CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-West

Raadscommissie 28 mei 2024, gemeente SchiedamBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-West47.516 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Werklocaties en commerciële voorzieningen Het voorheen geldende bestemmingsplan bood voor het plangebied de mogelijkheid voor vestiging van bedrijven in milieucategorie 1 en 2, met in grote delen van het gebied ook mogelijkheden voor bedrijven uit categorie 3.1 en 3.2. De voormalige glasfabriek kende een specifieke maatbestemming, die in een eerdere fase via een afzonderlijke bestemmingsplanherziening al is wegbestemd. In het voorliggende bestemmingsplan is gekozen voor gebruik van de ABC-systematiek. Hoewel dit een andere wijze van categorisering is, komen de mogelijkheden voor vestiging overeen met de bedrijfstypen categorie 1 en 2. Wel is de bestemmingslegging toegespitst op het beoogde gemengde woon-werkmilieu, en zijn gelet op de ontwikkeling voor deelaspecten nadere regels gesteld. De mogelijkheden voor de eerdere milieucategorieën 3.1 en 3.2 zijn, op een enkele maatbestemming na, niet meer opgenomen. Hierdoor is per saldo sprake van een afname aan mogelijkheden voor bedrijfsruimten en bedrijfstypen. Voor de gebiedsontwikkeling is in maart 2021 een WoonWerkAkkoord gesloten tussen de provincie Zuid-Holland en de gemeente Schiedam (zie verder paragraaf 4.2.6).

In dit WoonWerkAkkoord zijn naast de afspraken over de beoogde woningbouw, ook afspraken gemaakt over de compensatie van het areaal bedrijventerrein dat door de transformatie van het gebied verdwijnt en waarvoor op grond van provinciale regelstelling een nadere verantwoording danwel compensatieplicht geldt. Daarbij is relevant op te merken dat het voorheen geldende bestemmingsplan met name in de noordwesthoek (het VROM-terrein) reeds mogelijkheden bood voor onder andere de vestiging van maatschappelijke voorzieningen, dienstverlening, cultuur en ontspanning en horeca. Deze eerdere concentratie van planologische mogelijkheden is feitelijk verspreid over het plangebied en indachtig de beoogde herontwikkeling anders gepositioneerd. Van een substantiële toename van mogelijkheden is geen sprake. Een specifieke onderbouwing van de behoefte aan bedrijfsruimte is dan ook niet noodzakelijk. Horeca De ontwikkeling die middels voorliggend bestemmingsplan mogelijk gemaakt wordt, betreft een uitwerking van het Ruimtelijk Raamwerk Nieuw Mathenesse (fase 1). In het Ruimtelijk Raamwerk zijn de ambities en uitgangspunten beschreven. Hierin is beschreven dat Nieuw-Mathenesse als vestigingslocatie kansen biedt voor de ontwikkeling en versterking van unieke en aantrekkelijke

b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t ( v a s t g e s t e l d ) 2 7

b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t

werkmilieus voor de stad en de regio. De transformatie van onder andere het voormalige glasfabriekterrein, wordt in de gebiedsontwikkeling aangegrepen als een impuls voor versterking en opwaardering van het economische vestigingsklimaat in het gehele gebied. De transformatie naar gemengd woon-werkgebied betekent ook dat in het gebied ook extra voorzieningen zullen komen. Ten behoeve van het Ruimtelijke Raamwerk is door BRO een behoefteonderzoek uitgevoerd. Op grond van dit behoefteonderzoek kan geconcludeerd worden dat met de ontwikkeling van een nieuw woon-werkgebied zowel in kwalitatieve als in kwantitatieve zin behoefte is aan horeca. Als gevolg van de planontwikkeling ontstaat behoefte aan horeca ter ondersteuning van de andere functies als wonen, werken en recreëren. Met name functies als bedrijven, ambacht, cultuur en leisure hebben behoefte aan ondersteunende horeca. Horeca is hierbij een belangrijke bindende factor, die de levendigheid en reuring in deze gebieden aanmerkelijk kan versterken. Vanuit de aanwezigheid van diverse (historische) distilleerderijen bestaan er op deze locatie kansen voor innovatieve, 'eigenzinnige' horecaformules, die zich onder- scheiden van het reguliere horeca-aanbod elders in stad en regio. Binnen voorliggend bestemmingsplan wordt hier ruimte aan geboden. Een specifieke vorm van horeca zijn hotels.

Binnen het plangebied wordt één hotel planologisch toegestaan. Deze is gelimiteerd vanwege de beperkte bouwmogelijkheden van het onderhavige bestemmingsplan. Het is van belang om de behoefte aan een hotel aan te tonen, gelet op de huidige bestaande hotelmarkt. Ter onderbouwing van de marktruimte is door de gemeente in 2023 een marktanalyse gemaakt. Hieruit is (samenvattend) te concluderen dat er in Schiedam voor de periode tot 2030 beperkt ruimte is voor uitbreiding van het aantal hotels cq. het aantal hotelkamers. De voorgenomen ontwikkeling binnen het plangebied is beperkt in omvang tot maximaal 80 kamers. Dit aantal past binnen de geconstateerde marktruimte. Daarbij is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen voor een beperkt aantal kamers meer, mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan waaronder ook een onderbouwing van voldoende marktruimte. Hiermee is geborgd dat het bieden van de mogelijkheid voor een hotel niet leidt tot een onaanvaardbare verstoring of leegstand elders van hotelaccomodatie. Sport, cultuur en ontspanning (leisure) Voor Nieuw-Mathenesse is er zowel in kwantitatieve zin als kwalitatieve zin behoefte aan leisure. De sector leisure (vrijetijdsvoorzieningen met commerciële exploitatie) is enorm dynamisch en omvat een breed palet aan activiteiten op het terrein van ontspanning, cultuur, sport, evenementen en wellness.

Door de historie en ligging van het plangebied alsmede de groene omgeving is sprake van een bijzonder belevingskarakter. Deze eigenschappen hebben aantrekkingskracht op bezoekers van vrijetijdsvoorzieningen. Aanvullend kan het locatieprofiel als volgt beoordeeld worden: Toekomstig) modern woon-, vrijetijds- en werkgebied (gemengd woon-werkgebied); Goed bereikbaar per auto, OV, fiets en via het water; Relatief groot en gevarieerd consumentenprofiel in de wijk en breder in de stad en regio (jongeren, gezinnen, maar ook ouderen); Gevarieerd functiepatroon, geënt op het distillersprogramma en ambachtelijke maakbedrijven; Gelegen naast de historische binnenstad van Schiedam, met een grote recreatief-toeristische aantrekkingskracht binnen de gemeente; Nabij de stad Rotterdam, als belangrijke zakelijke- en toeristische bestemming. Uit het behoefteonderzoek van BRO, dat is uitgevoerd ten behoeve van het Ruimtelijk Raamwerk Nieuw-Mathenesse, kan geconcludeerd worden dat er voor het plangebied in zowel kwantitatieve als kwalitatieve zin behoefte is aan leisure. Binnen het bestemmingsplan wordt aan deze functies

28 t (vastgesteld)

b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s

b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t

ruimte geboden. Sociaal-maatschappelijke voorzieningen Voor een volledig voorzieningenaanbod in Nieuw-Mathenesse zijn ook (paramedische) zorgvoorzieningen wenselijk, in beginsel eerstelijnszorgaanbod (bijvoorbeeld huisarts, fysiotherapeut, tandarts). Gemiddeld bevinden eerstelijnszorg-voorzieningen zich op korte afstand van inwoners (huisartsen 0,9 km, apotheek 1,2 km, fysiotherapeut 0,8 km). Uit het behoefteonderzoek van BRO is gebleken dat voor Nieuw-Mathenesse er zowel in kwantitatieve als kwalitatieve zin behoefte is aan zorgvoorzieningen. Er is een toenemende behoefte aan moderne, centraal gelegen, geclusterde gezondheidscentra waar behalve de huisarts en apotheek ook andere zorgverleners gehuisvest zijn. Daarnaast komt er een duidelijke behoefte voort uit de groei van de bevolking en het momenteel deels beperkte aanbod in het plangebied en omgeving. Binnen het bestemmingsplan wordt ruimte geboden aan de realisatie van hiervoor genoemde zorgvoorzieningen.

