Bijlage 2 Bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost
Tekst van het document
Wel is het denkbaar dat horeca een plaats kan vervullen bij deze transformaties, bijvoorbeeld ten behoeve van een nieuw wijkwinkelcentrum- of straat. Van het gebiedsgerichte beleid kan dan ook worden afgeweken, als dit ten behoeve is van een transformatiegebied. Het bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van bedrijventerrein naar gemengd woon-werkgebied mogelijk. Gelet op de omvang van de gebiedsontwikkeling zijn er als onderdeel van de nieuw te realiseren wijk mogelijkheden voor vestiging van horeca. Naast een functie ten behoeve van de toekomstige bewoners, ondernemers en bezoekers in het gebied zelf is daarbij ook relevant dat de gebiedsontwikkeling deel is van het Dutch Distillers District. Het verder ontwikkelen van een profiel rond dit Dutch Distillers District vraagt om mogelijkheden voor bijpassende evenementen en specifieke horecabedrijven (bijv. cocktailbars en proeverijen/proeflokalen voor producten van de bedrijven in de distilleersector). Van het gebiedsgerichte beleid kan dan ook worden afgeweken, als dit ten behoeve van het Dutch Distillers District is en zich verhoudt tot de openbare orde, veiligheid en woon- en leefomgeving. Voor Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost is relevant dat het gaat om een transformatiegebied. Het bestemmingsplan maakt deze transformatie mogelijk.
De mogelijkheid voor horeca in het plangebied is in omvang begrensd, en afgestemd op de beoogde functie van het gebied na transformatie. Als onderdeel van de integrale afweging over de gebiedsontwikkeling is bepaald welk type horeca is toegestaan, en is een maximum gesteld aan het oppervlak dat voor deze functie kan worden benut. Daarbij is primair sprake van horeca 1 (daghoreca). Het horecabeleid doet geen uitspraken over aantal of aard van horecavoorzieningen in een transformatiegebied. Behoefte en inpassing in een gebiedsontwikkeling zijn primair bepalend voor de afweging op ruimtelijke aanvaardbaarheid. In het kader van de concrete vergunningverlening kan nader worden gestuurd op diverse praktische zaken, zoals de openingstijden en wijze van inrichting van een terras. De beoogde ontwikkeling in Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost en de mogelijkheid voor horeca op deze locatie is dan ook in lijn met het Schiedams Horecabeleid. Bij een toekomstige herziening van het horecabeleid wordt bekeken op welke manier de wijziging van transformatiegebied naar een reguliere gebiedsindeling wordt vormgegeven.
bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost (vastgesteld) 45
bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost
4.3.10
Nota Coffeeshopbeleid
In het coffeeshopbeleid is een maximum aantal coffeeshops gesteld op vier binnen de gehele gemeente en regels die zien op het houden van voldoende afstand tot gevoelige functies. De aanwezigheid van coffeeshops brengt op de huidige locaties een druk met zich mee op de woon- en leefsituatie in de vorm van parkeeroverlast en het aankomen en vertrekken van bezoekers. Op grond van het beleid is verhuizing van coffeeshops naar een andere locatie daarom mogelijk, mits deze locatie niet te dicht bevolkt is. In het plangebied zijn geen coffeeshops gevestigd of toegestaan.
4.3.11
Prostitutiebeleid
De directe aanleiding van het Schiedamse Prostitutiebeleid 2016 is de opheffing van het bordeelverbod in 2000. Hiermee kan de exploitatie van prostitutie aan gemeentelijke regelgeving worden onderworpen. Het prostitutiebeleid is er op gericht de openbare orde en het woon- en leefklimaat te beschermen, de positie van de prostituee te verbeteren en het tegengaan van misstanden en mensenhandel in de seksbranche. In het prostitutiebeleid wordt het maximum aantal seksinrichting binnen de gemeente op vijf gesteld. Hiermee biedt het beleid ruimte voor uitbreiding van het aantal seksinrichtingen. In het plangebied zijn geen prostitutiebedrijven gevestigd of toegestaan.
46 teld)
bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost (vastges
bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost
Hoofdstuk 5 Planologische milieutechnischerandvoorwaarden
en
H5 is nog in bewerking met input van de meest recente informatie Het al dan niet voldoen aan verschillende planologische en milieutechnische randvoorwaarden en uitgangspunten is bepalend voor de vraag of een nieuw bestemmingsplan ook daadwerkelijk uitvoerbaar is. In dit hoofdstuk wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan getoetst op planologische en milieutechnische randvoorwaarden. Voor de Glasbuurt-Oost is sprake van een concrete gebiedsontwikkeling, waarvoor spoedig na inwerkingtreding van het voorliggende bestemmingsplan omgevingsvergunningen gewenst zijn voor de bouw en realisatie van de voorgenomen ontwikkeling. Ter onderbouwing van de uitvoerbaarheid zijn diverse onderzoeken uitgevoerd. Deze zijn verwerkt in het voorliggende hoofdstuk. Hiermee is sprake van een uitvoerbaar bestemmingsplan.
5.1 Milieueffectrapportage (MER) 5.1.1 Algemeen Op grond van de Wet milieubeheer worden activiteiten aangewezen welke belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu, of waarvoor beoordeeld moet worden of deze activiteiten nadelige invloed hebben. In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage is aangegeven welke activiteiten in het kader van een bestemmingsplan planMER-plichtig, projectMER-plichtig of MER-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit milieueffectrapportage drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de genoemde activiteiten welke niet aan de drempelwaarden voldoen, te beoordelen of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben (gelet op kenmerken, locatie en potentiële effecten). Voor de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterrein (onderdeel D 11.2 Besluit milieueffectrapportage) geldt dat beoordeeld moet worden of deze activiteiten nadelige effecten voor het milieu kunnen hebben. Deze beoordelingsvereiste geldt in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m².
5.1.2 Beschrijving en onderzoek Het totale projectgebied heeft een oppervlakte van circa 3 hectare, waar ruimte is voor 500 - 580 woningen en circa 12.000 m² bedrijfsfuncties, maatschappelijke voorzieningen en andere functies die een goede werking van het woon-werkgebied ondersteunen. De ontwikkeling betreft geen stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit milieueffectrapportage. Hierbij is in aanmerking genomen dat de ontwikkeling een binnenstedelijke inbreidingslocatie betreft, gelegen in een reeds sterk verstedelijkt gebied. Daarbij wordt een locatie welke momenteel volledig bedrijfsmatig wordt gebruikt voor bedrijvigheid en industrie, en die nagenoeg volledig bebouwd cq. verhard is, getransformeerd naar een binnenstedelijk gemengd woon-werkgebied aansluitend op de omliggende stadsbebouwing. Onderdeel van de ontwikkeling is een beperkte voortzetting van het reeds toegestane bedrijfsmatig gebruik als onderdeel van het gemengd woon-werkgebied. Het project heeft daarbij een relatief beperkte oppervlakte, binnen de context van dit sterk verstedelijkte gebied. bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost (vastgesteld) 47
bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost
Op grond van het arrest van het Europese Hof van Justitie van 15 oktober 2009 geldt dat de vraag of een MER-beoordelingsplicht geldt, niet alleen afhankelijk is van de omvang van het project, maar dat ook beoordeeld moet worden of het project gelet op de andere selectiecriteria van bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn door de aard en ligging aanzienlijke milieugevolgen tot gevolg zou kunnen hebben. Hoewel gelet op voornoemde geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject, wordt ten overvloede beoordeeld of sprake is van dusdanige milieugevolgen dat een MER-(beoordelings)procedure vereist is. Gelet op de schaal van het project, de situering binnen bebouwd stedelijk gebied, het gebied reeds werd gebruikt voor stedelijke functies en de kenmerken van de potentiële effecten van een dergelijk project zullen geen belangrijke negatieve milieueffecten optreden. Dit blijkt ook uit de onderzoeken van de verschillende milieuaspecten, zoals deze in dit hoofdstuk zijn opgenomen. Geconcludeerd wordt dat voor het bestemmingsplan geen MER-(beoordelings)procedure conform het Besluit milieueffectrapportage vereist is. Hoewel sprake is van een gemeentelijk initiatief, en daarmee feitelijk geen MER-aanmeldnotitie vereist is, is in het voortraject van vaststelling een MER-aanmeldnotitie opgesteld.
