Bijlage 3 Voorlopige jaarstukken 2025 ROGPlus
Tekst van het document
30
De aanvragen met betrekking op 2025 kunnen in worden gediend tot 1 mei 2025. De voorlopige jaarstukken worden in maart opgesteld. De tabel hieronder geeft de stand van het aantal toegekende aanvragen voor de regeling tegemoetkoming meerkosten per medio maart en vergelijkt deze met alle toegekende aanvragen met betrekking op 2024. De aantallen met betrekking op 2025 zullen verder oplopen, maar liggen in lijn met de aantallen aanvragen met betrekking op 2024. In de definitieve jaarstukken rapporteert Rogplus de totale aantallen voor 2025.
Maassluis Vlaardingen Schiedam Totaal
Langdurige Indicatie 2024 Stand 2025 259 199 352 302 319 249 930 750
Eigen Risico 2024 Stand 2025 629 500 707 641 651 546 1987 1687
2024
Totaal Stand 2025 888 699 1059 943 970 795 2917 2437
Aantal beschikkingen De volgende tabellen geven inzicht in de aantallen toegekende en afgewezen aanvragen voor Wmo-voorzieningen. Aantal toekenningen 2025 per begrotingsonderdeel
31
Aantal negatieve beschikkingen
Doorlooptijd beschikkingen Het uitgangspunt van Rogplus is zo snel mogelijk de melding of aanvraag af te handelen. Als uit een gespreksverslag blijkt dat een maatwerkvoorziening een oplossing kan bieden voor de hulpvraag, dient binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag de beschikking afgegeven te worden. De tabel hieronder geeft de gemiddelde doorlooptijd per voorziening of regeling in dagen. Het gewogen gemiddelde (er wordt rekening gehouden met het totaal aantal beschikkingen) van de doorlooptijd is 7,3 werkdagen. Over 2024 was dit nog 17,9 werkdagen. Deze belangrijke verbetering is met name gerealiseerd door het optimaliseren van de afhandeling van aanvragen voor de regeling tegemoetkoming meerkosten. De langere doorlooptijd bij woonvoorzieningen wordt veroorzaakt door het opvragen van offertes voor woningaanpassingen. In het geval van een huurwoning moet een eventuele verhuurder bovendien van tevoren geïnformeerd worden en de gelegenheid krijgen om te reageren.
32
Gemiddelde doorlooptijd per begrotingsonderdeel
3.3.2
Kengetallen Jeugdhulp
De volgende tabellen geeft een overzicht van respectievelijk de aantallen unieke cliënten die in 2025 via een beschikking voor specialistische jeugdhulp (verwijszorg) hebben gehad en de aantallen unieke cliënten die specialistische jeugdhulp hebben ontvangen. De totaaltellingen in deze tabel zijn meestal niet de som van de onderdelen. Dit komt, omdat een cliënt meerdere vormen van jeugdhulp kan ontvangen, omdat een cliënt die in 2025 binnen de MVS-gemeenten is verhuisd in meerdere gemeenten is geregistreerd en omdat in crisissituaties ook hulp kan worden ingezet als een cliënt nog geen beschikking heeft. Productcode 41-Dagbehandeling 43-Jeugdhulp verblijf (incl. behandeling) 44-Jeugdhulp verblijf (excl. behandeling) 45-Jeugdhulp ambulant 46-Jeugdhulp crisis 51-Generalistische basis-ggz 53-Kindergeneeskunde 54-Jeugd-ggz Nog niet gespecificeerd Unieke cliënten
Jeugdhulp beschikt Vlaardingen Schiedam Totaal 84 168 170 25 75 78 42 151 120 359 815 683 0 17 16 97 209 138 115 322 233 300 989 930 73 150 141 723 1870 1688
Maassluis
422 178 313 1857 33 444 670 2219 364 4281
33
Productcode 41-Dagbehandeling 43-Jeugdhulp verblijf (incl. behandeling) 44-Jeugdhulp verblijf (excl. behandeling) 45-Jeugdhulp ambulant 46-Jeugdhulp crisis 51-Generalistische basis-ggz 53-Kindergeneeskunde 54-Jeugd-ggz Nog niet gespecificeerd Unieke cliënten
Jeugdhulp betaald en geleverd Vlaardingen Schiedam Totaal 82 163 164 23 76 76 41 148 112 326 762 642 0 15 16 65 156 93 99 263 186 289 915 857 0 0 0 669 1756 1584
Maassluis
408 174 299 1722 31 314 547 2057 0 3994
Naast de in de tabellen gepresenteerde aantallen cliënten hebben in 2025 102 cliënten jeugdhulp ontvangen op basis van een PGB. Dit waren er 19 in Maassluis, 39 in Vlaardingen en 44 in Schiedam. Ook hebben 234 kinderen en jeugdigen in de MVSgemeenten jeugdhulp ontvangen op basis van landelijk ingekochte trajecten (LTA). Dit gaat om 41 cliënten in Maassluis, 106 in Vlaardingen en 87 in Schiedam. De verantwoording van jeugdhulp via LTA wordt door de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) gedaan en niet door Rogplus.
3.3.3
Klachten en bemiddelingen
Klachten Klachten worden onderverdeeld in interne en externe klachten. Interne klachten betreffen de eigen organisatie en de externe klachten gaan over producten en dienstverlening van gecontracteerde aanbieders. Interne klachten worden door kwaliteitsmedewerkers afgehandeld volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Externe klachten worden door de aanbieders zelf behandeld volgens hun eigen protocol. Rogplus volgt en registreert de klacht en bemiddelt indien nodig. Zowel formele als informele klachten worden conform de Awb afgehandeld. Is de cliënt niet tevreden, dan kan deze zich wenden tot de Ombudsman. Van de in totaal 141 klachten zijn er 18 intern (betrekking op Rogplus) en 123 extern (betrekking op de zorgaanbieders waarmee Rogplus contracten heeft). Van deze klachten zijn er 60 als terecht beoordeeld, 24 als niet terecht, 28 gedeeltelijk terecht. De overige klachten zijn niet te beoordelen op terecht of onterecht. In 2025 zijn er 18 klachten over Rogplus ontvangen, dit zijn er 10 minder dan in 2024. De interne klachten hebben onder meer betrekking op het volgen van verkeerde (afhandeling)procedures, bejegening, de voorzieningen, indicatiestelling en de afwikkeling hiervan. De meeste klachten gaan over de aanbieders van Schoon Huis, het Wmo-vervoer (ievo) en de rolstoelleveranciers.
34
Schoon Huis De meeste klachten hadden betrekking op thuiszorgaanbieders. De klachten gaan met name over de invulling van de planning en slechte service (onervaren hulpen, geen regelmaat in het rooster). Het aantal klachten over de continuïteit van de hulp is afgenomen in dit jaar. In 2025 hadden de aanbieders van Schoon Huis opnieuw problemen met de continuïteit van de roosters. Dit leidde tot klachten over het ontbreken van een vaste hulp en wachtlijsten. Dit bemoeilijkte ook het overstappen naar een andere aanbieder.
Ievo De geregistreerde klachten van ievo / Munckhof hebben betrekking op te laat en/of geen vervoer. Er is een afname waargenomen in het aantal klachten gedurende het jaar. In Q2 en Q3 daalden de klachten over het Wmo-vervoer. De pieken waren in zowel Q1 als Q4, mogelijk met als oorzaak door seizoendrukte in december en capaciteitsproblemen. Ten opzichte van vorig jaar is het aantal klachten over ievo afgenomen (44 klachten in 2024).
Leveranciers van hulpmiddelen Het contract met Welzorg was in mei 2025 afgelopen. Er ontstond een piek aan klachten omdat lopende zaken niet meer netjes werden afgehandeld door Welzorg. Kersten is de nieuwe leverancier voor hulpmiddelen sinds juni 2025. Opvallend is dat zij relatief weinig klachten hadden in de laatste twee kwartalen van 2025. Bij Medipoint gingen de klachten over te lang wachten op reparaties of over de service.
