Bijlage 2 Bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-West
Tekst van het document
Er worden daarnaast kansen gezien voor woonwerkcombinaties, dus woningen met werkruimtes of bedrijfsruimtes in plinten van woongebouwen: ateliers (ook aansluitend op de ruimtevraag binnen Schiedam voor doorgroeiende creatieve ondernemers / kunstenaars), praktijkruimtes, werkplaatsen en uiteraard kantoor aan huis. Daarnaast kan aanvullend ruimte worden geboden aan het klassiek kleinschalige bedrijfsmilieu, voor zover het type bedrijvigheid kan worden gemengd met woonfuncties. Gemengde bedrijvigheid vindt een plek in het gebied. Vanwege de ligging nabij de binnenstad wordt zelfstandige, niet aan een andere (hoofd/werk-)functie gerelateerde detailhandel niet toegestaan.
4.3.3 Woonvisie 'Groei als kans voor de stad' Op 29 september 2020 is de woonvisie 'Groei als kans voor de stad' vastgesteld. De Woonvisie geeft een actuele kijk op het wonen in Schiedam en beschrijft de koers die de gemeente de komende 20 jaar wil volgen. De belangrijkste ambities van de Woonvisie zijn: groei als kans voor de stad, wooncarrière voor alle Schiedammers, passende en herkenbare woonmilieus, passende woningen, groei van de kwaliteit van de woningvoorraad en de leefomgeving, een veilige en leefbare woonomgeving en verduurzaming van de bestaande bouw en nieuwbouw. Om deze ambities te realiseren gaat de Woonvisie uit van: het toevoegen van 6.000 woningen en het vervangen van 1.000 woningen tot 2030; het realiseren van 2.000 passende woningen voor senioren; het gelijk houden van de sociale woningvoorraad (niveau 2018); versterken particuliere woningverbetering, inclusief verduurzamen bestaande woningen. Schiedam heeft de ambitie om de komende jaren belangrijke tekorten aan passende woningen aan te vullen en daarnaast de sociale voorraad in absolute aantallen gelijk te houden. Het doel is dat er voldoende passende woningen beschikbaar komen om een wooncarrière in Schiedam te kunnen maken.
De behoefte bestaat met name uit meer verschillende typen woningen voor Schiedammers die willen doorstromen binnen Schiedam, maar ook uit het toevoegen van woningtypen die momenteel nog ontbreken in Schiedam. Om in deze behoefte te voorzien zullen binnen de stad aantrekkelijke nieuwe woongebieden worden ontwikkeld, waardoor het woningaanbod afwisselender wordt en de kwaliteit van de leefomgeving stijgt. De locatie Nieuw-Mathenesse Noord is in de Woonvisie opgenomen. Het indicatieve aantal nieuwe woningen binnen deze gebiedsontwikkeling werd op dat moment geraamd op circa 1.000, te realiseren in de periode 2020-2030. De gebiedsontwikkeling moet bijdragen aan een levendige b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t ( v a s t g e s t e l d ) 4 5
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t
stad, waarbij de ligging nabij de historische binnenstad kan worden benut. Omdat sprake is van een gebiedsontwikkeling van behoorlijke omvang kan ook worden gekeken of Nieuw-Mathenesse Noord specifiek ruimte biedt voor seniorenhuisvesting met zorg (woonzorgvoorziening).
Afbeelding 12 Gebiedsontwikkelingen zoals benoemd in de Woonvisie Het bestemmingsplan voor Nieuw-Mathenesse Noord-West maakt bij recht een maximum van 738 nieuwe woningen mogelijk, waarvan minimaal 30% in de sociale sector. Hiermee levert het bestemmingsplan een grote bijdrage aan het realiseren van de ambities uit de Woonvisie. Omdat alle woningen binnen het plangebied nieuw worden gerealiseerd is tevens sprake van woningen die voldoen aan de hedendaagse kwaliteitseisen en normen voor wat betreft duurzaam bouwen, energieprestatie en woonklimaat. Het bestemmingsplan maakt naast woningbouw ook diverse andere functies mogelijk die goed met wonen te combineren zijn. Hierdoor ontstaat een aantrekkelijk woon-werkgebied, dat versterkend werkt voor de levendige stad Schiedam. Het bestemmingsplan is dan ook passend binnen het beleid uit de Woonvisie. Een specifiek element van het gemeentelijk woonbeleid is de normering van de minimale grootte van een woning. Schiedam kent een onevenredig groot aantal relatief kleine woningen. Dit bemoeilijkt de doorstroom binnen de stad, en door het beperkte aanbod van grotere woningen is de Schiedamse woningmarkt niet altijd even aantrekkelijk voor woningzoekers. Daarbij komt ook dat veel kleine woningen bij een stagnerende doorstroom negatieve effecten hebben op het woon- en leefplezier van de bevolking.
Om die reden is enige jaren geleden ingezet op het toevoegen van grotere woningen, waarbij in principe een woningoppervlak van minimaal 7 0 m2 is gesteld. De gemeente heeft de ambitie om binnen haar grenzen de komende jaren een substantieel aantal nieuwe woningen toe te voegen. In lijn met de Woonvisie stelt het bestemmingsplan dat het gemiddelde gebruiksoppervlak van woningen in het plangebied 7 0 m2 bedraagt, met per woning een minimum gebruiksoppervlak van 50m2. Deze eisen worden via de regels van het bestemmingsplan geborgd. Gelet op de ligging van het plangebied direct naast het voorzieningencentrum van de Schiedamse binnenstad, wordt het woonprogramma in lijn met deze kaders uitgewerkt. Het bestemmingsplan biedt daarmee voldoende ruimte om binnen de dynamiek van de woningmarkt de verdere planuitwerking concreet vorm te geven.
46 t (vastgesteld)
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t
4.3.4 Economische visie 'Kansen voor Schiedam' De economische visie Kansen voor Schiedam is door de gemeenteraad vastgesteld op 2 november 2021. De visie beschrijft de gemeentelijke koers ten aanzien van de economische ontwikkeling en het werken en ondernemen in de stad voor de komende vijf jaar, met een doorkijk van tien jaar. De visie vernieuwt die van de Kadernota Economie ‘Ruimte voor ondernemen’, zoals die in 2016 is vastgesteld, en fungeert tevens als bouwsteen voor toepassing in de instrumenten uit de toekomstige Omgevingswet. De visie kent als uitgangspunt dat wordt gewerkt aan het ontwikkelen en versterken van het economisch vestigingsklimaat, door in te zetten op de speerpunten Maken en Beleven. Gekozen is voor een focus op die punten waarmee Schiedam zich we op het vlak van economische ontwikkeling regionaal, nationaal en wereldwijd op korte en langere termijn kan onderscheiden. De ambitie ten aanzien van een sterke en toekomstbestendige economische ontwikkeling kent voor ondernemers als doel een optimaal vestigingsklimaat te realiseren, om toekomstbestendig te kunnen ondernemen, investeren en groeien. Voor bewoners is het doel voldoende passende en toekomstgerichte werkgelegenheid voor stad en regio, met een optimaal voorzieningenniveau. Het doel voor bezoekers is het bieden van een optimale beleving van Schiedam, met optimale voorzieningen.
