CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Voortgangsrapportage Jeugdhulp Rogp

Gemeenteraad 26 mei 2026, gemeente SchiedamBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven van het college van burgemeester en wethouders, dan wel de burgemeester, dan wel collegeleden:11.071 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Voortgangsrapportage jeugdhulp Rogplus Periode: 1 juli 2025 – 31 december 2025

Rogplus Maassluis, 25 maart 2026 Opgesteld door: Programmateam Jeugd Rogplus

Rapport

Inhoud Inleiding

3

1.

4

2.

Aantallen cliënten 1.1 Aantallen cliënten geregistreerd door Mevis

4

1.2 Analyse cijfers en verwijszorg

8

1.3 Crisisregeling

12

1.4 Persoonsgebonden budget (pgb)

13

1.5 Jeugdhulpvervoer

14

Opdrachtdoelen

15

2.1 Kpi’s bij opdrachtdoel 1

15

2.2 Kpi’s bij opdrachtdoel 2

21

3. Transformatieopdracht

24

4. Rechtmatigheid en getrouwheid

26

4.1 Administratieve controle

26

4.2 Steekproef kwaliteit ondersteuningsplannen

26

5. Contractmanagement

28

5.1 Contractmanagement onderaannemers

28

5.2 Onderzoek aansturing Jeugdprofessionals

29

5.3 Clientervaringsonderzoek 2025

30

5.4 Overige onderzoeken

30

6. Bezwaar en beroep 6.1 Klachten 7. Kansen- en risicodossier en veiligheidsventiel

31 31 33

7.1 Businesscase 2025

33

7.2 Jaareindeverwachting

34

7.3 Actuele ontwikkeling in het kans- en risicodossier

34

Bijlage 1 audit kwaliteitstoetsing onderaannemers

36

Bijlage 2 Analyse aantallen cliënten

40

2 van 41

Rapport

Inleiding Dit is de voortgangsrapportage van Rogplus over de jeugdhulp. Hiermee legt Rogplus verantwoording af over het tweede half jaar van 2025. De colleges van de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam (hierna: MVS-gemeenten) hebben de taken indicatiestelling, inkoop, contract- en informatiemanagement jeugdhulp op 1 januari 2023 gedelegeerd aan Rogplus. Om te kunnen sturen op de jeugdhulp hebben de MVS-gemeenten gekozen voor een andere wijze van inkopen van de jeugdhulp, namelijk een taakgerichte en integrale opdracht uitgevoerd door Mevis. Mevis is een consortium van zorgaanbieders en wordt gevormd door vier (jeugd)zorg organisaties: Timon, MEE Rotterdam Rijnmond, Yulius en ASVZ. Mevis is sinds 1 januari 2023 verantwoordelijk voor het aanbieden van integrale jeugdhulp aan de inwoners van de MVS-gemeenten. De looptijd van de opdracht aan Mevis is zes jaar en bestaat uit drie fases: • • •

Startfase: deze fase loopt tot halverwege 2023 en uiterlijk tot het einde van 2023 Operationele fase: deze fase loopt tot uiterlijk het einde van 2025 Volwassen fase: deze fase start in 2026

De opdracht bevindt zich eind operationele fase. In de aanbestedingsleidraad is de operationele fase als volgt omschreven: “In deze fase krijgt Opdrachtnemer goed zicht en grip op de inzet van capaciteit over de verschillende vormen van ondersteuning. Inwoners weten de weg te vinden en de ondersteuning en hulpverlening is toegankelijk. Deze fase leidt tot continuïteit en stabiliteit in de primaire werkprocessen. De informatievoorziening van Opdrachtnemer naar de MVS gemeenten is hierop ingericht. In deze fase wordt de grote slag naar de vernieuwing van het integraal en dekkend jeugdhulpaanbod gemaakt.” Mevis verantwoordt zich vanaf 2025 aan de hand van een set kritische prestatieindicatoren en op de voortgang van de transformatieopdracht. In deze voortgangsrapportage reflecteert Rogplus op deze verantwoording en geeft Rogplus aan welke sturingsmogelijkheden worden ingezet om de doorontwikkeling van het MVS Jeugdmodel te stimuleren.

3 van 41

Rapport

1. Aantallen cliënten In dit hoofdstuk worden de aantallen cliënten die gebruik maken van jeugdhulp gepresenteerd, aangevuld met een analyse vanuit Rogplus. 1.1 Aantallen cliënten geregistreerd door Mevis Mevis registreert haar cliënten in onderstaande vijf categorieën: 1. Totaal aantal unieke cliënten 2. Totaal aantal unieke cliënten wijkteam 3. Totaal aantal unieke cliënten wachtlijst 4. Totaal aantal unieke cliënten in hulpverlening wijkteam 5. Totaal aantal unieke cliënten verwijszorg Alle vijf categorieën zijn voorzien van een definitie en een grafiek. De optelling van het aantal cliënten uit de afzonderlijke figuren kan groter zijn dan het totaal in figuur 1. Een cliënt kan jeugdhulp ontvangen uit meerdere categorieën en bij iedere categorie wordt een cliënt geregistreerd. De aantallen over het eerste halfjaar 2025 in de figuren 1, 2 en 4 sluiten niet aan op de aantallen in de vorige verantwoordingsrapportage in dezelfde maand. Dit heeft te maken met een administratieve inhaalslag bij Mevis. 1.1.1 Totaal aantal unieke cliënten Dit betreft alle unieke cliënten die op de betreffende maand bekend zijn bij Mevis. Deze cliënten staan op de wachtlijst bij het wijkteam, zijn in onderzoek bij het wijkteam, ontvangen hulpverlening via het wijkteam en/of zijn doorverwezen naar de specialistische jeugdhulp (verwijszorg). 5000 4500 4000 3500 3000 2500 2000 1500 1000 500 0

1734 1702 1717 1709 1716 1726 1753

1789 1783 1805 1784 1761 1760 1830

1588

1734 1742 1743 1744

1549 1692 1745 1741 1736

824 823 848 826 817 823 813 736 775 776 771 766

Maassluis

Vlaardingen

Schiedam

Figuur 1: totaal aantal unieke cliënten per maand

4 van 41

Rapport

1.1.2 Totaal aantal unieke cliënten wijkteam Dit betreft alle unieke cliënten die in de betreffende maand op de wachtlijst staan voor onderzoek, in onderzoek zijn en/of hulpverlening krijgen via het wijkteam. 3500 3000 2500 2000

1120 1130 1127 1137 1149 1149 1149

1079 1112 1085 1065 1063

1500 1000 500

1057 1033 1045 1020 1013 1012 990 929 955 982 995 989 664 676 700 676 674 683 674 608 618 614 630 635

0

Maassluis

Vlaardingen

Schiedam

Figuur 2: totaal aantal unieke cliënten wijkteam per maand

Het aantal unieke cliënten in de wijkteams wordt verder verfijnd naar het aantal unieke cliënten op de wachtlijst en in hulpverlening bij het wijkteam. 1.1.3 Totaal aantal unieke cliënten wachtlijst Deze cijfers hebben betrekking op alle unieke cliënten die in de betreffende maand in afwachting zijn van een analyse door een jeugdprofessional. Het betreft cliënten die, nadat zij door toegang en triage zijn gezien, op de wachtlijst zijn geplaatst.

5 van 41

Rapport

600 500 250

400 300

191 165

171

92

100

89

88

200 100 0

167

280

301

323

316

320

170

150

159

144

146

75

70

64

78

81

211

183

94

105

66

68

Maassluis

145

150

77

85

208

83

Vlaardingen

Schiedam

Figuur 3: totaal aantal unieke cliënten op de wachtlijst bij het wijkteam per maand

In het tweede halfjaar 2025 heeft Mevis extra ingezet op wachtlijstbeheer. De wachtlijsten zijn volledig in kaart gebracht en cliënten zijn actief nagebeld. In alle gemeenten zijn casussen op de wachtlijst afgesloten, omdat de hulpvraag inmiddels was opgelost of hulp was ingezet. Ondanks deze extra inzet hebben de wachtlijsten in Maassluis, Vlaardingen en Schiedam zich anders ontwikkeld in het tweede halfjaar 2025. In Maassluis is het beeld stabiel. De aantallen op de wachtlijst blijven gedurende het jaar nagenoeg gelijk. In Vlaardingen heeft dit geleid tot een snelle afname van de wachtlijst in het begin van het tweede halfjaar 2025 en daarna is het aantal gestabiliseerd. De wachtlijst is aan het einde van het tweede halfjaar 2025 ongeveer gelijk aan het einde van het eerste half jaar 2025, maar hoger dan aan het begin van het eerste halfjaar 2025. In Schiedam zijn het aantal cliënten op de wachtlijst fors toegenomen in het eerste halfjaar 2025 ten opzichte van het eerste halfjaar 2025. Dit wordt veroorzaakt door een combinatie van factoren: • • • •

Krapte in de formatie, waardoor minder capaciteit beschikbaar is; Veel meldingen via Veilig Thuis en casussen met veiligheidsrisico’s, die voorrang krijgen op de reguliere wachtlijst en intensievere inzet vragen; Hoog langdurig ziekteverzuim, waardoor minder capaciteit beschikbaar is; Een relatief groot deel van de cliënten wordt door het wijkteam zelf ondersteund, waardoor minder cliënten geholpen kunnen worden.

