CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost

Gemeenteraad 10 december 2024, gemeente SchiedamBij agendapunt: Raadsbesluit vaststelling bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost39.638 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

effect heeft op de omgeving. Het onderzoek is gebaseerd op de rekenkundige bezonning van een 3D-model van de bestaande en nieuwe plansituatie. Ook bij de nieuwbouw zelf moet sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit betekent dat de nieuwe bebouwing, tuinen, terrassen, speelplekken, openbare ruimte etc. voldoende zon moeten krijgen. In het bestemmingsplan kan door de wijze van bestemmen van de bouwmassa's en openbare ruimte voorkomen worden dat er onaanvaardbare schaduwwerking optreedt. Bijvoorbeeld door lagere bebouwing en zongericht verkavelen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening moeten we een afweging maken. Als er een toename is van schaduw, kan het toch een wenselijke ontwikkeling zijn. Er vindt een afweging plaats tussen verschillende belangen.

5.15.2

Relatie tot ontwikkeling

Ten behoeve van de beoogde planontwikkeling is door Peutz een bezonningstudie uitgevoerd om te toetsen of aan de lichte TNO-norm kan worden voldaan (rapportnummer OA 16935-4-RA-0001, d.d. 23 oktober 2024). Voor het onderzoek is gebruikgemaakt van het door de gemeente aangeleverde (concept)bestemmingsplan van het gebied. De stedenbouwkundige omgeving buiten het plangebied is door Peutz aangevuld. De locaties van de hoogteaccenten in het plangebied zijn daarbij gebaseerd op het voorkeursmodel van de gemeente. Het oppervlak van de hoogbouw accenten is daarbij wel gemaximaliseerd tot wat volgens de toelichting bij het bestemmingsplan mogelijk is. De bezonning in de situatie met volledig ingevuld bestemmingsplan is daarbij vergeleken met de bezonningssituatie waarbij binnen het plangebied het vigerende bestemmingsplan volledig is ingevuld. Voor het naastgelegen terrein van de voormalige glasfabriek is uitgegaan van de volledig ingevulde contouren van het bestemmingsplan van dit gebied (Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-West). Deze is als bestaand meegenomen, ook al is die situatie vooralsnog niet als zodanig gerealiseerd. In het rekenmodel zijn tot slot geen bomen / begroeiing meegenomen. De reden hiervoor is dat in de maanden met de minste zonuren deze geen tot weinig blad hebben en de zon er doorheen kan schijnen.

Wanneer de bomen meegenomen zouden worden geeft dit een onrealistisch beeld weer.

Afbeelding 21 Mogelijke bezonningsduur in de omgeving van het plangebied Uit de bezonningstudie blijkt dat nagenoeg alle omliggende woningen ten minste twee uur zon per dag ontvangen, daarmee wordt voldaan aan de lichte TNO-norm. Uit de berekeningen blijkt verder dat de grootste invloed van de geplande bebouwing gevonden wordt op de lagere verdiepingen van

bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost (vastgesteld) 83

bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost

de bebouwing aan de Rotterdamsedijk direct ten noorden van het plangebied. Hierdoor voldoen lokaal circa 28 woningen aan de Rotterdamsedijk niet aan de lichte TNO-norm. Hierbij kunnen een aantal kanttekeningen gemaakt worden: allereerst kan opgemerkt worden dat slechts een beperkt deel van de toetsingsperiode de woningen niet voldoen. Doordat de zon net na 19 februari en net voor 21 oktober al snel significant hoger staat neemt de bezonningsduur snel toe. In een deel van de zomerperiode is er op deze woningen geen sprake van enige schaduwwerking van de geplande nieuwbouw. Daarnaast is in het model van de nieuwbouw het bestemmingsplanvolume volledig ingevuld, waardoor de bezonning in de praktijk bij verdere planuitwerking gunstiger kan zijn. Bij gebruik van de voorbeeldverkaveling zoals opgesteld door de gemeente ten behoeve van het tendertraject, is de situatie al aanzienlijk gunstiger. Er is dus sprake van een worst case beschouwing. Tot slot gaat het in deze om de achterzijden van de woningen. Het volledige onderzoek is als bijlage bij de toelichting gevoegd.