Als deelambities en kaders voor de uitvoering is een aantal focusonderwerpen benoemt: 1 . dienstverlening en partnerschap 2. innovatie en innovatief vestigingsklimaat, 3. samenwerken en netwerken 4. circulaire economie 5. onderwijs en arbeidsmarkt 6. vrijetijdseconomie. Daarnaast zijn vier economische gebiedsontwikkelingen uitgewerkt. Voor Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-West zijn met name de volgende ontwikkelrichtingen relevant: Herontwikkeling noordelijk deel naar een woon-werkgebied met 20.000 - 40.000 m2 aan werkfuncties. Mengen in de plint met kleinschalige bedrijvigheid, mogelijk grotere units aan de randen; Behoud bestaande bedrijven door verdichten elders: intensivering noordelijk deel, Gustoweg en Nieuwe Maas (waaronder meerlaags grondgebruik); Borgen van de bereikbaarheid. Qua bedrijvigheid in Nieuw-Mathenesse Noord worden de volgende doelgroepen benoemd: kleinschalige bedrijvigheid voor creatief ambachtelijk, food, reparatie, engineering, design, startups/startende maakbedrijven, horeca (gerelateerd aan het Dutch Distillers District) en leisure, woonwerkcombinaties: ateliers, werk/praktijkruimte, aangevuld met klassiek kleinschalige bedrijvigheid. Het Ruimtelijk Raamwerk en de Economische visie zijn min of meer gelijktijdig uitgewerkt. Het Raamwerk en de visie zijn in zoverre complementair aan elkaar.
De verdere uitwerking van het beoogd stedelijk interactiemilieu is in de regels met name zichtbaar doordat toepassing is gegeven aan de zogenaamde ABC-systematiek voor het reguleren van de toegestane bedrijfsmatige activiteiten in het gebied. Verder is nadrukkelijk sprake van een gemengd woon-werkgebied, wat naast de bestemmingslegging zelf (met bestemmingen Gemengd) ook zichtbaar is in de toegestane functies en specifieke economische activiteiten binnen die bestemmingen. Het beoogde stedelijk interactiemilieu zorgt daarmee voor een aantrekkelijke en levendige nieuwe buurt, en draagt verder bij aan het versterken van het beoogde vestigingsklimaat voor Schiedam als geheel. De gekozen bestemmingslegging ten aanzien van bedrijfsvestiging is daarmee in lijn met de economische visie. Detailhandel b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t ( v a s t g e s t e l d ) 4 7
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t
Het plangebied ligt direct tegen het stadscentrum. In eerste instantie is de oriëntatie van de nieuwe buurt voor wat betreft detailhandel dan ook op de binnenstad (en Schiedam Oost), die immers op loopafstand is gelegen. In beperkte mate is binnen het plangebied detailhandel toegestaan, als ondergeschikte functie bij bedrijven en andere functies. Dit zodat detailhandel kan bijdragen aan de ambities voor een aantrekkelijk woon-werkgebied. Vanwege de omvang van het plangebied en het beoogde programma aan woningbouw en bedrijvigheid, is beperkt detailhandel zowel functioneel als beleidsmatig passend. Vestiging van grootschalige zelfstandige detailhandel is binnen het plangebied niet mogelijk. Schiedam heeft geen grootschalige perifere detailhandelsconcentratie. Wel zijn verspreid in de stad enkele grote aanbieders aanwezig, met name op bedrijventerreinen. Vanwege het bestaande grote aanbod aan perifere detailhandelslocaties in de regio is er geen aanleiding om dit aanbod substantieel uit te breiden in Schiedam. Binnen het plangebied is geen perifere detailhandel toegestaan. Enkele voorheen bestaande planologische mogelijkheden voor volumineuze detailhandel zijn met het voorliggende bestemmingsplan verwijderd. Deze mogelijkheden werden niet meer benut, en zijn gelet op de doelstellingen voor de gebiedsontwikkeling ook niet langer gewenst in het gebied.
4.3.5 Mobiliteitsvisie 'Op weg naar de toekomst' De mobiliteitsvisie 'Op weg naar de toekomst' is op 3 november 2020 vastgesteld. De Mobiliteitsvisie heeft als ambitie om bij te dragen aan het realiseren van een leefbare en bereikbare stad, een gezonde en duurzame stad en een sociale en veilige stad. Een aantrekkelijke stad is een stad waar ruimte is voor wonen, ontmoeten, werken en recreëren. Mobiliteit zorgt voor verbinding en kan ontwikkelingen aanjagen. Mobiliteit heeft ook een keerzijde; hoge parkeerdruk, toenemende overlast van binnenstadslogistiek en een groeiend aantal files in en rondom de stad, die de leefbaarheid en bereikbaarheid van de stad onder druk zetten. Tegelijkertijd heeft een goede bereikbaarheid van bedrijven voor werknemers, werkgevers en leveranciers een directe invloed op het vestigingsklimaat en de concurrentiepositie van Schiedam in de regio. De Mobiliteitsvisie geeft een vernieuwende kijk op mobiliteit, met een juiste balans als uitgangspunt. Daarbij worden keuzes beoogd die verblijfskwaliteit toevoegen en er tegelijkertijd voor zorgen dat mensen en plekken verbonden blijven. Er wordt meer ingezet op duurzame en ruimte-efficiënte vervoersmiddelen, zoals lopen, fietsen en een kwalitatief hoogwaardig OV. Ook worden auto's en vrachtverkeer zoveel als mogelijk geweerd uit de drukke binnenstad.
Tegelijkertijd wordt het eenvoudiger en aantrekkelijker om te kiezen voor alternatieve vormen van vervoer. Transportmiddelen zijn verantwoordelijk voor bijna een derde van alle CO2-uitstoot door verkeer en voor meer dan 60 procent van de uitstoot van stikstofdioxide (NO2). De bijdrage hiervan aan de verslechtering van de luchtkwaliteit en daarmee ook de gezondheid is aanzienlijk. De ambitie is om deze uitstoot terug te dringen, met een sterkere inzet op duurzame en groene alternatieven voor met name het auto- en vrachtverkeer. Bij de sociale component van mobiliteit wordt ingezet op 'inclusiviteit': iedereen moet van het mobiliteitsaanbod gebruik kunnen maken. Het plangebied ligt nabij de binnenstad, op loop- en fietsafstand van het station Schiedam Centrum. Het gebied was voorheen in gebruik als monofunctioneel industrie- en bedrijfsterrein, met de daarbij behorende (zware) verkeersbewegingen. Deze situatie gaat door de herontwikkeling tot gemengd woon-werkgebied veranderen. De bestemmingslegging biedt in principe voldoende ruimte voor de uitwerking en facilitering van de diverse relevant 48 t (vastgesteld)
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t
mobiliteitsaspecten, zoals parkeren en een goede verkeersafwikkeling. In hoofdstuk 5.3 wordt uitgebreider ingegaan op de specifieke onderbouwing voor het aspect mobiliteit. Daarbij wordt ook ingegaan op de mobiliteitsstrategie voor het plangebied, de keuzes die voor de ontwikkeling zijn gemaakt en de onderzoeksopgave die ten aanzien van Mobility as a Service (MaaS) is uitgesproken.
4.3.6 Klimaatbeleid 'Een wereld te winnen' Het klimaatbeleid heeft twee invalshoeken: klimaatmitigatie en klimaatadaptatie. Mitigatie richt zich op het aanpakken van de oorzaken van klimaatverandering. Adaptatie accepteert klimaatverandering en richt zich op aanpassen van de omgeving aan de gevolgen daarvan. Op 3 november 2020 heeft de gemeenteraad het klimaatbeleid 'Een wereld te winnen' vastgesteld. Het Klimaatbeleid bouwt voort op de weg die is ingeslagen met het Programma Duurzaamheid en het Klimaatbeleidsplan 2016-2020. De ambitie is om de uitstoot van broeikasgassen verder te verminderen en de stad voor te bereiden op de energietransitie. Op 12 maart 2019 heeft de gemeenteraad het Klimaatadaptatieplan Schiedam vastgesteld, waarin de ambitie is vastgelegd dat de stad in 2050 klimaatbestendig en water robuust is ingericht. De belangrijkste doelstellingen uit beide nota's zijn: 49% minder uitstaat van broeikasgassen in 2030 ten opzichte van 1990; in 2050 is Schiedam CO2-neutraal; iedereen kan meedoen in de energietransitie; Schiedam is voorbereid op extreme weersomstandigheden; het vergroten van de biodiversiteit en het versterken van de ecologische waarde in en buiten Schiedam. Om deze doelstellingen te bereiken wordt voor wat betreft klimaatmitigatie verder ingezet op de toepassing van zonne-energie, met als ambitie om in 2030 op 40% van de daken zonnepanelen te hebben.
