Bijlage: Begroting 2022 ROGPlus
Tekst van het document
Begroting 2022 Meerjarenperspectief 2023-2026
rogplus
Versie Status: Datum:
1.0 Definitief 2 juli 2021
Begroting 2022 | Rogplus Nieuwe Waterweg Noord
Voorwoord Voor u ligt de begroting 2022 van Rogplus Nieuwe Waterweg Noord (Rogplus). Deze begroting is gebaseerd op het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De belangrijkste uitgangspunten bij het opstellen van de begroting 2022 staan aangegeven in de inleiding en zijn verderop in deze begroting financieel vertaald. De begroting 2022 is in vergelijking met de aan de gemeenten aangeboden (primaire) begroting 2021 aangepast vanwege onder meer de effecten van de Covid-19 pandemie. In zijn algemeenheid hebben de Coronamaatregelen een dempend effect op de te verwachten groei van de Wmo-voorzieningen en Wmo-dienstverlening. Daarnaast zijn er in 2020 wijzigingen doorgevoerd in een aantal belangrijke contracten voor de levering van Wmo-voorzieningen en -diensten. Deze wijzigingen hebben eveneens een bijdrage geleverd aan dit dempend effect. Denkt u hierbij aan het contract Meedoen in de Stad: Voor begeleiding bij sociaal en persoonlijk functioneren en aan de versobering van de Aanvullende Algemene Voorziening Schoon Huis en de Regeling Tegemoetkoming Meerkosten. Weliswaar hebben Covid-19 en de wijzigingen die zijn doorgevoerd een dempend effect, dit neemt niet weg dat wij ook voor 2022 een groei verwachten in de kosten van de Wmo-voorzieningen en Wmo-dienstverlening.
Rogplus blijft werken aan een zo efficiënt en effectief mogelijke uitvoering van de door de drie gemeenten toevertrouwde taken. Het stimuleren van preventie door het betrekken van wijknetwerken en het voorliggend werk bij begeleiding en dagbesteding, het leveren van maatwerk, het geven van duidelijke informatie en het actief samenwerken met en binnen de drie MVSgemeenten maakt hier nadrukkelijk deel van uit. Anton van Genabeek Directeur Rogplus Juli 2021
2 Begroting 2022 | Rogplus Nieuwe Waterweg Noord
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
5
2.
Begrotingskaders
7
3.
4.
2.1
Algemeen
7
2.2
Begroting 2022
7
2.3
Covid-19
8
2.4
Kosten begrotingsonderdelen en overhead
10
Programmaplan
11
3.1 Totalen 3.1.1 Baten en lasten per programma 3.1.2 Baten en lasten per begrotingsonderdeel 3.1.3 Baten en lasten per taakveld (BBV) 3.1.4 Bijdrage gemeenten
11 11 12 13 13
3.2 Programma Wmo 3.2.1 Taxi-en vervoerskosten 3.2.2 Scootmobielen en rolvoorzieningen 3.2.3 Woonvoorzieningen 3.2.4 Schoon huis 3.2.5 Meedoen in de Stad 3.2.6 Geclusterd Wonen 3.2.7 Tegemoetkoming meerkosten 3.2.8 Projecten en innovatie 3.2.9 Inkomsten Wmo
15 15 16 18 20 22 24 25 26 27
3.3
Beschermd Wonen
28
3.4
Overhead
30
3.5
Overzicht algemene dekkingsmiddelen
33
3.6
Investerings-en financieringsstaat
33
3.7
Stand en verloop van de reserves en voorzieningen
33
3.8
Geprognosticeerde balans
34
Paragrafen
35
4.1
Weerstandsvermogen
35
4.2
Onderhoud kapitaalgoederen
36
4.3
Financiering
36
3 Begroting 2022 | Rogplus Nieuwe Waterweg Noord
5.
Bijlagen
37
5.1
Overzicht van kapitaallasten
37
5.2
Overzicht baten en lasten
38
5.3 Specificatie kosten en baten 5.3.1 Begroting 2022-Totaal 5.3.2 Meerjarenperspectief 2022-2026 Totaal - Lopende prijzen 5.3.3 Meerjarenperspectief 2022-2026 Totaal - Constante prijzen 5.3.4 Begroting 2022 - Maassluis 5.3.5 Meerjarenperspectief 2022-2026 Maassluis - Lopende prijzen 5.3.6 Meerjarenperspectief 2022-2026 Maassluis - Constante prijzen 5.3.7 Begroting 2022 - Vlaardingen 5.3.8 Meerjarenperspectief 2022-2026 Vlaardingen - Lopende prijzen 5.3.9 Meerjarenperspectief 2022-2026 Vlaardingen - Constante prijzen 5.3.10 Begroting 2022 - Schiedam 5.3.11 Meerjarenperspectief 2022-2026 Schiedam - Lopende prijzen 5.3.12 Meerjarenperspectief 2022-2026 Schiedam - Constante prijzen
39 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50
4 Begroting 2022 | Rogplus Nieuwe Waterweg Noord
1. Inleiding De stichting Rogplus verzorgt de uitvoering van de individuele indicatiestelling en opdrachtverstrekking van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (hierna: Wmo) voor de deelnemers aan de Gemeenschappelijke Regeling Rogplus Nieuwe Waterweg Noord: de gemeenten Maassluis, Schiedam en Vlaardingen (hierna MVS-gemeenten). Daarnaast voert Rogplus taken uit die door de drie gemeenten specifiek zijn opgedragen aan de stichting zoals Beschermd Wonen, applicatiebeheer van het cliëntvolgsysteem voor de wijkteams, de uitvoering van de regeling Tegemoetkoming meerkosten' en de backofficetaken voordejeugdhulp. Voor Schiedam en Maassluis verzorgt Rogplus ook de backofficetaken voor het leerlingenvervoer en het jeugdhulpvervoer. Rogplus is in 1994 opgericht door de MVS-gemeenten om de toenmalige Wet voorziening gehandicapten (Wvg) uit te voeren. De oorspronkelijke naam was: Regionale Organisatie Gehandicaptenvoorzieningen (R.O.G). Met de uitbreiding van taken is bij de invoering van de Wmo in 2006 gekozen voor de huidige naam: Rogplus. De organisatie is ondergebracht in een Gemeenschappelijke Regeling en stichting. Het bestuur van de gemeenschappelijke regeling wordt gevormd door de drie wethouders van de MVS-gemeenten die de maatschappelijke ondersteuning in hun portefeuille hebben.
In de Wmo worden op het gebied van maatschappelijke ondersteuning drie beleidsterreinen onderscheiden: 1. het bevorderen van de sociale samenhang, de mantelzorg en vrijwilligerswerk, de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking, de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente, alsmede voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld: 2. het ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen, zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving; 3. het bieden van Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang. De Wmo schrijft voor dat de gemeente per verordening de regels moet vaststellen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het verplichte gemeentelijk beleidsplan met betrekking tot maatschappelijke ondersteuning. De Verordening maatschappelijke ondersteuning Maassluis, Vlaardingen, Schiedam 2021 (hierna: Verordening 2021) is in het laatste kwartaal van 2020 door de drie gemeenteraden vastgesteld. In de Beleidsregels en nadere regels maatschappelijke ondersteuning Maassluis, Vlaardingen en Schiedam 2021 (hierna: Beleidsregels 2021) zijn het beleid en nadere regels opgenomen die van toepassing zijn. Bij het opstellen van de begroting 2022 wordt uitgegaan van de Verordening 2021 en de Beleidsregels 2021.
De gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam hebben de beslissingsbevoegdheid over maatwerkvoorzieningen gemandateerd aan Rogplus. De MVS-gemeenten werken met (sociale) wijkteams. Sinds 2017 zijn consulenten van Rogplus actief in de wijkteams. Zij werken binnen de wijkteams samen met professionals van verschillende organisaties. Op basis van de gemeenschappelijke regeling van Rogplus, Wmo, Verordening 2021 en Beleidsregels 2021 zijn een aantal doelstellingen geformuleerd: »
»
het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijke verkeer en het zelfstandig functioneren van mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem en mensen met een psychosociaal probleem; het verstrekken van voorzieningen aan mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem en aan mensen met een psychosociaal probleem ten behoeve van het behouden en 5
Begroting 2022 | Rogplus Nieuwe Waterweg Noord
»
het bevorderen van hun zelfstandig functioneren of hun deelname aan het maatschappelijke verkeer; het verstrekken van voorzieningen ter compensatie van beperkingen en de inwoner in staat te stellen een huishouden te voeren, zich te verplaatsen in en om de woning, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel of medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale contacten aan te gaan.