3.3.3 Conclusie De Ladder voor duurzame verstedelijking is doorlopen. Geconcludeerd kan worden dat het woningbouwprogramma dat met voorliggend bestemmingsplan wordt gerealiseerd aansluit op de behoefte in de regio en de stad Schiedam zelf, dan wel dat de realisatie van de functies niet leidt tot leegstand elders binnen de gemeente of de regio. Voor wat betreft de bedrijfs- en andere commerciële functies is met name sprake van een herschikking van bestaande mogelijkheden met een afname aan programma als geheel, waarbij op beperkte schaal functies passend bij het stedelijk woonmilieu worden toegevoegd. Dit past binnen de behoefte van de gebiedsontwikkeling zelf, en breder bij die in Schiedam en de regio. Realisatie van deze functies leidt niet tot substantiële leegstand binnen de gemeente of regio. Dit geldt voor ook voor de overige toe te voegen functies, zoals het aanbod van horeca, sociaal-maatschappelijke voorzieningen en faciliteiten voor sport en ontspanning. Het beoogde programma past bij de inrichting en het karakter van de nieuw te ontwikkelen buurt. Het bestemmingsplan voldoet daarmee aan het uitgangspunt van een duurzame verstedelijking en aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.

b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t ( v a s t g e s t e l d ) 29

b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t

30 t (vastgesteld)

b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s

b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t

Hoofdstuk 4

Beleidskader

Dit hoofdstuk geeft een beknopt overzicht van het relevante ruimtelijk beleid voor het bestemmingsplan op nationaal, provinciaal, regionaal en gemeentelijk schaalniveau. Per beleidsstuk is aangegeven in hoeverre deze doorwerking heeft in het bestemmingsplan.

4.1 Rijksbeleid 4.1.1 Nationale Omgevingsvisie Ook in de toekomst moet Nederland een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving bieden en economisch kunnen floreren. Daarom is het van belang om inzicht te hebben in de opgaven waar Nederland voor staat. De druk op de ruimte, op onze leefomgeving, vraagt voortdurend om afweging van verschillende belangen. Internationale ontwikkelingen, de invloed van technologie en de groeiende verschillen tussen regio's vragen om snellere, creatieve en integrale afwegingen. Het klimaat verandert en er moet zorgvuldiger worden omgaan met energiebronnen en grondstoffen. Ook daaruit vloeien nieuwe opgaven. In aanloop naar de Omgevingswet is er één rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050.

Dit toekomstperspectief voor Nederland is: Een klimaatbestendige delta, waarbij Nederland beschermd is tegen de negatieve gevolgen van klimaatverandering, waterveiligheid (ook voor de laaggelegen gebieden in het westen) gegarandeerd is en voldoende zoetwater beschikbaar is van goede kwaliteit; Duurzaam, concurrerend en circulair: een toekomstbestendige en volledig circulaire economie zonder vervuilende manieren van produceren en consumeren, met een uitstekend vestigingsklimaat en een hoge 'quality of life', met een zo goed mogelijke inpassing van duurzame energie in onze leefomgeving en slimme combinaties van functies zonder de risico's en milieunadelen te vergroten. Een economie die veel maatschappelijke winst oplevert in termen van banen, innovatie en nieuwe bedrijvigheid en exportmogelijkheden; Kwaliteit van leven in stad en dorp: met een aantrekkelijke woon- en leefomgeving en een goede verbondenheid van stad en land. De ontwikkelingen zijn gericht op kwaliteit, met gecontroleerde en doordachte groei waar dat nodig is, waardoor diversiteit in wonen, een stedelijk netwerk, prettige woonmilieus, met rust en ruimte maar ook vitale en leefbare regio's ontstaan. Nabijheid en betrouwbare verbindingen: een uitstekende bereikbaarheid wordt met een goede en betrouwbare infrastructuur gegarandeerd, waarbij wordt ingespeeld op locatiekeuzes voor wonen en werken (nabijheid).

De infrastructuur is onderdeel van een mobiliteitssysteem dat een meer divers patroon van mobiliteit veilig, robuust en duurzaam afhandelt. Luchthavens blijven belangrijk voor een sterk internationaal netwerk voor de lange afstanden. De uitdaging is om het vliegverkeer net als het goederenvervoer op een zo veilige, efficiënte en duurzame manier vorm te geven. Veilig en gezond, herkenbaar en natuurlijk: een veilig en gezond leven voor iedereen staat voorop. De leefomgeving nodigt uit om te bewegen, elkaar te ontmoeten en te ontspannen. Daarbij horen een goede milieukwaliteit, robuuste natuur, klimaatbestendigheid en voor iedereen goede toegang tot wonen, werken en voorzieningen. Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het

b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t ( v a s t g e s t e l d ) 3 1

b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t

realiseren van deze opgaven. De opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: 1. Naar een duurzame en concurrerende economie; 2. Naar een klimaatbestendige en klimaatneutrale samenleving; 3. Naar een toekomstbestendige en bereikbare woon- en werkomgeving; 4. Naar een waardevolle leefomgeving. De vier prioritaire opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer er aandacht is voor de thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. De NOVI is een beleidsdocument dat zich kenmerkt door een hoog abstractieniveau en beleid bevat voor thema's van nationale betekenis. In de NOVI zelf is geen specifiek beleid opgenomen voor het plangebied. Wel draagt de herontwikkeling zoals die wordt voorgestaan in algemene zin bij aan een aantal nationale belangen. Het bestemmingsplan is daarmee in lijn met de NOVI.

4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De nationale belangen uit de structuurvisie die juridisch borging vragen, zijn opgenomen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Een aantal rijksbelangen wordt met dit besluit geborgd in bestemmingsplannen en andere ruimtelijke plannen van overheden. Onderwerpen die aan bod komen zijn: rijksvaarwegen, de mainportontwikkeling Rotterdam, kustfundament, grote rivieren, de Waddenzee en het waddengebied, defensie, hoofdwegen en landelijke spoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen, primaire waterkeringen, de ecologische hoofdstructuur, het IJsselmeergebied, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde en de ruimtereservering voor de parallelle Kaagbaan. Van deze rijksbelangen is voor dit plangebied alleen de primaire waterkering buiten het kustfundament van belang. De Delflandsedijk is een dergelijke primaire waterkering. Een klein deel van deze dijk ligt binnen het plangebied, langs de zuidoostelijke grens met de gemeente Rotterdam (hoek Nieuw-Mathenesserstraat / Van Deventerstraat). Voor deze waterkering, met inbegrip van de bijbehorende beschermingszone, geldt conform het bepaalde in het Barro een beschermende dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering'. Op grond van deze regeling is een vergunning vereist voor het bouwen en het uitvoeren van werken of werkzaamheden.

