CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Beleidsregels gewijzidge verordening MO MVS 2021

Gemeenteraad 23 november 2021, gemeente SchiedamBij agendapunt: Raadsvoorstel Verordening Maatschappelijke Ondersteuning MVS15.584 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BELEIDSREGELS EN NADERE REGEL MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING

MAASSLUIS VLAARDINGEN SCHIEDAM 2022

Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning MVS 2022 1

- Het gemeenschappelijk orgaan ROGplus Nieuwe Waterweg Noord; - Gelet op de Verordening maatschappelijke ondersteuning Maassluis Vlaardingen Schiedam 2021; - Gelet op het voorstel tot wijziging van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Maassluis Vlaardingen Schiedam 2021 met ingang van 1 januari 2022; - Besluit vast te stellen de Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning Maassluis Vlaardingen Schiedam 2021

Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning MVS 2022 2

Inhoudsopgave Inhoudsopgave

3

Voorwoord

5

1 Voorliggende en algemene voorzieningen

5

1.1 Eigen kracht en eigen verantwoordelijkheid Beleidsregel 1.1.1 maatwerkvoorziening Beleidsregel 1.1.2 eigen kracht 1.2 Gebruikelijke hulp Beleidsregel 1.2.1 gebruikelijke hulp 1.3 Mantelzorg en hulp uit het netwerk Beleidsregel 1.3.1 mantelzorg/hulp uit netwerk Nadere regel 1.3.2 waardering mantelzorgers 1.4 Algemene en algemeen beschikbare voorzieningen Beleidsregel 1.4.1 algemene en algemeen beschikbare voorziening 1.5 Afbakening andere wet- en regelgeving Beleidsregel 1.5.1 Wet langdurige zorg (Wlz) Beleidsregel 1.5.2 zorgverzekeringswet Beleidsregel 1.5.3 Wet kinderopvang Beleidsregel 1.5.4 Jeugdwet Beleidsregel 1.5.5 Participatiewet/WAO/WIA/Wajong/Ziektewet Beleidsregel 1.5.6 Vervoersvoorziening voor werk Beleidsregel 1.5.7 Subsidieregeling ADL-assistentie Fokus 1.6 Algemeen gebruikelijke voorzieningen en kosten Beleidsregel 1.6.1 weigering algemeen gebruikelijke voorzieningen Beleidsregel 1.6.2 oplossing algemeen gebruikelijke voorziening Beleidsregel 1.6.3 algemeen gebruikelijke kosten

2 Maatwerkvoorzieningen

5 5 5 6 6 7 7 7 8 8 8 8 9 9 10 10 10 10 11 11 11 11

12

2.1 Algemene uitgangspunten 12 Beleidsregel 2.1.1 goedkoopst adequaat 12 Beleidsregel 2.1.2 niveau sociale woningbouw 12 Beleidsregel 2.1.3 vervanging maatwerkvoorziening 12 2.2 Een schoon huis, maaltijdverzorging en kindverzorging 12 Beleidsregel 2.2.1 Maatwerkvoorziening 12 Beleidsregel 2.2.2 taken maatwerkvoorzienig schoon huis, maaltijdverzorging en kindverzorging 13 Beleidsregel 2.2.3 mate ondersteuning maatwerkvoorziening schoon huis, maaltijdverzorging en kindverzorging 13 2.3 Meedoen in de stad met ondersteuning op maat 13 Beleidsregel 2.3.1 toegang tot ondersteuning op maat om mee te doen in de stad 13 Beleidsregel 2.3.2 begeleiding en persoonlijke verzorging 14 Beleidsregel 2.3.3 categorieën begeleiding 14 Beleidsregel 2.3.4 dagbesteding versus begeleiding: 14 Beleidsregel 2.3.5 categorieën dagbesteding: 14 Beleidsregel 2.3.6 omvang dagbesteding 15 Beleidsregel 2.3.7 (rolstoel)vervoer dagbesteding: 15 Beleidsregel 2.3.8 logeren (ontlasting mantelzorg): 15 2.4 Opvang 16 Beleidsregel 2.4.1 opvang 16 2.5 Beschermd wonen 16 Beleidsregel 2.5.1 beschermd wonen 16 Beleidsregel 2.5.2 bouwstenen beschermd wonen 17 Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning MVS 2022 3

2.6 Woonvoorzieningen Beleidsregel 2.6.1 primaat verhuizen Beleidsregel 2.6.2 verhuiskostenvoucher Beleidsregel 2.6.3 woningaanpassing Beleidsregel 2.6.4 achterstallig onderhoud Beleidsregel 2.6.5 inadequate verhuizing Beleidsregel 2.6.6 ADL-clusterwoning en MIVA-woningen Beleidsregel 2.6.7 uitraasruimte Beleidsregel 2.6.8 primaat losse woonunit Beleidsregel 2.6.9 aanpassingen in gemeenschappelijke ruimten Beleidsregel 2.6.10 bezoekbaar maken Beleidsregel 2.6.11 aanpassingen stalling scootermobiel/scootersafe 2.7 Vervoersvoorzieningen Beleidsregel 2.7.1 indicatie collectieve vervoersvoorziening Beleidsregel 2.7.2 begeleiding collectieve vervoersvoorziening Beleidsregel 2.7.3 primaat collectieve vervoersvoorziening Beleidsregel 2.7.4 omvang vervoersvoorziening Beleidsregel 2.7.5 fietsvoorziening Beleidsregel 2.7.6 scootermobiel Beleidsregel 2.7.7 autoaanpassing Beleidsregel 2.7.8 leaseauto/gesloten buitenwagen 2.8 Rolvoorzieningen Beleidsregel 2.8.1 rolstoel Beleidsregel 2.8.2 elektrische rolstoel Beleidsregel 2.8.3 aanpassingen rolstoel Beleidsregel 2.8.4 sportvoorziening 2.9 Tegemoetkoming meerkosten voor cliënten uit Maassluis en Schiedam Beleidsregel 2.9.1 indicatie tegemoetkoming meerkosten

3 Persoonsgebonden budget (pgb)

17 17 17 18 18 18 19 19 19 19 20 20 20 20 21 21 21 22 22 22 23 23 23 23 24 24 24 24

25

Beleidsregel 3.1 bekwaamheid voor een pgb Beleidsregel 3.2 motivatie voor een pgb Beleidsregel 3.3 kwaliteit van de voorziening Beleidsregel 3.4 kosten reeds gemaakt Beleidsregel 3.5 langdurig adequaat Beleidsregel 3.6 inzet pgb bij gecontracteerde aanbieder Beleidsregel 3.7 inzet pgb in sociaal netwerk Beleidsregel 3.8 pgb en kortdurende ondersteuning gericht op herstel Beleidsregel 3.9 pgb en verblijf in een instelling of buiten de regio MVS Beleidsregel 3.10 pgb bij verhuizing buiten de regio MVS en overlijden

25 26 26 27 28 28 28 29 29 29

4 Slotbepalingen

30

Bijlage 1: Schoon huis, kindverzorging en maaltijdverzorging

31

Bijlage 2: Meedoen in de stad

36

Bijlage 3: Meedoen in de stad begeleiding en persoonlijke verzorging

38

Bijlage 4: Bouwstenen beschermd wonen

40

Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning MVS 2022 4

Voorwoord In de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015 is vastgelegd dat gemeenten zorgdragen voor maatschappelijke ondersteuning en de kwaliteit en continuïteit van voorzieningen. Hiervoor moet de gemeenteraad bij verordening regels vaststellen. Ter uitvoering van de Wmo 2015 werken de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam (MVS) op een aantal terreinen samen. Door de drie raden van de gemeenten is de Verordening maatschappelijke ondersteuning MVS 2021 vastgesteld. In de Wmo 2015 gaat het om maatwerk en een maatwerkvoorziening moet afgestemd zijn op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een cliënt. Inherent hieraan is dat aan twee cliënten met vergelijkbare beperkingen mogelijk niet eenzelfde maatwerkvoorziening wordt toegekend. Maatwerkvoorzieningen lenen zich in feite niet voor het opstellen van beleidsregels. Om deze reden heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) afgezien van het maken van modelbeleidsregels Wmo. Binnen MVS bestaat er behoefte aan richtlijnen en een afwegingskader. Deze beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning MVS 2021 moeten dan ook als dusdanig beschouwd worden. Maatwerk blijft het uitgangspunt!

