CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2e Bestuursrapportage 2024 Stroomopwaarts

Gemeenteraad 4 februari 2025, gemeente SchiedamBij agendapunt: Brieven over en van gemeenschappelijke regelingen11.070 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

2e bestuursrapportage 2024 Stroomopwaarts SAMEN STERK DOOR WERK

Pagina | 1

Voorwoord Voor u ligt de tweede bestuursrapportage van de Gemeenschappelijke Regeling Stroomopwaarts, waarin wij verantwoording afleggen over de uitvoering in de periode januari tot en met augustus 2024. De bestuursrapportage rapporteert over afwijkingen ten opzichte van de eerste begrotingswijziging 2024. Het regeerakkoord en de miljoenennota 2025 geven richting aan de plannen van het nieuwe kabinet. In een gezamenlijk reflectie van het Centraal Planbureau, het Sociaal en Cultureel Planbureau en het Planbureau voor de Leefomgeving wordt het kabinet bekritiseerd vanwege plannen die gericht zijn op korte-termijnvoordelen. Ze waarschuwen dat bezuinigingen op onderwijs en innovatie op lange termijn nadelig kunnen zijn voor de brede welvaart en de concurrentiepositie van Nederland. Voor gemeenten zijn de kabinetsplannen ook nog weinig concreet. De komende periode wordt door de VNG overlegd met de kabinetsleden om de plannen nader uit te werken. Positief is de bereidheid van het kabinet om met gemeenten in gesprek te gaan over de uitvoerbaarheid van alle ambities, bijvoorbeeld voor bestaanszekerheid. Maar het kabinet geeft gemeenten onvoldoende perspectief als het gaat om de beschikbaarheid van middelen die nodig zijn om de ambities en gemeentelijke taken te realiseren.

De Raad van State benadrukt in zijn rapport dat voldoende financiële middelen voor gemeenten cruciaal zijn voor een stabiele samenwerking met het Rijk. De nieuwe financieringssystematiek, gekoppeld aan het bbp, moet meer stabiliteit brengen, maar de verwachte daling van het gemeentefonds in 2026 baart zorgen. Voldoende financiële armslag voor gemeenten blijft noodzakelijk voor een constructieve relatie met de overheid. Ondertussen is de afgelopen periode binnen Stroomopwaarts hard gewerkt aan het opstellen van de Regionale Nota Armoede en Schulden 2025- 2028. Deze is op dit moment ter besluitvorming naar de colleges en gemeenteraden verstuurd. Alle aanvragen voor de energietoeslag 2023 zijn afgerond. Daarmee is een einde gekomen aan de energietoeslag. Dit geeft de organisatie weer wat lucht, want het vergt altijd veel inzet, tijd en energie om zo’n project op een goede manier uit te voeren. We kunnen trots terugkijken hoe wij dit de afgelopen jaren hebben opgepakt en uitgevoerd! De arbeidsmarkt blijft krap, maar het aantal uitkeringen neemt, zowel landelijk als bij Stroomopwaarts, wel toe. Dit komt overeen met de prognose van het CPB dat het aantal uitkeringen in 2024 landelijk gaat stijgen als gevolg van mismatches op de arbeidsmarkt. Steeds duidelijker wordt dat de doelgroep van Stroomopwaarts moeilijker naar werk te begeleiden is.

Cliënten met korte afstand tot de arbeidsmarkt zijn al lang aan het werk en daarmee is de doelgroep de afgelopen 3 jaar heel erg veranderd. Voor de huidige cliënten is maatwerk nodig om doorstroom en uitstroom te realiseren. Een nieuwe methodische werkwijze is om die reden geïntroduceerd. Deze werkwijze wordt goed gemonitord en waar nodig aangescherpt. Maar de basis staat en consulenten stellen de cliënt en zijn/haar reis binnen Stroomopwaarts centraal met meer eigen verantwoordelijkheid voor cliënten.

Pagina | 2

Daarnaast is de arbeidsmarkt nog niet inclusief genoeg om veel kansen voor onze doelgroep te creëren. De kamerbrief van 16 juli 20241 over de banenafspraak geeft aan dat het aantal afgesproken banen niet zijn gerealiseerd. Werkgevers vinden het toch een grote stap om mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen. Het is op dit moment onduidelijk of de wetswijzigingen, zoals deze zijn omschreven in het programmaplan Participatiewet in Balans, ingevoerd worden per 1 januari 2025. De Participatiewet in Balans wordt 18 september in de Tweede Kamer commissie besproken. De verwachting is dat deze wet een half jaar later, 1 juli 2025, in werking zal gaan treden. Wat betreft de wet Handhaving Sociale Zekerheid zijn geen nieuwe ontwikkelingen te benoemen en is het afwachten wanneer deze wet wordt aangeboden aan de Tweede Kamer. Daar hangt ook de datum van inwerkingtreding vanaf. Wel is er een start gemaakt voor de Wet van School naar Duurzaam Werk. Het advies van de Raad van State is verwerkt, maar deze wet wordt nog niet aangeboden aan de Tweede Kamer vanwege de onduidelijkheid over de wijze van financieren. In het hoofdlijnenakkoord staat vermeld dat specifieke uitkeringen worden omgezet naar het Gemeentefonds. De inwerkingtreding van deze wet is om deze reden een half jaar uitgesteld naar 1 juli 2025. Kortom, 2024 blijft een jaar waarin veel gaande is.

Stroomopwaarts volgt alle ontwikkelingen nauwlettend. Daar waar dit nodig is, wordt actie ondernomen om de ontwikkelingen te vertalen naar de gevolgen voor inwoners, voor Stroomopwaarts en voor de gemeenten. Hoogachtend, Het dagelijks bestuur van Stroomopwaarts MVS de secretaris

de voorzitter

N.C. van der Wekken

S. Kuiper

1

file (overheid.nl)

Pagina | 3

Inhoudsopgave VOORWOORD .......................................................................................................................................... 2 MANAGEMENT SAMENVATTING ..................................................................................................................... 5 LEESWIJZER ........................................................................................................................................... 6 1

AMBITIES EN ONTWIKKELINGEN ............................................................................................................... 7

1.1

Hoofdambities Stroomopwaarts voor 2024 ............................................................................................................................. 7

2

PROGRAMMAPLAN ............................................................................................................................... 8

2.1

Programma Inkomen ........................................................................................................................................................ 8

2.2

Programma Werk .......................................................................................................................................................... 16

2.3

Programma Werkleerbedrijf ............................................................................................................................................ 22

2.4

Programma Inburgering .................................................................................................................................................. 26

2.5

Algemene dekkingsmiddelen............................................................................................................................................ 28

2.6

Programma Bedrijfsvoering ............................................................................................................................................. 30

2.7

Totaalbeeld Programma’s ............................................................................................................................................... 32

BIJLAGE RECHTMATIGHEIDSVERANTWOORDING ............................................................................................... 33

Pagina | 4

Management samenvatting Door de stijging in het aantal bijstandsuitkeringen stijgen de kosten. De instroom in de bijstand is in lijn met eerdere perioden en de landelijke trend (bron Divosa Benchmark). De uitstroom blijft (nog) wat achter ten opzichte van de doelstellingen in de begroting maar blijft redelijk in lijn met de landelijke prognose. Naast het financieel voordelig resultaat bij de verstrekkingen van de energietoeslag leidt dit tot de belangrijkste financiële wijzigingen in de prognose. Financieel overzicht Programma Totaal (in EUR x 1 mln)

1e begrotingswijziging 2024 Baten

Inkomen

7,6

Lasten -121,7

Werk Werkleerbedrijf

2,1 8,1

-12,8 -30,2

Inburgering

Prognose 2024

Saldo -114,1 -10,7 -22,1

Baten

Afwijking

6,7

Lasten -125,2

Saldo -118,5

Baten -0,9

Lasten -3,5

Saldo -4,4

2,3 6,7

-13,1 -29,2

-10,7 -22,6

0,3 -1,4

-0,3 1,0

-0,5

-

-3,5

-3,5

-

-3,5

-3,5

-

-

-

Dekkingsmiddelen Bedrijfsvoering/Overhead

170,5 0,0

-20,7

170,5 -20,7

174,7 -

-20,0

174,7 -20,0

4,1 -0,0

0,7

4,1 0,7

Vennootschapsbelasting Onvoorzien

-

-0,2

-0,2

-

-0,2

-0,2

-

0,0

0,0

Totaal baten en lasten Reservemutaties / maatwerk

188,3 0,8

-189,1 -

-0,8 0,8

190,4 0,8

-191,2 -

-0,8 0,8

2,1 -

-2,1 -

0,0 -

Totaal na mutatie reserves

189,1

-189,1

-

191,2

-191,2

0,0

2,1

-2,1

0,0

Het saldo van de totale baten en lasten is in lijn met de 1e begrotingswijziging (resultaat Afwijking = € 0,0 mln). De totale lasten in 2024 zijn in de prognose € 2,1 mln hoger dan de lasten in de 1e begrotingswijziging 2024. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door hogere kosten voor bijstandsuitkeringen dan eerder voorzien (impact € 4,7 mln). De kosten voor armoede voorzieningen zijn € 0,2 mln lager door onderbenutting van de beschikbare bedragen voor armoedevoorziening. De totale netto uitvoeringskosten (na aftrek van omzet werkleerbedrijf en detacheringen) is lijn met de begroting, maar er zijn wel verschillen tussen de programma’s: € 0,5 mln slechter voor het Werkleerbedrijf, 0,7 mln beter voor Bedrijfsvoering. De begrote subsidie-inkomsten voor 2024 worden in 2024 gerealiseerd in het programma Werkleerbedrijf (circa € 0,7 mln). De begrote stelpost binnen het programma Bedrijfsvoering (€ 0,3 mln) komt hierdoor te vervallen. Naar verwachting worden ook in 2025 nog ESF-inkomsten gerealiseerd. De energietoeslag heeft een positief financieel effect van € 1,6 mln. Het totaalbeeld geeft geen aanleiding voor een aangepaste gemeentelijke bijdrage voor de uitvoeringskosten. De extra gemeentelijke bijdragen voor de verstrekkingen van de open-einde regelingen worden in de jaarrekening op basis van realisatie verrekend.