Ook is er ruimte voor andere vormen van hernieuwbare energievoorziening, zoals windenergie, warmtepompen en warmte-koude opslag. De ambities zijn er op gericht om in 2050 voor wat betreft woningen volledig aardgasvrij te zijn. Voor nieuwbouw en bij herstructurering geldt daarbij dat voldaan moet worden aan de wettelijke BENG-normen ten aanzien van de maximale energiebehoefte, het maximale primair fossiele energiegebruik en het minimale aandeel hernieuwbare energie. Daarnaast geldt dat zoveel als mogelijk gebruik wordt gemaakt van circulaire materialen. Klimaatadaptatie betreft vier thema's, die betrekking hebben op 'te veel' of 'te weinig' aan water: wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen. Om wateroverlast te voorkomen, is uitgangspunt dat de stad een extreme bui (waarbij 60 mm neerslag valt in een uur tijd) kan verwerken. Om in tijden van droogte het uitdrogen van de bodem en het 'uitzakken' van de grondwaterstand tegen te gaan, wordt zoveel mogelijk water opgevangen, vastgehouden en geïnfiltreerd in de bodem. Om de opwarming van de stad in tijden van een hittegolf te beperken, is de doelstelling dat de stad hooguit 2 °C meer opwarmt dan het omliggende landelijke gebied. Doelstelling voor overstromingen is dat Schiedammers beschikken over een handelingsperspectief voor de overstromingsgevoelige gebieden.
Een ander gevolg van klimaatverandering is de wereldwijde afname van biodiversiteit. Om verschillende redenen wil Schiedam het groen in de stad versterken. Er is een samenhang met klimaatadaptatie, omdat vergroening ook een rol speelt in met name de aanpak van hittestress. Door een goede groeninrichting van de buitenruimte, en door in en rond bebouwing natuur-inclusieve maatregelen te nemen, wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan het versterken van de biodiversiteit in de stad.
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t ( v a s t g e s t e l d ) 49
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t
Met het bestemmingsplan wordt een nu nog monofunctioneel industriegebied, grotendeels verhard en bebouwd, omgevormd tot een aantrekkelijk woon-werkgebied. Een groot deel van de bestaande bebouwing wordt op termijn gesloopt. Bij de uitwerking van concrete bouw- en inrichtingsplannen op basis van dit bestemmingsplan is er dus alle mogelijkheid om toepassing te geven aan de ambities uit het klimaatadaptatieplan. Het beëindigen van industriële activiteiten, zoals de productie van glas, zal daarbij een bijdrage leveren aan het beperken van uitstoot van schadelijke stoffen en het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving.
4.3.7 Groen-blauwe buitenruimte GroenBlauwe Structuurvisie Begin 2015 is de GroenBlauwe Structuurvisie vastgesteld. Daarin wordt een visie gegeven op het toewerken van het toekomstige groenblauwe netwerk naar sfeer, gebruik, status en toekomstwaarde en de relaties tussen de verschillende onderdelen van het groenblauwe netwerk. De visie beschrijft in hoofdlijnen een groenblauwe structuur die opgebouwd is uit drie grootheden. Twee sterke eigen identiteiten met hun eigen invloeden en sferen, namelijk de wereld rond de rivier en het landschap van Midden-Delfland. De Schie wordt aangemerkt als een belangrijke ruimtelijke drager in Schiedam, waaraan Schiedam haar bestaansrecht heeft ontleend. De Schie is nog steeds op veel plaatsen in de stad sterk beleefbaar. De visie streeft naar behoud van het beeld van de Schie als binnenstedelijke rivier met harde kades begeleid door boombeplanting. Dit uitgangspunt geldt ook voor de uitloper die deels in het plangebied ligt, de Buitenhaven. In de uitwerking van het beoogde stedenbouwkundige beeld voor de herontwikkeling is de groene verbinding tussen de Rotterdamse Merwehaven en de Buitenhaven een belangrijk uitgangspunt. Met de herontwikkeling krijgt het plangebied een impuls voor wat betreft de 'groene en blauwe functies', en wordt kwalitatief hoogwaardig, functioneel en toegankelijk openbaar gebied toegevoegd.
Groenvisie 'Buitengewoon groen' De groenvisie 'Buitengewoon groen' is op 2 februari 2021 vastgesteld door de raad. De Groenvisie sluit aan op de GroenBlauwe Structuurvisie uit 2015 en de daarin gegeven beschrijving van de aanwezige groenstructuren en bijbehorende doelstellingen. Aanvullend op de GroenBlauwe Structuurvisie gaat de Groenvisie dieper in op de waarde van het groen in de leefomgeving. Schiedam beschikt over een groot aantal mooie, groene voorzieningen, zoals parken, groene- en blauwe verbindingszones, boomstructuren en groene gebieden in de wijken. Tegen de achtergrond van alle stedelijke ontwikkelingen wordt dit bestaande groen gekoesterd. Verspreid over de stad liggen tal van kansen om het groen als belangrijke pijler voor een aantrekkelijke woon- en leefomgeving niet alleen te handhaven, maar vooral te versterken, zowel in kwantitatieve als kwalitatieve zin. Het 'groen' vormt een belangrijk onderdeel van de ruimtelijke kwaliteit van de stad. Schiedam wil haar kwaliteiten als aantrekkelijke, groene stad beter presenteren en verder uitbouwen. De komende jaren wil de stad werken aan het versterken van de kwaliteit en toekomstbestendigheid van de openbare ruimte. Groen is van groot belang voor de kwaliteit van de openbare ruimte en het tegengaan van wateroverlast en hittestress.
Daarnaast draagt groen bij aan het versterken van de ecologische waarde en de biodiversiteit. De kwaliteit en belevingswaarde van het groen wordt uitgebreid door het toevoegen en versterken van groene, ecologische verbindingen tussen de grotere groengebieden. Met het bestemmingsplan wordt een nu nog monofunctioneel industriegebied, grotendeels verhard en bebouwd, omgevormd tot een aantrekkelijk woon-werkgebied. Een groot deel van de 50 t (vastgesteld)
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t
bestaande bebouwing wordt op termijn gesloopt. Bij de uitwerking van concrete bouw- en inrichtingsplannen op basis van dit bestemmingsplan is er dus alle mogelijkheid om toepassing te geven aan de ambities voor wat betreft een hoogwaardige kwaliteit van groen in de stad. De belevingswaarde van het gebied wordt groter, onder andere door de aanleg van nieuwe groenstructuren, die ook openbaar toegankelijk zijn.
4.3.8 Welstandsbeleid Op 28 mei 2019 heeft de gemeenteraad de welstandsnota herzien vastgesteld. In de nota zijn beoordelingskaders opgenomen voor gebieden en objecten, die hun grondslag vinden in de samenhang van het bebouwingsbeeld, stedenbouwkundige kenmerken en landschappelijke structuren. Het plangebied kent de welstandsniveau's 'Vrij (behoudens uitzonderingen)' en 'Zichtlocaties'. Het laatste niveau is van toepassing op de strook langs de Buitenhaven en de hoek Nieuwsticht / Nieuw-Mathenesserstraat. Het plangebied is als welstandsgebied 'Bedrijventerreinen' aangewezen. In de gebieden met niveau 'Vrij (behoudens uitzonderingen)' is de wens van de raad om zoveel mogelijk vrij te geven vertaald in een minimale toets. De zichtlocaties zijn de hoofdroutes in Schiedam, die gezamenlijk een structuur vormen waar de stad als geheel wordt beleefd. Plannen op en binnen de invloedssfeer van zichtlocaties worden met meer aandacht bekeken dan in de directe omgeving gebruikelijk is. Van deze plannen wordt verwacht, dat ze zijn afgestemd op de belevingswaarde en ruimtelijke kwaliteit van deze structuur. Nieuwbouwplannen en herontwikkelingsprojecten vereisen echter een bijzondere inzet. De welstandsnota bevat geen welstandscriteria voor grotere (her)ontwikkelingsprojecten die de bestaande ruimtelijke structuur en karakteristiek (kunnen) doorbreken.