5.15.3

Conclusie

Het aspect bezonning geeft binnen en rondom het plangebied geen specifieke aandachtspunten voor de verdere uitwerking van bouw- en inrichtingsplannen die vragen om borging in de regels. Bij de verdere uitwerking van concrete bouwplannen kan aandacht worden besteed aan de impact van het ontwerp op de bezonning van omliggende woningen. Het thema bezonning vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

84 teld)

bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost (vastges

bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost

Hoofdstuk 6

Juridische aspecten

6.1 Algemene juridische opzet In dit bestemmingsplan wordt de planologisch-juridische basis gelegd voor de herontwikkeling van Glasbuurt-Oost. Het bestemmingsplan heeft een belangrijke functie als toetsingskader voor bouwaanvragen en het toekomstige gebruik van de gronden en gebouwen. Het plan is opgesteld op basis van de RO-standaarden SVBP2012 en IMRO 2012, onder vigeur van de Wet ruimtelijke ordening. Op de verbeelding (plankaart) is te zien waar en welke bestemmingen van toepassing zijn. Eveneens is op de verbeelding de exacte omvang en ligging van het plangebied vastgelegd. De regels behorende bij het bestemmingsplan zijn gebaseerd op standaardregels van de gemeente Schiedam. De standaardregels vormen de basis voor keuzes met betrekking tot gebruik van bestemmingen en aanduidingen in het bestemmingsplan. Wijzigingen ten opzichte van deze standaardregels vloeien voort uit bepaalde situaties die zich in het plangebied voordoen, of die nodig of wenselijk zijn gelet op de voorgenomen ontwikkeling. Opbouw regels De regels zijn als volgt gestructureerd: Hoofdstuk 1 van de regels geeft de algemene bepalingen weer. Het betreft de begripsbepalingen (artikel 1) waarin de in het plan voorkomende begrippen worden gedefinieerd.

In artikel 2 (wijze van meten) wordt aangegeven hoe de voorgeschreven maatvoering (zoals goothoogte, bouwhoogte, inhoud en oppervlakte) in het plan gemeten moet worden. In hoofdstuk 2 zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. Per bestemming is bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bebouwingsregels gelden. Tevens zijn waar mogelijk flexibiliteitsbepalingen opgenomen. In hoofdstuk 3 staan aanvullende bepalingen die, in aanvulling op de bestemmingsbepalingen, voor het hele plangebied gelden. Hierbij kan worden gedacht aan de algemene afwijkingsregeling, die het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid geeft om op ondergeschikte punten van de regels in hoofdstuk 2 af te wijken; Hoofdstuk 4 van de regels heeft betrekking op het overgangsrecht en de slotbepaling.

6.2 Bestemmingen 6.2.1 Gemengd - 1 en Gemengd - 2 Het merendeel van het plangebied is bestemd als 'Gemengd - 1' en 'Gemengd - 2'. De bestemmingslegging is een uitwerking van het Ruimtelijk Raamwerk Nieuw-Mathenesse fase 1 en de nadere uitwerking in de indicatieve stedenbouwkundige opzet voor de terreinen. Voor de onderverdeling van de twee gebieden is aangesloten bij een logische functioneel-stedenbouwkundige opdeling van de beoogd te realiseren opzet. Hiermee wordt enerzijds flexibiliteit geboden ten aanzien van de concrete uitwerking, maar is wel op voorhand gekaderd binnen welke bandbreedte invulling mogelijk is. Zo is een maximum aan het aantal woningen gesteld en zijn ook voor diverse andere toegestane functies maxima aan het toegestane oppervlak gesteld. Op de verbeelding is een aantal maatvoeringsaanduidingen opgenomen. Uitgangspunt voor de bestemmingslegging is dat sprake is van een gemengd woon-werkgebied. De functies wonen en bedrijvigheid vinden naast en door elkaar plaats, en de systematiek in de regels is zodanig dat de toegestane functies geen noemenswaardige hinder veroorzaken of elkaars bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost (vastgesteld) 85

bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost

activiteiten hinderen. Enkele functies zijn specifiek uitgezonderd of op maat bestemd. Zo zijn bijvoorbeeld geen zelfstandige kantoren toegestaan, en zijn functies als horeca en dienstverlening gereguleerd. Beoogd wordt een aantrekkelijk stedelijk woon- en werkmilieu te realiseren. De toegestane bedrijvigheid is met name gericht op de interactie tussen bewoners en bezoekers van het gebied. Denk aan ambachtelijke bedrijvigheid, ontwerptechnische- en kunstzinnige beroepen (ateliers), creatieve maakindustrie en andere bedrijvigheid die bijdraagt aan een levendig straatbeeld. Als onderdeel van de bedrijvigheid is ondergeschikte detailhandel van de eigen producten toegestaan. Op kleinschaliger niveau kunnen veel van deze activiteiten ook als beroep aan huis worden uitgeoefend. In samenhang met de (dag)horeca, voorzieningen en door de ligging op de route tussen de Schiedamse binnenstad, het westelijker gelegen Glasbuurt-West en M4H, is sprake van een levendig straatbeeld met een aantrekkelijk verblijfsklimaat. De inrichting van het openbaar gebied wordt hier verder op afgestemd. Met de bestemmingslegging is zowel een goed woon- en leefklimaat binnen het plangebied geborgd, als het verantwoord voortzetten van de bestaande bedrijvigheid in het distilleercluster en elders op het bedrijventerrein.

