CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Voortgangsrapportage MVS Jeugdmodel

Gemeenteraad 26 mei 2026, gemeente SchiedamBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven van het college van burgemeester en wethouders, dan wel de burgemeester, dan wel collegeleden:9.380 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Voortgangsrapportage - MVS Jeugdmodel 2e halfjaar 2025 Gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam 14 april 2026

1

Inhoud Inleiding ............................................................................................................................................... 3 Hoofdstuk 1: Context: landelijke ontwikkelingen ................................................................................ 5 1.1

Hervormingsagenda Jeugd ..................................................................................................... 5

1.2

Toekomstscenario Jeugd- en Gezinsbescherming.................................................................. 5

1.3

Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg en Algemene Maatregel van Bestuur ............. 6

Hoofdstuk 2: MVS Jeugdmodel: wat hebben we gedaan in de netwerken? ....................................... 8 2.1

Netwerk Opgroeien in Veiligheid ........................................................................................... 8

2.2

Netwerk Opgroeien door spelen en leren ........................................................................... 12

2.3

Netwerk Opgroeien in de Buurt ........................................................................................... 15

2.4

Netwerk Opgroeien in gezondheid ...................................................................................... 19

2.5

Netwerk Opgroeien naar Volwassenheid ............................................................................ 21

Hoofdstuk 3: MVS Jeugdmodel: ontwikkelingen MVS Jeugdteam .................................................... 22 3.1

Transformatieagenda MVS Jeugdmodel 2026-2029 ............................................................ 22

3.2

Nadere afspraken monitoring en sturing ............................................................................. 22

3.3

Vormgeven MVS-team ......................................................................................................... 22

3.4

Verbeteren van de informatiepositie ................................................................................... 23

3.5

Scenario's inkoop en strategie ............................................................................................. 23

Hoofdstuk 4: Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond ................................................... 24 4.1

Landelijk Transitie Arrangement .......................................................................................... 24

4.2

Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond ......................................................................................... 24

4.4

Risico’s financieel ................................................................................................................. 26

Hoofdstuk 5: Juridisch ....................................................................................................................... 27 5.1 Reikwijdte discussie/ afbakening jeugdhulpplicht ....................................................................... 27

2

Inleiding Voor u ligt de tweede halfjaarrapportage 2025 MVS Jeugdmodel. Met het MVS Jeugdmodel werken de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam samen met kind, ouders en jeugdhulpprofessionals, huisartsen, instellingen, verenigingen en onderwijs aan een transformatieproces van de jeugdhulp. Doelstelling en bouwstenen MVS Jeugdmodel Doelstelling van het MVS Jeugdmodel is de hulp dichter bij de jeugdige en het gezin aan te bieden, waarbij de zorg zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig wordt ingezet. Het MVS Jeugdmodel bestaat uit 6 bouwstenen: 1) Netwerk rondom het kind, de ouder/opvoeder in het gewone leven 2) Versterk de positie van het onderwijs 3) Wijkteam 4) Een praktijkondersteuner in elke huisartsenpraktijk 5) Flexibel netwerk van specialisten op MVS-niveau 6) Specialistische jeugdhulp op MVS-niveau Taakgerichte inkoop Om te kunnen sturen op de jeugdhulp hebben de MVS-gemeenten gekozen voor een andere wijze van inkopen van de jeugdhulp, namelijk een taakgerichte en integrale opdracht uitgevoerd door Mevis. Mevis is een consortium van zorgaanbieders en wordt gevormd door vier (jeugd)zorg organisaties: Timon, MEE Rotterdam Rijnmond, Yulius en ASVZ. Uitvoeringsorganisatie Rogplus voert het informatie- en contractmanagement uit voor de MVS-gemeenten.

In hun voortgangsrapportage (welke als bijlage 3 aan dit rapport is toegevoegd) leest u welke stappen Mevis in het kader van de transformatie zet en hoe het met de zorg voor cliënten staat. Een aantal onderdelen van de Jeugdhulp is ingekocht via de GRJR, het gaat om: Jeugdbescherming en - reclassering, Veilig Thuis en de Landelijke Transitie-arrangementen (LTA, de zeer schaarse landelijk ingekochte hulp). Transformatie en Netwerkregie De transformatie naar het MVS Jeugdmodel is vanaf 2023 georganiseerd en gedelegeerd aan het MVS-Jeugdteam. Drie netwerkregisseurs uit het team hebben in vijf netwerken1 de transformatie MVS-breed aangejaagd en gestimuleerd. Samen met Mevis, Rogplus en partners hebben we voor de transformatie van de jeugdhulp gebruik gemaakt van deze netwerken. Het resultaat is o.a. een stevige samenwerking tussen kernpartners in de regiegroep Transformatie MVS Jeugdmodel, en in drie proeftuinen2 in de MVS-gemeenten. Hier experimenteren we op kleine schaal met het transformeren van onderdelen van het MVS Jeugdmodel. We delen organisatie- en domein overstijgend kennis en we werken samen aan betere werkwijzen en initiatieven die er voor het kind en gezin toe doen. Van opgroeien door spelen en leren in de buurt, in gezondheid, in veiligheid en naar volwassenheid.

1Vijf netwerken: 1) opgroeien in de buurt, 2) opgroeien naar volwassenheid, 3) opgroeien in gezondheid, 4) opgroeien in veiligheid en 5)

opgroeien door spelen & leren. 2 Proeftuin Gemeenschapsontwikkeling Sluispolder-Oost (Maassluis), Proeftuin Gezinsgericht en preventief werken Westwijk (Vlaardingen),

Pilot Veiligheid in en om school (VIOS, in Schiedam).

3

In 2026 stoppen we met het faciliteren van netwerkregie vanuit het MVS Jeugdteam. Het MVS Jeugdmodel slaagt alleen wanneer we de transformatie naar het MVS Jeugdmodel lokaal weten te verbinden aan andere gemeentelijke domeinen. Q1 en Q2 van 2026 beschouwen we als overgangsperiode, waarin we samen met partners uit de netwerken, de netwerkregisseurs en de gemeenten kijken hoe we de opbrengsten van de netwerken borgen. Ook kijken we steeds kritisch op welk niveau we de transformatie oppakken. Lokaal, sub-regionaal (MVS-breed) of bovenregionaal (i.s.m. de regio Rijnmond). Indeling rapportage In deze rapportage schetsen we eerst de landelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op het MVS Jeugdmodel. Hoofdstuk 2 betreft de rapportage van de netwerken van het MVS Jeugdmodel. Vervolgens gaan we in hoofdstuk 3 in op de ontwikkelingen van het (gemeentelijk) MVS Jeugdteam. Hoofdstuk 4 behandelt het GRJR-deel van de jeugdhulp in Maassluis, Vlaardingen en Schiedam. In hoofdstuk 5 worden juridische ontwikkelingen toegelicht. De rapportage van Rogplus over de integrale opdracht van Mevis treft u in de bijlage.

4

Hoofdstuk 1: Context: landelijke ontwikkelingen 1.1

Hervormingsagenda Jeugd

De rijksmiddelen voor jeugdhulp blijken al jaren niet toereikend voor gemeenten. In het rapport van de commissie van Ark wordt de uitspraak gedaan dat de, door de gemeenten betaalde, overschrijdingen door het Rijk zouden moeten worden gecompenseerd door het financieel kader voor de jaren 2025-2028 aan te passen. Daarmee zouden de ingeboekte bezuinigingen ingaande per 2026 vervallen. De regering heeft in eerste instantie gereageerd door via de voorjaarsnota (2025) tot en met 2027 3 miljard extra ter beschikking gesteld. In de miljardennota is uiteindelijk ook de 50% compensatie van de tekorten over 2023 en 2024 toegekend. 1.2

Toekomstscenario Jeugd- en Gezinsbescherming

Het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming is een programma van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de ministeries van Justitie en Veiligheid (JenV) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Het Toekomstscenario vindt plaats in nauwe samenhang met de Hervormingsagenda Jeugd, in het bijzonder het versterken van de toegang met expertise rondom veiligheid en bescherming. Dit landelijke programma betreft de hervorming van de huidige beschermingsketen voor kinderen/gezinnen en volwassenen zonder kinderen in een onveilige thuissituatie (0 – 100 jaar), en kent een looptijd tot en met 2030. Jeugdbeschermingsorganisaties en Veilig Thuis spelen hierin een belangrijke rol. Aanleiding om toe te werken naar een andere manier van werken is dat de hulp en bescherming voor kinderen in kwetsbare situaties in het huidige stelsel tekortschieten: het stelsel is te complex georganiseerd, de problemen in gezinnen en huishoudens worden niet in samenhang opgepakt, en ouders en kinderen voelen zich onvoldoende gehoord en gezien. Het huidige systeem van hulp en bescherming voor kinderen en gezinnen werkt nu niet goed genoeg. Dit betekent dat er een andere manier van werken met goede ondersteuning van gezinnen en huishoudens noodzakelijk is. Lokale teams krijgen een belangrijkere rol, gaan gezinsgericht werken, en er komt een nieuw systeem met regionale veiligheidsteams.

