CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage definitieve Jaarrekening 2023 GRJR

Raadscommissie 2 oktober 2024, gemeente SchiedamBij agendapunt: Brieven over en van gemeenschappelijke regelingen22.476 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

2.3.5 Ambulante hulp (Opdracht E) Realisatie JR 2021

Realisatie JR 2022

Begroting 2023

Realisatie 2023

Verschil begroting vs. Realisatie 2023

€ 46.703.000

€ 52.103.000

€ 43.131.000

€ 58.285.000

- € 15.154.000

25

Tabel met de basisinformatie van opdracht E Opdracht E Jaara Aantal Aantal Toewijzingsduur jeugdigen* toewijzingen* in weken* 2020 9.084 14.525 54 2021 8.565 12.165 54 2022 8.936 12.474 53 2023

8.073

11.328

Weektarief* € 188 € 207 € 244 € 314

39

*Aantallen kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR, peildatum: 18-05-2024. a Dit is de stand op basis van gegevens t/m april 2024. Omdat in 2023 MVS niet meer deelneemt aan de inkoop van specialistische jeugdhulp, is MVS ook uit de jaren 2020 t/m 2022 gehaald. Hierdoor zijn jaren onderling vergelijkbaar.

Hieronder de tabellen met subonderdelen van opdracht E Opdracht E1 Jaara 2020 2021 2022 2023 Opdracht E2 Jaara 2020 2021 2022 2023 Opdracht E3 Jaara 2020 2021 2022 2023

Aantal jeugdigen* 7.818 7.266 7.674 7.316

Aantal Toewijzingsduur toewijzingen* in weken* 12.562 49 9.971 50 10.043 47 10.355 37

Aantal jeugdigen* 59 38 47 41

Aantal jeugdigen*

1.666 1.716 1.651 830

Aantal Weektarief* toewijzingen* 78 71 52 68 53

51 37 41

Weektarief* € 228 € 246 € 263 € 316

Toewijzingsduur in weken* € 345 € 338 € 416 € 466

Aantal toewijzingen*

1.885 2.142 2.363 920

*Aantallen kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR, peildatum: 18-05-2024. aDit is de stand op basis van gegevens t/m april 2024. Omdat in 2023 MVS niet meer deelneemt aan de inkoop van specialistische jeugdhulp, is MVS ook uit de jaren 2020 t/m 2022 gehaald. Hierdoor zijn jaren onderling vergelijkbaar.

26

Toelichting op de cijfermatige ontwikkeling in ambulante hulp, opt-out en laag frequente medicatie (opdracht E) Voor ambulante hulp, opt-out2 en laagfrequente medicatie (respectievelijk opdracht E1, E2 en E3) is de realisatie 2023 fors hoger dan begroot. Ook vergeleken met de realisatie 2022 is de realisatie 2023 hoger. Dat betekent dat de ambitie om deze opdracht regionaal financieel te laten krimpen niet wordt gehaald, ondanks overheveling van delen van deze opdracht naar lokaal. Er is wel een afname te zien in het aantal jeugdigen in opdracht E. Dit geldt ook voor het aantal toewijzingen. Het grootste deel hiervan betreft een afname van laag frequente medicatie (E3), het overige deel betreft een afname van ambulante hulp (E1). Beide worden sinds 2023 (deels) lokaal ingekocht. De daling van regionaal gecontracteerde zorg is echter minder groot dan verwacht. Door het toewijzen met terugwerkende kracht kan dit beeld in de toekomst nog verder bijgesteld worden. De toewijzingsduur van deze opdracht neemt in 2023 af. Het weektarief stijgt sterker dan de indexatie. In opdracht E wordt ook forensische hulp geleverd. Dit maakt onderdeel uit van bovenstaande cijfers. Het betreft hier 235 jeugdigen van de 7.902 in 2023.

Toelichting op de zorginhoudelijke ontwikkeling in ambulante hulp (opdracht E) Ambulante hulp wordt ingezet in de thuissituatie, op de polikliniek of bijvoorbeeld op school. Het is een individuele of gezinsgericht (intensieve) behandeling of begeleidingsvorm waarbij het verblijf veelal gewoon nog steeds thuis is, maar het kan ook in combinatie met verblijf in opdracht C of in samenloop met pleegzorg (A). De kinderen blijven bij ouders wonen, maar krijgen hulp op een specifieke behandelvraag van een behandelaar of een behandelend team in de eigen omgeving. De jeugdige leert omgaan met een mogelijke blijvende beperking in het functioneren, gericht op het vergroten en/of behoud van de zelfredzaamheid en/of voorkomen van terugval. Perspectief daarbij is een zekere mate van herstel, vermindering of stabilisatie van de problematiek. De zwaarste vormen van ambulante hulp zijn bedoeld om een opname van de jeugdige te voorkomen of vervangen. Voor ambulante hulp zijn vanaf 2023 de twee laagste treden voor behandeling lokaal ingekocht. Uitstroom uit regionale hulp is echter niet te zien in de financiële resultaten. Het is wel zo dat de enkelvoudige medicatietrajecten (E3) volledig zijn overgedragen naar lokaal ingekochte aanbieders. Dit resulteert waarschijnlijk in de afname van het aantal jeugdigen dat gebruik maakt van opdracht E.

In de verwijssystemen in de regio Rijnmond is de reguliere verwijzing nog ingericht op ingekochte regionale partijen. Verwijzingen van huisartsen en medisch specialisten houden daarom vooralsnog onvoldoende rekening met de beschikbare lokale ambulante jeugdhulp. Om dit om te buigen zorgen de GGZ-aanbieders sinds 2023 voor extra triage. Voor kinderen vanuit de gemeente Rotterdam op de wachtlijst bij de regionaal gecontracteerde GGZ-aanbieders is er via een verdeeltafel gekeken hoe er gemakkelijk kinderen geholpen konden worden door lokale aanbieders. De GGZ-aanbieders geven aan dat dit heeft geresulteerd in het helpen van ongeveer 60 kinderen via lokale contracten. 2

Opt-out: als jeugdige en/of ouders geen toestemming hebben gegeven om informatie over de aard van de zorg te delen, dan vindt registratie van de zorg plaats op opdracht E2.

27

Het weektarief is gestegen en aanbieders geven aan dat dit komt door een verzwaring van de zorgvraag. Het is niet meer mogelijk om de lage behandeltreden toe te wijzen en de aanname is dat hierdoor ook een kostenstijging heeft plaatsgevonden. Zowel verwijzers als zorgaanbieders herkennen het beeld van deze aanname. 2.3.6 Crisishulp (Opdracht F) Realisatie JR 2021

Realisatie JR 2022

Begroting 2023

Realisatie 2023

€ 8.644.000

€ 8.730.000

€ 8.795.000

€ 8.247.000

Verschil realisatie vs. begroting 2023 € 548.000

Jaar

Ambulante Crisishulp*

Crisispleegzorg*

Crisisopvang*

Totaal*

2021

333 259 247

119 103 93

302 256 250

754 618 590

2022 2023**

*Cijfers zijn afkomstig van zorgaanbieder ** De cijfers zijn zonder MVS

Toelichting op de cijfermatige ontwikkeling in crisishulp (opdracht F) Voor crisishulp werken we binnen de GRJR met beschikbaarheidsfinanciering. Hier is voor gekozen omdat crisishulp binnen 24 uur ingezet moet kunnen worden. Deze hulpvorm moet dus te allen tijde beschikbaar zijn. Dat kan betekenen dat wel gefinancierd wordt (voor de beschikbaarheid van personeel en bedden), maar niet benut (bij een lagere zorgvraag). In 2023 is er voor deze opdracht voor € 8,3 mln. toegezegd aan beschikbaarheidsfinanciering. Er was echter hoger begroot. Dat betekent dat in 2023 ruim € 500.000 over blijft op het begrote budget voor crisishulp. Toelichting op de zorginhoudelijke ontwikkeling in crisishulp (opdracht F) Wanneer een crisissituatie ontstaat maakt het crisisinterventieteam (CIT) een inschatting van de veiligheid van de situatie van de kinderen. Sinds juni 2023 is er een coördinatieteam opgericht door de zeven systeemaanbieders die aansluiten bij de interventies van het CIT. Zij gaan mee op inschatting en coördineren in gezamenlijkheid de juiste plaatsing indien dit voor het kind nodig is. Het CIT kan kiezen uit drie varianten van crisishulp: • Crisisopvang (in een crisisopvanglocatie), • Crisispleegzorg (opvang in een tijdelijk pleeggezin), • Ambulante crisishulp in de thuissituatie (soms ter voorkoming voor plaatsing in crisisopvang of als nazorg van de opvang).