Gelet op het gewenste gemengd woon-werkgebied is er voor het reguleren van de toegestane bedrijfsfuncties voor gekozen om gebruik te maken van de zogenaamde ABC-systematiek voor gemengde gebieden. In Bijlage 2 bij de regels is een uitgebreidere toelichting op de werking van deze systematiek opgenomen. Voor het gehele plangebied zijn regels vastgelegd over het minimaal percentage te realiseren sociale huurwoningen. Dit percentage bedraagt 30%. Woningen zijn toegestaan binnen de bestemmingen Gemengd - 1 en Gemengd - 2. Specifieke locaties voor de sociale woningen zijn niet vastgelegd. Het voorliggend plan betreft een relatief omvangrijke binnenstedelijke herontwikkeling, waarvan de realisatie vermoedelijke enkele jaren in beslag zal nemen. De regels kennen mede daarom diverse afwijkingsmogelijkheden, waarmee bijvoorbeeld een gebouwd hoogteaccent in afwijking van de standaard toegestane bouwhoogte kan worden vergund. De bestemmingsregels kennen diverse flexibiliteitsbepalingen.

6.2.2 Verkeer en Verkeer - Verblijfsgebied De bestaande wegen in het plangebied die blijven behouden, zijn bestemd als 'Verkeer' (doorgaande wegen) of 'Verkeer - Verblijfsgebied'. De planologische mogelijkheden zijn voor het merendeel overgenomen uit de voorheen geldende bestemmingsplannen.

6.3 Dubbelbestemmingen 6.3.1 Waarde - Archeologie Voor het gehele plangebied geldt één archeologische (verwachtings)waarde (zie Archeologie). Deze verwachtingswaarde wordt beschermd door de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'. Binnen deze dubbelbestemming is in de regels een bouwverbod en omgevingsvergunningplicht gegeven voor bouw- en graafwerkzaamheden welke de in de regels genoemde oppervlakte en dieptemaat overschrijden. Ontheffing of omgevingsvergunning kan pas worden verleend nadat een archeologisch onderzoek is uitgevoerd. Aan het verlenen van een ontheffing of omgevingsvergunning kunnen aanvullende voorwaarden worden verbonden. Hierdoor kunnen mogelijk aanwezige monumenten in de bodem worden behouden gekoppeld aan de reguliere omgevingsvergunning. Aanvullend is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen waardoor deze bij het verkrijgen van nadere informatie geheel of gedeeltelijk kan worden verwijderd.

86 teld)

bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost (vastges

bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost

6.3.2 Waarde - Cultuurhistorie Deze dubbelbestemming is bedoeld om een goede afweging van de cultuurhistorische belangen zeker te stellen bij panden met monumentale waarden. Het bouwen is op deze gronden pas mogelijk nadat wordt afgeweken van het bestemmingsplan. De aanwezige cultuurhistorische belangen en waarden worden op het moment van verlenen van de afwijking betrokken in de afweging. Primair is de bescherming van de monumentale waarden overigens al geborgd door de aanduiding als gemeentelijk monument.

6.3.3 Waterstaat - Waterkering De primaire waterkering langs de Van Deventerstraat is in het bestemmingsplan bestemd als 'Waterstaat - Waterkering'. De dubbelbestemming dient ter bescherming en instandhouding van de waterkering en de goede waterbeheersing, en borgt daarmee de waterveiligheid. In de regels is bepaald dat alleen gebouwd mag worden volgens de van kracht zijnde bestemming van deze gronden, mits de belangen van de waterkering zich daartegen niet verzetten. Bouwen ten behoeve van een van kracht zijnde bestemming is pas mogelijk na toestemming van burgemeester en wethouders, waarbij advies wordt ingewonnen bij het Hoogheemraadschap van Delfland. Een vergelijkbare regeling geldt voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor de aanleg van werken en werkzaamheden. Op voorhand is reeds duidelijk dat herontwikkeling van het gebied alleen mogelijk is wanneer binnen de kernzone van het dijklichaam bouwactiviteiten mogelijk zijn. Om die reden wordt parallel met de opstelling van dit bestemmingsplan overleg gevoerd met het Hoogheemraadschap over het zwaarwegend maatschappelijk belang dat met ontwikkeling van het gebied gemoeid is.

6.4 Overige bepalingen Het plan kent verder diverse algemene regels, die standaard in Schiedamse bestemmingsplannen worden opgenomen indien dit wenselijk wordt geacht.

6.4.1 Algemene aanduidingsregels Het plangebied ligt binnen de geluidzones van enkele nabijgelegen gezoneerde industrieterreinen, en daarnaast binnen de geluidzones van wegen. Deze zones zijn op de verbeelding aangeduid, en gekoppeld aan regels met betrekking tot het toestaan van nieuwe (geluidgevoelige) functies.