Het oude ‘estafettemodel’, waarbij de hulpverlenings- of regietaak van de ene naar de andere organisatie wordt doorgegeven, laten we daarmee los. In het tweede kwartaal van 2025 was onduidelijk hoe de financiering van deze omvangrijke verandering geregeld gaat worden en bleken landelijke organisaties, zoals Jeugdzorg Nederland en het Landelijk Netwerk Veilig Thuis, het op onderdelen oneens te zijn met de ontwikkelrichting. Genoemde organisaties wilden de inhoudelijke dialoog hierover voeren. In reactie op deze landelijke koers is in de Rijnmondregio een begroting opgesteld om de voortgang te garanderen. De bestuurders van de GRJR hebben toegezegd hieraan bij te dragen. De gemeenten en partners in de regio Rotterdam Rijnmond verenigd in de Stuurgroep Partners in de regionale Stuurgroep Toekomstscenario, inclusief de GI’s en VT, verbinden zich onverkort aan de doelen van het Toekomstscenario en de regionale visie die in 2024 is opgesteld. Participatie in de proeftuinen wordt als positief ervaren. Binnen de proeftuinen wordt vanuit de praktijk toegewerkt aan cultuurverandering en betere samenwerking. Vanwege de ontstane situatie heeft de Stuurgroep aan de projectgroep opdracht gegeven om kritisch te kijken naar de eigen werkzaamheden en met een nieuwe opdrachtformulering te komen.

Gezien de boodschap van de bewindspersonen dat zij vasthouden aan de eerder gekozen ontwikkelrichting, inclusief de centrale rol van de lokale teams en de stelselwijziging met regionale veiligheidsteams, is het des te 5

belangrijker dat gemeenten zich actief voorbereiden op de komst van het Toekomstscenario. Vanuit het Netwerk Opgroeien in Veiligheid wordt actief deelgenomen aan de projectgroep. In 2025 zijn twee ontwikkellijnen ingezet, te weten; 1) verdieping van de proeftuinen om de werkwijze in de lokale teams in samenwerking met het regionaal veiligheidsteam nader te specificeren, 2) verbreding, om de nieuwe werkwijze te verbreden naar de regiogemeenten die niet aangesloten zijn bij de proeftuinen. Met betrekking tot de verdieping van de proeftuinen ligt de focus op de ontwikkeling van een uniforme methodische werkwijze met het regionaal veiligheidsteam, dat reeds heeft geresulteerd in een concrete handreiking. Om de nieuwe werkwijze te verbreden naar de regiogemeenten die niet aangesloten zijn bij de proeftuinen, is een verbredingsdocument opgesteld. In dit document wordt aan de hand van bouwstenen duidelijke richting gegeven aan de uitrol van het Toekomscenario in deze gemeenten. Daarnaast wordt invulling gegeven aan de ontwikkeling van een maatschappelijke business case om de baten van het Toekomstscenario in kaart te brengen. Naast de tijdsbesteding (kostenkant) wordt ook zoveel mogelijk de bredere maatschappelijke effecten (batenkant) meegenomen. Ten slotte worden voorbereiding getroffen voor de vorming van een gezamenlijk verantwoordingsbeeld.

Daarin worden onder andere de vragen uitgewerkt: wat zien we en wat doen we (bedrijfsvoering), en waarom doen we wat we doen? In mei 2025 werd duidelijk dat de beoogde landelijke transitiemiddelen en het bijbehorende transitie pad inclusief wetswijziging niet op korte termijn door zouden gaan. De activiteiten zijn vervolgens geconcentreerd rond onderstaande ontwikkellijnen uit de subsidieaanvraag: 1. Focus op de ontwikkeling van een uniforme methodische werkwijze voor samenwerking tussen de praktijkgroep3 en de lokale teams; 2. Door ontwikkelen van heldere taken, rollen, verantwoordelijkheden en invulling van bevoegdheden van professionals in de praktijkgroep en de lokale teams. De MVS-gemeenten zijn aangesloten bij het Toekomstscenario door deelname aan de (deel)projectgroepen. De doelstellingen van het MVS Jeugdmodel sluiten, voor wat betreft jeugd, aan bij de doelstellingen van het Toekomstscenario. Samen met Mevis volgen wij aandachtig de uitkomsten van de proeftuinen en de ontwikkelingen binnen de (deel)projectgroepen. In het netwerk Opgroeien in Veiligheid wordt verder invulling en uitvoering gegeven aan deze aansluiting. 1.3

Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg en Algemene Maatregel van Bestuur

De MVS-gemeenten hebben door de gezamenlijke taakgerichte inkoop van Mevis, voor vrijwel alle vormen van jeugdhulp, een aparte plek binnen de Gemeenschappelijke Regeling Jeugd Rotterdam (GRJR). In het eerste kwartaal heeft ambtelijk overleg plaatsgevonden tussen het MVS-team jeugd en ambtenaren van het ministerie van VWS. Er werd vanuit het ministerie begrip getoond voor het feit dat we binnen de MVS-gemeenten hard aan het werk zijn om de jeugdhulp zo dichtbij mogelijk bij gezinnen te organiseren. Veel vormen van specialistische hulp zullen echter straks regionaal moeten worden ingekocht. De basis van ons MVS Jeugdmodel is dat we sterke wijkteams bouwen die laagdrempelig hulp kunnen bieden, dichtbij de leefomgeving van het kind en hun gezin. Hier blijven wij aan bouwen. 3

In de regio Rotterdam Rijnmond heten de proeftuinteams samen ‘de praktijkgroep’. We gebruiken de term Regionaal Veiligheidsteam zo min mogelijk. Enerzijds omdat onze praktijkgroep nog niet volledig voldoet aan de beoogde invulling van het RVT. Anderzijds omdat er geen volledig draagvlak is voor de ontwikkeling van RVT’s. In de lopende tekst gebruiken we daarom de term praktijkgroep. In enkele formulieren in de bijlagen wordt wel de term RVT gebruikt. Dit heeft ermee te maken dat in de keten de term RVT veelzeggender is dan de term ‘praktijkgroep’.

6

Omdat een groot deel van de specialistische jeugdhulp weer regionaal ingekocht gaat worden haken we als MVS-gemeenten weer meer aan regionale ontwikkelingen, zoals de update van de regiovisie “Nabij en Passend”. Omdat een regiovisie door de wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg een verplichting is en aan bepaalde eisen moet voldoen is hiervan een update gemaakt. Deze zal in het tweede kwartaal van 2026 aan de gemeenten ter instemming worden voorgelegd.

