Bijlage Jaarrekening inclusief Controleverklaring 2023 Stroomopwaarts
Tekst van het document
Stand 2023
Stand per 1 januari
2.482
Resultaat voorgaand boekjaar
-
Afrekening resultaat voorgaand boekjaar met gemeenten
-
Vorming bestemmingsreserves
-
Begrote storting
-
Begrote onttrekking
337 Stand per 31 december
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
2.145
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing 66
Stroomopwaarts stelt alles in het werk om te voorkomen dat zich risico’s voordoen. De organisatie focust op beheersmaatregelen en zoekt naar oplossingen binnen de eigen begroting. Pas in laatste instantie wordt er een financieel beroep op de deelnemende gemeenten gedaan.
Financiële positie en kengetallen Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat een aantal kengetallen wordt gepresenteerd in de jaarstukken. Deze kengetallen geven, samen met de duiding die eraan gegeven wordt, inzicht in de financiële positie. De kengetallen zijn niet bij uitstek geschikt om Stroomopwaarts als opstartende gemeenschappelijke regeling mee te beoordelen. Ze zijn meer geschikt om iets te zeggen over een organisatie met een historie van bezittingen en schulden. Hiervan is bij Stroomopwaarts nog geen sprake. Dit betekent dat scores grillig kunnen verlopen en met enige voorzichtigheid beschouwd moeten worden. Kengetal
Rekening
Begroting
Rekening
2022
2023
2023
Netto schuldquote
-4,17%
-1,76%
-2,58%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen
-4,17%
-1,76%
-2,58%
Solvabiliteitsratio
29,39%
23,82%
27,99%
Grondexploitatie
-
Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
-
194,99%
4,04%
-
-
199,64%
Bij de start begon Stroomopwaarts met een negatief eigen vermogen. Daardoor moest in de eerste jaren geleend worden om in het verwachte exploitatietekort te voorzien (zie ook de paragraaf financiering). Daarnaast is de balans erg kort, omdat er nauwelijks bezittingen zijn. Met ingang van 2020 is er een overschot op de begroting. De financiële positie is eind 2023 verbeterd ten opzichte van eind 2022. Er zijn weinig bezittingen. Er is een positief eigen vermogen en er is sprake van korte schulden. In de begroting zijn meerjarige maatwerken financieringsafspraken en subsidiebaten niet als incidenteel aangemerkt. Bij het opstellen van de jaarstukken was de notitie ‘structurele en incidentele baten en lasten’ van de Commissie BBV leidend. Deze schrijft voor dat dergelijke afspraken als incidenteel worden beschouwd. De gemeenten committeerden zich aan de continuïteit van Stroomopwaarts en dienen als vangnet.
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
67
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen’ De paragraaf ‘Onderhoud kapitaalgoederen’ is kort, omdat er slechts op beperkte schaal sprake is van vaste activa. De vaste activa zijn opgenomen en toegelicht op de balans. Daarnaast zijn de afschrijvingslasten in de jaarrekening verwerkt. Het afschrijvingsbeleid is vastgelegd in de bijlage bij artikel 8 van de Financiële verordening Stroomopwaarts MVS 2023.
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
68
Paragraaf Financiering De paragraaf ‘Financiering’ bevat de verantwoording van activiteiten die vanwege de financierings- of treasuryfunctie zijn uitgevoerd. Dit is het geheel van activiteiten dat zich richt op het sturen en beheersen, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, geldstromen, posities en de hieraan verbonden risico’s. Samengevat In 2023 voerde de treasury geen geldmarkttransacties uit. Bij het uitoefenen van de treasuryfunctie bleef Stroomopwaarts binnen de wettelijke kaders van renterisico en kasgeldlimiet.
Ontwikkelingen en rentevisie De rente liet in 2023 een lichte stijging zien.
Liquiditeitsrisico Door de geldstromen bij te houden en te werken met prognoses, is in 2023 tijdig voorzien in de liquiditeitsbehoefte van Stroomopwaarts. De liquiditeitsprognose op maandbasis wordt aan de daadwerkelijke geldstromen getoetst. De meerjarige liquiditeitenplanning vormt de basis voor de begroting.
Renterisico en kasgeldlimiet De Renterisiconorm bepaalt hoeveel Stroomopwaarts maximaal in een jaar aan aflossingen op langlopende leningen mag hebben. Deze norm is gesteld op 20 procent van de begrotingsomvang. Er zijn in 2023 geen langlopende leningen aangegaan of afgelost. De kasgeldnorm bepaalt hoeveel kasgeld (dat is kort geleend geld) Stroomopwaarts gemiddeld mag hebben geleend in een kwartaal, zoals vastgelegd in de wet. De norm is 8,2 procent van het begrotingstotaal. In het volgende schema zijn de normen opgenomen. Limiet
Kasgeld limiet
Doellimiet
Bijzonderheden
Maximalisering financiering met kortlopende leningen (tot één jaar) Overschrijding norm is toegestaan (maximaal
Norm in % van
Bedrag in
begrotingstotaal
€ miljoen
8,2%
13,6
20,0%
33,1
twee achtereenvolgende kwartalen) Renterisico norm
Beheersing renterisico bij (her)financieringen (vanaf één jaar) door
Geen
spreiding van de financieringsmomenten
Paragraaf Financiering
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
69
Stroomopwaarts bleef binnen deze wettelijke kaders, zoals blijkt uit onderstaande tabel: Overzicht kasgeldlimiet in 2023 per kwartaal (bedragen x € 1.000) Kwartaal:
1
2
3
4
Bedrag kasgeldlimiet
13.562
13.562
13.562
13.562
Gebruik kasgeldlimiet
0
0
0
0
13.562
13.562
13.562
13.562
Ruimte onder- of overschrijding (-) kasgeldlimiet
Paragraaf Financiering
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
70
Paragraaf Bedrijfsvoering Wat is er bereikt? Ambitie 2023 De bedrijfsvoering van Stroomopwaarts streeft naar zichtbare resultaten, gericht op een optimale dienstverlening en efficiënte ondersteuning van de werkprocessen. De kwaliteit van de organisatie blijft onder permanente aandacht staan, om het dienstverleningsconcept verder te verbeteren en actueel te houden voor wat betreft de wensen van de cliënt, commerciële klanten en overige contacten/belanghebbenden. Door meer gebruik te maken van digitalisering zijn processen verkort en worden cliënten beter ondersteund in hun ambities voor werk en inkomen. Ook is geïnvesteerd in nieuwe ICTapparatuur en een zelfstandige ICT-omgeving. Er kan hierdoor efficiënter gewerkt worden en het samenwerken wordt bevorderd. Stroomopwaarts heeft ook geïnvesteerd in opleidingen en ontwikkeling van medewerkers met het oog op een optimale dienstverlening. Zij worden in hun ambities ondersteund door de Strategische Personeelsplanning, die inspeelt op de in de toekomst gevraagde kwantitatieve en kwalitatieve bezetting van de organisatie. Binnen huisvesting zijn onderzoeken gedaan naar “Heel, Schoon en Veilig” en naar de wetgeving over de duurzaamheid. De discussie over en de uitwerking van een passende en doelmatige huisvesting zijn nog in behandeling bij de eigenaren van de gebouwen, de drie gemeenten.