6.4.2 Algemene afwijkingsregels In het bestemmingsplan is zoveel mogelijk met recht bestemd. In aanvulling op de afwijkingsmogelijkheden bij de individuele bestemmingen is een aantal 'Algemene afwijkingsregels opgenomen. Om te voorkomen dat kleine meetfouten tot grote gevolgen leiden en om enigszins flexibel met maatvoeringen om te kunnen gaan, zijn enkele afwijkingsmogelijkheden opgenomen om in geringe mate te kunnen afwijken van genoemde maten, oppervlaktes enzovoorts. Daarnaast zijn afwijkingen opgenomen ten behoeve van bijvoorbeeld het oprichten van bouwwerken voor nutsdoeleinden.

6.4.3 Algemene bouwregels In de algemene bouwregels is opgenomen hoe in specifieke gevallen om te gaan met bestaande afwijkingen, aangrenzende terreinen en is een norm voor de berging van hemelwater benoemd.

bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost (vastgesteld) 87

bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost

6.4.4 Algemene gebruiksregels Het toegelaten gebruik van de gronden is geregeld in de individuele bestemmingen. Een aantal zaken geldt uniform voor het gehele plangebied en zijn daarom benoemd in de 'Algemene gebruiksregels'. Voor het gehele plangebied is zo bepaald welke vormen van gebruik niet zijn toegestaan, zoals een verbod op het uitoefenen van een seksinrichting of het permanent bewonen van niet voor bewoning bedoelde gebouwen. Ook zijn enkele regels opgenomen met betrekking tot de eisen aan berging van hemelwater en de oppervlakte van woningen. Tot slot is een specifieke gebruiksregel opgenomen voor het aspect parkeren e.d.. Het gaat in basis om een standaardregeling voor Schiedam, waarbij sprake is van een dynamische verwijzing naar de geldende Mobiliteitsnormen. .

6.4.5 Algemene wijzigingsregels Het plan kent een algemene wijzigingsregels waarmee bestemmingsgrenzen in het plan beperkt kunnen worden gewijzigd wanneer dit bij het uitmeten van de werkelijke toestand van het terrein noodzakelijk is.

88 teld)

bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost (vastges

bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost

Hoofdstuk 7

Economische uitvoerbaarheid

7.1 Economische uitvoerbaarheid Bij het opstellen van een nieuw bestemmingsplan moet op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening onderzoek plaats vinden naar de economische uitvoerbaarheid van het plan. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de herontwikkeling van een deel van een voormalig gezoneerd industrieterrein, waarbij woningen worden gerealiseerd in combinatie met diverse andersoortige functies in een gemengd stedelijk woon-werkgebied. Gemeentelijk eigendom Het plangebied is in gemeentelijk eigendom, zowel het openbaar gebied als de bedrijfspercelen. Een deel van de bedrijfspercelen is momenteel nog in erfpacht uitgegeven, een groot deel van de erfpachtcontracten is echter geëxpireerd. Insteek is dat alle gronden beschikbaar komen aan de gemeente, aan de noodzakelijke stappen om hier te komen wordt momenteel uitvoering gegeven. Bij de uitwerking van de stedenbouwkundige opzet voor het plangebied is de financiële haalbaarheid getoetst en in een door de raad vastgestelde grondexploitatie neergelegd. Daarbij laat de haalbaarheidsstudie een neutraal/positief resultaat zien. Insteek is de realisatie van het bestemmingsplan via een tender aan particuliere ontwikkelaars te gunnen. De kosten die hiermee gemoeid zijn, worden onderdeel van de voor het gebied te openen gemeentelijke grondexploitatie.

In deze grondexploitatie zijn ook alle kosten voor opstelling van het voorliggende bestemmingsplan meegenomen, en ook de kosten voor verwerving en bouwrijp maken. Planschade Het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan met een planologische wijziging kan in beginsel aanleiding geven tot planschade. De kans op planschade door de herontwikkeling wordt gering geacht, maar dat sprake zal zijn van voor vergoeding in aanmerking komende schade kan niet op voorhand worden uitgesloten. Gelet hierop is voor de herontwikkeling, als onderdeel van de gemeentelijke grondexploitatie, rekening gehouden met eventuele voor vergoeding in aanmerking komende planschade bij het bepalen van de kosten en baten. Het aspect planschade is hiermee voldoende afgedekt.