7

Hoofdstuk 2: MVS Jeugdmodel: wat hebben we gedaan in de netwerken? De MVS-gemeenten hebben gekozen voor een netwerkgerichte aanpak in vijf MVS-breed aangestuurde netwerken. Waarin alle betrokken partners samenwerken aan oplossingen, verbeteringen en nieuwe werkwijzen. Binnen de vijf netwerken – ingericht op basis van de bouwstenen uit het koersdocument MVS Jeugdmodel – staat het concretiseren van het MVS Jeugdmodel centraal. Zoals aangegeven in de inleiding, stoppen we in 2026 met het aanjagen van de transformatie via regionale netwerkregie, door de drie netwerkregisseurs uit het MVS-team. Netwerkgericht werken rond gezinnen en jongeren blijft wel het uitgangspunt in de uitvoeringspraktijk, zoals beschreven in het Koersdocument. Dit wordt nader toegelicht in hoofdstuk 3. Hieronder wordt per netwerk de stand van zaken beschreven over de tweede halfjaar van 2025. 2.1

Netwerk Opgroeien in Veiligheid

Het netwerk opgroeien in veiligheid gaat over het onderwerp veiligheid in de brede zin, zoals in veilig en gezond opgroeien (preventie), maar ook in relatie tot het strafrecht (politie, justitie en Veiligheidshuis) en civielrecht (leerplicht en jeugdbescherming). Het netwerk opgroeien in veiligheid behelst grofweg twee zorg en veiligheidsthema’s, te weten: 1) Huiselijk geweld en kindermishandeling en 2) criminele risicojongeren. In samenwerking met partners uit het sociale-, veiligheids-, welzijn-, en jeugdhulp domein geven wij richting aan het leidende principe ‘veiligheid is de ondergrens’ in het MVS Jeugdmodel. Binnen het Toekomstscenario wordt een landelijke en regionale invulling gegeven aan het concept veiligheid. Deze transformatie wordt regionaal uitgewerkt en richt zich op een eenvoudigere, gezinsgerichte aanpak voor gezinnen en huishoudens (0 – 100 jaar) waar sprake is van onveiligheid. Omdat de doelstelling van het Toekomstscenario grotendeels overeenkomt met de veiligheidsopgave in het MVS Jeugdmodel, is deze regionale opgave ondergebracht bij het netwerk veiligheid. Binnen het netwerk zijn daarnaast diverse initiatieven ontplooid naar aanleiding van de verontrustende bevindingen van de inspecties, voortkomend uit het ernstige incident dat heeft plaatsgevonden in Vlaardingen.

2.1.1 Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming Door actieve deelname aan (deel)projectgroepen binnen het Toekomstscenario treedt de netwerkregisseur veiligheid op als kennishouder. Via betrokkenheid bij zowel de regionale projectroep als deelprojectgroepen is de netwerkregisseur nauw aangesloten bij de inhoudelijke ontwikkelingen en voortgang binnen het Toekomstscenario. Ten behoeve van de lokale implementatie van het Toekomstscenario, zou een MVS-kernteam samengesteld worden. Vanwege capaciteitsproblemen bij Vlaardingen en Maassluis, is er nu voor gekozen om via de reguliere ambtelijke lijn het Toekomstscenario te borgen in deze twee gemeenten. Dit betekent dat de kennishouder (oftewel netwerkregisseur) verantwoordelijk is voor de inhoudelijke kennisoverdracht en het delen van geleerde lessen met betrekking tot de uitrol van het Toekomstscenario, zonder zelf de coördinatie van deze uitrol op zich te nemen. Tijdens de MVS thema avond november 2025 heeft een afvaardiging van het Toekomstscenario (regionaal projectleider, gedragsdeskundige en teamleider ervaring in huis) een presentatie verzorgd over de 8

succesfactoren van deze nieuwe werkwijze. Op dit moment worden verschillende kernaspecten binnen het Toekomstscenario doorontwikkeld en uitgerold in de gemeente Schiedam, namelijk: Top 3 methodiek en ervaringsdeskundigen Zowel de Wijkondersteuningsteam-medewerkers (WOT-medewerkers) als de jeugdprofessionals zijn gezamenlijk getraind in de Top-3 methodiek. Bij het gefaseerd samenwerken wordt gewerkt in drie fases: eerst wordt gewerkt aan veiligheid, daarna gestuurd op de risico’s en vervolgens vindt herstelgerichte zorg plaats. Hierbij blijft gedurende het hele traject aandacht voor het bereiken van stabiele veiligheid. De focus ligt op de directe veiligheid. Pas als deze op orde is wordt er gewerkt aan de onderliggende factoren. De TOP-3 methode is gericht op samenwerking met alle betrokkenen (ook de netwerkpartners) vanaf de start van de begeleiding. Het TOP-3 plan is het instrument dat hiervoor gebruikt wordt. Zowel de training als de implementatie zijn gericht op het versterken van de samenwerking tussen 18- en 18+ medewerkers, met als doel het ontwikkelen van een gezamenlijke visie en aanpak rondom huiselijk geweld en kindermishandeling. Nu alle medewerkers zijn getraind, wordt een duurzame aanpak ontwikkeld om de 0 – 100 gezinsgerichte visie op het gebied van huiselijk geweld en kindermishandeling vorm te geven.

Daarnaast is een andere succesfactor uit het Toekomstscenario, de inzet van ervaringsdeskundigen, geïmplementeerd in de wijkteams. Een ervaringsdeskundige is te omschrijven als iemand die geleerd heeft om ervaring en kennis om te zetten ten behoeve van anderen. Deze kan bijvoorbeeld mensen begeleiden en ondersteunen in vergelijkbare situatie maar ook om de uitvoering van professionals te ondersteunen en te verbeteren. Een ervaringsdeskundige vormt daarmee steeds de brugfunctie tussen beleid en uitvoering aan de ene kant en de leefwereld aan de andere kant. Deelprojectgroep Professionals Samen met een afvaardiging van VTRR, JBRR en gemeente Rotterdam, geeft de netwerkregisseur veiligheid invulling aan de deelwerkgroep Professionals binnen het Toekomstscenario. De centrale doelstelling is de ontwikkeling van een gezamenlijk denkkader om te komen tot een gezamenlijke taal en gedeelde kernconcepten. Dit omdat in de samenwerking met partners wel vaak vergelijkbare begrippen gebruikt worden, maar deze verschillend geïnterpreteerd en toegepast worden. Dit belemmert een goede samenwerking. Het doel is om meer eenduidigheid te creëren in ons vakjargon ten behoeve van een efficiënte en effectieve netwerksamenwerking. Samen met de partners uit het zorg- en veiligheidsdomein hebben wij een shortlist opgesteld van relevante begrippen.

Allereerst zijn wij aan de slag gegaan met het begrip regie en daaraan gerelateerde deelconcepten (o.a. procesregie, casusregie, eigen regie). Wij hebben bij partners uit het zorg- en veiligheidsdomein een uitvraag gedaan over het gebruik van dit concept in de praktijk. Op basis van deze uitvraag zijn wij op basis van een deskanalyse tot een concept beschrijving gekomen. Deze conceptbeschrijving is in een vervolgbijeenkomst bediscussieerd en heeft geresulteerd in het advies om een regiekaart te ontwikkelen voor de professionals. Dit omdat duidelijk werd dat het met name belangrijk is om afspraken te maken over regie als er meerdere hulpverleners in het gezin werkzaam zijn. Met name vragen als: wie is het aanspreekpunt voor het gezin, wie doet wat op welk moment en hoe stemmen we af, zijn belangrijk. Daarom hebben we besloten om een ‘regiekaart’ te ontwikkelen die behulpzaam kan zijn bij het maken van deze afspraken. De regiekaart is een hulpmiddel om bij complexe situaties, als meerdere instanties betrokken zijn bij een gezin, op een gestructureerde manier afspraken te maken over regie. Het beschrijft de afspraken over wie op inhoud en wie op proces welke activiteiten voor zijn rekening neemt en hoe afstemming tussen de betrokken partijen 9

plaatsvindt. De regiekaart wordt nu beproefd in de praktijkgroep. Ervaringen zullen verwerkt worden in de doorontwikkeling van de regiekaart. Preventie met Gezag; KansRIJK In Schiedam is in het programma Preventie met Gezag verkend of en zo ja hoe, de interventie KansRIJK!, die beproefd wordt in het Toekomstscenario, ingezet kan worden. Het doel van KansRIJK! is dat risicovol en/of strafbaar gedrag en schoolverzuim zo mogelijk voorkomen kan worden en waar nodig vroegtijdig te stoppen. Het is een systeemgerichte aanpak op basis van forensische expertise in de aanpak van dreigende criminele ontwikkeling van jeugdigen. KansRIJK! komt niet na een incident, maar is een generieke module die ingezet wordt omdat er signalen zijn. KansRIJK! biedt maatwerk en kan langdurig ingezet worden. De verbinding met de gecertificeerde instellingen die deze module aanbieden is inmiddels tot stand gebracht, en er hebben al meerdere gesprekken met jongeren plaatsgevonden. Helaas voldeden de geselecteerde jongeren niet aan de gestelde criteria van de module (zij vielen in een zwaardere categorie). Daarom is er nu voor gekozen om de inzet van deze module te gaan verkennen bij zogenaamde ‘vroegsignalering’. Dit zijn jongeren die naar aanleiding van een redelijk licht vergrijp en/of schoolverzuim in beeld komen bij de politie.