In het eerste kwartaal van 2026 heeft de extra inzet op de wachtlijsten in Schiedam het gewenste effect gehad. Eind maart telde de wachtlijst 180 cliënten.

6 van 41

Rapport

1.1.4 Totaal aantal unieke cliënten in hulpverlening wijkteam Deze gegevens hebben betrekking op alle unieke cliënten die in de betreffende maand hulpverlening ontvangen van een jeugdprofessional in het wijkteam. Deze categorie wordt door Mevis sinds 2025 geregistreerd. 800

700 600

304

299

305

303

287

288

500

272 234

247

236

223

227

211

214

213

220

204

132

136

134

151

150

400

300

285

270

133

147

273

271

274

271

251

200 100

171

164

178

177

163

0

Maassluis

Vlaardingen

Schiedam

Kolom1

Figuur 4: totaal aantal unieke cliënten in hulpverlening wijkteam

In alle gemeenten is een daling zichtbaar ten opzichte van het eerste halfjaar van 2025. In de zomer daalt in alle gemeenten het aantal cliënten als gevolg van seizoensinvloeden (zomervakantie) en de nadruk op het afsluiten van trajecten zonder actieve hulpverlening. Na de zomer ontstaat per gemeente een verschillend beeld. In Vlaardingen en Schiedam stabiliseert het aantal cliënten en in Maassluis is een lichte stijging richting het einde van het jaar. 1.1.5 Totaal aantal unieke cliënten verwijszorg Dit betreft alle unieke cliënten die in de betreffende maand specialistische jeugdhulp ontvangen bij een onderaannemer en waarvoor daadwerkelijk een declaratie is ontvangen.

7 van 41

Rapport

3000 2500 2000

931 838 851 891 884 864 880

1500 1000

943 971 971 732

902

986 989 1031 1009 994 1000 1055 861 1039 1063 1040 936

500 0

356 355 366 359 359 361 388 330 397 401 380 365

Maassluis

Vlaardingen

Schiedam

Figuur 5: totaal aantal unieke cliënten verwijszorg per maand

Ook hier is in alle gemeenten de seizoensinvloeden (zomervakantie) duidelijk zichtbaar. Aan het einde van het jaar lijkt in alle gemeenten zich een lichte daling in te zetten van het aantal cliënten. 1.2 Analyse cijfers en verwijszorg 1.2.1 Analyse In bijlage 2 zijn de tabellen opgenomen behorend bij de analyse die door Rogplus is uitgevoerd. Rogplus vergelijkt de gemiddelden aantallen van de huidige periode met de voorliggende periode. Rogplus hanteert de onderstaande criteria. Aangezien de aantallen per categorie fors van elkaar verschillen hanteert Rogplus verschillende criteria, waarbij de norm strenger wordt naarmate de aantallen hoger worden. Dit is om te voorkomen dat normale fluctuaties ten onrechte worden geïnterpreteerd als een trend. • • • •

Is het gemiddeld aantal unieke cliënten tussen de 0 en 100 en is het verschil tussen beide periodes meer of minder dan 7,5% dan is er sprake van een stijging dan wel een daling Is het gemiddeld aantal unieke cliënten tussen de 101 en 1000 en is het verschil tussen beide periodes meer of minder dan 5,0% dan is er sprake van een stijging dan wel een daling Is het gemiddeld aantal unieke cliënten tussen de 1001 en 2000 en is het verschil tussen beide periodes meer of minder dan 2,5% dan is er sprake van een stijging dan wel een daling Is het gemiddeld aantal unieke cliënten meer dan 2001 en is het verschil tussen beide periodes meer of minder dan 2,0% dan is er sprake van een stijging dan wel een daling

8 van 41

Rapport

Categorie

MVS

M

V

S

Totaal aantal cliënten

Daling

daling

Daling

stabiel

Aantal cliënten bekend bij de wijkteams

Daling

daling

Daling

daling

Aantal cliënten op de wachtlijst bij de wijkteams

Stijging

stabiel

Stijging

stijging

Aantal cliënten met ondersteuning vanuit het wijkteam

Daling

daling

Daling

daling

Aantal cliënten in de verwijszorg1.

Stijging

stabiel

Stabiel

stabiel

Figuur 6: trend per categorie

In de tweede helft van 2025 is een dalende trend zichtbaar in het totaal aantal cliënten dat bij Mevis bekend is. Alleen in Schiedam is sprake van stabiliteit. In alle gemeenten is een daling waarneembaar van het aantal cliënten dat bekend is bij het wijkteam. Van deze cliënten daalt in alle gemeenten het aantal cliënten dat hulp ontvangt vanuit het wijkteam. In Maassluis is het aantal cliënten op de wachtlijst stabiel. In Vlaardingen en Schiedam stijgt het aantal cliënten op de wachtlijst fors. Het aantal cliënten in de verwijszorg blijft redelijk stabiel Met name de ontwikkelingen binnen de wijkteams zijn onwenselijk en niet in lijn met de visie van het MVS Jeugdmodel. Deze ontwikkelingen zijn deels te verklaren door een beperkte bezetting en hoog ziekteverzuim. De krappe bezetting en hoge ziekteverzuim is structureel onderwerp van gesprek tussen Rogplus en Mevis. Ondanks dat er verschillende verbeteracties zijn uitgevoerd heeft dit nog niet geleid tot het gewenste resultaat. Rogplus heeft Mevis in december 2025 formeel verzocht om voor 2026 een verbeterplan op te stellen. 1.2.2 Analyse verwijszorg Figuur 7 toont het aantal cliënten per categorie binnen de verwijszorg. Deze aantallen zijn gebaseerd op gedeclareerde zorg en kunnen door nagekomen declaraties nog stijgen.

Omdat een unieke cliënt in meerdere zorgcategorieën ondersteuning kan ontvangen, kunnen de aantallen per categorie niet worden opgeteld. Daarnaast betreft figuur 7 het totaal aantal unieke cliënten tot en met december en niet het aantal cliënten per maand zoals weergegeven in figuur 5.

1

Door de gekozen criteria stijgt het aantal cliënten in de verwijszorg op MVS-niveau, terwijl het aantal cliënten per

individuele gemeente stabiliseert (zie bijlage 2). De reden hiervan is dat in Maassluis en Schiedam het percentage wel stijgt maar net onder de norm valt en op totaal niveau het percentage ook stijgt en net boven de norm valt.

9 van 41

Rapport

Categorie

Aantal cliënten t/m dec25

Uitgaven 2025

Aantal cliënten t/m dec 2024

Uitgaven 2024

% cliënten groei/krimp t.o.v. 2024

% groei/krimp uitgaven t.o.v. 2024

Verblijf Residentieel

186

€ 13.178.198

179

€ 12.422.014

3,90%

6,10%

Pleegzorg

232

€ 3.488.321

244

€ 3.843.330

-4,90%

-9,20%

Kort verblijf logeren

56

€ 627.712

49

€ 623.557

14,30%

0,70%

JeugdzorgPlus

15

€ 2.332.865

13

€ 2.432.586

15,40%

-4,10%

GGZ Verblijf

34

€ 1.793.486

32

€ 2.359.068

6,30%

-24,00%

Crisis Verblijf

29

€ 408.388

21

€ 457.400

38,10%

-10,70%

Totaal verblijf

465

€ 21.828.970

478

€ 22.137.955

-2,70%

-1,40%

2

€ 14.787

3

€ 6.484

-33,30%

128,10%

EED

323

€ 810.058

247

€ 462.288

30,80%

75,20%

Kindergeneesk unde

540

€ 325.859

376

€ 235.050

43,60%

38,60%

Behandeling

678

€ 2.906.764

628

€ 2.717.532

8,00%

7,00%

Groep

507

€ 10.304.557

463

€ 9.744.026

9,50%

5,80%

GGZ Ambulant

1.994

€ 8.669.567

1.850

€ 8.901.666

7,80%

-2,60%

Begeleiding

1.195

€ 12.513.767

1.030

€ 12.494.642

16,00%

0,20%

Totaal ambulant

3.759

€ 35.545.359

3.272

€ 34.561.668

14,90%

2,80%

Totaal verblijf en ambulant

3.958

€ 57.374.329

3.497

€ 56.699.643

13,20%

1,20%

Ambulant Crisis Ambulant

Figuur 7: vergelijking aantallen cliënten per categorie verwijszorg 2024 en 2025 2

2

Het gaat hier om unieke cliënten. Aangezien een unieke cliënt in meerdere categorieën zorg kan ontvangen kunnen de

aantallen per categorie niet opgeteld worden.