7.2 Exploitatieplan Op grond van artikel 6.12, eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en artikel 6.2.1 van het besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient, indien sprake is van één van de in artikel 6.2.1 van het Bro genoemde bouwactiviteiten, een exploitatieplan te worden vastgesteld. Een exploitatieplan heeft onder meer tot doel om te komen tot een adequaat publiekrechtelijk kostenverhaal, het realiseren van een goede inrichting van de openbare ruimte door middel van het stellen van locatie-eisen en het bieden van een goede grondslag om de verdeling van woningbouwcategorieën te ondersteunen. De bouwplannen waarbij een exploitatieplan verplicht is, staan in artikel 6.2.1 Bro benoemd. Indien een exploitatieplan vereist is moet de gemeenteraad het exploitatieplan tegelijk vaststellen met de planologische maatregel die het bouwen mogelijk maakt. Een gemeente behoeft geen exploitatieplan op te stellen indien het kostenverhaal al op een andere manier geregeld is ('anderszins verzekerd') en tevens locatie-eisen en regels voor woningbouwcategorieën niet nodig zijn. Het toevoegen van (maximaal) 500 woningen is in principe een bouwplan zoals bedoeld in artikel bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost (vastgesteld) 89

bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost

6.2.1 Bro. De gronden waarop deze bouwplannen zijn voorzien zijn echter volledig eigendom van de gemeente. Voor het gebied is een gemeentelijk grondexploitatie geopend, waarin onder andere alle kosten voor de planrealisatie worden opgenomen. Eventuele locatie-eisen en regels voor de beoogde woningbouwcategorieën zijn verder onderdeel van de uit te voeren grondtender(s), die op basis van de grondexploitatie worden uitgevoerd. Hiermee is het kostenverhaal afdoende geregeld. Ook is er geen reden om aanvullend nog locatie-eisen te stellen in een exploitatieplan. Gelet hierop bestaat er geen aanleiding tot het vaststellen van een exploitatieplan.

90 teld)

bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost (vastges

bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost

Hoofdstuk 8 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 8.1 Wettelijk overleg ex artikel 3.1.1 Bro In het kader van het wettelijk verplicht vooroverleg op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het voorontwerp bestemmingsplan voorgelegd aan de gebruikelijke overlegpartners, waaronder de provincie Zuid-Holland en het Hoogheemraadschap van Delfland. De resultaten van het vooroverleg zijn verwerkt in de 'Reactienota overleg Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost'. Deze nota vormt de basis voor de aanpassing van het voorontwerp bestemmingsplan naar een ontwerpbestemmingsplan, en is als bijlage bij deze toelichting toegevoegd.

8.2 Participatie en inspraak Het voorontwerp bestemmingsplan is uitgewerkt op basis van het Ruimtelijk Raamwerk Nieuw-Mathenesse fase 1, dat in september 2021 door de gemeenteraad is vastgesteld. In het kader van de opstelling van dit Ruimtelijk Raamwerk heeft een participatietraject plaatsgevonden, waarbij inbreng van een ieder mogelijk was. Aanvullend is met diverse afzonderlijke partijen inhoudelijk overleg gevoerd over de kaders en uitwerking van de gebiedsontwikkeling Nieuw-Mathenesse, en is in het kader van concrete onderwerpen specifiek afstemming gezocht. Ook zijn enkele algemene informatiebijeenkomsten gehouden over de gebiedsontwikkeling. In het kader van de tenderuitvraag zal aan geïnteresseerde partijen ook worden gevraagd een voorstel te doen voor de wijze waarop de omgeving wordt betrokken bij de verdere uitwerking van plannen in het gebied. Het bestemmingsplan vormt de planologisch-juridische uitwerking van het Ruimtelijk Raamwerk en de nadere uitwerking in een stedenbouwkundig plan. Er geldt geen wettelijke verplichting om inspraak te bieden op het voorontwerp. Om die reden is het voorontwerp bestemmingsplan niet in het kader van een inspraakprocedure ter inzage gelegd. Een ieder is de gelegenheid geboden om een zienswijze te geven op het ontwerpbestemmingsplan.

bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost (vastgesteld) 91

bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost

Inhoudsopgave Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1

Concept watertoets NM Glasbuurt-Oost

Bijlage 2 Mobiliteitsplan NM Glasbuurt Bijlage 3 Akoestisch onderzoek NM Glasbuurt-Oost Bijlage 4 Notitie externe veiligheid en milieuhinder bedrijvigheid NM Glasbuurt-Oost Bijlage 5 Onderzoek luchtkwaliteit NM Glasbuurt-Oost Bijlage 6 Reactienota overleg NM Glasbuurt-Oost Bijlage 7

Windonderzoek NM Glasbuurt-Oost

Bijlage 8 Bezonningsonderzoek NM Glasbuurt-Oost Bijlage 9 Stikstofonderzoek NM Glasbuurt-Oost Bijlage 10 Bureauonderzoek bedrijfsvoering Kon. De Kuyper Bijlage 11 Stofonderzoek bedrijfsvoering BSR Van Uden

1 teld)

bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost (vastges

Waterparagraaf bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost

21 november 2023

Inhoud 1. 2. 3. 3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5. 4. 4.1. 4.2. 5. 5.1 5.2

INLEIDING HUIDIGE SITUATIE BELEID Europa Rijk Provincie Hoogheemraadschap van Delfland Gemeente Schiedam TOEKOMSTIGE SITUATIE EN DOELSTELLINGEN Planvoornemen op hoofdlijnen Wateropgaven CONCLUSIES EN WAARBORGEN DUURZAAM WATERBEHEER Conclusies Verwerking in bestemmingsplan

BIJLAGEN Watersleutel

1 3 6 6 6 7 7 8 9 9 9 12 12 12

1.