Dit is het geval indien sprake is van een functiewijziging ten opzichte van de gebiedenkaart waarbij de gebiedsgerichte welstandscriteria voor het betreffende gebied niet toereikend zijn voor een goede beoordeling. Dergelijke welstandscriteria kunnen niet worden opgesteld zonder dat er een concreet stedenbouwkundig plan, bijvoorbeeld in de vorm van een beeldkwaliteitsplan, aan ten grondslag ligt. Het opstellen van welstandscriteria voor (her)ontwikkelingsprojecten kan een onderdeel zijn van de stedenbouwkundige planvoorbereiding. De criteria worden in dat geval opgesteld door de gemeente of in overleg met de commissie. De gemeenteraad stelt de welstandscriteria vervolgens vast ter aanvulling op de welstandsnota. In dit geval is sprake van een gebiedstransformatie. Het welstandsgebied Bedrijventerreinen is onvoldoende van toepassing op de situatie na vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan, omdat het immers transformeert naar een gemengd woon-werkgebied. Voor het plangebied is mede daarom een beeldkwaliteitsplan opgesteld, in samenwerking met de betrokken ontwikkelaars. Het beeldkwaliteitsplan is te zien als toelichting bij de separate welstandsparagraaf Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-West, die op basis van het beeldkwaliteitsplan is uitgewerkt. Door vaststelling van de welstandsparagraaf kunnen concrete bouwplannen worden getoetst op het aspect welstand.
Om de goede vertaling van het beeldkwaliteitsplan in aanvragen omgevingsvergunning te borgen, is daarnaast een kwaliteitsteam ingesteld, die op basis van het beeldkwaliteitsplan een onafhankelijke adviesrol inneemt. Het kwaliteitsteam heeft de taak om aanvragen met betrekking tot de gebiedsontwikkeling te beoordelen op de stedenbouwkundige onderdelen van het beeldkwaliteitsplan, het bestemmingsplan en de welstandsnota en het monumentenbeleid (indien van toepassing). De kwaliteit die de stad zich als doel heeft gesteld op basis van deze beleidskaders geldt hierbij als uitgangspunt. Het gaat om de vraag of een bouwplan in de gebiedsontwikkeling voldoet aan de vastgestelde kwaliteitseisen, en zich goed voegt in de b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t ( v a s t g e s t e l d ) 5 1
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t
omgeving. Het kwaliteitsteam adviseert dus in het voortraject naar een concrete aanvraag omgevingsvergunning. Het kwaliteitsteam is geen vervanging van de welstandscommissie, maar beoordeelt bouwplannen op de stedenbouwkundige haalbaarheid. De bouwplannen komen bij de definitieve aanvraag omgevingsvergunning nog ter advisering voor aan welstand voor wat betreft de architectonische aspecten (materiaalgebruik, detaillering, kleurgebruik e.d.). Om de consistente lijn in beoordeling te waarborgen, maakt een afgevaardigde van de welstandscommissie deel uit van het kwaliteitsteam. Insteek is daarmee ook dat de advisering door de welstandscommissie sneller kan plaatsvinden.
4.3.9 Horecabeleid Schiedam 2021 Het Horecabeleid Schiedam 2021 geeft inzicht in hoe de gemeente Schiedam vormgeeft aan de balans tussen horeca in de stad, de openbare orde & veiligheid en het woon- en leefklimaat van onze inwoners. De visie van het beleid ziet op het creëren van een sfeervolle stad met een aantrekkelijk klimaat voor horeca-exploitanten, toeristen en bewoners. Hierbij ziet het centrumgebied op een dynamische en levendige omgeving en hebben de overige gebieden de nadruk op wonen en bedrijven. Dit betekent dat in het centrumgebied meer activiteiten en bedrijvigheid wordt toegestaan en bezoekers en bewoners zich daarvan bewust moeten zijn dan wel dienen te dulden. Voor het woonwijkgebied is meer aandacht voor het waarborgen van het woon- en leefklimaat en dient overlast van horecabedrijven tot een minimum beperkt te blijven. Gebiedsgericht beleid Het gebiedsgericht beleid verdeelt de stad in drie gebieden (centrum, woonwijken, bedrijventerreinen). Nieuw-Mathenesse valt binnen de categorie bedrijventerreinen. Daarbij is het noordelijk deel van Nieuw-Mathenesse aangeduid als transformatiegebied. Onder transformatiegebieden worden gebieden verstaan die van functie veranderen. Ten tijde van de vaststelling van het horecabeleid liggen deze transformaties in de toekomst, en zijn ze nog niet in detail uitgewerkt.
Wel is het denkbaar dat horeca een plaats kan vervullen bij deze transformaties, bijvoorbeeld ten behoeve van een nieuw wijkwinkelcentrum- of straat. Van het gebiedsgerichte beleid kan dan ook worden afgeweken, als dit ten behoeve is van een transformatiegebied. Het bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van bedrijventerrein naar gemengd woon-werkgebied mogelijk. Gelet op de omvang van de gebiedsontwikkeling zijn er als onderdeel van de nieuw te realiseren wijk mogelijkheden voor vestiging van horeca. Naast een functie ten behoeve van de toekomstige bewoners, ondernemers en bezoekers in het gebied zelf is daarbij ook relevant dat de gebiedsontwikkeling deel is van het Dutch Distillers District. Het verder ontwikkelen van een profiel rond dit Dutch Distillers District vraagt om mogelijkheden voor bijpassende evenementen en specifieke horecabedrijven (bijv. cocktailbars en proeverijen/proeflokalen voor producten van de bedrijven in de distilleersector). Van het gebiedsgerichte beleid kan dan ook worden afgeweken, als dit ten behoeve van het Dutch Distillers District is en zich verhoudt tot de openbare orde, veiligheid en woon- en leefomgeving. Voor Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-West is relevant dat het gaat om een transformatiegebied. Het bestemmingsplan maakt deze transformatie mogelijk.
De mogelijkheden voor horeca in het plangebied is in omvang begrensd, en afgestemd op de beoogde functie van het gebied na transformatie. Als onderdeel van de integrale afweging over de gebiedsontwikkeling is bepaald welk type horeca is toegestaan, en is een maximum gesteld aan het oppervlak dat voor deze functie kan worden benut. Daarbij is primair sprake van horeca 1 (daghoreca), aangevuld met enkele mogelijkheden voor horeca 2 (café / bierlokaal). Ook wordt binnen het plangebied mogelijkheid geboden voor een hotel. Het horecabeleid doet geen uitspraken over aantal of aard 5 2 t (vastgesteld)
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t
van horecavoorzieningen in een transformatiegebied. Behoefte en inpassing in een gebiedsontwikkeling zijn primair bepalend voor de afweging op ruimtelijke aanvaardbaarheid. Voor het hotel is in de voorbereiding van het bestemmingsplan onderzoek gedaan naar de (regionale) marktruimte. Uit dit onderzoek blijkt dat de geboden ruimte voor een hotel past binnen de beschikbare markruimte. In het kader van de concrete vergunningverlening kan nader worden gestuurd op diverse praktische zaken, zoals de openingstijden en wijze van inrichting van een terras bij een horecavoorziening. Het bestemmingsplan biedt wel het planologisch kader voor de vestiging van de horeca met de bijbehorende voorzieningen zoals terrassen. De beoogde ontwikkeling in Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-West en de mogelijkheid voor horeca op deze locatie is dan ook in lijn met het Schiedams Horecabeleid. Bij een toekomstige herziening van het horecabeleid zal worden bekeken op welke wijze de wijziging van transformatiegebied naar een reguliere gebiedsindeling wordt vormgegeven.