De vergunning kan pas worden verleend na een positief advies van de beheerder van de waterkering. Ladder van duurzame verstedelijking Het Barro bevat daarnaast de zogenaamde Ladder van duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 Bro). Het doel van de ladder is zorg te dragen voor een zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De ladder geeft invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen moeten worden gemotiveerd volgens de ladder. Dit betekent dat een bestemmingsplan een beschrijving bevat van de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling. Een voorbeeld van een dergelijke stedelijke ontwikkeling is de realisatie van een woningbouwlocatie (zie verder Provinciale Omgevingsverordening Zuid-Holland, in paragraaf 4.2.2).

32 t (vastgesteld)

b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s

b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t

4.1.3 Woondeal Rotterdamse regio Op 14 maart 2023 heeft de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening diverse regionale realisatieagenda’s, ook wel woondeals genoemd, ondertekend voor Zuid-Holland. Met de woondeals spreken het Rijk, de provincie Zuid-Holland en de Zuid-Hollandse gemeenten de ambitie uit om tot en met 2030 circa 250.000 nieuwe woningen te bouwen. Naast overheden hebben ook woningcorporaties de bouwplannen getekend, en wordt deze ondersteund door huurdersorganisatie, ontwikkelende marktpartijen, netbeheerders en drinkwaterbedrijven. De bouwopgave van Schiedam is onderdeel van de Woondeal Rotterdamse regio. Binnen de regio wordt beoogd circa 94.000 nieuwe woningen toe te voegen. De Schiedamse opgave is integraal onderdeel van deze bouwopgave. De locaties van te bouwen woningen staan in de planning en zijn opgenomen in de regionale realisatieagenda. In Zuid-Holland wordt zoveel mogelijk in bestaand stedelijk gebied gebouwd, met name langs de spoorwegverbinding tussen Leiden en Dordrecht (de Oude Lijn). Hiermee wordt optimaal gebruik gemaakt van bestaande infrastructuur en voorzieningen. Het plangebied van het voorliggend bestemmingsplan is een van de locaties binnen het bestaand stedelijk gebied langs de Oude Lijn. Het bestemmingsplan draagt dan ook bij aan realisatie van de rijksambities ten aanzien van wonen.

4.2 Provinciaal en Regionaal beleid 4.2.1 Omgevingsbeleid Zuid-Holland Het provinciale Omgevingsbeleid wordt gevormd door de Omgevingsvisie, het Omgevingsprogramma en de Omgevingsverordening, die per 1 april 2019 in werking zijn getreden, en daarna op verschillende momenten zijn geactualiseerd. Met het samenbrengen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving tot één integraal Omgevingsbeleid sorteert de provincie voor op de Omgevingswet. Met haar Omgevingsbeleid streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hieraan geeft men richting door het maken van samenhangende beleidskeuzes, die volgen uit de provinciale opgaven. 4.2.1.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland In de provinciale omgevingsvisie zijn zeven ambities uitgewerkt. Relevant voor dit bestemmingsplan zijn met name de ambities Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland en Een concurrerend Zuid-Holland. De ambitie 'Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland' kent drie beleidsdoelen: voldoende juiste woningen op de juiste plek; vitaliteit en kwaliteit van de leefomgeving; afspraken met regio's. De ambitie 'Een concurrend Zuid-Holland' kent ook drie beleidsdoelen: innovatie: richting duurzaam en digitaal; creëren van een rijk vestigingsklimaat; erfgoed, cultuur en toerisme. Aan de beleidsdoelen worden beleidskeuzes gekoppeld.

Voor de voorgenomen ontwikkeling zijn diverse provinciale beleidskeuzes relevant. De provincie hecht waarde aan de vestigingswens van haar inwoners en hanteert het uitgangspunt dat de juiste woning op de juiste plek (op juiste moment) wordt gerealiseerd. Dat gaat allereerst over dat gebouwd wordt naar behoefte. De bouw b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t ( v a s t g e s t e l d ) 33

b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t

van nieuwe woningen moet bijdragen aan de bestaande woningvoorraad, de (sub)regionale schaal van de woningmarkt en de lange termijn in ogenschouw nemend. Daarnaast gaat het over woningen zo te bouwen, in samenhang met investeringen in infrastructuur, werklocaties en een aantrekkelijke groenblauwe leefomgeving, dat dit bijdraagt aan de maatschappelijke opgaven en transities waar Zuid-Holland voor staat. Daarbij wordt primair ingezet op bouwen binnen bestaand stads- en dorpsgebied, moet bouw bij voorkeur georiënteerd te zijn op hoogwaardig openbaar vervoer en moet de potentie van de energietransitie en klimaatadaptie te worden benut. Het bestemmingsplan ziet op de transformatie van een deel van het bestaande stedelijk gebied van Schiedam. Het voorheen monofunctionele industriegebied wordt omgevormd naar een gemengd woon-werkgebied, waarbij bouw van nieuwe woningen, het toevoegen van aantrekkelijke werklocaties en de opgaven voor onder andere de energietransitie en klimaatadaptatie integraal worden uitgevoerd. In de uitwerking van de stedenbouwkundige opzet voor het gebied is de potentie, gelet op de ligging nabij het voorzieningencluster in de Schiedamse binnenstad en de ligging nabij het intercitystation Schiedam-Centrum, op een verantwoorde en integraal afgewogen wijze benut.

Gelet op de integrale gebiedsontwikkeling die wordt geïnitieerd in het plangebied, komen alle provinciale opgaven in meer of mindere mate aan bod in de voorgestane ontwikkeling. Provinciaal kwaliteitsbeleid De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit. In de gehele provincie beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit). De essentie van 'verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit' is dat initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen enerzijds inspelen op de aanwezige kwaliteiten in de omgeving (zeker als de omgeving hoge cultuurhistorische of identiteitsbepalende waarden vertegenwoordigt), en er anderzijds specifieke kwaliteiten aan toevoegen die te maken hebben met de samenleving van vandaag. De provincie Zuid-Holland beschikt over een kwaliteitskaart, die een belangrijk instrument vormt om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. De kaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. De uitwerking hiervan op kaart is niet uitputtend, noch uitsluitend.

De kaart biedt hiermee geen oplossingen, maar is een middel om vroeg in het planproces een integrale afweging te maken die de ruimtelijke kwaliteit ten goede komt. Het verbinden van nieuwe ontwikkelingen aan de bestaande gebiedskenmerken vormt hierbij uitgangspunt. De kaart biedt inzicht in de bestaande ruimtelijke kwaliteiten; het toevoegen van nieuwe kwaliteiten kan een verrijking zijn van de Zuid- Hollandse ruimte. Voor het plangebied is met name de laag van de stedelijke occupatie (kaartlaag III) relevant. Ter plaatse van het plangebied is het onderdeel 'Steden en dorpen' van toepassing. Richtlijnen bij ontwikkelingen in de bestaande stad zien onder andere op de volgende punten: Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van de stad; Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur; Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur; Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd; Historische centra en kernen blijven ervaarbaar vanuit het omringende gebied. Voor het water van de Schie moeten ontwikkelingen bijdragen aan het behouden en versterken van de stedelijke groen- en waterstructuur.