Uit deze onderzoeken is al wel naar voren gekomen dat gemeenten de komende tijd moeten investeren in de gebouwen, om in ieder geval op basis van de huidige, verre van optimale, huisvestingssituatie invulling te geven aan de huidige bedrijfsvoering. In onderstaande tabel zijn de beoogde prestatiedoelstellingen van het programma opgenomen en is te zien in welke mate de doelstellingen zijn bereikt. Prestatie
Indicatie
Cliënttevredenheid (KTO) onder cliënten van de Participatiewet
Product
Voortgang
7,5 Bedrijfsvoering
8
8,2
Bedrijfsvoering
< 5,4%
9%
Bedrijfsvoering
7,5
Stand van zaken
(tweejaarlijks gemeten door BMC) Klanttevredenheid commerciële klanten Het ziekteverzuim van het ambtelijk personeel ligt onder het landelijk gemiddelde voor vergelijkbare organisaties
De stijging van het verzuim is een landelijke trend. Binnen Stroomopwaarts is het verzuim van onze medewerkers die vallen onder de CAO SW/Cao onder de benchmark. Het verzuim binnen de ambtenaren (9,3% voortschrijdend) stijgt en ligt zelfs iets boven de landelijke benchmark (8,2%). De oorzaak is psychosociale arbeidsbelasting (maatschappelijke veranderingen, pandemie, financieel, oorlog, inflatie, mantelzorg en een veeleisendere maatschappij (tempo en werkdruk)). Dit zorgt voor meer langdurig verzuim. Binnen SOW bieden we hulp en ondersteuning bij bovengenoemde oorzaken
Paragraaf Bedrijfsvoering
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
71
Prestatie Absoluut aantal bezwaarschriften Het percentage bezwaarschriften dat (ambtelijk of anderszins) gegrond
Indicatie
Stand van zaken
970
477
< 25%
25,71%
Product
Voortgang
wordt verklaard
Wat is hiervoor gedaan? In 2023 heeft Stroomopwaarts de tijd gehad om de overname van de hosting een plek te geven in de staande Stroomopwaarts organisatie. Begin 2024 wordt er conform de afspraken tussen de betrokken gemeenten en Stroomopwaarts een formele evaluatie gedaan ten aanzien van de vraag of Stroomopwaarts over voldoende middelen beschikt om de bedrijfsvoeringsfunctie goed en doelmatig in te richten. Kwaliteit Stroomopwaarts heeft de afgelopen tijd geïnvesteerd in het verhogen van kennis en kunde van consulenten en het bewaken van het kwaliteitsniveau door middel van periodieke toetsing. De juridische kwaliteit van primaire besluiten is hierdoor aanzienlijk verbeterd. Er is zowel een afname waarneembaar van het aantal bezwaarschriften als het percentage dat gegrond wordt verklaard. Ziekteverzuim Het ziekteverzuim is een heikel punt binnen Stroomopwaarts. Het verzuim sluit weliswaar aan bij de landelijke trend, maar is zorgwekkend. We ondersteunen de leidinggevenden waar we kunnen en richten ons op een persoonlijke aanpak van deze problematiek. ICT-projecten algemeen In 2023 is een nieuw ERP-systeem aangeschaft. Het hele jaar is er achter de schermen druk gewerkt om dit voor te bereiden en mogelijk te maken. Eind 2023 is er volop getest en is het systeem geïmplementeerd. Per 1 januari 2024 wordt dan ook gewerkt met dit nieuwe pakket.
Bezetting Binnen de bedrijfsvoering hebben we gelden over gekregen voor formatieplekken en de daarbij behorende bezetting. Echter bij de Overname van Onderneming (OVO) hebben we ook medewerkers overgekregen welke werkzaamheden deden voor Stroomopwaarts, die niet in de formatie zijn opgenomen.
Paragraaf Bedrijfsvoering
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
72
Formatie Tabel formatie en bezetting ambtelijk 31 december 2023 (in FTE) Afdeling
Formatie
Bezetting
Tabel Bezetting SW 31 december 2023 (in FTE)
Vacature ruimte
Overbezetting
Per saldo (+= vac.ruimte)
Afdeling
2023
2022
Directie
7,05
6,00
1,05
0,00
1,05
Detachering
120,29
125,65
Bedrijfsvoering
94,20
97,33
5,90
-9,03
-3,13
Productie
268,65
290,40
Inkomen
155,61
156,16
10,54
-11,08
-0,55
Diensten
236,20
245,84
Werk
64,24
64,07
0,58
-0,41
0,17
Stroomopwaarts
625,14
661,89
Werkleerbedrijf
38,52
43,08
4,55
-9,11
-4,56
Inburgering
8,20
15,44
0,11
-7,36
-7,24
367,81
382,09
22,72
-36,99
-14,26
Stroomopwaarts
Paragraaf Bedrijfsvoering
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
73
Rechtmatigheidsverantwoording Ingaande het boekjaar 2023 is de rechtmatigheid waarschijnlijk niet langer een onderdeel van het accountantsoordeel, maar dienen organisaties zich daar zelf over te verantwoorden. Bij gemeenten aan de gemeenteraad, in het geval van Stroomopwaarts aan het Algemeen Bestuur. De accountant richt nog vooral op het getrouwheidsonderzoek (zijn de cijfers in de jaarstukken correct en volledig?), waarbij de eigen verklaring van de organisatie over rechtmatigheid overigens wel betrokken wordt. Rechtmatigheid is een juridische term, die aangeeft dat een (voorgenomen) handelwijze in overeenstemming is met de geldende regels en besluiten. Rechtmatig handelen is essentieel voor een overheidsorganisatie, een overheid hoort te voldoen aan wet- en regelgeving. Het begrip rechtmatigheid in het kader van de rechtmatigheidsverantwoording in de jaarstukken is echter een minder omvattend begrip. Er bestaat in dit geval een duidelijke beperking tot het financiële beheer. Deze aanpassing wordt al sinds 2013 (commissie Depla) voorbereid door het Rijk en is in 2023 door de Tweede Kamer geaccordeerd. De wetgeving is echter nog steeds niet rond, vooral vanwege moeizame consultatieprocessen (meest recent bij de landelijke Rekenkamer). Ook de sector (Commissie BBV en BADO, waarin overheden en accountants vertegenwoordigd zijn) geeft nog steeds nadere richtlijnen af.
