CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 Milieueffectrapportage Schieveste

Gemeenteraad 28 september 2021, gemeente SchiedamBij agendapunt: Raadsbesluit Vaststelling bestemmingsplan Schieveste 202131.846 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Situatie plangebied De verlengde stationskap is vooral bedoeld om de geluidbelasting als gevolg van het spoor te beperken. De berekende geluidbelasting op de gevels van het alternatief zonder verlengde kap is weergegeven in de figuren 7-16 en 7-17 en met verlengde kap in de figuren 7-18 en 7-19.

Blad 75 van 186

Milieueffectrapport Schieveste te Schiedam projectnummer 0436511.100 17 februari 2021 KuiperCompagnons B.V.

Figuur 7-16: Geluidbelasting railverkeer cumulatief, alternatief zonder verlengde kap (beeld vanaf de Schie/westzijde)

Figuur 7-17: Geluidbelasting railverkeer cumulatief, alternatief zonder verlengde kap (beeld vanaf de rijksweg A20)

Blad 76 van 186

Milieueffectrapport Schieveste te Schiedam projectnummer 0436511.100 17 februari 2021 KuiperCompagnons B.V.

Figuur 7-18: Geluidbelasting railverkeer cumulatief, alternatief met verlengde kap (beeld vanaf de Schie/westzijde)

Figuur 7-19: Geluidbelasting railverkeer cumulatief, alternatief met verlengde kap (beeld van rijksweg A20)

Blad 77 van 186

Milieueffectrapport Schieveste te Schiedam projectnummer 0436511.100 17 februari 2021 KuiperCompagnons B.V.

In tabel 7-8 en tabel 7-9 zijn de aantallen woningen per geluidbelastingklasse L etmaal weergegeven per alternatief. Tabel 7-8: Aantal woningen per geluidbelastingklasse Lden (railverkeerslawaai) per alternatief Geluidsbelastingklasse Lvl.,cum Alternatief met verlengde kap Alternatief zonder verlengde kap

50 – 54 dB 741 588

55 – 59 dB 624 624

60 – 64 dB 356 486

65 – 69 dB 99 177

≥ 𝟕𝟎 𝐝𝐁 139 191

Totaal 1.959 2.306

Tabel 7-9: Aantal woningen per geluidbelastingklasse Lden (railverkeerslawaai) per alternatief Geluidsbelastingklasse Lvl.,cum Alternatief met verlengde kap Alternatief zonder verlengde kap

50 – 54 dB 411 592

55 – 59 dB 164 243

60 – 64 dB 135 204

65 – 69 dB 5 5

≥ 𝟕𝟎 𝐝𝐁 0 0

Totaal 715 1.044

Vergelijking van de alternatieven In figuur 7-20 is de procentuele verdeling van het aantal gevelpunten per geluidbelastingsklasse weergegeven. Het effect van de verlengde kap is een kleiner aandeel van de punten met een hoge geluidbelasting (meer dan 65 dB) en een groter aandeel met een lagere geluidbelasting (minder dan 45 dB). Bij deze cijfers is rekening gehouden dat in het alternatief Masterplan ook afschermende maatregelen worden genomen. Als deze maatregelen niet worden genomen is het verschil tussen het alternatief Masterplan (zonder maatregelen) en het alternatief met de verlengde kap veel groter (figuur 7-19). Zonder maatregelen is er in het alternatief Masterplan een veel groter aandeel van punten in de hoogste geluidbelastingsklassen dan in het alternatief Verlengde kap. Uit het onderzoek blijkt dat als gevolg van spoorweglawaai bij een groot aantal te bouwen woningen in het plangebied de voorkeursgrenswaarde van 55 dB wordt overschreden. Bij het alternatief met de verlengde kap is het aantal woningen met een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde (ongeveer 865 van de 3.000) lager dan bij het alternatief Masterplan (ongeveer 1.400 van de 3.000). Dit verschil tussen de alternatieven geldt ook als wordt gekeken naar de advieswaarde van de WHO voor spoorweglawaai (53 dB Lden).

Figuur 7-20: Aantal woningen per geluidbelastingsklasse spoorweglawaai in het plangebied

Blad 78 van 186

Milieueffectrapport Schieveste te Schiedam projectnummer 0436511.100 17 februari 2021 KuiperCompagnons B.V.

