Bijlage Kaderbrief 2026 Stroomopwaarts
Tekst van het document
Kaderbrief Ontwerpbegroting 2026 en Meerjarenbegroting 2027-2029
Kaderbrief 2026, v19032025
Inhoudsopgave 1. Inleiding ..................................................................................................................... 3 2. Beleidsmatige en landelijke ontwikkelingen en trends ................................................ 5 2.1 Landelijke ontwikkelingen en trends .................................................................................... 5 2.2 Regionale ontwikkelingen vanuit de MVS-gemeenten .......................................................... 6 2.3 Ontwikkelingen en trends Stroomopwaarts ......................................................................... 6 2.3.1. Inkomen ................................................................................................................................................ 7 2.3.2. Werk ...................................................................................................................................................... 7 2.3.3. Werkleerbedrijf ..................................................................................................................................... 8 2.3.4. Inburgering ............................................................................................................................................ 8 2.3.5.
Bedrijfsvoering ...................................................................................................................................... 9
3. Beheersmaatregelen 2026 ......................................................................................... 10 3.1 Inleiding ............................................................................................................................ 10 3.2 Algemene uitgangspunten ................................................................................................. 10 3.3 Beïnvloedbare kosten ........................................................................................................ 11 3.4 Ombuigingsopties per programma ..................................................................................... 12 3.4.1 Programma inkomen............................................................................................................................ 13 3.4.2 Programma Werk ................................................................................................................................. 14 3.4.3 Programma Werkleerbedrijf ................................................................................................................ 14 3.4.4 Programma Inburgering ....................................................................................................................... 15 3.4.5 Programma bedrijfsvoering/overhead .................................................................................................
15 3.4.6 Totaaloverzicht ..................................................................................................................................... 16
3.5 Risico’s, planning en monitoring ........................................................................................ 17
4. Algemene financiële kaders voor begroting 2026 ....................................................... 18 5. Prijs- en volumeontwikkeling ..................................................................................... 21 5.1 Prijseffecten 2026.............................................................................................................. 21 5.2 Volumeontwikkeling.......................................................................................................... 21 5.2.1 Ontwikkeling beschikbare rijksmiddelen ............................................................................................. 21 5.2.2 Volume effecten verstrekkingen .......................................................................................................... 23 5.2.3 Volume effecten voor uitvoeringskosten ............................................................................................. 24
5.3 Formatie ambtelijk personeel ............................................................................................ 25 5.4 Voorlopig financieel overzicht 2025 - 2026(brugstaat) ........................................................ 26
Bijlage 1 Voorbeeld indicatoren Programma Werk en Werkleerbedrijf ............................. 27 Bijlage 2 Brugstaat met financiële doorrekening Kaderbrief 2026 ..................................... 29
2
Kaderbrief 2026, v19032025
1. Inleiding Voor u ligt de kaderbrief 2026 waarin Stroomopwaarts een vooruitzicht geeft voor de begroting 2026 en de meerjarenbegroting 2027–2029. Deze kaderbrief benoemt de belangrijkste ontwikkelingen en uitgangspunten en wordt in de vergadering van 13 maart 2025 vastgesteld door het Dagelijks Bestuur. De weg naar werk De belangrijkste opdracht voor Stroomopwaarts is inwoners met een ondersteuningsbehoefte, te helpen op de weg naar werk. Daarvoor zetten we veel instrumenten in (waaronder loonkostensubsidie en het werkontwikkelbedrijf). We bieden daarnaast een stevig vangnet in de vorm van een (tijdelijke) uitkering en hulp bij armoede en schulden. Meedoen is de rode draad. Daarom past ook de taak inburgering goed bij Stroomopwaarts. Ook het kabinet Schoof ziet werk als de basis van bestaanszekerheid: dit sluit aan op onze lokale inzet en visie. Wij willen ervoor zorgen dat wie kán, aan het werk komt of meer uren gaat werken, bij voorkeur in een vaste baan. Het kabinet wil de arbeidsmarktkrapte aanpakken door: 1. De kwaliteit van het werk omhoog (eerlijk loon, goede arbeidsomstandigheden); 2. Het versterken van de economie (bepaalde soort werk stimuleren); 3. De productiviteit te verhogen, bijvoorbeeld door inzet van AI; 4. Duurzame arbeidsmarktparticipatie door inzet onbenut arbeidspotentieel, het ziekteverzuim omlaag en door verhogen van de arbeidsduur; 5.
Het verbeteren van de match tussen werkzoekenden en werkgevers. We zijn benieuwd naar de stappen die hierop gezet zullen worden en welke middelen daarvoor worden vrijgemaakt. Op het gebied van asiel en immigratie zijn er veel plannen, welke mogelijk ook gevolgen zullen hebben voor het uitvoeren van de Wet Inburgering. Deze worden in het tweede hoofdstuk toegelicht. De verwachting van het CBP is dat in 2026, net als in 2025, het aantal bijstandsuitkeringen stijgt. Op basis van de eerste cijfers voor 2024 blijkt dat er een positief resultaat is op de BUIG-middelen ten opzichte van de lasten van de verstrekte uitkeringen van bijna 7 miljoen. Dit heeft direct een grote positieve impact op de gemeentelijke begroting van Schiedam en Vlaardingen die worden afgerekend op basis van het objectief verdeelmodel. Maassluis wordt voor een groot deel afgerekend op basis van historische kosten, dus is er in 2025 geen noemenswaardig voordeel. Financiën Ondanks dat de gemeenten voor de taken die bij Stroomopwaarts zijn belegd voldoende rijksmiddelen krijgen, ontkomen we er niet aan om keuzes te maken en bij te dragen aan de financiële nood die er bij de gemeenten is ontstaan. 2026 zal in het teken staan van structurele bezuinigingen als gevolg van het Ravijnjaar waar de MVS-gemeenten mee geconfronteerd worden.
Stroomopwaarts doet belangrijk werk voor kwetsbare inwoners en medewerkers in de MVS-regio. De gemeenten kiezen ervoor de meest kwetsbare inwoners te ontzien en daarom het armoedebeleid niet te betrekken in de bezuinigingsopgave. Daarnaast voert Stroomopwaarts wettelijke taken uit en is werkgever van SW-ers en medewerkers Beschut werk. Ook hierop wordt niet bezuinigd. Dat gezegd hebbende ligt er in deze kaderbrief een stevig pakket ter waarde van 2,6 miljoen euro aan beheersmaatregelen (dit is 5% van de uitvoeringskosten), waarvan de gevolgen in de dienstverlening en de organisatie zeker gevoeld zullen worden. Desalniettemin staat Stroomopwaarts voor het realiteitsgehalte van dit bedrag. De beheersmaatregelen en afwegingen worden toegelicht in hoofdstuk 3. Voor 2025 en 2026 is er een duidelijke stijging voor de MVS-gemeenten in de beschikbare middelen in het gemeentefonds (onderdeel Werk & Inkomen), in de individuele uitkering Participatie (Wsw en Beschut Werk) en ook in de voorlopige BUIG middelen is een stijging opgenomen. De voorlopige verwachting is dat vanaf maart 2026 de Wet opvang ontheemde Oekraïners mogelijk nog een jaar wordt verlengd. Het definitieve besluit is nog niet genomen, maar als deze wet wordt beëindigd, 3
Kaderbrief 2026, v19032025
betekent dit dat de Oekraïners, die nu nog leefgeld ontvangen, een bijstandsuitkering kunnen aanvragen en daarmee onder de Participatiewet vallen. Dit betekent ook dat deze groep ook moet gaan inburgeren, omdat de Oekraïne geen onderdeel is van de Europese Unie. Omdat er nog onduidelijkheid is over de exacte startdatum en de landelijke inrichting van deze verandering is de, mogelijk, extra instroom nog niet meegenomen in de Kaderbrief. De prijs- en volumeontwikkelingen die van invloed zijn op de begroting 2026 worden in hoofdstuk 5 toegelicht. In de loop van 2025 komt er duidelijkheid over de toekomst van de SPUK en welke gevolgen dit heeft voor de gemeenten en daarmee ook voor Stroomopwaarts. De algemene financiële kaders voor de begroting worden in hoofdstuk 4 toegelicht. Afsluitend 2025 is een jaar met veel ontwikkelingen, zowel landelijk (bv wetgeving) als lokaal (nieuwe visies, zoals de regionale nota Werk en Inkomen, onderzoek hosting bedrijfsvoering en het toekomstbestendig maken van het Werkbedrijf). Maar ook de uitbreiding van de KPI’s en de ombuigingen die in 2026 worden doorgevoerd. In 2026 worden alle veranderingen zo goed mogelijk geborgd binnen de organisatie en gemonitord. De kaderbrief wordt verder uitgewerkt naar een ontwerpbegroting 2026 en meerjarenbegroting 2027-2029.