Inhoudelijke doelstelling is dat crisishulp beschikbaar is wanneer nodig. Daarbij is het doel om te komen tot één toegang tot crisishulp. Doel is ook om crisishulp tot een minimum terug te brengen door tijdige beschikbaarheid van reguliere hulp. In de regiovisie is dit omschreven als bouwsteen "Integrale crisiszorg en casusregie als de veiligheid in geding is". Het crisisaanbod dient te allen tijde beschikbaar te zijn voor jeugdigen die nog niet in zorg zijn via een arrangement bij een systeemaanbieder. Dat is dit jaar wederom gelukt. De realisatie laat zien dat er van ongeveer 85% van de capaciteit gebruik is gemaakt. Dit jaar is het mogelijk gemaakt voor systeemaanbieders om van de overcapaciteit van 28

ambulante crisishulp gebruik te maken voor crisissituaties van jeugdigen met reguliere arrangementen, omdat niet alle systeemaanbieders deze expertise in huis hebben. Van deze mogelijkheid is gering (1% van de beschikbare ambulante crisiscapaciteit) gebruik gemaakt vanuit reguliere arrangementen en is met name ingezet op de voorkoming van breakdowns bij pleegzorgplaatsingen. De systeemaanbieders hebben in aanloop naar 2023 de ruimte kregen om de crisisaanpak samen vorm te geven. 2023 was met betrekking tot opdracht F inhoudelijk een implementatie-jaar, waarbij met de systeemaanbieders is geëvalueerd over de gezamenlijke inrichting en onderlinge samenwerking. Het gezamenlijke coördinatiepunt waar de inhoudelijke beoordeling en coördinatie op de in- en doorstroom plaatsvindt en dat samenwerkt met het crisisinterventieteam (CIT) van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR), is dit jaar vormgegeven. Er zijn verschillende aanpassingen gedaan om een goede aansluiting op andere werkprocessen te realiseren. De samenwerking tussen de verschillende partijen is verstevigd en behoeft blijvende aandacht. Ook is het beschikbaar gestelde budget gedurende 2023 aangepast op de onderling georganiseerde capaciteit van de crisishulp en het coördinatiepunt. Ambulante crisishulp Er komen sinds 2022 steeds minder aanmeldingen voor ambulante crisishulp binnen.

Het lijkt erop dat steeds meer kinderen direct in de crisisopvang terechtkomen en het voor ambulante hulp ter voorkoming van een crisisopname te laat is. Een verklaring is mogelijk dat de vrijwillige hulp die via IVH-trajecten (Intensieve Vrijwillige Hulp) loopt onvoldoende direct schakelt met de expertise vanuit opdracht F. Mogelijk was die routine meer aanwezig bij casusregisseurs van de gecertificeerde instellingen en is deze nog niet voldoende bekend bij de casusregisseurs van de wijkteams. 2.3.7 Gecertificeerde Instellingen (GI’s) (opdracht G) Realisatie JR 2021

Realisatie JR 2022

Begroting 2023

Realisatie 2023

Verschil realisatie vs. begroting 2023 € 761.000

€ 48.507.000

€ 44.241.000

€ 44.811.000

€ 44.050.000

Jaar

JBRR

WSS

LDH

Totaal GI’s

2023*

4.455

1.017

249

5.721

* totaal aantal unieke kinderen in zorg per zorgaanbieder bij de GI's

Toelichting op de cijfermatige ontwikkeling gecertificeerde instellingen (opdracht G) Landelijk dalen het aantal jeugdbeschermingsmaatregelen. Dit is ook in de regio Rijnmond zichtbaar zij het niet zo gestaag als voorgaande boekjaren. Dit is een gewenste ontwikkeling. De daling van jeugdreclasseringsmaatregelen zet in de regio niet door. Dit betekent dat er meer jeugdigen zijn met een maatregel vanuit het strafrecht.

29

Hieronder valt onder andere stijging schoolverzuim, groepscriminaliteit en toename van het aantal uithalers bij de haven. De inzet van de gecertificeerde instellingen (GI’s) wordt gefinancierd met jaarlijkse subsidies. Daarbij wordt vooraf en in afstemming met de GI’s een prognose gemaakt van de aantallen maatregelen (inzet) die verwacht worden. Voor 2023 werd rekening gehouden met een daling van het aantal door de rechtbank afgegeven maatregelen. In 2023 zien we echter dat deze daling minder hard is gegaan dan verwacht. Door het crisisinterventieteam (CIT) zijn minder crisisinterventies ingezet, maar hun inzet op het aantal huisverboden is heel 2023 hoog, circa 50% meer dan verwacht. Toelichting op de ontwikkeling GI’s algemeen Landelijk stond 2023 in het teken van het terugdringen van de workload van jeugdbeschermers en jeugdreclasseerders. Vanuit de ministeries van JenV, VWS, de branche-organisatie van de GI’s en de VNG is toegewerkt naar een werkbare landelijke tariefrichtlijn die vanaf 2024 wordt ingezet en naar landelijke caseloadnormen. De GRJR besloot om de William Schrikker Stichting (WSS) met ingang van 2024 niet meer als onderaannemer bij Jeugd Bescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR) te financieren maar een rechtstreekse subsidierelatie aan te gaan. Hierdoor kan de GRJR directer sturen op de prestaties van de drie afzonderlijke GI’s waarmee de regio werkt.

Toelichting op de zorginhoudelijke ontwikkeling gecertificeerde instellingen (opdracht G) Inzet op verbetering Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR) De ontwikkelingen binnen JBRR in 2022 in het verzuim en verloop van personeel en dalende productie zette in 2023 door. In 2022 zette de GRJR al extra financiële middelen in om JBRR in staat te stellen uitvoering te geven aan een korte termijn verbeteraanpak. In 2023 zijn twee halfjaarlijkse extra bijdragen beschikbaar gesteld aan JBRR om uitvoering te geven aan vervolgacties van het plan van aanpak 2023. Met als doel dat de wettelijke taak van jeugdbescherming voor de toekomst geborgd is en dat de veiligheid van en zorg aan die jeugdigen en gezinnen die dit nodig hebben geborgd is. Bij de audittoets bij JBRR door het keurmerkinstituut (KMI) bleek dat de prestaties van JBRR achterbleven ten opzichte van de wettelijke kritieke prestatie indicatoren (KPI’s). Daarom kreeg JBRR in oktober 2023 een overbruggingscertificaat. Dit houdt in dat JBRR de gecertificeerde taak blijft uitvoeren, maar er binnen de gestelde termijn verbetering moet plaatsvinden. Na het vierde kwartaal was aanzet tot verbetering op de KPI’s zichtbaar. Middels maandrapportages en bestuurlijke overleggen houdt de stuurgroep jeugdbescherming de vinger aan de pols en stuurt waar mogelijk bij.

De sinds begin 2023 aangetreden bestuurder pakt de verbeterplannen adequaat op. Van belang is dat JBRR een toekomstbestendige organisatie is en financieel in gezonde staat en de periode tot de vorming van een Regionaal Veiligheidsteam (conform het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming) goed doorkomt. Landelijke ontwikkelingen Vanaf 1 januari 2024 is de landelijke tarievenrichtlijn voor jeugdbescherming en reclassering overgenomen voor de drie GI’s in onze regio. Het ontwikkelen en implementeren van het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming is een majeure taak.

30

Deze vraagt van gemeenten om nauwe samenwerking tussen de GRJR en de drie centrumgemeenten voor huiselijk geweld en kindermishandeling in de regio. En vervolgens om samenwerking tussen gemeenten en betrokken organisaties als Veilig Thuis, GI’s en de Raad voor de Kinderbescherming. In 2023 is een projectplan opgeleverd en is de structuur van samenwerken aan deze opdracht vormgegeven. In 2023 is ook invulling gegeven aan de zogeheten proeftuin. Het Rijk heeft onze regio aangewezen als proeftuin om een ‘ideale klantreis’ te ontwikkelen. Wijkteams uit Ridderkerk en Rotterdam hebben deze proeftuin uitgevoerd. Dit hield in dat op basis van actuele casuïstiek in de praktijk werd beproefd wat werkt voor de cliënt. De GRJR is als subsidiehouder verantwoordelijk voor het uitvoeren en aan het Rijk verantwoorden van de proeftuin. Eind 2023 kende het Rijk subsidie toe voor het verder doorontwikkelen van het beproeven met de ideale klantreis, op thema’s als complexe scheidingen, ontwikkelingsbedreiging van kinderen, huiselijk geweld en jeugdcriminaliteit. Ook werd eind 2023 een projectleider aangesteld die vanuit de uitvoeringsorganisatie een onafhankelijke positie heeft ten opzichte van regiogemeenten en de drie eerder genoemde organisaties. Er is een vernieuwde stuurgroep ingesteld met vertegenwoordigers uit VTRR, GI, RvdK en de gemeenten.