Figuur 7-21: Aantal woningen per geluidbelastingsklasse spoorweglawaai voor het Masterplan zonder afschermende maatregelen en met afschermende voorzieningen en met afschermende voorzieningen

Beoordeling Voor de effecten door spoorweglawaai op bestaande woningen is er een (relatief klein) verschil in effecten en dus beoordeling voor de beide alternatieven. Het alternatief Masterplan leidt tot een toename van de geluidbelasting op bestaande woningen als gevolg van de weerkaatsing van het spoorweggeluid op de gevels van de nieuwbouw in Schieveste. Het totaal aantal woningen met een geluidbelasting van 50 dB of meer neemt iets toe in vergelijking met de referentiesituatie. Dit effect is negatief (-) beoordeeld. Bij het alternatief verlengde kap neemt de verlengde kap (lokaal) een deel van het spoorweglawaai weg. Dit is vooral in ter hoogte van de verlengde kap aan de orde. Het alternatief met de verlengde kap is daarom licht negatief (0/-) beoordeeld. In het plangebied hebben relatief veel woningen een hoge geluidbelasting als gevolg van het spoorweglawaai. Het alternatief met de verlengde kap heeft voor de nieuwe woningen de voorkeur voor spoorweglawaai, omdat deze lokaal de geluidseffecten beperken. Industrielawaai Bestaande woningen In de bestaande situatie zijn de industrieterrein ten noorden van de A20 en de industrieterreinen rond de havens ten zuidoosten van Schieveste de bronnen van industrielawaai in het studiegebied. Nagenoeg alle beschouwde woningen hebben een geluidbelasting door industrielawaai die lager is dan 55 dB.

De ontwikkeling van Schieveste heeft een klein effect op de geluidbelasting door industrielawaai. Dit effect is gelijk voor de beide alternatieven. Voor woningen ten zuiden van Schieveste is er een klein positief effect als gevolg van de afscherming (orde van grootte maximaal 1dB). Voor een klein aantal woningen is er een kleine toename van de geluidbelasting door industrielawaai als gevolg van de reflectie op de gevels van Schieveste (ordegrootte 1 dB)). Voor het industrielawaai is er geen verschil tussen de beide alternatieven. Situatie plangebied De berekende geluidbelasting op de gevels is weergegeven in de figuren 7-22 en 7-23. In tabel 710 en tabel 7-11 zijn de aantallen woningen per geluidbelastingklasse Letmaal weergegeven per alternatief.

Blad 79 van 186

Milieueffectrapport Schieveste te Schiedam projectnummer 0436511.100 17 februari 2021 KuiperCompagnons B.V.

Figuur 7-22: Geluidbelasting op de gevels in het plangebied als gevolg van industrielawaai aan de kant van de A20

Figuur 7-23: Geluidbelasting op de gevels in het plangebied als gevolg van industrielawaai aan de kant van de spoorlijn (alternatief Masterplan met bestaande stationskap)

Blad 80 van 186

Milieueffectrapport Schieveste te Schiedam projectnummer 0436511.100 17 februari 2021 KuiperCompagnons B.V.

Tabel 7-10: Aantal woningen per geluidbelastingklasse Letmaal (industrielawaai) per alternatief Geluidsbelastingklasse Lvl.,cum Alternatief met verlengde kap Alternatief zonder verlengde kap

50 – 54 dB(A) 1.132 1.132

55 – 59 dB(A) 0 0

60 – 64 dB(A) 0 0

65 – 69 dB(A) 0 0

≥ 𝟕𝟎 𝐝𝐁 (𝐀)

Totaal

0 0

1.132 1.132

Tabel 7-11: Aantal woningen per geluidbelastingklasse Letmaal (industrielawaai) per alternatief Geluidsbelastingklasse Lvl.,cum Alternatief met verlengde kap Alternatief zonder verlengde kap

50 – 54 dB(A) 0 0

55 – 59 dB(A) 0 0

60 – 64 dB(A) 0 0

65 – 69 dB(A) 0 0

≥ 𝟕𝟎 𝐝𝐁 (𝐀)

Totaal

0 0

0 0

Vergelijking van de alternatieven De belasting op de gevels in het plangebied als gevolg van de industrie- en bedrijventerrein leidt niet tot verschillen tussen de twee alternatieven. De geluidbelasting is bij alle woningen lager de dan de hoogst toelaatbare waarde van 55 dB (A). Bij ongeveer 27% van de woningen ligt de geluidbelasting tussen 50 dB (A) (voorkeursgrenswaarde) in 54 dB(A) De geluidbelasting door industrielawaai leidt niet tot aandachtspunten. Beoordeling De effecten voor industrielawaai op de bestaande woningen zijn gering en niet onderscheidend voor de alternatieven. Beide alternatieven zijn neutraal (0) beoordeeld. De effecten van industrielawaai op de nieuwe woningen in het plangebied zijn beperkt. De alternatieven zijn niet onderscheidend. Luchtvaartlawaai Bestaande woningen De ontwikkeling van Schieveste heeft geen effect op de geluidbelasting door luchtvaartlawaai bij bestaande woningen. Dit effect is neutraal (0) beoordeeld. Situatie plangebied Er wordt in het plangebied voldaan aan de normen. Er is geen verschil tussen de alternatieven. Cumulatieve geluidbelasting Bestaande woningen Voor de bestaande woningen is ook de geluidbelasting van alle geluidbronnen samen (weg, spoor, industrie en luchtvaart) berekend. Dit is gedaan voor de referentiesituatie en voor de twee alternatieven.