Daarbij gaat het in deze vooral om de recreatieve

34 t (vastgesteld)

b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s

b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t

kwaliteit en de bijdrage aan klimaatbestendigheid. De overige lagen hebben ofwel een minimale, afgeleide relatie met het plangebied, ofwel zijn niet van toepassing. In het Ruimtelijk Raamwerk Nieuw-Mathenesse fase 1 (zie ook 4.3.2) is het kader voor de voorgenomen gebiedsontwikkeling uitgewerkt. De bovengenoemde richtlijnen zijn in het Ruimtelijk Raamwerk verwerkt. Het Ruimtelijk Raamwerk vormt de basis voor de uitwerking van het stedenbouwkundig ontwerp voor het plangebied, dat vervolgens is vertaald in het voorliggende bestemmingsplan. Hierdoor is geen sprake van strijdigheid met het provinciaal beleid zoals verwoord in de omgevingsvisie. 4.2.1.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Samen met de Omgevingsvisie is de Omgevingsverordening Zuid-Holland (OVZH) vastgesteld. In deze verordening vindt een juridische vertaling plaats van het beleid uit de Omgevingsvisie. De verordening stelt regels met betrekking tot belangrijke ruimtelijke elementen die een doorwerking moeten hebben in een bestemmingsplan. Navolgend wordt kort aangegeven welke regels van toepassing zijn op het voorliggende bestemmingsplan, en op welke wijze de regels uit de verordening zijn verwerkt in het plan. Het voorliggende bestemmingsplan is vastgesteld onder de werking van de Wro. Gelet op het overgangsrecht Omgevingswet is voor het provinciaal omgevingsbeleid het plan navolgend gemotiveerd.

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is ook de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV) in werking getreden. Beleidsmatig is voor het voorliggende plan geen sprake van substantiële wijzigingen of aanpassingen in de provinciale verordening. Het bestemmingsplan voldoet voor zover relevant dus ook aan de ZHOV. Ruimtelijke kwaliteit Ruimtelijke kwaliteit is van belang bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen (artikel 6.9 OVZH). Het bestemmingsplan voorziet in een ruimtelijke ontwikkeling die niet past binnen de bestaande gebiedsidentiteit (transformatie). Een dergelijke ruimtelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd. Ook moet rekening zijn gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart en moeten zo nodig aanvullende ruimtelijke maatregelen getroffen worden waardoor, kort samengevat, de ruimtelijke kwaliteit binnen het plangebied verbeterd. In het Ruimtelijk Raamwerk Nieuw-Mathenesse fase 1 (zie ook 4.3.2) is het kader voor de voorgenomen gebiedsontwikkeling uitgewerkt.

De in 4.2.1 genoemde provinciale richtlijnen ten aanzien van de ruimtelijke kwaliteit zijn in het Ruimtelijk Raamwerk verwerkt, uitgewerkt in het stedenbouwkundig plan voor de locatie en vinden ook hun doorvertaling in dit bestemmingsplan. Per saldo is sprake van een substantiële verbetering van de ruimtelijke kwaliteit, op basis van een integraal ontwerp. Het monofunctionele bedrijventerrein, met in potentie een forse negatieve impact op de kwaliteit van de leefomgeving, wordt getransformeerd naar een hoogwaardig gemengd woon-werkgebied. Hiermee wordt niet alleen de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied zelf verbeterd, maar heeft dit ook doorwerking elders in Schiedam. Voorbeelden zijn het wegvallen van mogelijkheden voor in potentie milieubelastende bedrijfsfuncties (voor bijvoorbeeld de glasfabriek industriegeluid), het verwijderen van oppervlakteverhardingen, het toevoegen van kwalitatief hoogwaardige woon- en andere stedelijke bebouwing en het saneren van kwalitatief relatief laagwaardige (vooral functionele) en ook verouderde bedrijfsbebouwing. Het plangebied ligt niet in gebied met een aangewezen beschermingscategorie waarvoor de artikelen 6.9a tot en met 6.9g OVZH van toepassing zijn. Het bestemmingsplan voldoet op dit punt dan ook aan de provinciale verordening.

b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t ( v a s t g e s t e l d ) 3 5

b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t

Duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame ontwikkeling uit het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening is geïncorporeerd in artikel 6.10 van de OVZH. Dit houdt in dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, in de toelichting een verantwoording moet bevatten dat sprake is van een actuele, zo nodig regionaal afgestemde, behoefte die binnen het bestaand stedelijk gebied voorzien wordt. Het bestemmingsplan voorziet in een ontwikkeling gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied van Schiedam en passend in onder andere het regionale woningbouwprogramma. Artikel 6.10 OVZH stelt ook dat moet worden voorzien in voldoende sociale huurwoningen. Onder voldoende wordt in ieder geval verstaan wat hierover is vastgelegd in de geldende, door GS aanvaarde, regionale woonvisie. Artikel 6.10a tot en met 6.10h OVZH gaan verder in op diverse deelaspecten die te maken hebben met woningbouw. Met name relevant is artikel 6.10 f, da ingaat op de mogelijkheden voor functiemenging wanneer sprake is van een plan dat wonen en bedrijvigheid combineert. Het voorliggende bestemmingsplan stelt specifiek kaders waardoor binnen het plangebied een gemengd woon-werkmilieu in een stedelijke context kan worden ontwikkeld. De benodigde verantwoording is opgenomen in paragraaf 3.3 van dit bestemmingsplan.

Er wordt gebouwd naar behoefte, en door regels op te nemen over het minimum percentage sociale huurwoningen is ook dit aspect geborgd. Het bestemmingsplan is op dit punt in overeenstemming met de provinciale verordening. Kantoren Een bestemmingsplan kan op grond van artikel 6.11 OVZH voorzien in nieuwe kantoren op gronden binnen onder andere OV-knooppuntlocaties en centrum- en (intercity)stationslocaties. Op grond van de verordening zijn tevens uitzonderingen toegestaan voor bijvoorbeeld kleinschalige zelfstandige kantoren, tot een bruto vloeroppervlak van 1.000 m² per vestiging, en bedrijfsgebonden kantoren tot maximaal 50% van het bruto vloeroppervlak van het bedrijf. Het plangebied valt buiten de contouren van als zodanig aangeduide OV-knooppunt, centrum- en (intercity)stationslocaties. Het voorliggende bestemmingsplan maakt geen nieuwvestiging mogelijk van zelfstandige kantoren zoals bedoeld in de provinciale verordening. Bedrijfsgebonden kantoren zijn op grond van de voorheen geldende planologische regeling mogelijk, dit blijft ook met dit bestemmingsplan het geval. Hiermee kan goed invulling worden gegeven aan het beoogde gemengde woon-werkgebied. Voor één specifieke locatie is voor het toegestane oppervlak bedrijfsgebonden kantoorruimte een maatwerkregeling opgenomen.

Dit omdat op deze locatie in het plangebied ook de kantoorruimte van hetzelfde bedrijf aanwezig is behorend bij een productielocatie elders op het bedrijventerrein Nieuw-Mathenesse. Er is dan ook geen sprake van een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat in de wijk, of van het ontstaan of bijdragen aan een onaanvaardbare leegstand elders in de regio. Het bestemmingsplan voldoet aan de verordening op dit punt. Bedrijven Voor bedrijventerreinen geldt dat bedrijven uit de hoogst mogelijke milieucategorie van de Staat van Bedrijfsactiviteiten passend bij de omgeving moeten worden toegelaten, waarbij rekening wordt gehouden met voorzienbare toekomstige ontwikkelingen (artikel 6.12 Omgevingsverordening). Voor watergebonden bedrijventerreinen geldt daarbij aanvullend dat daar hoofdzakelijk watergebonden bedrijven zijn toegelaten. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een bestaand bedrijventerrein en dat gehele of gedeeltelijke transformatie naar een andere bestemming dan bedrijven mogelijk maakt, verantwoordt in de toelichting op welke wijze binnen de regio compensatie van bedrijventerrein zal plaatsvinden. Artikel 6.12a gaat specifiek in op grote ruimtevragers.