Middels deze rapportage hebben gemeenten inzicht in de verwachte bedragen per gemeente. In de prognose voor 2024 leidt dit tot een stijging van de gemeentelijke bijdrage (€ 2,7 mln) inclusief maatwerk en de verrekening van de energietoeslag. Voor de rechtmatigheid van de uitgaven is het van belang dat het AB instemt met de verschuiving van de lasten (binnen de begroting voor de uitvoeringskosten) en de extra middelen voor de open-einde regelingen die bij de vaststelling van de jaarrekening worden verrekend. Pagina | 5

De definitieve bedragen voor de BUIG zijn 1 oktober gepubliceerd en leiden tot een toename van € 6,9 mln ten opzichte van de nader voorlopige budgetten van mei 2024: dit is een toename van € 1,0 mln voor Maassluis, € 3,1 mln voor Vlaardingen en € 2,9 mln voor Schiedam. De gemeentelijke prognose voor de dekking van de kosten van de bijstandsuitkeringen is als volgt: Prognose BUIG (in EUR x 1 Mln)

Maassluis

Vlaardingen

Schiedam

Totaal MVS

Definitieve BUIG Middelen 2024

14,1

44,8

42,5

101,4

Prognose uitkeringen 2024

14,1

41,6

39,1

94,8

Prognose resultaat BUIG 2024

0,0

3,2

3,4

6,6

Resultaat%

0%

7%

8%

7%

Door de stijging van de netto uitkeringsbedragen voor samenwonenden en alleenstaanden met 5,5% per 1 januari 2024 en met 1,9% per 1 juli 2024 is de verwachte stijging van de lasten per type uitkering gemiddeld 7,4% ten opzichte van 2023. Voor gemeente Maassluis zijn de BUIG middelen voor een deel gebaseerd op historische kosten. De stijging in de lasten wordt meegenomen in de BUIG middelen voor 2026.

In de volgende paragrafen worden de ontwikkelingen per programma toegelicht.

Leeswijzer Stroomopwaarts is verantwoordelijk voor het uitvoeren van een aantal taken en bevoegdheden van de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam binnen het sociaal domein. Het gaat om de taken op het gebied van de Participatiewet, de wetten inkomensvoorziening, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, de Wet Inburgering en de Wet kinderopvang De opzet van de rapportage is mede op aangeven van de gemeenten aangepast. Hij volgt nu meer de opbouw van de begroting. Per programma wordt toegelicht welke financiële afwijkingen er worden verwacht ten aanzien van de vastgestelde begroting. Dat gebeurt op een meer gespecificeerd niveau dan in het verleden. Dat is enerzijds omdat dit nog meer inzicht verschaft, anderzijds vanuit strengere eisen ten aanzien van begrotingsrechtmatigheid (invoering rechtmatigheidsverantwoording). Daarnaast wordt per programma beschreven waar er nieuwe ontwikkelingen zijn ten opzichte van begroting en Kern Prestatie Indicatoren (KPI’s). De kpi’s, die niet voldoen aan de gestelde voorwaarden worden verder toegelicht met de maatregel(en) die worden genomen om de kpi’s wel te behalen. De bedragen in de begroting zijn weergegeven in € 1.000, tenzij anders aangegeven. Baten worden positief weergegeven en lasten worden voorafgegaan door een minteken (-). Door afrondingen kunnen kleine verschillen ontstaan.

In de bijlage wordt ingegaan op de bevindingen ten aanzien van de rechtmatigheid.

Pagina | 6

1 Ambities en ontwikkelingen De inzet van de MVS gemeenten en Stroomopwaarts sluit aan op de bedoeling van de Participatiewet: iedereen doet mee naar vermogen. Daar waar nodig helpen wij inwoners om zoveel als mogelijk zelfredzaam te worden op het gebied van werk en inkomen en maatschappelijke participatie. Dit doen wij door het bieden van hulp bij werk en de weg daar naartoe, door het bieden van een vangnet en ondersteuning als die zelfredzaamheid er nog niet is. Overeenkomstig de in 2021 door de MVS gemeenteraden vastgestelde strategische visie op werk en inkomen worden hiervoor de onderstaande leidende principes gebruikt. Deze principes dienen als vuistregels en zijn richtinggevend voor het beleid en de uitvoering: 1. De cliënt en de bedoeling staan altijd voorop en het aanbod is realistisch 2. Zorgen dat het voor elkaar komt, maar niet overnemen 3. Wij zijn betrouwbaar en transparant 4. We werken met lef, anticiperend en preventief

1.1

Hoofdambities Stroomopwaarts voor 2024

Vanuit de Strategische Visie Werk en Inkomen 2022-2025 heeft Stroomopwaarts voor 2024 de volgende hoofdambities geformuleerd: • we presteren beter dan de landelijke trend op het gebied van de uitkeringsontwikkeling; • er is inzicht voor iedere cliënt én ín iedere cliënt; • er is sprake van een integrale en vernieuwende aanpak armoede en schulden; • er is sprake van een sluitende aanpak met ondernemers, onderwijs en overheid in kansrijke sectoren; • participeren in de brede wijkaanpak; • de maatschappelijke effecten van participatie worden inzichtelijk gemaakt en participatie wordt vergroot; • de voorwaarden worden gecreëerd voor een toekomstbestendig Werkleerbedrijf en duurzame huisvesting voor de ambtelijke organisatie; • er wordt regie gevoerd op een succesvolle inburgering van statushouders en gezinsmigranten; • het evalueren en waar nodig vernieuwen van het dienstverleningsconcept; we professionaliseren verder, ontwikkelen kwaliteit en brengen rust en focus in de organisatie.

Pagina | 7

2 Programmaplan 2.1

Programma Inkomen

De stijging van het aantal uitkeringen is hoger dan de verwachting door een lagere uitstroom. Met onder andere onze inzet op de poortwachtersrol voorkomen we een grotere stijging van het aantal uitkeringen. We hebben de gemiddelde maandelijkse groei van het aantal uitkeringen in de periode januari tot en met augustus doorgetrokken tot het einde van het jaar. In onderstaande tabel zetten we deze cijfers op een rijtje: Ontwikkeling aantal bijstandsuitkeringen

Gemiddelde augustus 2024

Prognose gemiddelde 2024

Toename% 2024-2023

762

780

795

6,7%

2.290

2.313

2.305

2.317

1,2%

6,7%

2.130

2.151

2.167

2.198

3,2%

5,1%

5.164

5.226

5.251

5.310

2,8%

346.000

2,4%

Stand eind 2023

Stand eind Augustus

Prognose eind 2024

Toename% 2024-2023

Maassluis

763

801

821

7,6%

745

Vlaardingen

2.285

2.327

2.347

2,7%

Schiedam

2.123

2.218

2.266

MVS gemeenten

5.171

5.346

5.434

Prognose Nederland (CPB)

Gemiddelde 1e begrotings2023 wijziging 2024

338.000

Het gemiddeld aantal uitkeringen stijgt landelijk met 2,4%, zoals is voorspeld door het CPB. Voor de MVS-gemeenten is dit 2,8%. Deze trend is o.a. het gevolg van een mismatch op de arbeidsmarkt en een iets afkoelende economie. De (landelijke) ontwikkeling van de bijstandslasten vertaalt zich in 2024 ook in een hogere BUIG compensatie voor de gemeenten. De definitieve bedragen voor de BUIG zijn 1 oktober gepubliceerd en leiden tot een toename van € 6,9 mln voor de MVS-gemeenten ten opzichte van de nader voorlopige budgetten van mei 2024: dit is een toename van € 1,0 mln voor Maassluis, € 3,1 mln voor Vlaardingen en € 2,9 mln voor Schiedam. De gemeentelijke prognose voor de dekking van de kosten van de bijstandsuitkeringen is als volgt:

Prognose BUIG (in EUR x 1 Mln)

Maassluis

Vlaardingen

Schiedam

Totaal MVS

Definitieve BUIG Middelen 2024

14,1

44,8

42,5

101,4

Prognose uitkeringen 2024

14,1

41,6

39,1

94,8

Prognose resultaat BUIG 2024

0,0

3,2

3,4

6,6

Resultaat%

0%

7%

8%

7%

Pagina | 8

Door stijging van de netto uitkeringsbedragen voor samenwonenden en alleenstaanden met 5,5% per 1 januari 2024 en met 1,9% per 1 juli 2024 is de verwachte stijging van de lasten per type uitkering gemiddeld 7,4% ten opzichte van 2023. Voor gemeente Maassluis zijn de BUIG middelen voor een deel gebaseerd op historische kosten. De stijging in de lasten wordt meegenomen in de BUIG middelen voor 2026.

