CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 CE Delft 230280 Monitoring klimaatbeleid Schiedam Achtergrondrapport

Gemeenteraad 26 mei 2026, gemeente SchiedamBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven van het college van burgemeester en wethouders, dan wel de burgemeester, dan wel collegeleden:12.882 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Waarde Aanvullend beleid

CO2-reductie 2030

0,5 kton

CO2-reductie 2050

~ 0,2 kton

2.4.3 Aanvullend beleid (nog niet op de planning) ZE stadslogistiek binnen de ring Deze maatregel binnen het aanvullend beleid grijpt aan op de maatregel ‘ZE stadslogistiek in de binnenstad’, maar dan een stuk uitgebreider. Binnen de ring zal een ZE-zone worden geïmplementeerd voor de stadslogistiek. De rekenmethodiek is gelijk aan ‘ZE stadslogistiek in de binnenstad’. Als schatting voor 2050 is het resultaat voor 2030 op een gelijke manier geschaald als bij de maatregel ‘ZE stadslogistiek in de binnenstad’. Door autonome ontwikkelingen binnen het verduurzamen van het logistieke wagenpark, is het effect kleiner. Voor het effect in 2050 hebben wij dezelfde prognose aangehouden als bij ‘ZE stadslogistiek in de binnenstad’. Tabel 27 - CO2-effect ZE stadslogistiek binnen de ring Omschrijving Status

Waarde Aanvullend beleid

CO2-reductie 2030

6,9 kton

CO2-reductie 2050

~ 6 kton

Lokale beprijzing verkeer Lokale beprijzing betreft heffingen op voertuigen die een bepaald gebied inrijden. De volgende aannames zijn gehanteerd bij de berekening: — Als expert judgement op basis van eerder onderzoek naar cordonheffing is aangehouden dat ongeveer 20% van de wegen onder de lokale beprijzing zullen vallen. — De afname van de verkeersintensiteit en de overstap naar andere modaliteiten zijn gebaseerd op PBL (2007) en praktijkresultaten vanuit resultaten van de congestion charge geïmplementeerd in Londen. — In 2050 zal volgens onze aannames het wagenpark dermate geëlektrificeerd zijn en zal de gebruikte stroommix volledig groen zijn, waardoor het CO 2-effect verwaarloosbaar is. Lokale beprijzing zal dan niet leiden tot een reductie van de CO 2-effecten.

27

230280 - CO2-effecten klimaatbeleid Schiedam – April 2024

Tabel 28 - CO2-effect lokale beprijzing verkeer Omschrijving Status

Waarde Aanvullend beleid

CO2-reductie 2030

0,1 kton

CO2-reductie 2030

~0 kton

ZE-zones tweewielers ZE-zones tweewielers betreft een verbod op tweewielers die leiden tot emissies uit de uitlaat binnen een bepaalde zone. Voor de berekening is van de volgende aannames uitgegaan: — In 2030 zal 50% van de bebouwde kom niet meer toegankelijk zijn voor tweewielers die niet zero-emissie zijn. — De verdeling tussen bromfietsen en motorfietsen binnen tweewielers is berekend vanuit CO2-emissieinput vanuit Emissieregistratie-data. De totale emissies van tweewielers zijn vanuit het CEREM-model overgenomen voor 2030. — In 2050 zal volgens onze aannames het wagenpark dermate geëlektrificeerd zijn en zal de gebruikte stroommix volledig groen zijn, waardoor het CO 2-effect verwaarloosbaar is. Tweewielers zullen autonoom vrijwel allemaal zero-emissie zijn. Tabel 29 - CO2-effect ZE-zones tweewielers Omschrijving Status