36 t (vastgesteld)

b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s

b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t

Het bestemmingsplan ziet niet op watergebonden bedrijventerreinen. Het plangebied maakt onderdeel uit van een als bedrijventerrein aangewezen gebied. Het bestemmingsplan maakt de transformatie van een deel van het industrieterrein Nieuw-Mathenesse naar een gemengd woon-werkgebied mogelijk. Bestemmingsplanmatig was binnen het plangebied reeds sprake van een relatief lichte invulling van de mogelijkheden voor bedrijfsvestiging. Een deel van het plangebied kent een bestemming Gemengd, waar bedrijvigheid uit ten hoogste milieucategorie 2 was toegestaan. De overige bedrijfspercelen waren weliswaar bestemd als bedrijventerrein, maar gelet op de ligging nabij woongebieden (wijken Oost en Binnenstad) is sprake van een inwaartse zonering. Een deel van de gronden was bestemd voor bedrijven tot maximaal milieucategorie 2, een deel tot categorie 3.1 (circa 2 hectare) en een deel tot categorie 3.2 (circa 3 hectare). Transformatie van bedrijventerreinen is alleen mogelijk indien wordt verantwoord op welke wijze binnen de regio compensatie van het bedrijventerrein plaats zal vinden.

Een dergelijke compensatie is niet vereist indien sprake is van een bestaand niet-watergebonden bedrijventerrein met ten hoogste milieucategorie 3 en een oppervlakte van minder dan 1 hectare, of uit regionale afstemming is gebleken dat na transformatie voldoende bedrijventerrein in de regio beschikbaar zal blijven afgezet tegen de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. Op 16 maart 2021 is een Bestuurlijk Woon-Werkakkoord (BWWA) gesloten tussen provincie en gemeente (zie ook 4.2.6). Dit akkoord borgt de samenwerking tussen provincie en gemeente in het kader van de transitie van Nieuw-Mathenesse. Het BWWA sluit aan op het Verstedelijkingsakkoord van de Verstedelijkingsalliantie Zuidelijke Randstad (zie 4.2.4). De locatie Nieuw-Mathenesse is, naast het Schiedistrict, de tweede grote Schiedamse locatie die bijdraagt aan de uitvoering van de regionale verstedelijkingsstrategie. De Provinciale Bedrijventerreinenstrategie geeft binnen urgente verstedelijkingsopgaven ruimte om in woonwerkakkoorden, vooruitlopend op aanpassing van het provinciale Omgevingsbeleid, afspraken te maken over een bredere wijze van compenseren van bedrijventerreinen (in plaats van strikt ruimte voor ruimte zoals op basis van huidige regelgeving is verplicht, bijvoorbeeld ook door beter benutten van ruimte).

Gelet op de transformatie van een deel van het bedrijventerrein naar een gemengd woon-werkgebied is een compensatieplan opgesteld, waarin is aangegeven op welke wijze de afname van het areaal bedrijventerrein wordt gecompenseerd. Het compensatieplan geeft binnen Schiedam de verschillende mogelijkheden aan voor ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen met een milieucategorie van 3 en hoger (kwantitatieve compensatie), en gaat in op hoe beter benutten van bestaande terreinen en functiemenging bijdragen aan compensatie (kwalitatieve compensatie). Het compensatieplan is opgesteld in nauwe samenspraak met de MRDH, op basis van de Regionale Strategie Werklocaties MRDH en de daarop gebaseerde Transformatiewijzer Werklocaties. Het compensatieplan is vervolgens ter advisering aan de MRDH voorgelegd en akkoord bevonden. Hiermee is sprake van een regionaal afgestemde aanpak. Kort samengevat kan worden gesteld dat het verlies aan areaal bedrijventerrein in Nieuw-Mathenesse Noord ruimschoots kan worden gecompenseerd binnen de gemeentegrenzen van Schiedam. Dit onder andere door een uitbreiding van het areaal voor bedrijfsvestiging op de bedrijventerreinen 's-Gravelandsepolder en Havens, en door het beter (intensiever) benutten van de mogelijkheden voor bedrijfsvestiging op het resterende bedrijventerrein Nieuw-Mathenesse.

Een verdere toelichting op dit punt is te vinden in paragraaf 4.2.5 en 4.3.4. Grote ruimtevragers zijn niet beoogd binnen het plangebied. Ook in de voorheen geldende planologische regeling was niet specifiek voorzien in het accommoderen van grote ruimtevragers.

b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t ( v a s t g e s t e l d ) 3 7

b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t

Het bestemmingsplan voldoet hiermee op dit punt aan de provinciale verordening. Detailhandel Nieuwe detailhandel moet op grond van de verordening gevestigd worden binnen of direct aansluitend aan een bestaande winkelconcentratie in de centra van steden en wijken, of binnen een nieuwe wijkgebonden winkelconcentratie in nieuwe wijken. Dit beleid is niet van toepassing op detailhandel die vanwege haar aard niet goed inpasbaar is in dergelijke centra (zoals detailhandel in volumineuze goederen), kleinschalige- of ondergeschikte detailhandel (artikel 6.13 OVZH). Het bestemmingsplan staat ondergeschikte detailhandel, als nevenactiviteit bij een regulier toegestaan bedrijf, onder voorwaarden toe. Dit is in lijn met de provinciale verordening. Overigens was dit ook conform het voorheen vigerende bestemmingsplan toegestaan, en ziet dit dus niet op nieuwe detailhandelsmogelijkheden. Primair is het gebied voor wat betreft reguliere detailhandel gericht op de Schiedamse binnenstad. De omvang van de nieuwe buurt is te klein voor de realisatie van een nieuw wijkgebonden winkelconcentratiegebied, mede vanwege de ligging tegen de binnenstad. De detailhandel die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt is te kwalificeren als ondergeschikte detailhandel, als nevenactiviteit bij bedrijvigheid en andere functies in het gebied.

De eerdere mogelijkheden voor detailhandel in volumineuze goederen worden in het voorliggende bestemmingsplan niet overgenomen. Deze vorm van detailhandel is niet passend bij de beoogde inrichting als gemengd woon-werkgebied. Voor het aspect detailhandel voldoet het bestemmingsplan dus aan de verordening. Klimaatverandering De provinciale verordening vereist op grond van artikel 6.27a OVZH dat in een bestemmingsplan rekening wordt gehouden met de gevolgen van de risico's van klimaatverandering. Dit tenminste voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: 1 . wateroverlast door overvloedige neerslag; 2. overstroming; 3. hitte; 4. droogte. Uit de toelichting in het navolgende hoofdstuk blijkt afdoende op welke wijze rekening wordt gehouden met klimaatverandering. Transformatie van een nagenoeg geheel verhard en bebouwd industrieterrein, naar een gemengd woon-werkgebied met groene buitenruimte draagt bij aan het realiseren van de provinciale doelen op dit vlak zoals vastgelegd in de verordening. Nestgeluid In artikel 6.27c OVZH is bepaald dat een bestemmingsplan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt, rekening houdt met nestgeluid van afgemeerde schepen. In de onderbouwing voor het aspect geluid is nestgeluid meegenomen in de afwegingen, zie hiervoor verder onderbouwing in hoofdstuk 5.4.

Overige onderwerpen De OVZH gaat op een groot aantal andere onderwerpen in. Denk aan aspecten als externe veiligheid, waterkeringen, energie en andere omgevingsfactoren. Deze aspecten komen ofwel afdoende aan bod in de toelichting van het voorliggende plan, of de regels uit de verordening zijn niet van toepassing op dit bestemmingsplan. In algemene zin wordt geconcludeerd dat het bestemmingsplan ook voor alle niet expliciet in deze paragraaf benoemde onderwerpen, voldoet aan de provinciale verordening.