In deze notitie is omschreven dat door het uitblijven van nadelige gevolgen, kan worden geconcludeerd dat geen volledige m.e.r.-(beoordelings)procedure hoeft te worden doorlopen, en dat geen milieueffectrapportage (MER) nodig is. De besluitvorming hierover is meegenomen in de voorbereiding van besluitvorming over de vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan.
5.1.3 MER Merwe-Vierhavens (M4H Rotterdam) Voor het bestemmingsplan Merwe-Vierhavens (gemeente Rotterdam) is een milieueffectrapport (MER) opgesteld en is een procedure doorlopen waarbij de milieueffectrapportage beoordeeld is door de Commissie voor de milieueffectrapportage. Dit MER dient ook als onderbouwing van het bestemmingsplan Merwe-Vierhavens.Burgemeester en wethouders van Schiedam hebben op 4 april 2023 ingestemd met de MER, dat vervolgens door het college van Rotterdam op 23 mei 2023 in samenhang met het ontwerpbestemmingsplan Merwe-Vierhavens is vrijgegeven voor het vervolg van de procedure. In het milieueffectrapport, dat bestaat uit een hoofdrapport met diverse themadeelrapporten, zijn de milieueffecten onderzocht voor de huidige situatie binnen het plangebied van dat bestemmingsplan, de effecten wanneer er geen nieuw bestemmingsplan wordt vastgesteld (de autonome ontwikkeling) en het voorkeursalternatief. Het voorkeursalternatief is de planologische invulling van het gebied zoals dat in het bestemmingsplan Merwe-Vierhavens is opgenomen. In het kader van het MER Merwe-Vierhavens is ook onderzoek gedaan naar de gevolgen van de beoogde aanpassing van het gezoneerd industrieterrein Havens Noord-West / Oost-Frankeland. Dit onderzoek is zowel voor Rotterdam als Schiedam gedaan.
Uit dit onderzoek is gebleken dat aanpassing conform het voorkeursalternatief mogelijk is, en dat dit niet leidt tot onevenredige gevolgen voor het milieu en de leefomgeving. Aanvullend op de MER is door Schiedam onderzoek gedaan naar de gevolgen van het geheel dezoneren van Nieuw-Mathenesse. De wijzigingen ten aanzien van de begrenzing van het gezoneerd industrieterrein zijn voor Schiedam, vooruitlopend op het voorliggende bestemmingsplan, via een afzonderlijk bestemmingsplan doorgevoerd en inmiddels onherroepelijk. Op het aspect geluid in relatie tot het voorliggend bestemmingsplan wordt uitgebeider ingegaan in paragraaf 5.4. De Commissie voor de m.e.r. heeft op 21 september 2023 een voorlopig toetsingsadvies uitgebracht op het MER M4H (projectnummer 3426). Mede naar aanleiding van dit voorlopig toetsingsadvies zijn door Rotterdam diverse aanvullingen op het MER uitgevoerd. Ook is het uitgangspunt verwerkt dat de gemeente Schiedam geheel Nieuw-Mathenesse buiten de aanduiding van het gezoneerd 48 teld)
bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost (vastges
bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost
industrieterrein wenst te brengen. Naar aanleiding van de aanvullingen is de Commissie voor de m.e.r. om een nieuw advies gevraagd. Dit advies is op 26 maart 2024 door de Commissie gegeven. Eindconclusie is dat de diverse relevante milieuaspecten afdoende aan bod komen in het MER, en dat er vanuit dat oogpunt geen belemmeringen zijn voor een vervolg van de ruimtelijke procedure zoals voorgesteld. Er is nog een aandachtspunt gesignaleerd door de Commissie, maar toegezegd is dat dit wordt verwerkt in de definitieve stukken. Deze conclusies zien uiteraard met name op de ontwikkeling van M4H, maar zijn voor het aspect geluid dus mede relevant voor Schiedam.
5.1.4 Conclusie Geconcludeerd wordt dat voor het bestemmingsplan geen MER-(beoordelings)procedure conform het Besluit milieueffectrapportage vereist is. In de navolgende paragrafen is voor de diverse relevante milieu- en omgevingsaspecten een beschrijving van de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling gegeven, met een nadere onderbouwing en motivering ten aanzien van de uitvoerbaarheid.
5.2 Waterparagraaf 5.2.1 Algemeen Ten behoeve van de uitvoering van de wettelijk verplichte watertoets is voor dit bestemmingsplan een watertoets opgesteld. De watertoets is als Bijlage 1 bij de toelichting gevoegd. In het kader van het wettelijk vooroverleg is het Hoogheemraadschap van Delfland om een reactie gevraagd, deze overlegreactie is ook ontvangen en verwerkt in het bestemmingsplan.
5.2.2 Huidige situatie Het te ontwikkelen gebied gaat om (voormalig) bedrijfsterrein in de Glasbuurt-Oost. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 3 ha. In de huidige situatie is het plangebied nagenoeg geheel verhard, op twee kleine grasveldjes en enkele tientallen boomspiegels na. De maaiveldhoogte is bepaald op basis van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN 3, DTM), en varieert ter plaatse van het plangebied tussen NAP +2,8 m en NAP +5,2 m (dijktalud Van Deventerstraat). Het plangebied ligt daarmee substantieel hoger dan het westelijker gelegen deel van Nieuw-Mathenesse. Grondwater Ter plaatse van het plangebied zijn geen grondwaterstandsmetingen beschikbaar van actuele of historische peilbuizen. Vanuit de klimaateffectatlas zijn overzichtskaarten beschikbaar van de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) en de Gemiddelde Laagste Grondwaterstand (GLG). De GHG en GLG is gebaseerd op het Nationaal Water Model uit 2016 (GHG) en 2019 (GLG) en betreft de huidige situatie. Op basis van de kaarten blijkt de GHG tussen 1,5 en 2,0 m-mv is te liggen en de GLG ligt dieper dan 2,0 m-mv. Oppervlaktewater Het plangebied ligt in het beheergebied van het Hoogheemraadschap van Delfland. Het plangebied kent geen open water, evenmin is het gelegen aangrenzend aan oppervlaktewater.
Het dichtstbijzijnde open water is de Buitenhaven (binnendijks boezemwater) aan de westzijde, diverse watersingels in Schiedam Oost aan de noordzijde en het in open verbinding met de Nieuwe Maas staande havenbekken van de Merwe-/Vierhavens aan de oostzijde. Door het Hoogheemraadschap zijn peilbesluiten opgesteld waarin het peil is vastgelegd. Het plangebied valt onder peilgebied GPG2007BZM 1-b, het gaat om een vast peil van NAP -0,43 m.
bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost (vastgesteld) 49
bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost
5.2.3 Relatie tot ontwikkeling Het plangebied beslaat in totaal circa 3 hectare. In de nieuwe situatie bestaat het plangebied uit een verhard oppervlak van circa 2,25 hectare (ongeveer 75% van het totale plangebied). Het onverhard oppervlak in de toekomstige situatie bedraagt circa 0,8 hectare. Met de ontwikkeling neemt het verharde oppervlak met ongeveer 7.500 m2 af, ten opzichte van de huidige situatie. Wateropgave Bij de ontwikkeling moet worden voldaan aan de eisen van het Hoogheemraadschap, het convenant klimaatadaptief bouwen en de gemeente, voor wat betreft voldoende waterberging in relatie tot de hoeveelheid verhard oppervlak die aanwezig is. Om te bepalen of er een wateropgave speelt vanuit het Hoogheemraadschap is de watersleutel ingevuld. Deze is ook in bijlage 1 opgenomen. Door de substantiële afname aan verhard oppervlak is er vanuit dit oogpunt geen opgave. Vanuit de gemeente is de wens om bij nieuwe ontwikkelingen een berging van 60 mm gedurende een uur binnen het plangebied te kunnen borgen, waarvan 25 mm op eigen terrein (i.c. niet openbaar gebied). Dit betekent dat voor het plangebied een totaal van circa 1.830 m3 aan waterbergingsopgave geldt, waarvan 762,5 m³ op het niet-openbaar gebied. Hemelwaterbeheer Het plan gaat niet uit van de aanleg van oppervlaktewater.
