Bijlage HHM Rapportage analyse jeugdhulpbudget
Tekst van het document
Analyse jeugdhulpbudget Mevis Gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam
Colofon Opdrachtgever
Gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam Auteurs
Annika van de Belt Peter Bakker
1 2 3
Lilian van Oosterhout Kenmerk
AT/25/0851/mvsj Publicatiedatum
4 5 6 7
5 juni 2025 © Bureau HHM
AT/25/0851/mvsj
Rapportage Analyse jeugdhulpbudget Mevis | © bureau HHM 2025 | 2
Inhoudsopgave 1.
Aanleiding ........................................................................................... 4
6.
Conclusies en aanbevelingen ........................................................ 32
1.1
Achtergrond ............................................................................................... 4
6.1
Conclusies................................................................................................. 32
1.2
Onderzoeksvragen .................................................................................... 4
6.2
Aanbevelingen ......................................................................................... 36
1.3
Visie op onderzoeksvragen ...................................................................... 5
1.4
Gevolgde aanpak ....................................................................................... 5
1.5
Leeswijzer ................................................................................................... 6
2.
Lumpsumbudget .............................................................................. 7
2.1
Opbouw lumpsumbudget ........................................................................ 7
2.2
Indexatie ................................................................................................... 10
2.3
Ontwikkeling lumpsumbudget 2022 t/m 2024 .................................... 11
3.
Zorgconsumptie verwijszorg ......................................................... 13
3.1
Vergelijkbaarheid van de data ............................................................... 13
3.2
Kerndata zorgconsumptie verwijszorg ................................................. 13
3.3
Ontwikkeling jeugdhulpbudget Nederland .......................................... 18
3.4
Algemene verklaringen stijging kosten en aantal cliënten ................ 18
3.5
Inzoomen op specifieke producten ..................................................... 23
4.
Wijkteams ....................................................................................... 26
4.1
Formatie wijkteams ................................................................................. 26
4.2
Aantal cliënten wijkteams ...................................................................... 28
4.3
Externe verwijzers ................................................................................... 28
5.
Tariefvergelijking verwijszorg ....................................................... 29
5.1
Opbouw tarieven verwijszorg ................................................................ 29
5.2
Vergelijking tarieven verwijszorg ........................................................... 30
AT/25/0851/mvsj
Bijlage 1
Transformatie en partnerschap ................................................ 37
1 2 3 4 5 6 7 Rapportage Analyse jeugdhulpbudget Mevis | © bureau HHM 2025 | 3
1. Aanleiding
1.1
Achtergrond
De gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam (verder genoemd: MVS-gemeenten) hebben per 2023 de jeugdhulp integraal aanbesteed aan het consortium Mevis. Het betreft een taakgerichte uitvoeringsvariant met een lumpsumbekostiging. Aan Mevis is een budget ter beschikking gesteld dat is gebaseerd op de werkelijke uitgaven van de gemeenten aan de jeugdhulp in 2019. Dit budget is herijkt op basis van de werkelijke uitgaven over 2021 en over 2022 en vervolgens geïndexeerd voor 2023 en 2024. Mevis heeft aangegeven dat het budget voor 2024 niet toereikend is voor de uitvoering van de opdracht. Mevis verwacht voor de uitvoering te kort van €18,- miljoen, zie voor meer informatie pagina 11.
1.2
Onderzoeksvragen
De MVS-gemeenten willen inzicht in mogelijke verklaringen voor het verschil tussen het budget 2024 en de realisatie 2024. Dit om het benodigde budget voor 2026, 2027 en 2028 goed te onderbouwen. De MVS-gemeenten hebben de volgende onderzoeksvragen geformuleerd: 1. Waarom wijkt de realisatie van 2024 zo sterk af van de begroting en de realisaties over de voorgaande jaren 2023 en 2022? a) Analyseer en verklaar de aantallen unieke cliënten en uitgaven ‘verwijszorg’ 2024 van de diverse zorgvormen van 2024 en vergelijk deze met 2022 en 2023. b) Analyseer en verklaar de aantallen verwijzers 2024 van de verschillende zorgvormen en vergelijk deze met 2022 en 2023. c) Analyseer en verklaar de duur van de trajecten 2024 en vergelijk deze met 2022 en 2023.
AT/25/0851/mvsj
Rapportage Analyse jeugdhulpbudget Mevis | © bureau HHM 2025 | 4
1 2 3 4 5 6 7
d) Analyseer en verklaar de bezetting (per kwartaal) van de formatie
•
De mate waarin partnerschap is vormgegeven;
wijkteams, plusteam en jeugdprofessionals op school (Jos) of
•
De wijze waarop sturing en monitoring ingericht is.
verbonden aan de praktijk (Jip) en vergelijk deze met 2022 en 2023. Analyseer en verklaar de uitgaven aan de formatie wijkteams,
Onze ervaring is dat dit belangrijke onderwerpen zijn om te bespreken in
plusteam en jeugdprofessionals op school (Jos) of verbonden
een taakgerichte uitvoeringsvariant. Omdat deze onderwerpen geen deel
aan de praktijk (Jip) en vergelijk deze met 2022 en 2023.
uitmaken van de onderzoeksvragen, terwijl we ze wel van belang vinden,
Voer een tariefvergelijking uit van de door Mevis betaalde tarieven
willen we de input die we hierop hebben gehad als bijvangst meegeven
over 2024 voor de verwijszorg en de formatie van wijkteams,
aan de MVS-gemeenten (die op basis daarvan eigen afwegingen kunnen
plusteam, Jip en Jos met die van 2022 en 2023.
maken). De input is opgenomen in bijlage 1.
e)
2.
a)
Hoe verhouden zich de gehanteerde tarieven op productniveau met de landelijke tarieven?
3.
Kortgezegd: het gaat om de balans tussen taak en budget.
Geeft de toegepaste indexatie(methode) per zorgvorm op het budget
1.4
Gevolgde aanpak
Dit onderzoek hebben we uitgevoerd in vijf stappen.
2024 en verder afdoende dekking voor de stijging van de tarieven? 4.
Geef aan of sprake is van incidentele of structurele afwijkingen. Structureel is een afwijking waarvan verwacht wordt dat deze langer dan 3 jaar duurt; korter dan 3 jaar is incidenteel.
5.
1.3
Welke verschillen worden veroorzaakt door exogene (niet door MVS
We hebben een documentstudie uitgevoerd om inzicht te krijgen in: de scope van de opdracht, de opbouw van het budget (waar mogelijk ook afspraken met/het budget voor de onderaannemers), realisatie van het
en Mevis beïnvloedbare) factoren?
budget, afspraken die van toepassing zijn op het budget (onder andere
Visie op onderzoeksvragen
gemaakt van de volgende documenten: inkoopdocumenten (waar onder
Om antwoord te geven op de onderzoeksvragen is het van belang te kijken naar de oorspronkelijke opbouw van het budget en naar de mate waarin dat destijds reëel is vastgesteld. Daarnaast hangt de ontwikkeling van een taakgericht budget samen met meerdere factoren. Op basis van onze adviespraktijk komen wij tot een aantal relevante factoren die te maken hebben met de opdracht aan het consortium en de balans tussen de opdracht en het budget: •
Kwalitatieve data-analyse
De mate waarin de beoogde resultaten in de zin van transformatie en de verschuiving naar de sociale basis worden gerealiseerd; AT/25/0851/mvsj
ventielafspraken), et cetera. Voor de documentstudie hebben we gebruik contracten), informatie over (de historische) opbouw van het budget, opbouw van de producten (voor zo ver die nu gebruikt worden), rapport van Significant, bestuursrapportages, voortgangsrapportages van Mevis en relevante beleidsdocumenten zoals het MVS-jeugdhulpmodel. Benchmark jeugdhulptarieven
We hebben een (interne) benchmark uitgevoerd naar de jeugdhulptarieven die Mevis hanteert voor de verwijszorg. Hiervoor maken we gebruik van interne benchmarkgegevens; in de afgelopen 3 Rapportage Analyse jeugdhulpbudget Mevis | © bureau HHM 2025 | 5
1 2 3 4 5 6 7
jaar hebben we voor meerdere regio’s jeugdhulptarieven opgebouwd die
Rapportage
we kunnen gebruiken voor deze vergelijking. Daarbij merken we op dat
De uitkomsten van de eerdergenoemde stappen zijn verwerkt in deze
het niet altijd mogelijk is om goede vergelijkingen te maken, vanwege de
rapportage. Tijdens het opstellen van het document is er nauw
verschillen in onderliggende keuzes door de gemeenten. We hebben in
samenwerkt met de betrokken gemeenten. Om de inhoud te
de benchmark hoofdzakelijk gekeken naar regio’s/gemeenten die qua
optimaliseren, zijn er meerdere iteraties doorlopen. Dit proces omvatte
productomschrijvingen enige mate van gelijkenissen vertonen.
uitgebreide gesprekken met de werkgroep, vertegenwoordigers van Mevis en de verantwoordelijke wethouders. Om te komen tot dit rapport
Kwantitatieve data-analyse
zijn twee uitgebreide feedback rondes geweest met bovenstaande
Ook hebben we een kwantitatieve data-analyse uitgevoerd waarbij we op
partijen.