10 van 41

Rapport

De totale stijging van 461 cliënten in 2025 ten opzichte van 2024 komt volledig uit de ambulante zorg. In de verblijfszorg is juist een lichte daling te zien. In de ambulante zorg is sprake van een stijging in alle productcategorieën, behalve in crisis ambulant. Grootste stijging in aantallen • Kindergeneeskunde • GGZ Ambulant • Begeleiding

Grootste percentuele groei • Kindergeneeskunde • EED • Crisis Verblijf

Toelichting op de belangrijkste ontwikkelingen. •

•

•

•

Kindergeneeskunde Dit betreft voornamelijk medicatiecontroles. Het percentage cliënten dat naast ambulante begeleiding en behandeling ook kindergeneeskunde ontvangt, blijft ongeveer gelijk. De stijging is te verklaren doordat er meer cliënten ambulante begeleiding en behandeling ontvangen. GGZ Ambulant De stijging komt door een toenemende zorgvraag. Vooral het aantal cliënten in de puberleeftijd met mentale problemen neemt toe. Er is een werkgroep opgestart waarin wordt gekeken of er alternatieven ondersteuningsvormen zijn. In samenwerking met sociale partners vanuit de gemeenten. EED De groei wordt mede veroorzaakt door een snellere instroom in behandeling na diagnostiek, doordat aanbieders extra behandelaren hebben ingezet. De aantallen cliënten ligt onder het landelijk gemiddelde. Het samenwerkingsverband passend onderwijs werkt aan een signaleringsstructuur. Hierdoor krijgen meer kinderen tijdig ondersteuning bij ernstige vormen van dyslexie. Bij Begeleiding is de toename verklaarbaar door diverse oorzaken: • Er wordt begeleiding ingezet voor jeugdigen in een residentiele setting. Mevis onderzoekt hoe we bij gezinnen met een risico op onveiligheid eerder stevige ondersteuning kunnen bieden (in samenwerking van wijkteams en plusteams) zodat uithuisplaatsing kan worden voorkomen. • Met onderwijs wordt in brede zin besproken hoe er contextgericht kan worden samengewerkt.

Wat scholen kunnen doen in de pedagogische basis. • Tot slot wordt begeleiding ingezet als overbrugging tijdens het wachten op andere jeugdhulp. Tegelijk wordt gewerkt aan versterking van de formatie in de wijkteams, zodat meer hulp direct kan worden geboden. Ook wordt verwacht dat een betere analyse leidt tot minder doorverwijzingen naar specialistische jeugdhulp, waardoor de behoefte aan overbruggingsbegeleiding afneemt. Daarnaast wordt de toename in het zorggebruik gemonitord en, bijvoorbeeld in regieteams, nader onderzocht op mogelijkheden tot afschalen.

1.2.3 Verdeling aantal cliënten en kosten verwijszorg per categorie verwijzers Figuur 8 maakt inzichtelijk welke percentage van de verwijzingen naar verwijszorg wordt gedaan door het wijkteam, de (huis)artsen en de gecertificeerde instellingen. In de kolom “€” staat het percentage van de totale kosten en in de kolom daarnaast het percentage van het totaal aantal cliënten.

11 van 41

Rapport

Figuur 8: vergelijking aantallen cliënten per categorie verwijszorg tussen 2024 en 2025

Opvallend is dat het percentage cliënten dat door de gecertificeerde instelling wordt verwezen laag is (ca. 8%), maar het aandeel van deze verwijzingen in de kosten relatief groot is (ca. 24%). Vaak gaat het om complexe casuïstiek met een meervoudige zorgvraag en verblijfszorg. Dit is ook zichtbaar in de top 25 duurste cliënten. Andersom zijn de kosten relatief laag (ca. 11%) bij cliënten die door de door de (huis)arts wordt doorverwezen (ca. 28%). Dit komt omdat (huis)artsen vrijwel nooit verwijzen naar dure zorgvormen in verblijf, maar vaker naar diagnostische producten, medicatiecontroles en ambulante zorg. Dit zijn doorgaans minder kostbare zorgvormen. 1.2.4 Top 25 duurste cliënten In de top 25 duurste cliënten zijn er 21 aangemeld via een gecertificeerde instellingen en 4 via het wijkteam Dit is logisch doordat de jeugdhulp die door de gecertificeerde instellingen wordt geïndiceerd veelal bestaat uit de meest intensieve vormen van jeugdhulp, zoals verblijfszorg, residentiële zorg of gesloten jeugdzorg. De gemiddelde kosten variëren jaarlijks binnen een bandbreedte van € 200.000 en € 375.000. In 2025 is in totaal € 7.247.405,- uitgegeven aan de top 25 duurste cliënten. Het betreft hier vaak trajecten met een stapeling van dienstverlening over meerdere jaren. Gesloten Jeugdhulp met extra individuele begeleiding met dagbehandeling.

Het gaat vaak om kinderen met meervoudige psychische en of gedragsproblematieken die een gevaar zijn voor zichzelf en /of hun omgeving. De dienstverlening van de gecertificeerde instellingen wordt ingekocht door de GRJR. De gecertificeerde instellingen beschikken over de wettelijke bevoegdheid om jeugdhulp te indiceren en voeren de regie op de uitvoering. Mevis koopt deze zorg namens de MVS-gemeenten in. De beïnvloedingsmogelijkheden van Mevis zijn beperkt, omdat Mevis geen directe rol heeft in de beoordeling of de ingezette jeugdhulp proportioneel en doelmatig is. 1.3 Crisisregeling Mevis neemt deel aan de crisisregeling van de GRJR. In figuur 10 staan de cijfers uit de crisismonitor van de GRJR kwartaal 1 tot en met 3 2025.

Crisisregeling 2025

Aantal cliënten

Maassluis

Vlaardingen

Schiedam

Ambulante hulp

27

7

4

16

Crisishulp groep

30

4

11

15

12 van 41

Rapport

Crisisopname GGZ

0

0

0

0

Crisispleegzorg

6

1

2

3

Totaal 63 12 17 Figuur 10: overzicht inzet crisisregeling t/m Q3 2025: Q4 is nog niet bekend

34

Opvallend is het hoge aantal crisissen in Schiedam. Ook de wijkteams in Schiedam ervaren een toename in de complexiteit van de problemen binnen Schiedam. Dit uit zich onder andere in een toename van de meldingen vanuit Veilig Thuis. Niet alle verzoeken voor crisisplaatsing kunnen via de GRJR-regeling worden aangemeld. Daarom moet Mevis ook buiten deze regeling om crisisplaatsen organiseren. 1.4 Persoonsgebonden budget (pgb) Naast verwijszorg hebben cliënten en/of ouders en verzorgers ook de mogelijkheid om te kiezen voor een persoonsgebonden budget, waarmee ze zelf jeugdhulp kunnen inkopen. Figuur 11 maakt de ontwikkelingen in 2024 en in 2025 inzichtelijk. PGB

Maasluis

Vlaardingen

Schiedam

Totaal

2024 Q1 en 2

12

24

29

65

2024 Q3 en Q4

17

26

27

70

2025 Q1 en Q2

16

31

40

87

2025 Q3 en Q4

18

32

41

91

Figuur 11: overzicht aantallen PGB

Zowel in de aantallen als in de uitgaven is een stijgende trend waarneembaar vanaf begin 2024. Voordat Mevis de jeugdhulp leverde binnen de MVS-gemeenten werd ongeveer 3% van het totale zorgvolume besteed aan pgb’s. In het inkoopdocument is mede daarom bepaald dat maximaal ca. 3% van het totale zorgvolume besteed mag worden aan pgb’s. In 2025 wordt naar verwachting ongeveer 2% van het totale zorgvolume besteed aan pgb’s. Ondanks dat het percentage nog ruimschoots onder de norm ligt, monitort Rogplus per kwartaal hoe de aantallen en kosten zich ontwikkelen en bespreekt deze ontwikkelingen met Mevis. De kostenstijging in 2025 wordt veroorzaakt door meerdere factoren: • • •

In de verordening 2025 zijn meer zorgcategorieën toegevoegd waar aanspraak opgemaakt kan worden; Tariefsverhogingen: als gevolg van de aangepaste verordening zijn de tarieven gestegen; Toename in zorgzwaarte: per toewijzing wordt gemiddeld een groter aantal uren toegekend. Dit is vooral te zien bij Pgb informeel ambulant en bij Pgb groep. Met Mevis zijn er afspraken gemaakt om hier nader onderzoek naar te doen.