In onderstaande wordt daar kort op ingegaan. In overleg met de gemeenten en de accountant zijn wij gewoon doorgegaan met het voorbereiden van de eigen rechtmatigheidsverantwoording, op basis van de nu bekende inzichten. Drie specifieke rechtmatigheidscriteria komen tot uitdrukking in de rechtmatigheidsverklaring: 1. De financiële handelingen passen binnen het kader van de geautoriseerde begroting (begrotingscriterium); 2. Voorwaarden in wet- en regelgeving worden nageleefd, zoals subsidievoorwaarden (voorwaardencriterium); 3. De toetsing op juistheid en volledigheid van gegevens die door derden zijn verstrekt met het oog op het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van regelingen (M&O criterium). Ten aanzien van het M&O criterium is het handhavingsbeleid en het uitvoeringsplan handhaving (vastgesteld in dagelijks bestuur 25 juni 2020) van onze organisatie leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik. In overleg met de gemeenten is ervoor gekozen om de rapportagegrens voor de afwijkingen op begrotingsniveau te stellen op € 50.000. Dat is betrekkelijk laag. Maar hierbij wordt voorkomen, dat voor drie gemeenten drie verschillende normen worden gehanteerd en het draagt bij aan de transparantie. Overschrijdingen van lasten en investeringsbudgetten zijn o.b.v. de Gemeentewet altijd onrechtmatig.
Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves die niet door het algemeen bestuur zijn geautoriseerd zijn ook onrechtmatig. Voor onderschrijdingen van lasten of investeringsbudgetten en/of lagere of hogere baten geldt dat deze onrechtmatig zijn als deze niet tijdig zijn gemeld aan het algemeen bestuur. Voor stroomopwaarts geldt dat indien deze binnen 8 weken na afloop van het verslagjaar zijn gecommuniceerd voldaan wordt aan de tijdigheid zoals bedoeld in de kadernota rechtmatigheid.
Paragraaf Bedrijfsvoering
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
74
Een begrotingsonrechtmatigheid kan geduid worden als “acceptabel”, indien - Er sprake is van direct gerelateerde inkomsten; - Er sprake is van een open einde regeling; - De afwijking tijdig is gemeld via een tussentijdse rapportage en besproken in het Algemeen Bestuur (bij voorkeur ook met begrotingswijziging). Maar wat wel of niet acceptabel is, is uiteindelijk onderwerp van gesprek met het Algemeen Bestuur bij de behandeling van de jaarstukken. Dat was uiteindelijk het diepere doel van de veranderde rechtmatigheidsverantwoording: het stimuleren van het inhoudelijke gesprek. De rechtmatigheidsverantwoording behoeft formeel alleen te worden gevuld als de geconstateerde fouten de drempel van 1% overschrijden (of bij meer dan 3% onduidelijkheid). Die grens overschrijdt Stroomopwaarts inderdaad. Voor het grootste deel betreft het formele fouten in het kader van de aanbesteding van inhuur. In onderstaande wordt dat nader toegelicht. Stroomopwaarts heeft in de afgelopen periode veel meer moeten inhuren. vanwege een groot aantal omvangrijke tijdelijke taken en projecten (zoals het meldpunt kinderopvang toeslag, energietoeslag, Tozo, opvang Oekraïners). Deze waren budgettair gedekt. Tegelijk is er echter te weinig alert ingespeeld op de aanbestedingsrechtelijke implicaties hiervan.
In 2024 zijn nieuwe Europese aanbestedingen gestart voor de voorkeursleveranciers van ingehuurd personeel en een broker. Maar ook zullen stappen gemaakt moeten worden in het contractbeheer. Dat zal niet kunnen voorkomen, dat over het boekjaar 2024 ook rechtmatigheidsfouten zullen worden geconstateerd. De maatregelen zullen in 2025 effect moeten hebben. In onderstaande worden de geconstateerde rechtmatigheidsfouten gespecificeerd en nader toegelicht.
Rechtmatigheid Begrotingscriterium Rechtmatigheid Nadere toelichting begrotingsrechtmatigheid Rechtmatigheid Nadere toelichting voorwaardencriterium
Paragraaf Bedrijfsvoering
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
75
Rechtmatigheid Begrotingscriterium Begrotingscriterium Bedragen x € 1.000 - Programma Inkomen
1.625
(of indien van toepassing een ander door het Algemeen Bestuur
- Programma Werkleerbedrijf
2.369
vastgesteld autorisatieniveau)
- Bedrijfsvoering
1A. Overschrijding lasten programma’s
Totaal
377 4.371
1B. Overschrijding investeringsbudgetten (kredieten)
302
2. O ngeautoriseerde reservemutaties, veelal zijn dit ook getrouwe beeld fouten, die in de jaarstukken aangepast kunnen worden
- Programma Inkomen
85
- Overhead/Bedrijfsvoering
287
3. O verschrijding van baten en/of onderschrijding van lasten
Aan het Algemeen Bestuur gemeld in memo
en baten die niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben
Dagelijks Bestuur 26 februari 2024. Daarmee
geleid of te laat aan de raad zijn gemeld (hangt af van de intern
is voldaan aan de rapportage binnen acht
vastgelegde spelregels in bijvoorbeeld de financiële verordening
weken na afsluiten van de periode conform de
art. 212 Gemeentewet over de planning & controlcyclus,
financiële regeling Stroomopwaarts 2022.
budgetafwijkingen, budgetoverheveling etc.). De hier gerapporteerde afwijkingen betroffen:
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
76
Begrotingscriterium Bedragen x € 1.000 - Inkomen, baten
1.452
(overschrijding baten) - Werk, lasten
95
(onderschrijding lasten) - Werk, baten
678
(onderschrijding baten) - Werkleerbedrijf, baten
299
(overschrijding baten) - Inburgering, lasten
2.261
(onderschrijding lasten) - Bedrijfsvoering, baten
2.520
(overschrijding baten) - Onvoorzien
200
(onderschrijding lasten) Deze worden nu niet verder meegenomen in deze rechtmatigheidsverantwoording. Totaal begrotingsonrechtmatigheden
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
5.045
77
Begrotingscriterium Bedragen x € 1.000 4. Totaal van de begrotingsonrechtmatigheden (van onderdeel 1
Open einde regelingen, gekoppeld aan extra
en 2) dat past binnen het vooraf vastgestelde beleid en daarmee
inkomsten door verrekening met gemeenten:
vooraf als acceptabel is geduid vermelden en verwijzen naar dit
Programma Inkomen
vooraf vastgestelde beleid.
