS)
Loonkostensubsidie (LKS)
Totaal baten en lasten
Totaal baten en lasten
28
Kaderbrief 2026, v19032025
Bijlage 2 Brugstaat met financiële doorrekening Kaderbrief 2026 Herijkte begroting 2025 Verstrekkingen Saldo 110,6 0,4 0,0 2,5 -2,1 8,2 0,0 6,9 1,3 -0,5
-0,5 118,7
Uitvoeringskosten programma's Saldo 47,4
3,5 0,7 0,4 -0,3 -1,5 1,8 -0,1 2,3 0,2 0,0 50,9
Overhead Saldo 22,2
-2,3
-2,3 0,0 19,9
Totaal 180,2 0,4 0,0 2,5 -2,1 8,2 0,0 6,9 1,3 0,7 0,7 0,4 -0,3 -1,5 1,8 -0,1 0,0 -0,3 0,0 189,5
Brugstaat dekkingsmiddelen Begroting 2025 > Herijkte begroting 2025 (in Miljoen euro) Begroting 2025 zonder maatwerk Volume effecten verstrekkingen Armoederegelingen Uitkeringen Loonkostensubsidie Prijs effecten verstrekkingen Armoederegelingen Uitkeringen Loonkostensubsidie Overige aanpassingen Landelijke ontwikkelingen WLB (oktoberbrief SZW) Reserve impulsgelden infrastructuur WLB Verschuiving ESF subsidies >dekkingsmidddelen > Werk Verschuiving Werk>WLB Verschuiving Werk>WLB Ombuigingen 2025 Schuldenlab Verschuiving management>programma's Verschuiving Inburgering trajecten > uitvoering Impact definitieve verdeelsleutel 2025 Herijkte begroting 2025 Dekkingsmiddelen
Maassluis
Vlaardingen
Schiedam Overige
28,1 0,6 0,0 0,6 0,0 1,1 0,0 0,9 0,2 0,1 0,1
75,8 0,0 0,0 0,8 -0,7 3,7 0,0 3,3 0,4 0,2 0,3
75,9 -0,2 0,0 1,1 -1,3 3,3 0,0 2,7 0,7 0,6 0,3 0,4
-0,3 0,3 0,0
-0,6 0,7 0,0
-0,6 0,8 0,0
0,0 -0,4 29,5
-0,1 0,7 80,5
-0,1 -0,3 79,4
0,0 0,0 0,0 0,0 -0,3
-0,3
De MVS-gemeenten ontvangen in 2025 naar verwachting meer dan 11,9 miljoen aan extra middelen van het Rijk. (zie paragraaf 5.2)
29
0,3 0,0 0,0
0,0
Totaal 180,2 0,4 0,0 2,5 -2,0 8,2 0,0 6,9 1,3 0,7 0,7 0,4 -0,3 -1,5 1,8 -0,1 0,0 -0,3 0,0 189,5
Kaderbrief 2026, v19032025
Begroting 2026 Verstrekkingen Saldo 118,7 -0,1 4,3 4,9
0,0 127,8 9,1
Uitvoeringskosten programma's Saldo 50,9 -1,7 -0,2 1,6 0,6 0,4 0,0 51,6 0,8
Overhead Saldo 19,9 -0,9 0,4
19,5 -0,5
Totaal 189,5 -2,6 4,2 6,9 0,6 0,4 0,0 199,0 9,4
Brugstaat dekkingsmiddelen Herijkte Begroting 2025 > Begroting 2026 (in Miljoen euro) Herijkte begroting 2025 Dekkingsmiddelen Ombuigingsmaatregelen 2026 Volume ontwikkelingen verstrekkingen Prijs ontwikkelingen verstrekkingen Volume component uitvoeringskosten Werk&WLB Volume component uitvoeringskosten Inkomen Voorlopige Impact verdeelsleutel 2026 Begroting 2026 (zonder extra maatwerk) Toename
Maassluis
Vlaardingen
29,5 -0,4 0,7 1,1 0,1 0,1 0,0 31,0 1,5
80,5 -1,1 1,7 2,9 0,3 0,2 0,2 84,6 4,1
Schiedam Overige 79,4 -1,1 1,8 2,9 0,3 0,2 -0,2 83,3 3,8
0,0
0,0 0,0 0,0
Totaal 189,5 -2,6 4,2 6,9 0,6 0,4 0,0 199,0 9,4
De MVS gemeenten ontvangen in 2026 naar verwachting meer dan 11,5 miljoen aan extra middelen van het Rijk. (zie paragraaf 5.2) De verstrekkingen worden op basis van realisatie per gemeente afgerekend. De toename in de begroting is in lijn met hogere BUIG-ontvangsten door de MVS gemeenten. Maassluis Ontwikkeling begroting 2026 vs. Gewijzigde begroting 2025 Basis Participatiebudget rijksmiddelen (zonder SPUK Inburgering) 2025>2026 Ontwikkeling SOW begroting ten opzichte van Rijksmiddelen Participatie Maassluis in EUR x 1 miljoen 34,0 32,0 Rijksmiddelen 2025 29,3 0,2 29,1 28,0 30,0
Vol. BUIG & LKS 0,7
Prijs BUIG & LKS 0,7
Vol. AU/GF Part. 0,1
Prijs AU/GF Part. 0,2
Rijksmiddelen 2026 31,2 Prijs Wsw & Beschut Extra Wsw & Beschut 0,2 0,6 Vol. Wsw & Beschut 30,6 -0,0
Begroting SOW
26,0 24,0 22,0 20,0
30
Kaderbrief 2026, v19032025
Vlaardingen Ontwikkeling begroting 2026 vs. Gewijzigde begroting 2025 Basis Participatiebudget rijksmiddelen (zonder SPUK Inburgering) 2025>2026 Ontwikkeling SOW begroting ten opzichte van Rijksmiddelen Participatie Vlaardingen in EUR x 1 miljoen 100,0 95,0 90,0 85,0 80,0
Rijksmiddelen 2025 83,6 4,3
Vol. BUIG & LKS 1,8
Prijs BUIG & LKS 2,1
Vol. AU/GF Part. 0,4
Prijs AU/GF Part. 0,5
Rijksmiddelen 2026 88,5
Prijs Wsw & Beschut Extra Wsw & Beschut 0,4 Vol. Wsw & Beschut -0,3
5,1 83,4
Begroting SOW
79,4
75,0 70,0 65,0 60,0 55,0 50,0
Schiedam Ontwikkeling begroting 2026 vs. Gewijzigde begroting 2025 Basis Participatiebudget rijksmiddelen (zonder SPUK Inburgering) 2025>2026 Ontwikkeling SOW begroting ten opzichte van Rijksmiddelen Participatie Schiedam in EUR x 1 miljoen 90,0 85,0 Rijksmiddelen 2025 81,9 80,0 75,0
Vol. BUIG & LKS 2,0
Prijs BUIG & LKS 2,0
Vol. AU/GF Part. Prijs AU/GF Part. 0,5 0,4
Rijksmiddelen 2026 86,6
Prijs Wsw & Beschut Extra Wsw & Beschut 0,4 Vol. Wsw & Beschut -0,5
3,7 78,1
4,7 81,9
Begroting SOW
70,0 65,0 60,0 55,0 50,0
31