Bijlage 1 Zienswijzen Schiedamse Omgevingsvisie
Tekst van het document
Hoogheemraadschap van
Delfland Aan de gemeenteraad van de gemeente Schiedam t.a.v. Manager Ruimtelijke Ontwikkeling 8l Beleid Postbus 1501 3100 EA SCHIEDAM
UW BRIEF
27 februari 2025 ZAAKNUMMER
Z-25-125919 DOCUMENTNUMMER
D-25-151025 DELFT
8 april 2025 ONDERWERP
Zienswijze ontwerp Schiedamse Omgevingsvisie Geachte raad, In het kader van artikel 16.26 Omgevingswet heeft u het ontwerp van de Schiedamse ™9ev'ļ19Svlsie1 tar inza9e gelegd. Het ontwerp van de omgevingsvisie ligt van 27 februari 2025 tot en met 9 april 2025 ter inzage. y eDruān Zienswijze
Stellen WIJ !iet ,0P prijS' dat de aspecten water, klimaat en groen expliciet deel van de omgevingsvisie uitmaken. Op hoofdlijnen komt het positieve verband tussen natuur.nclusief ontwkkelen, multifunctioneel ruimtegebruik, biodiversiteit en klimaatadaptatie naar voren. Tevens waarderen wij de verwijzing naar de versterkingsopgave van de Delflandsediik vanwege de ruimtelijke invloed en het opnemen van het principe Water en Bodem Sturend de Watervisie van Delfland, het Convenant Klimaatadaptief Bouwen. ' h6t ontwerP ons aanleiding deze zienswijze in te dienen. Dit betreft de onderstaande punten. Proces
knmpnfd7tUk ? Van d® ^ Staan onderdelen van het proces beschreven, om tot deze visie te komen. Zo is er enerzijds een interactief participatieproces met de stad geweest en anderĴiids s er voor gekozen, om geen omgevingseffectrapportage toe te passen Echter het afstem mingsproces met de gebiedspartners is ons onduidelijk. Voorafgaand aan dit ontwerp is er bijvoorbeeld geen concept van de visie met Delfland gedeeld. Naar ons weten zijn inPet verleden we enige overleggen geweest tussen de gemeente en het hoogheemraadschap over huidige visie, i/ons heľaaToSěľiľk!1626 0''erle"en was e" hoe
verhgudt tot de
SS het vcwrproce^met'de ľÄZľs XEST* ? "" ^ Water en Bodem Sturenri
aĴn h6t b69İn Van deze brief' waarderen wij het opnemen van het principe oezoľder;Pľem ?Urend İn de VİSİe' Echter' het PrinciPe is "«r dan zorgen voóľ een gezonde bodem en schoon water. Het gaat om rekening houden met water en bodem aan Hp voorkant van te maken afwegingen en dit mee te nemen als voorgaarde voor een robuuste ruimtelijke ordening en inrichting, namelijk water en bodem zijn letterlijk de basis. knmTnPÏ ^ kÖ m?6"' 0m het princiPe concreter in de hoofdstukken 5 en 6 teruq te laten eeľvľteanrľ H k?" ľ İn d6 aNnea "ComPacte en multifunctionele stad" in hoofdstuk 5 een verband worden gelegd met de visiekaart. Hiermee kan een antwoord op de vraaa welke^ roirarternénWhnd0m bep33İde ontwikkelingen op bepaalde locaties voorzien zijn en water en bodem daarin spelen. Onder de alinea's "Weerbare en toekomstbestendige BIJIAGE(N) -
Ir. C. Eggerding - t 015 2608108 - e ceggerding@hhdelfland nl Postbus 3061, 2601 DB Delft. website www.hhdelfland nl directieportefeuille Ontwikkeling-afdeling Planvorming contact
postadres
D-25-151025 I Zienswijze ontwerp Schiedamse Omgevingsvisie {this.documenttitel}/ 2 van 2
stad en Stedelijke vernieuwing" (paragraaf 6.2) lijkt ons een verwijzing naar het principe PaatS' almea'S komen veel water' en bodemgerelateerde uitdagingen en maatregelen langs. De beschrijving van de specifieke gebieden in paragrafen 6 3 tot en met 6.7 bieden een kans, om het principe concreet te maken. Hierin kan aan de orde komen hoe hPt nnťh; h?06™ een ro1 m de toekomst van deze gebieden spelen. In Nieuw-Mathenessé zijn Slaiīe watórtering 9r0ene'’ 90696 V00rbeelden net als het behouden van ruimte voor de Naar aanleiding van het bovenstaande verzoeken wij u: 0 omschrijven P'aatS ^ Pr'ndpe Water en Bodem sturend correct en volledig te o 0
en Bodem sturend in hoofdstuk 5 en met name in hl?rLV|ľrdere ľuW,erkin9 van gebieden met integrale opgaven Delfland graag te blijven betrekken met het oog op het principe Water en Bodem Sturend.
Groen en water
J" de Para9raaf over "Groen en water" onder hoofdstuk 2, wordt het oppervlaktewatersysteem van Schiedam aangehaald. De Schie en de Poldervaart als ook andere ľaìľtedenke fh baS'S belangrijke functies binnen het regionale waterbeheer. Hierbij Ho Pn?Hd kľ hf bergen' aan' en aderen van hemelwater. Daarnaast zijn de Schie en de gemľenľľíľbben hSdteľCht'İĴn h "f (KRW)-watergangen. Het hoogheemraadschap en de gemeente hebben hier taken, om de chemische en ecologische waterkwaliteit te aangehaald ^ ^ d* 'aatSte 3SpeCt kan het project Schieoevers a's voorbeeld worden Naar aanleiding van het bovenstaande verzoeken wij u: de basisfuncties van het oppervlaktewatersysteem te benoemeno de Kaderrichtlijn Water (KRW) in het kader van waterkwaliteit op te nemen. o
Klimaat
Sim^LaHStKalinea Van paragraaf 4'7 Klimaat staat bondig beschreven, hoe Schiedam klimaatadaptieve maatregelen wil nemen. Dit zal verder uitgewerkt worden in een omgevingsprogramma Klimaat. woroen in een dNiľprroagarnimma9 ^ ^ b0Ve"Staande verzoeken wg
ons te betrekken in het opstellen van
Gezonde leefomgeving
Paragraaf 4 9 wekt de indruk, dat een gezonde leefomgeving slechts door de drie qenoemde
, zoals een groene en klimaatadaptieve buitenruimte.
ÄÄLruit9eiicht worden of door - -
Wij vertrouwen erop, dat u bij de vaststelling van de omgevingsvisie rekenina met on7P verzoeken Ä™1 de"ke" Wij 9ľaa9 de ^"twoor^gTn ľnze 6 qraaľblroľken tífl r ueen voortzetting van de Prettige samenwerking en blijven ?JmJ2ľnkk 5 J d Ultwerkm9 van de gebieden met een integrale opgave ruimtelijke raamwerken, omgevingsprogramma's en het omgevingsplan. 9 ' J 6 Hoogachtend, Dijkgraaf en Hoogheemraden van Delfland namens deze, de Afdelingsmanager Planvorming,
mevrouw ir. M.E.M. de Jong-Schmitz
Gedeputeerde Staten
provincie Zuid'Holland
Postadres Provinciehuis
Postbus 90602 2509 LP Den Haag T 070-441 66 11 www.zuid-holland.nl Datum
Zie verzenddatum linksonder Ons kenmerk
PZH-2025-872043866 DOS-2021-0006042 Uw kenmerk
Aan de gemeenteraad van Schiedam 0*0
VWo 'íol \
ļ,lũoEň
‘S
Bijlagen
v
^KićC'ni-i
Onderwerp
Zienswijze Schiedamse Omgevingsvisie Geachte raad, Inleiding
Op dit moment ligt uw Ontwerp Schiedamse Omgevingsvisie ter inzage. We waarderen de overzichtelijke wijze waarop de visie strategisch vooruitkijkt op de lange termijn. In het bijzonder de wijze waarop wordt verwezen naar geïntegreerde of anderszins verbonden beleid maakt de positie van de visie ten opzichte daarvan inzichtelijk. We constateren dat de verhouding tot onze ruimtelijke ambities en regels duidelijk is beschreven en dat deze op veel vlakken gelijk oplopen. Voor onderstaande opmerkingen maken we graag gebruik van de gelegenheid om een zienswijze in te dienen vanuit onze provinciale belangen. Zienswijze
Regio We willen u complimenteren naar de uitgebreide beschrijving en verwijzing naar afspraken waaraan Schiedam zich met ons en andere overheden heeft gecomplimenteerd. Wat betreft de verwijzing naar het Woonwerkakkoord Nieuw Bezoekadres Zuid-Hollandplein 1
Mathenesse stellen we voor dat u hier nog een verwijzing opneemt naar de bijlage daarbij, waarin alle te compenseren locaties bij naam worden genoemd.