Begroting 2022 | Rogplus Nieuwe Waterweg Noord
2. Begrotingskaders 2.1 Algemeen De begroting 2022 en het meerjarenperspectief 2023-2026 zijn opgesteld volgens de meest recente richtlijnen van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (hierna: BBV). De uitgaven en de kosten van Rogplus worden ten laste gebracht van BBV-taakvelden 0.4 Overhead, 6.6 Maatwerkvoorzieningen (WMO), 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+, 6.72 Maatwerkdienstverlening 18- en 6.81 Geëscaleerde zorg18d-. De inkomsten bestaan uit bijdragen in de kosten (hierna: eigen bijdragen) voor verschillende Wmovoorzieningen, bijdragen van cliënten voor vervoer met de Regiotaxi, bijdragen van cliënten aan de Aanvullende Algemene Voorziening Schoon Huis en bijdragen van de drie MVS-gemeenten. De gemeentelijke bijdrage is het verschil tussen de uitgaven en de overige inkomsten van Rogplus. Rogplus heeft hierom per definitie een sluitende begroting. Deze inkomsten worden verantwoord onder BBV-taakvelden 0.8 Overige baten en lasten, 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ en 6.81 Geëscaleerde zorg18d-, In dit begrotingsdocument zijn de uitgaven van Rogplus als positieve bedragen opgenomen en de inkomsten als negatieve. Deze worden voorafgegaan door het teken De begroting is opgesteld in lopende prijzen. Dit wil zeggen dat meerjarig rekening is gehouden met de ontwikkeling van prijzen. In de bijlage is ook de begroting opgenomen in constante prijzen.
Wanneer in een tabel achter een jaartal de letter L staat duidt dit op lopende prijzen. De letter C duidt op constante prijzen. Rogplus heeft geen reserves of voorzieningen. In de begroting is dan ook geen rekening gehouden met onttrekkingen en dotaties aan reserves en voorzieningen. In dit document wordt de begroting 2022 vergeleken met de werkelijke lasten en baten in 2020 en met de gewijzigde begroting 2021 (en dus niet met de primaire begroting 2021). De ontwerpbegroting 2022 en het meerjarenperspectief 2023-2026 zijn op 22 maart 2021 besproken in de financiële commissie, bestaande uit vertegenwoordigers van de drie gemeenten. Op 8 april zijn de ontwerpbegroting 2022 en het meerjarenperspectief 2023-2026, na behandeling in de stichtingsvergadering, vastgesteld in de bestuursvergadering van Rogplus en voor zienswijze vrijgegeven. Op basis van de ontwerpbegroting heeft Rogplus deze (definitieve) begroting 2022 en meerjarenperspectief 2023-2026 opgesteld. Hierin zijn input uit de ontvangen zienswijzen verwerkt. Rogplus heeft de begroting 2022 en het meerjarenperspectief 2023-2026 vastgesteld in de bestuursvergadering van 8 juli 2021 en vervolgens aangeboden aan de gemeenten.
2.2 Begroting 2022 Om tot deze begroting te komen heeft Rogplus een analyse gemaakt van de te verwachten ontwikkelingen van enerzijds de kosten en baten en anderzijds de aantallen cliënten per soort Wmovoorziening. Als startpunt is daarbij de 'Kadernota Ontwerpbegroting 2022 Rogplus’ gehanteerd. Deze kadernota is in februari 2021 aan de gemeenten verzonden. De begroting gaat uit van de geldende Verordening, van continuering van het bestaande beleid, van de actuele contracten en van de huidige kennis en inzichten over de ontwikkeling van aantallen cliënten en het prijsniveau van Wmovoorzieningen. Rogplus probeert hiermee de best mogelijke inschatting te maken om te komen tot een zo realistisch mogelijke begroting. Recent heeft het bestuur van Rogplus een begrotingswijziging voor de begroting van 2021 vastgesteld en verwerkt. Verschillende ontwikkelingen en trends gaven aanleiding om de begroting over 2021 te
7 Begroting 2022 | Rogplus Nieuwe Waterweg Noord
wijzigen. Deze ontwikkelingen en trends zijn grotendeels ook van toepassing op de begroting voor 2022 en verder. De voornaamste, maar niet de enige, ontwikkeling met invloed op de begroting is de Covid-19pandemie. Sinds de ingang van de coronamaatregelen in maart 2020 is een trendbreuk zichtbaar in het beroep op Wmo-voorzieningen. In zijn algemeenheid hebben de coronamaatregelen vooralsnog een dempend effect op het beroep van Wmo-voorzieningen en -dienstverlening in de MVSgemeenten, al verwacht Rogplus ook dat als de coronamaatregelen in zijn getrokken de kostenontwikkeling weer een groeicurve laat zien. In de volgende paragraaf staat nadere uitleg over de wijze waarop Rogplus is omgegaan met de effecten van de coronamaatregelen op de begroting. In het jaar 2020 zijn belangrijke wijzigingen doorgevoerd in de voornaamste contracten voor de levering van Wmo-voorzieningen en -diensten in de MVS-gemeenten. Deze wijzigingen werken door in de begroting 2022. » Regiotaxi: In 2020 is gebruik gemaakt van de optie tot verlenging van het contract met Noot met twee keer één jaar. Bij de verlenging is het contract aangepast en afgestemd op de gevolgen van de coronamaatregelen. » Scootmobielen, rolvoorzieningen en roerende woonvoorzieningen: Sinds juni 2020 zijn nieuwe contracten voor scootmobielen, rolvoorzieningen en roerende woonvoorzieningen van toepassing.
» Schoon Huis: Sinds 1 januari 2020 wordt hulp bij het huishouden als algemene voorziening aangeboden aan de inwoners van de MVS-gemeenten. Beschikkingen voor hulp bij het huishouden worden op basis van deze algemene voorziening verstrekt met aanvullend de mogelijkheid van een maatwerkvoorziening. « Meedoen in de Stad: Voor begeleiding bij sociaal en persoonlijk functioneren zijn nieuwe contracten afgesloten. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen begeleiding van cliënten met ouderdomsgerelateerde klachten (Meedoen in de Stad - ouderen) en cliënten met nietouderdomsgerelateerde klachten (Meedoen in de Stad - niet-ouderen). Beide contracten zijn in 2020 ingegaan. Verder is in 2020 een stelselwijziging voor Beschermd Wonen voorbereid. De stelselwijziging wordt in 2021 doorgevoerd en leidt tot een uitstroom van een deel van de cliënten beschermd wonen van de Wmo naar de Wlz. Ten slotte hebben de gemeenten in de tweede helft van 2020 besloten tot versobering van de Aanvullende Algemene Voorziening Schoon Huis en de Regeling Tegemoetkoming Meerkosten. Deze versoberingen dempen de groei van de kosten en hebben vanaf 2021 effect op de begroting van Rogplus.
2.3 Covid-19 Tot de uitbraak van Covid-19 steeg over de hele linie het beroep op Wmo-voorzieningen en Wmodienstverlening. Deze stijging was het gevolg van verschillende factoren, zoals de vergrijzing van de bevolking, het beleid om ouderen langer zelfstandig thuis te laten wonen en de invoering van het abonnementstarief voor de eigen bijdrage. De eerste twee ontwikkelingen brengen bovendien een toename van de behoefte aan complexere voorzieningen met zich mee. Sinds de ingang van de coronamaatregelen in maart 2020 is een trendbreuk zichtbaar in het beroep op Wmo-voorzieningen. In zijn algemeenheid hebben de coronamaatregelen vooralsnog een dempend effect op het beroep van Wmo-voorzieningen en -dienstverlening in de MVS-, al verwacht Rogplus ook dat als de coronamaatregelen in zijn getrokken de kostenontwikkeling weer een groeicurve laat zien.
8 Begroting 2022 | Rogplus Nieuwe Waterweg Noord
Sinds de uitbraak van Covid-19 overlegt Rogplus nauw met de zorgaanbieders om de continuïteit en kwaliteit van de zorg en dienstverlening aan cliënten te waarborgen. De coronamaatregelen hebben wel haar invloed gehad op de continuïteit en kwaliteit. Waar nodig is de wijze waarop de zorg wordt aangeboden aangepast op de coronamaatregelen. In positieve zin zien we dat er meer gebruik wordt gemaakt van de digitalisering in de zorg. Maar we zien ook dat bepaalde vormen van zorg niet te digitaliseren zijn of dat bepaalde doelgroepen niet om kunnen gaan met de digitalisering. Onderzoeken wijzen uit dat de coronamaatregelen invloed hebben op het welbevinden van cliënten en mantelzorgers. Daarnaast zien we ook dat cliënten en mantelzorgers in deze periode creatief zijn en pro-actief handelen. Op dit moment is het lastig in te schatten wat de daadwerkelijke gevolgen van de Covid-19 pandemie zijn, maar het heeft tot nieuwe inzichten en werkwijzen geleid en zal een blijvend effect hebben op de wijze waarop Wmo-zorg en -dienstverlening uit wordt gevoerd. Rogplus blijft de effecten van de coronamaatregelen op het gebruik van Wmo-voorzieningen en de financiële gevolgen daarvan nauwlettend in de gaten houden.
