Bijlage 8b Akoestisch onderzoek Schieveste
Tekst van het document
Deelonderzoek geluid MER en bestemmingsplan ‘Schieveste 2020’
4 september 2020
Projectgegevens
Type onderzoek
Deelonderzoek geluid
Naam plan
MER en bestemmingsplan ‘Schieveste 2020’
Plaats
Schiedam
Opdrachtgever
Ontwikkelcombinatie Schieveste B.V. (OCS)
Contactpersoon
dhr. M. van Os, dhr. B. Buskens en dhr. A. Vogel
Werknummer
618.149.80
Datum
4 september 2020
Adviseur
KuiperCompagnons Projectverantwoordelijke: dhr. R.A.J. Begheyn en mevr. J.M. Verweij Behandeld door: mevr. N. Verburg / dhr. A.T. de Hek
File: j:\618\149\80\3 projectresultaat\bestemmingsplan en onderzoeken\milieuonderzoeken\geluid\7. rapportage\deelonderzoek geluid tbv mer en bestemmingsplan schieveste 2020 dd 04-09-2020.docx
Inhoudsopgave
blz.
1.
Inleiding ......................................................................................................................... 1
2.
Beleidskader bestemmingsplan ................................................................................... 4 2.1. Wegverkeerslawaai ............................................................................................... 5 2.2. Railverkeerslawaai .............................................................................................. 10 2.3. Industrielawaai .................................................................................................... 12 2.4. Luchtvaartlawaai ................................................................................................. 13 2.5. Gemeentelijk beleid ............................................................................................. 15 2.5.1. Beleidsnota ‘Hogere waarden voor geluid’ en Kwaliteitsplan Schieveste .............. 16 2.5.2. Actieplan Lucht & Geluid 2019-2022 - Gezonde lucht, Rustig wonen ................... 19 2.6. Cumulatie alle bronsoorten .................................................................................. 21 2.7. Binnenwaarden ................................................................................................... 21 2.8. WHO-normen ...................................................................................................... 22 2.9. Omgevingswet ....................................................................................................
24
3.
Onderzoeksopzet ........................................................................................................ 26 3.1. Verschil geluidsonderzoek MER en bestemmingsplan ......................................... 26 3.1.1. MER.................................................................................................................... 26 3.1.2. Bestemmingsplan ................................................................................................ 28 3.2. Rekenmodellen en uitgangspunten ...................................................................... 30 3.2.1. Opbouw rekenmodellen ....................................................................................... 30 3.2.2. Uitgangspunten wegverkeerslawaai..................................................................... 38 3.2.3. Uitgangspunten railverkeerslawaai ...................................................................... 44 3.2.4. Uitgangspunten industrielawaai ........................................................................... 51 3.2.5. Uitgangspunten luchtvaartlawaai ......................................................................... 53 3.3 Effectbepaling ten behoeve van MER .................................................................. 56 3.3.1. Aantallen gehinderden, ernstig gehinderden en slaapgestoorden......................... 56 3.3.2.
Geluidsbelasting bestaande woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen .... 57 3.3.3. Geluidsbelasting nieuw te realiseren woningen binnen Schieveste ...................... 58
4.
Resultaten geluidsonderzoek MER ............................................................................ 59 4.1. 4.2.
Omvang studiegebied MER ................................................................................. 59 Resultaten geluidsonderzoek MER bij bestaande geluidsgevoelige bestemmingen ........................................................................................................................... 61 4.2.1. Akoestische effecten wegverkeerslawaai ............................................................. 61 4.2.2. Akoestische effecten railverkeerslawaai............................................................... 64 4.2.3. Akoestische effecten industrielawaai ................................................................... 67 4.2.4. Akoestische effecten cumulatief........................................................................... 69 4.3. Resultaten geluidsonderzoek MER bij nieuwe woningen Schieveste .................... 72 4.3.1. Akoestische effecten wegverkeerslawaai ............................................................. 73 4.3.2. Akoestische effecten railverkeerslawaai............................................................... 73 4.3.3. Akoestische effecten industrielawaai ................................................................... 74 4.3.4. Akoestische effecten cumulatief........................................................................... 75 5.
Resultaten geluidsonderzoek bestemmingsplan....................................................... 76 5.1. 5.2. 5.3. 5.4. 5.5. 5.6. 5.7.
6.
Wegverkeerslawaai ............................................................................................. 77 Railverkeerslawaai .............................................................................................. 91 Industrielawaai .................................................................................................. 114 Luchtvaartlawaai ............................................................................................... 128 Cumulatie .......................................................................................................... 129 Maatregelenonderzoek in verband met vaststelling hogere waarden .................. 134 Hogere waarden ................................................................................................ 160
Conclusies................................................................................................................. 169
Inhoudsopgave bijlagen (opgenomen in afzonderlijke rapporten) Bijlage 1 : Brongegevens wegen, spoorwegen, tramlijnen en industrieterreinen Bijlage 2 : Vergelijking verkeersgegevens wegen Bijlage 3 : Notitie geluidsafstraling bestaande en verlengde stationskap Bijlage 4 : Rekenmodellen wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai Bijlage 5 : Resultaten ten behoeve van MER Schieveste Bijlage 6 : Resultaten ten behoeve van Bestemmingsplan Schieveste - wegverkeerslawaai Bijlage 7 : Resultaten ten behoeve van Bestemmingsplan Schieveste - railverkeerslawaai Bijlage 8 : Resultaten ten behoeve van Bestemmingsplan Schieveste - industrielawaai Bijlage 9 : Resultaten ten behoeve van Bestemmingsplan Schieveste - cumulatie Bijlage 10 : Effecten onderzochte maatregelen en hogere waarden
1.
Inleiding Aanleiding Tussen de belangrijke verkeersader rijksweg A20 en de spoorlijn Rotterdam - Delft/Den Haag/Hoek van Holland, ligt, centraal in Schiedam en bij het station Schiedam Centrum, het gebied Schieveste. Door Ontwikkelcombinatie Schieveste B.V. (OCS) is een plan uitgewerkt, om Schieveste te transformeren tot een goed en multimodaal bereikbaar, duurzaam woongebied in de zuidvleugel van de Randstad. Dit heeft geleid tot een Stedenbouwkundig Masterplan op Hoofdlijnen1. Het plan gaat uit van een stedelijk woongebied (maximaal 3.500 woningen), met tevens werkgelegenheid en ondersteunende voorzieningen. Ook gaat het Masterplan uit van een verlenging van de huidige stationskap in oostelijke richting en een ondertunneling onder het spoor door richting de Boerhaavelaan / Schiedam-Oost. Het plangebied ligt ingeklemd tussen de Rijksweg A20 aan de noordzijde, en de spoorlijn Rotterdam - Delft/Den Haag / Hoek van Holland aan de zuidzijde. Ten zuiden van het spoor ligt woonwijk Schiedam-Oost, en ten zuiden daarvan het centrum van Schiedam. Ten noorden van de A20 ligt bedrijventerrein Spaanse Polder. Aan de oostzijde vormt de gemeentegrens met Rotterdam de grens van het plangebied en aan de westzijde de Schie. In afbeelding 1 is het gebied weergegeven waarbinnen het bestemmingsplan woningen mogelijk maakt.
Afbeelding 1
Bestemming Woongebied conform bestemmingsplan Schieveste ‘2020’
1
Masterplan op Hoofdlijnen Schieveste, KuiperCompagnons en Delva in opdracht van OCS, november 2019, en besluitvorming gemeenteraad van Schiedam hierover in januari 2020
Deelonderzoek geluid MER en bestemmingsplan ‘Schieveste 2020’ 618.149.80 / 4 september 2020
1
Doel van het onderzoek Dit onderzoek heeft tot doel het effect voor het aspect geluid in het milieueffectrapport (MER) te kunnen beschrijven. Daarnaast moet voor de bestemmingsplanprocedure worden getoetst aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder (Wet geluidhinder), het gemeentelijk geluidsbeleid en vanuit akoestisch oogpunt sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Deze onderverdeling en volgorde is in alle verdere hoofdstukken in dit rapport aangehouden. Voor de effectbeschrijving in het MER is het advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage gevolgd, zoals opgenomen in ‘Advies over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport - Woningbouwontwikkeling Schieveste, gemeente Schiedam‘ van 23 december 2019. Hierin is o.a. aangegeven dat de volgende aspecten in beeld worden gebracht: - een vergelijking van de verschillende van de geluidsbelastingen voor de verschillende alternatieven; - de milieueffecten als gevolg van fasering in de aanleg van Schieveste. In het onderzoek is sprake van de volgende combinatie van alternatieven: - met de bestaande of verlengde stationsoverkapping in oostelijke richting; - met realisatie van ca. 3.000 of 3.500 woningen; - met het bestaande wegen netwerk of een knip (afsluiting) van de Overschieseweg tussen de Parallelweg en de onderdoorgang van het spoor.