Hieruit zijn ook de verschillen met de referentiesituatie bepaald die zijn weergegeven in de figuren 7-24 en 7-25. Uit de analyse blijkt dat bij de beschouwde woningen het effect van Schieveste op de afscherming van het wegverkeerslawaai van de A20 maatgevend is voor de verschillen voor de cumulatieve geluidbelasting op de bestaande woningen. Evenals geldt bij wegverkeerslawaai bedragen de afnames 0 tot 5 dB op bestaande woningen ten zuiden van Schieveste en de toename 0 tot 1 dB op de bestaande woningen in de Spaanse Polder. Tabel 7-12 en de figuur 7-26 laten zien dat de ontwikkeling per saldo een positief effect heeft op de geluidbelasting bij bestaande woningen. Het verschil met de referentiesituatie is overigens niet groot. Als gevolg van Schieveste neemt ook het aantal gehinderden en ernstig gehinderden iets af.

Blad 81 van 186

Milieueffectrapport Schieveste te Schiedam projectnummer 0436511.100 17 februari 2021 KuiperCompagnons B.V.

Als gevolg van de dominantie van het effect van wegverkeerslawaai en vooral de A20 is het verschil tussen de twee alternatieven ten aanzien van het gecumuleerde geluidniveau gering.

Figuur 7-24: Effect van Schieveste op de gecumuleerde geluidbelasting van bestaande woningen (verschil met de referentiesituatie), alternatief Masterplan

Blad 82 van 186

Milieueffectrapport Schieveste te Schiedam projectnummer 0436511.100 17 februari 2021 KuiperCompagnons B.V.

Figuur 7-25: Effect van Schieveste op de gecumuleerde geluidbelasting van bestaande woningen (verschil met de referentiesituatie), alternatief met verlengde kap

Figuur 7-26: Bestaande woningen, aantal per geluidbelastingklasse cumulatief, verschil met referentie Tabel 7-12: Aantal woningen per geluidbelastingsklasse, cumulatieve geluidbelasting referentie alternatief Masterplan alternatief Verlengde kap

50-54 dB 99 166 168

55-59 dB 1.116 1.201 1.199

60-64 dB 1.111 1.127 1.127

65-69 dB 703 535 535

> 70 dB 7 7 7

Situatie plangebied Voor de cumulatie van geluid in het plangebied zijn de dominante geluidsoorten wegverkeerslawaai en spoorweglawaai van belang. Als gevolg van de situering van de gebouwen ten opzichte van de belangrijkste bronnen (A20 en spoorlijn) zijn er gevels waar wegverkeerslawaai dominant

Blad 83 van 186

Milieueffectrapport Schieveste te Schiedam projectnummer 0436511.100 17 februari 2021 KuiperCompagnons B.V.

is, gevels waar spoorweglawaai dominant en gevels waar beide geluidbronnen van belang zijn. Dit is het gevolg van de afschermende werking van de gebouwen en de weerkaatsing van geluid op de gevels. Het gevolg hiervan is dat de gevels van de nieuwe woningen langs de A20 veel wegverkeerslawaai hebben, maar een laag niveau van spoorweglawaai. Omgekeerd hebben de gevels van de nieuwe woningen aan de spoorwegkant vooral een geluidbelasting door het spoor en minder door wegverkeer. Voor de overige gevels zijn zowel spoorweglawaai als wegverkeerslawaai relevant. In hoeverre dit voor de nieuwe woningen in het plangebied leidt tot tenminste één geluidluwe gevel per woning is afhankelijk van de situering van woningen binnen de gebouwen. Het afschermende effect is vooral aan de orde bij de lagere delen van de bebouwing. Op grotere hoogte is het effect van de afscherming niet aanwezig. Gerelateerd aan de hoogte kan worden geconstateerd dat bij de lagere delen van de gevels er grotere verschillen zijn tussen de geluidbelasting op de verschillende gevels. De lagere delen van de gebouwen profiteren – afhankelijk van de oriëntatie – van de afschermende werking van de gebouwen. Bij de lagere delen van de gebouwen zijn er daardoor bij een groter deel van de gevels lagere geluidbelastingen.

Op de hogere delen van de gebouwen (de torens hoger dan 70 m) is nagenoeg geen sprake van afscherming en komen relatief veel hogere geluidbelastingen voor. Het gecumuleerde geluidniveau op de gevels is bepaald door de geluidbelastingen van spoorweglawaai, wegverkeerslawaai en industrielawaai gewogen op te tellen. Bij deze cumulatie wordt rekening gehouden met de verschillen in de hinderbeleving van deze geluidsoorten. Figuur 7-27 toont de procentuele verdeling van geluidbelasting op de gevels. Op basis van de verdeling van de punten over de geluidbelastingsklassen kan worden geconcludeerd dat het alternatief met de verlengde kap gunstiger is dan het alternatief Masterplan (inclusief de schermen). Bij de situatie volgens het Masterplan is het aantal punten in de klassen tussen 55 en 70 dB wat groter dan bij het alternatief met de verlengde kap. Voor de hoogste klassen (meer dan 70dB) is er geen verschil tussen de alternatieven. Het effect van de schermen op de gecumuleerde geluidbelasting in het alternatief Masterplan is samengevat in figuur 7-28. Hieruit komt naar voren dat de basisschermen (zie voorstudie) een duidelijk effect hebben. Vooral het aantal punten in de klassen 55-65 dB wordt door deze basisschermen teruggedrongen.