13 van 41

Rapport

1.5 Jeugdhulpvervoer Cliënten 2024

Kosten 2024

Cliënten 2025

Kosten 2025

Maasluis

59

€ 5.418

72

€ 29.752

Vlaardingen

141

€ 7.697

150

€ 32.730

€15.623

142

€ 27.669

Schiedam 159 Figuur 12: Cijfers jeugdhulpvervoer

Op basis van het aantal aanvragen in 2025 ten opzichte van 2024 valt op dat de stijging in het aantal cliënten zich vooral manifesteert in Maassluis, en in mindere mate in Vlaardingen. Schiedam laat daarentegen een daling zien. De kosten per cliënt zijn in alle drie de gemeenten gestegen. Het jeugdhulpvervoer is gekoppeld aan de daghulp. De stijging van de kosten hangt sterk samen met veranderingen binnen de daghulp. De inzet van lichtere vormen van daghulp, zoals groepsbegeleiding en -behandeling, neemt af. In veel situaties worden passende alternatieven gevonden binnen school of het wijkteam. Hierdoor wordt afscheid genomen van meerdere aanbieders die zich vooral richten op deze lichte vormen van daghulp. Deze voorzieningen liggen meestal dichtbij huis, waardoor de vervoerskosten relatief laag waren. Tegelijkertijd neemt het gebruik van specialistische en intensievere daghulp toe, zoals kinderdienstencentra (KDC’s). Deze schaars beschikbare voorzieningen liggen vaak verder weg en worden bovendien voor meer dagdelen ingezet. Door de grotere reisafstanden en het hogere aantal dagdelen stijgen de kosten voor jeugdhulpvervoer. Voor cliënten uit Maassluis zijn de afstanden naar deze voorzieningen gemiddeld groter dan voor cliënten uit Schiedam, waardoor de kostenstijging in Maassluis sterker zichtbaar is.

14 van 41

Rapport

2. Opdrachtdoelen In de aanbestedingsleidraad zijn twee (2) opdrachtdoelen geformuleerd, dit zijn: 1. De cliënt en/of diens opvoeder(s) krijgt (of krijgen) tijdig de passende hulp en ondersteuning die hij/zij nodig heeft (of hebben) en dit leidt tot een duurzaam resultaat, passend bij de specifieke situatie van iedere jeugdige; 2. De gewenste beweging in de transformatie van de jeugdhulp wordt gerealiseerd; de transformatiedoelen van de jeugdwet worden gerealiseerd. Aan ieder opdrachtdoel zijn een aantal kritische prestatie indicatoren (kpi’s) gekoppeld en daarop heeft Mevis zich verantwoord. Vanuit het contractmanagement analyseert Rogplus op de prestatie van het afgelopen half jaar en stuurt waar nodig op veranderingen in het komende half jaar. De analyse en sturing zijn onderdeel van de contractmanagement gesprekken die Rogplus voert met Mevis. Het tekstblok waarin de analyse en sturing door Rogplus worden beschreven is voorzien van een kleur. De kleur heeft onderstaande betekenis:

De prestatie is conform verwachting De prestatie is verbeterd ten opzichte van de vorige periode maar nog niet conform verwachting De prestatie is niet verbeterd ten opzichte van vorige periode of er is geen actie ondernomen om de prestatie te verbeteren Nieuwe bevinding 2.1 Kpi’s bij opdrachtdoel 1 De onderstaande kpi’s zijn gekoppeld aan opdrachtdoel 1: 1. Het aantal voortijdig afgesloten trajecten daalt; 2. De tevredenheid van cliënten over het nut/effect van de Jeugdhulp neemt toe; 3. De mate waarin de cliënt zonder hulp verder kan stijgt; 4. De mate waarin er na beëindiging geen nieuwe start Jeugdhulp plaatsvindt stijgt; 5. Bij 80% van de reguliere hulpvragen (geen spoed of crisis) is er binnen 5 werkdagen een huisbezoek of vergelijkbaar contactmoment met de inwoner en wordt vervolgens binnen 6 weken een ondersteuningsplan opgesteld en de hulp tegelijkertijd gestart. De overige 20% informeert Mevis actief over de passende oplossing.

15 van 41

Rapport

2.1.1 Het aantal voortijdig afgesloten trajecten daalt De onderstaande norm is getoetst aan de landelijke cijfers die het CBS presenteert3 over het eerste half jaar van 2025. Mevis sluit in het tweede half jaar van 2025 een lager percentage trajecten voortijdig af ten opzichte van de landelijke cijfers (12,4% versus 17,8%).

Resultaten eerste half jaar 2025

Resultaten tweede half jaar 2025

In het eerste half jaar van 2025 zijn 2732 trajecten afgesloten waarvan 297 voortijdig met onderstaande reden:

In het tweede half jaar van 2025 zijn 2112 trajecten afgesloten waarvan 273 voortijdig met onderstaande reden:

• • • •

214 (72%) trajecten zijn afgesloten in overeenstemming 54 (18%) trajecten zijn eenzijdig afgesloten door client 17 (6%) trajecten zijn eenzijdig afgesloten door aanbieder 12 (4%) trajecten zijn afgesloten door externe omstandigheden

• • • •

177 (68%) trajecten zijn afgesloten in overeenstemming 44 (17%) trajecten zijn eenzijdig afgesloten door client 21 (8%) trajecten zijn eenzijdig afgesloten door aanbieder 31 (12%) trajecten zijn afgesloten door externe omstandigheden

Analyse De aantallen en de percentages van de afgesloten trajecten over het eerste halfjaar 2025 en over het tweede halfjaar 2025 laten geen opvallende verschuivingen zien. Het percentage externe omstandigheden stijgt wel, maar de aantallen zijn beperkt. Sturing Deze resultaten geven geen aanleiding om de sturing vanuit contractmanagement te veranderen. Figuur 13: cijfers en analyse kpi: het aantal voortijdig afgesloten trajecten daalt

2.1.2 De tevredenheid van cliënten over het nut/effect van de jeugdhulp neemt toe. Deze kpi wordt door Mevis en door Rogplus gemonitord. Mevis vraagt de tevredenheid over het nut/effect van de jeugdhulp uit in het exitgesprek. Cliënten geven een cijfer tussen de 1 (zeer slecht) en 10 (uitmuntend) over het nut/effect van de jeugdhulp. Mevis rapporteert hierover twee keer per jaar aan Rogplus. Rogplus voert jaarlijks het klanttevredenheidsonderzoek (CEO) uit. De resultaten van dit CEO worden

3 https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/rapportages/2025/jeugdhulp-1e-halfjaar-2025

16 van 41

Rapport

gepresenteerd in de verantwoordingsrapportage over het eerste half jaar en zijn daarmee geen onderdeel van deze verantwoordingsrapportage. In 2024 gaven cliënten tijdens exitgesprekken gemiddeld een 7,5 als cijfer. In 2025 daalde dit naar een 7,1. Deze afname in tevredenheid is mogelijk deels te verklaren door de oplopende wachtlijsten bij de wijkteams. In de komende half jaar gaat Mevis de ervaring van cliënten vaker bevragen tijdens het hulpverleningsproces. Hiermee verwacht Mevis beter en concreter in kaart te brengen wat goed gaat en waar verbeterpunten liggen.

Norm (2024)

Resultaten 2025

In 2024 hebben 119 cliënten tijdens het exitgesprek de vraag over het nut/effect van de jeugdhulp, op een schaal van 1 tot 10, beantwoord. Het gemiddelde cijfer in 2024 is een 7,5.

In 2025 zijn 157 cliënten tijdens het exitgesprek gevraagd naar het nut/effect, op een schaal van 1 tot 10, van de jeugdhulp. Het gemiddelde cijfer in 2025 is een 7,1. Opvallend is dat Maassluis een gemiddelde score heeft van een 7,9, Vlaardingen van een 7,1 en Schiedam van een 6,9.

Analyse In 2024 en het eerste halfjaar 2025 kon Mevis nog niet de cijfers per gemeente presenteren, zoals in het tweede halfjaar 2025 is gedaan. Er is dan ook geen zorgvuldige analyse te maken waarom het gemiddelde cijfer is gedaald. Sturing De respons van het CEO 2024 was laag waardoor de resultaten van het CEO 2024 niet representatief waren. Rogplus heeft in de tweede helft van 2025 met ondersteuning van een extern bureau actie ondernomen om de respons van het CEO 2025 te vergroten en daarmee ook de representativiteit te verhogen. Daarnaast wordt er gekeken hoe er met aanvullende kwalitatieve onderzoeksmethode meer context en duiding gegeven kan worden aan de onderzoeksresultaten. Figuur 14: cijfers en analyse kpi: De tevredenheid van cliënten over het nut/effect van de jeugdhulp neemt toe.

2.1.3 De mate waarin de cliënt zonder hulp verder kan stijgt Deze kpi wordt door Mevis gemeten. Mevis vraagt de mate waarin cliënt zonder hulp verder kan uit in het exitgesprek. Cliënten kunnen kiezen uit 4 antwoorden. Mevis rapporteert hierover twee keer per jaar aan Rogplus. Dit betreft cliënten die een jeugdhulp traject hebben afgerond.

17 van 41

Rapport

Resultaten eerste half jaar 2025

Resultaten tweede half jaar 2025

In het eerste half jaar van 2025 hebben 103 cliënten tijdens het exitgesprek de vraag over de mate waarin cliënt zonder hulp verder kan beantwoord.

In het tweede half jaar 2025 hebben 574 cliënten tijdens het exitgesprek de vraag over de mate waarin cliënt zonder hulp verder kan beantwoord.