Voor Schieveste is in het Masterplan voorzien in de ontwikkeling Schieveste in 5 fasen (realisatie in de periode 2021 t/m 2027). De verschillende ontwikkelingsfasen zijn schematisch weergegeven in afbeelding 2.
Afbeelding 2
Fasering ontwikkeling Schieveste
Deelonderzoek geluid MER en bestemmingsplan ‘Schieveste 2020’ 618.149.80 / 4 september 2020
2
Het voorliggende onderzoek richt zich zowel op de effecten van de realisatie van Schieveste op de geluidsbelasting bij de bestaande woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen (scholen) in de directe omgeving alsmede op de geluidsbelastingen ter plaatse van de binnen Schieveste te realiseren woningen. De effecten van de realisatie van Schieveste betreffen: - Wijziging verkeersintensiteiten; - Wijziging geluidsbelasting als gevolg van de bebouwing in Schieveste; - Wijziging van de geluidsbelasting als gevolg van de verlenging van de stationskap. Uitgangspunt voor de bebouwing (omvang en hoogte) vormt het Masterplan (zie afbeelding 3).
Afbeelding 3
Bebouwing zoals opgenomen in Masterplan Schieveste (met verlengde stationskap).
In dit onderzoek is voor het bestemmingsplan in beeld gebracht of de geluidsbelasting ten gevolge van de wegen, spoorwegen en industrieterreinen in en rond het plangebied passen binnen het normenstelsel van de Wet geluidhinder. Leeswijzer Dit rapport bestaat uit vijf hoofdstukken, waarvan hoofdstuk 1 deze inleiding is. In hoofdstuk 2 is de onderzoeksopzet beschreven. In hoofdstuk 3 zijn de uitgangspunten van het onderzoek opgenomen. In hoofdstuk 4 worden de berekeningsresultaten beschreven waarna het rapport wordt afgesloten met hoofdstuk 5 waarin de conclusies van het onderzoek zijn beschreven.
Deelonderzoek geluid MER en bestemmingsplan ‘Schieveste 2020’ 618.149.80 / 4 september 2020
3
2.
Beleidskader bestemmingsplan De regels (grenswaarden) met betrekking tot de (maximaal) toelaatbare hoeveelheid geluid afkomstig van een weg, spoorweg of industrieterrein zijn opgenomen in de Wet geluidhinder (Wet geluidhinder) en het Besluit geluidhinder. De Wet geluidhinder is alleen van toepassing binnen een conform deze wet geldende geluidszone. De grenswaarden (voorkeursgrenswaarde en ten hoogste toelaatbare waarde) uit de Wet geluidhinder zijn van toepassing op de geluidsbelasting op de gevel van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen (o.a. woonwagenstandplaatsen, scholen, ziekenhuizen, verpleeghuizen en andere gezondheidszorggebouwen zoals psychiatrische inrichtingen) en ter plaatse van de terreingrens van een woonwagenstandplaats en eventueel (afhankelijk van het gebruik) voor een terrein behorende bij een ander gezondheidszorggebouw. Naast de wettelijke regels is eveneens het beleid van de gemeente Schiedam van belang, zoals vastgelegd in de beleidsnota ‘Hogere waarden voor geluid’ en het ‘Actieplan Lucht & Geluid 20192022 - Gezonde lucht, Rustig wonen’. In het kader van het gemeentelijk geluidsbeleid wordt eveneens relevante wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur in het onderzoek betrokken in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening’.
Beoordelingsgrootheden Geluid ten gevolge van wegen en spoorwegen wordt uitgedrukt in een gemiddeld geluidsniveau (Lden in decibels dB) over het etmaal berekend volgens onderstaande formule.
Hierbij wordt het etmaal onderverdeeld in de dag- (07.00-19.00 uur), avond- (19.00-23.00 uur) en de nachtperiode (23.00-07.00 uur), waarbij een straffactor van respectievelijk 5 en 10 dB wordt meegenomen in de avond- en nachtperiode. Geluid ten gevolge van industrieterreinen wordt uitgedrukt in het hoogste geluidsniveau (Letmaal in decibels dB(A)) van de volgende drie waarden: 1°. de waarde van het equivalente geluidsniveau over de periode 07.00-19.00 uur (dag); 2°. de met 5 dB(A) verhoogde waarde van het equivalente geluidsniveau over de periode 19.00-23.00 uur (avond); 3°. de met 10 dB(A) verhoogde waarde van het equivalente geluidsniveau over de periode 23.00-07.00 uur (nacht); Zowel de eenheid dB als dB(A) houdt rekening met de zogenaamde A-weging: correctie van het geluidspectrum voor het menselijk gehoor. De termen dB en dB(A) worden onderscheiden om de koppeling te kunnen maken met de grootheden Lden en Letmaal. De eenheid decibel kent een logaritmische schaal, waarbij de mens een toe- of afname van geluid kan waarnemen wanneer er een verschil optreedt van 2 dB of meer. Vanaf dit punt is het geluidsverschil significant te noemen.
Deelonderzoek geluid MER en bestemmingsplan ‘Schieveste 2020’ 618.149.80 / 4 september 2020
4
Beoordelingsperiode In artikel 1b lid 1 van de Wet geluidhinder is het volgende geregeld: In afwijking van artikel 1 kan bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald dat bij de bepaling van de geluidsbelasting vanwege een industrieterrein, vanwege een weg of vanwege een spoorweg, van de gevel van bij de maatregel aangegeven categorieën van andere geluidsgevoelige gebouwen, de waarde van de geluidsbelasting over de periode 19.00-23.00 uur (avond) of de periode 23.00-07.00 uur (nacht) buiten beschouwing wordt gelaten voor zover genoemde gebouwen in de betrokken periode niet overeenkomstig hun bestemming worden gebruikt. Gevel In artikel 1, eerste lid van de Wet geluidhinder is de volgende definitie opgenomen voor het begrip gevel: bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak.
In artikel 1b, lid 4, van de Wet geluidhinder is aangegeven: In afwijking van artikel 1 wordt onder een gevel in de zin van de Wet geluidhinder en daarop berustende bepalingen niet verstaan: · een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A), alsmede; · een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. Hierbij wordt in dit kader ook gesproken over een zogenaamde ‘dove’ gevel. Daarnaast gelden voor de verschillende geluidsgevoelige ruimten in de verschillende geluidsgevoelige bestemmingen, afhankelijk van het gebruik van de ruimte, afwijkende normen met betrekking tot de toelaatbare geluidsbelasting binnen deze ruimten. 2.1.
Wegverkeerslawaai In de Wet geluidhinder zijn grenswaarden vastgelegd die onder andere betrekking hebben op het aspect wegverkeerslawaai. De onderscheiden situaties en bijbehorende grenswaarden worden hieronder nader beschreven. Omvang geluidszone wegen De breedte van de zone van een weg is geregeld in afdeling 1 ‘Algemeen’ van hoofdstuk VI ‘Zones langs wegen’ van de Wet geluidhinder. Op grond van artikel 74 van de Wet geluidhinder heeft elke weg een geluidszone, met uitzondering van de volgende wegen: · wegen gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied; · wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt.
Deelonderzoek geluid MER en bestemmingsplan ‘Schieveste 2020’ 618.149.80 / 4 september 2020
5
In afbeelding 4 is een weergave opgenomen van de in het onderzoek betrokken wegen en de in de huidige situatie en toekomst gelden de maximumsnelheden.