De stuurgroep heeft gewerkt aan een gezamenlijke visie voor één regionale aanpak. 2.2.8 Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) (opdracht H) Realisatie JR 2021

Realisatie JR 2022

Begroting 2023

Realisatie 2023

€ 16.375.000

€ 17.593.000

€ 19.422.000

€ 19.160.000

Periode 2023

Subsidie verlening Realisatie

Verschil realisatie vs. begroting 2023 € 261.000

Aantal Chats Meldingen / Overige Overdracht Crisis V&V Onder THV Ondera/oVeiligheids meldingen na zoek steuning vragen beoordelingen politie veiligheidsbeoordeling 12.500 1.500 13.700 1.850 5.800 670 1.080 450 640 250 12.616 1.419

13.162

2.255

7.490

877 1.035

476 637

202

Afkortingen: a/o = advies en ondersteuning V&V = voorwaarden en vervolg THV = tijdelijke huisverboden

Toelichting op de zorginhoudelijke ontwikkeling Veilig Thuis (opdracht H) VTRR ontvangt jaarlijks een subsidie van de GRJR voor de uitvoering van de taken. Bovenstaand overzicht laat de realisatie zien op basis van alle Q-rapportages 2023, met daarboven de begrote aantallen uit de subsidieverlening 2023 aan VTRR. Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) ontving in 2023 meer meldingen dan begroot. Dit geldt ook voor het hoge aantal politiezorgformulieren jeugd, het aantal overdrachten na een veiligheidsbeoordeling aan ketenpartners en het aantal crisisinterventies. Er is ook op een aantal taken minder ingezet. De realisatie is daarmee lager dan in de begroting is geraamd voor VTRR. Het wegwerken van zaken (door externe inhuur en efficiënt inzetten van personeel) heeft niet gezorgd dat er sprake is van een overschrijding. 31

KPI’s en werkvoorraad in 2023 Het behalen van de KPI’s met betrekking tot veiligheidsbeoordelingen en de interventies (Voorwaarden & Vervolg en Onderzoek) laten een zorgelijk beeld zien. Vanaf het 2e kwartaal 2022 zijn wachtlijsten ontstaan bij VTRR en zien we dat dit zich voortzet in 2023. Ondanks de inspanningen van VTRR, waaronder het (tijdelijk) uitbreiden van capaciteit en de uitvoering van het project wachtlijstvrij werken, is het lastig om de wachtlijsten terug te brengen tot een ‘gezonde werkvoorraad’. Wel ligt de productie van veiligheidsbeoordelingen en interventies (onderzoek, voorwaarden & vervolg) inmiddels rond het niveau van de prognoses in de begroting en zijn de wachtlijsten afgenomen ten opzichte van 2022. De rapportages van VTRR laten zien dat het halen van de wettelijke termijn (10 weken na aanmelding) niet verbetert. De eigen termijn (10 weken na start) wordt wel ruim gehaald. We zien in 2023 een toename van het ziekteverzuim en het verloop binnen VTRR. Het ontstaan van wachtlijsten en het niet behalen van de wettelijke termijnen hangen voor een belangrijk deel samen met de beschikbaarheid van personeel. Landelijke ontwikkelingen Veilig Thuis is actief betrokken bij de ontwikkeling van de regionale inrichting van het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Zie voor meer toelichting opdracht G.

2.2.9 Overige opdrachten (I) 2.2.9.1 Buitenregionale plaatsingen (BRP) en woonplaatsbeginselmaatwerk (I1) Realisatie Realisatie Begroting Realisatie Verschil JR 2021 JR 2022 2023 2023 realisatie vs. begroting 2023 € 2.569.000 € 17.816.000 € 10.907.000 € 11.618.000 - € 711.000 Er zijn kinderen en jeugdigen die buiten de regio Rijnmond verblijven maar wel onder de verantwoordelijkheid van één van de regiogemeenten vallen. De kosten voor buiten regionale plaatsingen zijn gelijk aan de jaareindeverwachting bij de 2e bestuursrapportage 2023, ad € 11,6 mln. Dit betreft de subsidie BRP Pleegzorg (circa € 0,9 mln.) en BRP-maatwerk (circa € 10,7 mln.). In 2022 stegen de kosten van BRPmaatwerk als gevolg van de invoering van de wetswijziging woonplaatsbeginsel naar € 17,0 mln. In 2023 zien we een afname. Dit komt omdat zorg in onderaannemerschap bij systeemaanbieders is gebracht en dus ten laste van de reguliere opdrachten is gekomen, en door uitstroom uit jeugdhulp vanwege het bereiken van de 18-jarige leeftijd. 2.2.9.2 Landelijk Transitie Arrangement (LTA I3) Realisatie Realisatie Begroting JR 2021 JR 2022 2023 € 17.570.000

€ 19.430.000

€ 21.849.000

Realisatie 2023

Verschil realisatie vs. begroting 2023

€ 23.525.000

-€ 1.676.000

De LTA-zorgkosten 2023 zijn gestegen ten opzichte van de begroting 2023. Eén van de LTA-aanbieders was tot vorig jaar regionaal gecontracteerd, maar is per 2023 niet meer als systeemaanbieder gecontracteerd. Dat kan een van de oorzaken van de stijging zijn. Daarnaast heeft de VNG het LTA-aanbod uitgebreid voor één van de systeemaanbieders. De zorg aan die jeugdigen is daarmee per 2023 omgezet naar het

32

LTA-contract en verklaart daarmee deels de gestegen realisatie ten opzichte van 2022. Daarnaast is er een toename van verblijf en behandeling vanuit de LTA-contracten aan jeugdigen met grote gedragsproblematiek en een licht verstandelijk beperking. Ook is een toename te zien in diagnostiek, observatie en exploratieve behandeling van (L)VB jeugd met bijkomende complexe vaak psychiatrische problematiek. Anderzijds is er een afname te zien vanuit het LTA contract op de opvang en behandeling van slachtoffers van seksuele uitbuiting en eer gerelateerd geweld. Tevens is er een afname in zorggebruik bij een LTA gecontracteerde aanbieder voor behandeling van persoonlijkheidsstoornissen. Deze (forensisch) aanbieder heeft per 2023 wel een prestatiecontract in Rijnmond en is onderaannemer van meerdere systeemaanbieders. Tot slot zien we dat de zorgvorm ‘Arfid en onzindelijkheid’ minder hard is gestegen dan verwacht. Deze ontwikkelingen zorgen ervoor dat de uiteindelijke realisatie 2023 iets minder hoog is dan verwacht werd in de 2e Burap. 2.2.9.3 Acute Dienst GGZ (I4) Realisatie JR 2021

Realisatie JR 2022

Begroting 2023

Realisatie 2023

€ 770.000

€ 790.000

€ 649.000

€ 83.000

Verschil realisatie vs. begroting 2023 €566.000

De aanvraag voor de subsidie acute dienst 2023 betrof € 721.000, conform de beschikbare middelen in de GRJR-begroting is € 507.000 toegekend. Deze kosten konden grotendeels worden gedekt uit SPUK-middelen Acute GGZ waaruit voor 2023 middelen beschikbaar waren. Deze dekkingsmogelijkheid was bij de begroting nog niet beschikbaar maar betekent nu een meevaller. Voor 2024 en verder moet rekening gehouden worden met een hoger bedrag in de GRJR-begroting omdat er dan geen SPUK-middelen meer beschikbaar zijn. Het aantal beoordelingen van jeugdigen onder de 18- groeit in hetzelfde tempo als voorgaande jaren.

33

2.2.9.4 Transformatie/innovatie (I5) Realisatie JR 2021

Realisatie JR 2022

Begroting 2023

Realisatie 2023

0

0

€ 1.683.000

€ 1.293.000

Verschil realisatie vs. begroting 2023 € 390.000

De zeven systeemaanbieders hebben in de nieuwe contracten vijf ontwikkelopdrachten meegekregen en ontvangen jaarlijks een bedrag van elk ca. €150.000 om hier gericht op te investeren. Elke aanbieder werkt op zijn eigen wijze aan deze opdrachten, soms in samenwerking met de overige systeemaanbieders, soms intern en met eigen onderaannemers. Aanbieders leveren per kwartaal een kwalitatieve rapportage aan per opgave. Deze worden door de contractmanagers getoetst en doorgesproken in de contractgesprekken. Na afloop van het jaar 2023 verantwoorden aanbieders de inzet van het ontwikkelbudget van ca € 150.000 per aanbieder per jaar. Deze verantwoording komt nog binnen. Daarnaast is €0,4 mln. ingezet voor het programmateam. 2.2.10 Uitvoeringskosten (J) De uitvoeringskosten worden toegelicht in paragraaf 3.2 bedrijfsvoering en in hoofdstuk 4 jaarrekening.