Integrale crisisdienst De netwerkregisseur is aangesloten bij de ontwikkeling van één regionale integrale crisisdienst in Rotterdam Rijnmond. Binnen de regio Rotterdam Rijnmond zijn momenteel meerdere crisisdiensten actief met eigen doelgroepen, werkwijzen en werkprocessen. Om de efficiëntie van deze diensten te vergroten, wordt in fases toegewerkt naar één integrale crisisdienst voor 0 – 100 jaar voor alle huishoudens. Met deze nieuwe werkwijze wordt beoogd om bij de uitvoering van crisisinterventies efficiënter te werken (dubbelingen voorkomen), kosten te besparen, en het arbeidspotentieel en expertise beter te benutten. Ten behoeve van deze ontwikkeling is een deelprojectgroep geformeerd met vertegenwoordiging van Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR), Crisis Interventieteam (CIT), de gemeente Rotterdam en MVS-gemeenten, en de regionale projectleider Toekomstscenario. De opdracht betreft een gefaseerd ontwikkelproces met de volgende fasering: Fase 1: implementatie geïntegreerde crisisdienst 0-18 per 1-1-2025; Fase 2: implementatie integrale crisisdienst 0-100 per 1-1-2026; Fase 3: implementatie brede integrale crisisdienst 0-100, streefdatum 2027. Voor fase 1 hebben VTRR en CIT een plan opgesteld dat is vastgesteld door desbetreffende bestuurders.

Dit plan is vervolgens vastgesteld door de stuurgroep en is voorgelegd aan het dagelijks bestuur en algemeen bestuur van de GRJR. VTRR en CIT hebben zich gecommitteerd aan een versnelde doorstap van Fase 1 naar Fase 2 middels het inrichten van een proeftuin. In de proeftuin komen alle spoedmeldingen van VTRR en CIT (0-100), waarna gezamenlijk getriageerd wordt. Deze proeftuin is gestart in september 2025. In 2026 wordt gestart met de verkenning van de brede integrale crisisdienst. Na de fase waarin de samenwerking tussen de crisishulpverlening van VTRR en CIT/JBRR centraal stond, willen we nu de samenwerking verbreden naar de GGZ-partners. Het gaat om een eerste gezamenlijke verkenning. De verkenning richt zich op het identificeren van nadere samenwerkingsmogelijkheden tussen de bestaande crisisdiensten in de regio, waarbij voortgebouwd wordt op bestaande afspraken en ervaringen.

10

2.1.2 Casus meisje in pleegzorg Naar aanleiding van de verontrustende conclusies uit de inspectierapporten zijn binnen het netwerk diverse initiatieven gestart om de samenwerking en uitvoeringspraktijk te versterken, met als doel de bescherming van kinderrechten structureel te verbeteren. Samenwerking – informatie delen en samenwerkingsafspraken De werksessies met jeugdprofessionals, WOT-medewerkers en Veilig Thuis zijn voortgezet en benut om samenwerkingsafspraken concreter te maken en onderlinge afstemming te verbeteren. Kinderrechten De casus van het pleegmeisje maakt op indringende wijze duidelijk dat fundamentele kinderrechten zijn geschonden, waaronder het recht op bescherming tegen geweld, het recht om gehoord te worden en het recht op passende zorg. Deze schendingen onderstrepen de urgentie van een jeugdzorgsysteem waarin kinderrechten leidend zijn. Om gezamenlijk te reflecteren op deze opdracht en te werken aan structurele verbeteringen, hebben de MVS-gemeenten samen met de Stichting Recht kinderen van de staat in november 2025 een werkconferentie over kinderrechten in de jeugdhulp georganiseerd. De conferentie was bedoeld voor portefeuillehouders, raadsleden, bestuurders, managers, professionals en ervaringsdeskundigen.

Tijdens het programma is expliciet aandacht besteed aan de kinderrechten en de beweging van 0: het streven naar nul kinderen die schade ondervinden in de jeugdzorg. Ook is het Boomerangbeleid (Sharon Stellaard) besproken, dat oproept tot een fundamentele herziening van terugkerende knelpunten in het systeem. De werkconferentie biedt handvatten om vanuit kinderrechtenperspectief het lokale jeugdhulpbeleid te versterken, met als doel een veiliger, rechtvaardiger en meer kindgericht zorglandschap. Een uitgebreide terugblik op de gehele conferentie is beschikbaar via MVS Jeugd Werkconferentie Kinderrechten. Systemische integrale analyse De inspectierapporten tonen structurele tekortkomingen in de jeugdhulp, met name op het gebied van veiligheid, samenwerking, kindgerichtheid en lerend vermogen. Deze constateringen vragen om een fundamentele versterking van de professionele praktijk. In lijn met de verbeterthema’s wordt van de jeugdhulp aanbieders verwacht dat besluitvorming in iedere casus zorgvuldig wordt onderbouwd met een professionele analyse, gebaseerd op wet- en regelgeving, beroepsstandaarden en -codes. Daarbij is het essentieel dat beslissingen tot stand komen in samenspraak met jeugdigen, ouders, gezaghebbenden en relevante netwerkpartners.

Bij signalen van onveiligheid, ontwikkelingsbedreiging of opvoedproblematiek wordt een systemische integrale analyse toegepast, zoals de verklarende analyse. Deze benadering maakt onderliggende oorzaken zichtbaar, bevordert samenwerking, versterkt de stem van het kind en stimuleert reflectie. Daarmee vormt zij een krachtig instrument voor duurzame verbetering van de jeugdhulp. Mevis maakt in het kader van een zorgvuldig besluitvormingsproces, gebruik van de NJI keuzehulp.

11

2.2

Netwerk Opgroeien door spelen en leren

Het netwerk Opgroeien door spelen en leren bestaat uit drie (sub)netwerken, te weten het jonge kind (0 - 6 jaar), het basisschoolkind (4 - 12 jaar) en de jeugdige op het voortgezet onderwijs (12 18 jaar). Deze verdeling volgt de normale (voor)schoolloopbaanroute van kinderen en kent verschillende uitdagingen, betrokken partners en focus. Het jonge kind 0-6 jaar Het netwerk voor het jonge kind, van 0-6 jaar, heeft gemiddeld 4 bijeenkomsten per jaar en bestaat uit verschillende partners in kinderopvang binnen de MVS-regio. Naast dat Mevis en de beleidsadviseurs van iedere MVS-gemeente zijn aangesloten, nemen ook partners als bijvoorbeeld het CJG, Stichting Aanzet (tot 1-7-'25 i.v.m. faillissement), Stichting Push, Humanitas en Wijzer Onderwijs deel. Dit netwerk heeft gezamenlijk de knelpunten en kansen in beeld gebracht rondom het jonge kind en heeft twee werkgroepen geformeerd om verbetervoorstellen te ontwikkelen. Het onderwijs, het basisschoolkind en de jeugdige op het voortgezet onderwijs Voor het netwerk Onderwijs is gekozen om voornamelijk de staande overlegstructuur binnen het onderwijs te volgen en extra bijeenkomsten en/of werkgroepen thema- of doelgroep gericht te organiseren.

De focus van dit netwerk ligt vooral op kinderen die opvallen en/of extra ondersteuning nodig hebben, denk aan (dreigende) thuiszitters, kwetsbare leerlingen op speciaalof nieuwkomersonderwijs en/of leerlingen waar de samenwerking met ouders extra gestimuleerd wordt. 2.2.1. Het jonge kind 0-6 jaar Het algehele beeld is dat deze partners de complexiteit van ontwikkelproblematiek zien toenemen alsook de wachttijden op geschikte zorg en/of advies. Dit netwerk heeft gezamenlijk de belangrijkste mijlpalen geformuleerd waar zij de komende periode op in willen zetten. •

•

De focus komt in eerste instantie te liggen op een gezamenlijke (zorg)routekaart. Deze zorgroute zet in op samenwerking tussen de 0-, 1 en 2de lijn. De contouren zijn verder uitgewerkt met de werkgroep en het netwerk. In Q2 2026 wordt deze vastgesteld en beschikbaar binnen de MVS-gemeenten. Het netwerk Opgroeien door spelen en leren heeft de mogelijkheden onderzocht om opvang te organiseren voor kinderen van 0-4 jaar die in de reguliere opvang geen passend aanbod kunnen krijgen (en jeugdhulp nog niet wenselijk is). De gemeente Vlaardingen heeft een pilot gestart. De focus komt te liggen op peuters met een VVE indicatie die ‘uitvallen’ in de reguliere peuteropvang en op de wachtlijst staan voor jeugdhulp. Gemeente Vlaardingen deelt de geleerde lessen met de andere twee gemeenten.