Schuldhulpverlening Kennis van de doelgroep zorgt ervoor dat we passende trajecten kunnen inzetten bij schuldhulpverlening, daarom blijven we inzetten om de doelgroep in beeld brengen. De bijbehorende kpi wordt dan ook ruim gehaald. Ook de kpi voor vroegsignalering wordt ruimschoots gehaald. Op meerdere manieren wordt contact opgenomen met de inwoners van de MVS-gemeenten, waaronder 397 afgelegde huisbezoeken, 483 telefoongesprekken. Ook als een inwoner (nog) geen ondersteuning wil bij het oplossen van financiële problemen, is wel bij hen bekend waar ze terecht kunnen wanneer ze wel aan ondersteuning toe zijn. Op 1 juli 2023 is de terugbetaaltermijn in de Msnp (minnelijke schuldregeling) en Wsnp (wettelijke schuldregeling) teruggebracht van 36 naar 18 maanden. Geheel in de lijn der verwachting stijgt daardoor het aantal aanmeldingen voor een schuldhulpverleningstraject (2023: 905, 2024 t/m juli 677). Het aantal geslaagde regelingen voor Schuldhulpverlening voldoet niet aan de KPI, omdat deze in aantallen is opgenomen in plaats van in percentages. Als gekeken wordt naar het percentage geslaagde trajecten, dan komt er een heel ander en positief beeld naar voren (ambitie: 60% geslaagd, realisatie t/m juli: 73% geslaagd). De Regionale Nota Armoede en Schulden 2025 – 2028 ligt ter besluitvorming bij de gemeenten.

Op dit moment wordt het Activiteitenplan Armoede en Schulden opgesteld om de doelen in de Regionale Nota tot uitvoer te bereiken.

KPI’s Jaarrekening 2023

Begroting* 2024

Realisatie 2024 jan-aug

Gemiddeld aantal uitkeringen Participatiewet (12 maands-gemiddelde)

5.164

5.081*

5.251

Aandeel cliënten langer dan twee jaar in uitkering (zonder onderbreking)

74%

< 69%

72%

Vroegsignalering schulden: vervolgtraject na eerste contact

27%

>6%

39%

Effect-indicator

*Geactualiseerd in kaderbrief begroting 2025 Toelichting op de afwijkingen Gemiddeld aantal uitkeringen Oorzaak afwijking De stijging van het aantal uitkeringen is een landelijke trend. De doorlooptijd van trajecten zijn langer, vanwege de veranderde doelgroep. Hierdoor duurt het langer voordat cliënten zover zijn dat ze kunnen uitstromen naar (duurzame) arbeid. Maatregelen De methodische werkwijze van een competentie ontwikkeltraject is (en wordt verder) aangescherpt. Er worden meer mensen uit het zittend bestand opgeroepen naar het Werkplein. Er wordt ingezet op leerlijnen, waarbij achter de leerlijnen concrete taken en vacatures bij werkgevers zitten. Impact De verwachting is dat de komende maanden meer cliënten trajecten succesvol afronden en kunnen uitstromen naar (duurzame) arbeid. Pagina | 9

Aandeel Cliënten langer dan twee jaar in uitkering Oorzaak afwijking Het aantal cliënten op een competentie ontwikkeltraject is toegenomen, maar de doorlooptijd van de trajecten is langer. Op dit moment worden alle huidige cliënten gesproken om hen op een ontwikkeltraject te laten starten. Maatregelen Er zijn extra consulenten ingehuurd om cliënten, die zijn aangemeld voor een competentie ontwikkeltraject, te spreken. Impact

De verwachting is dat de komende maanden meer cliënten op een voor hen passend traject worden geplaatst, waardoor het aantal succesvol afgeronde competentie ontwikkeltrajecten toeneemt. De verwachting is dat de komende maanden meer cliënten trajecten succesvol afronden en kunnen uitstromen naar (duurzame) arbeid. Jaarrekening 2023

Begroting 2024

Realisatie 2024 jan-aug

Resultaat iedere cliënt in beeld*

1524

1000**

959

Doorlooptijd aanvraag uitkering binnen vier weken, exclusief hersteltermijn

79%

80%

75%

Schuldhulpverlening geslaagd: schone lei en/of uitbetaalde saneringskredieten

225

300

121

500

449

350 85 120

265

Prestatie-indicator

Aantal intakegesprekken Schuldhulpverlening Aantal gestarte trajecten Schuldregeling Wsnp (Wet schuldsanering natuurlijke personen) Overige*** * Werkwijze is in 2022 geïmplementeerd, op basis van de strategische visie Werk en Inkomen. ** 500 trajecten gericht op werk en 500 trajecten gericht op zorg/taal/ vrijwilligerswerk ***Adviesgesprek, budget coaching, cursus omgaan met geld

Pagina | 10

67 240

Doorlooptijd aanvraag uitkering binnen 4 weken, exclusief hersteltermijn Oorzaak afwijking De nieuw gestarte medewerkers worden ingewerkt, waardoor zij (nog) geen volledige caseload kunnen draaien. Daarnaast zorgt de zomerperiode ervoor dat de bezetting van medewerkers lager is. Dit zorgt voor een te hoge werkvoorraad per medewerker en een daardoor toenemende afhandeltermijn. Maatregelen Het personeel is weer op volle sterkte gebracht en nieuwe medewerkers worden ingewerkt. Impact

De verwachting is, dat als alle medewerkers goed zijn ingewerkt en de vakantieperiode weer voorbij is, minimaal 80% van de aanvragen binnen de gestelde termijn worden afgehandeld.

Schuldhulpverlening geslaagd: schone lei en/of uitbetaalde saneringskredieten Oorzaak afwijking De afronding van de trajecten staat in verband met het starten van de schuldregeling c.q. saneringskrediet. Dit fluctueert. Het percentage geslaagde regelingen bedraagt gemiddeld 76% in deze verantwoordingsperiode (ambitie 60%). Dit cijfer geeft een beter beeld dan het aantal schone lei en/ of goedgekeurde en uitbetaalde saneringskredieten omdat het behalen van de oorspronkelijke KPI afhankelijk is van het aantal gestarte schuldregelingen drie jaar geleden. Maatregelen Geen Impact

De verwachting is dat aan het einde van het jaar 60% van de trajecten positief wordt afgesloten. In juli lag dit percentage op 73%.

Armoederegelingen/kindregelingen Stichting Leergeld Waar in het 1e kwartaal de cijfers voor Maassluis en Vlaardingen nog terugliepen, is in het 2 e kwartaal bij alle drie de gemeenten een duidelijke stijging van het aantal aanvragen te zien ten aanzien van 2023. Steeds meer ouders weten de weg naar Stichting Leergeld te vinden, waardoor kinderen op school mee kunnen doen. Aantal kinderen Aantal kinderen Verschil Aantal gezinnen Aantal gezinnen Verschil Aanvragen stichting leergeld 2e kwartaal 2024 2e kwartaal 2023 2024-2023 2e kwartaal 2024 2e kwartaal 2023 2024-2023 Maassluis

666

638

28

310

295

15

Vlaardingen

1.543

1.476

77

758

724

34

Schiedam

1.392

1.281

111

687

653

34

JFS&C Vlaardingen en Maassluis lopen voor op het aantal aanvragen ten opzichte van augustus 2023. Schiedam loopt iets achter, ondanks de huis-aan-huis aanschrijving die is gedaan. Daarnaast zijn de regelingen breed bekend gemaakt op de social-media. Mogelijk dat de verwerking van aanvragen achter loopt en dat het aantal in september/oktober zich stabiliseert. Ten opzichte van augustus 2022 zijn het hele goede aantallen die worden bereikt. De regelingen worden blijvend onder de aandacht gebracht. Het Jeugdfonds heeft een toolkit ter beschikking gesteld, waar ook gebruik van wordt gemaakt. Pagina | 11

Regeling

Sport

Waarvan zwemles

Cultuur

Totaal augustus 2024

Eindstand augustus 2023

Eindstand augustus 2022

Maassluis

230

50

24

254

239

155

Vlaardingen

450

105

77

527

479

388

Schiedam

492

121

59

551

569

403

Projecten Leefgeld Oekraïne Ook in 2024 zetten we de dienstverlening met het uitkeren van leefgeld aan de Oekraïne vluchtelingen voort. De regeling opvang ontheemden Oekraïne (RooO) is verlengd tot 4 maart 2026. Het eerste kwartaal van 2024 is een lichte stijging waar te nemen in het aantal personen dat leefgeld ontvangt. Dit wordt veroorzaakt door een groeiend aantal gezinsherenigingen en een verloop in arbeidscontacten. Met ingang van 1 juli 2024 geldt de inlichtingenplicht binnen de RooO. Er mag nu ook gebruikgemaakt worden van SUWI om het recht op leefgeld te beoordelen en om heronderzoeken naar rechtmatigheid uit te voeren.