Figuur 7-27: Aantal woningen per geluidbelastingsklasse (cumulatief), gecumuleerde geluidbelasting van weg-, en spoor- en industrielawaai

Blad 84 van 186

Milieueffectrapport Schieveste te Schiedam projectnummer 0436511.100 17 februari 2021 KuiperCompagnons B.V.

Figuur 7-28: Aantal woningen per geluidbelastingsklasse (cumulatief), gecumuleerde geluidbelasting van weg-,spoor- en industrielawaai, effect van de schermen die onderdeel zijn van het Masterplan

De effecten van alle geluidsoorten samen op de geluidbelasting van het tussengebied zijn in de vorm van contouren opgenomen in figuur 7-29 en 7-30. Het alternatief Masterplan heeft ter hoogte van de locatie van de verlengde kap wat hogere geluidniveaus in het binnengebied. Voor het grootste deel van het binnengebied wordt bij beide alternatieven voldaan aan de gemeentelijke streefwaarde van 53 dB. Het verlengen van de kap is gunstig voor het geluidklimaat in het middengebied, voor de overige delen van het plangebied heeft het niet of nauwelijks effect.

Figuur 7-29: Geluidkwaliteit in het binnengebied, alternatief Masterplan, gecumuleerde geluidbelasting

Blad 85 van 186

Milieueffectrapport Schieveste te Schiedam projectnummer 0436511.100 17 februari 2021 KuiperCompagnons B.V.

Figuur 7-30: Geluidkwaliteit in het binnengebied, alternatief Verlengde kap, gecumuleerde geluidbelasting

Beoordeling De alternatieven leiden per saldo tot een positief effect op de geluidbelasting bij bestaande woningen. De verschillen tussen beide alternatieven zijn beperkt. De effecten zijn daarom van beide alternatieven positief (+) beoordeeld. Voor het grootste deel van het binnengebied wordt bij beide alternatieven voldaan aan de gemeentelijke streefwaarde van 53 dB. Het alternatief met verlengde kap is gunstig voor het geluidklimaat in het middengebied, voor de overige delen van het plangebied heeft het niet of nauwelijks effect.

7.1.3.2

Variant 3.500 woningen Voor de variant met 3.500 woningen zijn geen afzonderlijke berekeningen uitgevoerd. Bestaande woningen Het effect op de bestaande woningen, dat immers grotendeels bestaat uit de afschermende werking van, en de weerkaatsing van geluid door de gebouwen in het plangebied, is bij de variant met 3.500 woningen niet anders dan voor de beschouwde alternatieven. Het kleine verschil in de verkeersaantrekkende werking van het grotere aantal woningen is niet relevant voor de geluidbelasting. Situatie plangebied Deze variant bestaat er uit dat binnen dezelfde bouwvolumes meer (en dus kleinere) woningen worden gerealiseerd. Dit betekent dat voor de variant met 3.500 woningen dezelfde procentuele verdeling van de geluidbelasting geldt als voor de in de voorgaande paragrafen beschouwde alternatieven op basis van 3.000 woningen. Voor de verschillende bronnen dient (bij de huidige configuratie) is het aantal woningen bepaald waarvoor een hogere waarde moet worden vastgesteld. Dit is gedaan voor een situatie met 3.500

Blad 86 van 186

Milieueffectrapport Schieveste te Schiedam projectnummer 0436511.100 17 februari 2021 KuiperCompagnons B.V.

woningen en de bestaande stationskap (geen verlengde kap). Deze aantallen kunnen nog wijzigen afhankelijk van de verdere uitwerking van de plannen. : • Rijkswegen: 1.972 woningen • Horvathweg: 31 woningen • Hoofdspoorwegen: 1.632 woningen • Metrospoorwegen: 594 woningen • Industrieterrein ’s-Gravenlandse Polder/Spaanse Polder: 208 woningen Dit geeft aan dat er voor een groot aantal woningen een gecombineerde geluidbelasting is en er voor beide geluidbronnen een hogere waarde vastgesteld moet worden en mitigerende maatregelen voor reductie van geluidbelasting nodig zijn. Uit de berekeningen blijkt dat vooral op de hogere delen van de woontorens rekening moet worden met geluidbelasting van twee kanten.