2596 AW Den Haag
Wonen Tram 9. Vanaf station Den Haag CS is het tien minuten lopen. De parkeerruimte voor auto's is beperkt.
Op pagina 6 stelt u: 'Uitgangspunt is het bereiken van meer balans in het woningaanbod en een betere spreiding van woning- types en prijssegmenten over de stad.' Uiteraard kunt u als gemeente pleiten voor een betere spreiding over de stad, maar we vragen u dit dan wel te blijven doen binnen de regionale afspraken en de belangen zoals die verwoord zijn in het Omgevingsbeleid van de Provincie. U stelt ook dat 'De sociale (huur)voorraad wordt in stand gehouden.'
Verzonden op 10-04-2025
PZH-2025-872043866 dd. 10-04-2025
Ons kenmerk
In het Omgevingsbeleid van PZH is opgenomen dat het aandeel sociale huurwoningen van de woningvoorraad niet onder de 30*2-0 mag zakken. We vragen Schiedam de Omgevingsvisie passend te maken aan dit beleid. Het huidige woningbouwprogramma van Schiedam bevat 25,6*24 sociale huur, waardoor het aandeel in de totale voorraad echter daalt tot onder 30*24. Economie - detailhandel Het provinciale detailhandelsbeleid is er op gericht om de ruimtelijke detailhandelsstructuur zoveel als mogelijk te versterken en de beschikbaarheid en bereikbaarheid van detailhandelsvoorzieningen te garanderen. Zuid-Holland, maar ook Schiedam, kent net als de rest van ons land, een fijnmazig ruimtelijke detailhandelsstructuur, zeker in vergelijking met veel andere landen. Dit is een belangrijke en onderscheidende kwaliteit. Voor wat betreft de dagelijkse boodschappen zijn nabijheid en bereikbaarheid kenmerkende aspecten van de bestaande detailhandelsstructuur. Met name de lokale winkelcentra in wijken en buurten spelen hierin een belangrijke rol en vervullen daarmee een belangrijke sociaal maatschappelijke functie. Bovenstaand uitgangspunt neemt Schiedam over in de Omgevingsvisie. De binnenstad vormt het hart van de stad met naast detailhandel een breed aanbod van (culturele) voorzieningen. Voor het noordelijke deel van Schiedam vormt Hof van Spaland het functionele centrum.
Ondersteunend hieraan bevinden zich in de wijken compacte en aantrekkelijke buurtwinkelcentra met een aanbod aan dagelijkse detailhandel. Nieuwe detailhandel dient op basis van het provinciaal beleid gerealiseerd te worden binnen of aansluitend aan de bestaande winkelconcentraties in de centra van steden, dorpen en wijken of bijvoorbeeld in een nieuwe wijkgebonden winkelconcentratie in een nieuwe woonwijk. Wij vragen uw aandacht voor dit uitgangspunt, bijvoorbeeld ten aanzien van uw wens om ten zuiden van de Horvathweg een supermarkt toe te voegen. Erfgoed Wij willen u allereerst danken voor de verwijzing naar de beleidsnotitie 'Benutten, beleven, behouden' (2021). Historische windmolens: De omgevingsvisie heeft aandacht voor de historische windmolens. Het gaat hierbij om de volgende zes molens: De Babbersmolen, De Walvisch, De Drie Korenbloemen, De Vrijheid, De Noord en De Nieuwe Palmboom. Voor deze molens zijn molenbiotopen opgenomen in de Zuid-Hollandse Omgevingsvisie en in artikelen 7.71 en 7.72 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV) staan de regels die van toepassing zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen de begrenzing van een molenbiotoop.
We complimenteren de gemeente als het gaat om de huidige regelgeving voor wat betreft de mate van bescherming van de historische windmolens binnen bestaand stedelijk gebied, aangezien dit strenger is dan het provinciaal beleid (naast de algemene regel (art. 7.72a) dat binnen een straal van 100 m, gerekend vanuit het middelpunt van de molen, geen bebouwing of beplanting wordt toegelaten, hoger dan de onderste punt 2/4 PZH-2025-872043866 dd. 10-04-2025
Ons kenmerk
van de verticaal staande wieken, gaat het in Schiedam om de bouwregel dat er 1 meter hoger mag worden gebouwd per 50 meter afstand van de molen terwijl dit in de rest van Zuid-Holland al bij elke 30 meter is toegestaan (1:30 regel)). Archeologie; We vragen uw aandacht voor de kaart van de Cultuurhistorische Atlas met de volgende terreinen van provinciaal archeologisch belang (PAB-terreinen) waarvoor artikel 7.70 van de ZHOV geldt bij ruimtelijke ontwikkelingen: »
*Huis te Riviere of Mathenesse (late Middeleeuwen);
»
Bewoningssporen West-Abtspolder (Romeinse periode);
»
Drie huisterpen, drie huiserven in de Polder Noord-Kethel, Harreweg (late
«
Twee huisterpen in de Polder Noord-Kethel, Landlust-Oost (late Middeleeuwen).
Middeleeuwen);
Mobiliteit De uitstekende ligging en ontsluiting van Schiedam per OV, die de Omgevingsvisie benoemt, biedt grote kansen voor ontwikkeling volgens de principes van STOMP (eerst Stappen, dan Trappen, OV, MaaS en als laatste Privé auto). We gaan ervan uit dat dit is wat u bedoelt met 'een nieuwe kijk op mobiliteit en parkeren' op pagina 8. We juichen de toepassing van STOMP toe. De provincie zal na vaststelling van de omgevingsvisie bij de mobiliteitstoets ook kijken hoe een gebiedsontwikkeling zich verhoudt tot deze principes. De provincie werkt nauw samen met de gemeente om de kansen voor mobiliteit en verstedelijking die de OV-as Oude Lijn biedt te kunnen verzilveren en we waarderen het dat deze een prominente plaats heeft in de visie. Klimaat - Energietransitie In paragraaf 4.7 wordt aangegeven dat de gemeente Schiedam vooral in wil zetten op aansluiting op een warmtenet en gebruik te maken van restwarmte, en daarnaast zon te zien als voorname bron van duurzame opwek. Allereerst vindt de provincie het positief dat de inzet op collectieve warmte (warmtenetten) goed is opgenomen in de Omgevingsvisie. We willen u nog wijzen dat de aanleg van Warmtelinq in de directe nabijheid van Schiedam hier ook in ruimtelijke zin kansen voor kan bieden. We merken op dat de Omgevingsvisie opvallend stevig windturbines op het grondgebied van de gemeente uitsluit.
Onze inschatting is dat inzet op wind onontbeerlijk is om in de dagelijkse elektriciteitsbehoefte van Schiedam te voorzien waardoor het uitsluiten hiervan een claim zal leggen op duurzame opwek van elektriciteit en de ruimtelijke inpassing daarvan elders (in de regio). Daarnaast constateren we dat er bestuurlijke afspraken over windenergie van kracht zijn en dat er een zoeklocatie voor windenergie in Schiedam in de Omgevingsverordening van de provincie is opgenomen. Wij constateren dat het uitsluiten van wind strijdig is met bestuurlijke afspraken en we attenderen u op de gevolgen hiervan voor de regionale doelstellingen voor hernieuwbare opwek en onderlinge verhoudingen met de gemeenten uit de regio. We willen u er verder op wijzen dat de provincie in de huidige herziening van het provinciaal 3/4 PZH-2025-872043866 dd. 10-04-2025
Ons kenmerk
omgevingsbeleid werkt aan het invoeren van een energietoets, waarbij bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit wordt gemotiveerd hoe rekening is gehouden met de leidende principes en richtinggevende keuzes uit het Toekomstbeeld energiesysteem Zuid-Holland 2050. Daarbij gaat het onder andere om (lokaal) benutten van hernieuwbare bronnen (hoe in de energievraag wordt voorzien), het trapsgewijs bijeenbrengen van vraag en aanbod (lokaal, regionaal, provinciaal), efficiënt benutten van de energie-infrastructuur en samenhang in energie en ruimte (bron: internetconsultatie provincie Zuid-Holland herziening 2025). Het hard uitsluiten van windenergie ligt om bovenstaande redenen niet voor de hand. Groen/klimaatadaptatie Als provincie juichen we de ambities op het gebied van groen(blauw), biodiversiteit en klimaatadaptiviteit van harte toe. Voor het concretiseren van deze ambities werken we graag samen waar het gaat om kennisdeling, zoals we bijvoorbeeld al doen als ondertekenaars van het Convenant Bouw Adaptief, maar ook waar het gaat om het leggen van regionale verbindingen, zoals in het programma Landschapspark Zuidvleugel (Rivier als Getijdenpark, Schie) en het Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland.
Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, voor dezen, drs. K.P. Spannenburg Hoofd Beoordeling Deze brief is digitaal vastgesteld, hierdoor staat er geen fysieke handtekening in de brief. Wij verzoeken u in uw correspondentie altijd het DOS-nummer te vermelden dat wij rechts bovenaan in deze brief hebben opgenomen.
4/4 PZH-2025-872043866 dd. 10-04-2025
o
a
,,ïiiiüËfryåffi"'
f
a a
a a
: t
:-.t
t
-.: t
tt.t.t.t
; _..t.' t'
:::
METROPOOLREGIO ROTTERDAM DEN HAA6
Postbus 21012 3001 AA Rotterdam Telefoon 088 5445 '100 E-mail: informatie@mrdh.nl lnternet: www.mrdh.nl
Gemeente Schiedam Verzonden per e-mail: b.hovens@schiedam.nl
KvK nummer: 62288024 Bankrekeningnummer NL96 BNGH 0285 1651 43
contactpersoon Lobke Zandstra
e-mail l.zandstra@mrdh.nl
telefoonnummer Datum
28 maart2025 Onderwerp
Zienswijze omgevingsvisie Schiedam
088 5445 100
uw kenmerk
ons kenmerk 1 1 8380
aantal bijlage(n)
Geacht college, We maken graag gebruik van de gelegenheid om onze zienswijze te geven op de ontwerpomgevingsvisie van de gemeente Schiedam. Uw ontwerp-omgevingsvisie sluit goed aan bij de Strategische Agenda van de MRDH, die we samen in 2023 hebben vastgesteld. ln uw ontwerp-omgevingsvisie geeft u blijk van de regionale opgaven waar we samen voor staan zoals de toename van het aantal inwoners in onze regio en daarmee het aantalwon¡ngen en arbeidsplaatsen.
Economisch vestigingskl imaat Het is fijn dat u verwijst naar de Strategie Werklocaties MRDH 2019-2030 (2018) en de Strategie Bedrijventerreinen MRDH 2023-2030 (2023). Wij zouden echt ook graag een verwijzing zien naar de Strategische Agenda MRDH 2023-2026 (2023). Op 2 april2025 wordt de strategie kantoren MRDH 2025 - 2035 voorgelegd aan de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat. Als deze is goedgekeurd en is aanvaard door de provincie, dan kan ook naar dit stuk worden verwezen. Hierin speelt Schiedam ook een belangrijke rol in met de realisatie of behoud van kwalitatief goede kantorenlocaties in deze gemeente, in de buurt van het intercitystation. De MRDH onderschrijft de ambities die Schiedam heeft geformuleerd voor economie (onder 4.3.). Specifiek al het gaat om het Schiedistrict ziet de MRDH de potentie van de Mechatronica lnnovatie Campus Schiedam en zijn wij blij om te lezen dat er in Schiedam ruimte is en blijft, en wellicht beperkt extra ruimte (van 5 ha) is voor bedrijven en werkgelegenheid. MRDH ondersteunt de gemeente graag als het gaat om de doorontwikkeling van het gebied: de campusvorming en de verdere revitalisering van het gebied.
Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den lJssel, Delft, Den Haag, Krimpen aan den lJssel, Lansingerland, Le¡dschendam-Voorburg, Maassluìs, MiddenDelfland, Nissewaard, Pijnacker-Ñootdorp, Ridderkerk, Rijswijk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen, Voorne aan Zee, Wassenaar, Westland en Zoetermeer.
De MRDH ondersteunt ook de inzet om ruimte voor werk terug te laten komen in NieuwMathenesse Noord. Ook zien we de potentie van het bedrijventerrein Mathenesse Zuid en het cluster wat er zit. MRDH ondersteunt graag de gemeente als het gaat om de uitvoering van de betere benutting van het terrein. We zien dat Schiedam grote stappen heeft gemaakt in haar winkelgebieden en met name de binnenstad. Er zijn kansen om de geleerde lessen en ervaringen van de aanpak te delen met de regiogemeenten. Ook zien we dat er nog wel enige leegstand is en bieden aan om ondersteuning te bieden bij de aanpak indien nodig.
Mobiliteit Wij delen met u dat Schiedam een van de best bereikbare steden van Nederland is. Wij werken graag samen om dat te behouden. Daarom werken we bijvoorbeeld ook aan de spoorverdubbeling tussen Delft Campus en Schiedam.
Als het gaat om de langere termijn stelt u dat een nieuwe OV-verbinding naar Zoetermeer via het vliegveld, bijdragen aan het versterken van het OV. Net als het verlengen van de tramlijnen. Vooralsnog is het de vraag in hoeverre de ruimtelijke ontwikkelingen, met bijbehorende reizigersgroei, dergelijke investering en de bijbehorende exploitatie mogelijk maken. Hiervoor is nadere studie en overleg noodzakelijk. ln onze mobiliteitsvisie die rond de zomer voor zienswijzen wordt vrijgegeven, zullen we nader ingaan op corridorontwi kkel ngen. i
Als het gaat om de ambitie om het noordelijk deel van Schiedam beter met openbaar vervoer te ontsluiten geeft u aan de bestaande tramlijn te willen behouden en te verlengen tot station Schiedam Kethel. We constateren dat Schiedam nieuwe ideeën heeft over het doortrekken van een tramlijn en/of andersoortig OV naar Kethel en verder zuidoostwaarts door het bedrijventerrein naar Schiedam centrum. Onlangs is door de gemeente Schiedam en de MRDH een gezamenlijke gebiedsgerichte verkenning voor Schiedam Noord gestart. Hierin worden verschillende varianten ondezocht met verschillende modaliteiten in relatie tot flankerend beleid. Deze studie moet eerst worden afgerond. Op basis van de uitkomsten van deze studie zal bezien moeten worden of een nadere verkenning opportuun is. U geeft een goede afbeelding van de toekomstige compacte en multifunctionele stad. Het is goed om te zien dat de geplande hoogbouwlocatie grenzen aan bestaande tramverbindingen en dus aan een OV-knooppunt. Kanttekening wel is dat de afstand vanaf het westelijk puntje van de ontwikkeling in de oksel van het Kethelplein tot de bestaande tramhalte relatief groot is. Bij de (he)ontwikkeling van de bedrijfsterreinen vragen we nadrukkelijk aandacht voor een goede bereikbaarheid met langzaam verkeer en publieke mobiliteit.
Wij suggereren u om bij het ondenruerp gezonde leefomgeving ook een koppeling te maken met verkeersveiligheid.
2
ln het traject van de Mobiliteitsvisie MRDH zijn wij met elkaar in gesprek om een voor alle gemeenten goede invulling te geven van toekomstbestendige mobiliteit voor de ontwikkeling van onze regio. Hierin spreken we ook graag over de door u voorgestelde mobi iteitsmaatregelen. I
We hopen dat onze zienwtjze u verder helpt bij de afronding van uw omgevingsvlsle en zun bereid om een nadere toelichting te geven op onze reactie. Met vriendelijke groet, het algemeen bestuur
Christel Mourik, Secretaris
d
etropoolregio Rotterdam Den Haag,
n
nen,
itter
3
Opmerkingen Veiligheidregio Rotterdam-Rijnmond bij Schiedamse Omgevingsvisie 1. (Pagina 1): Graag plaats ik eerste een algemene opmerking. In het stuk wordt meerdere malen gesproken over een veilige leefomgeving, waarbij de absolute nadruk ligt op sociale veiligheid in plaats van fysieke veiligheid. Ten aanzien van de gearceerde zin; jullie hebben in het verleden sectoraal beleid opgesteld in het kader van Externe Veiligheid ("Visie Externe Veiligheid 20122020"). Ik merk doordat deze niet meegenomen is, dat omgevingsveiligheid (cq externe veiligheid) weinig terugkomt in de omgevingsvisie. In het verdere stuk staan ook opmerkingen waar de VRR vindt dat fysieke veiligheid aandacht behoeft. In de omgevingsvisie kan ook verwezen worden naar het door het Algemeen Bestuur vastgestelde Omgevingsbeleid van de VRR. 2. (Pagina 5): Het gaat niet alleen om een aantrekkelijke leefomgeving, maar ook om een fysiek veilige leefomgeving. De grotere opgaven, zoals opwekking duurzame energie en het veranderende klimaat hebben een directe relatie met een fysiek veilige leefomgeving. Het is belangrijk dat de Gemeente Schiedam dat ook zodanig verwoord, om veiligheid ook een onderdeel te laten zijn van toekomstige beleidsplannen/omgevingsplannen. 3. (Pagina 5): En veiligheid. Transporten van gevaarlijke stoffen, zoals ammoniak, nemen toe in de haven.