Waarde Aanvullend beleid

CO2-reductie 2030

0,4 kton

CO2-reductie 2050

~0 kton

Logistieke hubs Logistieke hubs moeten worden gezien als een centrale locatie, veelal aan de rand van een stad of een gemeente, die wordt gebruikt om producten en/of goederen tijdelijk op te slaan en te bundelen voor efficiënt vervoer binnen de regio. Zo wordt de capaciteit van logistiek vervoer (busjes en/of vrachtwagens) maximaal benut. Bij de berekening is voor het reductiepotentieel van bundelen van verschillende typen stadslogistiek gebruik gemaakt van de volgende bronnen: Goudappel and CE Delft (2021) en CE Delft (2016). In 2050 zal het effect van logistieke hubs vrijwel verwaarloosbaar zijn, doordat de logistiek autonoom vrijwel geheel gebruik zal maken van zero-emissievervoer. Hierdoor zal een bundeling van goederenstromen in combinatie met de gerealiseerde ZE-zone voor logistiek nauwelijks effect meer hebben op GHG-emissies. Tabel 30 - CO2-effect logistieke hubs Omschrijving Status

28

Waarde Aanvullend beleid

CO2-reductie 2030

0,5 kton

CO2-reductie 2050

~0 kton

230280 - CO2-effecten klimaatbeleid Schiedam – April 2024

Snelheidsverlaging snelwegen De gemeente Schiedam wordt doorkruist door twee snelwegen, namelijk de A4 en de A20. Alhoewel de gemeente Schiedam geen directe impact kan uitoefenen op de emissies van de snelwegen, kan de gemeente wel bij het Rijk bepleiten dat de maximumsnelheid op de snelwegen die door Schiedam lopen, worden verlaagd van 100 naar 80 kilometer per uur. Op basis van kentallen uit TNO (2016) en prognoses vanuit het CEREM-model voor emissies in de jaren 2030 en 2050, hebben we het effect berekend van deze maatregel in 2030 en 2050. In 2050 zal het effect een aanzienlijk stuk lager liggen door autonome ontwikkelingen. Alleen de emissies van vrachtauto’s zijn in 2050 niet drastisch afgenomen in vergelijking met 2030, en het grootste effect van deze maatregel in 2050 is afkomstig van een reductie van emissies bij vrachtauto’s. Tabel 31 - CO2-effect snelheidsverlaging Omschrijving Status

29

Waarde Aanvullend beleid

CO2-reductie 2030

15,3 kton

CO2-reductie 2050

~3 kton

230280 - CO2-effecten klimaatbeleid Schiedam – April 2024

3 Ontwikkeling CO2-uitstoot Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de kernfiguren en -tabellen van de doorrekening. Het hoofdrapport toont immers alleen de belangrijkste grafieken.

3.1

Gehele gemeente In Figuur 4 staat de emissieontwikkeling van 1990 tot 2021 en de prognose richting 2030 en 2050 voor de gemeente Schiedam. In Tabel 32 staan de onderliggende getallen. Figuur 4 - Ontwikkeling broeikasgasemissies in Schiedam

Tabel 32 - Ontwikkeling broeikasgasemissies in Schiedam in ton CO2-eq. Sector

1990

2021

2030

2050

Industrie

184.964

24.222

13.267

9.845

Gebouwde Omgeving

191.017

155.297

85.851

66.662

Mobiliteit

107.271

115.828

97.663

29.294

Landbouw

1.692

1.952

1.708

1.669

484.945

297.298

198.488

107.470

Totaal

30

230280 - CO2-effecten klimaatbeleid Schiedam – April 2024

3.2

Sector Industrie In deze paragraaf laten we zien hoe de prognose uit Figuur 4 is opgebouwd voor de sector Industrie. Tabel 33 laat zien hoe de totale prognose is opgebouwd uit de uitstoot in 2021, het basispad en gemeentelijk beleid. Omdat we voor de industriesector geen gemeentelijke maatregelen hebben doorgerekend, zijn het basispad en de totale prognose gelijk. Tabel 33 - Ontwikkeling uitstoot industrie in ton CO2-eq. Effect

2021

2030

Uitstoot 2021

24.222

−

−

−

10.955

14.377

Basispad (reductie ten opzichte van 2021) Huidig gemeentelijk beleid (reductie ten opzichte van 2021) Resterende emissies na huidig beleid Aanvullend gemeentelijk beleid (reductie ten opzichte van 2021) Resterende emissies na aanvullend beleid