2.2.2 Het onderwijs, het basisschoolkind en de jeugdige op het voortgezet onderwijs De Samenwerkingsverbanden, Onderwijs Dat Past (ODP) en Nieuwe Waterweg Noord (NWN), zijn namens het onderwijs aangesloten bij het regionale overleg en inhoudelijk betrokken bij de totstandkoming en uitvoering van de Transformatieagenda MVS Jeugd. Hierdoor ontstaat er meer zicht op de regionale opgaves en pakken partners geprioriteerd en in onderlinge afstemming thema’s op.

12

Primair Onderwijs Projectgroep ‘Samenwerking Onderwijs en Jeugdhulp in MVS’ Op initiatief van de schoolbesturen primair onderwijs en Mevis, is een MVS-brede projectgroep ‘Samenwerking Onderwijs en Jeugdhulp in MVS’ gestart. Deze werkgroep buigt zich over (dreigende) thuiszitters en jeugdigen die langdurig in de daghulpketen verblijven. Leerrecht, ODP4 en gemeenten (via MVS-Jeugd), zijn ook aangesloten. Het doel van de gezamenlijke inzet is dat ieder kind volwaardig mee kan doen in de samenleving, waarbij school een vanzelfsprekend onderdeel van het gewone leven is v. Ieder kind mag zo veel mogelijk meedoen; thuis, op school en in de wijk (normaliseren). De gezamenlijke inzet is erop gericht om jeugdigen, waar mogelijk, in het gewone leven te laten opgroeien en onderwijs te laten volgen, met waar nodig passende ondersteuning. Onderwijs en jeugdhulp zijn complementair aan elkaar. En het versterken van de samenwerking tussen beide is een middel om dit maatschappelijke doel te bereiken. De leidende en centrale uitgangspunten van deze werkgroep zijn: 1. Gelijkwaardig partnerschap tussen onderwijs, jeugdhulp en ouders. 2. Heldere afspraken en verwachtingen over rollen, doelen en contactmomenten. 3. Structurele samenwerking, gericht op normaliseren en tijdige doorstroom.

Naast dat deze projectgroep de knelpunten uit de uitvoeringspraktijk alsook de verschillende domeinen mooi verbindt, is de verwachting dat deze groep, tot waardevolle voorstellen gaat komen, in lijn met de transformatie en het MVS-jeugdmodel. In de eerste fase heeft de projectgroep vooral ingezet op het creëren van gezamenlijk eigenaarschap, het verbinden van knelpunten uit de uitvoeringspraktijk en het opbouwen van bestuurlijk draagvlak. Dit heeft geleid tot concrete procesafspraken en een gedeeld handelingsperspectief tussen de betrokken domeinen. De vervolgfase is dat de inhoudelijke aanbevelingen concreet worden uitgewerkt in een projectplan, waaronder: • • •

•

het ontwikkelen van een gezamenlijk stroomschema van plaatsing in de daghulpketen tot terugkeer naar onderwijs; het beter verbinden van onderwijs- en zorgplannen, met het perspectief van één samenhangend plan per jeugdige, met ouders; het onderzoeken, in lijn met aanbevelingen, van een MVS-breed afwegingskader onderwijs– jeugdhulp, waarin verantwoordelijkheden en besluitvorming op het grensvlak van beide domeinen worden verduidelijkt; het versterken van de samenwerking binnen ondersteuningsteams op scholen.

Deze aanbevelingen worden in Q1 en Q2 2026 verder uitgewerkt naar concrete doelstellingen, impactindicatoren en monitoring, gericht op het daadwerkelijk verminderen van thuiszitten en het verkorten van verblijfsduur in de daghulpketen.

4

Samenwerkingsverband Onderwijs Dat Past (primair onderwijs)

13

Het Samenwerkingsverband Onderwijs Dat Past faciliteert een projectleider, die eind Q1 2026 een projectplan oplevert waarin deze impactgerichte uitwerking wordt vastgelegd. De gemeenteraad wordt in een rapportage over het 1e halfjaar 2026 geïnformeerd over de voortgang en de eerste resultaten. Uiteraard wordt op deze thematiek ook actief de samenwerking gezocht met het Samenwerkingsverband Nieuwe Waterweg Noord. Zij zetten sinds het voorjaar 2024 ook in op deze doelgroep en hebben daar best-practices in te delen. In het voortgezet onderwijs heeft de inzet van o.a. Bert Wienen als inhoudelijke en/of inspirerende expert een mooie beweging op gang gebracht, waar het primair onderwijs nu meer op wil gaan inzetten. Op interventie niveau, zoals InZicht en de Step-Up klas, vormen deze ook een mooi voorbeeld voor de jongere leerlingen. Over de Step-Up klas en de opbrengsten (de geleerde lessen), is de gemeenteraad al geïnformeerd middels een presentatie tijdens de Thema avond MVS jeugd in november. Step-Up klas Deze pilot is een samenwerking tussen het Samenwerkingsverband (SWV-NWN), Mevis, Yets en Inzicht, een regionale voorziening waar leerlingen (tijdelijk) onderwijs krijgen als het reguliere onderwijs (even) niet lukt. De kracht van dit aanbod is de integrale en intensieve samenwerking tussen de verschillende partners die rondom de leerling en het gezin betrokken zijn.

Geen dure en intensieve trajecten of behandelingen, maar normaliserend en dichtbij. Juist door gerichte inzet van jongerenwerkers, leerkrachten, jeugdhulpverleners en ouders in het ‘normale’ dagdagelijkse, dat zij samen iedere dag opnieuw, de betrokken jeugdige, passend, tijdig en samen kunnen ondersteunen weer mee te doen. De meerderheid van de jongeren laat een hoge mate van perspectiefontwikkeling zien. Een tweede groep jongeren start na de zomervakantie met de laatste fase, gericht op terugkeer naar onderwijs of werk. Er wordt gewerkt aan een methodisch handboek om de werkwijze te borgen. Ook toont de pilot dat deze aanpak op preventie specialistische jeugdhulp, van waarde is en daarmee kostentechnisch interessant. Een doorontwikkeling van dit onderwijszorg aanbod, ook voor leerlingen die wegens meer externaliserende (gedrags)problematiek geen of onvoldoende onderwijs kunnen volgen, is wenselijk. De VIOS-aanpak in Schiedam (zie ook pagina 18) kan hier een verbindende rol spelen voor betrokken partners. Privacy convenant geactualiseerd5 In augustus is het privacy convenant herzien en geactualiseerd door betrokken partners. Het convenant benoemt de grondslagen op basis waarvan scholen, samenwerkingsverbanden, jeugdgezondheidszorg en jeugdhulporganisaties informatie met elkaar mogen delen en welke voorwaarden daarbij van toepassing zijn.

Dit biedt betrokken professionals een helder kader, ten gunste van betrokken leerlingen en ouders.