34

Hoofdstuk 3 PARAGRAFEN 3. Paragrafen

35

Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) schrijft paragrafen voor. Hiervan zijn de paragrafen Lokale heffingen, Onderhoud kapitaalgoederen, Verbonden partijen en Grondbeleid niet van toepassing bij de GRJR. Hierna volgen de van toepassing zijnde paragrafen Weerstandsvermogen en risicobeheersing, Financiering en Bedrijfsvoering. In de begroting 2023 was nog een aanvullende paragraaf Rechtmatigheid opgenomen, deze is nu samengevoegd met de paragraaf Bedrijfsvoering. Tot slot is sinds 2023 een openbaarheidsparagraaf verplicht.

3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing De begroting 2023 is in eerste aanleg vastgesteld op 1 juli 2022. In de risicoparagraaf werden onderstaande risico’s benoemd. Deze risico’s zijn alle opgetreden. In de begrotingswijziging 2023 van 8 september 2023 zijn de begrotingsaannames en budgetten bijgesteld in nauw overleg met de individuele gemeenten. Daarbij hebben we als aanvullend risico gemeld dat de aannames hierbij nog steeds een onderschatting kunnen zijn. Ook dit risico is opgetreden. De conclusie is dat het zo realistisch mogelijk begroten nog beter moet, en dat we samen met de gemeenten terughoudend moeten zijn met het niet ramen van kosten door ze ‘in de risicoparagraaf weg te schrijven’.

1

2

3

4

Risico in primaire begroting 2023 Uitgangspunt realisatieniveau 2021 (PM) Hogere zorgkosten A t/m E, doordat het productieniveau 2021, is bepaald op basis van onvolledige data per 1 februari 2022, terwijl de uitgaven hoger blijken volgens de definitieve data per 1 april 2022 die in de definitieve jaarrekening worden verwerkt. Trendmatige ontwikkeling, verschuiving naar lokaal en impact transformatie (€0) Hogere zorgkosten door onderschatting van • Trendmatige stijging en/of • Inzet van lokaal aanbod en/of • Impact van transformatiemaatregelen

Effect aanpassing woonplaatsbeginsel (€ 12 mln.) Hogere zorgkosten A t/m E doordat de gevolgen van aanpassing woonplaatsbeginsel niet volledig in beeld zijn en daardoor onvoldoende zijn meegenomen in de ramingen. Hieronder ook het risico op hogere kosten van hulp die tegen hogere tarieven moet worden gecontinueerd. Overloop naar niet regionaal gecontracteerd aanbod (PM) Hogere kosten voor buiten regionale plaatsingen en landelijk gecontracteerde hulp doordat regionaal aanbod ontoereikend of onderbenut is

Verslag Dit risico deed zich voor en daarom is medio 2023 de begroting gewijzigd op basis van realisatieniveau 2022 volgens de definitieve jaarrekening 2022, dat hoger lag dan 2021. De trendmatige stijging bleek hoger dan verwacht, de inzet van lokaal aanbod bleek minder dan verwacht, de impact van transformatie maatregelen heeft dit niet kunnen ombuigen. Hierop is de begroting gewijzigd op basis van nieuwe aannames per gemeente (zie punt 6). Dit risico is volledig opgetreden. Er was op basis van informatie van gemeenten maar € 1,8 mln. opgenomen. De begroting is hierop gewijzigd.

De praktijk onder de nieuwe contracten vanaf 1 januari 2023 blijkt niet te leiden tot beperking van uitgaven voor ‘BRP’ en ‘LTA’. De begroting is hierop gewijzigd.

36

5

6

Continuïteit aanbod (PM) Faillissement(dreiging) aanbieders in het bijzonder aanbieders van gesloten jeugdhulp in verband met de ambitie tot vergaande beperking van het aanbod.

Risico in gewijzigde begroting 2023 Aannames aanpassingen op gemeenteniveau (PM) De begrotingswijziging bevat aanpassingen op basis van aannames over verschuiving naar lokaal (D en E, MVS), trendmatige effecten, hervormingsagenda effecten en inkoopeffecten. Indien geen invulling aan de aanpassingen gegeven wordt, zal dit leiden tot hogere kosten dan begroot.

Er zijn incidentele kosten gekomen in het kader van continuïteitsrisico’s bij aanbieders van JH+. Deze landen voornamelijk in het overlopend resultaat en op de post risico’s/ onvoorzien. Verslag De GRJR heeft als begrotingswijziging voorgesteld om de aanvankelijke neerwaartse bijstellingen terug te draaien en een sterkere trendmatige groei in te rekenen. Dit is per gemeente in overleg op maat aangepast, waarna de voorgestelde bijstelling omhoog naar beneden bijgesteld werd. De GRJR heeft dit aanvullende risico bij de begrotingswijziging opgenomen. Deze waarschuwing blijkt te kloppen, de ontwikkelingen waren in de voorgestelde aanpassingen nog steeds onderschat.

De begroting 2023 bevat geen weerstandsvermogen of een budget voor risicodekking. Tegelijk met de afschaffing van de vlaktaks wensten de gemeenten het risico in de eigen begroting mee te nemen. Het risico op tegenvallende jeugdhulpuitgaven wordt primair door de deelnemende gemeenten zelf beheerst en gemeenten houden daarvoor naar behoefte zelf weerstandsvermogen aan. Het gevolg van deze begrotingskeus is dat alle opgetreden risico’s rechtstreeks doorslaan naar de deelnemende gemeenten. Zo realistisch mogelijk begroot De ontwikkeling van de jeugdhulpkosten is moeilijk in te schatten. Vanaf 2022 is veel geïnvesteerd in de samenwerking met gemeenten om per gemeente deze inschatting zo goed mogelijk op maat te doen. De begroting 2023 is: • Opgebouwd per gemeente; • Berekend in nauw overleg en in afstemming met iedere gemeente; • Gebaseerd op de informatie van gemeenten en aanbieders (berichtenverkeer) die op dat moment voorhanden is; • Omgeven met grote onzekerheden over ontwikkeling van de jeugdhulpvraag en over effectiviteit van kostenbesparings- c.q. transformatiemaatregelen. GRJR en gemeenten werken nauw samen in het zo realistisch mogelijk begroten. De inzet van de GRJR is hierbij als volgt: • De GRJR spant zich zeer in om de informatiepositie dusdanig te verbeteren dat de uitgavenontwikkeling eerder in beeld komt (zie ook paragraaf Bedrijfsvoering); 37

• •

•

De GRJR komt hiermee verder in control, zoals blijkt uit het feit dat de 2e bestuursrapportage 2023 grotendeels al voorzag wat nu het resultaat blijkt; De control op de zorguitgaven zelf ligt niet direct in handen van de GRJR, omdat deze voortvloeien uit individuele toekenningsbeschikkingen van gemeenten, vaak op aangeven wettelijke verwijzers en aanbieders (zie ook paragraaf bedrijfsvoering); De GRJR draagt indirect bij aan uitgavenbeheersing door middel van inkoop en contractmanagement. In 2023 zijn nieuwe contracten gestart met stevige ontwikkelopdrachten voor een passender (en doelmatiger) zorgaanbod. Daarnaast is eind 2023 een pakket van kostenbeheersingsmaatregelen voorbereid binnen de scope van de GRJR. Dit pakket is alleen effectief als het in uitvoering bij gemeenten, GI’s, uitvoeringsorganisatie en aanbieders tot praktische verandering leidt.

Financiële positie in kengetallen Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van een gemeenschappelijke regeling. Om dit te bereiken schrijft het BBV voor dat de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing onderstaande kengetallen bevat: Kengetallen

Begroting 2023

Realisatie 2023

Netto Schuldquote

0,00

0,00

Netto Schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

0,00

0,00

Solvabiliteitsratio

0,00

0,00

0

0

Grondexploitatie

n.v.t.

n.v.t.

Belastingcapaciteit

n.v.t.

n.v.t.

Structurele exploitatieruimte

Aangezien de GRJR geen leningen heeft aangetrokken om investeringen te kunnen dekken komt de Netto Schuldquote voor 2023 uit op 0. De GRJR heeft geen eigen vermogen, hierdoor komt de solvabiliteitsratio op nul.