INLEIDING 1.1 Aanleiding Voor het noordoostelijk deel van het bedrijventerrein Nieuw-Mathenesse, Glasbuurt-Oost, wordt een nieuw bestemmingsplan voorbereid. Reden is dat het gebied wordt getransformeerd naar een gemengd woon-werkgebied. In het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat bij opstelling van een nieuw bestemmingsplan de uitvoering van een zogenaamde watertoets noodzakelijk is. Een watertoets wordt via de waterparagraaf opgenomen in het bestemmingsplan, en vormt daarmee een deel van de onderbouwing van het plan.

Afbeelding 1 Aanduiding plangebied bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost 1.2 Achtergrond In september 2021 heeft de gemeenteraad van Schiedam het Ruimtelijk Raamwerk NieuwMathenesse fase 1 vastgesteld. Het Ruimtelijk Raamwerk dient als beleidskader voor de gedeeltelijke transformatie en verdere doorontwikkeling van het bedrijventerrein. Voor het noordelijk deel wordt een transformatie voorgestaan van de huidige functie als bedrijventerrein, naar een gemengd woon-werkgebied. Voor Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost wordt beoogd de bouw van 500 woningen mogelijk te maken, en circa 12.000m2 ruimte te bieden aan gemengde bedrijvigheid en voorzieningen die de goede werking van het nieuwe woon-werkgebied ondersteunen. Op een enkel gebouw na, betekent de transformatie een nagenoeg volledige sloop en herontwikkeling van het gebied. 1.3 Doel watertoets De watertoets is een instrument waarbij de waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze worden meegewogen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerders met elkaar in gesprek brengt in een vroeg stadium. In dit geval gaat het om het Hoogheemraadschap van Delfland en de gemeente Schiedam zelf.

, In voorliggend rapport worden de randvoorwaarden voor waterhuishoudkundige aspecten beschreven voor de voorgenomen ontwikkeling. 1.4 Inwerkingtreding Omgevingswet Naar huidig inzicht treedt op 1 januari 2024 de Omgevingswet in werking. Dit heeft ook gevolgen voor het aspect water. De Keur van het Hoogheemraadschap heeft een werking tot en met 31 december 2023. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 wordt deze vervangen door de Waterschapsverordening. Diverse termen in relatie tot de waterkering wijzigen dan ook.

1

Het bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost wordt als ontwerpbestemmingsplan in december 2023 in procedure gebracht. Op grond van het overgangsrecht Omgevingswet kan dit plan vervolgens als bestemmingsplan conform de Wet ruimtelijke ordening worden afgehandeld. In aanloop naar de vaststelling van het bestemmingsplan zal, met de laatste update van de waterparagraaf naar de dan actuele inhoudelijke stand van zaken, ook de gebruikte terminologie worden aangepast. 1.5 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt kort de bestaande situatie in het plangebied beschreven. Hoofdstuk 3 beschrijft het huidige beleid, aan de hand van het geldende beleidskader van de diverse betrokken overheden. In dit hoofdstuk staan ook de doelstellingen met betrekking tot het waterbeleid. In hoofdstuk 4 wordt een overzicht gegeven van de toekomstige situatie, en wordt ingegaan op de uitgangspunten, waarmee voor de toekomst de realisatie van duurzaam waterbeheer binnen het plangebied kan worden gewaarborgd. Tot slot is als bijlage de ingevulde watersleutel toegevoegd.

2

2.

HUIDIGE SITUATIE

In dit hoofdstuk wordt de bestaande situatie binnen het plangebied beschreven.. Het te ontwikkelen gebied bestaat uit het bedrijfsterrein in de Glasbuurt-Oost. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 3 ha. In de huidige situatie is het plangebied nagenoeg geheel verhard, op twee kleine grasveldjes en enkele tientallen boomspiegels na. 2.1 Maaiveld en bodemsamenstelling De maaiveldhoogte is bepaald op basis van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3 DTM). en varieert ter plaatse van het plangebied tussen NAP +2,8 m en NAP +5,2 m (dijktalud Van Deventerstraat). Op de afbeelding rechts is het plangebied indicatief aangegeven met een rode lijn. Het plangebied ligt daarmee substantieel hoger dan het westelijker gelegen deel van Nieuw-Mathenesse, en het noordelijk van de Rotterdamsedijk gelegen Schiedam Oost. Het hoogteverschil met de dijklichamen van de Rotterdamsedijk (aan de noordzijde van het plangebied) en de Van Deventerstraat (de zuidzijde van het plangebied) is beperkt doordat het gebied is opgehoogd. Onderstaande afbeelding geeft een doorsnede van de bodemopbouw ter plaatse, afkomstig uit het REGIS II ondergrondmodel (via DINOloket). De eerste 20 meter van de bodem bestaat uit een complexe Holocene samenstelling (klei, veen, ophogingsmateriaal).