Ook neemt Rogplus, waar nodig en mogelijk, beheersmaatregelen met als doel enerzijds de meerkosten als gevolg van de coronamaatregelen te beheersen en anderzijds de continuïteit en kwaliteit van de Wmo-voorzieningen in de MVS-gemeenten op niveau te houden. De Wmo-uitgaven en -inkomsten wijken in 2020 significant af ten opzichte van eerdere járen. Of en in welke mate de coronaperiode een blijvend effect heeft op het beroep op de Wmo in de MVSgemeenten in 2021 en verder is momenteel niet duidelijk. In perioden dat de maatregelen zijn versoepeld, groeide het beroep op Wmo-voorzieningen, al bleef het aantal meldingen wel achter bij het aantal in dezelfde periode in eerdere járen. Dat doet vermoeden dat de afname van het beroep op Wmo-voorzieningen door de coronamaatregelen hoofdzakelijk incidenteel van aard is. Het is van belang te erkennen dat de Corona-uitbraak niet in een gesloten systeem plaatsvindt. Naast de coronamaatregelen treden ook andere omstandigheden op die het beroep op Wmo-voorzieningen beïnvloeden, zoals het ingaan van de nieuwe contracten (met nieuwe financieringsvormen), het abonnementstarief voor de eigen bijdrage en demografische ontwikkelingen. Ook verbeterslagen als de intensivering van de samenwerking met woningbouwverenigingen beïnvloeden de kosten van de Wmo in de regio.
Het is daarom onmogelijk het effect van de coronamaatregelen te isoleren en als een op zichzelf staande factor te verwerken in de begroting. Begin 2021 wordt gestart met het vaccineren van de Nederlandse bevolking tegen Covid-19. In de begroting 2022 gaat Rogplus daarom uit van het scenario dat in de loop van 2021 de coronamaatregelen worden afgebouwd en de situatie na een inhaalslag normaliseert en dat het beroep op Wmo-voorzieningen en -diensten in de MVS-gemeenten eind 2021 weer op het niveau is van vóór de Covid-19-uitbraak, begin 2020. Verder neemt Rogplus aan dat vanaf 2022 de trends in de vraag, zoals die zichtbaar waren tot en met 2019, weer van toepassing zijn en geëxtrapoleerd kunnen worden. Uiteraard kleeft er een grote mate van onzekerheid aan deze aannames, maar met de kennis van nu acht Rogplus het meest aannemelijke scenario. Waar van deze aannames afwordt geweken, is dit aangegeven in deze begroting.
9 Begroting 2022 | Rogplus Nieuwe Waterweg Noord
2.4 Kosten begrotingsonderdelen en overhead De direct aanwijsbare kosten van het primaire proces (dit zijn salariskosten van medewerkers die werken in functies met direct contact met cliënten) en de kosten van de inhuur van medische expertise voor de verstrekkingen worden rechtstreeks toegerekend aan de voornaamste begrotingsonderdelen. De (voorcalculatorische) kosten van de begrotingsonderdelen zijn bepaald op basis van een gewogen gemiddelde van de werkelijk gemaakte kosten 2020 Begrotingsonderdeel
V. 2022
Taxi- en vervoerskosten
1 ũ.2%
Scootmobielen en rolvoorzieningen
ľ.7%
Woonvoorzieningen
4,807o
Schoon Huis
46,470
Meedoen in de Stad
30,97o
Totaal
100,07o
10 Begroting 2022 | Rogplus Nieuwe Waterweg Noord
3. Programmaplan 3.1 Totalen 3.1.1 Baten en lasten per programma Begroting 2022 Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
Primair 2021
Gewijzigd 2021
2022
Baten/Lasten
Programma
2020
Lasten
Wmo
48.777.557
57.063.700
54.115.700
58.557.100
Beschermd Wonen
18.693.947
11.940.600
10.941.500
11.146.400
Overhead
3.926.959
4.092.800
4.214.100
4.315.400
71.398.463
73.097.100
69.271.300
74.018.900
Wmo
-48.777.557
-57.063.700
-54.115.700
-58.557.100
Beschermd Wonen
-18.693.947
-11.940.600
-10.941.500
-11.146.400
Overhead
-3.926.959
-4.092.800
-4.214.100
-4.315.400
-71.398.463
-73.097.100
-69.271.300
■74.018.900
0
0
0
0
Totaal Lasten Baten
Totaal Baten Eindtotaal
Meerjarenperspectief 2022-2026 Baten/Lasten
Programma
2022
2023 L
2024 L
2025 L
2026 L
Lasten
Wmo
58.557.100
61.785.700
64.497.800
66.941.100
69.167.600
Beschermd Wonen
11.146.400
11.747.100
12.371.000
13.018.600
13.691.000
Overhead
4.315.400
4.419.400
4.526.400
4.636.400
4.749.200
74.018.900
77.952.200
81.395.200
84.596.100
87.607.800
Wmo
-58.557.100
-61.785.700
-64.497.800
-66.941.100
-69.167.600
Beschermd Wonen
-11.146.400
-11.747.100
-12.371.000
-13.018.600
-13.691.000
Overhead
-4.315.400
-4.419.400
-4.526.400
-4.636.400
-4.749.200
-74.018.900
•77.952.200
-81.395.200
-84.596.100
-87.607.800
0
1)
0
0
0
Totaal Lasten Baten
Totaal Baten Eindtotaal
11 Begroting 2022 | Rogplus Nieuwe Waterweg Noord
3.1.2 Baten en lasten per begrotingsonderdeel Begroting 2022 Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
Programma
Baten/Lasten
Begrotingsonderdeel
2020
Primair 2021
Gewijzigd 2021
2022
Wmo
Lasten
Taxi- en vervoerskosten
4.676.911
6.279.700
5.071.600
5.113.600
Scootmobielen en rolvz
3.274.959
4.279.900
4.184.200
4.247.200
Woonvoorzieningen
2.008.543
2.077.700
2.426.700
2.465.900
Schoon Huis
21.478.980
24.393.400
23.157.800
26.676.200
Meedoen in de Stad
14.151.774
15.803.600
15.436.400
16.319.600
Geclusterd wonen
1.862.792
2.562.900
2.599.800
2.722.800
Tegemoetkoming meerkn
1.016.785
1.031.200
603.900
360.300
306.813
635.300
635.300
651.500
Projecten en innovatie
48.777.557
57.063.700
54.115.700
58.557.100
-48.777.557
-57.063.700
-54.115.700
-58.557.100
-48.777.557
-57.063.700
-54.115.700
-58.557.100
0
0
0
0
Beschermd Wonen
18.693.947
11.940.600
10.941.500
11.146.400
18.693.947
11.940.600
10.941.500
11.146.400
Beschermd Wonen
-18.693.947
-11.940.600
-10.941.500
-11.146.400
•18.693.947
-11.940.600
-10.941.500
-11.146.400
0
0
0
0
Overhead
3.926.959
4.092.800
4.214.100
4.315.400
3.926.959
4.092.800
4.214.100
4.315.400
Overhead
-3.926.959
-4.092.800
-4.214.100
-4.315.400
Totaal Lasten Baten
Inkomsten Wmo
Totaal Baten Totaal Wmo Beschermd
Lasten
Wonen
Totaal Lasten Baten Totaal Baten
Totaal BW Overhead
Lasten Totaal Lasten Baten
-3.926.959
-4.092.800
-4.214.100
-4.315.400
Totaal Overhead
0
0
0
0
Eindtotaal
0
0
0
0
Totaal Baten
Meerjarenperspectief 2022-2026 2026 L
Programma
Baten/Lasten
Begrotingsonderdeel
2022
2023 L
2024 L
2025 L
Wmo
Lasten
Taxi- en vervoerskosten
5.113.600
5.228.800
5.346.800
5.368.900
5.490.000
Scoolmobielen en rolvz
4.247.200
4.322.200
4.401.500
4.482.300
4.552.200
Woonvoorzieningen
2.465.900
2.521.400
2.563.400
2.606.300
2.657.500
Schoon Huis
26.676.200
29.366.200
31.608.000
33.385.100
35.068.800
Meedoen in de Stad
16.319.600
16.576.500
16.555.100
16.822.600
17.101.000
Geclusterd wonen
2.722.800
2.739.800
2.972.400
3.205.600
3.224.300
Tegemoetkoming meerkn
360.300
363.000
366.000
368.400
371.900
Projecten en innovatie
651.500
667.800
684.600
701.900
701.900
58.557.100
61.785.700
64.497.800
66.941.100
69.167.600
-58.557.100
-61.785.700
-64.497.800
-66.941.100
-69.167.600
-58.557.100
-61.785.700
-64.497.800
-66.941.100
-69.167.600
0
0
0
0
0
Beschermd Wonen
11.146.400
11.747.100
12.371.000
13.018.600
13.691.000
11.146.400
11.747.100
12.371.000
13.018.600
13.691.000
Beschermd Wonen
-11.146.400
-11.747.100
-12.371.000
-13.018.600
-13.691.000
-11.146.400
-11.747.100
-12.371.000
-13.018.600
-13.691.000
0
0
0
0
0
Overhead
4.315.400
4.419.400
4.526.400
4.636.400
4.749.200
4.315.400
4.419.400
4.526.400
4.636.400
4.749.200
Overhead
-4.315.400
-4.419.400
-4.526.400
-4.636.400
-4.749.200
Totaal Lasten Baten
Inkomsten Wmo
Totaal Baten Totaal Wmo Beschermd
Lasten
Wonen
Totaal Lasten Baten Totaal Baten
Totaal BW Overhead
Lasten Totaal Lasten Baten Totaal Baten
-4.315.400
-4.419.400
-4.526.400
-4.636.400
-4.749.200
Totaal Overhead
0
0
0
0
0
Eindtotaal
0
0
0
0
0
12 Begroting 2022 | Rogplus Nieuwe Waterweg Noord
3.1.3 Baten en lasten per taakveld (BBV) Begroting 2022 Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
Baten/Lasten
BBV-taakveld
2020
Primair 2021
Gewijzigd 2021
2022
Lasten
0.4 Overhead
3.381.759
3.530.900
3.652.200
3.738.100
6.6 Maatwerkvoorziening (WMO)
5.283.502