7.1.4

Beoordeling De hiervoor beschreven effecten op geluid worden als volgt samengevat: Tabel 7-13: Beoordeling geluid Geluid: wegverkeerslawaai

Wegverkeerslawaai Effecten op bestaande woningen Geluidkwaliteit in het plangebied

Spoorweglawaai Effecten op bestaande woningen Geluidkwaliteit in het plangebied

Alternatieven Verlengde kap (3.000 woningen)

+ Overschrijding voorkeursgrenswaarde voor groot deel van de gevels

+ Overschrijding voorkeursgrenswaarde voor groot deel van de gevels

+ Overschrijding voorkeursgrenswaarde voor groot deel van de gevels

Relatief veel woningen met een hoge geluidbelasting. Schermen kunnen dit voor een groot deel terugdringen

0/Relatief veel woningen met een hoge geluidbelasting. Verlengde kap kan dit lokaal terugdringen (voorkeur)

Relatief veel woningen met een hoge geluidbelasting. Schermen kunnen dit voor een groot deel terugdringen

Industrielawaai Effecten op bestaande woningen Geluidkwaliteit in het plangebied Luchtvaartlawaai Effecten op bestaande woningen Geluidkwaliteit in het plangebied Cumulatief geluidniveau Effecten op bestaande woningen Geluidkwaliteit in het plangebied

7.1.5

Varianten 3.500 woningen

Masterplan (3.000 woningen)

0 0 Geen onderscheid, geen aandachtspunt

0

0 0 Geen onderscheid, geen aandachtspunt

0

+

+

+

Mitigerende maatregelen In het akoestisch onderzoek is veel aandacht besteed aan mogelijke maatregelen om de geluidbelasting op de gevels in het plangebied te beperken. De maatregelen zijn onderzocht in verband met het gemeentelijk geluidbeleid. In verband met de vast te stellen hogere waarden dienen mogelijke maatregelen ter verlaging van de geluidbelastingen te worden onderzocht en te worden afgewogen op doelmatigheid en haalbaarheid. Er is voor wegverkeerslawaai en spoorweglawaai gekeken

Blad 87 van 186

Milieueffectrapport Schieveste te Schiedam projectnummer 0436511.100 17 februari 2021 KuiperCompagnons B.V.

naar de mogelijkheden, de effecten en de haalbaarheid. Er is daarbij voor de A20 en de andere wegen en voor de spoorlijn gekeken naar mogelijke maatregelen om de emissie van geluid terug te dringen en de overdracht tegen te gaan door afscherming. Daarnaast is in beeld gebracht welke maatregelen mogelijk zijn om – als de gevels een te hoge belasting hebben- een goed akoestisch binnenklimaat te realiseren. Er is daarbij gekeken naar de eindsituatie. Uit het onderzoek blijkt dat bron- en overdrachtsmaatregelen mogelijk zijn, maar dat het noodzakelijk blijft om voor een groot aantal van de te bouwen woningen hogere waarden aan te vragen. Er zijn dan ook maatregelen aan de gebouwen nodig om te kunnen voldoen aan het de normen voor het binnengeluid. Een kanttekening hierbij is dat voor het spoorweglawaai is gerekend met de maximale geluidbelasting die juridisch mogelijk is (gevuld geluidproductieplafond). Uit monitoring (het Nalevingsonderzoek spoorweglawaai) blijkt dat het feitelijk optredende geluidniveau daar ongeveer 5 tot 6 dB onder ligt. Voor het wegverkeerslawaai van de A20 is in het akoestisch onderzoek gekeken naar maatregelen om de geluidemissie van het verkeer te beperken. Mogelijkheden daarvoor zijn het verlagen van de snelheid (naar 80 km/u) en/of het toepassen van een stil wegdek (bijvoorbeeld dubbellaags ZOAB).

Dergelijke maatregelen kunnen de geluidemissie van het wegverkeer reduceren (rang ongeveer 1 tot 7 dB). Snelheidsverlaging op de A20 resulteert in een afname van ongeveer 1 dB. Uit de geluidberekeningen blijkt dat vooral op de hogere delen van de woontorens rekening moet worden gehouden met geluid van zowel de spoorlijn als de A20. Daarbij geldt dat bij de zijgevels van de gebouwen (dus niet aan de noordkant ( A20) en zuidkant (spoorlijn)) geluid van beide bronnen een rol speelt. Voor woningen met (alleen) een gevel aan de noordkant zijn dus -uiteraard afhankelijk van de gevelbelasting - alleen maatregelen nodig voor wegverkeerslawaai en voor woningen met alleen een geval aan de zuidkant, alleen maatregelen voor spoorweglawaai. Uit de nu beschikbare indicatieve plattegronden blijkt dat veel woningen slechts één buitengevel hebben. Wat per woning nodig is hangt in samenhang met de geluidbelasting op de gevels ook af van de indeling van woningen in de woontorens. In het akoestisch onderzoek zijn mogelijke maatregelen beschreven en welke reductie van het binnengeluidniveau kan worden gerealiseerd. Voor alle gebouwgebonden geluidbeperkende maatregelen geldt dat deze moeten voldoen aan regels voor de kwaliteit van de woningen, zoals ten aanzien van daglichttoetreding, ventilatie en brandveiligheid.