5

Privacy convenant geactualiseerd | MVS Jeugd

14

2.3

Netwerk Opgroeien in de Buurt

Netwerk Voorveld en Proeftuinen MVS Jeugdmodel Het netwerk betreft alle partners die op het gebied van welzijn en zorg bijdragen aan de sociale infrastructuur van gemeenten en wijken: het zogenoemde voorveld, het preventieve aanbod. Dit voorveld vormt een belangrijk onderdeel van het pedagogisch klimaat rondom jeugdigen. In lijn met het MVS Jeugdmodel ondersteunt het netwerk ouders en jeugdigen laagdrempelig en preventief, zoveel mogelijk in hun eigen leefwereld en context. Omdat in principe talloze maatschappelijke organisaties, stichtingen en verenigingen onderdeel zouden kunnen uitmaken van dit netwerk, is gekozen voor een gemeentelijke en wijkgerichte scope. Zo krijgt het netwerk een duidelijke focus en kan ervaring worden opgedaan met werkwijzen die later mogelijk MVS-breed toepasbaar zijn. Om dit te realiseren zijn in 2025 drie proeftuinen gestart/doorontwikkeld, waarin verschillende werkelementen van het MVS Jeugdmodel worden beproefd. Doel is om MVS-breed te leren welke elementen de meeste impact hebben en daadwerkelijk verschil maken voor jeugdigen en gezinnen. Kernpartners in het voorveld die een belangrijke rol spelen bij de proeftuinen zijn: Minters, ViB Vlaardingen, Sportbedrijf Schiedam, E’25 Maassluis, Yets Schiedam, Stichting Aanzet (tot 1-7-2025 i.v.m. faillissement), Stichting Push (Maassluis).

Daarnaast zijn ook het CJG, het wijkteam 18+ en Mevis aangesloten. De proeftuinen dragen zo bij aan een integrale, domein- en organisatie overstijgende samenwerking tussen jeugdpartners, met en voor gezinnen. Ze verbinden bestaand aanbod en programmering, maken dit vindbaar en dekkend op wijkniveau, en leggen de nadruk op preventief werken in aansluiting op de behoeften van gezinnen en professionals – niet op complexe casuïstiek. Hoewel de rol van de netwerkregisseur in 2025 niet extra of structureel is ingezet ten opzichte van 2024, zijn de proeftuinen wel verder ontwikkeld, wederom in nauwe afstemming met de netwerkregisseur Opgroeien door Spelen en Leren. Daarbij ontstaat een duidelijke meerwaarde doordat het wijkgericht werken tevens aansluit bij het wijkgerichte werken waar Onderwijs dat Past, het Samenwerkingsverband Primair Onderwijs, ook op inzet, waardoor deze initiatieven elkaar op termijn mogelijk kunnen gaan versterken.

2.3.1 Proeftuinen als leeromgeving De proeftuinen in Maassluis, Vlaardingen en Schiedam vormen leeromgevingen waarin het MVS Jeugdmodel in de praktijk wordt beproefd. Zij laten zien dat transformeren stap voor stap tot stand komt in nauwe samenwerking met gezinnen, professionals en gemeenten. De inzet is gericht op: •

Sterke lokale teams dichtbij gezinnen, met herkenbare gezichten in de wijk. 15

• • •

Een veerkrachtige omgeving: investeren in scholen, ouders, verenigingen en partners om samen een stevig pedagogisch klimaat te creëren. Normaliseren en preventie: lichte steun waar het kan, intensieve zorg waar het moet. Samenhang en samenwerking zonder schotten: partners uit zorg, welzijn, onderwijs en gemeenten werken als één systeem rondom gezinnen.

Elke proeftuin heeft een eigen focus, passend bij de lokale context: • • •

Maassluis: versterken van eigen kracht en regie van inwoners. Vlaardingen: systeem- en gezinsgerichte preventie voor en met bewoners (0-100 jaar). Schiedam: koppeling MVS Jeugdmodel aan Preventie met Gezag en VIOS, gericht op domein overstijgend samenwerken rond veiligheidsvraagstukken.

Gezamenlijk dragen de proeftuinen bij aan een lerend netwerk dat MVS-breed richting geeft aan de transformatie: integraal, preventief en dichtbij gezinnen, met focus op normaliseren en versterken van de veerkracht van de gemeenschap en het gezamenlijk gedragen pedagogisch klimaat. Maassluis - Proeftuin Gemeenschapsontwikkeling met inwoners In gemeente Maassluis is met verschillende partnerorganisaties en gemeentelijke domeinen gewerkt aan het vormgeven van een proeftuin MVS Jeugdmodel binnen de wijk Sluispolder-Oost. De partners betreffen de gemeente Maassluis (verschillende domeinen), Mevis, VraagRaak, Stichting Push, E'25 (wijk- en buurtwerk), Stichting Aanzet (tot 1-7-2025 i.v.m. faillissement), MVS Jeugd en in de tweede ring ook woningbouwcoöperatie, wijkregie handhaving, onderwijs, opvang en veiligheid. Het doel van de proeftuin in Maassluis is om vragen en signalen van ouders en jeugdigen vroegtijdig in de wijk zelf op te pakken, met structuren die door inwoners en het voorveld worden opgezet. Inwoners bepalen daarbij zelf de prioriteiten, waardoor eigen regie, autonomie en sociale cohesie worden versterkt en zwaardere problematiek zoveel mogelijk wordt voorkomen. In 2025 is draagvlak bereikt onder de partners om te gaan werken volgens een community-up aanpak, met behulp van participatief actieonderzoek (PAO).

De gemeente en partners vervullen hierbij vooral een faciliterende rol, terwijl inwoners de oplossingsrichtingen gaan bepalen. De doelgroep is afgebakend tot ouders met kinderen van 0–10 jaar. Professionals van betrokken organisaties worden opgeleid tot PAO-facilitators. Dankzij voldoende middelen en capaciteit, kon eind 2025 de proeftuin officieel van start gaan. Vanaf begin 2026 wordt er een groep facilitators opgeleid om de methodiek toe te passen. Zij gaan met behulp van een training in de PAO-methodiek, bewoners en andere belanghebbenden, actief spreken en betrekken om te komen tot een –door alle partijen en vooral ook inwoners zelf- gedragen plan van aanpak. Deze proeftuin gaat inzicht geven in wat inwoners zelf kunnen en willen oppakken om de ontwikkel- en opvoedsituatie, van jeugdigen in de wijk Sluispolder-Oost te verbeteren of verstevigen. Dit wordt gefaciliteerd door alle betrokken partijen, van wijkteam (0-100, jaar) onderwijs, gemeente tot aan wijkregie en jeugdgezondheidszorg. De projectleiding ligt bij gemeente Maassluis. Vlaardingen - Proeftuin Samen gezinsgericht en preventief werken In de gemeente Vlaardingen is er voor de proeftuin in Westwijk een projectplan opgesteld: “Samen gezinsgericht en preventief werken in de Westwijk”. Betrokken partijen, Stichting Aanzet (tot 1-7-2025 i.v.m.

faillissement), CJG, Mevis, Yets, VIB en Minters, hebben verantwoordelijkheid en eigenaarschap genomen om de leidende principes vanuit het MVS Jeugdmodel door te vertalen naar een gezamenlijke doelstelling: het vergroten en versterken van de toegankelijkheid en effectiviteit van 16

preventieve programma’s voor ouders en kinderen. Verwacht effect is dat inwoners en gezinnen beter en meer kunnen profiteren van het preventieve aanbod waardoor jeugdhulp korter, voorkomen en/of niet meer nodig is. Partners beproeven dit door lichtere hulpvragen met gezinnen op te pakken. Dit gebeurt onder leiding van en met inhoudelijke expertise van Mevis (jeugdhulp), met Minters als penvoerder. De partners kiezen bewust voor deze wijk zodat zij samen met het Nationaal Programma, en programma Wij de Westwijk, kansen en knelpunten duurzamer kunnen aanpakken en verbeteren.

Afbeelding 1. Integrale wijkaanpak

Door meer geïntegreerd, efficiënt en effectief samen te werken wordt inhoudelijke kennis en capaciteit verbonden. Hierdoor komt alle beschikbare kennis en kunde over opvoeden en opgroeien, het jonge kind, inkomen/schulden, bewegen/gezond leven, participatie/dagbesteding, volwassenproblematiek, wonen en jeugdhulp in een vroegtijdiger stadium bij elkaar. En werken we toe naar een meer systeemgerichte en preventieve inzet. Dit vraagt van de betrokken partners inzet op regelmatige en netwerkgerichte ontmoeting en afstemming gericht op de doelen van de transformatie. Zowel tussen organisaties als de betrokken professionals. Alsook het oefenen en leren van gezamenlijk regie (kunnen) nemen in het preventieve veld. In het laatste kwartaal 2025 is een projectleider aangesteld om dit proces verder vorm en focus te geven. In afstemming met het Nationaal Programma, de gemeente Vlaardingen, inwoners en jeugdigen uit de Westwijk zijn bijeenkomsten georganiseerd die meer zicht geven op welke factoren in de Westwijk de hoogste behoefte ligt en dus prioriteit moeten krijgen. Dit om meer beeld te verkrijgen op het preventief zorglandschap en effectiviteit van de huidige inzet. Ook is in de laatste maanden van 2025 gestart met het samenbrengen van professionals in de wijk en gezamenlijke casuïstiekbespreking.