• • •

•

27 cliënten (26%) geven aan: ‘ik heb eenzelfde soort of zwaardere hulp nodig’ 7 cliënten (7%) geven aan: ‘met een lichtere vorm van hulp red ik het goed’ 22 cliënten (21%) geven aan: ‘voor nu heb ik geen verdere hulp nodig, maar ik verwacht dat ik later nog wel eens om hulp zal aankloppen’ 47 cliënten (46%) geven aan: ‘ik heb geen verdere hulp meer nodig’

• • •

•

16 cliënten (28%) geven aan: ‘ik heb eenzelfde soort of zwaardere hulp nodig’ 8 cliënten (15%) geven aan: ‘met een lichtere vorm van hulp red ik het goed’ 9 cliënten (16%) geven aan: ‘voor nu heb ik geen verdere hulp nodig, maar ik verwacht dat ik later nog wel eens om hulp zal aankloppen’ 24 cliënten (42%) geven aan: ‘ik heb geen verdere hulp meer nodig’

Analyse De cijfers over het eerste en tweede halfjaar 2025 kennen geen significant verschil Sturing Deze resultaten geven op dit moment geen aanleiding om de sturing vanuit contractmanagement aan te passen. Wel geldt ook voor deze kpi dat het uitbreiden van kwalitatieve toetsingsmethoden noodzakelijk is om meer context en duiding te kunnen geven aan de uitkomst. Figuur 15: cijfers en analyse kpi: De mate waarin de client zonder hulp verder kan stijgt

2.1.4 Na beëindiging geen nieuwe start jeugdhulp Deze kpi wordt door Mevis gemeten. Mevis hanteert 180 dagen als referentiewaarde. Een aantal cliënten doen binnen 180 dagen een herhaald beroep op jeugdhulp en een aantal cliënten doen binnen 180 dagen geen herhaald beroep op jeugdhulp. Deze kpi is

4

De eerdere werkwijze met exitgesprekken en door professionals ingevulde formulieren is vervangen door een

doorlopende cliëntvraag, waarbij cliënten na afsluiting van hun traject automatisch een uitnodiging krijgen om zelf hun ervaringen in te vullen. Deze nieuwe aanpak levert betrouwbaardere, cliëntgerichtere feedback op, maar het aantal reacties is nog laag omdat de methode pas recent is ingevoerd

18 van 41

Rapport

niet te vergelijken met landelijke data van het CBS omdat het CBS een referentiewaarde hanteert van 5 jaar in plaats van 180 dagen. Rogplus en Mevis vinden een periode van 5 jaar te lang en hanteren daarom een kortere referentieperiode. Resultaten eerste half jaar 2025

Resultaten tweede half jaar 2025

Wijkteam

Wijkteam

Herhaald beroep

Herhaald beroep

Geen herhaald beroep

Geen herhaald beroep

Verwijszorg

Verwijszorg

Herhaald beroep

Herhaald beroep

Geen herhaald beroep

Geen herhaald beroep

Analyse De cijfers over het eerste en tweede halfjaar 2025 kennen geen significant verschil Sturing Deze resultaten geven op dit moment geen aanleiding om de sturing vanuit contractmanagement aan te passen. Figuur 16: cijfers en analyse kpi: Na beëindiging geen nieuwe start jeugdhulp

19 van 41

Rapport

2.1.5 Proces reguliere hulpvragen In het eerste halfjaar 2025 had Mevis onvoldoende verantwoord op deze kpi. De verantwoording is verbeterd maar nog niet volledig. Er wordt nog niet verantwoord op onderstaande prestaties: •

In 80% van de reguliere hulpvragen (geen spoed of crisis) is er binnen 5 werkdagen een huisbezoek of vergelijkbaar contactmoment met de inwoner; De overige 20% informeert Mevis actief over de passende oplossing; Na een huisbezoek of vergelijkbaar contactmoment met de inwoner de hulp binnen 6 weken start.

• •

Mevis heeft zich wel verantwoord op de prestatie dat er na een huisbezoek of vergelijkbaar contactmoment met de inwoner er binnen 6 weken een ondersteuningsplan opgesteld wordt. Bij Mevis wordt het ondersteuningsplan opgesteld in de analysefase dat onderdeel is van het wijkteamproces. Resultaten eerste half jaar 2025

Resultaten tweede half jaar 2025

Doorlooptijd in weken analysefase:

Doorlooptijd in weken analysefase:

•

Maassluis: 7,7

•

Maassluis: 7,1

•

Vlaardingen: 19,5

•

Vlaardingen: 10,4

•

Schiedam: 19,5

•

Schiedam: 11,1

Analyse De cijfers over het tweede halfjaar 2025 zijn beter dan over het eerste half jaar 2025, maar nog ver boven de norm van zes weken. Mevis geeft aan dat dit deels te verklaren is door registratieproblemen. Volgens Mevis wordt in de praktijk in meer dan 80% van de hulpvragen er binnen zes weken een ondersteuningsplan opgesteld. Sturing De verantwoording op deze kpi is onvoldoende en Rogplus geeft Mevis de opdracht om in de volgende bestuursrapportage wel conform afspraak te verantwoorden. Figuur 17: cijfers en analyse kpi: Proces reguliere hulpvragen

20 van 41

Rapport

2.2 Kpi’s bij opdrachtdoel 2 De onderstaande kpi’s zijn gekoppeld aan opdrachtdoel 2: 1. De jeugd- en gezinsprofessionals en de plusteams bedienen in 2028 minimaal 80% van de ambulante jeugdhulpvragen; 2. Afname van de gemiddelde duur in dagen van een ondersteuningstraject door jeugd- en gezinsprofessionals; 3. Toename van het aantal cliënten dat aangeeft dat de door hun ontvangen hulp op maat was en dichtbij in hun eigen wijk plaatsvond; 4. Toename van het aantal cliënten dat tijdens het ondersteuningstraject heeft ervaren dat zij niet onnodig vaak hun verhaal opnieuw hoefden te doen, altijd wisten bij wie zij terecht konden en het idee hebben dat hulpverleners goed samenwerken; 5. Toename van het aantal professionals dat aangeeft dat de administratieve regeldruk laag is, waardoor zij de ruimte hebben om zoveel mogelijk van hun tijd aan hulp te besteden en niet aan administratie. 2.2.1 In 2028 minimaal 80% van de ambulante jeugdhulpvragen door wijkteam Deze KPI wordt door Mevis gemeten. Mevis heeft nader gespecificeerd welke typen hulpvragen in aanmerking komen voor overname door het wijkteam. Verblijfszorg en de meest specialistische ambulante hulp vallen buiten deze mogelijkheid. Alle overige ambulante hulp kan door het wijkteam worden overgenomen, bij voorkeur in getransformeerde vorm.

Met getransformeerde vorm wordt bedoeld dat het wijkteam integraal werkt en daarmee gerichter kan inzetten op specifieke onderdelen van de benodigde ondersteuning, in plaats van het volledige ambulante traject. Hierdoor kan de inzet van hulp efficiënter en passender plaatsvinden. Daarnaast verwacht Mevis dat vroegtijdige betrokkenheid van het wijkteam ertoe leidt dat hulpvragen sneller kunnen worden opgepakt. Dit draagt bij aan het voorkomen van escalatie en daarmee aan de inzet van lichtere vormen van ondersteuning, waardoor minder vaak zware of specialistische zorg noodzakelijk is. Resultaten eerste halfjaar 2025

Resultaten tweede halfjaar 2025

•

Totaal aantal cliënten met ambulante hulpvraag: 1894

•

Totaal aantal cliënten met ambulante hulpvraag: 1535

•

Aantal cliënten in hulpverlening bij wijkteam: 725

•

Aantal cliënten in hulpverlening bij wijkteam: 636

•

Aantal cliënten in ambulante verwijszorg: 1169

•

Aantal cliënten in ambulante verwijszorg: 899

•

Verhouding wijkteam versus verwijszorg: 38% versus 62%

•

Verhouding wijkteam versus verwijszorg: 41% versus 59%

21 van 41

Rapport

Analyse Verhoudingsgewijs ontvangen meer cliënten in het tweede halfjaar 2025 ambulante ondersteuning vanuit het wijkteam dan vanuit de verwijszorg ten opzichte van het eerste halfjaar 2025. De stijging is, met 3%, summier en als deze trend zich voortzet dan wordt de norm van 80% in 2028 niet gehaald. Sturing Om de norm van 80% te halen in 2028 moet de formatie van de wijkteams kwantitatief en kwalitatief worden verstevigd. Rogplus heeft Mevis in december 2025 formeel verzocht om voor 2026 een verbeterplan op te stellen. Figuur 18: cijfers en analyse kpi: In 2028 minimaal 80% van de ambulante jeugdvragen wijkteam

2.2.2 Afname van de gemiddelde duur van een ondersteuningstraject Deze KPI wordt door Mevis gemeten op het moment dat een ondersteuningstraject wordt afgesloten. Uit de data van CBS blijkt dat een jeugdhulptraject dat in de eerste helft van 2025 werd afgesloten gemiddeld 416 dagen duurde. Resultaten eerste halfjaar 2025