Leerlingenvervoer en Jeugdhulpvervoer In eerste instantie is vervoerder Noot verantwoordelijk voor het oppakken van klachten met ouders van de jeugdige. Wanneer Noot hier niet uitkomt, worden de klachten of verzoeken tot bemiddeling doorgezet naar Rogplus. Sinds 1 januari 2025 is Rogplus verantwoordelijk voor het afhandelen van klachten en bemiddelingen met betrekking tot het Leerlingenvervoer (LLV) en het Jeugdhulpververvoer (JHV). Alle ritten binnen het LLV en het JHV worden uitgevoerd door Noot. Rogplus heeft contact met Noot om signalen uit de praktijk te bespreken, knelpunten tijdig te signaleren en gezamenlijk te werken aan oplossingen. Het doel is om de kwaliteit, betrouwbaarheid en continuïteit van het vervoer te waarborgen. In 2025 heeft Rogplus in totaal 42 klachten geregistreerd met betrekking tot het LLV en het JHV. De klachten zijn verspreid over het jaar en vertonen duidelijke verschillen per kwartaal. Van de totaal aantal klachten hebben er 16 betrekking op het JHV en 26 klachten op het LLV. In het vierde kwartaal neemt het aantal LLV‑klachten duidelijk toe. In alle kwartalen ligt het aantal klachten binnen het LLV hoger dan bij het JHV, wat grotendeels wordt verklaard door het grotere aantal ritten en leerlingen in het LLV. Beide vervoersvormen kennen de
35
meeste klachten in het eerste kwartaal, passend bij de jaarlijkse opstartfase. Hierdoor ligt de focus in de klachtenafhandeling vooral op het LLV, terwijl het JHV een kleiner maar structureel aandachtspunt blijft vanwege de complexere aard van de klachten. Uit de verdeling naar klachtsoort blijkt dat meer dan de helft van de klachten betrekking heeft op de planning. De pieken in Q1 en Q4 hangen samen met overgangsmomenten, zoals wijzigingen in routes, roosters en inzet.
Bemiddelingen Bemiddeling wordt ingezet wanneer er geen klacht is, maar een cliënt en de aanbieder gezamenlijk geen oplossing voor een probleem of verschil van inzicht vinden. Dan volgt een gesprek om de gebeurtenissen, verwachtingen en mogelijkheden te bespreken. Dit geeft beide partijen inzicht, wat meestal positieve effecten heeft.
Bemiddeling WMO In het jaar 2025 hebben er 46 bemiddelingen plaatsgevonden, tegenover 59 in 2024. Sinds 2020 steeg het aantal bemiddelingen fors. Sinds 2024 is er een daling in het aantal bemiddelingen. Deze daling zet in 2025 door. De meeste bemiddelingen vonden plaats tussen cliënten en de aanbieders van Schoon huis, gevolgd door Zorg Samen. De opvallendste reden voor bemiddeling is ongewenst gedrag van cliënten, zoals seksueel grensoverschrijdend gedrag, manipulatie, schelden en bedreigen. Ook werden er meldingen gedaan van een onveilige en/of onhygiënische werkomgeving. Rogplus ziet een toename van complexe situaties waarin cliënten zorg weigeren of onrealistische eisen stellen. Als het gaat om de beoordeling van de bemiddeling is de zorgaanbieder vaker tevreden met de uitkomst dan de client.
Bemiddeling LLV-JHV De bemiddelingen hebben betrekking op signalen van Noot over het gedrag van de jeugdige in de taxi. Als Noot er zelf niet uitkomt, doen zij een beroep op Rogplus. Mocht er sprake zijn van verwijtbaar grensoverschrijdend gedrag, dan kunnen er waarschuwingen worden gegeven en/of de jeugdige kan (tijdelijk) worden geschorst. In 2025 zijn door Rogplus in totaal 30 bemiddelingen uitgevoerd voor LLV en JHV. Bemiddelingen komen het gehele jaar voor, waarbij pieken samenhangen met drukke periodes in het vervoer. In het tweede en vierde kwartaal is het aantal bemiddelingen binnen het LLV het hoogst. Bemiddelingen voor JHV komen in mindere mate voor, maar blijven gedurende het jaar aanwezig en vragen vaak om maatwerk. De meeste bemiddelingen gaan over het gedrag van de cliënt. De inzet van de bemiddeling draagt bij aan het voorkomen van escalatie en het vinden van oplossingen voor ouders, scholen en vervoerder. In 2025 zijn de meeste bemiddelingen (deels) gegrond beoordeeld.
36
3.3.4
Kwaliteitszorg
Kwaliteitsonderzoeken Rogplus voerde in 2025 de volgende kwaliteitsonderzoeken uit: Casusaudit Leerlingenvervoer, start ondersteuningsplannen Jeugd (vergewisplicht), interview jeugdprofessionals Scala, Westvest/ WEB Enver (bijzonder woonvormen) en Powerful Ageing. De kwaliteitsonderzoeken worden afgesloten met aanbevelingen. Daarnaast zijn de cliënt ervaringsonderzoeken (CEO's) uitgevoerd voor Wmo (extern belegd) en Jeugdhulp (intern, in samenwerking met Mevis).
Rechtmatigheidscontroles Rogplus voert elk kwartaal dossiercontroles (audits) uit, waarbij wordt gecontroleerd of de indicatie juist is afgegeven en of de cliënt de afgesproken ondersteuning ontvangt. Ook wordt gekeken of het proces goed is doorlopen en of er verbeteringen mogelijk zijn. Deze mogelijke verbeteringen worden gemonitord aan de hand van de PDCA-cyclus. In 2025 zijn op basis van een steekproef 126 casusaudits uitgevoerd. Daarnaast controleert Rogplus of cliënten terecht uitstromen uit de voorziening Meedoen in de Stad niet-ouderen. In 2025 zijn op basis van een steekproef 97 dossiers op het gebied van uitstroom gecontroleerd.
Beroep en bezwaar In 2025 zijn er in totaal 64 bezwaarschriften ingediend. Hiervan waren 55 bezwaren gericht tegen een besluit in het kader van de Wmo, 7 bezwaren in het kader van de Jeugdwet. Daarnaast is er in 2025 2 maal over een ingebrekestelling beslist. Van de in 2025 ingediende bezwaarschriften is de uitkomst als volgt: + 17 ongegrond; + 1 gegrond; + 26 ingetrokken; + 20 nog in behandeling. In 2025 zijn er 3 beroepsschriften ingediend en 4 voorlopige voorzieningen (vovo), waarvan 1 is ingetrokken en de rest is afgewezen. De 5 beroepsschriften waren op 31 december 2024 nog in behandeling bij de rechtbank Rotterdam. In 2024 is 1 beroepsprocedure uit 2023 afgehandeld, die ongegrond is verklaard. 2 beroepszaken uit 2023 waren op 31 december 2024 nog in behandeling bij de rechtbank Rotterdam. In 2025 zijn er 6 hoger beroepsschriften ingediend, waarvan er nog 5 lopen en 1 niet ontvankelijk is verklaard. De bezwaarmakers in 2025 zijn als volgt verdeeld: Vlaardingen (23), Schiedam (29) en Maassluis (12).
37
Wet Open Overheid Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden. Deze wet is in de plaats getreden van de Wet openbaarheid bestuur (Wob). De wet is bedoeld om overheden transparanter te maken en moet ervoor zorgen dat overheidsinformatie beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. In 2025 zijn er 2 Woo-verzoeken ingediend.
3.3.5
Personeel en organisatie
Onderstaand overzicht toont de bezetting op 31-12-2024 en 31-12-2025
Bezetting
Aantal 2024 Aantal 2025
FTE 2024
FTE 2025
Directie/Staf
15
15
13,6
13,8
Uitvoering
56
57
49,0
49,9
Bedrijfsvoering
45
47
40,4
42,3
Totaal
116
119
103,1
106,1
Naast de vaste formatie is in 2025 gemiddeld 8,8 fte ingezet door externe bureaus. Dit is een afname van 5 fte t.o.v. 2024. Deze inhuur was nodig voor de ontlasting van de teams met een hoge werkdruk, de vervanging van langdurig zieken en voor moeilijk in te vullen vacatures (Communicatie, ICT, consulenten WMO).
Strategisch meerjarenplan P&O In het tweede kwartaal is het strategisch meerjarenplan P&O vastgesteld in het MT. Dit plan vormt de basis voor de P&O-strategie van Rogplus in de komende jaren en helpt ons bouwen aan een toekomstbestendige organisatie waarin medewerkers zich thuis voelen, zich kunnen ontwikkelen en professionele ruimte ervaren. Het plan richt zich op vijf thema’s: het versterken van leiderschap, het vergroten van medewerkerstevredenheid en -betrokkenheid (met aandacht voor leiderschap, interne communicatie, arbeidsvoorwaarden en samenwerking), het bevorderen van duurzame inzetbaarheid, het optimaliseren en digitaliseren van P&O-processen en personeelsplanning en het versterken van diversiteit en inclusie.