Afbeelding 4
Weergave maximumsnelheden van de wegen opgenomen in het verkeersmodel: groen - 30 km/uur, blauw - 50 km/uur, rood - 80 km/uur (deels flexibel op de A20) en paars - 100 km/uur
De breedte van een zone is, op grond van artikel 74 van de Wet geluidhinder, afhankelijk van de ligging in stedelijk2 of buitenstedelijk3 gebied en van het aantal rijstroken. In tabel 2.1 is een overzicht gegeven van de breedte van de zone op basis van het aantal rijstroken en de ligging in stedelijk of buitenstedelijk gebied. Tabel 2.1 Breedte van de zone van een weg (gemeten vanuit de rand van de buitenste rijstrook) Aantal rijstroken
Stedelijk gebied
Buitenstedelijk gebied
1 of 2
200 meter
250 meter
3 of 4
350 meter
400 meter
5 of meer
350 meter
600 meter
2
Onder stedelijk gebied wordt verstaan, het gebied binnen de bebouwde kom, doch, voor toepassing van hoofdstuk VI (“Wegen”) van de Wet geluidhinder, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens. 3
Onder buitenstedelijk gebied wordt verstaan, het gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor toepassing van hoofdstuk VI (“Wegen”) van de Wet geluidhinder, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens.
Deelonderzoek geluid MER en bestemmingsplan ‘Schieveste 2020’ 618.149.80 / 4 september 2020
6
Alle wegen, met uitzondering van de rijkswegen A20 en A13, zijn gelegen binnen de bebouwde kom. Op basis van de zonebreedtes is Schieveste geheel of gedeeltelijk gelegen binnen de zone van de van de volgende wegen: - Rijksweg A20 - zonebreedte 600 meter; - Noorderweg - zonebreedte 200 meter; - Horvathweg - zonebreedte 350 meter; - Tjalklaan - zonebreedte 350 meter; - Matlingeweg - zonebreedte 350 meter; - ’s-Gravenlandseweg - zonebreedte 350 meter; - Bokelweg - zonebreedte 200 meter; - De Hoopstraat - zonebreedte 200 meter; - De Nijverheidsstraat - zonebreedte 200 meter; - Komiezenlaan/Galateestraat - zonebreedte 200 meter; - Strickledeweg - zonebreedte 200 meter; - Overschieseweg - zonebreedte 200 meter; - Nieuwpoortweg - zonebreedte 200 meter; - Hogenbanweg - zonebreedte 200 meter. Daarnaast zijn, in het kader van een goede ruimtelijke ordening en de beoordeling op grond van het gemeentelijk geluidsbeleid, de volgende 30 km/uur-wegen van belang: - Parallelweg; - Overschieseweg (Noorderstraat - Stationsplein). Voor de overige 30 km/uur-wegen geldt dat de verkeersintensiteit (relatief) laag is en de wegen op grote(re) afstand van Schieveste liggen en er om deze reden geen sprake is van een overschrijding van de wettelijke grenswaarde.
In artikel 75 van de Wet geluidhinder is geregeld dat aan de uiteinden van een weg de zone doorloopt over een afstand gelijk aan de breedte van de zone ter hoogte van het einde van de weg. De zone loopt door langs een lijn die is gelegen in het verlengde van de wegas. Zij behoudt de breedte die zij had ter hoogte van het einde van de weg. Indien zich langs een weg een zone bevindt die bestaat uit delen met een onderling verschillende breedte, geldt voor de aansluiting van de verschillende zonedelen dat het breedste zonedeel over een afstand gelijk aan een derde van de breedte van dat zonedeel, gemeten vanaf het punt van versmalling van de zonebreedte, nog langs de wegas doorloopt en met een loodlijn die aansluit op de smalste zone. Overgang van 50 naar 30 km/uur Indien er sprake van een overgang in maximumsnelheid van 50- naar 30 km/uur is belang dat voor het 30 km-gedeelte geldt dat de weg op grond van artikel 74 van de Wet geluidhinder geen zone heeft. Verder is er geen sprake van een wijziging in zonebreedte, zoals gedefinieerd in artikel 75 van de Wet geluidhinder. Het 30 km-gedeelte heeft immers geen zone. De zone eindigt daarom met een loodlijn ter plaatse van de overgang van 50 naar 30 km/uur.
Deelonderzoek geluid MER en bestemmingsplan ‘Schieveste 2020’ 618.149.80 / 4 september 2020
7
Er is, conform de in de Wet geluidhinder opgenomen definitie van een weg, geen sprake van het einde van een weg bij een overgang van 50 naar 30 km/uur, waarbij de zonebreedte doorloopt aan het einde van de weg. Een weg is in artikel 1 van de Wet geluidhinder gedefinieerd als: Voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande weg of openstaand pad, met inbegrip van de daarin liggende bruggen of duikers. In de definitie wordt geen onderscheid gemaakt in een 50- en 30 km-gedeelte, zodat beide delen samen één weg vormen. Grenswaarden wegverkeer In de Wet geluidhinder wordt voor wegverkeerslawaai onderscheidt gemaakt in nieuwe situaties, bestaande situaties en reconstructies. De grenswaarden en regels die hierbij gelden zijn opgenomen in de afdelingen (artikelen) van hoofdstuk VI “Zones langs wegen” van de Wet geluidhinder. Voor onderhavige situatie is afdeling 4 “Reconstructies” (artikel 99 t/m 100b) van toepassing. De grenswaarden en regels die hierbij gelden zijn opgenomen in de onderstaande afdelingen (artikelen) van hoofdstuk VI “Zones langs wegen” van de Wet geluidhinder: - afdeling 2 “Maatregelen met betrekking tot nieuwe situaties in zones” (artikel 76 t/m 85); - afdeling 3 “Bestaande situaties” (artikel 87j t/m 90); - afdeling 4 “Reconstructies” (artikel 98 t/m 100b).
Op dit onderzoek is afdeling 2 “Maatregelen met betrekking tot nieuwe situaties in zones” van toepassing voor de nieuwbouw binnen Schieveste. Afdeling 3 en 4 zijn niet van toepassing op dit akoestisch onderzoek. Op dit moment is er geen rekening gehouden met aanpassing van (gezoneerde) wegen in verband met de realisatie van Schieveste. Nieuwe situaties Met betrekking tot woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen is op grond van artikel 82 Wet geluidhinder of artikel 3.1 Besluit geluidhinder, binnen de zone van een weg, een voorkeurswaarde weergegeven. Deze geluidsbelasting wordt in ieder geval als toelaatbaar geacht. Bij algemene maatregel van bestuur kan per weg, per gevel en per verdieping van nieuw te realiseren woningen, onder voorwaarden, een hogere grenswaarde worden vastgesteld. Op grond van artikel 83 Wet geluidhinder en artikel 3.2 Besluit geluidhinder, kunnen in afwijking van het voorgaande ten hoogste toelaatbare waarden (maximale ontheffingswaarde) worden vastgesteld. In tabel 2.2 zijn de geldende grenswaarden voor wegverkeerslawaai opgenomen.
Deelonderzoek geluid MER en bestemmingsplan ‘Schieveste 2020’ 618.149.80 / 4 september 2020
8
Tabel 2.2: Normstelling Wet geluidhinder en Besluit geluidhinder vanwege wegverkeerslawaai. Situatie grensmaximale ontheffingswaarde waarde stedelijk buitenstedelijk Nieuwe woningen en nieuwe weg 48 dB 58 dB 53 dB Nieuwe woningen en bestaande weg 48 dB 63 dB 53 dB Bestaande woningen en nieuwe weg 48 dB 63 dB 58 dB Nieuwe agrarische bedrijfswoningen 48 dB 63 dB 58 dB Vervangende nieuwbouw* binnen bebouwde kom 48 dB 68 dB 63 dB Vervangende nieuwbouw* buiten bebouwde kom 48 dB n.v.t. 58 dB Bestaande geluidgevoelige bestemming en nieuwe weg andere geluidgevoelige gebouwen andere geluidgevoelige terreinen
48 dB 48 dB
63 dB 53 dB
58 dB 53 dB
Nieuwe geluidgevoelige bestemming en bestaande weg 48 dB andere geluidgevoelige gebouwen 63 dB 53 dB 48 dB 53 dB 53 dB andere geluidgevoelige terreinen * Hierbij geldt, dat de vervanging niet mag leiden tot: a. een ingrijpende wijziging van de bestaande stedenbouwkundige functie of structuur en b. een wezenlijke toename van het aantal geluidgehinderden bij toetsing op bouwplanniveau voor ten hoogste 100 woningen.