Onder deze bodemlaag ligt een pakket van circa 10 meter dik bestaande uit de Formatie van Kreftenheye, gevolgd door een laag van zo’n 8 meter dik van de Formatie van Stamproy (zand – klei - zand).

2.2 Watersysteem Grondwater Ter plaatse van het plangebied zijn geen grondwaterstandsmetingen beschikbaar van actuele of historische peilbuizen. Direct ten noorden van het plangebied, aan de Rotterdamsedijk, is van 1953 tot 1977 een peilbuis aanwezig geweest (identificatie B37G0533-001). Tot medio jaren ’60 bevond de grondwaterstand zich tussen de 0.60 en 1.00m t.o.v. NAP. In de periode 1965-1977 fluctueerde de waterstand tussen de 1.00m en 1.60m t.o.v. NAP. Het maaiveld ter plaatse van de peilbuis bevond zich 3.94m boven NAP. In de periode dat de peilbuis aanwezig was zijn 262 metingen uitgevoerd. Vanuit de klimaateffectatlas zijn overzichtskaarten beschikbaar van de Gemiddelde Hoogste 3

Grondwaterstand (GHG) en de Gemiddelde Laagste Grondwaterstand (GLG). De GHG en GLG is gebaseerd op het Nationaal Water Model uit 2016 (GHG) en 2019 (GLG), en betreft de huidige situatie. Op basis van de kaarten blijkt de GHG tussen 1,5 en 2,0 m-mv is te liggen en de GLG ligt dieper dan 2,0 m-mv. Binnen het plangebied bevindt zich een installatie voor grondwateronttrekking, aan de Van Cleeffstraat (identificatie installatie 512164). Het gaat om een reguliere onttrekking met één put (bron: WKO-tool). Oppervlaktewater Het plangebied ligt in het beheergebied van het Hoogheemraadschap van Delfland. Het plangebied kent geen open water, evenmin is het gelegen aangrenzend aan oppervlaktewater. Het dichtstbijzijnde open water is de Buitenhaven (binnendijks boezemwater) aan de westzijde, diverse watersingels in Schiedam Oost aan de noordzijde en het in open verbinding met de Nieuwe Maas staande havenbekken van de Merwe-/Vierhavens aan de oostzijde. Door het hoogheemraadschap zijn peilbesluiten opgesteld waarin het peil is vastgelegd. Het plangebied valt onder peilgebied GPG2007BZM 1b, met een vast peil van NAP -0,43 m. 2.3 Rioolsysteem In de huidige situatie bestaat een groot deel van het plangebied uit een gemengd rioolstel. Ter plaatse van Nieuw-Mathenesserstraat is een persleiding aanwezig.

2.4 Waterveiligheid Op bijgaande afbeelding is een uitsnede van de legger weergegeven voor het plangebied en directe omgeving. Voor wat betreft waterveiligheid liggen de dijklichamen van de Rotterdamsedijk (regionale waterkering) en de Delflandsedijk (primaire waterkering) in of nabij het plangebied. Het dijklichaam van de Rotterdamsedijk ligt buiten het plangebied. Dit geldt voor zowel de kernzone als de beschermingszone. De ontwikkelingen in het plangebied raken dus niet aan deze waterkering. Mogelijk zijn wel afgeleide werkzaamheden in of nabij de kering nodig, bijvoorbeeld wanneer aanpassingen in de infrastructuur worden gedaan of voor het leggen van kabels en leidingen. Omdat het gaat om een regionale waterkering is de afweging over aanvaardbaarheid anders dan bij een primaire waterkering. Voor het bestemmingsplan zijn deze werkzaamheden overigens niet relevant, omdat deze plaatsvinden binnen de bestaande kaders en buiten het plangebied. Het dijklichaam van de Delflandsedijk ligt wel deels in het plangebied. Het gaat om het traject grofweg tussen de dijkpalen S020 en S023. Op bijgaande afbeelding is een detail uitsnede van de legger nabij de Van Deventerstraat gegeven. Goed zichtbaar is dat zowel de zone van het waterstaatswerk op (momenteel bebouwde) bedrijfspercelen aan de noordzijde van de Van Deventerstraat zijn gelegen.