38

3.2 Bedrijfsvoering Bestuurlijke organisatie Bestuurlijk is de GRJR een overleg- en uitvoeringsplatform waar de deelnemende gemeenten – uitgaande van de autonomie van het lokale bestuur – de samenwerking in de (boven)regionale jeugdhulp bespreken en vormgeven. Het Algemeen Bestuur (AB) is samengesteld uit de wethouders jeugd van de deelnemende gemeenten. Vanuit iedere subregio is één wethouder afgevaardigd als lid in het Dagelijks Bestuur (DB). Uitvoeringsorganisatie De Uitvoeringsorganisatie GRJR (UO) ondersteunt de bestuurlijke organisatie. De secretaris/directeur van de GRJR coördineert de bestuurlijke processen en geeft leiding aan de UO. De UO is met een Uitvoeringsovereenkomst als zelfstandige organisatieeenheid ondergebracht bij de gemeente Rotterdam. De uitvoeringskosten van de GRJR bestaan uit een vergoeding voor kosten van personeel en ondersteuning van de UO. Vanaf 2023 is de UO structureel versterkt met personele capaciteit voor communicatie en financiële interne beheersing. Taakverdeling bij uitvoering van en sturing op zorgtaken De uitvoering van de taken is in samenwerking tussen de UO en individuele gemeenten: • De GRJR sluit regionale contracten met zorgaanbieders en zorgt daarmee voor voldoende aanbod van jeugdhulp.

Daarnaast subsidieert de GRJR diverse ketenpartners voor jeugdbescherming/jeugdreclassering (GI’s) en Veilig Thuis; • Over de individuele inzet van jeugdhulp voor jeugdigen beschikken individuele gemeenten, in samenspraak met aanbieders en GI’s. Gemeenten bestellen hulp bij (geven een toewijzing aan) regionaal gecontracteerde aanbieders en sturen zo rechtstreeks op het gebruik; • Gemeenten voeren decentrale zorgadministraties en geven gegevens door aan de GRJR. De GRJR handelt de financiële contractverplichtingen af die voortvloeien uit toewijzingen en declaraties. De GRJR begroot en verantwoordt de hiermee gepaard gaande lasten en rekent de contracten centraal af. Uit de taakverdeling volgt dat de uitgaven de GRJR sterk afhankelijk zijn van processen bij gemeenten. Speerpunten/ focus bedrijfsvoering UO Overkoepelend speerpunt voor de UO is optimale samenwerking met de gemeenten. Bij de kerntaken van de GRJR (inkoop, contractmanagement en informatievoorziening) ligt een zeer nauwe relatie met de taken die de deelnemende gemeenten bij zich houden (het kaderstellen, het jeugd(hulp)beleid, het toewijzen van hulp en afgeven van beschikkingen in het kader van de Jeugdwet, etc.). We zijn gezamenlijk de GRJR en gezamenlijk verantwoordelijk voor (specialistische) jeugdhulp.

Dat vraagt concreet commitment, goed partnerschap en sensitiviteit, in zowel de bestuurlijke als ambtelijke processen. Zeker ook in het licht van de Hervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario voor kind- en gezinsbescherming.

39

In de bedrijfsvoering van de GRJR ligt de focus op de volgende speerpunten: • Contractmanagement. De GRJR sloot nieuwe jeugdhulpcontracten af voor 2023 en verder. De bijbehorende kerntaak is het concreet toepassen van de sturingsprincipes, toezicht op nakoming van contractuele verplichtingen en samen leren en ontwikkelen bij realisatie van ontwikkelopdrachten. In 2023 zijn bestuurlijke contractgesprekken, contractgesprekken over bedrijfsvoering en over ontwikkelopdrachten ingevoerd tussen contractmanagement en aanbieders. De samenwerking met de toezichthouders in de gemeentelijke organisaties is toegenomen en daarmee is het toezicht op de aanbieders versterkt. Het contractmanagement staat in het licht van het doorvoeren van kostenbeheersingsmaatregelen en transformatie van zorg conform de regiovisie Nabij en Passend; • Planning en control. Versterking van de sturing wordt bevorderd door de planning en control meer datagedreven vorm te geven en in te richten op gemeenteniveau. Elk P&C-document geeft individuele gemeenten inzicht en bevat aannames en keuzes die per gemeente op maat zijn afgestemd; • Informatievoorziening. Voor contractmanagement en planning en control is informatie nodig. Tijdigheid, juistheid en volledigheid van gegevens vergt sturing op administratieve stromen (en op registraties bij gemeentelijke backoffices).

In 2023 is onderzoek gestart naar mogelijkheden voor meer centrale grip op backofficetaken; • De interne beheersing en rechtmatigheidsborging is complex omdat de kosten op de regionale (GRJR-)contracten grotendeels voortvloeien uit uitvoerende besluiten van de afzonderlijke gemeenten. De mogelijkheden om dit proces te verbeteren maken onderdeel uit van het onderzoek naar de backofficetaken; • Regionale kostenbeheersing is een centraal thema in de GRJR. De GRJR heeft een regionaal maatregelenpakket gemaakt waarin taken voor de UO, de aanbieders, de GI’s en de gemeenten zitten; de effectiviteit hangt sterk af van de inzet van alle partijen. De UO bewaakt de samenhang en monitort de voortgang. Rechtmatigheid Vanaf 2022 is de UO structureel extra gaan investeren in de interne beheersing. Dit draagt bij aan een soepeler totstandkoming van jaarstukken en betere tussentijdse financiële informatie. Hiermee bereidde de UO zich ook voor op de vanaf 2023 verplichte rechtmatigheidsverantwoording. Concrete verbeteringen die inmiddels zijn doorgevoerd: • Jaarlijkse actualisatie normenkader rechtmatigheid; • Kader financieel en beleid en beheer; • Kader interne beheersing; • Invoering verplichtingenregisters; • Periodieke aansluitingen tussen registraties; • Ontwikkeling subsidiesysteem; • Start onderzoek naar mogelijkheden centralisatie backofficetaken jeugd.

40

Het dagelijks bestuur geeft in deze jaarrekening een rechtmatigheidsverantwoording (zie hoofdstuk 5). Deze verantwoording heeft betrekking op drie criteria: begrotingscriterium, voorwaardencriterium en het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium. Conform BBV gaat de paragraaf Bedrijfsvoering in op deze rechtmatigheidscriteria. Begrotingscriterium Het begrotingscriterium heeft betrekking op het financiële handelen binnen het kader van de geautoriseerde begroting. Volgens het BBV worden afwijkingen in de jaarrekening herkenbaar opgenomen en toegelicht. De begrotingswijziging van september 2023 voorzag in een verhoging van de budgetten. Daarna is in oktober 2023 in de 2e bestuursrapportage verdere overschrijding van de gewijzigde begroting voorgelegd. De overschrijdingen zijn in de jaarrekening 2023 toegelicht en worden door vaststelling van de jaarstukken door het AB alsnog geautoriseerd. De verschillen tussen begrote (geautoriseerde) en gerealiseerde lasten zijn toegelicht, zodat geen sprake van begrotingsonrechtmatigheid. Voorwaardencriterium Het voorwaardencriterium heeft betrekking op eisen aan financiële beheershandelingen. Deze zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving, zowel intern als extern. De financiële stromen in de GRJR waarbij aan het voorwaardencriterium moet worden voldaan zijn drieledig: zorgkosten, subsidiekosten en uitvoeringskosten.

De zorgkosten vloeien voort uit gemeentelijke besluiten over toekenning c.q. toewijzing van jeugdhulp (waarbij taken aan de GRJR zijn gemandateerd). De subsidiekosten en uitvoeringskosten vloeien voort uit GR-besluiten (waartoe taken aan de GRJR zijn gedelegeerd). De Commissie BBV heeft in januari 2024 naar aanleiding van een vraag van een andere jeugdhulpregio uitgesproken, dat “indien de GR alleen de administratieve taken uitvoert, de beschikkingen door de deelnemende gemeenten worden afgegeven en iedere deelnemende gemeente zelf verantwoordelijk is voor zijn eigen kosten en cliënten, de baten en lasten van de jeugdzorg verantwoord [dienen] te worden door de deelnemend gemeenten zelf.” Deze uitspraak is bindend voor de GRJR en de hiervoor genoemde afbakening van de rechtmatigheidsverantwoording sluit hierop aan. In de jaarrekening 2023 is na overleg met de accountant onderscheid aangebracht tussen de lasten die niet onder de rechtmatigheidsverantwoording vallen en lasten die daar wel onder vallen: • lasten voortvloeiend uit gemeentelijke besluiten: te omschrijven als “zorgkosten gemeenten” en bestaande de opdrachten A+B+C+D+E+I.1 (BRP) + I.3 (LTA). De verantwoording hiervan dient in de gemeentelijke jaarrekeningen plaats te vinden. De lasten en rechtmatigheid hiervan worden (ook) in de GRJR-jaarrekening gerapporteerd.