Op dit moment wordt nog verkend op welke wijze de (tijdelijk) berging van water wordt vormgegeven. De wijze waarop in de opvang van hemelwater moet worden voorzien kan bij de uitwerking van concrete bouwplannen inzichtelijk worden gemaakt. Waterkwaliteit Het plan gaat niet uit van de aanleg van oppervlaktewater. Op dit moment wordt nog verkend op welke wijze de (tijdelijk) berging van water wordt vormgegeven. Voor het gebied zal sprake zijn van een vervanging en aanleg van het rioolsysteem, afgestemd op de nieuw beoogde situatie. Momenteel wordt gewerkt aan de uitwerking van het afvoersysteem voor vuil water. In ieder geval wordt het huidige gemengde stelsel vervangen door een gescheiden stelsel. Waterkering Een deel van de voorgenomen ontwikkeling ligt binnen de kern- en/of beschermingszone van een primaire waterkering (Delflandse dijk). Voor het aanleggen of verwijderen van verharding in de beschermingszone van de waterkering geldt een zorg-, meld- of vergunningplicht. Bij de uitwerking van de plannen moet bepaald worden welke regeling van toepassing is. De noodzaak voor afstemming met het Hoogheemraadschap hierover is generiek in de regels bij de bestemming 'Waterstaat - Waterkering' verwerkt.
Als aanloop naar de concrete uitwerking van bouwplannen in het gebied, en mede ook gelet op het te doorlopen tendertraject voor de ontwikkeling, is met het Hoogheemraadschap overleg gevoerd over de motivering voor het zwaarwegend maatschappelijk belang dat is gemoeid met de voorgenomen ontwikkeling in relatie tot het bouwen in en nabij het dijklichaam. In afstemming met het Hoogheemraadschap is ee nadere onderbouwing van dit belang door de gemeente aangeleverd, en is het Hoogheemraadschap verzocht om hier standpunt op te bepalen.
50 teld)
bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost (vastges
bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost
5.2.4 Conclusie Realisatie van de voorgenomen ontwikkeling heeft geen onevenredig negatieve gevolgen voor het watersysteem. Het verhard oppervlak binnen het plangebied neemt substantieel af, en het planvoornemen maakt goed gebruik van de kansen die dit biedt. De borging van enkele specifieke waterstaatsbelangen is via de regels vastgelegd. Gelet op de beoogde ontwikkeling is daarnaast ook een aantal kaders die voortvloeien uit gemeentelijk beleid of het beleid van het Hoogheemraadschap doorvertaald in de bestemmingslegging. Hiermee is geborgd dat de ontwikkeling een positieve bijdrage levert aan de waterkwaliteit. Het deelaspect water staat de uitvoering van het bestemmingsplan dus niet in de weg.
5.3 Mobiliteit 5.3.1 Algemeen Bij ruimtelijke ontwikkelingen dienen verkeer- en parkeeraspecten in kaart te worden gebracht. Daarbij is de parkeerbehoefte, verkeersgeneratie en de ontsluiting van belang. Hierdoor kan de realisatie van voldoende parkeerplaatsen worden gewaarborgd en worden ongewenste of onveilige verkeerssituaties tegengegaan. De genoemde verkeersaspecten worden hierna achtereenvolgens behandeld. Voor het bepalen van de parkeerbehoefte heeft de gemeente in 2018 het facetbestemmingsplan “Parkeren” vastgesteld. Door vaststelling van dit bestemmingsplan ontstond voor de gemeente de mogelijkheid een initiatief of bouwaanvraag te toetsen aan de geldende parkeernormen. Met het bestemmingsplan is de koppeling gelegd met de gemeentelijke parkeernormen. Aan de hand daarvan kon de parkeerbehoefte voor een nieuwe ontwikkeling worden vastgesteld. In de basis is deze systematiek in het voorliggende bestemmingsplan overgenomen. Daarbij wordt thans bij concrete planuitwerkingen getoetst aan de geldende Mobiliteitsnormen 2024.
5.3.2 Onderzoek Voor geheel Nieuw-Mathenesse Noord is een mobiliteitsplan uitgewerkt door Goudappel (d.d. 10 maart 2023, kenmerk 011905.20230310.R1.06). Dit rapport is als Bijlage 2 aan de toelichting van dit bestemmingsplan toegevoegd. Voor de vaststelling van het bestemmingsplan wordt dit mobiliteitsplan mogelijk nog geactualiseerd. Globale conclusie van het onderzoek is dat realisatie van circa 1.200 nieuwe woningen op Nieuw-Mathenesse Noord in een gemengd woon-werkgebied met circa 30.000 m² BVO aan voorzieningen en bedrijvigheid, geen onevenredig zware negatieve impact heeft op het verkeersysteem. Hoewel maatregelen ter verbetering van de werking van het verkeersysteem denkbaar zijn, is er geen sprake van het vastlopen van het verkeerssysteem in de stad of op bovenlokale schaal. Daarnaast is gekeken naar de parkeerbehoefte binnen Nieuw-Mathenesse Noord, en naar de manieren om met de diverse mogelijkheden qua mobiliteit om te gaan. Belangrijke conclusies zijn dat het aantal benodigde parkeerplaatsen binnen het plangebied is te realiseren, waarbij voor auto's deels gebruik wordt gemaakt van een centrale parkeervoorziening (hub). Daarbij wordt uitgegaan van enkele kaderstellende voorwaarden, onder andere dat gereguleerd parkeren voor Nieuw-Mathenesse ook in de nieuwe woon-werkgebieden wordt ingevoerd.
Voor de uitgebreidere onderbouwing van de diverse uitgangspunten wordt verwezen naar de bijlage bij de toelichting. Parallel met de voortgang in de besluitvorming over het voorliggend bestemmingsplan zijn verder diverse maatregelen genomen danwel voorbereid, met betrekking tot de goede werking van het verkeerssysteem in het gebied.
bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost (vastgesteld) 51
bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost
5.3.3 Parkeren, laden, lossen en stallen Bij ruimtelijke ontwikkelingen geldt de vereiste dat, om parkeerproblemen te voorkomen, voorzien moet worden in voldoende parkeergelegenheid. Deze vereiste vond voorheen zijn grondslag in de gemeentelijke bouwverordening. Om deze reden is in de planregels een regeling met betrekking tot parkeren opgenomen. De hoofdregel is dat bij nieuwe ontwikkelingen voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd op eigen terrein. Onder een nieuwe ontwikkeling wordt daarbij zowel het oprichten van bebouwing verstaan, als het veranderen, wijzigen of uitbreiden van bestaand gebruik. De vraag of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid wordt beantwoord op basis van de bij de regels gevoegde parkeernormen. De wijze waarop de parkeerbehoefte moet worden bepaald volgt uit de door het college vastgestelde 'Mobiliteitsnormen 2024' (of een latere herziening) en het nader onderzoek voor de beoogde ontwikkeling. Daarbij geldt aanvullend dat de parkeerplaatsen qua aard, plaats en inrichting bruikbaar en bereikbaar moeten zijn. De voorschriften uit het Handboek Openbare Ruimte vormen hierbij het uitgangspunt. Primair moment van toetsing aan de parkeernormen is het moment van vergunningverlening voor concrete aanvragen omgevingsvergunning.
