Bijlage: Geluidsplan industrieterrein Schiedam-Zuid 2021
Tekst van het document
Het Geluidsreductieplan zal later dit jaar, als onderdeel van de uitvoering van het Geluidsplan, worden vastgesteld nadat inzicht is verkregen in de actuele akoestische situatie. Hieraan voorafgaand zal het ontwerp van het Geluidreductieplan nogmaals ter inzage worden gelegd. Eerder ingediende zienswijzen inzake het Geluidreductieplan worden meegenomen bij de verdere uitwerking hiervan.
Inhoudelijke beoordeling reacties 1. a. b. c.
d.
Huisman Equipment B.V. De juridische status van het Geluidsplan is onduidelijk en vraagt verduidelijking. Het buiten beschouwing laten van nestgeluid bij de vergunningverlening is een gevolg van het op dit punt gevoerde beleid. Het Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet biedt een oplossing voor de problematiek, op het moment dat deze in werking treedt. Tot dat moment wordt opgeroepen alle oplossingsrichtingen te benutten om de bedrijfsvoering te waarborgen. Het normeren van laagfrequent geluid moet niet leiden tot een nieuwe ‘hobbel’ bij het verkrijgen van een omgevingsvergunning.
Reactie gemeente a. Het Geluidsplan betreft, zoals wordt gesteld, een beschrijving van de problematiek en een verkenning van de oplossingsrichtingen. Uit het plan volgen op geen enkele wijze rechten of verplichtingen voor de bedrijven. Van enige rechten of verplichtingen zal pas sprake zijn op het moment dat één van de oplossingsrichtingen nader wordt uitgewerkt, zoals thans gebeurt met het GRP. Op het moment dat sprake is van het uitwerken of toepassen van één van de andere oplossingsrichtingen zullen betrokken bedrijven daarover worden geïnformeerd. b.
Bij de vaststelling van de geluidzone voor het industrieterrein bestond er onduidelijkheid over de status van het geluid van aangemeerde schepen in relatie tot het totale geluid van de bedrijven. Deze onduidelijkheid heeft tot gevolg dat, in samenspraak met Rijk, provincie en Havenbedrijf, het geluid van aangemeerde schepen niet is meegenomen bij de vergunningverlening. Uit de uitspraak van de Raad van State volgt dat dit een onjuiste interpretatie van de wetgeving is geweest die wij nu wensen te herstellen. Het GRP is één van de middelen die wij hier bij willen inzetten.
1
c.
In artikel XII van het Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet is opgenomen dat een geluidproductieplafond voor een aanwezig industrieterrein wordt verhoogd voor zover dat nodig is voor het geluid van afgemeerde schepen dat niet eerder is betrokken bij het vaststellen van de grenswaarden Wet geluidhinder. In de Nota van Toelichting op het Aanvullingsbesluit wordt aangegeven dat deze bepaling de mogelijkheid biedt het reeds aanwezige geluid van afgemeerde schepen alsnog mee te nemen. De bepaling ziet niet op een mogelijkheid meer geluidruimte te creëren voor andere activiteiten op het industrieterrein. Gekozen is voor deze mogelijkheid omdat hiermee uitsluitend sprake is van een juridische toename van het geluid, aangezien het nestgeluid van de schepen altijd al aanwezig is geweest. Uit een nadere inventarisatie en de gesprekken die in het kader van de voorbereiding van het GRP hebben plaatsgevonden is gebleken dat een GRP op zichzelf waarschijnlijk onvoldoende zal zijn om een oplossing te bieden voor de problematiek en om geluidsruimte te bieden voor toekomstige ontwikkelingen. In het Geluidsplan werd reeds voorzien in de toepassing van de door u genoemde mogelijkheden uit het Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet.
Gelet op de bevindingen zullen wij parallel aan het GRP ook het proces in werking laten treden om op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt van deze mogelijkheid gebruikt te maken. Voornoemde neemt niet weg dat wij van de bedrijven een maximale inspanning verwachten om de geluidsbelasting (van aangemeerde schepen) zoveel als mogelijk te beperken en zo een bijdrage te leveren aan de leefkwaliteit in de omgeving. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan maatregelen als geluiddempers en walstroom.
d.