2050

−

0

0

24.222

13.267

9.845

−

0

0

24.222

13.267

9.845

Basispad Figuur 5 geeft het basispad van de sector industrie weer. In Figuur 5 hebben we onderscheid gemaakt in emissiereductie door elektriciteitsverbruik (dit is het netto-effect van toename in elektriciteitsverbruik door elektrificatie en een dalende emissiefactor), emissiereductie door gas- en warmtegebruik (minder verbruik en reductie emissiefactor warmtenetten) en reductie van specifieke emissies van overige broeikasgassen. Figuur 5 - Basispad voor de sector Industrie in Schiedam

31

230280 - CO2-effecten klimaatbeleid Schiedam – April 2024

Vertrek glasfabriek Als de glasfabriek niet was vertrokken uit de gemeente, had Schiedam 40% emissiereductie gehaald ten opzichte van 1990. Dan had ze haar doel dus niet gehaald. Het vertrek van deze glasfabriek veroorzaakt een grote emissiereductie in Schiedam, maar deze emissies worden in feite verplaatst. Daarom geeft het vertrek van deze glasfabriek een vertekend beeld van het succes van het klimaatbeleid van de gemeente Schiedam. Het doelbereik zonder vertrek van de glasfabriek hebben we bepaald door aan te nemen dat de emissies van de glasfabriek in 2030 gelijk waren aan die in 1990 en de overige reductie van broeikasgassen wel plaatsvond conform onze prognose.

3.3

Sector Gebouwde Omgeving In deze paragraaf laten we zien hoe de prognose uit Figuur 4 is opgebouwd voor de sector Gebouwde Omgeving. Tabel 34 laat zien hoe de totale prognose is opgebouwd uit de uitstoot in 2021, het basispad (met landelijke en autonome ontwikkelingen) en gemeentelijk beleid. Tabel 34 - Ontwikkeling uitstoot Gebouwde Omgeving in ton CO2-eq. Effect

2021

2030

2050

155.297

−

−

Basispad (reductie ten opzichte van 2021)

−

47.147

61.174

Huidig gemeentelijk beleid (reductie ten opzichte van 2021)

−

22.300

27.462

155.297

85.851

66.662

Uitstoot 2021

Resterende emissies na huidig beleid Aanvullend gemeentelijk beleid (reductie ten opzichte van 2021) Resterende emissies na aanvullend beleid

−

7.758

15.149

155.297

78.093

51.513

Basispad De basispadprognose van emissies in de Gebouwde Omgeving staat in Figuur 6. In Figuur 6 maken we onderscheid in reductie in emissies als gevolg van verschillende typen energiegebruik.

32

230280 - CO2-effecten klimaatbeleid Schiedam – April 2024

Figuur 6 - Effect van het basispad op de emissies in de sector Gebouwde Omgeving in Schiedam

Gemeentelijk beleid Figuur 7 en Tabel 35 geven de effecten van de gemeentelijke beleidsmaatregelen weer. In Paragraaf 2.4.1 is toegelicht hoe de emissiereductie van deze maatregelen is berekend.

33

230280 - CO2-effecten klimaatbeleid Schiedam – April 2024

Figuur 7 - Effect gemeentebeleid op de emissies in de Gebouwde Omgeving in Schiedam

Tabel 35 - Effect gemeentebeleid op de emissies in de Gebouwde Omgeving in 2030 en 2050 in ton CO2-eq. Effect

Emissiereductie 2030

Emissiereductie 2050

Warmtenet Groenoord

7.175

9.467

Concept-isolatieprogramma

1.015

0

Corporatiewoningen naar Label C

1.192

1.182

Sveaparken individuele elektrische oplossingen

11.525

15.477

Nieuwland isoleren naar Label C

1.346

1.335

Verduurzamen openbare verlichting

48

0

22.301

27.461

Warmtenet Nieuwland (aanvullende reductie t.o.v. isoleren naar Label C)