4.3.10
Nota Coffeeshopbeleid
In het coffeeshopbeleid is een maximum aantal coffeeshops gesteld binnen de gehele gemeente, en regels die zien op het houden van voldoende afstand tot gevoelige functies. De aanwezigheid van coffeeshops kan op de bestaande locaties een druk met zich meebrengen op de woon- en leefsituatie, in de vorm van parkeeroverlast en het aankomen en vertrekken van bezoekers. Op grond van het beleid is verhuizing van coffeeshops naar een andere locatie daarom onder voorwaarden mogelijk. In het plangebied zijn geen coffeeshops gevestigd of toegestaan. Vestiging van een coffeeshop past niet binnen de uitgangspunten voor de gebiedsontwikkeling.
4.3.11
Prostitutiebeleid
De directe aanleiding van het Schiedamse Prostitutiebeleid 2016 is de opheffing van het bordeelverbod in 2000. Hiermee kan de exploitatie van prostitutie aan gemeentelijke regelgeving worden onderworpen. Het prostitutiebeleid is er op gericht de openbare orde en het woon- en leefklimaat te beschermen, de positie van de prostituee te verbeteren en het tegengaan van misstanden en mensenhandel in de seksbranche. In het prostitutiebeleid wordt het maximum aantal seksinrichting binnen de gemeente op vijf gesteld. Hiermee biedt het beleid ruimte voor uitbreiding van het aantal seksinrichtingen. In het plangebied zijn geen prostitutiebedrijven gevestigd of toegestaan. Vestiging van prostitutiebedrijven past niet binnen de uitgangspunten voor de gebiedsontwikkeling.
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t ( v a s t g e s t e l d ) 5 3
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t
5 4 t (vastgesteld)
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t
Hoofdstuk 5 Planologische milieutechnische randvoorwaarden
en
Het al dan niet voldoen aan verschillende planologische en milieutechnische randvoorwaarden en uitgangspunten is bepalend voor de vraag of een nieuw bestemmingsplan ook daadwerkelijk uitvoerbaar is. In dit hoofdstuk wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan getoetst op planologische en milieutechnische randvoorwaarden. Voor het VROM-terrein en het terrein van de voormalige glasfabriek is sprake van een concrete gebiedsontwikkeling, waarvoor zo spoedig mogelijk na inwerkingtreding van het voorliggende bestemmingsplan omgevingsvergunningen gewenst zijn voor de bouw en realisatie van de voorgenomen ontwikkeling. Ter onderbouwing van de uitvoerbaarheid zijn door de eigenaar van de gronden diverse onderzoeken aangeleverd. Deze zijn beoordeeld en verwerkt in het voorliggende hoofdstuk. Hiermee is sprake van een onderbouwing van de uitvoerbaarheid van het voorgenomen ontwikkelinitiatief, en is sprake van een uitvoerbaar bestemmingsplan. Specifiek relevant op te merken is dat bij het voorliggende bestemmingsplan diverse aanvragen omgevingsvergunning voor het VROM-terrein gecoördineerd worden afgehandeld op grond van het bepaalde in artikel 3.30 Wro. Gekoppeld met de vaststelling van het bestemmingsplan worden dan ook diverse omgevingsvergunningen verleend, waarmee start van de bouw van de eerste deelfase sneller mogelijk is.
Het plangebied bevat naast de ontwikkellocaties ook enkele percelen waar de bestaande bestemmingslegging geactualiseerd wordt overgenomen. Het gaat om enkele verspreide percelen, waar in principe geen ontwikkeling wordt voorgestaan die ingrijpende planologische wijzigingen omvat. Omwille van een logische planbegrenzing zijn deze percelen in het plangebied opgenomen. Indien noodzakelijk is in dit hoofdstuk aan de relevante omgevingsaspecten voor deze locaties aandacht besteed, zodat duidelijk is dat de opgenomen bestemmingslegging uitvoerbaar blijft. Voor het merendeel van de beoordeling van de omgevingsaspecten zijn deze echter niet relevant.
5.1 Milieueffectrapportage (MER) 5.1.1 Algemeen Op grond van de Wet milieubeheer worden activiteiten aangewezen welke belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu, of waarvoor beoordeeld moet worden of deze activiteiten nadelige invloed hebben. In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage is aangegeven welke activiteiten in het kader van een bestemmingsplan planMER-plichtig, projectMER-plichtig of MER-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit milieueffectrapportage drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de genoemde activiteiten welke niet aan de drempelwaarden voldoen, te beoordelen of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben (gelet op kenmerken, locatie en potentiële effecten). Voor de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterrein (onderdeel D 11.2 Besluit milieueffectrapportage) geldt dat beoordeeld moet worden of deze activiteiten nadelige effecten voor het milieu kunnen hebben. Deze beoordelingsvereiste geldt in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² .
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t ( v a s t g e s t e l d ) 5 5
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t
5.1.2 Beschrijving en onderzoek Het totale projectgebied heeft een oppervlakte van circa 6,5 hectare, waar ruimte is voor maximaal 738 woningen, circa 23.000 m2 bedrijfsfuncties en verdere maatschappelijke voorzieningen en andere functies die een goede werking van het woon-werkgebied ondersteunen. De ontwikkeling betreft geen stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit milieueffectrapportage. Hierbij is in aanmerking genomen dat de ontwikkeling een binnenstedelijke inbreidingslocatie betreft, gelegen in een reeds sterk verstedelijkt gebied. Daarbij wordt een locatie welke bedrijfsmatig werd gebruikt ten behoeve van zware industrie en volledig bebouwd cq. verhard was, getransformeerd naar een binnenstedelijke woon-werklocatie aansluitend op de omliggende woonbebouwing, met als onderdeel van de ontwikkeling een beperkte voortzetting van het reeds toegestane bedrijfsmatig gebruik als onderdeel van het gemengde gebied. Het project heeft daarbij een relatief beperkte oppervlakte, binnen de context van dit sterk verstedelijkte gebied.
Op grond van het arrest van het Europese Hof van Justitie van 15 oktober 2009 geldt dat niet alleen de vraag of een MER-beoordelingsplicht geldt niet alleen afhankelijk is van de omvang van het project, maar dat ook beoordeeld moet worden of het project gelet op de andere selectiecriteria van bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn door de aard en ligging aanzienlijke milieugevolgen tot gevolg zou kunnen hebben. Hoewel gelet op voornoemde geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject, is ten overvloede beoordeeld of sprake is van dusdanige milieugevolgen dat een MER-(beoordelings)procedure vereist is. Gelet op de schaal van het project, de situering binnen bebouwd stedelijk gebied, dat het gebied reeds werd gebruikt voor stedelijke functies en de kenmerken van de potentiële effecten van een dergelijk project, zullen geen belangrijke negatieve milieueffecten optreden. Geconcludeerd wordt dat voor het bestemmingsplan geen MER-(beoordelings)procedure conform het Besluit milieueffectrapportage vereist is. Een MER-aanmeldnotitie is voldoende, op basis waarvan het bevoegd gezag een besluit kan nemen. Door Mees Ruimte & Milieu is een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld (d.d. 29 maart 2023, kenmerk 20275.AN/MER). Conclusie van de aanmeldnotitie is dat geen nadelige milieueffecten te verwachten zijn.