zoek zijn gegaan naar patronen en mogelijke verklaringen voor de stijging van het lumpsumbudget binnen de looptijd van de opdracht van
1.5
Mevis. Daarbij is gebruik gemaakt van data uit 2023 en 2024. We hebben
Na de aanleiding in paragraaf 1, geven we in paragraaf 2 een beeld van
voor de analyse de volgende data gebruikt:
het lumpsumbudget waarbij we ingaan op de opbouw, de indexatie en
Leeswijzer
•
Aantal jeugdigen/gezinnen
de ontwikkeling van het budget. In paragraaf 3 staat een beschrijving van
•
Omvang inzet (uren/dagdelen)
de zorgconsumptie binnen de verwijszorg op basis van data, dit
•
Doorlooptijden van de ingezette jeugdhulp
vergelijken we met de ontwikkelingen van het jeugdhulpbudget in
•
Stapeling en volgtijdelijkheid van jeugdhulpvormen
Nederland. Daarbij beschrijven we algemene verklaringen voor de
•
Formatie (inclusief uitgaven aan personeel)
stijging van de kosten en het aantal cliënten. Tenslotte zoomen we in op
•
Realisatiecijfers.
specifieke producten. In paragraaf 4 beschrijven we de formatie en het
Voor de analyse van de data zijn we afhankelijk geweest van de
aantal cliënten binnen de wijkteams en schrijven we over externe
nauwkeurigheid, volledigheid, betrouwbaarheid en bruikbaarheid van de
verwijzers. In paragraaf 5 beschrijven we de opbouw van de tarieven in
beschikbare data (zie paragraaf 3.1).
de verwijszorg en vergelijken we deze met tarieven die elders worden gehanteerd. In paragraaf 6 trekken we conclusies en doen we
Interviews
aanbevelingen.
Om goed te begrijpen wat we in de data zien hebben we een aantal interviews afgenomen met: Mevis, Rogplus en het MVS-jeugdteam. Deze interviews waren bedoeld om verhelderende vragen te stellen over de data en over de patronen die we zien en om een eerste indruk te krijgen van mogelijke oorzaken en verklaringen.
AT/25/0851/mvsj
Rapportage Analyse jeugdhulpbudget Mevis | © bureau HHM 2025 | 6
1 2 3 4 5 6 7
2. Lumpsumbudget
2.1
Opbouw lumpsumbudget
Bepaling lumpsumbudget
De scope van de opdracht omvat alle vormen van jeugdhulp waaronder het jeugd- en gezinsdeel van het Wijkteam en het flexibel team, jeugdhulp die wordt geboden in, en in samenwerking met het onderwijs, en jeugdhulp die wordt geboden in huisartsenpraktijken in de vorm van praktijkondersteuners. De opdracht bevat zowel zorg in natura (ZIN) als persoonsgebonden budget (pgb). Onder de reikwijdte van de opdracht vallen niet het LTA, de maatregelen in het kader van de jeugdbescherming en jeugdreclassering, Veilig Thuis en jeugdhulpvervoer. Het lumpsumbudget is als volgt opgebouwd: zorgkosten + wijkteams + opstartkosten & transformatiekosten + indexatie = lumpsumbudget 1. Voor het bepalen van de zorgkosten is het jaar 2019 als uitgangspunt genomen, omdat dit jaar het meest betrouwbaar is (inzicht in productie en realistisch)2. Daarbij is uitgegaan van de werkelijke productie. De kosten zijn herijkt met de zorgkosten van 2022 en geïndexeerd tot en met 2024. Voor de opstart- en transformatiekosten is de richtlijn van 2% uit het rapport3 van Rebel aangehouden. Het budget is vastgesteld tot en met 2028. De wijze waarop het lumpsumbudget is vastgesteld is in grote lijnen gebruikelijk4. In veel regio’s die op een vergelijkbare manier werken (taakgerichte uitvoeringsvariant met een lumpsumbudget), wordt ook nog rekening gehouden met inverdieneffecten.
Dit aandeel is in de MVS-regio 5%, in 2025: 1%, 2026: 2%, 2027: 3,5% en in 2028: 5%. Het inverdieneffect is niet voorgeschreven door de MVS-gemeenten, maar uitgevraagd als Bij de Herijking van 2022 zijn meegenomen: zorgkosten, PGB, Maatwerk, Subsidies GRJR 2022, Wijkteams/gezinsspecialisten, Overige jeugdhulp, POH, Pak je Kans, GGZ extra, huisvestingskosten Vlaardingen. 2 Bijlage 8: onderbouwing budget 3 Rapport: Financiële effecten jeugdhulpmodel MVS (2020) 4 Zie o.a. onderzoek ‘Taakgericht werken met Jeugdhulpconsortia’ van de Jeugdautoriteit (2025) 1
AT/25/0851/mvsj
Rapportage Analyse jeugdhulpbudget Mevis | © bureau HHM 2025 | 7
1 2 3 4 5 6 7
onderdeel van de inschrijving. We komen in andere regio’s tegen dat
Risicoverdeling
rekening wordt gehouden met autonome groei, dan wel verdisconteerd in
Onderdeel van het bepalen van een passend lumpsumbudget is het
het budget dan wel in de vorm van een ventielafspraak waarbij de
maken van afspraken over de risicoverdeling tussen de MVS-gemeenten
autonome groei jaarlijks wordt gemonitord. Substantiële autonome groei
en het consortium. In de opbouw van het budget zit geen compensatie
wordt in de MVS-regio opgevangen met het veiligheidsventiel.
voor autonome groei. Om dat risico evenwichtiger te verdelen is gekozen voor een veiligheidsventiel. In de aanbestedingsleidraad is het volgende opgeschreven over het veiligheidsventiel:
Startfoto
Een aandachtspunt bij de berekening van een lumpsumbudget is de volledigheid van de ‘startfoto’. Ofwel: is de zorgconsumptie-data goed in
“In een dynamisch kansen- en risicodossier kunnen risico’s naar voren komen,
beeld? Met name wachtlijsten zijn hierin een aandachtspunt. Mevis geeft in
die de aard van de Opdracht niet veranderen, maar die wel een negatieve
het interview aan dat de wachtlijsten voor het contract met Mevis niet
bijdrage kunnen hebben aan het realiseren van de Opdracht(doelen) en die niet
compleet in beeld waren (zie paragraaf 3.4 voor nadere toelichting).
(meer) gemitigeerd kunnen worden zonder herziening van het Budget. In deze
Andere onderdelen waarvan Mevis in het interview aangeeft dat die
gevallen wordt het betreffende risico
achteraf bezien onvoldoende in beeld waren: aantal fte benodigd voor de
nader door Partijen uitgewerkt in een zgn. business case. Het betreft risico’s die
wijkteams in relatie tot de taken (zie paragraaf 4.1), consequenties van de
optreden door onvoorziene of niet (volledig) te beïnvloeden omstandigheden,
knip in wijkteams tussen volwassenen en jeugd, het omzetten van het
niet te wijten aan Opdrachtnemer en waarbij de mitigerende maatregelen niet
arrangementenmodel naar een P*Q-systematiek voor verwijszorg en de
of slecht deels het beoogde gewenste effect hebben (gehad) ondanks de
realiteit achter subsidies. Subsidiebedragen waren bekend, maar aantallen
redelijke inspanningen om dit effect te bereiken.”
cliënten die gebruikmaken van gesubsidieerd aanbod niet. Geïnterviewden reflecteren verschillend op de toepassing van het Onze ervaring met de bepaling van een lumpsumbudget is dat die deels
veiligheidsventiel.
bepaald wordt op basis van aannames, denk aan benodigd budget voor de
•
Rogplus geeft als contractbeheerder (zie bijlage 1 voor toelichting rol)
uitvoeringsorganisatie en inverdieneffecten. Achteraf gezien kunnen
aan dat er vanuit goed partnerschap (“‘op het scherpst van de snede,
aannames onjuist zijn. Uit de interviews blijkt dat er met de MVS-
maar met aandacht voor onderlinge verbondenheid”) invulling
gemeenten en Mevis geen heldere afspraken zijn gemaakt over het
gegeven wordt aan de ventielafspraken. Wel signaleren zij een
toetsen van aannames in de praktijk en het bepalen van eventuele
‘schuldvraag risico’: is een bepaalde ontwikkeling aanwijsbaar niet
consequenties van afwijkingen.
voorzien? Daarnaast geven zij aan dat het ventiel gebruikt wordt voor groei van aantal jeugdigen en zwaarte van de jeugdhulp, wat deels voorspelbaar is. Een strikte toepassing van het ventiel legt veel risico
AT/25/0851/mvsj
Rapportage Analyse jeugdhulpbudget Mevis | © bureau HHM 2025 | 8
1 2 3 4 5 6 7
neer bij Mevis. Daarnaast houdt het ventiel onvoldoende rekening met
opdrachtwaarde vergt. De MVS-gemeenten hebben in de onder-
wat er verwacht mag worden van een organisatie in opbouw.
handelingsgesprekken aangeven dat ze een integraal budget beschikbaar
Tussentijdse activering an het veiligheidsventiel kan via een
stellen, waaruit alle kosten voor de uitvoering van de opdracht bekostigd
businesscase, maar wordt als onpraktisch ervaren; deze benadering
dienen te worden.