4.624

15.149

Hogetemperatuuropslag bij warmtenet Groenoord

1.788

0

833

826

Totale emissiereductie huidig gemeentelijk beleid

Naoorlogse corporatiewoningen naar Label B

34

Verduurzaming maatschappelijk vastgoed

6.653

6.156

Totale emissiereductie aanvullend gemeentelijk beleid

13.898

22.131

Totale emissiereductie huidig en aanvullend gemeentelijk beleid

36.199

49.592

230280 - CO2-effecten klimaatbeleid Schiedam – April 2024

Aanvullende maatregelen De effecten van de aanvullende maatregelen in de Gebouwde Omgeving staan in Figuur 8. Figuur 8 - Effect aanvullende maatregelen op de emissies in de Gebouwde Omgeving in Schiedam

3.4

Sector Mobiliteit In deze paragraaf laten we zien hoe de prognose uit Figuur 4 is opgebouwd voor de sector Mobiliteit. Tabel 36 laat zien hoe de totale prognose is opgebouwd uit de uitstoot in 2021, het basispad (met landelijke en autonome ontwikkelingen) en gemeentelijk en aanvullend beleid. Tabel 36 - Ontwikkeling uitstoot Mobiliteit in ton CO2-eq. Effect Uitstoot 2021 Basispad (reductie ten opzichte van 2021) Huidig gemeentelijk beleid (reductie ten opzichte van 2021) Resterende emissies na huidig beleid Aanvullend gemeentelijk beleid (reductie ten opzichte van 2021) Resterende emissies na aanvullend beleid

2021

2030

115.828

−

2050 −

−

7.116

85.033

−

11.049

1.500

115.828

97.663

29.294

−

26.760

9.426

115.828

70.902

19.868

Een aanzienlijk deel van de emissies uit mobiliteit komen van de snelwegen die door Schiedam lopen. In Tabel 37 is weergegeven hoeveel uitstoot van de snelweg komt en hoeveel van het overige verkeer.

35

230280 - CO2-effecten klimaatbeleid Schiedam – April 2024

Tabel 37 - Aandeel snelwegen in de emissies van mobiliteit in kton CO2-eq. Bekende uitstoot in kton

1990

2021

Uitstoot auto(snel)wegen

49,0

77,7

Overige uitstoot verkeer en vervoer

58,0

38,1

Totale uitstoot mobiliteit

107,3

115,8

Basispad Figuur 9 geeft het basispad van de sector Mobiliteit weer. De figuur toont de ontwikkelingen tussen 2021, 2030 en 2050, afgezien van beleidsontwikkelingen binnen de gemeente Schiedam. Figuur 9 - Effect van het basispad op de emissies in de sector Mobiliteit in Schiedam

Gemeentelijk beleid De effecten van de gemeentelijke beleidsmaatregelen in de mobiliteitssector staan weergegeven in Figuur 10 en Tabel 38. In Paragraaf 0 is toegelicht hoe de emissiereductie van deze maatregelen is berekend en van welke aannames gebruik is gemaakt.

36

230280 - CO2-effecten klimaatbeleid Schiedam – April 2024

Figuur 10 - Effect gemeentebeleid op de emissies in de sector Mobiliteit in Schiedam

Tabel 38 - Effect gemeentebeleid op de emissies in de sector Mobiliteit in 2030 en 2050 in ton CO2-eq. Effect Bouwen rondom ov-locaties

Emissiereductie 2050

1.115

~0

Parkeertarieven

43

~0

Parkeernormen

3.474

~0

Modal shift korte ritten

866

~0

Deelmobiliteit

92

~0

Metropolitane fietsroutes

313

~0

Werkgeversaanpak

1.140

~0

Zero-emissie (ZE) stadslogistiek in de binnenstad

3.469

~1.500

Lokale beprijzing verkeer

128

~0

ZE eigen wagenpark

539

~0

11.049

~1.500

Totale emissiereductie huidig gemeentelijk beleid ZE stadslogistiek uitbreiden naar binnen de ring