In het Geluidsplan wordt de mogelijkheid voor het normeren van laagfrequent geluid beschreven. Reden hiervoor is dat met name dergelijk geluid als hinderlijk wordt ervaren. Uit jurisprudentie volgt daarbij dat op het moment dat daar sprake van is, daarvoor normen dienen te worden vastgelegd. In het Geluidplan is daarbij opgenomen dat nog nader onderzoek zal moeten plaatsvinden naar het optredend laagfrequent geluid en de daarvoor op te nemen normen. Indien uit onderzoek blijkt dat een dergelijke normering noodzakelijk is, dan zal dit gaan gelden als een aanvullende verplichting waar bedrijven aan dienen te voldoen. De in het Geluidplan opgenomen tabel is een voorbeeld van de wijze waarop dit zou kunnen.
2. a.
Suez RR IWS Remediation B.V. Het bedrijf wordt in het GRP ten onrechte aangemerkt als bedrijf waar schepen aanmeren. De activiteiten dragen niet bij aan de problematiek van laagfrequent geluid en de andere relevante geluidsaspecten. Het betrekken van het bedrijf draagt niet bij aan het oplossen van de problematiek. In het GRP zijn niet alle op het industrieterrein gevestigde bedrijven meegenomen. Ook de niet-vergunningplichtige bedrijven zouden moeten worden meegenomen omdat deze ook bijdragen aan de totale geluidsbelasting.
b.
Reactie gemeente a. In tabel 8.1 wordt een overzicht gegeven van de vergunningplichtige bedrijven op het industrieterrein, ongeacht of sprake is van het aanmeren van schepen. Naar aanleiding van uw zienswijze en de opmerkingen van andere bedrijven zal in de tabel verduidelijkt worden waar sprake is van aanmerende schepen en waar niet. Voor een gezoneerd industrieterrein geldt dat het geluid van alle bedrijven gezamenlijk wordt getoetst aan de geldende grenswaarden. Dat maakt dat ook het geluid van uw bedrijf
2
relevant is bij het bepalen van de totale geluidsbelasting en bijdraagt aan de problematiek. Het feit dat bij uw bedrijf geen sprake is van aanmerende schepen maakt dit niet anders. Om die reden dient u inzicht te verschaffen in de actuele akoestische situatie van uw bedrijf. b.
Door u wordt terecht opgemerkt dat het geluid van alle bedrijven moet worden meegenomen bij het bepalen van de geluidsbelasting van het industrieterrein. Dit geldt ook voor het geluid van niet-vergunningplichtige bedrijven. Het GRP zal worden uitgebreid naar alle op het gezoneerde industrieterrein gevestigde bedrijven. Daarbij wordt wel opgemerkt dat de akoestische bijdrage van de overige bedrijven veelal beperkt is. Uit het oogpunt van efficiëntie zullen dan ook alleen de akoestische gegevens worden gevraagd van bedrijven waar gelet op de akoestische bijdrage mogelijke winst in geluidsruimte te behalen valt.
3. a.
HSM B.V. Het GRP sorteert voor op een herziening van de omgevingsvergunning van bedrijven waar sprake is van aanmerende schepen. Een dergelijke herziening is voor HSM niet nodig omdat de vergunning aansluit op de activiteiten en geen sprake is van langdurige aanmerende schepen die nestgeluid produceren. Het GRP vormt voor HSM geen aanleiding om een akoestisch onderzoek uit te voeren. Indien dit wel moet dient dit te gebeuren op kosten van de gemeente. Indien uit het GRP volgt dat HSM aanvullende akoestische maatregelen dient te treffen, dan dient dit te gebeuren op kosten van de gemeente. Onduidelijk is of naast het GRP ook voor één van de andere in het Geluidplan genoemde oplossingsrichtingen wordt gekozen. De verkeerssituatie rond het havengebied is slecht. Dit vormt, samen met de geluidsproblematiek, een beperking voor de bedrijfsvoering.
b. c. d. e.