doet geen recht aan de integrale aard van de transformatieopdracht. •
•
De gemeenten geven aan dat zij ervaren dat het veiligheidsventiel
Voor 2023 is er bij de exogene factoren geen beroep gedaan op de
wordt ingezet om ‘gaten in de begroting’ te dichten. Zij hebben het
uitvoeringsorganisatie, Mevis geeft hier de volgende verklaring voor: In de
gevoel niet anders te kunnen dan aanvragen op grond van het
Businesscase 2023 heeft Mevis meerdere oorzaken voor het tekort 2023
veiligheidsventiel goed te keuren en missen aandacht voor het
toegelicht, waaronder de afwijkende startfoto, de gestegen/ afwijkende
(financiële) belang van de gemeenten.
zorgvraag (inhoud en volume) en de uitvoeringsorganisatie die niet uit het
Voor Mevis is het veiligheidsventiel de enige manier om het budget
zorgkostenbudget kan worden gefinancierd. De Uitvoeringsorganisatie was
aan te passen.
in het startjaar 2023 nog in opbouw. In januari 2023 is gestart met een
Uit eerder onderzoek door advocaten is gebleken dat de wijze waarop het
team van minimale omvang en gedurende het jaar opgebouwd op basis
veiligheidsventiel is toegepast juridisch (aanbesteding technisch) correct is.
van het verkregen inzicht wat voor de uitvoering van de opdracht noodzakelijk was om in te richten. Ook de overige kosten hebben niet altijd
Uitvoeringsorganisatie
op een heel jaar betrekking gehad. De kosten voor de
Er bestaat verschil van inzicht tussen de MVS-gemeenten en Mevis over de
uitvoeringsorganisatie waren in 2023 daarom lager. Daarnaast ontving
bekostiging van de uitvoeringsorganisatie van Mevis en de mate waarin
Mevis in 2023 een contractueel vastgelegd
deze is meegenomen in het budget. In 2024 bedragen de uitgaven voor de
aanvullend eenmalig transformatiebudget. In 2024 heeft de
uitvoeringsorganisatie ruim 6 miljoen euro (Businesscase 2024). Er is in de
uitvoeringsorganisatie de huidige noodzakelijke omvang en vorm
opbouw van het lumpsumbudget geen aparte post meegenomen voor de
gekregen.
uitvoeringsorganisatie. Mevis stelt dat de kosten van de uitvoeringsorganisatie nieuw zijn ten opzichte van de jeugdhulpkosten van vóór 1
In 2024 zijn de kosten van de uitvoeringsorganisatie via ventielafspraken
januari 2023. Denk aan: contracteren/contractmanagement met
toch gecompenseerd. Voor 2025 wordt het bedrag dat vergoed wordt
zorgaanbieders, beleidscapaciteit voor domein overstijgende werkgroepen
gemaximeerd op om en nabij 6 miljoen. Hoewel de uitvoeringsorganisatie
en projecten, verwerken van huisartsverwijzingen (1100-1200 per jaar). In
structureel ingeregeld moet worden is er besloten geen standaard post op
de onderhandelingsgesprekken tussen MVS-gemeenten en Mevis is door
te nemen in het budget.
Mevis aangegeven dat het inrichten van organisatie als deze in
Rogplus geeft in het interview aan dat het passend is om jaarlijks te
vergelijkbare opdrachten een bekostiging van 8-10% van de
bepalen wat passend is op basis van ontwikkelingen. Nu zijn er
AT/25/0851/mvsj
Rapportage Analyse jeugdhulpbudget Mevis | © bureau HHM 2025 | 9
1 2 3 4 5 6 7
bijvoorbeeld programmamanagers die transformatie aanjagen. Na verloop
2.2
van tijd is de wens vanuit Rogplus dat getransformeerd aanbod bestendigd
Het budget wordt gedurende de uitvoering van de opdracht jaarlijks
wordt in de wijkteams waardoor de formatie in de uitvoeringsorganisatie
geïndexeerd conform de verdeling:
kan krimpen.
•
Indexatie
70% personele kosten conform de jaarlijkse prijsindexcijfer personele kosten van de Nederlandse Zorgautoriteit
De post uitvoeringsorganisatie is opgedeeld in verschillende sub-posten:
•
personeelskosten, kantoorkosten, algemene kosten, afschrijvingen, verkoopkosten en risico-opslag. Na correctie voor de risico-opslag bedragen de kosten circa 4,9 miljoen. Uitgaande van 30 fte , zijn de 5
20% materiële kosten conform de jaarlijkse prijsindexcijfer materiële kosten van de Nederlandse Zorgautoriteit
•
10% kapitaallasten conform de jaarlijkse prijsindexcijfer kapitaallasten van de Nederlandse Zorgautoriteit
integrale kosten per fte dan circa € 162.000 per jaar. In tariefberekeningen komen we voor HBO+/WO opgeleid personeel uit op circa € 130.000 per
Indexatie van jaar 2024 vindt plaats op basis van het voorlopige cijfer van
fte per jaar. Het verschil wordt mede verklaard door een hoger aandeel
dat jaar. Het definitieve cijfer van jaar 2024 wordt achteraf toegepast op
Personeel Niet In Loondienst (PNIL). In de jaarrekening over 2023 maakten
het budget van het betreffende jaar. Het saldo hiervan (positief of negatief)
de personeelskosten voor PNIL ongeveer 50% uit van de totale
wordt verrekend met het budget van 2025. Vervolgens vindt indexatie voor
personeelskosten. In de € 130.000 per fte per jaar, is gerekend met een
het jaar 2025 plaatst op basis van het voorlopige cijfer 2025.
aandeel van circa 10% PNIL. Op het moment van dit onderzoek is de jaarrekening over 2024 nog niet gepubliceerd, daarom kunnen we dit nu
Om te beoordelen of de toegepaste indexatie(methode) afdoende dekking
niet verder analyseren.
geeft voor de stijging van tarieven hebben we gekeken naar het VNG-
Er wordt een risico-opslag van circa € 1,3 miljoen gehanteerd. Tegelijk valt
advies6 voor ambulante ondersteuning en de indexatiesystematiek voor
de omvang van deze post ons wel op. Bij een budget berekening is het
Wlz intramuraal.
reëel om 2% risico-opslag te rekenen over ‘het eigen risicodragend deel’
Voor ambulante ondersteuning adviseert de VNG een aandeel van 90%
van de opdracht. In het geval van Mevis betreft het eigen deel van de
voor personele kosten en 10% voor materiële kosten. De
opdracht de uitvoeringskosten (€ 4,9 miljoen), dit komt neer op € 96.000.
aandelenverhouding personeel, materieel en kapitaal binnen de
In de tarieven voor de verwijszorg is immers een risico-opslag gehanteerd
intramurale Wlz zijn respectievelijk 65%, 20% en 15%. Omdat Mevis deels
voor de betreffende organisaties. Ook in de tarieven per fte die Mevis
ambulante en deels verblijfszorg inkoopt lijkt de verhouding 70% kapitaal,
betaalt aan Scala zou een risico-opslag verwerkt moeten zijn.
20% materieel en 10% kapitaal passend. In de tabel zijn de gewogen indexatiepercentages voor elke variant opgenomen:
5 6
Significant rapport: Peildatum juni 2024 Indexering kosten Jeugdwet en Wmo 2025 | VNG AT/25/0851/mvsj
Rapportage Analyse jeugdhulpbudget Mevis | © bureau HHM 2025 | 10
1 2 3 4 5 6 7
Tabel 1 Gewogen index in de jaren 2019 tot en met 2024
2.3
MVS
VNG-advies
Wlz intramuraal
Index gewogen
Index gewogen
Index gewogen
2024
5,13%
5,71%
4,98%
2023
6,71%
6,43%
6,82%
2022
5,63%
4,90%
5,75%
Jaar
2021
2,07%
1,99%
2,13%
2020
2,92%
3,15%
2,87%
2019
3,29%
3,33%
3,31%
Ontwikkeling lumpsumbudget 2022 t/m 2024
In de periode 2022 tot en met 2024 was het volgende budget beschikbaar: Tabel 2 Ontwikkeling lumpsumbudget Lumpsumbudget
2020
2021
2022
2023
2024
€ 49.156628
€ 51.632156
€ 53.366997
€ 61.910000
€ 64.070959
€ 3.267.228
€ 18.215.530
Ventiel (incidenteel) Totaal
Totale kosten
Onze ervaring is dat de door de VNG geadviseerde indexatiemethodiek
voorzieningen NL
over meerdere jaren heen de stijging van kosten reëel compenseert. Dit
% groei
stijgen vanwege een bijzondere loonstijging; in dat geval kan de stijging van de loonkosten tijdelijk boven de (voorlopige) indexatie uitkomen. Veelal wordt dit vervolgens gecorrigeerd via een hogere definitieve index (lopende jaar) of een hoger index in het daaropvolgende jaar. De MVS-indexatiesystematiek leidt vanaf 2018 (2018 = 100) t/m 2024 tot een cumulatieve indexatie van 28,57% en komt daarmee uit in het midden van het VNG-advies (28,28%) en de indexatie voor de intramurale Wlz (28,71%).