37

Emissiereductie 2030

6.938

~6.000

Lokale beprijzing verkeer

128

~0

ZE-zones tweewielers

419

~0

Logisiteke hubs

504

~0

Maximumsnelheid op snelwegen naar 80 km/uur

15.302

3.426

Totale emissiereductie aanvullend gemeentelijk beleid

23.291

~9.000

Totale emissiereductie huidig en aanvullend gemeentelijk beleid

45.519

~11.000

230280 - CO2-effecten klimaatbeleid Schiedam – April 2024

Aanvullende maatregelen De effecten van de aanvullende maatregelen in de mobiliteitssector staan in Figuur 11. De achterliggende berekeningen van de aanvullende maatregelen staan ook gespecificeerd in Paragraaf 0. Figuur 11 - Effect aanvullende maatregelen op de emissies in de sector Mobiliteit in Schiedam

3.5

Sector Landbouw In deze paragraaf laten we zien hoe de prognose uit Figuur 4 is opgebouwd voor de sector Landbouw. Tabel 39 laat zien hoe de totale prognose is opgebouwd uit de uitstoot in 2021, het basispad (met landelijke en autonome ontwikkelingen) en gemeentelijk beleid. Omdat we voor de landbouwsector geen gemeentelijke maatregelen hebben doorgerekend, zijn het basispad en de totale prognose gelijk. Tabel 39 - Ontwikkeling uitstoot Landbouw in ton CO2-eq. Effect

2021

Uitstoot 2021

1.952

−

−

−

244

283

Basispad (reductie ten opzichte van 2021) Huidig gemeentelijk beleid (reductie ten opzichte van 2021) Resterende emissies na huidig beleid Aanvullend gemeentelijk beleid (reductie ten opzichte van 2021) Resterende emissies na aanvullend beleid

38

230280 - CO2-effecten klimaatbeleid Schiedam – April 2024

2030

2050

−

0

0

1.952

1.708

1.669

−

0

0

1.952

1.708

1.669

Basispad De prognose van emissies in de landbouwsector staan in Figuur 12. In Figuur 12 hebben we onderscheid gemaakt in emissiereductie door elektriciteitsverbruik (met name als gevolg van een dalende emissiefactor), reductie van emissies door gas- en warmteverbruik en reductie van specifieke emissies van overige broeikasgassen. Figuur 12 - Effect van het basispad op de emissies in de sector Landbouw in Schiedam

39

230280 - CO2-effecten klimaatbeleid Schiedam – April 2024

Literatuur ABF Research. (2021). Inventarisatie Plancapaciteit. CBS. (2023a, 8 februari 2023). Rendementen, CO2-emissie elektriciteitsproductie, 2021. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2023/06/rendementen-co2-emissieelektriciteitsproductie-2021 CBS. (2023b). Statline: Mobiliteit; per persoon, verplaatsingskenmerken, vervoerswijzen en regio's. CBS. (lopend-a). Bevolkingsteller: Hoeveel mensen wonen nu in Nederland? Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). https://www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/dashboard-bevolking/bevolkingsteller#:~:te xt=De%20bevolking%20van%20Nederland%20blijft,migratie%20en%20een%20stijgende %20levensduur. CBS. (lopend-b). Statline: Voorraad woningen; gemiddeld oppervlak; woningtype, bouwjaarklasse, regio. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/82550NED/table?dl=4297C CE Delft. (2016). De omvang van stadslogistiek. CE Delft. (2023a). Effecten van het Programma Duurzame Mobiliteit. Doorrekening van het regionaal maatregelenpakket van de MRDH 2022. CE Delft. (2023b). Effecten van het Programma Duurzame Mobiliteit. Maatregelenlijst 2.0 en doorrekening voor het zichtjaar 2030. CE Delft. (2023c). STREAM Personenvervoer. Emissiekentallen 2030. CE Delft. (lopend). CEREM (CE – Regionale Effectenberekening Mobiliteit). CE Delft. https://ce.nl/method/cerem/ CE Delft, & PBL.