Dit in combinatie met de ontwikkelingen rondom het robuuste basisnet vormt samen dat de veiligheid(sperspectief) veranderd. 4. (Pagina 13): Een aandachtspunt bij de nieuwe kijk op mobiliteit en de juiste balans als uitgangspunt, is dat de nood- en hulpdiensten nog een onverminderde bereikbaarheid moeten hebben. Het verlagen van maximumsnelheden, het autoluwer maken van gebieden, hebben allemaal invloed op de snelheid en de bereikbaarheid van de hulpdiensten ter plaatse. In meerdere gemeentes zien we dit nadelige gevolgen hebben voor veiligheid van de inwoners. Het is goed om op te nemen dat in de balans de nood- en hulpdiensten ook benoemd worden, om zo ook een fysiek veilige leefomgeving te continueren. 5. (Pagina 15): Goed dat dit opgenomen is! Hetzelfde geldt voor een stukje eerder in de paragraaf over de multifunctionele daken. Het produceren en opslaan van energie gaat niet zonder veiligheidsrisico's, ook dit zal op een verantwoorde wijze afgewogen moeten worden en met organisaties die dat kunnen beoordelen. 6. (Pagina 15): Dit klopt niet. Gekeken naar het meerlaagsveiligheidsniveau, gaat de VRR niet over laag 1: Het beschermen en instandhouden van dijken en keringen. Dit kan hier dus ook niet genoemd worden. Daarentegen is het wel raadzaam om de VRR te betrekken in klimaatadaptieve maatregelen.
De voorgestelde maatregelen kunnen het veiligheidsniveau beïnvloeden, waardoor de VRR graag betrokken blijft. 7. (Pagina 16): En ook een veilige leefomgeving? Zoals artikel 1.3 van de omgevingswet beoogd. Verder in de alinea wordt namelijk ook gesproken over veiligheid. 8. (Pagina 16): Hierbij is het goed om de uitgangspunten van het omgevingsveiligheidsbeleid van de VRR te benoemen, mogelijk met een beschrijving van de punten: (1) Bronmaatregelen boven omgevingsmaatregelen, (2) Afstand tot de risicobron, (3) Bouwwerken bieden bescherming, (4) Bouwwerken maken vluchten mogelijk en (5) Effectieve en veilige hulpverlening. Het betreft niet alleen afstand houden tot gevoelige functies, maar minimale afstand tot bepaalde risicobronnen is wettelijk verplicht of beleidsmatig gewenst.
9. (Pagina 16): Naar welke risicocontour kijkt de Gemeente Schiedam? Als je puur kijkt naar de risicocontour van PR10-6, dan kan het goed zijn dat deze niet buiten het bedrijfsperceel komt. Maar daarentegen kan het wel een brand-, explosie of gifwolkaandachtsgebied hebben wat ver over de bewoonde omgeving raakt. De VRR raadt het af om het als 'gewenst' te beoordelen, want dan moet je dit ook mogelijk maken in je omgevingsplan, terwijl dit wel directe gevolgen heeft voor een veilige leefomgeving. 10. (Pagina 16): Het toestaan van bedrijven die een bijdrage leveren aan verduurzaming, kan ik me voorstellen. Maar dan zou het ook over de beheersbaarheid van incidenten moeten gaan. De VRR is echt een kennispartner op dit gebied en zou deze hier ook benoemen. 11. (Pagina 17): Hierbij wordt gedoeld op een sociaal veilige stad. Dit staat weer los van een fysiek veilige stad. Wordt een fysiek veilige leefomgeving nog verder geambieerd in/tot 2050? Dan is het mogelijk goed om dat nog ergens extra te beschrijven. 12. (Pagina 32): Tot slot wil ik jullie graag bedanken voor de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. Uiteraard ben ik bereikbaar en bereid om de opmerkingen verder toe te lichten indien gewenst.
Gemeente Midden-Delfland
Anna van Raesfeltstraat 37, Postbus 1, 2636 ZC Schipluiden •-Sfcb..
T (015) 380 41 11, F (015) 380 99 92
SSc
E gemeente@middendelfland.nl, I www.middendelfland.nl
Gemeente Schiedam Manager Ruimtelijke Ontwikkeling fk Beleid Postbus 1501 3100 EA SCHIEDAM
Ons kenmerk Uw aanvraag van Bijlage
815464
0 7 APR ĵgļļ
27 februari 2025
Onderwerp Zienswijze Omgevingsvisie
Datum 7 april 2025
Geacht college, U stelt ons in de gelegenheid om een zienswijze in te dienen op het ontwerp van de Schiedamse Omgevingsvisie 2050 (hierna: omgevingsvisie). Hartelijk dank daarvoor. Met deze brief geven wij onze zienswijze, waarbij wij ons vanuit onze bestuurlijke opdracht richten op het onderwerp van het Bijzonder provinciaal landschap van Midden-Delfland (BPL). Daarnaast vragen wij u om de omgevingsvisie op enkele punten te wijzigen of aan te vullen. Bijzonder provinciaal landschap van Midden-Delfland en NOVEX Zuidelijke Randstad
Wij waarderen dat u in de omgevingsvisie aandacht heeft voor de regionale context en het belang van het behouden en verstreken van de groenblauwe verbindingen tussen Schiedam en het BPL. Ten aanzien van deze verbindingen zien wij een relatie met het ontwikkelperspectief en de uitvoeringsagenda van de NOVEX Zuidelijke Randstad (NOVEX ZR). Vanwege de NOVEX ZR verwachten wij de komende járen nog meer te zullen samenwerken met andere gemeenten binnen Haagse en Rotterdamse regio's om te komen tot een robuust regionaal groenblauw netwerk als voorwaarde voor een toekomstbestendige metropool en een integrale oplossing voor de opgaven op het gebied van bodem, water, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Verzoek om wijzigingen en aanvullingen
Wij vragen u om de omgevingsvisie te wijzigen met betrekking tot de volgende onderwerpen. Schiedam in de regio In hoofdstuk 3 Schiedam in de regio noemt u wel het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport, maar niet de uitvoeringsagenda van de NOVEX ZR. Een onderdeel van deze uitvoeringsagenda zijn de inpassingsmaatregelen van de spoorwegverdubbeling. Wij vragen u om hoofdstuk 3 Schiedam in de regio ook de uitvoeringsagenda van de NOVEX ZR te noemen. Regionale afspraken In het overzicht met regionale afspraken ontbreekt de coöperatie Coöperatief Beheer Groengebieden Midden-Delfland. Schiedam is, als één van de grondgebiedgemeenten in het Bijzonder Provinciaal Landschap, ook een van de deelnemers aan deze regionale samenwerking op het gebied van beheer van groengebieden in dat landschap. Wij vragen u om de tekst met regionale afspraken aan te vullen met deze beheercoöperatie.
attoŝlm
Omschrijving Midden-Delfland iandschap In de tekst van de omgevingsvisie spreekt u over het polderlandschap van Midden-Delfland. De ruimtelijke opgaven in Midden-Delfland zijn nauw verbonden met de bodemgesteldheid en open karakter van deze polders. In onze gezamenlijke beleidsdocumenten spreken wij vaak van een open agrarisch veenweidelandschap. Wij vragen u daarom om ook deze omschrijven te gebruiken. Groen De gemeente Schiedam is één van de samenwerkende partijen binnen de Landschapstafel Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland. In samenwerking met elkaar is de visie Gebiedstafel Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland van mei 2021 vastgesteld om de ruimtelijke kwaliteiten te behouden en te versterken. Bij de provinciale aanwijzing is als ontwikkelopdracht meegegeven om vanuit de stedelijke context een betere aansluiting te laten krijgen bij de stedelijke behoefte aan groen, het stedelijk groen en het stedelijk groenprogramma. Deze opdracht is verder uitgewerkt in het Uitvoeringsprogramma Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland 2023-2027. Daar een deel van dit agrarisch veenweidelandschap is gelegen op het grondgebied van Schiedam verzoeken wij u specifiek naar deze visie en uitvoeringsprogramma te verwijzen en tevens aan uw Omgevingsvisie een link naar de website https://www.bDlmiddendelfland.nl/ op te nemen.