Reactie gemeente a. In het kader van het GRP wordt gevraagd inzicht te geven in de huidige akoestische situatie bij het bedrijf. Een herziening van de omgevingsvergunning is vereist indien de akoestische situatie, specifiek voor wat betreft nestgeluid, niet in overeenstemming is met de vergunning. Op voorhand kan niet worden gesteld dat een herziening van uw vergunning niet noodzakelijk is, te meer omdat u aangeeft dat wel sprake is van kortdurend aanmerende schepen. Of een dergelijke herziening voor uw bedrijf noodzakelijk is, is afhankelijk van de uitkomsten van het akoestisch onderzoek. b.
Een belangrijk onderdeel van het GRP is een actueel zicht op de feitelijke akoestische situatie van alle bedrijven op het industrieterrein. Dit maakt dat het voor alle bedrijven noodzakelijk is dat zij een akoestisch onderzoek uitvoeren. Om die reden zullen wij ook u verzoeken een dergelijk onderzoek uit te voeren. Hiervan kan worden afgezien indien eerder een akoestisch onderzoek is ingediend, dit onderzoek jonger is dan 4 jaar en er geen sprake is van akoestische wijzigen ten opzichte van dit onderzoek. Op grond van artikel 165, eerste lid van de Wet geluidhinder kan de gemeente aan beheerders van inrichtingen vragen om binnen een termijn inzicht te geven in de geluidsbelasting van het bedrijf. De bijbehorende kosten zijn voor de bedrijven.
c.
Onderdeel van het GRP zal zijn om te kijken of alle bedrijven voor wat betreft geluid de ‘best beschikbare technieken’ toepassen en of door het alsnog toepassen van deze technieken een beperkingen van de geluidsbelasting kan worden bereikt. Hoewel in dit geval gekoppeld aan het GRP, is dit onderdeel van de reguliere beoordeling of een actualisatie van de omgevingsvergunning noodzakelijk is, als bedoeld in artikel 2.30 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. De kosten samenhangend met een dergelijke wettelijke actualisatie en het toepassen van best beschikbare technieken zijn voor de bedrijven.
3
d.
In het Geluidplan worden verschillende oplossingsrichtingen benoemd. Uitgangspunt bij de keuze voor de verschillende oplossingsrichtingen is dat bedrijven het maximale doen om te voldoende aan de geldende geluidswaarden. Daarom is gekozen voor een GRP. Indien blijkt dat dit niet toereikend is dan zullen ook de andere oplossingsrichtingen verder worden uitgewerkt.
e.
Een belangrijk uitgangspunt is dat u uw bedrijfsvoering kan voortzetten. Dit neemt niet weg dat u mogelijk wel maatregelen kan treffen, die een positieve bijdrage leveren aan de akoestische situatie, zonder dat dit ten koste gaat van de bedrijfsvoering. De verkeersproblematiek rond het havengebied heeft onze aandacht, maar valt buiten de reikwijdte van deze plannen.
4. a.
Havenbedrijf Rotterdam N.V. De in het GRP genoemde bedrijven betreffen niet alleen scheepswerven, maar ook bedrijven waar schepen aanmeren voor bijvoorbeeld op- en overslag van goederen. De uitspraak van de Raad van State ziet uitsluitend op bedrijven waar de afgemeerde schepen onderdeel zijn van de bedrijfsvoering. Daarbij wordt verzocht om in de gehele regio te kiezen voor eenzelfde interpretatie. Bij nieuwbouw dient extra geluidsisolatie ten gevolge van het nestgeluid uitgangspunt te zijn. Voor bestaande bouw dient onderzocht te worden in hoeverre daarmee extra ruimte kan worden vrijgemaakt. Ook hiervoor is bestuurlijke afstemming gewenst. Het Havenbedrijf vraagt te worden betrokken bij het beoordelingskader voor laagfrequent geluid. Dergelijke normen zouden daarbij niet alleen moeten gaan gelden voor bedrijven maar ook voor woningbouwplannen.
b.
c.