• lasten voorvloeiend uit GR-besluiten: te omschrijven als “subsidies en uitvoeringskosten GRJR” en bestaande uit de opdrachten F (Crisishulp), G (GI’s), H (Veilig Thuis), I.4 (Acute dienst), I.5 (Transformatie/innovatie) en J (uitvoeringskosten). De lasten en rechtmatigheid worden alleen in de GRJRjaarrekening gerapporteerd.

41

Lasten voortvloeiend uit gemeentelijke besluiten (Zorgkosten gemeenten) Bij de zorgkosten gaat het om het voldoen aan de aanbestedingsvoorschriften. In 2023 zijn geen nieuwe zorgcontracten aangegaan. De individuele beslissing van een gemeente om hulp in te zetten vanuit de regionale contracten is conform AB-besluit geen onderdeel van het normenkader rechtmatigheid 2023. Dat betekent dat eventuele fouten in beschikkingen of toewijzingen van jeugdhulp en in validatie van declaraties niet als rechtmatigheidsfout in de GRJR-jaarrekening wordt gerekend. Uiteraard hebben gemeenten hiervoor interne beheersingsmaatregelen getroffen. Echter de inrichting en werking hiervan is niet onder controle van de GRJR en daarom uitgesloten van de rechtmatigheidsverantwoording van de GRJR. Deze keus is gemaakt vanwege problemen bij onze jaarrekeningcontroles in de financiële beheershandelingen van gemeenten, zoals niet-tijdige afgifte van toewijzingen, foutieve beoordeling aan het woonplaatsbeginsel en goedkeuring van declaraties met onjuiste tarieven. Bevindingen ten aanzien van lasten voortvloeiend uit gemeentelijke besluiten De begroting 2023 omvatte de zorgkosten gemeenten en de jaarrekening sluit hierop aan door wel al deze lasten te rapporteren. De accountant van de GRJR heeft hiertoe op verzoek van de GRJR een controle uitgevoerd op de gemeentelijke processen van toeleiding en validatie.

De bevindingen zijn voor de afzonderlijke gemeenten opvraagbaar zodat deze bij de gemeentelijke jaarstukken kunnen worden betrokken. In de rechtmatigheidsverantwoording zijn de volgende bevindingen opgenomen ten aanzien van zorgkosten gemeenten: Onduidelijkheid vanwege het ontbreken van een geldig toewijzingsnummer, waardoor de rechtmatigheid van de zorglasten niet kan worden vastgesteld Het gaat hierbij om achterstanden in het afgeven van een toewijzing door een gemeente, terwijl de gemeente wel de aanbieder heeft gevraagd alvast zorg te leveren en heeft toegezegd de zorg te zullen betalen. De kosten hiervan zijn in de jaarrekening opgenomen. Bij het afgeven van een toewijzing worden toetsingscriteria gehanteerd zoals het woonplaatsbeginsel en recht, hoogte en duur van de hulp. Deze toetsing heeft door de gevolgde handelwijze voor een deel nog niet plaatsgevonden (c.q. er is geen dossier waarop de controle kan plaatsvinden), waardoor op dit moment de rechtmatigheid nog niet kon worden vastgesteld. Ambtshalve verlenging van Jeugdzorg BRP zonder dat toetsbaar dossier ten grondslag ligt aan de Jeugdhulp In het kader van de aanpassing van het woonplaatsbeginsel zijn in 2022 lopende zorgtrajecten overgedragen tussen gemeenten. Dit betreft veelal plaatsingen buiten de regio die door deze wijziging voor rekening komen van een gemeente in de GRJR.

De oorspronkelijke casusbeoordeling door de ‘latende gemeente’ moest bij deze overdracht overgenomen worden in de vorm van maatwerkcontracten. Voor het bereiken van de einddatum van zo’n maatwerkcontract diende de ontvangende gemeente de casuïstiek te toetsen. Een gemeente had voor deze toetsing meer tijd nodig en heeft daartoe de einddatum van maatwerkcontracten ambtshalve opgeschoven. De zorg mocht doorlopen terwijl de toetsing nog moest plaatsvinden, waardoor de rechtmatigheid niet kon worden vastgesteld. Jeugdzorg die niet rechtmatig verleend is omdat het zorgproduct in de beschikking afwijkt van de zorg die ingekocht is bij de zorgaanbieder De gemeenten kent in een jeugdwetbeschikking het recht op hulp toe aan een jeugdige. Vervolgens wordt deze hulp door middel van een toewijzing bij een zorgaanbieder besteld. Gebleken is dat de bestelling soms afwijkt van wat is toegekend aan de jeugdige, waarmee wordt afgeweken van de rechtmatigheidsgrondslag. Rechtmatigheidsonduidelijkheden vanwege het ontbreken van documentatie om de rechtmatige verstrekking te kunnen vaststellen

42

Bij de meeste zorgkosten is wel de vereiste beoordeling uitgevoerd. Dit behoort zodanig te worden vastgelegd dat achteraf kan worden vastgesteld dat deze correct is uitgevoerd. In gevallen waarin de vereiste documentatie ontbrak kon de rechtmatigheid van de verstrekking niet met zekerheid worden vastgesteld. Bovenstaande bevindingen leiden tot een financiële onrechtmatigheid van in totaal € 23.383.134. Daarvan is € 1.992.228 expliciet als rechtmatigheidsfout aangemerkt. Voor een bedrag van € 21.390.906 is sprake van onduidelijkheid over de rechtmatigheid. Deze bevindingen hebben volledig betrekking op zorgkosten van de deelnemende gemeente Rotterdam. Daarnaast zijn de volgende formele rechtmatigheidsfouten geconstateerd: Start zorg voordat er een formele toekenning is Het laten starten van zorg voordat er een formele toekenning is dient ook te worden aangemerkt als formele rechtmatigheidsfout. Omdat het geen financiële rechtmatigheidsfout is wordt dit niet in de rechtmatigheidsverantwoording opgenomen.

Lasten voortvloeiend uit GR-besluiten Subsidiekosten De GRJR verstrekt subsidies voor jeugdbescherming en jeugdreclassering (opdracht G), Veilig Thuis (opdracht H), pleegzorg (bijzondere kosten, maatwerk, functiedifferentiatie) (opdracht A), buitenregionale plaatsingen (opdracht I1) en acute dienst GGZ (opdracht I4). Hierbij moeten subsidievoorschriften worden nageleefd, waarbij voor de GRJR de Rotterdamse verordening van toepassing is. De subsidieverleningen en -vaststellingen volgen strakke procedures en vastleggingsvoorschriften waarop conform het Kader interne beheersing interne controle plaats heeft gevonden. Hierop is door de afdeling Financial Audit van de gemeente Rotterdam een derdelijnscontrole uitgevoerd. Uitvoeringskosten Voor de uitvoering van de UO-taken worden naast inzet van eigen personeel ook externe partijen ingeschakeld, voor bijvoorbeeld accountantscontrole en kostprijsonderzoek. Bij deze kosten gaat het om aanbestedingsrechtmatigheid. Bij aanbesteding van opdrachten volgen we Rotterdamse aanbestedingsvoorschriften. Daarbij worden we ondersteund door de Rotterdamse afdeling Inkoop, die strikt is in de naleving van de aanbestedingsregels. Voor controle op aanbestedingsrechtmatigheid voeren we een spendanalyse uit, waarmee wordt nagegaan of de werkelijke bestedingen in lijn zijn met aangegane overeenkomsten.

Bevindingen ten aanzien van lasten voortvloeiend uit GR-besluiten De volgende formele rechtmatigheidsfouten zijn geconstateerd: Documentatie om vast te stellen dat eisen uit subsidieverordeningen zijn nageleefd Bij toepassing van de Algemene Subsidie Verordening Rotterdam door de GRJR worden eisen gesteld over de aanlevering en beoordeling van diverse documenten, en de vastlegging van de toetsing daarop. De vereiste documentatie was niet volledig aanwezig. Dit is een formele rechtmatigheidsfout. Omdat het geen financiële rechtmatigheidsfout is wordt dit niet in de rechtmatigheidsverantwoording opgenomen.

43

Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium Hierbij gaat het met name om fraude. Het Kader Interne beheersing dat eind 2022 is vastgesteld bevat een frauderisicoanalyse. Het belangrijkste risico zit in het betalingsverkeer. De interne beheersingsmaatregelen zijn sterk gericht op het uitsluiten van frauduleuze betalingen en ook de werking van deze maatregelen wordt gecontroleerd. Er zijn daarnaast ook geen signalen van misbruik, oneigenlijk gebruik of fraude. Op grond van de maatregelen kan worden geconstateerd dat aan het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium is voldaan.