5%
3%
16%
3%
€ 4.729
€ 5.371
€ 5.600
€ 6.185
€ 6.852*
mln
mln
mln
mln
mln
7%
4%
10%
11%
% groei maatwerk-
laat onverlet dat er een specifiek jaar kan zijn waarin de kosten sterk
€ 65.1777.228 € 82.286.489
* 2024 is gebaseerd op een prognose en niet de daadwerkelijk gemaakte kosten
Het budget 2024 is € 64.070.959. Mevis schrijft in haar businesscase 2024 het volgende: “Op basis van de kosten 2023 en de ambitie om in te verdienen op de verwijszorg zou de begroting van Mevis het budget van € 64.070.959 onderverdelen in € 49.881.447 voor de kostenpost ‘verwijszorg’ en € 14.189.512 voor de kostenpost ‘wijkteams’.” En: “Deze businesscase 2024 verklaart dat er in 2024 € 9.975.406 meer is uitgegeven op de kostenpost verwijszorg, € 2.090.265 meer op de kostenpost wijkteams en € 6.143.024 op de kostenpost uitvoeringsorganisatie. In totaal onderbouwt deze businesscase een overschrijding van € 18.208.695. ”
AT/25/0851/mvsj
Rapportage Analyse jeugdhulpbudget Mevis | © bureau HHM 2025 | 11
1 2 3 4 5 6 7
Ontwikkelingen budget: •
In juli 2024 is het lumpsumbudget 2024 opgehoogd met € 7.897.600, — Exogene factoren 2023 (veiligheidsventiel) = € 3.267.288, -: restant
opstart, en transformatiekosten, coördinatie wachtlijst aanpak, Team PGB/Maatwerk/Zorgcontinuïteit, Labyrint, Jeugdzorgplus en groei populatie7 — Exogene factoren 2024 (veiligheidsventiel) = € 4.064.189, -:
Standaard beschikken, Pilot Maassluis huisartsenroute, JeugdzorgPlus, Groei populatie8 — Verschil voorlopige index 2024 en definitieve index 2024 •
Mevis doet daarnaast eind 2024 beroep op het veiligheidsventiel voor een bedrag van € 14.144.506, - (€ 18.215.530 - € 4.064.189) op basis de knelpunten toename in zorgzwaarte, krapte op de arbeidsmarkt en kosten uitvoeringsorganisatie9.
1 2 3
Toekomst
Mevis geeft in het interview aan dat er voor 2025 van dezelfde uitgaven wordt uitgegaan als die over 2024, mits er geen bijzonderheden gebeuren. Met bijzondere gebeurtenissen wordt gedacht aan eisen vanuit MVSgemeenten met betrekking tot de eisen van de CRvB ten aanzien van
4 5 6 7
beschikkingen, stevige inzet op het terugdringen van wachtlijsten en ontwikkelingen in aanpalende domeinen en bij relevante partners. Bijvoorbeeld als Veilig Thuis wachtlijsten moet terugdringen waardoor een groter beroep gedaan wordt op de wijkteams.
20240711 Bijlage exogene factoren 2023 20240711 Bijlage exogene factoren 2024 9 Business Case 2024 7 8
AT/25/0851/mvsj
Rapportage Analyse jeugdhulpbudget Mevis | © bureau HHM 2025 | 12
3. Zorgconsumptie
3.1
verwijszorg
aangezien er in deze periode twee verschillende registratiesystemen zijn
Vergelijkbaarheid van de data
Een goede vergelijking over de jaren 2022, 2023 en 2024 is moeilijk gehanteerd die beide een andere werking en doel hebben. Vanaf 2023 wordt gewerkt met een taakgerichte uitvoeringsvariant. Dergelijke overgangen kosten tijd (inrichten nieuwe organisatie, overgangsjaar met zorgcontinuïteit, opbouw- en afbouw teams, dashboard ontwikkelen) waardoor er geen stabiele basis is voor een scherpe vergelijking. De gegevens uit de jaren 2021 en 2022 zijn in de rapportage gebaseerd op informatie van RogPlus en deels van de GRJR. De gegevens uit 2023 en 2024 zijn afkomstig van Mevis. In totaal zijn er 13.286 indicaties afgegeven over de afgelopen jaren (2023 en 2024) waarvan 1.792 met de start van de beschikking voor 2023 (13%). Dit houdt in dat 13% van de indicaties in de data zijn ‘omgekat’ naar de bestaande productstructuur. Voor deze 13% van de indicaties is dus niet met zekerheid te zeggen dat ze volledig juist zijn ingedeeld en kan het zijn dat over de jaren een daling of stijging in een bepaalde productengroep is te zien die, gedeeltelijk, te verklaren is door deze indeling. Het aantal indicaties zegt daarbij niets over hun omvang, duur en of het om een herhaalindicatie gaat. Het omkatten kan ervoor hebben gezorgd dat het aantal indicaties in 2023 vertekend is.
3.2
Kerndata zorgconsumptie verwijszorg
In deze paragraaf geven we de kerndata met betrekking tot budget en aantallen cliënten verwijszorg (Zorg in Natura, exclusief PGB) weer. Totaalbedrag betaald per jaar
In figuur 1 is het totaal betaald bedrag te zien per jaar.
AT/25/0851/mvsj
Rapportage Analyse jeugdhulpbudget Mevis | © bureau HHM 2025 | 13
1 2 3 4 5 6 7
Miljoenen
2023
2024
Verschil
GGZ Ambulant
€ 6.027.879
€ 8.818.432
€ 2.790.553
GGZ Verblijf
€ 1.283.819
€ 2.359.068
€ 1.075.249
€ 20
Groep
€ 5.510.236
€ 9.700.205
€ 4.189.969
€ 10
JeugdzorgPlus
€ 1.940.261
€ 2.301.203
€ 360.942
Kindergeneeskunde
€ 73.221
€ 234.055
€ 160.834
Kort verblijf-logeren
€ 372.804
€ 623.557
€ 250.753
Pleegzorg
€ 3.383.350
€ 3.705.747
€ 322.397
Residentieel
€ 10.812.493
€ 12.182.433
€ 1.369.940
Totaal
€ 44.407.323
€ 55.887.752
€ 11.480.429
€ 60 € 50 € 40 € 30
€0
2021
2022
2023
2024
Totaal betaald € 33.826.909 € 40.141.585 € 44.407.324 € 55.887.751 Figuur 1 Totaal betaald aan verwijszorg in 2021 t/m 2024
Zoals te zien in figuur 1 stijgt het totale goedgekeurde en betaalde bedrag jaarlijks. In 2022 stijgt het bedrag met 19% ten opzichte van 2021, in 2023 met 10% ten opzichte van 2022 en in 2024 met 27% ten opzichte van 2023. In de tabel hieronder zijn de kosten voor de verwijszorg in 2023 en 2024 uitgesplitst naar subcategorieën (aansluitend bij de producten zoals Mevis die hanteert). In paragraaf 3.5 zoomen we in op enkele specifieke producten die ofwel in kosten ofwel in aantallen cliënten opvallende cijfers laten zien in 2024 ten opzichte van 2023.
Er is een verschil in de jaren tussen begeleiding en behandeling. Het totaalbedrag begeleiding kent tussen 2023 en 2024 een stijging van € 6,7 miljoen terwijl bij behandeling een daling van € 6,1 miljoen te zien is. Daarnaast zien we bij GGZ ambulant, GGZ-verblijf, groep en residentieel een stijging. De verschillen tussen de categorieën zijn van administratieve aard en niet daadwerkelijk een verandering. In de tabel hieronder zijn de kosten voor de verwijszorg in 2021 en 2022 uitgesplitst naar subcategorieën (aansluitend bij de producten zoals MVS-
Tabel 3 Totale uitgaven per product in 2023 en 2024
regio die hanteerde). We hebben een aparte tabel voor 2021/2022
2023
2024
Verschil
Begeleiding
€ 5.680.228
€ 12.389.959
€ 6.709.731
2022 konden bepaalde producten onder een andere subcategorie vallen
Behandeling
€ 8.784.524
€ 2.657.523
-€ 6.127.001
dan in 2023. We zien met name een stijging bij dagbehandeling, jeugdhulp
€ 6.484
€ 6.484
Crisis Ambulant Crisis Verblijf
€ 196.000
€ 447.580
€ 251.580
EED
€ 342.508
€ 461.506
€ 118.998
AT/25/0851/mvsj
opgenomen vanwege de andere indeling in productcategorieën. Ofwel in
ambulant en jeugdhulp verblijf (incl. behandeling). Jeugdhulp verblijf (excl. Behandeling) kent juist een daling. De totale uitgaven verwijszorg stijgen met € 6,3 miljoen (19%). In 2023 stijgen de kosten met € 4,2 miljoen ten opzichte van 2022. Rapportage Analyse jeugdhulpbudget Mevis | © bureau HHM 2025 | 14
1 2 3 4 5 6 7
Tabel 4 Totale uitgaven (ZIN) per product in 2021 t/m 2022 2021
2022
Verschil
Dagbehandeling
€ 13.486.444
€ 14.169.263
€ 682.819
Jeugdhulp ambulant
€ 6.581.579
€ 7.688.162
€ 1.106.583
€ 8.756.669
€13.211.941
€ 4.455.272
€ 4.814.470
€ 4.744.384
€ -70.086
4000 3500 3000 2500
Jeugdhulp verblijf (incl. behandeling)
2000
Jeugdhulp verblijf
1500
(excl. behandeling) Jeugd-ggz
1000
€ 5.250
500
Maatwerkarrangementen jeugd
€ 184.558
€ 248.290
0
€ 63.732
Zonder verblijf:
Aantal cliënten (betaald)
2021
2022
2023
2024
2361
2407
2904
3449
ambulante jeugdhulp op locatie van de aanbieder Totaal
€ 3.190
€ 74.296
€ 71.106
€ 33.826.909
€40.141.586
€6.314.677
Totaal aantal unieke cliënten
In figuur 2 staat het aantal cliënten per jaar in de jeugdzorg binnen Mevis. Hierin is te zien dat het aantal jeugdigen per jaar stijgt, Tussen 2021 en 2022 is een stijging van 46 cliënten (2%) waarneembaar. In 2023 komen daar 497 cliënten bij, een stijging van 21%. In 2024 groeit de cliënt populatie met 545 cliënten (19%).