Op dat moment kan worden bepaald wat de precieze parkeerbehoefte is, en kan worden beoordeeld op welke wijze aan de normen wordt voldaan. Aanleg compenserende parkeerplaatsen In aanvulling op de reguliere parkeernormen is in de regels opgenomen dat minimaal 34 extra parkeerplaatsen binnen het plangebied worden gerealiseerd. Deze parkeerplaatsen dienen ter compensatie voor parkeerplaatsen die op een locatie buiten het plangebied verdwijnen, als onderdeel van een ander deelproject binnen de gebiedsontwikkeling Nieuw-Mathenesse. Door opname van de regel in het voorliggend bestemmingsplan is geborgd dat de 34 parkeerplaatsen die (op termijn) aan de Buitenhavenweg komen te vervallen, binnen het plangebied aanvullend worden gerealiseerd ter compensatie.
5.3.4 Conclusie Op grond van het uitgevoerde onderzoek en de borging in de regels via de koppeling met de Mobiliteitsnormen, wordt geconcludeerd dat, mede met inachtname van doorvoering van diverse maatregelen en een verdere verbetering van de fysieke verkeersinfrastructuur in en rondom het plangebied, een verantwoorde ontwikkeling van het bestemmingsplan vanuit het aspect mobiliteit gezien mogelijk is. In de regels is voor diverse onderwerpen, zoals parkeren, voorzien in toetsbare kaders voor concrete vergunningaanvragen.
5.4 Geluid 5.4.1 Algemeen In het kader van de Wet geluidhinder moeten geluidsgevoelige objecten voldoen aan de wettelijk bepaalde normering als het gaat om de maximale geluidsbelasting op de gevels. De limitatieve lijst geluidsgevoelige gebouwen bestaat uit woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen, verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, kinderdagverblijven. Relevante geluidbronnen in het kader van de Wet geluidhinder zijn wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai. Op het moment dat een van bovenstaande functies ontwikkeld wordt in de nabijheid van voornoemde geluidbronnen of binnen de zones daarvan, zal middels een geluidsonderzoek aangetoond moeten worden of er voldaan wordt aan de wettelijke voorkeursgrenswaarde.
52 teld)
bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost (vastges
bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost
Het gemeentelijk geluidbeleid is vastgelegd in de “Beleidsnota Hogere waarden voor geluid”, d.d. november 2010. Het beleid is erop gericht om bij het vaststellen van een hogere waarde voor geluidgevoelige bestemmingen minimaal één geluidluwe zijde te creëren. Het is daarbij belangrijk dat de geluidsituatie bij de geluidluwe zijde niet verstoord wordt door ander geluid dan waar het beleid over gaat. Bij redenen van evident maatschappelijk belang kan van dit beleid worden afgeweken. Het vaststellen van een hogere waarde door burgemeester en wethouders is mogelijk indien maatregelen om de geluidbelasting te reduceren aan bron (verkeer) of tussen bron en ontvanger (gebouw), zoals schermen of verkeersreducerende maatregelen, niet doelmatig zijn of bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerkundige, landschappelijke of financiële aard ondervinden. Indien ook de maximaal te verlenen ontheffingswaarde wordt overschreden zijn geluidgevoelige functie niet mogelijk tenzij deze wordt voorzien van maatregelen (dove gevels). Met het actieplan 'Lucht & Geluid' heeft Schiedam gekozen voor het voorkomen en bestrijden van ernstige geluidhinder en slaapverstoring, in zowel bestaande als nieuwe situaties, met een plandrempel van 55dB.
5.4.2 Relatie tot ontwikkeling Door Peutz is in het kader van de bestemmingsplanprocedure een akoestisch onderzoek omgevingslawaai uitgevoerd (d.d. 23 oktober 2024, kenmerk HH/SvN/CJ/O 16935-2-RA-001). De rapportage is als Bijlage 3 toegevoegd. Onderzoek is uitgevoerd naar industrielawaai, nestgeluid en wegverkeerslawaai. Overige geluidbronnen zijn na eerste beoordeling voor het plan niet relevant. Het plangebied is deels gelegen binnen de geluidzones van de gezoneerde industrieterreinen Havens NoordWest / Oost-Frankeland en Waal-/Eemhaven, en diverse binnenstedelijke wegen. De relevante niet-zoneplichtige wegen met een snelheidsregime van 30 km/uur zijn in het kader van een goede ruimtelijke ordening eveneens in het onderzoek betrokken.
bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost (vastgesteld) 53
bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost
Afbeelding 13 Situering toetspunten en indeling gebouwgroepen Industrielawaai Uit het onderzoek volgt dat de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) voor industrielawaai ter plaatse van de beoogde woningen ten gevolge van het industrieterrein Havens-Noordwest wordt overschreden. De hoogst optredende geluidbelasting ter plaatse van woningen bedraagt 57 dB(A). De maximaal te verlenen hogere waarde voor woningen die in de geluidzone van een industrieterrein zijn gelegen van 55 dB(A) wordt daarmee overschreden. Dit betekent dat aanvullende maatregelen nodig zijn. Ten gevolge van Waal-Eemhaven treden geen overschrijdingen van de voorkeursgrenswaarde op.
54 teld)
bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost (vastges
bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost
Afbeelding 14 Aanduiding van geluidbelasting industrielawaai vanuit Havens Noord-West Daar waar de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden vanwege Havens-Noordwest, dienen hogere waarden aangevraagd te worden. Hogere waarden kunnen op grond van de Wgh slechts worden vastgesteld indien het redelijkerwijs niet mogelijk is aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. Derhalve dient voorafgaand aan het nemen van een hogere waarden besluit onderzocht te worden of het mogelijk is geluidreducerende maatregelen te treffen. Daarbij geldt de voorkeursvolgorde bron-overdracht-ontvanger, hetgeen inhoudt dat het treffen van maatregelen aan de bron de voorkeur verdient boven het treffen van maatregelen in de overdracht, en dat het treffen van maatregelen in de overdracht de voorkeur verdient boven het treffen van maatregelen bij de ontvanger. Er dient aldus inspanning verricht te worden om de geluidbelasting te verlagen tot aan de voorkeursgrenswaarde, maar wordt een overschrijding alsnog toegelaten indien het niet redelijkerwijs mogelijk is om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. Omdat het niet de intentie is om bedrijven in hun milieugebruiksruimte te beperken, en omdat de geluidbelasting door zeer veel inrichtingen wordt bepaald, is het in redelijkheid niet mogelijk om brongerichte maatregelen te treffen.
