Bijlage 4 Beleidsregels gewijzidge verordening MO MVS 2021
Tekst van het document
Beleidsregel 2.7.6 scootermobiel: Een scootermobiel wordt slechts verstrekt als het voor de cliënt een noodzakelijk vervoermiddel in het dagelijks leven is ten behoeve van het voeren van een zelfstandig huishouden. Wet- en regelgeving: Verordening artikel 7 Criteria: - de cliënt heeft een loopafstand van maximaal 100 meter; - de scootermobiel gaat frequent gebruikt worden en niet alleen voor recreatieve verplaatsingen; - er is een geschikte mogelijkheid tot veilig, overdekt en afgeschermd stallen in of bij de woning, die de cliënt zelfstandig kan bereiken. - de cliënt heeft geen functiestoornissen waardoor deelname aan het verkeer niet verantwoord is (visus, gehoor, arm-, hand- en schouderfuncties, bewustzijn, inschattings- en reactievermogen en dergelijke). Bij de advisering van een scootermobiel wordt altijd eerst gekeken of een compacte/standaard scootermobiel (zonder extra vering) een adequate oplossing biedt. Is deze om medische of antropometrische redenen niet adequaat dan kan een ander model worden geadviseerd. Uit oogpunt van kosten wordt de voorkeur gegeven aan een compacte/standaard scootermobiel met een snelheid van 8 km per uur en een actieradius van 20 tot 25 km. Een wens voor een scootermobiel met een hogere snelheid en/of een grotere actieradius wordt niet ingewilligd indien een compacte scootermobiel passend is voor de cliënt.
Een scootermobiel is immers bedoeld voor de nabije woonen leefomgeving. Voor verder weg gelegen bestemmingen kan gebruik gemaakt worden van de Regiotaxi Waterweg, eventueel in combinatie met de scootermobiel. De scootermobiel wordt verstrekt inclusief onderhoud en WA-verzekering. Een verstrekte scootermobiel wordt ingenomen indien: - een cliënt niet meer voldoende rijvaardig is en rijlessen onvoldoende resultaat heeft opgeleverd; - er na een schriftelijke waarschuwing wederom sprake is van oneigenlijk, onzorgvuldig of onjuist gebruik van de voorziening; - cliënt niet meer beschikt over een geschikte stallingsmogelijkheid.
Beleidsregel 2.7.7 autoaanpassing: Een cliënt kan voor een autoaanpassing in aanmerking komen indien hij niet in staat is om het collectief vervoer te gebruiken, het gebruik van de auto voor hem noodzakelijk is vanwege beperkingen bij participatie en een autoaanpassing de goedkoopst adequate oplossing is. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 1.1.1 en Verordening artikel 7
Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning MVS 2022 22
Uitzondering: - de cliënt is jonger dan 12 of er is sprake van huisgenoten die jonger zijn dan 12 jaar en de leefeenheid bestaat uit 3 of meer personen. Criterium: - de auto is niet ouder dan 5 jaar. Een autoaanpassing wordt slechts eenmaal in de 7 jaar verstrekt.
Beleidsregel 2.7.8 leaseauto/gesloten buitenwagen: Wanneer het collectief vervoer, een (rolstoel)taxi en/of andere vervoers-/verplaatsingsvoorzieningen (aangepaste fiets, scootermobiel, elektrische rolstoel) niet bruikbaar zijn voor een cliënt en de cliënt beschikt niet over een (aan te passen) auto, kan een leaseauto of een gesloten buitenwagen worden verstrekt. Wet- en regelgeving: Verordening artikel 7 Een leaseauto of een gesloten buitenwagen, zoals een arola of canta, wordt alleen verstrekt indien de cliënt voor alle verplaatsingen op individueel eigen vervoer is aangewezen. Een auto wordt verstrekt ten behoeve van de cliënt. Het is niet de bedoeling dat een huisgenoot, bijvoorbeeld een partner of een ouder van de cliënt, gebruik maakt van deze auto, zonder de aanwezigheid van de cliënt. Vanzelfsprekend mogen huisgenoten wel meereizen met de cliënt. De cliënt is zelf verantwoordelijk voor het behalen van een noodzakelijk brommer-/(aangepast) autorijbewijs.
2.8 Rolvoorzieningen Beleidsregel 2.8.1 rolstoel: Een cliënt kan voor een rolstoel in aanmerking komen indien beperkingen dagelijks zittend verplaatsen in en om de woning noodzakelijk maken en andere (loop)hulpmiddelen geen adequate oplossing bieden. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 1.1.1, artikel 2.3.2 sub f, artikel 2.3.5 lid 5 sub b en Verordening artikel 4 lid 1 sub g en artikel 7 Het criterium om in aanmerking te komen voor een rolstoelvoorziening is de vaststelling dat de cliënt regelmatig of de gehele dag is aangewezen op zittend verplaatsen in en om de woonruimte. Bovendien moet een loophulpmiddel, zoals een rollator, onvoldoende uitkomst bieden. Een rolstoel wordt verstrekt inclusief onderhoud.
Beleidsregel 2.8.2 elektrische rolstoel: Een elektrische binnenrolstoel of een elektrische binnen-/buitenrolstoel kan worden verstrekt indien de cliënt volledig rolstoelafhankelijk is en onvoldoende in staat is om zich functioneel voort te bewegen in een handbewogen rolstoel. Een elektrische buitenrolstoel wordt verstrekt indien de cliënt geen gebruik kan maken van een scootermobiel. Wet- en regelgeving: Verordening artikel 7 Er moet sprake zijn van een zelfstandige verplaatsingsbehoefte in en om de woning en de rolstoelvoorziening dient bij te dragen aan de zelfredzaamheid bij het leven van alledag.
Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning MVS 2022 23
Een elektrische binnen/buitenrolstoel of een elektrische buitenrolstoel heeft wat betreft gebruiksdoel een overlap met een scootermobiel. Er wordt geen scootermobiel verstrekt naast een elektrische binnen/buitenrolstoel of een elektrische buitenrolstoel. Indien de cliënt zowel in de woning als buiten de woning is aangewezen op een elektrische rolstoel, dan is één elektrische binnen/buitenrolstoel voorliggend op het verstrekken van twee aparte elektrische rolstoelen. Een elektrische rolstoel wordt verstrekt inclusief onderhoud en, indien de voorziening buitenshuis wordt gebruikt, inclusief WA-verzekering.