Na goedkeuring door het dagelijks bestuur op 10 april 2025 wordt de ontwerpbegroting ten behoeve van het formuleren van zienswijzen aangeboden aan de gemeenten. Op 25 juni 2025 staat de tweede behandeling van de conceptbegroting door het dagelijks bestuur (inclusief een reactie op de door gemeenten ingebrachte zienswijzen) gepland. Aan het algemeen bestuur wordt in de vergadering van 10 juli 2025 voorgesteld de begroting 2026 vast te stellen.
Hoogachtend, Het dagelijks bestuur van Stroomopwaarts MVS De secretaris
de voorzitter
N.C. van der Wekken
S.B. Kuiper
4
Kaderbrief 2026, v19032025
2. Beleidsmatige en landelijke ontwikkelingen en trends In 2025 vinden veel ontwikkelingen plaats die van invloed zijn op 2026. Deze ontwikkelingen zijn zowel landelijk, regionaal vanuit de MVS-gemeenten als binnen Stroomopwaarts. 2.1 Landelijke ontwikkelingen en trends Zover nu bekend gaan de wetswijzigingen vanuit de Participatiewet in Balans per 1 januari 2026 in. Gedurende 2025 wordt de implementatie voorbereid. De uitgangspunten van de Participatiewet in Balans zijn: - Vereenvoudiging en een toereikend bestaansminimum • Ondersteuning om mee te doen als dit niet via werk kan, met andere vormen van participatie • Rechten en plichten die zinvol en begrijpelijk zijn en nageleefd kunnen worden door iedere uitkeringsgerechtigde en aansluiten op het doenvermogen van mensen. Wanneer de situatie daarom vraagt, kan proportioneel gesanctioneerd worden. - Bijstand blijft een laatste vangnet en overstijgt niet het niveau van de voorliggende voorzieningen of het wettelijk minimumloon dat iemand zelf kan verdienen. Ook het complementariteitsbeginsel (eerst voorliggende voorzieningen of eigen middelen voor er recht op bijstand ontstaat) blijft gehandhaafd. Wel wordt gekeken hoe dit doelmatiger kan worden. Inhoudelijk is door Minister van Hijum niet veel veranderd in het wetsvoorstel. De taaleis wordt niet verwijderd, maar er wordt gekeken of deze aangepast kan worden.
De minister geeft aan dat iedereen die kan werken, (moet) gaan werken. In onze uitvoeringspraktijk zien we echter dat veel cliënten die een bijstandsuitkering ontvangen, niet op korte termijn kunnen werken en langdurig op de bijstand blijven aangewezen. Werken wordt in de nieuwe wet gestimuleerd door het invoeren van een bufferbudget bij wisselende inkomsten en het aanpassen van de inkomstenvrijlating. De Wet handhaving Sociale Zekerheid is een nieuwe wet, die vermoedelijk ook per 1 januari 2026 in zal gaan. Deze nieuwe wet bepaalt dat er bij handhaving meer moet worden uitgegaan van vertrouwen. De wet biedt de mogelijkheid om passend te reageren op een overtreding door een waarschuwing, een al dan niet voorwaardelijke boete of afzien van een straf. Het bekendste uit deze wet is de uitspraak: “Iemand moet een foutje kunnen maken”. Ook deze wet heeft gevolgen voor Stroomopwaarts en in 2025 worden de voorbereidingen getroffen voor de implementatie. In de kamerbrief van het ministerie van SZW van 15 oktober 2024 1 zijn de extra middelen voor infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijven en voor banen voor mensen uit het doelgroepenregister bevestigd. Daarnaast is er een tienjarig impulsbudget als ondersteuning voor de veranderopgave naar toekomstbestendige sociaal ontwikkelbedrijven.
Door SZW worden oplossingen verkend, om de verdeling van middelen voor beschut werk te verbeteren: op basis van het aantal gerealiseerde banen per gemeente in plaats van de prognose uit 2013 (taakstelling). Het streven is om deze oplossingen per 2026 te implementeren. Een eventuele aanpassing van de systematiek wordt naar verwachting in de meicirculaire van 2025 aangekondigd. Dit zou voor de MVS-gemeenten een toename van het budget voor beschut werk betekenen boven op de stijging van de begeleidingsvergoeding die vanaf 2024 is ingegaan. In januari 2025 is de Wet vereenvoudiging banenafspraak behandeld bij de Tweede Kamer. Als dit wetsvoorstel doorgaat, dan worden de regels voor de Quotumregeling aangepast. Er wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen bedrijfsleven en overheid. De heffing wordt opgeheven en in plaats daarvan wordt gewerkt met een bonus voor een werkgever die een medewerker met een arbeidsbeperking langer dan een jaar in dienst heeft voor minimaal 25,5 uur per week. Deze bonus van ongeveer € 5.000 wordt verrekend via het loonkostenvoordeel.
1
Kamerbrief SZW, Voortgang infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijven en beschut werk, 15 oktober 2024. 5
Kaderbrief 2026, v19032025
2.2 Regionale ontwikkelingen vanuit de MVS-gemeenten 2026 is het zogenoemde ‘ravijnjaar’, waardoor de MVS-gemeenten gedwongen zijn om te bezuinigen. Dit betekent dat ook Stroomopwaarts hieraan bijdraagt (zie hoofdstuk 3: Beheersmaatregelen 2026). Op verzoek van de gemeenten (zoals toegelicht in de brieven voor de begroting van 2026) wordt in 2025 gestart met het uitbreiden van de KPI’s, zodat er beter inzicht komt in de resultaten van Stroomopwaarts. Sommige KPI’s kunnen makkelijk worden ingevoerd, andere hebben een langere tijd nodig om de data te kunnen leveren. 2025 wordt gebruikt om stapsgewijs de nieuwe KPI's te verwerken en implementeren. In 2026 zijn alle meetbare KPI’s ingericht, zodat de MVS-gemeenten meer inzicht krijgen in de resultaten. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor de huisvesting van Stroomopwaarts. Hierover zijn concrete afspraken gemaakt om te komen tot 1 kantoorlocatie per gemeente in de komende jaren. Ook de verantwoordelijkheid voor de facilitaire ondersteuning is duidelijk belegd. 2.3 Ontwikkelingen en trends Stroomopwaarts Stroomopwaarts is continu bezig met het verbeteren van de effectiviteit en efficiency van de dienstverlening.
We doen daarom mee aan en maken gebruik van verschillende benchmarkinformatie (armoede en schulden, werk en inkomen en vanaf 2025 Inburgering van Divosa en de sectorinformatie van Cedris, met bijvoorbeeld de verdeling van medewerkers over verschillende werksoorten zoals groepsdetachering). Vanaf 2026 wordt voor schulden gebruikt gemaakt van DDAS 2. Daarnaast zijn er lokaal en regionaal ook veel helpende bronnen en onderzoeken: evaluatie armoede en schulden van Movisie en kenniscentrum, MKBA Schiedam, etc.. De inzichten uit deze benchmarks worden periodiek gedeeld met de MVS-gemeenten. In 2025 wordt de Strategische Visie Werk en Inkomen vernieuwd, waarschijnlijk onder de naam Regionale Nota Werk en Inkomen. Hierbij wordt aangesloten bij de Visie transformatie Sociaal Domein Samen Veranderen (gemeente Vlaardingen), de kadernota Sociaal Domein (gemeente Schiedam) en de Nota Samen Doen (gemeente Maassluis). Een belangrijk onderdeel van deze nieuwe visie is het toekomstbestendig maken van het sociaal ontwikkelbedrijf door de infrastructuur te optimaliseren. Voor dit onderdeel van de nieuwe visie zijn impulsmiddelen vanuit het Rijk beschikbaar om tot een zo gezond mogelijk ontwikkelbedrijf te komen, zodat in de toekomst ook inwoners met een arbeidsbeperking, naar eigen vermogen, mee kunnen blijven doen in de maatschappij.