1 Voorliggende en algemene voorzieningen 1.1 Eigen kracht en eigen verantwoordelijkheid Beleidsregel 1.1.1 maatwerkvoorziening: Een maatwerkvoorziening moet gericht zijn op het ondersteunen van de zelfredzaamheid en participatie van een cliënt met een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 1.1.1 artikel 1.2.1, artikel 2.3.1, artikel 2.3.2 artikel 2.3.5 lid 3 en 4, en Verordening artikel 4 lid 1 sub h, artikel 7 Er moet dus sprake zijn van beperkingen in de zelfredzaamheid en participatie en deze moeten het gevolg zijn van een beperking (somatisch, lichamelijk, verstandelijk) of chronische psychische of psychosociale problemen. Indien een cliënt niet beperkt is in zijn zelfredzaamheid en mogelijkheden tot participatie, is ondersteuning niet nodig. Voorts geldt bij psychische en psychosociale problemen dat deze chronisch van aard moeten zijn. Bij tijdelijke psychische of psychosociale problematiek is eerst behandeling aangewezen, welke wordt vergoed vanuit de zorgverzekeringswet.

Beleidsregel 1.1.2 eigen kracht: Voor een cliënt die zelf in staat is om zijn beperkingen in de zelfredzaamheid en participatie op te lossen of zich op eigen kracht kan handhaven in de samenleving, bestaat geen noodzaak tot ondersteuning middels een maatwerkvoorziening. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 1.1.1, artikel 1.2.1, artikel 2.3.2 lid 4 sub b, artikel 2.3.5 lid 3 en 4 en Verordening artikel 4 lid 1 sub c, artikel 7 lid 2 en 3 De Wmo is bedoeld om mogelijkheden te bieden door middel van maatwerkvoorzieningen als het niet in iemands eigen vermogen ligt het probleem op te lossen. Voor het zelf oplossen van een probleem is de cliënt verantwoordelijk. Deze eigen verantwoordelijkheid is ook van toepassing wanneer: - de cliënt redelijkerwijs de noodzaak tot ondersteuning had kunnen voorkomen; - de cliënt redelijkerwijs maatregelen had kunnen treffen omdat de noodzaak voor ondersteuning voorzienbaar en/of voorspelbaar was voor de cliënt. Enkele voorbeelden hiervan zijn: - het maken van een verstandige keuze bij een renovatie (geen ligbad plaatsen) of een verhuizing (een gelijkvloerse woning), als de cliënt al enige beperkingen heeft of al wat ouder wordt (richtlijn: 65+); - het anticiperen op en/of het reserveren voor een voorzienbare, voor de cliënt voorspelbare verhuizing. Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning MVS 2022 5

1.2 Gebruikelijke hulp Beleidsregel 1.2.1 gebruikelijke hulp: Een cliënt kan geen beroep doen op een maatwerkvoorziening indien hulp, die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot/partner, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten, aanwezig is. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 1.1.1, artikel 1.2.1, artikel 2.3.2 lid 4 sub b, artikel 2.3.5 lid 3 en 4 en Verordening artikel 4 lid 1 sub c, artikel 7 lid 2 Bij een melding/aanvraag voor een maatwerkvoorziening moet allereerst bezien worden of en in hoeverre eventuele huisgenoten zelf de problemen kunnen oplossen. Gebruikelijke hulp is hulp van huisgenoten die in redelijkheid van hen verwacht mag worden, zodat verstrekking van een maatwerkvoorziening niet noodzakelijk is.

Van een volwassen (vanaf 18 jaar) huisgenoot wordt verwacht dat deze de volgende taken overneemt wanneer de cliënt er niet toe in staat is: - het bieden van hulp bij of het overnemen van alle huishoudelijke taken (zwaar huishoudelijk werk, licht huishoudelijk werk, de was en strijk, boodschappen doen, maaltijden verzorgen, dagelijkse organisatie van het huishouden); - het bieden van hulp bij of het overnemen van taken die bij een gezamenlijk huishouden horen, zoals het doen van de administratie; - het verzorgen van jongere gezinsleden; - het blijven bieden van onderdak aan kinderen die meerderjarig worden (ongeacht leeftijd en beperkingen) - het bieden van alle ondersteuning en persoonlijke verzorging in kortdurende situaties, met uitzicht op een dusdanig herstel van het probleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de cliënt dat ondersteuning daarna niet langer is aangewezen (circa 6 maanden); - het begeleiden van de cliënt op het terrein van maatschappelijke participatie en het maatschappelijk verkeer in eigen vervoer of collectief vervoer (inclusief bezoek aan familie, bezoek aan artsen/therapeuten/ziekenhuis, dagactiviteiten, enzovoort).

Van huisgenoten tussen de 12 en 18 jaar wordt, afhankelijk van de individuele mogelijkheden, de volgende bijdrage verwacht: - de eigen kamer opruimen/schoonmaken; - lichte huishoudelijke taken verrichten (opruimen, tafeldekken en afruimen, helpen met de afwas) - (kleine) boodschappen doen; - helpen bij het verzorgen van jongere gezinsleden. Een uitzondering op gebruikelijke hulp kan gemaakt worden indien: - de huisgenoot door geobjectiveerde beperkingen en/of onvoldoende kennis/vaardigheden niet in staat is om de gebruikelijke hulp te bieden en deze vaardigheden niet kan aanleren. De (medische) gegevens ter onderbouwing hiervan moeten door de cliënt/huisgenoot worden aangeleverd; - de huisgenoot overbelast is of dreigt te raken. De (medische) gegevens ter onderbouwing hiervan moeten door de cliënt/huisgenoot worden aangeleverd. Voorts zal veelal een beoordeling door een onafhankelijke arts moeten plaatsvinden. Een maatwerkvoorziening bij (dreigende) overbelasting van een huisgenoot wordt in eerste instantie slechts verstrekt voor 3 maanden ter ontlasting van de huisgenoot. Daarbij gelden de volgende voorwaarden: • Wanneer er voor de huisgenoot eigen mogelijkheden en/of voorliggende voorzieningen zijn om de (dreigende) overbelasting op te heffen, dienen deze eigen mogelijkheden en/of voorliggende voorzieningen hiertoe te worden aangewend.

Als er sprake is van (dreigende) overbelasting vanwege het zelf leveren van persoonlijke verzorging aan de cliënt, dient men die overbelasting op te heffen door deze zorg door (andere) hulpverleners uit te laten voeren. • Voor zover de (dreigende) overbelasting wordt veroorzaakt door maatschappelijke activiteiten buiten de gebruikelijke hulp, al dan niet in combinatie met een fulltime school- of werkweek, gaat het verlenen van gebruikelijke hulp voor op die maatschappelijke activiteiten. • Bij overbelasting door een dienstverband van te veel uren of te veel overuren, of als gevolg van spanningen op het werk, moet de oplossing in de eerste plaats gezocht worden in minder (over)uren gaan werken of aanpak van de spanningen op het werk. Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning MVS 2022 6

- de gebruikelijke hulp van niet uitstelbare aard is en de huisgenoot niet beschikbaar is vanwege de reguliere school- of werkweek; - de cliënt een zeer korte levensverwachting heeft (< 3 maanden).

1.3 Mantelzorg en hulp uit het netwerk Beleidsregel 1.3.1 mantelzorg/hulp uit netwerk: Een cliënt kan geen beroep doen op een maatwerkvoorziening indien hulp van mantelzorg of hulp van andere personen uit het sociale netwerk resulteert in voldoende zelfredzaamheid en participatie van de cliënt. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 1.1.1, artikel 1.2.1, artikel 2.3.2 lid 4 sub c en d, artikel 2.3.5 lid 3 en 4 en verordening artikel. 4 lid 1 sub d, artikel.7 lid 2 Mantelzorg wordt omschreven als hulp die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep. Mantelzorg en hulp uit het netwerk is voor een betrokken samenleving onmisbaar. Om mogelijk te maken dat een cliënt langer in de eigen leefomgeving kan blijven wonen moet een groter beroep worden gedaan op het sociale netwerk. Veelal ontvangt een cliënt al mantelzorg. Indien de mantelzorger bereid is en in staat is om deze (bovengebruikelijke) hulp te blijven bieden, waardoor de cliënt voldoende zelfredzaam is en voldoende kan participeren, is een maatwerkvoorziening niet noodzakelijk. Toekenning van een persoonsgebonden budget voor betaling van een mantelzorger die deze zorg al langere tijd kosteloos biedt, is niet mogelijk. De mogelijkheid bestaat dat een cliënt nog geen of onvoldoende mantelzorg ontvangt.