- Armoedevoorziening verstrekkingen
nadeel 310
(op basis van door de raden vastgestelde Regionale Visie Armoede en Schulden MVS 2020-2023, en het bijbehorende activiteitenplan 2020-2023) - Meldpunt Kinderopvangtoeslag nadeel 1.522 (Maatwerk gemeenten, conform verzoek in december 2020) - Inkomensvoorziening
nadeel 1.048
(op basis van Beleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 Maassluis, Vlaardingen en Schiedam 2020) - Tozo uitvoeringskosten
nadeel 85
(Maatwerk gemeenten, conform verzoek maart 2020) Noot: bij de Tozo verloopt dit via een reserve bij Stroomopwaarts Totaal 5. Resterend saldo aan begrotingsonrechtmatigheden (inhoudelijk
2.965 2.080
hier toelichten en in de paragraaf bedrijfsvoering) Voorwaardencriterium
5.039
M&O criterium
0 Totaal
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
7.119
78
Rechtmatigheid Nadere toelichting begrotingsrechtmatigheid Programma +
Lasten
Programma +
Lasten
begrotingsonderdeel
Afwijking per begrotingsonderdeel hoger dan
begrotingsonderdeel
Afwijking per begrotingsonderdeel hoger dan
€ 50.000 (bedragen x € 1.000)
€ 50.000 (bedragen x € 1.000)
1.1 Inkomen - Aanvraag
- Inkomen - Aanvraag
(nadeel 62)
1.3 Inkomen -
- Armoedevoorziening
(nadeel 70)
Armoedevoorziening 1.4 Inkomen -
3.1 Werkleerbedrijf
uitvoeringskosten - Uitvoeringskosten
(nadeel 127)
- Productie/diensten Maassluis
(nadeel 236)
- Productie/diensten Vlaardingen
(nadeel 104)
- Productie/diensten Schiedam
(nadeel 1.651)
- Groen en grijs
(nadeel 330)
- Schoonmaak en catering
(nadeel 169)
Inkomensvoorziening 2. Reservemutaties
- Hogere onttrekkingen
Toelichting
De overschrijding van producten Aanvraag en uitvoering
(85)
armoedebestrijding en inkomensvoorziening is veroorzaakt door het opvullen van vacature ruimte door extern personeel en het hoge ziekteverzuim in het vierde kwartaal. Daarnaast instroom statushouders. Dienstverlening moest echter gegarandeerd worden. Binnen programma Inkomen gedekt door verschuiving inzet andere teams (met name Dienstverlening). De besteding van de reserves in dit programma (rijksmiddelen armoede en schulden, Tozo, Meldpunt Kinderopvang Toeslag) is conform de doelstellingen, de fasering wijkt soms iets af.
Toelichting
De projecten uit 2022 die gefinancierd waren met de extra middelen uit het gemeentefonds (decembercirculaire 2020) zijn niet per direct maar gedurende het jaar geleidelijk afgebouwd. Verder zijn medewerkers met een indicatie “banen afspraak” en “beschut werk” gedurende het jaar geleidelijk in dienst gekomen. De heeft tot extra kosten geleid bij de payroll organisatie. Bij de 2e Bestuursrapportage 2023 is dit reeds gemeld aan het Algemeen Bestuur (1.261) De interne verrekening van WSW medewerkers die binnen SOW zijn gedetacheerd, is bij de 2e Bestuursrapportage 2023 ten onrechte bij twee programma’s gecorrigeerd. Deze correctie wordt gemaakt om het zogenaamde “opblaas effect” op te heffen. De omzet en de kosten worden middels de correctie beide geëlimineerd. Deze correctie had echter alleen bij één programma gemaakt moeten worden waardoor er nu voor 771 extra lasten bij het programma Werkleerbedrijf staan. Er is voor 337 transitie vergoeding betaald vanwege vertrek WSW medewerkers, deze kosten zijn
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
79
Programma +
Lasten
Programma +
begrotingsonderdeel
Afwijking per begrotingsonderdeel hoger dan
begrotingsonderdeel
€ 50.000 (bedragen x € 1.000)
Lasten Afwijking per begrotingsonderdeel hoger dan € 50.000 (bedragen x € 1.000)
onvoorzienbaar en worden niet begroot. Een
6.1 Investeringskredieten
- Overige materiële vaste activa
Toelichting
Dit betreft de aanschaf van laadpalen (31) en extra
(nadeel 302)
deel kan worden teruggevorderd bij het UWV (extra baten programma Werkleerbedrijf).
kosten van inrichting nieuwe digitale werkplek,
Programma +
aanschaf computers en beeldschermen (271). Deze is
Lasten
begrotingsonderdeel
Afwijking per begrotingsonderdeel hoger dan € 50.000 (bedragen x € 1.000)
een uitvloeisel van de ontvlechting van de ICT en het opbouwen van een eigen, moderne en efficiënte ICT omgeving.
5.1 Bedrijfsvoering - overhead
- Overhead
3. Reservemutaties
- Hogere onttrekkingen
Toelichting
De overschrijding wordt deels veroorzaakt door een
(nadeel 377) (287)
afrekening van energiekosten in 2022 (62) en de stijging energiekosten in 2023 (240). Daarnaast gaat het om niet begrote kosten als gevolg van de ontvlechting van ICT en het opbouwen van een eigen ICT omgeving. De licentiekosten (Windows 365) nemen daardoor toe. De implementatie van Afas, het nieuwe financiële systeem heeft circa 350 gekost. Het is niet gelukt deze extra, onvermijdelijke kosten geheel op te vangen binnen de bestaande begroting. De transitie van de bedrijfsvoering van de gemeenten naar Stroomopwaarts is voor een deel doorgeschoven van 2022 naar 2023, daarom hebben de onttrekkingen aan de hiervoor gevormde bestemmingsreserve voor een deel pas in 2023 plaatsgevonden. Daarnaast zijn middelen vrijgevallen die betrekking hebben op tijdelijke projecten in het kader van armoede en schulden (decembercirculaire 2020).
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
80
Rechtmatigheid Nadere toelichting voorwaardencriterium Onderwerp
Bedrag
Bijzondere Bijstand
Inkoop voorkeursleveranciers
Toelichting
€ 61.885
In één dossier is de bijzondere bijstand te hoog vastgesteld. Daarnaast is sprake van financiële onrechtmatigheid door
(geëxtrapoleerde fout)
buitenwettelijk begunstigend beleid voor bijzondere bijstand bankkosten bewindvoering.
€ 1.996.896
De geraamde contractwaarde bij aanbesteding van een van de inhuurpercelen was € 2,7 miljoen. Dit bedrag is in maart
van externe inhuur van perceel 1,
2023 bereikt. De uitgaven voor inhuur zijn aanmerkelijk toegenomen vanwege een aantal tijdelijke projecten/taken
sociaal domein - Inkomen
(meldpunt kinderopvang toeslag, Tozo, Tonk, energietoeslag). Uit jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie blijkt dat de raamovereenkomst bij het bereiken van de maximumwaarde geen effect meer sorteert. Met andere woorden: de raamovereenkomst voor inhuur van het perceel is uitgewerkt en bestaat daarom niet meer. Er kan voor het perceel geen beroep gedaan worden op de uitzonderingsgrond van een wijziging op basis van onvoorziene omstandigheden. Bovenstaande betekent formeel, dat het bestede bedrag vanaf maart 2023 bij betreffende contractpartners van € 1.966.896 als financieel onrechtmatig wordt aangemerkt. Een nieuwe Europese aanbesteding wordt gestart.