De samenwerking richt zich nadrukkelijk op welzijn, participatie en preventie, met benutting van de kracht van bewoners en hun netwerken. In 2026 wordt dit verder uitgebouwd, versterken we de leeromgeving en werken we aan een beter samenhangend en gezamenlijk aanbod tussen opvang, onderwijs, gemeente, welzijn, preventie, jeugd- en volwassenhulp. In Q1 van 2026 levert de projectleider een plan van aanpak op.

17

Schiedam - Proeftuin Veilig in en om School (VIOS) In de gemeente Schiedam beproeven we de leidende principes van het MVS Jeugdmodel in de VIOS-aanpak. De VIOS-aanpak wordt ingezet vanuit het programma Preventie met Gezag. De verantwoording over de resultaten van de VIOS-aanpak is onderdeel van het programma Preventie met Gezag. Wij beperken ons in deze rapportage tot de elementen die relevant zijn voor de transformatie naar het MVS Jeugdmodel. Deze proeftuin draagt bij aan het versterken van de samenwerking en de verbinding tussen betrokken partners in het Sociaal Domein en Veiligheid: gemeenten, scholen, politie en wijkagenten, wijkregisseurs veiligheid, jongerenwerk, WOT’s, Leerrecht, Samenwerkingsverband Nieuwe Waterweg Noord, Onderwijs dat Past en Mevis Jeugdhulp.

VIOS-aanpak De VIOS-aanpak beoogt de schoolveiligheid te verhogen door de pedagogische driehoek te verstevigen en te verbinden, te weten ouders, straat en school. Het resultaat van deze aanpak is een verruimd handelingsperspectief waardoor ondermijnende jeugdcriminaliteit beter en eerder gesignaleerd wordt en voorkomen kan worden. De werkwijze richt zich op: 1.

2. 3.

Een stevige in- en externe (lokale)ketensamenwerking op operationeel, tactisch en strategisch niveau, Iedere VIOS-school heeft een veiligheidsplan op maat, Inzet op verstevigen van kennis en vaardigheden op het gebied van signaleren en preventief handelen op het gebied van Veiligheid.

De samenwerking wordt zowel op school- als op tactisch/strategisch niveau versterkt. De kernteams op de VIOS-scholen vinden elkaar in het dagelijkse werk steeds sneller. Met als resultaat dat de verschillende expertises beter worden benut en knelpunten op veiligheid praktischer en efficiënter worden opgelost . Een kwartiermaker en projectsecretaris ondersteunen de VIOS-aanpak en werken aan de drie actielijnen. Inmiddels zijn vijf tot zes scholen aangehaakt en worden twee scholen extra meegenomen in de aanpak. Er is er veel commitment binnen de kernteams op de deelnemende scholen en er is vruchtbare samenwerking met de overige scholen. De inrichting van een tactisch/strategische overlegtafel met een afvaardiging van alle betrokken partners krijgt ook steeds meer vorm. Zij hebben vooral een rol om de samenwerking tussen de verschillende partijen te faciliteren. Zo is er een thematische leerbijeenkomst georganiseerd voor de betrokken professionals over online criminaliteit, risico's en actuele ontwikkelingen. Alsook een bijeenkomst om de samenwerking met ouders te versterken en signalen op onveiligheid beter te signaleren en bespreken. In 2026 wordt de netwerksamenwerking verder versterkt en wordt de opgedane kennis en expertise op het gebied van veiligheid actief gedeeld.

18

2.4

Netwerk Opgroeien in gezondheid

In de tweede helft van 2025 is er door omstandigheden minder inzet geweest op het netwerk Opgroeien in Gezondheid. In Q1 en Q2 van 2026 kijken we samen met de partners wat we met de opbrengsten van dit netwerk doen en welke acties afgerond of geborgd moeten worden. 2.4.1 KOPP/KOV-doelgroep In het eerste halfjaar van 2025 heeft de netwerkregisseur bij de netwerkleden geïnventariseerd welke thema’s zij belangrijk vonden voor de agenda van het netwerk. De huisartsen gaven bijvoorbeeld signalen af over het ontbreken van passend preventief aanbod voor kinderen van ouders met psychische of verslavingsproblematiek (de KOPP/KOV-doelgroep). Deze signalen zijn door de netwerkregisseur opgepakt en in Q3 van 2025 vertaald naar een gezamenlijke uitwerking binnen het netwerk. Binnen de MVS-gemeenten groeien naar schatting circa 6.000 jeugdigen op in een dergelijke thuissituatie6. Exacte aantallen zijn indicatief omdat signalering niet altijd plaatsvindt. Deze jeugdigen lopen tot 13 keer meer risico op fysieke, psychische, sociale en schoolproblemen. Zowel in de kindertijd en adolescentie, als in de volwassenheid. Opgroeien met een ouder met psychische problemen of een verslaving heeft ook maatschappelijke gevolgen. Als deze jeugdigen zelf problemen ontwikkelen, kan dit leiden tot uitval op school en/of werk en tot meer zorggebruik.

Vroegtijdig signaleren en zo nodig ondersteunen van deze jeugdige en of hun ouders is belangrijk om individuele problemen te voorkomen en maatschappelijke kosten te verminderen. Voor deze jeugdigen is op dit moment geen preventief aanbod beschikbaar vanuit Mevis. Wel is vanuit Mevis de intentie uitgesproken om in 2026 een EHealth aanbod te ontwikkelen dat specifiek gericht is op deze doelgroep. Tot die tijd blijft er sprake van een lacune in het preventieve ondersteuningsaanbod. Op basis hiervan is door het netwerk een memo opgesteld in Q3 van 2025. In dit memo worden de omvang, impact en lacunes van het huidige aanbod beschreven en onderbouwd met cijfers en landelijke richtlijnen. Daarmee vormt de memo een instrument om de bestuurlijke en beleidsmatige aandacht te vestigen op deze kwetsbare doelgroep. Het thema is nu bij alle lokale huisartsengroepen onder de aandacht gebracht, met uitzondering van Vlaardingen. Tijdens de overleggen zijn huisartsen bevraagd op hun ervaringen en behoeften. Daarbij kwamen twee vragen centraal te staan: in hoeverre worden KOPP/KOV-kinderen voldoende gesignaleerd in de huisartsenpraktijken, en welke behoefte bestaat er aan nieuw of aanvullend preventief aanbod? Ook is besproken welke rol JIP’ers en JOS’ers hierin zouden kunnen vervullen.

De opbrengsten van deze gesprekken zouden in Q4 gebruikt worden om de memo verder aan te scherpen en om de vervolgstappen gezamenlijk te bepalen. Door minder inzet van de netwerkregisseur is dit echter niet gebeurd en is dit onderwerp niet verder gekomen dan hierboven beschreven. Vooruitblik Q1 en Q2 2026 In Q1 en Q2 van 2026 kijken we hoe we verder gaan met het thema KOPP/KOV-kinderen binnen de MVS-gemeenten. En hoe we de opbrengsten van dit netwerk borgen.

6

Schatting gebaseerd op landelijke cijfers: circa 17% van alle kinderen (0-17 jaar) in Nederland groeit op met een ouder met psychische problemen of een verslaving. (Bron: Trimbos-instituut 2023, NEMESIS-2 data). In MVS wonen circa 35.100 kinderen van 0-17 jaar (CBS 2024), wat leidt tot een schatting van circa 6.000 KOPP/KOV-kinderen.

19

2.4.2 Jeugdprofessional in de Praktijk (JIP) en op school (JOS) Een belangrijke bouwsteen binnen het MVS Jeugdmodel is dat iedere huisartsenpraktijk in Maassluis, Vlaardingen en Schiedam beschikt over een Jeugdprofessional in de Praktijk (JIP) en elke school beschikt over een Jeugdhulpprofessional op School (JOS). De uitvoering van deze twee interventies is onderdeel van de opdracht van Mevis. In Q4 van 2025 is Rogplus met Mevis gestart met een interne evaluatie van de JIP en JOS. In Q1 van 2026 verwachten we dat de resultaten met de MVS-gemeenten worden besproken.