Onderzoek naar de mogelijkheden van hulp uit het netwerk moet dan eerst plaatsvinden. Van belang hierbij is dat uit onderzoek is gebleken dat er vaak sprake is van vraagverlegenheid bij cliënten, maar ook van handelingsverlegenheid bij personen uit het netwerk. Door de cliënt, eventueel samen met iemand uit het wijkteam en/of een onafhankelijke cliëntondersteuner, moet voordat een beroep gedaan kan worden op een maatwerkvoorziening, het netwerk in kaart gebracht worden en personen uit dit netwerk gevraagd worden naar de mogelijkheden tot het bieden van hulp. Kortom, een maatwerkvoorziening is slechts bedoeld als aanvulling op mantelzorg en hulp uit het netwerk of bij een noodzaak voor het ontlasten van de mantelzorg (respijtzorg). Respijtzorg doet zich voor in situaties waarin de mantelzorger (tijdelijk) niet in staat is de (gebruikelijke) hulp op zich te nemen vanwege (dreigende) overbelasting. Indien andere personen uit het netwerk of algemene en algemeen beschikbare voorzieningen (zie paragraaf 1.4) onvoldoende zijn om de mantelzorger te ontlasten, kan een maatwerkvoorziening worden verstrekt aan de cliënt ter ontlasting van diens mantelzorger.

Nadere regel 1.3.2 waardering mantelzorgers: De jaarlijkse blijk van waardering voor mantelzorgers van cliënten bestaat uit een waarderingsweek voor de mantelzorg met nader in te vullen waarderingsactiviteiten die toegankelijk zijn voor een brede groep mantelzorgers. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 1.1.1, 2.1.6 en Verordening artikel 15 Omdat mantelzorg onmisbaar is voor een betrokken samenleving en bijdraagt aan het betaalbaar houden van de zorg, is een blijk van waardering voor mantelzorgers op zijn plaats. Deze blijk wordt op een immateriële wijze ingevuld door een week voor de mantelzorg te organiseren met waarderingsactiviteiten voor de mantelzorgers, waarbij inbreng van ideeën voor activiteiten door mantelzorgers mogelijk is. Het doel is om een brede groep mantelzorgers te bereiken, waarbij speciale aandacht uitgaat naar mantelzorgers die nog niet voldoende in beeld zijn voor deze blijk van waardering, bijvoorbeeld jonge mantelzorgers en allochtone mantelzorgers. Daarnaast wordt ingezet op ondersteuning waar mantelzorgers behoefte aan hebben om de zorg te kunnen blijven bieden aan de cliënt, zoals het behouden of uitbreiden van de mogelijkheden voor: - Vraaggerichte individuele ondersteuning; - Workshops; - Lotgenotengroepen; - Nazorg (na overlijden of permanente opname van de cliënt); Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning MVS 2022 7

-

Respijtzorg, zowel informeel met algemene voorzieningen (bijvoorbeeld vrijwillige ondersteuning thuis) als formeel met maatwerkvoorzieningen.

1.4 Algemene en algemeen beschikbare voorzieningen Beleidsregel 1.4.1 algemene en algemeen beschikbare voorziening: Een cliënt kan geen beroep doen op een maatwerkvoorziening indien een algemene voorziening of een algemeen beschikbare/gebruikelijke voorziening aanwezig is en resulteert in voldoende zelfredzaamheid en participatie van de cliënt. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 1.1.1, artikel 2.2.2 lid 2, artikel 2.2.3, artikel 2.3.2 lid 4 sub e, artikel 2.3.5 lid 3 en Verordening artikel 1 sub j, artikel 4 lid 1 sub f en g, artikel 7 lid 2 Zoals de begripsbepaling over een algemene voorziening aangeeft, gaat het hier om een aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning. Een algemene voorziening is voorliggend op een maatwerkvoorziening. Binnen de regio MVS zijn de volgende algemene voorzieningen beschikbaar: - algemene voorziening schoon huis; - was- en strijkservice; - cliëntondersteuning; - scootermobielpool/rolstoelpool.

De algemene voorziening schoon huis voor maximaal 105 uur per kalenderjaar per huishouden (basisvoorziening schoon huis) valt onder het abonnementstarief, indien de cliënt ten gevolge van fysieke beperkingen niet in staat is tot het verrichten van de zware huishoudelijke taken en ook diens meerderjarige huisgenoten ten gevolge van fysieke beperkingen hier niet toe in staat zijn. De huishoudelijke taken en de frequentie van de taken behorend bij de algemene basisvoorziening schoon huis voor maximaal 105 uur per kalenderjaar per huishouden is te vinden in bijlage 1 van deze beleidsregels. Ook algemeen beschikbare voorzieningen en activiteiten zijn voorliggend op een maatwerkvoorziening. Hierbij valt te denken aan1: - boodschappendienst; - maaltijdservice; - oppascentrale; - glazenwasser; - hondenuitlaatservice; - vrijwilligers; - activiteiten in of ondersteuning van wijkcentra of vanuit de wijk; - thuisadministratie; - formulierenbrigade; - ondersteuning vanuit het wijkteam - klussendienst; - vervoersinitiatieven, zoals Argosmobiel.

1.5 Afbakening andere wet- en regelgeving Beleidsregel 1.5.1 Wet langdurige zorg (Wlz): Een maatwerkvoorziening wordt geweigerd indien de cliënt aanspraak heeft op verblijf in een instelling op grond van de Wlz of er redenen zijn om aan te nemen dat de cliënt daarop een aanspraak kan doen maar weigert om hieraan mee te werken. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 2.3.5 lid 6 1 Geen limitatieve opsomming.

Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning MVS 2022 8

Iemand met een Wlz-indicatie verblijf of iemand die aanspraak zou kunnen maken op deze indicatie, heeft geen recht op maatwerkvoorzieningen. Een Wlz-indicatie verblijf is aan de orde wanneer de cliënt langdurig permanent toezicht nodig heeft. Het gaat bij permanent toezicht om toezicht waarop de cliënt op basis van aandoeningen, stoornissen en beperkingen noodzakelijkerwijs is aangewezen op regelmatige en onregelmatige momenten en die geboden wordt op basis van actieve observatie. Het toezicht kan gericht zijn op: - het bieden van fysieke zorg, zodat tijdig kan worden ingegrepen bij bijvoorbeeld valgevaar, of complicaties bij een ziekte; en/of, - het verlenen van zorg op ongeregelde en/of frequente tijden, omdat de cliënt zelf niet (meer) in staat is om hulp in te roepen; en/of, - het preventief ingrijpen bij gedragsproblemen (voorkomen van escalatie en gevaar). Vanaf 2021 is er voor cliënten met psychiatrische problematiek van langdurige aard toegang tot de Wlz in plaats van beschermd wonen op grond van de Wmo. Indien een client niet leerbaar is of blijkt en de beperkingen chronisch van aard zijn, moet beoordeeld worden of de Wlz voorliggend is.

Beleidsregel 1.5.2 zorgverzekeringswet: Indien de zorgverzekeringswet mogelijkheden biedt, waarmee een cliënt voldoende in staat is tot zelfredzaamheid en participatie, is er geen noodzaak voor een maatwerkvoorziening. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 2.3.2 lid 4 sub f, artikel 2.3.5 lid 5 sub b, Verordening artikel 4 lid 1 sub g en artikel 7 lid 2 Voorbeelden: - uitleenhulpmiddelen, zoals rolstoelen en douche-/toiletstoelen voor tijdelijke beperkingen (korter dan 6 maanden); - begeleiding die nodig is bij of naar aanleiding van (geneeskundige) zorg die medisch specialisten bieden; - begeleiding die nodig is bij behandeling of revalidatie; - (dagelijkse) persoonlijke verzorging en/of verpleging, waardoor al een dagstructuur/dagelijkse routine wordt geboden en geen of minder individuele begeleiding nodig is. Uitzonderingen: - behandelmijding, bijvoorbeeld bij een gestoorde oordeelsvorming of het ontbreken van ziektebesef en/of ziekte-inzicht en er een risico op verwaarlozing bestaat (ondersteuning zal dan ook gericht zijn om cliënt tot de noodzakelijke behandeling te bewegen); - ambulante behandeling die de cliënt onvoldoende zelfredzaamheid en participatie biedt. De aanvullende verzekering valt niet onder de zorgverzekeringswet. Het staat cliënten vrij om zich aanvullend te verzekeren.