38 t (vastgesteld)

b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s

b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t

4.2.2 Verstedelijkingsalliantie De gemeenten Rotterdam, Leiden, Zoetermeer, Den Haag, Rijswijk, Delft, Schiedam en Dordrecht hebben zich sinds eind 2017, met het oog op de woningbouwopgave, verenigd in de 'Verstedelijkingsalliantie'. Deze alliantie is een samenwerkingsverband met de provincie Zuid-Holland en de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag. Begin 2018 heeft deze alliantie een pamflet opgesteld, waarin wordt geschetst op welke wijze deze gemeenten de verstedelijkingsopgave (versneld) op zich willen nemen. Gekozen wordt voor een geconcentreerde verstedelijking langs de bestaande infrastructuur; de spoorlijn Dordrecht-Leiden (de 'Oude Lijn'). De woningbouwopgave en de versterking van de economische toplocaties worden in samenhang met investeringen in hoogwaardig openbaar vervoer op een integrale wijze uitgevoerd. Deze aanpak moet er toe leiden dat in deze gemeenten tot 2040 in totaal 170.000 extra woningen worden gerealiseerd, waarvan 150.000 in een (centrum)stedelijk milieu en waarvan 75.000 in de directe nabijheid van treinstations. De voorgenomen ontwikkeling op basis van dit bestemmingsplan draagt bij aan de realisatie van de woningbouwopgave zoals die is uitgewerkt in de Verstedelijkingsalliantie. De nieuwe woningen worden gerealiseerd in een centrumstedelijke locatie, op korte loop- en fietsafstand van onder andere het station Schiedam Centrum.

4.2.3 Woningmarktafspraken Regio Rotterdam Op 2 7 januari 2023 hebben de gemeenten en woningcorporaties uit de Regio Rijnmond en de provincie Zuid-Holland het 'Regioakkoord Nieuwe Woningmarktafspraken Regio Rotterdam 2023-2030' getekend. Op basis van dit akkoord maken de betrokken gemeenten zich samen sterk om het aantal woningen in de regio Rotterdam met 100.000 woningen uit te breiden. Hiervan worden circa 57.000 woningen in de betaalbare categorie gerealiseerd, waaronder 28.000 sociale huurwoningen. Daarnaast zetten de gemeenten en woningcorporaties zich in voor een betere balans van het sociale woningaanbod in de regio. In het Regioakkoord is vastgelegd welke bijdrage iedere gemeente levert aan het behalen van de regionale doelen. In dat kader is afgesproken dat de totale woningvoorraad in Schiedam wordt uitgebreid tot een totaal 40.609 woningen in 2030. Om dit doel te realiseren zullen tot 2030, rekening houdend met de sloop van circa 1.200 verouderde woningen, in Schiedam in totaal 5.062 nieuwe woningen gebouwd worden. Aanvullend wordt, gezien de ambities van de Verstedelijkingsalliantie, bij een tweetal projecten de mogelijkheid gezien voor versnelling (van de laatste fasen), waarmee maximaal 2.200 woningen extra kunnen worden gerealiseerd en de woningvoorraad groeit tot 42.809 woningen.

Met de uitbreiding van het aantal woningen wordt gestreefd een meer evenwichtige bevolkingssamenstelling te realiseren. Om dit doel te bereiken zal de sociale voorraad de komende jaren in absolute aantallen gelijk blijven, maar zal het relatieve aandeel afnemen van 64% naar 56% van de totale voorraad. Deze afname is mogelijk doordat in andere regiogemeenten sprake zal zijn van een relatieve toename, waardoor een betere verdeling van de sociale voorraad over de regio ontstaat. Voor Schiedam ligt er de komende jaren een stevige opgave om te voorzien in de woonbehoefte. De toevoeging van 738 woningen met het voorliggend bestemmingsplan draagt bij aan dit kwantitatieve doel. Voor de kwalitatieve behoefte geldt dat vooral behoefte bestaat aan woningen in het betaalbare en middeldure segment. Het toevoegen van de beoogde woningen voor het betaalbare en middeldure segment draagt bij aan het creëren van meer balans in de samenstelling van de woningvoorraad. Om te zorgen dat de sociale huurvoorraad in Schiedam als geheel op peil blijft, wordt binnen het plangebied voorzien in de realisatie van minimaal 30% sociale huurwoningen.

b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t ( v a s t g e s t e l d ) 39

b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t

4.2.4 Woondeal Rotterdamse regio Op 14 maart 2023 heeft de gedeputeerde Wonen van Zuid-Holland, samen met de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening diverse regionale realisatieagenda’s, ook wel woondeals genoemd, ondertekend voor Zuid-Holland. Met de woondeals spreken het Rijk, de provincie Zuid-Holland en de Zuid-Hollandse gemeenten de ambitie uit om tot en met 2030 circa 250.000 nieuwe woningen te bouwen. Naast overheden hebben ook woningcorporaties de bouwplannen getekend, en wordt deze ondersteund door huurdersorganisatie, ontwikkelende marktpartijen, netbeheerders en drinkwaterbedrijven. De bouwopgave van Schiedam is onderdeel van de Woondeal Rotterdamse regio. Binnen de regio wordt beoogd circa 94.000 nieuwe woningen toe te voegen. De Schiedamse opgave is integraal onderdeel van deze bouwopgave. De locaties van te bouwen woningen staan in de planning en zijn opgenomen in de regionale realisatieagenda. In Zuid-Holland wordt zoveel mogelijk in bestaand stedelijk gebied gebouwd, met name langs de spoorwegverbinding tussen Leiden en Dordrecht (de Oude Lijn). Hiermee wordt optimaal gebruik gemaakt van bestaande infrastructuur en voorzieningen. Het plangebied van het voorliggend bestemmingsplan is een van de locaties binnen het bestaand stedelijk gebied langs de Oude Lijn.

Het bestemmingsplan draagt dan ook bij aan realisatie van de provinciale ambities ten aanzien van wonen.

4.2.5 Strategie werklocaties 2019-2030 De Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) is een vrijwillig samenwerkingsverband in de vorm van een gemeenschappelijke regeling van 23 gemeenten. De MRDH heeft taken op het gebied van bereikbaarheid en economisch vestigingsklimaat. Binnen de MRDH wordt regionale afstemming gezocht over diverse economische thema's. In dat kader is op 14 december 2018 de Strategie Werklocaties 2019-2030 vastgesteld. Deze strategie bevat de visie tot 2030 en regionale afspraken tot 2023 over werklocaties in de MRDH. De strategie is een samenhangende visie op de ontwikkeling van werklocaties vanuit de bestaande situatie, en richting de gewenste ramingen tot 2030. Hiermee versterken de regiogemeenten het regionaal economisch vestigingsklimaat door kwalitatief én kwantitatief te sturen op de voorraad. Het doel is werkgelegenheidsgroei en arbeidskansen voor de economie van morgen én duurzaam ruimtegebruik. De integraliteit draagt bij aan regionale samenhang en duidelijkheid bij stakeholders zoals vastgoedpartijen. De Strategie Werklocaties heeft onder andere doorwerking gekregen in de gemeentelijke Economische visie 'Kansen voor Schiedam' (zie 4.3.4).