Resultaten tweede halfjaar 2025

Gemiddelde duur ondersteuningstraject:

Gemiddelde duur ondersteuningstraject:

•

Maasluis: 383

•

Maasluis: 370

•

Vlaardingen: 348

•

Vlaardingen: 383

•

Schiedam: 378

•

Schiedam: 378

Analyse De data die Mevis presenteert zijn lager dan de data die het CBS presenteert en daarmee voldoet Mevis aan de norm. Sturing Deze resultaten geven op dit moment geen aanleiding om de sturing vanuit contractmanagement aan te passen. Figuur 19: cijfers en analyse kpi: Afname van de gemiddelde duur van een ondersteuningstraject

2.2.3 Toename hulp op maat en dichtbij Deze kpi is tot op heden door Mevis niet of nauwelijks te meten. Mevis heeft het afgelopen halfjaar een vernieuwde, doorlopende cliëntvraag ingericht. Cliënten ontvangen nu na afsluiting van hun traject automatisch een uitnodiging om de

22 van 41

Rapport

vragenlijst in te vullen. Hierin zijn ook vragen opgenomen die deze prestatie kunnen meten. Rogplus verwacht in de volgende voortgangsrapportage op deze kpi te kunnen verantwoorden. 2.2.4 Toename niet onnodig vaak opnieuw verhaal moeten doen, vindbaarheid Deze kpi is tot op heden door Mevis niet of nauwelijks te meten. Mevis heeft het afgelopen halfjaar een vernieuwde, doorlopende cliëntvraag ingericht. Cliënten ontvangen nu na afsluiting van hun traject automatisch een uitnodiging om de vragenlijst in te vullen. Hierin zijn ook vragen opgenomen die deze prestatie kunnen meten. Rogplus verwacht in de volgende voortgangsrapportage op deze kpi te kunnen verantwoorden. 2.2.5 Administratieve regeldruk Uit onderzoek naar administratieve taken blijkt dat medewerkers van Mevis zowel knelpunten ervaren als ideeën hebben voor verbetering om de administratieve regeldruk te verminderen. Belangrijkste uitkomsten: • • • •

Medewerkers zouden graag 6 uur minder cliëntgebonden administratie per week uitvoeren; Voor overige administratieve taken zou dit gemiddeld 4,1 uur per week mogen zijn; Administratie is verweven in de dagelijkse werkzaamheden, maar neemt wel een substantieel deel van de werkweek in beslag; De beleving verschilt per medewerker: sommigen zijn tevreden of neutraal, anderen ervaren duidelijk meer belasting.

Verdiepende interviews Naast het onderzoek zijn er 8 interviews gehouden waarin Mevis samen met medewerkers de werkprocessen en registratiemomenten stap voor stap heeft doorgenomen. Hieruit kwamen concrete verbeterpunten naar voren, zoals: • • •

Onduidelijke processtappen Systeemknelpunten Omslachtige handelingen, bijvoorbeeld het printen en opnieuw inscannen van documenten of formulieren die uitsluitend fysiek ondertekend kunnen worden.

Mevis pakt deze punten op door te onderzoeken welke digitale oplossingen kunnen bijdragen aan het verminderen van administratieve lasten. Een van de mogelijkheden is het cliëntportaal van ZorgNed (het systeem waar Rogplus al mee werkt), dat functies biedt zoals digitaal delen en ondertekenen van documenten. In het komende jaar oriënteert Mevis zich op dit portaal en op andere mogelijke verbeteropties om administratieve handelingen verder te vereenvoudigen.

23 van 41

Rapport

3. Transformatieopdracht Naast de uitvoering van jeugdhulp heeft Mevis een duidelijke transformatieopdracht. Rogplus bewaakt de voortgang hiervan door periodiek overleg te voeren met sleutelfiguren, waaronder vertegenwoordigers van MVS‑gemeenten, wijkteams 18‑ en 18+, samenwerkingsverbanden in het onderwijs en partijen in het voorveld. De uitkomsten van deze gesprekken, samen met de contractgesprekken en de bestuursrapportage van Mevis, vormen de basis voor een integraal waardeoordeel over de voortgang van de transformatieopdracht. Voor dit oordeel hanteert Rogplus een stoplichtmethodiek, waarbij per onderdeel wordt aangegeven of de voortgang volgens plan verloopt, aanvullende analyse noodzakelijk is of dat interventie vereist is. Indien nodig worden acties of instructies geformuleerd voor Mevis. de opbouw van de tabel is gebaseerd op de bestuursrapportage van Mevis aan de hand waarvan Mevis verantwoording aflegt aan het dagelijks bestuur van Rogplus. De ontwikkeling loopt volgens plan Er is extra onderzoek of evaluatie nodig De ontwikkeling stagneert interveniëren is noodzakelijk Nr. Ontwikkeling 1 Juiste hulp op juiste plek op het juiste moment

2 3

Veiligheid Samenwerking 18+

4

Wachtlijstbeheer wijkteams

Analyse en sturing In het tweede half jaar van 2025 zijn evaluaties uitgevoerd onder JIP’ers en JOS’ers en zijn enquêtes uitgezet bij scholen en huisartsen. De resultaten worden in januari 2026 besproken met betrokken stakeholders en daarna voorgelegd aan het bestuur van Rogplus. De bevindingen worden verwerkt in de bestuursrapportage over het eerste half jaar van 2026. De bezetting van JIP’ers in huisartsenpraktijken blijft stabiel. Huisartsen zonder JIP’er houden voorkeur voor directe lijnen met wijkteam en Zorgmatches. De ontwikkeling verloopt volgens plan De werkprocessen zijn in samenwerking met de wijkteams beschreven en er is een opdrachtformulering opgesteld voor een gemeentelijke projectleider. De werving hiervan moet echter nog starten. De inrichting van centraal wachtlijstbeheer verloopt volgens planning. In Maassluis en Vlaardingen is de wachtlijst stabiel, maar in Schiedam blijft deze, ondanks extra interventies groeien. Oorzaken liggen in zwaardere casuïstiek, procesinrichting, aansturing, hoog verzuim en krappe bezetting. Op alle factoren zijn acties uitgezet. In 2026 blijft het terugdringen van wachtlijsten, en specifiek die van Schiedam, een prioriteit

24 van 41

Rapport

5

Wachtlijstbeheer verwijszorg

5

Professionals wijkteam

6

Plusteams

7

Sturing en kwaliteit

8

Beweging naar voren

9

Groepsgericht werken

10 Digitalisering (eHealth) 11 Bijdrage Mevis breed lokaal team

Betrouwbaar inzicht in aantal wachtenden bij onderaannemers blijft complex doordat aanbieders meerdere gemeenten in de regio bedienen, verschillende hulpvormen een eigen wachtlijsten kennen en het aantal wachten niets zegt over de opname capaciteit, de urgentie waarmee een traject moet worden op gepakt en de tijd dat een client uiteindelijk moet wachten. Hierdoor wordt de meerwaarde om dit structureel goed bij te houden als beperkt gezien. Mevis stuurt actief op wachttijden door ouders en jeugdigen te plaatsen bij aanbieders met de kortste wachttijd, Mogelijk dat vanuit de eigen registratie het aantal wachtende in kaart gebracht kan worden. Dit vergt wel de nodige aanpassingen in ZorgNed. In het eerste half jaar van 2026 wordt onderzocht welke aanpassingen in het proces nodig zijn om dit inzicht wel te realiseren en hoeveel tijd het kost om goed te registeren. Hoewel in september is besloten de teams uit te breiden naar 132 fte, is dit niet gerealiseerd vanwege hoog verloop en langdurig verzuim. Er is tevens een belevingsonderzoek uitgevoerd dat verbeterpunten blootlegde in aansturing. Mevis is in december opgedragen een verbeterplan op te stellen, dat in februari 2026 wordt opgeleverd. In dit verbeterplan wordt Mevis gevraagd om concreet te maken op welke wijze zij ervoor gaan zorgen dat de bezetting in de wijkteams op orde is en de ambitie 2026 gehaald gaat worden.