Door het uitblijven van belangrijke nadelige gevolgen kan worden geconcludeerd dat geen volledige m.e.r. procedure hoeft te worden doorlopen, en dat geen milieueffectrapport (MER) nodig is. Op 9 mei 2023 heeft het college van Schiedam ingestemd met deze conclusies, en besloten dat geen nadere m.e.r. beoordeling of opstelling van een MER nodig is. Naar aanleiding van een de actualisatie van diverse onderzoeken ten behoeve van het ontwerpbestemmingsplan is de aanmeldnotitie eveneens geactualiseerd, zonder gevolgen voor de conclusies. De geactualiseerde MER-aanmeldnotitie (d.d. 29 november 2023) is als Bijlage 1 bij de toelichting van dit bestemmingsplan gevoegd.
5.1.3 MER Merwe-Vierhavens (M4H Rotterdam) Voor het bestemmingsplan Merwe-Vierhavens (gemeente Rotterdam) is een milieueffectrapport (MER) opgesteld en is een procedure doorlopen waarbij de milieueffectrapportage beoordeeld is door de Commissie voor de milieueffectrapportage. Dit MER dient ook als onderbouwing van het Rotterdamse bestemmingsplan Merwe-Vierhavens (zie onder andere ook 1.4 voor een duiding van de relatie tussen de gebiedsontwikkelingen Nieuw-Mathenesse en M4H). Burgemeester en wethouders van Schiedam hebben op 4 april 2023 ingestemd met het MER, dat vervolgens door het college van Rotterdam op 23 mei 2023 in samenhang met het ontwerpbestemmingsplan Merwe-Vierhavens is vrijgegeven voor vervolg van de procedure.
5 6 t (vastgesteld)
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t
In het milieueffectrapport M4H, dat bestaat uit een hoofdrapport met diverse themadeelrapporten, zijn de milieueffecten onderzocht voor de huidige situatie binnen het plangebied van dat bestemmingsplan, de effecten wanneer er geen nieuwe ontwikkelingen plaatsvinden (de autonome ontwikkeling) en het voorkeursalternatief. Het voorkeursalternatief is de planologische invulling van het gebied zoals dat in het bestemmingsplan Merwe-Vierhavens is opgenomen. In het kader van het MER is ook onderzoek gedaan naar de gevolgen van de beoogde aanpassing van het gezoneerd industrieterrein Havens Noord-West / Oost-Frankeland. Dit onderzoek is zowel voor Rotterdam als Schiedam gedaan. Uit dit onderzoek is gebleken dat aanpassing conform het voorkeursalternatief mogelijk is, en dat dit niet leidt tot onevenredige gevolgen voor het milieu en de leefomgeving. Aanvullend op het MER is door Schiedam onderzoek gedaan naar de gevolgen van het geheel dezoneren van Nieuw-Mathenesse. De wijzigingen ten aanzien van de begrenzing van het gezoneerd industrieterrein zijn voor Schiedam, vooruitlopend op het voorliggende bestemmingsplan, via een afzonderlijk bestemmingsplan reeds doorgevoerd en in werking getreden. Op het aspect geluid in relatie tot het voorliggend bestemmingsplan wordt uitgebeider ingegaan in paragraaf 5.4. De Commissie voor de m.e.r.
heeft op 21 september 2023 een voorlopig toetsingsadvies uitgebracht op het MER M4H (projectnummer 3426). Mede naar aanleiding van dit voorlopig toetsingsadvies zijn door Rotterdam diverse aanvullingen op het MER uitgevoerd. Ook is het uitgangspunt verwerkt dat de gemeente Schiedam geheel Nieuw-Mathenesse buiten de aanduiding van het gezoneerd industrieterrein wenst te brengen. Naar aanleiding van de aanvullingen is de Commissie voor de m.e.r. om een nieuw advies gevraagd. Dit advies is op 26 maart 2024 door de Commissie gegeven. Eindconclusie is dat de diverse relevante milieuaspecten afdoende aan bod komen in het MER, en dat er vanuit dat oogpunt geen belemmeringen zijn voor een vervolg van de ruimtelijke procedure zoals voorgesteld. Er is nog een aandachtspunt gesignaleerd door de Commissie, maar toegezegd is dat dit wordt verwerkt in de definitieve stukken. Deze conclusies zien uiteraard met name op de ontwikkeling van M4H, maar zijn voor het aspect geluid dus mede relevant voor Schiedam.
5.1.4 Conclusie Geconcludeerd wordt dat voor het voorliggende bestemmingsplan geen afzonderlijke MER-(beoordelings)procedure conform het Besluit milieueffectrapportage is vereist. Een MER-aanmeldnotitie is door de initiatiefnemer aangeleverd en door het bevoegd gezag beoordeeld. De conclusie uit de aanmeldnotitie dat geen nadere m.e.r. beoordeling of opstelling van een MER noodzakelijk is, wordt gevolgd. Hierbij is het voortraject ten aanzien van de MER voor M4H meegewogen, inclusief de (voorgenomen) planologisch-juridische uitwerking van dat traject in Schiedam. In het navolgende paragrafen is voor de diverse relevante milieu- en omgevingsaspecten een beschrijving van de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling gegeven, met een nadere onderbouwing en motivering ten aanzien van de uitvoerbaarheid.
5.2 Waterparagraaf 5.2.1 Algemeen Ten behoeve van de uitvoering van de wettelijk verplichte watertoets is voor dit bestemmingsplan een concept rapportage opgesteld door Antea Group (d.d. 15 november 2023, projectnummer 0472110.100). De watertoets is als Bijlage 2 bij de toelichting gevoegd. Voor de volledige watertoets wordt verwezen naar deze bijlage.
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t ( v a s t g e s t e l d ) 5 7
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t
5.2.2 Huidige situatie Het te ontwikkelen gebied gaat om het bedrijfsterrein van de voormalige glasfabriek en het voormalige bedrijfsterrein van de dienst Vervoer, Reiniging, Ontsmetting en Marktdienst (VROM). Het te ontwikkelen deel van het plangebied heeft een oppervlakte van circa 6,5 hectare. In de huidige situatie is het terrein nagenoeg geheel verhard. De maaiveldhoogte is bepaald op basis van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN 3, DTM) en varieert ter plaatse van het plangebied tussen NAP +0,2 m en NAP +0,7 m. Om een beeld te krijgen van de opbouw van de ondergrond en met name de opbouw van de Holocene deklaag, zijn de boringen in DINO-loket geraadpleegd. Binnen het plangebied zijn een aantal boringen aanwezig met een maximale diepte van 30 meter onder maaiveld. De bodem bestaat ongeveer de eerste 10 meter uit afwisselende lagen van klei en veen. Grondwater Ter plaatse van het plangebied zijn geen grondwaterstandsmetingen beschikbaar van actuele of historische peilbuizen. Vanuit de klimaateffectatlas zijn overzichtskaarten beschikbaar van de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) en de Gemiddelde Laagste Grondwaterstand (GLG). De GHG en GLG is gebaseerd op het Nationaal Water Model uit 2016 (GHG) en 2019 (GLG) en betreft de huidige situatie. Op basis van de kaarten blijkt de GHG tussen 0,4 en 0,6 m-mv is te liggen en de GLG ligt dieper dan 1,5 m-mv.
Oppervlaktewater Het plangebied ligt in het beheergebied van bij het Hoogheemraadschap van Delfland. Het plangebied ligt naast de Buitenhaven te Schiedam. De Buitenhaven is geclassificeerd als primair boezemwater en heeft de legger code NL15240LH62F1000. De normatieve peilen van de Buitenhaven gaan uit van een diepte van 2,0 meter en een minimale diepte van 1,20 meter. Door het Hoogheemraadschap zijn peilbesluiten opgesteld waarin het peil is vastgelegd. Het plangebied valt onder peilgebied GPG2019BZM 1, het gaat om een vast peil van NAP -0,43 meter. Wateroverlast Volgens de kaart 'water op straat' van de klimaateffectatlas is er in het plangebied sprake van een zeer kleine kans op water op straat. Het water op straat kan een waterdiepte van circa 15 centimeter bereiken.