Beleidsregel 2.8.3 aanpassingen rolstoel: Alleen voor de cliënt noodzakelijke aanpassingen ten behoeve van het functionele gebruik van de rolstoel kunnen worden verstrekt. Wet- en regelgeving: Verordening artikel 7 Voorwaarden/criteria voor bijzondere aanpassingen: - Een vijfde wiel/handbike kan niet verstrekt worden als de cliënt gebruik maakt van een scootermobiel of een elektrische rolstoel; - Een aankoppelbare elektrische aandrijfunit of een elektrische handbike wordt uitsluitend verstrekt indien een scootermobiel niet bruikbaar is voor een cliënt. Bovendien wordt een dergelijke voorziening niet verstrekt naast een elektrische rolstoel; - Een duwbekrachtiger wordt niet verstrekt naast een scootermobiel of een elektrische rolstoel en bij de duwer van de rolstoel moet sprake zijn van objectiveerbare beperkingen bij het duwen van de rolstoel.
Beleidsregel 2.8.4 sportvoorziening: Een cliënt kan voor een sportvoorziening in aanmerking worden gebracht indien beperkingen sportbeoefening zonder sportvoorziening onmogelijk maken. Wet- en regelgeving: Verordening artikel 7 Voorwaarden/criteria: - Wanneer gebruik van een ADL-rolstoel/voorziening (beleidsregels 2.10.1, 2.10.2 en 2.10.3) voor recreatief sporten mogelijk is, wordt geen sportvoorziening toegekend; - Een sportvoorziening moet specifiek bestemd zijn voor de cliënt (voorbeeld: het verstrekken van een bal met geluid voor blinden is niet mogelijk omdat meerdere personen hier bij de sport gebruik van maken); - Een sportvoorziening wordt uitsluitend verstrekt indien de cliënt lid is van een gehandicaptensportvereniging. Een sportvoorziening wordt eenmaal in de 3 jaar verstrekt en de cliënt is zelf verantwoordelijk voor onderhoud en reparatie.
2.9 Tegemoetkoming meerkosten voor cliënten uit Maassluis en Schiedam Beleidsregel 2.9.1 indicatie tegemoetkoming meerkosten: Een cliënt uit Maassluis of Schiedam die het volledige eigen risico van een geheel kalenderjaar van de zorgverzekeringswet heeft betaald en/of een langdurige indicatie (≥ 6maanden) voor een Wmo-maatwerkvoorziening of een Wlz-indicatie voor verblijf heeft in een kalenderjaar, kan bij een inkomen dat lager is dan de vastgestelde inkomensgrenzen in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in de meerkosten. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 2.1.7, Verordening artikel 16
Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning MVS 2022 24
Uitsluitend een door de belastingdienst vastgesteld inkomen wordt geaccepteerd. Het gaat om het inkomen van twee jaar eerder dan het kalenderjaar van de aanvraag. Het inkomen van alle meerderjarige huisgenoten binnen de leefeenheid, met uitzondering van eerstegraads familieleden (ouders/kinderen), is bepalend. Een aanvraag moet zijn ingediend voor 1 juni van het jaar na het kalenderjaar van de aanvraag. Een te laat ingediende aanvraag wordt niet in behandeling genomen.
3 Persoonsgebonden budget (pgb) Beleidsregel 3.1 bekwaamheid voor een pgb: Een persoonsgebonden budget wordt slechts verstrekt indien de cliënt (of diens ouders indien de cliënt minderjarig is) voldoende in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen en in staat is om de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 1.1.1, artikel 2.3.6 lid 1 en lid 2 sub a De client moet op eigen kracht, al dan niet met hulp van een pgb-beheerder, in staat zijn tot het waarderen van zijn belangen ten aanzien van de aan het pgb verbonden taken en in staat zijn deze op een verantwoorde wijze uit te voeren. De client/pgb-beheerder wordt bekwaam geacht om een pgb te beheren als: a. hij in staat is de eigen situatie te overzien, zelf de zorg/hulpverlener te kiezen, te regelen en aan te sturen en de kwaliteit en voortgang van de zorg te bewaken; en, b. hij goed op de hoogte is van de rechten en plichten die horen bij het beheer van een pgb en in staat is de aan het pgb verbonden taken op een verantwoorde wijze uit te voeren. Deze taken omvatten onder andere het afsluiten van een zorgovereenkomst, het nakomen van werkgeversverplichtingen en het bijhouden van een urenregistratie over het besteden van het pgb (een maandloon is niet toegestaan); c.
hij in staat is om adequaat en tijdig te communiceren met instanties en hulpverleners, zowel mondeling als schriftelijk. De volgende omstandigheden zijn een reden om geen pgb toe te kennen3: - Wilsonbekwaam; - Geen inzicht in de eigen functionele beperkingen; - Onvoldoende beschikking over organisatie- en regelvermogen en verantwoordelijkheidsbesef; - Onvoldoende inzicht door dementie/vergeetachtigheid, een verstandelijke handicap of psychische problemen; - Verslavingsproblematiek; - Analfabetisme of onvoldoende taal- of rekenvaardig; - Schuldenproblematiek; - Aangetoonde fraude; - Het leiden van een zwervend bestaan. Er kan voor een cliënt die beperkt bekwaam is en toch een persoonsgebonden budget wenst een uitzondering gemaakt worden, indien de cliënt hulp krijgt bij het behartigen van zijn belangen en het uitvoeren van de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken vanuit zijn sociale netwerk. Wanneer de client een vertegenwoordiger heeft om zijn belangen ten aan zien van het pgb te behartigen en de aan het pgb verbonden taken uit te voeren, worden aan deze persoon dezelfde eisen gesteld als aan de client. Er moet voorkomen worden dat er misbruik gemaakt wordt van de cliënt dan wel van het pgb door de persoon die hulp biedt. Een voorwaarde is dat de persoon die hulp biedt bij het beheer van het pgb iemand is uit de directe naaste omgeving van de cliënt.