Reactie gemeente Uw reactie wordt in de eerste plaats gelezen als een oproep voor nadere bestuurlijke afstemming tussen u en de verschillende havengemeenten. Ook wij zien de noodzaak voor bestuurlijke (en ambtelijke) afstemming. Omdat de problematiek in het gehele havengebied speelt, en om te komen tot een gezamenlijke standpuntbepaling, zouden ons inziens alle gemeente met haven(bekkens) daar onderdeel van moeten zijn. a.
Uw roept op om tot een gezamenlijk standpunt te komen inzake het geluid van afgemeerde schepen. Dit zien wij als onderdeel van voornoemde afstemming. Op voorhand wordt opgemerkt dat, anders dan u stelt, wij het initiële standpunt hebben dat indien de op- en overslag van goederen onderdeel is van de reguliere bedrijfsvoering (representatieve bedrijfssituatie), het nestgeluid van de afgemeerde schepen dient te worden meegenomen in de omgevingsvergunning. Dit volgt naar onze mening ook uit de uitspraak van de Raad van State en volgt ook uit de Nota van Toelichting op het Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet (zie onder 1.b). Een andere lezing zou betekenen dat dergelijk geluid ook bij de toekomstige vaststelling van de geluidproductieplafonds buiten beschouwing zou moeten worden gelaten. Dit is naar onze mening niet de bedoeling van de wet.
b.
De uitspraak van de Raad van State heeft tot gevolg gehad dat bij nieuwbouwprojecten, bij het bepalen van de geluidsbelasting van het industrieterrein, thans wordt uitgegaan van alle geluidsbronnen inclusief het nestgeluid. De vereiste geluidsisolatie dient daar op te worden afgestemd. Het door u gestelde is daarmee reeds uitgangspunt bij de beoordeling van nieuwbouwprojecten. Naast het GRP zullen wij ook in gaan zetten op de mogelijkheden die het Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet op dit onderdeel biedt. In dat kader zal onder andere worden gestart met een onderzoek naar de eventueel vereiste aanvullende akoestische gevelmaatregelen aan de bestaande woningen, gelet op de op dat moment geldende eisen inzake het binnenniveau in de woning,
4
c.
Het beoordelingskader voor laagfrequent geluid zal nog nader moeten worden uitgewerkt. Wij willen u daar graag bij betrekken, ook in het kader van voornoemde bestuurlijke afstemming.
5. a.
Heembouw Ontwikkeling Wonen B.V. In de geluidsplannen is nog onvoldoende rekening gehouden met het woon- en leefklimaat ter plaatse van (geprojecteerde) woningen in de omgeving De status van het GRP is onduidelijk en de welke maatregelen getroffen worden om de geluidbelasting terug te brengen zijn onvoldoende beschreven. Het GRP voldoet daarmee niet aan de GRP om als toetsingskader te kunnen gaan dienen voor het verlenen van vergunningen. Op het moment dat gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden uit het Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet geldt dat dit niet mag leiden tot een overschrijding van de binnenwaarde in de woningen.
b.
c.
Reactie gemeente a. Het bieden van een goed woon- en leefklimaat is één van de belangrijkste uitgangspunten van de geluidsplannen. Dat is ook één van de redenen waarom niet op voorhand al is besloten om gebruik te maken van de mogelijkheden uit het Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet, maar eerst wordt gekeken naar de mogelijkheden de geluidsbelasting van het industrieterrein alsnog (zo veel als mogelijk) passend te krijgen binnen de huidige geluidswaarden. b.
Het GRP zoals dat als ontwerp ter inzage is gelegd voldoet nog niet aan alle randvoorwaarden die de wet aan een dergelijk plan stelt. De voornaamste reden hier voor is dat, mede ten gevolge van de uitspraak van de Raad van State, er geen volledig inzicht is in de totale geluidsbelasting van het industrieterrein, inclusief nestgeluid. Dit volledige inzicht zal er eerst moeten zijn alvorens een definitief GRP kan worden vastgesteld overeenkomstig de wet. U moet het voorliggende GRP dan ook zien als een ‘groeidocument’ dat op basis van nadere informatie zal worden uitgewerkt naar een definitief GRP.
c.