Hierdoor zijn er waarborgen dat de woningen voldoen aan de eisen voor de woonkwaliteit. Bij de verdere vormgeving van de mitigerende maatregelen wordt meegenomen bij het uitwerken van de ontwerpen van de woontorens.

7.2

Luchtkwaliteit

7.2.1

Beoordelingskader Landelijke wetgeving en beleid luchtkwaliteit De belangrijkste wet- en regelgeving voor het milieuaspect luchtkwaliteit is ‘Titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen’ van de Wet milieubeheer (Wm). In samenhang met Titel 5.2 zijn de (Europese) grenswaarden voor de concentraties van luchtverontreinigende stoffen in de buitenlucht vastgelegd in bijlage 2 van de Wet milieubeheer. Deze grenswaarden zijn gericht op de bescherming van de gezondheid van mensen. Tabel 7-14 geeft de wettelijke grenswaarden voor de belangrijkste maatgevende stoffen voor luchtkwaliteit weer. In een aparte kolom zijn de streefwaarden die worden voorgeschreven door de WHO.

Blad 88 van 186

Milieueffectrapport Schieveste te Schiedam projectnummer 0436511.100 17 februari 2021 KuiperCompagnons B.V.

Tabel 7-14: Normen en streefwaarden luchtverontreinigde stoffen. Stof NO2 PM10 PM10

Toetsingsperiode Jaargemiddeld Jaargemiddeld Etmaalgrenswaarde

PM2,5 Roet

Jaargemiddeld Jaargemiddeld

Wettelijke grenswaarde WHO Streefwaarde 40 μg/m3 Maximaal 40 μg/m3 Maximaal 40 μg/m3 Maximaal 20 μg/m3 Maximaal 35 maal per jaar Maximaal 35 maal per jaar meer dan 50 meer dan 50 μg/m3 μg/m3 Maximaal 25 μg/m3 Maximaal 10 μg/m3 Voor roet bestaat geen Europese norm en geen WHO-advieswaarde. Wel heeft de WHO informeel een (gezondheidskundige) richtwaarde benoemd van 1,03 µg/m3.

Gemeentelijk beleid In het ‘Actieplan Lucht & Geluid 2019 -2022 – Gezonde lucht, Rustig wonen” heeft Schiedam beleid opgenomen om de luchtkwaliteit drastisch te verbeteren. Hierin stellen zij zichzelf scherpe doelen dan de juridische norm en de WHO-streefwaarde. De tabel hieronder geeft hun ambities weer: Tabel 7-15: Ambities luchtverontreinigende stoffen gemeente Schiedam

Onderzoeksopzet Aan de beschrijving van de effecten voor dit onderdeel ligt een luchtkwaliteitonderzoek 8 ten grondslag. Het luchtkwaliteitsonderzoek gaat in op wat de effecten van de ontwikkeling van Schieveste zijn, zowel op het plangebied als op de naastgelegen Spaanse Polder. In het onderzoek voor de referentiesituatie is uitgegaan van toetsjaar 2023: dit biedt een balans tussen de huidige situatie en het MER-referentiejaar 2030, zodat ook eventuele hogere concentraties luchtverontreiniging in de tijdelijke realisatieperiode van het plan niet over het hoofd worden gezien. In dit MER zijn de belangrijkste en onderscheidende effecten beschreven en beoordeeld. Beoordelingskader De te toetsen criteria voor het thema luchtkwaliteit zijn in de onderstaande tabel weergegeven. Enkel de maatgevende stoffen stikstofdioxide (NO2), fijnstof (PM10 en PM2,5) en roet (EC, een fractie van fijnstof) zijn relevant voor de beoordeling van luchtkwaliteit. Tabel 7-16: Beoordelingscriteria luchtkwaliteit. Thema Luchtkwaliteit

7.2.2

Criterium Concentratie stikstofdioxide (NO2) Concentratie fijnstof (PM10) en roet (EC)

Methodiek Kwantitatief

Referentiesituatie Concentraties stikstofdioxiden (NO2) Een belangrijke bron die bijdraagt aan de concentratie stikstofdioxide is het wegverkeer. De A20 ligt direct ten noorden van Schieveste. Hier bevindt zich ook afritcomplex 12, dat aansluit op de 8

Luchtkwaliteit rond de voorgenomen nieuwbouw Schieveste: fase1-fase5. Erbink STACKS Consult, 2020.