Diversiteit en Inclusie In het eerste kwartaal is een oproep gedaan aan medewerkers om zich aan te melden voor de werkgroep Diversiteit en Inclusie. Het doel van deze werkgroep is om bij te dragen aan een organisatiecultuur waarin gelijkwaardigheid, betrokkenheid, respect, toegankelijkheid en positiviteit centraal staan.
38
In het tweede kwartaal is de werkgroep samengesteld. Om de thema’s zorgvuldig en objectief te onderzoeken, is een extern bureau ingeschakeld om een anoniem organisatiebreed onderzoek uit te voeren. In het derde kwartaal vond dit onderzoek plaats in samenwerking met Inclusioncy, een in diversiteit en inclusie gespecialiseerd adviesbureau. Met behulp van de InclusioncyScan is inzicht verkregen in hoe medewerkers de organisatie ervaren. Daarbij is onder meer gekeken naar de mate waarin medewerkers zich thuis voelen, hoe het inclusiviteitsklimaat en gelijke kansen worden ervaren en in hoeverre sprake is van sociale en psychologische veiligheid. Naar aanleiding van de scan is in het derde kwartaal het rapport opgeleverd. De resultaten zijn gedeeld tijdens meerdere bijeenkomsten, waarin toelichting werd gegeven en gezamenlijk is ingezoomd op belangrijke aandachtspunten. De werkgroep blijft actief en richt zich op de thema’s die volgens de scan de meeste aandacht vragen. Dit kan onder andere leiden tot gerichte interventies, zoals trainingen of andere organisatie brede initiatieven. Ook in 2026 blijft diversiteit en inclusie een belangrijk speerpunt.
Vitaliteit In 2025 is het hele jaar actief gewerkt aan vitaliteit. Er zijn verschillende bijeenkomsten en workshops georganiseerd. Deze activiteiten droegen bij aan zowel de mentale als fysieke vitaliteit van medewerkers en versterkten de aandacht voor gezondheid binnen de organisatie.
HR21 In 2025 heeft Rogplus intensief gewerkt aan de voorbereiding van de overstap naar het functiewaarderingssysteem HR21. Een belangrijk onderdeel hiervan was het actualiseren van alle functiebeschrijvingen en het zorgvuldig indelen van deze geactualiseerde functies binnen het nieuwe systeem. Aansluitend heeft de besluitvorming en verdere afronding van dit traject plaatsgevonden. Dit proces is uitgevoerd in samenwerking met adviesbureau Leeuwendaal. Daarnaast zijn er bijeenkomsten georganiseerd voor leidinggevenden om hen goed mee te nemen in de veranderingen. Voor medewerkers zijn eveneens bijeenkomsten gepland om hen te informeren over de overgang naar HR21. Met deze voorbereidingen is een belangrijke stap gezet richting een toekomstbestendig en transparant functiewaarderingssysteem.
39
Ziekteverzuim Een overzicht van het ziekteverzuim over 2025 geeft het volgende beeld.
Afdeling
2025-Q1
2025-Q2
2025-Q3
2025-Q4
Directie/Staf
4,40%
4,30%
13,10%
11,50%
Uitvoering
6,30%
4,00%
6,30%
7,50%
Bedrijfsvoering
13,70%
12,60%
11,40%
11,10%
Totaal
5,20%
6,80%
9,10%
10,30%
Er is een stijging door het jaar heen. Dit sluit aan bij het bekende seizoen patroon: meer verzuim in de tweede helft van het jaar. De stijging tussen Q2 en Q3 is het grootst en markeert het kantelpunt naar hoger verzuim. Het hoge Q4-cijfer wordt vooral veroorzaakt door langdurige lopende dossiers, die grotendeels een oorzaak hebben buiten de werkomgeving.
3.3.6
Informatisering en automatisering
Team ICT Eind 2025 werd de functie systeem- en netwerkbeheerder ingevuld. Deze functie stond sinds oktober 2023 open en is tussentijds ingevuld door inhuur. Door het invullen van de functie kan de inhuur voor deze functie per 1 maart 2026 stopgezet worden. Op het onderdeel applicatiebeheer heeft ICT te maken met een hoge werkdruk. Door het toegenomen aantal gebruikers van het cliëntvolgsysteem ZorgNed is er sprake van een langdurig hoge werkdruk. Er wordt momenteel extra capaciteit ingehuurd om projecten zoals het clientportaal en de doorontwikkeling van ZorgNed niet te laten stagneren.
ZorgNed In 2025 is ZorgNed opnieuw verbeterd. Er zijn 7 updates gedaan. Dit zorgt voor meer en betere functionaliteiten. De beschikbaarheid van ZorgNed, waar ook Mevis gebruik van maakt, lag in 2025 op 99,9 %. Vanuit de Informatiebeveiligingsdienst (IBD), onderdeel van de VNG, zijn wij op de hoogte gebracht van een ernstige beveiligingskwetsbaarheid in Microsoft-software. Op basis van onderzoek door ZorgNed werden geen aanwijzingen gevonden dat ZorgNed-omgevingen zijn benaderd door kwaadwillende. Het issue is inmiddels opgelost.
Cliëntportaal www.mijn.rogplus.nl en DigiD Na de audit in april/mei 2024 van een onafhankelijk ICT-specialist werd het cliëntportaal ontkoppeld van DigiD. In 2025 kwam Rogplus wel door de audit en kon het leerlingenvervoer met het clientportaal worden aangevraagd. Inmiddels is de werkgroep Wmebv hard bezig om het cliëntportaal verder uit te breiden.
40
Topdesk In 2025 is Topdesk verder doorontwikkeld. In de zomer van 2025 werd changemanagement in gebruik genomen. Hierdoor worden alle wijzigingen beter verwerkt en vastgelegd. Topdesk beschikt ook over een selfservice portaal. Hier kunnen medewerkers een melding doen of hulpvraag registreren. Door dit portaal verder in te richten en uit te rollen binnen de organisatie kunnen we nog efficiënter werken.
3.3.7
Informatiebeveiliging en privacy
Loggingbeleid In 2025 zijn meerdere dossiers gecontroleerd naar aanleiding van (mogelijke) incidenten. Uit deze controles zijn geen onregelmatigheden naar voren gekomen. Daarnaast zijn periodiek steekproeven uitgevoerd zonder specifieke aanleiding, in het kader van het reguliere toezicht op het loggingbeleid. Ook hierbij zijn in 2025 geen onrechtmatigheden geconstateerd. De uitgevoerde controles bevestigen dat het loggingbeleid zorgvuldig wordt nageleefd.
Registratie datalekken In 2025 zijn in totaal 15 datalekken gemeld bij de functionaris gegevensbescherming van Rogplus. Het betrof voornamelijk incidenten als gevolg van menselijke fouten, zoals verkeerd geadresseerde e-mails of brieven. Alle datalekken zijn geregistreerd in het datalekkenregister en volgens de geldende procedures beoordeeld en afgehandeld. Waar nodig zijn corrigerende en preventieve maatregelen genomen. Daarnaast zijn werkprocessen aangepast om de kans op herhaling te verkleinen.
Rechten van betrokkenen, Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) In het verslagjaar zijn vier verzoeken tot inzage op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) ontvangen. Daarnaast is één verzoek ingediend op basis van het recht op vergetelheid. Alle verzoeken zijn binnen de wettelijke termijnen en volgens de geldende procedures behandeld.
AI Adviesraad Rogplus heeft een AI Adviesraad opgericht. Kunstmatige intelligentie (AI) ontwikkelt zich razendsnel en beïnvloedt inmiddels vrijwel iedere sector. Ook onze organisatie krijgt, direct of indirect, te maken met AI in processen, besluitvorming, dienstverlening en communicatie. De vraag is niet óf we ermee te maken krijgen, maar hoe goed we erop
41
voorbereid zijn. Rogplus acht de AI Adviesraad noodzakelijk om richting, controle en verantwoordelijkheid te waarborgen. Het stelt ons in staat om kansen te benutten zonder onze waarden, reputatie en maatschappelijke verantwoordelijkheid uit het oog te verliezen.
3.3.8
Financieel beheer
Financieel beleid De voornaamste taak van de financiële functie is het adviseren en ondersteunen van het bestuur, het management en de MVS-gemeenten op het gebied van financiën. Het doel daarbij is de ambities en verantwoordelijkheden waar te maken onder de voorwaarde van een evenwichtige financiële huishouding nu en in de toekomst. De voornaamste onderdelen hiervan zijn de samenstelling en tijdige aanlevering van de planning en control producten (P&C): kadernota, begroting, tussenrapportages en jaarstukken.