Gelet op de problematiek zijn wij voornemens gebruik te maken van de mogelijkheden uit het Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet om de geluidsruimte te verruimen. Daarbij zal, gelet op de wet, ook aandacht zijn voor de binnenwaarde in de woningen. Dit neemt niet weg dat bij nieuwe ontwikkelingen, mede gelet op de uitspraak van de Raad van State, bij het bepalen van de gevelbelasting en bijbehorende gevelisolatie, uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening al rekening zal moeten worden gehouden met het nestgeluid. Wij gaan er dan ook voor uit dat u de woningen dusdanig uitvoert dat deze voldoen aan de geldende geluidswaarden, inclusief nestgeluid.
6. 7. a.
Omwonende A Omwonende B De gemeente heeft niets gedaan met de verplichte geluidboekhouding om te controleren of voldaan wordt aan het zonebesluit. Een GRP is niet bedoeld om kwaadwillend handelen van de gemeente ongedaan te maken. De plannen zijn mager als het gaat om te treffen maatregelen. Niet genoemde maatregelen die zouden moeten worden overwogen zijn afscherming en werktijdbeperkingen.
b. c.
Reactie gemeente a. Voor het havengebied wordt een geluidboekhouding bijgehouden om te controleren of aan het zonebesluit wordt voldaan. Op basis hiervan zijn in het verleden omgevingsvergunningen verleend. Uit de uitspraak van de Raad van State volgt dat in deze
5
boekhouding ook het nestgeluid van schepen moet worden opgenomen. Deze bronnen zaten tot op heden niet in de boekhouding. Doel van het GRP is dan ook in de eerste plaats de geluidboekhouding op orde te krijgen door alsnog het nestgeluid van schepen hier in op te nemen. Hiervoor is vereist dat de bedrijven nieuwe akoestische onderzoeken aanleveren waarin het geluid van aangemeerde schepen is meegenomen. b.
Wij begrijpen uw gevoel, maar ontkennen dat er in het verleden kwaadwillend is gehandeld. Bij de vaststelling van de geluidzone voor het industrieterrein bestond er onduidelijkheid over de status van het geluid van aangemeerde schepen in relatie tot het totale geluid van de bedrijven. Deze onduidelijkheid heeft tot de keuze geleid om het geluid van aangemeerde schepen niet mee te nemen bij het bepalen van de geluidsbelasting. Uit de uitspraak van de Raad van State volgt dat dit een onjuiste interpretatie van de wetgeving is geweest, die wij nu wensen te herstellen.
c.
In het GRP staan een aantal mogelijke maatregelen benoemd die getroffen zouden kunnen worden om de geluidbelasting te verminderen. De opsomming van maatregelen in het GRP is niet uitputtend bedoeld en kan worden aangevuld met andere maatregelen zoals de door u genoemde afscherming en werktijdbeperkingen. Dergelijke maatregelen zullen als aanvullende opties worden toegevoegd aan het GRP.