Leefgeld Oekraïne

Aantal adressen

Totaal aantal personen

Maassluis

19

24

Vlaardingen

217

237

Schiedam

57

78

Totaal MVS 293 339 Energietoeslag De Energietoeslag 2023 afgerond. Om zoveel mogelijk inwoners te bereiken, werd er zowel vanuit Stroomopwaarts als vanuit de MVS-gemeenten acties ingezet. Het landelijke bereik ligt op 86%. Binnen de MVS gemeenten ligt het bereik van Schiedam (87%) dicht bij het landelijk gemiddelde en liggen Maassluis (98%) en Vlaardingen (91%) boven het gemiddelde. Waarom Schiedam ten opzichte van Maassluis en Vlaardingen lager scoort, is niet duidelijk te achterhalen. Schiedam heeft zelfs extra campagne gevoerd om de energietoeslag onder de aandacht te brengen onder de doelgroep Het financieel voordeel per gemeente als volgt: Vlaardingen (863) en Schiedam (755). Voor Maassluis leidt dit tot beperkte extra lasten (24) door een hoog bereik en met extra inzet voor groep 120-150% van de bijstandsnorm. In een raadsinformatiebrief wordt meer informatie over de resultaten van de uitvoering van de energietoeslag verstrekt. Meldpunt Kinderopvangtoeslag (KOT) Tot 1 januari 2024 was het voor inwoners mogelijk om aan te melden als mogelijk gedupeerde ouder bij de Belastingdienst. Dit betekent dat er nu geen nieuwe ouders meer bijkomen. Nog steeds blijven ouders, die in eerste instantie hadden aangegeven geen ondersteuning te willen, contact opnemen om alsnog ondersteuning te vragen. Door de langere doorlooptijden bij de Belastingdienst verschuiven ook onze termijnen.

Ouders hebben langer behoefte aan ondersteuning omdat zij nog altijd in onzekerheid leven. Daarnaast zijn er nieuwe doelgroepen bijgekomen, zoals de kinderen van erkend gedupeerde ouders en de ex-toeslag partners. Ook deze hebben recht op brede ondersteuning vanuit het Meldpunt. Om beter aan de sluiten bij de wensen van de gedupeerden heeft Stroomopwaarts in het eerste kwartaal in samenwerking met gedupeerden een training ontwikkeld. Doel van deze training is, dat gedupeerden weer in hun kracht komen te staan en plannen kunnen maken voor hun toekomst. In mei 2024 zijn Pagina | 12

twee groepen gestart. Eén gericht op ouders en één specifiek voor kinderen van erkend gedupeerden. Gezien het succes van deze training wordt een vervolg gegeven aan deze training. Er is landelijk meer behoefte aan eenduidigheid, zowel bij gemeenten, de VNG als de gedupeerde doelgroepen. De lange duur van de afhandeling bij de UHT zorgt voor terugkerende vragen bij de Brede ondersteuning, welke vooral materieel gericht zijn. De uitlegbaarheid van de regeling komt hierbij in het geding. Wij kijken daarom uit naar de inwerkingtreding van de ministeriële regeling: de Toekomstbestendige brede ondersteuning. Streven is om deze dit najaar in werking te laten treden. Gedupeerde ouders MVS Maassluis

Aantal aanmeldingen ouders UHT 257

Aantal ouders in begeleiding Meldpunt 78

Vlaardingen

707

202

Schiedam

886

226

Totaal MVS

1.850

506

Gedupeerde kinderen MVS Maassluis

Aantal kinderen 0 – 15 jr. 209

Aantal kinderen 16 – 39 jr. 171

Aantal kinderen begeleiding Meldpunt 7

Vlaardingen

584

419

10

Schiedam

610

529

21

Totaal MVS

1.403

1.119

38

(bron: Stroomopwaarts) Jongeren Perspectieffonds (JPF) gemeente Vlaardingen Na de start in januari 2024 zijn er in totaal 25 aanmeldingen geweest voor het JPF. De eerste aanmeldingen zijn gekomen uit het bestand van schuldhulpverlening, nadat er informatie op de website van Stroomopwaarts is geplaatst over het traject. Ketenpartners zijn actief benaderd om te informeren over dit traject en zijn ook jongeren aangemeld vanuit o.a. Stichting Timon, team Aanvraag, Dock, Albeda College/Leerrecht en Minters. Het netwerk wordt de komende tijd zoveel mogelijk verder uitgebreid om meer jongeren te kunnen bereiken. Op dit moment zijn 11 kandidaten actief in begeleiding (dit zijn er 5 meer dan in de 1 e Berap), zitten 4 jongeren in het aanmeldingstraject en zijn 10 jongeren uitgesloten van deelname. Laatstgenoemde is een mix tussen niet kunnen deelnemen omdat er geen sprake is van problematische schulden of Multi problematiek op leefgebieden (respectievelijk 2 en 1 jongere) en de overige jongeren waren ofwel niet bereikbaar, zijn niet verschenen op afspraken of hebben zelf afgezien van deelname. De schulden van de jongeren worden nu geregeld. Dit duurt langer dan vooraf bedacht, omdat het regelen van budgetbeheer en de terugkoppeling van budgetbeheer meer tijd kost.

Pagina | 13

Ontwikkelingen ten opzichte van begroting Budgettair (+ = voordeel/- = nadeel) Programma Inkomen (in EUR x 1.000) Aanvraag

1e begrotingswijziging 2024 Baten Lasten Saldo -4.315 -4.315

Schuldhulpverlening

90

Preventie en vroegsignalering

-

SHV Trajecten Jongerenperspectieffonds

-3.413

-3.323

Baten -

Prognose 2024 Lasten -4.455

245

-2.968

Saldo -4.455

Baten -

Afwijking Lasten -140

Saldo -140

-2.723

155

445

600

-603

-603

-353

-353

-

250

250

90 -

-2.810 -

-2.720 -

90 155

-2.460 -155

-2.370 -

155

350 -155

350 -

3.597

-12.059

-8.462

2.453

-11.115

-8.662

-1.144

944

-200

Armoedevoorziening verstrekkingen*

300

-3.953

-3.653

730

-4.107

-3.377

430

-154

276

Maatschappelijke participatie kinderen*

155

-1.890

-1.735

-

-1.890

-1.890

-155

-

-155

Armoedevoorziening uitvoeringskosten Meldpunt Kinderopvang Toeslag

45 3.097

-524 -3.434

-479 -337

45 3.273

-816 -3.610

-771 -337

-0 176

-292 -176

-292 -

-

-2.258

-2.258

Armoedevoorziening

Bewindvoering* Energietoeslag 2023*

-2.062

-2.062

-

196

196

-1.595

1.370

-225

-1.595

1.370

-225

Inkomensvoorziening

3.942

-96.138

-92.196

4.051

-101.026

-96.974

109

-4.888

-4.779

Inkomensvoorziening* Inkomensvoorziening uitvoeringskosten

1.917 300

-92.108 -2.017

-90.191 -1.717

2.026 300

-96.799 -2.214

-94.773 -1.914

109 -

-4.691 -197

-4.582 -197

Leefgeld Oekraïners

-

-

1.725

-1.725

-

1.725

-1.725

-

-

TOZO uitvoeringskosten

-

-288

-288

-

-288

-288

-

0

0

Dienstverlening

-

-611

-611

-

-651

-651

-

-40

-40

Participatie

-

-5.195

-5.195

-

-4.995

-4.995

-

200

200

7.630

-121.731

-114.101

6.749

-125.209

-118.460

-880

-3.479

-4.359

780

780

-

-

-

-113.321

7.529

-880

-3.479

-4.359

Totaal baten en lasten Reservemutaties

780

Saldo programma

8.410

-121.731

780 -125.209

-117.680

*Individuele verstrekkingen op basis van een open einde-regeling De doorbelastingen voor maatwerk per gemeente zijn als baten meegenomen in de tabellen. Bij het meldpunt Kinderopvang Toeslag (337) en uitvoering TOZO (288) worden de kosten conform begroting voor een deel gedekt uit een bestemmingsreserve. Pagina | 14