6.357.600
6.610.900
6.713.100
6.71 Maatwerkdienstverlening 18+
43.494.055
50.706.100
47.504.800
51.844.000
6.72 Maatwerkdienstverlening 18-
545.200
561.900
561.900
577.300
6.81 Geëscaleerde zorg 18+
18.693.947
11.940.600
10.941.500
11.146.400
71.398.463
73.097.100
69.271.300
74.018.900
0.8 Overige baten en lasten
-68.681.745
-69.998.900
-66.445.100
-71.043.600
6.71 Maatwerkdienstverlening 18+
-1.577.529
-2.341.700
-2.069.700
-2.212.200
6.81 Geëscaleerde zorg 18+
-1.139.189
-756.500
-756.500
-763.100
-71.398.463
-73.097.100
-69.271.300
-74.018.900
0
0
0
0
Totaal Lasten Baten
Totaal Baten Eindtotaal
Meerjarenperspectief 2022-2026 Baten/Lasten
BBV-taakveld
2022
2023 L
2024 L
2025 L
Lasten
0.4 Overhead
3.738.100
3.826.200
3.916.700
4.009.800
4.105.300
6.6 Maatwerkvoorziening (WMO)
6.713.100
6.843.600
6.964.900
7.088.600
7.209.700
6.71 Maatwerkdienstverlening 18+
51.844.000
54.942.100
57.532.900
59.852.500
61.957.900
6.72 Maatwerkdienstverlening 18-
577.300
593.200
609.700
626.600
643.900
11.146.400
11.747.100
12.371.000
13.018.600
13.691.000
6.81 Geëscaleerde zorg 18+
Totaal Lasten Baten 0.10 Mutaties reserves 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ 6.81 Geëscaleerde zorg 18+
Totaal Baten Eindtotaal
2026 L
74.018.900
77.952.200
81.395.200
84.596.100
87.607.800
-71.043.600
-74.797.100
-78.082.700
-81.144.800
-84.460.100
-2.212.200
-2.370.100
-2.505.700
-2.622.700
-2.297.100
-763.100
-785.000
-806.800
-828.600
-850.600
-74.018.900
-77.952.200
-81.395.200
-84.596.100
-87.607.800
0
0
0
0
0
3.1.4 Bijdrage gemeenten Uitgangspunten
De totale kosten van Rogplus worden verdeeld over de drie gemeenten (Maassluis, Schiedam en Vlaardingen) en afgerekend. Ter financiering van de lopende uitgaven, wordt maandelijks een voorschot verkregen op deze eindafrekening. Bij de toerekening van de kosten gaat per programma als volgt: » Wmo. De kosten worden per gemeente geregistreerd en op basis van werkelijkheid ten laste van de woonplaats van de cliënt toegerekend. Voor Regiotaxi zijn de kosten verdeeld op basis van het aantal verreden ritten en kilometers per gemeente. De directe opbrengsten en eigen bijdragen zijn in mindering gebracht op de kosten. * Beschermd Wonen. De uitvoering van Beschermd Wonen voor Maassluis, Vlaardingen en Schiedam valt vanaf 1 januari 2015 onder de verantwoordelijkheid van centrumgemeente Vlaardingen. De gemaakte kosten worden per gemeente geregistreerd, maar verantwoord bij de centrum gemeente Vlaardingen. Vanaf 2022 wordt de centrumregeling geleidelijk afgebouwd. » Overhead. Conform de Gemeenschappelijke Regeling worden deze kosten over de gemeenten verdeeld aan de hand van de in de volgende paragraaf genoemde verdeelsleutel.
13 Begroting 2022 | Rogplus Nieuwe Waterweg Noord
Verdeelsleutel
De verdeelsleutel van de kosten van de uitvoering over de drie gemeenten wordt bepaald op basis van de vastgestelde kengetallen. Dit zijn: » Het aantal pashouders voor de Regiotaxi; » Het aantal unieke cliënten; » Het aantal aanvragen; Per gemeente is per kengetal het aantal bepaald voor het laatst afgesloten jaar. Voor de begroting 2022 is dit 2020. Per kengetal wordt de verhouding tussen de drie gemeenten berekend. Vervolgens wordt het gewogen gemiddelde berekend voor het aandeel van de gemeenten. Het aantal pashouders voor de Regiotaxi en het aantal unieke cliënten tellen hierin mee met een factor 1, het aantal aanvragen telt mee met een factor 2. Het gewogen gemiddelde wordt afgerond op halve procenten. De verdeling van de kosten is in deze begroting van de volgende verdeelsleutel: » Maassluis 1807o ( 1807o in begroting 2021) * Vlaardingen 420Zo ( 4207o in begroting 2021) » Schiedam 4007o ( 4007o in begroting 2021) Begrotingsonderdeel
Totaal
Maassluis
Vlaardingen
Schiedam
Pashouders Regiotaxi
10.227
1.908
4.444
3.875
Unieke cliënten
16.424
3.006
6.953
6.465
Aanvragen/Meldingen
25.587
4.529
10.564
10.494
Totaal
52.238
9.443
21.961
20.834
Maassluis
Vlaardingen
Totaal
Begrotingsonderdeel
43,50/0
Schiedam
37,90/0
Pashouders Regiotaxi
100,00/»
18,7'7o
Unieke cliënten
18,30/0
42,3“7o
39,40/0
Aanvragen 1 Meldingen
mo0/.. lOO.Oo/o
17,707o
41,307o
41,00/0
Gewogen gemiddelde
100,00/0
18,10/0
42,107o
39,807o
Verdeelsleutel
100,0“7o
18,00/0
42,0Vo
40,0"7o
Begroting 2022 Werkelijk
Begroot
Begroot
Gemeente
Programma
2020
Primair 2021
Gewijzigd 2021
Maassluis
Wmo
-8.245.526
-9.902.700
-8.999.900
Beschermd Wonen Overhead
Totaal Maassluis Vlaardingen
2022 -9.861.200
-
-726.101
-756.600
-778.400
-797.200
-8.971.627
-10.659.300
-9.778.300
■10.658.400
Wmo
-19.118.123
-21.854.800
-21.720.900
-23.305.500
Beschermd Wonen
-17.554.758
-11.184.100
-10.185.000
-10.383.300
Overhead
-1.609.247
-1.607.000
-1.728.600
-1.770.000
-38.282.128
-34.645.900
-33.634.500
-35.458.800
-19.836.379
-22.964.500
-21.325.200
-23.178.200
Totaal Vlaardingen Schiedam
-
Begroot
Wmo Beschermd Wonen
-
-
-
-
-1.591.611
-1.729.200
-1.707.100
-1.748.200
Totaal Schiedam
-21.427.990
-24.693.700
-23.032.300
-24.926.400
Eindtotaal
-68.681.745
-69.998.900
-66.445.100
-71.043.600
Overhead
14 Begroting 2022 | Rogplus Nieuwe Waterweg Noord
Meerjarenperspectief 2022-2026 Gemeente
Programma
2022
2023 L
2024 L
2025 L
2026 L
Maassluis
Wmo
-9.861.200
-10.388.900
-10.792.400
-11.151.900
-11.614.600 -1.108.000
Beschermd Wonen Overhead
Totaal Maassluis Vlaardingen
Wmo Beschermd Wonen
-240.800
494.800
-761.800
-797.200
-816.500
-836.400
-857.000
-878.000
-10.658.400
-11.446.200
-12.123.600
-12.770.700
•13.600.600
-23.305.500
-24.607.300
-25.610.700
-26.503.900
-27.572.400
-9.770.800
-9.333.000
-8.799.300
-
-10.383.300
-10.118.900
-1.770.000
-1.812.400
-1.856.000
-1.900.800
-1.946.800
-35.458.800
-36.538.600
•37.237.500
-37.737.700
-38.318.500
-23.178.200
-24.419.400
-25.589.000
-26.662.600
-27.683.500
-602.400
-1.298.600
-2.095.200
-2.933.100
-1.748.200
-1.790.500
-1.834.000
-1.878.600
-1.924.400
Totaal Schiedam
-24.926.400
-26.812.300
-28.721.600
-30.636.400
-32.541.000
Eindtotaal
-71.043.600
-74.797.100
-78.082.700
-81.144.800
-84.460.100
Overhead
Totaal Vlaardingen Schiedam
Wmo Beschermd Wonen Overhead
-
3.2 Programma Wmo 3.2.1 Taxi- en vervoerskosten Omschrijving
Onder het begrotingsonderdeel Taxi- en vervoerskosten vallen de Regiotaxi en de vergoedingen voor individuele vervoerskosten. Met ingang van 1 augustus 2018 wordt de Regiotaxi uitgevoerd door Noot Touringcar B.V. Het contract liep aanvankelijk tot en met 31 juli 2021 en is recent met twee jaar verlengd. In het vervoerscontract met Noot zijn onder meer de volgende kwaliteitseisen opgenomen: » op tijd rijden; » locatie van de planning van de ritten in de regio; » transfers voor scootmobielgebruikers; » kwaliteitsborging, klachtafhandeling; » gebruik van terugbeh/aankondigingsservice (door chauffeur); » eisen aan centralisten, telefonisten en chauffeurs; « het gebruik van schone en duurzame transportbrandstoffen stimuleren en milieuvriendelijk rijgedrag. Cliënten betalen per rit een eigen bijdrage. Deze eigen bijdrage is begroot in het begrotingsonderdeel 'Inkomsten Wmo'. Uitgangspunten
De kosten van taxivervoer lieten tot de Covid-19-pandemie een stijgend patroon zien. Sinds de komst van de coronamaatregelen zijn het gebruik van de Regiotaxi en daarmee de kosten van taxivervoer sterk afgenomen. Rogplus en de MVS-gemeenten werken momenteel plannen uit voor een integraal vervoersplan, dat mogelijk moet maken dat verschillende vormen van doelgroepenvervoer geclusterd uit worden gevoerd. Momenteel is nog niet duidelijk hoe deze plannen er precies uit zullen zien en wanneer deze ter besluitvorming aan worden geboden. De onzekerheid is te groot om in de begroting al rekening te houden met het integraal vervoersplan. Deze 'voorzichtigheid' is in overeenstemming met de uitgangspunten, zoals opgenomen in het BBV.