Maatregelen in de overdracht, zoals geluidschermen en/of aarden wallen zijn gezien de hoogte van de te realiseren woongebouwen niet effectief en zijn bovendien vanuit stedenbouwkundig oogpunt niet wenselijk. In het gemeentelijk hogere waardenbeleid zijn voorwaarden opgenomen om hogere waarden vergund te krijgen. Hierbij is het beleid erop gericht om bij het vaststellen van een hogere waarde voor woningen of andere geluidgevoelige bestemmingen minimaal één geluidluwe zijde te creëren. Het is daarbij belangrijk dat de geluidsituatie bij de geluidluwe zijde niet verstoord wordt door ander geluid dan waar het beleid over gaat. Bij redenen van evident maatschappelijk belang kan van dit beleid worden afgeweken. In de beoogde situatie zonder maatregelen beschikken de woningen, waar hogere waarden aangevraagd dienen te worden vanwege Havens-Noordwest, niet over een geluidluwe zijde. Geluidluwe zijden zijn met namen bedoeld om bij te openen ramen, het geluid dat in de woning komt te beperken. Daarvoor kunnen gebouwgebonden maatregelen worden overwogen. Indien dergelijke maatregelen niet haalbaar zijn binnen de stedenbouwkundige opzet, biedt het gemeentelijk geluidbeleid de mogelijk om van dit beleid af te wijken bij redenen van evident belang.
bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost (vastgesteld) 55
bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost
Opgemerkt wordt dat op termijn verder transformeren van de Rotterdamse Merwe-Vierhavens (M4H) tot een gemengd woon- en werkgebied, de geluidbelasting vanwege het industrieterrein Havens-Noordwest verder zal verlagen. De transformatie van M4H zal resulteren in een geluidbelasting op de beoogde woningen ten gevolge van Havens-Noordwest van ten hoogste 53 dB(A), waarmee de maximaal te verlenen hogere waarde van 55 dB(A) niet wordt overschreden. Echter, de hogere waarden kunnen niet gebaseerd worden op deze situatie omdat hierover nog geen definitieve besluitvorming heeft plaatsgevonden. Het ontwerp-bestemmingsplan Merwe-Vierhavens is door de gemeente Rotterdam in mei 2023 in procedure gebracht. Nestgeluid In de havens van de industrieterreinen Havens-Noordwest/Oost Frankeland en Waal-Eemhaven meren binnenvaartschepen en zeeschepen aan. Door DCMR zijn de door het Havenbedrijf en DCMR opgestelde akoestische rekenmodellen aangeleverd. De in de modellen opgenomen gegevens (bronsterkten, bedrijfstijden) zijn gebaseerd op een maximale invulling van de havens, gemiddeld zal sprake zal zijn van lagere geluidemissies en een lagere bezetting. De factor nestgeluid is onderdeel van deze maximale invulling, en is dus afdoende meegewogen in de berekeningen die ten behoeve van het industrielawaai zijn uitgevoerd.
Wegverkeerslawaai Uit het onderzoek volgt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor wegverkeerslawaai ter plaatse van een aantal beoogde woningen ten gevolge van de Nieuw-Mathenesserstraat en de Van Deventerstraat wordt overschreden. Vanwege het wegverkeer over de Nieuw-Mathenesserstraat treden overschrijdingen van de voorkeursgrenswaarde op woningen van bouwblok 2 op. Op de woningen gelegen aan de zuid- en westgevel van bouwblok 2 (alle woonlagen) nabij het kruispunt worden overschrijdingen van de voorkeursgrenswaarde berekend. De hoogst optredende geluidbelasting ten gevolge van de Nieuw-Mathenesserstraat bedraagt 54 dB op de meest nabij het kruispunt gelegen woningen. Conform het hogere waardenbeleid van de gemeente Schiedam dienen bij een dergelijke geluidbelasting hogere waarden aangevraagd te worden en dienen woningen ten minste één geluidluwe zijde te hebben. Vanwege het wegverkeer over de Van Deventerstraat treden overschrijdingen van de voorkeursgrenswaarde op woningen van bouwblok 2 en 3 op. Er treden overschrijdingen van de voorkeursgrenswaarde op aan alle langs de Van Deventerstraat gelegen woningen (alle woonlagen). De berekende geluidbelasting ten gevolge van de Van Deventerstraat bedraagt ten hoogste 61 dB.
Bij een dergelijke geluidbelasting dienen hogere waarden aangevraagd te worden en dienen woningen conform het hogere waardenbeleid ten minste één geluidluwe zijde te hebben. Hogere waarden kunnen op grond van de Wgh slechts worden vastgesteld indien het redelijkerwijs niet mogelijk is aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. Derhalve dient voorafgaand aan het nemen van een hogere waarden besluit onderzocht te worden of het mogelijk is geluidreducerende maatregelen te treffen. Daarbij geldt de voorkeursvolgorde bron-overdracht-ontvanger. Er dient aldus inspanning verricht te worden om de geluidbelasting te verlagen tot aan de voorkeursgrenswaarde, maar wordt een overschrijding alsnog toegelaten indien het niet redelijkerwijs mogelijk is om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. Een mogelijke brongerichte maatregel is het realiseren van stiller wegdek. Stil wegdek kan echter niet overal worden toegepast. Op plaatsen met veel wringend verkeer slijt het stille wegdek snel waardoor de geluidreducerende werking afneemt. In voorliggende situatie zijn de maatgevende wegen nabij kruispunten gelegen waar veel sprake is van wringend verkeer. Ook kan onderzocht worden of maatregelen tussen bron en ontvanger in de vorm van een geluidscherm uitkomst bieden.
56 teld)
bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost (vastges
bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost
Een mogelijke maatregel is het plaatsen van een geluidscherm tussen de maatgevende wegen en de woningen. Het realiseren van metershoge geluidschermen binnen het plangebied is niet gewenst en loopt op tegen stedenbouwkundige bezwaren. Om die reden wordt bij de verdere uitwerking van de stedenbouwkundige opzet voor het gebied gekeken naar de diverse gebouwgebonden maatregelen. Ten behoeve van het ontwerpbestemmingsplan wordt dit punt concreter uitgewerkt. Cumulatie Wanneer de belasting van de diverse geluidbronnen bij elkaar wordt opgeteld, ontstaat het beeld zoals dat op onderstaande afbeelding 15 is weergegeven. Bij de beoordeling van een aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt rekening gehouden met de maximale gecumuleerde geluidsbelasting als gevolg van het wegverkeer en het nestgeluid (zonder aftrek artikel 110g Wet geluidhinder). De gecumuleerde geluidsbelasting wordt vooral door het aspect nestgeluid bepaald. Voor de woningen langs de Van Deventerstraat/Nieuw-Mathenesserstraat is een maximale gecumuleerde geluidsbelasting van 67 dB(A) berekend. Voor de gevels van een aantal geprojecteerde woningen aan de oost- en zuidzijde van het plangebied is sprake van beoordeling 'tamelijk slecht' en 'slecht'.
Voor deze woningen wordt gekeken of bij de uitwerking van concrete bouwplannen, met gevelwering en gebouwgebonden maatregelen, de situatie ook akoestisch is te verbeteren. Afbeelding 15 Geluidbelasting bij cumulatie, inclusief nestgeluid
5.4.3 Hogere waarden (geluid) Overeenkomstig het bepaalde in artikel 4.10 van het Besluit geluidhinder en artikel 83 en 110a van de Wet geluidhinder worden, in samenhang met dit bestemmingsplan, hogere waarden (geluid) vastgesteld. Het ontwerpbesluit hogere waarden wordt gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan in procedure gebracht. De hogere waarden worden toegekend voordat de raad besluit over de vaststelling van het bestemmingsplan. Gelet op de beleidsnota hogere waarden en het actieplan 'Lucht & Geluid' is bij het verlenen van hogere waarden (geluid) in aanmerking genomen dat, via de werking van het Bouwbesluit, alle woningen een binnenwaarde van 33 dB dienen te hebben. Ook is de opzet van het plan zodanig dat alle woningen beschikken over een geluidluwe zijde of in de directe nabijheid kunnen beschikken over geluidluwe buitenruimtes. Hierbij is ook de parkstructuur en verdere openbare ruimte binnen het plangebied in ogenschouw genomen. Hiermee is een goed woon- en leefklimaat in de woningen gewaarborgd. Zoals beschreven is de uitwerking van de planvorming in de Rotterdamse Merwe-Vierhavens van belang voor het bepalen van de hoogte van de toe te kennen hogere waarden.