5.2.3 Relatie tot ontwikkeling Het te ontwikkelen deel van het plangebied beslaat in totaal circa 6,5 hectare. In de nieuwe situatie bestaat het plangebied uit een verhard oppervlak van circa 5,1 hectare (79% van het totale plangebied). Het onverhard oppervlak in de toekomstige situatie bedraagt 1,4 hectare (21% van het totale plangebied). Met de herontwikkeling neemt het verhard oppervlak dus met ruim 10.000 m2 af ten opzichte van de huidige situatie. Wateropgave Bij de ontwikkeling moet worden voldaan aan de eisen van het Hoogheemraadschap, het convenant klimaatadaptief bouwen en de eisen van de gemeente voor voldoende waterberging in relatie tot de hoeveelheid verhard oppervlak die aanwezig is. Om te voldoen aan de klimaateisen van het hoogheemraadschap (watersleutel) geldt een benodigde waterberging van 1.874 m3, of een hoeveelheid nieuw oppervlaktewater van 9.367 m2. De benodigde berging uit het convenant klimaatadaptief bouwen is 1.401 m3 hoger dan de berekende berging met de watersleutel (totaal 3.275 m3 berging). Tot slot, is het de wens van de gemeente dat nieuwe ontwikkeling tijdelijk 20 mm op eigen terrein kan bergen. Hierbij is de benodigde berging 1.310 m3. Binnen het plan wordt een reservering gemaakt voor de aanleg van een groen dak (11.751 m2), 58 t (vastgesteld)
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t
regentuinen, waterdoorlatende verharding en wadi's. Door te voldoen aan de berekende waterberging (watersleutel) inclusief klimaateisen, voldoet de ontwikkeling ook aan de gemeentelijke ambities voor de waterberging. Voor de vergunning is het van belang dat nader invulling wordt gegeven aan de waterbergingsopgave. Hemelwaterbeheer Als onderdeel van de maatregelen om het risico op grondwateroverlast te verminderen, in samenhang met de milieukundige bodemsituatie, is in de ontwikkeling voorzien in een bodemverhoging van gemiddeld 1 meter (aanbrengen leeflaag). Bij de realisatie van de waterhuishouding moet worden aangetoond dat het ophogen van de bodem geen negatieve effecten, zoals water op straat, in de omgeving veroorzaakt. Waterkering Een klein deel van de voorgenomen ontwikkeling ligt binnen de kern- en/of beschermingszone van een primaire waterkering. Voor het aanleggen of verwijderen van verharding in de beschermings- en kernzone van de waterkering geldt een zorg-, meld- of vergunningplicht. Bij de uitwerking van plannen moet bepaald worden welke hier van toepassing is. Op basis van het beleid van het Hoogheemraadschap moet de kernzone van het waterstaatswerk in principe vrij blijven van bebouwing, en mag het profiel van de dijk niet worden doorsneden.
Uit de Beleidsregel medegebruik Delflandsedijk volgt alleen uitzondering van dit principe, als er sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang. Door opname van een dubbelbestemming met bijbehorende regels 'Waterstaat - Waterkering' is de goede bescherming van de waterkering geborgd.
5.2.4 Conclusie Realisatie van de voorgenomen ontwikkeling heeft geen onevenredig negatieve gevolgen voor het watersysteem. Het verhard oppervlak binnen het plangebied neemt substantieel af, en het planvoornemen maakt goed gebruik van de kansen die dit biedt. De borging van enkele specifieke waterstaatsbelangen is via de regels vastgelegd, zoals voor de waterkering. Gelet op de beoogde ontwikkeling is daarnaast ook een aantal kaders die voortvloeien uit gemeentelijk beleid of het beleid van het Hoogheemraadschap doorvertaald in de bestemmingslegging. Hiermee is geborgd dat de ontwikkeling een positieve bijdrage levert aan de diverse water gerelateerde punten. Het deelaspect water staat de uitvoering van het bestemmingsplan dus niet in de weg.
5.3 Mobiliteit 5.3.1 Algemeen Bij ruimtelijke ontwikkelingen dienen verkeer- en parkeeraspecten in kaart te worden gebracht. Daarbij is de parkeerbehoefte, verkeersgeneratie en de ontsluiting van belang. Hierdoor kan de realisatie van voldoende parkeerplaatsen worden gewaarborgd en worden ongewenste of onveilige verkeerssituaties tegengegaan. Voor het bepalen van de parkeerbehoefte heeft de gemeente in 2018 het facetbestemmingsplan “Parkeren” vastgesteld. Door vaststelling van dit bestemmingsplan ontstond voor de gemeente de mogelijkheid een initiatief of bouwaanvraag te toetsen aan de geldende parkeernormen. Met het facetbestemmingsplan is de koppeling gelegd met de gemeentelijke parkeernormen. Aan de hand daarvan kon de parkeerbehoefte voor een nieuwe ontwikkeling worden vastgesteld. In de basis is deze systematiek in het voorliggende bestemmingsplan overgenomen. Daarbij wordt via een dynamische verwijzing nu verwezen naar de geldende Mobiliteitsnormen.
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t ( v a s t g e s t e l d ) 5 9
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t
5.3.2 Onderzoek Voor geheel Nieuw-Mathenesse Noord is in de voorbereiding van het bestemmingsplan een mobiliteitsplan uitgewerkt door Goudappel (d.d. 16 maart 2023, kenmerk 011905.20230310.R1.06). Dit rapport is als Bijlage 3 aan de toelichting van dit bestemmingsplan toegevoegd. Het onderzoek is uitgevoerd met als doel te motiveren dat de verkeersgeneratie van het voorgenomen plan geen onevenredig nadelige impact op de werking van het regionale verkeerssysteem heeft. Daarbij is gekeken naar zowel de uitgangspunten voor het programma van Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-West (het voorliggend bestemmingsplan) als Glasbuurt-Oost (het bestemmingsplan voor het aangrenzend deel van Nieuw-Mathenesse). Hoewel het rapport is uitgewerkt op basis van aannames, blijven ook na nadere beschouwing ten behoeve van de vaststelling van het bestemmingsplan, de conclusies uit het rapport houdbaar. De verdere uitwerking van (voor)ontwerp naar definitief bestemmingsplan hebben geen substantiële impact gehad op de situatie ten aanzien van mobiliteit. Samengevat is de conclusie van het onderzoek dat realisatie van zowel Glasbuurt-West als Glasbuurt-Oost, geen onevenredig zware negatieve impact heeft op het verkeersyssteem. Hoewel maatregelen ter verbetering van de werking van het verkeersyssteem denkbaar zijn, is er geen sprake van het vastlopen van het verkeerssysteem in de stad of op bovenlokale schaal.
Parallel met de voortgang in de besluitvorming over het voorliggend bestemmingsplan zijn diverse maatregelen genomen danwel voorbereid, met betrekking tot de goede werking van het verkeerssysteem in het gebied. Daarnaast is gekeken naar de parkeerbehoefte binnen Nieuw-Mathenesse Noord, en naar de manieren om met de diverse mogelijkheden qua mobiliteit om te gaan. Als uitgangspunt is daarbij voor een worst-case scenario gekozen, waarbij per nieuwe woning moet worden voorzien in 0,7 parkeerplaats. Belangrijke conclusies zijn dat het aantal benodigde parkeerplaatsen binnen het plangebied is te realiseren, waarbij voor auto's deels gebruik wordt gemaakt van een centrale parkeervoorziening (hub). Daarbij is ook uitgegaan van het op enig moment, voordat het gebied voor de beoogde nieuwe functies in gebruik wordt genomen, invoeren van gereguleerd parkeren op Nieuw-Mathenesse. De voorbereidingen hiervan zijn inmiddels gestart, en invoering is denkbaar in de loop van 2025. Vooruitlopend daarop wordt het VROM-terrein, dat eerder deels als parkeerterrein was ingericht, vrijgemaakt voor de beoogde bebouwing en wordt elders in het plangebied een tijdelijke parkeervoorziening ingericht.