Planning & control In 2025 heeft Rogplus elk kwartaal een financiële voortgangsrapportage opgesteld en besproken in de financiële overleggen met de gemeenten. De tussenrapportages dienen als input voor de aanlevering van financiële gegevens aan het CBS. De begroting voor 2025 is tweemaal gewijzigd om beter aan te sluiten op voortschrijdende inzichten in het beroep op de Wmo in de MVS-gemeenten en om de budgetten voor Jeugdhulp goed in de begroting op te nemen. De tweede begrotingswijziging 2025 is mede tot stand gekomen op basis van aanwijzingen van de Provincie Zuid-Holland in haar rol van toezichthouder. Zowel de jaarstukken van 2024 als de begroting voor 2026 zijn gepubliceerd op de website.
Accountantsverklaring jaarstukken 2024 Rogplus heeft een goedkeurende verklaring gekregen voor haar jaarstukken over 2024.
3.3.9
Toelichting rechtmatigheidsverklaring
In hoofdstuk 7 van de jaarrekening staat de rechtmatigheidsverklaring. Hierin licht het dagelijks bestuur van Rogplus toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik-criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, de balansmutaties in overeenstemming zijn met door de het dagelijks bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en gemeentelijke verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving.
42
Begrotingscriterium Het begrotingscriterium heeft betrekking op het financiële handelen binnen het kader van de geautoriseerde begroting. Volgens het BBV worden afwijkingen in de jaarrekening herkenbaar opgenomen en toegelicht. De in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten laten een onderschrijding van € 5.287.966 op de begrote lasten zien. Inherent aan de financieringssystematiek van Rogplus worden overschrijdingen aan de uitgavenkant gecompenseerd door aanvullende inkomsten ter hoogte van hetzelfde bedrag. Deze begrotingsonrechtmatigheid is hoger dan de daarvoor gestelde grens van € 3.223.093 (2% van de totale uitgaven). De geconstateerde afwijking betreft in zijn geheel een afwijking ten opzichte van de (tweede gewijzigde) begroting. De onderschrijding is het gevolg van een hoger beroep op voorzieningen en daarmee acceptabel. Van de niet rechtmatig tot stand gekomen verantwoorde baten en lasten past het volledige bedrag van € 5.287.966 binnen het vastgestelde beleid. De onrechtmatigheid is daarmee volledig acceptabel op basis van door het algemeen bestuur vastgestelde afspraken.
Voorwaardencriterium Het voorwaardencriterium heeft betrekking op eisen aan financiële beheer handelingen. Deze zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving, zowel intern als extern. Er zijn in 2025 geen bevindingen gedaan met betrekking op het voorwaardencriterium. Voor de uitvoering van de taken, die bij Rogplus zijn belegd, worden naast inzet van eigen personeel ook externe partijen ingeschakeld zoals externe inhuur, (medisch) advies en de accountantscontrole. Rogplus is strikt in de naleving van de aanbestedingsregels. Voor controle op aanbestedingsrechtmatigheid voert Rogplus een uitgaveanalyse (spendanalyse) uit, waarmee wordt nagegaan of de werkelijke bestedingen in lijn zijn met aangegane overeenkomsten. Uit deze analyse komen geen onrechtmatigheden naar voren. Wel wordt voor HRC (project Powerful Ageing) en ZorgNed (bedrijfsautomatisering) een beroep gedaan op uitzonderingsregels. In 2025 zijn meer processen in de applicatie Comm’ant vastgelegd en interne controles uitgevoerd. Sommige controles hebben geleid tot verbeteringen van processen en procedures. Zo is een begin gemaakt met risicogerichte controles. Eind 2024 is de financiële verordening voor 2025 door het algemeen bestuur vastgesteld 2025. Deze vervangt het document ‘Regeling financieel beleid’.
43
Verder heeft Rogplus de volgende kaderstellende stukken vastgesteld: + Jaarlijkse actualisatie normenkader rechtmatigheid; + Jaarlijkse actualisatie controleprotocol; + Risicomanagement; + Risicoanalyse; + Verdere ontwikkeling in sturingsinformatie.
Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium Hierbij gaat het met name om fraude. Het belangrijkste risico zit in het betalingsverkeer. De interne beheersingsmaatregelen zijn sterk gericht op het uitsluiten van frauduleuze betalingen en ook de werking van deze maatregelen wordt gecontroleerd. Er was daarnaast geen sprake van signalen van misbruik, oneigenlijk gebruik of fraude. Er zijn in 2025 geen onrechtmatigheden of onduidelijkheden vastgesteld met betrekking op het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium.
3.3.10
Nadere toelichting rechtmatigheid jeugdhulpopdracht
Sinds 2023 is de toeleiding tot de Jeugdwet in de MVS-gemeenten belegd bij Mevis. De bekostiging van Mevis verloopt via Rogplus. De (begrote en werkelijke) uitgaven van Rogplus bestaan sindsdien voor een belangrijk deel uit de voorschotten aan Mevis en de afrekening daarvan. De rechtmatigheidsverantwoording van Rogplus heeft daarom (ook) betrekking op de bekostiging van Mevis. Als onderdeel van de rechtmatigheidsverantwoording moet Rogplus uitspraak doen over de financiële rechtmatigheid van de besteding van deze middelen. Zoals aangegeven in de Kadernota Rechtmatigheid van de Commissie BBV houdt dit in dat verstrekte voorzieningen moeten worden getoetst op recht, hoogte en duur. Onder meer vanwege de AVG heeft Rogplus beperkt toegang tot informatie over cliënten van Mevis en de ondersteuning die zij krijgen. Met name voor de toets op de duur van de verstrekte voorzieningen (prestatielevering) is Rogplus afhankelijk van door Mevis uit te voeren controlewerkzaamheden. Rogplus heeft opdracht verstrekt aan Mevis om de voor de rechtmatigheidsverantwoording van Rogplus noodzakelijke controlewerkzaamheden uit te voeren.
Recht De toets op recht op zorg voor de cliënten, die in de MVS-gemeenten ondersteuning krijgen op basis van de Jeugdwet, bestaat uit twee onderdelen: 1. Toeleiding. In het kader van het jaarrekeningwerk moet worden getoetst of de toegang tot ondersteuning vanuit de Jeugdwet zorgvuldig is verlopen. Voor een steekproef van een in overleg met de accountant bepaald aantal cliënten moet op grond van de
44
ondersteuningsplannen wordt gecontroleerd of is voldaan aan de tien stappen van de Centrale Raad van Beroep voor zorgvuldig onderzoek voor toegang tot de Jeugdwet. 2. Mevis voert deze controle uit. De controle kan niet door Rogplus worden gedaan omdat Mevis ondersteuningsplannen alleen geanonimiseerd mag delen met Rogplus. Bij anoniem gedeelde plannen zijn de gecontroleerde dossiers niet te herleiden naar de items in de steekproef. Mevis mag voor de controle dezelfde steekproefitems gebruiken als die zij voor haar eigen jaarrekeningwerk moet controleren. Voor de overige groepen (zorgcontinuïteit, PGB en jeugdhulpvervoer) heeft Rogplus de controle op zorgvuldigheid wel zelf uitgevoerd. 3. Woonplaatsbeginsel. Cliënten van Mevis moeten volgens het actuele woonplaatsbeginsel onder de verantwoordelijkheid vallen van één van de MVSgemeenten. Als onderdeel van de registratie van de cliënt in RondOm wordt automatisch de inschrijving van de cliënt in de basisregistratie personen (BRP) gecontroleerd. Jaarlijks voert de accountant van Rogplus in het kader van de interimcontrole een IT-audit uit. Als onderdeel hiervan is vastgesteld dat de BRPcontrole bij de inschrijving van cliënten goed functioneert. Aanvullend op de IT-audit controleert Rogplus met een steekproef of de cliënt onder de verantwoordelijkheid van één van de MVS-gemeenten valt.
Op deze steekproef is dezelfde onderverdeling van toepassing als hiervoor genoemd bij ‘Toeleiding’. Mevis heeft begin 2026 de rapportage gedeeld met de bevindingen van de verbijzonderde interne controles. Deze rapportage geeft aan dat Mevis de toets op recht met goed gevolg heeft doorlopen. De uitgevoerde controles leiden voor de toets op recht niet tot bevindingen die aanleiding geven tot correcties of nadere actie.