15 Begroting 2022 | Rogplus Nieuwe Waterweg Noord
Aantallen Voor het begrotingsonderdeel Taxi- en vervoerskosten wordt aangenomen dat het aantal vervoerde personen en gedeclareerde kilometers in 2022 gelijk is aan 2019. Voor 2023 en verder wordt aangenomen dat de stijging van het aantal ritten jaarlijks met hetzelfde percentage toeneemt als het geval was in 2019 ten opzichte van 2018. Dit percentage is 2,207o.
Sinds 2018 verzorgt Noot BV de Regiotaxi voor de MVS-gemeenten. In 2020 is de optie gelicht tot verlenging van het contract met Noot met twee keer één jaar. Bij de verlenging is het contract aangepast en afgestemd op de gevolgen van de coronamaatregelen. De verlenging betekent dat de continuïteit van het Regiotaxi-vervoer in de MVS-gemeenten de komende járen gewaarborgd wordt, terwijl tegelijkertijd de begrote kosten van het vervoer worden beheerst. Het contract loopt nu tot medio 2023. In de begroting worden de nu geldende contractvoorwaarden ook toegepast op de periode na afloop van het contract. Bij de verlenging van het contract is afgesproken om de door Noot in rekening te brengen kosten te baseren op het gebruik van de Regiotaxi in 2019. Hierbij worden staffels toegepast als het gebruik hoger of lager is. Voor 2022 wordt uitgegaan van de eenheidsprijs die hoort bij de staffel die uitgaat van 100^0 van het gebruik in 2019. Voor 2023 en verder wordt de eenheidsprijs toegepast die volgt uit de aantallen vervoerde personen en gedeclareerde kilometers die volgen uit de hiervoor onder ‘Aantallen’ beschreven berekening. In de staffelprijs is verwerkt dat het tarief jaarlijks op wordt gehoogd met de NEA-Index. Het laatst afgegeven percentage voor de NEA-index is 1,0 “/o. Dit percentage is van toepassing op 2021, maar wordt in de begroting ook meerjarig toegepast.
Dit geldt ook voor individuele vervoerskosten. Bij de verlenging van het contract is de bonus-malusregeling afgeschaft. In de begroting wordt hier dan ook geen rekening meer mee gehouden. Begroting 2022 Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
Begrotingsonderdeel
Onderdeel
2020
Primair 2021
Gewijzigd 2021
2022
Taxi- en vervoerskosten
Regiotaxi
4.286.337
5.984.700
4.669.000
Individuele vervoerskosten
42.973
53.000
20.900
21.600
Overhead
347.600
242.000
381.700
400.500
4.676.911
6.279.700
5.071.600
5.113.600
Totaal Taxi- en vervoerskosten
4 691.500
Meerjarenperspectief 2022-2026 Begrotingsonderdeel
Onderdeel
2022
2023 L
2024 L
2025 L
2026 L
Taxi- en vervoerskosten
Regiotaxi
4 691.500
4.794.700
4.900.200
4.909.400
5.017.300
Individuele vervoerskosten
21.600
22.300
23.100
23.900
24.700
Overhead
400.500
411.800
423.500
435.600
448.000
5.113.600
5.228.800
5.346.800
5.368.900
5.490.000
Totaal Taxi- en vervoerskosten
Risico’s
« »
Het aantal en de duur van de reizen met Regiotaxi valt hoger uit dan voorzien; Hogere NEA-index dan voorzien.
3.2.2 Scootmobielen en rolvoorzieningen Omschrijving
Rogplus heeft sinds juni 2020 een contract met twee leveranciers voor de verstrekking van scootmobielen, rolstoelen (handbewogen en elektrisch), fietsen en roerende woonvoorzieningen. Onderdeel van dit contract is dat zoveel mogelijk voorzieningen worden herverstrekt en dat bij nieuw
16 Begroting 2022 | Rogplus Nieuwe Waterweg Noord
te verstrekken voorzieningen zoveel mogelijk een beroep wordt gedaan op het basispakket van de leveranciers. Nieuw in het contract is dat niet langer betaald wordt voor voorzieningen die bij de leveranciers in depot staan. De begroting 2022 en de gewijzigde begroting 2021 zijn voor het begrotingsonderdeel scootmobielen en rolvoorzieningen opgebouwd naar analogie van het nieuwe contract. De kosten zijn weergegeven per soort voorziening en bevatten de kosten voor nieuwverstrekkingen, herverstrekkingen en onderhoud van de voorziening. In het nieuwe contract zijn de kindvoorzieningen (aangepaste kinderfietsen, kinderwagens en autostoeltjes) als een aparte categorie voorziening benoemd. Dit is zo overgenomen in de begroting. De werkelijke kosten 2020 zijn gebaseerd op het oude contract en kennen daarom een andere kostenverdeling ten opzichte van de begrotingen 2021 en 2022. Voor rolvoorzieningen en roerende woonvoorzieningen hoeft geen eigen bijdrage te worden betaald, voor scootmobielen wel. Uitgangspunten
Aantallen De budgetten in de begroting 2022 voor scootmobielen, handbewogen rolstoelen, elektrische rolstoelen, aandrijfunits en fietsen en kindvoorzieningen zijn gebaseerd op een berekening van de werkelijke kosten voor deze voorzieningen over heel 2020, waarbij is gesteld dat over dit gehele jaar de nieuwe contractvoorwaarden van toepassing waren. Hierbij zijn de actuele (en ook nog in 2022 geldende) contractvoorwaarden en prijzen geprojecteerd op de aantallen verstrekte voorzieningen in heel 2020 inclusief het deel van het jaar dat de oude contracten nog van toepassing waren. Vervolgens is per soort voorziening op basis van de door het Kenniscentrum MVS afgegeven bevolkingsprognoses per leeftijdsgroep bepaald welk deel van de leeftijdsgroep in 2019 en 2020 actief gebruikt heeft gemaakt van de voorziening. Vervolgens zijn voor 2021 en verder de aantallen berekend op basis van de bevolkingsprognose per bevolkingsgroep. Sportvoorzieningen en autoaanpassingen vallen buiten de nieuwe contracten. In de begroting is op de budgetten van deze voorzieningen hetzelfde groeipercentage toegepast als dat voor de meest gebruikte voorziening binnen het contract: de scootmobiel. Phis Conform de nieuwe contracten wordt jaarlijks een prijsindex toegepast die gelijk is aan de met jaarmutatie van de consumentenprijsindex per september van het laatst afgesloten jaar volgens het CBS.