De herinrichting van het gebied is gekoppeld aan de vaststelling van het bestemmingsplan, en de gevolgen van de planologische wijzigingen voor het weg- en verkeerssysteem zijn daarmee inherent onderdeel van de afwegingen die de raad bij de vaststelling van het bestemmingsplan heeft gemaakt.
5.3.3 Parkeren, laden, lossen en stallen Bij ruimtelijke ontwikkelingen geldt de vereiste dat, om parkeerproblemen te voorkomen, voorzien moet worden in voldoende parkeergelegenheid. In de planregels is daarom een regeling met betrekking tot parkeren opgenomen. De hoofdregel is dat bij nieuwe ontwikkelingen voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd op eigen terrein. Onder een nieuwe ontwikkeling wordt daarbij zowel het oprichten van bebouwing verstaan, als het veranderen, wijzigen of uitbreiden van bestaand gebruik. De vraag of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid wordt beantwoord op basis van de bij de regels gevoegde parkeernormen. De wijze waarop de parkeerbehoefte moet worden bepaald volgt uit de door het college vastgestelde 'Mobiliteitsnormen 2022' en het nader onderzoek voor de beoogde ontwikkeling. Daarbij geldt aanvullend dat de parkeerplaatsen qua aard, plaats en inrichting bruikbaar en bereikbaar moeten zijn. De voorschriften uit het Handboek Openbare Ruimte vormen hierbij het uitgangspunt. 60 t (vastgesteld)
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t
Primair moment van toetsing aan de parkeernormen is het moment van aanvraag van een concrete omgevingsvergunning. Op dat moment kan worden bepaald wat de precieze parkeerbehoefte is, en kan worden beoordeeld op welke wijze aan de normen wordt voldaan. Specifiek voor het voorliggende plangebied wordt daarbij opgemerkt dat de betrokken ontwikkelaars en de gemeente gezamenlijk hebben uitgesproken een nader onderzoek op te starten naar de wijze waarop aan het concept Mobility as a Service (MaaS) invulling kan worden gegeven. Een van de elementen uit de Schiedamse mobiliteitsvisie is toepassing van MaaS. Goede praktijkvoorbeelden kent Schiedam echter nog niet. Gelet op de omvang van de voorliggende ontwikkeling, in relatie tot de ligging nabij de Schiedamse binnenstad en de verdere inbedding in de stedelijke structuur van de regio, biedt de gebiedsontwikkeling voldoende massa om een concrete uitwerking van MaaS vorm te geven. Doel is daarbij zowel om te komen tot een praktische invulling van een andere vorm van mobiliteit, als het zoeken naar mogelijkheden voor een efficiënter en duurzaam toekomstbestendiger ruimtegebruik. Een lagere parkeerbehoefte, en dus een kleinere ruimteclaim, voor (het parkeren van) personenauto's is een van de elementen die bijdragen aan dit meer efficiënte ruimtegebruik.
5.3.4 Conclusie Op grond van het uitgevoerde onderzoek en de borging in de regels via de koppeling met de Mobiliteitsnormen, kan worden geconcludeerd dat, met doorvoering van diverse maatregelen en een verdere verbetering van de fysieke verkeersinfrastructuur in en rondom het plangebied, een verantwoorde ontwikkeling van het bestemmingsplan vanuit het aspect mobiliteit gezien mogelijk is. In de regels is voor diverse onderwerpen, zoals parkeren, voorzien in toetsbare kaders voor concrete vergunningaanvragen.
5.4 Geluid 5.4.1 Algemeen In het kader van de Wet geluidhinder moeten geluidsgevoelige objecten voldoen aan de wettelijk bepaalde normering als het gaat om de maximale geluidsbelasting op de gevels. De limitatieve lijst geluidsgevoelige gebouwen bestaat uit woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen, verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen en kinderdagverblijven. Relevante geluidbronnen in het kader van de Wet geluidhinder zijn wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai. Op het moment dat een van bovenstaande functies ontwikkeld wordt in de nabijheid van voornoemde geluidbronnen of binnen de zones daarvan, zal met een geluidsonderzoek aangetoond moeten worden of er wordt voldaan aan de relevante wettelijke voorkeursgrenswaarde. Het gemeentelijk geluidbeleid is vastgelegd in de "Beleidsnota Hogere waarden voor geluid", uit november 2010. Het beleid is erop gericht om bij het vaststellen van een hogere waarde voor geluidgevoelige bestemmingen minimaal één geluidluwe zijde te creëren. Het is daarbij belangrijk dat de geluidsituatie bij de geluidluwe zijde niet verstoord wordt door ander geluid dan waar het beleid over gaat. Bij redenen van evident maatschappelijk belang kan van dit beleid worden afgeweken.
Het vaststellen van een hogere waarde door burgemeester en wethouders is mogelijk indien maatregelen om de geluidbelasting te reduceren aan bron (verkeer) of tussen bron en ontvanger (gebouw), zoals schermen of verkeersreducerende maatregelen, niet doelmatig zijn of bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerkundige, landschappelijke of financiële aard ondervinden. Indien ook de maximaal te verlenen ontheffingswaarde wordt overschreden zijn geluidgevoelige functie niet mogelijk tenzij deze wordt voorzien van maatregelen (dove gevels). b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t ( v a s t g e s t e l d ) 6 1
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t
Met het actieplan 'Lucht & Geluid' heeft Schiedam gekozen voor het voorkomen en bestrijden van ernstige geluidhinder en slaapverstoring, in zowel bestaande als nieuwe situaties, met een plandrempel van 55dB.
5.4.2 Relatie tot ontwikkeling In de omgeving van het plangebied zijn verschillende geluidsbronnen aanwezig. In het kader van de bestemmingsplanprocedure is door Peutz een akoestisch onderzoek omgevingslawaai uitgevoerd (d.d. 24 november 2023, kenmerk O 16860-2-RA). De rapportage is als bijlage 4 toegevoegd bij deze toelichting. Onderzoek is uitgevoerd naar industrielawaai, nestgeluid en wegverkeerslawaai. Op bijgaande afbeelding is de situering van de toetspunten voor de diverse gebouw(groepen) aangeduid. Het plangebied is deels gelegen binnen de geluidzones van de gezoneerde industrieterreinen Havens NoordWest / Oost-Frankeland en Waal-/Eemhaven en diverse binnenstedelijke wegen. De relevante niet-zoneplichtige wegen met een snelheidsregime van 30 km/uur zijn in het kader van een goede ruimtelijke ordening eveneens in het onderzoek betrokken.
Afbeelding 13 Situering toetspunten en indeling gebouwgroepen Industrielawaai Uit het onderzoek volgt dat de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) voor industrielawaai ter plaatse van de beoogde woningen ten gevolge van het industrieterrein Havens-Noordwest wordt overschreden. Op de woningen grenzend aan de zuid- en oostgevel van gebouwgroep I (alle woonlagen) en de zuid- en oostgevel ter plaatse van het overhangende gebouwdeel van gebouwengroep G (verdieping 6 tot en met 13) worden overschrijdingen berekend. De hoogst optredende geluidbelasting ter plaatse van woningen bedraagt 54 dB(A). De maximaal te verlenen hogere waarde voor woningen die in de geluidzone van een industrieterrein zijn 62 t (vastgesteld)
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s
b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t
gelegen, 55 dB(A), wordt niet overschreden. Op bijgaande afbeelding zijn de toetspunten waar de voorkeurswaarde wordt overschreden oranje aangeduid. Als gevolg van de geluidzone Waal-Eemhaven treden geen overschrijdingen van de voorkeursgrenswaarde op.