Hulp bij de administratie van het pgb door iemand van een pgb-/zorgbureau of iemand die ook de zorg/ondersteuning levert aan de cliënt is niet toegestaan. Ook wordt een professionele
3 Geen limitatieve opsomming
Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning MVS 2022 25
bewindvoerder niet geaccepteerd als beheerder van het pgb, omdat een professionele bewindvoerder geen zicht heeft op de daadwerkelijke levering en kwaliteit van de ondersteuning aan de cliënt.
Beleidsregel 3.2 motivatie voor een pgb: Een persoonsgebonden budget wordt uitsluitend verstrekt indien de cliënt (of diens ouders indien de cliënt minderjarig is) zich gemotiveerd op het standpunt stelt dat hij de maatwerkvoorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget wenst. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 1.1.1, artikel 2.3.6 lid 1 en 2 sub b Het pgb wordt alleen verstrekt op verzoek van de client. Bij dat verzoek dient client te motiveren waarom hij de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wenst te krijgen. Door de verplichte motivatie voor een persoonsgebonden budget wordt geborgd dat het duidelijk een beslissing van de cliënt zelf is. Bovendien valt uit een motivatie van een cliënt veelal zijn bekwaamheid af te leiden. Wanneer een cliënt de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wenst te ontvangen wordt gewerkt met een pgb-plan. In het pgb-plan onderbouwt de cliënt waarom hij kiest voor een pgb. In het pgb-plan geeft de cliënt tevens aan hoe hij het budget wil gaan besteden, hoe de kwaliteit van de hulp gewaarborgd wordt en hoe de hulp wordt gecontinueerd bij afwezigheid van hulpverlener door bijvoorbeeld ziekte of verlof.
Indien meerdere personen uit een huishouden ondersteuning nodig hebben en hiervoor een pgb wensen, kan er één pgb-plan voor het gehele huishouden worden gemaakt en wordt bekeken hoe bepaalde ondersteuningsvormen gecombineerd en afgestemd kunnen worden. Inhoud pgb-plan: - Motivatie voor de aanvraag van een pgb; - Op welke manier draagt de ondersteuning middels een pgb bij aan participatie en zelfredzaamheid (doel) binnen de context van de gehele ondersteuningsvraag (dus ook in relatie tot andere vormen van ondersteuning die de client gebruikt); - Waar en hoe koopt de budgethouder zijn ondersteuning in (selecteren zorgaanbieder, aangaan contract, aansturen zorgaanbieder, bijhouden administratie); - Hoe is de kwaliteit van de ondersteuning gewaarborgd en wat zijn de kwaliteiten van de hulpverlener; - Hoe wordt de hulp gecontinueerd bij afwezigheid van hulpverlener door bijvoorbeeld ziekte of verlof; - De verwachte omvang en duur van de ondersteuning.
Beleidsregel 3.3 kwaliteit van de voorziening: Een persoonsgebonden budget wordt alleen verstrekt indien voldoende is gewaarborgd dat de met het budget in te kopen voorziening veilig, doeltreffend en cliëntgericht is. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 1.1.1, artikel 2.3.6 lid 1, lid 2 sub c en lid 3 In de Wmo is bepaald dat de kwaliteitseisen bij zorg in natura niet één-op-één gelden voor zorg die wordt ingekocht met een pgb. Kwaliteitscriteria: - De maatwerkvoorziening moet passend/doelmatig en doeltreffend zijn; - De maatwerkvoorziening moet cliëntgericht zijn, dus afgestemd op de reële behoefte van de cliënt en op andere vormen van zorg of hulp die de cliënt ontvangt; - De maatwerkvoorziening moet veilig zijn; - De maatwerkvoorziening dient bij professionele ondersteuning in overeenstemming te zijn met de op de beroepskracht rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de professionele standaard; - De maatwerkvoorziening dient verstrekt te worden met respect voor en inachtneming van de rechten van de client.
Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning MVS 2022 26
Er is geen verantwoordingsvrij bedrag. De volgende uitgaven mogen niet worden betaald uit het pgb4: - Feestdagenuitkering; - Kosten voor bemiddeling; - Kosten voor het voeren van een pgb-administratie; - Kosten voor het aanvragen van een VOG; - Kosten voor het deelnemen aan overleggen in het kader van afstemmen en samenwerken met andere hulpverleners; - Kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van het pgb; - Kosten voor het lidmaatschap van Per Saldo; - Kosten voor het volgen van cursussen over het pgb; - Kosten voor het bestellen van informatiemateriaal; - Alle zorg en ondersteuning die onder een andere wet dan Wmo valt; - Alle zorg en ondersteuning die onder een algemene voorziening, een algemeen gebruikelijke voorzieningen/of gebruikelijke hulp valt; - Bijdragen in de kosten/abonnementstarief (CAK). Indien de client het pgb wenst te besteden aan een duurdere maatwerkvoorziening dan waarvoor het college een pgb verstrekt, geldt dat de client het meerdere zelf moet betalen. Betaling vanuit een pgb is alleen op declaratiebasis mogelijk. Een maandloon is niet toegestaan. Wanneer de cliënt een professionele hulpverlener wil inhuren, wordt beoordeeld of de hulp van goede kwaliteit is. Onder goede kwaliteit wordt verstaan dat de hulpverlener in het bezit is van relevante diploma’s en aangesloten is bij een beroepsvereniging.
Daarnaast geldt voor elke professionele hulpverlener: - Maakt gebruik van een ondersteuningsplan en stelt dit periodiek bij; - Heeft een systeem voor het bewaken, beheersen en verbeteren van de kwaliteit; - Beschikt over een VOG voor alle medewerkers; - Houdt zich aan de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling; - Heeft een meldplicht calamiteiten en geweld; - Stelt een vertrouwenspersoon in de gelegenheid zijn taak uit te oefenen; - Beschikt over een klachtenregeling. Om de kwaliteitseisen te waarborgen wordt bij het pgb-plan een ondertekende verklaring omtrent de kwaliteit en effectiviteit van de professionele hulpverlener toegevoegd. In deze verklaring verklaart de hulpverlener dat hij aan de kwaliteitseisen voldoet. Een professionele zorginstelling: - is ingeschreven in het handelsregister als zijnde verlener van maatschappelijke ondersteuning; en, - heeft personeel in dienst dat beschikt over de juiste kwalificaties voor zover dit voor het verlenen van de betreffende ondersteuning relevant is; en, - beschikt over een kantoorruimte.