Hoe langdurig ziekteverzuim wordt gereduceerd en hoe ze ervoor zorgen dat de uitstroom van medewerkers wordt verminderd. Verloopt volgens plan (zie stavaza rapportage transformatie Q3,4 2025 ) Verloopt volgens plan (zie stavaza rapportage transformatie Q3,4 2025 ) Verloopt volgens plan (zie stavaza rapportage transformatie Q3,4 2025 ) Verloopt volgens plan (zie stavaza rapportage transformatie Q3,4 2025 ) Er was sprake van stagnatie, Mevis heeft hier adequaat op geïntervenieerd. Verloopt volgens plan (zie stavaza rapportage transformatie Q3,4 2025 )

Figuur 20: stoplichtmethodiek beoordeling voortgang transformatieopdracht Mevis

25 van 41

Rapport

4. Rechtmatigheid en getrouwheid Mevis onderzoekt namens de MVS‑gemeenten of jeugdigen en ouders in aanmerking komen voor jeugdhulp. Het onderzoek en het ondersteuningsplan zijn ingericht conform de 10 stappen van de Centrale Raad van Beroep (CRvB).Rogplus controleert of deze stappen volledig en inhoudelijk goed zijn ingevuld middels. • •

Administratieve controle door de backoffice Kwaliteitscontroles via steekproeven door de afdeling Kwaliteit

4.1 Administratieve controle Sinds september 2025 controleert de backoffice of het onderzoek is uitgevoerd conform de 10 stappen van de CRvB. Zo ja, dan geeft Rogplus een beschikking af. Zo nee, dan stuurt Rogplus het ondersteuningsplan terug naar Mevis ter aanvulling. Totaal gecontroleerde plannen: 712 Beoordeling Eerste afkeuring Tweede afkeuring Derde afkeuring

Aantal 181 23 4

Percentage 25% 3% 0,5%

De resultaten zijn positief, maar elke afkeuring leidt tot vertraging. Het verhogen van het percentage direct goedgekeurde ondersteuningsplannen blijft noodzakelijk. Afspraken voor 2026 met Mevis: • Maximaal 10% eerste afkeuringen; • Een ondersteuningsplan wordt maximaal één keer afgekeurd. 4.2 Steekproef kwaliteit ondersteuningsplannen De afdeling Kwaliteit van Rogplus voert per kwartaal steekproefsgewijs controles uit op de inhoudelijke onderbouwing van de 10 stappen van de CRvB. Tussen september 2025 en 31 december 2025 zijn 39 steekproeven uitgevoerd. De kwaliteitscontrole gaat verder dan een administratieve check, maar betreft geen inhoudelijke beoordeling van het onderzoek of de besluitvorming zelf. Om te illustreren waarnaar gekeken wordt zijn er drie voorbeelden Hulpvraag onvoldoende uitgewerkt (5 van 39) • In drie gevallen werd uitsluitend het probleem beschreven, niet de hulpvraag. • In twee gevallen werd alleen vermeld dat de aanmelding via de huisarts heeft plaatsgevonden. Eigen kracht en probleemoplossend vermogen niet volledig onderzocht (2 van 39) • In één plan was alleen een opsomming van sterke punten/steunbronnen opgenomen. • In één plan werd gesteld dat er geen zicht is op eigen kracht zonder nadere onderbouwing.

26 van 41

Rapport

Voorliggende voorzieningen onvoldoende onderzocht (8 van 39) • Eén plan betrof een verouderd format waarin dit onderdeel ontbrak. • In vier plannen ontbrak de onderbouwing bij de constatering dat geen aanspraak bestaat op een voorliggende voorziening. • In twee plannen werd de benodigde hulp beschreven zonder afweging ten opzichte van voorliggende voorzieningen. • In één plan werd de Jeugdwet onjuist als voorliggende voorziening aangemerkt. Overzicht uitkomsten In onderstaande tabel wordt per stap weergegeven in hoeverre wordt voldaan aan de kwalitatieve toetsing op compleetheid van de dossiers. De grootste aandachtspunten zitten bij stap 7 (voorliggende voorzieningen) en stap 8 (afweging passende hulp). De resultaten worden in januari 2026 met Mevis besproken, waarna gezamenlijke verbeterafspraken worden opgesteld.

Figuur 21: analyse compleetheid dossier

27 van 41

Rapport

5. Contractmanagement Alle vormen van jeugdhulp uitgezonderd het Landelijk Transitie Arrangement (LTA), maatregelen in het kader van jeugdbescherming en jeugdreclassering, Veilig Thuis en het jeugdhulpvervoer, zijn ingekocht door Mevis. Rogplus is verantwoordelijk voor het contractmanagement op Mevis. 5.1 Contractmanagement onderaannemers Voor de uitvoering van de geïndiceerde specialistische jeugdhulp werkt Mevis met onderaannemers. Het contractmanagement van deze onderaannemers wordt door Mevis uitgevoerd. Rogplus monitort en stuurt op de uitvoering van dit contractmanagement door periodiek voortgangsgesprekken met Mevis te voeren en door jaarlijks een audit uit te voeren op de contractrelaties die Mevis met de onderaannemers onderhoudt. 5.1.1 Aanscherping inkoopbeleid door Mevis In de tweede helft van 2025 zijn de volgende acties door Mevis uitgevoerd 1. Samenwerking met onderaannemers verder aangescherpt • Inkoopbeleid vastgesteld met strakkere kaders, gepubliceerd op website van Mevis. • Richting vaste, kleinere groep aanbieders met regionale oriëntatie; afname met ca 10 aanbieders. • Geen nieuwe onderaannemers. 2. Maatwerk strikter afgebakend en inhoudelijk getoetst • Maatwerk alleen mogelijk voor buiten regionale zorg of aantoonbaar ontbrekend specialisme aan de hand van een vastgestelde beslisboom.

• Aantal verzoeken daalt en trend is dat na een afgewezen maatwerkverzoek alsnog gecontracteerde zorg wordt ingezet. 3. Contractuele sturing in de praktijk gebracht • Standaard contract aangepast per 1 januari 2026 (per 2026 van toepassing bij 60% onderaannemers) met toevoeging winstbegrenzing, mogelijkheid toepassen van budget- of opnameplafonds, meewerken aan audits aangescherpt, meer nadruk gezamenlijke verantwoordelijkheid voor transformatieopdracht. 5.1.2 Audit uitvoering contractmanagement onderaannemers Over het jaar 2025 heeft Rogplus een audit uitgevoerd dat gericht is op de contractrelaties die Mevis onderhoudt met haar onderaannemers. De audit is uitgevoerd aan de hand van 26 toetsingsvragen. De uitkomsten van deze audit zijn opgenomen in bijlage1. De actiepunten die uit deze audit naar voren zijn gekomen, zijn:

28 van 41

Rapport

• • • • • • •

Periodiek uitvoeren van registercontroles om te toetsen of medewerkers van onderaannemers een SKJ-registratie of BIG-registratie hebben; Periodiek uitvoeren van steekproeven bij onderaannemers om te toetsen of medewerkers in het bezit zijn van geldige VOG; Periodiek agenderen van “aandacht voor de klachtenregeling en cliënt vertegenwoordiging”. Tijdens contractgesprekken met onderaannemers; Het vastleggen van lessons learned en verbetermaatregelen voortkomend uit de Clienttevredenheidsonderzoek (CTO); Het vastleggen van (uniforme) werkwijzen van gemotiveerde uitzonderingen met betrekking tot de verklarende analyse; Het vastleggen van de werkwijze rondom bestedingsruimte en cliëntenstop; Het uniform borgen van een werkwijze waarbij de bescherming van cliëntgegevens bij onderaannemers periodiek wordt getoetst.

Rogplus heeft Mevis opgedragen de bevindingen uit de audit te vertalen naar concrete acties. De voortgang en realisatie van deze acties zullen door Rogplus worden meegenomen in de periodieke contractgesprekken die Rogplus met Mevis voert. 5. 2 Onderzoek aansturing Jeugdprofessionals Het onderzoek geeft inzicht in hoe jeugdprofessionals en procesmanagers in Maassluis, Vlaardingen en Schiedam de huidige aansturing ervaren. Het doel was patronen en knelpunten zichtbaar te maken ter voorbereiding op contractgesprekken. De bevindingen zijn gebaseerd op kwalitatieve groepsinterviews. 5.2.1 Kernbevindingen • • • • •

Ontbrekend nabij leiderschap: Door uitval en overbelasting van procesmanagers en gedragswetenschappers ervaren teams onvoldoende dagelijkse sturing en aandacht; Onduidelijke rolverdeling Scala–Mevis: De formeel vastgestelde verantwoordelijkheidsverdeling wordt in de praktijk niet eenduidig herkend, wat leidt tot onzekerheid en spanningen; Hoge werkdruk en beperkte capaciteit: Complexe casuïstiek, openstaande dossiers en onvoldoende inzicht in formatie vergroten druk en risico’s; Gebrekkige processen en communicatie: Processen worden onvoldoende toegelicht, systemen worden als inefficiënt ervaren en informatie bereikt teams onregelmatig; Sterke professionele basis: Ondanks knelpunten functioneren teams goed op basis van collegialiteit, autonomie en professionele reflectie.

5.2.2 Medewerkers vragen om • • • • •

stabiel en zichtbaar leiderschap; heldere verantwoordelijkheden en consistente communicatie; aandacht voor werkdruk, veiligheid en waardering; betere onboarding, coaching en ontwikkelmogelijkheden; minder organisatorische eilandvorming en meer samenwerking met gemeenten.

29 van 41

Rapport

5.2.3 Hoofdaanbevelingen • • • • • • •

Vaste teamleiders/teamcoaches voor dagelijkse aansturing, begeleiding en teamveiligheid; Structurele monitoring van formatie en werkdruk op basis van actuele data; Gezamenlijk strategisch plan met duidelijke rolverdeling en gezamenlijke besluitvorming; Investeren in welzijn en teamherstel, inclusief begeleiding van langdurig zieken; Eenduidige communicatie, met één centraal informatieplatform; Professionaliseren van leren en ontwikkelen, inclusief versterking van het Leerhuis; Gestandaardiseerd inwerkprogramma met duidelijke werkbegeleiding en praktische hulpmiddelen.