Voor Schieveste is voor de geluidsbelasting ten gevolge van de lokale wegen sprake van stedelijk gebied en voor rijkswegen van buitenstedelijk gebied. Voor de gezoneerde wegen is in alle gevallen sprake van bestaande wegen. Op basis van deze uitgangspunten kan op grond van de Wet geluidhinder voor de binnen Schieveste te realiseren woningen een hogere waarde tot respectievelijk 63 dB worden vastgesteld voor de lokale wegen en 53 dB ten gevolge van de rijkswegen. Het toekennen van een hogere waarde is alleen mogelijk indien maatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidsbelasting tot de voorkeurswaarde ter plaatse van de gevel van woningen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel op overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard stuit (artikel 110a, lid 5 Wet geluidhinder). In artikel 1.2 van het Besluit geluidhinder zijn de volgende andere geluidsgevoelige gebouwen4 aangewezen: a. een onderwijsgebouw; b. een ziekenhuis; c. een verpleeghuis; d. een verzorgingstehuis; e. een psychiatrische inrichting; f. een kinderdagverblijf. In artikel 1.2 van het Besluit geluidhinder zijn als geluidgevoelig terrein aangewezen: a. een standplaats als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de Huisvestingswet; b. een ligplaats in het water, bestemd om door een woonschip te worden ingenomen.
4
De aanwijzing als ander geluidgevoelig gebouw geldt niet voor de delen van een gebouw die een andere bestemming hebben dan genoemd in artikel 1.1, onderdeel d Besluit geluidhinder.
Deelonderzoek geluid MER en bestemmingsplan ‘Schieveste 2020’ 618.149.80 / 4 september 2020
9
Geluidsreductie artikel 110g Wet geluidhinder Op grond van de verwachting dat de geluidproductie van motorvoertuigen in de toekomst afneemt, mogen de berekende geluidsbelastingen worden gereduceerd voordat een toetsing plaatsvindt aan de grenswaarden in de Wet geluidhinder. Voor wegen met een rijsnelheid van 70 km/uur en hoger, zoals de A20, varieert deze reductie van 2 tot maximaal 4 dB. De reductie moet voor deze weg als volgt worden toegepast: - een berekend geluidsniveau van 57 dB moet worden gereduceerd met 4 dB; - een berekend geluidsniveau van 56 dB moet worden gereduceerd met 3 dB; - een berekend geluidsniveau van 55 dB of lager en 58 dB of hoger moet worden gereduceerd met 2 dB. Voor de overige wegen met een rijsnelheid van lager dan 70 km/h bedraagt deze reductie 5 dB. Opgemerkt wordt dat deze reductie niet is toegepast voor het beoordelen van de planeffecten bij de bestaande woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen. Samengevat kan worden gesteld dat bij de berekeningen voor het bestemmingsplan, de reductie wel is toegepast en bij het beoordelen van de planeffecten voor het MER en het bepalen van de cumulatieve geluidsbelasting niet. 2.2.
Railverkeerslawaai In de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder zijn grenswaarden vastgelegd die onder andere betrekking hebben op het aspect railverkeerslawaai. De onderscheiden situaties en bijbehorende grenswaarden worden hieronder nader beschreven In de regelgeving wordt onderscheid gemaakt tussen de geluidsbelasting ten gevolge van spoorwegen zoals aangegeven op de kaart behorende bij de Regeling zonekaart spoorwegen geluidhinder (lokale spoorwegen) en spoorwegen opgenomen op de geluidplafondkaart (hoofdspoorwegen). Omvang geluidszone lokale spoorwegen De metrolijnen van de RET zijn opgenomen op de kaart behorende bij de Regeling zonekaart spoorwegen geluidhinder. De breedte van de zone van de metrosporen bedraagt, op grond van deze regeling, 100 meter aan weerszijden van de spoorweg, gemeten vanuit de buitenste spoorstaaf. De ruimte boven en onder de spoorweg behoort eveneens tot de zone. Omvang geluidszone hoofdspoorwegen Langs hoofd spoorwegen zijn op grond van de Regeling geluidplafondkaart milieubeheer, zones aangewezen waarbinnen akoestisch onderzoek moet worden verricht. De spoorwegen tussen Rotterdam en Den Haag en tussen Schiedam en Hoek van Holland zijn opgenomen op de geluidplafondkaart. De basis voor het bepalen van de breedte van de zone is vastgelegd in artikel 1.4a lid 1 Besluit geluidhinder.
Afhankelijk van de hoogte van het geluidproductieplafond (GPP) ter plaatse van de referentiepunten is de breedte van de zone opgenomen in de volgende tabel.
Deelonderzoek geluid MER en bestemmingsplan ‘Schieveste 2020’ 618.149.80 / 4 september 2020
10
Tabel 1.3: Breedte van de zone van een spoorweg (gemeten vanuit de buitenste spoorstaaf). Hoogte geluidproductieplafond
Breedte zone
Kleiner dan 56 dB
100 meter
Gelijk aan of groter dan 56 dB en kleiner dan 61 dB
200 meter
Gelijk aan of groter dan 61 dB en kleiner dan 66 dB
300 meter
Gelijk aan of groter dan 66 dB en kleiner dan 71 dB
600 meter
Gelijk aan of groter dan 71 dB en kleiner dan 74 dB
900 meter
Gelijk aan of groter dan 74 dB
1.200 meter
In artikel 1.4a lid 2 Besluit geluidhinder is vastgelegd dat bij de aansluiting van zone met een verschillende breedte, de brede zone doorloopt over een afstand gelijk aan een derde van de breedte van de zone. In artikel 1.4a lid 4 Besluit geluidhinder is vastgelegd dat de breedte van de zone ter plaatse van de spoorgedeelte waar een afschermende voorziening is gelegen gelijk is aan de breedte van het breedste zonedeel direct naast de uiteinden van de afschermende voorzieningen. Ten noorden van de spoorlijn, ter hoogte van het plangebied, geldt een zone van 600 meter, gebaseerd op een GPP-waarde≥ 66 dB ter plaatse van referentiepunt 51852 gelegen ter hoogte van de volkstuinen aan de oostzijde van het plangebied (zie hiertoe http://www.geluidspoor.nl/geluidregisterspoor.html). Omvang geluidszone tramweg In de directe omgeving van Schieveste bevindt zich de doorgaande tramweg van Rotterdam naar Vlaardingen. De tramlijn is als zodanig niet aangewezen als lokale spoorweg en evenmin als een hoofdspoorweg. In artikel 3.3.
van het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2016 is geregeld dat Indien een spoorweg (tramlijn) onderdeel is van een weg voor de bepaling van het equivalent geluidsniveau vanwege deze spoorweg gebruik worden gemaakt van hoofdstuk 4 ‘Voorschriften voor spoorwegen in het kader van de wet geluidhinder’, van de emissiegetallen voor trams uit bijlage III (wegverkeerslawaai) bij het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2016. Het equivalent geluidsniveau vanwege de weg is dan gelijk aan de som van het equivalent geluidsniveau van de spoorweg (tramlijn) en het equivalent geluidsniveau als gevolg van het wegverkeer op die weg. In geval een tramweg onderdeel is van een weg is de zonebreedte voor de betreffende weg van toepassing. De tramweg ter hoogte van Schieveste maakt als zodanig geen onderdeel uit van een weg. Daarmee heeft de tramweg in juridische zin geen geluidszone en is een juridische toetsing aan de Wet geluidhinder niet aan de orde. De geluidsbelastingen ten gevolge van de tramweg zijn onderzocht in het kader van een goede ruimtelijke ordening en getoetst aan de grenswaarden voor railverkeerslawaai.