8. Vereniging Milieudefensie 9. Omwonende C 10. Omwonende D 11. Omwonende E 12. Omwonende F 13. Omwonende G 14. Omwonende H 15. Omwonende I 16. Omwonende J 17. Omwonende K 18. Omwonende L 19. Omwonende M 20. Omwonende N 21. Omwonende O 22. Omwonende P 23. Omwonende Q 24. Omwonende R 25. Omwonende S 26. Omwonende T 27. Omwonende U a. De plannen maken een verschuiving van de geluidsruimte mogelijk. Zonder maatregelen of het verplaatsen van activiteiten zal dit niet leiden tot het verminderen van de geluidsoverlast. b. Door het herschikken van geluidsruimte gaan de ontwikkelmogelijkheden van andere bedrijven mogelijk op slot c. Het bedrijf Huisman is niet ingedeeld in de juiste milieucategorie d. Het GRP biedt een periode van 5 jaar om de geluidssituatie te laten voldoen aan de normen. Gedurende deze periode blijft de ervaren overlast bestaan. e. Het GRP dient in de eerste plaats gericht te zijn op het opleggen van bronmaatregelen. Reactie gemeente a. Het havengebied van Schiedam is een gezoneerd industrieterrein, wat betekent dat de geluidsbelasting van alle bedrijven samen dient te worden beoordeeld. Het GRP heeft tot doel om te kijken of het gezamenlijke geluid van alle bedrijven alsnog kan worden ingepast
6
binnen de geldende geluidswaarden. Het verschuiven van ongebruikte geluidsruimte is een mogelijke maatregel, maar dit is slechts een deel van de oplossing. Wij zien met name mogelijkheden van aanvullende bron- en overdrachtsmaatregelen om de geluidsbelasting te verminderen. Het treffen van dergelijke maatregelen is dan ook onderdeel van het GRP. Daarnaast zal, naast het GRP, ook gekeken worden naar mogelijkheden om hinderlijk laagfrequent geluid te reguleren en verminderen. b.
Het GRP heeft niet tot doel de bedrijfsvoering van de in het gebied aanwezige bedrijven te beperken en beoogt te voorkomen dat het industrieterrein akoestisch ‘op slot’ gaat. Verschuiving van geluidsruimte is dan ook pas mogelijk op het moment dat sprake is van ongebruikte geluidsruimte in de vergunning of indien een bedrijf geluidsmaatregelen kan treffen ten gevolge waarvan geluidsruimte vrijvalt.
c.
De indeling in milieucategorie is eerder onderdeel geweest van de beroepsprocedure bij vaststelling van het bestemmingsplan ‘Havens’. De Raad van State heeft destijds de gewijzigde indeling akkoord bevonden.
d.
Het GRP en het Geluidplan hebben mede tot doel om, op termijn, het woon- en leefklimaat te verbeteren. De complexiteit van de problematiek, maar ook de uitvoeringstermijn van eventuele maatregelen, maakt dat dit niet op korte termijn kan worden opgelost. Om die reden voorziet de wet in een termijn van 5 jaar om de vereiste maatregelen te treffen. Wij gaan er van uit dat het binnen deze periode mogelijk is om te komen tot een verbetering van de situatie. Daarbij worden, los van het GRP, nu ook reeds maatregelen getroffen om de overlast te beperken. Maatregelen die hebben geleid tot een afname van overlastklachten in de afgelopen periode.
e.
Het nemen van de door u genoemde bronmaatregelen vormt een belangrijk uitgangspunt van het GRP. Welke maatregelen het meest optimaal (en uitvoerbaar) zijn om alsnog te kunnen voldoen aan de geluidsnormen zal in de komende periode worden onderzocht. Dit zal veelal maatwerk zijn, afhankelijk van de bedrijfsprocessen.
28. Omwonende V a. Een grens voor het geluid een fasering in stappenplan met maatregelen ontbreken in het GRP b. Een beschrijving van de feitelijke geluidssituatie ontbreekt in het GRP, dit dient te worden verholpen. c. De geldende vergunningcriteria voor de aanwezige bedrijven ontbreken in het GRP. d. De gemeente dient te erkennen dat het niet meenemen van nestgeluid van invloed is geweest op de leefbaarheid en dat het woon- en leefklimaat net voorop moeten worden gesteld bij het zoeken naar een nieuwe balans e. Specifieke maatregelen voor Huisman zijn noodzakelijk om de problematiek op te lossen en te voldoen aan de geluidsnormen f. In het GRP is niet opgenomen dat de gemeente de bedrijfsactiviteiten kan stilleggen, zodat op jaarbasis wel aan de normen wordt voldaan. g. De gemeente dient te beoordelen of Huisman wel in de juiste milieucategorie is ingedeeld h. De insteek van de gemeente zou moeten zijn dat het bedrijf Huisman wordt verplaatst naar de Tweede Maasvlakte. Reactie gemeente a. Het uitgangspunt van het GRP is de bedrijven alsnog te laten voldoen aan de in de jaren ’90 vastgestelde geluidswaarden. Het GRP zoals dat als ontwerp ter inzage is gelegd voldoet nog niet aan alle randvoorwaarden die de wet aan een dergelijk plan stelt.