5.4.4 Ontwikkelingsgebied Crisis- en Herstelwet Het plangebied is bij besluit van 1 december 2023 door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangewezen als zogenaamd ontwikkelingsgebied zoals bedoeld in de Crisis- en herstelwet. Het plangebied van het voorliggend bestemmingsplan is bij de zesentwintigste tranche van wijziging en aanvulling, toegevoegd aan artikel 2 van de Regeling uitvoering Crisis- en herstelwet. Het besluit is op 4 december 2023 door de Minister gepubliceerd in de Staatscourant (publicatie nr. 32725). Het besluit is op 5 december 2023 in werking getreden, en vanaf dat moment kan gebruik worden gemaakt van de relevante mogelijkheden uit de Crisis- en herstelwet. Tijdelijk toestaan hogere geluidbelasting door industrie Van de mogelijkheden uit de Crisis- en Herstelwet wordt voor het voorliggend bestemmingsplan gebruik gemaakt door tijdelijk een beperkt hogere geluidbelasting door industrie toe te staan. Op de verbeelding is een aanduiding 'overige zone - aandachtsgebied geluid' weergegeven. Binnen dit bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost (vastgesteld) 57
bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost
aanduidingsgebied kan voor nieuwbouw ten behoeve van de uitbreiding van het aantal woningen en de nieuwvestiging van geluidgevoelige objecten binnen de bestemming Gemengd - 2, voor de duur van 10 jaar worden afgeweken van de maximale hogere waarde van 55 dB(A) van de Wet geluidhinder. Bij het bepalen van de benodigde karakteristieke geluidwering van de gevels van de woningen of andere geluidgevoelige objecten dient rekening te worden gehouden met deze tijdelijke geluidbelasting. De borging dat sprake is van een tijdelijke situatie is gelegen in het feit dat de primaire bron waardoor tijdelijk een hogere geluidbelasting ontstaat, uiterlijk op 31 juli 2032 haar bedrijfsvoering ter plaatse moet hebben gestaakt en haar bedrijfsterreinen leeg en gesaneerd moet hebben opgeleverd. Door opname van een termijn van maximaal 10 jaar in de regels van het bestemmingsplan is sprake van een afdoende ruime termijn.
5.4.5 Conclusie Uit de resultaten van het akoestisch onderzoek blijkt dat hogere waarden in het kader van de Wgh nodig zijn. De ten hoogste toelaatbare geluidbelastingen voor industrielawaai wordt daarbij voor een aantal nieuwe woningen overschreden, waardoor aanvullend maatregelen nodig zijn. Het besluit tot vaststelling van hogere waarden maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan. Omdat voorkeursgrenswaarden uit de Wgh worden overschreden dient voor een groot aantal woningen een hogere waarde te worden vastgesteld. De ten hoogste toelaatbare geluidbelasting voor wegverkeerslawaai wordt niet overschreden. Ten gevolge van het industrieterrein Havens-Noordwest wordt de maximaal toelaatbare geluidbelasting voor industrielawaai van 55 dB(A) met ten hoogste 2 dB overschreden. Dit betreft een aantal woningen op de hoogste bouwlagen aan de zuidzijde van bouwblok 2 en 3. Voor deze woningen dienen geluidreducerende gebouwgebonden maatregelen te worden getroffen. Daarbij wordt benadrukt dat de beoogde transformatie van de Rotterdamse Merwe-Vierhavens (M4H) zal resulteren in een beduidend lagere geluidbelasting vanwege Havens-Noordwest op de gevels van deze woningen, waardoor geen overschrijding van de maximale grenswaarde van 55 dB(A) zal optreden.
Naar alle waarschijnlijkheid zal de dezonering van de Van Deventerdriehoek uit het industrieterrein Havens-Noordwest/Oost-Frankeland eerder plaatsvinden dan de dezonering zoals opgenomen in het voorkeursalternatief voor M4H. Vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan is vooralsnog voorzien (nagenoeg) gelijktijdig met het Rotterdamse bestemmingsplan Merwe-Vierhavens. In geval dit gelijktijdig plaatsvindt zijn gebouwgebonden maatregelen om te voldoen aan de maximaal toelaatbare geluidbelasting niet noodzakelijk. De voortgang van besluitvorming in Rotterdam in relatie tot de planning van vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan is dus relevant. Voorts blijkt uit het onderzoek dat een groot deel van de woningen waarvoor een hogere waarde benodigd is, niet standaard beschikt over een geluidluwe gevel, die in het hogere waardenbeleid van de gemeente Schiedam is opgenomen. Voor die woningen wordt nader bezien of deze middels gebouwgebonden maatregelen kunnen worden gecreëerd, of dat deze woningen een dove gevel moeten krijgen. In de voorbereiding van het ontwerpbestemmingsplan en ontwerp-besluit hogere waarden Wet geluidhinder wordt mede bepaald of en in hoeverre gebouwgebonden maatregelen mogelijk zij, en op welke wijze deze in de regels moeten worden vastgelegd.
In de regels van het bestemmingsplan is alvast een voorzet opgenomen in de vorm van voorwaardelijke verplichtingen. Hiermee kan dit aspect zo nodig worden geborgd. Indien de verdere planuitwerking en verfijning van de stedenbouwkundige opzet daartoe aanleiding geeft, zal voor het ontwerpbestemmingsplan ook het akoestisch onderzoek nog worden geactualiseerd. Met toekenning van hogere waarden en het opnemen van diverse aanvullende regels in het bestemmingsplan, wordt het plan haalbaar geacht binnen de kaders van de Wet geluidhinder en 58 teld)
bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost (vastges
bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost
het gemeentelijk geluidbeleid. Door combinatie van maatregelen wordt tevens een goed woon- en leefklimaat gewaarborgd, en is geen sprake van het onstaan van beperkingen op de bedrijfsvoering van bedrijven in de omgeving van het plangebied.
5.5 Natuur en ecologie 5.5.1 Algemeen De Wet natuurbescherming vormt het voornaamste beleidsmatige toetsingskader op het gebied van de ecologische soortenbescherming en ecologische gebiedsbescherming. In de toelichting van een bestemmingsplan moeten de gevolgen van het bestemmingsplan voor ecologische waarden in beeld worden gebracht, zodat aannemelijk kan worden gemaakt of de ontwikkeling voldoet aan de op grond van de Wet natuurbescherming gestelde regels. Via de Wet natuurbescherming wordt de soortenbescherming en gebiedsbescherming geregeld. De soortenbescherming heeft betrekking op alle, in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, op een aantal vissen, libellen en vlinders, op enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde diersoorten en op een honderdtal vaatplanten. Welke soorten planten en dieren wettelijke bescherming genieten, is vastgelegd in de bijlage van de Wet natuurbescherming. Dat houdt in dat, bij planvorming, uitdrukkelijk rekening gehouden moet worden met gevolgen, die ruimtelijke ingrepen hebben, voor instandhouding van de beschermde soort.
bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost (vastgesteld) 59
bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost
Gebiedsbescherming wordt geregeld middels de Natura 2000-gebieden. In het kader van de Wet natuurbescherming moet uitgesloten worden dat significante negatieve effecten optreden in Natura 2000- gebieden. Hier kan sprake van zijn wanneer een ontwikkeling binnen een Natura 2000-gebied plaatsvindt, maar ook stikstofdepositie kan verslechterende gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden die als Natura 2000-gebied zijn aangewezen. Deze gevolgen kunnen significant zijn wanneer een plan, project of handeling leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden die overbelast zijn. Als gevolg hiervan dient in Nederland voor elk project een stikstofdepositieberekening uitgevoerd te worden. Wanneer uit de rekenresultaten een hogere depositie dan 0,00 mol/ha/jaar, kan al sprake zijn van een significant negatief effect. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. NNN is tevens opgenomen in het streekplan van de provincie. Indien het projectgebied in het NNN gelegen is, verlangt de provincie een 'nee-tenzij-toets'.
Afhankelijk van de provincie kan dit ook gelden voor projectgebieden in de nabijheid van het NNN.