Een zelfstandig werkende professionele aanbieder (zzp-er): - is niet in loondienst bij een professionele zorgorganisatie; - beschikt over de juiste kwalificaties voor zover dit voor het verlenen van de betreffende ondersteuning relevant is (bijvoorbeeld een diploma die relevant is voor het uitvoeren van de functie (bijvoorbeeld SPW/SPH, MWD); - is aangesloten bij een beroepsvereniging; - is in het bezit van een kwaliteitskeurmerk.
Beleidsregel 3.4 kosten reeds gemaakt: Er wordt geen persoonsgebonden budget verstrekt voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de cliënt voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 1.1.1, artikel 2.3.6 en Verordening artikel 10 lid 2 sub a
4 Geen limitatieve opsomming
Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning MVS 2022 27
Het persoonsgebonden budget is niet bedoeld voor kosten die voorafgaand aan de aanvraag zijn gemaakt. Voordat de aanvraag is ingediend zijn nog niet alle op de aanvraag betrekking hebbende gegevens beoordeeld. Indien voorzieningen al zijn aangeschaft of zijn gerealiseerd is een zinvolle beoordeling van de oorspronkelijke situatie veelal onmogelijk. Bovendien is er geen invloed geweest op de gekozen voorziening of materialen. Door deze beleidsregel wordt voorkomen dat een voorziening waar vroegtijdig mee is begonnen niet overeenstemt met hetgeen als goedkoopst adequate voorziening wordt beschouwd. Bovendien moeten ook factoren die buiten de woonruimte van de cliënt gelegen zijn, meegewogen kunnen worden, zoals een beschikbare aangepaste of goedkoop aan te passen woning elders, of een losse woonunit, waardoor een woningaanpassing wellicht niet noodzakelijk is. Er geldt een uitzondering indien vooraf schriftelijk toestemming is verleend aan de cliënt om alvast kosten te maken en nog is na te gaan of de ingekochte voorziening of de uitgevoerde aanpassing noodzakelijk en de goedkoopst adequate oplossing was.
Beleidsregel 3.5 langdurig adequaat: Er wordt slechts een persoonsgebonden budget toegekend indien het hiermee in te kopen hulpmiddel of de hiermee te bekostigen woningaanpassing langdurig adequaat/bruikbaar is voor de cliënt. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 1.1.1, artikel 2.3.6 en Verordening artikel 10 lid 2 sub b Bij een cliënt met een progressief ziektebeeld staat op voorhand al vast dat binnen korte tijd vervanging van een hulpmiddel nodig is en wellicht daarna weer. Ook bij kinderen in de groei is regelmatige vervanging van een hulpmiddel noodzakelijk. Deze situaties lenen zich niet voor een persoonsgebonden budget, omdat het leidt tot kapitaalvernietiging. Een verstrekking van een voorziening in natura heeft dan de voorkeur. Een voorziening die in natura is verstrekt en niet meer geschikt is voor de cliënt komt immers in een depot en kan herverstrekt worden. Het langdurig adequaat, bruikbaar en passend zijn is verbonden aan de afschrijvingsduur van een voorziening. Bij een hulpmiddel valt hierbij te denken aan 7 jaar (afschrijving van de voorziening), bij een woningaanpassing zou de termijn langer kunnen zijn.
Beleidsregel 3.6 inzet pgb bij gecontracteerde aanbieder: Een pgb voor de maatwerkvoorziening schoon huis, maaltijdverzorging, kindverzorging en ondersteuning op maat om mee te doen in de stad wordt geweigerd door de gecontracteerde zorgaanbieder indien deze volledig wordt ingezet bij deze gecontracteerde zorgaanbieder Wet- en regelgeving: Wmo artikel 1.1.1, artikel 2.3.6, en Verordening artikel 10 Het volledig inzetten van een pgb bij een gecontracteerde zorgaanbieder ondermijnt de systematiek van gekozen financiering en wordt om die reden niet geaccepteerd door de zorgaanbieder.
Beleidsregel 3.7 inzet pgb in sociaal netwerk: Inkoop van ondersteuning binnen het sociale netwerk is mogelijk bij de maatwerkvoorziening schoon huis, maaltijdverzorging, kindverzorging en ondersteuning om maat om mee te kunnen doen in de stad en hiervoor geldt een lager pgb-tarief. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 1.1.1, artikel 2.3.6, en Verordening artikel 10 lid 3, 4 en 5 Voorwaarden: - de persoon die de ondersteuning biedt heeft niet aangegeven dat de zorg aan de belanghebbende hem te zwaar valt (overbelasting);
Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning MVS 2022 28
-
tussenpersonen/belangenbehartigers mogen niet uit het pgb worden betaald; voor diensten die als mantelzorg beschouwd kunnen worden, zoals het verrichten van huishoudelijke taken en/of de financiën en administratie door eerste en tweedegraads familieleden en voor taken die door een mantelzorger in het verleden onbetaald werden verricht, wordt geen pgb verstrekt.
Zorg uit het eigen netwerk wordt veelal beschouwd als de beste zorg voor de laagste prijs, maar dit mag niet leiden tot vergoeding van de informele zorg die anders onbetaald geleverd zou worden. Uitgangspunt is dat hulp uit de eigen omgeving reeds maximaal moet worden ingezet voordat een beroep gedaan wordt op de gemeente. Voor zorg die in redelijkheid verwacht mag worden van het eigen netwerk (taken die een ander onbetaald zou verrichten bij familie) moet geen indicatie en dus ook geen pgb verstrekt worden.
Beleidsregel 3.8 pgb en kortdurende ondersteuning gericht op herstel: Er wordt geen pgb toegekend indien er kortdurend (tot 6 maanden) een maatwerkvoorziening wordt toegekend die erop gericht is dat de cliënt binnen deze termijn zelfstandig/zelfredzaam is, zoals bij het aanleren en/of oefenen van activiteiten, bij het motiveren/activeren, bij een kortdurend advies en/of bij het geven van instructie. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 1.1.1, artikel 2.3.6 en Verordening artikel 10 Bij een kortdurende indicatie die wordt ingezet om (volledige) zelfredzaamheid te bereiken wordt uitsluitend Zorg in Natura verstrekt, omdat bij kortdurende ondersteuning een duidelijk resultaat en bijbehorende voortgangsrapportages verwacht worden. Uit ervaringen is bekend dat een pgb bij dergelijke indicaties niet het gewenste effect te weeg brengt, omdat taken veelal (structureel) worden overgenomen, waardoor na afloop van de indicatie het doel niet is bereikt.