Kerkbuurt en Polderweg Wij onderschrijven de tekst van paragraaf 6.7 over de Kerkbuurt en Polderweg, maar vragen u om deze tekst op twee punten aan te vullen. Ten eerste vragen wij om te benomen dat MiddenDelfland naast een belangrijk weidevogelgebied ook een authentiek agrarisch cultuurlandschap is waar de koeien nog steeds in de wei staan. Ten tweede vragen wij u om ten aanzien van de spoorwegverdubbeling ook de kans te benoemen om de ruimtelijke kwaliteit van het landschap te verbeteren. Wij noemen dat ook de plus voor het landschap. Meer informatie
Heeft u na het lezen van deze brief nog vragen? Neemt u dan contact op met Guido De Bruijn van de afdeling LWE. Hij is bereikbaar via telefoonnummer (015) 380 41 11 of via het e-mailadres GdeBruijn@middendelfland.nl.
Prevail AANGETEKEND De gemeenteraad van de gemeente Schiedam T.a.v. Manager Ruimtelijke Ontwikkeling S Beleid Postbus 1501 3100 EA Schiedam
Datum Ons kenmerk Onderwerp
24 maart 2025 LJ V/M H/24032025-1 Schiedam; Ontwerp Schiedamse Omgevingsvisie
Eigenaar Telefoonnummer E-mail
Mare Heinen 088 231 14 36 marc.heinen@prorail.nl
Geachte heer/mevrouw, Financiën Leefomgeving, Juridische
De Ontwerp Schiedamse Omgevingsvisie, welke met ingang van 27 februari 2025 gedurende 6 weken ter inzage ligt, geeft ProRail aanleiding om de volgende zienswijze in te brengen.
zaken en Vastgoed Bezoekadres Tulpen burgh Moreelsepark 2 3511 EP Utrecht
ProRail heeft, als landelijk spoorbeheerder, een visie op de omgeving van het spoor. We delen deze graag met u, zodat u dit mee kunt nemen in de Schiedamse Omgevingsvisie. Meer informatie vindt u hier: https://www.prorail.nl/siteassets/homepaqe/samenwerken/overheden/documenten/pr documen t-prorail-en-de-omqevinqsvisies.pdf
Nederland Postadres Postbus 2038 3500 GA Utrecht Nederland www.prorail.nl
Ontwikkelingen ProRail ziet bereikbaarheid per spoor als belangrijke voorwaarde voor ruimtelijke ontwikkelingen die ook een mobiliteitsbehoefte hebben. ProRail wil meedenken bij nieuwbouw van woningen langs het spoor in de nabijheid van stations, de verdichting rond stations en de vrije baan. Dat draagt bij aan de duurzame OV-bereikbaarheid in Nederland. Bouwen nabij het spoor is een samenspel met meerdere belangen dat ook afwegingen noodzakelijk maakt. ProRail wil daarbij graag een aantal aandachtspunten benoemen die in de uitwerking een rol zouden moeten spelen, met als uitgangspunt dat de bedrijfsvoering en eventueel toekomstige uitbreidingen van ProRail niet worden belemmerd. Verder verzoekt ProRail uw gemeente om haar actief te betrekken bij het verder ontwikkelen van bouwplannen in de directe nabijheid van de spoorbaan, teneinde in gezamenlijk overleg tot overeenstemming te komen c.q. afspraken te maken alvorens tot uitvoering zal worden overgegaan. Aspect Externe Veiligheid ProRail verzoekt u voor het aspect Externe Veiligheid in relatie tot Railverkeer gebruik te maken van de meest recente gegevens (Basisnet). Aspect Geluid ProRail wijst u erop dat voor het aspect Geluid in relatie tot railverkeer in een akoestisch onderzoek de wettelijk verplichte brongegevens uit het geluidregister spoor gebruikt dienen te worden.
Het gebruik van deze brongegevens borgt dat de toekomstige bewoners geen hogere geluidbelasting gaan ondervinden dan op basis van de wettelijke geluidproductieplafonds verwacht mag worden.
ProRail b.v., Kvk 30124359
Prevail
Aspect Trillingen ProRail beoogt niet alleen voor gemeenten en provincies die plannen maken in de spooromgeving, maar ook voor toekomstige bewoners rond het spoor een “goede buur” te zijn. Indien de Schiedamse Omgevingsvisie en alle in de toekomst daarop gebaseerde ruimtelijke plannen, bebouwing dichtbij het spoor mogelijk maken, kan trillinghinder voor de toekomstige bewoners/gebruikers ontstaan als gevolg van treinverkeer. Hoewel er geen wettelijke normen bestaan voor trillinghinder in dit soort situaties acht ProRail het gewenst dat er in de planvorming wel aandacht voor is. In het kader van de goede ruimtelijke ordening en de zorgvuldige voorbereiding van besluiten raadt ProRail u aan om het aspect trillinghinder af te wegen, zoals door Informatiepunt Leefomgeving wordt aanbevolen. Zie https://iplo.nl/reqelqevinq/instrumenten/omqevinqsvisie-qemeente/ ProRail raadt u dan ook aan om het aspect trillingen te betrekken bij de Omgevingsvisie en alle in de toekomst daarop gebaseerde ruimtelijke plannen. In dit kader verwijst ProRail u naar de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen (https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven reqerinqZdetail?^2019Z152453^=2019 D31337L Overwegen Het streven van het Ministerie en ProRail is om de veiligheid op overwegen te verhogen. De ambitie is hierbij om het aantal risico's op overwegen verder naar beneden te brengen.
Verder willen wij voorkomen dat door nieuwe ontwikkelingen de onveiligheid op overwegen kan toenemen. Overwegveiligheid wordt door l&W als een gedeelde verantwoordelijkheid gezien voor spoor- en wegbeheerder. In samenwerking met u als wegbeheerder willen wij als ProRail verder werken aan de beheersing van risico’s op overwegen. Het Rijksbeleid voor overwegveiligheid, zoals verwoord in de Beleidsagenda Spoorveiligheid 20202025, bevat daarom verplichtingen voor initiatiefnemers van wijzigingen van (het gebruik van) een overweg. Hierin wordt onder andere gesteld dat er bij een wijziging van het gebruik van het spoor danwel van de weg een risicoanalyse opgesteld moet worden met daarin aangegeven hoe een eventuele risicotoename wordt beheerst en gecompenseerd. Een wijziging mag niet leiden tot een afname van de overwegveiligheid, daarnaast geldt vanuit het Strategisch Plan Verkeersveiligheid een verbeteropdracht. In dit kader vraagt ProRail nu reeds uw aandacht voor het volgende. In hoofdstuk 6.7 van de Ontwerp Schiedamse Omgevingsvisie wordt gesproken over de ontwikkeling in de Kerkbuurt. In deze buurt ligt de Kandelaarsweg met de desbetreffende overweg. ProRail wijst erop, dat opheffing van deze overweg geen onderdeel is van de MIRTverkenning Oude Lijn. Opheffing is echter noodzakelijk om de komst van nieuwe haltes en een frequentieverhoging mogelijk te maken.
ProRail, MRDH en de gemeentes Schiedam en Rotterdam waren eerder in gesprek om de overweg op te heffen vanuit het programma LVO. Met de stopzetting daarvan ligt dit plan nu stil. ProRail zal met lenW een nieuw bestuurlijk overleg inplannen om uit de impasse te komen. ProRail wijst u erop, dat ontwikkelingen alleen kunnen worden gerealiseerd met inachtneming van de hierboven geschetste kaders betreffende overwegen. Er zal een risico-inventarisatie moeten worden opgesteld met daarin aangegeven hoe een eventuele risicotoename wordt beheerst en gecompenseerd. Een wijziging mag niet leiden tot een afname van de overwegveiligheid, daarnaast geldt vanuit het Strategisch Plan Verkeersveiligheid een verbeteropdracht.
2/5 Ons kenmerk UV/MH/24032025-1
Prevail
Watemeil/Stabiliteit De stabiliteit van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen mag niet worden beïnvloed. Uw gemeente dient te borgen dat plannen en/of werkzaamheden geen invloed hebben op de stabiliteit van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen, alsmede op het ongehinderd gebruik van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen. Denk daarbij aan de inrichting en/of exploitatie van een Warmte Koude Opslagsysteem of een WADI, maar ook aanpassingen van watergangen. In het bijzonder merkt ProRail op dat de initiatiefnemer schríftelijk dient aan te tonen dat in het geval van het infiltreren van hemelwater in de nabijheid van de spoorlijn er geen nadelige effecten optreden op de stabiliteit van de hoofdspoorweginfrastructuur met bijbehorende voorzieningen." Omgevingswet en beoerkinoenoebiedactiviteiten hoofdspoorweg ProRail wijst u op de in de Omgevingswet c.a. vastgelegde beperkingengebieden voor hoofdspoorwegen. De beperkingengebieden staan vermeld in artikel 3.5 van het Omgevingsbesluit https://wetten.overheid.nl/BWBR0041278/2024-01-01. Binnen deze beperkingengebieden is voor te verrichten activiteiten op grond van artikel 5.1 lid 2 van de Omgevingswet een vergunning van- of melding aan ProRail vereist. De regels hieromtrent staan in hoofdstuk 9 van het Besluit activiteiten leefomgeving.