Daarnaast wordt voor de komende 4 jaar (2026 t/m 2029) vastgelegd op welke (hoofd)ambities en doelen Stroomopwaarts zich gaat richten. Op het moment van schrijven van deze kaderbrief is een start gemaakt met het vernieuwen van de visie. Deze zal worden vastgesteld aan het eind van de looptijd van de huidige visie (december 2025). Daar waar er gevolgen zijn voor de begroting van 2026 wordt dit middels begrotingswijzigingsvoorstellen aan de gemeenten voorgelegd. In 2025 wordt het rapport over de evaluatie van de hosting van de bedrijfsvoering, die door de MVSgemeenten is overgedragen naar Stroomopwaarts, door BMC opgeleverd. Hierin wordt duidelijk of de middelen, zoals deze zijn overgedragen naar Stroomopwaarts volstaan. Eventuele gevolgen van het onderzoek zullen waar mogelijk in de conceptbegroting van 2026 worden verwerkt of lopen via een begrotingswijzing. De dienstverlening Werk is afgelopen jaar aangepast. De komende jaren gaan we met Inkomen en ICT aan de slag. In 2024 is de Regionale Koers handhaving verlengd. In 2026 wordt de Regionale Koers handhaving herzien. De wet handhaving sociale zekerheid gaat per 1 januari 2026 in (zover nu bekend). De nieuwe Regionale Koers handhaving kan dan aansluiten op deze nieuwe wet.
2
DDAS: data delen armoede en schulden, een samenwerking van CBS, Divosa, NVVK en VNG om resultaten van dienstverlening omtrent armoede en schulden in het algemeen en financiële hulpverlening in het bijzonder in kaart te brengen. DDAS vervangt in ieder geval het schulden gedeelte van de benchmarkt armoede en schulden van Divosa.
6
Kaderbrief 2026, v19032025
2.3.1. Inkomen Het is nog onduidelijk wanneer (welke onderdelen van) de Participatiewet in Balans wordt doorgevoerd. De grootste wijzigingen als gevolg van de wet vinden plaats binnen de unit Inkomen. Net als bij de andere wetgeving zullen we zo nodig terugkomen op de gevolgen ervan voor de dienstverlening, verordeningen (zoals re-integratie verordening), organisatie en de begroting. In maart 2026 wordt de RooO (Regeling opvang ontheemde Oekraïners) beëindigd. In april 2025 wordt besproken of deze regeling met een jaar wordt verlengd tot maart 2027. Dit betekent dat vanaf maart 2026 mogelijk het aantal uitkeringen omhoog zal gaan 3, met name voor Vlaardingen zal dit een stijging zijn in verband met de opvang van Oekraïners in Mrija. Dit is nog niet opgenomen in de landelijke prognoses en daarom nog buiten de volume-effecten van de Kaderbrief gehouden. De wet Handhaving Sociale Zekerheid gaat uit van maatwerk. Medewerkers moeten nog meer dan nu het geval is iedere situatie inhoudelijk beoordelen en onderbouwen wat de juiste werkwijze is. Dit vraagt meer tijd dan nu het geval is. De individuele afweging bij een overtreding geeft de verwachting dat er een toename in het aantal zaken waarin beroep en bezwaar wordt ingediend, komt. Maar ook zal deze wet gevolgen hebben voor de incassoquote.
Er zal eerder en vaker afgezien kunnen worden van terugvordering als de situatie dat met zich mee brengt. Het regionale activiteitenplan Armoede en Schulden gaat in 2025 van start en is de basis voor de komende jaren: meer inzet op het bereik van armoederegelingen (zoals werkende armen). Binnen Schuldhulpverlening blijft de focus op vroegsignalering liggen. Door vroegsignalering is het mogelijk om schulden eerder (preventief) te signaleren en daarmee grotere en meerdere schulden te voorkomen. Ook in 2026 wordt ingezet op het vergroten van het aantal partners dat aansluit bij vroegsignalering. De trajecten van schuldhulpverlening zijn verkort naar 18 maanden en nazorg wordt een nadrukkelijke eis om recidive te voorkomen. De nazorgtrajecten hebben een doorlooptijd van 3 jaar. Vanaf 2026 wordt gebruik gemaakt van DDAS als benchmark voor Schuldhulpverlening. Het softwarepakket waar Schuldhulpverlening mee werkt sluit aan bij DDAS, waardoor de benodigde informatie automatisch aangeleverd kan worden. Het Schuldenlab MVS wordt in 2025 getransformeerd naar een Netwerkorganisatie Schulden. 2.3.2. Werk In de afgelopen jaren heeft SOW elk jaar het handelingsperspectief om mensen aan het werk te brengen aangescherpt. Projecten als een groep anderstaligen, sectorale aanpak en de vorming van een leerlijn techniek (voorheen beroepentuin) , zijn hier voorbeelden van.
Belangrijk is dat de leerlijnen en de werkwijze op het Werkplein in 2024 volledig zijn vernieuwd. Ook in 2025 en 2026 lopen er veel acties om meer mensen met een uitkering via leerlijnen naar werk te brengen. Het blijft een speerpunt om de inzet van loonkostensubsidie te verhogen. De plaatsing via een loonkostensubsidie is beter voor de inwoner (werk) en zowel qua lasten als qua baten financieel aantrekkelijker voor de gemeenten dan het verstrekken van een uitkering. Het heeft ook een gunstig effect op de rijksvergoeding, die wordt mede gebaseerd op de feitelijke realisatie van loonkostensubsidies: hoe meer plaatsingen, hoe meer compensatie in het volgende jaar. Hierin speelt ook invulling van SROI contracten in samenwerking met gemeenten een belangrijke rol. In 2024 is gestart met het aanscherpen van de werkgeversbenadering, welke in 2025 in de praktijk wordt gebracht. Deze werkwijze ligt in het verlengde van de in 2024 ontwikkelde leerlijnen.. Hiermee kan de veranderde doelgroep, welke steeds kwetsbaarder wordt en een grote(re) ondersteuningsbehoefte heeft, gerichter ondersteund worden bij het vinden van werk. Cliënten zijn vaak wel ‘taak ready’, maar (nog) niet ‘job ready’. Werkgevers worden nu ook actief benaderd om vacatures in te vullen op basis van taken (jobcarving). Accountmanagers worden getraind om dit gesprek op de juiste manier te faciliteren.
Hiermee kunnen werknemers met een arbeidsbeperking (gaan) deelnemen aan het reguliere arbeidsleven, maar kunnen ook werkgevers meer vacatures invullen. De inzet van jobcoaches wordt gesplitst tussen een interne jobcoach en een externe jobcoach. De interne jobcoach zal zich actief richten op het naar buiten ontwikkelen van de interne 3
In januari 2025 gaat het om ongeveer 200 uitkeringen van leefgeld Oekraïners
7
Kaderbrief 2026, v19032025
banenafspraak klanten en/of SW-Beschut welke ook buiten het Werkleerbedrijf een toekomst hebben. De externe jobcoach heeft een belangrijke rol in de duurzaamheid van de plaatsingen en kunnen aansluiten bij de ondersteuningsbehoefte van cliënten in een bepaalde sector. Bij grote werkgevers zijn vaste jobcoaches aanwezig om zowel de werkgever als de werknemers te ondersteunen. 2.3.3. Werkleerbedrijf Het is belangrijk om een toekomstbestendig werkleerbedrijf te hebben om inwoners met een arbeidsbeperking te kunnen (blijven) ondersteunen om zelfstandig een inkomen te verwerven 4. In de nieuwe Regionale Nota werk en inkomen wordt onder meer opgenomen hoe het Werkleerbedrijf kan worden ontwikkeld tot een dynamisch en modern bedrijf. Vanuit de Rijksoverheid zijn impulsmiddelen beschikbaar gesteld aan het Gemeentefonds voor het toekomstbestendig maken van sociaal ontwikkelbedrijven. Deze middelen worden door Stroomopwaarts ingezet om in de regionale nota Werk en Inkomen ook de toekomstige rol van de werkleerberdrijven te bepalen en deze visie vervolgens te implementeren. In 2025 wordt gebruikt gemaakt van de middelen om in het Werkleerbedrijf de “tussen wal en schip” groep te ondersteunen.