Beleidsregel 3.9 pgb en verblijf in een instelling of buiten de regio MVS: Indien de cliënt langer dan 4 weken aaneengesloten verblijft in een instelling of wanneer de cliënt langer dan 4 weken aaneengesloten buiten de regio MVS verblijft, wordt een persoonsgebonden budget voor de maatwerkvoorziening schoon huis, maaltijdverzorging, kindverzorging en ondersteuning op maat om mee te doen in de stad beëindigd en na melding van terugkeer weer opgestart. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 1.1.1, artikel 2.3.6, artikel 2.3.10 en Verordening artikel 10 en artikel 14 Een persoonsgebonden budget voor de maatwerkvoorziening schoon huis, maaltijdverzorging, kindverzorging en ondersteuning op maat om mee te doen in de stad is uitsluitend bestemd voor de woning waar de cliënt zijn hoofdverblijf heeft. Bij zorg in natura wordt ook geen ondersteuning geleverd wanneer de cliënt is opgenomen of wanneer de cliënt buiten de regio MVS verblijft. Aangezien het persoonsgebonden budget als alternatief voor zorg in natura wordt verstrekt, wordt hetzelfde uitgangspunt gehanteerd. De cliënt is verplicht om een verblijf in een instelling of een verblijf buiten de regio, indien mogelijk vooraf, te melden.
Beleidsregel 3.10 pgb bij verhuizing buiten de regio MVS en overlijden: Een persoonsgebonden budget wordt beëindigd op de dag dat de cliënt overlijdt of verhuist naar buiten de regio MVS. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 1.1.1, artikel 2.3.6, artikel 2.3.10 en Verordening artikel 10 en artikel 14
Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning MVS 2022 29
Uitzonderingen: Bij overlijden van een cliënt met een persoonsgebonden budget voor de maatwerkvoorziening schoon huis, maaltijdverzorging, kindverzorging en ondersteuning op maat om mee te doen in de stad, waarbij de Sociale Verzekeringsbank (SVB) niet de salarisadministratie verricht, geldt als beëindigingsdatum de datum van het overlijden; Bij overlijden van een cliënt met een persoonsgebonden budget voor de maatwerkvoorziening schoon huis, maaltijdverzorging, kindverzorging en ondersteuning op maat om mee te doen in de stad, waarbij de Sociale Verzekeringsbank (SVB) de salarisadministratie verricht, geldt als beëindigingsdatum 1 maand na het overlijden (opzegtermijn van een maand).
Bij hulpmiddelen die bekostigd zijn met een persoonsgebonden budget bestaan bij een verhuizing naar een adres buiten de regio MVS of overlijden de volgende mogelijkheden: de cliënt verzoekt de nieuwe gemeente het resterende deel van het persoonsgebonden budget, gebaseerd op de afschrijving (inclusief het toegekende budget voor onderhoud), over te nemen; de cliënt (of een erfgenaam) behoudt de voorziening en betaalt het resterende deel van het persoonsgebonden budget, gebaseerd op de afschrijving (inclusief het toegekende budget voor onderhoud); de cliënt (of een erfgenaam) draagt het eigendomsrecht van de voorziening over en de voorziening wordt kosteloos (mits deze zich binnen de regio MVS bevindt) opgehaald door de gecontracteerde leverancier, waarbij restitutie van een meerprijs die een cliënt heeft betaald bij aanschaf van de voorziening niet mogelijk is.
4 Slotbepalingen Deze Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning Maassluis Vlaardingen Schiedam 2022 treden in werking met ingang van 1 januari 2022. De Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning Maassluis Vlaardingen Schiedam 2021 komen per die datum te vervallen. Deze Beleidsregels en nadere regel worden aangehaald als “Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning Maassluis Vlaardingen Schiedam 2022” of als “Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning MVS 2022”. Aldus vastgesteld door het gemeenschappelijk orgaan ROGplus Nieuwe Waterweg Noord op ………..
Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning MVS 2022 30
Bijlage 1: Schoon huis, kindverzorging en maaltijdverzorging Basisvoorziening 'Schoon huis' 105 uur per kalenderjaar per huishouden/leefeenheid Basisactiviteiten
Incidentele activiteiten Ramen wassen Raambekleding wassen/ schoonmaken Meubels schoonmaken Reiniging radiatoren Keukenapparatuur schoonmaken Binnen- en bovenzijde keukenkasjes afnemen Deuren, deurposten en tegelwanden afnemen Trap(pen) stofzuigen
Stof afnemen Stofzuigen Dweilen Keukenblok schoonmaken Badkamer en toilet schoonmaken Bed verschonen Afval opruimen
Frequentie
Basisactiviteiten Woonkamer Stof afnemen hoog Stof afnemen midden Stof afnemen laag Stofzuigen
1 x per 2 weken 1 x per week 1 x per week 1 x per week 1 x per 4 weken
Dweilen Slaapkamer Stof afnemen hoog Stof afnemen midden Stof afnemen laag Stofzuigen Dweilen Bed verschonen of opmaken
1 x per 6 weken 1 x per week 1 x per week 1 x per week 1 x per 4 weken 1 x per 2 weken