3.3 Financiering Volgens de Wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden) zijn GR-en verplicht om een financieringsparagraaf in de begroting en jaarstukken op te nemen. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft aan in welke mate in de financiering van investeringen mag worden voorzien in de vorm van kortlopende middelen. Volgens de Wet FIDO bedraagt de kasgeldlimiet 8,5% van het totaal van de (gewijzigde) begroting. Voor de GRJR is dit voor 2023, € 23,7 mln. De GRJR doet geen investeringen in (im)materieel vast actief. Daarnaast heeft de GRJR geen leningen afgesloten in 2023. Schatkistbankieren Met ingang van 16 december 2013 is de Wet Schatkistbankieren voor decentrale overheden in werking getreden. Deelname van de decentrale overheden aan schatkistbankieren draagt bij aan een lagere EMU-schuld van de collectieve sector (Rijk en decentrale overheden gezamenlijk). Iedere euro die decentrale overheden aanhouden in de schatkist, vermindert de externe financieringsbehoefte van het Rijk. De GRJR is in 2023 elk kwartaal onder de grens gebleven. In de tabel bij de toelichting op de balans wordt dit weergegeven.

3.4 Openbaarheid (Wet open overheid) De Wet open overheid (Woo), die op 1 mei 2022 in werking is getreden, schrijft in artikel 3.5 een openbaarheidsparagraaf voor: “Een bestuursorgaan besteedt in de jaarlijkse begroting dan wel de jaarlijkse begroting van het openbaar lichaam of de rechtspersoon waarvan het bestuursorgaan deel uit maakt, aandacht aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van deze wet en doet in de jaarlijkse verantwoording verslag van de uitvoering ervan, mede in relatie tot de beleidsvoornemens.” De GRJR heeft in 2022 en 2023 interne procedures geactualiseerd voor het publiceren, bewaren en opvragen van informatie. De Uitvoeringsorganisatie heeft hierover intern instructie gehad. Doel is dat de GRJR een open overheid is. De beleidslijnen die hierbij zijn bepaald werden in 2023 ook toegepast: 1. Actieve publicatie van alle AB-bestuursstukken op www.jeugdhulprijnmond.nl. In voorkomende gevallen wordt op stukken geheimhouding opgelegd, waarbij de termijn voor geheimhouding vooraf wordt bepaald en zo kort mogelijk is; 2. Bewaring van stukken en alle onderliggende data volgens de termijnen van de Archiefwet; 3. Opvraagbaarheid van gegevens via www.jeugdhulprijnmond.nl. Binnen de Uitvoeringsorganisatie is een WOO-coördinator aangewezen. 44

Hoofdstuk 4 JAARREKENING 2023

45

4. Jaarrekening 4.1 Overzicht van baten en lasten Onderstaand overzicht toont de realisatie 2023, afgezet tegen de gewijzigde begroting 2023. Omdat een tekort van € 42,4 mln. is ontstaan is een extra bijdrage vanuit gemeenten aan de baten toegevoegd zodat het resultaat € 0 is. Baten Exploitatie

1. Programma Bestuur en algemeen management Bijdrage deelnemende gemeenten Extra bijdrage gemeenten tbv resultaat 2023 Bijdrage Rijk "Proeftuin-wij doen het beter" Bijdrage overig Overige baten Totaal Baten

Primitieve begroting 2023

Begroting na wijziging 2023

Realisatie 2023

Verschil begroting vs realisatie 2023

242.410.000 0 0 0 0 242.410.000

278.627.000 0 0 0 0 278.627.000

278.627.000 42.428.000 457.000 1.414.000 1.124.000 324.050.000

0 -42.428.000 -457.000 -1.414.000 -1.124.000 -45.424.000

26.133.000 49.119.000 26.275.000 10.976.000 28.951.000 8.543.000 46.731.000 19.126.000 2.177.000 0 17.063.000 507.000 1.000 1.849.000 4.085.000 159.000 184.000 320.000 210.000 0 0 0 0 242.410.000 242.410.000

20.249.000 61.228.000 19.820.000 21.067.000 43.131.000 8.795.000 44.811.000 19.422.000 10.907.000 0 21.849.000 649.000 1.683.000 1.000 0 4.132.000 161.000 186.000 324.000 212.000 0 0 457.000 0 278.627.000 278.627.000

22.077.000 80.972.000 19.890.000 26.772.000 58.285.000 8.247.000 44.050.000 19.160.000 11.618.000 0 23.525.000 83.000 1.293.000 0 0 4.085.000 159.000 188.000 195.000 210.000 0 2.000 457.000 0 321.267.000 321.267.000

-1.828.000 -19.744.000 -70.000 -5.704.000 -15.154.000 548.000 761.000 261.000 -711.000 0 -1.676.000 566.000 391.000 1.000 0 46.000 2.000 -1.000 129.000 2.000 0 -2.000 -457.000 0 -42.640.000 -42.640.000

Saldo van baten en lasten

0

0

2.784.000

-2.784.000

Resultaat vorige boekjaren Nagekomen kosten voorgaande jaren Totaal resultaat vorige boekjaren

0 0

0 0

2.784.000 2.784.000

2.784.000 2.784.000

Totaal resultaat

0

0

0

0

Lasten Exploitatie A Gewoon opgroeien buiten gezien (Pleeghulp) B Weer naar huis (Opname) C Opgroeien met blijvende ondersteuning (Langdurig verblijf) D Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp) E Pakket thuis (Ambulante hulp) F Crisishulp G Gecertificeerde instellingen H Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) I1 Buitenregionale plaatsingen (incl pleegzorg) I2 Extra ASR I3 Landelijke inkoop I4 Acute dienst GGZ I5 Transformatiefonds/Innovatie J Bedrag onvoorzien (Risico's Jeugdhulp) J Transformatiefonds/Innovatie J Organisatiekosten GR J Specifieke ICT-kosten J Accountantskosten J Werk en Onderzoek J Projectbudget Inkoop en Implementatie J Programmateam Regio-agenda Bankkosten Proeftuin-wij doen het beter 0 Totaal programma Jeugdhulp Totaal Lasten

46

4.2 Toelichting op baten en lasten Baten Bijdrage deelnemende gemeenten De bijdrage van gemeenten zijn conform de door het bestuur vastgestelde begroting 2023 en begrotingswijzigingen 2023. Het tekort van 2023 wordt gedekt door middel van een extra bijdrage van de deelnemende gemeenten op basis van de werkelijke realisatie per gemeente. Bij de voorlopige jaarstukken werd vanwege de liquiditeitsbehoefte van de GRJR hierop al een voorschot genomen door een extra inleg vast te stellen. De totale inleg die al per gemeente was vastgesteld staat in de vierde kolom in onderstaand overzicht. In de definitieve jaarrekening is nu de realisatie per gemeente definitief, zoals weergegeven in de vijfde kolom. Het verschil met de in totaal al vastgestelde inleg per gemeente staat in de uiterst rechtse kolom in onderstaande tabel. Dit bedrag dient na vaststelling van de jaarstukken nog extra te worden ingelegd door de gemeente (positief bedrag) of te worden terugbetaald aan de gemeente (negatief bedrag).

Gemeenten

Inleg 2023 (2e wijziging)

Extra inleg vJR23 (april)

Extra inleg of Totaal inleg (2e terugbetaling op Realisatie 2023 wijziging + vJR23) basis van realisatie 2023

Albrandswaard Barendrecht Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Schiedam Vlaardingen Voorne aan Zee Rotterdam

3.455.000 8.964.000 15.344.000 6.330.000 5.830.000 12.255.000 2.194.000 23.822.000 8.290.000 5.126.000 5.323.000 12.793.000 168.900.000

382.000 890.000 901.000 -546.000 904.000 986.000 585.000 2.287.000 951.000 -737.000 181.000 676.000 42.669.000

3.837.000 9.854.000 16.245.000 5.784.000 6.734.000 13.241.000 2.779.000 26.109.000 9.241.000 4.389.000 5.504.000 13.469.000 211.569.000

3.559.000 9.599.000 16.155.000 5.566.000 6.444.000 12.910.000 1.990.000 25.567.000 9.059.000 4.572.000 5.532.000 13.705.000 205.831.000

-278.000 -255.000 -90.000 -218.000 -290.000 -331.000 -788.000 -541.000 -182.000 182.000 27.000 235.000 -5.738.000

Totaal

278.626.000

50.129.000

328.755.000

320.489.000

-8.267.000

Mevis

567.000

Totaal

567.000

Totaal

-7.700.000

Het overzicht bevat een bedrag inleg van Mevis. Deze organisatie voert in opdracht van Maassluis, Vlaardingen en Schiedam de jeugdhulp uit, maar is ook verantwoordelijk voor de inzet van het door de GRJR gesubsidieerde crisisinterventieteam (CIT). Op verzoek van deze gemeenten brengt de GRJR de kosten hiervoor direct bij Mevis in rekening in plaats van bij deze gemeenten.