Inkoop broker
€ 2.439.991
Indien bij de voorkeursleveranciers geen kandidaten beschikbaar zijn voor inhuur, kan een beroep gedaan worden op andere leveranciers. Dat verloopt dan, om te voorkomen dat dat telkens moet worden aanbesteed, formeel via een tussenpersoon (een broker). De inkoop bij de in 2021 gekozen brokerdienstverlener is in 2023 formeel onrechtmatig geweest. De geraamde contractwaarde bij aanbesteding in 2021 was € 450.000 voor drie jaar. Dat bedrag was onrealistisch laag en is daarom al in 2022 overschreden. Via de broker zijn er in de afgelopen jaren ook (binnen de beschikbare middelen) extra mensen ingehuurd voor extra tijdelijke taken en projecten (meldpunt kinderopvang toeslag, leefgeld Oekraïners, Tozo, energietoeslag). In 2023 ging alleen dat al om een bedrag van circa € 1,7 mln. Uit jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie blijkt dat de raamovereenkomst bij het bereiken van de maximumwaarde geen effect meer sorteert. Met andere woorden: de raamovereenkomst is uitgewerkt en bestaat daarom niet meer. Er kan geen beroep gedaan worden op de uitzonderingsgrond van een wijziging op basis van onvoorziene omstandigheden. Bovenstaande betekent dat het bestede bedrag van 2023 van € 2.439.991 als financieel onrechtmatig wordt aangemerkt. Een nieuwe Europese aanbesteding (op basis van realistische uitgangspunten) wordt gestart.
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
81
Onderwerp
Bedrag
Inhuur teamleider tijdelijke
€ 69.210
projecten
Toelichting Inhuur heeft oorspronkelijk plaatsgevonden via een partij waarmee wij geen contract hebben (broker of voorkeursleverancier). Situatie is in de loop van 2023 rechtgezet.
Aankoop ICT Hardware
€ 90.162
Fout in verband met het ontbreken van een minicompetitie bij de aankoop van ICT Hardware (een voorwaarde in de raamovereenkomsten.)
Aankoop/lease, inspectie en
€ 217.583,82
Aankoop/lease, inspectie en onderhoud van transportmiddelen binnen het Werkleerbedrijf is door middel van een
onderhoud van transportmiddelen
vergelijking tussen drie partijen in 2020 verdeeld over twee partijen. Gezamenlijk komen deze twee partijen binnen vier
binnen het Werkleerbedrijf
jaar echter over de Europese aanbestedingsgrens.
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
82
Paragraaf Openbaarheid De Woo, die 1 mei 2022 in werking is getreden, regelt het recht van burgers op informatie van de overheid. De wet gaat uit van gefaseerde invoering en beoogt overheden transparanter te maken door overheidsinformatie beter vindbaar en digitaal toegankelijker te maken, en daarmee vertrouwen van onze inwoners meer terug te krijgen. De Woo regelt dat iedereen een verzoek om informatie kan indienen. Daarnaast verplicht de Woo ons om actief informatie openbaar te maken uit 11 informatiecategorieën. Op PLOOI (landelijke Platform Open Overheidsinformatie) zouden inwoners, overheden en bestuurders op een centrale plaats alle (actief) openbaar gemaakte overheidsinformatie moeten kunnen gaan vinden. De ontwikkeling van het PLOOI is echter gestopt. Dat neemt de openbaarheidsverplichtingen echter niet weg. Wat hebben is er bij Stroomopwaarts in 2023 gebeurd in het kader van de implementatie van de Woo? • Er is een verkenning gestart op producten die ingezet zouden kunnen gaan worden, ter vervanging van mogelijkheden die PLOOI zou bieden. • Stroomopwaarts heeft het initiatief genomen om periodiek met Woo functionarissen van de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam bij elkaar te komen. Er zijn immers mogelijk raakvlakken als het gaat om de inhoud van Woo verzoeken.
Bovendien zijn we met vier organisaties in een relatief klein werkgebied dezelfde wet aan het implementeren. We kunnen profiteren van elkaars kennis en van elkaars ervaringen. • Stroomopwaarts heeft een businesscase uitgewerkt die duidelijk maakt dat het waardevol is om te investeren in de aanschaf van anonimiseringssoftware. Er is ook een marktverkenning op anonimisering-software gedaan. • Vooralsnog kunnen Woo verzoeken per post ingediend worden. Er zijn voorbereidingen getroffen om de verzoeken ook digitaal in te kunnen dienen, op een wijze waarbij de aanvraag direct in het Zaaksysteem landt. • Er is bij Stroomopwaarts een podcast gemaakt voor medewerkers, waarin al besprekend toegelicht wordt, wat de Woo beoogt en welke impact het kan hebben in de organisatie. In 2023 heeft SOW ongeveer 12 tot 15 Woo-verzoeken ontvangen en afgehandeld.