De rijksoverheid heeft terecht geconstateerd dat als gevolg van de Participatiewet, een deel van de mensen voorlopig niet bij een reguliere werkgever aan de slag kan, maar wel een goede start zou kunnen maken bij het werkleerbedrijf (en heeft daar ook middelen voor vrijgemaakt ). Deze groep is te sterk voor nieuw beschut, maar te zwak om op de reguliere arbeidsmarkt uit de voeten te kunnen. Ook niet door inzet van loonkostensubsidie en/of een jobcoach. Voor deze groep (20 extra in 2025, 65 in totaal) is andere ondersteuning nodig. De gewijzigde benaderingswijze van werkgevers per sector moet in 2026 zorgen voor een beweging binnen Stroomopwaarts van binnen naar buiten van medewerkers (en vice versa als dit nodig is). Hierdoor ontstaat er ruimte binnen Stroomopwaarts om deze groep in een veilige omgeving te ontwikkelen, zodat zij ook op termijn weer kunnen uitstromen buiten de organisatie. 2.3.4. Inburgering In 2025 wordt gewerkt aan een nieuwe asielwet, die het strengste asielbeleid ooit wordt genoemd. De nieuwe asielwet zou ertoe moeten leiden dat het beperken van de instroom, snelle procedures, lik op stuk richting overlastgevers, strenger grenstoezicht, beperken van nareis-mogelijkheden en stevig inzetten op terugkeer dat Nederland in Europa een koploper wordt als het gaat om toelatingsregels.
Er komen strenge voorwaarden op het gebied van gezinshereniging en een zo smal mogelijke invulling van het kerngezin. Gezinshereniging wordt voor het overgrote deel van de asielzoekers alleen mogelijk wanneer iemand een vaste woonruimte, een passend inkomen en minimaal 2 jaar een verblijfstatus heeft. De 1e wetswijzigingen gaan najaar 2025 naar de Raad van State. Dit houdt in dat in 2026 de nieuwe wet wordt aangeboden aan de Tweede en Eerste Kamer. Maar ook de EU is bezig met het aanpassen van het EU Asiel- en Migratiepact. Vanaf juni 2026 worden nieuwe zogenaamde grensprocedures 5 ingevoerd. Verder geeft de ‘flexibele solidariteit’ de mogelijkheid om het opnemen van asielzoekers uit grenslanden als Griekenland en Italië af te kopen. In het regeerakkoord is opgenomen dat dit het plan van het kabinet is. Al deze ontwikkelingen hebben mogelijke gevolgen voor de instroom van nieuwe inburgeraars. Het kabinet is ondertussen bezig om de Spreidingswet in te trekken. Vooralsnog is de wet in 2025 nog van toepassing en wordt deze uitgevoerd. Dit houdt in dat 1 juli 2025 alle opvanglocaties klaar moeten zijn voor gebruik. Het beleid op inburgering vanuit de MVS-gemeenten bepaalt of dit wel of
4
Door de Participatiewet in 2015 is de WSW een sterfhuis geworden. Voor de nieuwe instroom Nieuw Beschut heeft het rijk destijds feitelijk maar één derde van de WSW-budgetten gereserveerd, terwijl de groep natuurlijk niet weg is. En eigenlijk alleen maar groter wordt (voormalige Wajong, veel werkzoekenden met verminderde loonwaarde). 5
Kom je uit een land waarvan de inwoners minder dan 20 procent kans maken op asiel? Of ben je door een veilig land gereisd waar je ‘een band’ mee hebt, voor je aan de EU-grens kwam (denk: een Syriër die eerst een tijdje in Turkije verbleef voor hij doorreisde naar de EU)? Dan kom je in de grensprocedure: een versnelde asielprocedure, die maximaal drie maanden in beslag zou moeten nemen.
8
Kaderbrief 2026, v19032025
niet gevolgen heeft voor Stroomopwaarts. Met name de ‘vroege start’ 6 kan gevolgen hebben voor Stroomopwaarts. Ook vanwege de nieuwe wet Verbetering toegang arbeidsmarkt nieuwkomers, waardoor asielmigranten eerder en langer de mogelijkheid hebben om vanuit het COA te gaan werken. In maart 2026 wordt, zoals eerder genoemd, het leefgeld Oekraïne mogelijk beëindigd, alhoewel de verwachting is dat dit nog een jaar wordt verlengd. Oekraïners, die in Nederland verblijven en afhankelijk zijn van het leefgeld, kunnen dan een bijstandsuitkering aanvragen. Aangezien Oekraïne geen onderdeel uitmaakt van de EU, moeten de Oekraïners vermoedelijk ook gaan inburgeren. Verder hebben de ontwikkelingen in Syrië ook gevolgen voor het aantal inburgeraars. In hoeverre Syrië een veilig land wordt, is op dit moment onduidelijk en dus ook niet of Syriërs weer terug naar hun eigen land keren om daar hun leven weer op te pakken. Vooralsnog heeft de IND in oktober 2024 een beslisstop op asielaanvragen vanuit Syrië aangekondigd voor een periode van 6 maanden. De mogelijke extra instroom (Oekraïners) en mogelijke extra uitstroom (Syriërs) zijn nog niet opgenomen in de aantallen van de Kaderbrief omdat er nog veel onduidelijkheden zijn. 2.3.5. Bedrijfsvoering De bedrijfsvoering levert een forse bijdrage aan de bezuinigingsopgave van Stroomopwaarts in 2026.
Tegelijkertijd is Bedrijfsvoering (bijvoorbeeld ICT en managementinformatie) vaak een voorwaarde om efficiënter te werken. We zullen daar in 2026 een balans in moeten vinden. Het onderzoek van BMC in 2025 naar de hosting 7 geeft de unit bedrijfsvoering aanknopingspunten om hun dienstverlening verder te ontwikkelen. Dit onderzoek geeft niet alleen inzicht in de financiële kant van de overdracht van de hosting, maar neemt ook de inrichting en het huidig functioneren van bedrijfsvoering mee en geeft een doorkijk naar toekomstige ontwikkelingen. In 2026 wordt (verder) aan de slag gegaan met de aanknopingspunten die uit dit onderzoek zullen volgen. ICT zet zich onder meer in op het slimmer en effectiever werken, zoals bijvoorbeeld de inzet van AI. In 2025 is een pilot gedraaid om werkzaamheden met behulp van AI te vereenvoudigen. Als deze pilot is afgerond, wordt het inzetten van AI over heel Stroomopwaarts uitgerold. Dit zal stapsgewijs gebeuren, zodat in 2026 het gebruik van AI is ingeburgerd binnen de organisatie. Maar ook het verder standaardiseren en automatiseren van (repeterende) administratieve handelingen blijft onder de aandacht. De huisvesting blijft een punt van aandacht in 2026. In 2025 worden weer nieuwe stappen gezet om tot een zo goed mogelijke huisvesting van alle medewerkers en cliënten van Stroomopwaarts te komen.
De gemeenten nemen het onderhoud van de panden waarin Stroomopwaarts is gehuisvest voortvarend ter hand. Daar zijn we blij mee. Volgende stappen hangen samen met de toekomst van de Werkleerbedrijven, keuzes voor het kantoorpersoneel en het regelen van de verhouding tussen de gemeenten en Stroomopwaarts. De gesprekken hierover vinden plaats in 2025 met alle drie de gemeenten en de verwachting is dat in 2026 de plannen concreter zijn. Ook het ziekteverzuim blijft aandacht krijgen. Inmiddels zit Stroomopwaarts weer op het benchmarkgemiddelde voor de ambtenaren en (ruim) onder het benchmarkgemiddelde voor SW en Nieuw Beschut. Deze lijn wordt naar verwachting in 2025 en 2026 verder doorgezet, waarmee het ziekteverzuim van Stroomopwaarts minimaal onder het landelijke gemiddelde blijft. Stroomopwaarts is een werkgever van een grote groep mensen met verschillende cao's. Stroomopwaarts zet zich in om zowel voor de ambtelijke als werknemers in het Werkleerbedrijf een zo goed mogelijke werkgever te zijn. Stroomopwaarts is een organisatie waar medewerkers zich op hun gemak voelen en voldoende uitdagingen aangeboden krijgen.