Hoogte De jeugdhulpopdracht aan Mevis is door de MVS-gemeenten verstrekt op basis van populatiebekostiging. Een controle op de kosten van de jeugdhulp op cliëntniveau is daarom niet relevant voor de rechtmatigheidsverantwoording van Rogplus. Wel draagt Rogplus zorg voor de aansluiting van het in de jaarrekening verantwoorde totaalbedrag op de afspraken daarover met Mevis.
Duur De toets van de duur van de verstrekte voorziening wordt uitgevoerd door te controleren of de prestatielevering in overeenstemming is met de voor de jeugdhulp geldende wet- en regelgeving en de afgegeven beschikking. Vanwege de taakverdeling tussen Mevis en Rogplus en de AVG kan Rogplus deze controle niet zelfstandig uitvoeren en moet Rogplus kunnen steunen op een toets op de prestatielevering door Mevis.
45
Mevis moet daarom voor een steekproef op basis van controles aantonen dat aan deze cliënten jeugdhulp is geleverd binnen de kaders van de Jeugdwet en (wanneer aanwezig) de verstrekte beschikking. In de steekproef moet rekening worden gehouden met het onderscheid tussen jeugdhulp in de wijkteams, verwijszorg en crisishulpverlening. Mevis mag hiervoor dezelfde steekproefitems gebruiken als die zij voor haar eigen jaarrekeningwerk moet controleren. Mevis heeft begin 2026 de rapportage gedeeld met de bevindingen van de verbijzonderde interne controles. Deze rapportage geeft aan dat Mevis de toets op duur met goed gevolg heeft doorlopen. De uitgevoerde controles leiden voor de toets op duur niet tot bevindingen die aanleiding geven tot correcties of nadere actie.
Rol accountant Mevis De accountant van Mevis rapporteert in het accountantsverslag over de jaarstukken van Mevis richting Mevis over de verrichte werkzaamheden. Elementen vanuit de memo aan Rogplus over de controlebevindingen van Mevis kunnen daarin terugkomen, zoals de aanpak van de controle, de aantallen gecontroleerde dossiers en de uitkomsten en conclusies van de controles. De accountant van Mevis kan Mevis machtigen om de specifieke passages uit het accountantsverslag te delen met Rogplus. De accountant van Mevis voert geen specifieke controle uit op de memo van Mevis aan Rogplus met de controlebevindingen. Zodoende heeft Rogplus inzicht in de wijze waarop de jaarrekeningcontrole bij Mevis, specifiek de controle van de geleverde zorg door onderaannemers, zich verhoudt tot de rapportage die Mevis aanlevert bij Rogplus op basis van de verstrekte opdracht van Rogplus aan Mevis.
46
JAARREKENING 4
Balans
Rogplus neemt in de voorlopige jaarstukken nog geen balans en toelichtingen op de balans op. De reden hiervoor is dat de voorlopige jaarstukken halverwege maart op moeten worden geleverd aan de gemeenten, terwijl dan nog niet alle te verwerken uitgaven zijn ontvangen. Zo ontvangt Rogplus pas op 1 april de productieverantwoordingen van de Wmo-zorgaanbieders, levert de SVB in mei de cijfers en zijn de jaarstukken van Mevis nog niet definitief. Rogplus heeft onder meer deze stukken nodig om de jaarcijfers te completeren en de balans op te stellen. In de definitieve jaarstukken worden de balans en de toelichtingen op de balans wel opgenomen. Ook zorgt Rogplus ervoor dat deze informatie beschikbaar is voor de jaarrekeningcontrole van de accountant.
47
5
Overzicht van baten en lasten
5.1
Uitgangspunten
Rogplus verzorgde in 2025 voor de deelnemers aan de Gemeenschappelijke Regeling Rogplus de uitvoering van de Wmo individuele verstrekkingen, Beschermd Wonen en het contract- en informatiemanagement voor de Jeugdwet. In opdracht van de MVSgemeenten heeft Rogplus in 2025 ook backofficetaken voor jeugdhulp en leerlingenvervoer en jeugdhulpvervoer uitgevoerd. De uitgaven en de kosten van Rogplus worden ten laste gebracht van de volgende BBV-taakvelden: 0.4 Overhead 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie 6.21 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Wmo 6.22 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Jeugd 6.60 Hulpmiddelen en diensten (Wmo) 6.711 Huishoudelijke hulp (Wmo) 6.714 Overige maatwerkarrangementen (Wmo) 6.752 Jeugdhulp ambulant regionaal 6.762 Jeugdhulp met verblijf regionaal 6.791 PGB Wmo 6.792 PGB Jeugd 6.811 Beschermd wonen (Wmo) 6.822 Jeugdreclassering 6.91 Coördinatie en beleid Wmo 6.92 Coördinatie en beleid Jeugd De inkomsten bestaan uit bijdragen in de kosten (hierna: eigen bijdragen) voor verschillende Wmo-voorzieningen, bijdragen van cliënten voor vervoer met het Wmovervoer (ievo), bijdragen van cliënten aan de Aanvullende Algemene Voorziening Schoon Huis, een bijdrage van Mevis voor door Rogplus geleverde diensten, rente-inkomsten en bijdragen van de drie MVS-gemeenten.
De gemeentelijke bijdrage is het verschil tussen de uitgaven en de overige inkomsten van Rogplus. Rogplus heeft op grond hiervan per definitie een sluitende begroting. Deze inkomsten worden verantwoord onder de volgende BBV-taakvelden: 0.8 Overige baten en lasten 6.60 Hulpmiddelen en diensten (Wmo) 6.711 Huishoudelijke hulp (Wmo) 6.714 Overige maatwerkarrangementen (Wmo) 6.811 Beschermd wonen (Wmo)
48
De programmaverantwoording is opgesteld volgens het stelsel van baten en lasten. Voor zover mogelijk zijn alle directe verplichtingen uit de in 2025 ingediende aanvragen verwerkt in het resultaat. Hiertoe zijn alle bekende verplichtingen meegenomen en verwerkt in de jaarcijfers. In deze jaarstukken zijn de uitgaven van Rogplus als positieve bedragen opgenomen en de inkomsten als negatieve. Deze worden voorafgegaan door het teken ‘-‘. Medio 2024 is de primaire begroting 2025 van Rogplus vastgesteld. Op basis van voortschrijdende inzichten is de begroting 2025 van Rogplus twee keer gewijzigd. De begrotingswijzigingen zijn gespecificeerd in de bijlagen
5.2
Totaaloverzicht Werkelijk
Begroot
Begroot
Werkelijk
Primair 2025
2e wijziging 2025
2025
Baten/Lasten
Programma
2024
Lasten
Wmo
57.326.372
61.828.400
62.507.100
61.146.940
Beschermd Wonen
6.079.273
6.134.100
6.177.400
6.160.219
Jeugdhulp
89.860.816
69.079.000
92.165.800
88.536.314
Overhead
5.294.116
5.592.300
5.592.300
5.311.162
158.560.576
142.633.800
166.442.600
161.154.634
Bijdrage Maassluis
24.300.651
22.197.200
25.944.800
25.382.443
Bijdrage Vlaardingen
69.542.895
62.828.100
72.933.300
70.726.468
Bijdrage Schiedam
61.728.054
54.529.900
64.212.700
61.842.327
Bijdragen cliënten
2.445.576
2.473.200
2.641.600
2.539.345
Overige inkomsten
543.401
605.400
710.200
664.051
158.560.576
142.633.800
166.442.600
161.154.634
0
0
0
0
Totaal Lasten Baten
Totaal Baten Eindtotaal
De totale lasten van Rogplus over 2025 zijn per saldo € 5.287.966 lager dan begroot. De inkomsten uit eigen bijdragen van cliënten (inclusief bijdragen voor het Wmo-vervoer) en de overige inkomsten zijn € 148.404 hoger uitgevallen dan begroot. Het totaal van de gemeentelijke bijdragen valt € 5.139.561 lager uit dan begroot. Inherent aan de financieringswijze van Rogplus is het resultaat € 0.