Paragraaf Openbaarheid
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
83
Jaarrekening Overzicht van het gerealiseerd saldo van baten en lasten met toelichting
Programmarealisatie van baten en lasten
Analyse afwijkingen tussen begroting en rekening
Resultaat incidentele baten en lasten
Balans
Toelichting op de balans
Toelichting op de reserves en voorzieningen
SiSa-bijlage
Baten en lasten
2023
per taakveld
Wet Normering Topinkomens
Balans met toelichting
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
84
Programmarealisatie van baten en lasten Programma
Herijkte begroting 2023
(bedragen x 1.000)
GEREALISEERD SALDO VAN BATEN EN LASTEN Inkomen 2.515 -102.096 Werk 3.065 -14.280 Werkleerbedrijf 8.495 -27.475 Inburgering -1.878 Dekkingsmiddelen 150.383 Overhead 5 -19.457 Vennootschapsbelasting Onvoorzien -200
-99.581 -11.215 -18.980 -1.878 150.383 -19.452 -200
Gerealiseerd saldo baten en lasten: 164.463 -165.387
-924
TOEVOEGINGEN EN ONTTREKKINGEN RESERVES Inkomen 838 Werk Werkleerbedrijf Inburgering Dekkingsmiddelen Overhead 86
-
838 86
1.184 86
-
1.184 86
1.268 373
-
924
1.270
-
1.270
1.641
3.354 -102.096 3.065 -14.280 8.495 -27.475 -1.878 150.383 91 -19.457 -200
-98.743 -11.215 -18.980 -1.878 150.383 -19.366 -200
Gerealiseeerd resultaat: 165.387 -165.387
0
RESULTAAT VAN BATEN EN LASTEN Inkomen Werk Werkleerbedrijf Inburgering Dekkingsmiddelen Overhead Vennootschapsbelasting Onvoorzien
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
Lasten
Saldo
Verschil begroot (t/m BW3) en realisatie
Saldo
924
Baten
Realisatie t/m 31 december 2023
Lasten
mutaties reserves:
Baten
Begroting 2023 na BW3
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
5.889 -129.535 -123.646 2.971 -12.248 -9.276 7.755 -30.409 -22.654 -4.535 -4.535 177.735 - 177.735 5 -18.697 -18.692 -200 -200
7.235 -131.160 -123.926 2.309 -12.153 -9.844 8.054 -32.778 -24.724 -4.455 -4.455 177.999 - 177.999 2.494 -19.075 -16.581 -
1.346 -663 299 264 2.489 -
-1.625 95 -2.369 80 -377 200
-279 -568 -2.070 80 264 2.111 200
194.355 -195.625
198.089 -199.621
-1.532
3.735
-3.997
-262
-
1.268 373
85 287
-
85 287
-
1.641
372
-
372
7.072 -129.535 -122.462 2.971 -12.248 -9.276 7.755 -30.409 -22.654 -4.535 -4.535 177.735 - 177.735 91 -18.697 -18.606 -200 -200
8.503 -131.160 -122.657 2.309 -12.153 -9.844 8.054 -32.778 -24.724 -4.455 -4.455 177.999 177.999 2.722 -18.930 -16.208 -
1.431 -663 299 246 2.489 -
-1.625 95 -2.369 80 -377 200
-195 -568 -2.070 80 264 2.398 200
195.625 -195.625
199.730 -199.621
4.107
-3.997
110
-1.270
0
Baten
Lasten
109
85
Analyse afwijkingen tussen begroting en rekening Op grond van artikel 25 van het Besluit Begroting en Verantwoording dient bij de programmarekening een analyse te worden opgenomen van de afwijkingen tussen de begroting na wijziging en de programmarekening. De rechtmatigheid van de uitgaven wordt getoetst aan de hand van de analyse van begrote en werkelijke lasten. Hierbij wordt op programmaniveau getoetst of de werkelijke lasten niet hoger waren dan de begrote lasten. Mocht er sprake zijn van hogere werkelijke lasten dan wordt per product geanalyseerd of er sprake is van een onrechtmatige uitgave. In de kadernota Rechtmatigheid legde de commissie BBV de visie hieromtrent vast. De analyse is in het jaarverslag per programma opgenomen. In de jaarrekening wordt daarom volstaan met een verwijzing naar de programmaverantwoording in het jaarverslag. Per product is een nadere analyse vermeld. De begrotingsafwijkingen zijn beoordeeld op rechtmatigheid en opgenomen in onderstaande tabel. Er is geen sprake van administratieve onrechtmatigheid van de geconstateerde kostenoverschrijdingen.
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
86
Beoordeling kostenoverschrijding per programma
Onrechtmatig
Onrechtmatig
(bedragen x 1.000)
telt niet mee
telt mee
Kostenoverschrijding die passen binnen bestaand beleid, dat ten onrechte niet tijdig is geautoriseerd.
• Inkomen (onderschrijding lasten, voor zover niet open einde regeling of
288
gerelateerde inkomsten) • Werk (onderschrijding lasten)
95
• Werk (onderschrijding baten)
678
• Werkleerbedrijf (overschrijding baten)
299
• Inburgering (onderschrijding lasten, voor zover niet verrekend met gemeenten)
82
• Bedrijfsvoering (overschrijding baten) • Onvoorzien
2.489 200
Overschrijding lasten programma’s (of indien van toepassing een
Programma 3: Werkleerbedrijf
ander door het Algemeen Bestuur vastgesteld autorisatieniveau)
Programma 5: Overhead
311
Investeringskredieten
302
Kostenoverschrijding openeindregeling
2.369
Programma 1: Inkomen
Kostenoverschrijding gecompenseerd door extra inkomsten niet direct gerelateerd Kostenoverschrijding achteraf onrechtmatigheid Totaal
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
0
7.113
87
Resultaat incidentele baten en lasten Bedragen in € 1.000 Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording dient bij de programmarekening een analyse te worden opgenomen van het resultaat incidentele baten en lasten. In 2018 publiceerde de Commissie BBV de notitie structurele en incidente baten en lasten. De jaarrekening is materieel in evenwicht. In de begroting 2023 inclusief begrotingswijzigingen, zijn op basis van besluiten, de volgende incidentele lasten en baten opgenomen: a. Het maatwerk betreft sociale kredieten en specifieke afspraken en wordt afgerekend op basis van realisatie. b. Het maatwerk betreft voormalig ID-banen en wordt afgerekend op basis van realisatie. c. De ambitie is om € 300 ESF-subsidiebaten te genereren. d. Het maatwerk betreft garantievoorwaarden, incidentele lasten transitie en bijdrage Talent en wordt afgerekend op basis van realisatie. e. Het resultaat ad € 0,475 mln over 2022 is in 2023 bestemd, er is 0,337 onttrokken aan de Algemene Reserve en 0,812 toegevoegd aan de reserve Kinderopvangtoeslag. f. Vanuit de reserve decembercirculaire is er capaciteit en budget beschikbaar gesteld voor zowel programma Inkomen als Werk. g. Voor de lasten van de overgang van bedrijfsvoering naar Stroomopwaarts is € 145 beschikbaar gesteld vanuit de reserve Transitie. h.
Voor de lasten van thuiswerkvoorzieningen was € 88 begroot als onttrekking aan de Reserve Thuiswerkvoorzieningen, er is 3k gebruikt i. Voor maatwerkafspraken zijn zowel lasten als baten in de begroting verwerkt. Enkele afspraken zijn meerjarig, maar worden als incidenteel beschouwd, omdat ze voor maximaal twee tot drie jaar gelden. Realisatie a. Onder maatwerk zijn ook de tijdelijke regelingen Energietoeslag en de toeslagaffaire kinderopvang opgenomen, wordt afgerekend op basis van realisatie. b. De realisatie van de ESF bate is € 1.819 hoger dan begroot. c. Bate voor maatwerk garantievoorwaarden was lager dan begroot. d. De uitvoering van de Tozo was € 85 hoger dan begroot. e. De uitvoering van leefgeld Oekraïners kinderopvangtoeslag en energietoeslag waren hoger dan begroot. f. Extra capaciteit in programma Werk is conform begroting. g. De reserve transitie is lager doordat kosten afwikkeling langer duurde dan gepland en hierdoor een deel van de kosten in 2024 gemaakt zullen worden. h. De realisatie van de thuiswerkvoorzieningen is ook lager dan begroot. Uit het overzicht incidentele baten en lasten blijkt dat de incidentele lasten worden gedekt door structurele baten.