5.5.2 Relatie tot ontwikkeling Soortenbescherming Soortenbescherming is onder de Wet natuurbescherming geregeld op basis van een drietal verschillende beschermingsregimes, namelijk voor vogelrichtlijnsoorten, habitatrichtlijnsoorten en overige soorten. Voor al deze soorten geldt dat het verboden is ze opzettelijk te doden, te vangen of te verstoren, om eventuele eieren opzettelijk te vernielen, om de vaste voortplantings- of rustplaatsen te beschadigen en om beschermde plantensoorten opzettelijk te ontwortelen of te vernielen. Hiervan kan onder andere sprake zijn bij het kappen van bomen, het slopen van gebouwen of het storten en afgraven van gronden. Voor de voorgenomen ontwikkelingen in het plangebied zijn diverse onderzoeken uitgevoerd. Het plangebied bestaat met name uit intensief gebruikte bedrijfspanden en -percelen. In het kader van de voorgenomen herontwikkeling, diverse sloopwerkzaamheden en aankoop en andersoortige verwerving van eigendommen is in beeld gebracht of binnen het plangebied sprake is van een voorkomen van beschermede plant- of diersoorten. Hiervan is op eerste analyse geen sprake. Beschermde soorten zijn niet aangetroffen. Gebiedsbescherming Het plangebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het plangebied maakt ook geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN).
Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied betreft de Oude Maas, ten zuiden van het plangebied op ruim 8 kilometer. Dit betreft geen stikstofgevoelig Natura 2000-gebied. Het meest nabij gelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebied betreft Solleveld & Kapittelduinen op circa 16,5 kilometer. Gelet op de onderlinge afstand zijn significante negatieve gevolgen op de natuurlijke waarden van de Natura 2000-gebieden voor storingsfactoren als verstoring, verdroging en licht- en geluidverstoring vermoedelijk uitgesloten. Voor stikstofgerelateerde storingsfactoren (verzuring en vermesting) geldt dat deze via de lucht verder kunnen reiken dan de directe omgeving van het plangebied. Gelet hierop is ten behoeve van het plan door Peutz een stikstofonderzoek uitgevoerd (kenmerk OA 16935-5-RA, datum 25 oktober 2024), deze is als Bijlage 9 bij de toelichting gevoegd. De stikstofdepositie op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden is berekend met de Aerius Calculator versie 2024. Het gehanteerde rekenjaar voor de bouwfase is worst case ingesteld op 2025 en voor de 60 teld)
bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost (vastges
bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost
gebruiksfase op 2029 (jaar van ingebruikname). De emissies ten gevolge van mobiele werktuigen zijn gemodelleerd als oppervlaktebron. De transportbewegingen zijn gemodelleerd als lijnbron in Aerius Calculator 2024. De emissies worden door Aerius bepaald. Uit de berekeningen volgt dat er geen stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden wordt berekend hoger dan 0,00 mol/ha/jaar zowel tijdens de aanlegfase als de gebruiksfase. Het aspect stikstofdepositie vormt hiermee geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan.
5.5.3 Conclusie Het aspect natuur en ecologie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie. Het bestemmingsplan maakt geen ontwikkelingen mogelijk welke significante gevolgen hebben voor enige in de ruime omgeving gelegen Natura 2000-gebieden. Een passende beoordeling van de gevolgen voor deze gebieden is derhalve niet vereist, er is geen sprake van een vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming. Binnen het plangebied liggen geen groenstructuren die onderdeel uitmaken van de stedelijke ecologische structuur. De ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt zijn niet negatief van invloed op het functioneren van de ecologische structuur. Door de transformatie van het plangebied wordt de mogelijkheid voor versterking van de ecologische structuur vergroot. De Wet natuurbescherming en het beleid van de provincie staan de uitvoering van het plan dan ook niet in de weg.
5.6 Externe veiligheid 5.6.1 Algemeen Bij Externe Veiligheid (EV) gaat het om de gevaren die de directe omgeving loopt in het geval er iets mis mocht gaan tijdens de productie, het behandelen of het vervoer van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico's moeten aanvaardbaar blijven. Binnen de EV worden twee normstellingen gehanteerd: het Plaatsgebonden Risico (PR) richt zich vooral op de te realiseren basisveiligheid voor burgers; het Groepsrisico (GR) stelt beperkingen aan de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van calamiteiten met gevaarlijke stoffen. Kwetsbare objecten, zoals woningen en functies met veel bezoekers, zijn niet toegestaan binnen de 10- 6-contour van het PR rond inrichtingen waarin opslag / verwerking van gevaarlijke stoffen plaatsvindt en langs transportroutes (weg, spoor, water, buisleiding) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), in geval van inrichtingen, het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), in geval van transportroutes voor gevaarlijke stoffen, en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), in geval van buisleidingen is opgenomen dat voor iedere toename van het GR een verantwoordingsplicht geldt, ook als de verandering geen overschrijding van de oriëntatiewaarde veroorzaakt.
Deze verantwoordingsplicht geldt ook indien sprake is van een GR hoger dan de oriëntatiewaarde. Op 10 juli 2012 heeft het college van burgemeester en wethouders de 'Visie Externe Veiligheid 2012-2020' vastgesteld. In deze visie is invulling gegeven aan de beleidsvrijheid inzake de verantwoording van het GR. In de visie is aangegeven op welke wijze de gemeente plannen en/of projecten welke gevolgen hebben voor de externe veiligheidssituatie beoordeelt en verantwoordt. Onderdeel van de visie is het kwetsbaarheidszonemodel zoals deze door de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond is ontwikkeld. Met het model wordt de kwetsbaarheid van een object in relatie gebracht met de risicobron, om zo vroegtijdig te kunnen bepalen welke objecten en functies aanvaardbaar zijn op een bepaalde locatie.
bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost (vastgesteld) 61
bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost
5.6.2 Relatie tot ontwikkeling Op bijgaande uitsnede uit de EV-signaleringskaart zijn de diverse risicobronnen in de (wijdere) omgeving van het plangebied aangeduid (zie afbeelding 16). Binnen het plangebied zijn geen risicobronnen aanwezig.
Afbeelding 16 Uitsnede risicokaart externe veiligheid Door Peutz is een notitie uitgebracht met betrekking tot externe veiligheid (d.d. 30 juni 2023, projectnummer HH/SvN/DvdH/O 16935-4-NO), die als Bijlage 4 bij de toelichting is gevoegd. De te realiseren woningen binnen het plangebied zijn kwetsbare objecten, waardoor aandacht nodig is voor het aspect externe veiligheid. Externe veiligheidsrisico's vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, spoor of water of vanwege risicobronnen binnen inrichtingen, zijn mogelijk relevant voor de ontwikkeling. De notitie beschrijft deze. Geconcludeerd wordt dat in de omgeving van het plangebied geen sprake is van risicobronnen die om een nadere beschouwing vragen. Het aspect externe veiligheid levert geen belemmering op voor de beoogde ontwikkeling. Vanwege een alcoholvulpunt bij een bedrijf ten zuidwesten van het plangebied ligt de 1% letaliteitscontour voor een klein deel over het plangebied (straal van 115 meter rondom het vulpunt). Binnen deze contour mogen geen zeer kwetsbare objecten worden opgericht. Op grond van de regels zijn geen zeer kwetsbare objecten toegestaan. Het gaat om een klein deel van het plangebied, in de uiterste zuidwesthoek (zie onderstaande afbeelding 17).
62 teld)
bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost (vastges
bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost
Afbeelding 17 Ligging 1% letaliteitscontour rondom vulpunt Onder de Boompjes Op verzoek van de gemeente heeft de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond (VRR), gelet op de met externe veiligheid samenhangende risico's en risicoafweging, geadviseerd op de (concept)notitie en het bestemmingsplan. Het concept rapport van Peutz is op basis van het advies van de VRR definitief gemaakt. Vooralsnog wordt er van uitgegaan dat met het onderzoek van Peutz, en de doorgevoerde maatregelen in het bestemmingsplan, kan worden ingestemd.