Deelonderzoek geluid MER en bestemmingsplan ‘Schieveste 2020’ 618.149.80 / 4 september 2020
11
Grenswaarden railverkeer In de Wet geluidhinder wordt onder hoofdstuk VII Zones lang spoor-, tram- en metrowegen, artikel 105-107 en het daarbij behorende Besluit geluidhinder bepaald, dat voor woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen, gelegen binnen de wettelijk vastgestelde zone van een spoorweg eveneens voorkeurswaarden en maximale ontheffingswaarde van toepassing zijn. In tabel 2.4 zijn de geldende grenswaarden voor railverkeerslawaai weergegeven. Tabel 2.2: Normstelling Wet geluidhinder en Besluit geluidhinder vanwege railverkeerslawaai. Situatie VoorkeursMaximale ontwaarde heffingswaarde Nieuwe woningen 55 dB 68 dB Bestaande geluidgevoelige bestemming en nieuw spoor 53 dB 68 dB andere geluidgevoelige gebouwen 55 dB 68 dB andere geluidgevoelige terreinen Nieuwe geluidgevoelige bestemming en bestaand spoor andere geluidgevoelige gebouwen andere geluidgevoelige terreinen
2.3.
53 dB 55 dB
63 dB 63 dB
Industrielawaai De regels en normen die gelden voor industrielawaai zijn opgenomen in hoofdstuk V ‘Zones rond industrieterreinen’ van de Wet geluidhinder. De regels en normen uit de Wet geluidhinder gelden binnen de wettelijk vastgestelde zone van een industrieterrein. Omvang geluidszone industrieterreinen Schieveste is gedeeltelijk gelegen binnen de bij Koninklijk Besluit vastgestelde geluidszones van: - industrieterrein ’s-Gravelandse Polder/Spaanse Polder; - industrieterrein Havens Noord-West/Oost-Frankenland. In afbeelding 5 zijn de liggingen van de geluidszones van beide gezoneerde industrieterreinen weergegeven ter plaatse van het plangebied Schieveste. Nestgeluid binnenvaart- en zeeschepen Binnen het industrieterrein Havens Noord-West/Oost-Frankenland is sprake van zogenaamd ‘nestgeluid’ van afgemeerde binnenvaart- en zeeschepen. Het ‘nestgeluid’, afkomstig van installaties op deze schepen, is niet als geluidsbron opgenomen in het zonebewakingsmodel van het gezoneerde industrieterrein en is om deze reden niet meegenomen in de beoordeling van het geluid afkomstig van het industrieterrein.
In juridische zin dient het ‘nestgeluid’ te worden ingepast binnen de bestaande geluidszone en vastgestelde hogere waarden voor het industrieterrein, danwel dient (waarnodig) de geluidszone te worden uitgebreid en hogere waarden te worden verhoogd, voordat hiermee voor het industrieterrein rekening kan worden gehouden. Omdat het ‘nestgeluid’ wel een belangrijke bron van hinder is zijn de geluidsbelastingen voor het ‘nestgeluid’ afzonderlijk bepaald in het kader van een goede ruimtelijke ordening en getoetst aan de grenswaarden voor industrielawaai. In dit onderzoek is het nestgeluid, in overleg met de gemeente Schiedam, beoordeeld op basis van de jaargemiddelde geluidsbelasting. Daarnaast zijn in dit onderzoek eveneens de maximale geluidsbelastingen ten gevolge van het nestgeluid bepaald voor de representatie bedrijfssituatie (zogenaamde 13e dag).
Deelonderzoek geluid MER en bestemmingsplan ‘Schieveste 2020’ 618.149.80 / 4 september 2020
12
Afbeelding 5
Schieveste (blauwe lijn) en geluidszones ’s-Gravelandse Polder/Spaanse Polder (bruine lijn) en Havens Noord-West/Oost-Frankenland (oranje lijn).
Grenswaarden industrieterreinen In het geval nieuwe woningen worden gerealiseerd binnen een zone van een industrieterrein, dan mag de geluidsbelasting niet meer bedragen dan de voorkeurswaarde. Indien de geluidsbelasting hoger is dan de voorkeurswaarde moeten er maatregelen worden getroffen om hieraan alsnog te kunnen voldoen. Blijkt dat niet mogelijk te zijn of op zwaarwegende bezwaren te stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard dan is het college van Schiedam bevoegd tot het vaststellen van hogere waarden. Daarnaast staat de Wet geluidhinder een maximale ontheffingswaarde toe als de nieuwe woningen binnen een bestaande zone van een industrieterrein met zeehavengebonden activiteiten is gelegen. Dit wordt de ‘zeehavennorm’ genoemd. De activiteiten binnen het industrieterrein Havens Noord-West/Oost-Frankenland kunnen voor een (belangrijk) deel worden aangemerkt als zeehavengebonden activiteiten. In tabel 2.5 is aangegeven wat de voorkeurswaarde, de maximale ontheffingswaarde en de zeehavennorm is voor nieuwe woningen door industrielawaai. Tabel 2.5: Normenstelling industrielawaai.
2.4.
Bron
Voorkeurswaarde
Maximale ontheffingswaarde
Zeehavennorm
Woningen
50 dB(A) (art. 55, lid 1 Wgh)
55 dB(A) (art. 59 Wgh)
60 dB(A) (art. 60 Wgh)
Luchtvaartlawaai In de nabijheid van Schieveste bevindt zich Rotterdam The Hague Airport (RTHA). De luchthaven valt onder de Wet luchtvaart en is hierin aangewezen als een luchthaven van nationaal belang. Voor Rotterdam The Hague Airport zijn daarmee de geluidsnormen, zoals opgenomen in het Besluit burgerluchthavens en de Regeling burgerluchthavens.
Deelonderzoek geluid MER en bestemmingsplan ‘Schieveste 2020’ 618.149.80 / 4 september 2020
13
Voor Rotterdam The Hague Airport dient een zogenaamd luchthavenbesluit te worden genomen. In artikel 9 van het Besluit burgerluchthavens is aangegeven dat in het luchthavenbesluit de volgende geluidscontouren moeten worden vastgelegd: - een geluidcontour van 48 dB(A) Lden; - een geluidcontour van 56 dB(A) Lden; - een geluidcontour van 70 dB(A) Lden. In artikel 12 van het Besluit burgerluchthavens is geregeld dat in het gebied dat gelegen is op of binnen de contour van 56 dB(A) Lden geen nieuwbouw van een woning en een ander geluidsgevoelig gebouw is toegestaan (zogenaamd beperkingen gebied). De mogelijkheid is aanwezig om (onder voorwaarden) een verklaring van geen bezwaar af te gegeven voor een woning of een geluidsgevoelig gebouw, gelegen op de contour van 56 dB(A) Lden of in het gebied tussen de contour van 56 dB(A) Lden en de contour van 70 dB(A) Lden. Op grond van artikel 19 van het Besluit burgerluchtvaart wordt bij de vaststelling van het luchthavenbesluit wordt een afweging gemaakt over de ruimtelijke ontwikkeling van het gebied gelegen tussen de geluidcontour van 56 dB(A) Lden en de geluidcontour van 48 dB(A) Lden in relatie tot het gebruik van de luchthaven. Vooruitlopend op het luchthaven besluit is in 2013 de Omzettingsregeling luchthaven Rotterdam The Hague Airport vastgesteld.
Hierin zijn de beperkingsgebieden aangewezen op basis van de 35 Ke-geluidszone5 (afbeelding 6) en de 47BKL-zone (afbeelding 7). Binnen de beperkingengebieden is het niet toegestaan om nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen te realiseren. Schieveste is ruimschoots gelegen buiten de aangewezen beperkingsgebieden.
Afbeelding 6
5
Beperkingengebied 35 Ke-contour (paarse lijn) Rotterdam The Hague Airport
De 35 Ke-zone komt overeen met de 56 dB(A) Lden geluidscontour.