Blad 89 van 186

Milieueffectrapport Schieveste te Schiedam projectnummer 0436511.100 17 februari 2021 KuiperCompagnons B.V.

onderliggende Tjalklaan. Dit betekent dat er op dit punt veel verkeer is dat optrekt, afremt en invoegt. De snelheid ligt hier op 100 km/u. De A20 is de enige relevante bron aangezien andere doorgaande wegen op afstand liggen aan de andere zijde van het spoor. Figuur 7-31 toont de concentraties NO2 in het toetsjaar 2023. Hierop is te zien dat de concentraties overal onder de grenswaarde van 40 µg/m3 en de gemeentelijk ambitie van 35 µg/m3 liggen. Ter hoogte van Schieveste is dit tussen de 24 en de 27 µg/m3. De hoogst berekende concentraties bevinden zich ter hoogte van het afritcomplex (afrit 12 A20) vanwege het optrekkende verkeer en bedragen 32 µg/m3.

Figuur 7-31: Concentraties stikstofdioxide (NO2) in toetsjaar 2023.

Concentraties fijnstof (PM10) Fijnstof (PM10) zijn alle luchtverontreinigende stofdeeltjes tot een grote van 10 micrometer doorsnede. Fijnstof is van nature aanwezig als gevolg van chemische processen in de lucht en natuurlijke bronnen zoals zeezout en bodemstof. Een belangrijk deel wordt echter toegeschreven aan menselijke activiteiten zoals industrie en landbouw. In tegenstelling tot stikstofdioxide draagt verkeer beperkt bij aan de uitstoot van fijnstof. Van fijnstof is aangetoond dat het inademen van fijnstof negatieve gezondheidseffecten heeft. Met name de luchtwegen en het hart- en vaatstelsel wordt aangetast. Er is daarom ook geen gezonde en veilige grens aangetoond. Elke vermindering van fijnstof heeft hierdoor een positieve bijdrage aan de gezondheid. De Nederlandse grenswaarde van fijnstof (PM 10) ligt op 40 µg/m3. De World Health Organization (WHO) heeft in 2005 al gesteld dat er gestreefd moet worden naar een concentratie van maximaal 20 µg/m3. Figuur 7-32 toont de concentraties PM10 in het toetsjaar 2023. In het plangebied, waar de woningen zijn gesitueerd, bedragen de concentraties tussen de 19,5 en 21 µg/m3. De hoogst berekende concentraties bevinden zich op de snelweg ter hoogte van het afritcomplex en bedragen 21,5 µg/m3.

Dit betekent dat de waarden fijnstof (PM10) voor de nieuwbouwwoningen onder de grenswaarde van 40 µg/m3 liggen en schommelt rond de WHO-streefwaarde van 20 µg/m3.

Blad 90 van 186

Milieueffectrapport Schieveste te Schiedam projectnummer 0436511.100 17 februari 2021 KuiperCompagnons B.V.

Figuur 7-32: Concentraties fijnstof (PM10) in toetsjaar 2023.

Concentraties roet (EC) Fijnstof wordt ook op een kleiner niveau beschouwd, namelijk roetdeeltjes (ook wel elementair koolstof (EC)). Dit is een onderdeel van PM2,5 wat weer een fractie is van het grotere PM10. Roet bestaat uit kleinere deeltjes die ingeademd worden en zo het lichaam binnendringen. Ook hier treden diverse gezondheidsklachten op, zoals bloeddrukverhoging, hartritmestoornissen en hartfalen, en longziekten zoals astma en COPD. In tegenstelling tot PM2,5 waar roet onderdeel van is, is er voor roet geen wettelijke grenswaarde waaraan voldaan moet worden. Maar ook hiervoor geldt dat er geen veilige en gezonde grens is – elke vermindering van de concentratie roet heeft een positief gezondheidseffect. Het streven moet zijn om de concentratie roet zo beperkt mogelijk te houden en waar mogelijk zelfs te verminderen ten opzichte van de huidige concentraties. Figuur 7-33 toont de concentraties roet (EC) als gevolg van de verkeersemissies in het toetsjaar 2023. Ter hoogte van Schieveste is dit tussen de 0,05 en 0,1 µg/m3. De hoogst berekende concentraties bevinden zich ter hoogte van het afritcomplex en bedragen 0,2 µg/m3. De achtergrondconcentratie bedraagt 0,56 μg/m3. Dit betekent dat de waarden roet (EC) ver onder de grenswaarde van 1,03 µg/m3 liggen en onder de gemeentelijke ambitie van 1,5 µg/m3.

Blad 91 van 186

Milieueffectrapport Schieveste te Schiedam projectnummer 0436511.100 17 februari 2021 KuiperCompagnons B.V.

Figuur 7-33: Concentraties roet (EC) als gevolg van verkeersemissies in toetsjaar 2023.