5.6.3 Conclusie Met inachtneming van de relevante wet- en regelgeving op het vlak van externe veiligheid is sprake van een bestemmingsplan waarvan de uitvoering op een verantwoorde wijze plaats kan vinden. In de concrete planuitwerking ten behoeve van de realisatie kunnen diverse adviezen van de VRR nog nader worden verwerkt en toegepast.
5.7 Milieuhinder bedrijvigheid 5.7.1 Algemeen In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van woningen enerzijds een goede woon- en leefomgeving gegarandeerd kan worden en anderzijds rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om de belangenafweging tussen bedrijvigheid en woningen te maken wordt aangesloten bij de publicatie Bedrijven en Milieuzonering 2009 van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). De zonering vindt plaats door het toepassen van minimale richtafstanden tussen bedrijven en woningen, afhankelijk van de milieucategorie van de bedrijfsactiviteiten. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt gelet op navolgende geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van het plangebied.
bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost (vastgesteld) 63
bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost
5.7.2 Milieu-impact bedrijvigheid Beschrijving relevante aspecten uit de omgeving De omgeving van het plangebied kan getypeerd worden als gemengd gebied. In de directe omgeving van het gebied zijn diverse gemengde-, bedrijfs- en woonbestemmingen gesitueerd en planologisch toegestaan. Ten noorden van het plangebied, aan de Rotterdamsedijk, bevindt zich een strook bebouwing die bestemd is als 'Wonen'. Ten westen van het plangebied, ter plaatse van de voormalige glasfabriek, is momenteel bedrijvigheid toegestaan tot en met milieucategorie 2, 3.1 en 3.2. Het maatgevende aspect betreft geluid. Voor Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-West wordt gewerkt aan planvorming voor transformatie tot gemengd nieuw woon-werkgebied. In dat kader wordt de toegestane milieucategorie qua bedrijvigheid teruggebracht naar categorie A en B (of vergelijkbaar). Dit is inmiddels planologisch geborgd in het bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-West (NL.IMRO.0606.BP00103). Bij de realisatie vormt dit dan ook geen belemmering meer voor het voorliggende bestemmingsplan. Aan de zuidoostzijde van het plangebied raakt de plangrens de gemeentegrens met Rotterdam. In de Rotterdamse Van Deventer-driehoek is momenteel een verscheidenheid aan bedrijfsfuncties aanwezig.
In het nieuwe bestemmingsplan Merwe-Vierhavens wordt de bedrijvigheid beperkt tot hoofdzakelijk milieucategorie 3.1, afgestemd op de bestaande functies en uitgangspunten voor de gebiedsontwikkeling M4H. Uitgaande van een richtafstand van 30 meter nadert de eventuele impact van de bedrijvigheid langs de rand van het plangebied van dit bestemmingsplan. In geen geval is echter sprake van een belemmering voor de realisatie van het voorliggend plan. Distilleerderijen Koninklijke De Kuyper en Onder de Boompjes (Nieuw-Mathenesse Zuid) Schiedam staat van oudsher bekend als jeneverstad. De bestaande distilleerderijen zijn een belangrijke economische drager voor de stad. Op het bedrijventerrein Nieuw Mathenesse is een distilleercluster ontstaan met de bedrijven De Kuyper, Nolet en Onder de Boompjes. Historisch gezien is binnen Schiedam een situatie ontstaan waarbij woningen en bedrijven naast elkaar aanwezig zijn. Dit geldt ook voor het bedrijventerrein Nieuw-Mathenesse. Deze menging van wonen en werken maakt onderdeel uit van de Schiedamse identiteit. De combinatie van wonen en werken heeft tot gevolg dat de bedrijfsactiviteiten kunnen leiden tot mogelijke hinder. Daar waar sprake is van nieuwe woningen binnen de richtafstand is specifieke aandacht noodzakelijk.
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de directe omgeving van woningen: rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de desbetreffende bedrijven; ter plaatse van woningen een goed woon- en leefklimaat worden gegarandeerd. De impact die een bedrijf veroorzaakt is afhankelijk van de milieuruimte die het inneemt en wordt voornamelijk bepaald door de aard van het bedrijf en de activiteiten die binnen een bedrijf worden uitgevoerd. Bij ruimtelijke ordening wordt voor het bepalen van de impact die een bedrijf kan hebben gebruik gemaakt van de VNG-richtafstanden. De grootte van de richtafstanden zijn afhankelijk van de milieucategorie van de betreffende industrie. De richtafstanden uit deze brochure zijn indicatief en een gemeenteraad kan gemotiveerd afwijken van de richtafstand. Hiervoor is in hoofdstuk 4 van de VNG-brochure een uitleg gegeven hoe milieuzonering kan worden toegepast in een bestemmingsplan. In paragraaf 4.2. staat een stappenplan om de beoordeling te maken: Bepaal de milieubelasting voor de maatgevende milieuaspecten conform de milieuvergunning 64 teld)
bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost (vastges
bestemmingsplan Nieuw-Mathenesse Glasbuurt-Oost
of de algemene milieuregels uit het Activiteitenbesluit. Betrek daarbij ook eventuele bestaande woningen die tussen het bedrijf en de locatie zijn gelegen; Ga na of de bedrijven concrete ontwikkelingsplannen hebben waarmee rekening gehouden dient te worden. Geef de gevolgen van de bedrijfsplannen voor de milieubelasting aan. Ga na welke maatregelen mogelijk zijn om de milieubelasting in de omgeving te verkleinen. Als op basis van deze acties kan worden vastgesteld dat een korte afstand aanvaardbaar is, kan bij de vaststelling van het bestemmingsplan worden afgeweken van de richtafstand. Ten zuidwesten van het plangebied van onderhavig bestemmingsplan is het bedrijf Koninklijke De Kuyper BV (De Kuyper) gevestigd, evenals het bedrijf Onder de Boompjes. De gronden kennen de bestemming 'Bedrijventerrein – 1' met de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf -1'. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - 1', zijn distilleerderijen en likeurstokerijen toegestaan. Dergelijke bedrijvigheid (SBI-code 110101) wordt gekwalificeerd als milieucategorie 4.2 met een te hanteren richtafstand van 300 meter voor het aspect geur. Ter nadere onderbouwing van het bestemmingsplan heeft de DCMR een advies uitgebracht in de vorm van een bureaonderzoek (d.d. 18 april 2024, kenmerk 2499499_5871057).
Het bureaonderzoek is als bijlage integraal bij de toelichting van dit bestemmingsplan gevoegd. Bij de inventarisatie van de situatie is onder andere gekeken naar de eventuele geurimpact en de beschrijving van de milieuruimte die een bedrijf volgens zijn vigerende milieuvergunning inneemt. Getoetst is naar richtafstand behorende bij de betreffende milieucategorie die volgens de handreiking bedrijven en milieuzonering van de VNG gelden ten opzichte van gemengd gebied. In de huidige situatie is geen sprake van geurwaarneming buiten de inrichtinggrenzen. Door middel van dossieronderzoek is vervolgens geïnventariseerd welke specifieke voorschriften voor geur in de omgevingsvergunning voor de activiteit milieu zijn opgenomen. Ook is gekeken naar mogelijke uitbreidingsmogelijkheden voor De Kuyper. Als de bedrijfsactiviteiten zodanig worden aangepast dat er sprake is van mogelijke geurwaarneming buiten de terreingrenzen, is sprake van een nieuw activiteit. Daarvoor geldt als uitgangspunt dat fysieke maatregelen nodig zijn ter voorkoming van geuremissie, zodat geen geurwaarneming buiten de terreingrenzen wordt waargenomen, Voor het aspect geur is een globale inschatting gemaakt om te kijken of er sprake kan zijn van geurhinder buiten de grenzen van het bedrijf.