Keuken Stofzuigen Dweilen Keukenblok (buitenzijde, inclusief tegelwand, kookplaat, spoelbak, koelkast, eventuele tafel) Keukenapparatuur (buitenzijde) Afval opruimen
Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning MVS 2022 31
1 x per week 1 x per week 1 x per week 1 x per week 1 x per week
Sanitair Badkamer schoonmaken: 1 x per week Toilet schoonmaken: 1 x per week
1 x per week 1 x per week
Hal Stof afnemen hoog Stof afnemen midden Stof afnemen laag Stofzuigen Dweilen
1 x per week 1 x per week 1 x per week 1 x per week 1 x per 2 weken
*Gebaseerd op de eindrapportage van het onderzoek naar een onderbouwde urennorm voor de basisvoorziening ‘Schoon Huis’ in de gemeente Utrecht door KPMG Plexus en Bureau HHM. Frequentie
Incidentele activiteiten Woonkamer Gordijnen wassen Reinigen lamellen/luxaflex Ramen binnenzijde Deuren/deurposten nat afdoen Meubels afnemen (droog/nat) Radiatoren afnemen
1 x per jaar 2 x per jaar 4 x per jaar 1 x per 8 weken 1 x per 8 weken 2 x per jaar
Slaapkamer Gordijnen wassen Reinigen lamellen/luxaflex Ramen binnenzijde Deuren/deurposten nat afdoen Radiatoren afnemen
1 x per jaar 2 x per jaar 4 x per jaar 2 x per jaar 2 x per jaar
Keuken Gordijnen wassen: 1 x per jaar Reinigen lamellen/luxaflex: 3 x per jaar Ramen binnenzijde: 4 x per jaar Deuren/deurposten nat afdoen Radiatoren afnemen Keukenkastjes (binnenzijde) Koelkast (binnenzijde) Oven/magnetron (binnenzijde) Vriezer los reinigen binnenzijde (ontdooid)
1 x per jaar 3 x per jaar 4 x per jaar 1 x per 8 weken 3 x per jaar 2 x per jaar 3 x per jaar 4 x per jaar 1 x per jaar Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning MVS 2022 32
Afzuigkap reinigen (binnenzijde) Bovenkant keukenkastjes Tegelwand (los van keukenblok)
2 x per jaar 1 x per 6 weken 2 x per jaar
Sanitair Radiatoren afnemen Tegelwand badkamer afnemen Gordijnen wassen Ramen binnenzijde Reinigen lamellen/luxaflex
2 x per jaar 4 x per jaar 1 x per jaar 4 x per jaar 3 x per jaar
Hal Trap stofzuigen Radiator afnemen Deuren/deurposten nat afdoen
1 x per 4 weken 2 x per jaar 2x per jaar
*Gebaseerd op de eindrapportage van het onderzoek naar een onderbouwde urennorm voor de basisvoorziening ‘Schoon Huis’ in de gemeente Utrecht door KPMG Plexus en Bureau HHM.
Aanvullende maatwerkvoorziening 'Schoon huis' Omvang van de woning Per extra kamer die daadwerkelijk gebruikt wordt als slaapkamer (per slaapkamer per kalenderjaar)
+ 25 uur per kalenderjaar
*Gebaseerd op CIZ-protocol huishoudelijke verzorging Samenstelling van het huishouden 4 of meer personen (2e keer in de week stofzuigen woonkamer/keuken/hal, 2e keer in de week keuken schoonmaken, 2e keer in de week sanitair schoonmaken)
+ 50 uur per kalenderjaar
*Gebaseerd op CIZ-protocol huishoudelijke verzorging die meerwerk noodzakelijk acht bij een hoge bezettingsgraad (4 of meer personen). Opruimen/afwassen Vanwege ernstige beperkingen niet in staat tot opruimen en/of afwassen • 1 persoon • 2 of meer personen *Gebaseerd op CIZ-protocol huishoudelijke verzorging: de helft van de normtijd voor licht huishoudelijk werk
Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning MVS 2022 33
+ 26 uur per kalenderjaar + 39 uur per kalenderjaar
Schone kleding • 1 persoon + 52 uur per kalenderjaar • 1 persoon met structureel extra was + 78 uur per kalenderjaar • 2 of meer personen + 78 uur per kalenderjaar • 2 of meer personen met structureel extra was + 104 uur per kalenderjaar * Gebaseerd op CIZ-protocol huishoudelijke verzorging. Structureel extra was op basis van meerwerk CIZ- protocol huishoudelijke verzorging: kind/kinderen beneden de 12 jaar, bedlegerig, incontinentie, speekselverlies, overmatige transpiratie). Let op! Was-/strijkservice is voorliggend. Dagelijks organisatie • dagelijkse organisatie van het huishouden + 26 uur per kalenderjaar • dagelijks organisatie van het huishouden met meerwerk + 52 uur per kalenderjaar * Gebaseerd op CIZ-protocol huishoudelijke verzorging. Meerwerk op basis van meerwerk CIZ- protocol huishoudelijke verzorging: kind/kinderen beneden de 16 jaar, communicatieproblemen, ernstige gedragsproblemen, psychische/psychosociale problematiek bij meerdere huisgenoten). Hoger niveau van hygiëne + 26 uur per kalenderjaar
Allergie voor huisstofmijt in combinatie met longaandoening * Gebaseerd op CIZ-protocol huishoudelijke verzorging bij meerwerk licht huishoudelijk werk
Boodschappen doen Huishoudelijke boodschappen doen + 52 uur per kalenderjaar Huishoudelijke boodschappen doen met meerwerk + 78 uur per kalenderjaar * Gebaseerd op CIZ-protocol huishoudelijke verzorging. Meerwerk op basis van meerwerk CIZ- protocol huishoudelijke verzorging: 4 of meer personen, kind/kinderen beneden de 12 jaar).