Deelonderzoek geluid MER en bestemmingsplan ‘Schieveste 2020’ 618.149.80 / 4 september 2020
14
Afbeelding 7
Beperkingengebied 47 BKL-contour (paarse lijn) Rotterdam The Hague Airport
De omzettingsregeling moet vervangen worden door een geheel nieuw en volledig luchthavenbesluit op basis van de Wet Luchtvaart zoals voorgeschreven in het Besluit en de Regeling burgerluchtvaart. Omdat de vraag naar vervoer via Rotterdam The Hague Airport de afgelopen jaren fors is gestegen en de grens van de vergunde milieucapaciteit in de omzettingsregeling bereikt wordt, is er van de zijde van de luchthaven de behoefte om in het toekomstige luchthavenbesluit meer ruimte te krijgen zowel voor de commerciële (met nadruk op zakelijk relevante) luchtvaart als voor maatschappelijk relevante c.q. spoedeisende luchtvaart, zoals trauma- en politiehelikopters. Om te komen tot een luchthavenbesluit is in 2015 een MER luchthavenbesluit Rotterdam The Hague Airport opgesteld, waarbij ook de geluidsconsequenties voor verschillende scenario’s in beeld zijn gebracht. Het onderzoek heeft nog niet geleid tot een luchthavenbesluit, zodat formeel nog de beperkingen gebieden, zoals opgenomen in afbeelding 6 en 7, van toepassing zijn. In dit onderzoek wordt rekening gehouden met de resultaten van de scenario’s zoals opgenomen in de MER luchthavenbesluit Rotterdam The Hague Airport. 2.5.
Gemeentelijk beleid De gemeente Schiedam beschikt over eigen geluidbeleid. Dit beleid is vastgelegd in de beleidsnota ‘Hogere waarden voor geluid’ en het ‘Actieplan Lucht & Geluid 2019-2022 - Gezonde lucht, Rustig wonen’. Daarnaast zijn in het ‘Kwaliteitsplan Schieveste - Opzet voor publiekrechtelijke toetsingskader’ van 27 mei 2019 voor het aspect geluid randvoorwaarden opgenomen, waaraan bij de ontwikkeling van Schieveste moet worden voldaan.
Deelonderzoek geluid MER en bestemmingsplan ‘Schieveste 2020’ 618.149.80 / 4 september 2020
15
2.5.1. Beleidsnota ‘Hogere waarden voor geluid’ en Kwaliteitsplan Schieveste Het beleid van de gemeente Schiedam voor het vaststellen van hogere waarden is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: 1. In alle situaties wordt gestreefd naar het behalen van de voorkeursgrenswaarde. 2. Wanneer de voorkeursgrenswaarde niet haalbaar is, wordt de hogere waarden-procedure doorlopen. Het doel van de procedure is het aantal woningen dat een hoge geluidsbelasting ondervindt zoveel mogelijk te beperken. Een hogere geluidsbelasting wordt daarmee alleen onder voorwaarden toegestaan. 3. Bij de planvorming moet rekening worden gehouden met geluid. Hier wordt door de gemeente op getoetst. Hierdoor worden alle kansen om geluidhinder te voorkomen benut. Wanneer een woning in de zone van meerdere geluidbronnen ligt, is het college verplicht om de gecumuleerde geluidsbelasting te beoordelen, dus niet alleen het geluid van de maatgevende bron. Aanvaardbaar akoestisch klimaat en gemeentelijk beleid Hogere waarden worden toegekend indien, ondanks de hogere geluidsbelasting, een aanvaardbaar akoestisch klimaat wordt gerealiseerd. Om dit doel te bereiken zijn gemeentelijke beleidsuitgangspunten geformuleerd. De beleidsuitgangspunten gelden zowel voor weg-, spoor- als industrielawaai en staan hieronder uitgewerkt.
De Wet geluidhinder stuurt in eerste instantie aan op het voldoen aan de voorkeursgrenswaarde. Wanneer dit niet lukt, moeten maatregelen onderzocht worden om dit alsnog te realiseren. De Wet geluidhinder hanteert daarbij de voorkeursvolgorde bronmaatregelen - overdrachtsmaatregelen. Aan de binnenwaarde moet altijd worden voldaan bij nieuwbouw. Indien nodig zijn hierbij maatregelen bij de ontvanger noodzakelijk. In aanvulling op het bovenstaande wordt het begin van het ruimtelijke ordeningsproces hieraan toegevoegd. De gemeente zal toetsen of alle mogelijke maatregelen in het planvormingsproces zijn onderzocht en toegepast. De onderzoeksvolgorde wordt hiermee: 1. goede ruimtelijke ordening 2. bronmaatregelen 3. overdrachtsmaatregelen 4. gevelmaatregelen Stap 1: Goede ruimtelijke ontwikkeling Bij een goede ruimtelijke ontwikkeling dient het stedenbouwkundig plan afgestemd te worden op de geluidsbelasting. Dit wil zeggen dat indien voldoende en vroegtijdig rekening wordt gehouden met de overdracht tussen geluidbron en ontvanger, geluidknelpunten kunnen worden voorkomen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van Stap 1 van de stad-en- milieubenadering
Deelonderzoek geluid MER en bestemmingsplan ‘Schieveste 2020’ 618.149.80 / 4 september 2020
16
Stap 2: Bronmaatregelen Op het beperken van de geluidemissie van auto’s en treinen heeft de gemeente nauwelijks invloed. Er is echter een zestal zaken die ook tot maatregelen aan de geluidbron behoren en waarop een gemeente wel invloed heeft. Dat zijn: - tracékeuze (bijv. een rondweg); - maximumsnelheid; - uitvoering van het wegdek (bijv. stille dunne deklagen); - verkeersintensiteit (bijv. meer nadruk op fietsen, wandelen en OV; routering); - samenstelling van het verkeer (het % vrachtwagens bepaalt in hoge mate de geluidproductie; d.m.v. milieuzonering kan bijv. zwaar vrachtverkeer in een zone beperkt worden); - vergunningen aanpassen ter beperking van industrielawaai. Bij provinciale en rijkswegen is de invloed van de gemeente nihil. Stap 3: Overdrachtsmaatregelen Maatregelen in de overdracht (schermen of wallen) hebben als voordeel, dat de buitenruimte van woningen in de omgeving van de weg zoveel mogelijk wordt ontzien. Een evident probleem van deze voorzieningen is de inpasbaarheid. Vooral in een stedelijke omgeving, waar de ruimte beperkt is, is het vaak niet mogelijk een scherm in te passen. Ook indien er wel ruimte is voor afscherming, kan een scherm of wal een visuele blokkade opwerpen of niet haalbaar zijn vanwege financiën versus omvang bouwplan.
Stap 4: Gevelmaatregelen Met gevelmaatregelen verander je niets aan de geluidsbelasting op de gevel, maar wordt het behalen van het binnenniveau geregeld. Gevelmaatregelen horen daarmee feitelijk niet thuis in het rijtje maatregelen om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. Geluidluwe gevels Het beleid is erop gericht om bij het vaststellen van een hogere waarde voor woningen of andere geluidgevoelige bestemmingen minimaal één geluidluwe zijde te creëren. Het is daarbij belangrijk dat de geluidsituatie bij de geluidluwe zijde niet verstoord wordt door ander geluid dan waar het beleid over gaat (zie tabel 2.6). Bij redenen van evident maatschappelijk belang kan van dit beleid worden afgeweken. Tabel 2.6 Voorwaarden t.a.v. geluidluwe gevels en verblijfsruimten Verzochte hogere waarde
Geluidbron
Maximaal gecumuleerde geluidsbelasting op tenminste één gevel en voor tenminste één buitenverblijfsruimte
≥ 53 dB Lden
Wegverkeer (zonder aftrek)
53 dB Lden
≥ 60 dB Lden
Railverkeer
55 dB Lden
≥ 50 dB(A)*
Industrie
50 dB(A)*
* De wetgever heeft bepaald dat industrielawaai nog wordt weergegeven in dB(A)
Deelonderzoek geluid MER en bestemmingsplan ‘Schieveste 2020’ 618.149.80 / 4 september 2020
17
Motiveringsplicht en beoordelingscriteria Hogere waarden kunnen alleen verleend worden nadat is onderbouwd, dat maatregelen om de geluidsbelasting aan de gevel van geluidgevoelige bestemmingen terug te dringen onvoldoende doeltreffend zijn dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Wanneer een geluidgevoelige bestemming in meerdere zones van (verschillende) geluidbronnen ligt, moet tevens gekeken worden naar de gecumuleerde geluidsbelasting. Ter volledigheid wordt vermeld, dat het geluid van Rotterdam The Hague Airport wordt meegenomen in de cumulatie. Voor varende en afgemeerde schepen is geen regelgeving opgesteld. Echter op grond van jurisprudentie van de Raad van State moet het bevoegd gezag bij het nemen van een besluit voor het verlenen van goedkeuring aan of het vaststellen van een plan, zich uitspreken over de aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting op de geluidgevoelige bestemmingen vanwege onder andere de scheepvaart. Derhalve dient bij een onderzoek in het kader voor een hogere waarde voor de Wet geluidhinder nabij een drukke waterweg in het akoestisch onderzoeksrapport aandacht te worden besteed aan het geluid van varende en eventueel afgemeerde schepen. Op basis van deze gegevens kan B&W een deugdelijke motivering bij haar besluit opstellen.