Actueel is de stand van deze index 1,107o. Begroting 2022 Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
2020
Primair 2021
Gewijzigd 2021
2022
Begrotingsonderdeel
Onderdeel
Scootmobielen en rolvz
Scootmobielen
476.310
1.970.800
1.970.800
Autoaanpassingen 1 -verstrekkingen
101.577
71.800
104.000
105.900
Handbewogen rolstoelen
334.220
533.200
533.200
542.600 736.800
2.005.600
Electrische rolstoelen
140.540
724.000
724.000
Sportvoorzieningen
30.757
15.300
41.600
42.400
Aandrijfunits en fietsen
291.656
320.000
320.000
325.700 169.200
Kindvoorzieningen Onderhoud 1 depotkosten Overhead Totaal Scootmobielen en rolvz
0
166.300
166.300
1.629.918
0
0
0
269.981
478.500
324.300
319.000
3.274.959
4.279.900
4.184.200
4.247.200
17 Begroting 2022 | Rogplus Nieuwe Waterweg Noord
Meerjarenperspectief 2022-2026 Begrotingsonderdeel
Onderdeel
2022
2023 L
2024 L
2025 L
2026 L
Scootmobielen en rolvz
Scootmobielen
2.005.600
2.039.400
2.075.200
2.111.600
2.142.400
Autoaanpassingen 1 -verstrekkingen
105.900
107.600
109.500
111.500
113.100
Handbewogen rolstoelen
542.600
551.800
561.500
571,400
579.700
Electrische rolstoelen
736.800
749.200
762.400
775.700
787.000
Sportvoorzieningen
42.400
43.200
44.000
44.800
45.500
Aandrijtunits en fietsen
325.700
331.200
336.900
342.900
348.000
Klndvoorzìeningen
169.200
172.000
175.100
178.200
180.800
0
0
0
0
0
319.000
327.800
336.900
346.200
355.700
4.247.200
4.322.200
4.401.500
4.482.300
4.552.200
Onderhoud 1 depotkosten Overhead Totaal Scootmobielen en rolvz
Risico’s
» » » » » »
Er worden meer nieuwe scootmobielen verstrekt dan voorzien Er wordt meer en/of duurder onderhoud aan scootmobielen uitgevoerd Er worden meer nieuwe rolvoorzieningen verstrekt dan voorzien Er worden duurdere of complexere rolvoorzieningen verstrekt dan voorzien Er wordt meer en/of duurder onderhoud aan rolvoorzieningen uitgevoerd De consumentenprijsindex valt hoger uit dan voorzien
3.2.3 Woonvoorzieningen Omschrijving
Onder het begrotingsonderdeel Woonvoorzieningen zijn de kosten van verhuis- en inrichtingskosten, roerende woonvoorzieningen, woningaanpassingen en onderhoud verwerkt, De te verstrekken woonvoorziening, ter compensatie van beperkingen bij het normale gebruik van de woning, kan bestaan uit: » een woonvoorziening in natura; « een persoonsgebonden budget te besteden aan een woonvoorziening. Bij dure woningaanpassingen moet worden verantwoord waarom verhuizen ofwel het verstrekken van een verhuis- en klusvoucher geen adequate oplossing is. Het primaat ligt immers bij verhuizen. Bij de afweging tussen aanpassen of verhuizen wordt er behalve met de kosten in verband met het verstrekken van de goedkoopst adequate voorziening met andere factoren rekening gehouden: bijvoorbeeld sociale factoren Rogplus ziet in de regio een woningtekort ontstaan wat maakt dat verhuizen niet altijd haalbaar is. Rogplus voert op dit punt overleg en afstemming met de regionale woningcorporaties om per situatie te bekijken wat de beste en goedkoopst adequate oplossing voor de langere termijn is. Rogplus werkt met woningbouwverenigingen aan samenwerkingsovereenkomsten die mogelijk moeten maken dat cliënten nog meer dan nu in een geschikte woning kunnen worden geplaatst, zodat complexe woningaanpassingen kunnen worden vermeden.
Momenteel wordt gewerkt aan een voorstel om in regionaal verband meer samen op te trekken in het thema langer zelfstandig wonen. In afwachting van vaststelling wordt in de begroting 2022 vooralsnog geen rekening gehouden met een inverdieneffect van deze samenwerkingsovereenkomsten. Roerende woonvoorzieningen vallen onder hetzelfde contract als scootmobielen en rolvoorzieningen. Hier geldt daarom ook dat de begrotingen 2021 en 2022 een andere kostenverdeling kennen dan de werkelijke kosten 2020.
18 Begroting 2022 | Rogplus Nieuwe Waterweg Noord
Uitgangspunten
Aantallen Binnen het begrotingsonderdeel Woonvoorzieningen begroot Rogplus de kosten van roerende woonvoorzieningen, woningaanpassingen en het onderhoud daarvan en verhuis- en inrichtingskosten. Roerende woonvoorzieningen vallen onder dezelfde contracten als scootmobielen en rolvoorzieningen. Voor roerende woonvoorzieningen gelden daarom dezelfde begrotingskaders als voor scootmobielen en rolvoorzieningen. In overeenstemming met het Rijksbeleid willen de drie MVS-gemeenten dat inwoners langer zelfstandig thuis blijven wonen. Door het gemeentelijke beleid in combinatie met de demografische ontwikkeling in de regio zal naar verwachting het beroep op woningaanpassingen toenemen. De woningvoorraad verschilt per gemeente. Bij oudere woningen zijn complexere aanpassingen nodig om inwoners zelfstandig thuis te kunnen laten wonen. In de begroting 2022 volgt de kostenontwikkeling voor woningaanpassingen, het onderhoud daarvan en verhuis- en inrichtingskosten de door het kenniscentrum MVS verwachte groei van het aantal inwoners van 65 jaar en ouder per gemeente. Prijs Conform contract worden de kosten voor roerende woonvoorzieningen jaarlijks geïndiceerd met jaarmutatie van de consumentenprijsindex per september van het laatst afgesloten jaar volgens het CBS. Actueel is de stand van deze index 1,10Zo. Dit percentage wordt ook toegepast op verhuis- en inrichtingskosten.
Voor woningaanpassingen en het onderhoud daarvan wordt in de begroting 2022 uitgegaan van een prijsindexatie van 2,007o per jaar. Dit is in overeenstemming met de contractvoorwaarden voor de meest geleverde woonvoorzieningen: trapliften en vlonders. Vanwege het fluctuerende karakter van de kosten voor woningaanpassingen worden de werkelijke gemiddelde kosten over 2019 en 2020 als basis genomen voor de begroting. Begroting 2022 Werkelijk
I3egroot
Begroot
Begroot
2020
Primair 2021
Gewijzigd 2021
2022
Begrotingsonderdeel
Onderdeel
Woonvoorzieningen
Verhuis- en inrichtingskosten
63.820
19.300
32.300
33.300
Roerende woonvoorzieningen
173.751
332.500
332.500
337.400
Woningaanpassingen
1.304.949
1.515.600
1.489.200
1.511.400
Onderhoud \ reparatie
334.408
0
379.300
387.700
Overhead
131.616
210.300
193.400
196.100
2.008.543
2.077.700
2.426.700
2.465.900
2023 L
2024 L
2025 L
2026 L
Totaal Woonvoorzieningen
Meerjarenperspectief 2022-2026 Begrotingsonderdeel
Onderdeel
Woonvoorzieningen
Verhuis- en inrichtingskosten
33.300
34.200
35.100
36,100
37.100
Roerende woonvoorzieningen
337.400
345.000
350.100
355.300
361.900
Woningaanpassingen
1.511.400
1.545.600
1.568.500
1.591.700
1.621.300
Onderhoud I reparatie
387.700
395.000
402.500
410.200
418.200
Overhead
196.100
201.600
207.200
213.000
219.000
2.465.900
2.521.400
2.563.400
2.606.300
2.657.500
T otaal Woonvoorzieningen
2022
19 Begroting 2022 | Rogplus Nieuwe Waterweg Noord
Risico’s
De woningmarkt zit op slot. Het aantal beschikbare nieuwe woningen is beperkt en daarmee stagneert de instroom en doorstroom op de woningmarkt. Als er onvoldoende geschikte woningen voor Rogplus cliënten beschikbaar zijn, dan bestaat er een reëel risico dat er meer woonvoorzieningen verstrekt moeten worden om mensen langer zelfstandig thuis te kunnen laten wonen » » » »
Er worden meer roerende woonvoorzieningen verstrekt dan voorzien Er wordt meer en/of duurder onderhoud aan woonvoorzieningen uitgevoerd Er worden meer of duurdere woningaanpassingen (individueel en collectief) gedaan dan voorzien De consumentenprijsindex valt hoger uit dan voorzien
3.2.4 Schoon huis Omschrijving
Sinds 1 januari 2020 wordt hulp bij het huishouden als algemene voorziening aangeboden aan de inwoners van de MVS-gemeenten. Beschikkingen voor hulp bij het huishouden worden op basis van deze algemene voorziening verstrekt met aanvullend de mogelijkheid van een maatwerkvoorziening. De maatwerkvoorziening kan als zorg in natura en via pgb worden verstrekt. De algemene voorziening wordt alleen beschikt als zorg in natura. Rogplus heeft met zes zorgaanbieders contracten gesloten voor het leveren van dienstverlening met betrekking tot een schoon huis (hulp bij het huishouden). De contracten zijn ingegaan op 1 januari 2020 en lopen door in 2022. Er zijn drie onderdelen waaruit de dienstverlening kan bestaan: » Algemene Voorziening Schoon Huis » Maatwerkvoorziening Schoon Huis » Aanvullende Algemene Voorziening Schoon Huis (Extra) De Algemene Voorziening Schoon Huis wordt door Rogplus beschikt op 105 uur per cliënt per jaar. De zorgaanbieder levert haar dienstverlening en factureert 105 uur op jaarbasis, ongeacht het daadwerkelijk aantal geleverde uren. Er kan nooit meer gefactureerd worden dan 105 uur op jaarbasis. De eventueel niet geleverde uren worden door de zorgaanbieder ingezet bij andere cliënten. Schoon Huis maatwerk en extra worden door Rogplus beschikt op een nader te bepalen aantal uur per jaar.