49
Baten en lasten per BBV-taakveld: Baten/
Taakveld BBV
Lasten Lasten
Werkelijk
2e wijziging 2025
2025
5.592.300
5.592.300
5.311.162
4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken
129.225
158.300
158.300
188.391
6.1 Samenkracht en burgerparticipatie
182.007
193.200
193.200
195.252
6.21 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Wmo
480.592
486.700
486.700
517.023
6.22 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Jeugd
18.134.359
12.832.200
18.240.600
16.285.765
6.60 Hulpmiddelen en diensten (Wmo)
11.981.087
13.019.400
11.872.200
11.749.093
6.711 Huishoudelijke hulp (Wmo)
23.911.507
25.127.900
26.528.700
25.929.639
6.714 Overige maatwerkarrangementen (Wmo)
15.008.118
16.332.500
16.956.000
16.717.704
6.752 Jeugdhulp ambulant regionaal
48.180.536
42.068.400
42.161.600
41.990.445
6.762 Jeugdhulp met verblijf regionaal
22.474.461
12.462.300
22.718.700
21.027.597
6.791 PGB Wmo
1.743.000
2.119.000
1.926.600
1.667.029
6.792 PGB Jeugd
896.000
1.021.400
999.400
1.643.847
6.811 Beschermd wonen (Wmo)
5.602.487
5.632.200
5.669.500
5.739.516
3.159
472.100
0
0
4.496.848
5.051.600
5.051.600
4.791.903
6.92 Coördinatie en beleid Jeugd Totaal Lasten
Eindtotaal
Begroot
Primair 2025
5.294.116
6.91 Coördinatie en beleid Wmo
Totaal Baten
Begroot
2024 0.4 Overhead
6.822 Jeugdreclassering
Baten
Werkelijk
0.8 Overige baten en lasten
43.075
64.300
7.887.200
7.400.269
158.560.576
142.633.800
166.442.600
161.154.634 -158.425.547
-156.115.000
-140.056.200
-163.592.700
6.60 Hulpmiddelen en diensten (Wmo)
-728.356
-835.700
-966.500
-943.541
6.711 Huishoudelijke hulp (Wmo)
-961.388
-931.200
-1.011.400
-1.044.046
6.714 Overige maatwerkarrangementen (Wmo)
-542.766
-524.200
-578.900
-539.315
6.811 Beschermd wonen (Wmo)
-213.066
-286.500
-293.100
-202.185
-158.560.576
-142.633.800
-166.442.600
-161.154.634
-0
0
0
0
50
Baten en lasten per BBV-taakveld per programma: Programma
Baten/
Taakveld BBV
Lasten Wmo
Lasten
6.21 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Wmo
480.592
486.700
486.700
517.023
6.60 Hulpmiddelen en diensten (Wmo)
11.981.087
13.019.400
11.872.200
11.749.093
6.711 Huishoudelijke hulp (Wmo)
23.911.507
25.127.900
26.528.700
25.929.639
6.714 Overige maatwerkarrangementen (Wmo)
15.008.118
16.332.500
16.956.000
16.717.704
6.791 PGB Wmo
1.730.730
2.070.800
1.872.400
1.667.029
6.91 Coördinatie en beleid Wmo
4.032.332
4.597.900
4.597.900
4.371.200
57.326.372
61.828.400
62.507.100
61.146.940 -58.620.038
0.8 Overige baten en lasten
-55.093.862
-59.537.300
-59.950.300
-728.356
-835.700
-966.500
-943.541
6.711 Huishoudelijke hulp (Wmo)
-961.388
-931.200
-1.011.400
-1.044.046
6.791 PGB Wmo 6.91 Coördinatie en beleid Wmo
0 54.200
0
5.602.487
5.632.200
5.669.500
5.739.516 420.703 6.160.219
0.8 Overige baten en lasten
-5.866.207
-5.847.600
-5.884.300
-5.958.034
6.811 Beschermd wonen (Wmo)
-213.066
-286.500
-293.100
-202.185
-6.079.273
-6.134.100
-6.177.400
-6.160.219
0
0
0
0
129.225
158.300
158.300
188.391
6.22 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Jeugd
18.134.359
12.832.200
18.240.600
16.285.765
6.752 Jeugdhulp ambulant regionaal
48.180.536
42.068.400
42.161.600
41.990.445
6.762 Jeugdhulp met verblijf regionaal
22.474.461
12.462.300
22.718.700
21.027.597
896.000
1.021.400
999.400
1.643.847
6.822 Jeugdreclassering
3.159
472.100
0
0
6.92 Coördinatie en beleid Jeugd
43.075
64.300
7.887.200
7.400.269
4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken
89.860.816
69.079.000
92.165.800
88.536.314
-89.860.816
-69.079.000
-92.165.800
-88.536.314
-89.860.816
-69.079.000
-92.165.800
-88.536.314
0
0
0
0
0.4 Overhead
5.294.116
5.592.300
5.592.300
5.311.162
5.294.116
5.592.300
5.592.300
5.311.162
0.8 Overige baten en lasten
-5.294.116
-5.592.300
-5.592.300
-5.311.162
0.8 Overige baten en lasten
Totaal Baten
Totaal Lasten Totaal Baten
0 48.200
453.700
Totaal Jeugdhulp
Baten
0
-0 12.270
6.177.400
Totaal Lasten
Lasten
-539.315 -61.146.940
453.700
6.792 PGB Jeugd
Overhead
-578.900 -62.507.100
6.134.100
Totaal Beschermd Wonen
Baten
-524.200 -61.828.400
464.516
Totaal Baten Lasten
-542.766 -57.326.372
6.079.273
Totaal Lasten
Jeugdhulp
195.252
6.60 Hulpmiddelen en diensten (Wmo)
6.811 Beschermd wonen (Wmo)
Baten
2025
193.200
Totaal Wmo Wonen
Werkelijk
2e wijziging 2025
193.200
6.714 Overige maatwerkarrangementen (Wmo)
Lasten
Begroot
Primair 2025
182.007
Totaal Baten Beschermd
Begroot
2024 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie
Totaal Lasten Baten
Werkelijk
-5.294.116
-5.592.300
-5.592.300
-5.311.162
Totaal Overhead
0
0
0
0
Eindtotaal
0
0
0
0
51
5.3
Doorberekening gemeenten
De totale kosten van Rogplus worden verdeeld over de drie gemeenten (Maassluis, Schiedam en Vlaardingen) en afgerekend. Ter financiering van de lopende uitgaven wordt maandelijks een voorschot verkregen op deze eindafrekening. De toerekening van de kosten gaat per programma als volgt: + Wmo. De kosten worden per gemeente geregistreerd en op basis van werkelijkheid ten laste van de woonplaats van de cliënt berekend. Voor Wmo-vervoer zijn de kosten verdeeld op basis van het aantal ritten en kilometers per gemeente. De directe opbrengsten en eigen bijdragen zijn in mindering gebracht op de kosten. + Beschermd Wonen. De uitvoering van Beschermd Wonen voor Maassluis, Vlaardingen en Schiedam valt vanaf 1 januari 2015 onder de verantwoordelijkheid van centrumgemeente Vlaardingen. De gemaakte kosten worden per gemeente geregistreerd maar verantwoord aan de centrumgemeente Vlaardingen. + Jeugdhulp. De bijdragen aan Mevis worden over de MVS-gemeenten verdeeld volgens de daarvoor in de ‘herijking 2022’ vastgelegde verdeling. De uitgaven voor jeugdhulp op basis van zorgcontinuïteit, jeugdhulp op basis van het PGB en jeugdhulpvervoer worden, net als bij Wmo-voorzieningen, per gemeente geregistreerd en op basis van werkelijkheid ten laste van de woonplaats van de cliënt gebracht. + Overhead.
Volgens de Gemeenschappelijke Regeling worden deze kosten over de gemeenten verdeeld aan de hand van de in de volgende paragraaf genoemde verdeelsleutel.
Verdeelsleutels De verdeelsleutel van de kosten van de overhead in 2025 over de drie gemeenten is afgestemd met de financiële commissie. Uitgangspunt is hierbij een evenwichtige verdeling op basis van een aantal kengetallen. De verdeelsleutel van de kosten van de uitvoering over de drie gemeenten wordt bepaald op basis van de vastgestelde kengetallen. Dit zijn: + Het aantal pashouders voor het Wmo-vervoer; + Het aantal unieke cliënten; + Het aantal aanvragen. In de begroting 2025 is per gemeente, per kengetal het aantal bepaald voor het laatst afgesloten jaar. Voor de begroting 2025 is dit 2024. Per kengetal wordt de verhouding tussen de drie gemeenten berekend. Vervolgens wordt het gewogen gemiddelde berekend voor het aandeel van de gemeenten. Het gewogen gemiddelde wordt afgerond op halve procenten.