De voornaamste reden hier voor is dat, met ten gevolge van de uitspraak van de Raad van State, er geen volledig inzicht is in de totale geluidsbelasting van het industrieterrein, inclusief nestgeluid.
7
Dit volledige inzicht zal er eerst moeten zijn alvorens een definitief GRP kan worden vastgesteld overeenkomstig de wet. U moet het voorliggende GRP dan ook zien als een ‘groeidocument’ dat op basis van nadere informatie zal worden uitgewerkt naar een definitief GRP. Het is pas mogelijk om een concreet stappenplan te maken op het moment dat er inzicht is in de totale geluidsbelasting (tweede helft 2021). b.
Zie reactie onder 6.a.
c.
De vergunningcriteria voor de bedrijven worden gevormd door de wettelijke grenswaarden voor geluid zoals deze begin jaren ’90 zijn vastgesteld. Het GRP heeft tot doel om door middel van maatregelen de bedrijven (alsnog) te laten voldoen aan deze grenswaarden. Deze grenswaarden en het daaraan voldoen zijn daarmee uitgangspunt van het GRP.
d.
Het vinden van een goede balans tussen de bedrijven en de woonomgeving is één van de voornaamste doelen van het Geluidplan en GRP. Om die reden is er voor gekozen om eerst te kijken naar de mogelijkheden om, met het treffen van akoestische maatregelen, alsnog te voldoen aan de geldende geluidsnormen. Daarnaast zal ook gekeken of er oplossingen zijn voor hinderlijk laagfrequent geluid. Maatregelen die allen moeten bijdragen aan het verbeteren van het woon- en leefklimaat in de omgeving van het industrieterrein.
e.
In het kader van het GRP zal onder andere gekeken worden naar de akoestische maatregelen die de verschillende bedrijven kunnen treffen om de geluidsbelasting te verminderen. Gelet op de verschillen tussen de bedrijven zal dit voor elk bedrijf maatwerk zijn, afgestemd op het bedrijfsproces.
f.
Het GRP heeft mede tot doel om de bedrijven de ruimte te kunnen bieden hun bedrijfsvoering voort te zetten. Het stilleggen van de bedrijfsactiviteiten staat haaks op dit doel. Dit neemt niet weg dat op het moment een bedrijf niet (kan) voldoen aan de maatregelen, het opleggen van werktijdbeperkingen een mogelijke maatregelen is om alsnog te voldoende aan de vereisten uit de omgevingsvergunning. Gelet op de impact op de bedrijfsprocessen zal een dergelijke maatregel zeer terughoudend worden toegepast.
g.
Verwezen wordt naar de reactie onder 8.c. Daarbij geldt dat de indeling in bedrijfscategorie los staat van het nestgeluid en de uitspraak die de Raad van State heeft gedaan. De uitspraak van de Raad van State zorgt er dan ook niet voor dat Huisman in een andere milieucategorie moet worden ingedeeld dan ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan.
h.
De insteek van het GRP is dat de reeds aanwezige bedrijven hun bedrijfsvoering kunnen continueren, ook Huisman. Een ingrijpende maatregelen als het verplaatsen van een bedrijf is niet passend binnen deze ambitie. Dit te meer omdat wij van mening zijn dat alle bedrijven, waaronder Huisman, op een passende wijze binnen de geldende wet- en regelgeving op deze locatie hun bedrijf kunnen voeren. Indien wij van mening waren geweest dat dit niet mogelijk zou zijn hadden wij immers niet gekozen voor een GRP.
8
Geluidsplan industrieterrein Schiedam-Zuid 2021
Colofon Stadskantoor, Stadserf 1 Postbus 1501, 3100 AE Schiedam 14 010 schiedam.nl
26