6
Van een vroege start is sprake als iemand met een verblijfsvergunning - veelal vanwege het woningtekort - nog in een asielzoekerscentrum verblijft en vanuit daar start met inburgeringsactiviteiten in de gemeente waaraan hij of zij gekoppeld is. 7 De hosting is sinds 1 januari 2022 overgedragen vanuit de gemeenten naar Stroomopwaarts en wordt in 2025 geëvalueerd.
9
Kaderbrief 2026, v19032025
3. Beheersmaatregelen 2026 3.1 Inleiding In de zienswijzen naar aanleiding van de begroting 2025 hebben de gemeenten ons verzocht om na te denken over mogelijkheden om de kosten te beperken. Stroomopwaarts heeft het afgelopen half jaar samen met DB en AB voorstellen uitgewerkt, die zijn opgenomen in deze Kaderbrief om vervolgens bij het vaststellen van de begroting definitief worden. Vooropgesteld wordt dat het in alle gevallen gaat om ingrijpende en pijnlijke keuzes, die impact hebben op inwoners, op de dienstverlening en de organisatie van Stroomopwaarts. Als het raakt aan de medewerkers en de formatie van Stroomopwaarts wordt de medezeggenschap van SOW uiteraard betrokken. Het pakket zoals dat in deze kaderbrief is neergelegd, voldoet naar mening van het DB ruimschoots aan de door de gemeenten gedane verzoek. Dat pakket wordt in het onderstaande nader gekwantificeerd en toegelicht. Ook wordt zichtbaar gemaakt op welke onderdelen, ombuigingen onwenselijk zijn. Een belangrijk voorbeeld hiervan is het armoedebeleid. Aanvullende maatregelen kunnen ook ingevuld worden door te differentiëren op maatwerk of in de toekomst enkele onderdelen als maatwerk per gemeente te beschouwen (gedifferentieerde dienstverlening). Ook wordt niet uitgesloten dat op termijn andere beleidskeuzes gemaakt kunnen worden, die impact hebben op de financiën.
Daarvoor is nu niet gekozen, omdat het gaat om structurele ombuigingen die per 2026 effect moeten hebben. Andere beleidskeuzes zijn door het besluitvormingsproces onzeker en hebben een langere doorlooptijd voor ze effect sorteren. 3.2 Algemene uitgangspunten Deze uitgangspunten zijn voor een belangrijk deel gebaseerd op de huidige strategische visie Werk en Inkomen. Ze sluiten aan op de bedoeling van de Participatiewet: iedereen doet mee naar vermogen. Dit is waarom we het doen. Hoe we bereiken dat mensen meedoen naar vermogen? Dat doen we door mensen zo veel als mogelijk zelfredzaam te maken op het gebied van werk en inkomen. Door het bieden van hulp bij werk en de weg daar naartoe en door het bieden van een vangnet als die zelfredzaamheid er nog niet is. Wat het precies is dat we doen, kan verschillen per inwoner. Voor de vorming van de strategische visie Werk en Inkomen hebben we gebruik gemaakt van leidende principes. Deze leidende principes zijn de vuistregels die richting geven aan het beleid en de uitvoering: 1. De cliënt en de bedoeling staan altijd voorop en het aanbod is realistisch 2. Zorgen dat het voor elkaar komt, maar niet overnemen 3. Wij zijn betrouwbaar en transparant 4. We werken met lef, anticiperend en preventief Bij de invulling van de ombuigingsrichtingen is een aantal basisprincipes gevolgd.
Deze zijn: De inwoner zo veel mogelijk ontzien • Ontzien van de zwakste groepen in de samenleving. Om die reden worden ombuigingen in het armoedebeleid als laatste optie gezien en wordt het Werkleerbedrijf ontzien. • De cliënt staat voorop. Waar deregulering of het tonen van vertrouwen ook leidt tot grotere efficiency, zullen we daar in principe voor kiezen. • Kritisch bezien van de effectiviteit van activiteiten en processen. Niet alle doelgroepen worden even effectief bediend met processen en activiteiten. Waar nodig wordt scherper gekeken wie wel en wie niet een voorziening krijgt aangeboden. Werken volgens de bedoeling en versterken van de goede prikkels • Het verstrekken van een uitkering als vangnet, omdat mensen (tijdelijk) niet in inkomen kunnen voorzien, kan alleen op draagvlak rekenen als alleen die mensen die het nodig hebben een uitkering krijgen. We zijn terughoudend met ombuigingen op het terrein van fraudebestrijding en handhaving. Het kunnen garanderen van de rechtmatigheid van de verstrekkingen aan de inwoner blijft een belangrijk onderdeel van de uitvoering. We handhaven niet om te handhaven,
10
Kaderbrief 2026, v19032025
maar om oneigenlijk gebruik en misbruik te voorkomen. Waar we dat tegenkomen, lossen we verkeerd op elkaar inwerkende prikkels en tegenstrijdigheden op. Efficiënte uitvoering • Maatwerk voor gemeenten afbouwen. De kracht van Stroomopwaarts is juist de samenwerking en afstemming tussen de drie gemeenten. Maatwerk en bijzondere tijdelijke trajecten voor één gemeente doen afbreuk aan de mogelijkheden om efficiënt en effectief te werken. Daarom is regionale afstemming in de besluitvorming van belang. De beleidskeuzes blijven uiteraard de verantwoordelijkheid van de gemeenteraden. • Investeren in vernieuwing van diensten en ondersteunende processen, bijvoorbeeld door het verder automatiseren van standaard werkzaamheden. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om maandelijkse inkomstenverklaringen. Efficiënte en slanke bedrijfsvoering • Doelmatigheid bedrijfsvoering. De bedrijfsvoering van Stroomopwaarts is ondersteunend aan de taken en moet een meer dan evenredige bijdrage leveren aan de ombuigingstaakstelling. Daarvoor is echter wel noodzakelijk, dat dit gefaciliteerd wordt door de besluitvorming binnen de gemeenten. Een goede huisvestingssituatie en eenheid van beleid zijn daarbij de belangrijkste aandachtpunten. • Bedrijfsvoering is ondersteunend aan de uitvoerende taken. Die zijn niet mogelijk zonder een adequate ondersteuning (en toetsing).
Uitgangspunt is daarom, dat keuzes in de inhoud (Inkomen, Werk, Inburgering) leidend zijn voor de ombuigingen binnen de bedrijfsvoering. Wij gaan daarbij er van uit, dat een ombuiging in de programma’s voor 50% doorwerkt naar het budget voor overhead. Daarbij gaan wij aanmerkelijk zitten boven de lijn in de tarievenhandleiding van het ministerie van Binnenlandse Zaken. • Evenals de gemeenten staat Stroomopwaarts voor de uitdaging om ontwikkelingen te financieren ten aanzien van de informatisering (ICT, licenties en dergelijke). Die kosten stijgen sterk en ook wij moeten daarin mee (deze ontwikkeling komt ook terug in de kadernota’s van de MVS-gemeenten). Ook innovaties zoals de inzet van AI (kunstmatige intelligentie) zullen in eerste instantie kostenverhogend werken, echter deze kunnen wel bijdragen aan een meer efficiënte uitvoering. • Begin 2025 vindt zoals afgesproken een evaluatie plaats van de overdracht van de bedrijfsvoering per 2022. Die effecten worden meegenomen in de kaderbrief voor 2026. Deze evaluatie zal naar verwachting begin april klaar zijn • Om de bedrijfsvoering nog efficiënter te kunnen organiseren is het essentieel, dat de gemeenten investeren in huisvesting voor de mid- en backoffice. En in de kwaliteit van de werkleerbedrijven. Vanwege comfort en veiligheid, maar ook vanwege kostenefficiëntie en verduurzaming (denk aan de nu zeer hoge energiekosten).