Indien cliënten een aanvullende verzekering hebben, moeten ze gebruik maken van de mogelijkheden die deze biedt, wat van invloed kan zijn op de noodzaak voor of de omvang van een indicatie van een maatwerkvoorziening. Een voorbeeld van een mogelijkheid binnen een aanvullende verzekering is mantelzorgvervanging.

Beleidsregel 1.5.3 Wet kinderopvang: Het gebruik van kinderopvang (kinderdagverblijf/crèche en voor-, tussen- en naschoolse opvang) voor gezonde kinderen tot 5 dagen per week is voorliggend op kindverzorging als maatwerkvoorziening. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 1.2.1 & Verordening artikel 7 lid 2 Het gebruik van kinderopvang, mits beschikbaar, is voorliggend bij uitval van (één van) de ouders bij het verzorgen van de kinderen.

Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning MVS 2022 9

Beleidsregel 1.5.4 Jeugdwet: Voor kinderen/jeugd tot 18 jaar geldt dat de Jeugdwet voorliggend is op de Wmo voor meedoen in de stad met ondersteuning op maat. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 2.3.5 lid 5 sub c & Verordening artikel 4 lid 1 sub g, artikel 7 lid 2

Beleidsregel 1.5.5 Participatiewet/WAO/WIA/Wajong/Ziektewet: Wanneer de cliënt met ondersteuning in staat is om (aangepast) te werken of om naar school te gaan/te studeren, bestaat er geen aanspraak op dagbesteding binnen meedoen in de stad met ondersteuning op maat. Alleen wanneer de cliënt volledig arbeidsongeschikt is of langdurig (> 6 maanden) ontheven is van de arbeidsverplichting, kan dagbesteding worden verstrekt ter vervanging van arbeid. Voor begeleiding tijdens werk/school/studie is geen ondersteuning mogelijk. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 2.3.5 lid 5 sub d, e, f en g & Verordening artikel 4 lid 1 sub g, artikel 7 lid 2 Mogelijke uitzonderingen: - er is (tijdelijk) geen werk/school/studie beschikbaar voor de cliënt; - een cliënt heeft een deeltijd werkweek op medische gronden (overige dagdelen is dagbesteding mogelijk indien noodzakelijk) Bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid en/of kans op herstel, ligt de nadruk op re-integratie. Hiervoor ligt de verantwoordelijkheid bij het UWV voor de WAO/WIA of bij de gemeente voor de participatiewet.

Beleidsregel 1.5.6 Vervoersvoorziening voor werk: Indien een cliënt aanspraak heeft of zou kunnen maken op een vervoersvoorziening via het UWV en deze biedt voldoende mogelijkheid tot participatie, is hiervoor geen noodzaak voor een maatwerkvoorziening. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 2.3.5 lid 5 sub e & Verordening artikel 4 lid 1 sub g, artikel 7 lid 2 Via het UWV kan men in aanvulling op een vergoeding voor woon-werkverkeer, ook aanspraak maken op sociaal vervoer (combinatie werk-leefvervoer). Indien deze vervoersvoorziening de cliënt voldoende in staat stelt tot participatie, bestaat er op grond van de Wmo geen recht op een vervoersvoorziening.

Beleidsregel 1.5.7 Subsidieregeling ADL-assistentie Fokus: Ondersteuning in en om de Fokuswoning maakt onderdeel uit van de aanspraak op ADL-assistentie middels een subsidieregeling, zodat maaltijdverzorging als maatwerkvoorziening niet noodzakelijk is en meedoen in de stad met ondersteuning op maat alleen aanvullend op de ADL-assistentie kan worden toegekend. Wet- en regelgeving: Verordening artikel 4 lid 1 sub g, artikel 7 lid 2 De ADL-assistentie biedt naast alle persoonlijke verzorging, ondersteuning bij de dagelijkse routine en structuur en bij het voeren van regie. Ook ondersteunt de ADL-assistentie bij praktische vaardigheden en handelingen ten behoeve van de zelfredzaamheid, waaronder hulp bij het bereiden van de maaltijden.

Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning MVS 2022 10

1.6 Algemeen gebruikelijke voorzieningen en kosten Beleidsregel 1.6.1 weigering algemeen gebruikelijke voorzieningen: Een maatwerkvoorziening wordt geweigerd indien deze voorziening voor de cliënt algemeen gebruikelijk is. Wet- en regelgeving: Verordening artikel 1 sub b, artikel 4 lid 1 sub c, artikel 7 lid 2

Beleidsregel 1.6.2 oplossing algemeen gebruikelijke voorziening: Een cliënt kan geen beroep doen op een maatwerkvoorziening indien een algemeen gebruikelijke voorziening resulteert in voldoende zelfredzaamheid en participatie van de cliënt. Wet- en regelgeving: Verordening artikel 1 sub b, artikel 4 lid 1 sub c, artikel 7 lid 2 Criteria bij het beoordelen of iets algemeen gebruikelijk is: - is het middel niet speciaal voor mensen met een handicap of beperking? - is het normaal in de handel verkrijgbaar, overal te koop? - is het niet aanzienlijk duurder dan vergelijkbare producten? Indien de drie vragen met ‘ja’ kunnen worden beantwoord, is veelal sprake van een algemeen gebruikelijke zaak.

Diverse voorbeelden van wat als algemeen gebruikelijke wordt gezien2: - hendelmeng-/thermostaatkranen; - verhoogde toiletpotten, wandbeugels, douchezitjes, douchekrukken en douchestoelen; - zonwering, al dan niet elektrisch: - telefoonabonnement; - gebruikskosten van een personenauto; - automatische transmissie (automaat)/airconditioning/stuurbekrachtiging in de auto; - inductie- of keramische kookplaat; - afwasmachine; - fiets met hulpmotor/trapondersteuning en/of lage instap en een snor-/bromfiets inclusief gebruikskosten; - wasdroger; - centrale verwarming; - regenkleding/schootskleed; - aanpassingen ter vergroting van de veiligheid (deurketting (ook voor blinden geschikt), bijzondere sloten).

Beleidsregel 1.6.3 algemeen gebruikelijke kosten: Een cliënt komt niet in aanmerking voor een maatwerkvoorziening indien de (gevraagde) voorziening of ondersteuning al behoort tot zijn leef- dan wel bestedingspatroon. Wet- en regelgeving: Verordening artikel 1 sub b en c, artikel 4 lid 1 sub c, artikel 7 lid 2 Indien een cliënt geen extra kosten hoeft te maken in vergelijking met de situatie voorafgaand aan de melding/aanvraag, is een maatwerkvoorziening niet aan de orde. Het zijn dan immers voor de cliënt algemeen gebruikelijke kosten. Het gaat om cliënten die al jaren voorzieningen gebruiken, bijvoorbeeld een 45-km-auto/gesloten buitenwagen, of die al jaren een particuliere huishoudelijke hulp bekostigen.

2 Geen limitatieve opsomming.

Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning MVS 2022 11

Uitzonderingen: - aantoonbare, significante daling van het inkomen; - noodzaak tot een duurdere voorziening of meer ondersteuning ten gevolge van een aantoonbare toename van beperkingen.

2 Maatwerkvoorzieningen 2.1 Algemene uitgangspunten Beleidsregel 2.1.1 goedkoopst adequaat: Als een maatwerkvoorziening voor een cliënt noodzakelijk is wordt slechts de goedkoopst adequate voorziening verstrekt. Wet- en regelgeving: Verordening artikel 7 lid 7 Het gaat om de goedkoopste oplossing die voor de cliënt resulteert in voldoende zelfredzaamheid en participatie. Er kan gekozen worden voor een duurdere voorziening, wanneer dit de duurzaamheid/levensduur verlengt. Wat betreft het kwaliteitsniveau dient bij een verantwoord niveau te worden aangesloten.

Beleidsregel 2.1.2 niveau sociale woningbouw: Een maatwerkvoorziening wordt geweigerd indien de voorziening betrekking heeft op een hoger niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw. Wet- en regelgeving: Verordening artikel 7 lid 5 sub b In het bouwbesluit is het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw vastgesteld en voorzieningen op dit uitrustingsniveau zijn van voldoende kwaliteit. Zo behoort een schuur, een garage, een hobbyruimte of zelfs een in of bij de woning aanwezig zwembad niet tot het uitrustingsniveau van de sociale woningbouw. Een maatwerkvoorziening ten behoeve van deze ruimten is niet mogelijk, tenzij een ruimte de enige plek is waar bijvoorbeeld een scootermobiel gestald kan worden en een woningaanpassing hiervoor noodzakelijk is. Het gaat om de woonruimten waar de normale, elementaire woonfuncties plaatsvinden, zoals de woonkamer, slaapvertrekken, keuken en sanitaire ruimten. Tot de elementaire woonfuncties worden gerekend: eten, slapen, bad- en toiletgebruik, koken en de was doen.