Bij meervoudige aanvragen is uw gemeente het bevoegde gezag, waarbij de vergunning alleen verleend kan worden nadat ProRail haar gemandateerde advies met instemming heeft gegeven. Bij enkelvoudige aanvragen blijft de minister bevoegd gezag en zal ProRail namens de minister vergunning verlenen. Indien u een melding moet doen, houdt u er dan rekening mee dat uw melding ten minste 4 weken voor aanvang van de werkzaamheden moet zijn ingediend. Indien u een vergunning moet aanvragen, houdt u er dan rekening mee dat de vergunning voor de aanvang van de werkzaamheden verleend dient te zijn. De behandeltermijn van een volledige, ontvankelijke aanvraag is acht weken (met de mogelijkheid de termijn met maximaal 6 weken te verlengen). De melding en vergunningaanvraag kunnen worden gedaan/ingediend via het Omgevingsloket https://omqevinqswet.overheid.nl/. Meer informatie over het indienen van aanvragen of het doen van meldingen onder de Omgevingswet vindt u op onze website https://www.prorail.nl/leveranciers/praktische-informatie/verqunninqen-aanvraqen Spoorwegdoeleinden ProRail verzoekt u zorg te dragen dat gronden welke momenteel voorzien zijn van de activiteit Spoorwegdoeleinden of Railverkeer, deze activiteit ook in de toekomst zullen behouden. Ook verzoekt ProRail uw gemeente om geen dubbelactiviteiten mogelijk te maken.
Indien desondanks een dubbelactiviteit archeologie wordt opgenomen over de activiteit Spoorwegdoeleinden of Railverkeer, dan zou ProRail graag zien dat deze dubbelactiviteit aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten betreft. Percelen ProRail In de Omgevingsvisie zijn percelen opgenomen die in eigendom zijn van Railinfratrust B.V./ProRail B.V. (verder te noemen “ProRail”). ProRail merkt in dit kader op dat deze percelen - zonder nadrukkelijke schríftelijke toestemming van ProRail - niet mogen worden gebruikt. Deze percelen zijn door ProRail benodigd ten behoeve van de uitvoering van haar wettelijke taken en voor eventuele toekomstige (uitbreidings)plannen. De percelen van ProRail, alsmede de spoorbaan, dienen door ProRail, haar aannemers of hulpdiensten te allen tijde onbelemmerd toegankelijk te zijn en te blijven met het materieel dat ook momenteel wordt gebruikt voor het uitvoeren van werkzaamheden en in het geval van calamiteiten. Dit geldt ook voor over-Zonderbouwingen en/of overkragingen van deze gronden. ProRail verzoekt u tevens alle percelen van ProRail te voorzien van de activiteit Spoorwegdoeleinden of Railverkeer. Bestaande rechten op percelen van derden ten behoeve van bereikbaarheid van ProRail assets dienen behouden te blijven.
3/5 Ons kenmerk UV/MH/24032025-1
Prevail
Bureau Spoorbouwmeester Bureau Spoorbouwmeester is in 2001 op initiatief van de directies van NS en ProRail opgericht als een onafhankelijk adviserend orgaan voor ontwerp en vormgevingsopgaven binnen de spoorsector. Sinds het ontstaan van het bureau wordt aan en met het Spoorbeeld gewerkt. Het Spoorbeeld is opgesteld voor alle bij het spoor en de spooromgeving betrokken partijen: van de spoorpartners ProRail en NS, stationseigenaren, opdrachtgevers, exploitanten, vervoerders en concessiehouders tot ontwerpers, gebruikers en overheden. Het daagt al deze spoorse partijen uit om vanuit het perspectief van reizigers en omgeving met zorg en ambitie aan de opgaven op en rond het spoor te werken. Meer informatie over Spoorbeeld en de voor uw gemeente van belang zijnde documenten (zoals bijvoorbeeld de Visie omgeving spoor en stations, Het stations concept en Het stationskwartier) kunt u vinden op www.spoorbeeld.nl waarnaar ProRail u kortheidshalve verwijst. Onderstations De binnen het plangebied aanwezige onderstations mogen niet komen te vervallen. Deze onderstations zijn cruciaal voor de elektriciteitsvoorziening van de hoofdspoorweginfrastructuur en daarmee voor de berijd baarheid van het spoor. Tevens verzoekt ProRail u ervoor zorg te dragen dat de onderstations - net als in de huidige situatie - te allen tijde bereikbaar zullen zijn voor onderhouds- en hulpdiensten.
Met het oog op potentiële risico's voor het bouwen nabij of boven een onderstation dient rekening te worden gehouden met een afstand van 10 meter gemeten vanaf de gevels van het onderstation. Overige railgebonden gebouwen en ondergrondse infra De binnen het plangebied aanwezige railgebonden gebouwen en ondergrondse infra, deel uitmakende van de hoofdspoorweginfrastructuur, al dan niet gelegen op percelen van ProRail, dienen te allen tijde bereikbaar te zijn en te blijven ten behoeve van het spoorwegbeheer en/of voor hulpdiensten. Het functioneren van deze voorzieningen mag niet worden beïnvloed door ontwikkelingen in de omgeving. Zicht op de stationsentree Doordat de stationsomgeving een ideale plek is om je te vestigen, ziet ProRail de laatste járen steeds meer verdichting en hoogbouw rond het station. Dit komt de vindbaarheid van een station niet ten goede. Reizigers voelen zich hierdoor onzeker, hetgeen een vorm van stress veroorzaakt. Ondanks dat er bewegwijzering is blijkt uit onderzoek dat zicht op de hoofdingang de beste manier is om het station te vinden. Zichtlijnen naar het station spelen daar een belangrijke rol in en ProRail wil graag dat binnen de planontwikkelingen de zichtlijnen geborgd blijven. Windbeieving en windhinderrisico’s Hoogbouw rond het station heeft invloed op de windbeieving van de reiziger.
Gemiddeld wachten reizigers 7 tot 10 minuten op een trein en dat doen ze bij voorkeur op het perron waar de trein halteert. Wachten met veel wind draagt niet bij aan een positieve stationsbeleving. Reizigers wachten bij voorkeur warm, beschut en comfortabel. Helaas is er echter niet voldoende wachtgelegenheid voor elke reiziger. Daardoor is het van belang dat in de omgeving rekening wordt gehouden met de windbeieving op het perron. Hoogbouw rond het station heeft ook invloed op de windcirculatie/windstromen en kan risico’s opleveren voor omliggende bebouwing (zoals schade aan daken/kappen) door veranderende windbelastingen. Hiermee dient rekening te worden gehouden.
4/5 Ons kenmerk LJV/MH/24032025-1
Prevail
Schaduwwerking op zonnepanelen ProRail stelt zich als doel om in 2030 C02 neutraal te opereren. Dat betekent dat vele daken en perronoverkappingen voorzien zijn of worden van zonnepanelen om zo voldoende stroom op te wekken voor verlichting, reisinformatie, liften en roltrappen. ProRail verzoekt u derhalve bij het maken van plannen rekening te houden met mogelijke schaduwwerking op de ProRail zonnepanelen en indien nodig met ProRail in contact te treden, zodat voornoemde doelstelling van ProRail voor 2030 haalbaar blijft. Zonneparken /reflectie in relatie tot hoofdspoorweginfrastructuur Uit een risicoanalyse moet blijken dat zonnepanelen c.a. op bijvoorbeeld parkeerplaatsen en /of geluidschermen en/of langs spoorwegen geen negatief effect hebben op de hoofdspoorweginfrastructuur. Dat moet onder meer uit de vereiste EMC (elektromagnetische compatibiliteit) berekening blijken. En dan met name de weerstandsbeïnvloeding (geen aardingen/aansluitpunten in buurt van het spoor conform bijgevoegde RLN00398) en diverse aspecten met betrekking tot aansluiting op het hoogspanningsnet. Ook voor de weerkaatsing van licht van zonnepanelen dient aangetoond te worden dat aanwezige seinen niet “overstraald” kunnen worden door lichtweerkaatsing door de zonnepanelen.