De zorgaanbieder levert haar dienstverlening en factureert alleen de daadwerkelijk geleverde uren. Er kan nooit meer gefactureerd worden dan beschikt. De Aanvullende Algemene Voorziening Schoon Huis is de opvolger van de Huishoudelijke Hulp Toeslag. Cliënten kunnen tegen een vergoeding extra uren huishoudelijke hulp inkopen. Deze inkomsten zijn begroot binnen het begrotingsonderdeel 'Inkomsten Wmo’. Als onderdeel van het Herstelplan is de gemeente Vlaardingen vanaf 2021 gestopt met de Aanvullende Algemene Voorziening. In Maassluis en Schiedam is met ingang van 2021 is de aanvullende algemene voorziening niet meer beschikbaar voor cliënten, maar alleen nog voor mantelzorgers, waarbij in Maassluis een inkomensgrens gehanteerd wordt van 13007o van het minimuminkomen. . Voor de taak ‘de was doen’ is de was- en strijkservice een voorliggende voorziening. Uitgangspunten
Aantallen In 2020 zijn alle arrangementen voor Huishoudelijke Hulp omgezet naar de nieuwe systematiek van de algemene voorziening, mogelijk in combinatie met een maatwerkvoorziening. Het gebruik van de algemene voorziening schoon huis en de maatwerkvoorziening aan het begin van 2021 is daarom als 20 Begroting 2022 ļ Rogplus Nieuwe Waterweg Noord
basis gebruikt voor de berekening van de aantallen declaraties voor huishoudelijke hulp in 2022 en verder. Hierbij is aangenomen dat, vanwege de coronamaatregelen, het gebruik van Wmovoorzieningen voor schoon huis in 2021 gelijk is aan 2020. In 2019, sinds de invoering van het abonnementstarief voor de eigen bijdrage, is de vraag naar hulp bij het huishouden sterk toegenomen. Begin 2020, in de maanden voorde uitbraak van Covid-19, werd zichtbaar dat de groei van het aantal verstrekte beschikkingen voor hulp bij het huishouden afnam. Daarvan uitgaand is in de begroting aangenomen dat in 2022 de groei met een kwart is afgenomen ten opzichte van de trend in 2019 en dat in 2023 en verder de groei jaarlijks verder met een kwart afneemt. Dit, omdat de aanzuigende werking van het abonnementstarief minder wordt en er binnen de doelgroep verzadiging optreedt: na verloop van tijd zal een groter deel van de inwoners die aanspraak kunnen maken op hulp bij het huishouden op grond van de Wmo dit ook hebben gedaan. Daarbij wijst Rogplus inwoners actief op andere oplossingen, zoals de inzet van particuliere hulp of hulp door familie en bekenden. Ook dit heeft een dempend effect op de groei. Ook is aangenomen dat 3007o van de cliënten die in 2020 gebruik maakte van de aanvullende algemene voorziening in 2021 en verdere járen een beroep zal doen op de maatwerkvoorziening schoon huis.
Voor Maassluis en Schiedam geldt dat het gebruik van de aanvullende algemene voorziening in 2022 en verder in de begroting 2022 is gebaseerd op de aantallen mantelzorgers die eind 2020 gebruik maakten van de aanvullende algemene voorziening. Maassluis hanteert hierbij een inkomensgrens voor de mantelzorgers die in aanmerking kunnen komen voor de aanvullende algemene voorziening. De MVS gemeenten oriënteren zich op verdere kostenbeheersing voor de uitgaven voor huishoudelijke hulp op basis van de Wmo. Dit heeft nog niet tot voorstellen geleid, die vergevorderd genoeg zijn om rekening mee te houden in deze begroting. Voor huishoudelijke hulp op basis van pgb wordt het gebruik gebaseerd op de stand van de pgb’s aan het begin van 2021. Deze stand wordt jaarlijks geïndiceerd op basis van de door het kenniscentrum MVS verwachte groei van het aantal inwoners van 40 jaar en ouder per gemeente.
Cliënten die gebruik maken van de algemene voorziening Schoon Huis ontvangen jaarlijks gemiddeld 105 uur huishoudelijke hulp. De budgetten voor de algemene voorziening schoon huis worden in de begroting 2022 bepaald door per gemeente het aantal verwachte cliënten te vermenigvuldigen met 105 uur en met het in de overeenkomsten met de aanbieders opgenomen uurtarief. Dit uurtarief is ook van toepassing op de maatwerkvoorzieningen. In de contracten met de aanbieders is vastgelegd dat in 2021 hetzelfde uurtarief wordt gehanteerd als in 2020. Daarna wordt het uurtarief jaarlijks geïndiceerd. Het uurtarief moet in overeenstemming met de AMvB ‘reële prijs Wmo 2015’ worden bepaald. Voor de begroting 2022 wordt voor 2022 een stijging van het uurtarief met lO.OVo voorzien. Deze stijging is fors, omdat thuiszorgmedewerkers in 2020 en 2021 conform de CAO verschillende salarisverhogingen hebben gehad. Deze worden vanaf 2022 verdisconteerd in het uurtarief. Voor 2023 en verder zijn de uurtarieven jaarlijks geïndexeerd met het (laatste bekende) prijsindexcijfer personele kosten (Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling, OVA) dat bepaald wordt door de Nza (Nederlandse Zorgautoriteit). Bij het opstellen van de begroting was de stand van dit percentage 3,2407o. Dit percentage is ook van toepassing op hulp bij het huishouden op basis van pgb
21 Begroting 2022 ļ Rogplus Nieuwe Waterweg Noord
Begroting 2022 Werkelijk
Begroot
Begroot
Begrotingsonderdeel
Onderdeel
2020
Primair 2021
Gewijzigd 2021
Begroot
Schoon Huis
Algemene voorziening Schoon huis
10.944.430
19.223.500
18.867.700
21.720.100
2022
M aatwsrkvoorzieningen
549.906
3.029.500
2.225.300
2.803.100
Aanvullende algemene voorziening
807.024
267.000
75.900
83.500
Arrangementen 1 Overgangsrechten
7.464.035
0
0
0
437.926
287.900
217.400
229.000
pgb
1.275.659
1.585.500
1.771.500
1.840.500
21.478.980
24.393.400
23.157.800
26.676.200
Overhead Totaal Schoon Huis
Meerjarenperspectief 2022-2026 Begrotingsonderdeel
Onderdeel
2022
2023 L
2024 L
2025 L
2026 L
Schoon Huis
Algemene voorziening Schoon huis
21720.100
23.996.500
25.874.700
27.403.800
28.838.600
Maatwerkvoorzieningen
2.803.100
3.154.300
3.453.900
3.635.500
3.815.900
Aanvullende algemene voorziening
83.500
86.200
89.000
91.900
94.800
Arrangementen l Overgangsrechten
0
0
0
0
0
229.000
236.600
244.300
252.700
261.500
pgb Overhead Totaal Schoon Huis
1.840.500
1.892.600
1.946.100
2.001.200
2.058.000
26.676.200
29.366.200
31.608.000
33.385.100
35.068.800
Risico’s
» » » »
Er worden meer indicaties voor de Algemene Voorziening Schoon Huis afgegeven dan voorzien Er worden (gemiddeld) zwaardere indicaties voor Maatwerkvoorzieningen Schoon Huis afgegeven dan voorzien Er worden meer indicaties voor Schoon Huis verzilverd dan voorzien Loonontwikkelingen Cao WT die rechtstreeks invloed hebben op de AMvB ‘reële prijs Wmo 2015’ en dat resulteert in een hogere prijsindex dan voorzien
3.2.5 Meedoen in de Stad Omschrijving
Binnen het begrotingsonderdeel Meedoen in de Stad zijn de kosten begroot voor de ondersteuning bij het sociaal en persoonlijk functioneren van cliënten met matige of zware beperkingen op het terrein van: « sociale redzaamheid; « maatschappelijke participatie; » psychosociaal functioneren; * psychosociaal welbevinden en/of; » mentaal functioneren. Onder meer de volgende vormen van begeleiding worden aangeboden: «
»
»
Individuele begeleiding. Individuele begeleiding wordt verstrekt voor het behouden dan wel bevorderen van de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt opdat hij in zijn eigen leefomgeving kan blijven en verwaarlozing wordt voorkomen. Dagbesteding. Dagbesteding wordt verstrekt voor het behouden dan wel bevorderen van de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt opdat hij in zijn eigen leefomgeving kan blijven en verwaarlozing wordt voorkomen. Dagbesteding kan ook als respijtzorg (ontlasting van mantelzorgers) worden ingezet. Logeren (kortdurend verblijf). Het zwaartepunt van deze maatwerkvoorziening ligt op logeren met als doel het overnemen van het permanente toezicht op de cliënt ter ontlasting van de gebruikelijke verzorger of mantelzorger.