Beleidsregel 2.1.3 vervanging maatwerkvoorziening: Vervanging van een eerdere verstrekte maatwerkvoorziening wordt slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven of de eerder verstrekte voorziening niet meer adequaat is voor de cliënt. Wet- en regelgeving: Verordening artikel 7 lid 6 Uitzonderingen: - wanneer de eerder verstrekte voorziening buiten de schuld van de cliënt verloren is gegaan en de cliënt dus niets verwijtbaar is; - wanneer het verloren gaan van de verstrekte voorziening wel verwijtbaar is aan de cliënt, maar hij de veroorzaakte kosten (restwaarde) betaalt.

2.2 Een schoon huis, maaltijdverzorging en kindverzorging Beleidsregel 2.2.1 Maatwerkvoorziening schoon huis, maaltijdverzorging en kindverzorging Een maatwerkvoorziening schoon huis, maaltijdverzorging en kindverzorging, is noodzakelijk wanneer een cliënt (en diens huisgenoten) beperkingen ondervindt bij het verrichten (van een deel) van deze taken. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 1.1.1, Verordening artikel 7 Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning MVS 2022 12

De huishoudelijke taken en de frequentie van deze taken behorend bij de maatwerkvoorziening schoon huis, de maaltijdverzorging en de kindverzorging zijn te vinden in bijlage 1 van deze beleidsregels. De algemene basisvoorziening schoon huis (beleidsregel 1.4.1) kan worden aangevuld met een maatwerkvoorziening schoon huis.

Beleidsregel 2.2.2 taken maatwerkvoorzienig schoon huis, maaltijdverzorging en kindverzorging: Bij de maatwerkvoorziening schoon huis, bij maaltijdverzorging en bij kindverzorging geldt als uitgangspunt dat slechts de voor de cliënt (en diens huisgenoten) noodzakelijke taken met een vastgestelde frequentie kunnen worden toegekend. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 1.1.1, artikel 1.2.1, artikel 2.3.2 lid 4 sub b, artikel 2.3.5 lid 3, 4 en 5 sub a en Verordening artikel 4 lid 1 sub c, artikel 7

Beleidsregel 2.2.3 mate ondersteuning maatwerkvoorziening schoon huis, maaltijdverzorging en kindverzorging: De mate van de ondersteuning voor de maatwerkvoorziening schoon huis, voor maaltijdverzorging en voor kindverzorging wordt berekend op basis van uren per kalenderjaar. Wet- en regelgeving: Verordening artikel 7 Voor alle huishoudelijke taken en voor de taken ten aanzien van maaltijdverzorging en kindverzorging geldt een normering zoals opgenomen in bijlage 1. De normering voor de basisvoorziening schoon van 105 uur per kalenderjaar per huishouden is gebaseerd op een in jurisprudentie geaccepteerd onderzoek van KPMG Plexus en bureau HHM. De aanvulling op de basisvoorziening schoon huis, de maaltijdverzorging en de kindverzorging is gebaseerd op de systematiek zoals die tot 2007 ook onder de AWBZ werd gehanteerd.

2.3 Meedoen in de stad met ondersteuning op maat Beleidsregel 2.3.1 toegang tot ondersteuning op maat om mee te doen in de stad: Ondersteuning op maat om mee te kunnen doen in de stad wordt slechts verstrekt voor het behouden dan wel bevorderen van de zelfredzaamheid van de cliënt opdat hij in zijn eigen leefomgeving kan blijven wonen en verwaarlozing wordt voorkomen. Hierbij geldt als uitgangspunt dat slechts de voor de cliënt, of bij respijtzorg de voor de overbelaste mantelzorger van de cliënt, noodzakelijke ondersteuning kan worden toegekend. Wet- en regelgeving: Wmo artikel Artikel 1.1.1, Verordening artikel 7 Ondersteuning op maat om mee te kunnen doen in de stad is bedoeld voor cliënten met matige of zware beperkingen op het terrein van: - sociale redzaamheid; - maatschappelijke participatie; - psychisch functioneren; - psychosociaal welbevinden, en/of; - mentaal functioneren. In bijlage 2 is een toelichting te vinden over deze terreinen. De professional/pgb-hulpverlener krijgt, nadat de melding is afgerond met een gespreksverslag, de mogelijkheid om samen met de cliënt de noodzakelijke maatwerkondersteuning vast te leggen in een ondersteuningsplan. Deze wordt beoordeeld ten behoeve van het te nemen besluit, waarbij de beleidsregels 2.3.2 t/m 2.3.8 als richtlijn gelden. Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning MVS 2022 13

Beleidsregel 2.3.2 begeleiding en persoonlijke verzorging: Bij begeleiding en persoonlijke verzorging geldt dat slechts de voor cliënt noodzakelijke ondersteuning kan worden toegekend. Wet- en regelgeving: Verordening artikel 7 Begeleiding en persoonlijke verzorging is bedoeld voor in de thuissituatie. Voor alle activiteiten die behoren bij begeleiding en persoonlijke verzorging geldt de richtlijn in bijlage 3. Deze richtlijn is gebaseerd op de uren-/klasse-systematiek zoals die tot 2015 ook onder de AWBZ werd gehanteerd.

Beleidsregel 2.3.3 categorieën begeleiding: Uit oogpunt van goedkoopst adequaat is bij ondersteuning bij begeleiding categorie basis voorliggend op categorie speciaal. Wet- en regelgeving: Verordening artikel 7 lid 7 Categorie speciaal is uitsluitend bestemd voor cliënten met de volgende problematiek: - psychiatrische stoornissen; - niet aangeboren hersenletsel.

Beleidsregel 2.3.4 dagbesteding versus begeleiding: Uit oogpunt van goedkoopst adequaat is dagbesteding voorliggend op individuele begeleiding als hetzelfde doel wordt beoogd. Wet- en regelgeving: Verordening artikel 7 lid 7 Wanneer de noodzaak tot ondersteuning gericht is op het daadwerkelijk bieden van dagstructuur is dagbesteding de aangewezen vorm en niet individuele begeleiding. Echter, wanneer er behoefte is aan het bijvoorbeeld één of meerdere keren per week bieden van ondersteuning bij het doornemen van de dag- of weekstructuur en het niet gaat om het daadwerkelijk bieden van die dagstructuur, dan is begeleiding aangewezen. Bij respijtzorg geldt zeker het uitgangspunt dat dagbesteding voorliggend is, waarbij niet alleen het kostenaspect relevant is, want dagbesteding biedt meer ontlasting voor de mantelzorger. Begeleiding kan ook naast dagbesteding worden toegekend. De mate van individuele begeleiding wordt dan wel naar evenredigheid van het aantal dagdelen dagbesteding verlaagd. Uitzondering: - medische contra-indicaties voor dagbesteding, zoals infectiegevaar of ernstige energetische beperkingen.

Beleidsregel 2.3.5 categorieën dagbesteding: Uit oogpunt van goedkoopst adequaat wordt de laagste, voor de cliënt nog geschikte, categorie dagbesteding toegekend. Wet- en regelgeving: Verordening artikel 7 lid 7 Bij dagbesteding bestaan drie categorieën: - categorie licht; - categorie midden; - categorie zwaar. De categorie bij dagbesteding wordt bepaald op basis van de hoeveelheid hulp die een cliënt nodig heeft bij de persoonlijke verzorging (PV) tijdens de dagbesteding en de mate en intensiteit van begeleiding waar een cliënt, bijvoorbeeld vanwege gedragsproblemen, behoefte aan heeft tijdens de dagbesteding. Op basis van onderstaande tabel wordt de categorie van de dagbesteding bepaald:

Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning MVS 2022 14

Begeleiding:

Geen of licht

Matig

Zwaar

Categorie licht

Categorie midden

Categorie zwaar

Categorie midden

Categorie midden

Categorie zwaar

Categorie zwaar

Categorie zwaar

Categorie zwaar

PV Geen of licht Matig Zwaar

Beleidsregel 2.3.6 omvang dagbesteding: Bij dagbesteding geldt als uitgangspunt dat het voor de cliënt, of bij respijtzorg het voor de overbelaste mantelzorger van de cliënt, noodzakelijke aantal dagdelen per week kan worden toegekend tot een maximum van 9 dagdelen per week. Wet- en regelgeving: Verordening artikel 7 De omvang van dagbesteding wordt uitgedrukt in dagdelen per week. Met een dagdeel wordt een aaneengesloten periode van maximaal 4 uren bedoeld.