De financiële baten van het optimaliseren van de huisvesting zullen voor een belangrijk deel direct zichtbaar worden bij de gemeenten in hun rol van eigenaar of huurder van de panden. 3.3 Beïnvloedbare kosten Een groot deel van de taken en kosten voor de gemeenten en SOW zijn niet vrij te beïnvloeden omdat het bijvoorbeeld gaat om wettelijke taken. Voorbeelden zijn: de uitkeringen of de caosalarissen voor SW en beschut. De stelling is dat het rijk hiervoor de gemeenten een vergoeding moet geven en in de meeste gevallen gebeurt dat ook, en in voldoende mate. Bijvoorbeeld: de gemeenten houden in meer of mindere mate over op het BUIG budget. Het beïnvloedbare deel van de taken (en de kosten) gaat over lokale beleids- en inrichtingskeuzes. Dat betreft een bedrag op de begroting van SOW van ruim 50 miljoen. De voorgestelde budgettaire ombuigingen richten zich op dat deel. Meegewogen in ombuigingstaakstelling (Bedragen uit begroting 2025) Kosten verdeelsleutel:
11
€ 51,9 mln
Kaderbrief 2026, v19032025
Onderdelen verdeelsleutel
Onderdelen verdeelsleutel
Begroting 2025 € mln.
Programma Inkomen
16,7
Inkomen
Programma Werk
11,2
Werk
Programma Inburgering
2,0
Inburgering
Programma bedrijfsvoering
22,1
Bedrijfsvoering
Totaal
51,9
Een belangrijk deel van het programma Bedrijfsvoering heeft betrekking op de exploitatie van het Werkleerbedrijf (binnen omgeving, facilitaire voorzieningen, management, HRM). Deze worden dus wel betrokken in de ombuigingstaakstelling, in tegenstelling tot de directe lasten van het werkgeverschap voor kwetsbare groepen (WSW, Beschut). In principe wordt bij alle gedane voorstellen uitgegaan van ingangsdatum 2026. Waar eerdere of latere implementatie mogelijk is, wordt dat apart aangegeven. Niet meegewogen in ombuigingstaakstelling: Armoedevoorzieningen € 8,002 mln Bij een ombuigingstaakstelling van meer dan 5% zal wel naar de armoedevoorzieningen moeten worden gekeken. Bij de armoedevoorzieningen speelt daarnaast dat bij gelijkblijvend beleid, de kosten zullen stijgen. Factoren daarbij zijn bijvoorbeeld de relatief sterk stijgende kosten voor ziekteverzekering (Collectieve Aanvullende Verzekering) en het grotere bereik door extra en gerichte communicatie zoals de voorzieningenwijzer. Het activiteitenplan armoede en schulden is vastgesteld met de doelstelling om bij gelijkblijvend budget zo veel mogelijk mensen te helpen Uitkeringen € 92,075 mln (Niet beïnvloedbare wettelijke verplichting, bovendien ruimschoots gedekt door BUIG middelen) Inburgering trajecten € 3,507 mln (Worden gedekt door specifieke uitkering die wordt afgerekend met rijk.
Uitvoeringskosten zitten in verdeelsleutel en worden wel meegenomen) Werkleerbedrijf (werkgeverschap met salarissen WSW en Beschut): € 17,844 mln (Bestaande salarissen Wsw en Beschut vast gegeven) Beseft dient te worden, dat ook het werkleerbedrijf onderdeel uitmaakt van de verdeelsleutel, maar dat daarop nauwelijks bezuinigingen mogelijk zijn door wettelijke verplichtingen en het kwetsbare karakter van deze doelgroep. Dat legt een zwaardere druk op de andere twee onderdelen (algemene dienstverlening en overhead). Loonkostensubsidie € 6,853 mln (Gemeenten moeten voldoen aan taakstelling rijk, bovendien gedekt door BUIG-middelen.) 3.4 Ombuigingsopties per programma De begroting van SOW bestaat uit verschillende programma's. Hieronder wordende ombuigingsvoorstellen per programma toegelicht De (maatschappelijke) effecten van dergelijke ombuigingen worden daarbij kort geschetst. Deze maatschappelijke effecten zijn lastig te kwantificeren en te monitoren. Zo kan het zijn dat het verminderen van dienstverlening leidt tot hogere kosten in andere voorzieningen (bijvoorbeeld minder mensen begeleiden bij re-integratie leidt mogelijk tot minder uitstroom en daardoor hogere uitkeringskosten).
De verwachting is dat genoemde ombuigingsvoorstellen niet zullen leiden tot een significant waterbed-effect waardoor lasten verschoven worden: bijvoorbeeld lagere uitvoeringskosten maar hogere lasten aan verstrekkingen uitkeringen. De implementatiekosten zijn worden verder uitgewerkt in de begroting 2026. Implementatiekosten kunnen bijvoorbeeld zijn: ICT/automatisering, frictie-, overgangs- en leegstandkosten. In de recapitulatie is wel een indicatie opgenomen van de te verwachten eenmalige frictiekosten. 12
Kaderbrief 2026, v19032025
Daarbij is voor de ombuigingen voorlopig uitgegaan van € 62.200 per vervallen formatieplaats. Die middelen kunnen nodig zijn voor werk naar werk trajecten, maar ook voor investeringen in bijvoorbeeld ICT-toepassingen die leiden tot meer efficiënte werkprocessen. 3.4.1 Programma inkomen Onderstaande maatregelen leiden naar verwachting tot een financiële besparing van € 1.150.000 voornamelijk door het terugbrengen van formatie en inhuur met 13,5 fte. Maatregel Afbouwen van werkconsulenten aan de poort
Schuldhulpverlening uit wijkteams Minder inzet schuldhulpverlening Transformatie Schuldenlab in Netwerk Schulden
Medische keuringen cliënten Participatiewet minder inzetten Participatieconsulenten (werkconsulenten) in wijkteams normale workload geven Verlagen inzet participatie bij cliënten Inkomen (grote afstand tot arbeidsmarkt) Sociale incasso, sneller afboeken bij vordering onder € 1.000
Toelichting Minder quick-wins aan de poort. Meer cliënten stromen met uitkering door naar Ontwikkeling (unit Werk), waar testen worden afgenomen. Als geheel gestopt wordt met de gesprekken aan de poort, zou een besparing van circa 8 fte optreden, maar daarmee dus wel nog meer beroep op Ontwikkeling en meer toekenningen uitkeringen. Nabijheid neemt af en hulpvragen nemen toe door vroegsignalering. Minder gesprekken per cliënt. Daardoor afname dienstverlening en grotere kans op uitval. Meerwaarde en feitelijke inzet overige partners is nog onvoldoende gebleken. Voor het Netwerk Schulden is wel een klein werkbudget voor nodig zijn om iets aan communicatie te blijven doen en een voorjaars en najaarsevent te organiseren. Deze besparing wordt reeds in 2025 gerealiseerd. Meer vertrouwen in cliënten Participatiewet Minder deelname aan algemene activiteiten wijkteams (stoppen met casusoverleg en draaien spreekuren).. Risico van kleinere doorstroom naar re-integratie trajecten binnen Stroomopwaarts Minder formatieve inzet nodig, feitelijk ook passend in socialere aanpak
13
Kaderbrief 2026, v19032025
3.4.2 Programma Werk Onderstaande maatregelen leiden naar verwachting tot een financiële besparing van € 550.000 voornamelijk door het terugbrengen van formatie en inhuur met 7 fte. Maatregel
Toelichting
Caseload werkconsulenten ontwikkeling verhogen
Betreft cliënten met (te ontwikkelen) kansen op arbeidsmarkt. Gevolg is minder aandacht voor cliënt, kleinere kans op duurzame uitstroom.
Activiteiten SROI afbouwen
Betreft nabellen, is geen wettelijke taak en heeft beperkt effect.