In de tabel hieronder zijn de aantallen cliënten in verwijszorg uitgesplitst naar subcategorieën, dit betreft geen unieke cliënten. Hierbij telt een cliënt die 3 indicaties voor verschillende subcategorieën heeft per jaar ook 3 keer mee. Tabel 5 Aantal cliënten (niet uniek) per subcategorie
2023
2024
Verschil
Begeleiding
658
1016
358
Behandeling
1137
602
-535
3
3
Crisis Ambulant Crisis Verblijf
10
20
10
EED
195
246
51
GGZ Ambulant
1367
1834
467
Figuur 2 Aantal unieke cliënten (betaald) in 2021 t/m 2024 AT/25/0851/mvsj
Rapportage Analyse jeugdhulpbudget Mevis | © bureau HHM 2025 | 15
1 2 3 4 5 6 7
2023
2024
Verschil
GGZ Verblijf
35
31
-4
Groep
403
459
56
JeugdzorgPlus
13
13
Kindergeneeskunde
209
Kort verblijf-logeren
Tabel 6 Aantal cliënten (niet uniek) per subcategorie
2021
2022
Verschil
Dagbehandeling
759
782
23
0
Jeugdhulp ambulant
1443
1463
20
374
165
Jeugdhulp verblijf (incl.
137
171
34
38
49
11
Pleegzorg
267
236
-31
330
342
12
Residentieel
172
174
2
Totaal
4504
5057
553
3
3
14
23
9
1
5
4
2684
2789
105
Ook in aantallen cliënten is de uitwisseling tussen begeleiding en behandeling zichtbaar. We zien een stijging van cliënten bij de producten GGZ ambulant (467), groep (56) en kindergeneeskunde (165). Bij pleegzorg
behandeling) Jeugdhulp verblijf (excl. behandeling) Jeugd ggz Maatwerkarrangementen jeugd Zonder verblijf: ambulante jeugdhulp op locatie van de aanbieder
is een daling zichtbaar.
Totaal
In de tabel hieronder zijn de aantallen cliënten voor de verwijszorg in 2021
Gemiddeld betaald bedrag per cliënt per jaar
en 2022 uitgesplitst naar subcategorieën (aansluitend bij de producten
Op basis van Tabel 3, Tabel 4 en Figuur 2 zijn de gemiddelde uitgaven per
zoals MVS-regio die hanteerde). We hebben een aparte tabel voor
cliënt berekent. De gemiddelde uitgaven zijn te zien in Figuur 3. De
2021/2022 opgenomen vanwege de andere indeling in
uitgaven stijgen van 2021 naar 2022 met 16%. Naar 2023 dalen ze met 8%
productcategorieën. In 2021 en 2022 werd er gewerkt met een
en van 2023 op 2024 zijn ze gestegen met 6%, De indexatie van de tarieven
arrangementenmodel. Het kan zijn dat een inwoner een arrangement had
voor verwijszorg van 2023 naar 2024 was 7,56%, zoals gehanteerd door
waarin begeleiding en behandeling zat (die telt als 1 in tabel 6). Door de
Mevis. Dit houdt in dat de gemiddelde kosten per cliënt, rekening houdend
omzetting naar de nieuwe systematiek komt dezelfde persoon twee keer
met indexatie, ten opzichte van 2023 zijn gedaald. Mevis geeft aan dat het
voor in tabel 5, namelijk één keer onder begeleiding en één keer onder
aandeel van kinderen met lichte zorg in de MVS-gemeenten lager is, dat ze
behandeling. Tabel 5 en Tabel 6 zijn daarmee dus niet onderling te
met name te maken hebben met zware casuïstiek.
vergelijken.
AT/25/0851/mvsj
Rapportage Analyse jeugdhulpbudget Mevis | © bureau HHM 2025 | 16
1 2 3 4 5 6 7
€ 18.000 € 16.000
€16.677
€15.292
€14.327
gemiddelde indicatieperiode. Het lijkt er dus op dat de indicaties van 2023
€16.204
naar 2024 korter zijn geworden.
€ 14.000
Tabel 8 Gemiddelde duur van de levering van zorg in dagen
€ 12.000 € 10.000
2023
2024
Verschil
€ 8.000
Ambulant
189
183
-6
€ 6.000
Verblijf
239
202
-37
€ 4.000 € 2.000
Gemiddeld gezien daalt de zorgduur, dit geldt alleen niet voor alle
€0 2021
2022
2023
categorieën. Zo stijgen de categorieën begeleiding, groep, JeugdzorgPlus
2024
en pleegzorg een klein beetje. Met name de categorieën behandeling.
Figuur 3 Gemiddelde uitgaven per cliënt per jaar
Crisisverblijf, EED en residentieel dalen sterk. De andere categorieën
Gemiddelde kosten per indicatie
van 0 naar 20 dagen, dit komt doordat er in 2023 geen cliënten Crisis
In Tabel 7 is te zien dat de gemiddelde kosten voor de ambulante
ambulant hadden.
blijven vrijwel gelijk. Bij Crisis Ambulant lijkt de gemiddelde duur te stijgen
ondersteuning gelijk blijven. De kosten voor verblijf stijgen vrij fors in 2024. Tabel 9 Gemiddelde duur van de levering van zorg in dagen per categorie Tabel 7 Gemiddelde kosten per indicatie Gemiddelde
Gemiddelde
kosten per
kosten per
indicatie (2023)
indicatie (2024)
Ambulant
€ 5.211
€ 5.221
0%
Verblijf
€ 21.039
€ 27.126
29%
2023
2024
Verschil
Procentuele
Begeleiding
165
168
3
verandering
Behandeling
192
159
-33
20
20
Crisis Ambulant Crisis Verblijf
78
50
-28
EED
222
167
-55
Zorgduur
GGZ Ambulant
194
194
0
De gemiddelde zorgduur daalt van 2023 naar 2024 voor zowel ambulante
GGZ Verblijf
101
101
0
Groep
177
190
13
JeugdzorgPlus
95
103
8
ondersteuning als verblijf. Het vaststellen van de gemiddelde zorgduur is complex, aangezien de trajecten vaak al gestart waren voordat de cliënt bij Mevis in beeld kwam. Hiermee betreft de gemiddelde zorgduur eigenlijk de AT/25/0851/mvsj
Rapportage Analyse jeugdhulpbudget Mevis | © bureau HHM 2025 | 17
1 2 3 4 5 6 7
2023
2024
Kindergeneeskunde
247
245
-2
Kort verblijf-logeren
198
199
1
Pleegzorg
281
292
11
Residentieel
207
176
-31
3.3
ontwikkelingen in het jeugdhulpbudget. De ontwikkelingen ten aanzien van het jeugdhulpbudget in de MVS-regio liggen in lijn met ontwikkelingen die we in heel Nederland zien. In onderstaande tabel staan de kosten die de gemeenten hebben gemaakt afgelopen jaren10.
(miljoen)
(miljoen)
%
Per jongere
%
groei
in NL
groei
2022
€ 5.600
4%
€ 1.696
5%
2023
€ 6.185
10%
€ 1.867
10%
2024*
€ 6.852
11%
€ 2.074
11%
In de MVS-regio stijgt het bedrag voor verwijszorg in 2022 met 19% ten opzichte van 2021, in 2023 met 10% ten opzichte van 2022 en in 2024 met 27% ten opzichte van 2023. De stijging ligt in de MVS-regio substantieel hoger ten opzichte van Nederland. Tegelijk valt in de landelijke cijfers de sinds 2019 niet voorgekomen. Dit onderzoek is mede aanleiding geweest voor het onderzoek Groeipijn – Advies Deskundigheidscommissie
(op basis van Iv3)
Kosten
maatwerkvoorziening
stijging in 2023 en 2024 op ten opzichte van 2022. Een dergelijke stijging is
Tabel 10 Jaarlijkse groei totale kosten maatwerkvoorzieningen, zorg in natura,
maatwerkvoorziening
Jaar
* 2024 is gebaseerd op een prognose en niet de daadwerkelijk gemaakte kosten.