4.2.6 WoonWerkAkkoord Nieuw-Mathenesse Met het bestemmingsplan wordt gedeeltelijk invulling gegeven aan het op 18 maart 2021 tussen de provincie en de gemeente gesloten WoonWerkAkkoord Nieuw-Mathenesse. In dit akkoord is onder andere een inspanningsverplichting opgenomen om het planologisch kader te creëren voor de transformatie van Nieuw-Mathenesse Noord naar een gemengd woon-werkgebied. Het voorliggende bestemmingsplan geeft invulling aan deze inspanningsverplichting voor wat betreft het noordwestelijk deel van het bedrijventerrein. Bij het besluit tot aangaan van het WoonWerkAkkoord hebben Gedeputeerde Staten ook ingestemd met het compensatieplan Nieuw-Mathenesse, waarbij de onderbouwing is gegeven voor de noodzakelijke compensatie van de bedrijventerreinen die door herontwikkeling van Nieuw-Mathenesse Noord verloren gaat. Het compensatieplan gaat verder ook in op aspecten als functiemenging wonen-werken binnen het plangebied, en de mogelijkheden voor het beter 40 t (vastgesteld)

b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s

b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t

benutten van het resterende bedrijventerrein Nieuw-Mathenesse voor economische functies.

4.3 Gemeentelijk beleid 4.3.1 Stadsvisie Op 28 september 2009 heeft de gemeenteraad de 'Stadsvisie Schiedam 2030' vastgesteld. Deze Stadsvisie geldt als een structuurvisie als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. De Stadsvisie is tot stand gekomen in samenspraak met veel partijen uit de stad. In dit kader is van december 2008 tot en met april 2009 een interactief traject uitgevoerd met een grote betrokkenheid van burgers, partners, ondernemers en raadsleden. De uitkomsten van dit traject zijn opgenomen in de Stadsvisie. In de Stadsvisie wordt geconcludeerd dat het onmogelijk is om alle hoofdopgaven tegelijk uit te voeren. Daarom vormen de hoofdopgaven het kader waar, binnen de periode 2010-2030, ruimtelijke werkzaamheden uit voortvloeien. In de Stadsvisie worden acht ruimtelijke opgaven onderscheiden. Op deze opgaven wil de gemeente zich de komende jaren focussen. De volgende opgaven zijn relevant voor het plangebied. Herstructurering bedrijventerreinen De Stadsvisie zet in op herstructurering van de diverse grote bedrijventerrein in Schiedam. Voor Nieuw-Mathenesse is specifiek sprake van de ontwikkeling van het distilleercluster als moderne en met Schiedam verbonden tak van industrie; hoogwaardig en op de toekomst toegesneden.

Vernieuwing van de verouderde terreindelen, in de zone tussen de dijk (Nieuw-Mathenesserstraat) en het water van de Merwehaven vindt plaats in samenwerking met Rotterdam en in aansluiting op de ontwikkelingen in de Merwehaven (M4H). Voor de te herontwikkelen delen van Nieuw-Mathenesse wordt ingezet op een combinatie van stedelijke functies. Uitgangspunt vormt een duurzame ontwikkeling met een nadrukkelijke samenhang tussen de te realiseren woon- en werkfuncties. Voor Schiedam Oost is deze ontwikkeling betekenisvol gezien de strategische ligging van die wijk tussen Nieuw-Mathenesse en M4H en het verder te ontwikkelen knooppunt rond station Schiedam Centrum (SchieDistrict / Schieveste). Het voorliggende bestemmingsplan ziet alleen op het noordwestelijk deel van Nieuw-Mathenesse, een deel dat daadwerkelijk een transformatie ondergaat van bedrijven- en industrieterrein naar gemengd woon-werkgebied. Als onderliggend kader voor de herstructurering dient het Ruimtelijk Raamwerk Nieuw-Mathenesse fase 1 (zie 4.3.2). Het Ruimtelijk Raamwerk geeft een nadere uitwerking van de ambities en uitgangspunten voor de gebiedsontwikkeling. De beoogde gebiedsontwikkeling sluit aan op de ontwikkelingen in de Rotterdamse Merwe-/Vierhavens (M4H).

Op onderdelen vormt het Ruimtelijk Raamwerk een uitwerking van de Stadsvisie, onder andere ingegeven door recente ontwikkelingen in het gebied zoals de sluiting van de voormalige glasfabriek in 2017. In 2009 was deze sluiting nog niet voorzien. Het fabrieksterrein was aanvankelijk dan ook onderdeel van het distilleercluster, als onderdeel van het economisch cluster. Met de sluiting van de glasfabriek is de gebiedsontwikkeling in een ander daglicht komen te staan. Er is geen sprake meer van een ontwikkeling naar woon-werkgebied op geheel Nieuw-Mathenesse oostelijk van de Nieuw-Mathenesserstraat, maar de herontwikkeling focust op het noordelijk deel van het bedrijventerrein direct grenzend aan de binnenstad en Schiedam Oost. Het overige distilleercluster en resterende te behouden deel van het bedrijventerrein Nieuw-Mathenesse vallen buiten het plangebied van dit bestemmingsplan, en behouden hun bestaande mogelijkheden voor bedrijfsmatig gebruik. Verbeteren woningvoorraad In de Stadsvisie wordt ingezet op het verbeteren van de bestaande woningvoorraad. De b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t ( v a s t g e s t e l d ) 4 1

b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t

woningvoorraad dient te worden verbreed naar doelgroepen die kapitaalkrachtiger zijn en een vergroting van de marktsector mogelijk maken. Hierdoor kan beter worden voldaan aan de vraag van midden- en hogere inkomensgroepen naar een wooncarrière in de stad, wordt ruimte geboden voor sociale stijging en wordt een impuls gegeven aan een breed en aantrekkelijk voorzieningenniveau. Gestreefd wordt naar het realiseren van een duurzame en kwalitatief hoogwaardige woon- en leefomgeving. Met de ontwikkeling van Nieuw-Mathenesse Noord-West wordt een substantieel deel van de woningbouwopgave voor de periode tot 2030 gerealiseerd (ruim 10% van de bouwopgave). Nieuw-Mathenesse Noord-West wordt een gemengd woon-werkgebied, gericht op hoogstedelijk wonen in de directe nabijheid van de historische binnenstad. In het gebied worden verschillende woonmilieus gerealiseerd, waardoor er woonruimte kan worden geboden aan verschillende doelgroepen, in lijn met de behoefte in de stad en wijdere regio. Goede voorzieningen De aantrekkingskracht van Schiedam als woon- en leefstad, maar ook het vestigingsklimaat voor ondernemers, wordt voor een belangrijk deel gedragen door voorzieningen op het gebied van vrije tijd, zowel de stedelijke als de meer recreatieve voorzieningen in de groenblauwe omgeving. Goede voorzieningen zijn belangrijk voor inwoners, de mensen die in de stad werken en voor bezoekers.

Het te ontwikkelen woon-werkgebied bevat veel woningen, maar biedt programmatisch ook ruimte voor andere functies. Onder voorwaarden is vestiging van bedrijven met een beperkte impact op de omgeving mogelijk, er wordt ruimte geboden aan horeca, sport, dienstverlening en andere bedrijfsmatige en maatschappelijke functies die bijdragen aan een levendige wijk met goede voorzieningen.