ProRail adviseert u om deze risico’s te laten berekenen en voordat gestart wordt met de realisatie van het zonnepark ProRail te voorzien van de uitkomsten. ProRail neemt aan u hiermede voldoende te hebben geïnformeerd en behoudt zich het recht voor in de verder procedure aanvullende c.q. nieuwe opmerkingen/zienswijzen kenbaar te maken.
5/5 Ons kenmerk UV/MH/24032025-1
retouradres: Postbus 49, 3000 AA Rotterdam
Stedin Netbeheer B.V.
Gemeente Schiedam
Blaak 8
T.a.v. Manager Ruimtelijke Ontwikkeling & Beleid
088 896 39 63
Postbus 1501 3100 EA Schiedam
Datum Gemeenteblad Onderwerp
3011 TA Rotterdam
09-04-2025 2025,76677 en 72735 Zienswijze op ontwerp Schiedamse Omgevingsvisie
www.stedin.net KvK Rotterdam 24289101
Behandeld door Telefoon E-mail Kenmerk
Leyla Erbisim 06 82079891 Leyla.Erbisim@stedin.net SP 2025-0326
Geachte heer, mevrouw, Met belangstelling hebben wij kennisgenomen van de ontwerp Schiedamse omgevingsvisie. De gemeente Schiedam presenteert hiermee een mooie en ambitieuze visie. Deze ambities hebben ook consequenties voor het elektriciteits- en gasnet van Stedin. Daarom maken wij graag gebruik van deze gelegenheid om via deze brief onze belangen kenbaar te maken. Inleiding Als regionaal netbeheerder vervult Stedin een maatschappelijke rol en is verantwoordelijk voor de distributie van elektriciteit en gas. Volgens de Elektriciteitswet en Gaswet moet Stedin de elektriciteits- en gasnetten (assets) op economische voorwaarden beheren, onderhouden en ontwikkelen, waarbij veiligheid, efficiëntie, betrouwbaarheid en milieuvriendelijkheid worden gewaarborgd. Naast deze wettelijke verplichtingen houdt Stedin ook rekening met de technische uitvoerbaarheid en de maatschappelijke impact van haar beslissingen, zodat de kosten beheersbaar en betaalbaar blijven. De keuzes die Stedin maakt, hebben directe invloed op haar bedrijfsvoering. Wij vragen van u, gelet op uw doelen, die volgens ons deels parallel gaan met de energietransitie waar we middenin zitten - en dat er in sommige gebieden al sprake is van congestie - ook te kijken wat dat gaat betekenen voor de gas- en elektriciteitsnetten. Het is belangrijk om ook de snelheid, betaalbaarheid en haalbaarheid van de ambities te beoordelen.
De ontwikkelingen kunnen invloed hebben op de bestaande en benodigde boven- en ondergrondse infrastructuur, zowel voor lopende als toekomstige projecten. Dit aspect zou volgens ons een integraal onderdeel moeten zijn van de doelen en keuzes, om bij te dragen aan de urgentie en betaalbaarheid van de diverse ontwikkelingen. Hierbij wordt dan de betaalbaarheid zowel bij realisatie als bij het beheer gewaarborgd. Naast de lokale ontwikkelingen dient evengoed rekening gehouden te worden met de regionale aspecten en de impact op het ‘net’. Daarom vragen wij u om afstemming en om ons zo vroeg mogelijk te betrekken bij de verdere planvorming, vanwege de (gevolgen voor) mogelijke investeringen in de netten. Ruimte in de ondergrond (kabel- en leidingtracés) Wij zijn blij om te lezen dat er aandacht is voor de ondergrond (paragraaf 4.8) en zoals u ook beaamt de ruimte in de ondergrond is schaars. Het uitgangspunt voor Stedin is: tracés in openbare grond en vergroening, voldoende werkruimte boven- en ondergronds (en/ of schone grond). Verder zijn (af-)gesloten verharding (zoals asfalt en easypad) boven kabels en leidingen niet toegestaan. Vanuit het oogpunt van doelmatigheid en de wettelijke verplichtingen, vragen wij tevens aandacht voor de ondergrondse kabel- en leidingtracés. De voeding van de stations gebeurt met ondergrondse kabels en of leidingtracés.
Het is vanuit veiligheid en betrouwbaarheid belangrijk dat Stedin 24/7 toegang heeft tot deze tracés. Gebundeld aanleggen is ongewenst U geeft in uw visie aan “Om de invloed op de bovengrond te beperken, dienen de netwerken meer in gebundelde vorm te worden aangelegd, waarbij leidingen vaker boven of onder elkaar, dan naast elkaar worden gelegd. Op deze wijze ontstaat er meer ruimte voor een prettig en klimaatadaptief ingericht maaiveld, waar plek is voor bomen en waterberging. Om dit te bereiken, zal bij de inpassing van het netwerktracé niet op voorhand het door
1
Onderwerp
Zienswijze op ontwerp Schiedamse Omgevingsvisie
Pagina
2 van 3
de nutspartijen voorgestelde tracé bepalend zijn, maar zal de keuze voor het tracé onderdeel zijn van de integrale gebiedsopgave, waarbij ook aandacht is voor de effecten van magneetvelden”. Graag willen wij u erop attenderen dat het op elkaar leggen van kabels en leidingen niet altijd kan en/ of wenselijk is. Dit om diverse redenen bijvoorbeeld vanwege de: veiligheid waaronder de wederzijdse beïnvloeding of andere interferenties die tot gevaarlijk situaties kunnen leiden toegankelijkheid aangezien bij storing en onderhoud de kabels en leidingen makkelijk bereikbaar zouden moeten zijn om het (snel en efficiënt) te kunnen repareren; schadepreventie om de kans op schade aan de kabels en leidingen tijdens graafwerkzaamheden en/ of grondbewerkingen te kunnen voorkomen of verkleinen en regelgeving waarbij er zijn specifieke richtlijnen en technische eisen zijn die bepalen hoe de kabels en leidingen moeten worden gelegd. Hiermee wordt de kwaliteit en veiligheid gewaarborgd en de overlast beperkt. In sommige gevallen kunnen er extra mitigerende maatregelen worden getroffen; dit brengt extra (maatschappelijke) kosten met zich mee zowel bij het ontwerpen, de implementatie, als voor het materiaal, arbeid, en mogelijk de regelgeving en tenslotte ook voor de onderhoud en monitoring van deze maatregelen.
Binnenkort zal Ron in ’t Hout de accountmanager overheden dit verder toelichten bij uw gemeente. Zoals u ook aangeeft is ruimte schaars. Graag vragen wij ook aandacht voor het feit dat o.a. in het kader van duurzaamheid de aanleg van andere kabels en leidingen (bijv. voor de warmtevoorzieningen) tot een nog grotere druk op de ruimte in de ondergrond kan leiden. Slim samenwerken is essentieel en wij vragen u om het belang van Stedin niet uit het oog te verliezen. Door ruimte te reserveren voor de ‘net’-infrastructuur wordt bijgedragen aan de realisatie van de doelen uit de omgevingsvisie. Wij vragen bij dit soort ontwikkelingen expliciete aandacht voor de aanleg van nieuwe kabels en leidingen alsmede het beheer van de kabels en leidingen van Stedin. Ook gelet op de beoogde nieuwe ontwikkelingen waar de ondergrond ongetwijfeld geraakt zal worden, maar ook bij de herinrichting van de openbare gebieden. De ondergrond dient volgens ons structureel onderdeel te worden van alle relevante ruimtelijke processen en waarbij het gebruik én bescherming van bodem zorgvuldig afgewogen dienen te worden. Zoals u ook aangeeft: “Om te voldoen aan de groeiende vraag naar elektriciteit en om netcongestie te voorkomen, is het nodig om in samenhang met het plaatsen van zonnepanelen, het elektriciteitsnet te verzwaren en robuuster in te richten.
Ook het gebruik van buurtbatterijen is een optie, mits deze op een verantwoorde wijze kunnen worden ingepast. Dit zodat piekmomenten goed kunnen worden opgevangen en er geen overbelasting van het netwerk plaatsvindt”. En u verder geeft aan: “Bij de (her)inrichting van de openbare ruimte wordt gezocht naar multifunctioneel gebruik en een zorgvuldige afstemming tussen het bovengrondse en ondergrondse gebruik.“ We zien graag dat deze insteek concreet wordt ingevuld en wat u daarmee bedoelt. Verder vragen wij u om: • bij het ontwikkelen, ontwerpen, bouwen en beheren (realisatie) voor de verschillende ambities en plannen en met name in relatie tot de verschillende thema’s w.o. wonen, werk, bodemdalingsbeleid, klimaatveranderingen, energietransitie en of -systemen, mobiliteit en groen- en openbare beleid rekening te (laten) houden met de voorwaardelijke werkzaamheden van de netbeheerder zowel bij mogelijke knelpunten; • meer in samenhang en integraal te blijven kijken naar de verschillende thema’s en (gebieds)ontwikkelingen en te anticiperen op de toekomstige ontwikkelingen - zowel boven als ondergronds- waarbij mogelijke koppelkansen meegenomen kunnen worden, dan wel waar mogelijk is om elkaar te versterken, bijv. bij herontwikkeling van gebieden en afstemming te zoeken met (buur)gemeentes, maar ook met de netbeheerders.