Bijzonderheid is dat het dijklichaam in de bestaande situatie bestaat uit een wegtracé, waarop de aangelegen bedrijven ontsluiten. Bestaande bedrijfsbebouwing bevindt zich soms deels in het dijktalud, en maakt constructief gezien dus onderdeel uit van het dijklichaam. Omdat het plangebied deels opgehoogd is, is ten opzichte van de dijkkruin over het algemeen beperkt sprake van hoogteverschillen. 4

Tweede bijzonderheid is dat de Van Deventerstraat, en daarmee ook het dijklichaam, de gemeentegrens vormt tussen Rotterdam en Schiedam. De referentielijn van het dijkvak ligt ongeveer op de zuidzijde van de rijbaan van de Van Deventerstraat, iets ten noorden van de gemeentegrens. Uit het bij dit dijkvak behorende dwarsprofiel S18 is op te maken dat de leggerhoogte ter plaatse van de referentielijn op NAP +4,65m ligt. De totale breedte van de zone waterstaatswerk (de kernzone) is 54m. De zone is aan de landzijde van de referentielijn 32m diep, waarbij de leggerhoogte 4,93m boven NAP bedraagt. De diepte van de beschermingszone is aan de landzijde 25m, met een leggerhoogte van NAP +4,93m. Aan de rivierzijde rijkt de beschermingszone 22m diep, en daarmee over de gemeentegrens. De leggerhoogte is hier NAP +4,85m. Op basis van het relevante lengteprofiel ST77-ST80 is de dijktafelhoogte tussen S020 en S023 bepaald op 4,65m. De dijktafelhoogte 100 jaar is bepaald op 5,35m. Het Hoogheemraadschap werkt momenteel aan de voorbereiding voor aanpassing van het leggerprofiel, de zone waterstaatswerk en de beschermingszone. Op dit moment voldoet de dijk in Nieuw-Mathenesse nog aan de waterveiligheidseisen. Echter, op termijn zal de dijk gedeeltelijk moeten worden versterkt. Naar verwachting zullen aanpassingen nodig zijn in de periode 2050-2075.

Een versterking heeft een grote ruimtelijke impact op de aangrenzende omgeving van het talud, gelet op de huidige situatie in en op het dijklichaam. De beoogde gebiedsontwikkeling maakt dat de bestaande bebouwing grotendeels gesloopt wordt, en dat een nieuwe invulling voor het gebied wordt gerealiseerd. Het volledig vrijhouden van de kernzone van het dijklichaam van bebouwing is niet realistisch. Dit betekent immers, bij het handhaven van de bestaande rooilijnen, dat een zone van ruim 20m diep niet benut zou kunnen worden. Dit is om diverse redenen niet wenselijk. Streven is daarom wat de gemeente betreft om de versterking van de dijk integraal mee te nemen in de gebiedsontwikkeling van Nieuw-Mathenesse, danwel om in de kaders voor herontwikkeling rekening te houden met een toekomstige dijkversterking. Dit om suboptimale ruimtelijke oplossingen en onnodige kosten te voorkomen, en om te voorkomen dat (relatief kort) na de realisatie van de gebiedsontwikkelingen van Nieuw-Mathenesse en M4H bepaalde delen weer op de schop moeten ten behoeve van een dijkversterking. Er ligt een aantal belangrijke meekoppelkansen, in de opgave waar de vormgeving van het tracé impact kan hebben. Als groen dijklichaam kan het bijdragen aan het mitigeren van wateroverlast, hittestress en bodemdaling en verhogen van de biodiversiteit.

Als ‘stedelijke dijk’ zullen elementen van meervoudig ruimtegebruik een belangrijke rol spelen, zoals ruimtereserveringen en inpassing bestaande gebouwde structuren, mogelijkheden absorberen parkeervoorzieningen, de integratie met verkeers- en ontsluitingsmogelijkheden en ruimte voor groen en recreatie. Daarnaast spelen de belangrijke thema’s van barrièrewerking binnendijks-buitendijks en zichtlijnen op het water bij de inpassing van het versterkte dijktracé. Op die manier zou de dijk kunnen fungeren als gebiedstransformator, en kan de dijk bijdragen aan de kwaliteitsimpuls voor het gebied. Er wordt momenteel een onderzoek gedaan naar de inpassing van de dijkversterking. Dit onderzoek is een samenwerking tussen de gemeenten Schiedam en Rotterdam en Hoogheemraadschap Delfland. Insteek is te komen tot een voorkeursmodel, welke als basis kan worden gebruikt in de uitwerking van de gebiedsontwikkelingen langs het dijklichaam. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de Beleidsregel medegebruik Delflandsedijk, die voor het Hoogheemraadschap als toetsingskader dient bij aanvragen om een watervergunning binnen de dubbelbestemming Waterstaat – Waterkering. Het onderzoek is nog niet afgerond.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14773194/1