Het totale saldo van baten en lasten is € 4,36 mln nadelig. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door € 4,6 mln hogere netto lasten voor bijstandsuitkeringen (Inkomensvoorziening) zoals toegelicht in de prognose van het gemiddelde bijstandsvolume (2,8%) en door de stijging van de lasten per uitkering (7,4%). Ten opzichte van de netto lasten in 2023 is dit een stijging van 9,8%. De gemeenten worden hiervoor in de BUIG-uitkering volledig gecompenseerd. De lasten bij Aanvraag zijn verhoogd ten opzichte van de 1e begrotingswijziging (140) door extra inzet op het poort instrument om bemiddelbare mensen direct door te plaatsen (eventueel met een tijdelijke detacheringsovereenkomst) en daarmee voor een groot deel niet te laten instromen in de bijstand. Het jongeren perspectieffonds is onderdeel van Schuldhulpverlening. Dit is in de prognose kostenneutraal (155 baten en 155 lasten). Het verlagen van de duur van schuldtrajecten van drie naar anderhalf jaar heeft geleid tot lagere begeleidingskosten (400). Er is wel extra aandacht voor nazorg. De kosten voor Preventie- en vroegsignalering vallen lager uit dan begroot door minder inhuur. Bij Armoedevoorziening is de prognose dat er sprake zal zijn van een onderbenutting van de begrote voorzieningen. Dit leidt direct tot lagere lasten voor gemeenten (162).

Er is een positief saldo op de voorschotten (baten in 2023) en de verstrekkingen van de Energietoeslag 2023 en de genormeerde uitvoeringkosten. Dit saldo (1595) wordt per gemeente verrekend, daarom is deze creditering als negatieve bate in de tabel opgenomen. Deze afrekening wordt in een aparte memo toegelicht. Stroomopwaarts heeft hogere uitvoeringskosten voor armoedevoorziening (292) en hogere kosten voor de uitvoering van de Energietoeslag 2023 dan de genormeerde bedragen (225). Dit wordt gecompenseerd door lagere lasten bij de uitvoering van andere taken zoals Participatie (200). De totale uitvoeringkosten voor gemeenten worden op basis van deze prognose niet verhoogd.

Pagina | 15

2.2

Programma Werk

Binnen de unit Werk blijft de focus op, onder andere, de aangescherpte methodische werkwijze bij de ontwikkeling van cliënten. Binnen deze werkwijze zijn onder meer de vereisten om naar werk te kunnen ontwikkelen meer losgelaten. De doorstroom van re-integratie naar werk is intensiever door cliënten al in een eerder stadium in contact te brengen met de matchmakers. Hierdoor wordt de (vertrouwens)band tussen de cliënt en de matchmaker groter en leren beiden elkaar beter kennen. De mogelijkheid van het opbouwen van uren, van 1 uur per week naar het maximaal haalbare, is geïntroduceerd en niet alle leefgebieden hoeven op orde te zijn om te starten met een traject. Het verbeteren/beheersbaar maken van deze leefgebieden gaat samen met het ontwikkelen naar werk. Dit wordt gedaan in nauwe samenwerking met de teams van inkomen, schuldhulpverlening en participatie. Werkervaringsplaatsen worden meer ingezet om werkgevers en cliënten aan elkaar te laten wennen. Hiermee is de doorlooptijd om trajecten af te ronden niet meer haalbaar in 3 tot 6 maanden, maar duren trajecten minimaal 6 maanden om een positief resultaat te kunnen behalen. Om de aangescherpte methodische werkwijze onder de aandacht van cliënten te brengen, zijn ruim 200 cliënten uitgenodigd voor een leerlijnenmarkt.

Tijdens deze leerlijnenmarkt hebben zij kennis gemaakt met de verschillende leerlijnen die Stroomopwaarts aanbiedt. Door deze manier van cliënten benaderen, komt de gewijzigde werkwijze duidelijk naar voren. Elke cliënt kan zelf een keuze maken welke leerlijn zij willen gaan volgen. Met name zorg en techniek hebben de meeste aanmeldingen gekregen. Maar ook de mogelijkheid om kennis te maken met meerdere leerlijnen heeft interesse. Naast de leerlijnen waren ook de matchmakers aanwezig met vacatures, zodat cliënten ook met matchmakers in gesprek konden gaan. In totaal zijn 62 cliënten langs geweest en hebben 28 cliënten zich aangemeld voor oriëntatie op een traject. Tegelijkertijd is ook het Werkgevers Service Punt (WSP) de werkwijze aan het aanscherpen. Werkgevers worden via een sectorale aanpak benaderd. De werkgeverspropositie is aangepast naar een eerlijker en minder commercieel verhaal, waarin kansen en bedreigingen met het werken met onze cliënten in beeld wordt gebracht. Zo wordt er wordt meer focus gelegd op de mogelijkheid van het inzetten van loonkostensubsidie (LKS), maar ook wordt aan werkgevers vertelt dat onze cliënten ‘taakready’ zijn en niet ‘jobready’. Het verschil zit in het feit dat onze cliënten niet volledig voldoen aan alle voorwaarden van vacatures van werkgevers, maar wel heel goed bepaalde taken van die vacatures kunnen uitvoeren.

Dit geldt ook voor onze cliënten met een arbeidsbeperking. Ook deze doelgroep wordt meegenomen in de proposities naar werkgevers toe. Een bedrijf was naarstig op zoek naar extra personeel. Het is zwaar werk, vroeg beginnen, maar men is ook bereid om te investeren in mensen qua opleidingen etc. SOW heeft de werkgever het eerlijke verhaal verteld. De kandidaten van Stroomopwaarts zijn niet gewend om lange dagen zwaar werk te doen. Het kan dus zijn, dat ze zich na één dag de volgende dag verslapen en niet komen. En niet bellen, omdat ze zich schamen. Dit bedrijf durfde de uitdaging aan. De eerste vier kandidaten hebben het helaas niet gered, maar de vijfde tot nu toe wel. Deze zit nu in zijn proefmaand en als alles goed blijft gaan, wordt dit omgezet naar een contract. Deze cliënt komt vanuit de reclassering en heeft schuldenproblematiek. Dit vergt zowel begeleiding vanuit SOW als vanuit de werkgever. Maar ook parttime werk krijgt meer aandacht. Zoals in de Strategische Visie Werk en Inkomen is gesteld: ‘iedereen doet mee naar vermogen’ en als parttime werk het maximaal haalbare is, dan doet iemand ‘mee naar vermogen’.

Pagina | 16

KPI’s Jaarrekening 2023

Begroting 2024

Realisatie 2024 jan-aug

Relatief aandeel uitkeringsgerechtigden met inkomsten uit deeltijdarbeid

7%

12%

7%

Aandeel duurzame uitstroom naar werk (langer dan 6 maanden aaneengesloten)

95%

85%

95%

Nieuwe instroom bijstand is binnen 12 maanden aan het werk*

20%

25%

20%

Effect-indicator

Taaltrajecten cliënten met taalniveau A1 en A2 Nederlands Aantal personen in taaltrajecten

100

Percentage met aantoonbare stijging van het taalniveau

70%

Uitstroom (gedeeltelijk) naar werk

>20%

* Inclusief resultaten poortinstrumenten (directe plaatsing) Percentage uitkeringsgerechtigden met inkomsten uit deeltijd arbeid Oorzaak afwijking Het landelijk gemiddelde parttime werk van de benchmark van Divosa ligt in 2023 op 9%. De ambitie, die is opgenomen in deze kpi, spreekt van een hoge ambitie. Maatregelen Dit jaar voert Stroomopwaarts de werkbonus uit in de gemeente Schiedam. Cliënten die parttime werken, krijgen 2 keer per jaar een premie uitgekeerd. De hoogte van deze premie wordt bepaald door de inkomsten die zij hebben. Daarnaast wordt de benadering van werkgevers anders aangepakt. Daarnaast wordt er vanuit de ontwikkeling en de inzet van werkgeversdienstverlening meer aandacht besteed aan parttime werk. Impact Een stijging van het percentage uitkeringsgerechtigden met inkomsten uit deeltijdarbeid.