(2010). Effecten van prijsbeleid in verkeer en vervoer : kennisoverzicht. ECW. (2022, 30 mei 2022). Uniforme Maatlat Gebouwde Omgeving 5.02. Expertise Centrum Warmte (ECW). https://view.officeapps.live.com/op/view.aspx?src=https%3A%2F%2Fwww.expertise centrumwarmte.nl%2Fdocumenten%2Funiforme%2Bmaatlat%2Bdocumenten%2Fhandl erdownloadfiles.ashx%3Fidnv%3D1960157&wdOrigin=BROWSELINK Gemeente Schiedam. (2020). Transitievisie Warmte. Gemeente Schiedam. (2023a). Gegevens t.b.v. klimaatuitvoeringsplan Schiedam. Gemeente Schiedam. (2023b). Isolatieplan Schiedam (concept). Gemeente Schiedam. (2023c). UP Klimaat input voor CE Delft. Goudappel, & CE Delft. (2021). RMP Midden Nederland - Handvatten voor gemeenten en regio. IPCC. (2014). Climate Change 2014: Synthesis Report. Contribution of Working Groups I, II and III to the Fifth Assessment Report of the Intergovernmental Panel on Climate Change [Core Writing Team, R.K. Pachauri and L.A. Meyer (eds.)]. KiM. (2021). Deelauto- en deelfietsmobiliteit in Nederland: Ontwikkelingen, effecten en potentie. Ministerie van BZK. (2022). Bouwbesluit 2012, Versie 16 september 2022. MuConsult. (2021). Analyse effecten van groei deelautopark. PBL. (2007). Beprijzing van het wegverkeer: Achtergrond en theorie van prijsbeleid, mobiliteit en ruimte. PBL. (2021). Functioneel Ontwerp Vesta MAIS 5.0. PBL. (2022a).

Herziening weerscorrectie voor ruimteverwarming. PBL. (2022b). Klimaat- en Energieverkenning (KEV) 2022.

40

230280 - CO2-effecten klimaatbeleid Schiedam – April 2024

PBL. (2023a). Klimaat- en Energieverkenning (KEV) 2023: Ramingen van broeikasgasemissies, energiebesparing en hernieuwbare energie op hoofdlijnen. PBL. (2023b). Referentieverbruik warmte woningen. PBL, & CBS. (2022). Regionale bevolkings- en huishoudensprognose. Provincie Noord-Holland. (2019). Monitor OV-knooppunten 2018/2019. Rijksoverheid. (2019). Klimaatakkoord. Rijksoverheid. (2021a). Emissieregistratie: Dataportaal. Rijksoverheid. https://www.emissieregistratie.nl/data Rijksoverheid. (2021b). Ontwerp memorie van toelichting: Wet van [datum] tot wijziging van de Omgevingswet en de Gaswet in verband met gemeentelijke instrumenten voor de warmtetransitie in de gebouwde omgeving (Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie). Rijksoverheid. (lopend). Rapportage CO2-uitstoot. Rijksoverheid. https://klimaatmonitor.databank.nl/content/co2-uitstoot RVO. (2023). Wat is de energiebesparingsplicht? (vanaf 2023). Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). https://www.rvo.nl/onderwerpen/energiebesparingsplicht-2023/energiebesparings plicht TNO. (2016). Uitstoot van auto's bij snelheden hoger dan 120 km/h. TNO. (2021). Verwachte effecten van de energiebesparingsplicht uit de Wet milieubeheer.

41

230280 - CO2-effecten klimaatbeleid Schiedam – April 2024

A Klimaat- en Energieverkenning (KEV) 2023 In de lokale CO2-doorrekening met het CEGEM-model maken we een inschatting van de effecten van het landelijke beleid. Hiervoor sluiten we aan bij de doorrekening van de Klimaat- en Energieverkenning (KEV) uit 2022. Onlangs is er een update van de KEV uitgebracht: KEV 2023. In deze bijlage lichten we toe wat de verschillen zijn met de vorige versie uit 2022 en hoe we hiermee omgaan.