7.2.3

Effecten Concentraties stikstofdioxide (NO2) Door de ontwikkeling van Schieveste worden aan de noordzijde, direct aan de A20, gebouwen gerealiseerd die een afschermende wand vormen. Deze bebouwing houdt niet alleen het geluid van het wegverkeer op de A20 tegen, maar ook potentiële luchtverontreinigende stoffen die in de huidige situatie op het plangebied van Schieveste neerslaan. Hierdoor ontstaat er een zogeheten “canyon” langs de A209. Het extra verkeer door planrealisatie valt hierbij geheel in het niet en heeft slechts een verwaarloosbaar effect op de luchtkwaliteit. Effecten op de luchtkwaliteit worden vooral bepaald door de schermwerking van de hoogbouw. Door de canyon-werking zijn er zowel toenames als afnames in de concentraties (zie Figuur 7-34): ▪ Enerzijds neemt de concentratie NO2 op de snelweg toe met maximaal circa 9 µg/m3 tot ver boven de maximale grenswaarde van 40 µg/m3. Dit is voor de hoogbouw langs de A20 echter niet problematisch, mits er aan de zijde van A20 niet geventileerd kan worden (en geen balkons zijn) en bewoners dus niet aan buitenlucht worden blootgesteld. Verder zijn op de snelweg (vanzelfsprekend) geen gevoelige objecten (woningen, scholen e.d.) gesitueerd.

De lokale overschrijding is hierdoor verklaarbaar en acceptabel en doet zich ook op andere locaties in Nederland voor; ▪ Op de toetslocaties (op afstand van meer dan 10 meter van de wegrand en waar tevens het publiek zich kan en mag bevinden), wordt de gemeentelijke beleidsambitie van 35 µg/m3 niet overschreden; ▪ Anderzijds neemt de luchtvervuiling afkomstig van de A20 in het plangebied Schieveste (achter de eerstelijnsbebouwing van de hoogbouw en vaak ook nog net aan de voorzijde van de hoogbouw gevels) af met maximaal 2 µg/m3, wat een positief effect is; ▪ De bijdrage van NO2 neemt bij toenemende bouwhoogte gestaag af. Vanaf 40 meter bouwhoogte is het effect van de weg tot vrijwel 0 µg/m3 gedaald; 9

In Figuur 10-12 (paragraaf 10.4 Fasering) is deze canyon-werking schematisch weergegeven.

Blad 92 van 186

Milieueffectrapport Schieveste te Schiedam projectnummer 0436511.100 17 februari 2021 KuiperCompagnons B.V.

▪

De ontwikkeling heeft geen effecten op de concentratie NO2 ter hoogte van de bestaande woningen, ten zuiden van het plangebied. De verschilwaarden zijn hier 0 µg/m3.

Figuur 7-34: Veranderingen in concentraties stikstofdioxide (NO2) als gevolg van de ontwikkeling Schieveste.

Omdat door de toename van NO2 de luchtkwaliteit verslechtert, maar dit enkel een effect heeft op de luchtkwaliteit langs de snelweg (waar de nieuwe bewoners niet worden blootgesteld aan de buitenlucht), en het feit dat de luchtkwaliteit in het plangebied juist beperkt verbetert, worden de effecten van het alternatief Masterplan licht negatief (0/-) gescoord. Dit is voor beide alternatieven gelijk, omdat de verlengde overkapping van station Schiedam geen effect heeft op de luchtkwaliteit. Ook het verschil tussen 3.000 en 3.500 woningen is niet significant en eveneens licht negatief (0/-) gescoord. Concentraties fijnstof (PM10) Wanneer Schieveste volledig is ontwikkeld en de eerstelijnsbebouwing langs de A20 is gerealiseerd, neemt lokaal de concentratie PM10 toe (zie Figuur 7-35): ▪ Deze toename is echter met name op de snelweg te zien, waar de concentraties oplopen met circa 2 µg/m3 tot concentraties van circa 23,5 µg/m3. Deze toename is niet zozeer toe te schrijven aan het verkeer, maar aan de canyon-werking die optreedt door de bebouwingswand die langs de A20 wordt gerealiseerd. Hierdoor blijven de luchtverontreinigende stoffen hangen in plaats van dat het vervliegt. ▪ In het plangebied zelf is een zeer geringe afname van fijnstof te zien van circa 0,2 µg/m3. Bijna heel Schieveste kent een concentratie van 19,5 tot 20 µg/m3.

▪ De bijdrage van PM10 en PM2,5 neemt bij toenemende bouwhoogte gestaag af. Vanaf 40 meter bouwhoogte is het effect van de weg tot vrijwel 0 µg/m3 gedaald; ▪ De ontwikkeling heeft geen effecten op de concentratie NO2 de bestaande woningen ten zuiden van het plangebied. De verschilwaarden zijn hier 0 µg/m3; ▪ De wettelijke norm van fijnstof (PM10) van 40 µg/m3 wordt niet overschreden, de berekende concentraties ‘raken’ de WHO-streefwaarde van 20 µg/m3.

Blad 93 van 186

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10494422/2