5.2.4 Reactie Scala en Mevis Beide organisaties herkennen de bevindingen grotendeels maar benadrukken dat deze vooral percepties van medewerkers zijn. De formele rollen zijn helder belegd, maar worden nog niet overal zo ervaren. Inmiddels zijn stappen gezet zoals versterking van de lijn, uitbreiding van formatie, centrale toegang, data gedreven werken, professionalisering via het Leerhuis en verbetering van gezamenlijke communicatie. Het rapport wordt gebruikt als ijkpunt voor de gezamenlijke verbeteragenda, die maandelijks wordt gemonitord. Actie: Mevis is verzocht een verbeterplan op te stellen waarin de hoofdaanbevelingen uit het rapport aantoonbaar zijn verwerkt, en hierover te rapporteren aan het bestuur van Rogplus. 5.3 Clientervaringsonderzoek 2025 Rogplus heeft in de tweede helft van 2025 de vragenlijsten geactualiseerd, opgesteld en verspreid onder ouders en jeugdigen. Tevens zijn met Mevis gerichte afspraken gemaakt om het responspercentage structureel te verhogen. Het team Kwaliteit wordt ondersteund door een extern onderzoeksbureau bij het opstellen van het clientervaringsonderzoek (CEO) 2025 Parallel hieraan wordt onderzocht op welke wijze de uitkomsten van de CEO systematisch kunnen worden ingezet voor verdere kwalitatieve duiding, het formuleren van leer- en verbeterpunten en het bepalen van daaropvolgende verbeteracties.

5.4 Overige onderzoeken In de tweede helft van 2025 zijn verschillende onderzoeken afgerond, waaronder: • Functioneren JOS en JIP • Stakeholderonderzoek onderwijs en huisartsen • Evaluatie ondersteuningsteams De meeste uitkomsten worden in Q1 2026 met het dagelijks bestuur besproken.

30 van 41

Rapport

6. Bezwaar en beroep De afdeling juridische zaken bij Rogplus handelt bezwaar- en beroepsprocedures af die voortkomen uit besluiten op grond van de Jeugdwet. Dit betekent dat zij: • Jeugdprofessionals van Mevis juridisch ondersteunen en adviseren; • Bezwaar- en beroepsschriften van cliënten inhoudelijk afhandelen; • Zorgen voor een correcte en tijdige afhandeling van het bezwaar en/of beroepschriften; • De MVS-gemeenten vertegenwoordigen in bezwaar- en beroepsprocedures bij de rechtbank en de Centrale Raad van Beroep. Rogplus voert namens de MVSgemeenten het verweer tijdens een zitting; • De MVS-gemeenten adviseren over de uitvoerbaarheid van het beleid. In het tweede half jaar van 2025 zijn de volgende bezwaar- en beroepschriften in behandeling genomen door of in behandeling bij Rogplus. Totaal

M

V

S

Aantal (ingediende) bezwaarschriften

3

1

0

2

- in behandeling

4

1

0

3

In gebreke stelling

0

0

0

0

- in behandeling

0

0

0

0

Aantal voorlopige voorzieningen

0

0

0

0

Aantal beroepszaken

0

0

0

0

- in behandeling

0

0

0

0

Aantal hoger beroepszaken

3

0

3

0

- in behandeling

3

0

3

0

Figuur 22: bezwaar en beroep

6.1 Klachten In 2025 heeft Mevis in totaal 39 informele klachten ontvangen. Het merendeel van deze klachten is intern en naar tevredenheid van betrokkenen afgehandeld. Enkele klachten bevinden zich nog in onderzoek. Er zijn geen klachten doorgeleid naar de formele klachtenprocedure bij de externe klachtenorganisatie Quasir. Toelichting klachtencategorieën • • •

Wachtlijst: klachten over het ontbreken van een betrokken jeugdprofessional; Bereikbaarheid: klachten over de (telefonische of digitale) bereikbaarheid van de jeugdprofessional; Jeugdprofessional: klachten die betrekking hebben op de bejegening door de jeugdprofessional;

31 van 41

Rapport

•

Overig: diverse klachten die niet binnen bovenstaande categorieën vallen, zoals klachten over contactmomenten wanneer er geen jeugdprofessional is betrokken of het niet tijdig verstrekken van een PGB.

32 van 41

Rapport

7. Kansen- en risicodossier en veiligheidsventiel 7.1 Businesscase 2025 Het budget voor 2025 is vastgesteld op basis van het budget voor 2024, waarbij rekening is gehouden met indexatie, inverdieneffecten, een lichte stijging van de zorgzwaarte en het verwachte effect van beheersmaatregelen. De verwachte afvlakking van de vraag in de verwijszorg was in het eerste half jaar van 2025 nog onvoldoende zichtbaar. Uit de halfjaarcijfers van Mevis bleek dat ondanks de aanvullende maatregelen die in april 2025 waren vastgesteld er een negatieve jaareindeverwachting voor 2025 ontstond. Twee knelpunten zorgen voor een budgetoverschrijding: • •

Hogere kosten voor JeugdhulpPlus, veroorzaakt door de door de GRJR vastgestelde hogere tarieven, waarop Mevis zelf geen invloed heeft; Toename van unieke cliënten in de verwijszorg (+4%), wat leidt tot oplopende kosten die naar verwachting niet volledig worden gecompenseerd door de reeds genomen maatregelen.

Doordat de inkoop van specialistische jeugdhulp, de uitvoering van de wijkteams en de transformatieopgave binnen één integraal budget vallen, functioneren deze onderdelen als communicerende vaten. In de eerste helft van 2025 is de overschrijding in de verwijszorg deels opgevangen door het afschalen van de doorontwikkeling van de wijkteams. Deze strikte sturing op het totaalbudget heeft ertoe geleid dat Mevis geplande uitbreidingen van de wijkteams, het kwaliteitsteam en de regievoering heeft uitgesteld. Daardoor dreigde de transformatie te vertragen en komen lange termijndoelen onder druk te staan. Om in de tweede helft 2025 beter te kunnen sturen op zowel het budget als de realisatie van de transformatieambities, heeft het dagelijks bestuur van Mevis opdracht gegeven een businesscase op te stellen. Hierin worden de oorzaken van de geprognotiseerde overschrijding toegelicht en worden scenario’s uitgewerkt die waarborgen dat de transformatie van de jeugdhulp en de bezetting van de jeugdhulpteams niet langer onder druk staan. 7.1.1 Besluitvorming businesscase 2025 Op 18 september heeft het dagelijks bestuur van Rogplus op basis van de businesscase 2025 besloten om in te stemmen met een scenario waarin een balans gezocht wordt tussen kostenbeheersing en het voortzetten van de transformatie.

De overschrijding in de verwijszorg wordt niet volledig gecompenseerd, terwijl de teams alleen minimaal noodzakelijke uitbreidingen krijgen (5 fte voor werkdrukverlichting en 5 fte voor kwaliteit en regie). Deze inzet vangt acute knelpunten op, ondersteunt de transformatie door in te zetten op kwaliteit en regie wat vanaf 2026 ook weer leidt tot meer besparingen in de verwijszorg. Het dagelijks bestuur van Rogplus heeft geconcludeerd dat Mevis heeft onderbouwd dat het knelpunt rond JeugdzorgPlus slechts beperkt beïnvloedbaar is en dat passende maatregelen zijn getroffen. Waardoor Mevis structureel € 718.333 budget ophoging

33 van 41

Rapport

krijgt, omdat de verhoging van de kosten van structurele aard zijn. Daarnaast is vastgesteld dat ook de toename van de verwijszorg niet volledig beïnvloedbaar is en dat Mevis voldoende beheersmaatregelen heeft genomen. Hiervoor ontvangt Mevis incidenteel € 2.794.867 extra budget. 7.2 Jaareindeverwachting Mevis stelt maandelijks een jaareindeverwachting (JEV) op. Deze wordt in overleg met Rogplus en de MVS-gemeenten besproken. In deze overleggen komen de kostenontwikkelingen binnen de wijkteams, de uitvoeringsorganisatie Mevis en de verwijszorg aan de orde. Wanneer zich significante ontwikkelingen voordoen, worden deze opgeschaald en verwerkt in het kansen- en risicodossier, inclusief maatregelen om de effecten te mitigeren. Indien sprake is van een structureel knelpunt, kan het dagelijks bestuur van Rogplus besluiten Mevis een businesscase te laten uitwerken. Dit is het geval geweest in 2023, 2024 en ook in 2025. De jaareindeverwachting is gebaseerd op reeds ingediende declaraties en een inschatting van nog te verwachten declaraties. Een periode is pas representatief ongeveer twee maanden na afloop. De jaareindeverwachting per december 2025 is gebaseerd op de tweede begrotingswijziging van Rogplus. 2e begrotingswijziging 2025

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16842906/1