Ontwikkeling jeugdhulpbudget Nederland
Afgelopen jaren zijn diverse landelijke rapporten verschenen over
Jaar
Kosten
Verschil
Hervormingsagenda Jeugd (zie paragraaf 4.3 verklaring 3). %
Per jongere
%
groei
in NL
groei
3.4
Algemene verklaringen stijging kosten en aantal cliënten
In deze paragraaf beschrijven we een aantal algemene verklaringen voor
2015
€ 3.189
2016
€ 3.264
2%
€ 955
2%
2017
€ 3.853
18%
€ 1.132
19%
per jaar stijgt in 2023 ten opzichte van 2024 minder dan de indexatie. Op
2018
€ 4.311
12%
€ 1.273
12%
basis van de data concluderen wij dat het gemiddelde bedrag per cliënt
2019
€ 4.729
10%
€ 1.408
11%
2020
€ 5.029
6%
€ 1.507
7%
2021
€ 5.371
7%
€ 1.622
8%
10
€ 933
de stijging van de kosten en aantallen cliënten in MVS-gemeenten op basis van interviews en landelijke rapporten. Het gemiddelde bedrag per cliënt
per jaar en de gemiddelde duur van levering van zorg geen verklaringen bieden voor de stijging van de kosten en aantal cliënten. De gemiddelde duur van levering van zorg is in 2024 lager dan in 2023. In de volgende paragraaf gaan we in op specifieke producten die in cijfers opvallen.
Uitgavenonderzoek jeugdzorg 2023 & 2024: Uitgaven van gemeenten in 2023 en prognose voor 2024. Improven, november 2024. AT/25/0851/mvsj
Rapportage Analyse jeugdhulpbudget Mevis | © bureau HHM 2025 | 18
1 2 3 4 5 6 7
De stijging van de kosten van de zorgconsumptie van 2023 naar 2024
Verklaring 2: Autonome groei populatie jeugd
kunnen we grofweg opdelen in een hoeveelheidsverschil en een
Onderstaande figuur laat de absolute bevolkingsgroei van de MVS-
prijsverschil. De totale kosten van de zorgconsumptie stijgen circa € 11,5
gemeenten zien.
miljoen. Dat is enerzijds een gevolg van 545 extra cliënten in zorg in 2024 met een gemiddelde uitgave van € 16.204 per cliënt per jaar (in totaal ruim € 8,8 miljoen.). Anderzijds hebben we te maken met een prijsverschil tussen de gemiddelde uitgave per cliënt in 2023 en 2024, namelijk (€ 16.204 - € 15.292 =) € 912 * 2.904 cliënten; in totaal ruim € 2,6 miljoen. Hieronder gaan we nader in op mogelijke verklaringen voor de stijging van het aantal jeugdigen in zorg en voor de stijging van de gemiddelde uitgaven per jeugdige. Verklaring 1: Indexatie
De indexatie kan een deel van de stijging van de kosten van de verwijszorg verklaren. Zoals te zien in figuur 1 is het totaal betaalde bedrag in 2024 gestegen ten opzichte van 2023 met 27% waarvan 7,56% verklaard kan worden door de indexatie van de tarieven. Het totale budget dat Mevis ter beschikking heeft voor het uitvoeren van de opdracht wordt ook jaarlijks (reëel) geïndexeerd. Omdat de index gelijkmatig over alle producten wordt doorberekend, kan het verschil per product variëren van enkele tientjes tot wel 100 euro, ongeacht of een product aanzienlijk duurder is geworden of nauwelijks in kosten is gestegen. De indexatiemethodiek die door Mevis wordt gehanteerd verschilt t.o.v. van de indexatie die wordt gebruikt om het jeugdhulpbudget te indexeren. Over de jaren heen zal dat nauwelijks verschil maken, maar voor een specifiek jaar kan het wel een verschil
18000 16000 14000 12000 10000 8000 6000 4000 2000 0
2020
2021
2022
2023
2024
Maassluis
6723
6853
7081
7393
7545
Schiedam
15761
15786
15888
16095
16341
Vlaardingen
14800
14999
15020
15233
15677
Maassluis
Schiedam
Vlaardingen
Figuur 4 Bevolkingsgroei van 2020 tot 2024 van absoluut aantal jongeren tussen de 0 en 18 jaar op basis van data CBS
In de onderstaande tabel hebben we het totaal aantal jongeren in de MVSgemeenten inzichtelijk gemaakt inclusief absolute en procentuele groei ten opzichte van het jaar daarvoor. Daarin is te zien dat de populatie jongeren tussen de 0 en 18 jaar in de MVS-gemeenten jaarlijks groeit, waarbij de groei in 2023 en 2024 iets sterker is dan de jaren daarvoor.
opleveren. Zo is het jeugdhulpbudget in 2024 met 5,13% geïndexeerd. Een verschil van 2,43% (€ 1,3 miljoen) ten opzichte van de indexatie voor de verwijszorg, zoals gehanteerd door Mevis. De indexatie biedt een beperkte verklaring voor het tekort van Mevis ten opzichte van het beschikbare budget. AT/25/0851/mvsj
Rapportage Analyse jeugdhulpbudget Mevis | © bureau HHM 2025 | 19
1 2 3 4 5 6 7
Tabel 11 Bevolkingsgroei van 2020 tot 2024 van absoluut aantal jongeren tussen de
voorzieningen uit de sociale basis en dat er afgelopen jaar meer vraag
0 en 18 jaar op basis van data CBS
gekomen is naar verwijszorg, bijvoorbeeld vanwege trauma.
2020 Totaal MVSgemeenten
37.284
2021 37.638
2022 37.989
2023
2024
38.721
39.563
Verklaring 3: Procentuele groei aandeel jeugdigen in jeugdzorg
Niet alleen de populatie jeugdigen groeit, ook het aandeel jeugdigen in jeugdzorg. Dit is overigens een ontwikkeling die in heel Nederland
Groei in aantal
zichtbaar is blijkt onder andere uit het rapport ‘Groeipijn: Advies
t.o.v
354
351
732
842
voorgaande jaar
deskundigheidscommissie Hervormingsagenda Jeugd’. Deze variabele is voorspelbaar maar moeilijk beïnvloedbaar.
Groei in % t.o.v
1%
voorgaande jaar
1%
2%
2%
De groei van de populatie biedt een mogelijke verklaring voor de stijging van het aantal jeugdigen in jeugdzorg in de MVS-gemeenten, maar niet voor de volledige stijging. Hierbij gaan we uit van de aanname dat het aandeel jeugdigen in jeugdhulp minimaal gelijk blijft. Als we uitgaan van
Tabel 12 aantal cliënten in de jeugdzorg op basis van data CBS11
Aantal unieke cliënten in jeugdzorg in de MVS-gemeenten Aantal jongeren tussen de 0-18 in de MVS-
een gelijkblijvend aandeel jeugdigen in jeugdzorg in 2024 als in 2023
gemeenten
verklaart de autonome groei een stijging van 62 jeugdigen in jeugdzorg. Dit
Percentage jongeren in de jeugdzorg MVS
betreft 11% van de totale stijging van 545 jeugdigen.
Percentage jongeren in de jeugdzorg
Populatiegroei betreft een autonome factor die wel te voorzien niet beïnvloedbaar is door Mevis dan wel de MVS-gemeenten. Een ontwikkeling die Mevis constateert is de toenemende vraag vanuit Oekraïners. In 2023 zijn de Oekraïners geleidelijk in ‘hun dorp’ getrokken. Mevis heeft het idee dat er in het begin vooral een beroep is gedaan op
11
Nederland
2023
2024
2.905
3.449
38.721
39.563
7,5%
8,7%
13,5%12
11,3%*13
Het percentage jeugdigen in de jeugdzorg in de MVS-gemeenten groeit, maar is wel lager dan in Nederland. Voor 2023 is deze vergelijking volledig te maken, voor 2024 zijn de landelijke gegevens alleen voor het eerste halfjaar bekend. Wel lijken de MVS-gemeenten in 2024 ook lager uit te
Cijfers die aangeleverd worden aan CBS zijn niet altijd volledig. De aantallen cliënten in verwijszorg worden aangeleverd door de leveranciers, de aantallen cliënten bij de wijkteams door
de gemeenten. Voor de leveranciers is niet vast te stellen of zij dit altijd consequent hebben gedaan, voor de wijkteams is bekend dat de aantallen niet altijd zijn aangeleverd. 12
Cbs.nl/2023/jongeren-met-jeugdhulp
13 Cbs.nl/2024/jeugdhulp-1e-halfjaar
AT/25/0851/mvsj
Rapportage Analyse jeugdhulpbudget Mevis | © bureau HHM 2025 | 20
1 2 3 4 5 6 7
komen dan in Nederland, gebaseerd op de halfjaarcijfers van 2024. Het
Verklaring 4: Wachtlijsten
percentage voor 2024 lijkt nog te stijgen .
De wachtlijsten voor de wijkteams waren voor het contract met Mevis niet
14
compleet in beeld. Het betreft hier ongeveer 840 ‘zwevende dossiers’. Er Vooralsnog hebben we geen kwantificeerbare verklaringen gevonden voor
konden 272 casussen worden afgesloten of direct opgepakt. Voor de
deze groei. Wel beschrijft het rapport Groeipijn een aantal ontwikkelingen
resterende 572 jeugdigen is een wachtlijstteam ingezet. Ook het
die van invloed kunnen zijn op de vraag naar jeugdhulp. De complexe
wegwerken van wachtlijsten in de wijkteams heeft tot gevolg gehad dat er
samenleving stelt de veerkracht en draagkracht van gezinnen op de proef,
meer cliënten in verwijszorg zijn gekomen. Door deze inhaalslag stijgt het
mede als gevolg van armoede, bestaanszekerheid, wonen, prestatiedruk,
aantal unieke cliënten in de verwijszorg. Daarnaast heeft Mevis in 2023 en
complexe scheidingen, GGZ-problematiek bij ouders, social media-gebruik.