Wat is er nieuw in de KEV 2023? In tegenstelling tot voorgaande publicaties, wordt in de KEV 2023-versie enkel een analyse op hoofdlijnen gegeven. Dit komt er in het kort op neer dat er geen volledige doorrekening van het beleid via de volledige rekenmethodiek is gedaan. Als rekenbasis is gebruik gemaakt van de KEV 2022, daarbovenop zijn de effecten van een select aantal maatregelen gelegd. Het resultaat is dat er enkel op sectorniveau uitspraken worden gedaan over de emissieprognose; de gegevens per maatregel zijn niet gepubliceerd. Daarnaast zijn de inzichten voor 2040 in de 2023-versie niet beschikbaar. Een ander belangrijk verschil is de scope van het klimaatbeleid dat is meegenomen. PBL hanteert voor beleid de laatste jaren de categorisering ‘vastgesteld’, ‘voorgenomen’ en ‘geagendeerd’, waarbij de uitvoering van vastgesteld beleid zeker is, voorgenomen beleid in voorbereiding is en geagendeerd beleid nog wettelijk moet worden verankerd en/of inhoudelijk moet worden vormgegeven. In de eerdere versies van de KEV tot en met 2022 werden ‘vastgesteld’ en ‘voorgenomen’ beleid meegenomen in de doorrekening. Het geagendeerd beleid werd buiten de doorrekening gelaten; hiervan werd enkel een indicatie-impact meegegeven. In de KEV 2023 is vastgesteld, voorgenomen én geagendeerd beleid meegenomen, maar is niet gespecificeerd welk deel van de prognose van geagendeerd beleid komt.

Verschillen in verwachte CO2-reductie Op hoofdlijnen is het verschil tussen de KEV 2022 en 2023 (met hetzelfde scenario inclusief geagendeerd beleid vooral te zien in de sectoren Mobiliteit en Industrie. Voor Gebouwde Omgeving en Landbouw zijn de absolute verschillen kleiner (rekening houdend met de verschillende aanpak voor geagendeerd beleid). Verder wordt er door snellere elektrificatie een stijging van het elektriciteitsverbruik voorzien. In Figuur 13 worden de verschillen per sector weergegeven. Voor het Nederlandse totaal betekent dit een extra reductie van 17 Mton CO2-eq., wat betekent dat de totale emissiereductie in 1990 uitkomt op 46-57% ten opzichte van 1990. Hiermee ligt de bovenkant van de raming binnen de nationale doelstelling van 55%, maar buiten het streefdoel van 60%. Deels komt dit doordat geagendeerd beleid is meegenomen, maar we weten niet in welke mate.

42

230280 - CO2-effecten klimaatbeleid Schiedam – April 2024

Figuur 13 - Historische en raming broeikasgasemissies per sector

Bron: (PBL, 2022b) en (PBL, 2023a).

Industrie In de industriesector is de additionele reductie 5 Mton CO2-eq ten opzichte van KEV 2022 met enkel vastgesteld en voorgenomen beleid, en ongeveer even groot als de KEV 2022 inclusief geagendeerd beleid. Deze extra reductie is toe te schrijven aan de volgende plannen: het budget uit het Klimaatfonds dat is gereserveerd om maatwerkafspraken met grote uitstoters te kunnen financieren en het plan om het gebruik van groene waterstof te stimuleren bij de industrie en raffinage. Alhoewel het kabinet de afgelopen periode aan de slag is gegaan met de verdere uitwerking van dit geagendeerde beleid, waaronder de maatwerkafspraken, is het echter onzeker of en hoe deze maatregelen uitgevoerd zullen worden na de verkiezingen. De aanvullende reductie is daarom naar onze inschatting voor een aanzienlijk deel geagendeerd beleid.

Gebouwde Omgeving In de Gebouwde Omgeving ligt de emissiereductie ongeveer 3 Mton lager dan in de KEV 2022. De plannen die een belangrijke bijdrage leveren aan de reductie, zijn: de normering van hybride warmtepompen, de update van erkende maatregelenlijsten in de energiebesparingsplicht en het verduurzamen van huurwoningen en utiliteitsgebouwen met een slecht energielabel. Het is echter onzeker of en hoe deze maatregelen uitgevoerd zullen worden en de aanvullende reductie is daarom voor een aanzienlijk deel geagendeerd beleid. De bijmengverplichting groen gas is net als in de vorige KEV niet meegenomen bij de gebouwde omgeving, maar in de bandbreedte voor de nationale totale emissie.