• bij herontwikkeling of transformatie van gebieden naar wonen en/ of gemengd op locaties van bestaande transportstations en of een gasoverslag- en/ of distributiestations rekening te (laten) houden met de bestemmingen wonen, (beperkt) kwetsbare objecten, geluidsgevoelige objecten en (veiligheids-) afstanden. • bij de (her)inrichting van de openbare ruimte een zorgvuldige afstemming plaatsvindt tussen het bovengrondse en ondergrondse gebruik én daar waar het kan wordt gezocht naar multifunctioneel gebruik (i.v.m. mogelijk conflicterende belangen). • te helpen bij het vinden van adequate locaties voor stations én tracés en doorlooptijden voor het aanpassen van bestemmings- en/of omgevingsplannen en vergunningen te minimaliseren. • het grondbeleid en bijbehorende processen i.v.m. het verzwaren en toekomstbestendig inrichten van het net (bijv. bij de buurt- en wijkaanpak) kunnen worden versneld om de opgaven uit de omgevingsvisie tijdig te realiseren. • de energietransitie betaalbaar te houden en de beschikbare netcapaciteit zo goed mogelijk te gebruiken. Vroegtijdig inzicht in concrete ontwikkelingen helpt ons om tijdig efficiënte beslissingen te nemen voor netinvesteringen. Hierbij zijn systeemefficiënte keuzes noodzakelijk.
Onderwerp
Zienswijze op ontwerp Schiedamse Omgevingsvisie
Pagina
3 van 3
Het vinden van een balans tussen de diverse thema’s bij een ontwikkeling kan een uitdaging zijn. Uit de stukken maken wij op dat bij u ook het besef leeft dat de belangen van de netbeheerder en de energietransitie nauw met elkaar zijn verweven. Daar zijn wij blij om en we denken graag mee om de samenwerking te versterken. Goede afstemming Voor Stedin is het essentieel om inzicht te krijgen in de impact op het bestaande gas- en elektriciteitsnet. Dit stelt ons in staat om de juiste keuzes te maken voor investeringen en toekomstbestendigheid, zodat we diverse ontwikkelingen kunnen blijven faciliteren. Slimme planning en nauwe samenwerking zijn cruciaal om onze doelen te bereiken en bij te dragen aan een duurzame leefomgeving, terwijl onnodige overlast wordt voorkomen. We vragen u om aandacht te blijven houden voor de onder- en bovengrondse infrastructuur en de ruimtelijke uitvoerbaarheid bij diverse plannen, zodat de maatschappelijke kosten laag en beheersbaar blijven en bijdragen aan een betrouwbaar en kostenefficiënt energietransport. Kortom, gelet op voorgaande, verzoeken wij om in uw beleid, de ruimtebehoefte voor het elektriciteits- en/of gasnet van Stedin op te nemen en ons belang als netbeheerder bij de uitvoering van de plannen (vroegtijdig) mee te nemen. Wij zijn van harte bereid om daarover met u in gesprek te gaan. Met vriendelijke groet,
Jort Kuipers Hoofd afdeling Ruimte en Recht
TennGT TE25005102
Postbus 718, 680Ũ AS Arnhem, Nederland
DATUM
Gemeenteraad Gemeente Schiedam T.a.v. Manager Ruimtelijke Ontwikkeling en Beleid Postbus 1501 3100 EA SCHIEDAM
ONZE REFERENTIE BEHANDELD DOOR TELEFOON DIRECT E-MAIL AANTAL BIJLAGEN
9 april 2025 GFN-RE 25-0083 | BSP0035279 Nora Tijman 06 11 00 51 91 ruimtelijkeplannen@tennet.eu 1
VERZOND ;N 1 0 APR 2025
betreft
Zienswijze Ontwerp Schiedamse Omgevingsvisie
Geachte leden van de Raad, Onlangs is bekend gemaakt dat het ontwerp van de Schiedamse Omgevingsvisie ter inzage ligt. Van de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen maakt TenneT TSO B.V. (hierna TenneT) bij deze gebruik. Binnen uw gemeente bevinden zich onder- en bovengrondse 150kV hoogspanningsverbindingen en een opstijgpunt die onderdeel uitmaken van het landelijk hoogspanningsnet van 110kV en hoger, welke in beheer en eigendom zijn van TenneT. Het gaat om: Verbindingen: Rotterdam Waalhaven-Rotterdam Marconistraat RTW-RTM150 (ondergronds) Rotterdam Marconistraat-Delft RTM-DE150 (onder- en bovengronds) Opstijgpunt: Schiedam - s-Gravenlandseweg
TenneT TSO B.V. Bezoekadres Utrechtseweg 310, Arnhem Postadres Postbus 718, 6800 AS Arnhem
Factuuradres Postbus 428, 6800 AK Arnhem Handelsregister Arnhem 09155985 Telefoon 0800 83 66 38 8 Fax 026 373 11 12 Internet www.tennet.eu
TenneT
DATUM ONZE REFERENTIE PAGINA
TenneT TSO B.V. 9 april 2025 GFN-RE 25-0083 | BSP0035279 2 van 4
Indien gewenst kunt u deze gegevens in DWG/SHP-bestand opvragen. Hiervoor kunt u gebruik maken van het mailadres ruimteliikeplannen@tennet.eu. Algemeen over TenneT
Bij de Elektriciteitswet 1998 is TenneT aangewezen als beheerder van het landelijk hoogspanningsnet, wat is aangeduid als vitale infrastructuur. Zij is daarmee verantwoordelijk voor een ongestoorde werking van dit net om daarmee de levering van elektriciteit zo goed mogelijk te kunnen garanderen. In dat kader is het optimaal beheren, onderhouden en veiligstellen van nieuw te realiseren en gerealiseerde assets ten behoeve van een ongestoorde ligging en aanwezigheid daarvan gedurende de gehele levensfase een zeer belangrijke kerntaak. Uitgangspunt daarbij is dat deze vitale infrastructuur een gepaste bescherming verkrijgt en behoudt in ruimtelijke plannen en besluiten die worden op- en vastgesteld voor zowel de onder- als bovengrond. Dit alles met als doel deze infrastructuur niet te verstoren en op een effectieve en efficiënte manier in stand te kunnen houden en beheren. De aanwezigheid van deze infrastructuur kan beperkingen opleveren voor het gebruik van gronden. Om de veiligheid van personen en goederen te waarborgen gelden er bijvoorbeeld aan te houden veiligheidsafstanden. Bovendien is het van belang dat hoogspanningsverbindingen te allen tijden bereikbaar zijn en blijven voor onderhoud, storingen en/of calamiteiten ten behoeve van de leveringszekerheid en het zo efficiënt mogelijk gebruik maken van onze assets. Schiedamse Omgevingsvisie
Wij waarderen dat in de visie aandacht is voor de opgaven van de energietransitie en klimaatadaptatie wat onder andere vraagt dat het elektriciteitsnet wordt verzwaard en robuuster wordt ingericht. In dat kader vraagt TenneT u om op een passende wijze rekening te (blijven) houden met de aanwezigheid van de bestaande vitale hoogspanningsinfrastructuur in uw gemeente en doorwerking hiervan in ruimtelijke plannen. Door de aanwezigheid van verschillende hoogspanningsverbindingen vormt TenneT een van de ruimtevragers en belanghebbenden binnen uw gemeente. Deze bestaande assets wensen wij op een juiste manier te borgen en te behouden ten behoeve van de leveringszekerheid. Met name bij de relatief grootschalige hoogspanningsinfrastructuur kan het waardevol zijn het bestaande en eventuele toekomstige ruimtebeslag op te nemen. TenneT verzoekt om visuele toevoeging van deze functie in de visie te overwegen, zodat een zorgvuldige belangenafweging kan worden gemaakt. De komende decennia gaat, ook in andere delen van het land, de energievoorziening fors veranderen. Een stabiel en toekomstbestendig elektriciteitsnetwerk wordt nog meer noodzakelijk vanwege de afnemende beschikbaarheid van fossiele brandstoffen en de opkomst van nieuwe energiebronnen.