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
88
Overzicht incidentele baten en lasten Stroomopwaarts Incidentele Baten
Begroot
Realisatie
Incidentele lasten
Begroot
Realisatie
Bedragen x € 1.000
2023
2023
Bedragen x € 1.000
2023
2023
Programma Inkomen Maatwerk Uitvoeringskosten
2.835 42
3.403 42
244
273 106
Programma Werk Maatwerk SEN Subsisdies
-
Programma Werkleerbedrijf Subsidies Boekwinsten
Programma Inkomen Capaciteit Uitvoering Tozo Middelen decembercirculaire Uitvoeringskosten
233 288 231 1.037
233 373 231 1.145
Programma Werk Middelen decembercirculaire Project Jeugdwerkgelegenheid
197 -
197 240
Programma Werkleerbedrijf 1.160
1.002 7
Dekkingsmiddelen Subsidies
300
2.119
Overhead Maatwerk
425
376
Totaal Incidentele baten programma Mutatie reserves Programma Inkomen Programma Werk Programma Werkleerbedrijf Programma Inburgering Dekkingsmiddelen Overhead (Begrotings)saldo t.l.v. algemene reserve (Begrotings)saldo t.l.v. bestemmingsreserve
5.006
7.338
1.184 -
1.269 -
86
373
-
Totaal Incidentele baten reserves Totaal Incidentele baten
Dekkingsmiddelen Deelnemersbijdrage (resultaat 2022) Overhead Maatwerk Capaciteit en doorontwikkeling Transitie Afwikkeling ERP-geschil Zaaksysteem en thuiswerkvoorzieningen
182 88
10 145 30
2.257
-
Totaal Incidentele lasten programma Mutaties reserves Programma Inkomen Programma Werk Programma Werkleerbedrijf Programma Inburgering Dekkingsmiddelen Overhead (Begrotings)saldo t.g.v. algemene reserve (Begrotings)saldo t.g.v. bestemmingsreserve
-
-
1.270
1.642
Totaal Incidentele lasten reserves
-
-
6.276
8.980
Totaal Incidentele lasten
2.257
2.604
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
2.604
-
89
Wet Normering Topinkomens De WNT is van toepassing op Stroomopwaarts MVS. Het voor Stroomopwaarts MVS toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2023 € 216.000 (algemeen bezoldigingsmaximum voor topfunctionarissen in dienstbetrekking). Bezoldiging topfunctionarissen Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling Gegevens 2023 (bedragen x € 1)
N.C. van der Wekken
Functiegegevens
Directeur
Aanvang en einde functievervulling in 2022
01/01-31/12
Gegevens 2022 (bedragen x € 1)
N.C. van der Wekken
Functiegegevens
Directeur
Aanvang en einde functievervulling in 2023
01/03 t/m 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
1
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
1
Dienstbetrekking?
ja
Dienstbetrekking?
ja
Bezoldiging
Bezoldiging
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
151.277
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
145.447
Beloningen betaalbaar op termijn
22.509
Beloningen betaalbaar op termijn
22.317
Subtotaal Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
173.786 233.000
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag
N.v.t.
Totale bezoldiging
173.786
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan
N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
N.v.t.
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
Subtotaal Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
Totale bezoldiging
167.763 216.000
167.763
90
Topfunctionarissen met een totale bezoldiging van € 1.800 of minder Naam
Functie in 2023
A.J. Proos
AB en DB lid (voorzitter AB en DB vanaf september 2023)
A.N. Biekman
AB en DB lid (voorzitter AB en DB tot september 2023)
S.B. Kuiper
AB en DB lid
B. Bikkers
AB lid
S. Evers
AB-lid
P. Zwang
AB-lid
Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2023 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
91
Balans 2023 Balans Gemeenschappelijke regeling Stroomopwaarts MVS ACTIVA (bedragen x 1.000)
31-12-2023
31-12-2022
PASSIVA (bedragen x 1.000)
31-12-2023
31-12-2022
31-12-2021
VASTE PASSIVA
VASTE ACTIVA Materiële vaste activa
2.070
- Investeringen met economisch nut
2.070
534 534
Eigen vermogen
4.595
6.127
- Algemene reserve
2.145
2.482
- Bestemmingsreserves
2.340
3.170
- Gerealiseerd resultaat
110
475
Voorzieningen - Voorzieningen voor verplichtingen en verliezen
531 531
677 677
en risico's Totaal vaste activa
2.070
534
VLOTTENDE ACTIVA
Totaal vaste passiva
5.126
6.804
12.610
10.365
VLOTTENDE PASSIVA
Voorraden
46
- Grond- en hulpstoffen
46
Uitzettingen met een rentetypische looptijd
48
24.441
20.512
korter dan 1 jaar - Vorderingen op openbare lichamen - Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een
-
16.374
20.551
315
3.890
3.823
Liquide middelen (kas, banksaldi)
3.034
336
Overlopende activa
1.703
2.499
- De van Europese en Nederlandse overheidslichamen
529
- Rekening-courant bank
-
4.529
- Overige kasgeldleningen
6.049
-
- Overige schulden
6.560
5.836
Overlopende passiva
rentetypische looptijd korter dan één jaar - Overige vorderingen
Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar
48
1.743
13.559
6.761
- Vooruit ontvangen bijdragen overige overheid
3.537
1.356
- Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn
9.673
4.996
349
408
opgebouwd en die in een volgende begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume
nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan
- Overige vooruitontvangen bedragen
door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel - Overige overlopende activa
1.174
756
Totaal vlottende activa
29.224
23.396
Totaal vlottende passiva
26.168
17.126
TOTAAL-GENERAAL
31.294
23.930
TOTAAL-GENERAAL
31.294
23.930
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
92
Toelichting op de balans A. Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Inleiding De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten daarvoor geeft. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend waren. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Een uitzondering hierop vormen voorzieningen of schulden vanwege jaarlijks terugkerende arbeidskosten of daaraan gerelateerde verplichtingen. Deze worden toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Daarbij moet worden gedacht aan componenten, zoals doorlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken.