De Wet geluidhinder geeft geen normatieve beoordeling aan hoe scheepvaart moet worden meegenomen. Tot slot geldt, dat de stelling dat maatregelen om de geluidsbelasting terug te dringen financieel niet gerechtvaardigd zijn, in de aanvraag onderbouwd moet worden. Compenserende factoren Het nadeel van een hoge geluidsbelasting kan middels een goede ruimtelijke ontwikkeling gecompenseerd worden door factoren, die als positief worden ervaren t.a.v. de leefomgevingkwaliteit. Deze compenserende factoren kunnen leiden tot een lagere hinderbeleving (of anders gezegd: tot een grotere acceptatie van geluid). Geluidcompenserende factoren kunnen in de akoestische sfeer liggen. Het kan echter ook totaal andere elementen in de leefomgeving betreffen die positief gewaardeerd worden. Bij akoestische compensatie kan gedacht worden aan zaken als ankerloze spouwmuren, een (ruim) 'privégebied' (een tuin of balkon) aan de geluidluwe kant van het huis, aangepaste indeling van de woning en een (gemeenschappelijke) binnentuin. Bij niet-akoestische compensatie gaat het om positieve omgevingselementen als: veel groen; aanwezigheid van een park; voorzieningen in de nabijheid. (Te) hoog belaste gevels Soms bestaat er behoefte om woningen te bouwen in een gebied met een hoge geluidsbelasting. De maximale grenswaarde wordt, ondanks alle inspanningen, overschreden.
Voor een dergelijke situatie bestaan drie oplossingen, namelijk het toepassen van dove gevels, de Interimwet staden-milieubenadering en toepassen van de zeehavennorm.
Deelonderzoek geluid MER en bestemmingsplan ‘Schieveste 2020’ 618.149.80 / 4 september 2020
18
Dove gevels In een dove gevel bevinden zich geen of alleen bij uitzondering te openen delen, waarbij in het laatste geval de gevel niet mag grenzen aan een geluidgevoelige ruimte. Voorbeelden zijn een voorzetgevel (waaronder vliesgevels bij flats) of een nooddeur. Op dove gevels zijn geen grenswaarden van toepassing. Daarmee is dit type gevel geen feitelijke oplossing; het ontslaat je van de plicht aan bepaalde normen te voldoen, maar de geluidsbelasting wordt er niet minder van. Het toepassen van dove gevels dient zoveel mogelijk voorkomen te worden en dient per geluidgevoelige bestemming tot één beperkt te zijn (ook bij het toepassen van een dove gevel moet tenminste één andere gevel geluidluw zijn). Kwaliteitsplan Schieveste In het kwaliteitsplan Schieveste is vastgelegd dat de gemeente Schiedam, in overeenstemming met de Wet geluidhinder, een hogere waarde toestaat. Maatwerk is daarbij mogelijk. Voorbeelden van situaties waarin een hogere waarde is toegestaan zijn: a. Alle woningen voorzien zijn van een geluidluwe gevel. b. Alle woningen een geluidluwe buitenruimte of een gemakkelijk bereikbare gemeenschappelijke geluidluwe buitenruimte hebben. c. Aantoonbaar gecompenseerd wordt met andere woonkwaliteiten. 2.5.2.
Actieplan Lucht & Geluid 2019-2022 - Gezonde lucht, Rustig wonen In het actieplan zijn de ambities van de gemeente Schiedam opgenomen ten aanzien van de aspecten luchtkwaliteit en geluid voor de periode 2019-2020. In het actieplan is aangegeven dat de gemeente kiest voor het voorkomen en bestrijden van ernstige hinder en slaapverstoring door geluid, in zowel bestaande als nieuwe situaties, met een plandrempel van 55 dB. Een plandrempel van 55 dB betekent dat de maatregelen uit dit actieplan er aan bij moeten dragen dat de gebieden met een geluidsbelasting boven de 55 dB worden beperkt. De keuze voor deze grenswaarde is gebaseerd op de specifieke stedelijke situatie in Schiedam en is de gecumuleerde geluidswaarde (gewogen gemiddelde over 24 uur, Lden). De waarde van 55 dB (Lden) wordt door de WHO gezien als de grenswaarde waarbij geen sprake meer is van ernstige hinder, en waarbij er nog maar een beperkt risico op schadelijke gezondheidseffecten bestaat. Het actieplan geluid is gericht op het nemen van bronmaatregelen (bijvoorbeeld de aanleg van geluidsreducerend wegdek en meer elektrisch vervoer) om deze gemiddelde waarde te behalen. De praktijk leert dat er in Schiedam weinig plekken zijn waar momenteel een gemiddelde waarde van 55 dB (Lden) gehaald wordt.
Daarom zal de nadruk met name worden gelegd op het voorkomen van slaapverstoring, en dus een goede nachtrust voor de Schiedammers. Om een verbetering van de leefkwaliteit in Schiedam te realiseren is de ambitie om de gemiddelde geluidsdruk met 3 tot 5 decibel af te laten nemen in de planperiode.
Deelonderzoek geluid MER en bestemmingsplan ‘Schieveste 2020’ 618.149.80 / 4 september 2020
19
Bij de toepassing van deze plandrempel geldt het voorbehoud dat, binnen de verstedelijkingsopgave waar Schiedam voor gesteld is, bij nieuwe ruimtelijke ontwikkeling overschrijding van deze plandrempel niet uit te sluiten is. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zal het voorkomen van slaapverstoring, en dus een goede nachtrust voor Schiedammers, prioriteit hebben. Wanneer de plandrempel van 55 dB niet gehaald kan worden, zal bij nieuwbouw de nadruk daarom tevens liggen op maatregelen aan de gevel, zoals een goede gevelisolatie, waardoor de geluidsbelasting in de woning sterk vermindert. Het fundament voor het realiseren van deze ambitie en doelstellingen bestaat uit zes duurzame pijlers, ieder met een breed pakket aan maatregelen. - Pijler I: Duurzame bereikbaarheid; - Pijler II: Duurzame mobiliteit; - Pijler III: Duurzame distributie; - Pijler IV: Schiedam fietsstad; - Pijler V: Minder geluidshinder; - Pijler VI: Betere luchtkwaliteit. Voor de eerste vier pijlers geldt dit plan met name als een duurzame leidraad en aanjager in andere beleidsterreinen, waarvoor duidelijke kaders gesteld worden.
Als basis voor de aanpak in de eerste vier pijlers wordt de zogenaamde ‘Trias Mobilica’ gevolgd: • Voorkomen & Verminderen (van ongewenste voertuigkilometers) • Veranderen (van de manier van vervoeren door duurzamere alternatieven) • Verbeteren (van infrastructuur en vervoersaanbod) Ten aanzien van de Pijler V (Minder geluidshinder) zijn de volgende aspecten van belang in relatie tot nieuwe ontwikkelingen: - Voorkomen toename hinder bij ruimtelijke ontwikkelingen (Geluid) Belangrijke ruimtelijke ontwikkelingen in Schiedam de komende jaren zijn het plan ‘havenontwikkeling’ en het bouwen van vele nieuwe woningen. De keuzes die Schiedam hier maakt, hebben impact voor zowel de geluidsbelasting als de luchtkwaliteit. Dit gaat op voor zowel de bouwfase (overlast bouwverkeer en de bouw zelf) als de fase waarin de woningen/gebouwen in gebruik zijn genomen. Ook keuzes over bijvoorbeeld ontsluitingswegen spelen hier een rol. Daarom worden zowel geluidsbelasting als luchtkwaliteit belangrijke factoren in de integrale afweging van deze ontwikkelingsplannen. Het doel is echter altijd om tot slimme keuzes te komen en zo hinder voor de inwoners van Schiedam tot een minimum te beperken. - Terugdringen woonoverlast Bij nieuwbouw zullen duidelijke eisen gesteld worden aan de lucht- en contactgeluidsisolatie tussen woningen om zo een rustig binnenklimaat te kunnen garanderen.