Nieuwe instroom bijstand is binnen 12 maanden weer aan het werk Oorzaak afwijking De aanlevering van cliënten voor een competentie ontwikkeltraject is op gang gekomen, maar deze hebben het traject nog niet afgerond. Maatregelen De voorwaarden om in aanmerking te komen voor een competentie ontwikkeltraject zijn meer afgestemd op de huidige doelgroep en de problematiek waar zij mee te maken hebben. Impact De verwachting is dat de komende maanden meer cliënten een traject succesvol afronden en kunnen uitstromen naar (duurzame) arbeid. Pagina | 17

Prestatie-indicator Gemiddeld aantal banen met loonkostensubsidie (zoals banenafspraak)

Jaarrekening 2023

Begroting 2024

Realisatie 2024 jan-aug

327

591

395

Aantal afgeronde werkleertrajecten Aantal succesvol afgeronde werkleertrajecten

600 128

Aandeel cliënten dat “job ready”/direct bemiddelbaar is na werkleertraject Aantal matching banen vanuit Werkgevers Servicepunt (WSP) Stroomopwaarts

420

100

70% 231

275

112

Gemiddeld aantal banen met LKS Oorzaak afwijking De aanlevering van cliënten voor een competentie ontwikkeltraject is op gang gekomen. Op dit moment worden alle cliënten gesproken om hen op een ontwikkeltraject te laten starten. Maatregelen De methodische werkwijze van een competentie ontwikkeltraject is aangescherpt. De cliënt staat centraal, waardoor zij een individuele reis maken, welke op maat is afgestemd. Door de ontwikkeltrajecten is meer inzicht in de (on)mogelijkheden van de cliënten. Tevens zijn de matchmakers al in een eerder stadium betrokken bij de ontwikkeltrajecten, waardoor zij de cliënten beter leren kennen en hen beter kunnen begeleiden naar (duurzaam) werk. Impact De verwachting is dat de komende maanden meer cliënten in trajecten kunnen starten en cliënten beter in beeld zijn, waardoor er ook meer cliënten bemiddeld kunnen worden met extra ondersteuning van LKS. Aantal succesvol afgeronde competentie ontwikkeltrajecten Oorzaak afwijking De aanlevering van cliënten voor een competentie ontwikkeltraject is op gang gekomen. Op dit moment worden alle cliënten gesproken om hen op een ontwikkeltraject te laten starten. Maatregelen Er zijn extra consulenten ingehuurd om cliënten, die zijn aangemeld voor een competentie ontwikkeltraject, te spreken. Tevens kunnen cliënten een keuze maken in welke richting zij een competentie ontwikkeltraject volgen.

Impact De verwachting is dat de komende maanden meer cliënten op een voor hen passend traject worden geplaatst, waardoor het aantal competentie ontwikkeltrajecten toeneemt. Doordat cliënten zelf kunnen kiezen in welke richting zij een traject volgen, wordt het aantal succesvol afgeronde trajecten groter. Gezien de langere doorlooptijd van de trajecten heeft dit pas effect op het aantal succesvol afgeronde trajecten in 2025.

Pagina | 18

Aantal matching banen vanuit Werkgeversdienstverlening Stroomopwaarts Oorzaak afwijking De aanlevering van cliënten voor een competentie ontwikkeltraject is op gang gekomen, maar deze hebben het traject nog niet afgerond. Maatregelen Er zijn extra consulenten ingehuurd om cliënten, die zijn aangemeld voor een competentie ontwikkeltraject, te plaatsen op een voor hen passend competentie ontwikkeltraject. Hierdoor neemt het aantal cliënten om te matchen naar banen toe. De proposities naar werkgevers is aangepast, waardoor werkgevers worden benaderd om cliënten, die taakready zijn, ook een kans te bieden. Deze cliënten voldoen niet aan alle gestelde eisen in de vacatures, maar kunnen wel bepaalde taken uitvoeren Impact De verwachting is dat de komende maanden meer cliënten op een voor hen passend traject worden geplaatst, waardoor het aantal competentie ontwikkeltrajecten toeneemt en daarmee ook het aantal cliënten om te matchen naar banen ook stijgt. De nieuwe benadering van werkgevers gaat meer vacatures opleveren voor onze doelgroepen. Gezien de langere doorlooptijd van de trajecten heeft dit pas effect op het aantal matching banen vanuit het WSP-SOW in 2025. Overzicht loonkostensubsidie (personen per 30 augustus 2024)

2

Maassluis

Vlaardingen

Schiedam

Totaal Stroomopwaarts

Jaarschijf 2024 Kaderbrief 2025

Beschut werk

27

85

98

2102

200

LKS extern banenafspraak

37

61

70

168

351

Interne praktijkroute/ tijdelijke LKS

4

7

6

17

40

Totaal

68

213

174

395

591

Minimale taakstelling MVS gemeenten in 2024 conform brief minister d.d. 22 december 2023 115 plekken

Pagina | 19

Social Return on Investment In de basis is Social Return on Investment (SROI) een aanpak om meer werkgelegenheid te creëren voor mensen met een grote(re) afstand tot de arbeidsmarkt. Via het inzetten van inkoopkracht worden mogelijkheden gerealiseerd voor deze doelgroep. Een SROI-verplichting kan vervolgens op verschillende manieren worden ingevuld. Bijvoorbeeld via: werken (een inwoner in dienst nemen), leren (een inwoner een opleiding bieden), sociaal inkopen (bijvoorbeeld opdrachten afnemen bij een werkleerbedrijf), maatschappelijke activiteiten en sociaal investeren. Waarbij de voorkeur van de invulling in eerste instantie ligt bij werken en leren. Stroomopwaarts ondersteunt de MVS-gemeenten bij de uitvoering van de SROI. Dit betekent dat na het aangaan van een nieuwe overeenkomst (waarop SROI van toepassing is) de accountmanager van Stroomopwaarts namens de inkopende partij in contact komt met de opdrachtnemer. Hierbij wordt besproken op welke wijze de opdrachtnemer invulling kan gaan geven aan de SROI-verplichting. Vanuit de Arbeidsmarktregio Rijnmond is in samenspraak met de deelnemende partijen nieuw SROI-beleid opgewerkt. Dit nieuwe beleid wordt vastgesteld door de colleges van de MVS-gemeenten. In samenwerking met de MVS-gemeenten heeft Stroomopwaarts hiervoor de voorbereidende werkzaamheden ondernomen. Organisatie (Bedragen x € 1.000)

SROI Verplichting

SROI Realisatie

Realisatie %

Waarvan Arbeidsparticipatie

Waarvan inkopen sociaal werkbedrijf

Stroomopwaarts

148

67

45%

42

12

Maassluis

53

72

134%

40

28

Vlaardingen

693

669

97%

339

75

Schiedam

412

181

44%

117

36

MVS (gezamenlijke aanbestedingen)

139

473

340%

473

-

ROG+

804

414

51%

198

210

Totaal

2.249

1.876

83%

1.209

361

(bron: WSP Rotterdam Rijnmond) De realisatie van een SROI-verplichting moet voor het eind van de contractduur volledig zijn gerealiseerd. De bovenstaande tabel is de realisatie over de eerste 8 maanden 2024 inzichtelijk gemaakt. Verschil in realisatie van de SROI-verplichting kunnen voortkomen uit het feit dat realisatie in sommige gevallen al wel heeft plaatsgevonden, maar nog niet is verwerkt in het registratiesysteem (WIZZR). Opdrachtnemers worden aangespoord om de administratie zo veel mogelijk up-to-date te krijgen, zodat de daadwerkelijke realisatie overeenkomt met de rapportage. Wegens voorgenoemde is de verwachting dat de realisatie lopende het jaar nog verder toe zal nemen. Pagina | 20

Ontwikkelingen ten opzichte van begroting Budgettair (+ = voordeel/- = nadeel) Programma Werk (in EUR x 1.000) Ontwikkeling Werkgeversdienstverlening Accountmanagement Mobiliteitsnetwerken Externe arbeidsparticipatie

1e begrotingswijziging 2024 Baten -

Prognose 2024

Afwijking

Lasten -2.942

Saldo -2.942

Baten 260

Lasten -3.202

Saldo -2.942

Baten 260

2.076

-9.874

-7.798

2.076

-9.874

-7.798

-

-

-

-

-768

-768

-768

-768

-

-

-

2.076

-7.466

-5.390

2.076

-7.466

-5.390

-

-

-

-1.640

-1.640

Externe arbeidsparticipatie LKS*

Lasten -260

Saldo -

-1.640

-1.640

-

-

-

Totaal baten en lasten Reservemutaties

2.076 -

-12.816 -

-10.740 -

2.336

-13.076

-10.740

260 -

-260 -

-

Saldo programma

2.076

-12.816

-10.740

2.336

-13.076

-10.740

260

-260

-

De beroepentuin is in 2023 gestart en is gericht op de ontwikkeling van cliënten in voornamelijk technische beroepen. De lasten van dit project (260) worden grotendeels gedekt door subsidie inkomsten (260) die specifiek voor dit initiatief zijn aangevraagd. Verder zijn er geen significante wijzigingen ten opzichte van de 1 e begrotingswijziging.