Balans Vaste activa Materiële vaste activa met economisch nut In de Financiële verordening Stroomopwaarts MVS 2023 zijn regels voor waardering en afschrijving vastgelegd. De activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke aanschafwaarde. Slijtende investeringen worden vanaf het jaar volgend op ingebruikneming lineair afgeschreven gedurende de verwachte gebruiksduur. Daarbij wordt rekening gehouden met een eventuele restwaarde. In artikel 8 van de Financiële verordening Stroomopwaarts MVS 2023 is het beleid over de waardering en afschrijving vaste activa beschreven. De afschrijvingsmethode is als bijlage bij de verordening opgenomen en luidt als volgt:
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
93
Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met economisch nut. De volgende materiële vaste activa worden lineair afgeschreven in: a. 40 jaar: (nieuwbouw) kantoren en bedrijfsgebouwen; b. 25 jaar: renovatie kantoren en bedrijfsgebouwen; c. 15 jaar: technische installaties in kantoren en bedrijfsgebouwen; d. 10 jaar: nieuwbouw tijdelijke kantoren en bedrijfsgebouwen; e. 10 jaar: veiligheidsvoorzieningen kantoren en bedrijfsgebouwen; f. 10 jaar: mechanische installaties en machines; g. 10 jaar: kantoormeubilair; h. 10 jaar: aanhangwagens en zware motorvoertuigen; i. 5 jaar: telefooninstallaties; j. 3 jaar: mobiele telefoons; k. 5 jaar: personenauto’s en lichte motorvoertuigen; l. 5 jaar: gereedschappen; m. 5 jaar: automatiseringsapparatuur; n. 5 jaar: software gemeentelijke applicaties; o. 5 jaar: software kantoorautomatisering; p. Activa die niet onder a t/m o vallen worden afgeschreven op basis van technische levensduur. Vlottende activa Voorraden Voorraden grond- en hulpstoffen (magazijnvoorraden), halffabricaten, en voorraad gereed product worden niet gewaardeerd. Het betreft voorraad van de afnemer. Voorraden verbruiksartikelen worden gewaardeerd tegen verkrijgingprijs dan wel lagere marktwaarde. Incourante voorraden worden afgewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of marktwaarde. De toegepaste regel op de voorraad verbruiksartikelen betreft FIFO (first in first out).
Deze waardering is anders beschreven dan in voorgaande jaren. Bij de inrichting van het ERP is deze waardering verwerkt in de processen rond mutaties in verbruiksartikelen. Vorderingen De vorderingen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening dubieuze uitkeringsdebiteuren wordt dynamisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen. De voorziening dubieuze handelsdebiteuren wordt statisch bepaald.
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
94
Liquide middelen en overlopende posten Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. Vaste passiva Algemene reserve De algemene reserve is in 2015 gevormd op basis van de begroting, waarmee een negatieve reserve is ontstaan. 5 jaar na de start van de organisatie is deze teruggebracht naar een positief saldo. De bestemmingsreserve is in 2021 gevormd om de incidentele middelen specifiek beschikbaar te houden voor de middelen decembercirculaire 2020, transitie bedrijfsvoering en de uitvoeringskosten van zowel Tozo als de kinderopvangtoeslagaffaire. De niet gebruikte incidentele middelen in het lopend kalenderjaar vloeien terug naar de bestemmingsreserve. De maximale doorlooptijd van deze reserves is 4 jaar. Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting of het voorzienbare verlies. Vaste schuld Stroomopwaarts heeft geen vaste schuld. Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarden. Algemene grondslagen voor de Rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid.
Dat betekent dat: • De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet; • De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: o Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 30 november 2023 door het algemeen bestuur is vastgesteld; o Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderscheidingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tot een begrotingswijziging hebben geleid of niet tijdig aan het algemeen bestuur zijn gemeld. o Ten aanzien van het M&O criterium is het handhavingsbeleid en het uitvoeringsplan handhaving (vastgesteld in dagelijks bestuur 25 juni 2020) van onze organisatie leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik.
Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording.
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
95
• De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2023 van de Commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat: o Een verantwoordingsgrens van 1 % (zijnde € 1.986.650) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen; o Een rapporteringstolerantie van € 50.000 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen.
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
96
B. Toelichting per balanspost ACTIVA VASTE ACTIVA Materiële vaste activa De materiele vaste activa bestaan uit de volgende onderdelen: Balanswaarde
Balanswaarde
31.12.2022
31.12.2023
Investeringen met een economisch nut Totaal
534
2.070
534
2.070
Onderdelen en verloop van de boekwaarde van de overige investeringen met een economisch nut: Balanswaarde
Investering
Desinvestering
Afschrijvingen
31.12.2022
Duurzame
Balanswaarde
waardevermindering
31.12.2023
Vervoermiddelen
290
124
248
-186
352
Machines, apparaten en installaties
232
49
140
-101
242
Overige materiële vaste activa
12
1.469
16
-10
1.475
534
1.642
404
-297
Totaal
-
2.070
VLOTTENDE ACTIVA Voorraden De in de balans opgenomen voorraden worden uitgesplitst naar de volgende categorieën: Balanswaarde
Balanswaarde
31.12.2022
31.12.2023
Grond- en hulpstoffen
48
46
Onderhanden werk
-
-
48
46
Totaal
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
97
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar De in de balans opgenomen uitzettingen met een looptijd minder dan 1 jaar kunnen als volgt gespecificeerd worden: Balanswaarde
Boekwaarde
Voorziening
Balanswaarde
31.12.2022
31.12.2023
oninbaarheid
31.12.2023
Vorderingen op openbare lichamen
16.374
0
n.v.t.
0
315
20.551
n.v.t.
20.551
Handelsdebiteuren
978
1.048
-33
1.015
Uitkeringsdebiteuren
2.866
12.694
-9.763
2.932
-21
-57
0
-57
20.512
34.236
-9.796
24.441
Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen:
Overig Totaal
Voor het afdekken van de risico’s van uitzettingen met een looptijd korter dan 1 jaar, is een voorziening getroffen voor het afschrijven van dubieuze debiteuren. Balanswaarde
Toevoeging
Aanwending
Balanswaarde
31.12.2022 Voorziening dubieuze handelsdebiteuren Voorziening dubieuze inkomensdebiteurendebiteuren
31.12.2023 8
58
33
33
10.978
342
1.557
9.763
10.987
400
1.590
9.796
(verwerkt onder Overige vorderingen) Totaal
Deze voorzieningen worden in mindering gebracht op de waarde van de posten debiteuren onder de balanspost Overige vorderingen.
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
98
Toelichting uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Artikel 52c in het BBV schrijft de vermelding van het drempelbedrag voor, waarboven de gemeente overtollige middelen bij de Rijksschatkist aanhoudt. Ook een overzicht met het gemiddelde banksaldo per kwartaal behoort tot de voorgeschreven onderwerpen in de jaarrekening. Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1.000) Verslagjaar 2023 (1)
Drempelbedrag
3.307,74 Kwartaal 1
(2)
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
445
1.817
2.501
2.243
2.863
1.490
806
1.064
-
-
-
-
middelen (3a) = (1) > (2) Ruimte onder drempelbedrag (3b) = (2) > (1) Overschrijding van het drempelbedrag
Het drempelbedrag (2,0% van het begrotingstotaal) is voor 2023 als volgt berekend: € 165.387 miljoen x 2,0% = € 3.307.490. De drempel is in 2023 niet overschreden. Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen bestaat uit de volgende componenten: Balanswaarde
Balanswaarde
31.12.2023
31.12.2022
Kas
3
4
Bank
3.026
324
4
8
3.034
336
Kruisposten Totaal
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
99
Overlopende activa De post overlopende activa kan als volgt onderverdeeld worden: Balanswaarde
Balanswaarde
31.12.2023
31.12.2022
De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel: - ESF Overige nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende
529
1.743
1.174
756
1.703
2.499
begrotingsjaren komen Totaal
§ Paragrafen € Jaarrekening
Bijlagen
100