Maaltijdverzorging Maaltijden Ontbijt en lunch klaarmaken (altijd tegelijkertijd klaarmaken/1 keer per dag) Warme maaltijd opwarmen Warme maaltijd bereiden (maximaal 5 dagen per week) Toezicht bij het eten per maaltijd Reistijd maaltijden Reistijd per maaltijd (uitsluitend bij en enkel reisafstand > 10 km)
1 dag per week 13 uur per kalenderjaar 13 uur per kalenderjaar 26 uur per kalenderjaar 13 uur per kalenderjaar
5 dagen per week 65 uur per kalenderjaar 65 uur per kalenderjaar 130 uur per kalenderjaar 65 uur per kalenderjaar
7 dagen per week 91 uur per kalenderjaar 91 uur per kalenderjaar n.v.t. 91 uur per kalenderjaar
+ 13 uur per kalenderjaar
* Gebaseerd op CIZ-protocol huishoudelijke verzorging
Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning MVS 2022 34
Kindverzorging (Afhankelijk van activiteiten, noodzakelijke frequentie en aantal dagen per week omzetten in uren per kalenderjaar) Taken kindverzorging Naar bed brengen t/m 6 jaar (uitkleden, pyjama aantrekken, tandenpoetsen, plassen, naar bed brengen). Uit bed halen t/m 6 jaar (wakker maken, uit bed halen, tandenpoetsen, wassen, plassen, aankleden) In bad doen baby (0-1 jaar) (uitkleden, douchen, afdrogen, aankleden) Douchen van kind (1 t/m 6 jaar) (uitkleden, douchen, afdrogen, aankleden) Eten geven (uitkoken, bereiden, voeren/fles geven, verschonen) 0 t/m 3 maanden 3 t/m 6 maanden 6 t/m 12 maanden 1 t/m 3 jaar Kind naar school/ opvang brengen/ halen (jas en schoenen aan-/ uitrekken, wegbrengen/ophalen) Reistijd per keer (uitsluitend bij een enkele reisafstand > 10 km) * Gebaseerd op CIZ-protocol huishoudelijke verzorging
Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning MVS 2022 35
Uren per keer 0:15 0:15 0:30 0:30
Frequentie 1 keer per dag 1 keer per dag max. 7 keer per week max. 4 keer per week
0:30 0:30 0:30 0:20
max. 8 keer per dag max. 6 keer per dag max. 5 keer per dag max. 4 keer per dag
0:15 0:15
max. 2 keer per dag
Bijlage 2: Meedoen in de stad Sociale redzaamheid: • Relaties met familie onderhouden • Zelfstandig contacten onderhouden • Zelfstandig contacten opbouwen • Administratieve zaken afhandelen • Dagelijkse bezigheden • Dagelijkse routine regelen • Initiëren + uitvoeren complex • Probleem oplossen/besluiten • Zelf geld beheren • Begrijpelijk maken naar andere • Begrijpen wat anderen zeggen • Een gesprek voeren • Initiëren + uitvoeren eenvoud • Lezen, schrijven, rekenen • Zich redden in winkels, postkantoor etc. • Omgaan met destructief gedrag • Omgaan met dwangmatig gedrag • Omgaan met lichamelijk agressief gedrag • Omgaan met manipulatief gedrag • Omgaan met verbaal agressief gedrag • Omgaan met zelf verwondend of zelfbeschadigend gedrag • Omgaan met grensoverschrijdend seksueel gedrag Maatschappelijke participatie: • Gebruik maken van openbaar vervoer • Eigen vervoermiddel gebruiken • Lichaamspositie handhaven • Grove hand- en armbewegingen maken • Fijne handbewegingen maken • Lichtere voorwerpen tillen • Zwaardere voorwerpen tillen • Gecoördineerd bewegingen maken met benen en voeten • Lichaamspositie veranderen • Trap op en af gaan zonder hulp(middelen) • Zich verplaatsen met hulp(middelen) • Voortbewegen binnenshuis, zonder hulp(middelen) • Voortbewegen buitenshuis, zonder hulp(middelen) • Korte afstanden lopen • Betaalde baan zoeken • Betaald werk doen: deeltijd of voltijd •
Dagtaak uitvoeren • Niet-betaald werk doen • Opleiding volgen • Vrijetijdsbesteding buitenshuis • Zelfstandig naar club/vereniging gaan • Naar een algemene voorziening gaan • Hulpmiddelen voor communicatie gebruiken • Gewoon onderwijs volgen Psychisch functioneren: • Concentreren • Geheugen en denken • Perceptie Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning MVS 2022 36
• Motivatie Psychosociaal welbevinden: • Moedeloos zijn • Angstig zijn • Gemis van gewaardeerde sociale rollen • Belangstelling, betrokkenheid • Gemis van persoonlijke relaties • Gebruik van alcohol • Gebruik van harddrugs • Gebruik van softdrugs Mentaal functioneren: • Oriëntatie in tijd • Oriëntatie in ruimte • Oriëntatie in persoon • Oriëntatie naar plaats • Hogere cognitieve functies • Aandacht • Algemene mentale functies • Bewustzijn • Energie en driften • Globale psychosociale functies • Intellectuele functies • Mentale functies nao • Psychomotore functies • Slaap • Temperament en persoonlijkheid • Hoorfuncties • Visuele functies • Sensorische functies (pijn) • Vestibulaire functies
Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning MVS 2022 37
Bijlage 3: Meedoen in de stad begeleiding en persoonlijke verzorging Begeleiding Het ondersteunen bij het aanbrengen van structuur c.q. het voeren van regie hulp bij initiëren of compenseren van eenvoudige of complexe taken, besluiten nemen en gevolgen daarvan wegen; regelen van randvoorwaarden op het gebied van wonen/onderwijs/werk/inkomen, het stimuleren tot en voorbereiden van een gesprek met dit type instanties (dit betreft niet het meegaan naar/aanwezig zijn bij het gesprek); hulp bij plannen, stimuleren en voorbespreken van activiteiten; hulp bij initiëren of compenseren van op/bijstellen van dag/weekplanning/dagelijkse routine; inzicht geven in (mogelijke) gevolgen van besluiten; hulp bij zich aan regels/afspraken houden, corrigeren van besluiten of gedrag. Het ondersteunen bij praktische vaardigheden/handelingen ten behoeve van zelfredzaamheid.
hulp bij uitvoeren/overnemen van eenvoudige of complexe taken/activiteiten of bij oplossen van praktische problemen die buiten de dagelijkse routine vallen; hulp bij uitvoeren van vaardigheden die geleerd tijdens behandeling; hulp bij het beheren van (huishoud)geld; hulp bij de administratie (alleen in de zin van oefenen); hulp bij of overnemen van post openmaken, voorlezen en regelen, afhandeling praktische zaken; hulp bij of overnemen van oppakken, aanreiken, verplaatsen van dagelijks noodzakelijke dingen; hulp bij plannen en stimuleren van contact in persoonsgebonden sociale omgeving; hulp bij communicatie in de persoonsgebonden omgeving bij bijvoorbeeld afasie. Noodzakelijke frequentie per week: Uren per keer: Uren per week: Uren per kalenderjaar: 1 keer per week 0:30 tot 3 uur 0:30 uur tot 3 uur 26 tot 156 uur 2 keer per week 0:30 tot 2 uur 1 tot 4 uur 52 tot 208 uur 3 keer per week 0:30 tot 1:30 uur 1:30 tot 4:30 uur 78 tot 234 uur 4 keer per week 0:30 tot 1:30 uur 2 tot 6 uur 104 tot 312 uur 5 keer per week 0:15 tot 1:30 uur 1:15 tot 7:30 uur 65 tot 390 uur 6 keer per week 0:15 tot 1:30 uur 1:30 tot 9 uur 78 tot 468 uur dagelijks 0:15 tot 1:30 uur 1:45 tot 10:30 uur 91 tot 546 uur Oefenen met het aanbrengen van structuur c.q. het voeren van regie en/of het uitvoeren van handelingen die zelfredzaamheid tot doel hebben.