Beleidsregel 2.3.7 (rolstoel)vervoer dagbesteding: (Rolstoel)vervoer van en naar de dagbesteding wordt verstrekt indien de cliënt niet in staat is om de dagbesteding zelfstandig te bereiken met regulier openbaar vervoer, algemene vervoersinitiatieven, collectief vervoer, lopend, per fiets of met een Wmo-hulpmiddel en huisgenoten, mantelzorg of personen uit het sociale netwerk niet in staat zijn om de cliënt te begeleiden danwel te brengen en te halen. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 1.2.1, artikel 2.3.2 lid 4 sub b, c en d, artikel 2.3.5 lid 3 en lid 5 en Verordening artikel 7 Er geldt bij de keuze van de locatie voor dagbesteding dat deze zo dicht mogelijk bij huis wordt gezocht. Dagbesteding wordt niet automatisch verstrekt inclusief vervoer. Alleen wanneer het voor de cliënt noodzakelijk is, wordt (rolstoel)vervoer toegekend. Bij de afweging of huisgenoten, mantelzorg of personen uit het sociale netwerk het vervoer voor de cliënt kunnen verzorgen of de cliënt kunnen begeleiden, wordt rekening gehouden met de frequentie van de dagbesteding. Indien vervoer van en naar de dagbesteding noodzakelijk is, wordt de omvang uitgedrukt in dagen per week.

Beleidsregel 2.3.8 logeren (ontlasting mantelzorg): Het logeren in een instelling wordt slechts toegekend indien er een noodzaak is voor ontlasting van de persoon die gebruikelijke zorg of mantelzorg levert aan de cliënt en de cliënt behoefte heeft aan ongeplande zorgmomenten. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 1.1.1, artikel 2.3.2 lid 4 sub d, artikel 2.3.5 lid 3 en Verordening artikel 4 lid 1 sub e, artikel 7 Logeren is een maatwerkvoorziening ter ontlasting van de mantelzorg. Het moet gaan om een cliënt die ongeplande zorgmomenten heeft, bijvoorbeeld ook ’s nachts. Er wordt altijd eerst beoordeeld of dagbesteding voldoende kan resulteren in de ontlasting van de mantelzorg. De omvang van logeren in een instelling ter ontlasting van de mantelzorg wordt uitgedrukt in etmalen per week. Frequentie: - maximaal 3 etmalen per week.

Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning MVS 2022 15

Het is mogelijk om de toegekende etmalen logeren te sparen zodat een cliënt een aaneengesloten, langere periode kan logeren waardoor een mantelzorger op vakantie kan. Per kalenderjaar mag het maximale aantal etmalen, te weten 156, niet worden overschreden.

2.4 Opvang Beleidsregel 2.4.1 opvang: Opvang wordt slechts geboden indien er een noodzaak is voor onderdak en begeleiding voor een meerderjarige cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, en niet in staat is zich op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te handhaven in de samenleving. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 1.1.1, artikel 1.2.1, artikel 2.3.5 lid 4 en Verordening artikel 7 Tot maatschappelijke ondersteuning behoort ook het bieden van opvang. Voor het bieden van opvang is de centrumgemeente (Vlaardingen) materieel verantwoordelijk. Het betreft: a. crisisopvang; b. opvang slachtoffers van huiselijk geweld waartoe ook worden gerekend: slachtoffers van eergerelateerd geweld, mensenhandel en loverboys; c. opvang dak- en thuislozen.

2.5 Beschermd wonen Beleidsregel 2.5.1 beschermd wonen: Beschermd wonen wordt slechts geboden indien er voor een meerderjarige cliënt met psychische of psychosociale problematiek een noodzaak is voor verblijf in een instelling met daarbij behorend toezicht en begeleiding en de cliënt niet in staat is zich op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te handhaven in de samenleving. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 1.1.1, artikel 1.2.1, artikel 2.3.5 lid 4 en Verordening artikel 7 Tot maatschappelijke ondersteuning behoort tevens het bieden van beschermd wonen. Hiervoor is de centrumgemeente (Vlaardingen) materieel/financieel verantwoordelijk. Beschermd wonen is bedoeld voor cliënten met de volgende kenmerken: a. een gediagnosticeerde psychiatrische stoornis en ernstige psychosociale problematiek; b. tijdelijk niet in staat om zelfstandig te wonen onder meer door het ontbreken van daarvoor vereiste vaardigheden of remmingen; c. leerbaar is om zelf weer de regie en stabiliteit terug te krijgen voor het zich kunnen handhaven in de samenleving en het zelfstandig kunnen wonen; d. noodzaak tot permanent toezicht/toezicht in de nabijheid onder meer door het ontbreken van vermogen om te beoordelen of er zorg nodig is, waardoor er sprake is van persoonlijke verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang; e.

geen noodzaak tot opname in een behandelingsinstelling (zorgverzekeringswet) vanwege hun stoornis (uitzondering: behandelmijding). Er is behoefte aan een veilige en afgeschermde woon- en leefomgeving voor cliënten die niet in staat zijn om zelfstandig te leven en een mogelijk gevaar voor zichzelf (verwaarlozing) of voor anderen vormen. De cliënt is niet in staat om te beoordelen dat hij tijdig ondersteuning moet inroepen, zodat zorg op afroep of planbare zorg onvoldoende is. Het gaat om cliënten die vanwege hun aandoening, stoornissen en beperkingen niet zelfstandig kunnen wonen maar dat wel kunnen leren. Het gaat om een beschermde woonomgeving voor een afgebakende periode met als doel het zich ontwikkelen naar zelfstandig wonen. Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning MVS 2022 16

Beleidsregel 2.5.2 bouwstenen beschermd wonen: Bij beschermd wonen geldt uit oogpunt van goedkoopst adequaat dat uitsluitend de voor de cliënt noodzakelijke bouwstenen voor beschermd wonen worden toegekend. Wet- en regelgeving: Verordening artikel 7 lid 7 In bijlage 4 zijn de bouwstenen voor beschermd wonen opgenomen. De omvang van beschermd wonen wordt bepaald aan de hand van de voor cliënt noodzakelijke bouwstenen en wordt uitgedrukt in een ondersteuningsbudget per week. De toe te kennen bouwstenen bieden maatwerk aan de cliënt en zijn daarbij ook afhankelijk van de op dat moment noodzakelijke ondersteuning. Tevens heeft beschermd het doel om een cliënt te stabiliseren en voldoende vaardigheden aan te leren zodat hij uit kan stromen naar een zelfstandige woning met indien nodig ambulante begeleiding. Om deze reden worden (her)indicaties voor beschermd wonen niet langdurig afgegeven.

2.6 Woonvoorzieningen Beleidsregel 2.6.1 primaat verhuizen: Als de kosten van een woningaanpassing hoger zijn dan € 4.000,00 en er bestaan voor de cliënt geen zwaarwegende redenen die zich verzetten tegen een verhuizing, dan is uit oogpunt van de goedkoopst adequate voorziening, verhuizen voorliggend aan het aanpassen van de woning (primaat verhuizen). Wet- en regelgeving: Verordening artikel 7 lid 7 Bij dure woningaanpassingen, waarbij de kosten hoger zijn dan € 4.000,00, wordt beoordeeld of verhuizen mogelijk is en de goedkoopst adequate oplossing is. Er moet worden verantwoord waarom verhuizen ofwel het verstrekken van een verhuis- en klusvoucher geen adequate oplossing is. Het primaat ligt immers bij verhuizen.

Bij de afweging tussen aanpassen of verhuizen wordt er behalve met de kosten in verband met het verstrekken van de goedkoopst adequate voorziening met de volgende factoren rekening gehouden: - aanwezigheid/beschikbaarheid van aangepaste of eenvoudig aan te passen woonruimte in MVS; - volkshuisvestelijke afwegingen; - termijn waarop het woonprobleem opgelost kan worden; - medische redenen waardoor een verhuizing niet mogelijk is; - prognose ten aanzien van de beperkingen en toekomstige noodzaak tot woningaanpassingen; - mantelzorg van buren (niet zijnde familie); - buurt-/wijkgebonden vrijwilligerswerk; - al dan niet een eigen woning en de mogelijke consequenties daarvan (restschuld bij verkoop); - noodzaak tot verhuizen door inkomensachteruitgang; - verhouding van de stijging van eventuele woonlasten in relatie tot het inkomen.