22 Begroting 2022 | Rogplus Nieuwe Waterweg Noord
Ook voor begeleiding bij sociaal en persoonlijk functioneren zijn in nieuwe contracten afgesloten. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen begeleiding van cliënten met ouderdomsgerelateerde klachten (Meedoen in de Stad - ouderen) en cliënten met niet-ouderdomsgerelateerde klachten (Meedoen in de Stad - niet-ouderen). Beide contracten zijn in 2020 ingegaan. Daarnaast hebben cliënten de mogelijkheid om met een pgb zelf begeleiding in te kopen. Uitgangspun ten
Aantallen Rogplus heeft met één samenwerkingsverband van zorgaanbieders een contract gesloten voor het leveren van dienstverlening met betrekking tot Meedoen in de Stad - niet ouderen. Het contract is gesloten op basis van populatiebekostiging: het samenwerkingsverband van zorgaanbieders ontvangt een vast bedrag per jaar om maatwerkoplossingen te leveren aan de doelgroep. De begroting 2022 wordt op dit onderdeel gebaseerd op de contractafspraken met het samenwerkingsverband. Begeleiding binnen het genoemde contract is een vorm van Zorg in Natura. Er is vooralsnog geen aanleiding aan te nemen dat het nieuwe contract een significante invloed heeft op de vraag naar begeleiding op basis van een pgb. In 2020 zijn alle arrangementen voor begeleiding bij ouderdomsgerelateerde klachten omgezet naar de nieuwe contracten. Net als bij de algemene voorziening schoon huis is het gebruik van de voorziening aan het begin van 2021 als basis gebruikt voor de berekening van de aantallen declaraties voor 2022 en verder, waarbij is aangenomen dat de groei van het beroep op Meedoen in de Stad - ouderen de door het kenniscentrum MVS verwachte groei van het aantal inwoners van 65 jaar en ouder per gemeente volgt.
Omdat begeleiding op basis van pgb zowel betrekking heeft op ouderdomsgerelateerde klachten als op niet-ouderdomsgerelateerde is hier de groei gebaseerd op de verwachte groei van het aantal inwoners van 40 jaar en ouder.
Meedoen in de stad - niet-ouderen wordt gefinancierd op basis van populatiebekostiging. De contractafspraken hierover worden overgenomen in de begroting 2022. Voor Meedoen in de stad - ouderen en begeleiding op basis van pgb geldt dat in de begroting 2022 de tarieven jaarlijks worden geïndexeerd met het (laatste bekende) prijsindexcijfer personele kosten dat bepaald wordt door de Nza (Nederlandse Zorgautoriteit). Bij het opstellen van de begroting was de stand van dit percentage 3,240zó. Voor Meedoen in de Stad - ouderen is dit ook zo vastgelegd in de contracten met de zorgaanbieders. Begroting 2022 Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
Begrotingsonderdeel
Onderdeel
2020
Primair 2021
Gewijzigd 2021
2022
Meedoen in de Stad
Meedoen in de Stad - niet ouderen
4.950.678
9.463.300
9.463.300
9.589.200
446.789
2.671.800
2.294.500
2.940.000
Meedoen in de Stad 1 Begeleiding
5.218.122
0
0
0
pgb
2.186.280
2.268.300
2.460.300
2.548.000
Meedoen in de Stad - ouderen
Overhead Totaal Meedoen in de Stad
1.349.904
1.400.200
1.218.300
1.242.400
14.151.774
15.803.600
15.436.400
16.319.600
23 Begroting 2022 | Rogplus Nieuwe Waterweg Noord
Meerjarenperspectief 2022-2026 Begrotingsonderdeel
Onderdeel
2022
2023 L
2024 L
2025 L
2026 L
Meedoen in de Stad
Meedoen in de Stad - niet ouderen
9.589.200
9.604.600
9.341.600
9.358.000
9.374.900
Meedoen in de Stad - ouderen
2.940.000
3.062.700
3.182.800
3.303.600
3.429.200
0
0
0
0
0
2.548.000
2.631.900
2.717.500
2.811.000
2.908.800
Meedoen in de Stad 1 Begeleiding pgb Overhead Totaal Meedoen in de Stad
1.242.400
1.277.300
1.313.200
1.350.000
1.388.100
16.319.600
16.576.500
16.555.100
16.822.600
17.101.000
Risico’s
« « * » »
Er worden meer indicaties voor Meedoen in de Stad - Ouderen afgegeven dan voorzien Er worden (gemiddeld) zwaardere en duurdere indicaties voor Meedoen in de Stad - Ouderen afgegeven dan voorzien Er worden meer indicaties voor Meedoen in de Stad - Ouderen verzilverd dan voorzien Meer cliënten dan voorzien doen een beroep op begeleiding op basis van pgb De consumentenprijsindex valt hoger uit dan voorzien.
3.2.6 Geclusterd Wonen Omschrijving
De afgelopen járen hebben verschillende zorgaanbieders in de MVS-gemeenten woonvormen gecreëerd waarbinnen cliënten op basis van de Wmo hulp bij het huishouden en/of begeleiding bij het sociaal en persoonlijk functioneren krijgen. Doorgaans is Wmo-ondersteuning in de vorm van Geclusterd Wonen kostenefficiënter dan dat cliënten apart hulp bij het huishouden en begeleiding ontvangen. Sinds 2020 begroot Rogplus de kosten van Geclusterd Wonen in een apart begrotingsonderdeel. Onder Geclusterd Wonen vallen de volgende initiatieven: » Maassluis: Vertrouwd 8i Zeker (Argos) « Vlaardingen: PlusWonen (Frankeland) * Schiedam: PlusWonen (Frankeland), Westvest (Pameijer), Wonen en Begeleiden (Enver) Uitgangspunten
Aantallen Per initiatief is de verwachte (en mogelijke) groei van het aantal cliënten bepaald. Hierbij is rekening gehouden met de maximale capaciteit van de voorzieningen en de contractueel vastgelegde aantallen te verzorgen cliënten. Ook is in de begroting geanticipeerd op de realisatie van 70 nieuwe plekken Geclusterd Wonen in Schiedam in 2024.
Voor de begroting 2022 wordt aangenomen dat de tarieven jaarlijks worden geïndexeerd met het (laatste bekende) prijsindexcijfer personele kosten dat bepaald wordt door de Nza (Nederlandse Zorgautoriteit). Bij het opstellen van de begroting was de stand van dit percentage 3,2407o. Begroting 2022 Werkelijk
Begroot
Begroot
Begroot
Begrotingsonderdeel
Onderdeel
2020
Primair 2021
Gewijzigd 2021
2022
Geclusterd wonen
Geclusterd wonen
1.862.792
2.562.900
2.599.800
2.722.800
1.862.792
2.562.900
2.599.800
2.722.800
Totaal Geclusterd wonen
Meerjarenperspectief 2022-2026 Begrotingsonderdeel
Onderdeel
2022
2023 L
2024 L
2025 L
2026 L
Geclusterd wonen
Geclusterd wonen
2.722.800
2.739.800
2.972.400
3.205.600
3.224.300
2.722.800
2.739.800
2.972.400
3.205.600
3.224.300
Totaal Geclusterd wonen
24 Begroting 2022 ļ Rogplus Nieuwe Waterweg Noord
Risico’s
»
De consumentenprijsindex valt hoger uit dan voorzien.
3.2.7 Tegemoetkoming meerkosten Omschrijving
Rogplus voert voorde MVS-gemeenten de regeling tegemoetkoming meerkosten uit. De regeling kan worden gezien als een compensatie van de afschaffing van de rijksregelingen Wet tegemoetkoming chronische zieken en gehandicapten (Wtcg) en Compensatie Eigen Risico (CER). In de Verordening maatschappelijke ondersteuning MVS en in het Besluit en de Beleidsregels zijn de regels vastgelegd waarmee inwoners in aanmerking kunnen komen voor een tegemoetkoming. De regeling voor inwoners met een laag inkomen bestaat uit de volgende twee componenten: 1. Tegemoetkoming in verband met aannemelijke meerkosten ten gevolge van beperkingen, chronische psychische of psychosociale problemen. 2. Tegemoetkoming bij aannemelijke meerkosten ten gevolge van beperkingen, chronische, psychische of psychosociale problemen wanneer de cliënt het volledige eigen risico op grond van de zorgverzekeringswet heeft betaald in het kalenderjaar. Vlaardingen heeft in 2020 besloten dat de Regeling Tegemoetkoming Meerkosten met ingang van 2022 vervalt. Voor Vlaardingen zijn daarom geen kosten voor deze regeling begroot. Uitgangspun ten
Aantallen Ook Schiedam heeft recent besloten te bezuinigen op de Regeling Tegemoetkoming Meerkosten. In beide gemeenten wordt de regeling met ingang van 2021 aangepast. In Schiedam gaat de inkomensgrens voor het in aanmerking komen voor de tegemoetkoming naar beneden. Dit was 13007o van het minimuminkomen en dit wordt 12007o van het minimuminkomen. Op basis van gegevens over de inkomensverdeling in Schiedam en een analyse van de aanvragen in eerdere járen is aangenomen dat het beroep op de regeling met 3407o afneemt als gevolg van de verlaging van de inkomensgrens. Daarnaast geldt dat zowel voor LI (Langdurige Indicatie) als voor ER (Eigen Risico) de tegemoetkoming teruggaat van C 200 naar C 100 per inwoner per jaar per variant van de regeling. Ook heeft Rogplus ervoor gekozen te stoppen met het automatisch continueren van de Regeling Tegemoetkoming Meerkosten LI. De aanname is dat deze maatregelen leiden tot 1007o minder aanvragen. In Maassluis wijzigt de Regeling niet. De tegemoetkoming blijft C 200 en de inkomensgrens blijft 13007o van het minimuminkomen. Wel geldt ook hier dat het automatisch continueren stopt. Aangenomen is dat dit leidt tot 507o minder aanvragen.