Afbouwen aantal accountmanagers
Mede op basis van benchmark vergelijkbare organisaties, past binnen sectorale aanpak
Afbouwen aantal matchmakers
Mede op basis van benchmark vergelijkbare organisaties. Gaat naar verwachting een negatief effect op de korte termijn geven in productiviteit, matching
Minder intern trainen en opleiden voor eigen medewerkers
Stoppen met inzet trainers voor eigen medewerkers levert 1 fte op. Training dan dekken uit reguliere opleidingsbudgetten
Afbouwen tegemoetkoming kinderopvang
Kan mogelijk belemmering vormen voor uitstroom
3.4.3 Programma Werkleerbedrijf Gezien de kwetsbaarheid van deze doelgroepen (WSW, Beschut) en de wettelijke verplichtingen ten aanzien van bijvoorbeeld de cao’s worden er ten aanzien van dit programma zoals gesteld geen ombuigingsvoorstellen gedaan. Wel zal onderzoek gedaan worden naar het optimaliseren van de product markt combinaties (meer detacheringen), zodat een optimale omzet per fte kan worden bereikt. Het inboeken van baten hierop wordt niet verstandig geacht, aangezien deze maatregelen in de eerste plaats nodig om het begrote omzetniveau daadwerkelijk te kunnen realiseren. Verzelfstandiging of afstoten van bedrijfsonderdelen is nadrukkelijk niet aan de orde. In de eerste plaats vanwege de ongewenste sociale en maatschappelijke gevolgen, maar ook omdat dit niet economisch rationeel is. Er wordt een voortzetting gegeven aan de inzet van Simpel Switchen, mede door een strikter beleid bij verzuim (sneller beschut doorschakelen naar dagbesteding). Het instrument loonkostensubsidie wordt meer effectief ingezet. Het (intern of extern) plaatsen van cliënten met loonkostensubsidie is economisch rendabel ten opzichte het verstrekken van een bijstandsuitkering. Het rijk stelt in de komende jaren ook middelen ter beschikking om de benodigde sociale infrastructuur hiervoor te realiseren bij werkbedrijven. Daarvoor dienen de gemeenten deze middelen ook daarvoor te reserveren.
Hiermee kunnen mogelijkheden worden gecreëerd om cliënten met een grote afstand tot de arbeidsmarkt toch te laten participeren. De huisvesting van Stroomopwaarts biedt daarvoor mooie kansen, maar dit vraagt wel dat de gemeenten de ontvangen rijksmiddelen actief inzetten. En, daarop komen we nog terug bij Bedrijfsvoering, investeren in een passende huisvestingssituatie voor het gezamenlijke participatiebedrijf, Stroomopwaarts.
14
Kaderbrief 2026, v19032025
3.4.4 Programma Inburgering Onderstaande maatregel leidt naar verwachting tot een financiële besparing van € 70.000 voornamelijk door het terugbrengen van formatie en inhuur met 1 fte. Maatregel
Toelichting
Coaches inburgering die fungeren als tolken beperken
Dan wel noodzaak tot inhuur meer tolken, kan gedekt uit andere geldstroom binnen Inburgering (specifieke uitkering). Risico is het ondermijnen van de effectiviteit van de coaching (minder directe communicatie via niet altijd beschikbare externe tolk)
Niet in het programma Inburgering, maar wel in de opdracht van Stroomopwaarts zit om nog meer in te zetten op de weg naar werk voor inburgeraars. Hier is mogelijk sprake van tegengestelde prikkels, omdat mensen mogen werken als ze nog geen status hebben, maar stoppen met werken zodra ze zich vestigen in een gemeente. We hebben hier geen bedragen voor opgenomen, analoog aan het uitgangspunt dat we onverminderd inzetten op de uitstroom naar werk. 3.4.5 Programma bedrijfsvoering/overhead Bedrijfsvoering is ondersteunend aan de in bovenstaande beschreven uitvoerende taken. Die zijn niet mogelijk zonder een adequate ondersteuning (en toetsing). Uitgangspunt is daarom, dat keuzes in de inhoud (Inkomen, Werk, Werkleerbedrijf) leidend zijn voor de ombuigingen binnen de bedrijfsvoering. Wij gaan daarbij er van uit, dat een ombuiging in de programma’s voor 50% doorwerkt naar het budget voor overhead. Daarbij gaan wij aanmerkelijk zitten boven de lijn in de tarievenhandleiding van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Die geeft aan, dat er per omgebogen (directe) fte een besparing mogelijk is van circa (30%) € 0,03 mln in de indirecte kosten. Op basis van bovengenoemde ombuigingen van de eerdergenoemde programma’s komt dit neer op een besparing van € 0,89 mln.
Een aantal belangrijke kanttekeningen bij de bedrijfsvoering zijn: Evenals de gemeenten staat Stroomopwaarts voor de uitdaging om ontwikkelingen te financieren ten aanzien van de informatisering (ICT, licenties en dergelijke). Die kosten stijgen sterk, zonder dat er veel mogelijkheden zijn dat te beïnvloeden (deze ontwikkeling komt ook terug in de begrotingen van de MVS-gemeenten). Ook innovaties zoals de inzet van AI (kunstmatige intelligentie) zullen in eerste instantie kostenverhogend werken, echter deze kunnen wel bijdragen aan een meer efficiënte uitvoering. In de tweede helft van dit jaar vindt zoals afgesproken een evaluatie plaats van de overdracht van de bedrijfsvoering per 2022. Die effecten worden meegenomen in de kaderbrief voor 2026. Voor Bedrijfsvoering is bij de hosting berekend wat er nodig is aan capaciteit door BMC. Er is door de gemeenten destijds gekozen dit advies niet over te nemen, maar de hosting BV over te dragen zonder de door BMC ingeschatte extra middelen, met de afspraak dat dit na 2 jaar geëvalueerd zou worden. Deze evaluatie zal naar verwachting in december 2024 klaar zijn. Concrete besparingsvoorstellen voor bedrijfsvoering zonder kennis van de stand van dit moment is niet te doen. Door de bestuurders is gevraagd om meer transparantie over de uitvoeringskosten versus de bedrijfsvoeringkosten.
Daarbij wordt verwezen naar Rogplus, die dit onderscheid goed kunnen maken. Voor Stroomopwaarts is dat ingewikkelder, omdat Stroomopwaarts niet (alleen) regieorganisatie is, maar ook zelf uitvoert en beleidsrijk is. Beleidsmedewerkers worden ingezet voor projecten als de Energietoeslag en niet altijd is dienstverlening een verstrekking (in geld) maar een dienst (advies, een traject, begeleiding, etc.). Binnen SOW worden uitvoering, administratie en verantwoording door dezelfde mensen uitgevoerd en is geen strikte functiescheiding tussen uitvoering en 'staf'. Desniettemin kunnen we over de kosten van bedrijfsvoering wel het nodige zeggen, zoals hierboven de factor 50%. Daarmee laten we de ambitie zien om kritisch te zijn op de 15
Kaderbrief 2026, v19032025
kosten van overhead. Ook werken we bij maatwerk voor gemeenten met een vast normbedrag voor de overhead. Dit bedrag is € 26.000 per directe fte (conform handleiding overheidstarieven 2024). Bij de uitvoering van armoederegelingen of de uitvoering van de Energietoeslag is het onderscheid tussen verstrekking aan een inwoner en uitvoering makkelijker te maken. Om de bedrijfsvoering nog efficiënter te kunnen organiseren is het essentieel, dat geïnvesteerd wordt in de huisvesting vanwege integraliteit van werken en veiligheid, maar ook vanwege kostenefficiëntie en verduurzaming (denk aan de nu zeer hoge energiekosten). De bestuurders zien de huisvesting nadrukkelijk als een kans om kosten aan de kant van de gemeenten te verlagen. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor de huisvesting van SOW en hebben recent afgesproken per stad de kantoorfunctie op te pakken (in samenhang met het werkleerbedrijf waar dat kan. Zowel in de Werkleerbedrijven als in de kantooromgeving is sprake van overcapaciteit in m2. Ook aan de kant van Stroomopwaarts liggen er kansen. Met huisvesting zou er aan efficiency gewonnen kunnen worden. We schatten in dat jaarlijks als gevolg van alle reisbewegingen tussen de panden 2 fte 'verloren’ gaat. Hierboven werden ook de energiekosten al genoemd. Uiteraard brengt nieuwe huisvesting frictiekosten met zich mee.
De financiële baten van het optimaliseren van de huisvesting zullen voor een belangrijk deel direct zichtbaar worden bij de gemeenten in hun rol van eigenaar of huurder van de panden. 3.4.6 Totaaloverzicht Programma
Mogelijke opbrengst financieel (x € 1.000)
Formatieve gevolgen
Inkomen
1.150
-/- 13,5
Werk
550
-/- 7
Werkleerbedrijf
-
-
Inburgering
70
-/- 1
Subtotaal
1.770
-/- 21,5
Bedrijfsvoering (50%)
885
-/- 10,5 (indicatief)
Totaal
2.655
-/- 32
Indicatie incidentele kosten frictie en fasering (€ 50.000 per fte)
1.593
Het genoemde bedrag voor frictiekosten en de fasering van de implementatie is als volgt berekend: 40% voor de besparing bij programma’s, waar voor een deel van de maatregelen de inhuur van externe medewerkers kan worden verlaagd, en 100% voor de besparingen op bedrijfsvoering. De feitelijke hoogte van de frictiekosten zal afhankelijk zijn van de mogelijkheden om de personele reductie tijdig te realiseren (voor 2026) en het aandeel van beëindigen van contracten met externe partijen.