Pagina | 21

2.3

Programma Werkleerbedrijf

Het Werkleerbedrijf blijft investeren in productielijnen, maar ook in de begeleiding van werkgevers en cliënten. Bij deze laatste staat optimale ontwikkeling en sociale activering van mensen voorop. Het Werkleerbedrijf blijft een stabiele vangnetfunctie voor de meest kwetsbaren vervullen. We bieden tijdelijke dienstbetrekkingen aan de doelgroepen uit de banenafspraak aan. Duurzame dienstbetrekkingen zijn beschikbaar voor de doelgroepen WSW (Wet sociale werkvoorziening) en Beschut werk met een grote afstand tot de arbeidsmarkt en een hoge begeleidingsbehoefte. Zoals verwacht zijn er dit jaar vanuit de WSW 20 mensen uitgestroomd vanwege onder andere leeftijd (pensioen) en verhuizingen. Het Werkleerbedrijf heeft dit jaar 2 controles gehad bij de productielijnen food voor het FSSC22000-certificering3. In Schiedam ging het om een aangekondigde controle en in Vlaardingen was dit onverwachts. In Schiedam waren er slechts 2 kleine aandachtpuntjes, die geen invloed hebben op het certificaat en in Vlaardingen 6 kleine aandachtpuntjes, ook zonder gevolgen voor het certificaat. Stroomopwaarts voldoet daarmee aan de voorwaarden om de Food productielijnen te blijven uitvoeren. Hier zijn we dan ook heel trots op. Helaas zijn door het (net niet) faillissement van een opdrachtgever de werkzaamheden binnen Stroomopwaarts vervallen.

Hierdoor moesten 30 cliënten worden ingezet op andere werkzaamheden. Er is weer een herstart gemaakt, maar niet met de aantallen cliënten zoals voorheen. We blijven dan ook continue zoeken naar nieuwe productielijnen, waarbij we ons vasthouden aan het principe ‘eerlijke prijzen voor eerlijk werk’. Zo is er een nieuwe productielijn gestart voor het maken van ruim een miljoen doosjes, gevuld met zakjes rozijnen. Het project Anderstaligen in Maassluis heeft een jaar geduurd en is dit jaar afgerond. De productie die de deelnemers aan dit traject hebben laten zien (en nu niet meer aanwezig is), heeft ook zijn invloed op de resultaten van de werkleerbedrijven. Door al deze factoren is de omzet lager dan verwacht en zitten we onder de KPI (29% in plaats van 33%), maar de trend is ondertussen stijgende.

KPI’s Effect-indicator

Jaarrekening 2023

Begroting 2024

Realisatie 2024 jan-aug

Ziekteverzuim WSW en Beschut

16,6% Wsw 15% Beschut

< 14%

13% Wsw 10% Beschut

Prestatie-indicator

Jaarrekening 2023

Begroting 2024

Realisatie 2024 jan-aug

31%

33%

29%

WSW en Beschut gemiddelde dekking loonkosten door opbrengsten

Het aantal Wsw-ers daalt geleidelijk zoals verwacht. De verwachte realisatie in 2024 is iets lager dan eerder is opgenomen in de 1e begrotingswijziging (Kaderbrief 2025). Het aantal Nieuw beschut dienstverbanden is opgenomen in de tabel met het aantal loonkostensubsidies.

3

De FSSC 22000 is ontwikkeld door de Stichting Certificatie Voedselveiligheid (SCV) en is de eerste wereldwijde standaard voor de gehele voedingsmiddelenindustrie. Het certificaat wordt door veel partijen in de toeleveringsketen van voedingsmiddelen geaccepteerd.

Pagina | 22

Omvang Wsw (In Fte’s)

April 2023 (Peildatum)

Begroting 2024 (gemiddelde geheel jaar)

Jaarschijf 2024 Kaderbrief 2025

Augustus 2024 (Peildatum)

Diensten

242,2

226

223

229,8

Productie

283,7

237

247

246,4

Detachering

127,4

168

157

121,4

Totaal

653,3

652

627

597,6

Financiële vooruitzichten In de september circulaire zijn de volgende wijzigingen die betrekking op 2025 hebben op de WSW-ers. Het rijk compenseert via de integratie-uitkering (IU) participatie vanaf 2025 voor de afschaffing van het lage inkomensvoordeel (LIV). Voor het jaar 2025 is €19.8 miljoen landelijk toegevoegd aan de IUparticipatie. Aangezien het een bedrag per medewerker is loopt de compensatie van de WSW na 2025 af en beschut werk loopt op met het landelijk aantal plekken. Naast de regulaire gelden stelt het Rijk specifiek voor de sociaal ontwikkelbedrijven een infrastructurele opslag ter beschikken van landelijk € 19.8 mln voor 2025, dat oploopt naar € 35 mln. Dit zal in de meicirculaire van 2025 worden toegevoegd. Dit om vanaf 2025 stapsgewijs 10.000 extra werkplekken te creëren die niet vallen onder beschut, maar wel zijn aangewezen op de infrastructuur van een Sociaal ontwikkelbedrijf voor een tijdelijk vangnet (zie kamerbrief SZW van 21 december 2023). Dit betekent voor de MVS-gemeenten extra opbrengsten 2025 (~200, op basis van het aandeel van 1,09% in de landelijke Wsw-middelen). Het definitieve rijksbudget voor de loonkostensubsidie is op 1 oktober gepubliceerd en leidt tot een verhoging van 7% ten opzichte van de nadere voorlopige budgetten van mei 2024. Dit leidt tot een stijging van € 300k in de beschikbare middelen voor gemeenten.

Hierdoor is de prognose voor het resultaat van gemeenten op de betaalde loonkostensubsidie € 900k positief en biedt ruimte voor de invulling van meer banen met loonkostensubsidie.

Prognose LKS (in EUR x 1.000)

Maassluis

Definitieve LKS Middelen 2024

845

1.651

2.096

4.592

Prognose LKS kosten 2024

683

1.365

1.654

3.702

Prognose resultaat LKS 2024

162

286

442

890

Resultaat%

19%

17%

21%

19%

Pagina | 23

Vlaardingen Schiedam

Totaal MVS

Ontwikkelingen ten opzichte van begroting Budgettair (+ = voordeel/- = nadeel) Programma Werkleerbedrijf (in EUR x 1.000) Bedrijfsbureau

1e begrotingswijziging 2024 Baten

Lasten

Prognose 2024

Saldo

Baten

Lasten

Afwijking Saldo

Baten

Lasten

Saldo

-

-409

-409

639

-607

32

639

-198

441

Productie/Diensten Maassluis Productie/Diensten Vlaardingen

1.041 1.235

-3.957 -5.799

-2.916 -4.564

919 1.024

-3.769 -5.647

-2.850 -4.623

-122 -211

188 152

65 -59

Productie/Diensten Schiedam

2.169

-9.392

-7.223

1.323

-8.666

-7.343

-846

726

-121

Groen en Grijs

2.333

-6.684

-4.351

1.757

-6.688

-4.931

-576

-4

-580

Schoonmaak en catering Totaal baten en lasten

1.292 8.070

-3.957 -30.198

-2.665 -22.128

989 6.651

-3.861 -29.239

-2.872 -22.588

-303 -1.419

96 959

-207 -460

-

-

-

6.651

-29.239

-22.588

-1.419

959

-460

Reservemutaties

-

Saldo programma

8.070

-30.198

-22.128

In de prognose 2024 zijn er drie belangrijke wijzigingen ten opzichte van de 1e begrotingswijziging die leiden tot het negatieve saldo(460): 1. Er is een technische correctie op de interne detacheringsvergoeding doorgevoerd. Deze baten (800) worden nu op basis van een kostenallocatie naar andere afdelingen doorbelast. Hierdoor zijn ook de kosten verlaagd (800). Dit bedrag is verdeeld over meerdere productieafdelingen. 2. Er is een incidenteel voordeel door de ontvangen ESF-subsidie voor de jaren 2022 en 2023 (639). Dit komt terug in de tabel bij het bedrijfsbureau. Stroomopwaarts spant zich in om de reguliere begeleidingsactiviteiten mede te dekken door het verwerven van externe inkomsten, daarmee kan de bijdrage van de gemeenten worden gematigd. De controle van de administratieve dossiers is een langdurig proces, daarom is de definitieve toekenning nu pas bekend. Voor 2024 wordt er opnieuw een aanvraag voor ESF-middelen ingediend via de arbeidsmarktregio. 3. De omzet blijft 15% achter bij de verwachting (1250). Dit is al eerder gemeld in de eerste bestuursrapportage. Het is nog steeds een uitdaging om voldoende renderende opdrachten binnen te halen. Zoals bekend zijn belangrijke afnemers (vervulbare potten, zonnepanelen) in financiële problemen gekomen.

Weinig voorspelbaar rijksbeleid speelt met name bij de zonnepalenbranche, dit leidt tot verdere vraaguitval en onder druk staande opbrengsten. In het afgelopen maanden hebben we verschillende nieuwe opdrachtgevers binnen kunnen halen of uitbreidingen van werkzaamheden kunnen afspreken met bestaande partners. De tarieven voor Groen & Grijs en Schoonmaak verdienen extra aandacht voor 2025. De lasten van de uitvoering zijn ook wat lager (160) dan eerder voorzien.

Pagina | 24

Er is een positieve dekkingsbijdrage vanuit de beschikbare middelen voor het werkleerbedrijf voor de kosten van bedrijfsvoering en overhead. Met eerdergenoemde initiatieven wordt er gewerkt om dit percentage voor 2025 te verhogen.