52
De verdeling van de kosten is in 2025 gebaseerd op de volgende verdeelsleutel: + Maassluis + Vlaardingen + Schiedam
20,0 % 40,0 % 40,0 %
Voor de uitgaven voor het contract met Mevis geldt de kostenverdeling, zoals deze is afgesproken door de MVS-gemeenten. De herijking van de opdrachtwaarde op basis van de realisatie 2022 leidt tot de volgende verdeelsleutel: + Maassluis: + Vlaardingen: + Schiedam:
15,03 % 44,04 % 40,93 %
De verdeelsleutel voor het budget voor de backofficetaken leerlingenvervoer en jeugdhulpvervoer is gebaseerd op het aantal vervoerde kinderen in het laatst afgesloten jaar. Dit leidt tot de volgende verdeelsleutel: + Maassluis: + Vlaardingen: + Schiedam:
22,0 % 38,8 % 39,2 %
Doorberekening aan de gemeenten: Werkelijk
Begroot
Begroot
Werkelijk
Primair 2025
2e wijziging 2025
2025
10.739.300
10.970.200
Gemeente
Programma
2024
Maassluis
Wmo
9.722.764
Beschermd Wonen
-
-
-
10.927.482 -
Jeugdhulp
13.605.171
10.387.500
13.904.200
13.438.417
Overhead
972.716
1.070.400
1.070.400
1.016.544
Totaal Maassluis
24.300.651
22.197.200
25.944.800
25.382.443
Vlaardingen
Wmo
22.583.532
24.695.300
24.666.900
24.062.355
Beschermd Wonen
5.866.207
5.847.600
5.884.300
5.958.034
Jeugdhulp
39.145.118
30.200.300
40.297.200
38.722.578
Overhead
1.948.039
2.084.900
2.084.900
1.983.501
Totaal Vlaardingen
69.542.895
62.828.100
72.933.300
70.726.468
Schiedam
22.787.566
24.102.700
24.313.200
23.630.201
Wmo Beschermd Wonen
-
-
-
-
Jeugdhulp
36.993.527
28.370.200
37.842.500
36.253.419
Overhead
1.946.960
2.057.000
2.057.000
1.958.708
Totaal Schiedam
61.728.054
54.529.900
64.212.700
61.842.327
Eindtotaal
155.571.600
139.555.200
163.090.800
157.951.239
53
Ten opzichte van de tweede gewijzigde begroting vallen de bijdragen van de drie gemeenten in totaal € 5.139.561 lager uit. De bijdrage van Maassluis is € 562.357 lager dan begroot, Vlaardingen € 2.206.832 en Schiedam € 2.370.373.
5.4
Onvoorzien
Rogplus heeft in 2025 geen posten als onvoorzien aangemerkt en geboekt.
5.5
Incidentele baten en lasten
Jeugdhulp op basis van zorgcontinuïteit Mevis is in 2023 gestart met de levering en toeleiding van jeugdhulp in de MVSgemeenten. In het eerste half jaar van 2023 was sprake van een overgangsperiode. In deze periode zijn verschillende ‘oude’ contracten met jeugdhulpaanbieders verlengd, zodat de jeugdhulp geleidelijk kon worden overgedragen. Sinds juli 2023 wordt geen jeugdhulp meer geleverd op basis van deze afspraken voor zorgcontinuïteit. In 2023 was een budget voorzien in de begroting van Rogplus voor de uitgaven voor jeugdhulp op basis van zorgcontinuïteit. Sinds 2024 is dit niet meer het geval. Echter is gebleken dat verschillende jeugdhulpaanbieders in 2024 en 2025 nog op basis van de afspraken over zorgcontinuïteit kosten hebben gedeclareerd voor in de eerste helft van 2023 geleverde jeugdhulp. Dit gaat in 2025 in totaal om € 197.370. Rogplus merkt dit bedrag aan als een incidentele last.
54
6
Toelichtingen
6.1
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) daarvoor geeft. Ook is de jaarrekening in overeenstemming met de Wet normering topinkomens (WNT) opgesteld. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. De activa en passiva zijn opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden alleen genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's, die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend waren. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegelden verlofaanspraken en dergelijke.
Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op een andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden.
Vaste activa Vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- c.q. vervaardigingsprijs. Slijtende investeringen worden vanaf het moment van ingebruikneming lineair afgeschreven in de verwachte gebruiksduur Daarbij wordt rekening gehouden met de eventuele restwaarde. De investeringen worden geactiveerd op de eerste dag van de maand ná het moment van ingebruikname. Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van waarde indien deze naar verwachting duurzaam is. Volgens de uitgangspunten van de belastingdienst wordt per jaar maximaal 20% van de waarde van de investering afgeschreven. Dat betekent dat de minimale afschrijftermijn vijf jaar is. Rogplus activeert daarom alleen investeringen waarvan de verwachte gebruikstermijn minimaal vijf jaar is.
55
De meest voorkomende investeringen bij Rogplus zijn hardware, software en kantoorinventaris. Hardware en software worden in beginsel in vijf jaar afgeschreven, kantoorinventaris in tien jaar. Rogplus hanteert een ondergrens voor de waarde van de te activeren investeringen van € 10.000. Voor laptops, mobiele telefoons en kantoorinventaris geldt dat Rogplus per soort de totale waarde van alle in een kalenderjaar aangeschafte middelen (met een verwachte gebruiksduur van minstens vijf jaar) in één keer per jaar activeert, mits de totale waarde daarvan meer dan € 10.000 is. Dit gebeurt per 1 januari van het jaar na het jaar waarin de investeringen zijn gedaan. Alle overige investeringen worden per geval geactiveerd (mits de verwachte gebruiksduur minstens vijf jaar is en de waarde meer dan € 10.000). Rogplus stelt een investeringsagenda op waarin vijf jaar vooruit wordt aangegeven welke (af te schrijven) investeringen moeten worden gedaan. Rogplus activeert Wmohulpmiddelen niet omdat de waarde van de in gebruik zijnde hulpmiddelen als ideaalcomplex wordt beschouwd. Rogplus rekent geen rente toe aan de investeringen omdat Rogplus zelf extern geen middelen aantrekt en dus geen rentelasten kent. De kapitaallasten bestaan daarom alleen uit afschrijvingen.
Vorderingen Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar. De vorderingen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. De opgenomen vorderingen vallen volgens artikel 39 van het BBV in de categorie ‘vorderingen op openbare lichamen’.
Liquide middelen en overlopende posten Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. Met betrekking tot de eigen bijdragen die het Centraal Administratie Kantoor (CAK) int en aan Rogplus afdraagt geldt op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV het volgende: Rogplus kan op basis van de overzichten van het CAK wel de aantallen personen, soort en omvang van de zorgverlening beoordelen per gemeente met de eigen Wmo-administratie. Rogplus mist echter het inzicht in hoeverre vorderingen geïnd kunnen worden. Ook kan het CAK zelf vrijstelling verlenen voor het afdragen van een eigen bijdrage. Hierdoor kan Rogplus de overzichten van het CAK onvoldoende op juistheid op persoonsniveau en volledigheid van de eigen bijdragen vaststellen. Door de systematiek te kiezen van het vaststellen van de eigen bijdragen door het CAK, heeft de wetgever in feite bepaald dat de verantwoordelijkheid voor de juistheid en volledigheid van de eigen bijdragen geen verantwoordelijkheid van Rogplus is. Dat betekent dat Rogplus namens de gemeente geen zekerheden over omvang en hoogte van de eigen bijdragen krijgt.
Passiva Onder “Bestemming resultaat” staan de toevoegingen of onttrekkingen vermeld uit hoofde van de bestemming van het resultaat van het voorgaande boekjaar. Onder bijdragen van
56
derden zijn de bijdragen van derden opgenomen die direct gerelateerd zijn aan de investering in het vastgestelde project.
Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. De Wmoverplichtingen hebben betrekking op aanvragen tot en met het boekjaar waarvan de afhandeling nog niet helemaal heeft plaatsgevonden. Zodra een aanvraag is ontvangen, ontstaat voor Rogplus een verplichting. Aanvragen bevinden zich in diverse stadia van het afhandelingsproces zoals onderzoeksfase, besluitvormingsfase, in afwachting van offerte van de leverancier en in afwachting van de factuur. Voor zaken waarvan nog geen offerte of factuur is ontvangen, wordt gebruik gemaakt van ramingen. Rogplus heeft door haar lange ervaring met het afhandelen van de aanvragen normen ontwikkeld voor de gemiddelde kosten van een voorziening. Hierdoor is Rogplus in staat de verwachte lasten van de aanvragen betrouwbaar te ramen. Bruikleenverstrekkingen worden niet in de balans opgenomen, maar als kosten beschouwd in het jaar van aanschaf. Redenen hiervoor zijn: + Elke verstrekking heeft cliënt-specifieke kenmerken waardoor de waardering wordt bemoeilijkt. Hoe specifieker veelal de aanpassingen, hoe duurder de voorziening. Ook belemmert dit de verhandelbaarheid van de verstrekkingen. + Hoe individueler de aanpassing hoe moeilijker de voorziening opnieuw kan worden verstrekt. + De verwachting bestaat dat er sprake is van een continue instroom waardoor een zogenaamd ideaal complex ontstaat.