De incidentele lasten aan frictiekosten zal worden opgenomen in de begrotingswijziging 2025 zodat er dit jaar al gestart kan worden met de voorbereidingen. De volledige structurele besparingen worden opgenomen in de begroting 2026: er is dus in de begroting geen stapsgewijze implementatie opgenomen. Eventuele vertragingen in de implementatie komen ten laste van de frictiekosten. De middelen voor frictie en fasering zullen in een aparte bestemmingsreserve worden opgenomen, zodat deze middelen alleen voor dat doel kunnen worden ingezet. Na de implementatie zullen de niet gebruikte middelen aan de MVS-gemeenten worden terugbetaald.
16
Kaderbrief 2026, v19032025
3.5 Risico’s, planning en monitoring Ombuigen en bezuinigen geeft risico's. Bijvoorbeeld: strakker begroten vermindert de marges om tegenvallers op te vangen en geeft het risico van tussentijds moeten bijplussen. Daarnaast is er het risico van een waterbed effect: op één plek drukken, kan maken dat op een andere plek problemen ontstaan. Een voorbeeld daarvan is als aan de poort van de uitkering minder wordt ingezet op werk en voorkomen van een uitkering, dan zal het aantal uitkeringen stijgen. Een ander voorbeeld is dat minder inzetten op participatie, mensen ook onzichtbaarder kan maken, met maatschappelijke kosten in een later stadium. Dat maakt dat de volume bijstand zal stijgen en dat meer effort gaat naar mensen uit de uitkering krijgen. De insteek van de ombuigingsmaatregelen is om deze negatieve effecten te vermijden, dus met minder mensen en middelen toch dezelfde resultaten bereiken. Als beheersmaatregel worden de mutaties in de prestaties per afdeling in instroom, doorstroom en uitstroom gemeten, zodat er tijdig kan worden bijgestuurd. Ook verschuivingen in de organisatie zijn niet 1, 2, 3 gedaan. Bij organisatieaanpassingen is ook een rol voor de Ondernemingsraad van SOW weggelegd. Bovengenoemde besparingsvoorstellen zijn opgesteld op basis van de huidige inzichten.
Bij de uitwerking van de begroting, bij het opstellen van een gedetailleerd implementatieplan van de beheersmaatregelen en tijdens de implementatie zelf kunnen betere alternatieven worden gevonden met mogelijk minder impact op de dienstverlening. Stroomopwaarts committeert zich aan het absolute bedrag van de bezuinigingen maar dat kan alleen door flexibiliteit in de definitieve keuzes van de maatregelen. Andere keuzes die beleidsmatige aanpassingen vergen worden dan voorgelegd aan het bestuur en gemeenteraden. Om de besparingen al in 2026 volledig te realiseren zal een deel van de initiatieven al starten in 2025. De gerealiseerde besparingen zullen daarom al vanaf 2025 worden opgenomen in de bestuursrapportage met een uitsplitsing per programma. Ook in de reguliere bestuurlijke en ambtelijke overleggen worden de voortgang van de besparingen periodiek toegelicht. In het gedeelde voorgenomen besluit van gemeenten om vanaf 2026 de indexatie van overheadlasten niet meer op basis van nacalculatie te compenseren, kan mogelijk leiden tot lagere besparingen als de CAO SGO meer stijgt dan de geprognotiseerde 2,2%. Dit zal expliciet worden opgenomen in de risicoparagraaf van de jaarrekening 2024 en de begroting 2026. Mogelijk heeft dit impact op de omvang van het vereiste algemene reserve van Stroomopwaarts.
17
Kaderbrief 2026, v19032025
4. Algemene financiële kaders voor begroting 2026 Voor de berekening van de financiële opgave is het van belang om de algemene uitgangspunten voor het opstellen van de begroting te bepalen. Doelstelling is het voeren van een solide en verantwoord meerjarig financieel beleid, waarbij de meerjarenbegroting in evenwicht is en de lasten dus worden gedekt door voldoende inkomsten. Meerjarige speerpunten van het financieel beleid • Tijdige rapportage en bijsturing • Overschrijdingen binnen een programma worden binnen het programma opgelost, tenzij er sprake is van autonome, niet door ons te beïnvloeden ontwikkelingen (zoals loonstijgingen) • Flexibele begroting gerelateerd aan de omvang van het uitkeringenbestand, participatie- en inburgeringstrajecten, de aantallen schuldhulpverlening en de uitvoering van tijdelijke taken • Risicomanagement, handhaven van een toereikend weerstandsvermogen om de geïnventariseerde risico’s af te dekken (norm 1 – 1,4) • Verdere flexibilisering van de organisatie, wendbaarheid op basis van veranderende opgaven • Inzet externe inkomsten ter dekking van vaste organisatielasten (met name ESF, het Europees Sociaal Fonds) • Beheersing en transparantie van de organisatielasten • Realistische en uitvoerbare ramingen, ook ten aanzien van salarisramingen • Beheersing omvang inhuur (maximaal 10% van de loonsom) Uitgangspunten voor het opstellen van de begroting
• Het beleid dat in de begroting 2025 (inclusief eventuele wijzigingen) is geformuleerd, geldt als uitgangspunt voor de ontwerpbegroting 2026 en de meerjarenramingen 2027-2029 • Bestaand beleid wordt gehandhaafd, behalve waar expliciet benoemd • Over afschrijvingen wordt geen rente berekend, omdat hiervoor niet specifiek voor wordt geleend (notitie Rente 2017, commissie BBV) • De afschrijving van vaste activa (bezittingen die langere tijd in gebruik zijn) begint in het jaar volgend op de realisatie van de investering. • De kosten van de gemeenten overgenomen bedrijfsvoeringstaken (voormalige hosting) zijn conform de daarvoor overgehevelde budgetten geraamd. Zoals afgesproken wordt een en ander na twee jaar geëvalueerd begin 2025. • Realistische raming opbrengsten Werkleerbedrijf op basis van huidige omzet per fte, de verwachte ontwikkelingen van het aantal fte en een omzetgroei van 0,5 miljoen vanaf 2025. • Door een wijziging van de boekhoudregels van de commissie BBV is er een verschuiving van de overheadlasten naar de programma’s: de managers van specifieke programma’s komen ten laste van die programma’s. SOW heeft na overleg met de accountant besloten om deze aanpassingen in een begrotingswijziging 2025 door te voeren. Hierdoor zijn de geplande besparing op de verschillende programma’s in 2026 veel beter te volgen.
Rekenmethodiek begroting 2026 De begroting 2026 wordt opgesteld op basis van een herijkte begroting 2025. De optelsom van de beheersmaatregelen, prijs- en volume effecten leiden dan tot de nieuwe begroting voor 2026. De herijkte begroting 2025 (via begrotingswijziging) worden de volume effecten voor de vestrekkingen meegenomen op basis van de realisatie 2024 en de geactualiseerde landelijke ramingen. Zoals gebruikelijk is er ook een budgettair neutrale verschuiving tussen programma’s, waarvan de nieuwe wijze van rapporteren van management leidt tot een verschuiving van 2,0 miljoen. Daarnaast worden de aangekondigde extra middelen uit in de meicirculaire worden toegevoegd aan de begroting van het Werkleerbedrijf. Hierdoor is de begroting van het Werkleerbedrijf weer in balans. Er worden geen prijs- of volume-effecten meegenomen zonder dekking, of logischerwijs te verwachten prijscompensatie vanuit extra rijksmiddelen voor de MVSgemeenten. Investeringen Het investeringsbudget wordt in de begroting 2026 opgenomen. De verwachting is dat het investeringsbedrag niet significant afwijkt van eerder begrote bedragen (circa 1 miljoen).