2024 geïnvesteerd in het in kaart brengen en aanpakken van de
Daarnaast beschrijft het rapport een aantal ontwikkelingen in het
zogenaamde ‘verborgen’ wachtlijsten bij aanbieders in de specialistische
onderwijs die de vraag naar jeugdhulp beïnvloeden: grote klassen,
hulp.
lerarentekort, druk om te testen op specifieke problematiek. In het herijkte budget 2022 is ook budget voor wachtlijsten meegegeven Bovenstaande ontwikkelingen vinden grotendeels autonoom plaats buiten
aangezien in dat jaar veel wachtlijsten zijn weggewerkt. Mevis is in 2023
de direct beïnvloedbare sfeer van Mevis, denk hierbij aan armoede,
gecompenseerd voor de groei in populatie als gevolg van de (verborgen)
bestaanszekerheid en scheidingen. Het is onze ervaring dat het
wachtlijsten net als voor het coördinatieteam dat de wachtlijsten
beïnvloeden van deze ontwikkelingen vraagt om een stevige
inzichtelijk heeft gemaakt en terugdringt. Het betreft hier incidentele
opgavegerichte en domein-overstijgende aanpak waarbij gemeenten,
compensatie. Voor de coördinatie van het team is incidentele compensatie
Mevis en andere relevante stakeholders een belangrijke rol hebben.
naar onze mening passend gezien de tijdelijkheid van de interventie. Voor
We zien dat veel gemeenten in het land bezig zijn met de vraag welke
de groei in populatie is het naar onze mening niet dekkend om een
maatregelen genomen kunnen worden om ‘meer cliënten te ondersteunen
incidente compensatie toe te passen. Het aantal cliënten blijft doorwerken
met minder middelen’. Ofwel: als de groei moeilijk beïnvloedbaar is, hoe
en is daarmee structureel. Ofwel het budget wordt jaarlijks berekend met
kunnen we die dan zo goed mogelijk opvangen met minder middelen. Dit
een ‘Q’ (aantal cliënten) die niet reëel is vastgesteld.
vraagt naar onze mening om een gezamenlijk transformatieplan met ‘stevige’ keuzes. Denk aan inzet op preventie, groepsaanbod i.p.v. individueel aanbod, digitalisering, normaliseren enz.
Verklaring 5: Scope, grijze gebieden en dynamiek van ‘vraag creëert aanbod
Bij vergelijkbare opdrachten in het land zien we dat er in de uitvoering met regelmaat sprake is van ‘grijze gebieden’. Met grijze gebieden bedoelen we
14
Groeipijn - Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd AT/25/0851/mvsj
Rapportage Analyse jeugdhulpbudget Mevis | © bureau HHM 2025 | 21
1 2 3 4 5 6 7
het aanbod/de initiatieven/de doelgroepen waarbij het niet duidelijk is of
Verklaring 6: Aanvragen verlengde jeugdhulp
deze binnen of buiten de scope vallen. Onze ervaring is dat het niet
Mevis geeft aan de verlengde jeugdhulp ‘ongemerkt’ is gegroeid. In 2024
mogelijk is grijze gebieden uit te sluiten, juist vanwege de
betreft het 218 cliënten. Mevis heeft dossieronderzoek gedaan naar
transformatieopdracht waarbij verbinding met aanpalende domeinen
casussen die ondersteuning vanuit de Wmo of Wlz kunnen ontvangen.
noodzakelijk is. Belangrijker is dat partijen vanuit partnerschap afspraken
Daarover is Mevis in gesprek met betrokken partijen.
maken over de wijze waarop omgegaan wordt met dergelijke ontwikkelingen.
Verklaring 7: Knip 0-100 teams
Geïnterviewden ervaren weinig grijze gebieden in relatie tussen de
in de 0-100 teams, een jeugddeel (opdracht aan Mevis) en een
Door de wijze waarop de opdracht is vormgegeven is er een ‘knip’ ontstaan
jeugdhulp die binnen wijkteams geboden wordt en de verwijszorg. Grijze gebieden zijn er wel in de afbakening tussen de opdracht aan Mevis met andere onderdelen binnen het sociaal domein (denk aan welzijn, werk & inkomen) en met andere domeinen (denk aan onderwijs). Hierbij kan gedacht worden aan de onderwijs-zorg combinaties. De ervaring van geïnterviewden is dat aanbod een aanzuigende werking heeft en daarmee vraag creëert. Mevis geeft bijvoorbeeld aan dat door zichtbaar aanwezig te zijn op scholen er meer beroep gedaan wordt op hun aanbod. De druk op toestroom naar specialistische hulp wordt daardoor groter. Vanuit Mevis wordt (financieel) bijgedragen aan de inzet van jongerencoaches (welzijn), vanuit het gedachtegoed dat daarmee inzet op verwijszorg bespaard wordt. Dit moet zich echter nog bewijzen. Tegelijk is het ook onderdeel van de (transformatie-) opdracht om te zoeken naar raakvlakken en elkaar als partijen daarbij te versterken. Vooralsnog worden naar tevredenheid pragmatische oplossingen gevonden voor ontwikkeling die spelen. Tegelijk is er wel behoefte om met alle betrokken partijen het gesprek over raakvlakken en ieders verantwoordelijkheid daarin te intensiveren. Vanuit geïnterviewden wordt aangegeven dat
volwassendeel. Mevis signaleert een beweging waarbij ouderproblematiek onder de noemer van jeugdhulp wordt begeleid/behandeld. Ook ziet Mevis casuïstiek waarbij zowel een collega vanuit het ‘jeugdteam’ als een collega vanuit het ‘volwassenteam’ wordt ingezet. In de combinatie van het jeugdhulpbudget en Wmo-budget kan dit tot dubbele kosten leiden. Mevis geeft aan dat met name de aanpak bij echtscheidingsproblematiek een veelvoorkomend vraagstuk is in dit kader. Daarnaast waarschuwt het rapport Groeipijn voor de nadelige gevolgen van een gebrek aan een brede gezinsaanpak, waardoor problemen binnen een huishouden niet effectief en in onvoldoende samenhang aangepakt worden. Een knip tussen jeugdhulp en Wmo kan spanning geven in relatie tot een brede gezinsaanpak. Deze ontwikkeling is beïnvloedbaar door het maken van goede afspraken tussen het jeugddeel en volwassendeel. Met de start van de opdracht was het de bedoeling dat er ondanks een scheiding op papier en in budget voor de inwoner geen verschil zou moeten zijn. Volgens enkele respondenten wordt er te weinig gestuurd op de samenhang en samenwerking.
verschillende partijen (waaronder ook de gemeente) hun rol en verantwoordelijkheid beter kunnen pakken.
AT/25/0851/mvsj
Rapportage Analyse jeugdhulpbudget Mevis | © bureau HHM 2025 | 22
1 2 3 4 5 6 7
3.5
Inzoomen op specifieke producten
In deze paragraaf zoomen we in op enkele specifieke producten die ofwel
Voor het overige deel verwijzen we naar de toelichting bij verklaring 3 van
in kosten ofwel in aantallen cliënten opvallende cijfers laten zien in 2024
deze paragraaf.
ten opzichte van 2023, zie Tabel 3. Waar mogelijk geven we een verklaring op basis van input uit de interviews.
Groepen
In de categorie groepen wordt een stijging van de kosten (€4,2 miljoen) en Begeleiding behandeling en GGZ-ambulant
van het aantal cliënten (56) waargenomen. Met name de stijging bij de
In tabel 3 en 5 is te zien dat de aantallen cliënten en de kosten binnen
dagbehandelgroepen (licht, midden, zwaar en KDC) zijn opvallend. De
begeleiding, behandeling een GGZ-ambulant tussen 2023 en 2024 sterk
grootste stijging is te zien bij de KDC. Mevis geeft de volgende verklaring
verschillen. Zo neemt het aantal cliënten en de totale kosten van
voor de stijging. De groei van het aantal cliënten is deels te verklaren door
Begeleiding en GGZ-ambulant sterk toe terwijl dit bij behandeling juist
nieuwe aanvragen en deels door het wegwerken van wachtlijsten.
sterk afneemt. Wel is te zien dat het totaal aantal cliënten in de drie
Daarnaast speelt de transformatie opgave ook een rol, waarbij de stap van
categorieën over de jaren toeneemt, van 3.162 cliënten in 2023 naar 3.452
individuele zorg om wordt gezet naar groep. Door met meer aanbieders
cliënten in 2024. Een toename van 290 cliënten (9%).
samen te werken zijn meer plekken beschikbaar om in het verleden opgelopen wachtlijsten te verminderen. De wachttijden zijn voor alle
Bij de totale kosten van zowel begeleiding, behandeling en GGZ-ambulant
vormen van dagbehandeling/KDC’s teruggelopen. Bij de groepen
is een stijging te zien, dit is in 2023 totaal € 20.492.631,- en in 2024 komt dit
dagbehandeling was de wachttijd 2-4 maanden, dit is teruggelopen naar 0-
uit op een totaal van € 23.865.914,-. Een stijging van € 3,3 miljoen (16%).