6.2
Toelichting balans
6.2.1
Vaste activa
Materiële vaste activa Activa
Afschrijf-
Boekwaarde
Investeringen
Afschrijving
Desinvestering
Boekwaarde
termijn
01-01-2025
2025
2025
2025
31-12-2025
Inventaris
10
219.215
-
32.885
-
Software
5
10.682
28.525
10.154
-
29.053
Hardware
5
179.041
5.542
43.142
-
141.442
408.938
34.067
86.181
-
356.825
Eindtotaal
186.330
Alle activa zijn verhandelbaar en daarom economisch nuttig.
57
6.2.2
Vlottende activa
Uitzettingen Rogplus neemt in de voorlopige jaarstukken nog geen balans en toelichtingen op de balans op. Zie de toelichting in hoofdstuk 4.
Kasgeldlimiet De kasgeldnorm bepaalt hoeveel kasgeld Rogplus gemiddeld mag hebben geleend in een kwartaal, zoals vastgelegd in de wet. In het volgende schema zijn de normen opgenomen.
Sinds de verandering van de governancestructuur van stichting naar Gemeenschappelijke Regeling als Openbaar Lichaam in 2022 is Rogplus verplicht tot schatkistbankieren. Schatkistbankieren is bedoeld voor instellingen die een wettelijke of publieke taak uitvoeren en hiervoor gelden van het Rijk ontvangen. Dit houdt in dat zij de publieke gelden aanhouden bij het ministerie van Financiën.
58
Renterisiconorm Rogplus heeft geen langlopende leningen. De renterisiconorm is daarom niet van toepassing.
Liquide middelen Rogplus neemt in de voorlopige jaarstukken nog geen balans en toelichtingen op de balans op. Zie de toelichting in hoofdstuk 4.
Na de overgang van governancestructuur van stichting naar gemeenschappelijke regeling als openbaar lichaam is Rogplus gebruik gaan maken van schatkistbankieren. Dit betekent dat het banksaldo van de hoofdbankrekening van Rogplus bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) dagelijks afgeroomd wordt tot € 400.000. Naast deze rekening gebruikt Rogplus een rekening bij de ABN Amro voor kleine dagelijkse betalingen (kleine kas).
Overlopende activa Rogplus neemt in de voorlopige jaarstukken nog geen balans en toelichtingen op de balans op. Zie de toelichting in hoofdstuk 4.
6.2.3
Vlottende passiva
Rogplus neemt in de voorlopige jaarstukken nog geen balans en toelichtingen op de balans op. Zie de toelichting in hoofdstuk 4.
6.2.4
Niet uit de balans blijkende verplichtingen
Huurverplichtingen Rogplus huurt een pand aan de Westlandseweg 1 in Maassluis. De huurovereenkomst loopt in eerste instantie tien jaar. De huurverplichting voor deze locatie bedraagt ongeveer € 22.000 per maand.
ICT-diensten Rogplus heeft doorlopende contracten met externe partijen voor IT- en telecommunicatiediensten. De maandelijkse kosten van deze contracten zijn om en nabij € 17.000 per maand.
59
6.2.5
EMU-saldo
Het EMU-saldo (Economische en Monetaire Unie) is het saldo van de inkomende en uitgaande geldstromen die daadwerkelijk in het kalenderjaar hebben plaatsgevonden. Zoals weergegeven in de onderstaande tabel heeft Rogplus over 2024 een positief EMUsaldo van € 52.331. Omschrijving
+/-
1. Exploitatiesaldo voor toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)
+
-
2. Afschrijvingen ten laste van de exploitatie
+
86.181
3. Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie
+
-
4. Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd
-/-
34.067
5. Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4.
+
-
6. Baten uit desinvesteringen in (im)materiële activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord
+
-
7. Aankoop van grond en de uitgaven aan bouwwoonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan)
+
-
8. Baten bouwgrondtransacties voor zover transacties niet op exploitatie verantwoord
+
-
9. Lasten op balanspost Voorzieningen voor zover deze transacties met derden betreffen
-/-
-
10. Lasten ivm transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten
-/-
-
11. Verkoop van effecten
-/-
-
Berekend EMU-saldo
Bedrag
52.113
60
6.3
Toelichting overzicht baten en lasten
6.3.1
Programma Wmo
De toelichting in deze paragraaf is een verdieping van en een aanvulling op paragraaf 2.4 van de programmaverantwoording.
Taxi- en vervoerskosten Werkelijk
Begroot
Begroot
Werkelijk
Onderdeel
2024
Primair 2025
2e wijziging 2025
2025
Wmo-vervoer
5.252.572
6.089.300
5.152.200
5.120.025
37.903
41.900
31.300
20.104
5.290.475
6.131.200
5.183.500
5.140.129
Individuele vervoerskosten
Onder Wmo-vervoer vallen voornamelijk de uitgaven voor ievo. Hoewel de tarieven voor het vervoerloket en de vervoerders met respectievelijk 3,5% en 1,5% zijn gestegen, vallen de kosten iets lager uit dan vorig jaar. Dit komt voornamelijk doordat afgelopen jaar ongeveer 2,5% minder ritten met ievo zijn gereden.
Scootmobielen en rolvoorzieningen Werkelijk
Begroot
Begroot
Werkelijk
Onderdeel
2024
Primair 2025
2e wijziging 2025
2025
Scootmobielen
2.154.514
2.428.000
1.699.200
1.810.473
Autoaanpassingen / -verstrekkingen
43.478
56.000
56.000
61.706
Handbewogen rolstoelen
437.883
441.700
537.700
539.595
Electrische rolstoelen
838.032
776.200
1.070.000
679.446
Sportvoorzieningen
21.144
25.000
25.000
39.272
Aandrijfunits en fietsen
467.643
0
0
0
Aandrijfunits
0
601.900
184.600
334.145
Fietsen
0
226.200
277.400
386.460
Kindvoorzieningen
168.729
219.900
264.000
242.903
4.131.424
4.774.900
4.113.900
4.094.001
De contracten voor scootmobielen en rolvoorzieningen met Medipoint en Welzorg liepen op 31 mei 2025 af. Daarom is afgelopen jaar een aanbestedingsprocedure doorlopen. Dit heeft geleid tot nieuwe contracten met Medipoint en Kersten Hulpmiddelen, die op 1 juni 2025 zijn ingegaan. De nieuwe contracten zijn financieel iets gunstiger. Op voorzieningsniveau zijn weliswaar grote verschillen zichtbaar (de prijzen van scootmobielen zijn bijvoorbeeld fors gedaald, terwijl de prijzen van fietsen fors zijn gestegen), maar op totaalniveau valt dit positief uit. Hierdoor vallen de kosten – ondanks
61
de jaarlijkse prijsindexatie – iets lager uit dan vorig jaar. Dit was in de 2e begrotingswijzing 2025 al verwerkt en de uitgaven liggen daardoor in lijn met de begroting. In het aantal verstrekte scootmobielen is nog geen effect van de deelscootmobiel zichtbaar. Daarvoor is het aantal deelnemers nog te beperkt ten opzichte van de normale fluctuaties in het aantal verstrekkingen.
Wonen Onderdeel Verhuis- en inrichtingskosten
Werkelijk
Begroot
Begroot
Werkelijk
2024
Primair 2025
2e wijziging 2025
2025
87.430
42.700
91.300
78.709
Roerende woonvoorzieningen
223.417
192.600
318.300
262.101
Woningaanpassingen
2.028.846
1.638.200
1.825.400
1.926.891
Onderhoud / reparatie
219.495
239.800
339.800
247.262
2.559.188
2.113.300
2.574.800
2.514.963
De kosten voor woonvoorzieningen en woningaanpassingen zijn ongeveer gelijk aan 2024. Dit komt door iets lagere uitgaven aan woningaanpassingen. Deze uitgaven kunnen sterk worden beïnvloed door enkele grote woningaanpassingen en vertonen daardoor vaker een sterke schommeling die niet direct samenhangt met de demografische of prijsontwikkeling.
Schoon Huis Werkelijk
Begroot
Begroot
Werkelijk
Onderdeel
2024