47

Bijdrage Rijk Proeftuin kind- en gezinsbescherming Dit betreft dekking uit de subsidie van het rijk voor de proeftuin. De subsidie is opgenomen op de balans. Uit deze subsidie is een bedrag opgenomen ter dekking van de lasten die hiervoor zijn gemaakt. De toelichting is opgenomen bij de balanstoelichting. Bijdrage overig Dit betreft ontvangen vergoedingen in het kader van de transformatie JeugdhulpPlus en SPUK BREN middelen. Overige baten Dit betreft ontvangen rentevergoeding in 2023 uit het schatkistbankieren. Lasten De lasten betreffen zorgkosten van pleeghulp tot en met crisishulp (opdrachten A tot en met F), de subsidies aan de GI’s en VTRR en overige opdrachten (H en I) en uitvoeringskosten. De grootste verschillen betreffen de kosten in opdrachten B, D, E en LTA. Voor de ontwikkelingen binnen de opdrachten in 2023 wordt verwezen naar de toelichtingen in hoofdstuk 2. Onderstaande tabel toont de bestedingen per budget per gemeente. Lasten Totaal Gemeenten A B C D E F G H I1 I3 I4 I5 J Overige baten Overige bijdrage Overl.

res Eindtotaal Albrandswaard 101.213 502.445 284.932 351.762 1.113.533 19.424 423.819 224.148 149.407 323.226 1.081 16.031 60.003 (13.938) (17.535) 19.247 3.558.798 Barendrecht 347.668 3.390.302 105.792 849.078 1.935.362 155.213 686.490 420.768 90.252 1.110.040 2.805 41.594 155.683 (36.163) (45.496) 389.970 9.599.359 Capelle aan den IJssel 1.523.939 4.462.554 1.006.136 1.225.541 2.968.136 595.007 2.147.523 910.879 404.825 617.353 4.802 71.196 266.480 (61.900) (77.876) 90.313 16.154.907 Goeree-Overflakkee 411.373 1.540.063 279.577 209.585 937.962 167.982 1.038.656 424.148 122.149 315.959 1.981 29.371 109.931 (25.535) (32.126) 35.263 5.566.339 Krimpen aan den IJssel 375.037 1.872.463 287.602 632.533 1.672.351 82.885 741.947 292.409 364.239 1.824 27.051 101.248 (23.518) (29.589) 45.790 6.444.271 Lansingerland 252.549 3.502.386 395.575 693.314 4.965.013 325.740 771.541 532.157 13.404 1.206.092 3.835 56.864 212.835 (49.439) (62.198) 90.208 12.909.874 Maassluis 702.278 398.843 848.852 10.179 38.098 (8.850) (11.134) 12.221 1.990.486 Mevis 567.170 567.170 Nissewaard 1.677.516 7.528.332 2.409.695 1.563.099 4.578.992 534.184 3.455.776 1.321.121 200.953 1.838.981 7.454 110.530 413.702 (96.097) (120.899) 143.783 25.567.123 Ridderkerk 440.306 2.697.997 481.113 430.657 2.234.934 300.829 1.333.829 562.327 27.392 393.659 2.594 38.466 143.973 (33.443) (42.075) 46.182 9.058.742 Rotterdam

16.066.049 51.308.911 13.832.548 20.344.642 34.951.667 5.455.774 25.641.948 10.949.992 10.484.735 13.080.469 52.852 783.679 2.933.237 (681.350) (857.204) 1.482.938 205.830.888 Schiedam 2.335.139 1.192.542 942.124 23.785 89.025 (20.679) (26.017) 35.712 4.571.631 Vlaardingen 2.559.504 1.047.319 1.745.760 24.700 92.451 (21.475) (27.018) 110.431 5.531.673 Voorne aan Zee 881.114 4.166.464 806.915 471.477 2.926.963 609.722 1.644.385 883.721 124.711 738.448 4.003 59.360 222.180 (51.609) (64.930) 281.755 13.704.679 Eindtotaal 22.076.764 80.971.917 19.889.886 26.771.689 58.284.913 8.246.760 44.050.003 19.160.374 11.617.828 23.525.201 83.232 1.292.805 4.838.846 (1.123.996) (1.414.095) 2.783.813 321.055.941

Zoals in de paragraaf Bedrijfsvoering toegelicht dienen conform BBV de lasten onderscheiden te worden naar lasten die direct zijn te relateren aan gemeentelijke beschikkingen c.q. toewijzingen van jeugdhulp enerzijds, en lasten die uitsluitend zijn gerelateerd aan besluiten van de GRJR anderzijds. De eerste categorie valt buiten de scope van de rechtmatigheidsverantwoording van de GRJR. Lasten voortvloeiend uit gemeentelijke besluiten Gemeenten A B C D E I1 I3 Eindtotaal Albrandswaard 101.213 502.445 284.932 351.762 1.113.533 149.407 323.226 2.826.517 Barendrecht 347.668 3.390.302 105.792 849.078 1.935.362 90.252 1.110.040 7.828.495 Capelle aan den IJssel 1.523.939 4.462.554 1.006.136 1.225.541 2.968.136 404.825 617.353 12.208.484 Goeree-Overflakkee 411.373 1.540.063 279.577 209.585 937.962 122.149 315.959 3.816.669 Krimpen aan den IJssel 375.037 1.872.463 287.602 632.533 1.672.351 364.239 5.204.225 Lansingerland 252.549 3.502.386 395.575 693.314 4.965.013 13.404 1.206.092 11.028.332 Maassluis 848.852 848.852 Nissewaard 1.677.516 7.528.332 2.409.695 1.563.099 4.578.992 200.953 1.838.981 19.797.569 Ridderkerk 440.306 2.697.997 481.113 430.657 2.234.934 27.392 393.659 6.706.059 Rotterdam 16.066.049 51.308.911 13.832.548 20.344.642 34.951.667 10.484.735 13.080.469 160.069.022 Schiedam 942.124 942.124 Vlaardingen 1.745.760 1.745.760 Voorne aan Zee 881.114 4.166.464 806.915 471.477

2.926.963 124.711 738.448 10.116.091 Eindtotaal 22.076.764 80.971.917 19.889.886 26.771.689 58.284.913 11.617.828 23.525.201 243.138.199

48

Lasten voortvloeiend uit GR-besluiten Gemeenten F G H I4 I5 J Overige baten Overige bijdrage Overl. res Eindtotaal Albrandswaard 19.424 423.819 224.148 1.081 16.031 60.003 (13.938) (17.535) 19.247 732.281 Barendrecht 155.213 686.490 420.768 2.805 41.594 155.683 (36.163) (45.496) 389.970 1.770.863 Capelle aan den IJssel 595.007 2.147.523 910.879 4.802 71.196 266.480 (61.900) (77.876) 90.313 3.946.423 Goeree-Overflakkee 167.982 1.038.656 424.148 1.981 29.371 109.931 (25.535) (32.126) 35.263 1.749.670 Krimpen aan den IJssel 82.885 741.947 292.409 1.824 27.051 101.248 (23.518) (29.589) 45.790 1.240.046 Lansingerland 325.740 771.541 532.157 3.835 56.864 212.835 (49.439) (62.198) 90.208 1.881.542 Maassluis 702.278 398.843 10.179 38.098 (8.850) (11.134) 12.221 1.141.634 Mevis 567.170 567.170 Nissewaard 534.184 3.455.776 1.321.121 7.454 110.530 413.702 (96.097) (120.899) 143.783 5.769.554 Ridderkerk 300.829 1.333.829 562.327 2.594 38.466 143.973 (33.443) (42.075) 46.182 2.352.683 Rotterdam 5.455.774 25.641.948 10.949.992 52.852 783.679 2.933.237 (681.350) (857.204) 1.482.938 45.761.867 Schiedam 2.335.139 1.192.542 23.785 89.025 (20.679) (26.017) 35.712 3.629.507 Vlaardingen 2.559.504 1.047.319 24.700 92.451 (21.475) (27.018) 110.431 3.785.913 Voorne aan Zee 609.722 1.644.385 883.721 4.003 59.360 222.180 (51.609) (64.930) 281.755 3.588.588 Eindtotaal 8.246.760 44.050.003 19.160.374

83.232 1.292.805 4.838.846 (1.123.996) (1.414.095) 2.783.813 77.917.741

Overzicht Overhead Tot de overhead worden de kosten gerekend die niet een directe relatie hebben met de (gecontracteerde of gesubsidieerde) jeugdhulp, jeugdreclassering/-bescherming of het advies-en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis). Het zijn kosten die ondersteunend en faciliterend zijn aan genoemde directe kosten. Onderstaand is een uitsplitsing van de kosten die tot de overhead gerekend worden. De realisatie 2023 is € 0,1 mln. lager dan de begroting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14399079/1