oefenen met vaardigheden, aangeleerd tijdens behandeling, zoals gebruik geleidestok en gebruik hulpmiddelen voor communicatie8, stimuleren van wenselijk gedrag, inslijpen van gedrag; uitsluitend op basis van een verklaring van de behandelaar; maximaal 6 maanden (geen mogelijkheid tot verlenging). Uren per week: Uren per kalenderjaar: 1 tot 3 uur 52 tot 156 uur * Gebaseerd op CIZ-indicatiewijzer AWBZ (juli 2014) Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning MVS 2022 38
Persoonlijke verzorging (Afhankelijk van activiteiten, noodzakelijke frequentie en aantal dagen per week omzetten in uren per kalenderjaar) Uren per keer 0:05 0:05 0:05 0:10 0:10 0:20
Taken Zorg voor tanden Zorg voor haren Zorg voor nagels Scheren Wassen/douchen (gedeeltelijk hulp) Wassen/douchen (volledig hulp) Aan-/uitkleden (gedeeltelijk hulp) Aan-/uitkleden (volledig hulp) Aanreiken/toezicht voorgeschreven medicatie
0:10 0:15 0:05 – 0:15 0:15
Reistijd per keer (uitsluitend bij een enkele reisafstand > 10 km) * Gebaseerd op CIZ-indicatiewijzer AWBZ (juli 2014)
Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning MVS 2022 39
Frequentie max. 2 keer per dag max. 1 keer per dag max. 1 keer per week max. 1 keer per dag max. 1 keer per dag max. 1 keer per dag max. 2 keer per dag max. 2 keer per dag Naar noodzaak
Bijlage 4: Bouwstenen beschermd wonen Bouwsteen huisvestingscomponent en toezicht Voorwaarden/regels: - niet van toepassing als een cliënt zelf huur betaalt - alleen van toepassing als een cliënt zelf huur betaalt en er Huisvestingscomponent gemeenschappelijke ruimte en aparte ruimte is voor gemeenschappelijk gebruik - alleen van toepassing bij een instelling/woonvorm 24-uurs permanent toezicht door zorginstelling (24 uur aanwezigheid - alleen van toepassing bij een instelling/woonvorm begeleiding) - inclusief huiskameruren/groepsuren op locatie 24-uurs toezicht in nabijheid door zorginstelling (overdag begeleiding aanwezig, - alleen van toepassing in instelling/woonvorm ’s nachts op afroep) - inclusief huiskameruren/groepsuren op locatie Huisvestingscomponent inclusief gemeenschappelijke ruimte(n)
etmalen per week etmalen per week per week per week
Bouwsteen dagbesteding beschermd wonen Er kan maximaal 9 dagdelen per week worden toegekend Dagbesteding licht (zie beleidsregel dagbesteding) Dagbesteding midden (zie beleidsregel dagbesteding) Dagbesteding zwaar (zie beleidsregel dagbesteding) Vervoer naar dagbesteding (alleen als dagbesteding op een andere locatie plaatsvindt) Rolstoelvervoer naar dagbesteding (alleen als dagbesteding op een andere locatie plaatsvindt) Bouwsteen individuele begeleiding inclusief toezicht bij de persoonlijke verzorging beschermd wonen De totale individuele begeleidingsbehoefte vaststellen per week inclusief het toezicht bij de persoonlijke verzorging Bij het vaststellen van de begeleidingsbehoefte rekening houden met het toegekende toezicht Bij het vaststellen van de begeleidingsbehoefte rekening houden met het toegekende aantal dagdelen dagbesteding Voorwaarden/regels: Individuele begeleiding naar noodzaak tussen de 5 en maximaal 16 uur per week (exclusief toezicht/groepsuren/huiskameruren) - bij mogelijkheid tot uitstroom - bij 8 of meer dagdelen dagbesteding Maximaal 8 uur per week: - bij toegang tot beschermd wonen met een opdracht tot het opstellen van een ondersteuningsplan Maximaal 10 uur per week: - bij 6 of meer dagdelen dagbesteding Maximaal 12 uur per week: - bij 4 of meer dagdelen dagbesteding Maximaal 14 uur per week: - bij 2 of meer dagdelen dagbesteding - Uitsluitend bij
intensieve gedragsregulering en niet in combinatie met dagbesteding 15 en/of 16 uur per week: Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning MVS 2022 40
dagdelen per week dagdelen per week dagdelen per week etmalen per week etmalen per week
Budget per week
Aantal uur per week
Bouwsteen persoonlijke verzorging beschermd wonen Deze bouwsteen is uitsluitend van toepassing indien hulp bij/overname van de persoonlijke verzorging noodzakelijk is (toezicht bij persoonlijke verzorging valt onder de bouwsteen begeleiding) Taken Uren per keer Frequentie Berekening: 0:05 Zorg voor tanden max. 2 keer per dag 0:05 Zorg voor haren max. 1 keer per dag 0:05 Zorg voor nagels max. 1 keer per week 0:10 Scheren max. 1 keer per dag 0:10 Gedeeltelijke hulp bij wassen/douchen max. 1 keer per dag 0:20 Volledige hulp bij wassen/douchen max. 1 keer per dag max. 2 keer per dag Gedeeltelijke hulp bij aan-/uitkleden 0:10 max. 2 keer per dag Volledige hulp bij aan-/uitkleden 0:15 medische noodzaak Uren per keer X frequentie per week Aanreiken medicatie 0:10 Bouwsteen verpleging beschermd wonen Normering naar noodzaak (richtlijn beleidsregels AWBZ 2014)
Uren per keer X frequentie per week
Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning MVS 2022 41