43

230280 - CO2-effecten klimaatbeleid Schiedam – April 2024

Mobiliteit Bij de sector Mobiliteit daalt de verwachte uitstoot (ten opzichte van de KEV 2022) met ruim 7 Mton CO2-eq. Deze extra reductie komt door de implementatie van de Europese richtlijn voor hernieuwbare energie (RED III), in combinatie met 20 PJ extra aan biobrandstoffen bij wegverkeer uit het voorjaarspakket, de invoering van Betalen naar Gebruik voor personen- en bestelauto’s, en de maatregelen om het bestel- en vrachtverkeer te verduurzamen. Voor het Nederlandse deel van het beleid is het onzeker of deze maatregelen uitgevoerd zullen worden na de verkiezingen en de aanvullende reductie is daarom naar onze inschatting voor een deel geagendeerd beleid. De RED III zal waarschijnlijk wel worden uitgevoerd en heeft een aanzienlijke impact.

Landbouw In de landbouw- en landgebruikssector leveren de plannen minder reductie op: afgerond ongeveer 2 Mton. De geschatte reductie komt vooral door het effect van de volgende plannen: de beperking van de vrijstelling van de energiebelasting op de aardgasinput voor warmtekrachtkoppelingsinstallaties (wkk-installaties), subsidie voor energiebesparing in de glastuinbouw uit de energiebesparingsregeling (EG-regeling) en de nieuwe derogatiebeschikking van de nitraatrichtlijn (met daarin een jaarlijkse afbouw van de derogatie en aanvullende voorwaarden). Verder is de geraamde reductie toe te schrijven aan de in de KEV 2023 bijgestelde effecten van enkele beëindigingsregelingen in de veehouderij. Daarnaast zijn nieuwe regelingen meegenomen, zoals de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus). Veel maatregelen zijn nog onzeker en zien we als geagendeerd beleid. De nieuwe derogatiebeschikking en de EG-regeling zijn wel zeker en hebben een relatief grote impact.

Conclusie De nieuwe datareeksen uit de KEV 2023 zijn vanwege bovenstaande verschillen niet bruikbaar om mee te nemen in onze modellen (voor zowel Mobiliteit als Gebouwde Omgeving). — Doordat de nieuwe versie van de KEV 2023 enkel de datareeksen op nationaal sectorniveau weergeeft (inclusief geagendeerd beleid) is het niet mogelijk om een inschatting te maken wat het effect is van individuele maatregelen. — Wel is ons beeld dat veel maatregelen die in de KEV 2023 zijn toegevoegd, te classificeren zijn als geagendeerd beleid. Door de verkiezingen is de daadwerkelijke uitvoering van dit beleid onzeker. Enkele maatregelen vallen wel onder vastgesteld en voorgenomen beleid. De KEV 2023 geeft echter geen informatie over de CO 2-reductie door deze maatregelen. Deze ontbreken dus als de KEV 2022 wordt gebruikt voor doorrekeningen. Dat is relevant voor het interpreteren van de resultaten. — Het uitgangspunt in de KEV 2023 om ook geagendeerd beleid mee te nemen in de doorrekening, sluit niet aan bij eerdere doorrekeningen van de KEV, en daarmee dus ook niet bij de rekenmethodiek van de lokale CO2-doorrekening. Doordat een aanzienlijk deel van het verschil tussen KEV 2022 en KEV 2023 bestaat uit geagendeerd beleid, zien wij KEV 2022 als de best beschikbare prognose op dit moment, waarmee we een realistische inschatting kunnen geven van de effecten van het landelijk beleid.

44

230280 - CO2-effecten klimaatbeleid Schiedam – April 2024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16807073/1