Analyse dekkingsmiddelen Werkleerbedrijf (in EUR x 1.000) Rijksmiddelen 2024 voor MVS gemeenten Integratie Uitkering Wsw Integratie Uitkering Beschut werk Loonkostensubsidie (naast BUIG) Algemene uitkering per loonkostensubidie Totaal dekkingsmiddelen MVS gemeenten Netto lasten Prognose 2024 Werkleerbedrijf Externe detachering (Wsw & Beschut) Totaal prognose netto lasten 2024 Dekkingsbijdrage voor bedrijfsvoering Dekkingsbijdrage%

Pagina | 25

Baten & Lasten 24.494 1.253 2.062 1.460 29.269

Toelichting: In de analyse van de dekkingsmiddelen voor het Werkleerbedrijf (€ 29,3 mln) worden alle rijksmiddelen die gemeenten in 2024 ontvangen voor de Wsw en Beschut werk meegenomen (Bron: septembercirculaire 2024). Dit bestaat naast de integratie uitkeringen ook uit de loonkostensubsidie en een deel van de algemene uitkering voor de begeleiding van mensen die werken met loonkostensubsidie. Om het beeld compleet te krijgen worden de baten en lasten van de externe detachering van Wsw-ers en nieuw beschut medewerkers (Programma Werk) toegevoegd aan de netto lasten (=baten minus lasten) van het Werkleerbedrijf.

-22.588 -5.390 -27.978

De dekkingsbijdrage is voor de bedrijfsvoering en overhead: de kosten voor ICT, HRM en Financiën, maar ook voor management en huisvesting. Deze kosten van de bedrijfsvoering worden niet gealloceerd aan de programma's.

1.291 4,6%

De infrastructuur van de werkleerbedrijven wordt deels ook ingezet voor de ontwikkeling van cliënten naar werk. De kosten hiervoor worden niet doorbelast aan het programma Werk.

2.4

Programma Inburgering

2024 is het derde jaar dat Stroomopwaarts de wet Inburgering 2021 uitvoert. Op dit moment kunnen 2 kpi’s gevuld worden, omdat nog niet alle informatie voorhanden is. Een inburgeringstraject heeft namelijk een doorlooptijd van maximaal 3 jaar. Tegen het einde van dit jaar zijn de eerste inburgeraars 3 jaar bezig met hun inburgeringstraject. Vanaf dat moment ontstaat er inzicht op de prestaties zoals afgesproken in de kpi’s. Er zijn dit jaar twee kpi’s toegevoegd om een beeld te geven van de uitvoering. Een aandachtspunt is de doorlooptijd bij DUO om inburgeringsexamen te doen. De wachttijd tussen aanvraag en examen bedraagt nu 3 maanden. Pas na 2 maanden wordt de uitslag van het examen bekend. Dit betekent een doorlooptijd van 5 maanden voordat bekend is of een inburgeraar geslaagd is of niet. Is de inburgeraar niet geslaagd, dan kan deze een herexamen doen en dat geldt weer een doorlooptijd van in totaal 5 maanden. Dit heeft grote invloed op de verwachte uitstroom uit de inburgering. De instroom van gezinsmigranten is nog steeds hoger dan is begroot. Hierdoor is een wachtlijst ontstaan. Dit wordt vooralsnog opgelost door de inhuur van tijdelijke medewerkers.

KPI’s Effect-indicator

Jaarrekening 2023

Het percentage inburgeraars dat voldoet aan de inburgeringsverplichtingen binnen de inburgeringstermijn die hiervoor is afgesproken

Begroting 2024

Realisatie 2024 jan-aug

80%

De gemiddelde trede zelfredzaamheid bij einde inburgering Percentage zelfredzaam op financieel gebied (trede 5) Percentage zelfredzaam zonder aanvullende maatschappelijke begeleiding

95% 90%

Het taalniveau op B1 niveau bij het einde van de inburgeringsplicht

Prestatie-indicator

60% Jaarrekening 2023

Begroting 2024

Realisatie 2024 jan-aug

Het percentage statushouders met werk/opleiding (3 jaar na de start van de uitkering)

80%

Percentage Plan Inburgering en Participatie (PIP) gereed (binnen tien weken na huisvesting)

95%

100%

80%

74%

Percentage inburgeraars B1 route, Z route of onderwijsroute (exclusief gezinsmigranten)

Pagina | 26

74%

Ontwikkelingen ten opzichte van begroting Budgettair (+ = voordeel/- = nadeel) Programma Inburgering (in EUR x 1.000) Trajecten Wet Inburgering Inburgering uitvoeringskosten Totaal baten en lasten Reservemutaties Saldo programma

1e begrotingswijziging 2024 Baten Lasten Saldo -

-2.143 -1.348 -3.491

-2.143 -1.348 -3.491

-

-3.491

-3.491

Er zijn geen significante wijzigingen ten opzichte van de 1 e begrotingswijziging.

Pagina | 27

Prognose 2024 Baten

-

Lasten

Afwijking Saldo

Baten

Lasten

Saldo

-2.143 -1.348 -3.491

-2.143 -1.348 -3.491

-

-

-

-

-

-

-3.491

-3.491

2.5

Algemene dekkingsmiddelen

De bijdrage van gemeenten bestaat uit twee delen, de dekking van de uitvoeringskosten op basis van een verdeelsleutel en de specifieke regelingen op basis van realisatie. Daarnaast is er de doorbelasting voor maatwerk op basis van aparte afspraken. Dit laatste is geen onderdeel van de algemene dekkingsmiddelen.

Ontwikkelingen ten opzichte van begroting Voor de gemeentelijke bijdrage voor de uitvoeringskosten worden de officiële bedragen van de begrotingswijziging opgenomen in de prognose. De bedragen van de specifieke regelingen zijn gebaseerd op de werkelijke lasten tot en met juli en een prognose voor de maanden augustus tot en met december. In de jaarrekening worden de definitieve bedragen vastgesteld. Algemene Dekkingsmiddelen (in EUR x 1.000)

1e begrotingswijziging 2024 Baten

Lasten

Saldo

Prognose 2024 Baten

Lasten

Afwijking Saldo

Baten

Lasten

Bijdrage algemene dienstverlening

26.087

26.087

Bijdrage Werkleerbedrijf

20.066

20.066

-

Bijdrage inkomensvoorziening* Bijdrage LKS*

90.191 3.702

94.773 3.702

-4.582 -

Bijdrage armoedevoorziening*

7.491

7.329

162

Bijdrage inburgering*

2.143

2.143

-

Bijdrage bedrijfsvoering/overhead

20.554

20.554

-

174.653

300 -4.120

Overige dekkingsmiddelen Totaal baten en lasten

300 170.534

Saldo

-

De bijdrage voor de uitvoeringskosten van de algemene dienstverlening, bedrijfsvoering/overhead en het werkleerbedrijf hoeven niet aangepast te worden. De netto lasten van het werkleerbedrijf zijn hoger, mede door de aanpassing van de cao Wsw en de onder druk staande omzetcijfers. Dit wordt gecompenseerd door lagere uitvoeringskosten voor bedrijfsvoering en overhead. Er is geen sprake van nieuwe beleidsmatige wijzigingen in de uitvoering. Een aantal zaken (met name bijstandsuitkeringen, armoederegelingen en loonkostensubsidies) worden direct afgerekend met de gemeenten op basis van realisatie. In totaal is er op basis van de huidige prognoses sprake van een afwijking ten aanzien van de totale gemeentelijke kosten. De belangrijkste factor daarbij is de stijging van het aantal bijstandsuitkeringen (4.582). Zoals toegelicht bij het programma Inkomen ontvangen de gemeenten hiervoor een meer dan toereikende vergoeding via de BUIG middelen. De prognose voor de armoede voorziening is 2% lager dan begroot (162). Deze verstrekkingen worden in de jaarrekening afgerekend op basis van realisatie. De overige dekkingsmiddelen (300) zoals subsidies worden direct in de specifieke programma’s opgenomen, zodat deze middelen hier komen te vervallen.

Pagina | 28

Bijdragen per gemeente Bijdrage gemeenten (zonder maatwerk) (in EUR x 1.000) MAASSLUIS algemene dienstverlening werkleerbedrijf overhead Totaal verdeelsleutel uitkeringen loonkostensubsidie armoedevoorziening inburgering Totaal specifieke bijdrage MAASSLUIS totaal: VLAARDINGEN algemene dienstverlening werkleerbedrijf overhead Totaal verdeelsleutel uitkeringen loonkostensubsidie armoedevoorziening inburgering Totaal specifieke bijdrage VLAARDINGEN totaal: SCHIEDAM algemene dienstverlening werkleerbedrijf overhead Totaal verdeelsleutel uitkeringen loonkostensubsidie armoedevoorziening inburgering Totaal specifieke bijdrage SCHIEDAM totaal: Totaal dekkingsmiddelen gemeenten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14938486/1