2 maanden. Bij de KDC’s was de wachttijd 2-6 jaar, momenteel is de wachttijd 1-2 jaar.
De verschuiving is opvallend, in de interviews heeft Mevis aangegeven dat
Voor de stijging bij de categorie groep in zijn geheel geeft Mevis het
een deel van de verschuiving verklaard kan worden door de overgang van
volgende aan:
het oude systeem (arrangementen model) naar het nieuwe systeem
•
De groepen vangen jeugdigen uit het onderwijs op. Mevis geeft in het
(taakgerichte uitvoeringsvariant). Mevis geeft aan dat in de oude
interview aan in goed contact met het onderwijs te staan om te zorgen
arrangementen een combinatie zat van begeleiding en behandeling. Om
dat onderwijsvragen door het onderwijs opgepakt worden. De stijging
een vergelijking te maken tussen 2023 en 2024 zijn deze oude
van de kosten wordt verklaard door het groeiend aantal dagdelen dat
arrangementen omgezet naar de nieuwe producten wat een vertekening
wordt aangevraagd. Een groeiend beroep op daghulp wordt door
kan geven over de jaren. Daarnaast geeft Mevis aan dat de groei van het
meer regio’s herkend.
aantal cliënten deels te verklaren is door nieuwe aanvragen en deels door
•
Mevis geeft aan dat er een gecoördineerde actie is geweest om meer
het verkorten van wachtlijsten. De wachttijden in de specialistische GGZ
ruimte te creëren op de KDC, vanwege het terugdringen wat wachttijd.
zijn daardoor teruggelopen van 6-9 maanden naar 1-5 maanden.
Deze groepen zijn snel volgelopen en blijven volstromen. Ze zien een
AT/25/0851/mvsj
Rapportage Analyse jeugdhulpbudget Mevis | © bureau HHM 2025 | 23
1 2 3 4 5 6 7
dynamiek van aanbod dat vraag creëert. Mevis zet hier maatregelen
Jeugdzorgplus en residentieel
op in weer af te schalen. Ze verwachten niet af te kunnen schalen naar
In de residentiele jeugdhulp is het aantal cliënten gelijk gebleven, maar de
het oorspronkelijke niveau, maar minder dan nu. Er wordt ingezet op
kosten stijgen (€ 360.942) als gevolg van landelijke afspraken rondom
actief overleg met scholen over welke kinderen horen in welke
Jeugdhulpplus waardoor de tarieven zijn gestegen. Besloten is de
intensiteit op een KDC. Uitgangspunt is dat onderwijs altijd voorliggend
JeugdzorgPlus (gesloten jeugdhulp) af te bouwen en het ontwikkelen van
moet zijn. Er is een project gestart om samen met het onderwijs en
alternatieven voor deze vorm van jeugdhulp te stimuleren. Mevis volgt
jongerenwerk te zoeken naar alternatieven op scholen, zodat deze
conform afspraak in Jeugdbeschermingsregio Zuidwest de tarieven van de
kinderen zoveel mogelijk onderwijs kunnen volgen.
GRJR met de aanbieders. De kosten per cliënt zijn als gevolg van die afspraak met 18,6% gestegen.
Met betrekking tot groepen hebben we naast het versterken van onderwijs-zorg afspraken doorgesproken over normeren als
De kosten voor de categorie residentieel stijgen met € 1,3 miljoen. Het
beïnvloedingsmogelijkheid. Normeren kan onder andere via eisen stellen
aantal cliënten stijgt met 2. Mevis geeft daarover het volgende aan.
aan: opleidingsniveau, ratio begeleider-kind en aantal dagdelen per week.
In de residentiële open jeugdzorg stijgt de gemiddelde waarde per cliënt
We constateren dat Mevis in vergelijking met andere gemeente een lager
met 11,4%. Veel plaatsingen in de residentiele jeugdzorg komen tot stand
tarief hanteert (zie paragraaf 5). We zien dan ook geen opvallendheden
door verwijzingen vanuit de Gecertificeerde Instellingen (GI’s). De GI’s
met betrekking tot de eisen van opleidingsmix en ratio 1 begeleider op 4
hebben het wettelijke recht om te bepalen welke jeugdhulp noodzakelijk is
kinderen. Mevis kan nadenken over een norm aan het aantal dagdelen
en ingezet dient te worden.
KDC, de maximale inzet is op dit moment 9 dagdelen (volledige overname van onderwijs). Hierbij willen we een aantal kanttekeningen plaatsen: •
•
Jeugdzorgplus is een vorm van zorg waarbij jeugdigen tijdelijk in een
Uit eigen ervaring weten we dat het bepalen van een goed
instelling (woongroep) verblijven. Deze vorm van verblijf is bedoeld voor
onderbouwde norm moeilijk is. Het ontwikkelen vraagt om goede data,
jongeren met ernstige gedragsproblemen of die een gevaar voor zichzelf of
goed zicht op de problematiek en vragen van jeugdigen en heldere
anderen vormen. Het betreft gedwongen plaatsingen via een machtiging
beleidskeuzes.
van de kinderrechter. Residentiele jeugdzorg betreft meestal een vrijwillige
Het stellen van normen verhogen het risico op klachten, beroep en
plaatsing. Er is sprake van minder strenge beveiliging en regels.
bezwaar. Het stellen van normen moet dan ook gedragen worden •
door alle betrokken partijen (Mevis, Rogplus en gemeenten).
De koststijging wordt veroorzaakt door landelijk beleid dat de
Mevis in gesprekken met andere gemeenten/aanbieders die normeren
kleinschaligheid van groepen bevordert en de afbouw is van de
gehoord dat de kans op herhaald beroep groot is als je normen bij de
Jeugdzorgplus. De alternatieven voor Jeugdzorgplus kennen vaak een
‘verkeerde groep’ jeugdige toepast. In de ervaring van een andere
lagere ratio begeleider kind om toch de veilige setting te kunnen bieden
gemeente tot 70%.
die jeugdigen nodig hebben, wanneer er geen gesloten setting meer is.
AT/25/0851/mvsj
Rapportage Analyse jeugdhulpbudget Mevis | © bureau HHM 2025 | 24
1 2 3 4 5 6 7
Daarmee wordt de zorg duurder. Cliënten stromen eerder uit van de Jeugdzorgplus naar de open jeugdzorg én cliënten komen niet meer in JeugdzorgPlus terecht maar gaan naar de open jeugdzorg. Passend alternatief aanbod is nog onvoldoende beschikbaar. Daarnaast ziet Mevis de kosten stijgen als gevolg van één op één begeleiding bij open residentiele groepen. Mevis is in gesprek met de maatwerk-aanbieders over de noodzaak hiervan. In haar productenboek heeft Mevis eisen gesteld aan de ratio begeleider-kind. Het blijft voor Mevis belangrijk om hier strak op te sturen. GGZ-verblijf
Er is een grotere behoefte aan GGZ, vooral onder jongeren sinds de coronaperiode. GGZ-verblijf gaat gepaard met ernstigere problematiek, zoals eetstoornissen en problematiek gepaard met eetstoornissen. In 2023
1 2 3
keerden de kinderen die in klinisch verblijf zaten, niet terug in 2024. De 32 cliënten in 2024 zijn bijna allemaal nieuw. De doorlooptijd binnen GGZverblijf is relatief kort. Pleegzorg
De stijging van de kosten bij pleegzorg heeft Mevis nog niet volledig
4 5 6 7
kunnen duiden. Er zitten minder kinderen in pleegzorg. Wel zijn de tarieven gestegen als gevolg van de landelijke handreiking ‘Tarifering en Inkoop Pleegzorg’.
AT/25/0851/mvsj
Rapportage Analyse jeugdhulpbudget Mevis | © bureau HHM 2025 | 25
4. Wijkteams
4.1
Formatie wijkteams
Organisatie
De jeugdprofessionals en gedragswetenschappers in de wijkteams zijn in dienst van Scala. Scala is een voor deze opdracht in het leven geroepen stichting met Mevis als enige opdrachtgever. De jeugdprofessionals kennen drie belangrijke taken: onderzoeken en adviseren, regie en uitvoering. De taken zijn verdeeld onder de medewerkers. Ofwel: er zijn medewerkers voor triage en toegang en er zijn medewerkers die ondersteuning bieden. De plusteams zijn bij voorkeur in dienst van de moederorganisaties van Mevis. Het Plusteam is een netwerk van professionals waar medewerkers van het wijkteam een beroep op kunnen doen voor advies of gerichte inzet in trajecten. De samenwerking tussen Mevis en Scala en Mevis en de moederorganisatie loopt op een gelijke wijze. Mevis bepaalt het ‘wat’ (benodigde expertise en formatie) en Scala/moederorganisaties het ‘hoe’ (beschikbaar stellen professionals en waarborgen kwaliteit). Het bepalen van het benodigd aantal professionals is in ontwikkeling. In 2023 is een inschatting gemaakt van het benodigd aantal fte’s. Mevis monitort de werkzaamheden van de wijkteammedewerkers om inzicht te krijgen in aantal en duur van processen die openstaan bij de medewerkers. Inzicht in dergelijke kengetallen moeten helpen om een steeds reëlere formatie te bepalen. Het benodigd aantal jeugdprofessionals op school wordt bepaald aan de hand van vaste afspraken met scholen.