Beleidsregel 2.6.2 verhuiskostenvoucher: Een verhuiskostenvoucher wordt slechts verstrekt indien verhuizen naar een andere woning noodzakelijk is vanwege beperkingen in de zelfredzaamheid en participatie en het woonprobleem niet op een eenvoudigere/goedkopere wijze is op te lossen. Wet- en regelgeving: Verordening artikel 7 Uitsluitingen voor de verstrekking van een verhuisvoucher: - de noodzaak voor de verhuizing was voor de cliënt vermijdbaar en/of voorzienbaar, tenzij van de cliënt redelijkerwijs niet verwacht kon worden maatregelen te hebben getroffen;

Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning MVS 2022 17

-

-

-

de noodzaak voor de verhuizing is het gevolg van een eerdere verhuizing naar een voor de cliënt reeds ongeschikte woning of een woning waarvan destijds reeds te voorzien was dat deze binnen afzienbare tijd niet meer geschikt zou zijn; de cliënt gaat voor het eerst zelfstandig wonen (iedereen gaat eens zelfstandig wonen zodat die kosten algemeen gebruikelijk zijn); de cliënt verhuist vanuit en/of naar een woonruimte die niet geschikt is om het hele jaar door te bewonen; de cliënt verhuist vanuit of naar een niet zelfstandige woonruimte (kamerhuur, inwoning, instelling, revalidatiecentrum, gezinsvervangend tehuis, etc.); de cliënt verhuist naar een woonruimte die gezien zijn (toekomstige) beperkingen niet geschikt is; de cliënt voor een andere (wettelijke) regeling in aanmerking komt; de cliënt reeds een huurcontract of een voorlopig koopcontract heeft getekend voorafgaand aan de datum waarop de beschikking op de aanvraag is genomen, tenzij hiervoor schriftelijk toestemming is verleend aan de cliënt; indien aan een huisgenoot van de cliënt reeds een verhuiskostenvoucher is verstrekt;

Beleidsregel 2.6.3 woningaanpassing: Een woningaanpassing moet gericht zijn op de toegankelijkheid van de woning, de doorgankelijkheid van de woning en/of de bruikbaarheid van de woning voor de cliënt en moet betrekking hebben op de elementaire woonfuncties. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 1.1.1 en Verordening artikel 7 Voor de toegankelijkheid geldt dat de woning slechts via één ingang (rolstoel)toegankelijk hoeft te zijn. Voor de bruikbaarheid van de keuken geldt dat aanpassing noodzakelijk moet zijn en de cliënt de hoofdgebruiker is van de keuken ten aanzien van het bereiden van de warme maaltijden. Eenvoudige verrichtingen zoals koffie en theezetten en brood klaarmaken kunnen (in een andere ruimte) aan een tafel worden uitgevoerd en afwassen kan met een algemeen gebruikelijke afwasmachine.

Beleidsregel 2.6.4 achterstallig onderhoud: Een woningaanpassing wordt niet verstrekt indien het woonprobleem voortvloeit uit de aard van de in de woning gebruikte materialen, het gevolg zijn van achterstallig onderhoud of opgelost kunnen worden door algemeen gebruikelijk onderhoud. Wet- en regelgeving: Verordening artikel 7 lid 3 en 5 sub g Een eigenaar van een woning is verantwoordelijk voor onderhoud en renovatie. Indien straatwerk in de tuin verzakt is, dan betreft het ophogen algemeen gebruikelijk onderhoud. Bij een aanvraag voor een keuken- of badkameraanpassing wordt rekening gehouden met de leeftijd en de technische staat van de huidige keuken en de huidige badkamer. Een keuken is normaal gesproken na 15 tot 20 jaar aan vervanging toe. Hooguit de extra kosten voor een rolstoelkeuken ten opzichte van een gewone keuken komen dan voor verstrekking in aanmerking. Bij een badkamer wordt uitgegaan van een gemiddelde technische levensduur van 20 tot 25 jaar.

Beleidsregel 2.6.5 inadequate verhuizing: Een woningaanpassing wordt geweigerd indien de noodzaak van deze aanpassing het gevolg is van een voor de cliënt niet noodzakelijke verhuizing en/of indien de cliënt is verhuisd naar een voor hem ongeschikte woning. Wet- en regelgeving: Verordening artikel 7 lid 5 sub c & sub d Een cliënt moet bij de keuze van een andere woning rekening houden met zijn bestaande en in de toekomst te verwachten beperkingen. Een uitzondering is mogelijk indien een wijziging van de leefsituatie een verhuizing dringend noodzakelijk maakte. Hierbij kan gedacht worden aan het aanvaarden van een andere baan in een andere omgeving. De cliënt dient dan wel vooraf toestemming te vragen, zodat beoordeeld kan worden of er (meer) geschikte woningen beschikbaar zijn.

Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning MVS 2022 18

Beleidsregel 2.6.6 ADL-clusterwoning en MIVA-woningen: In ADL-clusterwoningen en MIVA-woningen worden uitsluitend woningaanpassingen met een individueel karakter verstrekt. Aanpassingen die in het algemeen gelden voor mensen met een (zware) lichamelijke beperking, zoals de rolstoeltoe- en doorgankelijkheid van de woning, worden niet verstrekt. Wet- en regelgeving: Verordening artikel 7 Een ADL-clusterwoning, ook wel bekend als Fokuswoning, is een woning die zich bevindt in een cluster van 12 tot 24 woningen en die bestemd is voor mensen met een zware lichamelijke beperking die zijn aangewezen op hulp bij algemene dagelijkse levensverrichtingen vanuit een centraal gelegen unit. Daarnaast bestaan er in de regio de zogenaamde MIVA-woningen. Dit zijn woningen die volledig rolstoelgeschikt zijn en bestemd zijn voor minder valide personen. Het uitgangspunt is immers dat deze woningen reeds geschikt zijn voor de doelgroep.

Beleidsregel 2.6.7 uitraasruimte: Een cliënt komt slechts in aanmerking voor een uitraasruimte wanneer sprake is van een gedragsstoornis met ernstig ontremd gedrag tot gevolg, waarbij alleen het zich kunnen afzonderen kan leiden tot een situatie waarin deze persoon tot rust kan komen. Wet- en regelgeving: Verordening artikel 7 Bepaalde gedragsproblemen van verstandelijk gehandicapten, bijvoorbeeld hyperactiviteit en moeilijkheden in het doseren van omgevingsprikkels, kunnen (op bepaalde tijden) aanleiding geven tot problemen bij het verblijf van de verstandelijk gehandicapte in de woonruimte. Deze problemen kunnen worden opgevangen door in de woning over een uitraasruimte te beschikken. Bij een uitraasruimte gaat het om een kamer (verblijfsruimte) waarin de cliënt tot rust kan komen. Dit kan ook een slaapkamer van de cliënt zijn. De uitraasruimte is bedoeld om de cliënt tegen zichzelf te beschermen, alsmede om de ouders/verzorgers in staat te stellen beter toezicht uit te oefenen. Het moet er om gaan dat de uitraasruimte het belang van de cliënt dient. Gaat het bij de gevolgen van de gedragsproblemen niet om de belangen van de cliënt, maar om die van huisgenoten die hinder ondervinden van de cliënt, dan is er geen sprake van een uitraasruimte.

Beleidsregel 2.6.8 primaat losse woonunit: Indien een woningaanpassing bestaat uit een aanbouw aan of een aanzienlijke verbouwing van een woning, die niet het eigendom is van een verhuurder die bereid is de aangepaste woning blijvend ter beschikking te stellen aan gehandicapten, is het plaatsen van een herplaatsbare losse woonunit voorliggend aan een aanpassing. Wet- en regelgeving: Verordening artikel 7 Een losse woonunit is een herplaatsbare voorziening, met hierin een rolstoelgeschikte badkamer en/of een rolstoelgeschikte slaapkamer. Een aanbouw wordt alleen verstrekt als vaststaat dat deze woning beschikbaar blijft voor minder validen, zoals bij huurwoningen van woningcorporaties. Bij eigen woningen en bij woningen van particuliere verhuurders zal de kans op hergebruik van de aanbouw miniem zijn. Daarom wordt bij eigen woningen en woningen van particuliere verhuurders als het maar enigszins kan gekozen voor het plaatsen van een losse woonunit.