20

2.5

Netwerk Opgroeien naar Volwassenheid

Binnen de MVS-gemeenten signaleerden we dat de overgang van jeugdhulp naar volwassenzorg voor jongeren die 18 jaar worden, onvoldoende soepel verloopt. Professionals uit de wijkteams, de jeugdhulpaanbieders, Wmo-consulenten en beleidsadviseurs zagen bijvoorbeeld: -

Risico op het wegvallen van noodzakelijke ondersteuning, Onduidelijkheid over vervolgtrajecten of Tussen wal en schip raken van jongeren door versnipperde regelgeving.

Daarom willen we in de MVS-regio een samenhangende werkwijze realiseren voor de overgang van jeugdhulp naar volwassenzorg, zodat jongeren tijdig passende ondersteuning blijven ontvangen, ongeacht leeftijdsgrens of financieringsstelsel. In het eerste halfjaar van 2025 is gewerkt aan het plan van aanpak ‘opgroeien naar volwassenheid’. Rogplus is daarna met de netwerkregisseur, gemeenten en uitvoerende partners begonnen met het uitvoeren van de eerste twee fases. In Q3 en Q4 van 2025 hebben we fase 1 (verkenning & analyse) afgerond en een start gemaakt met fase 2 (concretisering & schrijfgroep). Rogplus heeft samen met uitvoerende partners werksessies georganiseerd. Daarin zijn lopende werkwijzen in kaart gebracht en knel- en verbeterpunten geïnventariseerd. Bijvoorbeeld waar de jeugdwet, Wmo en Wlz niet goed op elkaar aansluiten en hoe we dit kunnen verbeteren (fase 1). Daarna is in fase 2 een schrijfgroep van professionals van Mevis, wijkteams en Rogplus gestart met het uitschrijven van gewenste werkprocessen voor bestaande en nieuwe cliënten. Door omstandigheden is fase 2 nog niet helemaal afgerond. Door capaciteitsgebrek bij de gemeenten pakken we de afronding in Q1 van 2026 met Rogplus verder op.

2.5.1 Vooruitblik Q1 & Q2 2026 In Q1 2026 schrijven we samen met Rogplus een opdracht voor de volgende fases van dit project, waarin we onder andere starten met een beleidsmatige duiding en juridische toets op de producten van fase 1 en 2. Ook bereiden we bestuurlijk besluitvorming en de implementatie van de werkprocessen voor. Deze fases laten we begeleiden door een projectleider, die nog geworven moet worden op basis van de opdrachtformulering uit fase 2 (eind Q1 en begin Q2). De verwachte opbrengsten zijn heldere regionale werkafspraken voor 18-/18+ overdrachten, minder uitval of zorgmijding door betere aansluiting tussen domeinen, betere benutting van lokale kennis en samenwerking tussen de verschillende betrokken partners en inzicht in benodigde beleidsaanpassingen op regionaal niveau.

21

Hoofdstuk 3: MVS Jeugdmodel: ontwikkelingen MVS Jeugdteam In dit hoofdstuk laten we zien welke werkzaamheden zijn opgepakt door het MVS Jeugdteam en welke ontwikkelingen een belangrijke impact hebben op de transformatie naar het MVS Jeugdmodel. Hierin zijn vijf aandachtspunten te onderscheiden: 3.1

Transformatieagenda MVS Jeugdmodel 2026-2029

De Transformatieagenda is een meerjarig uitvoeringsplan. De agenda volgt de bouwstenen van het MVS Jeugdmodel en gaat over de gemeentelijke inzet om het MVS Jeugdmodel te realiseren. Het zorgt voor de vertaling van beleid naar concrete acties. Tijdens het tweede halfjaar van 2025 heeft het MVS-team in samenwerking met belangrijke partners aan de inhoud van de Transformatieagenda gewerkt. Deze is eind 2025 in concept afgerond en is – na afstemming met onderwijspartners in het Op Overeenstemming gericht Overleg (OOGO) - ter vaststelling naar de MVS-colleges aangeboden ter vaststelling. De agenda volgt de bouwstenen van het MVS Jeugdmodel en gaat over de gemeentelijke inzet om het MVS Jeugdmodel te realiseren. De agenda is afgestemd met de kernpartners in de regiegroep Transformatie-agenda Jeugd. Met deze agenda sluiten we aan bij de landelijke ontwikkelingen, zoals de Hervormingsagenda Jeugd, het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming en de Reikwijdte van de jeugdhulpplicht. We zetten een koers uit voor een langere tijd, wat rust, focus en richting geeft. Daarnaast kijken we binnen de vijf opgaves van deze agenda kritisch naar het niveau (lokaal, MVS-breed of bovenregionaal), waarop de transformatie moet worden uitgevoerd.

De transformatie is succesvol als we ‘de beweging naar voren’ maken; een verschuiving zien van minder specialistische jeugdhulp, naar het wijkteams, en van de wijkteams naar meer hulp en steun in de pedagogische basis. De Transformatieagenda is als bijlage 2 opgenomen bij deze rapportage. 3.2

Nadere afspraken monitoring en sturing

Samen met Rogplus is er gewerkt aan nadere afspraken omtrent monitoring en sturing. Hieruit komen duidelijke afspraken voort over de governance tussen de diverse partijen. 3.3

Vormgeven MVS-team

In 2026 stoppen we met het faciliteren van netwerkregie vanuit het regionale MVS-team. Het MVS Jeugdmodel kan alleen slagen wanneer de transformatie lokaal goed wordt verbonden met andere gemeentelijke domeinen binnen het sociaal domein. Deze verbindingen komen beter tot stand wanneer de transformatie dichter bij de gemeentelijke organisaties wordt georganiseerd. Daarom willen we het regionale MVS-team, dat tot op heden gezamenlijk opereerde, in 2026 grotendeels terugbrengen naar de drie gemeentelijke organisaties. Hiermee ontstaat een sterkere lokale basis voor de verdere ontwikkeling en uitvoering van het MVS Jeugdmodel. Dit betekent niet dat de MVS-gemeenten stoppen met samenwerken. Het Koersdocument blijft het gezamenlijke uitgangspunt en ook het contract met Mevis blijft regionaal georganiseerd. In de meerjarige Transformatieagenda beschrijven we op welke onderdelen en op welk niveau de gemeenten gezamenlijk blijven optrekken in de transformatie naar het MVS Jeugdmodel. 22

Regionale en landelijke ontwikkelingen – zoals de versterking van de pedagogische basis, het Toekomstscenario Jeugd en de Hervormingsagenda Jeugd – onderstrepen het belang van een stevige lokale verankering binnen de sociaal domeinen van de afzonderlijke gemeenten. Om die reden is een voorstel opgesteld om het regionale team grotendeels te decentraliseren naar de lokale organisaties. De regionale opgave, het gezamenlijke contract met Mevis en de overkoepelende transformatieagenda blijven bestaan, maar de uitvoering zal in belangrijke mate lokaal plaatsvinden. Het voorstel wordt in het eerste kwartaal van 2026 ter besluitvorming aan de colleges voorgelegd. 3.4

Verbeteren van de informatiepositie

Nu het Mevis en Rogplus lukt om steeds betere data te genereren zijn er aanvullende afspraken gemaakt over het delen ervan. Zo is er nu een maandelijks overleg waarbij Rogplus/Mevis en de MVSgemeenten de inhoudelijke en financiële ontwikkelingen met elkaar delen. In het tweede half jaar van 2025 zijn er goede stappen gezet in het verbeteren van de informatiepositie van de MVS-gemeenten. De steeds beter wordende de data en dashboards van Mevis en Rogplus bieden hier ook de mogelijkheid toe. Inmiddels is er een maandelijks overleg waarbij zo actueel mogelijk de inhoudelijke en financiële trends worden gevolgd. Hierdoor zijn alle partijen beter in staat om te sturen en te handelen. Zo kunnen financiële ontwikkelingen ook beter worden verwerkt binnen de gemeentelijke P&C cyclus. 3.5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16842903/1