Deelonderzoek geluid MER en bestemmingsplan ‘Schieveste 2020’ 618.149.80 / 4 september 2020
20
2.6.
Cumulatie alle bronsoorten In artikel 110f Wet geluidhinder is aangegeven dat de cumulatieve geluidsbelasting van verschillende geluidsbronnen inzichtelijk moet worden gemaakt. Daarbij gaat het om de relevante geluidsbronnen; alle bronnen die de voorkeurswaarde overschrijden. Aan de cumulatieve geluidsbelastingen worden geen normen gesteld. Het college moet bij het vaststellen van de hogere waarden beoordelen of zij de cumulatieve geluidsbelasting aanvaardbaar acht. De cumulatieve geluidsbelasting moet worden berekend volgens de omschreven rekenmethode uit hoofdstuk 2 van bijlage I van Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012. Rekenmethode cumulatie van verschillende geluidssoorten In deze rekenmethode moeten de berekende geluidsbelastingen van de verschillende geluidssoorten energetisch bij elkaar worden opgeteld. Voor de energetische optelling van verschillende geluidssoorten, worden de geluidsbelastingen van de verschillende soorten omgerekend naar een geluidsbelasting vanwege wegverkeer.
Hiervoor zijn de volgende omrekenformules voor wegverkeers-, railverkeers-, industrie- en luchtvaartlawaai van toepassing: - Wegverkeerslawaai (VL): L*VL = 1,00 LVL + 0,00 - Railverkeerslawaai (RL): L*RL = 0,95 LRL - 1,40 - Industrielawaai (IL): L*IL = 1,00 LIL + 1,00 - Luchtvaartlawaai (LL) : L*LL = 0,98 LLL + 7,03 NB Voor wegverkeerslawaai wordt de reductie ex artikel 110g Wet geluidhinder niet toegepast. Nadat de geluidsbelastingen van de betrokken geluidssoorten op bovenstaande wijze zijn omgerekend in L*-waarden (in dB), dan wordt de gecumuleerde waarde berekend door de zogenoemde energetische sommatie. De rekenregel hiervoor is: LCUM = 10 log (10 L*vl/10 + 10 L*rl/10+ 10 L*il/10 + 10 L*Ll/10) Na het berekenen van de LCUM moet deze waarde worden teruggerekend naar de geluidsbelastingen voor de afzonderlijke bronsoort. De ‘terugrekenformules’ zijn: - Wegverkeerslawaai (VL): LVL,CUM = 1,00 LCUM + 0,00 - Railverkeerslawaai (RL): LRL,CUM = 1,05 LCUM + 1,47 - Industrielawaai (IL): LIL,CUM = 1,00 LCUM - 1,00 - Luchtvaartlawaai (LL): LLL,CUM = 1,02 LCUM - 7,17
2.7.
Binnenwaarden In het Bouwbesluit 2012, artikel 3.2, is de normstelling voor de karakteristieke geluidswering voor nieuwe woningen opgenomen: een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied heeft een karakteristieke geluidswering GA,k met een minimum van 20 dB. Bij een bij besluit vast te stellen hogere waarde is de karakteristieke geluidswering GA,k van een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied het verschil tussen die hogere waarde en 35 dB(A) bij industrielawaai, of 33 dB bij weg- of spoorweglawaai (artikel 3.3, lid 1). Deelonderzoek geluid MER en bestemmingsplan ‘Schieveste 2020’ 618.149.80 / 4 september 2020
21
Kwaliteitsplan Schieveste In het kwaliteitsplan is vastgelegd dat dient te worden voldaan aan het binnenniveau van het Bouwbesluit op basis van de gecumuleerde geluidbelasting van verkeer (wegen en spoorwegen) en industrie samen. Deze eis is zwaarder dan de eis die volgt uit het Bouwbesluit, waarbij alleen een toetsing per bron(soort) plaatsvindt. 2.8.
WHO-normen De Commissie voor de milieueffectrapportage geeft in het ‘Advies over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport’ aan dat de geluidsbelasting binnen Schieveste dient te worden vergeleken met de gezondheidskundige WHO-advieswaarden. Op 10 oktober 2018 heeft de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) haar nieuwe gezondheidskundige richtlijnen voor omgevingsgeluid gepubliceerd (Environmental Noise Guidelines for the European Region). Dit is een document met gezondheidskundige advieswaardes en aanbevelingen gericht op de bescherming van de gezondheid, tegen de negatieve effecten van omgevingsgeluid. De nieuw gepubliceerde richtlijnen zijn ontwikkeld door het Regional Office for Europe van de WHO, en zijn geldig voor de Europese regio. Ze zijn bedoeld om (lokale) professionals (bv onderzoekers en adviseurs) en beleidsmakers te ondersteunen bij het maken van regels, beleid of advies op het gebied van geluid en gezondheid. In het onderzoek wordt geadviseerd de geluidsblootstelling te reduceren tot: - Wegverkeerslawaai: 53 dB Lden en 45 dB Lnight; - Railverkeerslawaai: 54 dB Lden en 44 dB Lnight; - Luchtvaartlawaai: 45 dB Lden en 40 dB Lnight. Voor industrielawaai worden geen richtwaarden gegeven.
In afbeelding 8, 9 en 10 zijn weergaves opgenomen van het percentage ernstig gehinderden (%HA) voor wegverkeer, railverkeer en de luchtvaart, zoals weergegeven in het WHO-rapport.
Deelonderzoek geluid MER en bestemmingsplan ‘Schieveste 2020’ 618.149.80 / 4 september 2020
22
Afbeelding 8
Afbeelding 9
Dosis-effect relatie - ernstig gehinderden (%HA) wegverkeer
Dosis-effect relaties - ernstig gehinderden (%HA) railverkeer.
Deelonderzoek geluid MER en bestemmingsplan ‘Schieveste 2020’ 618.149.80 / 4 september 2020
23
Afbeelding 10
2.9.
Dosis-effect relaties - ernstig gehinderden (%HA) luchtvaart
Omgevingswet Naar verwachting treedt op 1 januari 2022 de Omgevingswet inwerking. Dit betekent dat de realisatie van Schieveste is voorzien in de periode dat de Omgevingswet van kracht zal zijn. In verband hiermee wordt een doorkijk gegeven naar het normstelsel dat zal gaan gelden onder de Omgevingswet. Evenwel wordt voor Schieveste een bestemmingsplan onder de huidige Wet ruimtelijke ordening opgesteld, waarbij sprake is van toetsing aan de huidige wet- en regelgeving. Vergunningverlening zal straks plaatsvinden middels toetsing aan het bestemmingsplan, en de daarin opgenomen nadere regels, voor Schieveste. Wel heeft het bestemmingsplan op basis van de Crisis- en Herstelwet een verbrede reikwijdte. Dit houdt onder meer in dat tijdelijk mag worden afgeweken van de normen uit de Wet geluidhinder op de buitenzijde (gevels) van geluidgevoelige objecten (de eisen voor de binnenwaarde uit het Bouwbesluit blijven wel onverminderd van kracht). De belangrijkste wijzigingen onder de Omgevingswet ten aanzien van ‘geluid’ hebben betrekking op een andere indeling van geluidbronsoorten en een aanpassing van het normstelsel. Ook wordt de terminologie aangepast. Zo wordt de bekende voorkeursgrenswaarde gewijzigd in standaardwaarde en wordt niet meer gesproken over de maximale ontheffingswaarde maar over de grenswaarde.