Beleidsregel 2.6.9 aanpassingen in gemeenschappelijke ruimten: In gemeenschappelijke ruimten worden ten behoeve van de toegankelijkheid van de woning voor een cliënt uitsluitend automatische deuropeners, hellingbanen en extra trapleuningen verstrekt. Wet- en regelgeving: Verordening artikel 7 lid 5 sub f Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning MVS 2022 19

Een personenlift, een stoeltraplift of een plateaulift wordt niet geplaatst in een gemeenschappelijke ruimte. Indien de toegankelijkheid niet aangepast kan worden, dan is verhuizen de enige optie. Wanneer de kosten voor de toegankelijkheidsaanpassing hoog zijn, dient altijd met het primaat van verhuizen rekening gehouden te worden (beleidsregels 2.6.1).

Beleidsregel 2.6.10 bezoekbaar maken: Voor een cliënt kan slechts één woonruimte van een familielid bezoekbaar gemaakt worden tot een vastgesteld drempelbedrag, waarbij de bezoekbaarheid zich beperkt tot het bereiken van de woonkamer en het toilet. Wet- en regelgeving: Verordening artikel 7 Indien de cliënt zijn hoofdverblijf in een AWBZ-instelling heeft en regelmatig de woning van bijvoorbeeld de partner, de ouders of een ander familielid bezoekt in de regio MVS, kan de betreffende woning bezoekbaar gemaakt worden voor cliënt. Voorwaarden: - Voor een cliënt kan slechts één woning bezoekbaar gemaakt worden; - De aan te passen woning moet zich bevinden in Maassluis, Vlaardingen of Schiedam; - Het moet gaan om regelmatig bezoek (wekelijks). Alleen het bereikbaar/toegankelijk maken van de woning en het bereikbaar maken van de woonkamer en het toilet behoren tot het bezoekbaar maken. Aanpassingen ten behoeve van het gebruik van een logeerkamer en een badkamer is niet mogelijk. Bovendien geldt een bedrag van € 5.000,00 als maximum dat wordt verstrekt bij het bezoekbaar maken van een woning.

Beleidsregel 2.6.11 aanpassingen stalling scootermobiel/scootersafe: Een woningaanpassing ten behoeve van het stallen van een scootermobiel of het plaatsen van een scootersafe bij de woning vindt uitsluitend plaats indien de woning voor de cliënt langdurig geschikt is en er geen goedkoper alternatief is voor het stallen van de scootermobiel. Wet- en regelgeving: Verordening artikel 7 Bij verstrekking van een vervoermiddel in de vorm van een scootermobiel of een elektrische buitenrolstoel kan een woonvoorziening aan de orde zijn, zoals het plaatsen van een stopcontact, het aanbrengen van nivelleringsdrempels, het plaatsen van elektrische deuropeners en/of het verbreden van een deur. Uitgangspunt is de goedkoopst adequate stallingsmogelijkheid en wanneer dit in de woning zelf is, moet de cliënt dat accepteren. Het komt voor dat ingrijpende aanpassingen aan een woning nodig zijn of dat een scootersafe nodig is. Er moet dan worden afgewogen of primaat verhuizen niet voorliggend is (beleidsregel 2.8.1).

2.7 Vervoersvoorzieningen Beleidsregel 2.7.1 indicatie collectieve vervoersvoorziening: Een cliënt kan voor een collectieve vervoersvoorziening in aanmerking worden gebracht indien beperkingen het gebruik van het reguliere openbaar vervoer of het bereiken van het reguliere openbaar vervoer onmogelijk maken en de cliënt een regionale vervoersbehoefte heeft. Wet- en regelgeving: Wmo artikel 1.1.1, Verordening artikel 7 en artikel 11 lid 4 Voor de vervoersbehoefte van cliënten die geen gebruik kunnen maken van het reguliere openbaar vervoer is een collectief vervoerssysteem in het leven geroepen, "de Regiotaxi Waterweg". De Regiotaxi Waterweg zorgt voor vervoer van deur-tot-deur. De Regiotaxi Waterweg beschikt over adequaat vervoer voor de gehele doelgroep, inclusief de rolstoel- en scootermobielgebruikers.

Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning MVS 2022 20

De Regiotaxi Waterweg rijdt dagelijks van 7.00 tot 24.00 uur. Het vervoersgebied bestaat uit een intern vervoersgebied (het grondgebied van de gemeenten Schiedam, Vlaardingen en Maassluis) aangevuld met een extern vervoersgebied. Dit externe vervoersgebied is het gebied tot en met 5 openbaar vervoer zones vanaf het woonadres van de cliënt. Dit betekent dat het externe vervoersgebied voor cliënten uit de regio Nieuwe Waterweg Noord per woonplaats kan verschillen. Criterium: - loopafstand van minder dan 800 meter. De cliënt die in aanmerking komt voor een pas voor de Regiotaxi Waterweg kan tegen betaling van een gereduceerd tarief reizen.

Beleidsregel 2.7.2 begeleiding collectieve vervoersvoorziening: Een cliënt komt in aanmerking voor een pas met begeleiding bij het reizen met een collectieve vervoersvoorziening, indien vervoer zonder begeleiding tijdens de rit niet verantwoord is. Wet- en regelgeving: Verordening artikel 7 en artikel 11 lid 4 Bij een begeleiderspas voor het collectief vervoer is de cliënt verplicht om onder begeleiding te reizen. Kinderen tot 12 jaar komen alleen in aanmerking voor een pas met begeleiding. Indien een cliënt tijdens het vervoer afhankelijk is van noodzakelijke begeleiding, komt de ritprijs voor deze begeleider ten laste van het college. Een cliënt die niet afhankelijk is van begeleiding, mag één persoon laten meereizen tegen het gereduceerde tarief.

Beleidsregel 2.7.3 primaat collectieve vervoersvoorziening: Een cliënt kan voor een individuele vervoersvoorziening (taxi of rolstoeltaxi) in aanmerking worden gebracht indien hij niet in staat is om het collectief vervoer te gebruiken en een (eigen) auto niet beschikbaar is of niet bruikbaar is voor de cliënt. Wet- en regelgeving: Verordening artikel 7 lid 7 Bij de selectie van de goedkoopst compenserende vervoersvoorziening geldt het uitgangspunt: collectief als het kan en individueel als het moet. Uitzondering collectief vervoer: - een noodzakelijke vervoersbehoefte/vervoersfrequentie die niet mogelijk is met het collectief vervoer.

Beleidsregel 2.7.4 omvang vervoersvoorziening: Bij vervoersvoorzieningen geldt als uitgangspunt lokale bestemmingen (tot circa 15-20 km vanaf het woonadres) met een vervoersbehoefte tot maximaal 1500 km per jaar. Wet- en regelgeving: Verordening artikel 7 lid 4 en lid 7 Het gaat om maatschappelijke participatie in de nabije woon- en leefomgeving. Voor verder weg gelegen bestemmingen kan gebruik worden gemaakt van Valys. Uitzonderingen: - wanneer er sprake is van bovenregionaal contact met een persoon of personen, die uitsluitend door de cliënt zelf bezocht kan/kunnen worden en dit bezoek noodzakelijk is voor de cliënt om dreigende vereenzaming te voorkomen; - bijzondere bestemmingen die de cliënt buiten de nabije woonomgeving moet bereiken omdat deze niet in de nabije woonomgeving beschikbaar zijn en gebruik van Valys hiervoor niet mogelijk is.

Beleidsregels en nadere regel maatschappelijke ondersteuning MVS 2022 21

Beleidsregel 2.7.5 fietsvoorziening: Een fietsvoorziening kan worden verstrekt indien de cliënt geen gebruik kan maken van een reguliere, algemeen gebruikelijke fiets. Wet- en regelgeving: Verordening artikel 1, artikel 4 lid 1 sub c en artikel 7 Criteria: - de cliënt heeft een loopafstand van meer dan 100 meter en minder dan 800 meter; - de fiets gaat frequent gebruikt worden; - fietsen maakte al deel uit van het verplaatsingspatroon/van het dagelijks functioneren; - de fiets biedt een oplossing voor een relevant deel van de vervoersbehoefte; - er is geen alternatieve of goedkopere vervoersmogelijkheid; - een geschikte stallingsruimte is aanwezig. De fietsvoorziening wordt verstrekt inclusief onderhoud.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10806118/1