4.3.2 Ruimtelijk Raamwerk Nieuw-Mathenesse fase 1 Het Ruimtelijk Raamwerk Nieuw-Mathenesse fase 1 is op 28 september 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. Het Ruimtelijk Raamwerk biedt een kader voor de ontwikkeling van Nieuw-Mathenesse, met gewenste flexibiliteit voor de uitwerking in de toekomst. Het Ruimtelijk Raamwerk beschrijft op welke wijze het gebied zich de komende periode zal doorontwikkelen, waarbij als tijdskader wordt uitgegaan van de periode tot 2035. Het volledige Ruimtelijk Raamwerk is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Voor het volledige beleidskader wordt hiernaar verwezen. Het Ruimtelijk Raamwerk geeft een globale indeling van Nieuw-Mathenesse met een aanduiding van de programmatische hoofdstructuur (functies en stedenbouwkundig) en een ruimtelijke uitwerking (infrastructuur, landschap en openbare ruimte). Het geeft ook de uitgangspunten, die bij de verdere uitwerking van concrete initiatieven worden toegepast. Het Ruimtelijk Raamwerk is flexibel ingestoken en kan voor de diverse gebieden nog verder worden uitgewerkt, al naar gelang de wensen en behoeften die op dat moment aanwezig zijn. Een verdere uitwerking kan plaatsvinden op gebiedsniveau of op projectniveau (bijvoorbeeld voor een concreet bouwplan).

42 t (vastgesteld)

b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s

b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t

Afbeelding 10 De vier deelgebieden van Nieuw-Mathenesse in het Ruimtelijk Raamwerk Voor twee deelgebieden op het bedrijventerrein is het Ruimtelijk Raamwerk al wel concreter uitgewerkt. Het gaat om Nieuw-Mathenesse Noord (bestaande uit het VROM-terrein en het terrein van de voormalige glasfabriek, en de Van Deventerdriehoek) en om het Distilleercluster. Voor deze gebieden heeft het Ruimtelijk Raamwerk al wel het detailniveau van een Masterplan. Dit omdat voor deze gebieden de opgave voor herontwikkeling actueler en urgenter is. De uitwerking is opgenomen in het Ruimtelijk Raamwerk fase 1. Het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan bestaat grotendeels uit deelgebied Nieuw-Mathenesse Noord en voor een klein deel uit het Distilleercluster (strook langs de Buitenhaven met het voormalige hoofdkantoor van de glasfabriek en het bestaande bedrijfspand van distilleerderij Onder de Boompjes). De verdere uitwerking van de deelgebieden Gustoweg en Nieuwe Maas vindt plaats in het Ruimtelijk Raamwerk fase 2. Beoogd wordt vooralsnog deze medio 2024 ter vaststelling af te ronden. Ontwikkelrichting Nieuw-Mathenesse Noord Het Ruimtelijk Raamwerk beschrijft de beoogde ontwikeling van Nieuw-Mathenesse Noord tot gemengd stedelijk gebied.

De verschillende deelgebieden binnen Nieuw-Mathenesse Noord worden integraal herontwikkeld naar een gemengd stedelijk gebied met een dynamische mix van wonen, werken en voorzieningen. Binnen het op wonen gerichte noordelijke deel zal echter ook tot maximaal 40.000 m² werkruimte beschikbaar zijn, waarmee het gebied zich qua werkmilieu kan ontwikkelen tot een stedelijk interactiemilieu. Door naast de functie wonen ook ruimte te (blijven) bieden aan bedrijfsfuncties en andere voorzieningen, vormt het gebied een goede overgang van de Schiedamse binnenstad naar het distileercluster langs de Buitenhaven en het overige bedrijventerrein Nieuw-Mathenesse en de Rotterdamse M4H. Om de kwaliteit en aantrekkelijkheid van het gebied te versterken wordt bestaand erfgoed ingezet voor nieuwe werklocaties en zo mogelijk voor leisure en b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t ( v a s t g e s t e l d ) 43

b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t

horecafuncties, bij voorkeur gerelateerd aan het Dutch Distillers District. Ruimte voor ondernemen is er in de plinten van de (woon-)bebouwing, ter versterking van de stedelijke dynamiek van dit nieuwe type woon-werkgebied. Het gaat om kleinschalige bedrijvigheid die zich goed laat mengen met (geluids)gevoelige functies zoals wonen. Aan de randen van het gebied kan een hogere concentratie van bedrijvigheid landen, ook als functionele buffer tussen de nieuwe woningen en de bestaande bedrijvigheid in o.a. het aangrenzende distilleercluster en langs de zuidoostzijde van de Van Deventerstraat. Diverse monumentale en erfgoedwaardige gebouwen kunnen worden behouden. Deze kunnen met een nieuwe functie dienen als ankerpunten in de gebiedsontwikkeling.

Afbeelding 11 Impressiekaart ambities Nieuw-Mathenesse Noord Entree tot de binnenstad Nieuw-Mathenesse Noord vormt op verschillende manieren een nieuwe entree voor bezoekers tot de binnenstad van Schiedam. De beoogde nieuwe parkeervoorziening cq. mobiliteitshub in het gebied ontlast de binnenstad van autoverkeer, en vormt een nieuwe uitvalsbasis voor bezoekers aan Schiedam. Ook vormt Nieuw-Mathenesse Noord een stadsentree vanaf het water. Langs de Buitenhavenweg kunnen passagiersvaart, sloepvaren en toervaren een vertrek- en eindpunt vinden. Het maken van een aantrekkelijke en herkenbare plek langs de Buitenhaven, waarbij de historisch binnenstad voelbaar nabij is, en de route er naar toe kort en aantrekkelijk, is belangrijk. Groene binnengebieden De Nieuw-Mathenesserstraat snijdt Nieuw-Mathenesse Noord in tweeën. Elk van deze twee delen van Nieuw-Mathenesse Noord krijgt een groen binnengebied met een eigen belevingswereld. Het binnengebied op het terrein van de voormalige glasfabriek wordt bij voorkeur autovrij en is een intensief gebruikte groene ruimte, een groene parel midden in de stad. Het is een plek waar kinderen veilig kunnen spelen en waar een goede sociale controle is, waardoor mensen hier niet-anoniem wonen, werken en verblijven. De gebouwen die hierin staan hebben een alzijdige oriëntatie en er is een sterke relatie tussen binnen en buiten.

Aan het binnengebied grenzen veel voorkanten en voordeuren en is de eigen buitenruimte beperkt. Het silocomplex van de voormalige glasfabriek vormt een van de iconen van Nieuw-Mathenesse en ligt temidden van dit groene binnengebied. Door haar hoogte en massa vormt het een 44 t (vastgesteld)

b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s

b e s t e m m i n g s p l a n Nieuw-Mathenesse G l a s b u u r t - W e s t

belangrijk oriëntatiepunt, zowel binnen het gebied als van verderaf. De silo's bieden kansen om op een bijzondere manier getransformeerd en opgetopt te worden. Naast de silo's vormen diverse andere gebouwen van de glasfabriek, zoals het voormalige hoofdkantoor, voor historisch besef en geven ze een unieke sfeer aan het gebied. Deze gebouwen worden dan ook ingebed in de ontwikkeling. Voorzieningen Nieuw-Mathenesse Noord biedt op beperkte schaal voorzieningen, met name gericht op de toekomstige bewoners en gebruikers. Er komt ruimte voor voorzieningen op het gebied van sport, kinderopvang, buurtcentra en cultuur. Op en rond het voormalige glasfabriek terrein zal de nadruk liggen op kleinschalig, passend in het binnenstedelijk woongebied. In en rond de Van Deventerdriehoek zal daar aan toegevoegd ruimte kunnen zijn voor een zorgcluster of andere maatschappelijke voorzieningen. De primaire oriëntatie qua voorzieningen is op de bestaande voorzieningen in de binnenstad en Schiedam Oost. Doelgroepen en kansrijke bedrijfsbranches Een aantal bedrijfsbranches wordt bij voorbaat denkbaar geacht voor dit gebied: creatief ambachtelijk, food, reparatie, engineering, design, startups/startende maakbedrijven, horeca en leisure.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14088137/1